CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

ODBN Programmabegroting 2027

Gemeenteraad 7 juli 2026, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Zienswijze ontwerpbegroting 2027 van de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN)22.972 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

1

Programmabegroting 2027

April 2026, 's-Hertogenbosch

ODBN Programmabegroting 2027

2

Voorwoord

3

Geachte bestuurders, raads- en statenleden, Voor u ligt de programmabegroting voor 2027, het document dat de koers van onze organisatie voor 2027 bepaalt. Dit is een begroting in een tijd van zowel uitdagingen als kansen. Onze deelnemers zien zich gesteld voor enorme maatschappelijke opgaven. Gezondheid, welbevinden en welvaart staan onder druk door razendsnelle landelijke, Europese en globale ontwikkelingen. De maatschappij vraagt met toenemende urgentie aandacht van de besturen om maatregelen te nemen om onze gezondheid te beschermen, een schone, duurzame en veilige leefomgeving te garanderen en welzijn, welbevinden en welvaart blijvend mogelijk te maken. Grote zorgen vanwege achterblijvende woningbouw, haperende infrastructuur, de druk op de natuur door o.a. stikstof, beschikbaarheid van schoon water en schone lucht, vragen dringend om antwoorden. De ODBN wordt aangesproken om een bijdrage te leveren aan de maatschappelijke opgaven. Dat heeft in 2024 en 2025 geleid tot een zeer intensief traject waarin we maatschappelijke doelstellingen voor de komende jaren op het gebied van de fysieke leefomgeving hebben geïnventariseerd en dat hebben vertaald naar onze eigen opgaven.

Dat leverde een unaniem gedragen plan op in de vorm van de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2025-2028 (UHS) dat is vastgesteld door het Algemeen Bestuur van de ODBN, de besturen van de deelnemende gemeenten en ook werd onderschreven door het bestuur van de provincie. Het Dagelijks Bestuur en de directie waren zich er terdege van bewust dat ambities neergelegd in de UHS erg ambitieus waren. Maar zelfbewust waren we er ook van overtuigd dat we dit durfden aan te pakken. De Directie en het Dagelijks Bestuur namen daarom de uitdaging van de UHS aan en hebben op strategisch niveau bekeken hoe we door middel van een herijking van onze bedrijfsvoering, door het toepassen van een scala aan efficiencymaatregelen, ruimte konden creëren om de opdracht en onze missie voor de komende vier jaar volledig in te kunnen vullen. Resultaat daarvan was de vaststelling door het Dagelijks Bestuur van de strategische visie “Ontwikkelingen in het perspectief van VTH(A) uitvoering richting 2030”. De UHS en de strategische visie op de bedrijfsvoering vormen de kaders voor ons handelen en dus ook deze begroting. We staan voor belangrijke opgaven ten aanzien van onze leefomgeving. Tegelijkertijd moeten we zorgvuldig omgaan met onze financiële middelen, zodat we een toekomstbestendige en robuuste organisatie blijven.

Bij het opstellen van deze begroting hebben we wederom gestreefd naar een evenwicht tussen ambitie en realisme. We investeren in nieuwe technieken om nog meer risicogericht en efficiënter te kunnen werken. Dit alles doen we met een scherp oog voor de financiële continuïteit, waarbij we verantwoord omgaan met de beschikbare middelen.

In december 2025 is de Kadernota 2027 door het Algemeen Bestuur vastgesteld. Deze kadernota vormt, samen met de binnengekomen reacties op de kadernota, de basis voor deze ontwerpbegroting 2027. De reacties op de Kadernota 2027 hebben niet geleid tot een aanpassing in de uitgangspunten voor deze begroting. In de begroting 2026 hebben we voor het eerst met een aangescherpte definitie gewerkt uit de notitie overhead van het BBV. Voor meer inzicht in de opbouw van onze tarieven presenteren we vanaf begrotingsjaar 2027 het tarief op basis van 3 componenten; lonen, bedrijfsmiddelen en overhead. Met deze aangepaste presentatie van het tarief willen we onze deelnemers meenemen in de ontwikkeling die wij zien in de kostenstructuur. Door toenemende lasten voor bedrijfsmiddelen zoals het gebruik van AI en RPA stijgt het aandeel daarvan in het tarief. Met andere woorden de verhouding lonen en overige kosten verschuift door de inzet van nieuwe technieken. In paragraaf 7 van de financiële begroting wordt dit verder toegelicht. Met deze begroting geven we invulling aan onze taken en ambities, met oog voor kostenbeheersing, innovatie en kwaliteit.

Jan Lenssen, Directeur Omgevingsdienst Brabant Noord

ODBN Programmabegroting 2027

Inhoud

4

Voorwoord

2

Inleiding

6

I

Beleidsbegroting

8

Programma’s

10

1.

Programma Regionale Dienstverlening en Collectieve Ontwikkelingen

10

1.1. collectieve taken

10

1.2. ISV sanering wegverkeerslawaai

12

1.3. Milieuklachtencentrale (MKC)

12

1.4. Beheer stortplaatsen

14

Programma Individuele Dienstverlening

15

2.1. Uitvoering van de VTHA-taken

16

2.2. Natuurbescherming

25

2.3 Uitvoering van Specialistische (advies)taken

29

Programma Bedrijfsvoering

40

2.

3.

Paragrafen

48

1.

Paragraaf Weerstandsvermogen & Risicobeheersing

48

2.

Paragraaf Financiering

52

3.

Paragraaf Bedrijfsvoering

55

4.

Paragraaf Wet open overheid

58

5.

Paragraaf Verbonden Partijen

59

Niet van toepassing zijnde paragrafen

61

II

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

5

Financiële begroting

62

1.

Financiële samenvatting

64

2.

Uitgangspunten Begroting 2027

66

3.

Baten en lasten begroting 2027-2030

68

4.

Toelichting op baten en lasten 2027

71

5.

Samen Sterk in Brabant

76

6.

Declarabiliteit en Productiviteit

79

7.

Tariefontwikkeling

82

8.

Overzicht incidentele baten en lasten

85

9

Uiteenzetting financiële positie

86

10.

Deelnemersbijdrage 2027

94

Bijlagen

96

I.

Geactualiseerde risicoanalyse

98

II.

Afkortingenlijst

100

ODBN Programmabegroting 2027

6

Inleiding

7

De Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) is een gemeenschappelijke regeling van 11 overheden: 10 gemeenten in Noordoost-Brabant en de provincie Noord-Brabant (onze deelnemers). Samen dragen we een gedeelde verantwoordelijkheid voor een schone, duurzame en veilige leefomgeving voor mensen, dieren en planten. Als verlengstuk van het lokale en provinciale bestuur voert de ODBN een deel van de wettelijke overheidstaken op dit gebied uit. Bij de ODBN werken uitvoeringsexperts op het gebied van vergunningen, toezicht, handhaving en diverse specialismen zoals geluid, bodem, asbest, natuur, omgevingsveiligheid, luchtkwaliteit, geur en mest. De ODBN heeft op de genoemde terreinen een adviserende taak en werkt aan innovatie en ontwikkeling. De taak rondom de groene wetten voert de ODBN voor heel Brabant uit. Vanuit het kantoor in ’s-Hertogenbosch werken meer ongeveer 350 collega's dagelijks aan een schone, duurzame en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst. Dat is onze missie.

Oss

's-Hertogenbosch Bernheze Vught

SintMichielsgestel

Boxtel

Meierijstad

Maashorst

Land van Cuijk

toezicht en handhaving. Vanuit onze kennis van de praktijk adviseren wij over milieu en natuur en de uitvoerbaarheid en effecten van beleid.“

Leeswijzer De begroting bestaat uit twee onderdelen: de beleidsbegroting en de financiële begroting. In de begroting schetsen wij onze verwachtingen voor 2027: zowel financieel als beleidsinhoudelijk. Als eerste leest u de beleidsbegroting. In dit deel beschrijven we onze beleidsvoornemens voor 2027, mede aan de hand van de ontwikkelingen die op ons afkomen. In het tweede gedeelte van de beleidsbegroting wordt ingegaan op de verplicht voorgeschreven paragrafen, uiteraard voor zover deze van toepassing zijn op de ODBN. In het tweede deel vindt u de financiële begroting. Deze start met de financiële samenvatting waarin de hoofdlijnen van de financiële ontwikkelingen verwoord zijn. In de delen daarna worden de (meerjaren-)ramingen gepresenteerd en wordt er getoond waar de afwijkingen zitten. Ook de staat van incidentele baten en lasten en de geprognosticeerde balans zijn in dit deel terug te vinden.

Boekel

Onze leefomgeving is divers en een actueel thema voor elke inwoner en ondernemer. Als deskundige uitvoeringsorganisatie signaleren en agenderen we de voortdurende veranderingen in onze leefomgeving. Dit betekent doorlopende ontwikkeling en vernieuwing van ons werk. Onze deskundige medewerkers op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving en advisering (VTHA) werken binnen de kaders van de wetten van milieu, natuurbescherming, bouwen en wonen. Zo kunnen we de gemeenten in Noordoost-Brabant en de provincie Noord-Brabant professioneel en met kennis van zaken adviseren. De ODBN richt zich op samenwerking; binnen de eigen organisatie, met gemeenten, de Provincie en andere relevante organisaties. Gemeenten en de Provincie voelen zich als eigenaar en als opdrachtgever betrokken. Dat is onze visie. Als ODBN zijn we primair een uitvoeringsorganisatie van VTHA-taken. We streven naar continue verbetering van de kwaliteit en investeren in de deskundigheid van onze medewerkers, ons belangrijkste kapitaal. Naast de uitvoering van VTHA-taken adviseren wij steeds meer over de effecten van beleid in de praktijk. Door ons werk zien we wat er in de leefomgeving gebeurt. Ook Brabant breed en landelijk dragen we onze expertise uit en staat onze leefomgeving in Brabant Noord centraal. Kortom onze ambitie is: Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

“De ODBN is dé deskundige uitvoerder op het terrein van vergunningverlening,

P&C cyclus De P&C-cyclus van de ODBN kent drie programma's die leidend zijn voor de indeling van de beleidsbegroting. 1. Het eerste programma heet Regionale Dienstverlening en Collectieve Ontwikkelingen. Dit programma gaat over de taken die de ODBN voor de regio uitvoert, zoals de collectieve taken, het project Sanering Verkeerslawaai, de milieuklachtencentrale en het bodemloket. 2. Het programma Individuele Dienstverlening gaat over de dienstverlening aan een deelnemer van zowel de wettelijke basistaken als de verzoektaken die een deelnemer bij de ODBN heeft belegd. Ook zijn hierin de opdrachten opgenomen die buiten de werkprogramma's vallen. 3. Het programma Bedrijfsvoering bevat vooral de organisatorische zaken beschreven. De begroting is de nadere concretisering van de Kadernota 2027, waarin wij de ontwikkelingen hebben geschetst die op ons afkomen. In de begroting gaat het om de beleidsinhoudelijke en financiële voornemens van de ODBN als geheel. Daarbij gaan we niet in op de situatie per deelnemer. De concrete werkzaamheden die wij voor elk van onze deelnemers uitvoeren, worden uitgewerkt in de gemeentelijke werkprogramma's en de provinciale opdracht.

ODBN Programmabegroting 2027

8

I Beleidsbegroting

9

2

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

ODBN Programmabegroting 2027

10

1 Programma’s

1 Programma Regionale Dienstverlening en Collectieve Ontwikkelingen Inhoud Programma De Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) voert het programma Regionale Dienstverlening en Collectieve Ontwikkelingen uit. Hierin zijn werkzaamheden opgenomen die worden uitgevoerd voor het collectief aan deelnemers. De volgende onderwerpen maken onderdeel uit van dit programma: ➜ Collectieve Taken waarin de ontwikkelopgaven en innovatieve initiatieven voor de ODBN worden toegelicht en begroot ➜ • Overige regionale werkzaamheden (voormalig RMB) - Sanering verkeerslawaai (ISV) - Beheer en nazorg (voormalige) stortplaatsen ➜ Diverse ontwikkelingen die van invloed zijn op diverse onderdelen in deze begroting. Beleidskaders/richtlijnen OMSCHRIJVING

DATUM

EXPIRATIEDATUM

Omgevingswet

1 januari 2024

Open

Omgevingsbesluit

1 januari 2024

Open

Besluit kwaliteit leefomgeving

1 januari 2024

Open

Besluit activiteiten leefomgeving

1 januari 2024

Open

Omgevingsregeling

1 januari 2024

Open

HUIDIGE WET- EN REGELGEVING

1.1 Collectieve Taken Een belangrijk onderdeel van de Regionale Dienstverlening is het jaarlijks op te stellen Programma Collectieve Taken. In dit programma schetsen we de ontwikkelingen waarop we in het desbetreffende jaar sturen, onder meer via de inzet van Team Innovatie & Ontwikkeling. Het Programma Collectieve Taken wordt opgesteld op basis van diverse documenten zoals de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie en de kadernota, en input van medewerkers en de deelnemers. Het Programma Collectieve

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

11

Taken is gericht op innovatie en ontwikkeling binnen onze VTHA-taken. Het wordt opgebouwd aan de hand van de ontwikkelopgaven op het gebied van (1) vergunningverlening, (2) toezicht en handhaving, (3) specialistische dienstverlening en advisering en (4) overige inzet. Veel ontwikkelingen die we in deze kadernota schetsen – ook onder het programma individuele dienstverlening – worden verder uitgewerkt in het Programma Collectieve Taken 2027. De concrete inzet voor het Programma Collectieve Taken 2027 wordt eind 2026 geraamd.

Wat gaan we doen in 2027?  2027 wordt het derde jaar waarin we bij het bepalen van de inzet van het Programma Collectieve Taken, rekening kunnen houden met de doelstellingen in de Uitvoerings- en handhavingsstrategie ODBN 2025-2028 (UHS). Onderdeel van deze UHS zijn verschillende deelstrategieën, waaronder de reguleringsstrategie, de nalevingsstrategie en de adviesstrategie. Ook bevat de UHS diverse doelstellingen voor de ODBN en haar deelnemers bij het streven naar een schone, duurzame en veilige leefomgeving. Het werken volgens deze strategie en het behalen van de doelstellingen vraagt ook in 2027 om inzet vanuit alle organisatieonderdelen, ook vanuit het Programma Collectieve Taken.  In februari 2026 is de ODBN bezocht door de visitatiecommissie. Deze commissie zal een rapport opstellen waarin ook aanbevelingen aan de ODBN zijn opgenomen. Ook deze aanbevelingen zullen naar verwachting leiden tot input voor het bepalen van de inzet van het Programma collectieve taken 2027.  Ten slotte is te verwachten dat onze koepelorganisatie, ODNL, zich in 2027 nog sterker heeft ontwikkeld en zich steeds meer positioneert als het aanspreekpunt voor vakinhoudelijke vragen waar ook kennisproducten worden ontwikkeld.

Deze veranderende rol van Omgevingsdienst NL zal naar verwachting ook invloed hebben op het Programma Collectieve Taken, bijvoorbeeld wanneer producten vanuit ODNL vragen om een vertaalslag naar de taakuitvoering door de ODBN maar ook om input te leveren aan ODNL. Welke onzekerheden kennen we?  Het budget collectieve taken wordt al in deze begroting vastgesteld, terwijl pas later, bij het opstellen van het Programma Collectieve Taken en de uitvoering daarvan, zal blijken of het huidige budget nog volstaat om alle activiteiten die benodigd zijn om de UHS-doelstellingen in 2027 op te kunnen pakken. We zien dat het huidige budget in de praktijk grotendeels wordt ingezet ter financiering van (een gedeelte van) de adviseurs en projectleiderscapaciteit van team I&O. Maar wanneer in het kader van activiteiten/ projecten ten behoeve van het bereiken van collectieve doelstellingen in de UHS meer inzet nodig blijkt, of daarnaast ook inzet nodig is vanuit andere teams (bijv. team BI of team communicatie) hebben we daarvoor nu geen budget binnen de collectieve taken beschikbaar. Ook de beschikbare capaciteit voor adviseurs/projectleiders en inzet primair proces is beperkt. Indien extra inzet nodig is en een overschrijding van het budget daardoor dreigt, rapporteren we daarover in de Buraps.

ODBN Programmabegroting 2027

12

1.2 Sanering wegverkeerslawaai Ook in 2027 gaan we verder met de geluidsanering van diverse woningen in het werkgebied van de ODBN. Het is onze verwachting dat we het overgrote deel van de saneringslijsten in 2027 afgehandeld hebben. Dit project wordt bekostigd uit verkregen subsidies en uit de bestemmingsreserve ISV.

1.3 Milieuklachtencentrale (MKC) Voor de gemeenten en de provincie voert de ODBN de milieuklachtenregeling uit. Burgers kunnen melding doen bij de MilieuKlachtenCentrale (MKC) wanneer zij overlast ervaren van bedrijven of (particuliere) handelingen die mogelijk in strijd zijn met de wetgeving, zoals geluidsoverlast, geuroverlast of bodemverontreiniging. De MKC is een samenwerkingsconstructie van de Brabantse omgevingsdiensten en zet klachten door naar de betrokken omgevingsdienst. In de afgelopen jaren hebben we geïnvesteerd in een nieuwe werkwijze, een verbeterd registratiesysteem en een voorportaal waarin klachten worden beoordeeld en voorbereid. Deze aanpak heeft geleid tot efficiëntere afhandeling en beter inzicht in de aard van de klachten. Waar in eerdere jaren sprake was van een dalende trend, zien we in de laatste periode dat het aantal klachten niet verder afneemt. Wat hier in ieder geval meespeelt is dat door de komst van de Omgevingswet een verschuiving is ontstaan in soort klachten die voorheen door de gemeenten werden behandeld en nu extra door de ODBN moeten worden opgepakt. Daarnaast speelt mee dat de groeiende mondigheid van burgers en het bewustzijn van rechten leiden tot meer klachten.

Wat gaan we doen in 2027?  Verdieping van klachtenanalyse We investeren in betere duiding van trends, herkomst en aard van klachten. Extra noodzaak ontstaat nu het aantal klachten niet langer daalt, door gewijzigde wetgeving en mogelijk door nieuwe thema’s, zoals spuitzones, in omvang toenemen.  Gerichte inzet van toezicht en handhaving De inzichten uit de analyses worden gebruikt om toezichtcapaciteit doelgericht en effectief in te zetten, met nadruk op bedrijven en branches waar structureel klachten ontstaan. We gaan door met de ingezette aanpak, die positieve resultaten laat zien.  Preventieve interventies Waar mogelijk faciliteren we contact tussen klager en veroorzaker om escalatie te voorkomen. Hier kan een preventieve werking vanuit gaan. Daarnaast wordt het aantal klachten meegewogen in verschillende VTHAinstrumenten zoals de risicogerichte prioritering van toezicht. Welke onzekerheden kennen we?  Toename van klachten door maatschappelijke ontwikkelingen De groeiende mondigheid van burgers en het bewustzijn van rechten in combinatie met gewijzigde regelgeving kunnen leiden tot een structureel hoger klachtenvolume  Tijdelijk extra inzet nodig door betere analyses Naarmate we trends scherper in beeld krijgen, kan dit in eerste instantie leiden tot extra toezicht en handhaving om patronen te doorbreken.

 Toename van klachten over gewasbeschermingsmiddelen De verwachte stijging van klachten rond spuitzones kan extra druk leggen op de MKC en op toezichtcapaciteit.

Inhoudelijk verwachten we een toename van klachten over gewasbeschermingsmiddelen, met name in gebieden waar agrarische bestemmingen grenzen aan gevoelige functies zoals wonen. Deze ontwikkeling vraagt om extra aandacht in de komende jaren. De beschikbare informatie uit de MKC blijft een belangrijke bron voor risicogericht toezicht. Bedrijven waarover veel klachten binnenkomen worden met een gerichte, oplossingsgerichte aanpak gecontroleerd. De klachtenanalyse wordt steeds verder verfijnd, zodat we beter kunnen inschatten wat er speelt, waarom patronen zich ontwikkelen zoals ze doen en welke interventies het meest passend zijn.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

ODBN Programmabegroting 2027

13

2 Programma Individuele Dienstverlening

1.4 Beheer stortplaatsen

14

Wat gaan we doen in 2027? Alle mogelijkheden zijn onderzocht om het eeuwigdurend beheer over te dragen aan een derde partij. Dat is om verschillende redenen niet gelukt (zie jaarstukken 2025). Dit is het laatste begrotingsjaar dat er tekstueel aandacht aan besteed zal worden. In de volgende P&C documenten zal er niet meer inhoudelijk worden gerapporteerd over de Voorste Heide tenzij ontwikkelingen hier aanleiding toe geven. Uiteraard zal er wel een financiële toelichting worden gegeven

Wat mag het programma Regionale Dienstverlening kosten? REGIONALE DIENST VERLENING EN COLLECTIEVE ONT WIKKELINGEN BEDRAGEN X € 1.000,-

Inhoud Programma Het programma Individuele Dienstverlening sluit aan op de uitvoeringsprogramma’s en opdrachten die we met onze deelnemers vaststellen. Het gaat om onze kerntaken: vergunningverlening, toezicht, handhaving en advisering op het gebied van milieu, natuurbescherming, ruimtelijke ontwikkeling en omgevingsrecht. Voor de basistaken geldt dat onze deelnemers deze bij de ODBN neer dienen te leggen. Voor de (overige) verzoektaken geldt dat deelnemers zelf in afstemming met de ODBN de afweging maken of en in welke omvang deze belegd worden bij de ODBN. Beleidskader/richtlijnen

REKENING 2025

BEGROTING 2026

BEGROTING 2027

Personeel

2.861

955

700

Bedrijfsmiddelen

776

306

350

TOTAAL LASTEN

3.638

1.261

1.050

Collectieve taken

904

922

951

Samen Sterk in Brabant*

3.367

0

0

Overige regionale programma's

889

558

175

TOTAAL BATEN

5.160

1.480

1.126

SALDO

1.522

219

76

* In de jaarrekening 2025 werd Samen Sterk in Brabant in het dit programma opgenomen. In de begroting 2026 is SSiB al als apart onderdeel gepresenteerd. In de begroting 2027 wordt SSiB gepresenteerd in de financiële begroting onder 5. Samen Sterk in Brabant. Toelichting De loonkosten en baten nemen af in de begroting 2027 door het wegvallen van de Specifieke uitkering Toezicht en handhaving Energiebesparingsplicht. De bedrijfsmiddelen worden geïndexeerd. Taakvelden Om op landelijk niveau begrotingen van overheidsorganisaties te kunnen aggregeren is door het Rijk een uniforme set van taakvelden vastgesteld. De activiteiten uit het programma Regionale Dienstverlening hebben betrekking op: Taakveld 1.1 Taakveld 7.3 Taakveld 7.4

15

OMSCHRIJVING

DATUM

EXPIRATIEDATUM

Wet milieubeheer

1 maart 1993

Open

Omgevingswet

1 januari 2024

Open

HUIDIGE WET TEN VOOR OMGEVINGSWET

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie De UHS vormt het kader waarbinnen uitvoering wordt gegeven aan vergunningverlening, toezicht en handhaving. De UHS is gebaseerd op een omgevingsanalyse waarin de voornaamste ontwikkelingen in onze omgeving zijn geschetst. De UHS bevat een set doelstellingen voor onze taakuitvoering. Op deze doelstellingen zullen we jaarlijks de voortgang monitoren, en zo nodig de doelstellingen bijstellen. Onderdeel van de UHS is een jaarlijkse terugkerende analysesystematiek waarmee de problemen bij het naleven van de milieuwetgeving in kaart worden gebracht en inhoudelijke prioriteiten gesteld worden. Het doel van dit analysemodel is om de beschikbare capaciteit van de ODBN dáár in te zetten waar de risico’s en het te bereiken effect het grootst zijn. Jaarlijks worden bestaande inhoudelijke prioriteiten voor vergunningverlening, toezicht handhaving en advisering geëvalueerd en waar nodig bijgesteld, gebruikmakend van de kennis van de medewerkers en de informatie die uit data gedestilleerd kan worden. Dit gebeurt in nauwe afstemming met de deelnemende gemeenten, waarbij ook bestuurlijke prioriteiten worden meegewogen. Ditzelfde geldt voor de provincie Noord-Brabant.

➜ Crisisbeheersing ➜ Beheer stortplaatsen ➜ Milieubeheer

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

ODBN Programmabegroting 2027

16

2.1 uitvoering van de VTHA-taken 2.1.1 Vergunningverlening De ODBN verzorgt de vergunningverlening en ontheffingen op het gebied van milieu en natuur voor haar deelnemers. De vergunningverleningstaak wordt uitgevoerd in overeenstemming met de daarvoor in de UHS opgenomen reguleringsstrategie. Onder vergunningverlening verstaan wij verschillende activiteiten, waaronder het behandelen van aanvragen voor omgevingsvergunningen, ontheffingen en wijzigingen, het reviseren en intrekken van omgevingsvergunningen, het beoordelen van meldingen en het opstellen van maatwerkvoorschriften. Voor de provinciale taken geldt daarnaast het ‘Instrumenteel kader vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht’. We zien dat het werk van onze vergunningverleners complex blijft. Dit komt deels doordat we een deel van de taken – met name de meldingen – risicogericht oppakken. Dat betekent dat de relatief eenvoudige zaken bijvoorbeeld administratief afgehandeld kunnen worden. Wat overblijft is de complexere casuïstiek, die een groter beroep doet op onze kennis en kunde. We constateren dat in onze regio verschillend wordt omgegaan met de ruimte die de Omgevingswet laat voor het heffen van leges. Het zou goed zijn als onze deelnemers in ogenschouw nemen dat de grote regionale verschillen in het heffen van leges niet bijdragen aan een gelijk speelveld.

Het stikstofdossier blijft ook in 2027 een bepalende factor. Een deel van de aanvragen valt nog onder het oude wettelijke stelsel en kan door ontbrekende toetsingskaders of jurisprudentie niet volledig worden afgehandeld. Hierdoor groeit de werkvoorraad. De bijstelling aanpak ammoniakemissie-

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

eisen veehouderijen heeft bovendien een grote impact op de agrarische vergunningverlening. We bereiden ons voor op een mogelijke toename van aanvragen en wijzigingen. Daarbij speelt mee dat voor veehouderijen vaker een vergunningplicht geldt en dat uitvoeringsbeleid nog niet altijd volledig is uitgekristalliseerd. De komende jaren blijven we geconfronteerd met pieken en dalen in de werkvoorraad. Grote beleidswijzigingen of deadlines kunnen leiden tot een plotselinge instroom van aanvragen, terwijl andere periodes juist stilvallen. Dit vraagt om flexibiliteit, scenario’s en duidelijke afspraken met onze deelnemers over prioritering. Ten aanzien van vergunningverlening volgen uit de uitvoerings- en handhavingsstrategie twee bredere sporen: ➜ De inzet op actuele vergunningen (met inbegrip van intrekkingen). Op dit punt is de wens (einddoel) dat we geprogrammeerd actualiseren. Dit betekent dat we in de werkprogramma's opnemen hoeveel vergunningen wij gaan beoordelen op actualiteit en daadwerkelijk verwachten te gaan actualiseren en daarvoor ook capaciteit organiseren. Het uiteindelijke doel is dat wij elke vergunning minstens één keer per 5 jaar beoordelen op actualiteit. Deze doelstelling komt in beeld als de basis voor geprogrammeerd actualiseren is gelegd. Ook willen we meer datagedreven omgaan met intrekkingen.

➜ De inzet op vergunningvoorschriften (met inbegrip van scherp vergunnen). Op dit punt is het einddoel dat ontwikkelingen rondom voorschriften in de vergunningverlening binnen de organisatie systematisch en overzichtelijk zijn vastgelegd en geborgd. Per ontwikkeling is helder wat de inzet en positie van de ODBN is. Daarbij wordt in het kader van de vergunningverlening ook steeds een bewuste en zorgvuldige afweging gemaakt over de scherpte van de toe te passen normering.

ODBN Programmabegroting 2027

17

18

19

Wat gaan we doen in 2027?  We voeren gemeentelijke vergunningverlening uit volgens de Uitvoerings- en handhavingsstrategie 2025-2028. Provinciale vergunningverlening voeren we daarnaast uit volgens het ‘Instrumenteel kader vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht’  Bij vergunningverlening werken we vanuit de uitvoerings- en handhavingsstrategie naar de situatie dat in 2027 het geprogrammeerd actualiseren onderdeel vormt van de werkprogramma's. Van vergunningen waarvan bekend is dat deze kunnen worden ingetrokken wordt de procedure tot intrekken gevolgd. Ook willen we dat in 2027 de te ontwikkelen werkwijze voor de borging van nieuwe ontwikkelingen wordt gehanteerd, en de te formuleren uitgangspunten voor scherper vergunnen zijn omgezet naar een vastgesteld proces. Welke onzekerheden kennen we?  Een piekbelasting aan aanvragen kan een verdringing in werkzaamheden voor vergunningverlening betekenen waardoor prioriteiten in de werkzaamheden moeten worden gesteld. Over deze prioritering zal worden gecommuniceerd met onze deelnemers.  Ontwikkelingen in het stikstofdossier, nieuwe toetsingskaders en jurisprudentie blijven onzekerheden geven die direct invloed hebben op onze werkvoorraad en doorlooptijden.

 Ook landelijke ontwikkelingen rondom voorschriften, gezondheid, waterkwaliteit en ZZS kunnen leiden tot aanvullende werkzaamheden of aanpassingen in onze werkwijze.  Onduidelijk is welk effect het advies van de GGD heeft op de vergunningverlening ten aanzien van geitenhouderijen.

2.1.2 Toezicht Naast vergunningverlening verzorgt de ODBN het toezicht op naleving van de natuur- en milieuregels. Toezichthouders voeren controles uit ter voorkoming van overtredingen en ter bevordering van het nalevingsgedrag. Het doel van toezicht is het voorkomen (dan wel beperken) van onveilige, ongezonde en niet duurzame situaties, die de staat van de leefomgeving in negatieve zin aantasten. Toezicht wordt uitgevoerd conform de daarvoor in de UHS opgenomen nalevingsstrategie, waarin ook een specifieke toezichtstrategie is opgenomen. Toezicht vindt zoveel mogelijk risicogericht plaats – onder andere aan de hand van het Risicomodel Milieutoezicht – en kent verschillende vormen zoals het gebiedsgericht, thematisch en het ketentoezicht. Ook wordt steeds vaker ingezet op preventieve instrumenten, als onderdeel van de in de UHS opgenomen preventiestrategie. Hierbij wordt bijvoorbeeld ingezet op voorlichting als onderdeel van specifieke toezichtplannen. Daarmee kunnen overtredingen kunnen worden voorkomen, of juist eerder geïntervenieerd worden wanneer naleving van de wet- en regelgeving ondanks voorlichting uitblijft. Belangrijk om te benadrukken is wel dat de ODBN geen algemene voorlichtingstaak heeft en het op de hoogte zijn van relevante wet- en regelgeving valt onder de eigen verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

In 2027 voeren we het toezicht uit onder de Uitvoerings- en handhavingsstrategie 2025–2028, en blijven we voor provinciale taken werken volgens het Instrumenteel kader toezicht en handhaving. Ten aanzien van toezicht volgen uit de uitvoerings- en handhavingsstrategie drie bredere sporen: ➜ Risicogericht toezicht: ons doel is dat we risicogericht kunnen programmeren op basis van onze eigen datahuishouding en analyses. In 2026 heeft er een evaluatie van ons risicogerichte toezicht plaatsgevonden. Op basis hiervan passen we in 2027 de aangepaste risico-analyse toe bij ons toezicht. Dit heeft mogelijk consequenties voor onze capaciteit. In 2027 zetten we een volgende stap naar datagedreven toezicht waarbij we MBA-registraties en data uit digitale checklists actiever inzetten om risico's eerder te signaleren. ➜ Ketentoezicht: ketentoezicht is een effectieve manier van toezicht waarin niet één bedrijf maar een gehele keten centraal staat. Vanaf 2027 zullen we gaan werken volgens het Brabant brede ambitieplan waarbij meer focus zal liggen op strategische, tactische en operationele dataanalyses en het uitvoeren van ketenprojecten die hieruit volgen. Daarnaast voeren we naar aanleiding van controles ook zelfstandig ketentoezicht uit, waarbij we onze eigen ambities in kaart gaan brengen.

➜ Preventie: uiteindelijk willen we tot een preventiestrategie komen om meer milieuwinst te behalen onder het mom van ‘voorkomen is beter dan bestraffen’. In 2027 zullen we de pilotprojecten uit 2026 evalueren en starten met het opstellen van een preventiestrategie. We blijven risicogericht werken en met het Risicomodel Milieutoezicht bepalen we gericht waar inzet het meest noodzakelijk is. Daarnaast zetten we verschillende toezichtvormen in: gebiedsgericht, toepassing focusthema's en ketentoezicht.

ODBN Programmabegroting 2027

20

Daarnaast blijven we inzetten op innovatie. Ons toezicht wordt uitgebreid met nog meer aandacht voor drones en andere innovatieve middelen, waarbij wij deze ontwikkelingen actief volgen en meenemen in onze toezichtaanpak. Ook benutten we onze informatiepositie ten opzichte van ketenpartners steeds beter en verkennen we in 2027 de inzet van nieuwe technieken zoals AI. Het toezicht op basis van actuele data wordt hierdoor nog efficiënter. Binnen toezicht krijgen enkele thema's in 2027 extra aandacht: ➜ Z  eer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) blijven een belangrijk aandachtspunt. Het meerjarig verbeteren van inzicht in gebruik, alternatieven en naleving loopt door. Een handelingskader voor ZZS wordt in 2027 verder verankerd. ➜ H  et thema waterkwaliteit vanwege de KRW‑deadline 2027. Ons toezicht richt zich vooral op indirecte lozingen. In samenwerking met waterschappen blijven we inzetten op het herleiden en terugdringen van schadelijke lozingen. ➜ D  e herziening van de Richtlijn industriële emissies (Rie) heeft tot gevolg dat meer veehouderijen onder het Rie‑regime vallen, dat emissie‑ en monitoringsverplichtingen worden aangescherpt en dat nieuwe thema’s zoals klimaat en circulariteit onderdeel worden van het toezicht. Dit leidt tot intensiever, technischer en breder toezicht, met een grotere nadruk op risicogerichte inzet en tijdige naleving.

➜ D  e inzet op circulaire economie wordt de komende jaren versterkt. De focus verschuift daarbij van uitsluitend naleving van afval- en emissieregels naar grondstoffengebruik, hergebruik en ketenverantwoordelijkheid.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

Wat gaan we doen in 2027?  Gemeentelijke toezichttaken: We voeren onze gemeentelijke toezichttaken uit overeenkomstig de U&H‑strategie 2025–2028. Door afspraken met onze deelnemers en gerichte programmering blijven we toezicht houden op de activiteiten met de grootste impact op de leefkwaliteit.  Provinciale toezichttaken: We voeren de provinciale toezichttaken uit volgens het Instrumenteel kader toezicht en handhaving. Daarbij houden we rekening met de complexiteit van provinciale milieutaken, waaronder toezicht op grotere risicobedrijven, natuurwetgeving en activiteiten met bovenlokale impact. We zorgen dat onze inzet aansluit op provinciale prioriteiten en op ontwikkelingen binnen natuuren milieubeleid.  Informatiegestuurd werken: We blijven het informatiegestuurd werken verder professionaliseren. Dit doen we door datakwaliteit te verbeteren, signalen beter te benutten en risicoprofielen verder te verfijnen. Hierdoor kunnen toezichthouders gerichter optreden en ontstaat een uniformere benadering van milieubelastende activiteiten. Ook zetten we in op betere onderbouwing van toezichtkeuzes en transparanter afwegingskaders richting bestuur en deelnemers.  Innovatie in toezicht: We blijven investeren in de inzet van innovatieve middelen zoals drones, digitale monitoring en remote sensing.

Deze technieken helpen ons efficiënter en effectiever toezicht te houden, vooral op moeilijk bereikbare locaties of bij toezicht op emissies en installaties. Daarnaast verkennen we de inzet van datagedreven tools en AI‑ondersteuning om toekomstige risico’s beter te identificeren en trends sneller te signaleren.  Toezicht op ZZS, KRW en ketens: We versterken het toezicht op Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS), KRW‑gerelateerde lozingen en ketens die gevoelig zijn voor illegaliteit en milieucriminaliteit. Dit betekent dat we bedrijven actiever aanspreken op minimalisatieverplichtingen, nauwer samenwerken met waterschappen voor het terugdringen van indirecte lozingen en ketenpartners betrekken bij gezamenlijke projecten. De nadruk ligt op het aanpakken van risico’s die de leefomgeving structureel kunnen schaden.

ODBN Programmabegroting 2027

21

22

Welke onzekerheden kennen we?  Impact van de stikstofproblematiek: De impact van de stikstofproblematiek op toezicht blijft onzeker. Ontwikkelingen in landelijke regelgeving en beleidskaders kunnen directe gevolgen hebben voor de toezichtprogrammering, naleefgedrag en prioritering van toezichtcapaciteit. Hierdoor blijft het noodzakelijk om wendbaar te blijven, signalen te monitoren en onze inzet tijdig aan te passen aan veranderende omstandigheden.  Druk op waterkwaliteit en KRW‑knelpunten: De druk op waterkwaliteit en het risico op het ontstaan van KRW‑knelpunten kunnen leiden tot extra toezichtopgaven. De KRW‑deadline in 2027 kan vragen om opschaling van toezicht op indirecte lozingen, intensievere samenwerking met waterschappen en een bredere inzet op bronherleiding van schadelijke stoffen. Dit kan gevolgen hebben voor de inzet van capaciteit en benodigde expertise.  Mogelijke wijzigingen in Rie‑verplichtingen voor veehouderijen: We houden rekening met mogelijke wijzigingen in de Rie voor veehouderijen. Het is op dit moment nog onzeker welke verplichtingen daadwerkelijk gaan gelden en welke gevolgen dit heeft voor toezicht, naleving en inzet van capaciteit. Daarom blijven we ontwikkelingen nauwgezet volgen en houden we ruimte om onze toezichtprogramma’s tijdig aan te passen.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

2.1.3 Handhaving Handhaving – zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk – is één van onze instrumenten om bij te kunnen dragen aan een schone, veilige en duurzame leefomgeving. Hoewel handhaving nooit een doel op zichzelf mag zijn, is het wel een belangrijk middel wanneer naleving van de wet- en regelgeving uitblijft. De ODBN voert haar handhavingstaken uit overeenkomstig de ‘handhavingsstrategie’ die net als de toezichtstrategie onderdeel uitmaakt van de nalevingsstrategie. Een belangrijk instrument daarbij is de toepassing van de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). Daarnaast is samenwerking met de handhavingspartners – zoals politie en het Functioneel Parket – een cruciaal onderdeel van de handhavingsstrategie. Aanpak Milieucriminaliteit en operationele slagkracht De landelijke aandacht voor de (ondermijnende) gevolgen van milieucriminaliteit neemt alleen maar toe. Onder andere gelet op de nieuwe EU‑Richtlijn Milieucriminaliteit – die eind 2026 verankerd moet worden in Nederlandse wetgeving – verwachten we in 2027 een verdere groei van de handhavingsopgave. De ontwikkelingen kunnen leiden tot nieuwe taken en/of een toename in het aantal strafzaken, met invloed op de werkvoorraad bij zowel de ODBN als bij de ketenpartners, met onder meer mogelijke gevolgen voor de doorlooptijden.

Dit wijst ook op het belang van de regionale handhavingssamenwerking en het gezamenlijk stellen van doelen en prioriteiten. Ook zien we de nodige ontwikkelingen binnen het boa-stelsel, waarbij het bestaande stelsel wordt vereenvoudigd. Volgens de huidige plannen worden de zes boa-domeinen teruggebracht naar twee hoofdgroepen, waarbij onze (grijze) milieuboa’s onder de gespecialiseerde hoofdgroep vallen.

ODBN Programmabegroting 2027

23

24

25

Gelet op het voorgaande is het belangrijk dat we blijven investeren in onze (grijze) boa-capaciteit. Dat is nodig om mee te bewegen met de landelijke ontwikkelingen en om recht te doen aan de toename in het aantal mogelijke strafzaken, mede als gevolg van de verbeterde toepassing van de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). De uitbreiding en professionalisering van onze strafrechtelijke arm stelt ons in staat opvolging te geven aan meer zaken en effectiever te interveniëren. Regionale Handhavingssamenwerking Bij de uitvoering van de handhavingstaak is de samenwerking met partners zoals politie, het Functioneel Parket en andere toezichthoudende instanties van cruciaal belang. Daarom investeren we ook in 2027 in deze handhavingssamenwerking. In de tweede helft van 2025 is gestart met een nieuwe overlegstructuur, waarbij de drie Brabantse omgevingsdiensten met politie en het Functioneel Parket werken aan gezamenlijke werkafspraken en prioriteiten. Deze overlegstructuur is opgezet naar aanleiding van een gezamenlijke adviesopdracht van de drie omgevingsdiensten, uitgevoerd door de ODBN.

In 2027 zetten we in op de doorontwikkeling en verdere bestendiging van deze overlegstructuur – bestaande uit een operationeel casusoverleg, een tactisch- en een strategisch overleg bestuursrecht/strafrecht – met de ambitie om in gezamenlijkheid tot een effectieve prioritering en aanpak te komen.

Wat gaan we doen in 2027?  Inspelen op ontwikkelingen: we volgen de landelijke ontwikkelingen t.a.v. de EUrichtlijn Milieucriminaliteit en de wijzigingen in het boa-stelsel nauwgezet en passen de formatie en organisatie van de handhavingstaak daar waar nodig op aan.  Handhavingssamenwerking: we intensiveren de samenwerking met onze partners binnen de nieuwe regionale overlegstructuur en zetten in op gezamenlijke prioriteiten en werkafspraken.  Professionalisering en kennis: we blijven inzetten op de doorontwikkeling van ons (grijze) handhavingsteam en de kennis van onze opsporingsambtenaren. Welke onzekerheden kennen we?  Uitbreiding taakveld: De landelijke taken kunnen leiden tot aanvullende taken, meer strafzaken en/of nieuwe rapportageverplichtingen, terwijl de structurele financiering hiervoor niet altijd gegarandeerd is.

2.2 Natuurbescherming De ODBN verzorgt namens de provincie Noord-Brabant de VTH-taken met betrekking tot de bescherming van flora en fauna. Of meer concreet de bescherming van planten, dieren, leefgebieden, bossen en andere houtopstanden in Noord-Brabant. Daarnaast wordt ook de opgave op het onderdeel natuur van onze gemeentelijke deelnemers, ingevuld door de ODBN. Dit zien we onder andere terug bij de toenemende vraag vanuit onze deelnemers naar ondersteuning voor het toepassen en uitvoeren van de Omgevingswet voor natuuractiviteiten. Van ons wordt ook steeds meer gevraagd dat we uitleg geven, dat we op inhoudelijke onderwerpen advies geven of dat we beleidsmakers adviseren over bijvoorbeeld een adequaat toezichtsniveau. De Omgevingswet gaat nadrukkelijk uit van het mogelijk maken van allerhande ontwikkelingen. Het beschermen van de fysieke leefomgeving gaat echter niet altijd goed samen met maatschappelijke ontwikkelingen zoals isolatie, bouw en renovatie van gebouwen in verband met de klimaatopgave en de woningbouwopgave. Hierbij kunnen immers beschermde flora en fauna worden aangetast. 2.2.1 Natura 2000-gebieden De landelijke stikstofproblematiek heeft een grote invloed op onze taakuitvoering.

De jurisprudentie over intern salderen, additionaliteit en de beoordeling van emissiearme huisvestingssystemen in de veehouderij heeft ook in 2027 nog een groot effect op de uitvoering. Om vergunningverlening weer op te kunnen pakken is het nemen van een pakket van geborgde maatregelen die verslechtering van Natura 2000-gebieden uitsluiten noodzakelijk. Dit is een combinatie van Rijksmaatregelen en provinciale maatregelen. Hoewel landelijke besluitvorming vooral ziet op het vrijstellen van bepaalde activiteiten van vergunningplicht, stellen provincies diverse regelingen vast waarmee de natuur (op termijn) kan herstellen. Als de staat van de natuur met deze regelingen ook daadwerkelijk

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

ODBN Programmabegroting 2027

26

27

stukje bij beetje verbetering laat zien en er dus ruimte voor ontwikkelingen ontstaat, kunnen in 2027 mogelijk meer categorieën vergunningaanvragen in behandeling worden genomen. Daarbij blijft de uitvoering wel afhankelijk van landelijke opgaven zoals het opstellen van een nieuwe systematiek voor de beoordeling van emissiearme huisvestingssystemen in de veehouderij. De verwachting is daarom dat voor de meeste initiatieven in 2027 nog geen vergunningen verleend kunnen worden. Als ODBN denken we ondanks de uitdagingen graag mee hoe we ontwikkelingen mogelijk kunnen maken en hoe wij ons zo effectief mogelijk inzetten totdat vergunningverlening weer verder mogelijk is. Zo pakken wij onze rol als uitvoeringsdeskundige door bij te dragen aan het opstellen en uitvoeren van nieuwe regelingen van de provincie, maar ook door landelijk onze visie op de problematiek en mogelijke oplossingen aan te dragen. Ook zetten wij onze expertise in om beleid te ontwikkelen op andere gebieden dan stikstof, zoals effecten van bijvoorbeeld het onttrekken van grondwater, het gebruik van bestrijdingsmiddelen en het gebruik van natuur en buitengebied voor recreatieve activiteiten.

Wat gaan we doen in 2027?  We verzorgen de VTHA-taken op het onderdeel natuur namens de provincie.  Extra inzet op handhavingsverzoeken op onderdelen als grondwateronttrekkingen, gewasbeschermingsmiddelen en stikstofdepositie.  We zetten in op het intrekken van latente ruimte.  We bereiden ons voor op het moment dat vergunningverlening weer opgepakt kan worden.  Door onze VTHA-uitvoering en deelname aan uitvoeringsbeleid blijven wij ons hard maken voor de bescherming van de Brabantse natuur. Welke onzekerheden kennen we?  We blijven de ontwikkelingen op het gebied van het stikstofdossier ook in 2027 nauwlettend in de gaten houden. We verwachten een grote inzet van onze medewerkers, maar kunnen deze op dit moment nog niet exact ramen. Wanneer hier meer duidelijkheid over is, wordt dit meegenomen in de gesprekken met onze deelnemers.  Onduidelijk is of voor bijvoorbeeld de thema's gewasbeschermingsmiddelen en grondwateronttrekkingen volledige uitvoeringskaders bekend zijn.

2.2.2 Flora, fauna en houtopstanden In 2027 voert de uitvoeringsdienst namens de provincie de VTHA-taken uit op het onderdeel natuur binnen de Omgevingswet, in een context van toenemende inhoudelijke, juridische en bestuurlijke complexiteit. De uitgangspunten van de Omgevingswet blijven richtinggevend: bescherming en verbetering van de fysieke leefomgeving staan centraal, in samenhang met maatschappelijke opgaven zoals woningbouw, energietransitie en klimaatadaptatie. Deze opgaven blijven ook in 2027 onverminderd groot en zorgen voor een blijvende druk op de ruimte en daarmee op natuurwaarden. Voor soortenbescherming wordt een duidelijke intensivering verwacht. De provincie blijft gemeenten ondersteunen via de ‘Bijdrageregeling versterking biodiversiteit en versnelling energiebesparing’. Het aantal gemeenten dat werkt aan een Soortenmanagementplan (SMP) neemt naar verwachting verder toe. In 2027 ligt de focus op het begeleiden van deze gebiedsgerichte aanpak en het borgen van de kwaliteit van SMP’s, zodat zij daadwerkelijk leiden tot betere leefgebieden voor beschermde soorten én tot efficiëntere vergunningverlening. De ODBN blijft hierbij een belangrijke schakel tussen gemeenten, provincie en initiatiefnemers.

De realisatie van gemeentedekkende gebiedsvergunningen vraagt om zorgvuldige vergunningverlening, diepgaande ecologische en juridische toetsing en afstemming met gemeenten en betrokkenen. In 2027 wordt de rol van de ODBN verder verschoven naar een vroegtijdige en proactieve betrokkenheid bij ruimtelijke ontwikkelingen. Door eerder in het planproces mee te denken, kan beter worden gestuurd op het voorkomen van negatieve effecten op natuur én op het benutten van kansen om biodiversiteit te versterken. Deze aanpak draagt bij aan snellere en beter vergunbare projecten en voorkomt vertraging in latere fases. Daarnaast neemt de complexiteit van toezicht en handhaving toe door cumulatieve effecten, monitoringverplichtingen en de handhaafbaarheid van gebiedsgerichte afspraken.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

ODBN Programmabegroting 2027

28

Het faunabeheer vraagt om versterkte inzet op toezicht en handhaving bij de uitvoering van faunabeheerplannen, populatiebeheer en schadebestrijding. Hierbij spelen maatschappelijke gevoeligheid, veranderende wetenschappelijke inzichten en een toename van bezwaar- en beroepsprocedures een belangrijke rol. Voor houtopstanden neemt de complexiteit toe door de samenloop met ruimtelijke ontwikkelingen, energietransitie en klimaatadaptatie. De uitvoeringsdienst beoordeelt meldingen en vergunningen, ziet toe op herplantplicht en handhaaft bij overtredingen, waarbij integrale afwegingen binnen de Omgevingswet centraal staan. Bomen en bossen vervullen een cruciale rol in het tegengaan van klimaatverandering, het verbeteren van de luchtkwaliteit, waterberging, hittestressreductie en het bieden van leefgebied voor talrijke soorten. In 2027 blijft de bescherming van houtopstanden daarom een speerpunt. Naast het behoud van areaal ligt de nadruk steeds meer op het waarborgen en verbeteren van de kwaliteit van bossen en houtopstanden, waaronder het tegengaan van aantasting door ziekten, plagen en ongewenste ingrepen. De uitvoering ontwikkelt zich verder van voornamelijk toetsend en handhavend naar meer risicogericht en preventief werken.

Hiermee wordt ingezet op het voorkomen van kwaliteitsverlies en het stimuleren van duurzaam beheer, passend binnen de bredere doelstellingen van natuurherstel en biodiversiteitsversterking.

Wat gaan we doen in 2027?  Meer adviserend en proactief werken, eerder in contact met initiatiefnemers vóór formele stappen. En daarmee verder positioneren als kenniscentrum voor deelnemers, burgers en bedrijven.  Verder onderzoeken en realiseren van vernieuwende werkwijzen voor beoordeling van Soortenmanagementplannen (SMP’s).  Vroegtijdig en proactief betrokken zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen om negatieve effecten op natuur te voorkomen en kansen voor biodiversiteit te benutten.  Inzetten op behoud én verbetering van kwaliteit van bossen en houtopstanden (duurzaam beheer, natuurherstel, biodiversiteitsversterking). Verkennen hoe we meer data-inzicht krijgen in ontwikkelingen binnen het werkgebied (met name houtopstanden). Welke onzekerheden kennen we?  Toenemende inhoudelijke, juridische en bestuurlijke complexiteit binnen natuur-VTHA.  Blijvende druk op ruimte en natuurwaarden door woningbouw, energietransitie en klimaatadaptatie.  Groeiend aantal SMP’s vraagt veel capaciteit en specialistische kennis. Waarbij tevens toenemende complexiteit van toezicht en handhaving wordt verwacht door cumulatieve effecten en monitoringverplichtingen.  Maatschappelijke gevoeligheid rond faunabeheer en veranderende (wetenschappelijke) inzichten.  Complexe afwegingen rond houtopstanden door samenloop met ruimtelijke ontwikkelingen en klimaatopgaven.

Met risico op kwaliteitsverlies van bossen door ziekten, plagen en ongewenste ingrepen.

Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

2.3 Uitvoering van specialistische (advies)

29

taken De ODBN voert voor haar deelnemers ook specialistische milieu(advies)taken uit. Daaronder vallen taken op het gebied van ruimtelijke ordening, externe veiligheid, lucht/geur, geluid, bodem, energie, sloop en asbest, energie en mobiliteit en juridisch advies. Onze specialisten zijn voor onze vergunningverleners en toezichthouders het aanspreekpunt voor inhoudelijke adviezen met betrekking tot deze disciplines. Daarnaast voeren zij zelfstandige (verzoek)taken uit en geven zij in toenemende mate uitvoeringsgerichte milieuadvisering aan de deelnemers. Het is van belang om specialismen in samenhang te bezien. Van de verschillende specialistische thema’s (en de andere taakvelden van de ODBN) gaat een wisselwerking uit. Soms liggen ontwikkelingen binnen de verschillende taakvelden in elkaars verlengde en soms zijn ze strijdig met elkaar, zoals de ontwikkelingen ten aanzien van de energietransitie, die niet zelden botsen met natuurbeschermingsbelangen en de omgevingsveiligheid. Als ODBN proberen we deze integrale samenhang zoveel mogelijk te bewaken, onder andere door interdisciplinaire samenwerking te bevorderen, bijvoorbeeld in de planvorming zoals bij de specifieke (branche- en thema-)aanpak.

Bij het uitvoeren van onze specialistische (advies)taken houden we rekening met de adviesstrategie, opgenomen in de UHS, waarbij het gaat over de wijze waarop de ODBN invulling geeft aan haar taken ten aanzien van de adviesverlening. Beschreven is dat het belangrijk is dat de ODBN technisch-inhoudelijk kan adviseren op uitvoerbaarheid (‘uitvoeringsgerichte milieuadvisering’). Zo kan de ODBN het bevoegd gezag faciliteren bij het onderbouwd maken van keuzes in de fysieke leefomgeving. Ook borgen we zo de uitvoerbaarheid van het beleid. Dit werken we verder uit in het spoor beleidsadvisering. Onze ambitie is dat de ODBN binnen 4 jaar naar de situatie wil dat geen van onze deelnemers (milieu)beleid of Omgevingsplanregels vaststelt, zonder dat de ODBN in de gelegenheid is geweest om daarover vooraf te adviseren. Hiervoor wordt jaarlijks capaciteit vrijgemaakt en wordt naar een passende wijze van financiering gezocht. Soms kan onze advisering beperkt zijn, maar op expertises waar we als ODBN veel kennis van hebben, kunnen we ook leidend worden en een (regionale) trekkersrol vervullen om te komen tot uniform nieuw beleid. Voor de ODBN is het wenselijk dat milieubeleid en (omgevingsplan)regels tot stand komen die uitvoerbaar en – waar dat mogelijk is – uniform zijn, waarbij rekening is gehouden met onze inbreng/expertise.

ODBN Programmabegroting 2027

30

Wat gaan we doen in 2027?  Voor wat betreft de adviestaak verwachten we dat in 2027 steeds meer gemeenten hun omgevingsplannen willen gaan vaststellen, inclusief milieuregels die voor de ODBN zeer relevant zijn. Waar in de voorafgaande jaren onze advisering vooral algemeen van aard zal zijn, bijvoorbeeld binnen SPRONG, verwachten we in 2027 ook bevraagd te worden door individuele gemeenten die al omgevingsplannen willen vaststellen en willen weten of daarin opgenomen (milieu)regels logisch en uitvoerbaar zijn. Welke onzekerheden kennen we?  Uit een gespreksronde met de gemeenten bleek dat gemeenten elk hun eigen tempo hebben waarmee zij bepaalde omgevingsplannen in procedure willen brengen. Ook is pas sinds kort de start gemaakt om via SPRONG aan bouwstenen voor uniforme milieuregels te werken. Voor de ODBN is enige uniformiteit in de op te stellen milieuregels cruciaal om gemeenten goed te kunnen ondersteunen en om de uitvoering van VTHA-taken ook op langere termijn efficiënt, betaalbaar en van goede kwaliteit te houden, waarbij er voldoende ruimte overblijft voor lokaal beleid en ambities.

Vanwege de verschillende planningen bij gemeenten, is voor de ODBN nog onzeker welke ondersteuning gemeenten vanaf 2027 van ons verwachten bij het toepassen, aanpassen en beheren van de milieuregels en welke aanvullende opdrachten/vragen, voortvloeiend uit lokaal beleid en gebiedsgerichte keuzes, mogelijk op ons afkomen.

2.3.1 Ruimtelijke ontwikkeling (ETFAL), geluid, externe veiligheid, lucht &geur Alle deelnemers hebben een (grote) woningbouwopgave. Hierbij wordt zowel binnenstedelijk als buiten stedelijk gezocht naar ruimte. De specialisten van ruimtelijke ordening toetsen de initiatieven aan een Evenwichtige Toedeling van Functies Aan Locaties (ETFAL). Denk daarbij aan de gevolgen voor omgevingswaarden zoals geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid. ETFAL komt voort uit de Omgevingswet en vervangt het toetsen op een goede ruimtelijke ordening. ETFAL vraagt een bredere blik dan toetsen op een goede ruimtelijke ordening en heeft tot doel het stimuleren van de veilige, schone en gezonde leefomgeving. Binnen ODBN is advies op dit thema een aparte verzoektaak. Sinds begin 2025 zijn we begonnen met uitvoeringsgerichte milieuadvisering waarbij we bevoegde gezagen kunnen helpen bij de totstandkoming van beleidsvorming en planontwikkeling. Bijvoorbeeld bij het formuleren van (milieu)regels voor in het omgevingsplan. Vanwege onze specialistische kennis verwachten we als ‘kennispartner’ steeds belangrijker te worden. Inmiddels is de inventariserende fase afgerond en zijn alle gemeenten bevraagd op hun behoeften en ideeën.

Op basis hiervan verwachten we in 2027 een toegenomen vraag om advies, omdat veel gemeenten dan verder zullen zijn met het opstellen van nieuwe omgevingsplannen en die door de ODBN willen laten toetsen. Meebewegen in een beweeglijke leefomgeving

31

Uniformiteit in de omgevingsplannen is van groot belang voor de uitvoerbaarheid van onze VTH(A)-taken. Als ODBN willen we daarom adviseren bij de totstandkoming van de omgevingsplannen, waarbij het wel een uitdaging is dat onze inzet afhankelijk is van de beschikbare capaciteit van onze specialisten voor uitvoeringsgerichte milieuadvisering. Niettemin is duidelijk dat samenwerking en afstemming in de regio onontbeerlijk is om efficiënt te kunnen werken onder de Omgevingswet.

Wat gaan we doen in 2027?  In 2027 verstevigt ODBN haar rol als uitvoeringsgerichte kennispartner op het gebied van ruimtelijke ordening en uitvoeringsgerichte milieuadvisering. De focus ligt op het vroegtijdig en integraal meenemen van milieuaspecten bij ruimtelijke ontwikkelingen, waarbij de verschuiving van toetsing achteraf naar advisering aan de voorkant verder wordt doorgezet.  ODBN ondersteunt gemeenten bij de verdere uitwerking van omgevingsplannen, het formuleren van omgevingswaarden en het opstellen van uitvoerbare en handhaafbare regels. Daarbij wordt ingezet op regionale afstemming en uniformiteit om de uitvoering van VTH(A)-taken te versterken. Onze verschillende specialisten werken daarbij integraal samen. Welke onzekerheden kennen we?  W e zien dat de (inter)nationale normen steeds stringenter worden en er steeds vaker rechterlijke uitspraken worden gedaan met consequenties voor onze VTHAuitvoering en RO-verzoektaken. Denk bijvoorbeeld aan recente uitspraken over gewasbeschermingsmiddelen. Het is onze verwachting dat dit (op termijn) leidt tot een toename van vooral adviesverzoeken en specialistische kennisvragen vanuit een deel van onze deelnemers.  V  oor EV komen er waarschijnlijk voor 2027 aanpassingen in de regelgeving. Dit kan invloed hebben op het werk van de specialisten omdat er mogelijk nieuwe risicovolle activiteiten komen.

Hierdoor kan die activiteit meer uren gaan kosten dan begroot.  D e situatie op de arbeidsmarkt maakt het in het werkgebied van de specialisten lastig om de personele capaciteit op orde te houden. Er is een kwalitatief en kwantitatief tekort aan gekwalificeerde specialisten en deze situatie blijft de komende jaren bestaan. Bij een steeds complexer wordende beleidsmatige, specialistische en juridische context, wordt het tekort steeds maar nijpender, waardoor het concentreren van taken bij een omgevingsdienst, die nieuwe medewerkers kan opleiden, naar verwachting nog aantrekkelijker zal worden voor bevoegde gezagen. Dit zou kunnen leiden tot een toename van taken.  E en eventuele toe- of afname van EFTAL-gerelateerde taken, zal samenhangen met het tempo van het maken van omgevingsplannen door het bevoegd gezag en het al dan niet doorgaan van ruimtelijke projecten, en het beroep dat opdrachtgevers daarbij wensen te doen op de ODBN. We zien reeds een toename op dit vlak; onzeker is hoe snel dit op zal lopen vanaf 2027.

ODBN Programmabegroting 2027

32

2.3.2 Bodem Team bodem heeft als basistaak het beoordelen van diverse meldingen voor milieubelastende activiteiten, waaronder meldingen voor gesloten bodemenergiesystemen en mobiel breken. Daarnaast wordt risicogericht toezicht gehouden op grondstromen, saneringen en de kwaliteit van bouwstoffen. Het vergroten van zicht op illegale grondstromen en het terugdringen daarvan blijft een belangrijk speerpunt. Dit gebeurt via ketentoezicht, maar ook door datagedreven en gebiedsgericht toezicht. Tegelijkertijd lopen enkele grote infrastructurele projecten door en worden nieuwe projecten opgestart. Deze trajecten vragen een intensieve betrokkenheid van het specialisme bodem om de naleving van de bodemtaken te bewaken en risico’s tijdig te signaleren. Daarna vergt het veel afstemming met partners zoals de provincie, gemeenten, de Brabantse omgevingsdiensten, waterschappen, Rijkswaterstaat en IL&T. De ontwikkelingen rondom (ZZS) en staalslakken vragen blijvende aandacht. Sinds 1 januari 2026 geldt een meldplicht en in 2027 wordt een wijziging in wetgeving verwacht. De tijdelijke regeling Verbod & vergunningplicht LD‑ELO staalslak wordt dan vervangen door een permanente regeling, mogelijk met strengere normen. Gemeenten zien inmiddels af van het gebruik van staalslakken. Voor PFAS worden vooralsnog geen bijzondere veranderingen verwacht.

Wat gaan we doen in 2027?  We richten ons op het zorgvuldig beoordelen van meldingen en het uitvoeren van risicogericht en datagedreven toezicht  Het houden van toezicht op grote infrastructurele projecten  We blijven gemeenten adviseren bij omgevingsplannen  We bereiden de actualisatie van de bodemkwaliteits- en bodemklassenkaart voor  We zorgen voor een verdere uitvoering van de BRO  We borgen de nieuwe basistaak voor het saneren van ondergrondse tanks structureel in het werkprogramma Welke onzekerheden kennen we?  De mogelijke wijzigingen in wet- en regelgeving rond (ZZS) staalslakken  De omvang van grote infrastructurele projecten is vaak lastig te voorspellen, wat gevolgen heeft voor de benodigde inzet en afstemming met (keten)partners  De basistaak melden rond het saneren van ondergrondse tanks is nieuw vanaf 2026 en daarmee is de daadwerkelijke impact nu nog lastig te voorspellen.

De advisering aan gemeenten over omgevingsplannen blijft in 2027 een belangrijk onderdeel van het werkpakket, waarbij tijdige signalering van knelpunten en het versterken van de samenwerking met deelnemers centraal staan. Daarnaast wordt gewerkt aan de actualisatie van de bodemkwaliteitskaart en bodemklassenkaart. Hiervoor is in 2027 voorfinanciering nodig, waarna de uitvoering in 2028 plaatsvindt. Voor de Basisregistratie Ondergrond (BRO) wordt ingeschat dat in 2027 extra budget nodig is om verdere uitvoering mogelijk te maken, afhankelijk van welke gemeenten deze taak bij ons gaan beleggen. Voor 2027 wordt deze taak daarom opgenomen via orders. Tot slot vraagt de nieuwe basistaak melden rond het saneren van ondergrondse tanks, sinds 1 januari 2026 een MBA‑taak, om structurele borging in ons werkproces. Deze taak is in 2027 als vast onderdeel opgenomen in het werkprogramma van Bodem, zodat meldingen uniform kunnen worden verwerkt en adequaat kunnen worden opgepakt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17036456/2