CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen raadsvergadering 2023-03-28

Gemeenteraad 9 mei 2023, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Goedkeuring notulen van de openbare raadsvergaderingen van de gemeenteraad van 28 en 29 maart 202329.490 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Daarmee ga ik helemaal akkoord maar het tweede verbaasde me, een wethouder die twaalf maanden in het zadel zit en die ineens hiermee wordt opgezadeld omdat men de directie niet naar huis kan sturen, dat was geblokkeerd. Dan denkt men 'dan sturen we maar een wethouder naar huis'. Nou voorzitter, dit valt me eigenlijk zwaar op de maag, dit is eigenlijk politiek niet waardig. Iemand die zo zijn best doet en twaalf maanden op deze stoel zit met alle intenties die men uitspreekt en dat je die dan naar huis stuurt omdat je het niet voor elkaar krijgt dat de directie naar huis wordt gestuurd. Zo kwam het in ieder geval bij mij over. Mevrouw VAN OPDORP: Een wethouder houdt de wet heb ik gehoord en dat geldt vanaf dag 1. Dezelfde wethouder, die inderdaad net is begonnen, heeft in de brief uit naam van zichzelf en het hele college in september 2022 gesteld 'we hebben zorgvuldig en kundig onderzoek naar de signalen gedaan' en wederom zijn er geen signalen. Hoe verklaart u dat? De heer VAN DER KRABBEN: Ik zal u een ander antwoord geven. Denkt u dat het de medewerkers van de Weenergroep helpt als die motie vanavond wordt aangenomen? Helemaal niet, die schuift u gewoon verder door want op dat moment wordt er niets meer aangepakt. Dus u doet die mensen veel meer aan dan u eigenlijk zelf zou willen.

Mevrouw VAN OPDORP: Mijnheer Van der Krabben, als wij wel actie ondernemen, en liever niet de wethouder naar huis maar dat er wel wordt ingegrepen bij de directie, zou het dan ook kunnen dat de werknemers die daar nog steeds heel stil zitten wel weer vertrouwen krijgen in een nieuwe schone lei? Opnieuw beginnen, schoon schip maken en van bovenaf naar beneden de zaak herstructureren? De heer VAN DER KRABBEN: Ik denk dat u beide partijen helpt als u die eerste motie overeind houdt en de laatste bullet eruit haalt. De intentie waarmee de meesten van u naar deze raad zijn gekomen… ik heb in het begin voorspeld, en dat komt precies uit maar het heeft een paar uur geduurd. Mevrouw VAN OPDORP: Zachte heelmeesters maken diepe wonden. De heer VAN DER KRABBEN: Dat is een opmerking die niet voor mij is. Samenvattend, ik hoop dat de rest van de raad voldoende afwegingen maakt in dit belangrijke hoofdstuk om het college en in het bijzonder de wethouder zaken op orde te laten krijgen. Die intentie is er en de wethouder heeft net toegezegd dat ze de raad daar permanent van op de hoogte houdt. Daarbij laat ik het bij voorzitter, wij zullen beslist tegen deze motie stemmen. De heer VAN HATTEM: Ik heb hier geen strenge leidinggevende die mij kort houdt als ik mijn pasje vergeet en zo zou het ook op de werkvloer van een bedrijf als Weener XL moeten zijn.

Als iemand een keer een foutje maakt of iets persoonlijks niet goed doet dan moet gewoon met respect met die mensen worden omgegaan. Dat is een grondhouding die gewoon heel erg voorop moet staan in plaats van dat het iedere keer weer misgaat en mensen zich niet durven uitspreken richting de 27

leiding en de directie. Dat is nu mijn grote probleem met wat hier vanavond gebeurt, de directie wordt gewoon buiten schot gehouden terwijl wij in september 2022 die brief hebben gekregen waarnaar mevrouw Van Opdorp terecht verwees. Dat was eigenlijk al het pijnpunt, dat in een brief van de gemeentesecretaris werd ontkend dat er problemen zouden zijn, dat alles aan de kant werd geschoven om de zaak maar in rustig vaarwater te houden, daarmee doe je gewoon de medewerkers structureel tekort. Veel oppositiefracties staken een hand naar het college, de wethouder, uit om echt iets te verbeteren, waarbij duidelijk is gezegd dat we de hele organisatie inclusief de directie moeten aanpakken en stevig veranderen en dan kan ik er met mijn verstand niet bij dat de wethouder en het college zeggen 'ja sorry maar de directie blijft buiten schot'. Ik hoorde de wethouder net een aantal waardevolle opmerkingen maken over verbeterpunten die worden ingezet, maar je moet wel durven doorpakken en ook een directie die heeft gefaald en waardoor de wethouder letterlijk sorry heeft gezegd… De VOORZITTER: Mijnheer Van Hattem, ik wijs u er nogmaals op dat u hier de wethouder, het college, aanspreekt. We hebben hier een politiek debat richting het college en als u vindt dat het college niet acteert dan moet u het college aanspreken. Volgens mij is dat wat we hier met elkaar afspreken.

De heer VAN HATTEM: Dat doe ik hier de hele tijd, ik spreek steeds de wethouder en het college aan op het feit dat die de directie niet aanspreken. De VOORZITTER: Dat mag u doen. De heer VAN HATTEM: Dat doe ik ook voorzitter, dat is ook duidelijk. Daar gaat het uiteindelijk om en daarom is deze motie ook neergelegd. Ik dien niet met veel plezier een motie mee in, maar ik vind het gewoon een duidelijk signaal als wij met een groot aantal partijen een motie over doorpakken en het herstel van vertrouwen indienen en dat ook naar de directie als een van de veroorzakers van het probleem moet worden gekeken, maar dan wordt gezegd 'sorry, maar die blijft zonder meer buiten schot'. Dat is toch een stukje verlies van vertrouwen ondanks de vele goede bedoelingen en stappen omdat dan onvoldoende wordt gedaan, er moet gewoon veel meer worden gedaan. We hebben vandaag heel veel dingen gehoord, veel fracties zeggen dat het structureel anders moet en dat er veel verbeterslagen moeten worden gemaakt maar als er, ook door het college, te weinig wordt aangegeven wat er moet worden verbeterd en waarop medewerkers kunnen vertrouwen dan is er gewoon onvoldoende, dan hebben we onvoldoende om het college aan te spreken als de directie onvoldoende doet.

Ik hoop van harte dat deze wethouder toch bereid is stappen te zetten, om ook richting de directie te kijken, en die mee te nemen in het veranderproces want er moet ook bij de directie gewoon iets veranderen. Daarom sta ik achter deze motie. Tot zover in deze termijn. Mevrouw VAN OPDORP: Wethouder, college, als u zich echt verantwoordelijk had gevoeld dan waren er nu knopen doorgehakt. We hebben het over een lawine aan maatregelen en dat klinkt prachtig, maar intussen vergeten we wel het topje van de ijsberg. Dat topje van de ijsberg wordt niet meegenomen in de systemische aanpak, maar dat topje van de ijsberg zei u in september 2022 wel 'wij herkennen ons niet in de signalen'. Ook voor september 2022 was het zeven jaar lang 'wij herkennen ons niet in de signalen'. Uiteindelijk zijn het de medewerkers die afhankelijk zijn van dat topje van de ijsberg en daarom hebben we er geen vertrouwen meer in. Verder zei de wethouder dat de helft van de doelgroep een cijfer van 3,9 geeft… De heer VAN GENUGTEN: Er wordt hier heel gemakkelijk gezegd dat alle maatregelen… een leuk woord 'lawine aan maatregelen', maar volgens mij heeft de wethouder heel nadrukkelijk neergezet wat ze allemaal al in gang heeft gezet en in gang gaat zetten. Dat schuift u ook met een term als 'een warme maaltijd' aan de kant.

Volgens mij gaat u maar om één ding, het gaat u hier om het aansturen van de wethouder om iets te doen in de richting van de directie. Ik zal het nog korter zeggen, is het u hier maar om één ding te doen, kunt u daar antwoord op geven? Mevrouw VAN OPDORP: Het is mij hier te doen om één ding en dat zijn de werknemers, daar is het mij om te doen. De heer VAN GENUGTEN: Dan vraag ik me af mevrouw Van Opdorp waarom u de aanbevelingen uit de rapporten, de aanbevelingen van de heer Cohen, allemaal terzijde schuift als 'zomaar een lawine, stel niets voor' en u alleen maar iets in de top van de organisatie wilt 28

bewerkstelligen. Waarom schuift u dat terzijde als u zegt dat u iets voor de werknemers wilt doen? Mevrouw VAN OPDORP: Volgens mij schuif ik niets terzijde, maar zeg ik juist dat een lawine aan maatregelen prima is en dat dit al lang had moeten gebeuren, maar dat wij meer verwachten en dat is een heel ander verhaal. Wij verwachten meer, wij willen dat de lat hoger ligt en dat zouden we hier allemaal moeten hebben. De heer VAN GENUGTEN: Dan ben ik benieuwd, daar heeft mijn collega Kabbouti u al een keer of drie naar gevraagd en ik vraag het één keer, welke maatregelen u wilt bovenop die lawine die u blijkbaar wel enorm goed vindt. Mevrouw VAN OPDORP: Wat wij meer willen, en niet alleen ik, is het topje van de ijsberg aanpakken omdat daar namelijk het begin van de oplossing van een probleem ligt. De heer VAN DER KRABBEN: Dan denk ik dat uw conclusie ook is dat het rapport en het advies van de heren Cohen en Schipper eigenlijk niets voorstelt want dat geeft aan: laten we de zaak aanpakken zoals wordt voorgesteld en probeer dat voortvarend te doen. Mevrouw VAN OPDORP: Dan hebt u niet goed geluisterd mijnheer Van der Krabben want ik gaf helemaal niet aan dat het rapport niet klopt, ik gaf alleen aan dat er nog meer nodig is, dat er knopen moeten worden doorgehakt, dat geef ik aan.

De heer VAN DER KRABBEN: Als u dat concreet aangeeft zonder inhoudelijk te worden dan wordt het moeilijk. Als u het enkel aangeeft over de leiding of als dat niet lukt naar de wethouder dan wordt het moeilijk. Dan hebt u de rapporten en het advies die op tafel liggen, maar daar doet u niets mee. Dat is mijn conclusie. Mevrouw VAN OPDORP: Naar mijn mening doe ik juist alles met de rapporten, die neem ik uiterst serieus. Ik lees in de rapporten dat de helft van de doelgroepmedewerkers een rapportcijfer van 3,9 geeft en dat is een prima cijfer, maar de andere helft van al die doelgroepmedewerkers heeft niets ingevuld en kan u ook vertellen waarom, omdat die andere helft bang is voor maatregelen, voor sancties. Dat is de reden los van het feit dat dit een mager beginonderzoek is. De heer VAN DER KRABBEN: Het rapport en het advies van beide heren liggen op tafel, dat is het uitgangspunt en daarvan hoor ik u steeds zeggen dat het niet volledig is. U geeft alleen aan dat u de rapporten die op tafel liggen eigenlijk niet accepteert. De heer VAN ROSMALEN: Ik ben benieuwd waarop mevrouw Van Opdorp baseert dat de werknemers die de enquête niet hebben ingevuld te angstig zouden zijn om dat te doen als tegelijkertijd in het rapport staat dat een normaal aantal werknemers heeft gereageerd.

Waarop baseert zij haar wilde beweringen? Mevrouw VAN OPDORP: Het zijn niet zozeer wilde redeneringen, maar meer een logisch gevolg. In het rapport gaat het over de sociale veiligheid en niet over de financiële veiligheid of over de loonmaatregelen,134 in een jaar wat absoluut absurd is als je het vergelijkt met andere gemeenten. Volgens mij is het onze rol als raadslid om niet alleen een kleine context maar de hele context te bekijken en de hele context is dat dit onderzoek een klein onderdeel is. De VOORZITTER: Ik verzoek iedereen stil te zijn en de beantwoorder en de vragensteller de mogelijkheid te geven. Mevrouw u mag doorgaan. Mevrouw VAN OPDORP: Ik baseer me niet op wilde… maar het is gewoon logisch nadenken. Als de helft van een club helemaal niet gereageerd en als we weten dat er in het verleden van alles aan de hand was wat ook nog eens in onafhankelijk onderzoek wordt bevestigd dan denk ik dat u een wilde redenering doet door er niet van uit te gaan dat er iets meer aan de hand is. De heer VAN ROSMALEN: Ik heb geen vragen meer en ik constateer dat ik geen antwoord op mijn vraag krijg. Mevrouw VAN DER KALLEN: Bent u van mening dat alle problemen zijn opgelost als de 29

directie opstapt, denkt u niet dat er dan nog veel meer problemen zijn dan er nu al zijn? Mevrouw VAN OPDORP: Nee mevrouw Van der Kallen, ik ben zeker niet van mening dat dan alle problemen zijn opgelost maar ik denk wel dat de frisse wind zeker goed is voor het vertrouwen van de werknemers. In de rest van Nederland zijn op dit moment overigens genoeg zaken aan de gang waar iedereen de hand in eigen boezem steekt en zegt 'oké, wij hebben dit mede veroorzaakt, wij zijn medeverantwoordelijkheid en wij trekken ons terug en zorgen ervoor dat de nieuwe club de handschoen oppakt'. Mevrouw VAN DER KALLEN: Bent u van mening dat die nieuwe club dan geen fouten maakt? Mevrouw VAN OPDORP: Nee helemaal niet, maar niet zo veel fouten en niet dat je er zeven jaar lang niets van leert of in ieder geval te weinig. Mevrouw VAN DER KALLEN: Ik vind dat aan boute aanname. De VOORZITTER: Dames en heren, ik verzoek u echt om degene die het betoog voert en degene die de vraag stelt de ruimte te geven, Volgens mij moeten we netjes met elkaar omgaan. Ik snap dat de emoties van het debat hoog zijn, maar laten we ons wel beperken tot vragen en de antwoorden, zeker in een interruptie. U hebt allemaal de mogelijkheid om gebruik te maken van een tweede termijn als u daar nog geen gebruik van hebt gemaakt en u kunt straks een stemverklaring afleggen, we moeten het debat wel zuiver houden.

Mevrouw Van Opdorp gaat u verder. Mevrouw VAN OPDORP: Ik ben bijna klaar. Wij maken ons zorgen, vooral om het feit dat er eigenlijk vooral reactief in plaats van actief wordt geacteerd. Zeker op basis van vanavond, na een hele ronde van debat, is uiteindelijk de conclusie nog steeds dat we gewoon blijven doen wat wij vinden dat goed is en eigenlijk maakt het niet uit wat wij hebben gezegd en aangevuld. Dat is heel erg jammer en dat geeft ons ook weinig vertrouwen. Daarom de motie. De heer VAN SILFHOUT: Voorzitter, toen ik in de eerste termijn het woord 'lawine' gebruikte, wist ik niet welke natuurkrachten ik in dit debat zou ontketenen. Dat bedoel ik niet als grapje want die lawine komt nu pas op gang en dat betekent dat die alleen maar groter kan worden. Dat is ook de reden dat wij de nu voorliggende motie niet kunnen steunen want we kunnen wat mij betreft een wethouder niet op het verleden afrekenen, maar we moeten haar afrekenen op de acties die zij gaat ondernemen en dat betekent dat we moeten kijken welke acties in 2023 worden uitgevoerd om de situatie te verbeteren en haar dan op de inhoud moeten beoordelen. Dat is de positie van Volt hierin, wij vinden dat we haar de kans moeten geven hier daadwerkelijk schoon schip te maken.

Ik ben ook blij dat ik eindelijk antwoord heb op mijn interruptie die ik in de eerste termijn op de heer Van Hattem plaatste: wat is het doel, wat willen we anders dan wat er in de voorgenomen acties voorligt? Nu is duidelijk dat de directie weg moest, dat is uiteindelijk de strekking en daarom moet de wethouder met een motie van wantrouwen op haar acties worden afgerekend. Dat vinden wij eigenlijk niet helemaal fair voor de inhoud van dit debat. Daarom ben ik blij dat we nu weten wat er voorlag. De heer VAN HATTEM: Nu gaat de heer Van Silfhout van Volt eigenlijk wel een beetje kort door de bocht want het gaat er niet om dat de directie weg moet, maar dat de directie niet buiten schot blijft. De reactie van de wethouder op de motie was 'de directie, nee daarmee gaan we niets doen, dat is niet aan de orde'. De VOORZITTER: Wat is uw vraag? De heer VAN HATTEM: Dat wil ik wel even duidelijk hebben. Ik heb genoeg andere punten aangegeven, ook over de tijdsdruk en dergelijke, dat het juist om die dingen gaat. Binnen die hele aanpak mag de directie niet buiten schot blijven. De VOORZITTER: Mijnheer Van Hattem, de volgende keer gewoon een tweede termijn want dit is geen interruptie. Gaat u verder.

De heer VAN SILFHOUT: Dat betekent dus dat wij deze motie van wantrouwen niet steunen en dat wij in de toekomst, en dat heeft de wethouder ook al toegezegd en ik vind het goed dat zij gewoon haar betoog hervatte nadat zij vrij abrupt werd geïnterrumpeerd, zeker op dit onderwerp aan de tand 30

blijven voelen, dat kan ik als Volt wel beloven. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Voorzitter, opnieuw even terug naar de afgelopen zeven jaar waarin we hebben gezien dat werknemers keer op keer door de werkgever gesanctioneerd werden. Dat gebeurde en wat er nu gebeurt is dat er dan simpelweg sorry wordt gezegd, er wordt met mensen gesproken, we zeggen sorry en daarmee is de kous af. De heer VAN HAREN: Wij hebben de hele avond geluisterd naar een debat over tal van maatregelen om de werksituatie van deze mensen te verbeteren, hoe komt mevrouw Samshuijzen op het idee dat alleen sorry wordt gezegd en dat daarna de kous af is? Mevrouw SAMSHUIJZEN: Het gaat hier om de arbeidsrelatie. Het is heel goed naar de toekomst toe, ik heb in mijn eerste termijn ook benoemd dat die maatregelen er zijn. Die onderschrijf ik, het is goed dat die maatregelen er zijn en het is hartstikke goed dat die maatregelen worden genomen, maar die onderlinge arbeidsrelatie, wat zeven jaar lang verkeerd is gegaan en wat zo beschadigd is, doen we nu af met een gesprek met die mensen waarin we zeggen 'we vinden het heel vervelend voor u, sorry, schoon schip, we nemen maatregelen en nu moeten we verder'. Zo simpel kan het niet zijn.

De heer VAN HAREN: Ik hoorde een debat waarin tal van dingen zijn aangekondigd, inderdaad een persoonlijk gesprek, maar ook coaching voor de leidinggevenden, betere communicatie en fysieke maatregelen die we gaan nemen voor een veilige werkomgeving in het nieuwe gebouw. Hoe komt mevrouw Samshuijzen dan op het idee dat het alleen een gesprek is? Mevrouw SAMSHUIJZEN: De heer Van Haren heeft het weer over de maatregelen die worden genomen om de toekomstige arbeidsplek te verbeteren en dat is heel goed, maar die verstoorde arbeidsverhouding en het verdwenen vertrouwen, moeten werknemers dan maar accepteren dat ze weer het vertrouwen moeten hebben en dat zij zomaar moeten vergeven wat hun zeven jaar lang is aangedaan? Dat stukje, die verstoring, kan niet worden afgedaan met een 'sorry en nu gaan we je werkplek verbeteren'. De heer VAN HAREN: Kan dat dan wel worden afgedaan door de positie van de wethouder of die van de directie ter discussie te stellen? Mevrouw SAMSHUIJZEN: Dat is eigenlijk wat ik nog wilde zeggen. De vraag aan de wethouder waarop ik in de eerste termijn eigenlijk geen antwoord kreeg was: wat gaat er gebeuren om die ernstig verstoorde arbeidsverhouding te herstellen wanneer we hebben te maken met een werknemer die eigenlijk geen kant op kan? Ik hoorde niet dat de wethouder de nodige maatregelen neemt om die arbeidsrelatie dusdanig te herstellen.

Daar hoor ik haar niet over, ik hoor haar over de operationele dingen in de toekomst om die de arbeidsplek beter te maken, nogmaals dat is heel mooi. De heer Van Silfhout gaf net aan 'de wethouder zit hier nu koud een jaar zit, mogen we haar dit dan wel aanrekenen?' Ik ga direct even door met mijn bijdrage, ik ben bijna klaar. De wethouder zit hier inderdaad nog niet de hele zeven jaar, maar het gaat erom dat de wethouder de verantwoordelijke persoon op dit dossier is. Zij is niet de volle zeven jaar wethouder geweest, maar zij is wel de persoon doe we moeten aanspreken op het gevolgtrekken van conclusies over wat er na zeven jaar met deze misstanden moet gebeuren. We hebben de wethouder middels de eerder ingediende motie gevraagd om het juiste te doen en dat wordt sterk afgeraden, dus daarin zien we niet dat de wethouder haar verantwoordelijkheid neemt en daarom zijn wij als partij gedwongen om de motie mee in te dienen. De heer KABBOUTI: Op basis waarvan komt u tot de conclusie er een verstoorde arbeidsrelatie is? Mevrouw SAMSHUIJZEN: De tribune zit hier vol mensen die, zoals ik ook even interpreteer, nogmaals dat kan mijn interpretatie zijn maar volgens mij delen verschillende collega's die, niet bepaald heel erg gelukkig worden van dat er alleen op de werkplek alleen operationele verbeteringen plaatsvinden.

Ik heb al een paar maal gezegd dat die verbeteringen heel goed zijn, maar die mensen zijn heel erg boos en ontevreden, ze zijn zeven jaar niet netjes behandeld en dat laat zijn sporen na, dat is niet zomaar weggepoetst. De heer KABBOUTI: Dan hoor ik het goed, dat is uw interpretatie en die is niet gebaseerd op 31

het uitgebreide onderzoek en de adviezen van onafhankelijke deskundigen. Klopt het dat dit uw interpretatie is en dat het niet is gebaseerd op het uitgebreide onderzoek en de adviezen van een externe? Mevrouw SAMSHUIJZEN: Er is geen onderzoek naar een verstoorde arbeidsverhouding gedaan. U mag zeggen dat het een interpretatie is, maar is wel wat ik hier feitelijk zie gebeuren, wat hier gewoon zeven jaar lang is kapotgemaakt. Ik heb die vraag in mijn eerste termijn niet voor niets aan de wethouder gesteld want het gaat om een arbeidsrelatie die moet herstellen. Hoe gaan we dat doen? Ik zie niet voor me dat dit op deze manier gebeurt. De heer VAN SILFHOUT: Ik werd aangehaald, dus ik reageer even op deze manier. De VOORZITTER: Hebt u een vraag? De heer VAN SILFHOUT: Ja, wel een vraag, Er werd gezegd dat deze wethouder volgens mevrouw Samshuijzen op dit dossier geen politieke verantwoordelijkheid neemt, maar ik vind dat ze juist vrij veel politieke verantwoordelijkheid op dit dossier neemt en ik vraag me af of onze grondhouding in wat politieke verantwoordelijkheid nemen op dit thema is dan zo veel verschilt. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Ik denk dat het stukje verantwoordelijkheid dat u in uw tweede termijn noemde, dat we haar dit nu niet mogen aanrekenen omdat ze er niet zeven jaar bij was.

Mijn conclusie is dat zij de verantwoordelijke is, we kunnen niemand anders dan de wethouder aanspreken op dat nu niet gebeurt wat nodig is. De heer VAN SILFHOUT: Dan is de lezing van wat ik zeg verkeerd. Mijn punt is dat we haar niet moeten afrekenen op haar verleden hier. Zij heeft nog niet veel tijd gehad om daadwerkelijk acties te ondernemen en dat is het punt dat ik maak, geef haar de kans om het komende jaar wel die acties te ondernemen en laten hier dan opnieuw een goed debat voeren over of dit goed is gelukt en dan kunnen we het hebben over politieke verantwoordelijkheid. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Ik ben het er niet mee eens dat er voldoende maatregelen zijn genomen want nu moeten de juiste beslissingen worden genomen en er moeten nu stappen vooruit worden gezet. We kunnen deze onveilige situatie niet langer laten voortduren en wij hebben gewoon met de indieners van deze motie een hele grote vrees dat we deze mensen op deze manier nog langer in een onveilige situatie zetten omdat we gewoon niet doen wat nodig is. Daarom vinden wij dat er knopen moeten worden doorgehakt. Daarmee kom ik ook tot het einde van mijn betoog. De heer VAN GENUGTEN: Ik wilde het met een interruptie doen toen de motie op tafel werd gelegd want er moet me toch was iets van het hart over dit proces.

Er wordt voor gekozen om het zwaarste politieke instrument op tafel te leggen, een interpellatie, en dat is uw goed recht. Daarmee roept u de wethouder ter verantwoording. Ik denk dat het goed is om dat te doen als daar zaken voor zijn, maar als de wethouder na een minuut in haar tweede termijn wordt onderbreken en direct te zeggen 'het zint me niet, ik loop weg en ik kom terug met een motie van wantrouwen', dan constateer ik één ding, dat u de wethouder helemaal niet ter verantwoording wilt roepen en dat argumenten er op dat moment helemaal niet meer toe doen, maar dat u maar op één ding uit bent in plaats van hier vanavond het inhoudelijke debat te voeren over hoe we Weener XL voor deze mensen verbeteren. Mevrouw VISSCHER: Volgens mij waren veel argumenten al gewisseld. (Er wordt buiten de microfoon gesproken) Ik wil even reageren op wat er nu wordt gezegd. Wat zegt u? ((Er wordt buiten de microfoon gesproken) Ik zal er aan het einde een vraag aan vastplakken. (Er wordt buiten de microfoon gesproken) Ik mag toch reageren? Er wordt iets over mij gezegd, ik word hier aangevallen op hoe wij dingen hebben aangepakt. Hij had het bij interruptie aan mij willen doen, dat zei hij ook. De VOORZITTER: U stelt een vraag en u kunt nog altijd kiezen voor een tweede termijn want u hebt nog geen tweede termijn gehad. Mevrouw VISSCHER: Ik dacht dat ik wel een tweede termijn had gehad.

De VOORZITTER: Nee, u hebt alleen een interruptie op de wethouder gedaan en op basis van die interruptie bent u met een motie teruggekomen. 32

Mevrouw VISSCHER: Dan pak ik een tweede termijn. De heer VAN GENUGTEN: De wethouder is ter verantwoording geroepen over de voorliggende rapporten, zij heeft een brief gestuurd met de maatregelen die ze gaat treffen om de situatie te verbeteren, die heeft ze concreet ingevuld en volgens mij helpt het laten rollen van koppen daar niet bij. Het gaat erom dat er verbetering wordt ingezet en dat er rust komt op de werkvloer, rust in de organisatie, en dat alle werknemers weer met respect door één deur kunnen en ze weer met werkplezier aan de gang zijn. Tot zover. De heer VAN HATTEM: De heer Van Genugten zegt dat er rust moet komen, maar dat is toch niet het enige wat er speelt. Die rust is er pas als de werknemers op een gewaardeerde manier hun werk kunnen doen, zonder door hun leidinggevende op een harde of vileine manier te worden aangepakt. Is de heer Van Genugten het met mij eens dat die rust er niet zal komen zolang de directie, een onderdeel van de organisatie en daarmee een onderdeel van het probleem, buiten schot blijft? De heer VAN GENUGTEN: Ik spreek hier niet over de directie of over ambtenaren, ik spreek hier in een interpellatiedebat, een verantwoordingsdebat aan de wethouder, de wethouder aan.

De wethouder gaf duidelijk aan wat haar marsroute is, namelijk het overnemen van de aanbevelingen van een onafhankelijk onderzoek waar onafhankelijke externe adviseurs nog eens een visie op hebben gegeven en daar voegt het college nog een maatregel aan toe. Daar heb ik vertrouwen in, ik spreek hier vanavond het vertrouwen uit in de wethouder en in de marsroute om de verbeteringen door te voeren. Daar hebben we het hier vanavond over mijnheer Van Hattem. De heer VAN HATTEM: Dan proef ik toch een stuk teleurstelling. Er wordt een aantal verbeteringen voorgesteld en die kunnen op zich nuttig zijn, daarover zijn we het eens, maar het punt is nu juist dat de wethouder zelf bijna aan het begin van haar betoog al over het punt van de directie zei 'dat gaan we niet doen'. Dat is iets wat echt totaal met kracht compleet wordt ontraden. De heer Van Genugten zegt dat we hier het zwaarste middel, een interpellatie, inzetten en een raadsenquête is misschien nog wel zwaarder, dat kunnen we ook nog doen.

Als wij de wethouder zo tegenover ons krijgen met de reactie 'We gaan het compleet ontraden', wat wordt er dan van ons verwacht als wij constructief willen samenwerken, als wij hier ooit iets opbouwends willen neerleggen om die rust en dat vertrouwen te kunnen herstellen? De VOORZITTER: Wat is uw vraag? De heer VAN HATTEM: Dan vraag ik aan de heer Van Genugten: is het dan niet juist ongepast dat de wethouder zegt 'ja sorry maar dit ga ik absoluut niet doen, dit is geen te bewandelen weg'? Hadden wij dan niet beter kunnen zeggen: we gaan samen overal naar kijken, inclusief de directie? De heer VAN GENUGTEN: Volgens mij gaat het hier ook gewoon om fatsoen en fatsoen is dat je iemand laat uitpraten. Een wethouder die in de tweede termijn nog geen minuut bezig is en nog niet kan toelichten waarom een motie wordt ontraden, om dan al direct in te grijpen, op te staan, weg te lopen en direct een andere motie uit de broekzak te toveren vind ik van weinig respect getuigen, dat is mijn oordeel. Verder proberen we hier samen het goede debat te voeren, er is vanavond nogal wat gewisseld. In ieder geval was ik benieuwd wat wethouder daarop had te zeggen, maar blijkbaar was die interesse er niet. Dat is het punt dat ik hier maak, argumenten deden er blijkbaar niet meer toe. De heer VAN HATTEM: Ik wil hier toch op reageren.

Natuurlijk ben ik geïnteresseerd in wat de wethouder zegt, zeker, en daar hebben we ook met aandacht kennis van genomen, maar met het feit dat de wethouder aan het begin van haar betoog al zei 'ik moet het krachtig ontraden' haalde ze eigenlijk haar eigen betoog onderuit door te zeggen 'we kunnen wel allerlei argumenten gaan wisselen, maar het gaat hem toch niet worden'. Dan krijg je actie-reactie. Is de heer Van Genugten het met mij eens dat deze reactie van het college, het is natuurlijk een reactie van het voltallige college, de wethouder spreekt namens het hele college, een ongepaste reactie is richting de indieners van de motie die deze met goede bedoelingen op tafel leggen, als er al direct wordt gezegd 'njet, dit gaat niet gebeuren'? De heer VAN GENUGTEN: Volgens mij probeert u wat krom is recht te praten. Ik zie dat wel 33

degelijk anders. Ik vind het fatsoenlijk, en volgens mij hebben we dat in deze debatcultuur, om mensen te laten uitpraten en een tweede termijn te laten doen. Het instrument Interpellatie is het horen en ter verantwoording roepen van de wethouder en dan moet zij zich ook kunnen verantwoorden. In die zin vind ik het onfatsoenlijk dat dit niet is gebeurd en ik ben het totaal niet met u eens. De heer KAGIE: Voorzitter, collega Visscher begon haar interpellatie met twee vragen: waarom zijn de signalen over de problemen met de werksfeer niet tijdig door het management, de directie, van Weener XL onderkend, dat was de vraag aan de portefeuillehouder, en hoe is het mogelijk dat er op 23 september 2022 nogmaals een brief is uitgegaan waarin de problemen werden ontkend? 'Geen signalen zijn ons bekend', voorzitter, dan is de vraag daar overheen, daar krijg je dan geen antwoord op in dit beraad, hoe het mogelijk is dat dit negatieve werkklimaat niet heeft kunnen doordringen tot de burelen van de directie waarvan ik zeker weet dat die niet alleen maar op een kantorreke zitten. Voorzitter, dan de aanbeveling van de heren Cohen en Schippers: als wij dit alles overzien, denken wij dat er een systemische aanpak nodig is om Weener XL aan de ontstane situatie te laten werken en ga te rade bij een adviesbureau om dat antwoord te ontwikkelen.

Een systemische benadering betekent dwars door de organisatie heen, niemand uitsluiten. Dat staat in wat wij hebben geformuleerd, de motie 'Herstel van vertrouwen', en weet u wat daar ook in staat? 'Het gelet op het geschonden vertrouwen', want er is natuurlijk wel iets aan de hand, heel fundamenteel, 'niet aannemelijk is dat de huidige directie daarin een leidende rol kan vervullen'. Je gaat aan de slag met een adviesbureau, je gaat aan de slag met de ontwikkeling van die systemische benadering en dan kom je terug naar de raad. Voorzitter, één extra ding, het antwoord van de portefeuillehouder, 'we willen één extra ding zeggen, wij zullen niet ingrijpen op de directie, dat gaan we niet doen'. Dus de opening die wij in de motie 'Herstel van vertrouwen' gaven, geef nou eens breed dwars door de organisatie die systemische benadering een kans, maar wees dan ook zo fair om degenen die je buiten schot wilt houden ook incluis te maken want Weener XL is één organisatie, maar die deur werd bot dichtgedaan. Daar sloeg collega Visscher op aan, toen heeft ze die schorsing gevraagd en daar is onze motie van wantrouwen, van verlies van vertrouwen, overheen gekomen. Het is niet anders. De heer KABBOUTI: Even terug in de tijd.

We hebben in oktober 2022 en debat gevoerd over de brief van de gemeentesecretaris over de toestand bij Weener XL en op basis van die discussie is in deze raad de oproep gedaan om te komen tot een extern onderzoek. Dat onderzoek is uitgevoerd en vandaag bespreken we de resultaten. Ik hoor geen enkele partij, maar dat is mijn interpretatie, die dat onderzoek ter discussie stelt. Daarnaast zijn er externe adviseurs geraadpleegd die met een advies kwamen en het college omarmt dat advies volledig. Alle partijen hier omarmen het onderzoek en willen graag actie zien, maar er ontstaat vanavond bij mij ook een stukje discomfort als het gaat over het gesprek over de directie want we roepen nu een partij ter verantwoording die zich hier niet kan verdedigen en daar zit mijn pijn, daar zit mijn afschuw ook in dit debat. Het onderzoek gaat over de verbetering die de mensen op de tribune raakt waarvan we allemaal zeggen dat daar iets mee moet gebeuren. Als je hier in dit debat de portefeuillehouder ter verantwoording roept, dat is wat wij hier doen, dan moeten we met elkaar een oordeel over het handelen vellen en het doet mij dan ook pijn om te zien dat de wethouder hier komt staan om verantwoording af te leggen, maar dat ze na een minuut al wordt geïnterrumpeerd en de rode kaart krijgt. De messen waren aan de voorkant van dit debat geslepen en dat is goed.

De uitkomst is helaas voor een aantal partijen aan de voorkant ook bepaald en daar heb ik ontzettend veel moeite mee. Inhoudelijke argumenten doen er klaarblijkelijk niet meer toe en stappen die worden voorgelegd, 'dit gaan we doen', worden terzijde geschoven. De heer VAN HATTEM: De wethouder gooide aan het begin van haar betoog de deur al dicht door te zeggen 'één ding gaan we niet doen en dat is de directie aanpakken', die stap is al helemaal niet meer aan de orde. Als dan al niet meer wordt geluisterd naar de argumenten die van onze kant worden ingebracht, dan schiet het natuurlijk niet op. Hoe kijkt de heer Kabbouti naar het feit dat de wethouder die deur aan het begin van haar betoog zelf al heeft dichtgeslagen? De heer KABBOUTI: Ik kan alleen maar vaststellen dat de wethouder hier politiek lef toont door aan te geven wat zij gaat doen. Ik kan ook alleen maar teruggrijpen op het advies van de heren Cohen en Schippers die aangeven dat zij er vanuit hun deskundigheid vertrouwen in hebben dat de wethouder met de leiding die op dit moment aanwezig is deze klus zou moeten kunnen klaren. Op basis van de informatie die ons allen ter beschikking staat, moeten wij daar een oordeel over vellen. Ik word in dit debat wars van de interpretaties en het cherry picking in dat onderzoek, een eigen kleur geven zonder enige onafhankelijke waarneming.

Als we dan vervolgens over ambtenaren spreken die 34

zich hier niet kunnen verdedigen dan trek ik daar een streep, dan zeg ik: we beoordelen het college en in een specifieke situatie de wethouder en het handelen of het nalaten van deze wethouder ligt hier ter tafel. Ik kan niets anders concluderen, dat is de conclusie van de fractie van de PvdA. De heer VAN HATTEM: Nu geeft de heer Kabbouti eigenlijk een totaal verkeerde voorstelling van zaken. We spreken de wethouder juist aan op het handelen van de directie en als één groep zich hier niet kan verdedigen dan zijn het de medewerkers die onder druk van hun leidinggevenden staan en die zich niet tegen hun leidinggevenden durven uit te spreken omdat ze bang zijn dat dan hun baan in het gedrang komt. Juist die groep kan zich niet uitspreken en wij als raad, als hun volksvertegenwoordiging, zijn aan zet om zich via de wethouder uit te spreken en helaas moet het instrument motie van wantrouwen worden gebruikt omdat er nu eenmaal geen andere middelen zijn om de wethouder aan te pakken. Mijn vraag aan de heer Kabbouti is: is het niet veel gepaster om te zeggen 'u valt een ambtenaar aan', nee wij spreken de wethouder aan op het handelen van de directie en dat doen we juist vanuit het belang van de medewerkers die zich niet durven uit te spreken of kunnen uitspreken richting hun leidinggevende.

Hoe kijkt de heer Kabbouti tegen die analyse aan? De heer KABBOUTI: Dat is precies dat cherry picking dat ik bedoel voorzitter. We hadden op 4 oktober 2022 een interpellatie waarin we met elkaar tot een onderzoek hebben opgeroepen waarin de medewerkers waarover u en ik ons zorgen over maken zich hebben kunnen uitspreken. We hebben vandaag de resultaten met elkaar bekrachtigd en die liegen er niet om. Dus het beeld schetsen dat daar niets mee is gedaan en dat daar geen gehoor aan wordt gegeven werp ik echt ver van me. De heer VAN HATTEM: De laatste keer op dit punt. Als het dan zo is dat de resultaten er niet om liegen zoals de heer Kabbouti terecht zegt dan moeten daaraan ook gevolgen verbonden kunnen worden. Degene die daar op de werkvloer verantwoordelijk voor is, is per saldo de directie en daar spreken wij de wethouder op aan, om die directie aan te spreken omdat de resultaten er niet om liegen, omdat er heel veel misstanden zijn. Als de wethouder al aan het begin van haar betoog de deur dichtgooit, 'sorry maar de directie blijft buiten schot', dan is geen sprake cherry picking, maar is er gewoon een structureel probleem waarbij de PvdA de directie in bescherming neemt. Waarom blijft de PvdA op deze manier stelselmatig de directie in bescherming nemen ten koste van de werknemers? De heer KABBOUTI: Dan zijn we terug bij af, dan hebben we het rondje weer gedraaid.

Mevrouw SAMSHUIJZEN: De heer Kabbouti gaf aan dat we in oktober 2022 een interpellatiedebat hebben gehad waarin we hebben afgesproken dat er een onderzoek komt en wij mogen nu alleen uitspraken doen over wat in het rapport staat en niet over iets wat niet in het onderzoek staat. In oktober hebben verschillende partijen zorgen geuit over dat mogelijk niet alle vragen in dat onderzoek zitten, maar we hadden daar op verzoek van de wethouder geen invloed meer op. Nu liggen hier de uitkomsten waar hele verontrustende signalen van uitgaan en nu zegt een aantal partijen 'dit loopt al zeven jaar, er komt geen initiatief vanuit de directie, wij zien niet dat het vertrouwen er dan nog kan zijn, de wethouder staat ervoor opgesteld', waarom blijft u dan vasthouden aan het punt dat u eigenlijk alleen maar wilt spreken over wat woordelijk in de rapportage staat en wilt u daar niet een stapje bovenuit stijgen en dat interpreteren? De heer KABBOUTI: Dan kijken we naar de zorgvuldigheid van het proces, de heer Van Genugten zei daar al iets over, er is een extern onderzoek uitgevoerd. Vervolgens heeft het college besloten dat voor te leggen aan twee deskundigen om duiding en adviezen te geven om ervoor te waken dat het college zelf aan de hand van het onderzoek interpretaties of acties gaat uitzetten. Ik denk dat het college in dat proces zorgvuldig heeft gehandeld.

Daarom kom ik tot het standpunt dat deze wethouder op basis van het onderzoek, de adviezen, de acties die ze heeft uitgezet en de aanscherping die ze in de tweede termijn deed de juiste persoon is om deze verandering en dit verbetertraject in goede banen te leiden. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Wat vindt de heer Kabbouti er dan van dat de wethouder op dit moment de personen die zeven jaar lang hebben ontkend dat dit soort zaken speelt, die op generlei wijze zelf het initiatief tot dit onderzoek hebben genomen, keer op keer buiten schot houdt en dat zij niet worden meegenomen in de verbeteringen? De VOORZITTER: Mevrouw Samshuijzen, nogmaals u richt zich op de portefeuillehouder. We 35

hebben hier een politiek verantwoordingsdebat en u richt zich op de portefeuillehouder. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Voorzitter, ik richt mij op de portefeuillehouder. De VOORZITTER: Maar u geeft een duiding van het functioneren van personen die zich hier niet kunnen verdedigen. U geeft een mening over een collegelid, dat is wat u doet. Mevrouw HENDRICKX: Voorzitter, mag ik een punt van orde maken, ook een beetje kijkend naar de klok? Ik volg dit debat al een paar uur en ik heb het gevoel dat alle argumenten die we wisselen eigenlijk al zijn gewisseld. We zijn eigenlijk de hele tijd in hetzelfde stramien in debat en ik heb het gevoel dat we er gewoon verschillend naar kijken en dat kan voorzitter. Ik wil me er niet al te veel in mengen, maar is het niet een goed idee dat we de motie gewoon in stemming brengen en daarna een punt zetten want ik denk dat de verschillen niet te overbruggen zijn. Dat mag en dat kan, maar laten we de motie in stemming brengen en een punt zetten. De VOORZITTER: Nee mevrouw Hendrickx, volgens mij hebben wij nog één spreker in de tweede termijn, mevrouw Visscher, en ik vind het gerechtvaardigd dat ik mevrouw Visscher het woord geef, ook omdat ik haar dat net heb beloofd. Er is een laatste interruptie van mevrouw Samshuijzen, volgens mij is dat de afronding en kunnen we daarna het debat afronden.

Mevrouw SAMSHUIJZEN: Ik wil heel graag van de heer Kabbouti weten of hij vindt dat niet heel kritisch moet worden gekeken naar zeven jaar langwegkijken. De heer KABBOUTI: Ik kan niet anders dan concluderen dat we dat allemaal doen en dat we op basis van dat terugkijken de conclusie trekken dat er een aantal verbeteringen moet worden doorgevoerd. De heer GERSJES: Ik heb toch nog een interruptie. Kan de heer Kabbouti namens de wethouder zeggen dat de wethouder ons ervan heeft overtuigd dat er in de totale organisatie iets gaat gebeuren? Dat gevoel heb ik niet en 'de leiding' is een heel breed begrip. De heer KABBOUTI: Dan ga ik de woorden die u zojuist ook gebruikte voorzitter toch nog even herhalen. Op het moment dat we ons hier als raad gaan uitlaten over het functioneren van ambtenaren wens ik u de komende drie jaar heel veel succes. Daar ga ik me niet aan wagen. Richting de heer Gersjes, ik ga niets namens de wethouder zeggen, ik beoordeel vanuit mijn positie of ik en mijn fractie vinden dat deze wethouder de kans verdient en het vertrouwen geniet om dit dossier tot een goed einde te brengen, het verbetertraject in goede banen te leiden en daarvan zeg ik onomwonden: dat vertrouwen is er. Dan kunt u misschien ook inschatten wat het stemgedrag van de PvdA op deze motie zal zijn.

De heer GERSJES: Het is moeilijk om namens iedereen te praten, maar eigenlijk wil ik overbrengen dat ik het vertrouwen van de wethouder niet heb gekregen in die zin dat zij zegt dat de leiding van Weener XL door de knieën gaat, buigt en zegt 'wij gaan mee om tot een verbetering te komen'. Dat had ik graag willen horen, vindt u dat ook? De heer KABBOUTI: Nee dat vind ik niet. Ik vind dat wethouder hier heeft gestaan met de volledige erkenning en onderschrijving van het rapport, daarvan heeft gezegd dat ze de medewerkers deze situatie niet toewenst en dat… en dan durf ik de woorden niet te herhalen, maar ik durf wel te zeggen dat hier spijt is betuigd. Mevrouw VISSCHER: Voorzitter, het was een lange avond. Toen ik hiernaartoe ging was mijn doel en dat van mijn mede-interpellanten om antwoord op een paar vragen die we nog hadden te krijgen, serieuze vragen, en om het te hebben over wie verantwoordelijk is, wat de consequenties zijn, of we ook naar onszelf en naar het verleden kijken, of er op de goede plaats wordt teruggekeken en of daar consequenties aan worden verbonden. Ik had niet verwacht dat het zou eindigen met een motie van wantrouwen. Als ik dat onfatsoenlijk heb gedaan, mijn excuses, wij hadden de afspraak: als de wethouder ontraadt dan schorsen we. Daar ben ik altijd heel snel in en dan zeg ik 'schorsen', maar het was niet de bedoeling om dat onfatsoenlijk te doen.

Naast alle goede dingen die worden gedaan ontbreekt dat er mensen ter verantwoording worden geroepen en dat er consequenties aan worden verbonden. Dat moet echt meer gebeuren. We kunnen wel iedere keer zeggen 'we kijken niet terug, 36

we kijken naar de toekomst', maar er liggen wel verantwoordelijkheden in het verleden en je moet ook eerlijk naar je eigen handelen durven kijken: wat had ik beter kunnen doen. Die brief van 23 september 2022 had nooit verstuurd mogen worden want er was helemaal geen gedegen onderzoek. Uit dit rapport dat wel een enigszins gedegen onderzoek is, blijkt nu wel dat wat in die brief van 23 september 2022 staat niet waar is. Er liggen gewoon verantwoordelijkheden die we met zijn allen moeten nemen en die we ook op de plekken waar die nodig zijn moeten leggen. Ik roep mensen op om te kijken naar hun eigen handelen, ook de directie, ook de wethouder, en om ook te kijken wat de consequentie van dat handelen is. Het was in ieder geval geen vooropgezet plan, maar we hadden natuurlijk wel een strategie uitgedacht, 'als dit gebeurt dan doen we dit en als dit gebeurt dan doen we dat', anders houd je geen interpellatie. Dat hoort er gewoon bij en mijn overtuiging is dat je altijd bereid moet zijn om eventueel een motie van wantrouwen in te dienen als je een interpellatie aanvraagt. Dat is niet iets wat ik graag doe en zeker niet naar een wethouder die hier pas twaalf maanden zit, ook al mist er met die brief en die uitspraak in de krant, 'jammer dat de mensen het zo voelen', spijtig dat mensen het zo voelen, erkenning van wat mensen is aangedaan. Ik vind wel dat ze daarop mag reflecteren.

De heer KABBOUTI: Mevrouw Visscher, twee punten die u op het laatst noemt. U verwijst naar uitlatingen in de krant en ik ben erg benieuwd hoe u de woorden van de wethouder in deze raadzaal weegt. Mevrouw VISSCHER: Dat waren inderdaad andere woorden en vandaar dat ik had verwacht dat ze geen moeite met de motie zou hebben. Ik ken haar ook als iemand die zegt dat de verantwoordelijkheid moet worden genomen waar die ligt. Eigenlijk had ik verwacht dat ze de motie wel zou goedkeuren omdat ze vandaag inderdaad spijt heeft betuigd en heeft gezegd dat ze iets met die mensen gaat doen. Ik hoop dat dit meer is dan alleen sorry, maar dat ze ook echt iets met die mensen gaat doen. De VOORZITTER: Ik heb begrepen dat de wethouder in de tweede termijn geen vragen heeft gekregen en dat ze geen behoefte aan beantwoording heeft. Wel? Wethouder VAN DER SLOOT: Het was een lange avond waarin we veel hebben gedeeld en ik wil mijn termijn afsluiten met een zin uit het rapport die voor mij de kern van het vervolg aangeeft en dat is de volgende zin: laten we het werk en de mensen bij Weener XL koesteren en met elkaar in gesprek blijven, binnen en buiten Weener XL. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel. Ik ga over tot stemming. Ik neem aan dat motie 1 wordt ingetrokken en dat alleen motie 2 ter besluitvorming komt. Heb ik dat goed begrepen? Ja.

Is er behoefte aan een stemverklaring? Mevrouw CRASTE (stemverklaring): Wij zullen tegen deze motie stemmen. Wij sluiten ons aan bij de wijze woorden van mijnheer Van der Krabben, wij willen het vertrouwen in het college uitspreken en zeker in een wethouder die de signalen serieus heeft genomen, die direct heeft ingegrepen, advies heeft ingewonnen en dit advies heeft omarmd en al voortvarend aan de slag is. De heer VAN CREIJ (stemverklaring): Vooropgesteld dat het jammer is dat deze motie in stemming moet worden gebracht. Er moet zo snel mogelijk weer rust bij Weener XL komen, voor en door de mensen bij Weener XL, en deze mensen moeten weer met plezier naar hun werk kunnen en zeker elkaars taal weer gaan spreken, op elk niveau. Nogmaals, het is jammer dat de wethouder de uitgestoken hand in motie 1 niet heeft aangenomen om te kijken naar Weener XL in zijn geheel zonder aanziens des persoons. Nogmaals, jammer dat deze motie in stemming komt. Vandaar. De heer GERSJES (stemverklaring): Jammer dat de tweede motie op tafel moest komen. De uitspraak 'compleet ontraden' heeft tot deze motie geleid en dat had ik liever niet gezien, maar daarom ga ik voor deze motie stemmen. Mevrouw HERNÁNDEZ (stemverklaring): Het is erg jammer dat de dingen op deze manier zijn gebeurd en dat deze tweede motie, die echt heel zwaar is, op tafel ligt.

Zelfreflectie is erg belangrijk, niet alleen voor de wethouder en het college, maar voor ons allemaal omdat wij een verantwoordelijkheid hebben die wij moeten nemen. Vandaar dat ik deze motie ga steunen.

37

De heer VAN HATTEM (stemverklaring): Het is eigenlijk niet gebruikelijk een stemverklaring te doen over een motie die je zelf indient, maar in zo'n specifiek geval… Voor mij geldt ook wat de heer Gersjes aangaf, dat compleet ontraden was eigenlijk een punt waarvan ik denk 'daar kunnen we eigenlijk niet verder dan een sluitend gesprek ook' en ik denk dat we met deze motie een heel duidelijk signaal afgeven dat dit echt zo niet kan en dat er voor de mensen bij Weener XL nog heel veel moet gebeuren. Met dit debat moet het zeker niet zijn beëindigd, de komende tijd zal er nog het nodige over gezegd en aan gedaan moeten worden. Daarom steun ik de motie. Motie 2, Verlies van vertrouwen, van SP, De Bossche Groenen, Leefbaar 's-Hertogenbosch. PVV, gewoon ge-DREVEN, 50PLUS, PvdD en VOOR Den Bosch is door de gemeenteraad verworpen. De leden van de fracties van De Bossche Groenen (mw. Hendrickx, Hoeben, mw. Van Opdorp), PVV (Van Hattem), PvdD (mw. Samshuijzen), 50PLUS (mw. Hernández), SP (mw. Visscher), gewoon geDREVEN (Van Creij), Leefbaar 's-Hertogenbosch (Mees, Kagie) en VOOR Den Bosch (Gersjes) hebben voor gestemd. De VOORZITTER: Wij gaan op 29 maart a.s. door en mijn voorstel is om 19.00 uur, maar ik heb een verzoek van de heer Van Hattem gekregen om daar 19.30 uur van te maken in verband met de installatie van de nieuwe Staten.

Ik kan daar wel mee instemmen, maar ik weet niet of u dat ook kunt, en dan zouden we om 19.30 uur beginnen. De heer VAN DEN KERKHOF: Nee voorzitter sorry, ik wil het echt bij 19.00 uur laten. Dat is gewoon de tijd, we hebben allemaal ook nog een leven daarna en mijn voorstel is 19.00 uur. De VOORZITTER: Dan is het 19.00 uur. De heer VAN HATTEM: Ik zal dan iets later zijn voorzitter. De VOORZITTER: 29 maart a.s. om 19.00 uur. Ik schors de vergadering.

Schorsing 23.18 uur Vastgesteld in de vergadering van de gemeenteraad d.d. 9 mei 2023.

38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12642587/1