ODBN Kadernota 2024 definitief
Tekst van het document
Kadernota 2024
40
Ontwikkelingen in de regionale dienstverlening Dit programma gaat over de bedrijfsvoering van de ODBN. Alle ontwikkelingen die de bedrijfsvoering van de ODBN raken worden in dit programma vermeld.
41
23
Kadernota 2024
42
Ontwikkelingen in de bedrijfsvoering
43
3.1 Arbeidsmarkt We voorzien dat de arbeidsmarkt in de komende jaren krap blijft, ook in 2024. De maatschappelijke relevantie van onze organisatie wordt een steeds belangrijker aspect bij de keuze voor een nieuwe werkgever. Richting 2024 gaan we dit aspect verder benutten in onze arbeidsmarktcommunicatie. Dit sluit aan bij de initiatieven die we nemen vanuit de strategische HR-pijler Proactieve arbeidsmarktbenadering. Om minder afhankelijk te zijn van werving & selectie van nieuwe medewerkers intensiveren we de initiatieven voor het behoud van bestaande medewerkers. Vanuit de strategische HR-pijlers Permanente Educatie en Duurzame inzetbaarheid worden in 2022 en 2023 de fundamenten gelegd, om in 2024 en navolgende jaren medewerkers langer aan de ODBN te binden.
3.2 Kwaliteitscriteria In 2023 maken we de omslag van ad-hoc rapporteren over de kwaliteitscriteria, naar structurele validatie en borging van de kwaliteitscriteria binnen de ODBN. Dit betekent dat we in 2024 de eerste significante kwalitatieve effecten verwachten binnen het personeelsbestand. Bestaande medewerkers kunnen aantoonbaar deskundig worden en blijven en het helpt de ODBN om het opleidingsbudget gerichter in te zetten. Structurele inbedding van de kwaliteitscriteria helpt ons bij de instroom van nieuwe medewerkers, die steeds meer bestaat uit zij-instromers en starters, welke meer opleiding nodig hebben. Een goede validatie en borging van de kwaliteitscriteria zijn een belangrijk aspect voor de continuïteit van het hoge niveau dienstverlening wat ODBN nastreeft.
3.3 Cao-ontwikkelingen Op het moment van verschijnen van deze Kadernota 2024 wordt er nog onderhandeld over de CAO voor 2023. Dit zal een cao zijn met een looptijd van een jaar waarna er opnieuw onderhandeld gaat worden voor een cao voor 2024 en verder. Dit maakt dat het inschatten van de effecten van de loonindexeringen voor 2024 erg lastig is. Om ons heen zien we diverse CAO's afgesloten worden met forse loonindexeringen. Zo krijgen medewerkers in dienst bij het Rijk er 7,5% bij in de jaren 2022 en 2023. Onze verwachting is dat de onderhandelingen nog tijd in beslag zullen nemen aangezien het bod van de werkgeversorganisaties en de eisen van de vakbonden extreem ver (verschil is zo'n 8%) uit elkaar liggen. In paragraaf 5.3.4 zijn berekeningen van het tarief gepresenteerd op basis van het bod van de werkgevers en de eis van de bonden. Omdat er nog geen nieuwe CAO voor 2023 of 2024 bekend is, gaan we, conform bestaand beleid, uit van de cijfers die het CPB presenteert in de Macro Economische Verkenningen (MEV) van september 2022.
In deze MEV heeft het CPB cijfers gepresenteerd tot en met jaarschijf 2023. Jaarschijf 2022 laat nu een indexering van 4,8% zien, waar wij in de begroting 2,4% vanuit de cao hebben opgenomen. Naar verwachting zal er dus een inhaaleffect optreden over de jaarschijf 2022 in de onderhandelingen om een nieuwe CAO. De jaarschijf 2023 laat op dit moment een indexering zien van 3,3% voor de loonvoet van de overheid. In de begroting 2023 hebben wij ook een lagere indexering van 2,3% opgenomen. Omdat er geen cijfers voor 2024 en verder bekend zijn, hebben we bij het opstellen van de Kadernota 2024 gebruik gemaakt van de jaarschijf 2023. Het percentage van 3,3% is gebruikt om zowel 2023 als 2024 te indexeren. Hierbij zijn nog twee belangrijke kanttekeningen om te maken. 1. Het bod van de werkgeversorganisaties in de Cao-onderhandelingen 2023 ligt nu al hoger dan de 3,3% uit de MEV. We weten dus dat dit percentage onvoldoende zal zijn om alle ontwikkelingen in 2023 en 2024 op te vangen. Echter omdat er verder geen andere vastgestelde gegevens zijn, gaan we voorlopig uit van de MEV (bestand beleid). 2. Ook van onze inhuurpartners krijgen we op dit moment de signalen dat de indexering van de inhuurtarieven voor komend jaar fors zullen zijn. De eerste vooraankondigingen spreken van indexeringen tussen de 8% en 12%.
In de begroting 2023 hebben we de opslag voor de externe inhuur structureel uit de begroting gehaald. De verwachting was dat de meerprijs die we voor externe inhuur betalen op te vangen is binnen de totale loonsom. Wanneer de indexeringen van de externe inhuur daadwerkelijk zo hoog terug gaan komen, ontstaat de situatie dat de meerprijs van externe inhuur niet meer opgevangen kan worden binnen de huidige begroting. Kadernota 2024
44
45
Naast de onzekerheden over de cao-ontwikkelingen, is er op dit moment ook nog onduidelijkheid over de hoogte van de pensioenpremies voor 2023 en verder. Aangezien de werkgever zo'n 70% van de pensioenpremies betaald, zal een stijging van deze premies betekenen dat de kosten van de werkgever zullen toenemen. Zodra er meer duidelijkheid is over de effecten van de cao-onderhandelingen en pensioenpremies zullen we u zo spoedig mogelijk informeren.
Effecten 2024 en verder De structurele effecten van de CAO 2021-2022 zijn vertaald in het tarief. De effecten van een nieuwe CAO 2023 zijn nog zeer onzeker, bod van de werkgevers en de bonden liggen ver uit elkaar. We verwachten een inhaaleffect op de loonindexering over 2022 nu de cijfers van de Macro Economische Verkenningen voor 2022 zo veel hoger zijn dan waar rekening mee is gehouden.
3.4 Prijsstijgingen In de Kadernota 2023 hebben we al gesignaleerd dat de kosten voor levensonderhoud flink stijgen. Dit heeft effecten op de cao-onderhandelingen, maar ook op de bedrijfsvoering van de ODBN. Steeds vaker geven leveranciers aan dat ze de prijzen moeten verhogen. Indexeringen van ruim 7% tot 12% zijn hierbij geen uitzondering. In 2022 hebben we de effecten nog weten te beperken aangezien veel contracten nog lopende waren waarin prijsindexeringen gemaximeerd waren. De verwachting is dat bij het opnieuw afsluiten van de contracten deze flink hoger zullen uitvallen om de gemiste indexeringen uit eerdere jaren op te vangen. Ook voor de prijsstijgingen hebben we, conform bestaand beleid, de MEV aangehouden. Om de verwachte prijsstijgingen van diverse contracten op te kunnen vangen, hebben we de prijsindexering vanaf 2022 herijkt. Voor het jaar 2024 zijn in de MEV geen cijfers gepubliceerd. Voor de indexering van dit jaar hebben we gebruik gemaakt van de cijfers van 2023.
Effecten 2024 en verder De Macro Economische Verkenning is op het onderdeel prijs verwerkt in het tarief. Door de onzekere ontwikkelingen is de feitelijk prijsindex mogelijk hoger.
Kadernota 2024
46
Kop Financiële impact III BIJLAGE Kadernota 2024 In dit hoofdstuk vatten we samen wat de verwachte financiële impact is van de geschetste ontwikkelingen.
Daarnaast worden de voor de Begroting 2024 te hanteren financiële kaders en uitgangspunten beschreven en toegelicht.
47
4
Kadernota 2024
48
4 Financiële impact Kadernota 2024
49
4.1 Algemeen In deze kadernota stellen we voor om het gemiddelde tarief te verhogen naar € 111,40. Hierbij plaatsen we wel de kanttekening dat de effecten van een definitieve CAO 2023 op dit moment zeer lastig te voorspellen zijn. In het uurtarief is rekening gehouden met de indexering van de lonen op basis van de cijfers uit de Macro Economische Verkenningen van het CPB. Deze cijfers liggen lager dan het actuele bod van de werkgeversorganisaties. De definitieve indexering zal dus hoger uitvallen dan waar nu rekening mee is gehouden. Zeker is dat de werkelijke loonindexering een opdrijvend effect zal hebben op het hier aangekondigd tarief. Als laatste een opmerking over de bijdragen per deelnemer voor het programma Individuele dienstverlening. Deze kunnen nog veranderen als gevolg van aanpassingen in de benodigde ureninzet vanuit het werkprogramma.
4.2 Financieel-technische uitgangspunten De financieel-technische uitgangspunten voor de begroting 2024 zijn: ➜ De Begroting 2024 voldoet aan het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). ➜ De Begroting 2024 inclusief meerjarenperspectief is structureel sluitend. ➜ De Begroting 2024 gaat uit van het bestaand actueel beleid, rekening houdend met de financiële effecten die betrekking hebben op de beleidsontwikkelingen zoals opgenomen in deze nota. ➜ Bij de ramingen van de meerjarenbegroting 2024-2027 wordt uitgegaan van constante prijzen.
Baten De ramingen voor de inkomsten in de begroting 2024 worden gebaseerd op: ➜ Voor gemeenten: De concept-werkprogramma’s 2024; ➜ Voor provincie: De vastgestelde provinciale opdracht 2023; ➜ De vastgestelde Begroting 2023. ➜ Het tarief uit deze kadernota is het vertrekpunt voor de Begroting 2024. Als er concrete aanleiding is om het tarief/ de tarieven aan te passen, zullen wij dit voorleggen in besluitvorming over de begroting.
Lasten Bij de lasten dient rekening te worden gehouden met de volgende uitgangspunten: ➜ De ramingen voor loon- en prijsstijgingen voor het jaar 2024 zijn gebaseerd op de verwachtingen van het CPB voor de jaarschijf 2023, zoals genoemd in de septemberraming van de Macro Economische Verkenningen 2023, gepubliceerd in september 2022. ➜ Dit betreft voor loonstijgingen 3,3% en voor prijsstijgingen 5,9%. ➜ Conform vastgestelde programmabegroting 2023 beslaan lonen ongeveer 79% van de totale lasten (excl. de stelpost onvoorzien) en de overige lasten (waar de prijsverhoging relevant is) ongeveer 21%. ➜ Dit leidt tot een gewogen gemiddelde van 3,8% KOSTENONT WIKKELING
INDEX
AANDEEL
Lonen
3,3%
79%
Prijzen
5,9%
21%
GEWOGEN GEMIDDELDE
3,8%
➜ D e benodigde formatieomvang is gebaseerd op de gemeentelijke werkprogramma’s, de provinciale opdracht, aanvullende opdrachten en regionale programma’s tezamen (“de urenraming”). Deze uren worden omgerekend naar een totale formatie voor primair proces en overhead. ➜ De benodigde inzet van medewerkers die de werkprogramma’s en provinciale opdracht gaan uitvoeren is gebaseerd op gemiddeld 1.316 declarabele uren per fte in het primaire proces. ➜ De lasten passen binnen bestaande Kpi’s.
Kadernota 2024
50
51
4.3 Tarief 4.3.1 Loonstijging Bij het opstellen van de Kadernota 2024 zijn de definitieve prijsstijging en de cao-afspraken voor het begrotingsjaar van de Kadernota nog niet bekend. In de Kadernota gaan wij daarom uit van de voorspellingen van het Centraal Planbureau op basis van de Macro Economische Verkenning. In deze verkenning van het CPB wordt voor het jaar 2023 voor de overheid uitgegaan van een loonvoet van 3,3%. Deze indexering is gebruikt voor de jaarschijven 2023 én 2024. Op het tarief heeft dit een stijgend effect van € 3,51. 4.3.2 Prijsstijging Voor de prijsstijging gaan we ook uit van de gegevens van de macro-economische verkenning. Hierin wordt uitgegaan van een prijsstijging van 7,8% voor 2022 en 5,9% voor 2023. Ook deze indexering is in deze Kadernota vertaald en leidt tot een stijging van het gemiddelde tarief met € 3,44. 4.3.3 Schematische weergave tarief In het schema hieronder zijn alle genoemde ontwikkelingen die effect hebben op het tarief getoond. Het vastgestelde tarief in de begroting 2023 is € 104,45. Dit is het startpunt voor het nieuwe tarief 2024.
EFFECT TARIEF IN EURO'S VASTGESTELDE TARIEF BEGROTING 2023
104,45
Aanpassing indexering prijs 2022, van 1,5% naar 7,8% cf MEV
1,08
Aanpassing loonindex 2023 van 2,3% naar 3,3% cf MEV
0,74 *
Aanpassing indexering prijs 2023, van 1,6% naar 5,9% cf MEV
0,99
TARIEF 2023 NA HERIJKING
107,26
Indexering loon 2024 met 3,3% cf MEV
2,77
Indexering prijs 2024 met 5,9% cf MEV
1,37
TARIEF 2024
111,40
* Deze aanpassing is op basis van de MEV. Het bod van de werkgeversorganisaties ligt hoger dan het indexeringspercentage van 3,3%. Naar verwachting gaat dit dan dus ook niet voldoende zijn om alle effecten uit de cao-onderhandelingen op te vangen.
Kadernota 2024
52
53
4.3.4 Berekening van het tarief op basis van de cao-onderhandelingen Op dit moment worden de onderhandelingen gevoerd voor een nieuwe CAO voor 2023. In deze onderhandelingen liggen het bod van de werkgevers en de eis van de bonden ver uit elkaar. In onderstaande tabel zijn het huidige bod en eis uitgewerkt. Deze uitwerking geeft hiermee een indicatie van de bandbreedte waarin het gemiddelde uurtarief zou kunnen fluctueren.
(TARIEF IN EURO'S)
BOD WERKGEVERS
EIS VAKBONDEN
104,45
104,45
Aanpassing indexering prijs 2022
1,08
1,08
Aanpassing loonindex 2023 cf bod werkgevers (4,0% loonsverhoging + 0,5% verhoging IKB)
1,70
VASTGESTELDE TARIEF BEGROTING 2023
Aanpassing loonindex 2023 cf eis vakbonden (12,0% loonsverhoging)
7,79
Aanpassing indexering prijs 2023
0,99
0,99
TARIEF 2023 NA HERIJKING
108,22
114,31
Indexering loon 2024 met 3,3% cf MEV
2,80
3,00
Indexering prijs 2024 met 5,9% cf MEV
1,37
1,37
112,39
118,68
TARIEF 2024
Bij bovenstaande berekening is alleen uitgegaan van de loonindexeringen. Eventuele andere afspraken in de CAO, zijn hier niet mee genomen.
Kadernota 2024
Vragen over de Kadernota 2024? Neem gerust contact op met de ODBN
www.odbn.nl Victorialaan 1 5213 JG ‘s-Hertogenbosch Telefoon: 088 7430 000 E-mail: info@odbn.nl