CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Omgevingsdienst Brabant Noord jaarrekening 2025 incl. controleverklaring

Gemeenteraad 7 juli 2026, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Zienswijze ontwerpbegroting 2027 van de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN)36.892 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving Nu en in de toekomst

Jaarstukken 2025

’s-Hertogenbosch, 19 maart 2026

Flynth Audit B.V. geheel document digitaal gewaarmerkt voor identificatiedoeleinden J.S. ODBN Jaarstukken 2025

30-03-2026

1

2

Voorwoord

3

Geachte bestuurders, raads- en statenleden, Met enige trots presenteren wij de jaarstukken over het begrotingsjaar 2025. In 2024 zijn de voorbereidingen getroffen voor de UHS (Uitvoerings- en handhavingsstrategie) zodat deze in februari 2025 door het Algemeen Bestuur kon worden vastgesteld. De UHS is van de deelnemers van de ODBN en dient als strategisch kader voor de uitvoering van de taken door de ODBN. Dat betekent dat met ingang van 2025 de UHS centraal staat bij de uitvoering van onze taken. We kunnen daarom ook in dit jaarverslag voor het eerst verslag doen van de prestaties die we in dit kader hebben gerealiseerd. Binnen vergunningverlening vallen onder andere de thema's actualiteit van vergunningen en het ontwikkelen van voorschriften. Bij toezicht en handhaving gaat het over preventie, ketentoezicht en risicogericht toezicht. Voor advisering ligt de focus in de doelstellingen op beleidsadvisering. Meer inhoudelijke toelichting kunt u lezen in bijlage III. Anders dan afgelopen jaren is het in 2025 gelukt om vrijwel alle geraamde uren te maken omdat de capaciteit bij aanvang van 2025 op orde was. De aantal afgehandelde zaken vertonen een duidelijke toename ten opzichte van voorgaande jaren. We presenteren een positief jaarrekeningresultaat wat voornamelijk wordt veroorzaakt door een onderschrijding van de loonsom.

Dit is enerzijds het gevolg van een vertraagde verhoging op basis van de nieuwe CAO (incidenteel) en anderzijds door een iets lagere inschaling dan waarmee gerekend wordt. Al met al sluiten we 2025 af met een positief resultaat van ruim € 2.000.000 Opvallend voor 2025 is dat we een verschuiving constateren van declarabiliteit op zaakniveau naar inzet voor het breder belang. Zo blijken we een hoge productiviteit te realiseren maar een enigszins achterblijvende declarabiliteit. Steeds vaker wordt inzet van onze medewerkers gevraagd voor zaak overstijgende activiteiten die niet declarabel zijn maar wel degelijk bijdragen aan de maatschappelijke opgave. Als spin-off heeft het bestuur bij het vaststellen van de jaarrekening 2024 incidenteel budget gereserveerd om een extra impuls te geven aan de investering in het verder efficiënt inrichten van processen o.a. door middel van nieuwe technieken zoals AI en RPA. In het najaar is deze reserve o.b.v. een gepresenteerde ambitie ook daadwerkelijk vrijgegeven. Met dit budget is onder andere binnen de administratieve ondersteuning (Procesadministratie) een extra impuls gegeven aan de robotisering (RPA) hetgeen heeft geleid tot aanmerkelijk minder personele inzet bij de PA.

Behalve dat de administratieve last wordt teruggedrongen door RPA zijn we ook gestart met een pilot om met AI onze documenten doorzoekbaar te maken en onze PDF’s om te zetten in bruikbare data. De eerste resultaten zijn veelbelovend. De oplevering van de pilot zal in Q1 2026 zijn. Door een efficiënter proces mede mogelijk door de inzet van RPA en AI zal de komende jaren de verhouding tussen personeelslasten en overhead ingrijpend wijzigen. Het component ICT zal veel groter gaan worden. Hier zullen structureel andere financieringsvormen voor moeten worden gevonden. Al met al was 2025 een jaar waarin de basis is gelegd van de volgende fase van ontwikkeling. Dat geldt voor de inhoud (UHS) maar ook voor de bedrijfsvoering en dat maakt ons trots op wat we doen en daarmee kunnen betekenen voor onze leefomgeving.

Jan Lenssen, Directeur Omgevingsdienst Brabant Noord

ODBN Jaarstukken 2025

4

Inhoud

5

Jaarverslag 2025

1

Voorwoord

2

Inleiding

6

Financiële samenvatting

8

I.

Jaarverslag 2025

10

1.

Programmaverantwoording

12

1.1.

Programma Regionale Dienstverlening en Collectieve Ontwikkelingen

13

1.2.

Programma Individuele Dienstverlening

21

1.3.

Programma Bedrijfsvoering

38

2.

Paragrafen

44

2.1.

Paragraaf Weerstandsvermogen & Risicobeheersing

44

2.2.

Paragraaf Financiering

48

2.3.

Paragraaf Bedrijfsvoering

51

2.4.

Paragraaf Openbaarheid

61

2.5.

Paragraaf Verbonden Partijen

62

2.6.

Niet van toepassing zijnde paragrafen

65

II.

Jaarrekening 2025

66

3.

Overzicht

68

3.1.

Balans per 31 december 2025

68

3.2.

Baten en lasten

70

3.3.

Recapitulatie resultaat

71

3.4.

Onderverdeling lasten naar overhead en programma’s

72

3.5.

Tarief op basis van nacalculatie

73

4.

Toelichting op de balans

74

4.1.

Waarderingsgrondslagen jaarrekening

74

4.2.

Toelichting op de balans per 31 december

80

4.3.

Niet in de balans opgenomen rechten/verplichtingen

92

4.4.

Toelichting op baten en lasten 2025

93

4.5.

Samen Sterk in Brabant

101

4.6.

Incidentele baten en lasten

102

4.7.

Financieel overzicht per taakveld BBV

106

4.8.

Overzicht aanwending post onvoorzien

108

4.9.

Declarabiliteit

107

4.10. EMU-saldo

107

4.11. Wet Normering Topinkomens (WNT)

108

4.12. Bijdrage deelnemers

112

5.

Sisa Verantwoording

114

6.

Rechtmatigheidsverklaring van het bestuur

116

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

III.

Overige onderwerpen

118

7.

Controleverklaring van de accountant

120

IV.

Bijlagen

122

1

Risico-inventarisatie

124

2

Verantwoording Programma Collectieve Taken 2025

126

3

Verantwoording UHS-doelstellingen

131

ODBN Jaarstukken 2025

6

Inleiding

7

De Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) is een gemeenschappelijke regeling en voert haar taken uit voor 11 overheden: 10 gemeenten en de provincie Noord-Brabant (onze deelnemers). Noordoost-Brabant is het belangrijkste werkgebied van de ODBN. Vanuit het kantoor in ’s-Hertogenbosch werken ruim 350 collega's dagelijks aan een schone, duurzame en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst. Dat is onze missie. Bij de ODBN werken uitvoeringsexperts op het gebied van vergunningen, toezicht en handhaving en diverse specialismen zoals geluid, bodem, asbest, natuur, omgevingsveiligheid, luchtkwaliteit, geur, water en mest. Ook heeft de ODBN op de genoemde terreinen een adviserende taak en wordt gewerkt aan innovatie en ontwikkeling. De taak rondom de groene wetten voert de ODBN voor heel Brabant uit.

Als ODBN zijn we primair een uitvoeringsorganisatie van VTH-taken. We streven naar continue verbetering van de kwaliteit en investeren in de deskundigheid van onze medewerkers, ons belangrijkste kapitaal. Naast de uitvoering van VTH-taken adviseren wij steeds meer over de effecten van beleid in de praktijk. Door ons werk zien we wat er in de leefomgeving gebeurt. Ook Brabant breed en landelijk dragen we onze expertise uit en staat onze leefomgeving in Brabant Noord centraal. Kortom, onze ambitie is:

“De ODBN is dé deskundige uitvoerder op het terrein van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Vanuit onze kennis van de praktijk adviseren wij over milieu en natuur en de uitvoerbaarheid en effecten van beleid.“

Oss

Leeswijzer De jaarstukken bestaan uit een jaarverslag (de programmaverantwoording) en uit een jaarrekening (de financiële verantwoording). Met de jaarstukken legt het bestuur verantwoording af over het gevoerde beleid en beheer in het afgelopen jaar.

's-Hertogenbosch Bernheze Vught

SintMichielsgestel

Boxtel

Meierijstad

Maashorst

Land van Cuijk

Boekel

Als eerste leest u de financiële samenvatting van de jaarstukken 2025. Hierin wordt een korte toelichting opgenomen op het gerealiseerde resultaat, een verklaring van het resultaat met de belangrijkste afwijkingen en de eventuele voorstellen voor budgetoverhevelingen. In hoofdstuk I treft u het jaarverslag aan. Dit jaarverslag bestaat uit de programmaverantwoording waarbij wordt toegelicht of de destijds in de (primaire) begroting opgenomen voornemens al dan niet zijn gerealiseerd. In het tweede gedeelte van het jaarverslag wordt ingegaan op de verplicht voorgeschreven paragrafen, uiteraard voor zover deze van toepassing zijn op de ODBN.

Onze leefomgeving is divers en een actueel thema voor elke inwoner en ondernemer. Als deskundige uitvoeringsorganisatie signaleren en agenderen we de voortdurende veranderingen in onze leefomgeving. Dit betekent doorlopende ontwikkeling en vernieuwing van ons werk. Onze deskundige medewerkers op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving, en advisering (VTHA) werken binnen de kaders van de wetten van milieu, natuurbescherming, bouwen en wonen. Zo kunnen we de gemeenten in Noordoost Brabant en de provincie Brabant professioneel en met kennis van zaken adviseren. De ODBN richt zich op samenwerking; binnen de eigen organisatie, met gemeenten, de provincie en andere relevante organisaties. Gemeenten en de provincie voelen zich als eigenaar en als opdrachtgever betrokken. Dat is onze visie.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

In hoofdstuk II vindt u de financiële jaarrekening. Deze omvat een totaaloverzicht van de balans per 31 december 2025 en de baten en lasten over 2025. Beide onderdelen zijn daarbij voorzien van een toelichting en de daarbij voorgeschreven bijlagen. .

ODBN Jaarstukken 2025

8

Financiële samenvatting

9

Het jaar 2025 is afgerond en de jaarrekening van de ODBN is opgemaakt. Het financiële jaar sluit met een positief resultaat van € 2.018.000. Voor een uitgebreide toelichting op de verschillende onderdelen verwijzen wij u graag naar de toelichting op de baten en lasten in paragraaf 4.4. In onderstaande tabel is een financiële samenvatting gepresenteerd. OMSCHRIJVING | BEDRAGEN X €1.000

RESULTAAT

Individuele dienstverlening

- 558

N

Baten Regionale dienstverlening

819

V

Lasten Regionale dienstverlening

99

V

Stortplaats Voorste Heide

- 86

N

Lonen en inhuur

1.614

V

Personeel gerelateerde voorzieningen

- 381

V

Bedrijfsvoering

282

V

Rentebaten

- 50

N

Stelpost onvoorzien

100

V

1.833

V

186

V

2.018

V

RESULTAAT VOOR MUTATIES RESERVES Reserves TOTAAL VOORDELIG SALDO

In de tweede bestuursrapportage die in november in het Algemeen Bestuur is vastgesteld, hebben we geprognosticeerd jaarrekeningresultaat gepresenteerd in de bandbreedte van 1,2 tot 2,2 miljoen euro positief. Met het jaarrekening resultaat van net iets meer dan 2,0 miljoen euro positief zijn we aan de bovenkant van de afgegeven bandbreedte geëindigd. In de laatste bestuursrapportage hebben we gesproken over de verwachte omzet voor Individuele en Regionale dienstverlening in de bandbreedte van 0,5 miljoen euro negatief tot 0,7 miljoen euro positief. In deze jaarrekening presenteren we de omzet op deze twee programma’s op € 261.000 positief. Dit heeft enerzijds te maken met de Robuustheidssubsidie die we via ODNL ontvingen, de subsidie voor SSiB voor het behoud van BOA capaciteit, maar ook extra inzet in het programma Individuele dienstverlening. Anders dan afgelopen jaren is het in 2025 gelukt om vrijwel alle geraamde uren te maken omdat de capaciteit bij aanvang van 2025 op orde was. Dit kon omdat de omvang van de opdracht voor het eerst stabiliseerde. Binnen individuele dienstverlening zien we nog wel een verschil ontstaan doordat op diverse opdrachten de gefactureerde tarieven lager liggen dan het gemiddelde tarief waar we in de begroting mee rekening gehouden hebben.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

In de loonsom zien we in de jaarrekening een voordeel van 1,6 miljoen euro. Een deel van dit resultaat is incidenteel als gevolg van een lagere indexering in de Cao 2025-2026 dan waar in de begroting van 2025 rekening mee was gehouden. In de vastgestelde begroting 2026 is dit verschil al verrekend in het uurtarief. Daarnaast zien we dat bezettingsverschillen, een lagere loontrede en diverse mutaties in de voorzieningen meewerken in dit verschil. De gemiddelde declarabiliteit ligt met 1.269 uren onder de norm van 1.294,4 uren per medewerker terwijl de productiviteit met 1.401 uren boven de norm ligt. Dit past binnen de trend die we al langer zien dat de werkzaamheden langzaam verschuiven van zaak gerelateerd naar meer opdracht of opgave gerelateerd. Net als voorgaande jaren zien we dat de druk op de arbeidsmarkt hoog blijft, al slagen we door middel van het nieuwe werkgeversmerk en actieve arbeidsmarktbenadering dat het ons op veel posities lukt om de benodigde mensen binnen te halen. Wel gaat het vaak over zij-instromers waarvoor tijd benodigd is om deze mensen goed in te werken. Daarnaast hebben we diverse voorzieningen moeten herwaarderen. Doordat het aantal uren bovenwettelijk verlof flink gegroeid is, leidt dit tot een storting in deze voorziening. Een herijking van de voorziening van de WW-rechten heeft geleid tot het vaststellen van deze voorziening op een lagere omvang.

In 2025 is ook het onderhoud van de gesloten stortplaats Voorste Heide uitgevoerd. Dit onderhoud is ten laste van de voorziening gegaan en de voorziening is weer op aangevuld tot het gewenste niveau. ODBN Jaarstukken 2025

10

I Jaarverslag 2025

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

11

ODBN Jaarstukken 2025

12

1 Programmaverantwoording

1.1 Programma Regionale Dienstverlening en Collectieve Ontwikkelingen

De programmabegroting van de ODBN voor 2025 onderscheidt 3 programma’s die in de jaarstukken verantwoord worden. Dezelfde volgorde wordt aangehouden in het voorliggende jaarverslag. Het gaat hierbij om de volgende indeling:

Verantwoording Programma Collectieve Taken Een belangrijk onderdeel van het programma Regionale Dienstverlening is het jaarlijks op te stellen Programma Collectieve Taken. Het Programma Collectieve Taken richt zich op de innovatie en ontwikkeling van onze VTHA-opgaven.

1. Programma Regionale dienstverlening en Collectieve Ontwikkelingen 2. Programma Individuele Dienstverlening 3. Bedrijfsvoering Gedurende het jaar stellen wij diverse uitgebreide rapportages op waarin we verantwoording afleggen aan de individuele deelnemers over de voortgang van onze opdrachten. Daarom gaan we in de jaarstukken niet in op de situatie per deelnemer, maar zoomen we uit op de resultaten van de organisatie als geheel over het afgelopen jaar. We blikken terug op de belangrijkste ontwikkelingen uit 2025 en de realisatie ten opzichte van de begroting.

Het Programma Collectieve Taken 2025 is tot stand gekomen in een interactief proces tussen ODBN en deelnemers, waarbij ervoor is gekozen om het programma vast te laten stellen door het algemeen bestuur. Bij het opstellen van het programma konden we al rekening houden met de Uitvoerings- en handhavingsstrategie (hierna: UHS) die toen in voorbereiding was; veel activiteiten die zijn opgenomen in het programma dragen bij aan het realiseren van doelstellingen die in de UHS zijn opgenomen. Het programma bestaat uit vijf deelopdrachten, gericht op ontwikkelen en innoveren van (1) Vergunningverlening, (2) Toezicht en Handhaving, (3) Specialismen en Advisering, (4) Datagedreven Werken en daarnaast (5) Overige inzet. In het programma collectieve taken 2025 waren in totaal 6.883 uur beschikbaar; dit is bijna volledig (6.450 uren) gerealiseerd. Een inhoudelijke terugblik op en verantwoording van het programma collectieve taken is opgenomen als bijlage 2 bij de Jaarstukken 2025. Ook wordt in de volgende paragrafen ingegaan op enkele inhoudelijke thema’s, waaraan onder meer gewerkt is vanuit het Programma Collectieve Taken 2025. Werken onder de Omgevingswet Begin 2025 is gewerkt aan het opstellen en afronden van de notitie uitvoeringsgerichte milieuadvisering door de ODBN. Op 2 april 2025 werd deze notitie vastgesteld door het AB.

Dankzij dit besluit kon de ODBN de ‘rem’ op dit thema eraf halen. We zien een ontwikkeling voor ons waar het thema uitvoeringsgerichte milieuadvisering, via eerst individuele orders (zoals de opdracht dit jaar om concept-bodembeleid en -regels op te stellen), kan gaan uitgroeien naar een structurele vorm van adviseren, inclusief de daarbij behorende budgetten, bemensing en governance. In de tweede helft van 2025 is een start gemaakt met hoe we deze ontwikkeling vorm willen geven. Daarvoor zijn interviews gevoerd met interne sleutelfiguren, andere omgevingsdiensten, managers en medewerkers van onze deelnemers. Dit krijgt een vervolg in de eerste helft van 2026 en zal dan leiden tot vervolgvoorstellen, onder meer over wel of niet deelnemen aan het project SPRONG (Samen bouwen met Partners in Regio’s aan Omgevingsplannen in Nederlandse Gemeenten) en wat er structureel nodig is om de adviestaak kwalitatief goed in te kunnen vullen.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

ODBN Jaarstukken 2025

13

14

Een concrete invulling van onze adviserende taak in 2025 is de opdracht om voor 10 gemeenten te werken aan het vertalen van de Bodemnota naar bodemregels voor de omgevingsplannen. Datagedreven Werken Om een impuls te geven aan datagedreven werken bij de ODBN is begin 2025 een subsidieaanvraag bij ODNL ingediend. Aanvragen konden worden ingediend voor projecten die de robuustheid van de omgevingsdienst versterken. De ODBN heeft deze subsidie aangewend om in 2025 het datagedreven werken bij de ODBN te versterken. Het ging om een subsidie van €245.000, waardoor het niet nodig was om het budget collectieve taken in te zetten voor het thema datagedreven werken. Dankzij deze subsidie konden we werken aan het opstellen van een datastrategie voor de ODBN. Dit is een plan om het werken met data binnen de ODBN te professionaliseren, om zo onze informatiepositie te versterken. Dit is een belangrijke randvoorwaarde voor een professionele uitvoering van onze VTHA-taken en de realisatie van onze doelstellingen. De inhoud van de datastrategie sluit daarop aan. Agrarisch In 2025 bekleedde de ODBN het ambtelijk voorzitterschap van het Agrarisch Platform, waarin actuele ontwikkelingen in beleid en jurisprudentie gevolgd worden en afstemming plaats vond over de gevolgen daarvan voor de Brabantse omgevingsdiensten.

In 2025 ging onder meer aandacht uit naar de ontwikkeling van agrarische vergunningen op basis van doelvoorschriften, het actualiseren en intrekken van vergunningen, en naar actuele agrarische ontwikkelingen rond bijvoorbeeld geur, geitenhouderijen en gewasbeschermingsmiddelen. In de werkgroep Veehouderij en Gezondheid vindt bredere kennisuitwisseling plaats met onder meer de GGD en de Waterschappen. Door een agendalidmaatschap van de ambtelijke en bestuurlijke kopgroep Transitie Landbouw van de Regio Noordoost Brabant (RNOB) bleven we goed aangesloten op ontwikkelingen in de regio. Een belangrijke ontwikkeling in 2025 was de ontvangst van diergegevens van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Na een langdurig traject hebben wij dit jaar alsnog de gegevens over dieraantallen van agrariërs in onze regio ontvangen. Deze gegevens worden gebruikt voor het prioriteren van toezicht en kunnen niet zelfstandig gebruikt worden als basis om op te handhaven. We hebben een categorisering gemaakt op basis waarvan wij kunnen prioriteren. Het uitgangspunt hierin is het percentuele verschil tussen de KRD- en RVO-gegevens. In de vergelijking is echter gebleken dat een significant gedeelte (ca. een kwart) van de adressen, en dus aantallen dieren, lastig te matchen is. De wel te koppelen adressen hebben daarentegen een waardevol beeld opgeleverd.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

15

Samen met de Brabantse omgevingsdiensten gaan we op zoek naar een oplossing om de gegevens op een zorgvuldige en eenduidige manier te kunnen gebruiken. Zeer Zorgwekkende Stoffen Gezondheid en milieu worden steeds vaker in verband met elkaar gebracht en daar zijn Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) het ultieme voorbeeld van. ZZS is een belangrijk maar zeer complex onderwerp. Daarom hebben we in 2025 sterk ingezet op het vergroten van die kennis door intensieve kennisdeling in onze netwerken, kennisdagen en het volgen van praktische cursussen in het herkennen van ZZS. Ook hebben we enkele concrete acties uitgevoerd ter minimalisatie van ZZS. Zo hebben we 66 afvalbedrijven aangeschreven om een vermijdings- en reductieprogramma ZZS op te stellen en ter beoordeling aan ons voor te leggen. Daarnaast was er aandacht voor toezicht op wasstraten en mogelijk ZZS gebruik. In het pilotproject indirecte lozingen is gezocht naar indirecte lozingen van ZZS-stoffen, voor meer informatie zie hieronder de paragraaf water. Ten slotte zijn we dit jaar gestart met het beter structureren en borgen van informatie over ZZS. Daarvoor is een project opgezet dat in 2026 verder zal worden uitgevoerd.

Energie en klimaat In 2025 zijn 542 inspecties en 375 herinspecties uitgevoerd met financiering vanuit het werkprogramma gemeenten, de provinciale opdracht en de specifieke uitkering toezicht en handhaving energie (SPUK-THE). De beschikbare budgetten werden vrijwel volledig benut. Voor de SPUK-THE regeling liggen we op koers voor een volledige besteding binnen de voorwaarden aan het einde van de looptijd op 31 december 2026. Het aantal handhavingszaken is gegroeid naar 9. Dit gaat voornamelijk om bedrijven die niet voldoen aan de Informatieplicht energiebesparing. De ODBN heeft in ODNL-verband meegewerkt aan de ontwikkeling van een landelijk uniforme methode voor het berekenen van de outcome van energietoezicht: de opbrengst van energietoezicht in termen van energiebesparing en CO2-reductie. Dit jaar gebruiken we deze methode voor het eerst om de resultaten van 2025 te berekenen. Cijfers daarvan worden gedeeld in de T3 rapportages met gemeenten en provincie. De uniforme methode maakt het onder meer mogelijk om individuele resultaten van Omgevingsdiensten op te tellen naar een landelijk resultaat. Omgevingsdiensten reageren daarmee op de kritiek van de landelijke Rekenkamer in haar rapport 'energiebesparingsplicht: hoge ambities, onbekend resultaat’ (2024).

ODBN Jaarstukken 2025

16

Eind 2025 hebben wij van netbeheerders een eerste levering ontvangen van energieverbruiksdata van bedrijven. Hiermee hebben we voor het eerst een (bijna) volledig inzicht in welke bedrijven moeten voldoen aan de verplichtingen voor energiebesparing. Uit een eerste analyse blijkt dat we enkele honderden nieuwe bedrijven in beeld hebben gekregen. Op basis van slecht naleefgedrag (niet voldoen aan de informatieplicht) gaan we deze bedrijven in 2026 aanschrijven en eventueel ook bezoeken. ODNL onderzoekt de juridische mogelijkheden om netbeheerdersdata met deelnemers te mogen delen. Voor deelnemers is dit nuttige informatie voor projecten in de energieen warmtetransitie. Binnen de kennisinfrastructuur van ODNL is ‘energietransitie’ een van de zes thema's voor actieve kennisdeling. Het gaat dan bijvoorbeeld om bodemenergie en veiligheidsissues rond de productie, distributie en toepassing van waterstof en de opslag van elektriciteit in energieopslagsystemen (EOS). In 2025 is een start gemaakt met kennisdeling op deze thema's, de ODBN pakt hierin een actieve rol. Water Voor toezicht en handhaving op water wordt er vooral gewerkt in het licht van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Hiervoor is de pilot stofgericht toezicht op indirecte lozingen uitgevoerd.

Het doel van de pilot is een methode onderzoeken om verontreinigingen die gedetecteerd worden bij een rioolwaterzuivering naar de bron terug te leiden om daar te interveniëren. Er is gekozen voor de regio Oss vanwege een duidelijke verhoging van de KRW-stof PFOS (vallend onder de categorie PFAS) in het oppervlaktewater, aantoonbaar afkomstig van de zuivering in Oijen. Daarnaast is er een ILT-rapport gepubliceerd over PFAS, waarin ook twee locaties in de gemeente Oss zijn aangemerkt als (historische) bronnen. Door metingen in het rioolstelsel is bepaald waar de grootste hoeveelheden PFAS-en vandaan komen en dus waar verder gezocht kon worden.

Een ronde gezamenlijke controles met het waterschap Aa en Maas bij bedrijven heeft kleine hoeveelheden PFAS aangeduid en aan de hand hiervan worden gesprekken met de bedrijven gevoerd om uit te vinden waar deze mogelijk in het proces worden toegevoegd aan het afvalwater. Dit traject loopt door in 2026. Het project heeft een onderzoeksmethode getest en samenwerking tussen waterschap en omgevingsdienst verder geholpen. Het is inzichtelijk geworden dat deze onderzoeksmethode erg arbeidsintensief is, maar wel resultaat oplevert. Daarmee is het een methode die toegepast kan worden bij specifieke stoffen met stevige overschrijdingen van de norm, waarbij de bron onbekend is. Voor stoffen waar het aantal mogelijke bronnen beperkt is, wordt aangeraden sneller over te gaan op afvalwaterbemonstering bij de potentiële bronnen. Ten slotte heeft de ODBN in 2025 het initiatief genomen om, samen met het waterschap en de regionale KRW-ambassadeur, een ronde langs alle gemeenten te maken. Hierin wordt breed met alle afdelingen van de gemeente met invloed op de waterkwaliteit gesproken over de KRW-opgaven voor de waterkwaliteit en kwantiteit voor die gemeente. Samen komen we zo tot bewustwording van de opgave die voor ons ligt voor het behalen van de doelen van 2027 en werken we aan een actieplan welke maatregelen we nog op korte termijn kunnen nemen.

Circulaire economie en afval In maart 2025 heeft de Provincie Noord-Brabant een opdracht over Circulaire Economie (CE) aan de drie Brabantse omgevingsdiensten verstrekt. De opdracht is gebaseerd op de IPO bouwstenenvisie. ODBN is kartrekker van drie bouwstenen, te weten kennisopbouw, CE koppelen aan bestaande kennis en taken en ketentoezicht. In 2025 is de interne werkgroep afvalspecialisten van start gegaan. Het doel van deze werkgroep is om kennis over afval en afvaltoezicht binnen de ODBN te vergroten en het naleefgedrag bij bedrijven te verbeteren. De groep komt maandelijks bijeen en zij bespreken afvalcasussen, rechtsoordelen en ontwikkelingen rond procesverbetering en data-analyse. Stikstof Net zoals in 2023 en 2024 hebben jurisprudentie en ontbrekende toetsingskaders rond het stikstofdossier ook in 2025 grote invloed gehad op onze werkzaamheden. In het laatste kwartaal van 2025 kondigden Gedeputeerde Staten aan nieuw beleid te willen voeren voor emissiearme stallen bij veehouderijen. Zie hierover meer in het onderdeel Natura 2000. Sanering Verkeerslawaai Samen met de ketenpartners en Bureau Sanering Verkeerslawaai (BSV) zijn nieuwe saneringsonderzoeken en subsidieaanvragen opgepakt en afgehandeld. Inmiddels zijn voor een ruime meerderheid van de saneringswoningen aanpassingen gedaan om wegverkeerslawaai te reduceren.

De inwerkingtreding van de Omgevingswet resulteert in hogere grenswaardes en een verhoogde kans op meer geluidwerende maatregelen. Nadat de Basis Geluid Emissie (BGE) is vastgesteld, zal de impact bepaald worden. Qua uitvoering lopen we ruim voor op het schema om het volledige saneringsprogramma voor 18 juli 2039 vast te stellen. We verwachten nagenoeg de gehele saneringsvoorraad per eind 2027 verwerkt te hebben.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

ODBN Jaarstukken 2025

17

18

De overige bedrijfs-/ MBA-gebonden meldingen betreffen ongewone voorvallen (140), zoals een lekkende tank, of bedrijfsmeldingen (76) waarbij gedacht kan worden aan onderhoud aan een luchtwasser wat tot geuroverlast kan leiden. Het aantal ongewone voorvallen is stabiel, maar het aantal bedrijfsmeldingen is wel gestegen. Deze stijging is te verklaren doordat bij controles meer aandacht is voor dit aspect. Daardoor is de bekendheid bij bedrijven groter en worden dit soort activiteiten eerder gemeld. Binnen ODBN hanteren wij bij herhaalde klachten over een bedrijf een gerichte interventiestrategie. Bij bedrijven waarvan voorheen veel klachten werden ontvangen, zowel onder gemeentelijk als provinciaal bevoegd gezag, heeft deze aanpak geleid tot een duidelijke afname van het aantal klachten. Omdat het aantal provinciale bedrijven beperkt is en daarmee de omvang van het aantal klachten/meldingen relatief beperkt is, wordt het effect van deze werkwijze daar bijzonder zichtbaar. Door intensief toezicht bij twee provinciale bedrijven is het aantal klachten en meldingen substantieel teruggebracht, namelijk van 171 in 2024 naar 78 in 2025.

Samen Sterk in Brabant (SSIB) Samen Sterk in Brabant (SSiB) is een provincie brede samenwerkingsvorm – onder formeel werkgeverschap van de ODBN – waarin gemeenten, provincie, terrein beherende organisaties, particuliere grondeigenaren, waterschappen en waterwinbedrijven participeren. De ODBN is faciliterend werkgever en ondersteunt de stuurgroep. Samen met het netwerk wordt gewerkt aan een schoon, veilig en groen buitengebied. SSiB handhaaft op zaken als stroperij, wild crossen, afvaldumpingen, het overtreden van de toegangsbepalingen en werkt zoveel mogelijk informatiegestuurd. In 2025 zijn 12 stageplaatsen en 4 traineeships gerealiseerd voor de versterking van het aantal groene boa’s in Brabant. SSiB heeft in 2025 deze werkzaamheden uitgevoerd met de bestaande budgetten en de extra beschikbaar gestelde middelen (subsidie behoud boa-capaciteit en restant budget van provinciale subsidie uit eerdere jaren). SSiB legt jaarlijks zowel financieel als inhoudelijk verantwoording af met een eigen jaarverslag. Zie hiervoor www.ssibbrabant.nl. Milieuklachtencentrale In 2025 zijn in totaal 3.615 klachten- en incidentmeldingen geregistreerd. In 2024 betroffen dit 3.292 meldingen (excl. SSiB). De klachten- en incidentmeldingen kunnen onderverdeeld worden naar 2.775 bedrijfs-/ MBA-gebonden meldingen, tegenover 2.312 meldingen in 2024.

Wat hierbij meespeelt is dat door de komst van de Omgevingswet een verschuiving is ontstaan in soort klachten die voorheen door de gemeenten werden behandeld en nu extra door de ODBN moeten worden opgepakt. Daarnaast speelt mogelijk mee dat bepaalde gedragingen of situaties in de huidige maatschappij minder worden geaccepteerd.

Verder waren er 241 meldingen in het kader van groene wetten, tegenover 143 meldingen in 2024. De toename van meldingen voor onderdelen als houtopstanden en soortenbescherming wordt vermoedelijk veroorzaakt door een grotere bewustwording in de samenleving. Er zijn 12 meldingen ingediend die betrekking hadden op asbest(verwijdering). In de loop van 2025 is besloten om dit type meldingen voortaan via de MKA-applicatie in te laten dienen en af te handelen. In totaal zijn 587 meldingen doorgestuurd naar andere handhavingspartners zoals NVWA, waterschap en gemeenten. In 2024 betroffen dit nog 837 meldingen waardoor gesteld kan worden dat melders de weg naar de juiste overheidsinstanties steeds beter weten te vinden. Stortplaats Voorste Heide Bij de start van de ODBN is met alle deelnemers overeengekomen dat de ODBN de regionale taken die bij de toenmalige RMB waren belegd zouden worden overgenomen door de omgevingsdienst. De zogenaamde ‘te eerbiedigen oud RMB-taken'. Het eeuwigdurend onderhoud van de stortplaats Voorste Heide is er één van. Behalve dat dit een relatief kleine uitvoeringstaak betreft gaat het wel om specifieke kennis, zowel juridisch als vaktechnisch. Het is voor een omgevingsdienst een oneigenlijke taak en in omvang zeer gering. Balans technisch gaat het om een grote voorziening die fluctueert.

Administratief medewerkers klachtenafhandeling zijn het voorportaal van de toezichthouders die de milieuklachten verder gericht kunnen afhandelen. Zij behandelen elke klacht zorgvuldig en nemen in haast alle gevallen persoonlijk contact op met de melder. Hoewel er regelmatig meldingen binnenkomen over ervaren overlast, kan de omgevingsdienst niet altijd handhavend optreden omdat er geen overtreding van een wettelijk voorschrift is. In dergelijke gevallen wordt actief afgestemd met het bevoegd gezag om gezamenlijk te bepalen welke handelingsperspectieven beschikbaar zijn en welke aanpak het meest passend is binnen de geldende wettelijke kaders.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

ODBN Jaarstukken 2025

19

20

Als gevolg van pensionering beschikt de ODBN vanaf 2027 niet meer over deze kennis. Met dit perspectief zijn we in 2023 gestart met een onderzoek naar de mogelijke overdracht van de nazorg naar een gespecialiseerde organisatie zoals eerder ook is gebeurd met de stortplaats in Uden. Als gevolg van een complexe juridische situatie betreffende onder- en bovengrond, meerdere eigenaren, pachtconstructies en milieurisico's zijn veel gesprekken met alle betrokkenen gevoerd. Ter ondersteuning zijn diverse deskundigen geconsulteerd of ingezet in de overleggen. Bureau Land, Stichting Bodembeheer Nederland en NewGroundLaw hebben hun bijdrage geleverd. Ondanks alle inspanningen is het niet gelukt om overeenstemming te bereiken en moeten we concluderen dat verdere inspanning niet zal leiden tot andere inzichten of toenadering van de huidige eigenaren. Zorgdragen voor de noodzakelijke kennis en uitvoeringstaken voor de stortplaats Voorste Heide blijven de verantwoordelijkheid van de ODBN. De noodzakelijke kennis zal naar gelang de noodzaak worden ingekocht en ten laste gebracht worden van de voorziening.

Wat heeft het gekost? PROGRAMMA REGIONALE DIENST VERLENING EN COLLECTIEVE ONT WIKKELINGEN

1.2 Programma Individuele Dienstverlening

21

Inhoud programma Het programma Individuele Dienstverlening sluit aan op de individuele opdrachten die we met onze deelnemers vaststellen. Het gaat om onze kerntaken: vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van milieu, natuurbescherming, ruimtelijke ontwikkeling en omgevingsrecht (advies). Voor de basistaken geldt dat deelnemers deze bij de ODBN neer dienen te leggen. Voor de (overige) verzoektaken (landelijk ook wel plustaken genoemd) geldt dat de deelnemer zelf de afweging maakt of deze taken in eigen beheer uitgevoerd worden, of en in welke omvang dat deze belegd worden bij de ODBN. Beleidskaders/richtlijnen OMSCHRIJVING

BEGROTING NA WIJZIGING 2025

REKENING 2024

BEGROTING 2025

REKENING 2025

Inzet personeel

2.923

2.496

2.496

2.861

Inzet bedrijfsmiddelen

1.011

690

690

776

TOTAAL LASTEN

3.933

3.186

3.186

3.638

Collectieve taken

882

904

904

904

Samen Sterk in Brabant

2.669

2.889

2.889

3.367

Overige regionale programma's

1.228

555

555

889

TOTAAL BATEN

4.779

4.348

4.348

5.160

845

1.162

1.162

1.522

DATUM

EXPIRATIEDATUM

Wet milieubeheer

1 maart 1993

Open

Omgevingswet

1 januari 2024

Open

BEDRAGEN X €1.000

SALDO

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

Wat willen we bereiken? Als ODBN werken we samen met onze deelnemers en ketenpartners aan een schone, veilige en gezonde leefomgeving, nu en in de toekomst. De ODBN is de uitvoeringsexpert voor onze regio op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (hierna: VTH-taken). In het programma individuele dienstverlening voeren we hoofdzakelijk de taken uit die onze deelnemers bij ons hebben belegd. De gemeentelijke werkprogramma's en de provinciale opdracht zijn hierbij leidend. De VTH-taken vormen de vaste kern van ons werk als Omgevingsdienst. Veranderingen in wet- en regelgeving, maatschappelijke ontwikkelingen en wensen van onze deelnemers zorgen voor een continue bijstelling van ons takenpakket. Daarbij is de nauwe samenwerking met onze partners en deelnemers onontbeerlijk. Samen kunnen we onze expertise over de fysieke leefomgeving optimaal koppelen aan de lokale situatie.

ODBN Jaarstukken 2025

22

Wat hebben we daarvoor in 2025 gedaan? Uitvoering VTH-taken De VTH-taken op het gebied van milieubelastende activiteiten, Natura 2000 en flora- en faunaactiviteiten onder de Omgevingswet vormen de kern van de werkzaamheden van de ODBN. Onze taken bestaan uit: ➜  Basistaken: wettelijke taken die verplicht bij ons zijn belegd. ➜  Verzoektaken (plustaken): taken die deelnemers vrijwillig bij ons beleggen, vaak op het gebied van advisering of andere vakgebieden zoals ruimtelijke ordening (ETFAL) of sloop. ➜  Aanvullende opdrachten (orders): opdrachten die niet in de reguliere werkprogramma’s zijn opgenomen of afkomstig zijn van niet-deelnemers. De (overige-)verzoektaken hebben ook grotendeels een wettelijke grondslag, maar deelnemers bepalen zelf of zij deze taken bij de ODBN beleggen. Deze taken voeren wij uit met inachtneming van de op 26 februari 2025 door het Algemeen Bestuur (en nadien door de deelnemers) vastgestelde Uitvoerings- en handhavingsstrategie ODBN 2025-2028. De U&H-strategie is van de deelnemers van de ODBN en dient als strategisch kader voor de uitvoering door de ODBN. Bij het opstellen van onze werkprogramma's en het programma collectieve taken houden we rekening met de inhoud van de U&H-strategie. 2025 was het eerste jaar waarin we werkten aan de doelstellingen die in de UHS zijn opgenomen.

We monitorden de voortgang en leggen hierover verantwoording af in een bijlage bij deze jaarstukken. Vergunningverlening Als ODBN verzorgen we de vergunningverlening op het gebied van milieu voor onze deelnemers. Onder vergunningverlening verstaan we ‘het voorbereiden van beschikkingen tot het verlenen, wijzigen, actualiseren, intrekken of weigeren van omgevingsvergunningen voor milieubelastende activiteiten’, ‘het beoordelen van meldingen en informatieplicht’ en ‘het opstellen van (maatwerk) voorschriften’.

In 2025 is een stijging van de ingekomen vergunningszaken geconstateerd die mede werd veroorzaakt door de ontwikkelingen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant en ook de groeiende maatschappelijke betrokkenheid en bewustwording rondom natuur- en milieuthema’s zorgen voor meer inhoudelijke diepgang, hogere verwachtingen en een toename van procedures. Net als in voorgaande jaren zorgen jurisprudentie en het ontbreken van toetsingskaders ervoor dat de agrarische vergunningsverleningsopdracht op onderdelen niet volledig kan worden uitgevoerd. Hierdoor blijft de werkvoorraad met lopende en stilliggende zaken toenemen. Over deze situatie zijn wij in contact met de betrokken deelnemers. De ODBN heeft veel flexibiliteit getoond door binnen de gestelde kaders te anticiperen en zich voor te bereiden op het moment dat (nieuwe) toetsingskaders beschikbaar komen. In december 2025 kondigden Gedeputeerde Staten nieuw beleid aan dat ook is vastgesteld in de vorm van ‘Bijstelling aanpak ammoniakemissieeisen veehouderijen’. Deze bijstelling zal ook in 2026 een aanzienlijke impact hebben op de agrarische vergunningsverlening. In korte tijd zijn diverse voorbereidende werkzaamheden uitgevoerd om de impact beter in te schatten en de organisatie voor te bereiden op een mogelijk grote instroom van (gewijzigde) vergunningsaanvragen in 2026. Hierover zijn en blijven we in contact met onze deelnemers.

Binnengekomen nieuwe vergunningszaken

Afgeronde vergunningszaken

1.926

1.129

In totaal zijn er in 2025 1.926 nieuwe vergunningszaken binnengekomen, ten opzichte van 1.362 zaken in 2024. Met ‘vergunningszaken’ bedoelen we zaken die betrekking hebben op het werk van vergunningverleners (exclusief afhandelen van meldingen en informatieplichten). Verder zijn er het afgelopen jaar 1.129 vergunningszaken afgerond, ten opzichte van 1.117 zaken in 2024.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

ODBN Jaarstukken 2025

23

24

25

Voor de gemeentelijke opdracht zijn 542 nieuwe zaken binnengekomen in 2025. Dit betekent een toename van zo'n 100 zaken ten opzichte van 2024. In het kader van de gemeentelijke opdracht zijn 402 vergunningszaken afgerond in 2025. Dat zijn er zo'n 60 meer dan in 2024. Door de aanhoudende stikstofproblematiek zijn er meerdere aanvragen waar wel inzet op is gepleegd, maar niet volledig konden worden afgehandeld.

Meldingen en informatieplichten In 2025 zijn in totaal 8.194 meldingen en informatieplichten afgehandeld. Deze zijn als volgt verdeeld:

Afgehandelde meldingen en informatieplichten

Het betreft 1384 nieuwe zaken voor de provinciale opdracht. We zien daarbij een toename. In 2025 zijn er 455 zaken meer binnengekomen voor de provinciale opdracht. Voor de provinciale opdracht is het aantal milieu-initiatieven met 73 aanvragen gestegen ten opzichte van 2024. Asbestverwijdering Voor de provinciale opdracht zijn 727 afgeronde zaken, waaronder 146 milieuzaken (vergunningsverlening grijs) en 581 volgend uit het onderdeel natuur (vergunningsverlening groen).

Sloop (zonder asbest) Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) /bruidsschat Bodem (Bal/mobiel breken/ GEBES/saneren/bodemlozing) Informatieplichten

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

ODBN Jaarstukken 2025

26

Ten opzichte van 2024 is het totaal aantal afgehandelde meldingen met 538 stuks toegenomen. Daarnaast zijn er 1.452 informatieplichten meer afgehandeld in 2025, wat een toename van 78% is. Deze relatief nieuwe taak is daarmee sterk groeiende. Informatieplichten komen zowel voor binnen asbestverwijdering, sloop, bodem als Bal/ bruidsschat en de groei valt binnen al deze 4 disciplines terug te zien.

Daarnaast hadden 1.218 inspecties betrekking op asbestverwijdering (1.102, 205 meer dan in 2024) of sloopactiviteiten zonder asbest (116, 55 minder dan in 2024). Op het terrein van bodem zijn in totaal 520 (in 2024: 255) inspecties uitgevoerd, waaronder inspecties in het kader van het Besluit activiteiten leefomgeving (298 (in 2024: 174)), bodemsaneringen (84 (in 2024: 20)), mobiel breken (35 (in 2024: 20)) en gesloten bodemenergiesystemen (103 (in 2024: 61)).

De meldingen asbestverwijdering, sloop (zonder asbest) en meldingen Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)/ bruidsschat zijn in grote lijn stabiel gebleven. Het aantal afgehandelde meldingen binnen de bodemtaken is nagenoeg verdubbeld ten opzichte van 2024. De oorzaak hiervan is vermeld bij het onderdeel bodem.

Ten opzichte van 2024 is een toename zichtbaar in het niet-geprogrammeerde toezicht. Dit betreft onder meer klachten, ongewone voorvallen, toezichtsverzoeken (waaronder deelname aan interventieteams) en handhavingsverzoeken van gemeenten die om snelle opvolging vragen. De inzet van drones is in 2025 verder uitgebreid. Hiermee wordt op een efficiënte en veilige wijze toezicht gehouden op de fysieke leefomgeving. Bij deze innovatieve vorm van toezicht wordt nauw samengewerkt met provinciale en landelijke droneteams van andere omgevingsdiensten. In 2025 zijn daarnaast 1.648 her-inspecties uitgevoerd binnen de gemeentelijke opdracht, 249 meer dan in 2024. Van deze her-inspecties volgden 348 op een handhavingsvoornemen en 120 op een handhavingsbesluit.

Toezicht Naast vergunningverlening verzorgt de ODBN het toezicht op naleving van de milieuregels. De kaders voor de wijze waarop wij toezicht houden (en handhaven) zijn naast de Uitvoerings-en handhavingsstrategie (UHS) ook vastgelegd in de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). Voor toezicht is het informatie gestuurd werken met behulp van het risicomodel (IGW) een belangrijke (door)ontwikkeling. We blijven ons toezicht toespitsen op die plekken waar het milieurisico hoog is en/of het naleefgedrag laag is.

Afgeronde inspectiezaken

Uitgevoerde her-inspecties

5.050

1.804

In 2025 zijn daarnaast 1.710 her-inspecties uitgevoerd binnen de gemeentelijke opdracht, 320 meer dan in 2024. Van deze her-inspecties volgden er 339 op een handhavingsvoornemen en 113 op een handhavingsbesluit. Binnen de provinciale opdracht zijn in totaal 1.184 zaken afgerond. De meeste daarvan hadden betrekking op het ‘groene’ toezicht in het kader van natuur. De grootste categorie daarvan wordt gevormd door houtopstanden, met 630 afgeronde inspectiezaken. Hiervan hadden 75 zaken betrekking op het grijze toezicht, oftewel de inrichting gebonden zaken.

In totaal zijn in 2025 5050 inspectiezaken afgerond, ten opzichte van 4.552 zaken in 2024. Met ‘inspectiezaken’ bedoelen we zaken die betrekking hebben op het werk van onze toezichthouders. Naast reguliere inspecties zijn in 2025 1804 her-inspecties uitgevoerd, ten opzichte van 1.631 herinspecties in 2024. In 2025 zijn in het kader van de gemeentelijke opdracht 3.866 inspectiezaken afgerond, een stijging van 699 inspecties ten opzichte van 2024. De stijging zit met name in de reguliere milieucontroles (+314) en de bodemcontroles (+265). Van deze werkzaamheden betroffen 1.801 inspecties reguliere milieucontroles. Daarnaast zijn 327 inspecties voortgekomen uit overlast- en incidentmeldingen of omgevingszorgsituaties, zoals drugsafvaldumpingen en asbestbranden.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

ODBN Jaarstukken 2025

27

28

Toepassing LHSO De ODBN past bij het uitvoeren van de toezicht- en handhavingstaken de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) toe. De LHSO is het afwegingskader aan de hand waarvan wij bepalen welke (combinatie van) interventie(s) in een bepaald geval gewezen is. Sinds 2025 werken we naar tevredenheid met aangescherpte werkafspraken en een verbeterd proces ten aanzien van de LHSO en de overdracht van toezicht naar strafrechtelijke handhaving. Dit heeft geleid tot een betere doorstroom van (mogelijke) strafzaken en daarmee een meer evenwichtige toepassing van ons bestuurs- en strafrechtelijk instrumentarium.

Voor de provinciale opdracht zijn 156 her-inspecties uitgevoerd, waarvoor 35 in het kader van milieu en 121 in het kader van natuur. Handhaving Handhaving – zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk – is één van de instrumenten die bijdragen aan een schone, veilige en duurzame leefomgeving. Hoewel handhaving nooit een doel op zichzelf mag zijn, is het wel een belangrijk middel wanneer naleving van de wet- en regelgeving uitblijft. Handhavingssamenwerking Bij de uitvoering van de handhavingstaken is samenwerking van groot belang, zowel binnen de ODBN als met externe handhavingspartners. In de tweede helft van 2025 is daarom gestart met een nieuwe overlegstructuur, waarbij de drie Brabantse omgevingsdiensten samen met politie en het Functioneel Parket werken aan gezamenlijke werkafspraken en prioriteiten. Hiervoor zijn een tactisch en een strategisch overleg bestuursrecht/strafrecht opgericht. Deze overlegstructuur vloeit voort uit een gezamenlijke adviesopdracht van de drie omgevingsdiensten, uitgevoerd door de ODBN. De verwachting is dat de nieuwe overlegstructuur de komende jaren een steeds grotere bijdrage gaat leveren aan de doeltreffendheid en de doelmatigheid van de Brabantse handhavingssamenwerking, onder andere door informatiedeling en gezamenlijke prioriteitstelling te bevorderen.

Voorgaande ontwikkeling geldt als aanvulling op de operationele contacten tussen onze boa’s en de handhavingspartners. Hoewel we elkaar op zaakniveau al langer goed weten te vinden, zagen we ook hier kans om de samenwerking te intensiveren. Sinds 2025 organiseren we een aantal keer per jaar een bijeenkomst voor alle boa’s van de Brabantse omgevingsdiensten. Deze staan in het teken van ontmoeten, en het uitwisselen van kennis en kunde, en worden Brabantbreed positief ontvangen.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

Operationele slagkracht In 2025 is de boa-capaciteit op sterkte gebracht. Daarmee voldoen we aan de eisen die de kwaliteitscriteria aan ons stellen. De formatie-uitbreiding heeft samen met de aangescherpte werkafspraken en verbeterde samenwerking met de externe handhavingspartners tot een scherpe toename in het aantal (potentiële) strafzaken geleid. Waar we in 2024 58 zaken onderzochten op mogelijke strafrechtelijke relevante - resulterend in 18 processen verbaal - onderzochten we in 2025 in totaal 220 zaken. Bij 46 zaken was strafrecht geïndiceerd en is een proces-verbaal (41) of een BSBFL (5) opgemaakt. Van de processen verbaal hadden in totaal 22 zaken betrekking op asbest. Daarnaast waren er zaken op het gebied van bodem (10), ongewone voorvallen (10), energiebesparing (9), afvalstoffen (4), dierentabellen (5), vetafscheiders (5), stook- en koelinstallaties (8) en propaan (5). Ten slotte zijn er 3 processen-verbaal opgemaakt voor overtredingen in relatie tot de toepassing van luchtwassers. Specialistische dienstverlening In 2025 ontvingen wij minder ruimtelijke ordening (ETFAL) verzoeken (omgevingsplannen en buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA’s)) ten opzichte van voorgaande jaren. Zeker vergeleken met de laatste periode van 2023 en begin 2024, toen er vooruitlopend op de invoering van Omgevingswet een piek in het aantal verzoeken was.

De afname heeft te maken met het verminderde aantal aanvragen van twee gemeenten die hun taken hebben teruggenomen. Voor deze gemeenten is de afbouwregeling toegepast conform de algemene leveringsvoorwaarden. In de laatste maanden van 2025 is er wel een piek waargenomen in het aantal TAMomgevingsplannen. De TAM-regeling is per 1 januari 2026 vervallen waardoor deze plannen nog voor deze datum ter inzage dienden te gaan. Lucht & Geur Het specialisme luchtkwaliteit en geur heeft de VTH-collega’s geholpen bij complexere zaken waar lucht en geur gerelateerde aspecten een belangrijke rol spelen. Adviezen in het ruimtelijke spoor waren veelal gericht op agrarische geur, waar al langer landelijk veel over te doen is. Ook zijn er industriële geurvraagstukken beoordeeld en is ondersteuning verleend bij het opstellen van vergunningen, het opstellen van (herziene) kaders voor beleid als gevolg van externe ontwikkelingen/gerechtelijke uitspraken en bij verdiepende analyses in aanvullende opdrachten.

ODBN Jaarstukken 2025

29

30

31

Externe Veiligheid Bij het specialisme externe veiligheid hebben we extra capaciteit ingezet op het vullen en actualiseren van het Register Externe Veiligheid (REV). Daarnaast hebben we collega's en deelnemers voorzien van passende adviezen. Ook is wederom ingezet op kennisoverdracht en het bieden van ondersteuning bij het toezicht op de bedrijven die gevaarlijke stoffen produceren en/of opslaan.

Desondanks bestaat het beeld dat het aantal meldingen nog steeds achterblijft bij wat op grond van de Omgevingswet verwacht mag worden. Gemeenten vervullen hierbij een dubbele rol als uitvoerder en opdrachtgever, terwijl zowel bij gemeenten als bij ondernemers nog steeds sprake is van een kennisachterstand, wat de naleving van de meldings- en informatieplichten kan beïnvloeden.

Geluid Het specialisme geluid heeft de VTH-collega’s en de gemeenten geholpen bij het meten van geluid bij klachten, bij horeca en evenementen en met het beoordelen van geluidrapporten. In 2025 werd een duidelijke stijging waargenomen in het aantal klachten gerelateerd aan airco’s en warmtepompen van burgers. Naast deze werkzaamheden is er ook diverse keren een bijdrage geleverd aan bezwaar- en beroepsprocedures. Tevens heeft het cluster geluid haar eerste bijdragen geleverd aan het toetsen van geluid gerelateerd beleid dan wel geluid gerelateerde omgevingsplanregels.

In 2025 zijn meerdere grootschalige infrastructurele projecten gestart, met name op het gebied van dijkverzwaringen. De start en omvang van deze projecten zijn pas in een laat stadium bekend geworden. Voor de uitvoering van de hieruit voortvloeiende basistaken was in de begroting geen ruimte gereserveerd. Deze projecten hebben in belangrijke mate bijgedragen aan de overschrijding van het bodembudget, hetgeen is afgestemd met de betrokken gemeenten. Ook in 2026 wordt verwacht dat dergelijke projecten extra inzet zullen vragen.

Bodemtaken In de loop van 2025 is de capaciteit binnen het cluster op orde gebracht, waardoor het team in staat was de verdubbeling van het aantal meldingen en de daarmee samenhangende toename van informatieplichten adequaat op te vangen. Deze ontwikkeling heeft geleid tot een budgetoverschrijding bij diverse gemeenten. Deze overschrijding is vroegtijdig onderkend en in een vroeg stadium met de betreffende gemeenten gecommuniceerd.

Daarnaast is gebleken dat de afhandeling van meldingen met betrekking tot gesloten bodemenergiesystemen (GBES) relatief veel tijd vergt. Meldingen hebben regelmatig betrekking op meerdere systemen binnen één project. Op dit thema heeft zich bovendien een omvangrijke handhavingszaak voorgedaan, die heeft geleid tot extra inzet vanuit toezicht. Per 1 juli 2025 is tranche 5 van de Basisregistratie Ondergrond (BRO) in werking getreden. Vanaf dat moment zijn gemeenten verantwoordelijk voor de aanlevering van milieukwaliteitsgegevens aan de BRO, als aanvulling op de reeds bestaande registratie van grondwater- en sonderingsgegevens. Het gaat hierbij onder meer om bodemonderzoeken en beschikkingen over de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Deze gegevens worden vanuit het bodeminformatiesysteem (BIS) doorgeleverd aan de BRO. De ODBN stemt met gemeenten af hoe deze registratie het meest efficiënt kan worden ingericht, door de gemeenten zelf of door de ODBN. In 2025 is tevens invulling gegeven aan de toezegging om het Bodemplan, waarin de bodemtaken van de ODBN zijn beschreven, te actualiseren en toekomstbestendig te maken. Dit heeft geresulteerd in een intern Koersdocument bodem. De deelnemers zijn hierover geïnformeerd tijdens een informatiesessie.

Samen met, en in opdracht van, de tien deelnemende gemeenten is in 2025 intensief gewerkt aan de vertaling van de Bodemnota naar bodemregels voor de omgevingsplannen. Dit project zal begin 2026 definitief worden opgeleverd. Na vaststelling van deze bodemregels kan de huidige Nota Bodembeheer komen te vervallen. Tot slot is in 2025, op initiatief van de ODBN, een intensievere samenwerking gestart tussen de bodemteams van de Brabantse Omgevingsdiensten. Deze samenwerking richt zich op het delen van kennis en werkinstructies, gezamenlijke opleidingen en advisering. In 2026 zal aan deze samenwerking verder invulling worden gegeven.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

ODBN Jaarstukken 2025

32

Asbest- en slooptaken Ten opzichte van 2024 is het aantal afgehandelde meldingen asbestverwijdering én sloop met asbest nagenoeg gelijk gebleven (van 2.760 in 2024 naar 2.756 in 2025). De meldingen sloop zonder asbest zijn licht gestegen van 435 meldingen in 2024 naar 552 in 2025. De informatieplichten zijn sterk gestegen van 1.129 informatieplichten in 2024 naar 1875 informatieplichten in 2025. Deze relatief nieuwe taak is daarmee sterk groeiende. De inspecties asbestverwijdering zijn ten opzichte van 2024 (897 inspecties) gestegen naar 1102 inspecties asbestverwijdering in 2025. De inspecties sloop zonder asbest zijn van 171 in 2024 gedaald naar 116 in 2025. Deze daling is enerzijds te herleiden naar de stijging van inspecties asbestverwijdering en anderzijds omdat er weinig grip is op deze controles. De start van sloop zonder asbest wordt namelijk relatief weinig gemeld. Wanneer er naar de totale aantallen inspecties van 2025 wordt gekeken, is er een stijging van 14% ten opzichte van 2024 (2024: 1.068 inspecties, 2025: 1.222 inspecties). De stijging van het aantal zaken is opgevangen door optimalisatie van de werkprocessen en onderlinge verdeling van taken. In 2025 is de ‘Notitie Asbest en sloop’ opgeleverd. Daarin is beschreven hoe de ODBN-uitvoering geeft aan de asbest- en slooptaken. Deze notitie is een themabijeenkomst gepresenteerd aan het RSP.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

Natuurbescherming

33

De ODBN verzorgt namens de provincie Noord-Brabant de vergunningverlening voor de activiteiten Natura 2000 en Flora & Fauna. Ook voert de ODBN hier het toezicht op uit. Waar nodig treden we handhavend op. Voor toezicht en handhaving op Flora- en fauna-activiteiten zijn wij de coördinerende omgevingsdienst in Noord-Brabant. Tevens wordt de gemeentelijke opgave op het onderdeel Natuur op verzoek van de gemeentelijk deelnemers ingevuld door de ODBN. Vanuit het gemeentelijk perspectief adviseerde het specialisme natuur deelnemers over flora en fauna en Natura 2000-gebieden in het ruimtelijk spoor. Een uitspraak van de Raad van State eind 2024 veranderde het juridische kader voor Natura 2000 ingrijpend. Intern salderen werd daardoor vergunningplichtig. Dit vroeg om een nieuwe werkwijze voor natuur bij ruimtelijke projecten en zorgde voor onduidelijkheid bij omgevingsplannen. Daarnaast ondersteunde het specialisme natuur VTH-collega’s in zaken waarin flora en fauna of Natura 2000 een rol speelden. Natura 2000 Het stikstofdossier is in grote mate bepalend voor de uitvoering van VTH-taken voor Natura 2000-activiteiten. Net zoals in 2023 en 2024 hebben jurisprudentie en ontbrekende toetsingskaders als gevolg dat de vergunningverlenings- en toezichtsopdrachten niet volledig kunnen worden uitgevoerd, maar dat de werkvoorraad wel blijft toenemen.

De ODBN heeft veel flexibiliteit getoond door binnen de opdrachten zo veel mogelijk voorbereidingen te treffen voor het moment dat er weer toetsingskaders beschikbaar komen, door werkzaamheden uit te voeren binnen andere provinciale en gemeentelijke opdrachten, en door hulp te bieden bij de uitvoering van de taken van de provincie zelf. In het laatste kwartaal van 2025 kondigden Gedeputeerde Staten nieuw beleid aan

ODBN Jaarstukken 2025

34

35

voor emissiearme stallen bij veehouderijen, dat inmiddels ook is vastgesteld. Hiervoor zijn in korte tijd ook veel voorbereidende werkzaamheden verricht. Overigens is stikstofdepositie niet het enige knelpunt: andere activiteiten zoals het onttrekken van grondwater, het gebruik van bestrijdingsmiddelen en het gebruik van natuur en buitengebied voor recreatieve activiteiten komt steeds meer ter discussie te staan. Ook hier volgen steeds meer rechterlijke uitspraken over de mogelijke effecten van deze activiteiten op Natura 2000-gebieden, en ontbreken de toetsingskaders om deze gevolgen te kunnen beoordelen. Als ODBN zetten wij in provinciale en landelijke overleggen doorlopend in op aandacht voor het ontwikkelen van deze kaders. Soortenbescherming, faunabeheer en houtopstanden In algemene zin is sprake van een duidelijke toename in de complexiteit van het werk, wat leidt tot een hogere arbeidsintensiteit binnen alle onderdelen van de uitvoering. De groeiende maatschappelijke betrokkenheid en bewustwording rondom natuur- en milieuthema’s zorgen voor meer inhoudelijke diepgang, hogere verwachtingen en een toename van procedures. Dit heeft gevolgen voor zowel de vergunningverlening als het toezicht en de handhaving.

Daarnaast wordt in toenemende mate gebruikgemaakt van de specialistische helpdeskfunctie van de ODBN en wordt vaker een beroep gedaan op de beschikbare juridische mogelijkheden na besluitvorming. Binnen de verzoektaken op het gebied van soortenbescherming (en houtopstanden) is een duidelijke groei van het aantal casussen zichtbaar. Deze ontwikkeling wordt voornamelijk gedreven door de stijgende vraag naar vergunningverlening en beleidsadvisering binnen de soortenbescherming. Gemeenten zijn gestart met trajecten voor het opstellen van een Soortenmanagementplan (SMP), met als doel het verkrijgen van een gemeente brede vergunning. Dit biedt inwoners in de toekomst de mogelijkheid om bijvoorbeeld hun woning te isoleren zonder individueel ecologisch onderzoek te hoeven laten uitvoeren. Het traject dat leidt tot een vergunningaanvraag en het verlenen van de uiteindelijke vergunning is complex en arbeidsintensief en vraagt om specialistische inzet, die mede is uitgebreid door middel van verschillende wervingscampagnes. Ook het toezicht op houtopstanden vraagt om extra capaciteit. Dit hangt samen met het toegenomen aantal benodigde fysieke inspecties om te voldoen aan wettelijke vereisten en om de kwaliteit van de houtopstanden te waarborgen. Om de uitvoering hiervan te kunnen blijven borgen, heeft een herziening van de werkwijze plaatsgevonden.

Ten aanzien van het onderdeel faunabeheer is een toename zichtbaar in het aantal juridische procedures. De ODBN verleent namens de provincie zowel incidentele ontheffingen als ontheffingen op voorhand. Deze laatste categorie is gebaseerd op het geldende faunabeheerplan en biedt handelingsperspectief om in te kunnen grijpen bij schade die redelijkerwijs te verwachten is. Hierbij wordt beoordeeld welke maatregelen noodzakelijk zijn om schade te voorkomen en tegelijkertijd te borgen dat de staat van instandhouding van de betreffende soort niet in het geding komt. Dit gebeurt in algemene zin bij ontheffingen op voorhand en incidenteel bij situaties die niet vooraf te voorzien waren.

Samen werken aan een schone en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst

Mobiliteit Op 1 juli 2025 verstreek de uiterste datum voor werkgevers met meer dan 100 medewerkers om een rapportage in te dienen in het kader van de regeling Werkgebonden Personenmobiliteit (WPM). Het toezicht hierop is een basistaak voor Omgevingsdiensten. De spontane naleving bleek hoog: in september had bijna 90% van de bedrijven uit eigen beweging een rapportage ingediend. Bedrijven die niets hebben ingediend zijn inmiddels aangeschreven en er is een start gemaakt met het inhoudelijk beoordelen van rapportages. Daarvoor gebruiken we een door ODNL ontwikkelde ‘plausibiliteittool’ die rapportages doorlicht op niet logische gegevens. Rond Prinsjesdag maakte de staatsecretaris bekend dat hij de regeling wil aanpassen, waardoor alleen bedrijven met meer dan 250 medewerkers nog een rapportage moeten indienen. Voor onze regio betekent dit dat het aantal bedrijven dat moet rapporteren (nu 356 bedrijven) met circa 40% afneemt. Deze aanpassing is nog niet definitief, maar we anticiperen hierop door in het toezicht prioriteit te geven aan bedrijven met meer dan 250 medewerkers.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17036459/2