Technische vragen B2026 incl. bijlagen 1 en 2
Tekst van het document
Technische vragen Begroting 2026 Nr. 1
Partij VVD
2
VVD
3
VVD
4
VVD
Vraag Blz. 54 kondigt aan dat er een nieuwe gezondheidsnota vastgesteld gaat worden. Wat is de aanleiding en reden om een nieuwe nota te maken terwijl het huidige programmaplan ‘Samen gezond ’s-Hertogenbosch’ in 2024 is vastgesteld en dezelfde thema’s bevat?
Op blz. 61 wordt gesteld dat subsidie voor de Seniorenbus in 2025 en 2026 nul euro bedraagt. Komt dit omdat deze subsidie onder een subsidieregeling valt? Zo ja, welke? Blz. 106. Het college wil in 2026 jongerenparticipatie nog verder verstevigen en versterken. Komt deze versteviging naast de projecten Cityboost, Jongerenambassadeurs en het kinder- en jeugdparlement? Op welke manier wil de gemeente dit gaan doen? En welke middelen zijn hiermee gemoeid? Blz. 275. Het netwerk 's-Hertogenbosch tegen Armoede zet in 2026 een Bestaanszekerheidsfonds op. Wat is dit voor fonds, hoe wordt dit fonds ingezet rondom armoedebestrijding, wie gaat dit fonds beheren en bestaat dit fonds
Antwoord Het programma Samen Gezond richt zich op het verkleinen van gezondheidsverschillen in verschillende focusbuurten. De gezondheidsnota is er voor alle inwoners en geeft richting aan meerdere speerpunten (waaronder ook de focuspunten van het programma Samen Gezond). Het vaststellen van een gezondheidsnota is een raadsbevoegdheid vanuit de Wet Publieke Gezondheid. De gemeenteraad is verplicht om binnen twee jaar na openbaarmaking van de landelijke gezondheidsnota een nota gemeentelijk gezondheidsbeleid vast te stellen. De landelijke nota verwachten we op korte termijn. Ja dit klopt. Seniorenbus ontvangt per 2025 een bijdrage uit de subsidieregeling Goed voor Elkaar.
We zien dat de lopende projecten Cityboost, Citytrainers, jongerenambassadeurs en het kinder- en jeugdparlement goed lopen en jongeren de gelegenheid bieden om actief mee te denken, mee te doen en initiatieven te ontwikkelen. Tegelijkertijd zien we dat we als gemeentelijke organisatie nog een doorontwikkeling kunnen maken in het samenwerken met jongeren bij de ontwikkeling van beleid en projecten, zodat deze goed aansluiten bij hun behoeften. Om dit te bewerkstelligen organiseren we onder andere trainingen voor gemeentemedewerkers. Daarnaast werken we aan nieuwe interventies om het nog laagdrempeliger te maken voor jongeren om input te geven en mee te denken. Bij de doorontwikkeling maken we gebruik van de adviezen over jongerenparticipatie die uit het Burgerberaad voortkomen. Met het comité van Netwerk tegen Armoede zijn we aan de slag om een Bestaanszekerheidsfonds voor (kleinere) armoede initiatieven op te zetten. Dit moet een laagdrempelige regeling worden die in 2026 wordt opengesteld voor aanvragen. Het fonds bestaat enkel uit gemeentelijke middelen. Voor de werking van deze nieuwe regeling kijken we bijvoorbeeld naar de werkwijze voor het Wijk- en dorpsbudget,
5
VVD
6
VVD
7
VVD
straks enkel uit gemeentelijke middelen of ook middelen van derden? Op p. 149 staat in de laatste kolom twee keer 2025, dit dient 2026 te zijn, vermoed ik. Is dat correct? Beoogde milieuwinst/afvalinzameling: in de paragraaf “Goede afvalzorg” (vanaf p. 202) worden ambitieuze doelstellingen gesteld mbt ophalen van restafval. Vraag: u geeft aan het restafval dat wordt opgehaald in 2026 grofweg te halveren tov 2025. Welke maatregelen liggen aan deze verwachting ten grondslag om het doel daadwerkelijk te realiseren?
waarbij het comité STA als adviesgroep kan optreden bij aanvragen. De uitvoering van de regeling ligt bij de gemeente. Dat klopt. En wordt aangepast in de definitieve versie.
Ook wordt er aangegeven dat er met regiogemeenten wordt overlegd over een nascheidingsinitiatief dat in een vergevorderd stadium is (p. 202). Vraag: wat is de laatste stand van zaken en wanneer is de verwachting dat de raad hierover wordt geinformeerd? Is najaar 2025 nog steeds opportuun?
Na het in april 2025 genomen principebesluit was het voornemen om in september 2025 een formeel besluit te nemen. Bij de ALV van Midwaste afgelopen juni zijn echter aanvullende vragen gesteld t.a.v. juridische en financiële risico's. Deze zijn inmiddels uitgezocht en het nascheidingsinitiatief wordt bij de volgende ALV in december opnieuw ter besluitvorming voorgelegd. Daarna zullen de deelnemende gemeenten aan het nascheidingsinitiatief (waaronder wij) op eenzelfde moment ook tot formele besluitvorming overgaan. Naar verwachting is dit begin 2026. Als te doen gebruikelijk wordt u over de besluitvorming geïnformeerd.
Er is een verschil tussen de doelstellingen en ambities voor 2026. De doestellingen voor 2026 wijken ten opzichte van de huidige situatie in 2025 niet zeer af. De ambities voor 2026 zijn vier jaar geleden vastgesteld aan het begin van deze bestuursperiode. Sinds 2020 is ten dele invulling gegeven aan de Afvalvisie. De meest tastbare maatregelen die zijn gerealiseerd betreft het uitzetten van containers voor PBD (plastic verpakkingen, blik en drankenkartons) bij laagbouw en de pilot met de gescheiden inzameling van GFT+E bij hoogbouw. In de discussienotitie over de afvalvisie (d.d. 16 juni 2025) is uitgelegd waarom we de ambities voor 2026 niet gaan halen. We gaan aan de slag met een doorontwikkeling van de afvalvisie 2020 om op termijn betere resultaten te behalen op dit vlak. Tot die tijd blijven de huidige ambities staan.
8
VVD
In de risicoparagraaf (vanaf p. 305) zou sprake kunnen zijn van uitvoeringsrisico’s. Vraag: welke specifieke operationele of financiële risico’s (zoals stijgende verwerkingskosten, personeelskosten inzameling) zijn voorzien voor de afvalstoffendienst en hoe worden deze afgedekt?
Operationele risico's worden opgenomen en afgedekt in de RI&E's (risico inventarisatie & evaluatie). Andere (kostenverhogende) risico's, bijvoorbeeld stijgende personeelskosten door nieuwe CAO's, stijgende materiaalkosten als gevolg van importheffingen, ophoging van de verbrandingsbelasting en hogere verwerkingskosten bij afloop van contracten, worden afgedekt door de afvalstoffenheffing, de reserve of voorziening of de (commerciële) tarieven van de Afvalstoffendienst. Met name de te verwachten stijgende verwerkingskosten en verbrandingsbelasting verhoogt de urgentie om onze hoeveelheid restafval te beperken, wat we met de doorontwikkeling van de afvalvisie 2020 beogen.
9
VVD
Digitalisering van erfgoed: op p. 222– 223 wordt aangegeven dat er hierin inzet wordt gepleegd via “linker open data”, VR/AR-toepassingen en de Den Bosch Time Machine. Vraag: welk budget is in 2026 beschikbaar voor deze digitaliseringsprojecten en hoe wordt de effectiviteit (publieksbereik, gebruik) hiervan gemeten?
Financiële raming en uitvoering Voor publieksgerichte digitaliseringsactiviteiten wordt jaarlijks een bedrag van circa € 10.000 tot € 15.000 gereserveerd binnen het programma Erfgoed en Publiek. Dit budget wordt aangewend voor: • •
Hosting- en onderhoudskosten van digitale platforms, zoals erfgoedshertogenbosch.nl en de erfgoedroute-app. De ontwikkeling van digitale toepassingen, waaronder virtuele rondleidingen, bijvoorbeeld in het kader van Open Monumentendag.
Digitaliseringsactiviteiten binnen andere teams, zoals archieven of collectieregistratie, worden bekostigd uit afzonderlijke budgetten. Monitoring en effectmeting Het publieksbereik en gebruik worden gemeten via webstatistieken. In 2024 registreerde erfgoedshertogenbosch.nl circa 220.510 bezoeken, terwijl de route-app ongeveer 15.000 downloads kende via Android. Deze cijfers bieden inzicht in het digitale bereik van het erfgoedaanbod. Toekomstperspectief Met het oog op de verdere ontwikkeling van linked open data en de uitbouw van de Den
Bosch Time Machine is te verwachten dat aanvullende middelen en kennisinzet noodzakelijk zullen zijn. Het huidige budget is hiervoor naar verwachting niet toereikend. 10
VVD
Op p. 226 staat dat in 2026 een bedrag van € 386.060 is geraamd voor de subsidieregeling restauratie van gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden. Vraag: hoeveel afzonderlijke restauratieprojecten worden met dit budget in 2026 daadwerkelijk uitgevoerd en op basis van welke selectiecriteria?
Uitvoering en raming Het aantal te subsidiëren restauratieprojecten varieert per jaar en is afhankelijk van het aantal ingediende en ontvankelijke aanvragen. Op basis van de afgelopen jaren ligt dit aantal gemiddeld tussen de 15 en 25 panden per jaar. In 2024 zijn 25 restauratieprojecten gerealiseerd binnen deze regeling. Selectiecriteria De beoordeling en toekenning van de aanvragen vindt plaats op grond van de Subsidieregeling gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden. Daarbij wordt onder meer getoetst aan de volgende criteria: • • • •
De monumentale of beeldbepalende waarde van het pand. De aard, urgentie en technische noodzaak van de restauratie. De volledigheid en kwaliteit van de aanvraag. De beschikbaarheid van middelen binnen het subsidieplafond.
Deze systematiek waarborgt een transparante en evenwichtige toekenning van middelen binnen de looptijd van het bestuursakkoord. 11
VVD
Vitale economie: op p. 232 staat een leegstandpercentage detailhandel van 3,1%. Vraag; is dit het actuele leegstandspercentage? Op basis van eerdere berichten zou dit percentage medio 2025 zijn opgelopen naar 9 à 10%. Hoe kunt u dit verschil verklaren?
Er worden hier verschillende cijfers genoemd: het leegstandspercentage in de hele gemeente en het leegstandspercentage in het centrum. Het leegstandspercentage van 3,1% betreft de gemiddelde leegstand in de detailhandel in de hele gemeente in oktober 2024 (‘Nulmeting’, bron Locatus). Dit percentage is berekend op basis van het aantal vierkante meter winkelverkoopvloeroppervlak (wvo) van de verkooppunten.
De leegstand in het centrum 's-Hertogenbosch bedroeg in oktober 2024 9,0% en is afgenomen tot 6,1% in oktober 2025. De leegstand fluctueert en is afhankelijk van wisselingen per pand. Het algehele beeld is dat de leegstand in het centrum stabiel is rond de 7 à 8%. Zie ook vraag 166 (SP) 12
VVD
Op p. 233 spreekt u over bedrijventerreinen, echter Heesch-West wordt niet genoemd. Vraag; wat is hiervan de laatste stand van zaken, wanneer is de verwachting dat er een uitspraak van de Raad van State zal zijn? Hoe worden de kansen ingeschat?
Het is nog niet bekend wanneer de zitting in de beroepsprocedure bij de Raad van State plaats zal vinden. Met het herstelbesluit op de bestemmingsplannen Heesch West is tegemoetgekomen aan de tussentijdse bevindingen van STAB wat de kansen vergroot op een positieve uitkomst. Ondertussen zijn de afgelopen maanden al voorbereidingen getroffen op het gebied van bijvoorbeeld civieltechniek om bij een positieve uitkomst direct aan de slag te gaan. Ook wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn voor een smart energy hub op het te ontwikkelen bedrijventerrein i.v.m. netcongestie en het niet kunnen aansluiten op het energienet.
13
VVD
Toonaangevende datastad: op p. 238 lezen we dat er wordt verwacht dat in 2026 het aantal ICT-bedrijven in de gemeente gelijk blijft en dat eenzelfde aantal mensen werkzaam is in de ICTsector. Dit terwijl wij volop inzetten in ICT-datastad en het Innovatiekwartier. Vraag; is er een inschatting te maken over wanneer gaan we de positieve effecten van onze investeringen in het Innovatiekwartier terug zullen zien in deze bovengenoemde cijfers?
De ruimtelijke ontwikkeling van het IKDB bevindt zich momenteel in de planfase. De planning is op dit moment dat richting het einde van het jaar de PPS kan worden opgericht en dat in december het Ontwikkelkader IKDB ter besluitvorming voor de Raad voorligt. Bij een positief besluit wordt in 2026 gestart met het uitwerken van deelplan(nen) voor de ruimtelijke gebiedsontwikkeling. We bouwen al enige tijd aan het ecosysteem rondom en vanuit het IKDB. Met de oprichting van de PPS en bijhorende ecosysteem organisatie kunnen we daar meer focus en richting aan geven. De bouwstenen om het ecosysteem verder uit te bouwen liggen er al. Op dit moment wordt bijvoorbeeld al intensief samengewerkt met lokale hoger onderwijspartijen om in gezamenlijkheid een hybride leeromgeving in het IKDB te ontwikkelen. Ook investeren we aan het startupklimaat in het IKDB en de bredere regio. Het is moeilijk om een concrete inschatting te geven van de effecten van deze en toekomstige investeringen, aangezien dit type activiteiten enige tijd nodig hebben om door te werken en economische effecten te creëren.
De locaties Grasso en Grenco die onderdeel uitmaken van het innovatiekwartier zijn, zijn op dit moment (afgezien van frictieleegstand) volledig verhuurd. 14
VVD
Opp. 240 wordt er aangegeven dat de verwachting is dat het aantal overnachtingen in 2026 terugloopt. Vraag: wat is hiervan de reden, de aangekondigde Btw-verhoging bijvoorbeeld?
15
VVD
16
VVD
Risico’s infrastructuur & openbare ruimte: in de paragraaf “Weerstandsvermogen en risicobeheersing” (p. 305 e.v.) worden algemene risico’s benoemd. Vraag: welke specifieke risico’s (bijv. klimaat, verzakking, verval) zijn voor de openbare ruimte (wegen, bestrating, riool) opgenomen en met welk risicobudget is hier rekening gehouden? In de paragraaf “Onderhoud kapitaalgoederen” (vanaf p. 320) worden onderhoudsbegrotingen genoemd. Vraag: wat is de jaarlijkse reservering voor onderhoud van groenstructuur (parken, bomen) in 2026 en wordt deze toereikend geacht om achterstanden weg te werken?
Het verwachtte aantal overnachtingen is in 2025 naar beneden bijgesteld, met name vanwege het tijdelijk wegvallen van het Mövenpick hotel. Elders in ’s-Hertogenbosch is het logiesaanbod in dit betreffende segment vrij beperkt van omvang, waardoor deze overnachtingen voor een groot deel niet meer in ’s-Hertogenbosch terecht komen. Voor 2026 houden we rekening met een stabilisatie van het aantal overnachtingen in plaats van groei, vanwege de Btw-verhoging als gevolg van landelijk beleid. De effecten hiervan zijn lastig te voorspellen, maar de verwachting is dat we de geprognosticeerde groei niet behalen hierdoor. In de risicoparagraaf zijn de risico's m.b.t. bruggen, viaducten/constructieve veiligheid opgenomen, omdat de impact van schade of constructieve veiligheid fors is. De overige risico's die u benoemt, zijn niet uit te sluiten, maar de impact is zodanig dat deze binnen de reguliere budgetten kunnen worden opgevangen. Bovendien proberen we (evenals bij bruggen en viaducten) dergelijke risico's te minimaliseren door preventief onderhoud, levensduur verlengend onderhoud, inspecties en tijdig vervangen.
Het jaarlijkse onderhoudsbudget voor groen is €10.109.828. Hiermee onderhouden we al het groen inclusief de groenstructuren. Kwalitatief is het groen op orde en zijn er geen achterstanden. Er is daarom geen sprake van het wegwerken van achterstanden. Lopende het jaar kunnen er tijdelijke achterstanden ontstaan door bijvoorbeeld hagen die niet allemaal tegelijk geknipt kunnen worden. Groen wordt vervangen wanneer deze kwalitatief niet meer voldoet, dit doen we op verschillende manieren: aanvullen van beplanting wanneer een (klein) deel is uitgevallen, beplantingsvakken in zijn geheel vervangen (renoveren) en bij een integraal project (herinrichting, in de regel via vitaliseringsbudget).
Nr. 17
Partij De Bossche Groenen
Vraag Extra kunstgrasveld voor OJC Rosmalen (ruim €700.000) 1. Bij voetbalclub BLC in Den Bosch-Zuid is er momenteel slechts één kunstgrasveld. Dat staat niet in verhouding tot de – straks – vijf kunstgrasvelden bij OJC. OJC heeft ongeveer 2.300 leden, BLC zo’n 700 en is groeiende. Bij BLC kunnen trainingen en wedstrijden regelmatig niet doorgaan na hevige regenval, omdat enkele velden op de voormalige vuilstort liggen en de afwatering daar onvoldoende is. Onder het motto gelijke monniken, gelijke kappen is het opmerkelijk dat de ene club wel en de andere geen extra kunstgrasveld krijgt, terwijl daar duidelijk behoefte aan is.
Antwoord Conform vigerend beleid willen we dat de benodigde capaciteit aan sportvelden aansluit bij de vraag uit de omliggende wijken van een vereniging. De groei van een vereniging kan gefaciliteerd worden wanneer deze is te verklaren door de demografische ontwikkeling in het verzorgingsgebied. Vanwege forse woningbouw in het verzorgingsgebied van OJC Rosmalen (Groote Wielen) is een extra kunstgrasveld noodzakelijk om aan de toenemende vraag te voldoen. In het MIP was daarom voor het jaar 2029 ten behoeve van de opvang van extra voetballers in dit deel van de stad een kunstgrasveld opgenomen. De groei van OJC loopt echter voor op deze planning. Het college stelt daarom voor om die geplande uitbreiding in 2029 nu al in te vullen. In 2019 is bij Emplina, FC Engelen, Wilhelmina, OJC Rosmalen en EVVC een kunstgrasveld gerealiseerd. Het zesde kunstgrasveld voor Sportvereniging BLC (SV B.L.C.) is in overleg met en op verzoek van de vereniging uit de aanbesteding gehouden. Samen met BLC is ervoor gekozen om de middelen voor een kunstgrasveld in te zetten voor uitbreiding met een extra natuurgrasveld. Dit is het huidige 5e veld, dat per seizoen 2021-2022 beschikbaar is.
Heeft het college geïnventariseerd bij welke clubs behoefte bestaat aan een extra kunstgrasveld? 18
19
De Bossche Groenen De Bossche Groenen
2. Wat is de overweging om bij de ene club wél en bij de andere géén extra faciliteiten te begroten? 3. Is het college bekend met het feit dat bij flinke regenval bij BLC op bepaalde velden niet gespeeld kan worden, waardoor trainingen en wedstrijden moeten worden afgelast?
Ervanuit gaande dat dit aansluit op vraag 17: Zie antwoord vraag 17.
Het is algemeen bekend dat bij hevige regenval natuurgrasvelden soms niet bespeeld kunnen worden. Dit is niet alleen bij BLC, maar ook bij andere natuurgrasvelden het geval.
20
De Bossche Groenen
Budgetten voor externe inhuur 1. Wat is het gemeentelijk beleid ten aanzien van externe inhuur?
Deze week ontvangt u een collegebrief over dit onderwerp waarin we het gemeentelijk beleid uiteen hebben gezet.
21
De Bossche Groenen
2. Wat is de omvang van de in de begroting 2026 opgenomen budgetten voor externe inhuur, hoe verhoudt zich dat tot de in de begroting 2025 opgenomen budgetten?
22
De Bossche Groenen
3. Hoe verhouden de budgetten voor externe inhuur zich t.o.v. het landelijk gemiddelde?
In de primitieve begroting 2026 is een bedrag van €26,1 miljoen opgenomen voor externe inhuur. Dit is lager dan de primitieve begroting van €28,7 miljoen in 2025. In de regel zien we dat de gerealiseerde externe inhuur hoger uitvalt dan in de primitieve begroting. Dit komt onder andere doordat pas later in het jaar bepaald wordt welk deel van projectbudgetten wordt ingezet voor externe inhuur. Voor nadere toelichting op de ontwikkeling van de gerealiseerde externe inhuur en het hierop gevoerde beleid verwijzen we u naar de collegebrief van 21-10-2025. Deze week ontvangt u een collegebrief over dit onderwerp waarin we onze inhuur t.o.v. een benchmark presenteren.
23
De Bossche Groenen
Aanplant bomen 1. Hoeveel is er begroot voor aanplant bomen?
24
De Bossche Groenen
2. Wat zijn de ambities ten aanzien van aanplant van bomen en in hoeverre liggen we op koers?
25
De Bossche Groenen
Leegstaande gebouwen en ateliers (gemeentelijke panden én particulier) en herontwikkeling
Er is geen afzonderlijk budget begroot specifiek voor de aanplant van bomen. De financiering van toekomstige bomen vindt plaats binnen het bredere investeringsbudget voor vergroening. Dit budget is bedoeld voor de inrichting en versterking van groene openbare ruimte, waaronder ook de aanplant van bomen valt. De ambities voor de aanplant van bomen zijn vastgelegd in het plan ‘Meer Bos in ’sHertogenbosch’. Een deel van dit plan is inmiddels gerealiseerd. De resterende ambitie is opgenomen in het nieuwe programma Groots Vergroenen, waarin ook bredere vergroening van de stad wordt opgepakt. Een belangrijke uitdaging bij de uitvoering is het beschikbare areaal: geschikte locaties voor nieuwe bomen zijn beperkt, mede door ruimtelijke beperkingen en de wens tot meervoudig ruimtegebruik. Binnen deze kaders wordt gewerkt aan verdere realisatie van de ambitie. We liggen op koers binnen de mogelijkheden die de ruimte biedt, en blijven actief zoeken naar kansen om het bomenbestand uit te breiden. Zie bijlage 1.
26
De Bossche Groenen
1. Graag ontvangen we een overzicht van de leegstaande bouwen (gemeentelijke panden en particulier), ook ten opzichte van afgelopen begroting. 2. Graag ontvangen we een overzicht van het aantal ateliers, zowel in verhuurde staat als leegstand.
27
De Bossche Groenen
3. Hoeveel panden zijn de afgelopen 3 jaar herontwikkeld in woningen en gaan er nog herontwikkeld worden?
28
De Bossche Groenen De Bossche Groenen De Bossche Groenen
4. Hoeveel woningen zijn er opgetopt of worden er nog opgetopt?
29
30
Expats Hoeveel expats telt onze gemeente en hoeveel groei wordt er nog verwacht? Braakliggende gronden Graag ontvangen we een overzicht van het aantal hectares braakliggende gronden.
De gemeente 's-Hertogenbosch beschikt over 165 ruimten die als atelier gebruikt kunnen worden in panden die in gemeentelijk eigendom zijn. Op dit moment zijn 15 ateliers beschikbaar voor verhuur. Hiervan worden 8 ateliers aangeboden via een leegstandsbeheerder en 7 ateliers via de afdeling Maatschappelijk Vastgoed. Let op: dit betreft een momentopname. Beschikbaarheid kan variëren. Puur kijkend naar transformatie gaat het in de periode 2022 t/m 2025 om 11 panden met in totaal 180 woningen (waarvan 't Wielsem 10 met 73 de grootste is). Als herontwikkeling door sloop nieuwbouw wordt meegenomen gaat het in totaal om 21 locaties en 714 woningen, met de herontwikkeling van KPN-Zuidwal (220 woningen) als grootste locatie. Voor de periode 2026 t/m 2028 gaat 4 locaties voor transformatie en 15 locaties waar sloop/nieuwbouw plaatsvindt. In totaal gaat het om 863 woningen (waarvan de EKP-locatie met 400 woningen in deze periode de grootste is). Locaties waar eerst woningen gesloopt zijn, zijn niet in deze aantallen meegenomen. Dit wordt niet geregistreerd. Wel is bekend dat er met name bij transformatie van panden gekeken wordt naar de mogelijkheden van optopping (bijvoorbeeld de transformatie van de Ortenseweg 2-4). De gemeente houdt geen cijfers bij over aantallen expats.
Bij SO/WGZ hebben we op dit moment circa 650 ha. in eigendom. Hiervan is ruim 350 ha. uitgegeven in geliberaliseerde of reguliere pacht. Ruim 150 ha. is middels erfpacht en huur of maaibeheer ‘uitgegeven’ en ruim 100 ha. maakt deel uit van een project. Resteert ongeveer 40 ha. aan braakliggende grond waarbij opgemerkt moet worden dat deze grotendeels is bestemd als natuur of incourante gronden (als rest- groenstroken) betreft.
31
De Bossche Groenen
32
De Bossche Groenen
33
De Bossche Groenen
Wachtlijsten Heeft de gemeente inzicht in de wachtlijsten voor sportclubs en (maatschappelijke) voorzieningen? Zo ja, dan ontvangen wij graag een samenvattend overzicht daarvan. Reserves algemeen Hoe hoog zijn de reserves van de gemeente en zijn deze hoger dan vereist of nodig?
Onderbesteding 2025 Om de begroting 2026 te kunnen beoordelen is het van belang inzicht te hebben in de onderbesteding 2025. Vraag: Hoe is hoog is de onderbesteding 2025 (in euro’s), in welke sectoren komt dit voor? Graag een overzicht.
Nee, de gemeente heeft geen inzicht in leden- en wachtlijsten, voor zover verenigingen deze bijhouden. Wel zijn wij geregeld met verenigingen in gesprek waardoor wij een globaal beeld hebben van het wel of niet hebben van wachtlijsten vanuit het perspectief van verenigingen.
De hoogte van alle reserves is opgenomen in Bijlage 6 van de begroting “Staat van reserves begroting 2026”. In de pdf is dit pagina 424 en pagina 425. Alle reserves hebben een door de raad vastgelegde bestemming. De hoogte van deze bestemmingsreserves past binnen deze bestemming zoals door de raad vastgesteld. De enige reserve die geen bestemming kent is de algemene reserve. Een eventueel overschot op deze reserve wordt jaarlijks als incidentele ruimte aan de raad voorgelegd in de Voorjaarsnota. Periodiek screenen wij of de middelen per reserve nog nodig zijn voor het doel waarvoor de betreffende reserve wordt aangehouden. De uitkomsten daarvan leggen we voor aan de raad. De laatste keer dat dat is gedaan is bij de laatste ombuigingsronde geweest in 2020. In het kader van wendbaar begroten screenen we voor de komende verkiezingen de reserves en voorzieningen. De uitkomsten daarvan nemen we mee in het overdrachtsdocument voor de nieuwe raad. We rapporteren onze prognose van de onderbesteding op beleidsvelden in de MARAP. U ontvangt deze rapportage vóór de begrotingsvergadering van 13 november.
34
De Bossche Groenen
Budgetten BOR Wat zijn de budgetten 2026 voor BOR en in hoeverre zijn die toereikend ten opzichte van wat er nodig is?
35
De Bossche Groenen
Voorzieningen algemeen Op bladzijde 428 van de bijlagen bij de begroting staat vermeld het totaal van de geraamde voorzieningen per 1-12026: € 53.015.508. In deze opsomming staan geen voorzieningen voor dubieuze debiteuren. Ingevolge de voorschriften (BBV) worden dergelijke voorzieningen in mindering gebracht op de openstaande vorderingen. Dat kunnen zijn: belastingdebiteuren, uitkeringsdebiteuren, maar ook de overige soorten vorderingen binnen de gemeente Graag inzicht in de stand van de geraamde diverse voorzieningen voor dubieuze debiteuren van de gemeente.
Het totaalbudget voor dagelijks beheer en onderhoud in 2026 bedraagt € 43,2 miljoen. Tot op heden is dit budget voor de huidige ambities en prioriteiten toereikend. In het Beleidsplan Beheer Openbare Ruimte (BBOR) brengen wij in beeld wat onze verwachtingen naar de toekomst zijn. Denk hierbij aan aanpassingen als gevolg van klimaatverandering waarbij meer bomen water moeten krijgen, bestrijding van invasie soorten etc. De omvang van de voorziening voor oninbaarheid bepalen we statisch op balansdatum. De standen van voorzieningen bedroeg per 31-12-2024: − Reguliere debiteuren: € 329.852,67 − Sociale debiteuren: € 5.169.084,11 − Belastingdebiteuren: € 1.558.521,99
36
37
De Bossche Groenen
De Bossche Groenen
Reserves algemeen streefniveau algemene reserve Op pagina 307 van de bijlagen staat onder ‘weerstandscapaciteit’ het streefniveau van de algemene reserve. Die is berekend op 33,7 miljoen. De geraamde stand van de algemene reserve per 1 januari 2026 bedraagt 54,3 miljoen euro. Dit is een surplus van 20,6 miljoen, 52 % meer dan noodzakelijk wordt geacht. Vraag: Op welke wijze gaat het college de raad betrekken bij een zinvolle besteding van dit surplus van bijna 21 miljoen? Effecten septembercirculaire op de begroting 2026 In het raadsvoorstel staat het volgende: “De uitkomsten van de septembercirculaire zijn niet verwerkt in de begroting 2026. Onze begroting is net als in alle voorgaande jaren gebaseerd op de meicirculaire en niet op de septembercirculaire. Wel informeren we de raad tijdig, dat wil zeggen vóór behandeling in de raadscommissies, over de uitkomsten van de septembercirculaire. De uitkomsten voor de meerjarenbegroting 2026 worden op een later moment aan de begroting toegevoegd. Deze werkwijze hanteren we omdat de
Op pagina 307 staat toegelicht welke voorstellen het college doet voor het surplus van de algemene reserve. Dit surplus is bepaald op basis van de stand van de algemene reserve eind 2024 en in de Voorjaarsnota 2026 aan uw raad voorgelegd. Op basis van de jaarrekening 2025 bepalen we opnieuw hoe de stand van de algemene reserve zich verhoudt tot de streefwaarde. Mocht er sprake zijn van een overschot dan leggen wij dit normaliter voor aan de raad in de Voorjaarsnota. Omdat er komend jaar gemeenteraadsverkiezingen zijn is er echter geen voorjaarsnota. Daarom nemen we een prognose van een eventueel overschot mee in het overdrachtsdocument voor de nieuwe raad.
We informeren u via het raadsinformatiebulletin over de uitkomsten van de septembercirculaire vóór de begrotingsbehandeling en verwerken de budgettaire effecten in de actualisatie van de begroting 2026. Het betrekken van de uitkomsten van de septembercirculaire bij de belastingvoorstellen 2026 is een politieke vraag en kunnen wij hier dan ook niet technisch beantwoorden. Overigens is budgettair geen sprake van een surplus van € 6,6 miljoen. In de septembercirculaire zijn namelijk de effecten van de omzetting van een drietal specifieke uitkeringen (SPUKs) naar de algemene uitkering verwerkt. Dit levert onze gemeente geen extra middelen op. Het betreft de volgende posten: Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE) (€ 5.463.681), Regeling heroïnebehandeling (€ 617.119) en overheidsbrede dienstverlening (€ 136.464).
conceptbegroting in de loop van september gepubliceerd moet worden. Alleen op die manier kunnen de bestuurlijke termijnen worden gehaald. Verwerking van de septembercirculaire in de begroting is daardoor niet mogelijk, omdat deze pas op Prinsjesdag verschijnt.” Inmiddels is bekend dat de septembercirculaire 2025 voor de algemene uitkering 2026 van de gemeente ’s-Hertogenbosch een surplus ten opzichte van de meicirculaire aangeeft van circa 6,6 miljoen. Het grootste deel hiervan komt vanuit het cluster infrastructuur, ruimte en milieu. Het college geeft aan dat de raad over de uitkomsten wordt geïnformeerd. Vraag: Aanvullend is het verzoek om ook de effecten op de begroting 2026 en verder en eventueel de belastingvoorstellen 2026 daarbij te betrekken.
38
De Bossche Groenen
Reserves algemeen; ‘slapende reserves’ Volgens de staat van reserves begroting 2026 heeft de gemeente per 1 januari 2026 in totaal ruim 728 miljoen aan reserves. Het gaat om circa 50 reserves. Op een aantal van deze reserves vindt gedurende de komende jaren geen enkele mutatie plaats, en de vraag is of deze reserves nog wel in stand gehouden moeten worden, ook gelet op hun geringe omvang.
De gemeente ’s-Hertogenbosch heeft geen nota reserves en voorzieningen. Wel screenen we periodiek de reserves en voorzieningen. De laatste keer dat dit integraal gedaan is, is bij de ombuigingsronde uit 2020. In het kader van wendbaar begroten starten we dit najaar met een nieuwe integrale beoordeling van de reserves en voorzieningen. De uitkomsten nemen we mee in het overdrachtsdocument voor de nieuwe raad. PS: Ten aanzien van een aantal van de door u aangehaalde reserves geldt, dat inzet al in 2025 plaatsvindt, maar we voorzien dat via budgetoverheveling of kredietoverheveling de uitvoering doorloopt in 2026. Hiertoe zal na het vaststellen van de MARAP respectievelijk jaarrekening 2025 een begrotingswijziging worden gemaakt. De reserve spoorzone met een saldo van EUR 17 zal in de jaarrekening 2025 komen te vervallen.
Voorbeelden zijn; -Reserve excessieve onderzoekskosten archeologie -reserve speeltuinen -reserve spoorzone -reserve natuurbouwprojecten -Reserve energiebesparing
39
De Bossche Groenen
Vraag: wanneer heeft voor het laatst een actualisatie in de vorm van een nota ‘reserves en voorzieningen” plaatsgevonden, en wanneer kan de raad een dergelijke nota weer tegemoetzien? Reserve “uit te voeren werken” Deze reserve heeft op 1 januari 2026 een geraamd saldo van 2.257.000. Het doel van deze reserve staat als volgt omschreven: “Budgetoverheveling van incidentele uitgaven naar komend jaar”.
Het klopt dat niet alle middelen in 2025 zijn ingezet. In het verleden heeft uw raad besloten het overschot dat ontstaan is op incidentele middelen voor armoedebeleid meerjarig voor dit doel te blijven inzetten. We hebben de besteding van deze middelen dan ook over meerdere jaren (t/m 2028) geraamd in de begroting. Het betreft o.a. de resterende middelen TONK, Energietoeslag en het Bossche Ondersteuningsfonds.
Het principe van budgetoverheveling is inderdaad dat bepaalde geraamde uitgaven éenmalig naar volgend jaar overgeheveld kunnen worden. Het ligt dan in de lijn der verwachtingen dat het saldo per 1 januari 2026 (ontstaan in 2025 en eerder) in het jaar 2026 wordt uitgegeven. Echter de uitgaven worden uitgesmeerd over de jaren 2026, 2027 en 2028. Vraag: Graag een nadere toelichting waarom de budgetoverheveling vanuit 2025 niet in 2026 wordt uitgegeven. Nr. 40
Partij CDA
Vraag Algemene en Financiële Vragen – Begroting 2026 Uit welke middelen is het Binnenstadsfonds opgebouwd?
41
CDA
Wat is de huidige status van het Binnenstadsfonds? Zijn de belanghebbenden geïdentificeerd om uiting te geven aan het fonds? Zo ja, zijn er al stappen met belanghebbenden gezet?
Antwoord Het versterken van de Brede Binnenstad en de wens om dit te faciliteren door diverse budgetten binnen één (binnenstad)fonds bijeen te brengen om daarover voorts in prioritering van opgaven ‘vrijelijk’ over te kunnen beschikken, is niet mogelijk. Met name vervangings- en beheergelden zijn één-op-één gekoppeld aan de reeds aanwezige assets. Deze gelden hebben dus al een bestemming en zijn niet vrijelijk inzetbaar. Dit is in de Startnotitie IABB opgenomen, waarover de raad op 2 juli jl. haar wensen en bedenkingen kon uitspreken. We willen wel in de geest van het Binnenstadsfonds werken (zie ook antwoord bij 41). Gelet op het antwoord op vraag 40 worden er geen verdere stappen richting Binnenstadsfonds gezet. Daarmee zijn er ook geen stappen met belanghebbenden gezet. In de brief van 7 oktober met betrekking tot de ‘Afhandeling en stand van zaken openstaande moties en bestuurlijke toezeggingen’ is dit aan de raad kenbaar gemaakt. Wel willen we vanuit de gedachte achter het Binnenstadsfonds gaan werken. Voor de begrotingsjaren 2027 en volgende zijn we binnen diverse budgetten nog enigszins flexibel in de keuze van inzet van middelen en assets. De gebiedsgerichte aanpak, zoals binnen IABB beoogd, kan deze keuzes voor een bepaald gebied bij elkaar brengen en bundelen, waardoor extra slagkracht voor (kwaliteits)maatregelen binnen het gebied
42
CDA
Hoeveel van de €1 miljoen voor verduurzaming maatschappelijk vastgoed wordt verwacht nodig te zijn bij d’n As en wat gebeurt er met het overige geld?
ontstaat. We gaan in de Brede Binnenstad hiermee van start in de Hinthamerdriehoek en het Museumkwartier. We verkennen de oprichting van een verduurzamingsfonds maatschappelijk vastgoed (vraag 211). Om echt in beweging te komen, vragen we nu een eerste impuls van 1 miljoen euro. Dit bedrag zou gezien kunnen worden als het startbedrag van het verduurzamingsfonds. We verwachten het volledige budget van €1 miljoen in te zetten voor de verduurzaming van buurthuis D’n As. Voor dit pand is ook aanvullend DUMAVA-subsidie (Duurzaam Maatschappelijk Vastgoed) aangevraagd (zie vraag 125). De verduurzaming van dit project is van grote waarde, omdat het een essentiële leerervaring biedt op het gebied van uitvoering, kostenbeheersing, impact en het benutten van subsidiemogelijkheden. Deze inzichten zijn van belang voor toekomstige verduurzamingsinitiatieven binnen de gemeente.
43
CDA
44
CDA
45
CDA
Wat wordt verstaan onder “actieve grondexploitatie”? De projecten zijn in drie categorieën opgesplitst, bepaalde projecten vallen daar buiten zoals de ontwikkeling van “Groot Meerendonk”. Wat is daar de reden voor? Kan worden uitgelegd wat de “projectmanagementmethodiek Bosch Model 2.0” behelst? Wat zijn de kaders?
Grondexploitaties die door de gemeente zelf voor eigen rekening en risico worden uitgevoerd. Er is geen specifieke reden. Door de organisatie wordt een grote hoeveelheid aan projecten uitgevoerd. Om de risico-lijst overzichtelijk te houden, is er gekozen voor een classificering. De classificering is opgesteld op basis van de vraag in de motie (structuurfonds, subsidies) en daarnaast is gekozen voor projecten van een grote omvang en in een verdere fase in het planproces. Bosch Model 2.0 is de standaard projectmethodiek van onze organisatie voor integraal en professioneel projectmatig werken. Het bevat de werkwijze en leidraad voor onze medewerkers als we een project uitvoeren zoals o.a. : • •
Projecten worden gefaseerd aangepakt, met duidelijke faseovergangen en toetsbare resultaten. Risicomanagement is een kernonderdeel en wordt actief toegepast vanaf de start.
•
46
CDA
Kan worden uitgelegd hoe de methodiek “stedelijk programmeren” tot stand komt? Wat is de huidige status van de ontwikkeling van deze methodiek? Komt deze methodiek naar de raad of zal het slechts ter kennisgeving zijn?
47
CDA
Hoe is de classificatie laag, midden en hoog voor stikstof en netcongestie tot stand gekomen? Zijn er al consequenties verbonden aan deze classificatie? En waarom is gekozen om “andere specifieke risico’s” niet uit te werken via een classificatie?
De methodiek stuurt op zes beheersaspecten: risico’s, kwaliteit, scope, financiën, planning en communicatie. • Samenwerking tussen opdrachtgever en projectleider is cruciaal; ruimte voor tegenspraak wordt gewaardeerd. • Projectinformatie wordt systematisch vastgelegd en geëscaleerd indien nodig. • Er is aandacht voor competenties en rolverdeling binnen het projectteam. De gemeenteraad wordt de komende tijd op een aantal momenten geïnformeerd over Stedelijk Programmeren: bij I&O op 20 oktober (Bijeenkomst/1263047 Gemeente 'sHertogenbosch , in het overdrachtsdocument, en als onderdeel van het inwerkprogramma voor de nieuwe raad. De methodiek Stedelijk programmeren is uitgewerkt, en wordt nu intern doorontwikkeld en uitgerold. Op basis van de methodiek kunnen we komende jaren tot steeds betere keuzes komen over de inzet van menskracht en middelen voor een zo maximaal resultaat in onze projecten. Er is gekozen om stikstof en netcongestie te specificeren, omdat dit externe factoren zijn die vertragend kunnen werken op ruimtelijke ontwikkelingen. Ondanks dat we zien dat beide onderwerpen een potentieel risico vormen voor onze gemeentelijke ontwikkelingen, is het project- én locatieafhankelijk hoe groot het risico precies is. Hiervoor leveren we maatwerk per project.
Binnen een project wordt bij iedere processtap/fase opnieuw en risicoanalyse gemaakt van de betreffende onderwerpen op basis van de meest recente inzichten/ontwikkelingen. Daarnaast worden eventuele andere specifieke risico's ook meegenomen indien deze zich voordoen.
48
CDA
Hoe worden de risico’s rondom stikstof en netcongestie beheerst bij projecten zoals Groote Wielen en Station Oost?
49
CDA
50
CDA
51
CDA
Zijn er projecten die op dit moment gepauzeerd of vertraagd zijn door externe factoren of waarvoor aanvullende maatregelen nodig zijn? Hoe wordt de raad geïnformeerd over wijzigingen in uitvoeringscapaciteit en de impact daarvan op beleidsdoelen (toezegging periodieke rapportage, enkel niet hoe)? Hoe wordt de prioritering binnen het structuurfonds bepaald en welke projecten dreigen buiten de dekking te vallen?
In de planaanpak van project De Vliert (voorheen: Station Oost e.o.) beoordelen we beide aspecten op mogelijke risico's en mitigerende maatregelen. Op basis van de meeste recente inzichten en bijbehorende rekenmodellen, bepalen we per processtap/projectfase de vervolgstrategie voor de (gefaseerde) gebiedsontwikkeling. Ook blijven we hierover in overleg met alle relevante medeoverheden en andere stakeholders, zoals onder andere Enexis. Voor stikstof betrekken we hierbij ook het 'natuurversterkend ontwikkelen', waarover we u bij de Voorjaarsnota hebben geïnformeerd. Voor netcongestie zijn we in een vroegtijdig stadium het gesprek gestart met de netbeheerder en hebben daar ons project vroegtijdig aangemeld. We blijven hierover met de netbeheerder in gesprek en vullen gaandeweg de planontwikkeling de nadere gegevens aan. Ja, zo is op dit moment Willemspoort vanwege stikstofproblematiek vertraagd. Bij Heesch-West speelt netcongestie een grote rol, deze ontwikkeling loopt wel door, er zijn namelijk mogelijkheden voor aanvullende maatregelen (energy hub). In de P&C documenten wordt u periodiek geinformeerd over afwijkingen met betrekking tot de beleidsdoelen en wordt u gerapporteerd over de voortgang op de projecten. Indien uitvoeringscapaciteit een knelpunt is, dan wordt dit ook expliciet vermeld.
Met de methodiek Stedelijk Programmeren is uitvoeringscapciteit een van de parameters op basis waarop keuzes gemaakt worden over welke projecten geprioriteerd worden. Binnen het structuurfonds is geen prioritering aangebracht.
52
CDA
53
CDA
54
CDA
55
CDA
56
CDA
57
CDA
In het verleden is aangegeven dat de ontwikkeling van de Bossche Stadsdelta haast heeft vanwege de NOVEX-gelden. Hoe is de koppeling NOVEX-gelden en Bossche Stadsdelta? In de begroting lijkt de koppeling enkel te zitten in de Integrale parkeeroplossingen en Transitie oude A2-as inclusief aanpalende maatregelen dan wel dat het risico beheerst (kan) blijven door gesprekken met het Rijk. Veiligheid en sociaal Domein – Begroting 2026 In de media wordt gesproken over een “crack-epidemie” en een landelijke trend. Heeft de gemeente zicht op het aantal drugsverslaafden? Zo ja, is er ook inzicht in het type drugs dat deze personen gebruiken? Wat voor effect heeft dit op de handelsnetwerken? Is er zicht op welke kwetsbare doelgroepen in aanraking komen met crack? Is er inzicht in de problematiek van deze kwetsbare doelgroepen? Houdt handhaving en politie hier extra zicht op? (heeft betrekking op bovenstaande problematiek)
Het NOVEX-geld is verkregen als subsidie voor het realiseren van infrastructurele maatregelen. De prestatie die moet worden geleverd betreft het tijdig starten van de realisatie, c.q. het opleveren, van de 4.800 woningen die in de NOVEX-afspraken zijn vastgelegd. Hierover vindt continue monitoring plaats, in samenwerking met het Rijk. Vertraging in de (voorbereiding van de) realisatie van de woningen (ook samenhangend met de infrastructurele maatregelen) wordt daarmee zoveel mogelijk voorkomen. Bepaalde risico's blijken echter hardnekkig (o.a. stikstof, netcongestie), waardoor een continu beroep gedaan moet blijven worden op het Rijk, om die problemen urgent op te pakken.
Deze vraag staat los van de inhoud van de programmabegroting en wordt daarom als reguliere technische vraag behandeld. Het lukt nu ook niet dit snel goed in beeld te brengen. De beantwoording aan de vragensteller volgt uiterlijk eind oktober.
Zie vraag 53 Ja, er is zicht op deze doelgroep. Het gebruik van crack wordt voornamelijk gesignaleerd bij personen die dakloos zijn of dreigen dakloos te raken. Deze groep is doorgaans al langere tijd bekend binnen de gebruikersscene. Ja, er is sprake van complexe problematiek op vrijwel alle leefgebieden. Zie vraag 53
58
CDA
59
CDA
60
CDA
61
CDA
In de begroting 2026 is binnen het programma Gelijke kansen op financiële redzaamheid: maatschappelijke participatie kinderen een daling te zien van €751.135 in 2025 naar €585.050 in 2026 — een verlaging van €166.085. Waardoor wordt deze afname veroorzaakt? Gaat het om het beëindigen of afschalen van specifieke projecten of subsidies, of betreft dit een administratieve of tijdelijke verschuiving? Op pagina 50 staat dat de gemeente “nieuwe vrijwillige inzet realiseert op verschillende manieren, waaronder het benutten van de potentie van inwoners in een kwetsbare situatie”. Ook wordt gesproken over “het verlagen van de drempel naar bestaande organisaties” en “het benutten van evenementen in de gemeente”. Wat wordt hiermee concreet bedoeld? Over welke doelgroep(en) gaat het hier en op welke wijze wordt de potentie van deze inwoners in een kwetsbare situatie benut?
Het betreft geen daadwerkelijke afname. In de Begroting 2025 is per abuis een te hoog bedrag opgenomen voor de subsidieregeling Maatschappelijke Participatie Kinderen. In werkelijkheid is voor het jaar 2025 aan de diverse subsidie-ontvangers in totaal een bedrag van € 580.410 verstrekt. Dit is ook het bedrag dat begroot had moeten zijn in de Begroting 2025. Voor 2026 is dit bedrag geïndexeerd.
Dit betreft een administratieve verschuiving.
Het verlagen van de drempel naar bestaande organisaties gebeurt op verschillende manieren: - Er is bij Galant een functie drempelnemer ingevoerd om de match tussen een persoon in kwetsbare situatie en een organisatie te begeleiden. Dat heeft inmiddels tot succesvolle introductie van nieuwe vrijwilligers geleid. - Het WK-handbal is aangegrepen om op allerlei manieren nieuwe vrijwilligers in te zetten met ondersteuning van bestaande organisaties in de gemeenschap. Er verschijnt hierover in december een documentaire.
Het gaat over een grote variëteit aan doelgroepen en betroken organisaties in de beweging #vaniknaarwij: kinderen via o.a. Maaspoort Kids, jongeren - ook met een kwetsbare mentale gezondheid via o.a. Brabant Maatjes, #JoinUs, Jongerenwerk073, TOM en FC Den Bosch Foundation, nieuwkomers via het Participatiehuis waaronder
Zelfie (vrouwelijke statushouders) en via Welkom in Den Bosch, mensen in armoede via o.a. Quiet, senioren via o.a. Oudersociëteit Maaspoort, Hevo, ouderenwerk Farent en HCDB, via Heemkundekringen en Erfgoed 's-Hertogenbosch.
62
CDA
Welke maatregelen of projecten worden bedoeld met het verlagen van de drempel naar bestaande organisaties?
63
CDA
64
CDA
En op welke manier worden evenementen in de gemeente benut in dit kader (bijvoorbeeld voor werving, promotie of inzet tijdens evenementen)? In de begroting is op pagina 61 te zien dat het budget voor Eenzaamheid/vrijwilligers (structureel) is verlaagd van €1.064 naar €0. Tegelijkertijd zijn op andere onderdelen binnen het sociaal domein intensiveringen zichtbaar.
Mensen worden uitgenodigd bij te dragen op dat wat zij wel kunnen en op waar hun passie naar uitgaat. De drempelnemer, tot stand genomen na overleg met het aanjaagteam om te komen tot adequate acties. Bij NIO-bijeenkomsten worden organisaties/projecten geïntroduceerd om verbinding met bestaande informele ondersteuning tot stand te brengen. De opdracht aan S-PORT, Huis73 en Galant via ‘Gastvrije en toekomstbestendige organisaties’ om verenigingen en organisaties – samenwerkend - te ondersteunen. Lang Leve...! is een manier om senioren die de weg naar een veelheid van al bestaande activiteiten niet makkelijk vinden daartoe uit te nodigen. Verenigingen en organisaties worden gefaciliteerd als zij met ideeën komen en/of in verbinding met ervaringsdeskundigen (via Markieza), met Koo, met Welkom in Den Bosch, Quiet etc. Denk aan Buurtkamers, Petanquevereniging Bois le Duc, diverse kinderboerderijen, St. Havenconcert, Bossche Buurt Bazaar. Erfgoed 's-Hertogenbosch, St. Weeshuisjes en vele anderen. Evenementen worden benut om mensen bij te laten dragen.
De aanpassing Eenzaamheid/vrijwilligers structureel is een technische wijziging. Het inzetten op eenzaamheid en vrijwilligers komt terug in diverse subsidies en programma's.
65
CDA
66
CDA
67
CDA
68
CDA
69
CDA
Kan het college toelichten wat de systematiek is achter deze verschuivingen tussen budgetten? Betekent deze wijziging dat activiteiten of projecten op het gebied van eenzaamheid of vrijwilligerswerk zijn beëindigd, of zijn deze middelen ondergebracht bij andere programma’s? Hoe wordt geborgd dat de inzet voor deze doelgroepen op peil blijft? Cultuur en Gemeenschapsvoorzieningen – Begroting 2026 Hoeveel ouderenorkesten zijn er in ’sHertogenbosch en wat is de hoogte van de subsidies die zij ontvangen? Op basis van welke regeling worden deze subsidies verstrekt? In de begroting staat dat de huisvesting van het Bosch Amateur Cultuurhuis (BACH) op orde moet worden gebracht. Wat wordt hiermee bedoeld en wat is de bijbehorende investering?
De culturele sector moet op het gebied van marketing en communicatie beter gaan samenwerken met Den Bosch
De wijziging komt o.a. terug in de subsidieregeling "Goed voor Elkaar” en programma's Aanpak Eenzaamheid, Sociale Structuur en Samen Gezond.
De inzet op vrijwilligers en eenzaamheid wordt geborgd in de Aanpak Eenzaamheid en het programma Sociale Structuur. Binnen de subsidieregeling Basisondersteuning Amateurkunsten 2025 zijn vier orkesten die zich expliciet profileren als een ‘ouderenorkest’. Zij hebben allemaal €1.250 subsidie ontvangen in 2025.
De pilot met de stichting Bosch Amateur Cultuurhuis (BACH) is in 2024 omgezet naar een structureel gebruik van de locatie door de BACH. In dit kader zijn, naast het hanteren van een kostendekkende huur, ook voorzien in onder andere de verbetering van de sanitaire voorzieningen en de uitvoering van groot onderhoud aan het pand. Vanuit het bestuursakkoord is structureel € 57.150,- (2025) beschikbaar is voor huurkosten waarmee de gemeente BACH ondersteunt in het realiseren van een duurzame en toekomstbestendige exploitatie. De organisaties met meerjarensubsidie staan in nauw contact met DBP. De evenementen worden prominent meegenomen in de communicatie-uitingen van ZinInDenBosch.
Partners. Op welke wijze wordt hier invulling aan gegeven?
70
71
CDA
CDA
Al jaren staat er een subsidie op de begroting voor huisvestingskosten van Amantius (€ 21.350) en de Koninklijke Harmonie (€ 15.530). Is er ooit onderzoek gedaan naar gezamenlijke huisvesting voor harmonieën, fanfares (zoals Exempel) en andere gezelschappen? Verstedelijking en Wonen – Begroting 2026 Waarom nemen de lasten binnen het programma Verstedelijking en Wonen toe van € 55,3 miljoen in 2024 naar € 99,6 miljoen in 2025, en dalen vervolgens weer naar € 76,3 miljoen in 2026?
72
CDA
Wat is de herkomst van de mutaties onder de post ‘Afdracht reserve grote werken door Grondbedrijf’, en hoe verhouden deze mutaties zich tot de bouwgrondexploitatie?
Aanvragers bij onze cultuurfondsen moeten activiteiten die in 's-Hertogenbosch plaatsvinden aanmelden bij DBP voor de Uitagenda van ZinInDenBosch. Verder werkt de culturele sector ook op strategisch niveau samen met DBP voor de ontwikkeling van de culturele visie. Dit geldt eveneens op tactisch niveau, bijvoorbeeld waar het gaat om de ontwikkeling van het cultureel wijkenprogramma. Er is eerder een inventarisatie gedaan naar de huisvesting van amateurgezelschappen. Het beleidskader Accommodatiebeleid (9 juni 2020) waarbij wordt ingezet op multifunctioneel gebruik van gemeentelijke panden en het delen van ruimte is hierbij het uitgangspunt geweest. Op het moment dat er vanuit de verenigingen nieuwe huisvestingsvragen komen brengen wij vraag en aanbod samen. Dit heeft te maken met de fasering binnen de projecten. Zo zijn kostenposten zoals het van bouw- en woningrijp maken en grondaankopen afhankelijk van de planning van uitvoering en kunnen in een jaar zorgen voor fluctuaties. Voor 2025 e.v. zit er nog een boekhoudkundige technische aanpassing in dat op grond van gewijzigde financieel beleid, investeringen ten laste van het structuurfonds in de voorbereidings- en planstudiefase niet langer als investering maar als exploitatie worden gezien (bijvoorbeeld in 2025 de bijdrage vanuit het structuurfonds voor de grondexploitatie voor Bossche Stadsdelta).
Gemeentelijke grondexploitaties met een verwacht positief resultaat en particuliere initiatieven (kostenverhaalsprojecten) dragen bij aan de bovenwijkse voorzieningen die door de gemeente worden gerealiseerd. Dit zijn werken, maatregelen en voorzieningen die van belang zijn voor een groot deel van de stad. In de berekening van de bijdrage
73
CDA
74
CDA
Wat betekent de post ‘Vrijvallende kapitaallasten GB –32 / –54 / –88’ concreet voor de projecten die momenteel in uitvoering zijn? Hoe groot is het weerstandsvermogen van het Grondbedrijf ten opzichte van de risico’s zoals genoemd in de FPG 2025?
75
CDA
Welke investeringen vallen onder het Grondbedrijf en wat is de verwachte terugverdientijd van deze investeringen?
76
CDA
77
CDA
Hoe is het taakveld Ruimtelijke Ordening (8.1) financieel verbonden met Grondexploitatie (8.2) en Wonen en Bouwen (8.3), en waarom is het saldo in 2026 € 8,9 miljoen positief? Bereikbare Stad, Dorpen en Wijken – Begroting 2026 Wat is de actuele status van het MIRT A2-fietsnetwerkproject, en wanneer worden de investeringen van € 5,75 miljoen verwacht?
wordt het draagkrachtbeginsel toegepast, dat wil zeggen dat bijvoorbeeld duurdere woningen in verhouding meer moeten bijdragen dan sociale woningen. Geen impact op projecten in uitvoering. Verschil in latere jaren door lager wordende kapitaallasten als gevolg van lagere rentelasten door toekomstige afschrijvingen.
De algemene reserve grondbedrijf is bedoeld om risico’s te kunnen opvangen. Deze risico’s kunnen conjunctureel van aard zijn, of specifiek voor één of meerdere projecten gelden. De algemene reserve is momenteel gelijk aan het benodigde weerstandsvermogen en bedraagt per 31-12-2024 € 54,89 miljoen. De investeringen die vallen onder het grondbedrijf zijn divers. Hieronder vallen onder andere de kosten voor het bouw- en woonrijpmaken, verwervingen en plankosten. De terugverdientijd van deze investeringen is van veel factoren afhankelijk. Gemiddeld kan gesteld worden dat deze periode tussen de 5 jaar (kleine ontwikkelingen) en 15 jaar ligt (grootschalige ontwikkelingen). Er zit geen financiele verbondenheid tussen de taakvelden, maar het kan wel zo zijn dat een product is opgebouwd uit meerdere taakvelden. Het saldo in 2026 op de baten en lasten is inderdaad positief, dat betekent dat we in 2026 meer verwachten uit te geven dan dat er binnen komt. Dit heeft o.a. te maken met de kosten die we maken voor de projecten die we uitvoeren, waarbij de baten pas laten worden genomen. De Mirt A2 staat ‘’on hold’’ zoals eerder aan u gemeld, een keuze van het rijk. Deze keuze is gemotiveerd door een vraagstelling vanuit zowel stikstof als een herprioritering vanuit financiering voor wegonderhoud. Wij blijven met de regio samen een lobby voeren richting ministerie en Tweede Kamer.
Voor de snelfietsroute F2 (Zaltbommel –’s-Hertogenbosch) geldt dat hier al verschillende delen zijn gerealiseerd. De fietsbrug over de Zandzuigerstraat en de aansluiting op de Nelson Mandelalaan / Vogelstraat staan gepland voor 2026.
78
CDA
Waarom nemen de lasten voor het programma ‘Bereikbare stad, dorpen en wijken’ toe van € 20,1 miljoen in 2024 naar € 25,6 miljoen in 2026?
79
CDA
Welke risico’s zijn verbonden aan de herinrichting van de Parallelweg en Magistratenlaan, en hoe wordt de investering van € 1,375 miljoen gedekt?
80
CDA
Wat is de businesscase voor de vervanging van leenfietsen en uitgiftesystemen bij de Transferia?
81
CDA
82
CDA
83
CDA
Hoe wordt bepaald of de huidige capaciteit van fietsparkeervoorzieningen nog toereikend is? In de motie een aantrekkelijke, fietsvriendelijke binnenstad wordt gevraagd om de behoefte aan stallingsplekken, aanpak van fietswrakken en bewegwijzering naar fietsers en voorzieningen (zoals wc’s) met prioriteit aan te pakken. Wat is de huidige status daarvan? Waarom is gekozen voor volledige gemeentelijke dekking bij het project
De lasten over 2024 betreft een jaarrekeningresultaat en de lasten voor 2026 betreft een begroot getal. In 2024 hadden we t.o.v. de begroting 2024 een voordeel in verband met lagere uitgaven dan begroot. Daarnaast zien we dat in 2026 de lasten toenemen ten gevolge van (prijs)indexaties en extra kapitaallasten in verband met investeringen die gedaan worden in het programma. Aan de herinrichting van de Parallelweg (deel door plangebied IKDB en EKP-Noord) zien we geen bijzondere risico’s, als dat samen op kan lopen met de gebiedsontwikkeling. De herinrichting Magistratenlaan kent risico’s ten aanzien van bereikbaarheid van de omliggende voorzieningen tijdens de werkzaamheden. De investering wordt gedekt uit een bijdrage uit de grondexploitatie en bijdrage vanuit de Novex. Vanuit de doelstelling van de transferia om bezoekers aan de stad parkeerfaciliteit te bieden met toegankelijk vervoer van en naar het centrum, hebben leenfietsen en het uitgiftesysteem een belangrijke rol in het natransport naar de binnenstad. Samen met de transferiumbus dienen ze een maatschappelijk belang. Er is niet perse een businesscase voor de leenfietsen en het systeem, we betalen beiden binnen de brede parkeerexploitatie. We kijken hiervoor naar de bezettings- en gebruikscijfers van de fietsenstallingen (transferia, fietsparkeergarages en fietsenstallingen in het openbaar gebied).
Zo kunnen we pro-actief bijsturen. We nemen deze motie over fietsen in de binnenstad mee met Integrale Aanpak Brede Binnenstad. Hiervoor verwijzen we naar de vastgestelde Startnotitie. Wat betreft het verwijderen van fietsen: we verwijderen op regelmatige basis zowel weesfietsen als fietswrakken uit de openbare ruimte volgens een vastgestelde procedure op basis van de APV. Daarbij is het goed om het verschil tussen een wrak en een weesfiets scherp te hebben, zoals uitgelegd in de art. 71 vragen die onlangs zijn gesteld. Handhavers bezoeken structureel fietsenrekken en locaties met overlast om deze fietsen te controleren en te labelen. Het gaat hier om de aanschaf ter vervangingen van fietsen die worden gebruikt voor het uitvoeren van parkeertoezicht. Deze investering wordt terugverdiend uit de opbrengsten vanuit parkeertoezicht (naheffingsaanslagen).
‘Fietsen parkeertoezicht e-parkeren’ en niet voor cofinanciering? Welke locaties zijn opgenomen in het project ‘Aanpak onveilige infrastructuur’, en hoe wordt de prioritering van deze locaties bepaald?
84
CDA
85
CDA
Hoe verhoudt het saldo van het programma Bereikbare stad zich tot de structurele lasten in de meerjarenraming 2027–2029?
86
CDA
Ruimtelijke Ontwikkeling en Mobiliteit – Begroting 2026 Komend voorjaar wordt de brug over de Zuid-Willemsvaart bij Nieuwenhagen gerealiseerd. In het verleden was hiervoor € 600.000 gereserveerd, maar dit bleek niet toereikend. Nu staat in de begroting dat er mogelijk een bijdrage komt vanuit het programma ZuidWillemspark. Is het nieuwe ontwerp ook niet te realiseren binnen het
De prioritering van deze projecten wordt enerzijds bepaald op basis van de uitgevoerde risicoanalyse behorende bij het Verkeersveiligheidsplan. Anderzijds wordt ook gekeken of we werk met werk kunnen maken, dus daar waar vanuit bijvoorbeeld wegonderhoud, riolering of gebiedsontwikkeling wegen worden aangepakt, kijken we ook of we direct een veiligheidswinst kunnen behalen, ondanks dat zo’n locatie wellicht vanuit veiligheid lager staat geprioriteerd. Van de locaties uit de eerder opgestelde risicoanalyse hebben we meerdere locaties aangepakt of zijn in voorbereiding. De risicoanalyse verkeersveiligheid wordt op dit moment geactualiseerd op bassi waarvan we in Q1-2025 komen tot een nieuwe lijst. Deze zal dan ook worden gedeeld met de raad. Het saldo van het programma bereikbare stad bedraagt over de jaren 2027-2029 respectievelijk -/- € 2.772, -/- € 2.909 en -/- € 3.037. Dit wordt verklaard doordat op dit programma de volledige parkeerinkomsten worden verantwoord. De lasten op dit programma bedragen respectievelijk € 26.351, € 25.997 en € 25.791. Daarbij dient te worden opgemerkt dat de lasten van overhead niet op dit programma zijn verantwoord. Het nieuwe ontwerp is te realiseren binnen het beschikbare budget. Er zijn geen extra middelen nodig.
beschikbare budget en zijn er extra middelen nodig? In de begroting staat dat de parkeerbelasting in 2026 afneemt ten opzichte van 2025 (€ 26.121.000 in 2025 en € 25.926.000 in 2026). Hoe komt u tot deze aanname? Wordt het begrote bedrag in 2025 niet gehaald?
87
CDA
88
CDA
In het kader van duurzaamheid wordt gesproken over 50 grote bedrijven waar mogelijk zon-op-dak gerealiseerd kan worden. Zijn deze bedrijven al geselecteerd en lopen hierover al gesprekken? Hoe is tot dit aantal gekomen?
89
CDA
In de Brede Binnenstad wordt sinds 2022 gesproken over sfeergebieden. We kennen inmiddels de gebiedspaspoorten. De uitvoering verloopt traag. Staan er gebieden voor 2026 in de planning, dan wel welke gebieden zijn momenteel in uitvoering?
90
CDA
In de begroting van 2025 is € 500.000 opgenomen voor aanlegplaatsen voor pleziervaartuigen in de Aa, ZuidWillemsvaart en mogelijk de Dieze. Wat
In de tabel “Wat kost het” van programma “Bereikbare stad, dorpen en wijken” (pagina 117) is zichtbaar dat de begrote opbrengsten in 2026 voorzien zijn op € 26.121.000,-. Dat is meer dan de begrote opbrengsten in 2025 (€ 25.156.000,-). Er is dus geen sprake van een afname. De stijging is voornamelijk gebaseerd op indexering van tarieven. In antwoord op het tweede gedeelte van de vraag, het begrote bedrag in 2025 wordt niet helemaal behaald. Hiervoor wordt verwezen naar de bestuursrapportage 2025. Netcongestie heeft er lange tijd voor gezorgd dat er geen interesse was voor het plaatsen van zonnepanelen. Bedrijven konden hun opgewekte stroom niet voldoende terugleveren om de businesscase rendabel te maken. Nu zijn er oplossingen bedacht waarbij zonne-energie een belangrijke rol kan spelen, zoals bij energiehubs. Op zowel de bedrijventerreinen de Rietvelden als de Brand zijn er inventarisaties uitgevoerd om het potentieel zon-op-dak in kaart te brengen. Deze potentie is belangrijk om de mogelijkheden voor energiehubs te bepalen. Op beide terreinen worden deze energiehubs nu met ondernemers verkend. De eerste gebiedspaspoorten zijn opgesteld en in gesprekken met ondernemers, vastgoedeigenaren en bewoners verder aangescherpt. Ook zijn in enkele sfeergebieden pilots gestart, onder meer rond vergroening, tijdelijke invullingen en gezamenlijke programmering.