CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen raadsvergadering 2025-04-01

Gemeenteraad 7 mei 2025, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Goedkeuring notulen van de openbare raadsvergadering van de gemeenteraad van 1 april 202530.115 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

De wethouder spreekt zelf van koppelkansen, werk met werk maken. Kijk nu eens sectoroverschrijdend wat er voor mogelijkheden zijn om voor deze kernen eigenlijk meer te realiseren dan alleen een gymzaal. Tot zover deze moties. De VOORZITTER: Dan ga ik over naar de motie van de SP en PvdD. Mevrouw Visscher, over 'Nu doen wat kan, versnellen indien mogelijk'. Mevrouw VISSCHER: Ook met dit huidige voorstel en de huidige versnelling betekent het dat er in 2045 slechts de helft van alle schoolgebouwen zal voldoen aan het door de raad vastgestelde beleidskader. Wij zouden dus graag versnellen. Op het moment is daar geen capaciteit voor. Iedere partij heeft zo zijn prioriteiten. De SP bijvoorbeeld volkshuisvesting, gezondheid, armoedebeleid en andere partijen hebben weer andere prioriteiten, maar ik kan me zo voorstellen dat dit een prioriteit van ons allen is, namelijk dat de kinderen in onze gemeente naar een goede, gezonde en geschikte school kunnen. Dus vandaar dat ik vraag in de motie om dat uit te spreken. De VOORZITTER: De heer Van Hattem met twee moties. De heer VAN HATTEM: Allereerst de motie over het budgetrecht van de gemeenteraad en de prioriteit aan onderwijshuisvesting boven klimaatdoelen. Ten aanzien van het budgetrecht sluit de motie eigenlijk al voor een deel aan bij het amendement dat Volt heeft ingediend over de tempoknop. Daar herken ik ook wel dezelfde zorg in.

Dat we nu niet heel veel zaken moeten gaan vastleggen voor een heel lange termijn, waarvan we nog niet eens weten of de financiering er is en daar moeten we de toekomstige raden niet op gaan vastpinnen. Dat is eigenlijk de strekking van de motie. En daarbij het aspect van de CO2- en klimaatdoelen. Die worden nu heel nadrukkelijk in het plan meegenomen, maar als die doelen adequate onderwijshuisvesting en betaalbare onderwijshuisvesting in de weg gaan zitten, dan vind ik dat onderwijshuisvesting prioriteit moet krijgen boven de klimaatdoelen. Dan de tweede motie, die gaat over de schaarse capaciteit van scholen versus de instroom van azc-leerlingen. Hier hebben we in de commissie Sociaal uitgebreid bij stilgestaan en ik vind dat in het IHP duidelijk wordt aangegeven dat locatie de Vlindertuin, die heeft een aannamebeleid, die heeft een ruimtetekort, en als daar een azc dicht in de buurt is geopend en er zou er nog een worden geopend, ik hoop van niet, maar dat zou dus extra druk op die school kunnen geven waardoor kinderen uit de buurt daar misschien niet meer terechtkunnen. Dus die motie roept eigenlijk gewoon heel simpelweg op om te voorkomen dat de schaarse capaciteit die al in de wijk aanwezig is op deze school niet extra belast gaat worden door het azc waar op dit moment niet in voorzien is binnen het IHP. Tot zover voorzitter.

Wethouder VERMIN: Dank u wel voorzitter en dank ook aan de gemeenteraad dat ik wat later mocht aansluiten om het Bossche perspectief onder de aandacht te kunnen brengen via de VNG bij de ministeriële commissie voor stikstof. Voor u staat in ieder geval een trotse wethouder, want volgens mij gaan we als gemeente echt serieus investeren in onderwijshuisvesting en dus in onze kinderen en jongeren en de toekomst. Het amendement van de heer Van Silfhout. De aanpak van 28

het IHP is juist bedoeld om de raad in staat te stellen elke vier jaar een keuze te maken in het tempo. Ik hoor u zeggen: het was nogal dichotoom tussen anderhalf en drie scholen per jaar. Dat hing natuurlijk aan het volledig voldoen aan het beleidskader. We kunnen meenemen dat daar stappen tussen zijn, zonder dat ik in decimalen wil gaan kijken, van 1,6 en 1,7. Dan worden het volgens mij wel heel veel scenario’s die we u gaan voorleggen. Dus formeel zeg ik: zonder gevolg, maar het is ook een beetje aan u, maar in principe is dit wat we doen in het IHP. De motie van de heer Van Creij over de sportaccommodatie Nuland. Gezondheid en de sport en bewegen, zeg ik als wethouder Gezondheid, zijn belangrijk. En zoals ik ook aan de heer Van Creij in de commissie heb uitgelegd, die koppelkansen benoemen we nadrukkelijk in het IHP, dat we dat altijd meenemen, dus dat geldt ook hier dat we straks bij de De Hoogakker breed zullen kijken naar de gebiedsontwikkeling in Nuland en wat dat voor voorzieningen betekent en of daar een koppelkans ligt. Dus deze motie zonder gevolg. Voor Vinkel geldt dezelfde ambitie op gezondheid, maar daar is het net weer wat anders. Daar zijn we namelijk al een fase verder. Vanuit het IHP, vanuit onderwijshuisvesting is verkend wat er nodig is, ook welke koppelkansen er zijn.

De wens die daar uitgesproken werd, door belanghebbenden ook, is dat de gymzaal gekoppeld blijft aan het dorpshuis en de vernieuwing van de gymzaal en het dorpshuis staan dan weer op een later moment in de planning. En dat zit dan maar niet aan onderwijshuisvesting maar aan maatschappelijk vastgoed, dus mijn collega Roy Geers zal dit t.z.t. oppakken. Dan gaat het om een sportaccommodatie, niet per se om een sportzaal zoals u noemt wat mij betreft. Dus zonder gevolg, maar met dien verstande dat het wel even buiten onderwijshuisvesting maar bij maatschappelijk vastgoed komt te liggen. De motie van de SP, ook hier waardeer ik de ambitie om te versnellen, maar in uw motie maakt u een aantal punten die het ingewikkeld maken en derhalve zal ik de motie ontraden. De ambitie om in 2045 alle scholen te laten voldoen leidt tot een vraagstuk tussen de verantwoordelijkheid van schoolbesturen en gemeente, want sommige scholen zijn gewoon de komende jaren, de komende 25, 30, 40 jaar nog onder beheer en economisch eigendom van de schoolbesturen en daar zouden we dan in treden. Daarnaast, met het IHP kiezen we juist voor een heel helder en bestendig tempo. Dat is niet alleen voor u als gemeenteraad en voor ons vanuit de financiële blik, maar ook juist voor de schoolbesturen om te weten waar ze aan toe zijn en wat ze kunnen verwachten.

Als we uw motie gaan volgen wijken we daar in een jaarlijks ritme van af. En het verder versnellen, dat geef ik dan toch mee en dat geldt natuurlijk ook voor de heer Van Silfhout, zal ook leiden tot desinvesteringen en dat moet je dan weer jaarlijks afwegen tegen andere prioriteiten. Dus het college ontraadt dus deze motie. Dan kom ik bij de motie van de heer Van Hattem. De genoemde klimaatdoelstellingen liggen al besloten in het beleidskader dat u anderhalf jaar geleden in de raad heeft vastgesteld. Dit is vertaald in het IHP en nu ligt het IHP voor en dus niet de doelstellingen daarachter. Hierbij heeft u natuurlijk budgetrecht. Over vier jaar bent u weer aan de beurt, maar deze motie zal ik dus ook ontraden. En motie 5, in uw overweging zegt u gelukkig dat het een gegeven is dat ieder kind recht heeft op onderwijs. En we nemen dan ook in de prognoses alle leerlingen die in Den Bosch onderwijs krijgen mee, waar ze ook geboren zijn en dan maken we geen onderscheid tussen leerlingen. We hebben wel het taalonderwijs gecentraliseerd, omdat de instroom van buitenaf lastiger te voorspellen is en we juist die kinderen een goede kans en een goede start willen geven, dus we hebben dat gecentraliseerd zodat ze op die scholen met extra aandacht een goede start kunnen krijgen in Nederland alvorens ze uitstromen naar andere scholen.

Dat doen we nu op twee locaties en er zijn mogelijkheden om dat uit te breiden, dus ik ontraad ook deze motie. Amendement 1, Tempoknop onderwijshuisvesting Mevrouw MULLER (stemverklaring): Wij zullen voor het amendement stemmen. Wij lezen hem zo dat er een tempoknop is die je alle kanten op kunt draaien, waardoor we kunnen beslissen wat de beste inhoudelijke optie op dat moment is. De heer VAN CREIJ (stemverklaring): Met de woorden van de wethouder zullen wij een keer een motie van Volt steunen. Het amendement is door de gemeenteraad aangenomen. De leden van de fracties van VVD (mw. Welten, Van Haren, mw. De Groot, Altenburg-Collin), GroenLinks (Bos, mw. Korver, Scholten), Rosmalens Belang (Kouwenberg, Huibers, mw. Van der Kallen) en Leefbaar ’s-Hertogenbosch (Mees, Kagie) hebben tegen gestemd. Motie 1, Kans voor een sportaccommodatie in Nuland, van gewoon ge-DREVEN

29

Mevrouw VAN DER KALLEN (stemverklaring): Wij zullen voor deze motie stemmen omdat wij het heel belangrijk vinden dat er in Nuland een goede sportaccommodatie komt. Wel willen wij dat er hier integraal naar gekeken gaat worden, dus niet alleen de leerlingenaantallen en de sportverenigingen, maar zeker ook de toekomstige uitbreiding van het dorp hierin betrekken. En zolang er nog geen duidelijkheid is over de uitbreiding even pas op de plaats maken en het in één keer goed doen. Motie 1 is door de gemeenteraad aangenomen. De leden van de fracties van GroenLinks (Bos, mw. Korver, Scholten) en PvdA (Peters, mw. Hoekstra, Çifçi) hebben tegen gestemd. Motie 2, Kans voor een sportzaal in Vinkel, van gewoon ge-DREVEN Mevrouw VAN DER KALLEN (stemverklaring): Er zijn al verregaande gesprekken met de dorpsraad ’t Zijl, dus wat ons betreft gebeurt het al en daar willen wij niet tussenin gaan zitten en ook daar aan de school en de inwoners overlaten wat ze willen. Motie 2 is door de gemeenteraad verworpen. De leden van de fracties van Volt (Van Silfhout), De Bossche Groenen (mw. Hendrickx, mw. Claessen, Hoeben), PVV (Van Hattem), PvdD (mw. Samshuijzen), Bosch Belang (Van der Krabben), 50PLUS (mw. Hernández), SP (mw. Visscher, Roovers), gewoon ge-DREVEN (Van Creij), Leefbaar ’s-Hertogenbosch (Kagie, Mees), VOOR Den Bosch (Gersjes) hebben voor gestemd.

Motie 3, Nu doen wat kan, versnellen indien mogelijk, van SP en PvdD Mevrouw MULLER (stemverklaring): Wij zullen deze motie niet steunen, omdat wij geen gebouwen willen vernieuwen die nog lang niet afgeschreven zijn en daar functioneel, technisch en economisch nog niet aan toe zijn. Motie 3 is door de gemeenteraad verworpen. De leden van de fracties van Volt (Van Silfhout), PvdD (mw. Samshuijzen), 50PLUS (mw. Hernández) en SP (mw. Visscher, Roovers) hebben voor gestemd. Motie 4, Respecteer budgetrecht gemeenteraad en geef prioriteit aan onderwijshuisvesting boven klimaatdoelen, van de PVV De heer VAN CREIJ (stemverklaring): Ze zijn eigenlijk te laat binnengekomen, we hebben ze niet besproken in de fractie. Vandaar dat ik tegen zal stemmen. Motie 4 is door de gemeenteraad verworpen. De leden van de fracties van PVV (Van Hattem) en VOOR Den Bosch (Gersjes) hebben voor gestemd. Motie 5, Schaarse capaciteit scholen versus instroom azc-leerlingen, van de PVV, is door de gemeenteraad verworpen. Het lid van de fractie van PVV (Van Hattem) heeft voor gestemd. Voorstel Integraal huisvestingsplan onderwijs 2026-2041 Mevrouw KORVER (stemverklaring): Wij zijn voor dit voorstel. Goed onderwijs begint bij een fijne, gezonde en duurzame leeromgeving.

Met het IHP investeren we de komende zestien jaar in toekomstbestendige scholen en kindcentra, zodat alle kinderen en jongeren in onze gemeente de kans krijgen om zich optimaal te ontwikkelen en daar mogen we trots op zijn. De heer MEES (stemverklaring): In onze bestendige lijn uit de commissie… Toen hebben wij gezegd dat wij sympathiek staan tegenover het voorstel en dat we ook voor goede schoolhuisvesting zijn, maar dat wij het financiële verhaal niet kunnen overzien. We kunnen het niet integraal afwegen en daarom stemmen wij tegen. De heer VAN HATTEM (stemverklaring): Bij die laatste stemverklaring sluit ik me aan, dus 30

daarom zal ik tegen stemmen, ondanks dat we vinden dat het belangrijk is dat de schoolgebouwen op tijd vernieuwd worden. Mevrouw HOEKSTRA (stemverklaring): Wij zetten volgens mij een prachtig mooie en ambitieuze stap en ondanks dat we van harte hopen dat als we sneller kunnen dat de wethouder dat ook zal omarmen, stemmen we voor dit voorstel. Mevrouw MULLER (stemverklaring): Wij stemmen voor het voorstel, omdat we deze grote investering in onderwijshuisvesting toejuichen. Geweldig dat hier prioriteit aan wordt gegeven, want goed onderwijs begint bij een fijne en passende leeromgeving. Als onderwijspartij zijn wij hier dan ook heel blij mee. De vraag of er voldoende ruimte is voor inclusief onderwijs blijft een aandachtspunt en wij zullen dat dan ook kritisch blijven volgen. De heer VAN GENUGTEN (stemverklaring): Het CDA zal voor stemmen, want onderwijs en talentontwikkeling in onze gemeente, voor onze kinderen, vraagt om goede huisvesting, schone, veilige en toereikende schoolgebouwen. Het gaat niet alleen om gebouwen waar onderwijs centraal staat, maar ook goede verblijfskwaliteit voor leerlingen en leraren. En wat het CDA betreft zetten we die stap vandaag. Het voorstel is door de gemeenteraad aangenomen. De leden van de fracties van PVV (Van Hattem) en Leefbaar ’s-Hertogenbosch (Mees, Kagie) hebben tegen gestemd. DEBATSTUKKEN (C) 12.

Initiatiefvoorstel Centrale locaties huisvesting short- en midstay arbeidsmigranten

De VOORZITTER: Dan ga ik over naar agendapunt 12, het debatstuk. Het is een initiatiefvoorstel vanuit Leefbaar ’s-Hertogenbosch. Het is een C-stuk. Ik geef eerst het woord aan de initiatiefnemer, de heer Kagie. Dan is er één motie ingediend door de heer Van Creij. De heer KAGIE: Voorzitter, in dit huis is er de laatste jaren regelmatig gesproken over de huisvesting van een groeiend aantal arbeidsmigranten in Nederland. Een oud-collega schetste vijf jaar terug in dit huis dit vraagstuk heel treffend. Als ik vraag wat de vijfde stad van Brabant is, dan zegt u waarschijnlijk Helmond. Maar de vijfde stad van Brabant is inmiddels Oost-Europees. Versnipperd wonend over uitgeleefde vakantieparken, hotels, overbevolkte woningen, ruim 100.000 mensen in Brabant. En zij vervolgde: de woningmarkt waar schaarste heerst, biedt zowel voor de eigen inwoners als de arbeidsmigranten nauwelijks perspectief. De woorden van de oud-PvdAcollega Van Gool. PvdA en Leefbaar dienden vervolgens de motie 'Arbeidsmigrantenhuisvesting' in. De motie bevatte het volgende verzoek: om voortvarend werk te maken van het voorlopig beleidskader Huisvesting arbeidsmigranten en daarin inzicht te verschaffen in de omvang van de vraag, de ongewenste verschijnselen en uiteraard welke perspectieven er wel geboden kunnen worden.

Deze motie werd aangenomen door PvdA, GroenLinks, De Bossche Groenen, VVD, Bosch Belang, SP en Leefbaar. Wethouder Roy Geers, toen verantwoordelijk voor die portefeuille, gaf aan: we gaan voortvarend aan de slag. En ere wie ere toekomt, met resultaat. Op 31 januari 2022 ontvingen we de raadsinformatiebrief Integraal beleid arbeidsmigratie, met de titel ‘Met een helder beleidskader leiden we het verblijf van in ’s-Hertogenbosch wonende en werkende arbeidsmigranten in goede banen'. Enkele passages. Arbeidsmigranten zijn inmiddels onmisbaar voor onze lokale economie. Een groei is te verwachten. En hoewel veel werkgevers, huisvesters en inleners het beste met hun mensen voor hebben, zijn voorbeelden van misstanden aan de orde van de dag. Dit kader vormt de basis voor ruimtelijke regels voor huisvesting en voor de gesprekken met werkgevers, uitzendbureaus en huisvesters die we gaan voeren om met deze partijen te komen tot afspraken dan wel convenanten. Vervolgens kreeg dit beleid zijn vertaling in ruimtelijke beleidsregels, 'Huisvesting arbeidsmigranten ’s-Hertogenbosch', 6 februari 2024. Enkele passages. In de ruimtelijke beleidsregels bieden we een alternatief voor de kamergewijze huisvesting van arbeidsmigranten in woningen.

Huisvesting in woningen moedigen we niet aan, omdat het de grote huisvestingsopgave voor arbeidsmigranten niet oplost, het een te groot beslag legt op de woningvoorraad en derhalve leidt tot concurrentie met regulier woningzoekenden. Het alternatief werd ook verwoord. We zetten in op huisvesting in bestaande gebouwen die geschikt zijn voor transformatie, zoals leegstaande kantoren, leegstaand maatschappelijk vastgoed en leegstaande agrarische gebouwen die zijn gelegen aan randen van woonwijken in het buitengebied en/of aan randen van bedrijventerreinen. 31

Glasheldere tekst. Maar wat komt ervan terecht? Dan moet er wel op geacteerd worden vanuit het stadhuis. Het gesprek met de werkgevers, uitzendbureaus en huisvesters om werk te maken van het alternatief voor kamergewijze verhuur en te komen tot centrale locaties, zoals ook in het beleid opgenomen, moet door het stadhuis worden bevorderd. Belangrijk uitgangspunt voor ons in het initiatiefvoorstel, het is in de basis aan de marktpartijen om te voorzien in de huisvesting van arbeidsmigranten. De gemeente heeft hier een rol als verbinder en stimulator en zal geen zelfstandige nieuwe centrale woonlocaties creëren of beheren, maar pakt wel een stimulerende rol. Partijen bij elkaar brengen. Voorzitter, dat is in essentie het doel van ons initiatiefvoorstel. Helemaal conform het bestaande uitgekristalliseerde beleid, besluit het initiatiefvoorstel het college op te dragen om een plan van aanpak te ontwikkelen voor de herhuisvesting van short- en midstay arbeidsmigranten naar centrale locaties, conform het bestaande beleid, met nadruk op de stimulerende en verbindende rol van de gemeente, waarbij stakeholdersmanagement actief wordt ingezet om samenwerking tussen betrokken partijen te bevorderen en bestaande vastgoedkansen optimaal te benutten. Voorzitter, hier wil ik het bij laten.

De heer PETERS: Ik had nog een vraag, want de huisvesting van arbeidsmigranten is primair een taak voor de werkgevers. U wilt ook capaciteit inruimen van ambtenaren om hier toch mee aan de slag te gaan, terwijl het eigenlijk geen taak is van de gemeente. Ik lees ook in de wethoudersbrief, dat gaat dan ook ten koste van capaciteit voor de woningbouw voor onze Bossche woningzoekenden. Wilt u die capaciteit liever inzetten om die werkgevers daarin te ondersteunen dan dat het gaat voor woningbouw voor onze Bossche woningzoekenden? De heer KAGIE: In het eigen beleidskader, door de raad vastgesteld, is opgenomen: ga het gesprek aan met de actuele huisvesters van de arbeidsmigranten, met de werkgevers, met de uitzendbureaus om het vraagstuk aan twee kanten perspectief te bieden. A: de overbevolking, de overbewoning van reguliere woningen. En daarnaast het alternatief van centrale locaties in de genoemde soorten van panden aan de randen van woonwijken en bedrijven. Inzetten daarop heeft gewoon een dubbel snijdende werking en lijkt ons dienstbaar aan het hier in deze raad vastgestelde beleid.

De heer PETERS: In het debat werd ook al duidelijk dat dit niet gaat helpen om de overlast in de wijken met betrekking tot deze problematiek op te lossen, dus dan wil ik duidelijk van de heer Kagie, maakt u dan die scherpe keuze, capaciteit liever hiervoor dan voor de Bossche woningzoekenden? De heer KAGIE: Het mes snijdt aan twee kanten. Op het moment dat je kans ziet om met gevestigde huisvesters van arbeidsmigranten zaken te doen op centrale locaties zoals in het beleid opgenomen, dan speel je letterlijk woningen vrij en dan gaat het als volgt. De afgelopen drie jaar heeft een van de grote huisvesters voor € 11 miljoen aan woningen opgekocht in Den Bosch. Dit gaat de komende jaren gewoon verder als wij niet alternatieve locaties in de lucht zetten. En dan snijdt dat verder ten nadele van de mensen die in aanmerking komen, ook opgenomen in het reguliere beleid hier vastgesteld beschikbaar, zoekende naar die reguliere woning. De heer PETERS: Vreest de heer Kagie dan geen aanzuigende werking waardoor als een soort rupsje-nooit-genoeg niet alleen die nieuwe locaties komen, maar ook gewoon die oude locaties gebruikt blijven worden voor de huisvesting van arbeidsmigranten? De heer KAGIE: Ik zal u dit zeggen over aanzuigende werking. Den Bosch is bepaald niet aantrekkelijk voor arbeidsmigranten.

Weet u waarom niet? Om de doodeenvoudige reden, dat staat ook in het onderzoek dat ligt onder die eerder vastgestelde kaderstellende stukken hier, dat Den Bosch te duur is voor een arbeidsmigrant. En nu komt het. En welke praktijken krijgen we dan? In de Van Noremborghstraat, Koningsweg, Acaciasingel, Palmboomstraat, en zo zijn er tientallen panden te noemen. Welke praktijken krijgen we dan? Dat die arbeidsmigranten met meer mensen in één hok moeten dan verantwoord. En daar was het beleid de afgelopen drie, vier jaar nu juist op gericht, om die praktijk kalt te stellen. De heer ROOVERS: Zoals de heer Kagie waarschijnlijk al weet is een groot probleem als het gaat om arbeidsmigratie de grote afhankelijkheid die arbeidsmigranten hebben van hun werkgevers voor de huisvesting. Dat zorgt voor ongelijke verhoudingen op de werkvloer. Daarmee kunnen er ook misstanden bestaan. Hoe ziet de heer Kagie zijn plan in dat licht om die afhankelijkheid van 32

werkgevers voor de huisvesting tegen te gaan? De heer KAGIE: Op het moment dat je toegaat naar de ook in de gemeentelijke stukken opgevoerde centrale locaties, dan doe je dat met werkgevers, uitzendbureaus en niet met één huisvester. Ik zal u dit zeggen. Die afhankelijkheid zit erin dat één huisvester, en ik kan een aantal van die panden zo noemen, een-op-een gelieerd is met een uitzendbureau. En daar ligt die koppeling in absolute zin en die afhankelijkheid. En door die centrale locaties te realiseren kun je dat wat losweken en doorknippen. De heer VAN CREIJ: In de commissie hebben we hier al uitvoerig over gesproken en wij hebben onze steun ook uitgesproken aan het initiatiefvoorstel van Leefbaar. Alleen heb je dan ook wel eens nieuwe dingen. Dat heb je als je pas in de gemeenteraad zit en niet weet wat er is. Je bent nooit te oud om te leren. Maar uit het initiatiefvoorstel bleek dat er Ruimtelijke beleidsregels huisvesting arbeidsmigranten ’s-Hertogenbosch zijn. En als je dan kijkt aan welke eisen het moet voldoen, bij artikel 5 heb je 5 tot en met f met allerlei zaken. Gelukkig staat daar dat ze niet onder de hoogspanningslijn mogen wonen en dat soort zaken. Alleen hebben we in het recente verleden eigenlijk ook gesproken over molenaarswoningen.

Toen heeft de gemeenteraad uitgesproken dat bewoners van woningen in de nabijheid van windmolens een technische, organisatorische of functionele directe binding moeten hebben met windmolens. Wij vinden ook dat arbeidsmigranten een gezond en goed leefklimaat behoren te hebben en in de beleidsregels staat niets opgenomen over molenaarswoningen. Dus wij hebben deze motie gemaakt om het college te verzoeken om de beleidsregels nog eens tegen het licht te houden. En dan een puntje, ik zou het 5.1.g kunnen noemen, om de molenaarswoningen uit te sluiten voor bewoning van arbeidsmigranten. Tot zover. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Een vraag aan collega Van Creij over de molenaarswoningen, want gewoon ge-DREVEN heeft dat wel eens eerder ter sprake gebracht en de discussie erover gevoerd hier. Volgens mij was toen ook wel een van de conclusies in dat debat dat voor de bewoning van molenaarswoningen er een functionele band moet zijn met de locatie. Dus op het moment dat arbeidsmigranten geen functionele band hebben met de locatie van de molenaarswoning, niet daar wat werkzaamheden uitvoeren, dat ze daar sowieso al niet mogen wonen. Ik zoek dus even de plus in dit voorstel van collega Van Creij. Volgens mij verandert het niets, omdat er dus al regels voor zijn in de reguliere wetgeving.

Klopt dat? De heer VAN CREIJ: Als je kijkt naar de blauwe regel die toegevoegd is in de ruimtelijke beleidsregels, dan mis je gewoon een punt daarin. U zegt nu: we hebben het destijds besproken. Dat klopt, alleen is het niet opgenomen in de beleidsregels. Ik vraag nu: neem het nu op in de beleidsregels. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Het gaat mij nu niet zozeer om de beleidsregels, maar puur wat de jurisprudentie in Nederland in het algemeen daarover zegt, waardoor er eigenlijk geen toevoeging in de beleidsregels nodig zou zijn, maar dat de wetgeving daar überhaupt al duidelijk over is omdat de jurisprudentie uitspreekt dat bewoning niet toegestaan is wanneer er geen functionele band is. Even ter verduidelijking. De heer VAN CREIJ: Op de jurisprudentie, dat weet ik niet. Ik wil nu hebben dat we het expliciet opnemen om in de toekomst daar eigenlijk problemen in te voorkomen. We voorzien nu, we kunnen nu nog bijtijds instappen. Daar gaat het eigenlijk om. De heer VAN SILFHOUT: Het rijksbeleid over arbeidsmigratie is niet altijd even best op het moment. We willen goedkope spullen en de arbeidsmigranten betalen daar de prijs voor. En dat geeft ongemak. Vandaar ook dit initiatiefvoorstel. Maar dit initiatiefvoorstel past ons niet. Deze schoen past ons niet. De lokale regels zijn helder en die kunnen ook gehandhaafd worden.

En dit initiatiefvoorstel vraagt een grotere rol van de gemeente, namelijk om niet alleen beleid vast te stellen en te handhaven, maar ook aan te gaan jagen. Daar staan wij als Volt niet achter, want dat zou niet de rol van de gemeente moeten zijn. Daarnaast lijkt dit initiatiefvoorstel op papier maar over € 25.000,00 te gaan, maar het gaat ook over ambtelijke capaciteit en er komt een plan van aanpak uit dat ook weer geld gaat kosten. Dus die rol is veel meer dan die € 25.000,00. Daarnaast zijn we gewoon hogelijk verbaasd dat een partij die eerder een termijn vult met: we moeten zo snel mogelijk bouwen en we kunnen niet vertragen, nu dure capaciteit van dezelfde mensen wil gaan gebruiken om juist niet die bouwopgave aan te pakken. Wij snappen dat niet, maar misschien de kijkers thuis 33

wel. Voorzitter, bedankt. De heer VAN HATTEM: Allereerst complimenten aan de heer Kagie om met een initiatiefvoorstel te komen. Altijd goed om te zien dat dit instrument van de raad goed benut wordt. Dan op de inhoud. Ik denk dat er zeer terecht een punt wordt gemaakt van de overlast van arbeidsmigranten in woonwijken, in reguliere woningen die daarvoor gebruikt worden terwijl dat eigenlijk helemaal niet de bedoeling zou moeten zijn. Maar, het initiatiefvoorstel dat hier nu voorligt stelt dan eigenlijk voor om te gaan naar gecentraliseerde grootschaligere arbeidsmigrantencomplexen en ik merk het elders in de provincie dat dat ook wel tot heel veel weerstand leidt. Gecentraliseerd vaak met honderden arbeidsmigranten bij elkaar. Voor omwonenden is dat vaak juist een groot probleem. Je verlegt eigenlijk het probleem in plaats van dat je het oplost. Daarom heb ik toch moeite met het initiatiefvoorstel. Ik zie het in Tilburg, op de gemeentegrens van Riel, waar nu een initiatief ligt waar het hele dorp door op zijn kop staat. In Bergen op Zoom is sprake van grootschalige migrantencomplexen, in Zevenbergen. Tal van plaatsen waar de bevolking zegt: daar zitten we echt niet op te wachten op die ontwikkeling van grootschalige arbeidsmigrantencomplexen, waar ook de nodige overlast van dien is.

Dus ik zie dit niet als een oplossing voor de overlast, enkel als een verplaatsing van het probleem. Ik denk dat de reactie van het college op het initiatiefvoorstel ook wel terecht is, dat het ook nog meer bedrijven zal aantrekken die meer zullen inzetten op arbeidsmigratie. Daarom denk ik dat we beter kunnen kijken naar handhaving, strikte handhaving van bewoning van arbeidsmigranten in woonwijken waar het echt niet goed gaat, waar overlast is, waar het op plaatsen gebeurt waar het gewoon niet thuis hoort. En daar roep ik het college toe op, want op zich zegt het college: dit is eigenlijk allemaal niet nodig en men moet zich houden aan de regels. Maar zolang er nog overlast plaatsvindt vraag ik aan het college: treed alsjeblieft op en treed stevig op om deze excessen aan te pakken. Dan kunnen we voorkomen dat er van die grootschalige arbeidsmigrantencomplexen komen, want daar zijn we als PVV-fractie duidelijk op tegen. Tot zover. De heer ROOVERS: Arbeidsmigratie is te vaak een bron van groot onrecht. Vrije verplaatsing van personen, een van de vier Europese vrijheden, tussen heel dikke aanhalingstekens, stelt bedrijven in staat om misbruik van te maken van grote sociaal-economische verschillen die er in Europa zijn.

Het stelt bedrijven in staat om verschillende groepen werkende mensen tegenover elkaar uit te spelen ten koste van goede arbeidsomstandigheden en ten koste van de loonontwikkeling. De frustratie wordt georganiseerd tussen verschillende groepen werkende mensen, mensen uit Nederland en arbeidsmigranten uit andere plekken in Europa. De lachende derde is het bedrijfsleven. Arbeidsmigratie is een steeds groter probleem, met grote sociale gevolgen. Kijk naar Limburg, waar arbeidsmigranten in tenten in de bossen moeten slapen. Of kijk naar een stad als Den Haag, waar de helft van de daklozen voormalig arbeidsmigrant is. Het komt voort uit de grote afhankelijkheidsrelatie die er bestaat tussen de arbeidsmigrant en de werkgever. De arbeidsinspectie heeft er dan ook onvoldoende zicht op momenteel. En gelukkig zien steeds meer partijen dat probleem, samen met de SP. Daarom ben ik ook blij dat een partij met een initiatiefvoorstel hierover komt, zodat we het over deze grote problematiek kunnen hebben. De SP is het niet met alles eens wat de indiener van dit voorstel heeft gezegd over arbeidsmigranten. Overlast wordt veroorzaakt door werkgevers die hun verantwoordelijkheid niet nemen, niet door de arbeidsmigranten zelf.

Maar als ik het stuk op zichzelf lees, dan zijn wij als partij voor een grotere rol van de overheid om die sociale ongelijkheid en die afhankelijkheidsrelatie te verkleinen, een overheid die stimuleert, verbindt en monitort, zoals ook in het voorstel wordt beschreven. Ik wil eindigen met een citaat van het rapport van een partijgenoot van mij van vijf jaar geleden. Het uitgangspunt is dat we arbeidsmigranten moeten behandelen als gelijkwaardige en volwaardige deelnemers van onze samenleving en dat we onze regelgeving daar ook op moeten inrichten. Dat vergt meer inzet op bescherming van arbeidsmigranten en daarmee ook een grotere rol voor de overheid. Dat is de manier waarop mijn partij dit voorstel leest en ook de reden waarom mijn partij voor dit voorstel zal stemmen. Tot zover. De heer VAN SILFHOUT: Toch een vraag, want ik ben het met de heer Roovers eens dat er een grotere rol ligt voor de overheid. De vraag die eronder ligt is: is dat deze overheid? Want op het moment dat wij allemaal nieuwe regels gaan handhaven of introduceren en omliggende gemeenten doen dat niet, dan is het probleem niet weg. En daar zit mijn zorg bij dit initiatiefvoorstel, dat dit niet aan ons is maar aan het rijk. Deelt de heer Roovers dat? De heer ROOVERS: Gedeeltelijk deel ik dat. Het is natuurlijk voor een groot gedeelte ook aan 34

het rijk en ook vooral aan de Europese Unie, om dit onrecht tegen te gaan. Ik vind alleen niet dat dat een reden is voor de gemeente om, ik zal niet zeggen geen beleid te voeren want dat beleid is er, maar geen rol te nemen binnen dat beleid. Ik vind dat er wel degelijk een rol voor de gemeente is weggelegd. Ik vind het ook geen argument om te zeggen: andere gemeenten zullen misbruik maken van een goed beleid dat wij in Den Bosch voeren. Ik vind ook niet dat richting arbeidsmigranten of de bewoners van de stad die ook de sociale problematiek voelen, dat een verhaal is waarmee we daar aan kunnen komen zetten. Dus ik vind dat wij als gemeente ook een voorbeeldrol kunnen nemen ten opzichte van andere gemeenten en hopelijk volgen die ook. De heer VAN HATTEM: Ja, ik vind het terecht dat de SP nu de commissie Roemer aanhaalt, want dat is een rapport met zeer behartigenswaardige zaken, en een van de zaken daarin is bijvoorbeeld de omvang van de huisvesting, de grootte van de kamers en dergelijke, het aantal mensen dat op één kamer zou moeten kunnen wonen.

Daar hebben we eigenlijk in het gemeentelijk beleid nergens iets over vastgelegd en mijn zorg is ook: als dit initiatiefvoorstel wordt doorgezet, in de zin van centrale bewoning in grootschalige complexen, dat je dan… De VOORZITTER: Wat is uw vraag? De heer VAN HATTEM: Dat je dan de situatie krijgt dat juist niet aan die normen wordt voldaan. Dus mijn vraag is: hoe voorziet u dat dit toch aan de Roemer-normen kan voldoen, terwijl we er als gemeente niets over hebben vastgelegd? De heer ROOVERS: Zoals mijn partij het voorstel leest, gaat het voorstel niet over het beleid ten aanzien van arbeidsmigratie. Dat beleid heeft het college zelf al vastgesteld, maar gaat het voorstel over de rol die de gemeente pakt binnen dat beleid. Bijvoorbeeld het huisvesten van arbeidsmigranten in de buurt van bedrijfslocaties is al mogelijk binnen het huidige beleid. De vraag is alleen: wat voor rol speelt de overheid daarin, bijvoorbeeld ook in het tegengaan van misstanden en het tegengaan van die afhankelijkheidsrelatie. Dat is hoe ik het lees. Het beleid op zichzelf is binnen dit initiatiefvoorstel niet onderwerp van discussie. Ik ben het helemaal met de heer Van Hattem eens. Te grote huisvestingslocaties voor arbeidsmigranten komen ook met heel veel problemen.

Eerder deze maand is er landelijk nog een motie van een partijgenoot van mij aangenomen om juist die grotere huisvestingslocaties tegen te gaan. Daar sta ik ook achter, maar dat is ook niet de manier waarop ik het initiatiefvoorstel lees. Dat gaat echt over de rol van de overheid zelf. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Collega Roovers en ik zijn het denk ik helemaal met elkaar eens ten aanzien van wat collega Roovers net ook aangaf van hoe er met arbeidsmigranten omgegaan wordt. De uitbuiting van arbeidsmigranten, als ik het dan zo in mijn eigen woorden zeg. Maar hoe kijkt collega Roovers er dan tegenaan dat met nog meer verplaatsing van arbeidsmigranten naar de randen eigenlijk van bedrijventerreinen er eigenlijk wordt geopteerd voor wel de, ik noem het even lusten voor de samenleving, hun inzet om te produceren om het zo maar te zeggen, maar niet de lasten, gewoon mensen die mee participeren in de samenleving, dat we eigenlijk mensen uit beeld plaatsen op deze manier. Hoe kijkt collega Roovers daar tegenaan? De heer ROOVERS: Ik zie het eigenlijk precies andersom. Volgens mij zegt het voorstel vrij letterlijk dat de verantwoordelijkheid voor de huisvesting nog steeds ligt bij de werkgevers.

De vraag is alleen: wat voor rol nemen we dan als gemeente aan ten opzichte van die werkgevers en de huisvesting van arbeidsmigranten? Ga je het alleen achteraf controleren en ga je alleen maar optreden op het moment dat er misstanden zijn? Of neem je een organiserende rol en ook controlerende rol om te kijken of die huisvesting ook goed georganiseerd wordt? Dus volgens mij, dat is de manier waarop ik dit voorstel lees, vraagt dit voorstel in ieder geval om een actievere rol van de gemeente om op het al bestaande beleid, waarbinnen ook arbeidsmigranten kunnen worden gehuisvest in de buurt van hun werk, meer controle te houden. Dus ik zie precies het tegenovergestelde als wat mevrouw Samshuijzen zegt. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Mijn partij ziet het toch als het eigenlijk letterlijk buiten de samenleving plaatsen van mensen op deze manier. Maar dan een andere vraag. Kijk, in dit voorstel zijn allerlei betrokkenen meegenomen. De werkgevers, huisvesters et cetera. Maar wat ik toch wel van de SP zou verwachten is dat ze ook oog hebben voor wat de werkers hier willen, wat de arbeidsmigranten willen. En dan, wanneer het niet mogelijk is om met hen zelf te spreken, bijvoorbeeld de vakbonden hierbij te betrekken. Hoe kijkt collega Roovers daartegen aan dat dat in 35

dit voorstel niet wordt meegenomen en eigenlijk alleen naar de commerciële belangen wordt gekeken? De heer ROOVERS: Wat mijn partij betreft spreken wij met arbeidsmigranten in Den Bosch, maar ook daarbuiten. Ik had het bijvoorbeeld over de mensen in Limburg die in de bossen moeten slapen. Daar spelen vaak verschillende dingen. Daar speelt bijvoorbeeld ook vaak de grote teleurstelling die zij ervaren omdat zij door uitzendbureaus eigenlijk onder valse voorwendselen met een te mooi verhaal hierheen zijn gehaald. En hier eigenlijk van een koude kermis thuiskomen, onder slechte omstandigheden worden gehuisvest, onder slechte omstandigheden moeten werken, en ook te afhankelijk zijn van hun werkgever en daarmee ook niet de positie hebben om tegen die slechte omstandigheden in verweer te komen. Dus dat is wat ik hoor van arbeidsmigranten. En volgens mij wordt dat ook bevestigd door bijvoorbeeld zo’n rapport van Roemer dat ik net aanhaalde. Zoals ik het voorstel zie, zorgt dit voorstel ervoor dat de overheid meer verantwoordelijkheid neemt in het tegengaan van die misstanden. En dat vind ik waardevol en ik vind het een verantwoordelijkheid van de werkgevers dat op het moment dat zij mensen hierheen halen om eigenlijk goedkope arbeid te verrichten, dat zij er zelf voor zorgen dat die omstandigheden fatsoenlijk zijn.

We moeten alleen allemaal constateren dat dat bij lange na niet gebeurt en dat de omstandigheden waaronder arbeidsmigranten in Nederland werken echt schandalig zijn. Daarom vind ik het ook nodig dat de gemeente hier een rol in pakt. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Ik denk dat collega Roovers en ik het helemaal eens zijn over hetgeen hij zojuist aangaf ten aanzien van die slechte omstandigheden. En ja, wij vinden ook dat dat zeker beter moet. Maar puur het punt, het in mijn woorden dan buiten de samenleving plaatsen door die huisvesting van arbeidsmigranten, dat punt, wat willen arbeidsmigranten zelf? Willen zij in de samenleving of willen zij daarbuiten? En dat is waar wij tegen aanlopen, waarvan wij zeggen: daar wordt aan voorbijgegaan. Wat vindt u daar nu van, dat zij hier niet in geconsulteerd worden, of in ieder geval ook niet de vakbonden daarin geconsulteerd worden? De VOORZITTER: Dezelfde vraag als net. De heer ROOVERS: Mijn partij consulteert arbeidsmigranten. Volgens mij kun je van alle partijen in Nederland van de SP het meest zeggen dat die praat met arbeidsmigranten en ook het probleem van arbeidsmigratie als groot onrecht als een van de eerste partijen zag. Dus ik laat het mij eerlijk gezegd niet door de PvdD aanpraten dat ik geen oog heb voor het geluid van die arbeidsmigranten. Dat ga ik niet doen.

Dus het verhaal dat ik hier houd komt ook juist voort uit de gesprekken die ik met arbeidsmigranten gevoerd heb. De rol van de FNV is daarin belangrijk. We moeten ook constateren dat de FNV er onvoldoende in slaagt om deze mensen te organiseren, net zoals de arbeidsinspectie er onvoldoende in slaagt om zicht te houden op dit grote probleem. En dat ik het daarom, juist om die mensen meer in de samenleving te plaatsen, het geen goed verhaal vind als je zegt: het is volledig de verantwoordelijkheid van de werkgevers. Want die werkgevers nemen die verantwoordelijkheid niet. En dat daarmee de gemeente de taak heeft om een groot maatschappelijk probleem dat we nu hebben, waar arbeidsmigranten ook slachtoffer van zijn, om daar een rol in te pakken en die misstanden tegen te gaan. Daarom zal ik voor dit voorstel stemmen. De heer KOUWENBERG: Rosmalens Belang staat voor leefbare dorpen en wijken, plekken waar mensen zich thuis voelen, elkaar kennen en waar je prettig kunt wonen, of dat nu in Rosmalen, Nuland of Empel is. In deze kernen horen we de zorgen van bewoners over de toenemende druk op de woonomgeving door huisvesting van arbeidsmigranten in gewone woonhuizen, over parkeerdruk, leefstijlverschillen en het verdwijnen van sociale samenhang in straten waar bewoners elkaar niet meer kennen.

Dat zijn serieuze signalen voorzitter, en ja, er zijn gevallen waarbij de huisvesting echt niet in orde is, dat erkennen we volledig. We zien ook de behoefte aan handhaving en aan betere oplossingen, maar dit initiatiefvoorstel is voor ons niet de juiste weg. Het voorstel schuift de verantwoordelijkheid voor het organiseren van centrale huisvesting van arbeidsmigranten richting de gemeente, en dat is een fundamentele keuze die wij als Rosmalens Belang niet steunen. Waarom dan niet? Omdat die verantwoordelijkheid ligt bij werkgevers en huisvesters, zoals al werd genoemd, en dus niet bij de gemeente. Ook omdat de gemeente al flink wat doet. Er wordt gehandhaafd, er is beleid, de randvoorwaarden zijn er dus. En omdat wij vrezen, het is volgens mij ook al genoemd, voor een aanzuigende werking als wij actief gaan meedenken en plannen ontwikkelen, trekken wij misschien wel de nieuwe opgaven naar ons toe die buiten onze eigen gemeente ontstaan. Dat vinden wij dus onwenselijk. Het voorstel is zeer zeker goed bedoeld, maar het vraagt iets van de 36

gemeente wat buiten haar rol en capaciteit ligt. Daarom zegt Rosmalens Belang: nee, niet zo. Wethouder SLIKKER: Zoals ik in de commissie ook al zei is het een belangrijk onderwerp, dus ook goed dat er een initiatiefnota over geschreven is, want dit onderwerp zal nog vaker te berde komen, ik denk niet alleen in deze raadzaal maar nog in vele, in de Tweede Kamer en bij de provincie. Want dat Nederland en Brabant arbeidsmigranten op dit moment nodig hebben in onze economie is onmiskenbaar een feit. En gezien de demografische ontwikkeling blijft dat ook zo. Dat huisvesters er onvoldoende in slagen en werkgevers om adequate woonruimte te bieden is ook een feit en dat rijk, provincies en gemeenten daar gezamenlijk een verantwoordelijkheid hebben, ook. De vraag is: welke verantwoordelijkheid past ons op dit moment? De heer Kagie noemde het zelf al, we hebben een aantal dingen gedaan. In die oude wijken waar soms overlast ervaren wordt van overbewoning hebben we nieuwe regels voor verkamering vastgesteld, om te zorgen dat juist die situaties onmogelijk worden gemaakt voor de toekomst. Het tweede is, daar waar men zich niet aan die regels houdt, treden we handhavend op.

Ik zei het in de commissie ook al, het grootste deel van de arbeidsmigranten die in onze stad leeft woont daar naar tevredenheid en ook naar tevredenheid van de buurt, met name de mensen die wat langer ook in deze stad verblijven, kinderen die naar school gaan, en gewoon in een huurwoning, een corporatiewoning of zelfs koop. Maar die groep die voor de shortstay afhankelijk is, daar zien we natuurlijk de meest knellende druk omheen zitten. We hebben ongeveer vijftig handhavingszaken per jaar, de helft via eigen opsporing, de andere helft via melding. Die lopen er ook uit zoals u gezien hebt bij de Van Noremborghstraat, waar we een einde gemaakt hebben aan de overbewoning en een last onder dwangsom hebben opgelegd en de rust ook hebben teruggebracht. Daarnaast hebben we de beleidsregels opgesteld, waar, nog even in aanvulling op wat de heer Van Hattem zei, we dus juist wel in vastgelegd hebben wat de kwaliteitseisen zijn, zoals de heer Roemer ook aanbeveelt. Neem nu op dat een arbeidsmigrant recht heeft op één kamer per persoon met een minimale omvang en voorzieningen erbij, want zeggen wiens verantwoordelijkheid het is en waar je het wil is één. Maar twee, welke kwaliteitseisen vind je er dan bij horen, hoort er ook bij, dus die komt u ook tegen in de beleidsregels. Het initiatiefvoorstel gaat één stap verder. Dat zegt: ga nu van die faciliterende rol naar een stimulerende rol.

In de brief die we u geschreven hebben zeggen we waarom we daar geen voorstander van zijn, omdat we dan de verantwoordelijkheid van werkgevers toch echt naar ons toe trekken, dat we dan ook zullen zien dat werkgevers, huisvesters en uitzendbureaus denken: ah, in Den Bosch zetten ze daar extra capaciteit op in, dat helpt ons. Kortom, dan krijgen we die aanzuigende werking waarover gesproken was. En ondertussen zijn we over dit onderwerp wel in gesprek met rijk en regio. Ik heb vorige week nog met de wethouders van de G40 met de staatssecretaris over dit onderwerp gesproken. Om die reden zijn we geen voorstander van de inzet zoals die in de initiatiefnota neergezet wordt. Daarnaast nog de motie van gewoon ge-DREVEN over de molenaarswoningen. Het kwam eigenlijk al in het debatje met mevrouw Samshuijzen aan de orde. Twee redenen waarom we deze motie ontraden, namelijk omdat die niet nodig is. Eén is omdat rondom die molenaarswoningen inderdaad is vastgelegd dat er een functionele binding moet zijn met de molens en dat zien we niet zo snel gebeuren bij de arbeidsmigranten. En daarnaast, in die beleidsregels hebben we allerlei eisen rondom kwaliteit voor de huisvesting van arbeidsmigranten vastgelegd, want dat delen wij met u: die verdienen ook een goede woonomgeving.

Die hebben we alleen niet specifiek voor alle mogelijkheden waar je individueel een slechte woonsituatie zou tegenkomen in categorietjes vastgelegd, maar in algemene bepalingen, waarbij we ook als iemand zou zeggen, ik ga onder een windmolen een locatie voor arbeidsmigranten bouwen, die niet zouden vergunnen omdat we voorzien dat die niet voldoen aan de gestelde beleidsregels. Tot zover. De VOORZITTER: Dank u wel. Tweede termijn, is er behoefte aan een tweede termijn? Interruptie? De heer VAN HATTEM: De wethouder had het over vijftig handhavingszaken per jaar. Ik hoor toch graag van de wethouder in hoeverre er ook effectief resultaat vloeit uit die handhavingszaken, en of er misschien niet ook gedacht moet worden om het beleid verder aan te scherpen, gelet op het hoge aantal handhavingszaken, dat het misschien aan de voorkant ook voorkomen kan worden dat de arbeidsmigranten zo makkelijk kunnen worden gehuisvest in bepaalde straten en wijken. Wethouder SLIKKER: Om met dat laatste te beginnen, daarom hebben we juist die regels voor verkamering voor opgesteld, die echt zeggen: je mag maar vier kamers maximaal in een pand hebben, minimaal één slaapkamer per persoon, ook afstand tussen de locaties voor arbeidsmigratie. Dus dat hebben we gedaan met die nota Verkamering en splitsing. En op die handhavingszaken, 37

een deel pakken we dus uit eigen meldingen op en een deel uit meldingen die uit de omgeving komen en die lopen we ook echt uit. Dus we komen situaties tegen dat er bijvoorbeeld in een pand waar vier mensen mogen wonen tien mensen wonen. Dan leggen we een last onder dwangsom op, brengen we dat terug naar de situatie zoals die hoort. De VOORZITTER: Dank. Is er behoefte aan een tweede termijn? De heer KAGIE: Als we hier drie jaar geleden het beleidskader Arbeidsmigratiehuisvesting aftikken en we geven dat de titel het verblijf van wonende en werkzame arbeidsmigranten in goede banen leiden, dan moet je daar ook naar handelen en dan kun je het niet laten bij een handhavingsregime. Als je zelf zegt in je eigen stukken, in februari 2024, werk maken van alternatieven voor huisvesting in reguliere woningen, en spreekt over dialoog met werkgevers, uitzendbureaus en huisvesters, niet om hun taak over te nemen, maar om samenwerking te smeden tussen hen die daar eigen zakelijk belang bij hebben. Afspraken en convenanten, daar wordt over gesproken in die beleidsstukken met de marktpartijen. Dan moet je daarnaar handelen. En dan zeggen ze: ja, ambtelijke capaciteit. Daar gaan we bij de voorjaarsnota natuurlijk kritisch met elkaar over spreken. Waar gaat alle ambtelijke capaciteit naartoe? Daar moeten we ook kritisch over zijn in relatie tot de aanstaande bezuinigingen.

Maar één ding staat: alleen een handhavingsregime loslaten op dit vraagstuk, de wildgroei en de opkoop van reguliere woningen gaat door. En als er bij één grote huisvester € 11 miljoen aan woningen is, één, in de afgelopen drie jaar, dan zijn het er over twee jaar en over drie jaar en over vier jaar vele miljoenen meer en huisvestingen uit de reguliere markt getrokken. Voorzitter, dank u. De heer VAN CREIJ: Dank aan de wethouder voor zijn duidelijke beantwoording over de molenaarswoningen en de functionele binding. Ik hoop dat de wethouder windmolens eigenlijk heel goed geluisterd heeft, zodat we 14 april deze systematiek niet opnieuw hoeven in te brengen, want we hebben het al een paar keer gedaan. Maar ik zal met deze toezegging, met de woorden van de wethouder deze motie intrekken. Initiatief raadsvoorstel Centrale locaties huisvesting short- en midstay arbeidsmigranten, van Leefbaar ’s-Hertogenbosch De heer HOEBEN (stemverklaring): Wij zullen voor dit voorstel stemmen, want als bedrijven het laten liggen en de bewoners de dupe worden, in welke vorm dan ook, dan mag je als gemeente niet wegkijken. Daarnaast, heel veel gemeenten doen dit al, Venray, Waalwijk enzovoort. De stelling die de wethouder neemt zorgt voor een kampeerterrein op onder andere begraafplaats Orthen. Met een positieve grondhouding stemmen wij dus voor dit voorstel.

Mevrouw WELTEN (stemverklaring): Goed dat het onderwerp onder de aandacht wordt gebracht. Het is een lastig onderwerp. Wij zijn geen voorstander van grote concentraties bij elkaar. Dat is ook de reden dat wij niet voor het voorstel zullen stemmen. De heer VAN HATTEM (stemverklaring): Ik zal ook tegen het initiatiefvoorstel stemmen omdat dit voorstel uiteindelijk een aanzet betekent tot grootschalige arbeidsmigrantencomplexen en daar zijn wij als PVV op tegen. Het voorstel is door de gemeenteraad verworpen. De leden van de fracties van Bossche Groenen (mw. Hendrickx, mw. Claessen, Hoeben), 50PLUS (mw. Hernández), SP (mw. Visscher, Roovers), gewoon ge-DREVEN (Van Creij) en Leefbaar ’sHertogenbosch (Kagie, Mees) hebben voor gestemd. MOTIES VREEMD – BESPROKEN IN COMMISSIE 13. Straattaxivervoer 13.a Motie vreemd Verordening straattaxivervoer gemeente ’s-Hertogenbosch 2024 Mystery guest in plaats van een klantenbeoordelingssysteem 13.b Motie vreemd Schoon en gratis toegankelijk toilet voor onze taxichauffeurs De VOORZITTER: Dan ga ik over naar de moties vreemd, Straattaxivervoer. Er zijn twee moties over ingediend. Als u het goed vindt, wil ik beide moties onder één agendapunt behandelen, 38

dus ik stel voor dat mevrouw Visscher de mogelijkheid krijgt om de twee moties toe te lichten. Het is een B-stuk, dat betekent daarna reactie portefeuillehouder en daarna stemming. Mevrouw VISSCHER: Ik zal het kort houden aan het einde van een toch nog onverwacht lange vergaderavond. De taxichauffeurs hebben van zich laten horen. Zij betalen heel veel geld voor een vergunning en ze zijn het zat dat de gemeente als vergunningverlener wel allerlei eisen stelt maar geen oor lijkt te hebben voor de wensen en bedenkingen van de taxichauffeurs en daarom deze twee moties. De eerste motie gaat over een toilet voor de chauffeurs. Logischerwijze brengen de taxichauffeurs veel tijd door in hun auto of op het station. Op het station is een toilet dat € 0,90 per keer kost en na 21.00 uur is dat toilet gesloten. Het enige andere toilet dat er nog is, is vaak buiten gebruik of gesloten en als dat niet zo is, dan is het zo smerig dat je nog geen 10 meter er vandaan wilt staan en dat mikt niet zo fijn. In de directe omgeving van het station is geen ander openbaar toegankelijk toilet. Dat moet toch op te lossen zijn voor deze groep? Iets met een app of een pasje, een toegankelijke wc moet toch kunnen en is toch geen overbodige luxe? De tweede motie gaat over het klantenbeoordelingssysteem. De taxichauffeurs geven daarover aan dat zij het een oneerlijk systeem vinden.

Veel van hun klanten zijn niet meer geheel nuchter als zij de taxi gebruiken en regelmatig zijn ze zelfs straalbezopen. Dat heeft zoals u zult begrijpen gevolgen voor de beoordelingen en de taxichauffeur kan niet reageren op de beoordeling en dat voelt erg oneerlijk. De taxichauffeurs zelf voelen meer voor een mystery guest om de chauffeurs te evalueren. Nu kunnen we wel zeggen: we gaan eerst het beoordelingssysteem proberen en evalueren en over een jaar kijken we wel weer verder. Maar dit zijn de mensen die ermee moeten werken en die zeggen: dit werkt niet, dit gaat niet gaat werken, het is oneerlijk en de grote kans is dat het mensen kapotmaakt die het niet verdienen. Laten we luisteren naar die mensen, zij kunnen het weten. Tot zover. Wethouder ROY GEERS: Dank aan de SP voor de beide moties vreemd die zijn ingediend en het debat dat in de commissie is geweest. Ik zal beide moties ook even langslopen. In de motie voor wat betreft het klantenbeoordelingssysteem vraagt u eigenlijk afscheid te nemen van dat klantenbeoordelingssysteem en de mystery guest in te voeren. U besloot eerder als raad bij de verordening om juist afscheid te nemen van de mystery guest en een klantenbeoordelingssysteem in te voeren. Dat hebben wij op dit moment in voorbereiding.

Daarover hebben wij ook de gesprekken met de taxichauffeurs via een klankbordgroep, ook vooral om te kijken hoe we dat kunnen gaan doen en die gesprekken volgen op dit moment nog en die zullen we ook verder vervolgen. Dus in dat opzicht willen wij deze motie ontraden. Bij de tweede motie voor wat betreft de toiletten snappen wij ook de behoefte aan een goede toiletvoorziening. We volgen daarin drie lijnen. Er zijn een aantal openbare toiletten die ook gebruikt kunnen worden, bijvoorbeeld ook in de Wolvenhoekparkeergarage, gratis beschikbaar en ook vaak heel laat nog open. We helpen de taxichauffeurs ook heel graag in de bekendheid en de beschikbaarheid van de openbare toiletten die we op dit moment hebben. We kunnen ons ook voorstellen dat de taxichauffeurs net zoals veel andere beroepsgroepen die veel tijd op straat doorbrengen, ook zelf kunnen kijken wat daarin de mogelijkheden zijn, de alternatieven, en daarover ook afspraken te maken. Tot slot, en dat is wellicht ook een belangrijke, op dit moment hebben wij ook in onderzoek hoe het staat met de beschikbaarheid van de openbare toiletten. Daar zijn ook op dit moment raadsvragen over gesteld en dat onderzoek loopt op dit moment ook.

Belangrijk daarin is dat we niet kijken per doelgroep maar naar de beschikbaarheid van toiletten voor iedereen in de binnenstad, zowel mensen die er werken als de bezoekers in de binnenstad, dus ook deze motie ontraden wij. Motie 13.a, Mystery guest i.p.v. klantenbeoordelingssysteem, van de SP De heer VAN HATTEM (stemverklaring): Ik zal voor de motie stemmen, maar dan wel met een clausule, zullen we maar zeggen. De motie roept op tot een mystery guest maar in plaats van het beoordelingssysteem. Ik denk dat een mystery guest juist een toegevoegde waarde kan zijn, boven op het beoordelingssysteem in plaats van in plaats ervan. Dus met die clausulering zou ik de motie kunnen steunen. De heer HOEBEN (stemverklaring): Wij zullen tegen de motie stemmen, mede omdat we eerst even de evaluatie willen afwachten. De heer ÇIFÇI (stemverklaring): Wij zijn tegen deze motie. Eerst willen wij zien wat de voorgestelde systematiek oplevert. Wel kijken we over een aantal maanden graag terug wat dit heeft opgeleverd en of dat aanpassingen vraagt. 39

De heer VAN CREIJ (stemverklaring): Ik zal ook tegen de motie stemmen. Zowel de mystery guest als het klantenbeoordelingssysteem moet je beide niet willen. De heer PLOEGMAKERS (stemverklaring): Ook wij stemmen tegen deze motie. De argumenten hebben we al gehoord. Het systeem van klantenbeoordeling moet nog worden ingevoerd en daarop willen we afwachten wat de resultaten zijn. Mevrouw SAMSHUIJZEN (stemverklaring): Ik zeg het niet vaak, maar ik sluit me aan bij de woorden van collega Ploegmakers in dezen. Motie 13.a is door de gemeenteraad verworpen. De leden van de fracties van PVV (Van Hattem) en SP (mw. Visscher, Roovers) hebben voor gestemd. Motie 13.b, Schoon en gratis toegankelijk toilet voor taxichauffeurs, van de SP De heer VAN SILFHOUT (stemverklaring): De wethouder noemde het al, wij wachten met hoge nood op het onderzoek van Stichting HogeNood, zodat we daadwerkelijk het debat over toiletten kunnen voeren. We zijn wel voor deze motie omdat we wel de noodzaak zien om dit goed te regelen. De heer EL AMRAOUI (stemverklaring): Wij zullen tegen deze motie stemmen, met name omdat wij ook afwachten op het onderzoek van HogeNood en breder willen kijken naar hoe wij wc’s toegankelijk maken voor Bosschenaren en bezoekers.

Mevrouw SAMSHUIJZEN (stemverklaring): Wij zullen tegen de motie stemmen omdat we ook graag het onderzoek afwachten en in de breedte ook gewoon voorstander zijn van überhaupt voor iedereen meer openbare toiletten, dus niet alleen voor taxichauffeurs. De heer PLOEGMAKERS (stemverklaring): Ik sluit me geheel aan bij de woorden van mevrouw Samshuijzen. De heer VAN CREIJ (stemverklaring): Het wordt een beetje eentonig, maar wij willen geen onderscheid in toiletvoorzieningen voor bepaalde doelgroepen. Openbare toiletten horen voor iedereen te zijn. De heer GERSJES (stemverklaring): Wij zullen onze ingediende artikelvragen afwachten, wat er uit het onderzoek komt, en daarom stemmen wij nu tegen. De heer VAN HATTEM (stemverklaring): Ik zal voor de motie stemmen, want ik begrijp dat er onder de taxichauffeurs behoefte is om hun behoefte te kunnen doen, en daarin is dit natuurlijk wel belangrijk, omdat de wethouder heeft aangegeven dat dat eerst wordt opgevolgd, maar het moet niet zo zijn dat het een gemeentelijke taak wordt om de toiletten schoon te houden en aan te bieden en alles maar… Er moet wel een toiletvoorziening op zich beschikbaar zijn. De heer ÇIFÇI (stemverklaring): Wij zijn voor deze motie. Afgelopen carnaval heb ik nog heel wat taxichauffeurs gesproken. Een schoon en gratis toegankelijk toilet voor taxichauffeurs is geen luxe, maar een basisvoorziening.

Ze zijn dag en nacht onderweg voor ons. Dan mag er ook iets voor hen geregeld worden. Dank u wel. Mevrouw HENDRICKX (stemverklaring): Het onderzoek komt eraan. Hartstikke goed. We hebben al vaker aandacht gevraagd voor de toiletvoorzieningen en we hopen dat er nu ook echt steun voor komt. Dank aan het initiatief van Volt en we zullen vooruitlopend op het onderzoek dit voorstel steunen. Er is hoge nood, dus volgens mij belet ons niets om gewoon nu alvast voor de taxichauffeurs wat te regelen. Dus voor. Motie 13.b is door de gemeenteraad verworpen. De leden van de fracties van Volt (Van Silfhout), De Bossche Groenen (mw. Hendrickx, mw. Claessen, Hoeben), PVV (Van Hattem), Bosch Belang (Van der Krabben), 50PLUS (mw. 40

Hernández), SP (mw. Visscher, Roovers) en PvdA (Peters, mw. Hoekstra, Çifçi) hebben voor gestemd. De VOORZITTER: Daarmee sluit ik deze vergadering. Zoals u weet is de volgende raadsvergadering op 7 mei, dus op een woensdag, en niet op 6 mei, in verband met Bevrijdingsdag. Ik wens u allemaal een prettige Paasvakantie en daarna meivakantie toe en dan zie ik u op 7 mei. Ik sluit de vergadering.

Sluiting 22.32 uur

Vastgesteld in de vergadering van de gemeenteraad d.d. 7 mei 2025

41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15455518/1