Notulen raadsvergadering 2023-05-09
Tekst van het document
Motie 5, De hoogte in ook voor het groen, van PvdD, De Bossche Groenen, gewoon ge-DREVEN, SP en Volt is door de gemeenteraad aangenomen. De leden van de fracties van D66 (mw. Craste, El Amraoui, Van den Kerkhof, mw. Muller, Van Rens, Verbruggen), CDA (Van Genugten, mw. Lipman, Ploegmakers) PvdA (Çifçi, Kabbouti, Vossen),
27
Rosmalens Belang (Huibers, Kouwenberg, mw. Verreijt) en PVV (Van Hattem) hebben tegen gestemd. Motie 7, Heroverwegingen doortrekken Aa in de Bossche Stadsdelta, van De Bossche Groenen is door de gemeenteraad verworpen. De leden van de fracties van De Bossche Groenen (mw. Hendrickx, Hoeben, mw. Van Opdorp), SP (Dupuis, mw. Visscher), Leefbaar 's-Hertogenbosch (Kagie, Mees), gewoon ge-DREVEN (Van Creij, (Dupuis, mw. Visscher) en PvdD (mw. Samshuijzen) hebben voor gestemd. Moties 8, Ontmoeting als kracht van de Bossche Stadsdelta, van De Bossche Groenen is door de gemeenteraad aangenomen. De leden van de fractie van VVD (Altenburg-Collin, Broekmeulen, mw. De Groot, Van Haren, mw. Welten) hebben tegen gestemd. Voorstel Afronden haalbaarheidsfase Bossche Stadsdelta. De heer VAN CREIJ (stemverklaring): Een groot plan met een lange looptijd en voor ons staan er te veel punten in waarmee we het eigenlijk niet eens zijn, het Design Museum, de Lage Diezebrug en de grondexploitatie, dus daarom zullen we niet voor stemmen. De heer HOEBEN (stemverklaring): Inderdaad een groot plan en je kunt niet overal je zin in krijgen. We zijn wel blij met de niet-sloop, maar juist gemeentelijke monumenten, dus dank daarvoor nog richting de wethouder.
We zijn ook blij met de Weeshuisjes, maar toch zullen wij omwille van de onzekerheden wat betreft de financiën, verontreiniging en de geplande massale verdichting tegen dit voorstel stemmen. De heer DUPUIS (stemverklaring): De SP zal tegen stemmen. Het grote breekpunt is voor ons het Citadelhofje, wij zijn principieel tegen het slopen van sociale huurwoningen, daarmee breek je een leefgemeenschap op en dan neem je ook het thuis van bewoners weg. Als ze daar niet voor zijn, dan willen we dat niet. Daarnaast vinden we het toch ook wel jammer dat de wethouder niet meegaat met de accenten die gelegd worden, waarbij sommige moties toch niet echt bedreigend zijn. Dat vinden we toch ook wel een beetje jammer en een teleurstelling, dus wij zullen tegen stemmen voorzitter. Mevrouw HERNÁNDEZ (stemverklaring): Zoals in mijn betoog gezegd is de financiële haalbaarheid onduidelijk en daarom stemmen we tegen. Het voorstel is door de gemeenteraad aangenomen. De leden van de fracties van De Bossche Groenen (mw. Hendrickx, Hoeben, mw. Van Opdorp), SP (Dupuis, mw. Visscher), Leefbaar 's-Hertogenbosch (Kagie, Mees), PVV (Van Hattem), 50PLUS (mw. Hernández), gewoon ge-DREVEN (Van Creij), (Dupuis, mw. Visscher) en VOOR Den Bosch (Gersjes) hebben tegen gestemd. MOTIES VREEMD AAN DE ORDE VAN DE DAG – BESPROKEN IN COMMISSIE 13.
Motie vreemd aan de orde van de dag Wat niet kan, kan niet!
De VOORZITTER: Dan ga ik over naar de moties vreemd aan de orde van de dag. De eerste motie vreemd aan de orde van de dag is 'Wat niet kan, kan niet!' van de heer Van Creij en die geef ik als eerste het woord. De heer VAN CREIJ: Allereerst dank aan de wethouder omdat hij in de commissie Bedrijvigheid van april jl. is gekomen met een discussienotitie om te komen tot de volgende stap in de realisatie van een windindustrieterrein in de Rosmalense Polder met een aantal beslispunten of vragen. Een van de punten die erin voorkwamen is eigenlijk van dat het college nog steeds volhardt in de zestien windmolens. Dat is natuurlijk een bestuurlijke afspraak, maar als je kijkt naar het onderzoek of de quickscan blijkt eigenlijk dat die zestien die het college voorstelt eigenlijk niet realiseerbaar zijn door alle belemmeringen die op het belemmeringkaartje op pagina 32 staan. Simpel gezegd, ook al woon ik ongeveer in die polder ik wist niet dat er zo veel belemmeringen waren, of het nu het riool is, de hoogspanningsleidingen, het hoogvlieggebied of het windkaartje waarop is te zien dat er eigenlijk geen wind staat. Dus ik roep de coalitiepartijen sowieso op om hun standpunt toch eens tegen het licht in te houden, hoe ze zijn gekomen aan die zestien want er zijn tien noodzakelijk voor de RES28
opgave en er wordt gesteld dat drie vervanging van de 50 hectare aan zonpanelen zijn. Dat laatste is al een verkeerde inschatting want daarvoor zijn maar twee windmolens nodig. Al met al is er voor ons reden om een motie vreemd aan de orde van de dag op te stellen om met inachtneming van wat is onderzocht… Als namelijk de partijen strikt blijven vasthouden aan zestien molens dan zitten we met heel veel windmolens en weinig energieopwekking. Kijkt u eens heel uitdrukkelijk naar de energieopwekking en, wat voor ons het belangrijkste is, de gezondheid van mens en dier en het milieu. Vandaar dat ik er een overzicht bij heb gedaan dat eigenlijk gewoon een-op-een in de quickscan staat, maar nu staat het netjes bij elkaar. Vandaar dat wij deze motie, het zijn de woorden van de wethouder zelf, 'Wat niet kan, kan niet!', indienen om... Op 10 mei a.s. is er simpel gezegd weer een bijeenkomst van een soort klankbordgroep om duidelijkheid te geven. We trechteren nu naar vier of vijf varianten, schrap gewoon die variant met zestien molens en maak alles bespreekbaar. Dat is eigenlijk de vraag die voorligt. De heer VAN HATTEM: Dank aan de heer Van Creij voor deze motie. Helaas kon onze fractie hier door omstandigheden niet in de commissie over spreken en daarom moet ik hier nu toch nog even bij stilstaan.
Ik heb een vraag aan de heer Van Creij want ik deel zijn bedenkingen dat het natuurlijk een erg vreemde ontwikkeling is dat er tot nu toe altijd gezegd, ook in het coalitieakkoord, dat er zestien windturbines moeten en zullen komen. Nu blijkt er toch enige variatie in mogelijk te zijn en daarom vind ik de vraag of het een wet van Meden en Perzen is dat er zestien windmolens moeten komen zeer terecht. In het dictum van de motie, het 'spreekt uit dat', staat ook dat de op te wekken hoeveelheid energie een van de uitgangspunten moet worden en mijn vraag aan de heer Van Creij als indiener van deze motie is wat het effect is als deze motie wordt aangenomen? Levert dat dan een kader op waarvan het college vervolgens kan zeggen 'ja maar u als raad heeft een motie aangenomen waarin staat dat de hoeveelheid op te wekken energie het uitgangspunt is, dus als wij straks bij wijze van spreken tien of misschien wel twintig kleinere windturbines in de Rosmalense Polder gaan neerzetten, hebt u als raad er middels deze motie een uitgangspunt van gemaakt'. Dus ik vind de vraag en de bedenking heel terecht, maar wat is de consequentie hiervan. De heer VAN CREIJ: Dank aan de heer Van Hattem voor deze wedervraag.
Waar het eigenlijk om gaat is dat de coalitiepartijen nu zeggen dat het gaat om zestien windmolens en dat er geen hoogte, geen breedte, helemaal niets in staat, daar gaat het expliciet om. Wat vinden wij nu belangrijk aan energieopwekking? Vandaar dat het hier zo genoemd staat. De heer VAN HATTEM: Die bedenking is mij duidelijk en ik ben het ermee eens dat dit gewoon heel onduidelijk is en dat het college daar ook meer toelichting op en inzage in moet geven. Wat mij betreft, komen er nul windturbines, laat dat helder zijn, maar het gaat mij om deze motie. Als wordt gezegd dat dit een uitgangspunt is dan wordt die kaderstellend en als het een kaderstellende motie wordt, kan het college zeggen 'wij willen zo veel energie opwekken, dus komt er een x-aantal windturbines in de Rosmalense Polder en door het aannemen van die motie hebt u als raad dat hier op tafel gelegd' en daar wil ik mezelf niet aan branden. Ik wil daar niet verantwoordelijk voor zijn door mee te gaan in een uitgangspunt van energieopwekking om te zorgen dat daar windturbines kunnen komen. Tegelijkertijd vind ik de vraag heel terecht en moeten er ook andere mogelijkheden, varianten en wat mij betreft nul windturbines komen. Dat is een beetje het dilemma dat ik bij deze motie heb en ik hoop dat de heer Van Creij daar een duidelijk antwoord op kan geven.
De heer VAN CREIJ: Het gaat ons specifiek om de gezondheid van mens en dier, maar er staat uitdrukkelijk ook geen getal bij. Er wordt energie opgewekt, maar er staat verder helemaal geen concreet aantal, of het nu 0,86 of 0,59 petajoule in zijn totaliteit moet opleveren, daar spreekt de motie helemaal niet over. Wethouder VAN DER GELD: Ik kan het toch niet laten om even te zeggen dat ik dit wel interessant vond, wie is er meer tegen? Ik herhaal de uitspraak 'wat niet kan, kan niet', we zullen ook aan de hand van een MER moeten kijken wat kan en wat niet kan, kan niet. Ik heb echter twee belangrijke kaders van uw raad meegekregen, namelijk 'probeer zestien windmolens te realiseren' en 'houdt 1 kilometer afstand tot de woonkern'. Dat zijn twee kaders/uitgangspunten die ik heb meegekregen en die we ook proberen te realiseren. We gaan we nu, ook in de richting van de MER, een fase in om te kijken of dat kan en het is nog helemaal niet het moment om afscheid te nemen van kaders die uw raad heeft gesteld, ondanks dat ik heel goed begrijp dat de twee voorgaande sprekers nu opstaan om te proberen dat toch te doen.
29
De heer VAN CREIJ: Nu breekt mijn klomp, u zegt nu 'probeer zestien windmolens'. Nee, verdorie er staat in het coalitieakkoord zestien en er staat helemaal niet 'probeer'. U houdt uzelf nu een spiegel voor, het kan nog veranderen. Nee, er staat klip-en-klaar 'zestien'. De heer VAN HATTEM: Misschien nog aansluitend daarop. Wethouder Van der Geld gaf aan dat het uitgangspunt is dat we die zestien windmolens realiseren, maar ik ben op de bewonersbijeenkomst geweest die door de gemeente werd georganiseerd en daar stonden overal die panelen met allerlei verschillende varianten erop en het konden er ook minder dan zestien zijn als ze de hoogte in gingen, er werden allerlei opties uitgewerkt en dan de vraag aan de wethouder: wat is er nog over van zijn verhaal 'ons uitgangspunt is dat we er zestien willen realiseren' als hij de bewoners zulke varianten voorspiegelt of is er dan geen eerlijk verhaal aan de bewoners van het gebied verteld? Wethouder VAN DER GELD: Wij hebben het hele eerlijke verhaal aan onze inwoners verteld en de heer Van Hattem trekt het nu behoorlijk uit zijn verband. Wij hebben ook bij de inwoners aangegeven dat wij in het kader van die milieuonderzoeken alle hoeken van het speelveld moeten onderzoeken, misschien wel tot één windmolen tot twintig en noem het allemaal maar op.
Daarbij hebben we klip-en-klaar aangegeven dat wij twee hele belangrijke kaders van de raad hebben, namelijk 'houd minimaal 1 kilometer afstand tot de woonkern' en die zestien windmolens. Dan komen er ook plaatjes tevoorschijn, daar hoor ik u niet over, waarop je soms ook windmolens over die 1 kilometer heen zet. Dat is om die hoeken van het speelveld te laten zien, maar helemaal niet met de intentie om die daadwerkelijk te realiseren want dat is namelijk niet het afgegeven bestuurlijke kader. De VOORZITTER: Terug naar de motie want anders gaan we hebben we straks weer een discussie over de windmolens. De heer VAN HATTEM: Dan toch op dit punt want dit raakt wel aan de motie. Wat er aan de bewoners wordt voorgehouden vind ik dan wel heel dubieus. Dat je zegt dat alles moet worden onderzocht, is duidelijk maar als je panelen neerzet met daarop al die opties alsof daar iets uit te kiezen valt, terwijl de wethouder nu heel strak zegt 'we hebben wel een duidelijk uitgangspunt en duidelijke kaders dat het er zestien zouden moeten zijn en die 1 kilometer afstand'.
Hoe eerlijk is dan het verhaal richting de bewoners door allerlei andere varianten op tafel te leggen en van de kaders af te wijken? Had de boodschap naar de bewoners dan niet moeten zijn 'dit zijn de kaders en hieraan gaan wij ons houden' in plaats van het heel breed te trekken? Wethouder VAN DER GELD: De heer Van Hattem trekt nu eigenlijk een discussie, die ik in de commissie eigenlijk heel mooi vond, behoorlijk krom omdat het nu enkel wordt gereduceerd tot een discussie over aantallen windmolens. Ik snap dat dit heel erg in het oog springt, maar het gaat over veel meer dan alleen de aantallen windmolens, het gaat ook over opstellingsvarianten en over andere belangen die ook in de polder spelen. Daarover zijn we ook met de inwoners in gesprek gegaan, het ging over veel meer dan alleen de opwekking van energie en daarin is ook een heleboel mogelijk om daar ook in samenspraak met bewoners vorm aan te geven. De heer VAN HATTEM: De wethouder zegt nu eigenlijk twee verschillende dingen, hij zegt aan de ene kant 'ons uitgangspunt, ons kader, is die zestien windturbines' en tegelijkertijd zegt hij 'we moeten kijken wat er allemaal mogelijk is'.
Nou moet ik gewoon heel scherp de vraag stellen: is dat aantal van zestien, want hij zegt dat hij geen aantallendiscussie wil voeren en die zestien komt echt uit het bestuursakkoord, heilig voor dit college of niet? Wethouder VAN DER GELD: Zo heilig als ieder kader dat uw raad mij meegeeft. De heer VAN CREIJ: Ik hoor de wethouder nu zeggen dat er verschillende opstellingsvarianten zijn uitgewerkt. Als u blijft vasthouden aan de opstellingsvarianten en het uitgangspunt van zestien windmolens dan is het heel simpel, dan is variant 1 optie 1 de enige mogelijkheid om tot zestien windmolens te komen. Wethouder VAN DER GELD: Een reflectie daarop. Daarvoor loop ik ook niet weg en we hebben ook richting de inwoners aangegeven dat de manoeuvreerruimte bij zestien windmolens niet enorm groot is. Dat klopt en daar zijn we ook klip-en-klaar over, dat heb ik in de commissie ook gezegd. Motie vreemd aan de orde van de dag, Wat niet kan, kan niet!, van gewoon ge-DREVEN. 30
De heer VERBRUGGEN (stemverklaring): Mijn fractie tornt niet aan de kaders die we aan het college hebben meegegeven en wij vinden dat het traject van de MER zorgt voor een zorgvuldige afweging van belangen in het gebied waarbij de gezondheid van mens en natuur nadrukkelijk wordt meegenomen. Daarom geen steun voor deze motie. De heer KOUWENBERG (stemverklaring): Ondanks dat wij de gedachtegang van deze motie wel kunnen volgen, is de timing gewoon niet op zijn plaats. Wij willen het onderzoek zorgvuldig afwachten en vanuit daar verder kijken. Dus we zijn ook tegen deze motie. Mevrouw SAMSHUIJZEN (stemverklaring): Wij kunnen ons vinden in deze motie en wij onderstrepen wat de heer Van Creij in deze motie aangeeft over de gezondheid van mens, dier en natuur leidend laten zijn want in de in de discussienotitie voorgelegde plaatjes zien wij dat niet al die plaatjes de beste resultaten hebben en wij willen toch inzetten op de leidraad die de heer Van Creij aangeeft, die zullen wij steunen. De heer VAN HATTEM (stemverklaring): Ik vind wat ten aanzien van de kaders wordt gesteld toch een dubieuze ontwikkeling en daarom kan ik de motie steunen, maar wel met dien verstande dat de hoeveelheid op te wekken energie die er als uitgangspunt in wordt benoemd niet moet betekenen dat dit ook per definitie energie moet zijn die met windturbines moet worden opgewekt.
Dat mag natuurlijk ook elders gebeuren via een kerncentrale of anderszins en het kunnen ook nul windturbines zijn. Daaraan willen we ons niet committeren, maar het belang van gezondheid van mens en dier en omgeving moet wel vooropstaan. De heer HOEBEN (stemverklaring) Ondanks dat we een heel eind met de motie kunnen meegaan en we de punten ook echt wel onderschrijven, denken we echt dat het inderdaad, zoals Rosmalens Belang al aangaf, net wat te vroeg is om nu al een kader los te laten. Uiteindelijk zullen we hier wel op uitkomen, maar laten we het onderzoek en de MER rustig afwachten en dan pas overgaan tot besluitvorming. De heer KAGIE (stemverklaring): In lijn met de woorden van collega Van Hattem kunnen wij instemmen met de motie. De motie vreemd aan de orde van de dag is door de gemeenteraad verworpen. De leden van de fracties van SP (Dupuis, mw. Visscher), Leefbaar 's-Hertogenbosch (Kagie, Mees), PVV (Van Hattem), 50PLUS (mw. Hernández), gewoon ge-DREVEN (Van Creij, (Dupuis, mw. Visscher), VOOR Den Bosch (Gersjes) en PvdD (Samshuijzen) hebben voor gestemd. 14.
Motie vreemd aan de orde van de dag Intensivering veehouderij is geen optie, stimuleren natuurinclusieve kringlooplandbouw biedt perspectief
De VOORZITTER: Ik ga over naar de motie Intensieve veehouderij is geen optie, het woord is aan mevrouw Samshuijzen. Mevrouw SAMSHUIJZEN: De PvdD en De Bossche Groenen hebben in de commissie samen een discussienotitie over de veehouderij in onze gemeente en de zorgen die wij hebben over de groei hiervan voorgelegd. Daarom nu ook een motie die hieruit voortvloeit, waarbij ook Volt is aangesloten. We zijn van mening dat wij als gemeente een verantwoordelijkheid hebben ten aanzien van hoe wij handelen met betrekking tot de groei van het aantal landbouwhuisdieren en dat we met die groei moeten stoppen. We moeten vooruit kijken, constructief de toekomst tegemoet en de ambities die de gemeente heeft ten aanzien van klimaatneutraal worden, de biodiversiteit vergroten, de volksgezondheid waarborgen en een goede luchtkwaliteit omzetten naar actie. De rijksoverheid wil niet voor niets inzetten op kringlooplandbouw en de stikstof- en natuuropgave van de provincie ligt er ook niet voor niets. Waar zijn wij dan als gemeente? Dan moeten wij toch mee die goede richting in. Laten wij nu dus ook meebewegen en samen met de veehouders in onze gemeente dat perspectief gaan opzoeken. De gemeente Apeldoorn kwam enkele jaren geleden al met een beleidskader op veehouderij en dat is een prachtig voorbeeld van hoe dat kan.
We hebben als gemeente de instrumenten in handen, maar hiervoor moeten we wel tot beleid komen en de noodzakelijke keuzes hiertoe maken. Met de motie die we vandaag indienen, willen we dan ook samen met die veehouders, de provincie, de rijksoverheid en mogelijk ook andere stakeholders naar een natuurinclusieve kringlooplandbouw toewerken waarbij wordt ingezet op het verlagen van de stikstofuitstoot, het 31
verbeteren van het dierenwelzijn en het verminderen van het aantal intensief gehouden landbouwhuisdieren binnen onze gemeente. Wij vragen u om samen met ons verantwoordelijkheid te nemen voor de staat van de natuur, het dierenwelzijn, de vele woningzoekenden voor wie de bouwplannen van hun toekomstige huis onzeker is, daar hebben we het vanavond bij de Stadsdelta ook over gehad, en te zoeken naar een toekomst voor ons landelijk gebied en voor de veehouders. Wethouder Van der Geld zei vandaag dat de stikstoftunnel steeds donkerder wordt en dat hij graag wil dat die tunnel weer licht wordt, laten wij dan zelf ook zoeken naar dat licht en de kant van het licht van de tunnel op gaan bewegen. Wij vragen u dan ook om mee te gaan in deze beweging. Tot zover voorzitter. De heer VAN HATTEM: Hier is in de commissie inderdaad uitgebreid bij stilgestaan, dus ik zal er niet heel lang bij stilstaan. Mijn opmerking in de commissie was vooral dat dit een onderwerp is dat toch vooral op het terrein van de provincie en niet zozeer op dat van de gemeente ligt. Nu is de motie toch iets anders van strekking dan zoals die in de commissie is voorgelegd.
Er wordt nu gesproken over een beleidskader op veehouderij, maar het blijft een beetje onduidelijk wat dat beleidskader dan zou moeten betekenen, welke instrumenten en taken er daarvoor zijn en welke grondslag er in het gemeentebeleid voor die taken is. Je gaat per saldo toch eigenlijk op de stoel van de provincie zitten en je moet als twee bestuurslagen geen dubbele dingen doen. De heer HOEBEN: We hebben goed geluisterd naar wat er in de commissie is gezegd en we bewegen ons ook echt niet op de stalsystemen of wat dan ook, het gaat ons puur om 'ga nou eens inventariseren bij die ondernemers die daarmee te maken hebben'. Die willen ook iets, die hebben ook wensen en laten we die wensen inventariseren, laten we samen met hen kijken of we een beweging kunnen maken. Daar gaat het in essentie om. Is dat een verduidelijking van de vragen die u had? De heer VAN HATTEM: Het punt is dat de regelgeving op dit vlak vooral van het rijk en de provincie komt en dat die in onze bestemmingsplannen doorwerkt.
Als wij in onze bestemmingsplannen rekening houden met de locatiekeuzes van veehouderijen… Dat is iets waar de gemeente specifiek wel over gaat en of er op een bepaalde plek wel of geen stal kan komen en wat voor soort agrarische ontwikkeling daar volgens het bestemmingsplan wel of niet kan plaatsvinden en in welke omvang, daar heb je als gemeente grip op, maar dat proef ik niet in deze motie. Als je daar iets mee wilt dan is het iets voor bij bestemmingsplannen voor het landelijk gebied, het buitengebied van onze gemeente om daarbij stil te staan. Nu is het eigenlijk een beetje een schot hagel waarbij landelijke en provinciale taken naar de gemeente worden toegetrokken om vervolgens met de landelijke overheid en de provincie te gaan overleggen over hoe we dat kunnen gaan doen. Dat is eigenlijk een stukje bestuurlijk staartbijterij en ik denk dat we daar niet heel veel mee opschieten. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Die bestemmingsplannen zijn in principe beleidsneutrale instrumenten en daar hebben wij goed naar gekeken.
Wij liepen er tegenaan dat bestemmingsplannen telkens worden aangepast, maar dat zijn beleidsneutrale instrumenten en daarom moeten we goed kijken welke mogelijkheden er zijn dan en welke kant de gemeente op wil en wanneer wij een beweging willen inzetten van 'laten we met die betrokken partijen in gesprek gaan om te kijken wat er nog meer mogelijk is' zonder dat wij dus eigenlijk... omdat het beleidsneutraal is en we dan vaak toch zijn gedwongen om in die bestemmingsplannen een richting te kiezen… kijken wat er nog meer kan. Dat kan bijvoorbeeld ook zijn wanneer we zeggen 'we gaan inventariseren wat de mogelijkheden voor veehouders zijn', die hebben andere ambities in dat landelijk gebied. Mijn vraag aan de heer Van Hattem is: ziet u dan ook niet juist de kans door het in gesprek gaan met die stakeholders, bijvoorbeeld de veehouders, om te kijken welke mogelijkheden er in die bestemmingsplannen liggen wanneer we er beleid op maken, dat wij juist met hen kunnen meebewegen om de omvorming naar bijvoorbeeld kringlooplandbouw of andere activiteiten voor hen mogelijk te maken. De heer VAN HATTEM: Dat is een hele goede vraag, maar het punt is nou juist dat dit beleid hier niet wordt gemaakt. De gemeente voert hier geen beleid op, deze taken liggen bij andere overheidsorganen.
Als je dat aan de agrarische ondernemers aanbiedt dan zul je zeggen 'wat kun je als gemeente bieden?' Ja, praktisch niets. Ja, we kunnen met de provincie en het rijk in overleg gaan en dat kan dan de conclusie zijn, maar volgens mij hebben we niet of nauwelijks ruimte om hier echt specifiek beleid op te voeren en ik vraag me af of je hiermee moet uitpakken en veel ambtenaren aan het werk moet zetten die vervolgens met ondernemers moeten spreken om die iets te bieden waarmee we helemaal niets kunnen.
32
Mevrouw SAMSHUIJZEN: Nog even een verduidelijking. Wij noemen niet voor niets de gemeente Apeldoorn als voorbeeld, die heeft dat een paar jaar geleden al gedaan en we hoeven niet opnieuw het wiel uit te vinden. Dat is een prachtig voorbeeld van hoe je dat kunt aanvliegen en daar wil ik toch even naar verwijzen omdat het zeer zeker mogelijk is. De heer VAN HATTEM: Ik hoor nog niet duidelijk wat de gemeente Apeldoorn specifiek doet, maar je zou bijvoorbeeld in een bestemmingsplan kunnen zeggen 'op locatie A kunnen we intensieve veehouderij toelaten en locatie B vinden we een locatie waar dat in de toekomst niet meer kan'. Daar zitten ook financiële gevolgen aan in verband met bestemmingsplanwijzigingen en planschades. Dat zijn keuzes die je kunt maken, maar die keuzes zullen wij als PVV-fractie ieder geval niet maken, dus die motie zal ik dan ook niet steunen. Sterker nog, wij staan vierkant achter onze boeren en vooral achter het feit dat boeren ook gewoon zelf hun keuzes over hun bedrijfsvoering moeten kunnen maken, of het nu gaat om biologische, natuurinclusieve of intensieve veehouderij, die keuze is aan de agrarische ondernemer en niet aan ons als overheid. Wij moeten niet in hun bedrijfsvoering treden, dus deze motie zal de PVV-fractie niet steunen. Tot zover voorzitter.
Mevrouw KORVER: Een motie met een onderwerp en een titel waar GroenLinks natuurlijk heel erg achter kan staan en het zal niemand verbazen dat wij absoluut niet voor intensivering van de veehouderij zijn. Wij denken ook dat het heel goed is om richting natuurinclusieve landbouw te gaan, maar u hoort aan de manier waarop ik het inleid dat wij de motie toch niet steunen en dat komt eigenlijk omdat wij het verzoek toch wel heel controversieel vinden. Ik had het niet gedacht, maar we sluiten ons zelfs een beetje bij de PVV aan, wij denken dat dit niet aan de gemeente is, in ieder geval niet op dit moment en op de manier waarop het verzoek er ligt. Wij steunen het doel natuurlijk wel en wij willen absoluut wel aan de slag om richting een beleidskader te komen zoals in Apeldoorn, maar liever op een andere manier dan in deze motie is verwoord. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Mevrouw Korver geeft aan 'wij willen dit wel, maar op een andere manier', dus u wilt eigenlijk wel de beweging die wij willen. Als we nu niets doen, gaat er waarschijnlijk niets gebeuren en dan hebben we geen beleidskader om die positieve kant op te gaan in plaats van het probleem groter te maken.
Hoe ziet u dat voor zich? Mevrouw KORVER: We hebben in de commissie aangegeven dat wij dat graag anders zien, sinds die commissievergadering is er reces geweest en we hebben ons hier niet voldoende in verdiept, ik heb deze motie vreemd aan de orde van de dag zondagavond voor het eerst gezien. Wij gingen meer richting de bestemmingsplannen en dat is wat ons betreft nog steeds een optie die we kunnen onderzoeken en verder uitwerken, maar niet op deze manier. Er zijn volgens ons wel mogelijkheden om het doel te bereiken, maar op een andere manier. De heer VAN DER KRABBEN: Ik wil daar niet naartoe lopen, maar ik wil enkel zeggen dat ik me aansluit bij wat de heer Van Hattem heeft gezegd. Dan zou ik daar hetzelfde zeggen en dat heb ik bij dezen gedaan. Wethouder ROY GEERS: In de commissie hebben we het hier uiteraard uitgebreid over gehad en ik zal proberen vanuit het college een advies en een toelichting te geven. Allereerst is het volgens mij belangrijk te constateren dat er geen eenvoudige keuze aan de agrariërs voorligt, het is niet zo van 'goh laat ik eens mijn bedrijf veranderen of mijn bedrijf beëindigen'. Dat is een zeer intensieve keuze voor een agrarisch ondernemer en die keuze heeft niet alleen effect op zijn eigen bedrijf, maar ook op hemzelf of haarzelf, zijn of haar gezin, de medewerkers en de gezinnen van die medewerkers.
Dus zo'n boer moet een zeer intensieve afweging maken en simpelweg even langs de deuren gaan voor een inventarisatie is eigenlijk gewoon niet aan de orde, maar belangrijker nog, het rijk en de overheid moeten eerst duidelijke kaders stellen en besluiten nemen waardoor de agrariër weer een toekomst heeft en een perspectief aan zijn toekomst. Op basis daarvan kan een agrariër een keuze maken en dan staan wij ook voor die agrariër klaar en kijken wij vanuit het ruimtelijk aspect en vanuit onze bevoegdheden hoe wij met die keuze kunnen omgaan. Dus het kortweg inventariseren van de keuzes en daar vervolgens een kader op maken zien wij niet zitten en daarom ontraden wij deze motie. Motie vreemd aan de orde van de dag, Intensivering veehouderij is geen optie, stimuleren natuurinclusieve kringlooplandbouw biedt perspectief, van PvdD De heer VAN RENS (stemverklaring): Wij steunen het verminderen van de intensieve 33
veehouderij, maar we vinden de motie zoals die nu voorligt echt rijks- en provinciale taken dus zullen we tegen deze motie stemmen. De heer VAN CREIJ (stemverklaring): Ik sluit mij helemaal aan bij de woorden van D66, maar niet bij hun opmerking over het verminderen van de veestapel, alleen bij de opmerking dat het een taak van de provincie en het rijk is. De motie vreemd aan de orde van de dag is door de gemeenteraad verworpen de leden van de fracties van De Bossche Groenen (mw. Hendrickx, Hoeben, mw. Van Opdorp), SP (Dupuis, mw. Visscher) en PvdD (Samshuijzen) hebben voor gestemd. De VOORZITTER: Hiermee sluit ik de vergadering. Ik dank u allen voor uw komst. Op 11 mei a.s. is de bijeenkomt voor de regio, ik heb begrepen dat er nog maar twee aanmeldingen uit Den Bosch zijn en dat is wel een beperkte hoeveelheid, maar ik hoop daar ook een aantal van u te zien. Ik sluit hierbij de vergadering.
Sluiting 22.21 uur Vastgesteld in de vergadering van de gemeenteraad d.d. 6 juni 2023
34