CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen raadsvergadering 2024-06-04

Gemeenteraad 2 juli 2024, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Goedkeuring notulen van de openbare raadsvergadering van de gemeenteraad van 4 juni 202447.829 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

VERGADERING VAN DE GEMEENTERAAD VAN 's-HERTOGENBOSCH OP 4 JUNI 2024 AANVANG 14.00 UUR voorzitter:

drs. J.M.L.N. Mikkers

Griffier:

drs. W.G. Amesz

Leden aanwezig:

drs. E.M.M.P. Altenburg-Collin, B. El Amraoui, J. Broekmeulen, O. Çifçi, J.J.E.L. van Creij, mw. mr. Y. Doğan, F.G.F. van Genugten, J.J.M. Gersjes, mw. W. de Groot MSc, F.J. van Haren, A.W.J.A. van Hattem LLB (vanaf 18.45 uur), mw. A. Hernández, J.A.B. Huibers, mr. F. Kabbouti (vanaf 19.05 uur), drs. P.E. Kagie, mw. R.F. van der Kallenvan der Donk, drs. R.M.J. van den Kerkhof, mw. M.A.J.T. Korver-van Weegberg, P.M. van der Krabben, H.J.M. Mees, mw. ir. V.P.T. MullerLaumans, mw. drs. E.W.M. van Opdorp, M.C.J.M. Ploegmakers, M.G.H. van Rens, B.F.C. Roovers, A.P.R.G.M. van Rosmalen, mw. E. Samshuijzen, A.C. van Silfhout, drs. ing. G.M.M. Verbruggen, mw. N.R. Verreijt, mw. C.K.J. Visscher, K.M. Vossen, mw. J.P.M. Weltenvan Doremalen en mw. dr. Y van Zaalen

Tevens aanwezig de wethouders:

Afwezig:

ing. R.A.P. Geers, R.J.J. Geers, P. Slikker, mw. mr. M.A.B. van der Sloot en H.M.M. Vermin mw. M. Craste bc, M.J.J. van der Geld MSc, mw. drs. J. Hendrickx, W.B.G. Hoeben, mw. mr. drs. N.M.C Huijbrechts RO CIA, J. Kouwenberg

1.

Vragenhalfuurtje

2.

Vaststellen agenda van de raadsvergadering

3.

Goedkeuring notulen van de openbare raadsvergadering van de gemeenteraad van 14 mei 2024

4.

Ingekomen stukken en mededelingen

HAMERSTUKKEN (A) 5.

Wijziging gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN)

6.

Zienswijze ontwerpprogrammabegroting 2025 Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN)

7.

Zienswijze Programmabegroting 2025 van de Veiligheidsregio Brabant-Noord

8.

Wijziging Gemeenschappelijke Regeling Stadsgewest ’s-Hertogenbosch

DEBATSTUKKEN (C) 9.

Voorjaarsnota 2025

10.

Actualisatie begroting 2024

De VOORZITTER: Dames en heren, iedereen van harte welkom bij deze raadsvergadering op een voor ons als gemeenteraad van 's-Hertogenbosch ongebruikelijk tijdstip, om 14.00 uur. Dat doen we maar twee keer per jaar, bij de voorjaarsnota en bij de begrotingsbehandeling. Voordat wij die vergadering beginnen, eerst een moment van stilte. 1

Stilte De VOORZITTER: Dank u wel. Iedereen van harte welkom, mensen op de publieke tribune, u als raad, college en natuurlijk een speciaal woord van welkom aan de heer Van der Ven. Voor degenen die hem niet kennen, er is straks ruimte om uitgebreid kennis te maken. Hij is journalist bij het Brabants Dagblad en hij is hier nog nooit geweest want het duurde heel lang voordat hij ingelogd was op zijn computer, maar fijn dat u er bent Jos, goed dat je er bent. We hebben een aantal berichten van verhindering, een aantal mensen dat er vandaag echt niet bij kan zijn en dat zijn de heer Kouwenberg, mevrouw Craste, mevrouw Huijbrechts, de heer Hoeben en mevrouw Hendrickx. De heer Kabbouti komt later, ik verwacht hem rond de pauze. Datzelfde geldt voor de heer Van Hattem en er is met de heer Van Hattem afgesproken dat hij nog voor de eerste termijn kan, mocht het zo zijn dat hij als laatste binnenkomt. Mocht het zo zijn dat hij na het eten komt en we de eerste termijn zouden hebben afgerond dan is er dan de mogelijkheid voor de eerste termijn, dat proberen we een beetje praktisch in te passen. Mevrouw Doğan is een paar minuten later, dus die komt zo binnen. 1.

Vragenhalfuurtje De VOORZITTER: Er zijn geen vragen voor het vragenhalfuurtje binnengekomen.

2.

Vaststelling agenda van de raadsvergadering De VOORZITTER: Dan ga ik over tot het vaststellen van de agenda, akkoord.

De agenda wordt vastgesteld. 3.

Goedkeuring notulen van de openbare raadsvergadering van de gemeenteraad van 14 mei 2024

De notulen worden ongewijzigd vastgesteld. 4.

Ingekomen stukken en mededelingen

De lijst met ingekomen stukken is conform voorstel vastgesteld. HAMERSTUKKEN (A) 5.

Wijziging gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN)

Zonder beraadslagingen besluit de raad in overeenstemming met het bovengenoemde voorstel van burgemeester en wethouders. 6.

Zienswijze ontwerpprogrammabegroting 2025 Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN)

Zonder beraadslagingen besluit de raad in overeenstemming met het bovengenoemde voorstel van burgemeester en wethouders. 7.

Zienswijze Programmabegroting 2025 van de Veiligheidsregio Brabant-Noord

Zonder beraadslagingen besluit de raad in overeenstemming met het bovengenoemde voorstel van burgemeester en wethouders. 8.

Wijziging Gemeenschappelijke Regeling Stadsgewest ’s-Hertogenbosch

Zonder beraadslagingen besluit de raad in overeenstemming met het bovengenoemde voorstel van burgemeester en wethouders. De PvdD heeft tegen gestemd. DEBATSTUKKEN (C) 9.

Voorjaarsnota 2025

10.

Actualisatie begroting 2024

2

De VOORZITTER: Dan gaan wij over tot de debatstukken. Centraal vandaag staat de voorjaarsnota. We stellen voor de agendapunten 9 en 10, de voorjaarsnota en de actualisatie begroting gezamenlijk te behandelen, maar er wel apart over te besluiten. Wat besluiten we bij de voorjaarsnota? Richting geven aan de zaken rondom de begroting voor 2025. U als raad geeft aan waarmee het college bij het opbouwen van die begroting rekening moet houden. We hebben een aparte lijst met de moties en amendementen aangeleverd en mijn voorstel is dat we gedurende de pauze even kijken naar de verstrekkendheid van bepaalde moties die over hetzelfde onderwerp gaan, in welke volgorde we de moties behandelen, dat ligt er een beetje aan of en op welke manier de moties worden ingediend. De spreektijd is alternerend, dat betekent de grootste oppositiefractie als eerste en daarna coalitie en zo gaan we om en om. Zes minuten per fractie en er is de mogelijkheid om tot een interruptie over te gaan, dus dat kan ook, maar wel via de interruptiemicrofoons. We hebben vandaag een aantal nieuwe mensen in de rol van fractievoorzitter en dan maar direct te beginnen bij mevrouw Van Opdorp namens De Bossche Groenen. Ik geef haar graag als eerste het woord. Mevrouw VAN OPDORP: Welkom, de aftrap deze middag door maar liefst één Bossche Groene.

In de commissievergadering zijn heel veel onderwerpen aangestipt, waar liggen de accenten als het gaat om deze voorjaarsnota, wat willen we als partijen en wat is de richting die wij hier als raad zien voor de toekomst van onze stad? Het college kiest naar ons idee vooral stenen terwijl wij meer budget willen vrijmaken voor onze inwoners, de buurten en de wijken. Het valt ons op dat een financiële verschuiving in de begroting geen enkele kans maakt, het blijft bij de opzet en de verdeling die ons college heeft gemaakt. De voorliggende nota staat vol bedragen voor formatieplaatsen en prestigeprojecten, maar die dragen weinig bij aan de problemen van de inwoners die nu met van alles worden geconfronteerd, klimaat, bestaansonzekerheid of ontwikkelingen in de buurten en de wijken. Wij zijn iets te terughoudend op onderwerpen waar we juist lokaal wel een verschil kunnen maken. Zo hebben we de urgentie van de CO2-reductie en daarmee samenhangend het tienpuntenplan van de Bossche Klimaatcoalitie. Voor ons mag dit leidend zijn en worden voorzien van de benodigde middelen en toch hebben we het dit keer niet in een motie vertaald want we zijn namelijk realistisch. We gaan mee met de motie 'Op weg naar een stappenplan voor en klimaatneutraal Den Bosch' op initiatief van GroenLinks, waarvoor dank aan mevrouw Huijbrechts.

Van ons had het allemaal wat steviger gemogen, maar we vinden het belangrijk dat deze motie het wel gaat halen. Daarnaast is de toezegging gedaan dat bij de bespreking van het CE Delft-rapport in december 2024 ook direct een pakket aan maatregelen op tafel komt en dat is voor ons belangrijk en hard nodig. De komende maanden gaan we aan de slag met een aantal bespreeknotities, iets meer ruimte voor duiding en iets meer met elkaar overleggen. Denk bijvoorbeeld aan de Dungense Polder, de wethouder kent de stukken en dus zullen we in overleg gaan over een bespreekstuk. Dan hebben we de binnenstad, die is ongeveer wel af en nu de wijken nog. Het is voor ons belangrijk om te kijken welke middelen we in de wijken kunnen inzetten. Dan geen straatje erbij, maar een wijkje erbij. Dit idee van ons vraagt echt om een wat diepere discussie in de commissie. Zoals u zult zien dienen we een aantal moties met andere partijen in, bijvoorbeeld over de borging HOV-lijnen op initiatief van de PvdD in samenwerking met de VVD, hoe mooi kan het zijn. De motie 'Werken vanaf dag 1', iets wat De Bossche Groenen al jaren uitdraagt. Voor ons is dit namelijk dé manier om succesvol in onze samenleving te integreren.

Dan hebben we de motie 'Integrale aanpak in de buurten', zoals de Hambaken waar je de fysieke en sociale mogelijkheden nog meer gaat combineren of de erkenning van jonge mantelzorgers of, superactueel, de motie tegen het vapen. Juist hier zie je hoeveel verschil je lokaal kunt maken als je de verantwoordelijkheid neemt. Dan iets wat me echt van het hart moet. Zoals al gemeld, is iedere motie die om geld vraagt en waar dus aanpassing is vereist van tevoren al kansloos. Zo ook het verzoek van de Stichting Leergeld voor een subsidieverhoging. Deze club is professioneel en klopt echt niet aan als het niet heel hard nodig is en ik had dan ook gehoopt dat de partijen juist op dit onderwerp bij elkaar zouden komen, dat we er als partijen iets moois van zouden maken als het gaat om kinderen en hun elementaire behoeften. Coalitie, oppositie, het doet er niet toe, we zouden tot een compromis komen dat rechtdoet aan een morele ondergrens en die ondergrens is: voor kinderen, daar zorg je voor. Als wij daar als gemeente flink in moeten investeren dan doen we dat toch? Nou niet dus. Laten we onszelf niet voor de gek houden met de mantra 'we kunnen nu eenmaal niet iedereen bereiken', we kunnen namelijk wel veel meer kinderen bereiken, maar dat willen we blijkbaar niet en we kunnen best meer geld uitgeven om ervoor te zorgen dat ze echt gelijke kansen krijgen, maar daar kiezen we niet voor.

We doen én niet genoeg voor de 2800 kinderen die de Stichting Leergeld wel bereikt en we laten ruim 1500 kinderen, 1700 om precies te zijn, stilletjes en onzichtbaar aan de zijlijn staan want die kinderen bereiken we überhaupt niet. Dat zijn zestig schoolklassen vol waarvan we nu al weten dat ze geen gelijke kansen krijgen met alle maatschappelijke gevolgen van dien. 3

De heer MEES: U smijt nu even met allerlei getallen en dat kan mijn systeem niet helemaal bijhouden, maar als ik het goed heb dan bereiken we nu 2800 kinderen, hoeveel zijn het er precies? Mevrouw VAN OPDORP: Op dit moment schatten ze dat ze in 2024 ongeveer 2800 kinderen bereiken. De gemeente gaat uit van 3000 kinderen die hier rondlopen die het echt moeilijk hebben en aan de zijlijn staan en dat is eigenlijk een heel conservatief getal. De Stichting Leergeld gaat uit van 4500 en dat is realistischer, dat is namelijk 140% van de bijstandsnorm. Minister Schouten gaat uit van een ander principe, 'het is genoeg, net toereikend' en dan zouden we het hier in Den Bosch over 7000 kinderen hebben. We zijn al blij met 2800, maar er staan veel meer kinderen aan de zijlijn. De heer MEES: Minister Schouten is van armoede hè. Mevrouw VAN OPDORP: Ja, dat klopt. De heer MEES: Hebt u dan ook een idee wat het betekent als we meer kinderen bereiken, over hoeveel geld hebben we het dan, hebt u daar een idee over? Mevrouw VAN OPDORP: Ik kan wel gebruikmaken van het onderzoek van Divosa, het directeurenoverleg van welzijnssector, alle piefen die daar zitten weten alles van geld, armoede, et cetera.

Zij hebben een onderzoek gedaan en gekeken wat doen gemeenten gemiddeld genomen per kind doen om die kansen gelijk te trekken, zodat ze niet voor schut staan op school maar kunnen meedoen en zich kunnen ontwikkelen. Als je dat bekijkt, komen we tot de conclusie dat een gemeente gemiddeld € 470 per kind uitgeeft en als wij vanavond met zijn allen niets doen en we niet instemmen met de motie die er ligt dan hebben wij als Den Bosch er € 125 per kind voor over. € 470 is dus normaal en in Den Bosch doen we € 125 per kind, los daarvan laten we al die andere kinderen die we niet eens bereiken omdat we uitgaan van 3000 kinderen in de kou staan. Dus het is niets en ook heel weinig. De heer HUIBERS: Dank u wel voor alle hele mooie cijfers die worden genoemd. Nog even daargelaten dat we natuurlijk ook inzetten op het Armoedebeleid, Kansrijke Start en de Participatiewet waar volgens mij ook veel waartoe u oproept onder valt. U gaf eerder in uw bijdrage aan binnenkort met een heleboel bespreeknotities te komen om de stad vooruit te helpen en u zei in uw bijdrage ook dat er beperkte financiële middelen zijn.

Hoe rijmt u dat met elkaar? Mevrouw VAN OPDORP: Dat is precies waarom wij zeer verbaasd zijn, hoe rijmt het dat we de afgelopen twee jaar € 12 miljoen aan extra gebouwen hebben uitgegeven en we de komende jaren € 45 miljoen aan een museum en € 80 miljoen aan een theater uitgeven terwijl er kinderen gewoon aan de zijlijn staan en dan gaan we hier in Den Bosch lopen knibbelen over € 350.000 voor kinderen. De heer HUIBERS: Waarop ik bijvoorbeeld doel, het befaamde 'Wijkje erbij'. Volgens mij is dat ook niet gratis. Hoe denkt u die dan te kunnen financieren? Mevrouw VAN OPDORP: U kunt het in de commissie uitgebreid hebben over hoe we iets als 'Wijkje erbij' gaan financieren. Dat doe je in samenspraak met de gemeente, met de overheid. We gaan hier toch niet soebatten over kinderen? De heer HUIBERS: Nee, maar u gaat op een later moment wel soebatten over een wijkje erbij en wat ik dan gewoon aan De Bossche Groenen vraag is waar u dan de keuze legt. Mevrouw VAN OPDORP: Als wij moeten kiezen tussen de buitenkant of de binnenkant, tussen een kind of een steen, dan kiezen we natuurlijk voor een kind. De heer VAN HAREN: Ik laat al het gesoebat over de statistieken aan mevrouw Van Opdorp.

Het gaat inderdaad om keuzes maken en dan vraag ik me wel af… We zien dat er nu een probleem ontstaat met die gezinslaptop voor kinderen, gaat mevrouw Van Opdorp mee in het voorstel om daar vanavond iets aan te doen? Mevrouw VAN OPDORP: Dank u wel voor de vraag mijnheer Van Haren. Ja, er ligt een voorstel voor een flinke subsidie van € 230.000, dat is de motie 'Bestrijding kinderarmoede' en er ligt een 4

broodkruimelmotie over digitale leermiddelen en die alleen voor een gezinslaptop en alleen voor basisschoolkinderen is. Dus we hebben het hier in de motie over € 230.000 terwijl er veel meer nodig is of we hebben het hier over een knibbelmotie waarin je het hebt over let wel de bijzondere bijstandsregeling die wordt uitgevoerd en dan hebben we het dus over vijftien mensen die daar gebruik van hebben gemaakt. De heer VAN HAREN: Wij voeren in deze gemeente een ambitieus armoedebeleid met tal van aspecten, van de Bossche Pas tot het ondersteunen van tal van verenigingen. De Stichting Leergeld en vele collega's hier vandaag aanwezig hebben één terecht punt geconstateerd namelijk die gezinslaptop voor de basisschoolkinderen waar nu een probleem ontstaat als we dat laten wegvallen. Ziet mevrouw Van Opdorp dat probleem of ziet ze dat als een kruimel? Mevrouw VAN OPDORP: Dit is het probleem, de gezinslaptop bij basisschoolkinderen en dit is het grote probleem waar we hier met zijn allen onze ogen voor sluiten. Dat betekent gewoon dat brugklassers niet mee kunnen, ze lopen voor schut, er is geen fiets. De voorzitter van de Stichting Leergeld heeft het duidelijk gezegd, we moeten niet met een kaasschaafje over alles heen, maar we moeten er met een hakbijl in. Ik kan me niet voorstellen dat we dat hier oké vinden.

De heer VAN SILFHOUT: Ik dacht, als er dan toch al een treintje op gang is dan sluit ik aan. Ik ben wel benieuwd, er ligt een motie van november 2023 van de PvdA, 'Beter doen voor mensen in armoede' en de Stichting Leergeld heeft eigenlijk een veel groter netwerk dan de gemeente, zij kunnen de kinderen eigenlijk beter bereiken. Kunt u eens zeggen hoe u ernaar kijkt dat wij dat eigenlijk minder goed doen als gemeente? Mevrouw VAN OPDORP: Dat kan ik zeker, dank u wel mijnheer Van Silfhout. De gemeente heeft twee jaar geleden juist tegen de Stichting Leergeld gezegd 'gaan jullie maar aan de gang met voorzieningen, gaan jullie de laptops maar uitdelen' wat ze zelf al deden, 'want ons lukt het niet, we bereiken vijftien gezinnen en dat is een beetje weinig als we het hebben over 4500 kinderen'. Dus het antwoord is, de Stichting Leergeld is laagdrempelig, het is een plek die iedereen kent, die alle ouders kennen, het is een plek waar je moet zijn en nu zeggen we eigenlijk 'sorry Stichting Leergeld, we nemen u niet serieus, gaat u maar gewoon nog iets minder doen'. Mevrouw MULLER: U had het over vijftien laptops die vanuit de bijzondere bijstand aan de kinderen werden gegeven.

Nu heeft de Stichting Leergeld dat overgenomen, beseft u dat deze motie nu over veel meer dan vijftien laptops gaat? Mevrouw VAN OPDORP: De Stichting Leergeld heeft sowieso een beleid waarin ze veel meer kinderen bereikt, inmiddels bijna 2800, en dat betekent dus ook basisschoolleerlingen, maar ook brugklasscholieren. Ze bereiken er gewoon veel meer en de gemeente, dat is gewoon bekend, heeft een ander imago, die bereikt er minder. Mevrouw MULLER: Bij de gezinslaptops gaat het niet over de laptops zoals de kinderen die bij het brugklaspakket krijgen, die krijgen ze sowieso. Bij de gezinslaptops gaat het over de laptops voor de kinderen op de basisschool en daarvan heeft de Stichting Leergeld er meer dan vijftien uitgedeeld, dus de motie omvat meer dan vijftien gezinslaptops die los staan van het brugklaspakket. Realiseert u zich dat? Mevrouw VAN OPDORP: Dat staat niet in de motie, de motie is heel vaag over de financiën, over hoeveel budget er is. Als er een budget is voor 1000 laptops, be my guest, maar het staat er niet in, dat kunnen er ook vijftien zijn. Los van de laptops gaat het over het grote plaatje, die brugklaspakketten kan de Stichting Leergeld alleen maar geven als er budget is. Nogmaals, wij als gemeente hebben er straks € 125 per kind voor over om bijvoorbeeld die laptops te betalen, maar ook het schoolzwemmen.

Alles wordt duurder, dus we willen voor nog minder geld nog meer en dat gaat niet. Mevrouw MULLER: Dat brugklaspakket zit in de voorzieningen van de Stichting Leergeld, dat is geen uitbreiding van de voorziening, dat brugklaspakket is er gewoon. Mevrouw VAN OPDORP: Ja, maar u begrijpt toch ook dat het brugklaspakket uit een budget moet worden betaald en dat budget komt onder andere van de gemeente tenzij wij als gemeente 5

zeggen 'Ja, leuk al die brugklassers, maar we gaan een beetje beknibbelen op het budget' en dat is dus wel wat we gaan doen. Los daarvan, en daar ben ik heel benieuwd naar bij de andere partijen, bereiken we helemaal niet alle kinderen. Dus we gaan minder uitgeven, we hebben het er niet voor over en we bereiken minder kinderen. Volgens mij is dat niet de bedoeling van politieke partijen die zeggen 'gelijke kansen', iedereen moet meedoen en zeker de kwetsbaren'. De heer VAN HAREN: Eén vraag. Mevrouw Van Opdorp zegt dat wij de Stichting Leergeld niet serieus nemen terwijl wij de Stichting Leergeld in het begin van deze raadsperiode een dubbele subsidie hebben gegeven die nu op € 350.000 staat, waarmee ze ontzettend veel kinderen die het moeilijk hebben in onze gemeente kan helpen. Ik baal er ook van dat er nu incidentele rijksmiddelen wegvallen, daar balen we volgens mij allemaal van. Is mevrouw Van Opdorp het ermee eens dat dit helaas de realiteit is vanwege het rijksbeleid? Mevrouw VAN OPDORP: Nee, daar is mevrouw Van Opdorp het helemaal niet mee eens. Hier komen we dus op de vraag of wij lokaal verantwoordelijk zijn voor al onze inwoners en dus ook voor onze kinderen of zeggen we dat we er niets aan kunnen doen als het klokje bij de rijksoverheid anders tikt? We kunnen wel voor € 45 miljoen een museum neerzetten, dat kan wel. Dat is een keuze, dit zijn allemaal keuzes.

De heer VOSSEN: Ik hoorde mevrouw Van Opdorp ervoor pleiten dat we er met de hakbijl in moeten en dat we naar het grotere plaatje moeten kijken. Nu zie ik in de cijfers van dit college dat we € 4 miljoen extra in armoedebestrijding investeren, we investeren gigantisch hard in de effecten van de energiecrisis, we investeren keihard in jongeren, we investeren in de Bossche Pas en we investeren in een bouwdepot. Als u het over het grotere plaatje hebt dan moet u dat toch in dit geheel bekijken in plaats van alleen naar een klein clubje. Dat doet heel veel belangrijk werk, maar we doen veel meer. Hoe kijkt u daarnaar? Mevrouw VAN OPDORP: Mijnheer Vossen, allereerst is het geen klein clubje en dit kleine clubje voert voorzieningen uit voor kinderen, daar hebben we het over. Er gaan zeker miljoenen naar armoedebestrijding, maar dat is blijkbaar niet genoeg en zeker niet als we onszelf vergelijken met andere gemeenten. Andere gemeenten besteden € 470 per kind en wij hebben er € 125 voor over. Dat zijn de feiten, Den Bosch beknibbelstad van het zuiden. De heer VAN GENUGTEN: Ik vind het eigenlijk fijn dat we deze interrupties hebben want dit is wel een thema waarover we het moeten hebben. Armoedebestrijding of de aanpak van armoede, het verzachten van armoede, juist ook bij gezinnen, is iets wat volgens mij vele partijen hier aan het hart gaat.

Daar hebben we in de vorige periode ook veel aan gedaan en we hebben daar in deze periode ook extra op geïnvesteerd, maar hier ligt eigenlijk een principiële vraag: vindt u dat, als er incidentele rijksmiddelen zijn uitgekeerd en die wegvallen, wij als gemeente die altijd moeten bijpassen, want dat is hier de vraag. Volgens mij is voor iedereen evident dat we ons moeten inzetten voor kinderen in armoede. We gaan naar het ravijn van 2026, dan vallen er nog meer rijksmiddelen weg, is De Bossche Groenen dan de pinautomaat van deze gemeenteraad die zegt dat wij alle terugvallende incidentele rijksbijdragen gaan compenseren? Mevrouw VAN OPDORP: Mijnheer Van Genugten, u haalt twee dingen door elkaar. Die incidentele middelen zijn vooral gebruikt voor kledingcheques en dat soort zaken, voor andere dingen die voor kinderen heel fijn zijn. Die zijn hier niet voor gebruikt en het tweede punt is het ravijnjaar 2026. Ik weet niet hoe ik het duidelijk moet maken, het komt eraan. We hebben intussen ruim € 5 miljoen openstaan waarvan we zeggen 'die laten we mooi even zitten voor het ravijnjaar 2026' terwijl er, zoals ik net al zei, meer dan 1500 kinderen al zo bij een ravijntje staan te turen en die laten we er gewoon in vallen, dat doen we nu al. We hoeven niet te wachten tot 2026, we kunnen nu al iets van die miljoenen gebruiken, dat is een politieke keuze.

De heer VAN GENUGTEN: We moeten het toch nog nader over die financiële huishouding hebben, volgens mij bent u zelfs expert. Het college kiest er duidelijk voor om de meevaller van € 3 miljoen nu te sparen voor de tegenvallers die gaan komen om te zorgen dat we het ambitieuze armoedebeleid dat we in deze gemeente voeren ook richting een ravijnjaar 2026 kunnen volhouden. Als we nu met allerlei extra middelen de terugvallende rijksmiddelen compenseren, hier gaan inzetten, ben ik bang dat we… Bent u het met mij eens dat we dan in 2026 misschien wel juist nog hardere keuzes moeten maken en verder moeten terugschroeven? 6

Mevrouw VAN OPDORP: Mijnheer Van Genugten, daarom ligt er een hele fijne motie waarin we zeggen 'dat geld voor de Stichting Leergeld halen we helemaal niet uit die pot voor 2026, maar we halen het gewoon binnen de begroting uit de extra formatie die blijkbaar wel kan'. Dan kunnen we kiezen tussen extra formatie of een kind. De heer VAN GENUGTEN: De laatste keer voorzitter. Dan hoop ik dat De Bossche Groenen, die altijd zegt dat we te weinig participeren en te weinig communiceren, ook bereid is om die kritiek terug te nemen als dit college daar een investering op wil doen. Het is wel van tweeën een, bent u daartoe bereid? Mevrouw VAN OPDORP: Het gaat om politieke keuzes en wij zijn bereid om overal naar te kijken. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Ik hoorde een heleboel collega's hier heel veel over zeggen en ik hoorde collega Vossen het ook aangeven, 'we doen heel veel op armoedebestrijding' en natuurlijk doen we ook heel veel, maar volgens mij weet collega Van Opdorp heel veel van armoede en dan ook wel mijn vraag aan collega van Opdorp. Welke effecten denkt u dat het heeft wanneer we niet aan de voorkant in kinderen investeren, wanneer we kijken naar armoede en armoedebestrijding in de toekomst? Mevrouw VAN OPDORP: Kunt u zich voorstellen dat zo'n jong kind op de basisschool al voor schut loopt met een fiets die er niet is, want daar hebben we namelijk niet in geïnvesteerd.

Brugklas hetzelfde. Sommigen lopen alles mis omdat ze geen mobieltje hebben, anderen moeten een laptop delen met een zusje, een broertje, nog een broertje en nog een zusje en anderen hebben ouders die het gewoon helemaal niet lukt om het überhaupt rond te breien en die trekken niet aan de bel. Die kinderen zitten in stresssituaties, die hebben al heel weinig tot niets en moeten zich ook nog zorgen maken, 'shit, ik moet op mijn laptop via Squla inloggen, ik heb geen laptop en geen Squla', oh jee ontwikkelingsachterstanden, gezondheidskosten tegen het plafond, schooluitval, lesuitval, je kunt het plaatje gewoon uittekenen. We doen niet genoeg voor de 2800 kinderen die de Stichting Leergeld wel bereikt en we laten ruim 1500 kinderen stilletjes en onzichtbaar aan de zijlijn staan want we bereiken die kinderen überhaupt niet. Dat zijn zestig schoolklassen waarvan we nu al weten dat ze geen gelijke kansen krijgen met alle maatschappelijke gevolgen van dien en precies dit kan ik niet uitleggen aan mijn eigen kinderen, ik kan het niet uitleggen aan de mensen hierbuiten op straat en ik kan ook niet aan mezelf uitleggen dat we hier in Den Bosch de basis van een kind niet belangrijk genoeg meer vinden ook al roepen we met zijn allen dat we zoveel doen. We kiezen wel voor de buitenkant, voor gebouwen, voor meer personeel, maar niet eerst voor een goede basis voor de meest kwetsbaren.

Ik kan en ik wil niet geloven dat deze rijke stad zo armoedig blijkt en daarom ondersteunen we van harte de motie 'Bestrijding kinderarmoede' voor extra geld voor de Stichting Leergeld en ik roep alle individuele raadsleden op om hun hart in plaats van stilzwijgende coalitieafspraken te volgen. De heer GERSJES: Ik wil aan mevrouw Van Opdorp vragen of ze ook ideeën en meningen heeft over andere moties die hier vanmiddag liggen, daarover hoor ik helemaal niets. Mevrouw VAN OPDORP: Jawel hoor, ik heb al een hele hoop besproken, HOV-lijn, Werken vanaf dag 1, Integrale aanpak, Mantelzorgers. De heer GERSJES: Dan wil ik toch nog één vraag stellen. Hoe komt het dat u deze keer zelf geen moties indient? Mevrouw VAN OPDORP: Volgens mij heb ik dat ook al gezegd, we zijn in dit geval realistisch en gaan mee met moties die werken. De heer EL AMRAOUI: Ik wil eigenlijk starten met een huishoudelijk opmerking zou ik bijna willen zeggen en ook met een opmerking naar aanleiding van de eerste bijdrage.

Allereerst was mij niet bekend dat De Bossche Groenen meegaat met de motie 'Werken vanaf dag 1', waarvan akte, dank u wel, en ten tweede wil ik hier ook opgemerkt hebben dat het niet hebben van een fiets absoluut niet voor schut is en dat we dat in dit huis ook niet zouden moeten herhalen omdat we daarmee een stigma creëren en we ervoor zorgen dat kinderen zich niet zo fijn gaan voelen in de situatie waarin ze zitten, niemand kiest voor armoede. Ik spreek namens D66-fractie waardering uit 7

voor het financiële beleid van het college en de algehele financiële staat van onze gemeente. Dankzij een solide financieel beleid hebben we in Den Bosch een goede financiële uitgangspositie. Met deze voorjaarsnota beginnen we aan de tweede termijn van de bestuursperiode, we bouwen voort op de stevige basis die we de afgelopen twee jaar hebben gelegd en we hebben onze ambities uit het bestuursakkoord omgezet in beleid, plannen en concrete acties. De slagkracht van het college is er, waarvoor de complimenten namens mijn fractie. Wij zien en erkennen het harde en goede werk op het gebied van het realiseren en de planvorming voor betaalbare woningen, onze bijdrage aan de energietransitie, gelijke kansen en een onderscheidend Den Bosch. Ook hebben we nieuwe programma's opgezet waarmee we de komende jaren verder kunnen investeren in een aantrekkelijk en toekomstbestendig Den Bosch, slagkracht op korte termijn en een berg ambities op de lange termijn. Ook voor de komende twee jaar blijven we ambitieus om onze stad, wijken en dorpen verder te ontwikkelen, zoals onze ambities op het gebied van duurzaamheid en vergroening.

D66 is trots op de snelle vergroening van onze buitenruimte, van bomenbakken in het centrum tot nieuwe parken zoals het Burgemeester Loeffplein, het sportieve park op De Groote Wielen en het ontwikkelen van een groen en sportief bedrijventerrein, eveneens op De Groote Wielen. Het bestuur versterkt niet alleen het bestaande groen, maar voegt ook het significant meer groen toe, wat goed is voor klimaatadaptatie, natuur, verkoeling en beleving. We staan voor grote uitdagingen richting een klimaatneutraal en aardgasvrij 2045. Hoewel de oplossingen soms traag zichtbaar worden en er vaak tegenwind is, worden er belangrijke stappen gezet. De Duurzame Polder komt steeds meer in zicht en onze bewoners krijgen perspectief op toekomstige duurzame warmtevoorzieningen. Verduurzaming van onze energievoorziening biedt niet alleen klimaatwinst, maar ook gezondheidswinst en schonere lucht, meer financiële stabiliteit, minder afhankelijkheid van dictatoriale regimes en meer lokale autonomie. Het is jammer dat de PVV niet aanwezig is, 'lokale autonomie' is volgens mij hun favoriete woord. Zoals eerder aangegeven, is de energietransitie en het werken aan een circulaire economie een complex traject. Meer inzicht en maatregelen zijn nodig en daarom dienen we vooruitlopend op de klimaatimpactanalyse (KIA) de motie van GroenLinks mee in.

Vandaag presenteert mijn partij ambities op het gebied van de arbeidsmarktontwikkeling en de digitale inclusie van kinderen. Allereerst onze eerste motie 'Werken vanaf dag 1'. De voorjaarsnota maakt 3 fte bij Weener XL vrij, specifiek gericht op het faciliteren van de integratie en participatie van asielzoekers en vluchtelingen op onze lokale arbeidsmarkt. Onze motie richt zich op het matchen van asielzoekers en vluchtelingen met arbeidskansen die aansluiten op hun talenten, kennis en kunde. We willen ervoor zorgen dat vluchtelingen en asielzoekers snel aan het werk kunnen door het creëren van een passende match tussen hun capaciteiten en de behoefte van de lokale arbeidsmarkt. Tevens roepen we op tot toegang tot kwalitatief hoogwaardig taalonderwijs en het verminderen van bureaucratische barrières om hun integratie en participatie te versnellen. De heer VAN CREIJ: Even over de motie die u indient, 'Werken vanaf dag 1'. Als de asielzoekers, de vreemdelingen die hier komen, een inkomen hebben, moeten zij dan ook voldoen aan de rechten en plichten die elke Nederlander heeft, de tandartsvoorziening zelf betalen en al dat soort zaken want zij hebben nu vaak een financieel voordeel. U hebt onze steun als dat uw uitgangspunt is.

Kunt u dat verduidelijken? De heer EL AMRAOUI: Het uitgangspunt van D66, en ik hoop ook van alle mede-indieners van deze motie, is een gelijkwaardige en rechtvaardige behandeling van asielzoekers en vluchtelingen. Dat betekent dat zij net als u en ik gewoon in volledigheid participeren in de samenleving. Dus als zij een volledige baan hebben dan kunnen ze hun eigen broek ophouden en zelf voorzien in wat ze nodig hebben, of dat de tandarts is of de boodschappen die zij iedere week willen doen. De heer VAN CREIJ: Dan een wedervraag. Dat staat niet in de motie en ik neem aan dat dit ook door de anderen wordt gedeeld want anders hebben we een meningsverschil. De heer EL AMRAOUI: U kunt allerlei meningsverschillen tussen woorden of in de in de leegte van de zinnen proberen te vinden, maar de kern van deze motie is een gelijkwaardige en rechtvaardige behandeling van asielzoekers en vluchtelingen in lijn met de uitspraak van de Raad van State inzake de 24-wekeneis. Als u die uitspraak zou lezen, dan leest u daar ook regel voor regel in rechtsoverwegingen terug dat arbeid eigenlijk de ideale weg voor integratie en participatie is en dat dit ervoor zorgt dat mensen ook zelfstandig worden, dus dat ze hun eigen broek ophouden. Dat is volgens mij een antwoord op uw vraag. Dan vervolg ik mijn betoog met onze tweede motie 'Beschikbaarheid digitale leermiddelen'.

Onze tweede motie richt zich op de digitale inclusie van kinderen die in armoede opgroeien. Digitale vaardigheden en toegang tot digitale leermiddelen zijn 8

tegenwoordig cruciaal voor de ontwikkeling van onze jeugd en hun toekomstige kansen op de arbeidsmarkt. Door ervoor te zorgen dat alle kinderen, ongeacht hun sociaaleconomische achtergrond, toegang tot deze middelen hebben, kunnen we een eerlijkere en inclusievere samenleving creëren. Afsluitend voorzitter, mijn fractie vindt het hartverwarmend om te zien dat ons college zich inzet voor innovatieve oplossingen en participatie binnen onze gemeente. We blijven ons inzetten voor een vooruitstrevend, transparant en inclusief Den Bosch. De heer MEES: Dank voor de bijdrage van D66. Ik kom even terug op de motie 'Beschikbaarheid digitale leermiddelen'. D66 is nog steeds lid van Rutte IV en die had halvering van de kinderarmoede als ambitie. We hebben een hele actieve club, geen clubje, maar een club, namelijk de Stichting Leergeld met 25 tot 30 vrijwilligers en die mensen lezen dan dat we hen bij de actielijn Digitale Inclusie van programma Datastad gaan betrekken. Dat is wel lekker helder voor die mensen, wat bedoelt u daar eigenlijk mee, hoe kunnen die kinderen kansen krijgen? De heer EL AMRAOUI: We hebben hier samen het programma Datastad vastgesteld, dat is al heel wat maanden geleden en wellicht hebt u daar geen actieve herinneringen meer aan.

Onderdeel van dat programma is de digitale inclusie, onder andere ook van kinderen, die ervoor zorgt dat iedereen in onze stad toegang heeft tot de digitale middelen die ze nodig hebben om echt volledig in onze samenleving te participeren. Wat dit, en de motie die wij ook hebben ingediend, betekent, is dat we er binnen dat programma voor gaan zorgen dat die kinderen ook kunnen meedoen, meedoen binnen het digitale domein, toegang hebben tot de middelen die ze nodig hebben om volledig te kunnen participeren. De heer MEES: Dat trucje past de heer El Amraoui telkens toe, 'je was er niet bij' of 'we hebben het hier allemaal al behandeld', maar het gaat mij om die vrijwilligers die mee zitten te kijken. Hoe leggen die dat nu uit, hoe hebben die daar dan weet van? Heel praktisch, als ze morgen een gezin op de stoep krijgen met 'mijn kind kan niet mee op school' of tenminste dat heeft niet de middelen om het kind met een schoolreisje te laten meegaan, een fiets te kopen of wat dan ook, wat hebt u hen dan te bieden, wat zegt u tegen die vrijwilligers? De heer EL AMRAOUI: De heer Mees verwijt mij iets wat helemaal niet waar is, volgens mij heb ik dat nog nooit eerder tegen u gezegd. Om naar de inhoud terug te keren, wij zijn meer doelgericht, dan dat wij per se via bijvoorbeeld de Stichting Leergeld de oplossing willen bieden.

Het gaat ons erom dat er een oplossing komt en dat kan binnen het onderdeel Digitale Inclusie van het programma Datastad, we hebben ruimte gevonden om het daarin te kunnen realiseren. Daarmee moet u het doen. De heer MEES: Tot slot voorzitter. Betekent dit dat we dit als gemeente zelf gaan uitvoeren? We weten dat het uitvoeren van een voorziening door de gemeente vaak een belemmering voor mensen is, maar dat het ook uitvoeringskosten met zich meebrengt. Hoe kijkt u daarnaar? De heer EL AMRAOUI: Ik ga me niet met de uitvoering bemoeien, dat is iets voor het college. Waar wij voor staan, is dat wij die beschikbaarheid van digitale leermiddelen mogelijk willen maken. Daar hebben wij een mogelijke methode voor gevonden in een bestaand programma dat de raad al heeft vastgesteld en zo willen wij dit ook aanvliegen. Hoe het feitelijk in de uitvoering tot zijn recht komt, daar vertrouw ik de wethouder volledig op. Ik ken de wethouder als heel kundig en doortastend op dit thema, dus ik denk dat dat dit goedkomt. De heer VAN SILFHOUT: Ik zal één korte doorvraag op dit onderwerp doen voor ik bij mijn interruptie kom. De Stichting Leergeld heeft het beste netwerk als het gaat over armoede in de stad.

Denkt u dat dit de juiste partij is om dit uit te voeren? De heer EL AMRAOUI: Nogmaals, wij hebben ervoor gekozen om de mogelijkheden te zien binnen het bestaande programma dat deze raad heeft vastgesteld en die zijn er ook expliciet. Digitale Inclusie is een kernonderdeel van het programma Datastad en daarin willen wij ook de uitvoering zien met betrekking tot de beschikbaarheid van digitale leermiddelen. Dat betekent niet dat digitale inclusie ineens breder wordt getrokken om armoede alomvattend aan te pakken. Uiteraard niet, daarvoor hebben we allerlei andere programma's die we in deze stad al uitvoeren en hebben we natuurlijk ook, en daar zijn we heel dankbaar voor, het goede werk van de Stichting Leergeld. Voor de digitale leermiddelen zien wij vooral kans in het stukje van het programma Datastad waar het gaat om de 9

Digitale Inclusie. De heer VAN SILFHOUT: Ik arresteer bij dit onderwerp dan even dat dit geen gat in de armoedebestrijding gaat vullen, maar dat dit gewoon een nevenpad is dat we gaan bewandelen. Ik arresteer even wat de heer El Amraoui zegt en daarop wil ik doorvragen. U kiest dus duidelijk voor die pc thuis, die vindt u belangrijk. De Stichting Leergeld kiest voor een fiets, zwemles, een pc thuis, leermiddelen voor op school en een mobieltje, dat zijn de belangrijkste paden waarop die in kinderen investeert. Wat kunnen zij volgens u niet meer gaan doen? De heer EL AMRAOUI: Ik ga helemaal niet over het beleid van de Stichting Leergeld of de acties die deze stichting uitvoert, het is niet aan ons als raad om dat te bepalen, dat is aan de Stichting Leergeld zelf. De heer VAN SILFHOUT: De Stichting Leergeld geeft aan dat niet allemaal te kunnen uitvoeren als wij deze stichting niet meer geld geven. Door dat als raad af te knijpen, maakt u die keuze voor hen, zij zullen moeten gaan snijden in een van deze zaken. Welke kiest u? De heer EL AMRAOUI: Dit vind ik een flauw spelletje, een raadslid vragen hoe een stichting de bedrijfsvoering moet uitvoeren, dat is niet aan ons. We hebben inderdaad incidenteel de middelen voor de Stichting Leergeld verhoogd.

Die incidentele middelen zijn er niet meer en wij kijken naar een structurele oplossing voor de beschikbaarheid en de digitale inclusie van kinderen. Daarbij laat ik het, voorzitter. De heer VAN SILFHOUT: Voorzitter, ik kreeg twee keer geen antwoord op mijn vraag. De VOORZITTER: Nee, dit was drie keer. Mevrouw Van Opdorp. Mevrouw VAN OPDORP: Collega, u gaf aan 'wij zijn heel doelgericht en we willen alle kinderen helpen met digitale leermiddelen' toch? De heer EL AMRAOUI: Klopt. Mevrouw VAN OPDORP: Als u alle kinderen wilt helpen en heel doelgericht wilt zijn dan is mijn vraag hoeveel ruimte we in dit programma hebben want dit klinkt mij als muziek in de oren. Over hoeveel financiële ruimte hebben we het dan en is het dan logisch om dit door de Stichting Leergeld te laten uitvoeren als u zo doelgericht bent? De heer EL AMRAOUI: Doelgerichtheid is per definitie dat je niet gaat kijken naar welke organisatie het per definitie moet doen, maar dat je gaat kijken naar wat het beste pad is om het resultaat dat moet worden behaald te bereiken. Nogmaals, dat is een zaak van de uitvoering en alle lof van D66 als de wethouder ervoor kiest om het samen met de Stichting Leergeld op te pakken en te realiseren, maar we gaan niet dicteren hoe de wethouders hun werk moeten doen. Mevrouw VAN OPDORP: Het tweede was het budget.

U riep 'Er is alle ruimte voor de digitale leerkansen voor alle kinderen' en dat klinkt heel goed. Hoeveel ruimte is er? De heer EL AMRAOUI: Toch een correctie, dat heb ik niet gezegd. Wat ik zei, is dat we het het meest kansrijk vinden om het binnen het programma Datastad te vinden omdat daarin expliciet een onderdeel Digitale Inclusie bestaat. Dat heeft deze raad al vastgesteld en wat deze raad ook heeft vastgesteld is dat er binnen dat programma € 600.000 in totaal beschikbaar is voor alle acties binnen de Datastad. Mevrouw VAN OPDORP: Om hoeveel ton gaat het hier, waar kiezen we hier voor? De heer EL AMRAOUI: We hebben in de motie geen specifiek bedrag voor het budget genoemd, we hebben aangegeven dat er binnen dat programma moet worden gekeken welke middelen nodig zijn om het daadwerkelijk correct uit te voeren. Nogmaals, we zijn doelgericht en we gaan niet over het hoe en het hoeveel. De heer HUIBERS: In andere moties die hier vandaag wordt ingediend, wordt opgeroepen tot 10

het maken van slimme keuzes, slimme koppelkansen, zeer zeker gezien de beperkte middelen. Ziet D66 deze motie als een slimme koppelkans? De heer EL AMRAOUI: Het is per definitie een slimme koppelkans. Het is een programma dat al bestaat, dat hebben we ook vastgesteld en daar is ook dekking voor en binnen die dekking kunnen we zoeken naar oplossingen voor dit grote probleem. Ik wil mezelf niet de vaandeldrager van de Datastad noemen, maar ik ben ontzettend fan van de Datastad en onderdeel van die Datastad is de inclusiviteit binnen die Datastad en dat willen we graag ook realiseren. Mevrouw VISSCHER: Wij staan onder deze motie omdat we het zo hebben opgevat dat de Stichting Leergeld geld overhoudt voor andere zaken als we op een andere plek dan vanuit het reguliere armoedebeleid en het geld voor de Stichting Leergeld digitale leermiddelen voor die kinderen kunnen vinden. Klopt die uitleg? De heer EL AMRAOUI: U maakte een ontzettend goede rekensom. Als de Stichting Leergeld niet meer is belast met het voorzien in die digitale leermiddelen dan houden zij inderdaad geld over voor andere zaken.

Ik denk dat ik me zelf ongeveer vijfmaal herhaal, we hebben het programma al vastgesteld, we hebben vastgesteld dat wij de digitale inclusie belangrijk vinden, dat we daaraan willen werken en dat we daar ook geld voor over hebben en wat ons betreft gaan we daar ook mee aan de slag binnen het programma dat we al hebben vastgesteld. Tot zover voorzitter. De heer KAGIE: Waar staan we met de uitvoering van het beleid en hoe verhoudt dat zich tot de werkelijkheid daarbuiten, buiten dit huis? Kijkend naar de stand van zaken in onze gemeente kun je generaal gesproken spreken van een stad, dorpen en ommelanden waar het goed toeven is, mensen komen hier graag naartoe voor een bezoek of om te werken of te wonen. Dat laatste heeft overigens ook een keerzijde, onze eigen woningzoekenden krijgen meer en meer concurrentie, ik kom daar straks op terug. Achter dat beeld van die aantrekkelijke stad zien we ook wijken en buurten die meer en meer in het rood komen als het gaat om leefbaarheid en vergroezeling en verloedering van die fraaie binnenstad en omgeving. Voor en achter het station ziet het er niet uit en het wordt er tochtiger en tochtiger. Een ander belangrijk vraagstuk. Er groeit een populatie van tientallen bejaardenhuizen in onze jarenzestig- en jarenzeventigwijken, maar die bejaardenhuizen hebben we afgeschaft, zoek het maar uit als 83-jarige op vierhoog-achter.

Alle reden om het woord 'fijner ouder worden' op te volgen, vandaag en de komende weken komen wij op deze vraagstukken terug. Als het gaat om het uitvoeren van beleid zijn er twee projecten die eruit springen, de Weener XL en het theater. Nieuwbouw van Weener XL, onze sociale werkplaats van de toekomst, een mooi gebouw en gerealiseerd binnen het krediet en nu wordt er hard gewerkt en is de opgave om het werkklimaat op orde te brengen. Bij de behandeling van het jaarverslag over twee weken komen we terug op het vraagstuk van de werkveiligheid binnen de gemeentelijke organisatie. Een andere belangrijke voorziening voor stad en regio is het nieuwe theater, het staat er echt aan de Parade. Niet binnen het krediet gebleven en tegelijkertijd een zeer kritische kwestie als het gaat om de exploitatie, hier is waakzaamheid geboden. In relatie daarmee, in 2018 hebben we in dit huis de afspraak gemaakt dat het theater dwars door de week en de dag een plek van een ontmoeting voor bezoekers moet zijn, maar we zien daar nog weinig van terug. Woningbouw en volkshuisvesting. 's-Hertogenbosch is meer en meer de favoriete woonstad van woningzoekenden uit de Randstad en dichterbij uit het Eindhovense.

De enorme economische ontwikkeling in het Eindhovense leidt tot een explosieve vraag naar woningen en het zal niemand verrassen dat die woningvraag ook hier neerslaat en het is een feit dat de tijd voorbij is dat de bruggen konden worden opgehaald. Het voorstel 'Verkenning nieuwe grote woningbouwlocaties' krijgt onze vierkante steun en we noteren de inzet van de wethouder voor de betaalbare woningen. De heer VAN SILFHOUT: Ik ben toch even benieuwd want de heer Kagie noemde mensen uit de Randstad die hier komen wonen als problematisch. Dan ben ik toch even benieuwd hoe de heer Kagie kijkt naar raadsleden die hier misschien niet hadden gezeten als mensen uit de Randstad niet meer welkom zijn. De heer KAGIE: U hebt mij niet verstaan, ik heb het er niet over dat het in brede zin problematisch is als mensen zich hier vestigen en ook de mensen uit Eindhoven zijn hier welkom, iedereen is hier welkom, maar wij hebben een probleem met de vraag naar nieuwe woningen en het gebrek aan de capaciteit van nieuwe woningen. In die brede verkenning op zoek naar nieuwe locaties gaan wij opnieuw voor de Rosmalense polder westelijk van de Grintweg, dat is voor ons een van de 11

oplossingen die een uitweg kan bieden en uiteraard dienen wij graag de motie 'Realiseren woonwijk noordoosthoek' van Rosmalens Belang mee in. Willen we de Bossche woningzoekende blijven bedienen dan moet ook het percentage sociale woningbouw bij nieuwbouw omhoog en dan praat ik de SP na, daar moeten we de komende weken echt werk van maken en wij komen graag met een voorstel daartoe. Dan een overzichtelijker en veel eenvoudiger vraagstuk, het verkeersbeleid, autoluw en verkeersveiligheid. Eerst de verkeersveiligheid. Het wordt drukker, sneller en gevaarlijker op onze straten, pleinen en fietspaden en de fatbikes zijn een ware plaag aan het worden. Hoe leuk het ook is voor die guppenjong, maar De Driesprong en de Snellestraat zijn geen speeltuin. De wethouder heeft toegezegd dat hij voor het zomerreces met een handhavingsaanpak komt en we zijn benieuwd naar de concrete acties. De heer HUIBERS: Een vraag aan Leefbaar 's-Hertogenbosch. Ik hoorde net een stevig pleidooi voor de bereikbaarheid en de goede afwikkeling van het verkeer en ga zo maar door, maar toch lees ik in een van haar moties dat zij geld dat gereserveerd is voor de aanpak van een kruispunt wil schrappen ten opzichte van het investeren in de voorzieningen.

Even een verduidelijking, hoe vertaalt zich dat? De heer KAGIE: U bent een mooie, u beweert dat de aanpak van het kruispunt OrthensewegCitadellaan-Vogelstraat is bedoeld voor de doorstroming. Dat ligt er nu, dat is zeven tot acht jaar geleden aangelegd en ligt er prima bij. Ik kom straks met de onderbouwing waarom we dat voorstel nu moeten schrappen. De heer HUIBERS: Dan wacht ik dat graag eerst even af. De heer KAGIE: De autoluwe binnenstad, heldere uitspraken over de richting waar we naartoe willen, met dank aan het CDA, de motie 'Leefbaarheid Hinthamerstraat' uit 2020 en dank aan collega Verbruggen voor de motie 'Autoluwere binnenstad' uit 2021. Het doel is meer leefruimte voor de mensen in die rijke binnenstad, een binnenstad bereikbaar ook voor de automobilist, maar auto's die rondjes rijden in de binnenstad dat willen we niet meer. Het is de vraag waar we met deze opgave staan, wordt 2024 het jaar van de concrete maatregelen? Daar zijn wij niet gerust op, zie de brandbrief van de ondernemers uit de binnenstad. Als je die brief leest, moeten we constateren dat de ondernemers de afgelopen jaren niet zijn meegenomen in de route naar die autoluwe binnenstad. Er is vanuit het stadhuis niet met ondernemers gecommuniceerd en dat komen we vaker tegen vanuit het stadhuis, niet communiceren.

Het behoort tot de taak van onze bestuurders dat ze ook afdalen uit dat clubhuis aan de Markt en het gesprek met de buitenwereld aangaan. Dat besteed je niet uit aan de afdeling Communicatie, er is werk aan de winkel voor de bewoners van het stadhuis. Motie 17, 'Versterken relatie met inwoners door het stadsbestuur' van VOOR Den Bosch, de VVD en anderen spreekt voor zich en zullen wij steunen. U vraagt in die motie een plan van aanpak van het college, ik denk meer aan een cursus Grundhaltung, openstaan voor anderen. Terug naar de sociale vraagstukken. De discussie was hier net stevig aan de orde, bestrijding kinderarmoede motie 29, geen gat laten vallen in de begroting van de Stichting Leergeld, het goede werk van die stichting in het bereik van kinderen in armoede niet in gevaar brengen. € 230.000 voor 2025 en 2026 bijplussen, dat doen we ten koste van het voorstel 'Extra ambtenaren Participatie en communicatie voor het stadhuis'. Ik zei net al: doe je werk goed als dagelijks bestuurder, dat scheelt wat formatieplaatsen aan extra communication. Motie 30, 'Versterking sociale infrastructuur, investeer in wijken en buurten'. Verzilver de aanbevelingen van het burgerberaad 'Fijner ouder worden', investeer die € 3,6 miljoen in het resortconcept 'Zorg, ontspanning en ontmoeting'. Dekking: schrap het voorstel 'Verleggen van het kruispunt Orthenseweg-Vogelstraat voor € 3,6 miljoen'.

Dat kruispunt is net vijf tot zes jaar geleden helemaal gerepareerd en heringericht. Dat voorstel is volstrekt voorbarig want ik moet nog zien of dit huis groen licht aan het Design Museum geeft als we de werkelijke rekening van de nieuwbouw zien en als we de doorrekening van de exploitatie krijgen. Dan het laatste punt. Wij dienen graag de motie van de SP 'Breng de raad in stelling bij de ombuigingen' mee in. Dat was het. De VOORZITTER: Even voor de helderheid, inmiddels heeft de fractie van D66 de moties 9 en 12 ingediend en Leefbaar 's-Hertogenbosch nummer 29 en 30. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Welten van de VVD. Mevrouw WELTEN: Tijdens de commissiebehandelingen is nog eens expliciet benoemd wat er al van het bestuursakkoord is gerealiseerd en dat betekent zeker niet dat er geen werk meer aan de winkel is, maar wel dat er hard wordt gewerkt. De financiën op orde houden dient alle beleidsvelden 12

en belangrijker nog, onze bewoners. Bijvoorbeeld in het Sociaal Domein wordt niet alleen geïnvesteerd, maar worden ook buffers voor de toekomst opgebouwd. Dit is kenmerkend voor het huidige financiële beleid, niet alleen op de korte termijn, maar ook op de lange termijn zicht en controle houden. Naast als het zicht op het ravijnjaar, wat onder andere door de afschaffing van de opschalingskorting een wat minder diep ravijn gaat lijken, moeten we rekening houden met de uitwerking van het regeerakkoord dat invloed op al onze ambities zou kunnen hebben. Zonder er al te veel op vooruit te willen lopen, zou te zijner tijd een takendiscussie instrument kunnen zijn om daar waar we keuzes hebben deze indien nodig integraal te gaan maken. Dan ga ik naar de moties. De VVD heeft er twee ingediend, waarvan motie 5.'Website ook gebruiksvriendelijk voor de ondernemer'. Wij vragen het college vanwege geluiden uit de ondernemerswereld om nog eens te kijken of de toegankelijkheid en gebruiksvriendelijkheid moet worden verbeterd. Een andere motie is motie 11, 'Ondersteuning activiteiten centrummanagement Rosmalen'. Wij zijn van mening dat we niet alleen moeten investeren in evenementen en volksfeesten in de binnenstad, maar dat we ook de omliggende dorpen zoals Rosmalen een kans moeten bieden om zich te manifesteren.

Na twee jaar zelf te hebben geïnvesteerd in het onderscheidende evenement Halloween verdienen zij ondersteuning om dat uit te bouwen. Gezien het groeiende succes pleiten wij er dan ook voor om samen met de Rosmalense ondernemers te bekijken hoe we structurele steun kunnen realiseren. Wij dienen motie 2 van het CDA, 'Erkenning van jonge mantelzorgers' mee in. Een op de vier jongeren is mantelzorger en zij moeten naast hun eigen ontwikkeling ook nog eens zorgen voor een ander. Wij zijn er voorstander van dat daar oog voor is en blijft en het lijkt ons goed om daar eens met de onderwijsinstellingen over te spreken. Motie 7 van Rosmalens Belang, 'Ontwikkeling Noordoosthoek in Nuland'. Er is binnen onze gemeente behoefte aan uitbreiding van wonen, werken en recreatie die groeit en niet alleen dat er voldoende locaties bestaan, maar dat we ook naar de lange termijn moeten kijken met daarbij oog voor de ontwikkeling van een dorp als Nuland zelf, jonge Nulanders zoeken ook een woning. We vragen eens te bezien welke ontwikkelingen daar mogelijk zijn. Motie 8, 'Op weg naar een stappenplan voor een klimaatneutraal Den Bosch'.

In navolging van de in het bestuursakkoord uitgesproken ambitie spreken ons drie aspecten hierin aan, namelijk dat de raad keuzes krijgt voorgelegd, dat we inzicht krijgen in de kosten van de klimaatstappen en tot slot dat er in de motie wordt gepleit voor het betrekken van externe partijen vanuit de samenleving om zo in gezamenlijkheid te komen tot de klimaatneutraliteit die we met zijn allen beogen. Motie 10, 'Kinderboerderijen en dierenparkjes beter ondersteunen'. De VVD ziet daar zeker het belang van in. Het is ons tot op heden niet gelukt om die 2% speelterrein in onze stad te realiseren en des te belangrijker worden deze plekken voor de kinderen. We zien hoe moeilijk ze het financieel hebben en gezien de exercitie 'oud voor nieuw' moeten we middelen in de bestaande potten zoeken. Alhoewel wij goed onderhoud van de openbare ruimte van belang vinden, denken wij dat hierin wel wat kan worden geschoven. Motie 13, 'Afronding renovatie stadhuis'. In navolging van het mooie effect van de renovatie van de gevel van het stadhuis zien wij de renovatie van het bordes als een perfecte afronding. De middelen hiervoor spelen uiteraard een rol en in het kader van 'oud voor nieuw' vragen wij het college te bekijken of we ons dat wel kunnen permitteren. Motie 17, 'Versterken relaties met inwoners door stadsbestuur'.

Zaken als het burgerberaad en de ontwikkeling van de omgevingsdialoog bevestigen dat het college investeert in de verbetering van participatie en dus indirect in de relatie met de burger, maar cijfers uit de stadsmonitor wijzen uit dat er echt nog een uitdaging ligt om dit te verbeteren. Het zal nooit perfect worden, maar we mogen niet tevreden zijn met deze cijfers. Motie 21, 'Borging HOVlijnen met een hoofdletter'. De VVD vindt bereikbaarheid van groot belang en als HOV-lijnen daaraan kunnen bijdragen, is dat een hele goede zaak. Of je nou met de auto, op de fiets of met het ov gaat, iedereen kiest een eigen vervoerswijze. De huidige kwaliteit van het ov laat te wensen over, zeker ten aanzien van de bereikbaarheid van de randen van onze gemeente en deze motie dient als aanzet daartoe. Deze maatregelen mogen echter niet ten koste gaan van de doorstroming van auto's en fietsers, maar dienen als extra. Motie 23, 'Kwartier maken voor het 400-jarig beleg van 'sHertogenbosch. Het vieren van een 400-jarig beleg Den Bosch zal net als het Jeroen Boschjaar, en wat een succes was dat, vragen om veel inspanning en het is hoog tijd dat we eraan beginnen. De heer VAN CREIJ: Dan ga ik een zin of zes/zeven terug.

De bereikbaarheid, de HOV-lijnen, mag niet ten koste gaan van het autoverkeer, maar wat heeft voor u dan prioriteit als straks blijkt dat de HOV-lijn over de Bruistensingel een autorijbaan gaat kosten. Waar kiest u dan voor? ' Mevrouw WELTEN: U weet hoe belangrijk wij het vinden dat de auto de ruimte krijgt. Het allerbelangrijkste is dat we met de auto de binnenstad in kunnen, dus ook op de Bruistensingel moeten kunnen zijn, dat is een onderdeel daarvan. Wij zeggen dat het ov een alternatief voor de auto kan zijn als dat goed van kwaliteit is. Met andere woorden, dan stimuleer je de autogebruiker om in het 13

ov te zitten, maar de kwaliteit is op dit moment niet wat het moet zijn en dat streven steunen wij wel. Kwartier maken van het 400-jarig bestaan. Ik was net enthousiast over het vieren van dit 400-jarig beleg want het Jeroen Boschjaar heeft ons geen windeieren gelegd, wat een succes was dat. Het vraagt veel inspanning en we moeten er echt aan beginnen. We zien deze viering als een boost voor de stad, het zet de stad op de kaart en levert indirect ook voor de ondernemers veel voordelen op. Tot slot motie 25, 'Prijs de Bossche warenmarkt niet uit de markt'. Naast het gevoelige punt om ondernemers, waaronder marktmeesters, te stimuleren om op termijn met elektrische voertuigen te gaan werken, hebben we ook voor maatwerk gepleit. Omdat wij vertrouwen hebben in het college dat er realistisch en draaglijk voor de ondernemer mee wordt omgegaan, geven we met het onderschrijven van deze motie nog eens aan dat het voortbestaan van de markt wat de VVD betreft van belang is en ertoe doet, maar we willen we ook inzetten op kwaliteit. De heer GERSJES: Ik wil even ingaan op de markt. Geeft u nou eens een voorbeeld van maatwerk voor een marktkoopman om onder die CO2, onder die emissiezone, uit te komen.

Stel dat daar een fietshandelaar is die daar al 35 jaar een kraam heeft, wat gaat daar dan mee gebeuren, moet die aan een auto? Mevrouw WELTEN: De term 'maatwerk' wijst op het feit dat niet iedere situatie van iedere marktkoopman hetzelfde is. Als jij 25 jaar bent, heb je nog een heel leven voor je en is het de moeite waard, als jij geld en financiële middelen hebt, om een elektrisch voertuig aan te schaffen, maar ben jij tegen de gepensioneerde leeftijd dan zal het college daar eens naar kijken: kunnen wij daar geen ontheffing voor geven? Dat is een beetje wat er met maatwerk wordt bedoeld. De heer GERSJES: Een vervolgvraag. Dat betekent dat mogelijk het merendeel of een groot deel van de huidige marktkooplieden onder de maatregel uitkomt en een vergunning of een ontheffing krijgt. Mevrouw WELTEN: Ik heb niet paraat hoeveel dat er zijn, ik moet dat antwoord schuldig blijven. Inzetten op de kwaliteit van de markt en dat inzicht missen we in de kosten, en op basis daarvan misschien hun positie als marktkooplui kunnen versterken. Tot zover voorzitter, dank u wel. De VOORZITTER: U hebt de moties 5 en 11 formeel ingediend. Dan ga ik over naar de fractie van de SP, de heer Roovers met een Europese blik.

De heer ROOVERS: Zoals veel andere mannen denk ik met enige regelmaat aan het Romeinse Rijk, wie deze grap niet begrijpt, mag mij in de pauze even aanspreken, en dan met name aan de tijd dat Rome een republiek was want ondanks alle gebreken die er wel degelijk waren, was de republiek haar tijd op veel manieren ver vooruit. Bijna vijf eeuwen lang bleef deze republiek bestaan, maar toch kwam zij aan het einde en verviel zij in dictatuur. De vele veroveringsoorlogen van de Romeinen waren een ramp voor de kleine boeren, zij verkochten hun land aan grootgrondbezitters en trokken naar Rome waar een steeds groter stedelijk proletariaat ontstond. Ieder initiatief om iets aan de benarde situatie van deze groep te doen, werd stelselmatig de kop ingedrukt door de kasten van Patricius die zich steeds meer decadentie veroorloofden en vooral bezig waren met veroveringsoorlogen en megalomane bouwprojecten om hun namen te vereeuwigen. Theaters en musea behoorden tot de favoriete keuzes. Deze steeds zichtbare tegenstelling sloeg het gemeenschappelijke onder de Romeinse samenleving vandaan en de frustratie van de onderklasse bracht een voedingsbodem voort voor demagogen die deden alsof zij het beste met het volk voor hadden, maar vooral persoonlijke macht aan het vergaren waren. Een van die volksmenners bracht de republiek ten einde.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14310727/1