CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport Rekenkamer Theater aan de Parade

Gemeenteraad 8 oktober 2024, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Onderzoek rekenkamer ‘Theater aan de Parade – Lessen voor de bühne?’47.594 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 6

88

ambities, waardoor het publieke belang van het theater onvoldoende centraal stond. We delen met u dat de aandacht in het debat met de gemeenteraad vaker uitging naar de locatie en het nut en de noodzaak van een nieuw theater in plaats van de inhoudelijke doelstellingen. Dat betekent echter niet dat onze culturele ambities niet zijn vertaald binnen het uiteindelijke ontwerp van het theater. Het gebouw dat is gerealiseerd, is niet zomaar willekeurig zo neergezet. Zo is in april 2011 op basis van een discussienotitie door de toenmalige commissie Maatschappelijke Ontwikkeling gedebatteerd over de podiuminfrastructuur binnen de gemeente 's-Hertogenbosch. Destijds is onder meer uitgesproken dat het de wens is om de diversiteit van de podia te handhaven. En is ook gesproken over het type theater dat wenselijk is voor onze stad. De uitkomsten van de discussie over de podiuminfrastructuur zijn meegenomen in het raadsvoorstel ‘Kaderstelling vernieuwing Theater aan de Parade’, waarmee de gemeenteraad in juli 2011 koos voor nieuwbouw en voor een theater dat bestaat uit een grote en/of middenzaal. Onder meer op basis van rapporten van Arpots en Langeveld Consultancy is in de jaren daarna een Programma van Eisen (PvE) opgesteld voor het nieuwe theater. Dat PvE beschrijft een gebouw dat bestaat uit een grote zaal met een groter podium dan het oude theater en een multifunctionele tweede zaal.

We hebben er ook altijd naar gestreefd om een theater te realiseren dat zo flexibel mogelijk is. Want we wilden een theater bouwen dat minstens veertig jaar (en het liefst nog veel langer) meegaat. Hiervoor is het nodig dat het theatergebouw veel mogelijkheden biedt voor de exploitatie en kan meebewegen met de ontwikkelingen binnen de theaterwereld en bredere podiumkunsten. U zult begrijpen dat die ontwikkelingen zich moeilijk vooraf laten voorspellen over een dergelijke lange periode. Vanuit dat perspectief zijn we van mening dat we juist wel aandacht hebben gehad voor het publieke belang van het theater. Om er zo zorg voor te dragen dat inwoners en bezoekers van het theater er ook in de verre toekomst nog van voorstellingen kunnen genieten. Waar het gaat om de culturele beleidsdoelstellingen maken we uit uw rapport op dat u ervoor pleit om deze SMART te maken. In 2022 heeft het college in reactie op het onderzoek dat u uitvoerde naar de impact van cultuursubsidies aangegeven hoe we ons willen verhouden tot de culturele organisaties in onze gemeente. We geloven in een bestuursstijl die uitgaat van samenwerking en vertrouwen, in plaats van afrekenen op basis van prestatieafspraken. Door in te zetten op waarden als partnerschap en vertrouwen zorgen we voor een klimaat waarin ruimte is voor creativiteit.

Ook zorgen we er zo voor dat de organisaties zich meer kunnen richten op hun taak. Door die ruimte komt creativiteit tot bloei. De ruimte voor de culturele programmering die we in dit licht aan het theater geven, is ook zeker niet uniek. Andere steden in Nederland, waaronder ook Tilburg en Breda, kiezen eenzelfde lijn in relatie tot hun theaters. Vanzelfsprekend blijven we de inhoudelijke culturele ontwikkelingen binnen het Theater aan de Parade wel nauwgezet volgen. Deze zijn ook onderwerp van gesprek in de (voortgangs)overleggen die met de Raad van Commissarissen en directie van ZNTM b.v. plaatsvinden. Tot slot Zoals in de inleiding door ons is aangegeven, is uw onderzoek van grote waarde om op basis van uw inzichten te kunnen leren voor toekomstige grote projecten. We herkennen ons ook zeker in verschillende bevindingen van uw onderzoek. Tegelijkertijd hebben we in deze brief geschetst in welke soms ingewikkelde omstandigheden en grote dynamiek dit project gerealiseerd moest worden. En dat we in dat licht op onderdelen vanuit een ander perspectief kijken naar uw conclusies en aanbevelingen. Er zijn verschillende lessen te trekken voor de toekomst.

Maar we zijn over het geheel genomen van mening dat we kunnen terugkijken op een proces dat recht heeft gedaan aan zowel de politieke dynamiek rondom dit dossier en de wensen die daarbinnen leefden, als de eisen om te komen tot een goed functionerend theater. Als Rekenkamer oordeelt u anders. U bent van mening dat – in ieder geval voor een deel – door ons niet professioneel is gewerkt binnen de politieke context. Waar het gaat om ons eigen handelen vinden we dat dit over het geheel genomen - binnen de mogelijkheden die er waren - wel is gebeurd. Wij vinden ook dat het projectteam professioneel heeft

89

gewerkt. Zeker gezien de in deze brief geschetste dilemma's en vele uitdagingen waarmee het project vanaf de start is geconfronteerd. In uw rapport maakt u een vergelijking tussen het Theater aan de Parade en de projecten Amare in Den Haag en de Noord-Zuid metrolijn in Amsterdam. Natuurlijk zijn we het met u eens dat we lering kunnen en moeten trekken uit de wijze waarop we een complex project zoals de bouw van een nieuw theater hebben gerealiseerd. De genoemde projecten waar u het theater mee vergelijkt zijn in onze ogen qua gradatie echter wel van een andere orde. In deze brief hebben we verschillende leerpunten genoemd op basis van het onderzoek dat u heeft gedaan. In die zin heeft uw rapport een verdere impuls gegeven aan ons leerproces. Voordat u uw onderzoek naar het Theater aan de Parade begon, is dat leerproces al op gang gekomen. De lessen die we hierin hebben geleerd, hebben wij meegenomen bij andere grote fysieke projecten waar wij op dit moment aan werken. Zo kent een project als de verbouwing van Huis73 een in verhouding grotere post Onvoorzien dan bij het nieuwe theater. En gaat in een vroegtijdig stadium meer aandacht uit naar de toekomstige exploitatie van Huis73, waarover ook de gemeenteraad is geïnformeerd. Tevens is inmiddels een (de)escalatie model opgesteld om beter toezicht te kunnen houden op verbonden partijen zoals het theater (ZNTM b.v).

Dit vanuit het oogpunt van aansturing, controle en governance. Bij een project als de herhuisvesting van het Design Museum besteden we bovendien nog meer aandacht aan omgevingsmanagement (participatie, WOO-verzoeken, procedures). In zijn algemeenheid geldt wel dat we er bij nieuwe fysieke projecten steeds vaker tegenaan lopen dat de betaalbaarheid voor gebruikers meer en meer onder druk komt te staan wanneer vastgehouden wordt aan bestaande financiële kaders. Dit heeft onder meer te maken met grotere lasten die ontstaan door een hoger OZB-gebruikersdeel en kosten die samenhangen met verduurzaming. We – college én gemeenteraad – kunnen onze ogen niet sluiten voor dit vraagstuk en de gevolgen die dit heeft voor de gebruikers. Dit betreft overigens een opgave die veel breder speelt dan alleen op het gebied van cultuurvoorzieningen. Zoals u uit het voorgaande kunt opmaken, hebben veel aspecten die u in uw onderzoek benoemt onze aandacht. En nemen we maatregelen om hier in de toekomst op een andere en betere manier mee om te gaan. Een antwoord op de dilemma's die wij eerder in deze brief schetsten, hebben we echter nog niet. Tot dat antwoord kunnen wij als college ook niet alleen komen. Daarom gaan wij vooral juist hierover graag het gesprek aan met de gemeenteraad.

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van ‘s-Hertogenbosch, De gemeentesecretaris, De burgemeester,

drs. B. van der Ploeg

drs. J.M.L.N. Mikkers

90

Bijlage 3: Nawoord rekenkamer De rekenkamer heeft met waardering kennisgenomen van de reactie van het college op het rapport ‘Theater aan de Parade - Lessen voor de bühne?’. Het verheugt ons dat het college hieruit lessen wil trekken, ook ten aanzien van de eigen rol. Het college schrijft dat de inzichten uit het rapport van grote waarde zijn om het bij projecten in de toekomst beter te kunnen doen. Het college geeft aan dat het zich in verschillende bevindingen herkent en schetst daarbij twee, voor ons herkenbare dilemma’s. Deze gaan beide over de spanning tussen de privaatrechtelijke en publieke belangen van de gemeente. De dilemma’s onderstrepen het belang van heldere afspraken tussen college en raad over de inhoud en wijze van informeren en het betrekken van de raad bij besluitvorming. Deze dilemma’s worden nu - achteraf – geduid. Het zou goed zijn als college en raad dit voortaan aan de voorkant met elkaar bespreken en hier afspraken over maken. De opmerkingen over het risicomanagement zijn herkenbaar en reëel. Dit brengt bij alle grote projecten in alle gemeenten afwegingen met zich mee. Ook hiervoor geldt: maak vooraf afspraken tussen raad en college. En tegelijkertijd geldt ook: dit wetende, ben niet verbaasd als projecten desondanks duurder uitvallen. Tot ons genoegen meldt het college dat er al gewerkt wordt aan veel aspecten uit het onderzoek.

En dat maatregelen worden genomen om hier in de toekomst beter mee om te gaan. Het hoofddoel van het onderzoek is immers gericht op het trekken van lessen voor de toekomst. Het college geeft in zijn reactie aan de vergelijking met projecten als Amare in Den Haag en de NoodZuid-metrolijn niet terecht te vinden. De rekenkamer tracht met de passage niet een precieze vergelijking te maken met de projecten of de uitvoering daarvan. Wij willen hiermee aangeven dat het voor raad (raden) en college (colleges) lastig blijkt de lessen t.a.v. de politiek-bestuurlijke besluitvorming in de praktijk te brengen. Voor het bestuur van ‘s-Hertogenbosch geldt dan ook dat raad en college echt moeten willen leren van het door de Rekenkamer gepubliceerde rapport. Wij gunnen het college en gemeenteraad dat zij de tijd en een vorm weten te vinden om met elkaar een constructief gesprek te voeren naar aanleiding van het rapport van de rekenkamer en de bestuurlijke reactie erop. In de reactie van het college zien wij geen aanleiding om de conclusies en aanbevelingen in het rapport aan te passen. Rekenkamer ’s-Hertogenbosch, 22 augustus 2024

91

Colofon Rekenkamer ’s-Hertogenbosch Postbus 12345 5200 GZ ’s-Hertogenbosch rekenkamer@s-hertogenbosch.nl www.rekenkamershertogenbosch.nl

Colofon Rekenkamer ’s-Hertogenbosch Postbus 12345 5200 GZ ’s-Hertogenbosch rekenkamer@s-hertogenbosch.nl www.rekenkamershertogebosch.nl

Colofon Rekenkamer ’s-Hertogenbosch Postbus 12345 5200 GZ ’s-Hertogenbosch rekenkamer@s-hertogenbosch.nl www.rekenkamershertogebosch.nl

Colofon Rekenkamer ’s-Hertogenbosch Postbus 12345 5200 GZ ’s-Hertogenbosch rekenkamer@s-hertogenbosch.nl www.rekenkamershertogebosch.nl

Colofon 1

Rekenkamer ’s-Hertogenbosch Postbus 12345 5200 GZ ’s-Hertogenbosch

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14495307/1