CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

ODBN Kadernota 2024 definitief

Gemeenteraad 28 februari 2023, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Zienswijze Kadernota 2024 Omgevingsdienst Brabant Noord ODBN11.167 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Buiten in beweging Kadernota 2024

's-Hertogenbosch, november 2022

’s-Hertogenbosch, november 2021

2

Voorwoord

3

Geachte bestuurders, raads- en Statenleden, De leefomgeving waarvoor wij als omgevingsdienst dagelijks ons werk doen, staat onder druk. Nooit eerder was de spanning van verschillende dossiers, of zelfs crises, zo goed te voelen in de uitvoering van ons werk. Nu we aan de vooravond staan van het begrotingsjaar 2024, is het lastig om al deze ontwikkelingen te duiden en te vertalen naar onze begroting. Dit omdat de impact van die ontwikkelingen moeilijk voorspelbaar is waardoor ook de gevolgen voor onze organisatie, zowel inhoudelijk als financieel, lastig te duiden zijn. Enkele van deze inhoudelijke ontwikkelingen – die telkens zorgen voor bijstellingen in onze taken – zijn de opeenvolgende ontwikkelingen en jurisprudentie in het stikstofdossier, de agrarische sector en de impact van energietoezicht en de Kaderrichtlijn Water. Deze ontwikkelingen vergen een flinke personele inzet bij ons en onze deelnemers. Ook is de krapte op de arbeidsmarkt hier voelbaar. Daarnaast is er de financiële druk. De onderhandelingen voor de nieuwe CAO zijn op het moment van schrijven van deze kadernota nog niet afgerond. Daardoor is voor 2024 nog niet goed te voorspellen waar we in ons tarief rekening mee moeten houden. Waar normaal de macroeconomische verkenning een belangrijke graadmeter is, is door de inflatie de impact en daarmee de waarde ervan voor het tarief onbekend.

Als ODBN zetten we ons in om desondanks een transparant financieel beleid te voeren, maar zijn we afhankelijk van (inter)nationale beslissingen die doorwerken op onze bedrijfsvoering. Ondanks – of juist met het oog op – deze onzekere tijden zijn we als omgevingsdienst volop aan de slag met onze ontwikkeling. Het Interbestuurlijk Programma versterking VTH van het Rijk vraagt om een actieve deelname, ook van de ODBN. We streven ernaar om ons werk iedere dag beter te maken en dragen bij aan verbetering in het VTH-stelsel. We stellen ons kwetsbaar op vanuit de gedachte dat iedere les leidt tot verbetering van onze organisatie. De deskundigheid van onze medewerkers is ons belangrijkste kapitaal om onze taken in de leefomgeving uit te voeren. Ook neemt het werken met data ieder jaar een grotere plek in onze organisatie. Dit stelt ons in staat om daar te zijn waar het milieurisico het grootst is, maar ook op steeds efficiëntere wijze onze medewerkers in te zetten. Het herhaaldelijk uitstellen van de Omgevingswet betekent dat we iedere keer weer de bakens moeten verzetten. Desondanks gaan we gewoon door met de voorbereidingen. De Omgevingswet heeft inmiddels wel een enorme investering gevergd, zowel in financiële als in personele zin.

Hoewel de inwerkingtreding van de wet op dit moment gepland staat voor 1 juli 2023, is het nog altijd onzeker of we in 2024 daadwerkelijk onder de Omgevingswet zullen werken. Wij doen er in elk geval alles aan om goed voorbereid te zijn.

In onze kadernota schetsen we een beeld van de ontwikkelingen die naar verwachting in 2024 op ons af zullen komen. Het moge duidelijk zijn dat dit in onzekere tijden zoals deze geen gemakkelijke opgave is. Zoals altijd vinden we het gesprek met onze deelnemers en bestuur over de ontwikkelingen en de impact daarvan het allerbelangrijkst. We hebben elkaar nodig om die ontwikkelingen in goede banen te leiden. Deze goede samenwerking zetten we voort – ook in 2024 – en daar kijk ik zoals ieder jaar naar uit.

Jan Lenssen Directeur Omgevingsdienst Brabant Noord November 2022

Kadernota 2024

4

Inhoud

5

Voorwoord

2

Inleiding

6

Over de Kadernota 2024

8

Programma-indeling P&C-documenten

8

Ontwikkelingen in 2024

10

1

Individuele dienstverlening

12

1.1

Ontwikkelingen in het VTH-stelsel

13

1.2

Ontwikkelingen binnen vergunningverlening

16

1.3

Ontwikkelingen binnen toezicht

17

1.4

Ontwikkelingen binnen handhaving

19

1.5

Ontwikkeling binnen specialistische taakuitvoering

20

1.6

Natuurbescherming

22

2

3

4

Ontwikkelingen in de regionale dienstverlening

24

2.1

Interbestuurlijk Programma (IBP)

26

2.2

Werken onder de Omgevingswet

27

2.3

Informatiegestuurd werken

29

2.4

Regionaal Operationeel Kader (ROK-VTH)

32

2.5

Transitie Zorgvuldige Veehouderij

33

2.6

Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)

34

2.7

Energie

36

2.8

Water

37

2.9

Samen Sterk in Brabant (SSiB)

38

2.10 Ontwikkelingen binnen de Milieuklachtencentrale

39

Ontwikkelingen in de bedrijfsvoering

40

3.1

Cao-ontwikkelingen

42

3.2

Kwaliteitscriteria

42

3.3

Cao-ontwikkelingen

42

3.4

Prijsstijgingen

45

Financiële impact Kadernota 2024

46

4.1

Algemeen

48

4.2

Financieel-technische uitgangspunten

48

4.3

Tarief

50

4.3.1 Loonstijging

50

4.3.2 Prijsstijging

50

4.3.3 Schematische weergave tarief

50

4.3.4 Berekening van het tarief op basis van de CAO onderhandelingen

52

Kadernota 2024

6

Inleiding

7

De Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) is een gemeenschappelijke regeling van 11 overheden: 10 gemeenten in Noordoost-Brabant en de provincie Noord-Brabant (onze deelnemers). Samen dragen we een gedeelde verantwoordelijkheid voor een schone, duurzame en veilige leefomgeving voor mensen, dieren en planten. Als verlengstuk van het lokale en provinciale bestuur voert de ODBN een deel van de wettelijke overheidstaken op dit gebied uit.

met gemeenten, de provincie en andere relevante organisaties. Gemeenten en de provincie voelen zich als eigenaar en als opdrachtgever betrokken. Dat is onze visie. Als ODBN zijn we primair een uitvoeringsorganisatie voor VTH-taken. We streven naar continue verbetering van de kwaliteit en investeren in de deskundigheid van onze medewerkers, ons belangrijkste kapitaal. Naast de uitvoering van VTH-taken adviseren wij steeds meer over de effecten van beleid in de praktijk. Door ons werk zien we wat er in de leefomgeving gebeurt. Ook Brabantbreed en landelijk dragen we onze expertise uit en staat onze leefomgeving in Brabant Noord centraal. Kortom onze ambitie is:

Oss

“De ODBN is dé deskundige uitvoerder op het terrein van vergunningverlening,

's-Hertogenbosch

toezicht en handhaving. Vanuit onze kennis van de praktijk adviseren wij over milieu Bernheze

Vught

SintMichielsgestel

Boxtel

Meierijstad

Maashorst

Land van Cuijk

en natuur en de uitvoerbaarheid en effecten van beleid.“

Boekel

Bij de ODBN werken uitvoeringsexperts op het gebied van vergunningen, toezicht en handhaving en diverse specialismen zoals geluid, bodem, asbest, natuur, omgevingsveiligheid, luchtkwaliteit, geur en mest. Ook heeft de ODBN op de genoemde terreinen een adviserende taak en wordt gewerkt aan innovatie en ontwikkeling. De taak rondom de groene wetten voert de ODBN voor heel Brabant uit. Vanuit het kantoor in ’s-Hertogenbosch werken bijna 300 collega's dagelijks aan een schone, duurzame en veilige leefomgeving, nu en in de toekomst. Dat is onze missie. Als deskundige uitvoeringsorganisatie signaleren en agenderen we de voortdurende veranderingen in onze leefomgeving. Dit betekent doorlopende ontwikkeling en vernieuwing van ons werk. Onze deskundige medewerkers op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) werken binnen de kaders van de wetten van milieu, natuurbescherming, bouwen en wonen. Zo kunnen we de gemeenten in Noordoost Brabant en de provincie Noord-Brabant professioneel en met kennis van zaken adviseren. De ODBN richt zich op samenwerking; binnen de eigen organisatie,

Kadernota 2024

8

Over de Kadernota 2024

9

De Kadernota 2024 signaleert nieuwe ontwikkelingen en informeert u hierover. De effecten van deze ontwikkelingen - voor zowel de bedrijfsvoering als voor financiën - brengen we zoveel mogelijk in kaart. De Kadernota 2024 en de reactie daarop van onze deelnemers zijn van groot belang voor het vormgeven van de Begroting 2024 en de meerjarenraming 2024-2026. De daadwerkelijke inzet voor 2024 wordt uiteindelijk geraamd in de werkprogramma's en de provinciale opdracht. De kadernota is een product van de inhoudelijke kennis en expertise van de (medewerkers van de) ODBN. De kadernota is afgestemd met de deelnemers in het Regionaal Strategisch Platform en de groep ‘adoptie-ambtenaren’. Deze laatste groep is samengesteld uit ambtenaren van verschillende deelnemers die de planning- en controlecyclus het hele jaar volgen en hun advies daarover uitbrengen. Niet alle ontwikkelingen worden benoemd in deze kadernota, slechts de meest belangrijke. Daar waar mogelijk, en voor de ODBN relevant, koppelen we de ontwikkelingen aan onze taakuitvoering en maken we onderscheid tussen ontwikkelingen die invloed hebben op onze basistaken en op de verzoektaken. Wettelijk is de uitvoering van het basistakenpakket belegd bij de omgevingsdiensten.

De verzoektaken kennen ook een wettelijke grondslag – in die zin dat ook deze taken wettelijk moeten worden uitgevoerd – maar onze deelnemers kunnen ervoor kiezen deze taken zelf uit te voeren of bij de ODBN te beleggen. De ODBN voert dergelijke taken uit op voorwaarde van voldoende massa.

Programma-indeling P&C-documenten De ODBN kent in haar planning & control documenten drie programma’s. 1.

2.

3.

Het programma Individuele Dienstverlening gaat over de wettelijke basistaken die de deelnemers bij de ODBN hebben belegd, en over de verzoektaken die we specifiek in opdracht van individuele deelnemers uitvoeren. Hierin zijn ook de aanvullende verzoektaken die buiten het werkprogramma vallen ondergebracht. Het programma Regionale Dienstverlening gaat over regionale taken van de ODBN en over ontwikkelingen die de ODBN oppakt voor de regio, maar ook over zaken die raken aan de doorontwikkeling van de organisatie zelf. Voorbeelden uit het programma zijn: het Ontwikkelprogramma, Samen Sterk in Brabant (SSiB), sanering verkeerslawaai en het beheer van voormalige stortplaatsen. Het derde programma gaat over de Bedrijfsvoering van de ODBN.

In alle P&C producten – zoals de begroting, bestuursrapportage, het jaarverslag en deze kadernota – komt deze indeling terug.

Kadernota 2024

10

Ontwikkelingen in 2024 In dit hoofdstuk worden de meest relevante ontwikkelingen geschetst. Hierbij houden we de programma-indeling aan: individuele dienstverlening, regionale dienstverlening en bedrijfsvoering.

Daarnaast zijn de ontwikkelingen opgesplitst in thema's en wordt per ontwikkeling aangegeven wat de verwachte effecten zijn.

11

1

Kadernota 2024

12

1 Individuele dienstverlening

1.1 Ontwikkelingen in het VTH-stelsel

Inhoud programma Het programma Individuele Dienstverlening sluit aan op de individuele werkprogramma's die we met onze deelnemers vaststellen. Het gaat om onze kerntaken: vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van milieu, natuurbescherming, bouwen, wonen, ruimtelijke ontwikkeling en omgevingsrecht (advies). Beleidskader/richtlijnen OMSCHRIJVING

DATUM

EXPIRATIEDATUM

Wet milieubeheer

1 maart 1993

1 juli 2023*

Activiteitenbesluit

1 januari 2008

1 juli 2023*

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

1 oktober 2010

1 juli 2023*

Wet Natuurbescherming

1 januari 2017

1 juli 2023*

HUIDIGE WET TEN VOOR OMGEVINGSWET

Draaiboek deelproces milieubeheer

25 september 2017

NA INVOERING VAN OMGEVINGSWET Omgevingswet

1 juli 2023*

In ontwikkeling

Nadere regelgeving

1 juli 2023*

In ontwikkeling

* Uitgaande van besluit invoering Omgevingswet per 1 juli 2023. Tabel 2.1.1 Beleidskaders en richtlijnen Programma Individuele dienstverlening.

13

Vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn onze kernactiviteiten. Als uitvoeringorganisatie gaat ook in 2024 onze aandacht primair uit naar de uitvoering van deze taken. We staan aan de vooravond van grote veranderingen in het VTH-stelsel. Alle ontwikkelingen in deze kadernota hebben een relatie met de uitvoering van deze taken. De Omgevingswet, met de verwachte inwerkingtreding per 1 juli 2023, is een van deze ontwikkelingen. Als organisatie zorgen we ervoor dat we in 2023 klaar zijn voor de uitvoering van de VTH-taken in overeenstemming met de Omgevingswet. Desondanks is het waarschijnlijk dat we in 2024 – ook met de huidige inwerkingtredingsdatum – nog tegen problemen aanlopen die onvermijdelijk samengaan met de eerste ervaringen van het werken onder een nieuw wettelijk stelsel. We verwachten uitdagingen op het juridisch (reparatiewetgeving), informatie-technisch en organisatorisch terrein. We hebben daarop geanticipeerd met de formatie van een ‘interventieteam’ dat snel kan inspelen op onvoorziene vragen en bijzondere casuïstiek wanneer deze zich voordoet. Verder zijn we echter sterk afhankelijk van onze deelnemers. Zo is nog veel onduidelijk over de effecten van de omgevingsplannen en de omgevingsvisies, en wat deze gaan betekenen voor de taken van de ODBN.

Het groeiende belang van data en informatie – en de uitdagingen die daarmee gepaard gaan – is een tweede ontwikkeling die ons in 2024 zal raken. Als ODBN blijven we inzetten op de doorontwikkeling van het informatiegestuurd werken, wat een steeds grotere invloed heeft op onze werkzaamheden. Door data slimmer te analyseren kunnen we onze VTH-taken effectiever en efficiënter uitvoeren. We krijgen meer grip op onze leefomgeving en kunnen ook onze impact op de leefomgeving steeds beter in kaart brengen. Daarnaast is landelijk naar aanleiding van de publicaties van de Commissie van Aartsen, de Algemene Rekenkamer en Twijnstra Gudde een Interbestuurlijk Programma (IBP) opgezet, waarmee wordt gestreefd naar verbeteringen binnen het VTH-stelsel. De ODBN participeert in verschillende pijlers van het IBP. De uitwerking van het IBP zal invloed hebben op onze organisatie in 2024, al is op dit moment nog niet volledig te overzien hoe groot die invloed zal zijn. Een belangrijke ontwikkeling is ook dat we de druk op het omgevingsstelsel steeds verder zien oplopen. We merken dat burgers steeds meer betrokken zijn en willen worden bij de leefomgeving. Daar moeten wij als overheid zorgvuldig mee omspringen. Ook neemt de rol van de media in het milieudomein steeds verder toe. De media signaleren en agenderen steeds meer zaken op ons werkgebied.

Deze signalen leiden tot politieke aandacht maar ook voor een groeiend wantrouwen richting overheid. Door transparant te zijn over wat we doen – maar ook door onze taken onafhankelijk uit te voeren – pakken wij als ODBN onze verantwoordelijkheid bij het wegnemen van dit wantrouwen.

Kadernota 2024

14

Een andere ontwikkeling met grote invloed op ons werk is gelegen in ontwikkelingen binnen de rechtspraak. We zien in de jurisprudentie steeds meer uitspraken die het beleid maar ook wetten en regels ter discussie stellen. Daar waar de rechter voorheen voornamelijk toetste aan bestaande wet- en regelgeving, kijkt de rechter steeds meer naar de effecten van het beleid en de regelgeving in de praktijk. Dit geeft ook voor burgers meer ruimte om bepaalde overlastsituaties ter discussie te stellen. Een begrijpelijke ontwikkeling. Beleid, wet- en regelgeving zouden afdoende moeten zijn om burgers te beschermen, maar schieten in de praktijk op een groot aantal punten tekort. Dit zorgt echter wel voor veel onduidelijkheid en onzekerheid voor de aanvragers van vergunningen, maar ook voor de ODBN. Moet je situaties vergunnen die voldoen aan de wetgeving maar niet de gewenste milieueffecten hebben? We verwachten een ontwikkeling waarbij vergunningen steeds meer doelvoorschriften dan middelvoorschriften zullen bevatten. Dit zal ook zijn effecten hebben voor toezicht en handhaving. Tenslotte zien we dat de mondiale crisis een grote impact heeft op de economie en dus ook op de financiën van onze deelnemers en de bedrijven. De energiemarkt wordt geraakt en samen met het tekort aan materialen zorgt dit ervoor dat bedrijven hun uitbreidingsplannen on hold zetten.

Hierdoor kunnen noodzakelijke maatschappelijke veranderingen langer duren dan gepland en gehoopt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de energietransitie. Dit vraagt meer geduld van de samenleving. Deze ontwikkelingen hebben mogelijk impact op de VTH-taakuitvoering in 2024.

Effecten 2024 en verder  B ij een inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2023, zullen we binnen het VTH-domein in 2024 te maken hebben met de doorontwikkeling van het werken onder de Omgevingswet. Zoals bij elke grote wetswijziging zullen er zich de eerste periode verschillende problemen voortdoen: juridisch, organisatorisch en/of in de informatievoorziening. Uiteraard streven wij er naar om deze problemen zo vroeg en goed mogelijk te beheersen, onder meer met ons interventieteam.  E erder is aangegeven dat de inzet is om de uitvoering van de Omgevingswet binnen de huidige financiële kaders uit te voeren. Vanuit landelijke rekenmodellen lijkt het erop dat dit niet haalbaar is en dat er rekening gehouden moet worden met een toename van de uren en daarmee de totale kosten voor de uitvoering van de Omgevingswet. De omvang is op dit moment nog onduidelijk. Zodra daar meer duidelijkheid over is, zullen we hierover communiceren en dit zo snel mogelijk verwerken in onze opdrachten.  W e zijn afhankelijk van het Rijk voor de ontwikkeling van het Digitaal Stelsel Omgevingswet.

Het is op dit moment nog niet duidelijk of het systeem (volledig) operationeel is per juli 2023 en welke doorontwikkeling er plaatsvindt in 2024;  V  anuit de bruidsschat (de tijdelijke set aan Rijksregels waarvoor gemeenten uiteindelijk zelf regels kunnen opstellen) zal er door de deelnemers een ontwikkeling naar een volledig omgevingsplan plaatsvinden, waaraan de ODBN vanuit haar inhoudelijke expertise een adviserende en ondersteunende bijdrage kan leveren. We adviseren deelnemers oog te houden voor de uitvoerbaarheid van de regels.  I nformatiegestuurd werken zal richting 2024 een steeds grotere rol innemen in de VTHtaakuitvoering

 N ieuwe wetenschappelijke inzichten leren ons steeds meer over Zeer zorgwekkende stoffen. Dat zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu. Dit heeft mogelijk effect op de VTH-taakuitvoering in 2024.  E en belangrijk aspect binnen duurzaamheidsverbetering is energiebesparing. We zullen bedrijven adviseren bij de milieucontroles over energiebesparing. Daarnaast zien we toe op de naleving van de verplichtingen die de bedrijven hebben. We zien dat de rol die wij als Omgevingsdienst hebben en pakken op het gebied van energie steeds groter wordt.  D uurzaamheidsinitiatieven in het kader van energietransitie kunnen ook gevolgen hebben voor de leefomgeving. Denk hierbij aan windmolens en zonneparken. We adviseren hier oog voor te houden en de ODBN hier zo nodig bij te betrekken.  D e mondiale crisis heeft impact op de economie, de energiemarkt en de uitbreidingsplannen van bedrijven. Dit heeft mogelijk effect op de milieucontroles die we uitvoeren in 2024 en het aantal vergunningaanvragen en meldingen dat we ontvangen.  I n 2024 is er naar verwachting nog steeds sprake van een krappe arbeidsmarkt. Het zal een uitdaging worden om uitvoering te geven aan de bovenstaande ontwikkelingen.  D e ODBN signaleert dat deelnemers steeds vaker de vraag stellen of het mogelijk is om (verzoek) taken op te pakken.

De krappe arbeidsmarkt en het verdwijnen van vakinhoudelijke kennis op VTH-terrein bij onze deelnemers is een belangrijke reden. Ook de ODBN is echter niet altijd in staat om deze verzoeken in te willigen. Het is voor deelnemers belangrijk om hierover tijdig overleg te zoeken met de ODBN en ook zelf te blijven investeren in hun VTH-afdelingen.

Kadernota 2024

15

16

Effecten 2024 en verder  H et is op dit moment nog niet duidelijk welke impact de Omgevingswet gaat hebben op het aantal vergunningsaanvragen. Dit zal naar verwachting ook per type aanvraag variëren.  E r ligt een omvangrijke opgave om het inrichtingenbestand te transformeren naar milieubelastende activiteiten en hiervoor de meldingen en vergunningen op orde en (altijd) actueel te hebben.  A ls effect van de Omgevingswet zullen er meer ‘robuuste’ altijd actuele vergunningen afgegeven worden. Een minder gedetailleerde omgevingsvergunning die meer uitgaat van vertrouwen, hoeft minder vaak te worden aangepast bij wijzigingen in de bedrijfsvoering. Hierdoor zien we in de uitvoering mogelijk een verschuiving van vergunningverlening naar toezicht en handhaving.  D e Routekaart stalaanpassingen zal ook in 2024 effect hebben op de werkzaamheden van de ODBN. In 2023 verwachten wij dat de contouren hiervan duidelijker worden.

1.3 Ontwikkelingen binnen toezicht 1.2 Ontwikkelingen binnen vergunningverlening In de Kadernota 2023 gaven wij al aan dat de belangrijkste ontwikkelingen binnen vergunningverlening naar verwachting toe te schrijven zullen zijn aan de komst van de Omgevingswet. Met het uitstel van de Omgevingswet naar juli 2023, is dit voor de Kadernota 2024 niet anders. De wijzigingen in welke activiteiten vergunnings- of meldingsplichtig zijn, zullen een vooralsnog onbekende impact hebben op onze werkvoorraad. We zien bijvoorbeeld bij de omzetting van ‘inrichtingen’ naar ‘milieubelastende activiteiten dat de vergunningsplicht binnen veehouderij toe zal nemen, terwijl bij andere activiteiten waarvoor nu nog een vergunningsplicht van toepassing is, een meldingsplicht in de plaats zal komen. Als omgevingsdienst is een belangrijke taak in de voorbereiding op de Omgevingswet de omzetting van het inrichtingenbestand naar milieubelastende activiteiten, in lijn met de Omgevingswet. Vergunningen moeten geactualiseerd en actueel gehouden worden. Voordeel is dat onder de Omgevingswet vergunningen minder gedetailleerde middelvoorschriften zullen bevatten, en daardoor minder ingrijpend aangepast hoeven te worden bij wijzigingen in de bedrijfsvoering van een vergunninghouder.

Voor toezicht geldt evenals voor vergunningverlening dat de komst van de Omgevingswet de nodige consequenties heeft voor de wijze waarop wij ons werk doen. Belangrijk is bijvoorbeeld dat er regionale verschillen kunnen ontstaan in regelgeving, wanneer onze deelnemers de bruidsschat aanpassen en vertalen naar de eigen Omgevingsplannen. Daarbij is het voor ons van groot belang dat deelnemers oog houden voor de uitvoerbaarheid. Ook de nadruk op doelvoorschriften boven middelvoorschriften is een belangrijke verandering onder de Omgevingswet. Het is van groot belang om vergunningverlening en toezicht en handhaving goed op elkaar af te stemmen. Daarom zal toezicht een grotere rol hebben in het vergunningverleningsproces en/of aansluiten op het Omgevingsoverleg. In 2024 is een doorlopende ontwikkeling het almaar groeiende belang van data en informatiegestuurd werken. Mede met het oog op de krapte op de arbeidsmarkt, maar natuurlijk vooral in het kader van een doeltreffende en doelmatige uitvoering, zetten wij onze data beter in om gericht toezicht te kunnen houden en daar te acteren waar we het verschil kunnen maken. Daarbij maken we vaker gebruik van de ons beschikbare communicatiemiddelen om normadressaten en deelnemers bewuster te maken en naleefgedrag te bevorderen.

We verwachten dat het klassieke toezicht steeds meer zal veranderen met de komst van nieuwe werkwijzen en technieken, waaronder geavanceerde data-analyses, de inzet van drones en het risicogericht prioriteren.

In 2024 zal ook de provinciale ‘Routekaart stalaanpassingen’ invloed hebben op de werkvoorraad van onze vergunningverleners. We verwachten dat in de loop van 2023 duidelijker wordt welke effecten wij kunnen verwachten. Op het moment van schrijven is nog veel onduidelijk, mede door de eerdergenoemde uitspraken van de rechter.

Kadernota 2024

17

18

19

Door onze controles gericht in te zetten vergroten we de kans dat we overtredingen tijdig constateren en ongedaan maken. Indien nodig zetten wij ons bestuurs- en strafrechtelijk instrumentarium in om overtreders aan te pakken. Een dergelijke aanpak kan agressie opleveren. De veiligheid van onze medewerkers staat voorop. Dit kan betekenen dat we bij bepaalde controles ervoor kiezen om meerdere medewerkers samen controles uit te laten voeren.

Effecten 2024 en verder  O m het toezicht goed aan te laten sluiten bij vergunningverlening zal toezicht een rol hebben in het vergunningverleningsproces en/of bij het Omgevingsoverleg.  D oor slimmer met informatie om te gaan, kunnen we in 2024 gerichter toezichthouden. Door communicatie met bedrijven en deelnemers kunnen wij bewustwording vergroten om zo uiteindelijk milieuovertredingen te verkleinen en het naleefgedrag te vergroten.  D oor data gedreven toezicht uit te gaan voeren kunnen we gerichter toezicht uitvoeren. Om dit goed te doen is wel meer samenwerking nodig. Tussen omgevingsdiensten, maar ook met gemeenten, de provincie, waterschappen en organisaties als de brandweer, de veiligheidsregio, IL&T, OM, politie, NVWA en mogelijk ook organisaties als de Belastingdienst.  D oor steeds doelgerichter te controleren is de kans groter op het aantreffen van zorgwekkende stoffen en overtredingen. Het aantreffen van dergelijke overtredingen en het daarna te volgen handhavingstraject kunnen agressie opleveren. Wij hebben hier oog voor en gaan in de eerste plaats altijd uit van de veiligheid van onze medewerkers.

1.4 Ontwikkelingen binnen handhaving Diverse publicaties hebben de afgelopen jaren een nieuw licht geworpen op de aanpak van milieucriminaliteit en -overtredingen. Kritische analyses zoals die van de Commissie van Aartsen en de Algemene Rekenkamer hebben de knelpunten van handhaving in het milieudomein verder blootgelegd. Het schort aan samenwerking tussen de instanties die met handhaving zijn belast, maar ook aan capaciteit binnen diezelfde instanties om opvolging te geven aan zaken die daarom vragen. Mede daarom is bestuurs- en strafrechtelijke handhaving en vervolging één van de pijlers van het Interbestuurlijk Programma VTH, dat volgens de huidige planning in 2024 zich in de afrondende fase zou moeten bevinden. Dit betekent dat we in 2024 de vruchten zouden moeten gaan plukken van meer prioritering van en capaciteit voor de aanpak van milieucriminaliteit bij de politie het Openbaar Ministerie, iets wat nadrukkelijk wordt genoemd als prioriteit van het IBP. Als omgevingsdienst zijn wij echter ook zelf aan zet om optimaal gebruik te maken van ons handhavingsinstrumentarium. We streven naar een geharmoniseerde inzet van bestuurs- en strafrecht. Daarbij hanteren we de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingrecht (LHSO) - de herziene versie van de LHS - die we de komende jaren parallel aan de invoering van de Omgevingswet zullen implementeren, borgen en monitoren.

Daarbij houden we in ogenschouw dat de LHSO slechts een middel is om een doel te bereiken: een doeltreffende en evenredige inzet van ons bestuurs- en strafrechtelijke instrumentarium met inachtneming van de beginselplicht tot handhaving. Dit allemaal met het oog op onze missie: een schone, veilige en gezonde leefomgeving, nu en in de toekomst.

Kadernota 2024

20

21

Door de diverse ontwikkelingen – zowel intern als extern – voorzien we in 2024 een grotere rol voor (strafrechtelijke) handhaving. Door de LHSO goed te implementeren en te borgen binnen onze organisatie zorgen we ervoor dat we tot een gewogen en effectieve inzet komen van ons handhavingsinstrumentarium. Het informatiegestuurd handhaven helpt ons om efficiënter op te treden daar waar wij het grootste verschil kunnen maken. Daarbij zetten wij zelf in op de ruimte die we zien om de samenwerking met bijvoorbeeld het Functioneel Parket en de politie te intensiveren. Daarbij is de landelijke prioritering die wordt gegeven aan milieucriminaliteit- en overtredingen een welkome ontwikkeling.

Effecten 2024 en verder  W e verwachten in 2024 een toename in de inzet van (strafrechtelijke) handhaving, onder invloed van interne projecten en externe ontwikkelingen. Een goede toepassing van de LHSO zal naar verwachting leiden tot een toename in het aantal handhavingszaken.  D e invloed van het informatiegestuurd handhaven zal de komende jaren verder toenemen. We willen onze capaciteit – die ook onder druk staat door de krapte op de arbeidsmarkt – daar inzetten waar de risico’s het grootst zijn en wij het verschil kunnen maken.  W e voorzien een intensivering van de samenwerking binnen de handhavingsketen, onder meer onder invloed van de prioritering die wordt gegeven aan milieucriminaliteit en -overtredingen.

1.5 Ontwikkeling binnen specialistische taakuitvoering We verwachten in 2024 net als in de afgelopen jaren dat de inzet van onze specialisten en juristen zal blijven toenemen. Verschillende oorzaken liggen aan deze trend ten grondslag. Ingewikkelde dossiers zoals stikstof doen een steeds groter beroep op onze medewerkers. Voor dit specifieke dossier geldt dat uitspraken van de rechter en de uitwerking van het rapport Remkes een blijvende inzet van onze juristen vragen. Het vertalen van bestuurlijke ambities naar de uitvoering vraagt om inzet van expertise van de ODBN. Het aan de voorkant betrekken van onze kennis zorgt ervoor dat bestuurlijke ambities vertaald kunnen worden naar de VTH-uitvoering en daarmee ook resultaat bereikt kan worden. We zien en verwachten dat ook de toenemende zorgen in de samenleving over de leefomgeving – zoals de onrust rondom de asfaltcentrales en intensieve veehouderij – steeds meer zullen vragen om inzet van onze specialisten en juristen.

Daarnaast zien we bij onze deelnemers dat het hen steeds meer moeite kost met deze krappe arbeidsmarkt de benodigde kennis en expertise in eigen huis te hebben en te houden. Daarom worden steeds meer taken bij de ODBN belegd. Ook dit zorgt ervoor dat we voorzien dat de werkvoorraad de kopende jaren verder op zal lopen. Onder de Omgevingswet zal ook de rol van onze specialisten veranderen. Het is van groot belang om specialistische kennis aan de voorkant te betrekken bij nieuwe initiatieven. De betrokkenheid van onze specialisten vergroot de haalbaarheid van een initiatief en voorkomt problemen achteraf. Ook kunnen onze deelnemers een beroep doen op onze expertise bij de totstandkoming van de omgevingsplannen. Samenvattend verwachten we dat de trend waarbij een steeds breder beroep gedaan wordt op onze specialisten en juristen zich zal voortzetten. De daadwerkelijke inzet laat zich nu nog niet volledig ramen. Deze inzet is mede afhankelijk van de mate waarin onze deelnemers een beroep doen op onze kennis en expertise, bijvoorbeeld bij de totstandkoming van de Omgevingsplannen. Als ODBN dragen wij er zorg voor dat wij over voldoende capaciteit beschikken om onze taken uit te kunnen voeren, en treden tijdig in overleg wanneer krapte op de arbeidsmarkt of een toegenomen vraag voor problemen zorgen.

Kadernota 2024

22

Effecten 2024 en verder  W e verwachten door een toename aan verzoektaken een toename van de inzet van onze specialisten en juristen. De toename in verzoektaken wordt veroorzaakt door een afname van inhoudelijke expertise bij onze deelnemers, die als gevolg daarvan meer taken bij de ODBN beleggen.  D e Omgevingswet beoogt om aan de voorkant van vergunningstrajecten meer afstemming tussen initiatiefnemer en overheid tot stand te brengen. Daarnaast is de verwachting dat er door de Omgevingswet meer nadruk komt te liggen op toezicht houden. Dit zorgt ervoor dat er zowel aan de voor- als achterkant van de vergunningverlening een grotere behoefte aan specialistische kennis zal zijn.  D e toename is eveneens afhankelijk van de vraag van onze deelnemers (aanvullende verzoektaken) op het vlak van de Omgevingswet en ramen we in overleg met de deelnemers in het werkprogramma 2024.  D e komst van de Omgevingswet heeft effecten op de uitvoering van beleid met betrekking tot luchtkwaliteit, geluid en omgevingsveiligheid. Onze specialisten zullen beschikbaar zijn om de deelnemers mee te nemen in deze veranderingen.

1.6 Natuurbescherming Namen de provincie verleent de ODBN vergunningen en ontheffingen op het gebied van de Wet natuurbescherming (Wnb) en verzorgt het toezicht en de handhaving daarop. Deze opdracht staat in grote mate onder invloed van de ontwikkelingen binnen het stikstofdossier (of –crisis). Het ontbreekt aan consequent landelijk beleid. Daarnaast zien we dat bestaand beleid steeds vaker de rechterlijke toets niet kan doorstaan. De discussie in de samenleving wordt op het scherpst van de snede gevoerd.

23

Dit alles heeft ook consequenties voor onze uitvoering. Dat geldt ook voor de uitwerking van het adviesrapport van Remkes van oktober 2022. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om de grotere juridische inzet, zoals we eerder hebben geschetst onder ‘Ontwikkelingen specialistische taakuitvoering’. Daarnaast verwachten we steeds meer handhavingsverzoeken, intrekkingsverzoeken en zullen we steeds vaker moeten inzetten op repressieve handhavingstrajecten. In 2024 zal het stikstofdossier ongetwijfeld weer veel inspanning van ons vergen als omgevingsdienst. We houden de ontwikkelingen nauwlettend in de gaten en vertalen deze zo snel en goed mogelijk naar de uitvoering. In de toekomst verwachten we slimmer gebruik te kunnen maken van data, onder meer om de effecten van onze inspanningen op het stikstofdossier inzichtelijk te maken. Zo willen wij onder andere de stikstofreductie in Noord-Brabant in beeld brengen. De ODBN verzorgt ook de VTH-taken op het gebied van soortenbescherming. Waar de VTHuitvoering onder de Omgevingswet verschuift van ‘nee-tenzij’ naar ‘ja, mits’, gaat dit niet op voor het onderdeel Natuur. Hier gaat de Omgevingswet nog nadrukkelijk uit van het beschermen van de fysieke leefomgeving, boven het mogelijk maken van allerhande ontwikkelingen.

Dat gaat echter niet altijd goed samen met maatschappelijke ontwikkelingen zoals isolatie en renovatie van gebouwen in verband met de klimaatopgave en de woningbouwopgave. Hierbij kunnen verblijfplaatsen van beschermde diersoorten worden aangetast. Voor een dergelijke ontwikkeling is een ontheffing nodig. Bij dergelijke dossiers zorgt de ODBN voor een goede belangenafweging, zonder de bescherming van soorten uit het oog te verliezen. Het Rijk heeft de afgelopen jaren de maatschappelijke betrokkenheid bij het belang van natuurbehoud gestimuleerd. Het groeiende belang van natuur heeft consequenties voor de rol van de ODBN. Dit zien we onder andere terug bij de toenemende vraag vanuit onze deelnemers naar ondersteuning voor het toepassen en uitvoeren van de Wet natuurbescherming. We verwachten dat deze vraag in 2024 verder toe zal nemen.

Effecten 2024 en verder  D e ODBN houdt haar deelnemers op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen op Wnbgebied.   Ook in 2024 zal de inzet van de ODBN op het stikstofdossier groot zijn, de exacte omvang is door telkens nieuwe (juridische) ontwikkelingen moeilijk in te schatten.   Met het ontsluiten van data geven we inzage in de bijdrage van de ODBN op natuurbescherming   We verwachten meer repressieve inzet in 2024 op het onderdeel gebiedsbescherming

Kadernota 2024

24

Ontwikkelingen in de regionale dienstverlening Naast het programma Individuele Dienstverlening (waaronder het uitvoeren van basistaken en verzoektaken) voert de ODBN ook het programma Regionale Dienstverlening uit, waarin werkzaamheden zijn opgenomen die worden uitgevoerd voor het collectief aan deelnemers.

Daarnaast vallen ook thema’s die raken aan de inhoudelijke doorontwikkeling van de VTH-taken en specialistische taken onder dit programma. Onder dit programma vallen onderwerpen zoals het Ontwikkelprogramma 2022, Samen Sterk in Brabant (SSiB) en de klachtenregeling.

25

2

Kadernota 2024

26

2 Ontwikkelingen in de regionale dienstverlening

Een belangrijk onderdeel van de regionale dienstverlening is het jaarlijks op te stellen ontwikkelprogramma. In het ontwikkelprogramma bundelen we de meerjarige ontwikkelopgaven van de ODBN. Het Ontwikkelprogramma 2024 wordt eind 2023 opgesteld op basis van deze kadernota, de Begroting 2024 en de dan actuele ontwikkelingen. De werkzaamheden in het ontwikkelprogramma zijn gericht op innovatie en ontwikkeling, kwaliteitsverbetering en het efficiënter uitvoeren van de primaire taken. Het ontwikkelprogramma en de daaruit volgende projecten vormen daarmee een vliegwielfunctie voor noodzakelijke ontwikkelingen op het programma Individuele Dienstverlening.

2.1 Interbestuurlijk Programma (IBP) Maart 2021 presenteerde de Commissie Van Aartsen haar rapport “Om de leefomgeving. Omgevingsdiensten als gangmaker voor het bestuur”. De aanbevelingen uit het rapport van de commissie zijn vertaald naar het IBP: het Interbestuurlijk Programma versterking VTH-stelsel. Binnen dit programma zijn een zestal pijlers opgetrokken waarin de aanbevelingen van het rapport vertaald moeten worden naar verbeteringen in het VTH-stelsel. Het IBP wordt getrokken door het Rijk, in nauwe samenwerking met onder andere Omgevingsdienst NL, de VNG en het IPO. Ook wij als ODBN pakken onze rol binnen het IBP. Zo zijn wij actief betrokken bij projecten binnen de pijlers ‘robuuste diensten en financiering’ – met als doel het versterken van de effectiviteit en slagvaardigheid van de diensten – en ‘bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving en

vervolging’. Daarnaast fungeert de ODBN als een van de drie diensten waarbij bij wijze van pilot een externe visitatie plaatsvindt. Het IBP kent vooralsnog een doorlooptijd van twee jaar (2022 en 2023). Dat betekent dat eind 2023 – bij de huidige planning – de gevolgen voor de ODBN bekend zouden moeten zijn. De implementatie zal een doorloop kennen in 2024 en mogelijk verder. We volgen de ontwikkelingen op de voet en dragen waar mogelijk bij aan constructieve en duurzame verbeteringen in het VTHstelsel. Effecten 2024 en verder   De ODBN levert een actieve bijdrage aan de realisatie van het IBP.   We verwachten de eerste resultaten bij de huidige planning eind 2023.   Het IBP is op dit moment onvoldoende concreet om exacte resultaten te benoemen. Wij houden onze deelnemers op de hoogte van relevante ontwikkelingen binnen het IBP.   Het IBP wordt bekostigd vanuit het Rijk en vergt geen financiële inzet van onze deelnemers.

2.2 Werken onder de Omgevingswet De afgelopen jaren hebben we als ODBN de nodige stappen gezet in de voorbereiding op de komst van de Omgevingswet. Zo hebben we gewerkt aan onze werkprocessen, hebben we onze infrastructuur ingericht als anticipatie op het nieuwe wettelijke stelsel en hebben we onze medewerkers opgeleid. De voortdurende onzekerheid rond de inwerkingtredingsdatum blijft echter onrust geven. De omvang en impact van het nieuwe wetgevingsregime zijn evident. De wederzijdse afhankelijkheden tussen ons en onze deelnemers zijn groot, bijvoorbeeld op het gebied van de bruidsschat, het DSO en de doorlooptijden. In 2024 zouden we bij de huidige inwerkingtredingsdatum een halfjaar geoefend moeten hebben met het werken onder de Omgevingswet. Desondanks verwachten we ook in 2024 nog te maken te hebben met een overgangseffect. Dit effect is nog niet goed te kwantificeren. Wel zijn we bijvoorbeeld aan het oefenen met het omzetten van inrichtingen naar milieubelastende activiteiten. Na uitvoering van een pilot zullen wij een inschatting kunnen geven van hoeveel tijd dit gemiddeld kost. De omzetting van inrichtingen naar mba's zal nog niet volledig gereed zijn als de Omgevingswet in werking treedt. Dit is ook niet nodig. We zullen de omzettingen uitvoeren op natuurlijke momenten zodra de wet in werking is getreden.

Daarmee wordt gedoeld op momenten waar bijvoorbeeld een vergunning wordt aangevraagd of een melding wordt ingediend. Met deze werkwijze komen de prioritaire inrichtingen in 2023 vanzelf snel aan de beurt. Extra inspanningen als gevolg van de omzettingen worden vertaald naar de werkprogramma's.

Kadernota 2024

27

28

29

2.3 Informatiegestuurd werken Effecten 2024 en verder   Er vindt een verschuiving plaats tussen vergunningsplichtige en meldingsplichtige activiteiten. Wat de impact hiervan is, is op dit moment onduidelijk   De omzetting van het inrichtingenbestand naar MBA’s is nog niet afgerond en zal dus tijd vergen in het primaire proces van 2024. Hiermee wordt in de werkprogramma’s rekening gehouden.   We zijn afhankelijk van het Rijk, de ontwikkeling van het DSO om de Omgevingswet te kunnen uitvoeren. Zoals gewoonlijk communiceren we met deelnemers over deze ontwikkelingen en de impact daarvan   We zijn afhankelijk van onze deelnemers die hun processen goed voorbereiden en afstemmen op de onze. Ook beleidskeuzes in Omgevingsplannen en -visies hebben een impact op de uitvoering van de VTH-taken.

Als deskundig uitvoerder van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) op het gebied van milieu zijn wij onderdeel van een razendsnelle continue ontwikkeling. Onderwerpen als het klimaat en energie staan hoog op de politieke agenda’s, terwijl de landelijke onrust en polarisatie toeneemt en er sprake is van ongekende landelijke personeelstekorten. Diverse kritische rapporten over het functioneren van omgevingsdiensten (zoals het rapport van de Commissie van Aartsen en de Algemene Rekenkamer) zorgen voor een urgentie om het VTH-stelsel in hoog tempo te versterken en verder te professionaliseren. De ODBN heeft informatie gestuurd werken (IGW) als belangrijk hulpmiddel omarmd om adequaat op deze doorlopende ontwikkelingen in te springen en tegelijkertijd op een slimme manier het werk te vernieuwen. Sinds wij in 2021 een impuls hebben gegeven aan IGW vormen informatie en inzichten die voortkomen uit data-analyses een steeds belangrijker fundament onder alles wat wij doen. Hierbij geldt dat hoe beter het ons lukt om data te transformeren in waardevolle informatie en inzichten, des te groter onze bijdrage aan een schone, veilige en duurzame leefomgeving. Om te ontwikkelen tot een volledig informatiegestuurde organisatie wordt de strategie gevolgd om data en data-analyse op te nemen in de kern van de organisatie.

De effecten van deze strategie komen tot uiting in de steeds verder toenemende vraag naar informatie en inzichten die voortkomen uit data-analyses. Steeds meer medewerkers worden zich in toenemende mate bewust van het belang en de waarde van data. Dankzij deze ontwikkelingen neemt de kwaliteit van onze beschikbare data steeds verder toe en ontstaat er een groeiende behoefte om de datakwaliteit actief te verbeteren. Om de ontwikkelingen op het gebied van IGW bij te houden en verder te kunnen versterken heeft de ODBN in 2022 de data-analyse capaciteit uitgebreid.

Kadernota 2024

30

Voor steeds meer onderdelen in het programma van 2023 speelt IGW een belangrijke rol. Daarom wordt er actief geïnvesteerd om de kwaliteit van onze data te verbeteren en de waarde van deze data te vergroten door slimme combinaties met andere (externe) databronnen. We dragen er zorg voor dat onze vergunningverleners, toezichthouders en handhavers de beschikking hebben over actuele en relevante informatie voor de uitvoering van hun taken. Op deze wijze wordt informatie gecombineerd met menselijke denkkracht om te komen tot de best mogelijke beslissing. Tijdens de uitvoering van onze VTH-taken genereren medewerkers zelf ook weer veel nieuwe data. Analyses van het gehele samenspel aan data resulteert in nieuwe sturingsinformatie en leidt uiteindelijk tot inzichten in de effecten van onze inzet op de leefomgeving. Deze inzichten helpen ons en onze deelnemers om nieuwe – op de uitvoering gerichte – beleidsbeslissingen mogelijk te maken.

Effecten 2024 en verder   Data en data-analyse wordt meer en meer onderdeel van de kern van onze organisatie. De waardevolle kennis en inzichten die hieruit voortkomen zorgen ervoor dat:  Onze keuzes en beslissingen transparanter worden;  De inzet van ons VTH-instrumentarium effectiever en efficiënter wordt;  We meer kunnen sturen op resultaten en samenhang;   We steeds beter kunnen anticiperen op de razendsnelle ontwikkelingen binnen ons domein;  Onze organisatie flexibeler wordt en beter in staat is om te adapteren in onze complexe omgeving;  Ons vermogen om een positieve bijdrage te leveren aan een schone, veilige en duurzame leefomgeving verder ontwikkelt.   Onder druk van de klimaatverandering is er steeds meer aandacht voor het klimaat en het milieu. Dit zorgt voor een groei van ons takenpakket, een toenemende complexiteit van onze taken en een steeds hogere eis naar kwaliteit. Deze uitdaging vraagt om meer dan alleen mensen en middelen. Om onze (maatschappelijke) relevantie te behouden en verder te ontwikkelen zullen wij in de nabije toekomst moeten investeren in data-analyse, digitalisering en technologische ontwikkelingen om onze mensen te ondersteunen en ons VTH-instrumentarium te verrijken en verbreden.

Voorbeelden hiervan zouden uiteenlopende toepassingen van bijvoorbeeld AI, machine learning en robotisering kunnen zijn om bijvoorbeeld (op afstand) transparante en betrouwbare waarnemingen en metingen te verrichten.   In 2022 is de analyse-capaciteit ten behoeve van het primaire proces uitgebreid. Dankzij deze uitbreiding ontstaan er meer mogelijkheden om data op slimme manieren vast te leggen, te ontsluiten, te bewerken en te analyseren. Met de toenemende verbetering van de informatiepositie zal het aantal vragen naar en de behoefte aan inzichten, digitalisering en technologische ontwikkelingen in een toenemend tempo gaan groeien en zal bovendien de complexiteit van de (analyse)vraagstukken een vlucht gaan nemen. Het is daarom aannemelijk dat extra analyse-capaciteit en investeringen in de toekomst nodig zullen zijn.

Mede onder invloed van de steeds verder toenemende complexiteit van ons werkveld speelt IGW een steeds belangrijkere rol in de uitwerking van het ontwikkelprogramma voor 2023. De ontwikkelingen van IGW binnen de organisatie leiden er op termijn toe dat data en data-analyse een centrale rol krijgen bij de uitvoering van onze reguliere VTH-taken. Hierdoor zal de inzet van ons VTH-instrumentarium efficiënter en effectiever worden. Dit betekent dat ook de wijze waarop opdrachten vormgegeven wordt, zal wijzigen. De ontwikkeling van IGW is een continu proces wat blijft vragen om investeringen in de juiste kennis, competenties en structuren.

Kadernota 2024

31

32

2.4 Regionaal Operationeel Kader (ROK-VTH)

2.5 Transitie Zorgvuldige Veehouderij

In het Regionaal Operationeel Kader (ROK-VTH) leggen we ons uitvoeringsbeleid uniform vast. Het ROK vormt daarmee de basis van hoe wij ons werk uitvoeren. Voorheen was er alleen een ROK Toezicht & Handhaving. Sindsdien hebben we ook een ROK-vergunningverlening vastgesteld. Op het moment van schrijven werken we aan een integratie van het ROK-VV en het ROK-T&H: het ROK-VTH. We verwachten dat het ROK-VTH in 2023 in werking zal treden. In het ROK verankeren wij vernieuwingen in onze werkwijze. Te denken valt daarbij aan de wijzigingen als gevolg van de Omgevingswet, de nieuwe methodieken die voortkomen uit het informatiegestuurd werken en de implementatie van aanbevelingen uit het IBP.

De transitie naar een Zorgvuldige Veehouderij is in Brabant nog in volle gang. Provinciaal beleid zoals de Interim Omgevingsverordening, maar ook de lokale uitwerking van Europese richtlijnen (m.n. water, bodem) hebben een grote invloed op deze transitie. De ODBN focust zich voornamelijk op de uitvoeringsconsequenties van het (veranderende) beleid, zodat de VTH-taken kwalitatief hoogwaardig en efficiënt uitgevoerd kunnen worden.

Voor het opstellen van het ROK-VTH werken we nauw samen met onder andere de Omgevingsdienst Midden West Brabant (OMWB) en de Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB). Daar waar mogelijk zoeken wij de aanknopingspunten om gezamenlijk op te trekken en ons uitvoeringskader te uniformeren. We streven ernaar om het ROK-VTH in de eerste helft van 2023 voor te leggen aan onze deelnemers.

Effecten 2024 en verder   We verwachten dat we het nieuwe ROK-VTH in 2023 opleveren. Dit betekent dat we in 2024 werken onder het nieuwe kader voor de uitvoering van onze taken.   Binnen het ROK-VTH verankeren we diverse ontwikkelingen in onze werkwijzen, die gedeeltelijk ook in deze kadernota geadresseerd worden.

33

Brabantbreed zoeken we de samenwerking en analyseren we actuele ontwikkelingen om vervolgens de impact te duiden van deze ontwikkeling op onze uitvoering. De Taskforce Transitie Veehouderij heeft meermaals een inschatting opgeleverd van de verwachte toename in het aantal vergunningsaanvragen, als gevolg van de deadline die gesteld is in de Interim Omgevingsverordening. Volgens de IOV zouden op 1 januari 2024 alle stallen moeten voldoen aan de nu geldende emissie-eisen. Met de Routekaart Stalaanpassingen poogt de provincie te bevorderen dat veehouders tijdig een beslissing nemen. Dit mede om het vergunningverleningsproces soepel te laten verlopen. Wij zien echter dat de verwachte piek in de vergunningaanvragen uitblijft. Veehouders lijken investeringen uit te stellen, gegeven de vele onzekerheden waar zij (en wij) op dit moment mee te maken hebben. Daarom veronderstellen wij dat de vergunningverlening meer tijd gaat vergen dan in de Routekaart wordt gesuggereerd. Er bestaat veel maatschappelijke onrust rond dit thema. Daarnaast heeft het verschijnen van het rapport Remkes impact op onze werkzaamheden. De aanbevelingen van Remkes kunnen zich mogelijk vertalen naar de uitkoop en/of onteigening van piekbelasters. Het is goed mogelijk dat dit zich voltrekt via het intrekken van vergunningen. Hierin heeft het Rijk samen met de

Kadernota 2024

34

35

provincies de regie, maar dit zal een sterke doorwerking hebben op onze taakuitvoering. We volgen ontwikkelingen binnen de veehouderij en aanpalende onderwerpen – zoals stikstof – nauwgezet. Als ODBN blijven we het belang van een tijdige vertaling naar het VTH-instrumentarium benadrukken.

Effecten 2024 en verder   Als ODBN blijven we actief betrokken bij de ontwikkelingen en pakken we het geven van deskundig en onafhankelijk advies aan deelnemers steeds verder op. Van omgevingsdiensten wordt dat ook steeds meer verwacht.   Naast het capaciteitsvraagstuk proberen we ook de gevolgen voor het VTH-beleid en-strategie in kaart te brengen. Ook verwachten we dat onze deelnemers een steeds groter beroep gaan doen op onze capaciteit ter uitvoering van VTH, maar ook als kennispartner bij het duiden van nieuwe ontwikkelingen.   Als gevolg van de extra vergunningswerkzaamheden voortvloeiende uit de Routekaart 2024 kan niet uitgesloten worden dat er extra capaciteit nodig is, met name bij de Wnb.

2.6 Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) Zowel op Europees als op landelijk niveau hebben gevaarlijke stoffen die risico's opleveren voor mens en milieu de afgelopen jaren veel aandacht gekregen. Het opstellen van beleid ten aanzien van deze chemische stoffen, die volgens Europees vastgelegde criteria kwalificeren als ‘Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)’, heeft daarom grote prioriteit gekregen van de Nederlandse overheid. Het streven is om deze stoffen in de toekomst uit de leefomgeving te weren en zo emissies naar lucht, water en bodem te voorkomen. Doordat er pas recentelijk veel aandacht is gekomen voor ZZS, staat ook het beleid in zekere zin nog in de kinderschoenen. Het Nederlandse beleid had de afgelopen jaren als voornaamste doel om emissies en bronnen van ZZS in kaart te brengen en deze informatie te ontsluiten ten behoeve van vergunningverleners en bevoegde gezagen. Uit een recent verschenen publicatie blijkt dat het huidige beleid tot dusver redelijk lijkt te werken. Zeer zorgwekkende stoffen zijn in Nederland steeds beter in beeld en er worden stappen gezet om emissies aan te pakken. Gezien de ontwikkelingen in aanpak en groeiende aandacht voor ZZS bij bevoegde gezagen en omgevingsdiensten wordt verwacht dat het beleid richting de toekomst aan effectiviteit zal winnen.

Tegelijkertijd is wel duidelijk dat het complexe systeem van wet- en regelgeving zorgt voor verschillende interpretaties waardoor het VTH-stelsel worstelt met de uitvoering van het beleid. ZZS zal de komende jaren prominent terugkomen in onze risicoanalyses. ZZS blijft dan ook een belangrijk onderwerp voor onze VTH-taakuitvoering, zowel provinciaal als op gemeentelijk niveau. We hebben de afgelopen jaren Brabantbreed samen met de andere Brabantse OD's de belangrijkste bedrijven in beeld gebracht. We streven ernaar om voor elk van deze bedrijven plannen te maken om ZZS uit de werkprocessen te verbannen. Als ODBN zullen we toezien op de naleving van deze plannen.

Ook op gemeentelijk niveau zetten we met ons toezicht in op het terugdringen van schadelijke stoffen. We kennen de risicorelevante bedrijven als het gaat om ZZS. We gaan vanuit onze toezichthoudende rol in gesprek met deze bedrijven. Daarbij hebben we samen met deze bedrijven een ‘learning by doing’-aanpak. Als ODBN streven we naar het voorkomen van emissies van zeer zorgwekkende stoffen richting lucht, water en bodem. Daarnaast zien we de toenemende mate aandacht voor ZZS in afval en de risico's die daarbij horen. De ODBN heeft oog voor deze ontwikkeling en zullen deze op de voet volgen. Nieuwe inzichten op het gebied van ZZS vertalen we indien mogelijk naar de werkprogramma's en de uitvoering daarvan.

Effecten 2024 en verder  De uitvoering van zowel vergunningverlening als toezicht en handhaving rondom ZZS zal een prominente plek krijgen binnen het gemeentelijke en provinciale werkprogramma van 2024.  Het volgen van ontwikkelingen en het adviseren daarover, wordt in 2024 bekostigd vanuit het budget collectieve taken. De omvang van deze uren wordt bepaald in het Ontwikkelprogramma 2024.

Kadernota 2024

36

Ten slotte moeten vanaf het eerste kwartaal van 2024 werkgevers met meer dan 100 medewerkers een eerste rapportage indienen over de co2-uitstoot van het woon-werk en werk-werk verkeer van hun medewerkers. Ook het toezicht hierop komt onder de basistaken van de omgevingsdiensten te vallen.

Effecten 2024 en verder  De energiebesparingswetgeving wordt per 2023 aangescherpt en dat betekent extra uitvoeringstaken voor de ODBN in 2024;  De kosten voor deze extra taken worden vergoed vanuit de SPUK-THE regeling;  Voorwaarde van de SPUK-THE regeling is dat gemeenten en provincie haar lopende opdrachten aan de ODBN voortzetten zodat de SPUK-THE niet in de plaats komt van gemeentelijke of provinciale budgetten.

2.8 Water

2.7 Energie De ODBN draagt bij aan de energie-ambities van haar deelnemers. Gemeenten hebben in de RESNOB 1.0 vastgelegd dat in 2030 11 procent energie moet zijn bespaard ten opzichte van het peiljaar 2017. Als ODBN dragen we bij aan deze ambitie door toe te zien op de wettelijke informatie-, energiebesparings-, en onderzoeksplicht voor bedrijven. In 2023 wijzigen deze verplichtingen, wat een effect heeft op de uitvoering voor 2024. Zo wordt energietoezicht onder de Omgevingswet een basistaak. Verder moeten bedrijven voor 1 december 2023 voldoen aan een aantal verplichtingen: ➜ C  irca 2000 informatieplichtige bedrijven in onze regio moeten een nieuwe rapportage ingediend hebben over hun energieverbruik en uitgevoerde energiebesparende maatregelen. ➜ Ongeveer 150 van de grootste energieverbruikers moeten voor het eerst een energiebesparingsonderzoek ingediend hebben. ➜ Zo’n 1000 vergunningsplichtige bedrijven komen voor energie onder algemene regels te vallen. Daarnaast komen 7 bedrijven die participeren in het Europese systeem voor emissiehandel (ETS) onder het toezicht van de ODBN te vallen, waar deze taak voorheen door het Rijk werd ingevuld. Vanaf 1 december start het toezicht op de genoemde verplichtingen als aanvulling op het al bestaande toezicht op de energiebesparingsplicht. De uitvoeringskosten hiervan worden door het Rijk bekostigt vanuit de SPUK-THE-regeling.

Door het veranderende klimaat krijgen we steeds vaker te maken met lange periodes van droogte, extreme regenval en een verslechterde waterkwaliteit: slechts 1% van de wateren in Nederland voldoet aan de kwaliteitseisen uit de Europese Kaderrichtlijn Water. De industrie draagt hieraan bij door het lozen van schadelijke stoffen op riolering en oppervlaktewater. Daarnaast zien we ook steeds sterker de negatieve effecten van (kunst)mest op het milieu en de natuur. De ODBN voelt de maatschappelijke onrust die ontstaat en gaat het thema water actief oppakken gedurende de komende jaren. Door indirecte lozingen komen gevaarlijke stoffen terecht in rioleringen. Dit water moet worden gezuiverd door de rioolwaterzuiveringsinstallaties van de waterschappen. Er is echter gebleken dat een aantal stoffen niet of nauwelijks gezuiverd kan worden en daarmee achterblijft in het oppervlaktewater. Daarnaast heeft de Europese Unie besloten de derogatie voor Nederland in te trekken. Dit betekent dat agrariërs minder dierlijke mest mogen uitrijden over akkers, met als doel een verminderde uitspoeling van nitraat en fosfaat naar het oppervlakte- en grondwater. De ODBN houdt samen met de waterschappen toezicht op indirecte lozingen en gaat hier de komende jaren een kwaliteitsimpuls aan geven.

We zetten ons actief in op het gebied van waterkwaliteit- en kwantiteit, door het actualiseren van de kennis van onze medewerkers op het gebied van indirecte lozingen. Daarnaast gaan we met de waterschappen en Brabantse omgevingsdiensten in gesprek om de samenwerkingsbanden te versterken. We werken nauw samen om onze kennis en ervaring op gebied van afvalwater en waterkwaliteit met elkaar te delen en samen de lozing van schadelijke stoffen bij de bron aan te pakken.

Kadernota 2024

37

38

39

Effecten 2024 en verder  Als ODBN zijn we actief betrokken bij de ontwikkelingen rondom waterkwaliteit- en kwantiteit. We zijn samen met de waterschappen gesprekspartner voor gemeenten en provincie en werken aan een aanpak bij de bron.  We zetten in op het opleiden van onze medewerkers tot specialisten op het gebied van water en werken aan de doorontwikkeling van het thema water in onze organisatie.

2.9 Samen Sterk in Brabant (SSiB) Samen Sterk in Brabant (SSiB) is een provinciebrede samenwerkingsvorm – onder formeel werkgeverschap van de ODBN – waarin gemeenten, provincie, terreinbeherende organisaties, particuliere grondeigenaren, waterschappen en waterwinbedrijven participeren. Samen met het netwerk wordt gewerkt aan een schoon, veilig en groen buitengebied. SSiB handhaaft op zaken als stroperij, wildcrossen, afvaldumpingen en het overtreden van de toegangsbepalingen. Daarbij kan SSiB onder andere steunen op een eigen handhavingsteam, dat samen met boa’s van de handhavingspartners en met ondersteuning van de politie optreedt in de Brabantse natuur- en buitengebieden. In 2023 rondt een werkgroep met partners die onderdeel uitmaken van SSiB een notitie af voor de missie en visie voor 2024-2030, alsmede over de bijbehorende strategie. Daarbij wordt gewerkt aan een structurele financieringsvorm voor SSiB. SSiB hanteert een eigen planning en controle-cyclus, inclusief bijbehorende documenten zoals het meerjarenprogramma en het jaarverslag. Zie hiervoor www.ssibbrabant.nl. Wanneer deze beschikbaar zijn, zullen ook vernieuwde missie, visie en strategie hier gepubliceerd worden.

2.10 Ontwikkelingen binnen de Milieuklachtencentrale Voor de gemeenten en de provincie voert de ODBN de millieuklachtenregeling uit. Burgers moeten hun beklag kunnen doen wanneer zij overlast ervaren van bedrijven, bijvoorbeeld wanneer sprake is van geluidsoverlast, geuroverlast of bodemverontreiniging. Burgers kunnen hun milieuklacht kwijt bij de MilieuKlachtenCentrale (MKC), een samenwerkingsconstructie van de Brabantse omgevingsdiensten. De MKC zet de klacht vervolgens door richting de betrokken omgevingsdienst. Een belangrijke ontwikkeling richting 2024 is dat we gaan werken met een nieuw systeem voor de registratie van milieuklachten. Het huidige registratiesysteem – S@men – wordt immers niet meer ondersteund. Samen met de andere twee Brabantse Omgevingsdienst en de RUD Zeeland zijn we een aanbestedingstraject gestart. We verwachten dat het nieuwe systeem in 2024 operationeel zal zijn.

l

nt.n www.ssibbraba

Ook binnen de afhandeling van de milieuklachten zetten we steeds meer in op het informatiegestuurd werken. We krijgen aan de hand van de data over de binnengekomen klachten een steeds beter beeld over de aard van de klachten. We gebruiken de beschikbare informatie bijvoorbeeld om bedrijven waarover veel klachten binnenkomen extra te controleren. Ook betrekken we de data bij het branchegericht toezicht.

Effecten 2024 en verder  In 2024 zullen we werken met een nieuw registratiesysteem voor het uitvoeren van de klachtenregelening.  We maken steeds slimmer gebruik van data in de analyse en afhandeling van milieuklachten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12332580/3