CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen raadsvergadering 2024-09-10

Gemeenteraad 8 oktober 2024, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Goedkeuring notulen van de openbare raadsvergadering van de gemeenteraad van 10 september 202440.394 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Motie 13, Stop asieltoerisme, van PVV. De heer VAN RENS (stemverklaring): Dat de landelijke overheid wegloopt voor haar verantwoordelijkheid op dit punt betekent niet dat wij dat als Den Bosch ook moeten doen en wij zullen deze motie niet steunen. De heer VAN SILFHOUT (stemverklaring): De wethouder zei het al, dit heeft weinig met de toerismevisie te maken en om daar nu een karikatuur van te maken door het ineens asieltoerisme te noemen om het daarmee bij deze discussie te kunnen betrekken, is natuurlijk onzin van de bovenste plank. Wij zijn niet voor deze motie, we zijn dus tegen.

28

De heer VAN CREIJ (stemverklaring): Ik steun de wethouder dat deze eigenlijk niet in deze visie thuishoort. Motie 13 is door de gemeenteraad verworpen. De leden van de fracties van Leefbaar 's-Hertogenbosch (Kagie, Mees) en PVV (Van Hattem) hebben voor gestemd. 12.

Wensen en bedenkingen Economische Visie ’s-Hertogenbosch 2035

De VOORZITTER: Dan gaan wij over naar het tweede agendapunt met wederom wensen en bedenkingen en er is geen raadsbesluit nodig. U hebt in de commissie een uitgebreide discussie gehad en ik begreep net van de heer Van der Krabben dat motie 6 is ingetrokken. Dat betekent dat er zeven moties over zijn en die zullen de nummers houden die genoemd staan. Dan geef ik straks het woord aan de heer Kouwenberg, dan aan de heer Hoeben, dan de heer Vossen, dan de heer Mees en dan mevrouw Samshuijzen. Zijn er anderen in de eerste termijn? De heer Van Rens, de heer Ploegmakers, de heer Van Creij en de heer Van der Krabben. Dan de heer Kouwenberg als eerste. De heer KOUWENBERG: Dank u wel. Stelt u zich eens voor, ik ben een ondernemer geboren en getogen in het hart van Rosmalen en ik begin met trots vanuit mijn eigen huis een bedrijf, gedreven door mijn ambitie om impact te maken en duurzaamheid centraal te stellen, mijn focus ligt op de markt van refurbished producten waar ik kansen zie om bij te dragen aan een groenere toekomst. Het gaat goed, het bedrijf groeit en al snel merk ik dat mijn garage te klein wordt. Een luxeprobleem zou je denken, maar ook een uitdaging.

Terwijl ik zoek naar een geschikte ruimte, groeit niet alleen mijn bedrijf maar ook mijn betrokkenheid bij de gemeenschap, ik werk met iemand uit de buurt met een afstand tot de arbeidsmarkt die mijn producten met zorg controleert op kwaliteit, ik werk met een lokaal boekhoudbedrijf dat mij bij de financiële kant ondersteunt en ik sponsor al een tijdje de plaatselijke voetbalclub. Sterker nog, met mijn bedrijf zorgen we ervoor dat computers worden gedoneerd aan de ouderenvereniging, zodat zij computerlessen aan hun leden kunnen geven. Dit is wat lokaal ondernemerschap betekent voor een gemeenschap, maar dan komt de keerzijde. Na lang wachten krijg ik eindelijk de kans om me in te schrijven voor een kavel op het bedrijventerrein in mijn eigen Rosmalen, de plek waar ik ben opgegroeid, waar ik wil blijven en waar mijn wortels liggen. Maar ik ben niet de enige. Een groot logistiek bedrijf uit het buitenland is ook geïnteresseerd en wil direct meerdere kavels bemachtigen. U voelt de bui al hangen, de lokale ondernemer die zo verweven is met zijn gemeenschap staat op het punt te worden verdrongen door buitenlandse grootmachten. Wat betekent dat voor mijn bedrijf, voor mijn personeel, voor de voetbalclub, de boekhouder en de ouderenvereniging? Niemand van ons wil dit zien gebeuren.

Dit verhaal staat natuurlijk symbool voor waarom wij vandaag deze motie samen met de VVD, het CDA, VOOR Den Bosch, gewoon geDREVEN, Bosch Belang, PVV en 50PLUS indienen, lokaal ondernemerschap behouden en versterken, zodat ondernemers die diepgeworteld zijn in onze gemeenschap een eerlijke kans krijgen tegenover de grote buitenlandse investeerders want lokaal ondernemerschap is meer dan alleen zakendoen, het is een belangrijk onderdeel van onze samenleving. Dan de andere moties nog even kort. Wij dienen motie 3 van de PvdA graag mee in. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Collega Kouwenberg geeft een heel mooi voorbeeld waarbij ook heel veel andere aspecten meespelen dan alleen lokale binding, ook duurzaamheid en maatschappelijke toegevoegde waarde, maar dat lees ik niet in uw motie en uw dictum. Kunt u schetsen waarom u dat niet hebt opgenomen en kunt u dat er alsnog in opnemen? U laat die criteria nu buiten beeld en dat vindt mijn partij best jammer, ik zou het mooi vinden als u dat ook opneemt. De heer KOUWENBERG: In de overwegingen staat het wel genoemd, maar in het dictum inderdaad niet zodat het dictum zo breed mogelijk kan worden geïnterpreteerd, maar daarom zijn die overwegingen er natuurlijk wel, dus ik denk dat ik u wel tevreden kan stellen. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Wanneer het niet in het dictum staat, gaat het alleen maar om het lokaal ondernemerschap opnemen.

Wilt u ons een plezier doen en ook duurzaamheid en maatschappelijke toegevoegde waarde, waarvoor u zelf pleit, in het dictum opnemen, zodat die ook worden meegenomen en we echt die mooie bedrijven met die lokale binding voorrang kunnen geven? De heer KOUWENBERG: Ik nodig mevrouw Samshuijzen uit om daar niet zo eng naar te kijken, maar het breed te omarmen en de motie daarom te steunen. Dat kan allemaal, wij willen het niet verkleinen tot alleen maar het duurzaamheidsaspect. 29

Mevrouw SAMSHUIJZEN: Het gaat om duurzaamheid en om de maatschappelijke betrokkenheid. Wanneer u het alleen hebt over lokale binding, kan het alle kanten op, dan kan dat ook een lokaal bedrijf zijn dat hartstikke grijs en niet maatschappelijk betrokken is, ik schets maar even iets en dat risico willen wij… We willen juist dat uw mooie voorbeeld voorrang krijgt en dat dit duidelijk in het dictum staat. Wij hebben er moeite mee als dat er niet in staat, dat vinden we jammer. De heer KOUWENBERG: We komen hier bij het Bedrijventerreinkader op terug, dus ik nodig u uit om deze motie te steunen, dan weet u zeker dat het erin komt. De heer VOSSEN: Ik was geroerd door een sociaaldemocratisch verhaal tegen het grootkapitaal en daarvoor hulde maar, een beetje aanhakend op de woorden van mevrouw Samshuijzen, er is ook een vraagstuk. Als ik uw motie lees, is dan zoiets als het Innovatie Kwartier met heel veel maatschappelijke impact niet mogelijk want er zijn ook genoeg bedrijven die niet uit Den Bosch komen, maar die wel impact op onze Bossche samenleving hebben. De heer KOUWENBERG: Volgens mij sluiten wij met deze motie helemaal niets uit, dus ik zie daar geen probleem ontstaan.

Ik wil nog reageren op de motie van de heer Vossen, die dienen wij graag mee in omdat het verbeteren van de arbeidsmarkt en het verhogen van het werknemersperspectief aan een betere balans tussen werkelijk en economische kansen werkt. Werk is natuurlijk naast een bron van inkomen ook een bijdrage aan persoonlijke voldoening en geluk. Dan de andere moties, ik heb niet alles bij, dus die gaan nog heel even afwachten. De heer HOEBEN: Het draait weer om het woordje 'groei', maar nu in een iets andere context want een economische visie die uitgaat van groei, de groei van het aantal arbeidsplaatsen en het aantrekken van nieuwe bedrijvigheid… Groei van het aantal arbeidsplaatsen leidt ook tot groei van het aantal inwoners die vervolgens voorzieningen nodig hebben, zoals een stukje huisvesting, huisartsen, onderwijs, kinderopvang en groeiende bedrijvigheid die bovendien een toenemende vraag naar energie en andere infrastructuur met zich meebrengt. In Nederland ontstaat een nieuwe werkelijkheid waarin het niet meer vanzelfsprekend is dat voorzieningen voor nieuwe inwoners en bedrijven zomaar kunnen worden gerealiseerd. Met het aantrekken van nieuwe bedrijven en arbeidsplaatsen zijn we verplicht om vooruit te denken over het vereiste voorzieningenniveau.

Het is van belang dat de gemeente ook een duidelijke visie ontwikkelt die deze groei op het broodnodige voorzieningenniveau gaat faciliteren. Vandaar deze motie met het verzoek om gelijktijdig met het uitvoeringsprogramma Economische Visie een uitgebreid plan te presenteren over het voorzieningenniveau dat nodig is bij toenemende bedrijvigheid en groei van het aantal arbeidsplaatsen. Namens de SP en De Bossche Groenen. We worden meegenomen in een prachtig verhaal over motie 1 en het zou wel heel erg zijn als mijnheer Kouwenberg met zijn bedrijf met al die goede doelstellingen toch de grens over gedrukt wordt. Ik plaag u maar een beetje, het gaat om de ruimte zoeken in het Didamarrest, wat u terecht opschrijft en dat kunnen wij van harte ondersteunen. Dan motie 3 van de PvdA om een voorschotje te nemen. Dat is eigenlijk een verlengstuk van waar ik het net over had, het zit in ieder geval in dezelfde lijn, dus die kunnen we ook van harte ondersteunen. Dan hebben we nog wat moties over het beschermen van het economische vestigingsklimaat en de economische strategie die anticipeert. Het zijn allemaal hele terechte dingen, wij luisteren goed naar wat de collega's daarover zeggen, maar wij overwegen toch om die te steunen. Dan de twee toegevoegde moties van de PvdD. Eiwittransitie, ja terecht. Daar moeten we naar kijken en daar mag in die visie echt wel wat meer nadruk op komen.

Dan de postgroei. Ja dat is ingewikkeld, maar die gaan wij van harte steunen. Tot zover voorzitter. De heer VOSSEN: Aan het begin van de avond zei ik het, al reuring, bedrijvigheid en levendigheid en ook de economische visie straalt dat uit, maar de Bossche PvdA zei het al tijdens de commissievergadering, het BBP meet alles behalve wat het leven waard maakt en als je het in Den Bosch vraagt en als je het aan onze raad vraagt dan zetten wij wel een stap richting die brede welvaart, we gaan kijken naar aspecten die er wel toe doen. Met de stap die hier wordt gezet maken we dus gecontroleerde groei mogelijk. We moeten goed kijken naar de economische monitor, we moeten goed kijken naar de Nieuwe Economie Index en als je het aan de Bossche PvdA vraagt, is dit een mooie stap vooruit, maar op sommige aspecten nog te dun want de focus op arbeid en arbeidsmarkt is naar onze smaak te summier. Zonder arbeid is er namelijk geen welvaart, zonder de mensen die het werk doen, kunnen we het hier niet opbouwen en daarom dienen we met velen een motie in over beter zicht krijgen op die brede welvaart, breder zicht krijgen op arbeid, arbeidsmarkt en het werknemersperspectief. Zoals D66 tegen mij zei, we moeten ook kijken naar hoe mensen op de 30

arbeidsmarkt kunnen groeien, we moeten ook kijken hoe de mensen het doen, het perspectief van onze inwoners meenemen en niet een Utrechtse Nieuwe Economie Index overnemen, maar een Bossche index verwezenlijken en kijken hoe we die kunnen maken. We hoeven geen nieuw project op de markt te zetten, maar punten wat tweaken. Richting Rosmalens Belang, u gaf zojuist een antwoord richting de PvdD waarmee wij iets kunnen. We hebben inderdaad een discussie over de postgroei gehad, maar u hebt ons in de commissievergadering en met de moties die tot dusver zijn ingediend op dit stuk nog niet overtuigd. Tot zover. De heer MEES: Net als bij het vorige punt is over dit onderwerp uitvoerig in de commissie Bedrijvigheid gesproken. Leefbaar 's-Hertogenbosch ziet kansen, we hebben als stad veel in huis en we moeten niet al te bescheiden zijn. Tegelijkertijd moeten we oppassen dat we de sociaalmaatschappelijke impact zo dominant maken dat ondernemen bijzaak wordt. Recentelijk hebben we dit kunnen zien bij onze marktkooplui die door te strenge regels dreigen af te haken. Vandaar onze motie over de implementatie van de Nieuwe Economische Index, kort gezegd geen bureaucratisch monster en betrek het bedrijfsleven bij de uitwerking, dat lijkt ons heel verstandig.

We lezen in de visie dat we een sterke economie hebben met een bovenregionale invloed en dat we andere steden en regio's iets te bieden hebben. Met onze motie willen we uitvoering geven aan een economische strategie die anticipeert en dit in concreto in het actieplan meenemen, bijvoorbeeld door kansen voor zakelijk toerisme te benutten en dan hebben we ook direct de verbinding met de toeristische visie. De heer VOSSEN: Dank u zeer voor uw bijdrage tot dusver. Ik las in uw motie over de profilering van Den Bosch en dat we met name misschien moeten kijken naar het faciliteren van congreslocaties en dat soort zaken. Lees ik in uw motie ook dat u eigenlijk een herprofilering wilt op onze economische visie, dat we het stukje data, AgriFood Capital en zo, loslaten of lees ik er dan echt te veel in? De heer MEES: We hebben gewoon veel in huis, dat is het. We hebben als stad heel veel te bieden, dat zei ik net ook, we moeten niet te bescheiden zijn. We moeten echt werk maken van de pareltjes die wij in onze stad hebben bijvoorbeeld voor congressen en dergelijke. De heer VOSSEN: Blijft parallel daaraan de profilering op datastad, AgriFood Capital en dergelijke sectoren zitten? De heer MEES: Ja, u hebt mijn niet horen zeggen dat ik die buitensluit.

Mevrouw SAMSHUIJZEN: Mijn collega Romijn heeft het in de commissie al duidelijk verwoord, het is de hoogste tijd voor een nieuwe economie, een economie waarin het draait om beter en niet om meer, meer, meer. Ondanks dat er veel groene en maatschappelijke ambitie en bewustwording in de visie van het college staat, is het fundament nog niet wat het zou moeten zijn om binnen de draagkracht van de aarde te blijven. Het is tijd om af te stappen van dat meer, meer, meer en het is tijd voor een nieuw economisch tijdperk, namelijk postgroei. Postgroei, letterlijk na de groei dus een einde aan de kwantitatieve groei en aan de groei van de consumptie en de economie, een einde aan dat meer dan dat. Dat schept ruimte voor het nieuwe, voor kwalitatieve groei en voor dat beter, voor persoonlijke groei, voor sociale groei, voor groei van biodiversiteit, groei van creativiteit, groei van burgerparticipatie en bovenal groei van geluk en tevredenheid. Om die koers in te zetten, de koers van beter in plaats van dat meer, meer, meer, dienen wij de motie 'Niet meer maar beter' in. Daarnaast roepen we op om de kwalitatieve kansen die wij als gemeente hebben te benutten. We zijn het middelpunt van de regio in landbouwinnovatie. De heer ALTENBURG-COLLIN: Ik heb toch even de behoefte om hierop te reageren.

Het klinkt allemaal zo fantastisch, postgroei en een nieuwe economie, maar hebt u data beschikbaar over dat dit ooit gaat werken, dat deze vogel kan gaan vliegen? Mevrouw SAMSHUIJZEN: Ik kan richting collega Altenburg-Collin aangeven dat het niet alleen geweldig klinkt, maar dat het ook geweldig is. Ik kan u van harte het boek aanbevelen waar collega Bos, volgens mij zit hij achter in de zaal, in de commissievergadering al aan refereerde, daarin kunt u een hele uitgebreide achtergrond en onderbouwing van mijn verhaal vinden, dus bij dezen de literatuur die u zoekt. Dat middelpunt van de regio in de landbouwinnovatie biedt gouden kansen voor een duurzame en ook een diervriendelijke toekomst die ook voor boeren en andere ondernemers in de agrarische sector een duurzaam zeker toekomstperspectief biedt door in te zetten op de transitie 31

van dierlijke eiwitten naar plantaardige eiwitten, de eiwittransitie, u kent het wel. De productie van dierlijke eiwitten, de dierenindustrie, is een doodlopend onhoudbaar spoor en naast al het dierenleed pleegt deze vorm van voedselproductie ook roofbouw op de aarde. Die manier van voedselproductie is simpelweg niet vol te houden en geeft geen perspectief voor boeren. Die boeren verdienen een eerlijke toekomst en als overheid dienen we daar dan ook de weg in te leiden. Wij horen vaak trotse woorden over wat de gemeente al doet in de combinatie landbouw, voeding en duurzaamheid, maar op het vlak van die eiwittransitie gebeurt er eigenlijk nog niet zo heel veel. Werpt u eens een blik op het jaarplan van AgriFood Capital, dan gaat € 0 naar de eiwittransitie en ook onder de lopende projecten niets over die eiwittransitie, waar uiteraard wel wordt ingezet op innovatie van de dierlijke productieketen. Daar zien wij ruimte voor verbetering en ook binnen de BIM wordt niet of nauwelijks op de eiwittransitie ingezet. In de Jamfabriek zitten bedrijven die primair zijn gericht op food waarvan welgeteld één zich inzet voor de eiwittransitie. Chapeau voor dat bedrijf overigens. Een van de ambities in de voorliggende visie is Den Bosch als centrumgemeente in een innovatieve en duurzame voedingsregio.

Hierbij worden Agrifood Capital en de Jamfabriek als belangrijke stakeholders genoemd, maar ook de HAS. De HAS heeft een lectoraat Eiwittransitie en dat is het vlak waar die kansen liggen. Als we onze boeren toekomst willen geven, moeten we hen op weg helpen naar een houdbaar systeem, dus kiest u voor een houdbaar systeem, voor die duurzame landbouw zoals in de visie staat, kies dan voor een toekomst voor onze boeren, dan kiest u ook voor de motie 'Toekomst voor boeren als spil van een duurzame economie'. Dan de andere moties. Motie 1, 'Lokaal ondernemen', ik heb net al toegelicht dat het voor ons te smal is. Als dat dictum niet wordt aangepast zodat dit zich ook richt op maatschappelijke toegevoegde waarde en duurzaam ondernemen, dan kunnen we er helaas niet mee uit de voeten. Het voorzieningenniveau vinden we ook belangrijk en daar gaan we in mee. Dan het verbreden van de NEx van de PvdA. Op zich zijn we daar positief over, maar wel de vraag aan het college wat dit gaat inhouden qua criteria die worden gemeten. Motie 4 doet afbreuk aan de NEx en daar gaan we niet in mee en motie 5 zien we toch voornamelijk inzetten op economische groei, u hoorde net van mij dat wij daar niet zo'n voorstander van zijn. Tot zover.

De heer VAN RENS: In de commissie ging het al uitgebreid over de Bossche economie van de toekomst en dat doe ik vandaag niet over, maar ik wil wel kort een aantal punten die voor D66 belangrijk zijn aanstippen. D66 is blij dat wordt gewerkt aan een Bossche economie waarin maatschappelijke en duurzame impact het nieuwe normaal zijn. Een verschuiving van logistiek naar gezondheidszorg juichen wij zeker toe, daar ligt immers een grote uitdaging voor de toekomst. Het is onwijs belangrijk om onze ondernemers de ruimte te geven om te ondernemen omdat onze ondernemers cruciaal zijn voor een economisch gezond 's-Hertogenbosch en ruimte geven aan nieuwe ondernemingen zorgt voor nieuwe impulsen. Ondernemers die een bijdrage willen leveren zijn wat D66 betreft dan ook van harte welkom en zoals gezegd zijn die cruciaal voor een succesvolle gemeente. D66 vindt het ook economisch gezien belangrijk om breder te kijken dan alleen binnen de eigen gemeentegrenzen want de economie stopt immers niet wanneer je de Maas oversteekt of wanneer je Oss binnenrijdt. Onze muntjes verdienen we niet alleen lokaal, maar juist door samen te werken met anderen, ook buiten onze gemeente en zelfs landsgrenzen.

Het zal u niet verbazen dat wij kijken naar voorstellen die de economische positie van 's-Hertogenbosch versterken en dat we die zullen steunen, maar daarbij houden we ook oog voor de mogelijk negatieve effecten van groei en moties die daar niet op aansluiten, zullen wij niet steunen. Ik wil graag een aantal moties kort toelichten. De NEx is een goede toevoeging, maar vergeet een belangrijke pijler en collega Vossen refereerde er net al aan, we dienen de motie van de PvdA om ook te kijken naar de arbeidsmarkt en werkgeverschap mee in. Economie is ook veranderlijk en dat betekent ook dat je moet kunnen anticiperen en wij zullen daarom ook motie 5 van Leefbaar 's-Hertogenbosch steunen. Die NEx is een mooi instrument, maar ondernemers moeten ook kunnen blijven ondernemen en wat ons betreft is de NEx niet iets wat ondernemers beperkt in de ruimte om te ondernemen. Wij zullen motie 4 van Leefbaar 's-Hertogenbosch daarover dan ook steunen. Tot zover. De heer PLOEGMAKERS: We zijn positief over de voorliggende Economische Visie 2035 en de keuzes die daarin worden gemaakt. Het succes van deze plannen kan in onze beleving alleen tot stand komen als maatschappelijke organisaties, onderwijs, bedrijfsleven, inwoners en gemeenten er actief mee aan de slag gaan en participeren. Nogmaals, dat bepaalt het succes naar 2035 toe.

Het CDA kiest voor welvaart in brede zin, economisch, ecologisch en sociaal-maatschappelijk, alleen dan kunnen we in de ogen van het CDA spreken van een gemeente die in balans is. Hierbij hebben we niet alleen oog voor materiële welvaart, economische ontwikkelingen en de korte termijn, nee, dan schieten we wat het CDA betreft tekort. We kiezen voor alles wat we van waarde vinden, een gezonde gemeenschap, goed en veilig onderwijs, ruim baan voor talentontwikkeling en een rijk en gevarieerd 32

cultureel aanbod, niet alleen voor vandaag, morgen of overmorgen, maar voor de lange termijn, de horizon is gericht op 2035. Het CDA ziet de economische visie als een goed vertrekpunt, een vertrekpunt dat zal moeten leiden tot meer balans in onze samenleving. We dienen twee moties mee in, namelijk de motie van Rosmalens Belang die heel goed aansluit bij de motie over het bedrijventerrein Heesch West die deze raad in 2021 al heeft aangenomen en in het kader van de brede welvaart en alles daaromheen dienen we ook de motie van de PvdA mee in. We zullen tegen alle andere moties stemmen. Dank u wel. De heer VAN CREIJ: Wij hadden veel inbreng bij de toeristische visie en hier is onze inbreng wat minder. We hebben in de commissie Bedrijvigheid al aangegeven dat wij heel veel verwevenheid zien tussen de economische en de toeristische visie en we hebben ons ei eigenlijk bij de toeristische visie gelegd, maar daar ben ik eigenlijk één opmerking vergeten te maken en die parkeer ik nu hier even. Richting de wethouder die betrokken was bij de totstandkoming van het Halloweengebeuren in het Rosmalen. Ik heb de afgelopen weken eigenlijk alleen maar complimenten gehoord over hoe dat is verlopen en dat is zeker ook een compliment richting de wethouder waard.

We hebben het net over de toeristische visie gehad en we hebben het nu over de economische visie, dat soort zaken hangt allemaal samen, dat wil ik even gezegd hebben. Dan de moties. Motie 1 over lokaal ondernemen zou zo uit ons verkiezingsprogramma gehaald kunnen zijn. Het viel me wel op dat het Didamarrest hier wordt genoemd en dan zou ik bijna tegen de schrijver van Rosmalens Belang willen zeggen ook eens naar het hele gang van zaken bij de Brabantbadlocatie en het Didamarrest te kijken, dat staat toch wel een beetje haaks op elkaar denk ik dan maar, maar wat ons betreft helemaal steun. Dan het voorzieningenniveau economische visie van De Bossche Groenen. Daar zijn wij niet op tegen. Dan 'Zonder arbeid geen welvaart', daar wachten wij vanuit een negatieve insteek de reactie van de wethouder af, maar misschien kan de wethouder ons straks overtuigen. Dan de moties 4 en 5, 'Bescherming van het economisch vestigingsklimaat' en 'De economische strategie die anticipeert' van Leefbaar 's-Hertogenbosch, daar zijn we helemaal voor. Toen ik motie 7 binnenkreeg, dacht ik 'de PvdD heeft het licht gezien', de boeren als spil. Ik zag de kop en ik was hoopvol, maar toen ik deze las, zag ik het voordeel voor de boeren eigenlijk totaal niet, wij gaan niet bepalen wat iemand gaat produceren, dus die heeft wat dat betreft geen steun.

In ieder geval was de kop van de motie hoopgevend en misschien kan de tekst de volgende keren wat richting de boeren komen. We zijn ook niet voor de motie 'Niet meer maar beter'. Tot zover. De heer VAN DER KRABBEN: De economische visie voor de komende tien jaar. Ik zeg altijd 'wie kan zover vooruitkijken?' Die zit niet hier om tafel, maar die zit op de beurs. We weten wat we allemaal kunnen meemaken als je zo ver vooruitkijkt, pak maar de energiecrisis die om de hoek is komen kijken en pak maar de coronatijd die we hebben gehad. Ik zal niet verder teruggaan, maar je hebt wel een visie nodig op waar je naartoe zou willen groeien, maar je moet er rekening mee houden dat er onderweg dingen kunnen gebeuren die je geen van allen van tevoren kunt voorzien en als ik dan kijk waar we nu staan, dan wil ik zeggen 'we hebben de wind in de zeilen en stuurman zorg dat je de goede koers houdt'. Als ik zie dat wij op dit moment 116.000 arbeidsplaatsen hebben en wij 3,3% werklozen hebben, we hebben hier ooit in de raad gezeten toen dit 7 tot 10% was, dus we maken bijzondere tijden mee. Als ik zie dat er 127 ICT-bedrijven zijn bij gekomen, zijn dat ontwikkelingen die wij van harte toejuichen en daarmee ook de visie die op tafel ligt, want die geeft uitgangspunten om deze groei mogelijk te maken. Tegelijkertijd breng ik ook in beeld wat de regering op dit moment over ons heen laat komen.

Prinsjesdag moet nog komen, maar het zal voor de gemeenten geen halleluja zijn. Als ik er eentje mag uitlichten, men geeft aan dat fors op het wetenschappelijk onderwijs wordt bezuinigd en dat wil zeggen dat ons contract afloopt met onze universiteit waar we twee/drie partners bij hebben, de provincie en twee universiteiten in Eindhoven en Tilburg afloopt. Die in Tilburg geeft al aan 'als dat zou doorgaan, moet ik € 30 miljoen per jaar bezuinigen, moet er een x-aantal docenten uit en minder studenten'. Ik verneem graag van het college of het al inzicht heeft in de consequenties voor onze universiteit. De heer VAN HATTEM: Onze universiteit is niet echt onze universiteit, het is een subafdeling van twee andere universiteiten. Als er beperkt middelen beschikbaar zijn, moeten keuzes worden gemaakt tussen bijvoorbeeld zorg, sociale zaken en armoedebestrijding en er zit nu een universitaire afdeling op een hele dure locatie die onevenredig veel geld kost, is het dan niet een zorgvuldige afweging om op sommige punten misschien de hand aan de beurs te houden en dat op een efficiëntere manier in te richten?

33

De heer VAN DER KRABBEN: Als iemand voorstelt om iets efficiënter te doen, ben ik daar altijd voor, maar dat moet dan wel op tafel komen. Ik spreek mijn zorgen uit over wat er op ons af komt en ik vraag aan het college of het al inzicht op dat terrein heeft. U diskwalificeert een beetje de universiteit waarvoor we jaren hebben geknokt, om deze in deze omvang in Den Bosch te krijgen en hopelijk ook te behouden. . De heer VAN HATTEM: Ja, maar het punt is dat dit wel een instelling is waar steeds geld bij moet, die niet echt rendeert en dan is de vraag of je daar gemeenschapsgeld in moet blijven steken of dat je dat geld veel efficiënter kunt besteden, ook binnen het universitair onderwijs. De heer VAN DER KRABBEN: Het is eigenlijk de taak van de vier partners om dat in beeld te brengen, dat onderzoek loopt en als het goed is, krijgen wij daar bij de begroting wat meer inzicht in, maar tegelijkertijd komt er dan dit vanuit Den Haag nog een keer overheen, dus de zorg wordt alleen maar groter. Wij hebben de motie 'Drinkwater voor later' ingetrokken omdat die beter bij een ander dossier past, daar komen we later op terug. Wij ondersteunen de motie van de PvdA over arbeid in haar totaliteit, maar ik geef daarbij ook aan: onthoud goed dat de samenleving op gebied van arbeid fors aan het veranderen is.

U moet niet van uw stoel vallen, in Noorwegen krijgt een bedrijf een boete als een werknemer na zijn werktijd een telefoon oppakt of een mail moet lezen. Als je in deze tijd zulke ondernemers naar Den Bosch haalt dan kun je het werkloosheidscijfer wel opschroeven, dus houd in de gaten wat je wel en niet accepteert. Het andere geldt natuurlijk ook, we hebben in de coronatijd gezien dat het thuiswerken formidabel was, maar de retour moet ook nog komen en er moeten ondernemers opstaan die daar een betere balans in weten te brengen dan nu het geval is, want één ding is zeker, ergens moet het worden verdiend. Dat wil ik meegeven, dat versta ik onder de ontwikkeling van de arbeid. Daarbij wil ik het eigenlijk laten. Onze naam staat op twee moties, dus die dienen we mee in. Wethouder RALPH GEERS: Ik begin met het herhalen van bijna de laatste woorden van de heer Van der Krabben, 'ergens moet het geld worden verdiend'. Dat is precies waarover de economische visie gaat omdat wij gewoon een sterke economie nodig hebben, omdat het voorziet in banen en daarmee ook gewoon in inkomen van mensen, omdat het daarmee ook zorgt voor investeringen in ons maatschappelijk middenveld en het ook gewoon zorgt voor de broodnodige belastingen waarmee we hele belangrijke dingen voor onze samenleving kunnen doen.

Het is belangrijk dat we een visie neerleggen en ik ben blij met de brede steun van uw raad die ik ook in de commissie al proefde voor de koers die we inzetten, de basis op orde en daarboven een duidelijk verhaal over welk type ondernemers we willen hebben. Het is ook geen grote koersverandering met nieuwe thema's of nieuwe ontdekkingen, maar wel versterking van waar wij goed in zijn. Het is inderdaad een visie voor tien jaar, de economie is veranderlijk en tegelijkertijd willen we koers houden en ergens naartoe werken en daarom zetten we ook een stip op de horizon neer. Dan heb ik een aantal moties en nog de vraag van Bosch Belang over de data-universiteit, de JADS. Ja, ook wij zien natuurlijk de zorgen die daarop afkomen en we horen ook dat de universiteiten inderdaad stevig moeten kiezen en tegelijkertijd... Ik hoorde de bestuurderspartij PVV, want zo klonk het bijna, spreken over het rendabel hebben van het onderwijs, maar volgens mij is het onderwijs per definitie iets waar gewoon maatschappelijk geld naartoe gaat omdat we de opleiding van onze mensen nu eenmaal van fundamenteel belang vinden en naast sec de onderwijskant van het wetenschappelijk onderwijs heeft onze JADS ook allerlei commerciëlere takken vanuit Leven Lang Leren, de maatschappelijke impact en de opdrachten die we voor hen bedenken. Het wringt en we gaan niet voor niets de afgesproken evaluatie doen.

Die zal ergens in 2025 af zijn en u vindt daarover nog niets terug in de begroting voor 2025 en gezien de afspraken die er liggen hoeft dat ook niet, maar richting 2026, als die evaluatie is afgerond, uiteraard wel en onze insteek is uiteraard dat we kunnen doorgaan met het goede werk van de JADS, juist omdat we hier in onze stad die data-ontwikkeling en data-innovatie zo voorop hebben staan en van toegevoegde waarde vinden. De heer VAN HATTEM: Ik ga nog net niet 'we run this country' zeggen, maar het is wel zo. De wethouder zegt over de JADS 'we geven ze allerlei opdrachten' en dat is allemaal leuk en aardig, maar er worden allemaal opdrachten met publiek geld uitgewerkt en dat is niet bepaald een commerciële insteek die je bij zo een economische visie als deze zou mogen verwachten. Ik hoor daarom toch graag van de wethouder in hoeverre zo'n instelling als de JADS echt een toegevoegde economische waarde heeft en of het niet veel efficiënter is om te kijken naar waar echt geld wordt verdiend, bij echte bedrijven, in plaats van vanuit de gemeente allerlei opdrachten neer te leggen die met overheidsgeld worden uitgevoerd. 34

Wethouder RALPH GEERS: Even twee punten. Aan de ene kant gaat de mate waarin die economische impact er is, blijken uit die evaluatie die op dit moment loopt, daarin zien we dat. We merken nu al wel dat er bedrijvigheid uit de JADS ontstaat. We zien dat de JADS als kennisinstelling ook allerlei nieuwe economische ontwikkelingen verder brengt, bijvoorbeeld omdat die in een consortium nieuwe producten ontwikkelt. Dus daar gebeurt veel en ik bedoelde met 'ons' eigenlijk vooral het hele ecosysteem en niet per definitie alleen wij als lokale overheid. Wij hebben nu eenmaal wel een afspraak over de financiering gemaakt, dat doen we en we zorgen ook gewoon met het bedrijfsleven en andere partners dat we met die data-ontwikkeling echt die economische datastad zijn op de vlakken waar we die willen zijn. De heer VAN HATTEM: We zijn ook een stad van datalekken, maar dat is een andere discussie. Het punt is dat je mag verwachten dat bedrijven bereid zijn om er mede in te investeren als de JADS zo'n belangrijke economische ontwikkeling is, die zo relevant is en het zo vanuit een economische visie wordt ingestoken en blijkbaar is dat in onvoldoende mate aan de orde.

Kan de wethouder aangeven in hoeverre in deze economische visie die nu voorligt die bedrijven worden betrokken om te gaan investeren in zo'n JADS of blijft het hoofdzakelijk uit overheidsgeld bestaan? Wethouder RALPH GEERS: Dat vind ik geen vraag die in een economische visie thuishoort, uiteindelijk is de JADS een construct van twee universiteiten waarbij de provincie en de gemeente 'sHertogenbosch een economisch deel meefinancieren. De evaluatie loopt en uiteindelijk is het primair aan beide universiteiten, gevolgd door de andere twee founding fathers om te kijken hoe we doorgaan met het construct en daar kan ik op dit moment nog niet op vooruitlopen omdat die evaluatie loopt en het ook gewoon in de bezuinigingsoperatie die er nu eenmaal ligt, zit. U kunt daar allerlei hele valide argumenten over geven, maar het is gewoon pittige voor beide universiteiten. De VOORZITTER: Gaat u verder met de moties. Wethouder RALPH GEERS: Dan ga ik naar de moties voorzitter. Het inspirerende verhaal van de heer Kouwenberg.

Ik zeg met mijn halve VTH-pet wel even: niet te veel bedrijvigheid in een garagebox en het anders even goed in het Omgevingsplan regelen, maar verder geen bezwaar tegen de motie, waarbij ik uitdrukkelijk in dictumpunt 2 lees 'de criteria te formuleren die voortkomen uit de economische visie' en daar horen wat ons betreft zowel de duurzame als de sociaaleconomische elementen in, om de vraag van de Partij van de Dieren maar te voorkomen. Dan de motie van De Bossche Groenen over het voorzieningenniveau. Ik merkte dat er bij het strategische woondebat een soortgelijke motie is ingediend waarbij collega Slikker heeft gezegd dat die in het geheel terugkomt in de Omgevingsvisie en dat zou ik bij dezen ook willen zeggen en deze daarmee op dit moment ontraden. Dan motie 3, 'Zonder arbeid geen welvaart' van de PvdA cum suis. Er is al veel informatie beschikbaar, ook vanuit de regio en landelijke cijfers, dus we hebben er op zich geen bezwaar tegen om hiermee aan de gang te gaan. Het is wel even de vraag of dat per definitie een pilot in de NEx wordt omdat het natuurlijk ook gewoon een product van een externe partij is en wij die niet zomaar amenderen. Als het daar niet in is dan voegen we hem gewoon aan de economische monitor toe, zodat dit inzicht er wel is. Dan kom ik bij motie 4.

U kunt zich voorstellen dat het voor mij als liberaal volstrekt logisch is dat we het bedrijfsleven niet onnodig gaan belasten en u hebt ook de voorzitter van VNO-NCW gehoord bij Informeren & ontmoeten waar hij op de vraag van Leefbaar 's-Hertogenbosch zei 'ik vind het een heel goed idee om die NEx gaan gebruiken'. Daarmee hebt u hem al getoetst en is deze motie eigenlijk zonder gevolg omdat wij ook op die manier acteren. Dan de economische strategie die anticipeert. We hebben onze economische visie gemaakt vanuit onze kracht, wat is ons verhaal waar wij economisch van toegevoegde waarde zijn, zowel hier in onze gemeente voor onze samenleving, als in de regio dichterbij en ver weg. Daarmee maken wij een soort propositie waarmee wij anticiperend kunnen zijn, ik noem een vorm van samenwerking met de Brainportregio. Als ik de motie zo mag lezen dat het vooral gaat om het benutten van kansen om in die relatie met die Brainportregio onze economie te versterken, heb ik er geen bezwaar tegen. Dat is iets anders dan een anticiperende economie, dat is een beetje een vage term en de vraag is wat dat betekent en waarop we dan de visie zouden moeten aanpassen, maar we benutten onze sterke punten in de relatie met Brainport. U zult merken dat het college daarmee ook consistent is want collega Van der Sloot was net voor het zakelijk toerisme en daar ga ik dan ook niet tegen zijn.

Dan motie 7, de toekomst voor boeren als spil van de duurzame economie. Ons voedselverhaal en de toekomst van voedsel doen we in AgriFood Capital, daar hebben we zelf als gemeente een rol in, waarbij wij kijken naar de transitie in die hele sector. Het is ook de week van de voedselverspilling,ook een belangrijk element in de hele 35

voedseltransitie, hoe komen dingen op het bord terecht en wat gebeurt daar wel en niet mee. De landbouw en allerlei andere transities in de foodsector zijn voor ons minimaal zo belangrijk. Wij gaan deze op basis van een aantal overwegingen en de stelling ontraden, maar ik ben het er wel mee eens, en volgens begon GroenLinks daar in de commissie ook over, dat er in het uitvoeringsprogramma aandacht voor eiwittransitie komt en ik ga me wel hard maken voor welke stappen we daarin zetten, maar zoals ik het hier in de motie van de PvdD zie, in de overwegingen en in het verzoek, vind ik deze op dit moment niet bij de visie passen. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Kan de wethouder mogelijk specificeren in welke overweging en in welk punt van het dictum hij zich niet kan vinden want hij geeft aan dat hij zich er niet in kan vinden en ik zou graag wat verduidelijking hebben. Wethouder RALPH GEERS: In de overwegingen wordt een aantal kwalificaties gegeven over de veeteelt en we vinden wel dat er een transitie moet plaatsvinden en dat het gezonder, beter en minder intensief moet, maar dat het helemaal moet wordt uitgebannen, vind ik een stelling die wij op dit moment niet voor onze rekening nemen. Vandaar dat wij wel willen inzetten op de eiwittransitie, maar daarmee niet zomaar onze boeren zonder perspectief verklaren.

Mevrouw SAMSHUIJZEN: Los van mijn private mening over veehouderij et cetera staat volgens mij niet in onze overwegingen dat we dat volledig gaan uitbannen. Wij zeggen wat in verhouding de ene en de andere impact is en wij vragen om concreet op de eiwittransitie in te zetten. Ik ben dan toch op zoek naar welk punt dan schuurt en wat er dan zo storend en niet in lijn is met wat de wethouder nu aangeeft, dat we wel op de eiwittransitie willen inzetten want dan lijkt me dit toch iets om te kunnen omarmen. Wethouder RALPH GEERS: In de constateringen over de productie van wat de PvdD dan dierlijke eiwitten noemt schetst die ook wel gewoon dat er überhaupt nooit meer een perspectief voor de veeteelt gaat zijn. Ik ken die stelling van de PvdD en daar is niets mis mee. Wij zien ook vooral in die transitie wel een perspectief om daar in ieder geval mee aan de gang te gaan. Het gaat in die ontwikkeling van het voedselverhaal over meer dan alleen de eiwittransitie en door het alleen over de eiwittransitie te hebben, missen we heel veel kansen die juist onze ondernemers in onze bourgondische horecastad op het voedselterrein kunnen hebben. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Dan ben ik toch benieuwd naar wat de wethouder hiermee concreet wil doen want zoals ik in mijn bijdrage al aangaf, doen we nu zo goed als niets op die eiwittransitie.

Wat gaat u dan wel doen als u zegt het echt belangrijk te vinden? Dan verwacht ik toch wat actie van uw kant hierin. Wethouder RALPH GEERS: Volgens mij is dat de toezegging die ik ook in de commissie aan GroenLinks deed, dat we daar in het uitvoeringsprogramma een plek voor gaan maken en dat we dat samen met AgriFood Capital gaan doen omdat je daar en ook in de Food top 100 die vorige week bekend werd, ziet dat er landelijk echt een aantal bedrijven bestaat dat bezig is met eiwittransitie. We werken samen met FoodNL op het gebied van eiwittransitie en AgroProeftuin De Peel is bezig met eiwit van eigen bodem. Er gebeuren hier in de regio allerlei dingen die met de eiwitten hebben te maken, met niet-dierlijke eiwitten hebben te maken om de taal van de PvdD te gebruiken. Daar gebeurt iets, we kunnen daar gericht mee bezig zijn en we kunnen ook kijken hoe we in het uitvoeringsprogramma ook iets meer met de eiwittransitie kunnen doen. Dat is wat ik heb toegezegd, dat we dat richting het uitvoeringsprogramma gaan onderzoeken. De heer HOEBEN: Om een tweede termijn te voorkomen, tenminste dat hoop ik, een directe vraag aan de wethouder. U verwijst naar de Omgevingsvisie en zegt dat het daarin is meegenomen, ik heb het natuurlijk over motie 2. Dat is mooi, maar ook de omgeving voor de werknemers hoort bij de economische visie.

Groei van arbeidsplaatsen betekent ook groei van het aantal woningen, huisartsenposten, enzovoort, we weten allemaal dat er behoorlijk wat druk op die voorzieningen staat. We kunnen wel blijven wachten op de Omgevingsvisie en is het nou niet nuttig om dat parallel daaraan mee te nemen omdat het broodnodig is om die economische visie voor elkaar te krijgen. Wethouder RALPH GEERS: In deze economische visie staat dat we niet gaan voor kwantitatieve groei, meer bedrijven, meer arbeidsplaatsen, alles meer, maar voor kwalitatieve groei, hoe kunnen we dat aan? Daarbij hoort ook dat de economie verandert. Op sommige plekken zullen 36

meer banen worden gecreëerd en op andere plekken zal veel meer robotisering en automatisering plaatsvinden, waardoor er minder banen zijn. Dat is volgens mij precies het arbeidsmarktverhaal waarvan vooral ook de PvdA zegt 'laten we daar nou eens een beeld bij krijgen, wat gebeurt er nou in die arbeidsmarkt?' Prima, dat gaan we dan ook doen. In de visie staat dat dit het economische perspectief is en daar zitten allerlei afgeleide terreinen aan die hier een link mee hebben, of het nu gaat over wonen, het belang van het stationsontwikkeling of over het verbreden van de A2 et cetera, dit raakt een heel breed pakket en alles in de economische visie stoppen doet echt geen recht aan het integrale beeld dat we in de Omgevingsvisie willen schetsen. Dat is niet om verstoppertje te spelen, maar wel omdat het niet alleen gaat om de mensen die bij ons komen werken, maar we ook een autonome groei en een andere demografische samenstelling hebben die andere voorzieningen en andere faciliteiten nodig hebben. Vandaar dat we het in de Omgevingsvisie integraal willen bekijken. Dan heb ik nog een laatste motie, de motie 'Niet meer, maar beter'. Daarvoor had ik in eerste instantie hetzelfde als wat de heer Van Creij bij de vorige motie bij de kop had.

Ook wij zetten in op die betere economie en die verandering in de transitie mede mogelijk maken, maar uiteindelijk onderschrijven wij in onze economische visie niet een postgroeiconcept en daarom wil ik die motie ontraden, omdat wij erin geloven dat we die verandering op een goede manier kunnen maken, maar we er nog steeds wel voor moeten blijven zorgen dat we ons geld en onze boterham kunnen verdienen. Tweede termijn De heer VAN HATTEM: Een hele korte tweede termijn omdat er geen stemming over dit voorstel plaatsvindt en er geen mogelijkheid tot een stemverklaring is. Ik had geen behoefte om een motie in te dienen, dat scheelt ook weer, maar ik heb wel een kleine bedenking. Wat de PVV-fractie betreft gaat de visie te veel uit van duurzaamheid en het holle begrip brede welvaart en dat zien we ook te sterk terugkomen bij motie 3. Hoewel de factor arbeid natuurlijk relevant is, is dit eigenlijk gewoon veel te onduidelijk weergegeven, dus die motie zullen we ook niet steunen, maar met inachtneming van deze bedenking zou ik deze tweede termijn besluiten. De VOORZITTER: Mevrouw Lipman heeft de vergadering verlaten en mevrouw Verreijt doet een Van Rensje. Motie 1, Lokaal ondernemerschap behouden en versterken, van Rosmalens Belang, VVD, CDA, VOOR Den Bosch, gewoon ge-DREVEN, Bosch Belang en PVV is door de gemeenteraad aangenomen. De leden van de fracties van D66 (mw.

Craste, Van Rens, Van den Kerkhof, mw. Muller) en PvdD (mw. Samshuijzen) hebben tegen gestemd. Motie 2, Belang van het voorzieningenniveau bij economische visie, van De Bossche Groenen en SP is door de gemeenteraad verworpen. De leden van de fracties van VVD (Broekmeulen), De Bossche Groenen (Hoeben, mw. Van Opdorp), Rosmalens Belang (mw. Van der Kallen), SP (Roovers), Leefbaar 's-Hertogenbosch (Kagie, Mees), PVV (Van Hattem), gewoon ge-DREVEN (Van Creij), VOOR Den Bosch (Gersjes), Volt (Van Silfhout) en PvdD (mw. Samshuijzen) hebben voor gestemd. Motie 3, Zonder arbeid geen welvaart, van PvdA, SP, D66, Volt, Rosmalens Belang, GroenLinks en CDA is door de gemeenteraad aangenomen. De leden van de fracties van PVV (Van Hattem) en gewoon ge-DREVEN (Van Creij) hebben tegen gestemd. Motie 4, Bescherming van het Economisch Vestigingsklimaat bij de Implementatie van de Nieuwe Economische Index, van Leefbaar 's-Hertogenbosch is door de gemeenteraad aangenomen. De leden van de fracties van CDA (Van Genugten, Ploegmakers), PvdA (Çifçi, Kabbouti, Vossen), GroenLinks (mw. Huijbrechts, mw. Korver, Van Rosmalen), Rosmalens Belang (Huibers, mw. Van der Kallen, Kouwenberg, mw. Verreijt), Volt (Van Silfhout) en PvdD (mw. Samshuijzen) hebben tegen gestemd. Motie 5, Economische strategie die anticipeert, van Leefbaar 's-Hertogenbosch.

37

De heer VOSSEN (stemverklaring): Met de uitleg van de wethouder wordt het wel erg breed en daar is de motie momenteel ook niet voor nodig want dat kan hij ook uitvoeren met de visie an sich. Dus wij stemmen tegen. Motie 5 is door de gemeenteraad aangenomen. De leden van de fracties van VVD (Altenburg-Collin, Broekmeulen, Van Haren, mw. Welten), CDA (Van Genugten, Ploegmakers), PvdA (Çifçi, Kabbouti, Vossen), Volt (Van Silfhout) en PvdD (mw. Samshuijzen) hebben tegen gestemd. Motie 7, Toekomst voor boeren als spil van een duurzame economie, van PvdD is door de gemeenteraad verworpen. De leden van de fracties van De Bossche Groenen (Hoeben, mw. Van Opdorp), SP (Roovers), Volt (Van Silfhout) en PvdD (mw. Samshuijzen) hebben voor gestemd. Motie 8, Niet méér, maar beter, van PvdD. De heer VAN SILFHOUT (stemverklaring): Alhoewel wij de strekking van de motie dat we goed moeten kijken naar wat voor groei we willen en hoe we die vormgeven, kunnen volgen, komen wij niet per se uit bij pregrowth of postgrowth als theorieën daarover. Daarom zijn we tegen, maar we vinden het wel een hele sympathieke gedachtegang van De PvdD. Motie 8 is door de gemeenteraad verworpen. De leden van de fracties van De Bossche Groenen (Hoeben, mw. Van Opdorp) en PvdD (mw. Samshuijzen) hebben voor gestemd. 13.

Instellen Reserve Opvang vluchtelingen en ontheemden

De VOORZITTER: Dan gaan we over naar agendapunt 13, het instellen van de reserve Opvang vluchtelingen en ontheemden en ik vraag de heer Van der Krabben om het voorzitterschap over te nemen. De PLV. VOORZITTER: Dank u wel. Agendapunt 13, het instellen van het reserve Opvang vluchtelingen en ontheemden. Daar zijn twee amendementen en drie moties bij en ik begin bij de heer Van Hattem voor amendement 1. De heer VAN HATTEM: Voor de duidelijkheid, amendement 1 wordt gedaan door de heer Kagie, ik heb motie 1, het bespoedigen van het innen van de eigen bijdrage voor Oekraïense ontheemden. We hebben hier onlangs in de commissie Bestuur een debat over gehad en toen gaf de portefeuillehouder aan dat het uiteindelijk wel de bedoeling is dat dit gaat gebeuren, maar dat er achter de schermen nog van alles moest worden georganiseerd om het te kunnen effectueren. Wij zijn van mening dat er ook richting de Oekraïners die hier worden opgevangen wel direct duidelijkheid moet worden gegeven over dat die eigen bijdrage gewoon verplicht is als zij eigen inkomsten hebben. Die is ook wettelijk gezien verplicht en we moeten daar niet onnodig lang mee wachten. In de regeling die door de staatssecretaris is neergelegd, bestaat ook de mogelijkheid dat de burgemeester deze mensen aanschrijft.

Deze motie roept op om zo snel mogelijk over te gaan tot die eigen bijdrage en de mensen aan te schrijven over dat zij verplicht zijn een eigen bijdrage te leveren als zij voldoende inkomsten hebben. Dan heb ik motie 2. In dit raadsvoorstel waar eigenlijk een surplus, een overschot, is van middelen die bedoeld waren voor de opvang van Oekraïners... Er is € 14 miljoen overgebleven wat nu voor allerlei andere taken wordt ingezet, waaronder de opvang van ongedocumenteerden, oftewel illegale vreemdelingen, mensen die dit land al lang hadden moeten verlaten. Het is eigenlijk te gek voor woorden dat deze gemeente alsnog opvang biedt aan mensen die hier niet meer horen te zijn. Onlangs heeft Duitsland al duidelijke maatregelen genomen, de Duitse bondspresident heeft gezegd 'we moeten zulke mensen zo snel mogelijk uitzetten' en hier doen we precies het tegenovergestelde, hier worden mensen nog langer opgevangen en worden voorzieningen aangeboden aan mensen die hier eigenlijk helemaal niets meer te zoeken hebben. Daarom heb ik deze motie ingediend, om geen gemeentelijke middelen meer in te zetten voor de opvang van illegalen die op dit moment plaatsvindt aan de Parallelweg en deze opvang ook zo snel mogelijk te sluiten.

Mevrouw CRASTE: Ik vraag me af wat mijnheer Van Hattem vindt dat we dan moeten doen met deze ongedocumenteerde vluchtelingen die al in onze stad zijn want die zijn niet weg. 38

De heer VAN HATTEM: Allereerst dienen zij Nederland te verlaten en is het geen gemeentelijke verantwoordelijkheid om hen op te vangen of hier opvang te bieden. Het is aan het rijk en er wordt ook hard aan gewerkt om te zorgen dat die mensen kunnen vertrekken, dat ze weg kunnen gaan hier. We voeren als gemeente eigenlijk een contraproductief beleid door valse hoop te geven, opvang te bieden en hen hier te faciliteren zodat ze onnodig lang in Nederland blijven. Daar moeten we geen gemeentelijke middelen in steken en ook geen rijksmiddelen die over zijn van de Oekraïne-opvang. Daar moet gewoon geen cent meer naartoe en die opvang moet gewoon dicht, dat is gewoon het punt. Er wordt landelijk werk van gemaakt om dat ook te faciliteren. Mevrouw CRASTE: Ik begrijp dat mijnheer Van Hattem van mening is dat het nieuwe kabinet dit regelt en los daarvan zijn ze morgen nog steeds in Den Bosch. Dus nogmaals mijn vraag: waar moeten deze mensen naartoe? De heer VAN HATTEM: Deze mensen kiezen ervoor om illegaal in Nederland te verblijven, om hier te zijn, maar die hebben hier helemaal niets meer te zoeken. Zij kunnen zich melden bij de Dienst Terugkeer en Vertrek en dan kunnen ze een vliegticket of anderszins krijgen om te vertrekken naar het land van herkomst, in ieder geval niet naar een gemeentelijke opvang.

Wij als gemeente hebben daar geen verantwoordelijkheid voor, die moeten wij ook niet bieden en daar moeten we ook helemaal geen geld aan uitgeven. Mevrouw CRASTE: Ik hoorde mijnheer Van Hattem zeggen dat deze mensen een vliegticket naar huis moeten krijgen, maar dat gaat niet altijd. Kan ik dan concluderen dat mijnheer Van Hattem vindt dat deze mensen op straat moeten zwerven en hoe gaat mijnheer Van Hattem dat aan de Bossche bevolking uitleggen? De heer VAN HATTEM: Dat is heel duidelijk, wij bieden die mensen geen onderdak meer, ze zoeken het maar uit. Dat is misschien even bot gezegd, maar ze kunnen zich melden bij de Dienst Terugkeer en Vertrek, die regelt het vertrek. Het nieuwe kabinet wil ook zulke vormen van illegaal verblijf strafbaar stellen, dus er zijn straks ook mogelijkheden om daarop te handhaven. We moeten deze reserve die hier nu opeens wordt ingesteld hier al helemaal niet voor inzetten. Het kabinet heeft ook opgeroepen om die middelen niet te gebruiken voor andere doeleinden dan waarvoor ze eigenlijk zijn bedoeld. Kortom, dit is gewoon een totaal verkeerde besteding van middelen en als we al geld inzetten dan zet ik dat liever in voor onze eigen bevolking en niet voor de opvang van vreemdelingen die hier illegaal verblijven en die hier niet meer horen te zijn. Dan over het voorstel zelf.

We zijn er niet voor om allerlei leefbaarheidsmiddelen in te stellen om een COA-locatie, een azc in een wijk, te doen landen en daar een soort doekje voor het bloeden te geven, daar zitten wij in ieder geval niet op te wachten. De beste investering in leefbaarheid in een wijk als de Gestelse buurt is daar geen azc vestigen en we moeten deze middelen dus ook niet inzetten om het daar zogenaamd veiliger te maken want dit lost helemaal niets op. Dus dit voorstel zullen we als PVV-fractie niet steunen. De heer KAGIE: Het raadsvoorstel Instellen Reserve Opvang vluchtelingen en ontheemden zoals dat voorligt, we hebben hier in de commissie indringend met de portefeuillehouder over gesproken. Er wordt voorgesteld om de overgebleven middelen van de regeling Opvang Oekraïners in een nieuw te vormen reserve te storten. We hebben ongeveer € 13 miljoen van de € 30 miljoen voor de opvangregeling Oekraïners over. We lezen 'zodat deze middelen beschikbaar zijn en blijven voor de voorliggende opgaves in het vluchtelingenprogramma'. Wij hebben het er in de commissie ook over gehad, leefbaarheidsplannen, sociaal, fysiek en veiligheid, en daarvan is de verwachte uitgave van 2024 tot 2027 € 4,8 miljoen. In het raadsvoorstel lezen we vervolgens 'om de overgebleven € 7,9 miljoen in te zetten op de brede opgaven en doelen van het programma Vluchtelingen en ontheemden 2024-2027'.

Vervolgens ben je nieuwsgierig naar dat programma en vroegen we aan de ambtelijke organisatie of dat programma konden bekomen, het programma, de doelen, en we kregen te horen dat het programma en de gestelde doelen niet op papier bestaan. In die rekkelijkheid kunnen wij niet meegaan in het benoemen van een reserve met de omvang van € 4,8 miljoen en € 7,9 miljoen. De heer VAN HATTEM: Eigenlijk een beetje punt van orde want mijn naam staat bij de heer Kagie de hele tijd in beeld. Ik ben het wel van harte met zijn amendement eens, maar het is toch wel degelijk de heer Kagie, niet onbekend in deze gemeenteraad, die het woord voerde.

39

De heer KAGIE: Wij kunnen niet meegaan in de rekkelijkheid, om die € 4,8 miljoen en die € 7,9 miljoen in één reserve te brengen, waarvan de leefbaarheidsplannen, € 4,8 miljoen, voor de komende jaren hard te maken zijn. Dat brengt ons bij het amendement en ik ga direct door naar het dictum: 'besluit het dictum van het raadsvoorstel als volgt gewijzigd vast te stellen. 1. tot het instellen van een separate reserve Opvang vluchtelingen en ontheemden. 2, dat ten laste van deze reserve de volgende uitgaven mogen worden gebracht, uitgaven ten behoeve van het opstellen en uitvoeren van leefbaarheidsplannen met betrekking tot de opvanglocatie en omgeving, fysiek, sociaal en veiligheid. 3, dat in de begroting 2025 aan de raad een voorstel met de maximale omvang van de reserve Vluchtelingen en ontheemden, inclusief een onderbouwing wordt voorgelegd. Mevrouw WELTEN: Wij als VVD pleiten ervoor om in alle zorgvuldigheid een besluit over een dergelijk substantieel bedrag te nemen. Het is en blijft gemeenschapsgeld en gezien de tegenvallers die we recentelijk bij bouwprojecten hebben gehad, is een dergelijke meevaller van harte welkom. We hebben tijdens de commissiebehandelingen de portefeuillehouder dan ook gevraagd om ons goed inzicht te geven in waaraan we dit geld uitgeven en naar aanleiding daarvan heeft hij ons een brief ter verduidelijking doen toekomen.

Daarvoor onze waardering, maar de brief roept ook heel veel vragen op en niet uit wantrouwen, maar vanuit onze verantwoordelijkheid, namelijk het budgetrecht en onze controlerende taak, dienen wij te waken over de besteding van deze financiële middelen van de burger. Op basis van die taak verzoeken wij middels een motie ons mee te nemen in de concrete besteding van deze middelen en met het nemen van voorliggend besluit geven wij het vertrouwen aan het college om deze ruim € 14 miljoen in de reserve te doen. Wij zijn van mening dat de leefbaarheid en veiligheid van de directe omgeving van het azc en straks De Kruithoorn optimaal moeten blijven. Wat ons betreft wordt deze kant van de stad heel erg zwaar belast en wij waren daar dan ook niet zo enthousiast over, maar we respecteren het besluit van deze raad. Met deze reserves kunnen wij de directe omgeving veilig en leefbaar houden zonder onze lokale middelen in te zetten en in plaats daarvan deze rijksmiddelen te gebruiken. Tegelijkertijd vragen wij in de motie om ons als raad jaarlijks in stelling te brengen, ons te blijven informeren en daar waar gewenst ons in de positie te brengen om bij te sturen, bijvoorbeeld bij een extra voeding van de reserve of een inhoudelijke afbakening van de reserve. Tot slot.

Middels een amendement geven wij aan, in lijn met de landelijke regels, deze middelen niet aan te wenden voor ongedocumenteerden en illegale vluchtelingen. Het kan niet zo zijn dat wij mensen die hierheen komen, die een procedure hebben doorlopen en die om moverende redenen 'nee' op hun aanvraag krijgen, onderdak blijven bieden. We moeten juist zorgen dat zij worden gestimuleerd om ons land te verlaten. Blijven we hen wel onderhouden dan werkt dat niet alleen tegen het besluit dat over hen is genomen, dan ondermijnen wij ook het landelijke beleid en erger nog bevorderen wij mensenhandel en het misbruik van deze mensen, de zogenaamde stinkende wonden. De heer VAN SILFHOUT: Het staat in de motie en mevrouw Welten zei het ook 'overwegende dat wij in lijn met de besluitvorming in Den Haag willen handelen'. Is die besluitvorming wat roepen in de media om ophef te creëren, zonder onderbouwing, zonder feiten en vooral zonder beleid om het draagvlak in de samenleving te ondermijnen, is dat de lijn die we de komende tijd van de VVD mogen verwachten? Mevrouw WELTEN: Ik begrijp uw vraag niet helemaal, wilt u hem alstublieft nog een keer stellen? De heer VAN SILFHOUT: Ik kan hem herhalen voorzitter en dat is niet mijn tweede interruptie. De lijn in Den Haag is wat roepen in de media, zonder onderbouwing, zonder feiten, zonder beleid.

Is dat de lijn die we van de VVD mogen verwachten? Mevrouw WELTEN: Zonder beleid. Daar is echt wel over nagedacht, dat vertrouwen hebben wij daar wel in. Er is al eerder uitgesproken om dat niet te doen. Wat ik al zei, er is een aantal redenen om dat vooral niet te doen en dat heeft ook te maken met de veiligheid van deze mensen, namelijk dat ze worden misbruikt en dat er handel in mensen wordt bedreven. Ik kan me niet voorstellen dat iemand die hier zit daar voorstander van is. De heer VAN SILFHOUT: Het hele fundament van het betoog van mevrouw Welten is gebouwd op beleidsvorming in Den Haag, maar op dit onderwerp is er niet meer dan een persbericht van de minister die zegt dat ze dit misschien in de toekomst wil gaan doen. Er is nog geen beleid, dus hoe kunt u dit amendement op dat drijfzand indienen? 40

Mevrouw WELTEN: U noemt het drijfzand, maar wij noemen dat zeker niet zo. Nogmaals, dat wordt totaal uitgewerkt. Het is nog niet uitgewerkt, en daar hebt u een punt, maar tegelijkertijd neemt het kabinet dat standpunt in. De heer VAN SILFHOUT: Dan kom ik terug op mijn eerste punt. Er is inderdaad nog geen beleid, dat komt nog. Is dit de lijn van de VVD, dat we onze oude schoenen weggooien voordat er nieuw beleid is, om op die manier politiek te bedrijven? Mevrouw WELTEN: De gedachte van de VVD is dat wij mensen in een veilige omgeving willen houden en we zien daarom graag dat ze worden gestimuleerd om naar hun thuisland te vertrekken. De heer KABBOUTI: Een interessant betoog als het gaat om de lijn vanuit Den Haag. Is de VVD van mening dat er een andere lijn ten aanzien van de terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers wordt uitgezet dan de jaren hiervoor? Mevrouw WELTEN: Dit kabinet gaat inzetten op het verkleinen van de instroom en gaat zijn best doen om te kijken hoe we minder instroom krijgen, dus dan hebben we minder mensen om hier op te vangen of op wat voor manier dan ook te ondersteunen. Dat is wat ze in Den Haag doen. Nogmaals, en dat zei ik ook tegen de heer Van Silfhout, dat is nog niet helemaal uitgewerkt, maar dat wil niet zeggen dat er nog enige twijfel is dat het kabinet hierop gaat inzetten.

De heer KABBOUTI: Dat is geen antwoord op mijn vraag want de instroom beperken is één en ik heb het over de uitgeprocedeerde asielzoekers waarvan we weten waar ze zijn, namelijk in de opvang in gemeenten. Zij moeten terugkeren, maar het lukt het kabinet klaarblijkelijk met het bestaande beleid niet om hen ook daadwerkelijk naar het land van herkomst te krijgen. Is de lijn van het nieuwe kabinet een andere lijn, streeft het nieuwe kabinet naar een andere vorm van terugkeer dan de lijn die al jaren ons succesvol is gebleken? Mevrouw WELTEN: U mist dat vertrouwen mijnheer Kabbouti en dat snap ik, maar wij hebben wel het vertrouwen dat het goed komt. Er zijn instanties die hen kunnen helpen om terug te keren en dat weet u ook. De heer KABBOUTI: Dan maak ik het cirkeltje rond. Als mevrouw Welten vertrouwen heeft in het beleid dat al sinds jaar en dag de landelijke lijn is dan is het toch vele malen gemakkelijker om die mensen vanuit een bekende plek te laten terugkeren naar hun land van herkomst dan hen over de gemeenten in een illegaal circuit kwijt te raken om vervolgens te zeggen, en dan herhaal ik de vreselijke woorden die zojuist in dit debat zijn gebezigd, 'ze zoeken het maar uit'. Mevrouw WELTEN: Ik hoor geen vraag en de laatste woorden heb ik niet gebruikt. De heer KABBOUTI: Volgens mij was mijn vraag of je dat beter kunt doen vanuit een plek waar je hen hebt zitten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14588836/1