CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen raadsvergadering 2025-05-07

Gemeenteraad 3 juni 2025, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Goedkeuring notulen van de openbare raadsvergaderingen van de gemeenteraad van 7, 8, 20 en 21 mei 202539.054 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Mevrouw SAMSHUIJZEN: Waar het om gaat is dat de natuurtoets in zes weken gebeurd kan zijn, dus dat wij voor de zomer uitsluitsel hebben of het wettelijk is toegestaan dit plan uit te voeren. Wil de heer Scholten dat die wettelijke toetsing tijdig gebeurt of wil collega Scholten dat uitstellen tot over maanden, omdat de project-MER uitgevoerd wordt? De heer SCHOLTEN: Die natuurtoets kan als onderdeel van de nieuwe beoordeling door de Commissie mer nogmaals uitgevoerd worden. Dus inderdaad, wat u zegt, je kunt zeggen: oké, ik ga eerst zes weken natuurtoets doen, dan krijg ik een voorkeursalternatief nogmaals terug met een beoordeling daar extra op. Dat is niet mijn voorkeur, omdat mijn motie die ik hier nu gepresenteerd heb ook al vertraging oplevert en dat gaat steeds meer opstapelen en dat is niet wat wij graag willen.

Mevrouw SAMSHUIJZEN: Begrijp goed dat de PvdD ook graag windmolens wil, maar dan wel dat het wettelijk toelaatbaar is, maar bent u niet ontzettend bang dat wij een ontzettend groot risico gaan nemen wanneer we die wettelijke toetsing zover de toekomst in schuiven en dat daarmee nog veel meer vertraging boven ons hoofd hangt? De heer SCHOLTEN: Ik heb zeker in mijn achterhoofd dat we een zorgvuldig proces moeten doorlopen en daarom vinden we deze stap een goede, omdat daarin die natuurtoets, maar ook alle andere toetsen die daarbij horen, zoals geluid, natuurlandschap, daar ook allemaal in zitten. Dus voor al die aspecten krijgen we een nieuw verslag en op basis daarvan kun je over het geheel nog een keer een oordeel vellen in plaats van over één onderdeel. Los van dat wij natuurlijk ook in het advies hebben gelezen dat de commissie zich wel zorgen maakt over dat aspect. Wat betreft de 16

motie van de PvdA, die dienen wij mee in. De wethouder gaf tijdens de commissie aan dat er ruimte is op het thema om met iets te komen. Het is goed om richting te geven aan de volgende stap in dit traject, om ook zicht te krijgen op hoe we met de toekomstige opbrengsten om zullen gaan. Wij vinden het belangrijk dat we bezig blijven met de energietransitie, maar die moet wel op een eerlijke manier gebeuren. Verduurzaming moet immers voor iedereen iets opleveren. We zullen de motie van Rosmalens Belang ook steunen. Hierin wordt een aantal punten aangehaald waar extra aandacht aan besteed mag worden. Aangezien verwacht wordt dat dit niet voor extra vertraging zal zorgen, vinden we dit ook nog extra fijn. De heer VAN CREIJ: We komen steeds verder de fuik in van de plaatsing van de windmolens en wat ons betreft gaat dat niet gebeuren. Maar wat nu voorligt, het voorkeursalternatief, buiten inhoudelijk, of je voor of tegen bent, stuit het ons eigenlijk heel erg tegen de borst hoe dat we omgaan in dit proces met de burgers. Er worden 153 zienswijzen allemaal ongegrond verklaard, zelfs zienswijzen die positief zijn over windenergie. Om die eigenlijk allemaal met een pennenstreek van tafel te vegen is mensonwaardig en dat is pure minachting richting de burgers, burgers die betrokken zijn, die van alles willen, ook positief willen meedenken en dan toch op deze manier daarmee omgaan.

Dat kan wat ons betreft eigenlijk helemaal niet. De VOORZITTER: Dames en heren, geen reactie vanuit de publieke tribune. Mensen moet hier zonder last of ruggespraak kunnen discussiëren. Dat betekent geen meldingen ofwel afkeuring ofwel goedkeuring met betrekking tot betogen. De ruimte moet er zijn voor elk raadslid om zijn of haar eigen standpunt te kunnen vertellen zonder daarmee last te hebben van dan wel goed- of afkeuring vanuit de publieke tribune. Ik hoop dat u daar begrip voor hebt en dat de ruimte er gewoon voor elk raadslid is om zijn of haar eigen betoog te kunnen houden. De heer VAN CREIJ: We hebben het dan over betrouwbaarheid van de politiek. We hebben het laatst gehad over opkomst en vordering bij de verkiezingen van maart 2026. Als we op deze manier met burgers omgaan dan zitten we straks met 20%, 30% die gaat stemmen. En dat we de burgers zo behandelen, maar ook een Commissie mer, die een vernietigend rapport geeft eigenlijk wegzetten als een kleine jongen, van: de gemeente Den Bosch weet het allemaal wel, en dan een extra onderzoek eroverheen laten doen, van: kijk eens hoe goed we dat allemaal gedaan hebben. Echt, dat kan en mag niet gebeuren. Vandaar dat wij ook motie 2 indienen, om nu een pas op de plaats te maken, het voorstel terug te nemen, goed kijken wat de Commissie mer geadviseerd heeft, nadrukkelijk uitwerken.

Als er straks gestemd wordt en er is een meerderheid dan moeten we dat respecteren, maar wel op grond van juiste argumentatie, juiste processen. En zoals het proces nu gelopen is, is gewoon flut. De heer ROOVERS: Allereerst onze eigen motie. Vanaf het begin is de eigendomsvraag voor de SP een van de belangrijkere punten geweest in de discussie over de energietransitie. Voor wie draaien deze molens? Is dat voor de bewoners van De Groote Wielen Rosmalen en op de tweede plaats de rest van Den Bosch? Of voor particuliere investeerders die veel geld verdienen omdat ze veel geld hebben? De eigendomsvraag is voor de SP cruciaal in het slagen van de energietransitie als geheel. Voor een te grote groep mensen is duurzaamheid te duur. Verduurzaming boezemt mensen angst in, omdat ze bang zijn de kosten niet te kunnen betalen. Wanneer de energietransitie volledig aan de markt wordt overgelaten is dat een aanjager van ongelijkheid. Die eigendomsvraag is dus cruciaal in het slagen van de energietransitie. Als deze onrechtvaardig is en ongelijkheid versterkt, zal de energietransitie stuklopen op een gebrek aan draagvlak. De afgelopen vijf jaar zijn over dit onderwerp verschillende raadsmoties aangenomen en de wethouder heeft met de Essentgelden budget gekregen om hiermee aan de slag te gaan. Voor de SP is het nu het moment om duidelijkheid te scheppen over de eigendomsvraag.

Daarom een motie die hierop kleur bekent. Lokaal eigendom dient echt lokaal eigendom te zijn en dus publiek. Particuliere investeerders houden nog genoeg ruimte over. Ook moet worden gegarandeerd dat omwonenden zonder de financiële mogelijkheden ook in de windmolens moeten kunnen participeren buiten het voorziene omgevingsfonds om. De motie van SP, De Bossche Groenen, Volt en de PvdD maakt duidelijk wat deze partijen onder lokaal eigendom en coöperatie verstaan. Dan het voorstel zelf. De SP is nooit tegen windmolens in de Rosmalense Polder geweest en is voor duurzame energie. Maar de SP voelt zich ook niet gebonden aan het bestuursakkoord van de andere partijen en dus aan het getal van zestien windturbines, wel aan de RES-opgave. Daar hebben wij destijds ook voor gestemd. De MER-rapportage die er nu ligt vraagt de gemeenteraad serieuze reflectie over het gevoerde beleid. Op het moment dat de MER-rapportage belangrijke onzekerheden constateert op het gebied van 17

gezondheid, natuur en milieu die in dit stadium niet onzeker hoeven te zijn, kan er maar één conclusie zijn en dat is het huiswerk opnieuw doen. Dat zeg ik als voorstander van windenergie. De oplegger die het college geproduceerd heeft in reactie op de MER-rapportage voldoet wat ons betreft niet. Daarbij moet ook de vraag worden gesteld of het aantal windmolens boven de RESopgave nog vol te houden is. Wat de SP betreft komt het college terug op het standpunt dat we de energieopgave niet op andermans dak moeten voltooien en gaan we als gemeente meer geld vrijspelen voor isolatie en zonne-energie. Onze motie kan daar een eerste aanzet toe zijn en tijdens de voorjaarsnota komt de SP met extra voorstellen voor het sneller verduurzamen van woningen. Ik hoor graag een reactie van het college. Tot slot, laten we vooral niet de weerstand tegen de energietransitie verder organiseren door plannen te forceren. De heer PETERS: We kunnen alleen een rechtvaardige energietransitie maken als iedereen daarvan meeprofiteert. En zeker bij de Duurzame Polder, een van de grote motors van de Bossche energietransitie, moet er dus oog voor zijn dat iedereen meedeelt in de lusten. Eerder zijn er al goede moties aangenomen die garanderen dat inwoners via een coöperatie financieel mee kunnen delen in die lusten en de uitgangspunten hiervan zien we ook terug in het ontwerpprogramma.

Maar daarnaast gaat ook de gemeente zelf investeren in het windpark en komt een deel van het windpark in gemeentelijk eigendom. Hiervoor is eerder ook een deel van de vrijvallende Essent-gelden gereserveerd. Uit de behandeling in de commissie bleek dat nog onduidelijk is hoe we de opbrengsten van het gemeentelijk eigendom van het windpark gaan inzetten. Om hieraan enige sturing te geven komen we daarom met onze motie om de opbrengsten van deze investering te gebruiken voor een rechtvaardige energietransitie, door ze primair in te zetten om mensen met een smalle beurs te laten meeprofiteren. Want als je weinig geld hebt, is participeren via het kopen van windmolendelen in een coöperatie namelijk geen reële optie. De heer VERBRUGGEN: De heer Peters geeft terecht aan dat iedereen mee moeten kunnen profiteren in de lusten van de Duurzame Polder. Tegelijkertijd richt u uw motie op mensen met een smalle beurs, met de gedachte: daar landt de energiearmoede. Wij zijn echter van mening dat die energiearmoede… De VOORZITTER: Wat is uw vraag? Want het is een interruptie. De heer VERBRUGGEN: Mijn vraag is: wij vinden het een vrij smalle definitie, mensen met een smalle beurs.

Kan ik ook zien dat dat verbreed wordt? Dat ik dat breder kan zien, dat dat ook geldt voor mensen die bijvoorbeeld niet in een sociale huurwoning wonen maar in een andere woning? De heer PETERS: Zeker, het gaat niet alleen om mensen die in een sociale huurwoning wonen. Er zijn bijvoorbeeld ook mensen met een smalle beurs die in een vrijesector- of soms koopwoning zitten. We zeggen ook niet: gebruik alle opbrengsten daarvoor, maar primair, omdat we zien dat dat een groep is die vaak nog niet zozeer meedeelt in de lusten, dus reserveer daar primair wat extra geld voor, dat je daar extra aandacht voor vraagt. De heer VERBRUGGEN: Ja, maar niet uitzonderlijk voor die categorie mensen, maar specifieke aandacht. De heer KOUWENBERG: De heer Peters haalde het ook al aan in de moties die eerder zijn ingediend over financiële participatie in coöperatief eigendom. Ik krijg toch een beetje het gevoel of ik ben er eigenlijk bang voor dat deze motie al in die uitwerking daarvan zit. Kunt u die zorg wegnemen? De heer PETERS: Jazeker, dit is echt iets wat er los van staat. We zien ook inderdaad dat die moties ook al geland zijn in dat opwerpprogramma. Het geeft goede richting, u heeft het eerder ook al aangegeven, wij waren ook mede-indiener van die moties. Dus dat stukje financiële participatie via dat coöperatieve model.

Maar nu, zeker ook met die besteding van de Essent-gelden zien we dat ook de gemeente toch een stukje van de taart in dat gemeentelijk eigendom gaat nemen. Dat bleek ook uit de behandeling in de commissie. En hoe we die opbrengsten gaan inzetten, daar hebben we het nog wat minder met elkaar over gehad en sturing op gegeven. De heer VAN DER KRABBEN: Even over dat laatste, de vraag, de gemeente investeert mee. 18

Daar komt geld door binnen. En dan zegt u eigenlijk: niet alles wat de gemeente daaruit ophaalt gaat terug naar de omwonenden met een smalle beurs. Waarom zou de gemeente daar winst op moeten maken? De heer PETERS: We weten al vanuit de investering die dus de gemeente gaat doen dat we daar ook opbrengsten uit halen van die gemeentelijke windmolens. Volgens mij van alleen de Essent-gelden was het al € 600.000,00 tot € 800.000,00 per jaar. En we zeggen: zet die opbrengsten nu primair in voor die mensen met een smalle beurs. Want door die opbrengsten van dat gemeentelijk eigendom juist voor deze groep in te zetten, zorgen we ervoor dat echt iedere inwoner meeprofiteert van het windpark. Zo gebruiken we de opwek van groene energie om mensen uit het rood te helpen en wordt de Duurzame Polder niet alleen een groen project maar ook een sociaal project. Overigens is het nog goed om aan te geven dat er nog een gewijzigde motie is geüpload. Het dictum daarin is hetzelfde gebleven, alleen zijn de overwegingen enigszins aangepast. Dus het is goed om daar nog even naar te kijken. Maar in het dictum staat dus hetzelfde. De heer VAN HATTEM: Ik vind het een gotspe dat de PvdA het nu heeft over een sociaal project, waarbij mensen gewoon een sigaar uit eigen doos krijgen. Eerst bezorg je ze overlast in hun leefomgeving.

De VOORZITTER: Wat is uw vraag? De heer VAN HATTEM: En dan ga je op kosten van de belastingbetaler, op hun eigen kosten vervolgens zogenaamd iets teruggeven. Hoe kan zoiets als een sociaal project worden aangeduid? De heer PETERS: Zoals aangegeven hè, door mensen mee te laten profiteren en we verschillen van mening over… Daar zal ik zo nog op terugkomen, hoe we vinden dat we moeten omgaan met de bezwaren die leven en die zeker ook deels terecht zijn. Maar daar kom ik zo nog verder op terug. De heer VAN HATTEM: Meeprofiteren waarvan eerst de ellende wordt aangericht met geld uit hun eigen portemonnee en dan vervolgens zogenaamd te laten meeprofiteren, terwijl ze in de ellende komen te zitten. Wat is dan meeprofiteren? Dat is toch gewoon een sigaar uit eigen doos en bovendien ook nog eens klapsigaar? De heer PETERS: Ja, dezelfde vraag, dus hetzelfde antwoord. Ik denk dat wij anders kijken naar de lasten. Dat we er zeker rekening mee moeten houden, dus daar zou ik graag ook verder op in willen gaan. Want inderdaad, zoals eerder al aangehaald door de heer Scholten, maar het advies van de Commissie mer op de plan-MER was kritisch en het is goed dat de wethouder hier in de commissie op heeft gereflecteerd en aangegeven deze adviezen zorgvuldig mee te nemen in die project-MER.

En vanwege dat kritische advies dat is gegeven, lijkt het ons dus ook verstandig om ook die project-MER te laten toetsen door de Commissie mer. Zo krijgen we ook als raad beter inzicht of de kritiekpunten echt zijn verwerkt. Daarom dienen wij ook de motie van GroenLinks mee in. Dan de motie van Rosmalens Belang. Die zien wij ook nog als een goede toevoeging om te komen tot een nog beter uitgewerkte project-MER, dus deze zullen wij ook steunen. Moties die vragen om verder uitstel of afstel van de plannen zullen we niet steunen. Laten we immers niet vergeten waarom we dit doen. We bouwen dit windpark omdat we ons mooie Den Bosch duurzaam, groen en leefbaar willen doorgeven aan toekomstige generaties Bosschenaren. De heer VAN CREIJ: Dan toch een vraag richting de PvdA. Hoe kijkt u aan tegen de 153 bezwaren die weggewoven zijn door de wethouder? De heer PETERS: Die bezwaren hebben wij ook gezien, deels zagen wij ook wel overlap met ook dingen die de Commissie mer aanbracht, dus zeker goed dat we die in de project-MER verder uitwerken. Want dat hebben we ook al in de commissie aangegeven, we zijn voor de Duurzame Polder, maar we vinden wel dat we de negatieve effecten zoveel als mogelijk moeten beperken en daar zien we nog een nieuwe kans in in die project-MER, om dat beter te gaan uitwerken.

De heer VAN CREIJ: Een vervolgvraag: in het besluit zo meteen worden de zienswijzen eigenlijk geaccordeerd. U zegt nu eigenlijk: we delen de mening dat het niet helemaal juist gelopen is, maar als u straks voor stemt is toch zo dat u de zienswijze accepteert zoals die beantwoord zijn. 19

De heer PETERS: Dat geeft aan dat woord weggewoven, maar ik zie juist moties vanuit deze raad naar aanleiding van het debat ook komen, vanuit GroenLinks, vanuit Rosmalens Belang, andere partijen, die aangeven, en een aantal moties die wij ook steunen, die juist vragen om extra toetsing en extra onderzoek bij die project-MER. Dus dat is zeker iets wat wij hebben meegenomen en dat we ook nog extra kritisch naar die vervolgstappen gaan kijken. De heer VAN HATTEM: Ik heb nog een interruptie op wat de heer Peters eerder zei. En wat hij op de heer Van Creij antwoordde, geeft aanleiding tot een nieuwe interruptie, dus ik zou niet weten waarom dat niet zou moeten kunnen. De VOORZITTER: Ja, dat kan. Dan is het een ander onderwerp. De heer VAN HATTEM: Ik hoor de heer Peters aan het eind van zijn betoog zeggen dat hij de gemeente meer leefbaar door wil geven met dit windpark. Tegelijkertijd geeft hij in reactie op de interruptie van de heer Van Creij aan dat hij erkent dat er ook negatieve gevolgen zijn. Wat maakt dat de gemeente meer leefbaar wordt terwijl er toch evident negatieve gevolgen ontstaan? De heer PETERS: Op het eind zei ik: we doen dit niet voor niets. We zitten volop in klimaatverandering die ook Den Bosch treft. Denk aan wateroverlast, denk aan hittestress, die in heel veel wijken ook de leefbaarheid verslechtert.

Dus we denken, we weten dat die energietransitie er gewoon voor nodig is om die effecten in te perken. Daarnaast zien we ook dat het windpark negatieve effecten gaat hebben. Die moeten we zoveel mogelijk beperken, maar alsnog vinden we het gerechtvaardigd als we zien de enorme opgaven die in Den Bosch maar ook voor de hele planeet op ons afkomen. Mevrouw HENDRICKX: De Commissie mer heeft gezegd dat het voorstel echt onvoldoende is. Niet alle informatie staat erin. Desondanks legt het college toch dit voorstel met die voorkeursvariant voor. Zou u niet gewoon moeten zeggen: het is onvoldoende, we stemmen niet mee in? Dat is een concrete vraag aan u. De heer PETERS: Dat doen we niet, juist omdat we nu ook geen onherstelbaar besluit nemen. We gaan nog richting die project-MER en daarvan is ook aangegeven door de wethouder dat er nog beter op detailniveau op in kan worden gegaan. Daarom steunen wij ook de motie om die nogmaals door de Commissie mer te laten toetsen, dat we dan extra goed kunnen kijken of op die kritiekpunten verbetering is geweest en dan kunnen we daarop een nieuwe afweging maken. Mevrouw HENDRICKX: Maar dat klopt toch niet helemaal mijnheer Peters, want u stemt vanavond gewoon in met die voorkeursvariant van het college. Dat is gewoon een besluit, dus we gaan het conform die lijn uitvoeren. Dus nu is het go- of no-gomoment, ook voor u en voor de hele raad.

En zou u dan niet moeten zeggen, u komt met een hartstikke mooie motie, die klopt qua overwegingen. Daar staat eigenlijk alles in om te zeggen: dus we doen het niet. Niet alleen onder ons als raad, maar ook voor de buitenwacht. Waarom kiest u er nu toch voor om voor te stemmen? De heer PETERS: Omdat juist ook wij zien dat we zo snel mogelijk ook duidelijkheid richting de burgers willen krijgen, en dat proefden we ook uit het debat in de commissie. Die duidelijkheid is zo snel mogelijk te geven als we op dat verdere detailniveau van die project-MER aan de slag gaan, dat we daar ook de dingen nog beter in kunnen verwerken. Die laten we nogmaals toetsen voor meer inzicht. En dan kunnen we eigenlijk zo snel mogelijk die duidelijkheid aan de inwoners geven die ze ook verdienen. Mevrouw HENDRICKX: Heeft u gesproken met bewoners? Dat is eigenlijk mijn eerste vraag aan u. Want wij hebben dat wel gedaan en een van de grootste problemen die bewoners aangeven is dat de raad continu instemt met allerlei besluiten, terwijl de adviezen negatief zijn. Dat geeft heel veel onduidelijkheid bij inwoners. Heeft u met inwoners gesproken en weet u dan ook dat juist de wens is om als raad duidelijkheid te geven en dus nee te zeggen tegen een plan dat niet deugt? De heer PETERS: Zeker spreken we met inwoners, we gaan ook geregeld de wijk in.

Ik tref overigens meer mensen, tegenstanders, voorstanders, maar zeker ook mensen die bezwaren hebben of mensen die zeggen: wij zijn voor een windpark maar we maken ons wel zorgen over dit 20

en dat. En die snappen we ook, dat hebben we ook in de commissie aangegeven. Daarom zeggen we ook en roepen we ook de wethouder op: zorg ervoor dat je die negatieve effecten, die bezwaren serieus neemt, dat je de negatieve effecten zoveel mogelijk minimaliseert en volgens mij kunnen we daarin een heel mooie stap zetten door de project-MER opnieuw te laten toetsen en dan een goede afweging te maken op een stuk dat nog meer duidelijkheid… Mevrouw HENDRICKX: U geeft geen antwoord, maar goed, ik laat het hierbij. Mevrouw SAMSHUIJZEN: De klimaatcrisis los je niet op door de natuurcrisis te versterken. De natuurcrisis los je daar ook helemaal niet mee op. Beide crises moeten hand in hand opgepakt worden. Daar is gewoon wetenschappelijke consensus over, dus dat ga ik hier ook niet heel breed beargumenteren. Dat zijn feiten die staan. Maar in de Duurzame Polder wordt de natuur volledig terzijde geschoven, dus daar is helemaal niets duurzaams aan. De natuur wordt opgeofferd en er wordt heel makkelijk gezegd: dat compenseren we dan wel ergens. Ja oké, maar hoe dan en waar dan? Het weidevogelgebied in de Polder is hartstikke belangrijk. Een heel knappe kop die dat zomaar ergens kan compenseren. En de Commissie mer maakt zich hier ook grote zorgen om.

De effecten op de natuur worden niet voldoende in beeld gebracht en de natuur wordt waarschijnlijk hartstikke geraakt en het is maar de vraag in hoeverre de mitigerende en compenserende maatregelen die het college beoogt daadwerkelijk te realiseren zijn. En de Commissie mer heeft nog een heleboel andere op- en aanmerkingen. Zo is er blindgestaard op het huidige voorkeursalternatief. Andere alternatieven zijn onvoldoende uitgewerkt en de variant natuur is dermate slecht uitgewerkt dat de omgevingseffecten onrealistisch groot zijn ingeschat en daardoor dat alternatief snel de prullenbak is ingegaan. Ook de verdere gebiedsontwikkelingen van de polder zijn niet meegenomen. Dit is bijvoorbeeld de kans om werk te maken van de landbouwtransitie, maar planvorming daarvoor moet wel hand in hand gaan met het voorkeursalternatief om de verschillende functies die je dan daar wil gaan ontwikkelen op elkaar af te stemmen. Dat is niet gebeurd. Terug naar de risico’s voor de natuur. De Commissie mer adviseert om hier een natuurtoets op te doen die nu ontbreekt. En de natuurtoets wijst dan uit of het plan wettelijk gezien überhaupt wel mag, wel toegestaan is, of dat de natuur niet onevenredig veel schade aangedaan wordt.

En ik mag hopen dat u allen, net als wij, de natuur niet nog verder naar zijn grootje wil helpen en de dieren in de polder wil beschermen en dat u wel tot de realisatie van windmolens in de polder wilt komen, maar dan de zaken goed op elkaar afgestemd. Dat is namelijk wat wij graag willen, een goed afgewogen plan waarbij rekening wordt gehouden met dieren en natuur, waarbij dan ook hernieuwbare windenergie opgewekt kan worden. Door nu geen natuurtoets te doen, hangt de raad een zwaard van Damocles boven het windmolenplan. Dan is er een heel goede kans dat bij de project-MER alsnog een dikke vette streep door het plan wordt gezet wanneer dat getoetst wordt, omdat de natuur te zeer wordt geschaad. En dan is er veel meer tijd verloren, want dan zitten we al, ik noem het even in de fuik van dit voorkeursalternatief, en dan moeten we weer helemaal terug. Terwijl de Commissie mer aangeeft dat zo’n natuurtoets maar een week of zes duurt en dan heb je voor de zomer nog duidelijkheid of dit plan wettelijk gezien is toegestaan. Doe je het niet, dan blijft het zwaard van Damocles boven het plan hangen. Daarnaast vindt mijn partij het ook een heel bijzondere gang van zaken om nu helemaal nul komma nul met het advies van de Commissie mer te doen en dan straks opnieuw een toetsing.

Waarom wordt het advies dan wel opgevolgd terwijl we er nu schijnbaar helemaal niets mee doen? En als er niets gebeurt qua natuurtoets of alle negatieve effecten op de natuur in de wind worden geslagen, dan is er ook een heel grote kans dat het windmolenplan vervolgens bij de Raad van State strandt. Dat geeft de Commissie mer namelijk ook aan. Dat is een enorm risico. Ook de PvdD wil graag windmolens in de polder, maar dan wel een echte duurzame polder. Dat betekent rekening houden met de natuur en ons aan de regels en wetgeving houden. Anders strandt direct het hele plan en dan staat er straks geen enkele windmolen in de polder. De heer KOUWENBERG: Stelt u zich eens voor, een inwoner uit de Kruisstraat, Nuland of De Groote Wielen. Ze leest mee, praat mee, maakt zich zorgen. Niet omdat ze tegen duurzaamheid is, integendeel. Ze heeft zonnepanelen op haar dak, koopt lokaal, rijdt elektrisch. Maar ze ziet ook het landschap veranderen en ze vraagt zich af: wat betekent dit voor mijn achtertuin? Word ik nog gehoord? Dat gevoel leeft bij veel mensen en dat mogen we niet negeren. Wij hebben vanaf het begin verantwoordelijkheid genomen, niet vanaf de zijlijn maar vanaf binnenuit door mee te denken, bij te sturen en te sturen op wat uitvoerbaar en verdedigbaar is.

Daarbij hebben we steeds ingezet op zo min mogelijk windmolens met zoveel mogelijk oog voor de leefbaarheid van Rosmalen en alle omliggende dorpen. Dat is niet eenvoudig in een proces waarin de grote lijnen onduidelijk zijn en zeker niet gezien de politieke verhoudingen in de raad. 21

De heer VAN CREIJ: Richting Rosmalens Belang, u geeft aan dat u steeds heeft ingezet op zo min mogelijk windmolens. Wanneer heeft u dat de afgelopen drieënhalf jaar gedaan? Kunt u dat herhalen? De heer KOUWENBERG: Volgens mij weet de heer Van Creij heel goed dat we zijn begonnen met 88 windmolens en in die tijd hebben wij niet aan de zijlijn staan te roepen, maar hebben we gezorgd dat we in ieder geval zo min mogelijk windmolens hebben binnen de kaders van wat het kan, ook binnen de verhoudingen in deze Bossche raad. De heer ROOVERS: Wie heeft er volgens de heer Kouwenberg wel aan de zijlijn staan roepen? De heer KOUWENBERG: De keus is… Partijen die niet meewerken aan dit plan, die roepen aan de zijlijn het hardst. Dat is hun goed recht. Wij kiezen ervoor om die verantwoordelijkheid te nemen. De heer ROOVERS: Dus op het moment dat er partijen in deze raad zijn die in principe voor windenergie zijn maar zeggen: het rapport van de MER dat er nu ligt is dusdanig kritisch dat we eigenlijk eens moeten kijken of we wel de juiste keuzes hebben gemaakt, nemen volgens de heer Kouwenberg dus niet hun verantwoordelijkheid? De heer KOUWENBERG: Die woorden worden mij in de mond gelegd en daar sta ik niet achter.

De heer ROOVERS: Vindt de heer Kouwenberg dat wij onze verantwoordelijkheid nemen? De heer KOUWENBERG: Dan zou ik van de heer Roovers willen weten, ja goed, ik kan er geen antwoord op geven. De vraag is niet duidelijk genoeg voor mij. Mevrouw HENDRICKX: Dan zal ik hem nog iets duidelijker maken. De vraag is: waarom neemt u verantwoordelijkheid voor slecht onderbouwde plannen waar inwoners onder andere met name in Rosmalen slapeloze nachten van hebben? Waarom neemt u daar verantwoordelijkheid voor? Het is mij een raadsel. Misschien kunt u daar antwoord op geven. De heer KOUWENBERG: Wij nemen verantwoordelijkheid omdat wij niet willen dat er over onze hoofden wordt geregeerd en straks wordt geregeerd door provincie of rijk, dat die het voor ons bepalen. Dat komt straks ook in mijn bijdrage terug. Dan hebben wij liever zelf de regie. De heer VAN HATTEM: Op dat punt, over de hoofden heen regeren. Er staat juist in het regeerprogramma dat er niet wordt ingezet in windmolens op land maar op zee, en dat woningbouw juist voor windparken gaat. Dus waar komt die angst dan vandaan dat er over uw hoofd heen wordt geregeerd? Hier zet de gemeente ’s-Hertogenbosch juist in op meer windmolens dan strikt noodzakelijk.

Hoe kan Rosmalens Belang daar verantwoordelijkheid voor nemen? De heer KOUWENBERG: Ik vraag me ook af: waar is dat kabinet, waar zijn ze? Want die zien nog steeds die opgave, die versnelling die we moeten maken, dus ik heb ze niet gezien mijnheer Van Hattem. Ik had ze misschien wel graag langs gehad, maar wij hebben ze hier niet gezien, dus wij moeten door met onze plannen lokaal. De heer VAN HATTEM: U hebt ze niet gezien, maar ze zijn ook niet iets komen afdwingen. Ze komen niet hier afdwingen dat die windturbines er moeten komen op dit moment, dus dan vraag ik me af: waarom dan zelf al tien stappen vooruitlopen of zestien stappen, en 260 meter hoge windturbines opzadelen aan de inwoners van Rosmalen, Nuland en omstreken? De heer KOUWENBERG: Daar heb ik volgens mij net al antwoord op gegeven, dat wij zelf de regie willen houden. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Vindt collega Kouwenberg dat er slechts twee smaken zijn en dat het is: of geen windmolens of nu met dit voorkeursalternatief instemmen? 22

De heer KOUWENBERG: Dat vind ik wel heel zwart-wit gesteld. In dit voorkeursalternatief leggen we overigens alleen nog die locatie vast. Ik ga het allemaal nog vertellen, daarom vind ik het wel lastig. Er zijn nog heel veel dingen waar we wel aan kunnen sleutelen en zeker ook de initiatiefnemers aan zullen moeten sleutelen in de project-MER, dus nee, daar kan ik op dit moment geen keus tussen maken. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Ik ben heel blij met het antwoord van collega Kouwenberg, want ik hoor hem net aangeven: wij nemen verantwoordelijkheid, want anders wordt er over onze hoofden heen bepaald, maar eigenlijk geeft u dus ook aan dat er nog een smaak tussen zit. Het advies van de Commissie mer kan ook opgevolgd worden, het plan een beetje verder uitwerken en dan alsnog verder. Waarom hoor ik nog niet van u dat u dat ook een alternatief vindt? Of vindt u dat geen alternatief? De heer KOUWENBERG: Ik heb natuurlijk nog niet de kans gehad om mijn verhaal te doen, dus dat antwoord ga ik u wellicht nog geven. Dus zeker niet gezien de politieke verhoudingen in deze raad, maar juist door actief mee te doen zorgen we dat het plan beter past bij Rosmalen en haar omgeving. Tegelijkertijd is er dus een grote landelijke opgave, en ja, ook onder het nieuwe rechtse kabinet blijft die opgave overeind. De energietransitie moet versneld worden.

Er is geen enkel signaal geweest dat dit plan van tafel zou moeten vanuit die kant. Integendeel, de koers blijft gewoon staan. Dat vraagt om keuzes, ook lokaal, en juist daarom willen wij als Rosmalens Belang de regie houden, om zelf richting te geven aan hoe we dat lokaal invullen en te voorkomen dat keuzes straks over onze hoofden heen worden gemaakt door provincie of rijk. De plan-MER laat zien dat er reële zorgen zijn over de gevolgen voor natuur, landschap en gezondheid. En wij weten dat een project van deze schaal vraagt om scherpe keuzes en soms ook om lastige concessies, ook op het gebied van ruimte en natuur. Maar één ding is voor Rosmalens Belang niet onderhandelbaar, de gezondheid van mensen. Die staat voorop, altijd. Daarom hebben we vandaag samen met andere partijen, dat is al aangehaald, die motie MER, duidelijkheid over windmolens ingediend, want we willen graag zien dat die gezondheid ook overeind blijft. En die verantwoordelijkheid nemen we al langer. Niet door te roepen, maar door te doen, bijvoorbeeld met moties die het plan concreet hebben verbeterd. We hebben het initiatief genomen voor een eerlijke verdeling van de lusten, zodat niet alleen de lasten in de polder terechtkomen, maar ook de voordelen lokaal blijven. We vroegen om coöperatief eigendom, zodat inwoners niet alleen mogen meepraten, maar ook meebeslissen.

We hebben gepleit voor een klimaatbos, dat niet alleen bijdraagt aan natuur en recreatie, maar ook helpt om zicht te ontnemen op de windmolens. En ook vandaag nemen we verantwoordelijkheid. Niet door ons te laten leiden door intimidatie of luidste stemmen, maar door bij te sturen waar het beter kan. Daarom dienen wij die motie in ꞌHeldere kaders voor project-MER en uitvoering Duurzame Polderꞌ, een motie voor duidelijke keuzes, eerlijke compensatie en transparantie richting omwonenden. Voor ons is één punt daarbij cruciaal, de molenaarswoningen. Omdat die ruimte in het plangebied innemen moeten initiatiefnemers aantonen dat ze echt nodig zijn voor het klimaatdoel. Alleen dan is zo’n ingreep te rechtvaardigen. We kijken uit naar hoe het college dan ook omgaat met onze bijdrage… Mevrouw SAMSHUIJZEN: Ik had net een interruptie op de motie waar college Kouwenberg het over heeft, die toetsing van de project-MER. Op het moment dat dat een negatief advies is, en de boel wordt niet gerepareerd, gaat Rosmalens Belang dan tegen de plannen van de Duurzame Polder stemmen? De heer KOUWENBERG: Als de gezondheid van mensen niet gegarandeerd gaat worden, ga ik ervan uit dat de hele raad hier tegen dat voorstel zal stemmen, dus ik denk dat dat voldoende antwoord is. De heer VAN CREIJ: Dan kwam u op een cruciaal punt, de twee molenaarswoningen die eventueel in het plan zitten.

Het is zestien of veertien windmolens. U zegt: heldere kaders. Dan wil ik van u een heldere uitspraak hebben. Stel voor dat de wethouder komt: de molenaarswoningen zijn niet mogelijk, is het voor u dan veertien windmolens? Die uitspraak wil ik van u horen. De heer KOUWENBERG: Als de initiatiefnemers niet kunnen aantonen dat die molenaarswoningen nodig zijn voor het klimaatdoel, dan zullen er veertien windmolens overblijven.

23

De heer ROOVERS: Ik snap de heer Kouwenberg als hij zegt: de gezondheid van de inwoners is de ondergrens, die moet gegarandeerd zijn. Maar op dit moment zegt de Commissie mer dat daar te grote onduidelijkheden in zijn. Op het moment dat de Commissie mer dat presenteert, dan is de reactie van de gemeente: de gevolgen voor de natuur, landschap, cultuurhistorie, gezondheid en veiligheid zijn in de overtuiging van de gemeente in de plan-MER voldoende beschreven. Dus dan zegt de gemeente gewoon: ze zijn wel genoeg beschreven, dus wat de Commissie mer daarop adviseert, daar doen wij niets mee. Is dat voor nu dan voldoende voor Rosmalens Belang? De heer KOUWENBERG: Wat we nu dus vastleggen is vooral die locatie. Zo zien wij het in ieder geval. Het is zeker niet voldoende wat er nu ligt om te zeggen: zet ze maar neer. Daar zullen we nog een flinke kluif aan hebben in de project-MER. Ik denk dat wij die mening daarin delen. De heer ROOVERS: Maar is het dan niet gewoon verstandiger en ook eerlijker naar de inwoners toe, ik zeg het nogmaals als iemand die positief staat tegenover windenergie daar, om het proces even te pauzeren en ons huiswerk op orde te krijgen? De heer KOUWENBERG: Ik snap waar de heer Roovers naartoe wil. Natuurlijk is dat wel een moeilijke afweging, ook voor ons, dat ga ik niet ontkennen.

Maar ik ben ook een beetje bang dat het dan soort een worst voorhouden is, dus een soort vertraging om het te vertragen. We hebben nog heel veel te onderzoeken in die project-MER. Wij hebben er wel vertrouwen in dat dat ook goed moet gebeuren. En als het dan op dat moment niet gebeurt, dan is de kans ook voorbij. De heer ROOVERS: Het is niet vertragen om het vertragen. Soms, als een kind een slecht schoolrapport krijgt is het goed om even te blijven zitten, juist voor de ontwikkeling op de lange termijn, juist om geen afstel te creëren. Is het in dit geval niet verstandiger voor de ontwikkeling om even te blijven zitten? De heer KOUWENBERG: Omdat wij nu alleen de locatie vastpinnen, lijkt het ons verstandiger om nu door te gaan. De molenaarswoningen waren dus cruciaal, daar was ik gebleven. Omdat die ruimte in het plangebied innemen, moeten initiatiefnemers dus aantonen dat ze echt nodig zijn voor het klimaatdoel. Alleen dan is voor ons zo’n ingreep te rechtvaardigen. Het is geen makkelijk proces, ook voor ons niet. Maar als we echt recht willen doen aan het landschap en gezondheid en zorgen van inwoners, dan kunnen we het ons toch niet veroorloven om maar te vertragen en aan de zijlijn te blijven staan. Dan moeten we verantwoordelijkheid nemen voor die inwoner uit de Kruisstraat… Mevrouw HENDRICKX: U herhaalt het nog een keer, dus daarom stel ik er nu toch een vraag over.

U zegt dat het nodig is voor het klimaatdoel, maar u realiseert zich toch ook, dat is een vraag aan u, dat die aantal molens, die zestien, niet nodig zijn om onze opgave te realiseren die we hebben afgesproken in het bestuursakkoord. Daar zit dan toch voor u wellicht ook ruimte om te zeggen in de richting van bewoners: dan maar wat minder, want ik heb GROEN inZICHT aangegeven, negen, een stuk minder, is wel acceptabel. Zit daar voor u misschien nog ruimte? De heer KOUWENBERG: Ik denk dat de initiatiefnemers… Wij vragen er ook om, toon maar aan dat die nodig zijn voor het klimaatdoel. Dus als ze het aantonen, tonen ze het aan. Tonen ze het niet aan, dan hebben we een nieuw gesprek denk ik. Ik wil nog wel afsluiten, die inwoner uit de Kruisstraat, Nuland of De Groote Wielen, die niet tegen is maar wel gehoord wil worden, vraagt om balans, eerlijkheid en duidelijkheid. Daarom staan wij ook hier vandaag. De heer VAN CREIJ: We nemen zo meteen ook het besluit over de 153 zienswijzen. Dan zeggen we, als u instemt: akkoord hoe het college die behandeld heeft. Hoe kijkt u aan tegen de behandeling van de zienswijzen? De heer KOUWENBERG: Als de heer Van Creij bedoelt: we wuiven ze weg, wij hebben niet het idee dat het college dat ook op die manier heeft gedaan.

Omdat we ook nog een project-MER gaan uitvoeren, en ook de motie die wij daarover indienen, tonen wel aan dat wij die serieus nemen. We kunnen het ook niet iedereen naar de zin maken, dus daar ben ik ook eerlijk in. De heer MEES: Nog niet zo lang geleden stond er een heel stuk in het Brabants Dagblad van mensen uit de omgeving De Groote Wielen en dergelijke, die zich ernstig zorgen maken. Heeft u nu 24

het idee dat u met uw bijdrage die mensen gerust kunt stellen? De heer KOUWENBERG: Dat heb ik zeker niet, maar zoals u misschien weet woon ik zelf in De Groote Wielen. Ik spreek heel veel mensen, ook bij mij in de straat om de hoek, en die zeggen ook: ik begrijp dat er iets moet gebeuren. Niemand zal denk ik blij zijn voor het zicht als daar windmolens komen, maar mensen begrijpen dat er iets moet gebeuren. Die mensen zijn er ook. Die stille middengroep is er ook. We krijgen mails van mensen, van: hé kijk, Rosmalens Belang, wij zien ook dat jullie wel die verantwoordelijkheid nemen en dat er ook mensen zijn die wel begrijpen wat jullie aan het doen zijn. We horen niet alleen naar de negatieve geluiden te luisteren, ook wel natuurlijk, maar ook naar de grote stille meerderheid. De heer MEES: U komt dus mensen tegen die er sympathiek tegenover staan of in ieder geval het begrijpen, maar bent u dan ook in gesprek gegaan met de mensen die heel veel mensen achter zich hebben staan en die wel grote zorgen hebben? De heer KOUWENBERG: Ik moet zeggen mijnheer Mees, ik heb wel eens een poging gedaan, een hand gegeven, van: we moeten eens een keer een gesprek voeren. Ik heb daarna zelf niet meer met de mensen die u waarschijnlijk bedoelt gesproken, maar zij ook niet met mij. De heer VAN DER KRABBEN: Ik heb maar één vraag.

De hele discussie over de MER vraagt eigenlijk tijd om dat eerst uit te voeren voordat we een stap verder zouden gaan. Voordat die windmolens er staan, zijn we nog jaren verder. Zou het u ook niet wat kosten om te zeggen: laten we nu twee maanden de tijd nemen voordat die dingen ingevuld zijn? Ik denk dat je daardoor meer draagvlak krijgt zowel in de raad als buiten de raad. Wat vindt u daarvan? De heer KOUWENBERG: Ik snap die vraag en die komt ook telkens terug. Ik sta hier ook niet om blij te zijn dat er zestien of veertien of hoeveel windmolens er ook komen. Maar ik sta hier ook niet om mensen een worst voor te houden, want ik ben ervan overtuigd dat er in een MERrapportage voor volgende keer ook weer kritische geluiden zullen staan. Dan krijgen we weer diezelfde discussie. Wij zijn ook op zoek naar duidelijkheid voor mensen, ook al is het niet prettig. Wij vinden het ook niet altijd prettig. Daar zijn wij naar op zoek mijnheer Van der Krabben. De heer VAN DER KRABBEN: Dan tot slot, mijn vraag was niet om de zaak uit te stellen, mijn vraag was om de zaak aan te houden. En u legt eigenlijk in het midden: ook ik heb onzekerheid wat straks de uiteindelijk MER moet aangeven. De heer KOUWENBERG: Voorzitter, ik ben ervan overtuigd dat er uit een rapport altijd kritische geluiden zullen komen. Er zal geen enkel MER-rapport komen dat alles klopt.

Daar geloof ik helemaal niets van, dus er zullen altijd iets van concessies gedaan moeten worden. Die moeten niet te groot zijn. En je moet ook de kans geven aan de initiatiefnemers. Daar ligt nu de verantwoordelijkheid, vinden wij, om aan te tonen dat dit plan kan slagen en zo zien wij het nu. De heer VAN HATTEM: We hebben net Rosmalens Belang gehoord, dat zegt dat we het plan vooral moeten gaan uitvoeren en doorzetten. En als ze ervan overtuigd zijn dat er zoveel draagvlak voor is, waarom staan er dan vandaag spandoeken op de rotondes bij De Groote Wielen tegen dit windpark, tegen het windpark de Duurzame Polder en met name gericht op Rosmalens Belang, die eigenlijk hiermee zijn kiezers keihard in de steek laat? En voorzitter, de burgers, de actiegroepen zoals GROEN inZICHT, worden ook keihard in de steek gelaten door dit college. Deze groepen hebben maanden geleden, een halfjaar geleden of langer al openbaarheidsverzoeken gedaan, Wet open overheid (Woo)-stukken opgevraagd over de Duurzame Polder. Pas vorige week zijn er stukken verkregen en nog lang niet alles. Juist de stukken over het voorkeursalternatief dat we vanavond bespreken, liggen niet op tafel. En als PVV zeggen we: dit is schandalig. Dit is gewoon schofterig richting de omwonenden. Ik hoor graag van het college hoe het kan dat die stukken er nog steeds niet liggen terwijl wij er vandaag al over moeten besluiten.

Dit kan niet, dit is een gotspe, en dat is ook gewoon een belediging van deze gemeenteraad. Bovendien zijn de stukken niet compleet en er ontbreken ook gewoon essentiële dingen. De heer KOUWENBERG: Kort over de spandoeken. Daar is natuurlijk niemand blij mee als je die ziet. Wij begrijpen ook wel dat daar ontevredenheid over is, maar ik vraag aan de heer Van Hattem, u heeft natuurlijk linken naar Den Haag. Bel ze dan op en laat ze het tegenhouden. U kunt 25

hier wel mooi staan te roepen. Waarom doet u dat niet? De heer VAN HATTEM: Ik heb ook oproepen gezien, ook vanuit de omwonenden en wat daar vanuit Den Haag opnieuw mee wordt gedaan, is dat het kabinet bijvoorbeeld de afstandsnormen van windparken overweegt. Ze zetten in op windparken op zee. En hier wordt juist bij dit windpark gezegd: wij moeten het zelf doen, wij nemen zelf twee stappen vooruit, we gaan zelf 260 meter hoge windturbines neerzetten die meer betekenen dan de restnorm, dus het is al meer dan wat er eigenlijk door de gemeente gedaan zou moeten worden. Het is de gemeente zelf die hier samen met de gemeente Oss deze ellende op tafel legt. Het komt niet eens van het rijk af. Hier wordt juist gezegd: we gaan hier zelf mee aan de slag. De heer KOUWENBERG: Als dat plan van u en de zijnen daar wordt aangenomen van die afstandsnormen en wij nemen die hier in de gemeente over, zou u daar wel tevreden mee zijn? De heer VAN HATTEM: Dan is het nog altijd de afweging die we hier zelf moeten maken, en wij zijn als PVV altijd heel duidelijk geweest in deze gemeenteraad. Wij zijn tegen windturbines. Wij willen geen windturbines in onze polder, dus daar zijn we klip-en-klaar in en daar zijn we nog steeds op tegen.

De heer KOUWENBERG: De laatste keer, maar dan begrijp ik echt niet, de heer Van Hattem, dat u tegen mij straks zegt: de landelijke richtlijn is… De VOORZITTER: Wat is uw vraag? De heer KOUWENBERG: Die komt nu, de landelijke richtlijn is op deze manier, en nu zegt u zelf: dan moeten we het lokaal wel kiezen, wat ik eigenlijk ook zeg. Dan zijn we het toch eens? De heer VAN HATTEM: Nee, want het Rosmalens Belang, de heer Kouwenberg en de zijnen, lopen voor de troepen uit. Die zeggen: we gaan nu al doorpakken met het windpark, we gaan zorgen dat het er komt. En ik zeg juist: we moeten zorgen dat het er niet komt. Dat is onze lokale autonomie waar we pal voor moeten staan. En er is op dit moment helemaal geen dwang van het rijk of zo, sterker nog, er wordt op de website van Duurzame Polder gezegd: voor 2025 moet het vergund zijn. Dat is allemaal niet het geval. De heer PLOEGMAKERS: Ik hoor een gloedvol betoog van de heer Van Hattem, maar ik heb toch een vraag aan de heer Van Hattem. Bent u bekend met de brief van uw staatssecretaris Jansen van 4 februari 2025, waarin hij heel expliciet schrijft, nogmaals het betreft de staatssecretaris van uw partij, die zegt dat er onvoldoende ruimte op de zee is om aan de volledige capaciteit te kunnen voldoen en dat windmolens op land daarom noodzakelijk zijn. Het staat in een brief en ik heb hem hier, van 4 februari 2025.

De heer VAN HATTEM: Ik ken de brief niet precies, maar de problematiek ken ik wel. Er wordt op zee inderdaad ook een grote opgave gedaan, wat ook ten koste gaat van vis, en daar ben ik zelf ook niet enthousiast over, maar er zijn ook andere alternatieven op het gebied van energietransitie, en dat is kernenergie. Daar moeten we op inzetten, en er zijn ook altijd heel veel linkse partijen met name in deze gemeenteraad die daar niets van willen weten, terwijl dat veel efficiënter is. Windturbines maken juist het stroomnet verder kapot met hun wiebelstroom. Kortom, het is nog altijd geen goede oplossing. En zeker, we staan hier voor de verantwoordelijkheid van deze gemeente en daarvan zeggen wij als PVV Den Bosch heel duidelijk: wij willen geen windturbines in onze mooie Rosmalense Polder. En als het CDA daar wel aan meewerkt dan is dat voor uw verantwoordelijkheid. Dan zeg ik: dan zadelt u de mensen daar op met een heel groot probleem voor hun gezondheid en hun leefomgeving. Ik hoor dus heel graag van het college hoe het zit met die Woo-verzoeken, want ik heb ook bij de provincie nog nagevraagd over het stuk van de landsadvocaat. Daar krijg ik als statenlid ook geen zicht op, terwijl er wel conclusies over instaan en ik wil weten wat daarin is gezegd over die afstandsnormen. Dan over bisfenol A.

Dat is die rotzooi die van die windturbinebladen afkomt, die onze leefomgeving verziekt en een gezondheidsrisico vormt. Die Europese norm die daarvoor geldt, geldt alleen voor producten en niet voor de luchtconcentratie, maar het komt uiteindelijk wel via die smerige windturbines in de voedselketen terecht. Via het vee, via het drinkwater en daarmee ook in onze lichamen. En dat moeten we zien te voorkomen. Alleen al daarom moeten we heel terughoudend zijn met het toelaten van zulk soort 26

ontwikkelingen wat ons betreft, dus helemaal niet. De heer PLOEGMAKERS: Ik hoor u, via de voorzitter, excuus, inderdaad iedere keer over die bisfenol A, maar ook daar geeft uw staatssecretaris zelf het antwoord op mijnheer Van Hattem. Daar staat namelijk dat het geen gevaar voor de volksgezondheid vormt, en dat is uit onderzoek hè, nogmaals dit is de brief van uw staatssecretaris, en dat het maar een orde van grootte van 0,001% is. De VOORZITTER: Mijnheer Ploegmakers, u spreekt de heer Van Hattem aan als raadslid van ’s-Hertogenbosch. Hij heeft zijn eigen verantwoordelijkheid. Wij kunnen niet over anderen spreken, dus dat is wat we volgens mij afspreken. De heer PLOEGMAKERS: Voorzitter, ik hoor wat u zegt, maar ik ben het niet met u eens omdat ik het over de inhoud heb en ik weerleg datgene wat de heer Van Hattem zegt met de informatie die ik haal uit een brief van de staatssecretaris. De heer VAN HATTEM: Mijn zorg is hier op lokaal niveau dat er windturbines komen en die onze gezondheid en leefomgeving gaan verzieken. En dan kan er inderdaad misschien een brief zijn waarin wordt gezegd dat het op basis van huidige onderzoeken meevalt, maar er zijn ook onderzoeken waaruit blijkt dat er wel degelijk gezondheidsrisico’s zijn. En met gezondheidsrisico’s moet je nooit willen marchanderen.

We moeten altijd zorgen dat de volksgezondheid op 1 staat, en als dit een probleem wordt voor de volksgezondheid, dan moet het juist extra worden onderzocht en dan moet er ook van worden afgezien als dit een probleem vormt. En dan snap ik het CDA niet, het CDA heeft altijd de mond vol over gezondheid. We moeten e-sigaretten voorkomen en dat soort dingen. Maar ondertussen mogen onze lichamen wel verziekt worden met bisfenol A en zulk soort kankerverwekkende troep. En we moeten niet willen dat dat via windturbinebladen in onze leefomgeving komt. Ook het landschap wordt verziekt. Door dit college wordt voor 260 meter hoge windturbines gekozen. Zeven keer de hoogte van de toren van Rosmalen. De heer SCHOLTEN: Als ik de heer Van Hattem goed hoor, is hij tegen het lokaal verantwoordelijkheid nemen voor de energie die hier gebruikt wordt? De heer VAN HATTEM: Tegen het nemen van lokale verantwoordelijkheid. Dit is geen lokale verantwoordelijkheid, dit is het lokaal… Ik zal het heel genuanceerd zeggen. De heer Scholten van GroenLinks heeft het dus over het nemen van lokale verantwoordelijkheid, maar tegelijkertijd wordt er in de stukken gezegd: het moet omdat we het anders opgelegd krijgen. Dit is dan geen verantwoordelijkheid nemen. Dit is voor de troepen uitlopen. Dit is veel verdergaan dan noodzakelijk, meer dan de RES-opgave.

Dat heeft dus niets met verantwoordelijkheid nemen te maken, dit is gewoon de eigen inwoners met een probleem opzadelen. Mevrouw HENDRICKX: Een punt van orde voorzitter. Ik ben het even helemaal kwijt wat we nu aan het doen zijn. Ik zie hier twee moties van de PVV. De ene gaat over een referendum en de andere gaat over de Duurzame Polder. Volgens mij bent u bezig om beide moties toe te lichten. U bent gewoon bezig met uw eerste termijn? De heer VAN HATTEM: Ik ben gewoon bezig met mijn eerste termijn en kom zo op mijn moties. Mevrouw HENDRICKX: Want ik ben benieuwd naar uw inhoudelijke argumenten over uw moties. Ik dacht dat u daarmee bezig was. De VOORZITTER: Dit is een debatstuk, dus dat betekent vanuit de partijen dat zij gewoon hun eigen verklaring af kunnen leggen over het standpunt van de stukken zoals die er liggen, waaronder het presenteren van de motie. Bij lichte bespreekstukken is dat beperkt tot het presenteren van de moties in de eerste termijn. U heeft vier minuten de tijd om iets over het voorstel te vinden. Dat is de reden waarom het een debatstuk is. En dat geldt dus ook voor de heer Van Hattem. De heer SCHOLTEN: Dus als ik uw redenatie goed volg dan moeten we lokaal geen verantwoordelijkheid nemen omdat we het anders opgelegd krijgen. Klopt dat?

27

De heer VAN HATTEM: Dat is niet mijn redenatie, maar dat is de redenatie van het college en van de coalitiepartijen. Wij moeten nu doorpakken met dit windpark omdat we het anders opgelegd zouden kunnen krijgen. Nee, er wordt hier voor de troepen uit gelopen. Er wordt gezegd: wij kiezen er zelf voor om samen met de gemeente Oss dit megawindpark op te zetten met windturbines van 260 meter hoog en het moeten er zestien zijn, want dat staat in het bestuursakkoord. Dit is gewoon iets wat D66 en anderen en GroenLinks erin hebben gefietst om dit maar door te kunnen drukken. Dit is hier de keus geweest en dat is geen lokale verantwoordelijkheid nemen, dat is lokale vernieling aanrichten. De heer SCHOLTEN: Nog een andere vraag. Daarnaast begrijp ik dat u de voorkeur geeft aan energie die opgewekt wordt door fossiele bronnen of door kernenergie, die allebei aantoonbaar of eeuwigdurend afval produceren, of veel ongezonder zijn, zowel in de winning als in de productie. Dat is dan uw voorkeur, als ik het goed begrijp. De heer VAN HATTEM: Het probleem met windturbines heeft veel aspecten. Het is wiebelstroom, er is ongelijkmatige opwek waardoor het elektriciteitsnet overbelast raakt. Kernenergie kan steeds veiliger en schoner. Als we moderne thoriumcentrales hebben zit het vrijwel met geen kernafval, dat bovendien onschadelijk is.

En ook fossiele energie, als je naar alle onderzoeken kijkt naar de energietransitie hebben we de komende tientallen jaren sowieso nog alle mogelijke fossiele brandstoffen nodig om überhaupt aan de energiebehoefte te kunnen voldoen en zeker als er, met name door partijen als GroenLinks voor steeds meer elektrificatie wordt gepleit. Dus je zult het ergens vandaan moeten halen en dat red je niet met die windturbines. Dus wat we aan het doen zijn is niet alleen schadelijk voor de leefomgeving maar ook nog eens contraproductief. Dan zou ik nog een paar punten willen aanhalen. Ik zei net al, zeven keer de kerktoren van Rosmalen die daar komt, de weidevogels die verhuisd moeten worden, het is net al gezegd, totaal belachelijk, de kleine zwaan die daar zit die wordt bedreigd. De Commissie mer, daar zijn we heel duidelijk in, daar wordt duidelijk een probleem neergelegd waaraan voorbij wordt gegaan. Daar kom ik zo meteen nog even op. Maar wij als PVV-fractie zijn in ieder geval altijd heel duidelijk geweest: wij moeten geen windturbines in de Rosmalense Polder hebben. En dan kom ik tot de twee moties. Allereerst de motie ꞌWoningen in plaats van de Duurzame Polderꞌ.

Woonruimte is gewoon veel urgenter en ook in het regeerakkoord van de rijksoverheid staat dat we zorgen dat er meer grond beschikbaar is en in nieuw te bestemmen gebieden gaat woningbouw in geval van concurrentie van grond boven windmolens. Dus daarom zou dit ook al een belangrijke motie zijn. En ook voor de Duurzame Polder willen wij een referendum, want aan het bewonersperspectief wordt veel te veel voorbijgegaan. Met machtspolitiek worden burgers opzijgezet en die krijgen nu een fopspeen toegeworpen, die mogen meeprofiteren. Maar er moet gewoon echte zeggenschap zijn bij de burgers en daarom dienen we een motie in om in ieder geval een raadplegend referendum te kunnen houden over dit voorkeursalternatief en wat ons betreft komt er sowieso geen windpark in de Duurzame Polder. De heer ALTENBURG-COLLIN: Vandaag voer ik het woord in plaats van de originele woordvoerder mevrouw De Groot en dit vanwege raakvlakken met haar dagelijks werk. Dan de inhoud. We bespreken vandaag een volgende stap in de ontwikkeling van de Duurzame Polder, een ontwikkeling die gezien de impact op de omgeving terecht veel aandacht krijgt van inwoners, ondernemers en onze raad. We hebben allen behoefte aan antwoord op onze vragen, geruststelling van onze zorgen en een luisterend oor voor goede ideeën.

Tegelijk wordt gewerkt aan realisatie van een project waarvan we geen blauwdruk hebben en die ontzettend veel belangen en ingrediënten heeft. En dat schuurt. In een debat dat vandaag letterlijk van links naar rechts gaat, kiest de Bossche VVD voor een duidelijke en eerlijke lijn vanaf het begin. We zijn voorstander van duurzame opwek in de polder, maar zijn dat alleen onder de juiste voorwaarden, zodat we de energietransitie haalbaar en betaalbaar kunnen houden. Onze belangrijkste voorwaarden op een rijtje. We houden de ontwikkeling zoveel mogelijk in lokale handen. We hanteren een zo hoog mogelijke afstandsnorm tot de woonkern. Iedereen in de directe omgeving moet financieel mee kunnen doen en ook profiteren, en participatie is geen vinkje maar een continu proces. De heer VAN CREIJ: U zegt: participatie is geen vinkje. Hoe kijkt u dan aan tegen het wegstrepen van de 153 zienswijzen die ingebracht zijn? Graag uw mening daarover. De heer ALTENBURG-COLLIN: Dat is aan het college en het zijn uw woorden dat die zijn weggestreept. Daar ben ik het niet mee eens. Het college heeft die afgehandeld.

28

De heer VAN CREIJ: Maar dan breekt nu toch mijn klomp, want zo meteen als u instemt met dit voorkeursalternatief stemt u in met de beantwoording van de zienswijzen, dus dan zegt u: college, u heeft dat goed gedaan. De heer ALTENBURG-COLLIN: Dat vind ik ook, ja prima. Het zijn de voorwaarden waar die Bossche VVD zich de afgelopen jaren hard voor heeft gemaakt. De heer VAN HATTEM: Ook op dit punt van de participatie, want de VVD, de heer AltenburgCollin zegt dat participatie geen vinkje is, maar hoe verhoudt zich dat tot het maandenlang traineren vanuit het college van het verstrekken van Woo-stukken aan GROEN inZICHT, en nog steeds niet alle stukken te verstrekken. Wat zegt dat over participatie? De heer ALTENBURG-COLLIN: Ook dat zijn uw woorden. U heeft het over traineren, ik weet niet of dat bewust gebeurd is door het college en het lijkt me goed dat u het college daarop bevraagt. De heer VAN HATTEM: Maar ik vraag het nu aan u als ook een van de coalitiepartijen die hier zegt dat participatie geen vinkje is.

Als we zien dat dit zich voltrekt op het gebied van participatie, want het opvragen van openbare bestuursinformatie is een belangrijk onderdeel van participatie, als dat zo slecht vorm krijgt, hoe kunt u dan zeggen: participatie is geen vinkje? De heer ALTENBURG-COLLIN: Ik kan daar in zijn algemeenheid over zeggen dat dat aandacht nodig heeft en dat het een uitdaging is voor meerdere besturen, voor gemeenten, provincies en ministeries om informatie te verstrekken en dat er nog stappen in moeten worden gezet. Ik geloof erin dat iedereen zijn stinkende best doet om informatie vroegtijdig bij de juiste mensen te krijgen. De heer VAN HATTEM: Er moeten stappen worden gezet, betekent dit dan dat we de conclusie kunnen trekken dat er wat u betreft een zorgvuldig en goed participatieproces heeft plaatsgevonden, inclusief het verstrekken van de gevraagde, noodzakelijke openbare informatie? De heer ALTENBURG-COLLIN: Het kan altijd beter mijnheer Van Hattem. Ik geloof erin dat hier mensen gewoon heel hard hebben gewerkt en dat ze hun stinkende best blijven doen, ook hierna. En het is hierna ook nog niet afgelopen, want dit is een eerste cruciale stap, maar voordat we er zijn, voordat die molens er zijn, zullen er nog meerdere momenten zijn waar we met elkaar in gesprek gaan.

Mevrouw HENDRICKX: Ja, het siert u dat u participatie in de mond neemt als een belangrijk punt, ik denk heel terecht. Dan heb ik aan u de vraag, u wijst wel veel naar het college als het gaat om de afhandeling van bezwaren, met het college in gesprek. U heeft als raadslid ook een eigenstandige verantwoordelijkheid, hoor en wederhoor toepassen, in gesprek gaan met partijen in de samenleving. Heeft u of uw fractie contact gezocht met bewoners, bijvoorbeeld GROEN inZICHT om over deze aspecten te spreken? Dat hebben wij wel gedaan en ik merk dat er veel onvrede zit. Heeft u daar contact mee gehad? Dat is een vraag aan de VVD. De heer ALTENBURG-COLLIN: Zogezegd neem ik het over van mevrouw De Groot. Wat ik weet is dat zij contact heeft met bewoners, ondernemers en dat zij een hoop mails heeft gehad en die ook allemaal afhandelt. Dus iedereen krijgt een reactie. Dan de voorwaarden waar de Bossche VVD zich de afgelopen jaren hard voor heeft gemaakt en waar we na verschillende moties nu duidelijk ons geluid in terugzien. We zijn dan ook tevreden met de uitgewerkte uitgangspunten voor financiële participatie voor de directe omgeving en met minimaal 50% lokaal eigendom blijft dit grotendeels in lokale handen en is de lokale zeggenschap geborgd. Ook de 1 km afstand blijft gehandhaafd. Maar hiermee zijn we er nog niet en dat beseffen we maar al te goed.

Er zijn een hoop voorwaarden rondom onder andere gezondheid en natuur die de komende periode door de initiatiefnemer nog op een goede manier moet worden ingevuld richting de vergunningverlening. Dat blijven we dan ook nauwlettend volgen. Tot slot onze reactie op de voorliggende moties. Motie 1 en 6 dienen wij mee in en bij motie 5 wachten wij de reactie van de wethouder af. De heer MEES: In de commissie van 14 april jl. hebben wij uitgebreid stilgestaan bij dit controversiële onderwerp. Een aanslag op de natuur dreigt met zestien grote windturbines. Er zijn zorgen over de gezondheid van mensen en omwonenden en belanghebbenden voelen zich niet 29

serieus genomen. Dat geluid klonk nogal door in de discussies van de afgelopen commissie. Ook het proces in casu de wijze waarop wordt omgegaan met het MER-advies geeft te denken. Leefbaar ’s-Hertogenbosch is er duidelijk in, wij zijn tegen de plaatsing van windturbines in de zogenaamde Duurzame Polder. Die ruimte kan wat ons betreft beter benut worden voor woningbouw, zeker nu bouwgrond voor onze gemeente in de toekomst steeds schaarser wordt en de vraag naar woningen groot blijft. Tegen zijn betekent niet dat wij ons niet druk maken over het te volgen proces om tot een zorgvuldige besluitvorming te komen, vandaar dat onze naam staat onder motie 1, ꞌDuidelijkheid over windmolensꞌ en motie 8, ꞌWoningen in plaats van Duurzame Polderꞌ kan op onze sympathie en instemming rekenen. Mevrouw HENDRICKX: De Commissie mer heeft gesproken over het voorstel dat nu vanavond voorligt en die was klip-en-klaar. De MER voldoet niet, er is te weinig informatie, de raad kan eigenlijk geen goed besluit nemen als het gaat om het voorkeursalternatief dat het college nu voorlegt. En het bevreemdt mij vanavond opnieuw, wat ik ook hoorde in de commissie, dat we toch als raad in meerderheid daar waarschijnlijk mee gaan instemmen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15600584/1