CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen raadsvergadering 2022-06-14

Gemeenteraad 12 juli 2022, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Goedkeuring notulen van de openbare raadsvergadering van de gemeenteraad van 14 juni 202231.364 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Ja voorzitter, het mag geen verassing heten dat de PVV daarover met het college van mening verschilt. Ten eerste is het huisvesten van statushouders een wettelijke taakstelling, ook de gemeente Enschede ontkomt daar niet aan, die zegt alleen 'dat blijven wij heel keurig doen, we doen het alleen niet meer in permanente woningen, maar in tijdelijke woningen'. Ten tweede wil dit college ook niet aan die taakstelling voorbijgaan omdat wij vinden dat mensen die door oorlog en geweld weggejaagd worden en die in Nederland mogen blijven ook een plek in ons gastvrije 's-Hertogenbosch verdienen en dat betekent ook dat we kunnen zorgen voor integratie, voor het leren van de taal, voor werk en dat mensen erbij horen. Ik denk dat we al voldoende hebben gezegd over dat ambitieuze woningbouwprogramma dat alle Bosschenaren en alle mensen uit de dorpen een kans geeft. Bij Vinkeloord was de uitspraak die het vorige college gedaan heeft de juiste, we gaan zorgen voor die gedoogconstructies en we zorgen voor rugdekking voor Libéma. Deze portefeuillehouder weet ook niet waar het technisch exact staat, dat gaan wij na en daar komen we op terug, maar het uitgangspunt staat als een paal boven water.

De heer KAGIE: We zijn al drie jaar onderweg met dit dossier, jarenlange onzekerheid over 'is dit dak overmorgen nog een dak boven mijn hoofd?' Kunt u op korte termijn een indicatie geven van wanneer we dit dossier sluiten? 14

Wethouder SLIKKER: Ik ken de individuele casussen die er nu nog liggen niet, dus dat kan ik niet. Ik kan wel de intentie van het college meegeven en dat is dat we ernaar gaan kijken, dat we gaan kijken vanuit de uitgangspunten die we eerder met uw raad gedeeld hebben en dat we dat met een warm hart zullen doen. Tweede termijn De heer VAN SILFHOUT: Ik dacht ik dien een sympathieke motie in om iets meer transparantie te krijgen en om in de toekomst iets beter met elkaar samen te werken. Mijn punt is dat de informatie nu te gefragmenteerd is en ik er vier of vijf documenten bij moet pakken om de informatie van het jaarverslag te kunnen interpreteren. Ik vind het jammer dat het college daar niet in meegaat en dat het die fragmentatie in stand wil laten. Ik vind het wel prettig dat het college hierover tijdens de heisessie in gesprek wil gaan en ik hoop dat daar dan progressie wordt geboekt. Dan een ontwerp dat me aan het hart gaat, de motie over de statushouders, dar wil ik nog even op reageren. Op zaterdag 18 juni a.s. loop ik de Nacht van de Vluchteling omdat ik inderdaad net als het college de mensen die vluchten voor oorlog en geweld die kans in Nederland wil geven. Het gaat me aan het hart om die mensen van de woningmarkt te weren en ik zal dan ook niet voor die motie stemmen, maar ertegen. Ik hoop dat meer mensen in deze raad dat zullen doen.

Dan het laatste waarop ik nog even wil reageren, en dat vind ik wel interessant, dat de wethouder van Wonen begint over de papieren werkelijkheid die de SP en Volt in dit geval vooral propageren, terwijl volgens mij juist de strijd die wij de komende vier jaar willen voeren, de SP en ikzelf van Volt dan, tegen die papieren werkelijkheid is. Er werd alweer geschermd met 40% sociaal waarvan maar 10% tijdelijk, maar die 40% sociaal bevat dan weer 10% sociale koop en dat is niet de sociale huur waar wij voor strijden en ik hoop echt dat we elkaar niet steeds om de oren gaan slaan met de papieren werkelijkheid, maar dat we in het debat echt tot elkaar komen. Dat was het voorzitter. De heer VAN HATTEM: Om even door te gaan op wat de heer Van Silfhout van Volt net naar voren bracht over de Nacht van de Vluchteling en dat vluchtelingen van de woningmarkt geweerd worden. Het is op dit moment eigenlijk net andersom, onze eigen inwoners worden geweerd van de woningmarkt omdat voorrang aan statushouders wordt verleend. Het afgelopen jaar zijn er in deze gemeente 300 sociale huurwoningen bijgebouwd, er zijn 230 vergunninghouders, statushouders, gehuisvest in 123 woningen en waarschijnlijk zijn er op termijn door gezinsmigratie, door nareizigers, extra woningen nodig.

Dus het geeft wel degelijk een wezenlijke druk op onze toch al drukbezette woningmarkt en daardoor staan onze eigen woningzoekenden gewoon veel langer op wachtlijsten, dat nog even in reflectie hierop. De heer VAN SILFHOUT: Dan heb ik één korte vraag voor de heer Van Hattem, bent u van mening dat alle slachtoffers van de woningcrisis in hetzelfde schuitje zitten of hebt u een hele grote schuit voor de groep die u omschrijft en een klein bijschuitje voor de statushouders die blijkbaar niet welkom zijn in die grote schuit? De heer VAN HATTEM: We hebben op dit moment 15.000 actief woningzoekenden in 's-Hertogenbosch, dat zijn er erg veel, en binnen die categorie worden alleen aan statushouders met een wettelijke taakstelling voorrang verleend. Ik vind niet dat al onze permanente woningen daarvoor in aanmerking zouden moeten komen, daar is gewoon veel te veel vraag naar, er is een veel te krappe woningmarkt, dus die groep die van buiten komt… Opvang in de eigen regio is het beste instrument en we moeten hen hier in ieder geval niet met voorrang gaan behandelen ten opzichte van onze eigen mensen. Dat is de strekking van mijn motie, maar mijn vraag hierbij is, juist om deze onwenselijke en oneigenlijke positie tijdig te kunnen beëindigen, dan kom ik terug op wat de VVD voorstelde, om het te behandelen bij de woonvisie.

Mijn vraag aan het college is daarom ook wanneer het college van plan is om die woonvisie aan de raad voor te leggen of is er nog een tussenstap mogelijk, dat we dit in ieder geval op zo kort mogelijke termijn kunnen bespreken. Ik hoor graag van het college wanneer dat mogelijk is. Dat is voor mij de vraag waarop ik een antwoord wil om te bepalen of ik deze motie aanhoud of hem toch in stemming laat brengen. Desnoods dien ik deze motie bij de woonvisie opnieuw in als dat nodig is. Tot zover voorzitter in tweede termijn. De heer KAGIE: Voorzitter, collega Van Hattem had het net over een tussenstap richting de woonvisie. In het bestuursakkoord staat: zullen we eenmaal per jaar het fundamentele woonvisiedebat met elkaar voeren. Ik zie dat de collegeleden dat met elkaar uitonderhandeld hebben, eenmaal per jaar een fundamenteel woonvisiedebat, maar ik vrees dat wij hier richting de begrotingsbehandeling 15

iedere maand woonmoties en -amendementen aan de orde krijgen en die kunnen gaan over de positie van statushouders, urgentie of andere zaken. Ik denk dat die tussenstap waar de heer Van Hattem het over had belangrijk is om lading te geven richting een concept met richtinggevende uitspraken, onder andere over het urgentieverhaal van statushouders, maar ook over andere vraagstukken en dan moeten we ook een code afspreken: zullen we niet iedere maand met moties over wonen komen. Voorzitter, dat brengt me terug bij mijn verhaal in eerste instantie. Er is op een gegeven moment achter de schermen besloten om van wooninitiatieven, ombouwinitiatieven van boerderijen en kantoorpanden te zeggen: ho, de deur staat even niet open voor uw initiatief, wij hebben daar de ambtelijke capaciteit niet voor. Dat staat in de stukken die de onderhandelaars hebben gekregen en die wij ook ter inzage hebben gekregen bij het bestuursakkoord. Drie vragen. Is nog sprake van een dergelijk pauzeregime voor aanvragers, voor initiatiefnemers van woningbouwprojecten? 2, hoeveel initiatiefnemers zijn hier op deze wijze mee geconfronteerd en in de wachtkamer geplaatst en waarom heeft u de raad in 2021 niet over deze handelwijze geïnformeerd? Wethouder SLIKKER: Om met dat laatste te beginnen, er blijven nog steeds zaken op de plank liggen die we niet op de plank willen laten liggen.

Ik zal het technisch voor u nazoeken en u dat doen toekomen, maar ik meen dat we de raad al in 2020 in het programma 's-Hertogenbosch bouwt hebben medegedeeld dat we ervoor kiezen om grote projecten met veel betaalbare woningbouw te prioriteren omdat we niet de capaciteit hebben om alles te doen wat we zouden willen doen en dat is ook de reden dat die € 550.000 voor extra capaciteit in het bestuursakkoord staat. Ik zal u de exacte lijn der dingen nog doen toekomen, maar dit is de realiteit. We kiezen ervoor om grote projecten met veel betaalbare woningbouw voortvarend in te zetten en bij kleinere projecten willen we juist gaan experimenteren met planontwikkeling naar buiten omdat we op dit moment niet de capaciteit hebben om elke meter te maken die we zouden willen maken. Dat is overigens ook een marktrealiteit. Ik sprak op 13 juni jl. de directeur van BrabantWonen en als die vandaag een Nefitketel bestelt om in zijn huis te hangen, of dat nou als coöperatie of als particulier is, hij heeft elf maanden wachttijd. Wie vandaag een luchtrooster nodig heeft om in de muur te zetten heeft 4,5 maand wachttijd. Dat is de realiteit, dus wat ik zojuist met die papieren werkelijkheid bedoelde is niet zozeer dat we niet het debat over prioriteiten of een groot woondebat moeten voeren, dat moeten we absoluut doen.

Als u dat elke maand wilt dan kan dat elke maand, maar ik denk dat het beter is om dat jaarlijks op basis van een goed dashboard te doen en er ook rekening mee te houden dat werkelijkheid, de capaciteit en het finetunen op elke vierkante millimeter, in de praktijk hier buiten geen extra stenen op elkaar stapelt en dat dit wel lukt als met elkaar een hoofdrichting weten te vinden waar we samen achterstaan en waar we meters op willen maken. Ik ga graag het gesprek met uw raad aan over hoe we dat hele woondebat precies gaan vormgeven en welke informatie exact in dat dashboard moet komen en daar wil ik ook het gesprek met de stad over aan, maar ik heb daar geen exact moment voor. Als het gaat om die motie over de urgentieregeling voor statushouders, daarmee zegt u gewoon 'wij willen niet aan de wettelijke taakstelling voldoen', dus of we die nu vandaag, morgen of overmorgen behandelen dat gaat nooit gebeuren. De heer KAGIE: Er staat letterlijk in de stukken 'het laatste jaar veelal on hold gezet'. Die initiatieven om een boerderij of een kantoor om te katten naar woningen, daar krijgen wij een lijstje van. U had het over 2020, maar ik heb het over 2021 tot nu, daarover gaat deze quote. Wethouder SLIKKER: Uw raad is er in 2020 over geïnformeerd dat dit de lijn is, dat we grote projecten voortvarend oppakken, maar dat niet alles lukt.

Een voorbeeld dat ik deze week te horen kreeg, als Weener XL naar de nieuwe locatie gaat verhuizen dan willen we natuurlijk voortvarend aan de slag met zo'n type locatie, maar op dit moment is daar geen capaciteit voor en daar zijn we naar aan het zoeken. Ik zal uw raad uiteraard informeren over de prioritering die we hebben, welke meters we willen maken en hoe we ook samen kleinere projecten vlot willen trekken. De heer KAGIE: Voorzitter, concreet. Hoeveel initiatiefnemers zijn geconfronteerd met 'u kunt even niet bij de gemeente terecht'? Wethouder SLIKKER: Als u dat vanavond in de raad had willen weten dan had u die vraag in de commissie of tussendoor als technische vraag moeten stellen. Ik weet hier vandaag niet vanuit mijn achterzak hoeveel er exact stilligt. De heer KAGIE: Nee maar u zei net dat u graag inzicht wilt verschaffen. Ik heb het de afgelopen tien dagen geprobeerd ambtelijk op te vragen, maar dat is tot een brij aan teksten verworden. U hebt 16

die toezegging gedaan en ik ontvang graag die lijst. Wethouder SLIKKER: Voorzitter, ook hierin geven we graag openheid. Mevrouw HENDRICKX: Een beetje in lijn met wat de vorige spreker inbracht, dat was ook mijn pleidooi. Krijgen wij nou een overzicht van allerlei projecten? Ik neem aan dat u binnen het college ook praat over de ambities die u hebt, u ziet de wereld om u heen, het is dynamisch en er gebeurt iedere dag van alles, worden wij actief geïnformeerd over uw ambities in relatie tot mensen, middelen en dergelijke zaken meer? Ik hoor u iets hoopvols zeggen over het woningbouwprogramma, wilt u ons daar wat breder over informeren. Wethouder SLIKKER: Voorzitter, de reden dat wij in het bestuursakkoord hebben opgeschreven dat we graag een dashboard willen maken, is omdat we u graag informatie willen verschaffen waardoor u sturingskeuzes hebt. Dus het antwoord daarop is natuurlijk: ja, wij gaan u informatie verschaffen, ook als het over dit soort zaken gaat. Het is geen geheim dat de ambtelijke capaciteit op dit moment onvoldoende is om alles op te pakken wat we zouden willen en het is ook geen geheim dat de situatie in de wereld en de situatie bij de bouwers op dit moment ook zo is.

Het is overigens wel een dynamisch geheel, de corporaties zien de prijsontwikkeling een beetje afvlakken en die hopen dat het daarmee lukt om snel weer beter met aannemers tot contracten te komen want die zeggen momenteel 'we hebben nog een volle orderportefeuille en de prijzen zijn zo volatiel, we kijken even uit met nieuwe opdrachten aannemen'. Dus de zekerheid is ook dat, als wij u vandaag informatie geven, die morgen deels alweer verouderd is, maar binnen die hele context van die dynamische woningmarkt zoals we die kennen, doen we uiteraard ons best om u maximaal te informeren, ook enigszins rekeninghoudend met de ambtelijke capaciteit want toen ik mijn team Wonen vorige week voor het eerst om tafel had, hoorde ik dat 20 tot 50% van de tijd van het team Wonen naar het beantwoorden van artikel 71-vragen gaat. Dat gaat ten koste van versnelling. Motie 1, Tijdelijke sociale huurwoningen, van SP, De Bossche Groenen, Leefbaar 's-Hertogenbosch, Volt, gewoon ge-DREVEN en VOOR Den Bosch is door de gemeenteraad verworpen. De leden van de fracties van Bosch Belang (Van der Krabben), De Bossche Groenen (mw. Hendrickx, Hoeben), SP (Roovers), Leefbaar 's-Hertogenbosch (Kagie, Mees), PVV (Van Hattem), 50PLUS (mw. Hernández), gewoon ge-DREVEN (Van Creij), VOOR Den Bosch (Gersjes), Partij voor de Dieren (mw. Samshuijzen) en Volt (Van Silfhout) hebben voor gestemd.

Mevrouw HERNÁNDEZ: Een punt van orde. De vorige keer konden wij de stemmingen op het scherm zien, is het de bedoeling dat we dat niet meer zien? De VOORZITTER: Ik ben niet van de techniek, dat weet ik niet. We doen ons best. Mevrouw HENDRICKX: Voorzitter, mag ik in het verlengde daarvan ook een ordevoorstel doen? Er zijn zestien fracties en ik vind het wel prettig als mensen ook gewoon de handen erbij opsteken, dat zie je in de Tweede Kamer ook. En stemmen én handen dan is het voor iedereen wel klip-en-klaar, dat is een voorstel. Anders doe ik wel even een verzoek bij het presidium. De VOORZITTER: Een mooi presidiumverzoek. Motie 2, Einde aan urgentieregeling statushouders, van PVV is door de gemeenteraad verworpen. Het lid van de fractie van PVV (Van Hattem) heeft voor gestemd. Motie 3, Inzichtelijke verslagen, van Volt, Bosch Belang, VOOR Den Bosch, PVV, Leefbaar 's-Hertogenbosch en gewoon ge-DREVEN is door de gemeenteraad verworpen. De leden van de fracties van VVD (Broekmeulen, Van Haren, mw. De Groot, mw. Welten, AltenburgCollin), D66 (Van Rens, El Amraoui, mw. Craste, mw. Muller, Verbruggen), CDA (Van Genugten, Ploegmakers, mw. Lipman), PvdA (mw. Van Gool, Kabbouti, mw. Volgers), GroenLinks (mw. Korver, mw. Huijbrechts, Van Rosmalen, mw. Dogan) en Rosmalens Belang (Kouwenberg, Huibers, mw. Verreijt, mw. Van der Kallen) hebben tegen gestemd.

17

Jaarrekening De heer VAN HATTEM (stemverklaring): Ondanks dat we het lang niet met alles wat er in de jaarrekening staat eens zijn, kunnen we de goedkeurende verklaring in acht nemende wel onze steun verlenen aan de decharge voor het bestuur. Het Jaarverslag en de Jaarrekening 2021 zijn door de gemeenteraad unaniem aangenomen. De actualisatie Begroting 2022 is door de gemeenteraad unaniem aangenomen 12.

Zienswijze ontwerpprogrammabegroting 2023 Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN)

Mevrouw SAMSHUIJZEN: Mijn fractie onderkent wat is aangegeven in de zienswijze, de overwegingen, de bedenkingen en daaruit volgt dan een conclusie die in de zienswijze is weergegeven. Ik zal direct naar die essentie gaan. In de zienswijze staat namelijk dat lokale verschillen kunnen ontstaan in de regelgeving door omgevingsplannen bij deelnemende gemeenten en dat dit invloed kan hebben op de uitvoerbaarheid. Om deze verschillen te beperken worden de milieugerelateerde regels uit de bruidsschat gezamenlijk opgepakt. Onze fractie is voor het afstemmen van de regels, dus dat gezamenlijk afstemmen van de deelnemende gemeenten van de ODBN, maar ook voor het openlaten van ruimte voor lokaal maatwerk zoals de Omgevingswet ook beoogt. Het in zijn volledigheid gezamenlijk oppakken van de bruidsschatregels sluit lokaal maatwerk op gemeentelijk niveau uit, dus dat vindt mijn fractie dan ook niet wenselijk.

Uit technische vragen blijkt dat dit in zijn totaliteit gezamenlijk oppakken van de bruidsschatregels niet de beoogde intentie van de zienswijze is en dat wordt bedoeld dat lokaal maatwerk mogelijk blijft, maar goed dat maken wij op deze manier niet uit de tekst op, dus de Partij voor de Dieren en de SP beogen met ons amendement de zienswijze te verduidelijken zodat de beoogde intentie, zoals blijkt uit die technische vragen, en de tekst in de zienswijze overeenkomen en dus ook ruimte voor onduidelijkheid en discussie wordt weggenomen. Wij beogen met dit amendement uitdrukkelijk niet dat we over alles afwijkende afspraken willen maken, de wijziging die we in de zienswijze willen aanbrengen is dan ook 'aanpassing van de bruidsschatregels welke met het invoeringsbesluit in het tijdelijke deel van het omgevingsplan staan wordt in principe gezamenlijk opgepakt. Lokaal maatwerk met betrekking tot de milieugerelateerde regels uit de bruidsschat blijft echter mogelijk'. Praktisch gezien zien we dan ook geen afwijkingen en hoeft u ook niet bang te zijn voor extra werk of extra kosten, maar wanneer er noodzaak is dan willen we wel borgen dat lokaal afwijken altijd een mogelijkheid blijft. De heer VAN HATTEM: In plaats van een tweede termijn voorzitter, ik heb gewoon een vraag over het amendement.

De bedoeling van de Omgevingswet is juist om zaken beter te stroomlijnen, om procedures sneller en eenvoudiger te maken en daarom worden die regels ook op deze manier overgedragen. Nu vraag ik me af hoe die doelstelling nog kan worden bereikt als er binnen iedere gemeente opnieuw zo veel maatwerk en verschillen kunnen worden ingevoerd in de regelgeving en is het dan überhaupt nog wel werkbaar als we straks met zo'n digitaal stelsel moeten gaan werken wat op dit moment ook nog zwaar onder vuur ligt. Is dit praktisch uitvoerbaar, dat vragen we ons eigenlijk af, wat met dit amendement wordt beoogd, ondanks het feit dat ik best wel sympathie voor lokaal maatwerk heb. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Wij vinden wel dat het praktisch uitvoerbaar is, ook omdat uit de technische vragen blijkt dat het eigenlijk niet in strijd is met de intentie van de zienswijze, in antwoord op de technische vragen wordt ook aangegeven dat lokaal maatwerk altijd mogelijk moet zijn, juist omdat lokale situaties om dat maatwerk vragen, dat is een mogelijkheid in de Omgevingswet. Dus eigenlijk is het puur een verduidelijking van de tekst in de zienswijze, om dat te onderstrepen, om goed te kunnen aansluiten op een van de intenties van de Omgevingswet en snel tot besluitvorming te kunnen komen en om daar de lokale regelgeving op te kunnen aanpassen.

Wethouder RALPH GEERS: Ik ben dan wel portefeuillehouder Dierenwelzijn, maar om nou direct van de Partij voor de Dieren te zijn, dan moet er nog wel wat water door de Maas denk ik. Voorzitter, de Omgevingsdienst is een vrij ingewikkelde organisatie omdat die is opgericht om de taken te doen die je als losse gemeente eigenlijk niet meer zelf kunt doen omdat handhaving, milieutoezicht en vergunningverlening in deze wereld met rechterlijke uitspraken, met aangescherpte regels en de diversiteit in thema's steeds complexer en complexer wordt. Nu zijn wij nog een grote gemeente en kunnen wij in theorie nog heel veel dingen zelf doen, maar ook wij zijn heel blij dat de Omgevingsdienst heel veel specialisten in huis heeft. Als je kijkt naar de Omgevingsdiensten, de drie 18

in Brabant, verdelen ze zelfs de meest complexe taken en de Omgevingsdienst van West-Brabant is gespecialiseerd in bepaalde thema's die ze ook bij ons toetsen. Dat toont aan hoe complex de onderwerpen zijn en vandaar dat, als er met de Omgevingswet nieuwe ruimte, nieuwe regels, deze kant opkomen het uitgangspunt van de Omgevingsdienst is: laten we de basisafspraken zo veel mogelijk gelijk houden, dan kunnen we daar onze mensen op trainen, dan kunnen we daar onze capaciteit en de uitvoering ook op een hoger niveau brengen. We hebben hier de afgelopen jaren met elkaar ook gesproken over een Omgevingsdienst die moeite had om de juiste kwaliteit te leveren en om de juiste productie te draaien. Die stappen zijn we nu aan het zetten en hoe meer we nu uitzonderingen en verschillen gaan maken, hoe moeilijker het voor de Omgevingsdienst wordt om te leveren wat nodig is. Voorzitter, deze bruidsschatregels komen voort uit eerdere besluitvorming. Sterker nog, in de Programmabegroting 2022 heeft deze gemeenteraad gewoon ingestemd met dat onze gemeente met de ODBN de voortrekkersrol pakt om samen met andere gemeenten tot eenduidige bruidsschatregels te komen.

Ik begrijp dat ergens een misverstand is ontstaan in de interpretatie van wat wel en niet wenselijk is, maar wij moeten het amendement toch ontraden omdat het uitgangspunt, ook als signaal naar de regio's, is: doe het op dit moment gelijk. Als je op voorhand al zegt 'en wij gaan waarschijnlijk afwijken', geeft dat ook een signaal naar de andere gemeenten en dat verstoort het proces. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Ik begrijp dat de wethouder aangeeft dat wordt voorzien dat wij met dit amendement volledig maatwerk willen leveren, maar begrijpt de wethouder dan ook uit het amendement dat dit niet de intentie is en dat juist wordt gehandeld vanuit de intentie voor het opstellen van de zienswijze, dat het enkel een verduidelijking van de tekst betreft. Wethouder RALPH GEERS: Daar zit dan een verschil van interpretatie want wij zien hem niet als verduidelijking van het concept en dat heeft er ook mee te maken, en dat is het tweede element, dat de formulering die de partij heeft gekozen technisch niet correct is omdat we een tijdelijk deel hebben van het omgevingsplan en daar kun je de bruidsschatregels niet met maatwerk inrichten, dat is alleen bij het definitieve omgevingsplan en dat is überhaupt des gemeenten. Daar zou het wel kunnen, maar die ruimte hebben we al. Het amendement richt zich nu op het tijdelijk deel en daar kunnen we dat maatwerk niet zetten.

Dus los van dat we het niet wenselijk vinden als signaal klopt hij technisch ook niet en past hij wel aan het uiteinde bij het vaststellen van het omgevingsplan. Dat doet deze raad en stelt de raad de kaders in, maar niet in het tijdelijke deel dat de Omgevingsdienst aan het voorbereiden is. Daarom ontraden wij het amendement. Amendement 1, Wijzigingen van bruidsschatregels blijft gemeentelijke verantwoordelijkheid, van Partij voor de Dieren en SP is door de gemeenteraad verworpen. De leden van de fracties van De Bossche Groenen (mw. Hendrickx, Hoeben), SP (Roovers) en Partij voor de Dieren (mw. Samshuijzen) hebben voor gestemd. De zienswijze ontwerpprogrammabegroting 2023 Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) is door de gemeenteraad unaniem aangenomen. 13.

Verbeteren slaagkansen van starters en middeninkomens op de koopwoningmarkt met de opkoopbescherming

De heer VAN SILFHOUT: Waarschijnlijk raakt dit een gevoelige snaar en zal ik bij het thema Wonen vaker naar voren komen omdat ik misschien zelf een van de slachtoffers van de wooncrisis ben en excuus als ik wat lang aan het woord ben over wonen, maar dit thema raakt mij en veel stemmers van Volt. Over de opkoopbescherming. Ik heb samen met VOOR Den Bosch een amendement ingediend om de WOZ-grens direct te verplaatsen. Ik dacht eigenlijk dat een andere partij dit amendement zou indienen, maar dat ging helaas niet door en ik heb vandaag nog heel veel huiswerk moeten doen en de hele dag op Funda gezeten om eens even te kijken welk deel van de markt we eigenlijk beschermen met wat we nu invoeren versus wat het amendement zou invoeren. Als we dit nu invoeren dan beschermen we vandaag 17% van het aanbod, 17% van het aanbod valt dan onder de WOZ-waardegrens die in de opkoopbescherming staat en dat is wat ons betreft veel te weinig. Ons amendement zorgt ervoor dat dit 25% wordt, dat is 50% meer dan de grens die in dit voorstel staat en zelfs dan vinden we het nog aan de lage kant. Wat Volt betreft, voeren we de opkoopbescherming in, keuren we het amendement goed en stemmen we in met de motie die de PvdA zal indienen en die wij mede-indienen omdat je dan het beste voorstel hebt waarbij je én de grens nu direct oprekt én in de toekomst.

19

De heer KABBOUTI: Een korte vraag over het amenderen van dit voorstel. Betekent dit dat er vertraging ontstaat want dan kun je het voorstel niet aannemen, dan moet het voorstel terug, het moet juridisch aangepast worden en dan lopen we een aantal maanden vertraging op waardoor de opkoopbescherming zoals u die juist wenst niet direct kan intreden. Waarom kiest u er dan toch voor om die vertraging te accepteren? De heer VAN SILFHOUT: Dank voor deze vraag. Voorzitter via u, wij kiezen hiervoor omdat wat ons betreft met de oplossing die nu ingevoerd is de motie zoals die toentertijd door deze raad is ingediend wel in de letter, maar niet in de geest is gevolgd. Dus ja, we hebben opkoopbescherming, maar eigenlijk beschermt die vrij weinig en daarom hebben wij liever een klein uitstel en dan druk op de ketel zodat we zeker weten dat die WOZ-waardegrens zo snel mogelijk omhooggaat dan dat we afwachten wat een motie die erbij komt en die geen duidelijk tijdpad biedt, als al met die motie wordt ingestemd… over wanneer dan de grens omhooggaat. Dus liever nu drie maanden afwachten en hopelijk wel die grens dan hem direct met die lagere grens invoeren. Dat brengt mij eigenlijk al bij het einde van mijn bijdrage. Ik wil nog even meegeven dat ik hier sowieso heel verdrietig sta na de hele dag op Funda te hebben gekeken, dus doe dat niet als u zelf nog een huis zoekt.

Een duidelijk gebrek aan tijdpad in de motie van de PvdA betekent dat ik dit amendement aanhoud. De heer KABBOUTI: Laat er geen misverstand over bestaan dat we elke knop die hebben om betaalbare woningen in onze gemeente te beschermen moeten indrukken en dat geldt ook voor de opkoopbescherming. U kunt volgens mij uit de discussie in de commissie wel terughalen dat er wat de PvdA betreft meer woningen onder die opkoopbescherming mogen vallen en wij waren voornemens om te amenderen, maar wij maken een andere keuze dan de vorige spreker, namelijk dat je het vooral moet doen als je nu kunt incasseren want dan heb je al een deel van de woningen onder de bescherming gebracht. Daar zit ook een juridisch component achter, op het moment dat je nu gaat verhogen zonder dat je daar een juridische grondslag onder legt, op een zuivere manier getoetst, dan bestaat het risico dat de regeling uiteindelijk helemaal tenietgedaan wordt.

Dat is een samenspel waar we niet aan willen beginnen, laten we in ieder geval de regeling zoals die nu op tafel ligt, vastleggen en vervolgens met elkaar de ruimte pakken om de komende maanden ervaring met deze regeling op te doen, de jurisprudentie die op dit vlak ontwikkeld wordt in ogenschouw te nemen en het college vervolgens in dat totaalplaatje op te roepen om die opkoopbescherming zo ruim mogelijk in te vullen want uiteindelijk gaat het erom betaalbare woningen daadwerkelijk betaalbaar te houden en alles wat we kunnen vastpinnen, pinnen we wat mij betreft dan ook vast. De heer VAN SILFHOUT: Het lijkt intussen wel een een-op-eengesprek, maar ik ben even benieuwd. In de motie staat 'vervolgens', kunt u iets meer duiding geven van welk tijdpad u dan voor ogen hebt want als dat vervolgens twee jaar duurt dan word ik daar persoonlijk heel verdrietig van, ik hoop dat het korter is. De heer KABBOUTI: Volgens mij duidt 'vervolgens' op de eerste bullet waar 'de komende maanden'. Dus ik zie geen tijdpad van jaren voor me, het is vooral de ervaring opdoen in het hier en nu en ook de ontwikkelingen in den lande goed volgen en de raad uiteindelijk ook in positie brengen om vervolgens een voorstel voor te leggen om te kijken hoeveel woningen en op welk bedrag we die WOZ uiteindelijk gaan vastpinnen.

Daarom dient mijn fractie samen met de SP, D66, De Bossche Groenen, GroenLinks, Volt, CDA, VOOR Den Bosch, gewoon ge-DREVEN en Leefbaar 's-Hertogenbosch deze motie in. Daarbij wil ik het graag laten voorzitter. De heer VAN HATTEM: Deze huisvestingsverordening die nu gewijzigd wordt om de opkoopbescherming te regelen zou in potentie meer mogelijkheden kunnen bieden. De Huisvestingswet waarop dit gebaseerd is, biedt namelijk ook de mogelijkheid om lokale binding op de woningmarkt toe te passen, dat kan sociale, sociaaleconomische of maatschappelijke binding zijn, om zo mensen uit onze eigen gemeente die hier een woning zoeken daarbij een voorrangspositie te geven. Die mogelijkheid is nu niet benut en dat is jammer want het kabinet werkt op dit moment ook aan een verdere verruiming van die wettelijke mogelijkheid, om hoger percentages mogelijk te maken, en daarom het verzoek van de PVV-fractie om een volgende wijziging van de huisvestingsverordening aan de raad voor te leggen, daarbij de categorieën woningen aan te wijzen waarop dat van toepassing zou zijn, daar kunnen we ook het debat over voeren zoals zojuist ook bleek, er zijn verschillende gradaties in huizenprijzen en categorieën van woningen mogelijk, daar ook die percentages in vast te leggen en zodra het wettelijk mogelijk is die percentages verder te maximeren. Het verzoek is die stap te zetten middels deze motie. 20

De heer VAN DER KRABBEN: Is het mogelijk om met deze motie extra agenten of handhavers, of onderwijspersoneel, naar Den Bosch te halen en hen ook voorrang op een woning te geven, is dat met deze motie mogelijk? De heer VAN HATTEM: Volgens mij wel want het gaat om economische binding. Als mensen hier in Den Bosch een baan krijgen dan is sprake van economische binding en dan zou het met die strekking mogelijk zijn. Mevrouw VAN DER KALLEN: Ik wil het eerst hebben over de motie wij indienen. Die gaat over de opkoopbescherming die zorgt voor het behoud van betaalbare koopwoningen. Wij kunnen ons dan ook vinden in het raadsvoorstel, maar de opkoopbescherming is wel een rigide middel dat weinig ruimte biedt voor verhuurders die soms zelfs betaalbare huurwoningen aan de woningmarkt toevoegen. Daarom willen we de ruimte die de hardheidsclausule biedt gebruiken voor sociaalmaatschappelijke woonconcepten die werken vanuit het principe 'impact first', zoals projecten voor jongeren, gescheiden ouders of senioren. Zij bieden ruimte aan hen die het momenteel zo hard nodig hebben, ook in onze gemeente. Wij zijn niet enthousiast over het amendement van Volt omdat dit leidt tot flinke vertraging.

De motie van de PvdA om meer woningen te beschermen betreft een onderzoek en wij vinden het belangrijk dat dit onderzoek laat zien dat dit echt kansen biedt voor kopers en dat het iets toevoegt aan woonkansen voor middeninkomens. Wij vragen de wethouder nadrukkelijk wat hiervoor een redelijke termijn is, wij denken zelf dat dit pas na twee jaar kan. Daarnaast vinden wij een grens om tot 50% van de voorraad te beschermen een te grote aanslag op het deel van de woningvoorraad dat boven de grens van de Nationale Hypotheekgarantie zit. Tot zover. De VOORZITTER: De heer Broekmeulen heeft zijn maidenspeech. De heer BROEKMEULEN: Bedankt voorzitter, u zegt maidenspeech maar ik wil het toch heel kort houden omdat een aantal punten al tijdens de commissie besproken is en de heer Kabbouti al een aantal punten heeft genoemd die ik in mijn overweging heb meegenomen. Daarom wil ik alleen nog iets aan de wethouder vragen, wij hebben bij één motie nog een vraag en die gaat over het meer woningen onder de opkoopbescherming laten vallen. Wij kunnen ons wel vinden in de strekking van die motie, vooral ervaring opdoen en de jurisprudentie bekijken. Bij het tweede punt wordt echter als voorbeeld genoemd om 50% van de woningmarkt onder de opkoopbescherming te laten vallen. Ik vraag aan de wethouder om te reflecteren op hoe bindend die is op het moment dat we nu met deze motie meegaan of niet.

Dat was het voorzitter. Mevrouw LIPMAN: Bedankt, fijn dat ook ik vanavond mijn maidenspeech mag houden. Er is natuurlijk al heel veel gezegd, maar wat wij nog willen meegeven over de opkoopbescherming is het volgende. Vorige week sprak ik een meisje, ik noem haar even Bo, en ik vroeg waar zij woonde. Ze had aan het Koning Willem I College in Den Bosch gestudeerd en na haar afstuderen wilde ze eigenlijk in de gemeente blijven wonen, maar dat is helaas niet gelukt. Ze heeft een aantal jaren bij haar ouders gewoond en vervolgens kon zij geen huis vinden. Dat kwam ook omdat de vijver van appartementen waarin zij vist dezelfde vijver was als waarin de beleggers vissen. Na een heel aantal keren geprobeerd te hebben om een appartement te bemachtigen is ze haar hoop verloren en heeft zij ervoor gekozen om zich in een andere gemeente te vestigen. Dat vindt het CDA superjammer want Bo is natuurlijk niet de enige die dit probleem ziet. Daarom zijn wij heel erg blij met het raadsvoorstel omtrent de opkoopbescherming, steunen wij de motie van de PvdA om daar meer woningen bij te betrekken en zijn wij het niet eens met het amendement. Wij vinden, zoals net ook al gezegd is, dat er geen tijd te verliezen is en wij hopen dat dit er zo snel mogelijk doorheen komt, zodat wij ervoor kunnen zorgen dat de starters en de middeninkomens hier een woning kunnen vinden. Tot zover.

Reactie college Wethouder SLIKKER: Na twee maidenspeeches, toch altijd mooi, dank u wel daarvoor. Sinds 1 januari 2022 hebben gemeenten de mogelijkheid om opkoopbescherming in te voeren, om precies te doen waar mevrouw Lipman net naar verwees, namelijk zorgen dat de schaarse capaciteit aan betaalbare woningen die er in deze gemeente nog is beschikbaar te houden voor mensen die op zoek zijn naar een betaalbaar huis in plaats van dat juist die categorie weggenomen wordt door mensen die een huis voor buy to let kopen. Ik heb zelf in 2018 die ervaring gehad, ik had een klein appartement van toen nog € 225.000 en dat zal inmiddels meer zijn, er stonden tien beleggers als eerste in de rij en 21

ik heb het als Bosschenaar aan de elfde persoon kunnen verkopen, aan degene die er gewoon in wilde wonen. Die keuze hoor je als individu niet te hoeven maken, het is fijn als de overheid reguleert dat schaarse woningcapaciteit in de betaalbare categorie ter beschikking staat aan mensen die op zoek zijn naar een betaalbaar huis en precies dat regelt de opkoopbescherming. Daarbij is de grens die we trekken politiek, de een zal die grens hoger willen hebben dan de ander, maar hij moet ook overeind blijven in de werkelijkheid want wat we doen is juridisch best lastig, namelijk het eigendomsrecht van mensen inperken door te zeggen: als je een woning in die categorie koopt dan mag je er dit niet mee. Dat moet standhouden en, precies wat ook al eerder gezegd is, er is tijd nodig om daar jurisprudentie op te ontwikkelen. De grens is overigens hoger dan de collega van Volt hier in de raad heeft uitgezocht, ik gok dat u op Funda hebt gezocht op € 260.000 en dat is het prijspeil 2020. Als u zoekt op de NHG-grens van € 355.000 dan valt op dit moment 30% van de bestaande woningen in de Bossche voorraad onder het voorstel, maar dat kan altijd veranderen.

De heer VAN SILFHOUT: Voor de goede orde, ik heb zelfs tot € 450.000 gezocht omdat zelfs woningen van € 450.000 nog een WOZ-waarde van ongeveer € 300.000 kunnen hebben, maar sociale huurwoningen worden natuurlijk maar heel weinig verkocht, die staan maar weinig op Funda en het deel dat u beschermt zit vooral in het segment dat nooit in de verkoop gaat. Dat betaalbare stuk is nu op Funda 17% en met mijn voorstel is dat 25%. Wethouder SLIKKER: Ik zal het u technisch nog eens laten duiden en dat naar u toe sturen, het is echt 30% van de huidige voorraad en daarbij geldt ook: laten we het evalueren. Wij willen inderdaad zo snel mogelijk beginnen, iedere maand uitstel betekent dat de schaarse voorraad betaalbare woningen kleiner wordt en dat er meer verkocht wordt en dus beschikbaar is voor verhuur. Dus wij zeggen: nu invoeren, over een jaar evalueren en daarbij, ook de motie van de PvdA en anderen, ook evalueren of de grens die we gesteld hebben inderdaad de juiste grens is in termen van betaalbare categorie.

Dus zijn wij vast te pinnen op die 50%? Wat het college betreft niet, het college zegt: laten we dit doen, we voeren deze in om geen uitstel te dulden en te zorgen dat we morgen stappen gaan zetten, 2, we evalueren over een jaar en dan nemen wij de prijsbepaling van die 50% in de evaluatie mee om te kijken of die standhoudt, om te kijken of die bij wijze van spreken hoger moet zijn, maar ook lager kan zijn en daarover komen wij bij u terug. Als we de motie van de PvdA en anderen zo zouden mogen interpreteren dan zouden we die graag meenemen. Dan houden we nog twee moties over, te weten die van de PVV over de lokale binding op de woningmarkt. Die mogelijkheid bestaat inderdaad in de huisvestingsverordening.

Daarmee kun je zeggen 50% moet maatschappelijkeconomisch gebonden zijn en de helft daarvan, dus 25% om precies te zijn, moet hier al langjarig wonen, Dat klinkt sympathiek, maar toch gaan we hem ontraden omdat in de huidige praktijk, ik pak even 2021 als voorbeeld, 60% van de mensen die een huis in 's-Hertogenbosch toegewezen krijgt, valt onder die groep die hier al langjarig woont, dus hiermee veranderen we in de praktijk niets want de groep die op dit moment woonruimte in 's-Hertogenbosch vindt in deze categorie is vele malen groter dan de mogelijkheden in de huisvestingsverordening zijn om specifiek aan te merken en het creëert wel extra bureaucratie voor corporaties et cetera en daarom ontraden wij deze motie. Dan houd ik de motie 'Opkoopbescherming niet voor sociale concepten' van Rosmalens Belang over. Daar heeft het college geen bezwaar tegen. Er is in de opkoopbescherming een aantal uitzonderingsgronden benoemd, corporaties, gecontracteerde zorgpartijen, juist omdat ze een maatschappelijk oogmerk nastreven, er zijn af en toe kleine stichtingen, bijvoorbeeld parent houses die een sociale doelstelling hebben en niet willen verhuren omdat ze er geld mee willen verdienen en die daarmee ook meerdere woningen beschikbaar stellen aan mensen die op zoek zijn naar een betaalbare woning en die het zelf niet redden.

We hebben geen bezwaar tegen deze motie, daarvoor is de hardheidsclausule precies bedoeld. De heer VAN HATTEM: De wethouder gaf aan dat het op dit moment 60% zou zijn, maar het is de vraag hoe zich dit de komende jaren gaat ontwikkelen want je maakt zo'n verordening niet alleen voor dit moment, maar ook vanwege de verwachting van wat er de komende jaren plaatsvindt. Als je kijkt naar de bevolkingsstatistieken die onder andere de provincie opstelt dan zien we dat de bevolkingssamenstelling van Brabant de komende jaren voornamelijk door buitenlandse migratie gaat veranderen en dat gaat ook impact hebben op onze gemeente en daarmee wordt dit een urgentere kwestie en mijn verzoek is om dit voor de lange termijn te gaan bekijken. Hoe kijkt de wethouder tegen die demografische ontwikkelingen aan en daarmee samenhangend de noodzaak van dit voorstel? Wethouder SLIKKER: Het gat tussen 25% langdurig in 's-Hertogenbosch wonend en 60% dat op dit moment gerealiseerd wordt is wel heel erg groot. Dus er kan nog wel een aantal decennia, 22

gokje, demografische ontwikkeling overheen gaan en dan gaat het waarschijnlijk nog nooit die kant op. Laten we op dit soort zaken gewoon de vinger aan de pols houden. Het kan ook zijn dat de wetgeving andere mogelijkheden biedt en als dat niet zo is dan kijken we er opnieuw naar, maar op dit moment heeft 60% al lokale binding en we vinden het geen goed idee om extra bureaucratie te creëren waarin we slechts 25% kunnen vastleggen. Amendement 1, Opkoopbescherming, van Volt en VOOR Den Bosch is door de gemeenteraad verworpen. De leden van de fracties van Partij voor de Dieren (mw. Samshuijzen), Volt (Van Silfhout), VOOR Den Bosch (Gersjes) en De Bossche Groenen (mw. Hendrickx, Hoeben) hebben voor gestemd. Motie 1, Meer woningen onder de opkoopbescherming laten vallen, van PvdA, SP, D66, De Bossche Groenen, GroenLinks, Volt, CDA, VOOR Den Bosch en gewoon ge-DREVEN. De heer BROEKMEULEN (stemverklaring): Met de uitleg van de wethouder dat het geen hard percentage is, kunnen wij met deze motie instemmen. Motie 1 is door de gemeenteraad unaniem aangenomen. Motie 2, Voorrang lokale binding op de woningmarkt, van PVV is door de gemeenteraad verworpen. De leden van de fracties van PVV (Van Hattem), Leefbaar 's-Hertogenbosch (Kagie, Mees) 50PLUS (mw. Hernández) en Bosch Belang (Van der Krabben) hebben voor gestemd.

Motie 3, Opkoopbescherming niet bedoeld voor sociale woonconcepten, van Rosmalens Belang is door de gemeenteraad unaniem aangenomen. Het voorstel Verbeteren slaagkansen van starters en middeninkomens op de koopwoningmarkt met de opkoopbescherming is door de gemeenteraad unaniem aangenomen. 14.

Aanpassen verordening Startersleningen

Mevrouw SAMSHUIJZEN: Zoals ook al in de commissie aangegeven ziet mijn fractie een heel erg sympathiek voorstel om koopstarters te helpen, wij zien namelijk een voorstel waarin wordt erkend dat koopstarters grote moeilijkheden ervaren om op de woningmarkt te komen om een eerste huis te kunnen aanschaffen en dat er naar oplossingen wordt gezocht. Wij onderstrepen die moeilijkheden en de urgentie volledig, maar we zijn wel kritisch op de oplossingen die hierin worden aangedragen en zoals in de commissie al is aangegeven zetten wij vraagtekens bij de effecten van de starterslening en de essentie van wat het is, namelijk het injecteren van meer financiële middelen in het vastgoed dat altijd een prijsopdrijvend effect heeft. In het raadsvoorstel wordt naar één onderzoek van het Kadaster in 2019 verwezen, maar er zijn ook een heleboel verschillende andere onderzoeken die juist het tegenovergestelde uitwijzen zoals ook in het amendement wordt verwezen naar de rapportage van De Nederlandsche Bank.

Er is ook kritiek op het uitgevoerde onderzoek van het Kadaster namelijk dat de woningmarkt op dit moment veel krapper is dan ten tijde van het onderzoek, van 2008 tot en met 2018, en daar komt ook nog eens bij dat het onderzoek enkel kijkt naar de prijzen van de met startersleningen gekochte woningen terwijl startersleningen ook impact hebben op de vraag naar vergelijkbare koopwoningen die zonder startersleningen gekocht zijn. Door meer financiële middelen beschikbaar te stellen voor de aanschaf van koopwoningen wordt de subjectieve waarde vergroot terwijl de objectieve waarde hetzelfde blijft oftewel het huis wordt objectief gezien niet meer waard. Het wordt geen beter huis, er wordt alleen meer voor betaald. Met dit voorstel wil men vanuit de beste bedoelingen starters extra financiële mogelijkheden geven als oplossing voor dure koopwoningen, maar dit zal leiden tot prijsstijgingen die de kloof tussen bestaande bezitters en een nieuwe generatie starters alleen maar groter maakt. Wij zien het helpen van starters constructiever in andere oplossingen qua regulering van volkshuisvesting, bijvoorbeeld het hiervoor behandelde punt van opkoopbescherming, dat is een maatregel waarmee starters daadwerkelijk geholpen zijn.

Wanneer de starterslening ingezet kan worden om de objectieve waarde van huizen te kunnen vergroten door middel van verduurzaming dan is het een win-winsituatie voor zowel starters, de gemeente als voor toekomstige starters. De verkoopprijzen worden dan namelijk niet verder opgedreven, huizen die in verband met achterstallig onderhoud niet aantrekkelijk of toegankelijk zijn om te kopen voor starters gezien de extra kosten die er nog mee gemoeid zijn komen zo ook binnen het bereik van starters, investeringen in verduurzaming worden terugverdiend door besparing door de verduurzaming en er worden meer huizen verduurzaamd. Door het verstrekken van startersleningen in de huidige vorm 23

komen starters op termijn met hogere maandlasten te zitten dan de maximale hypotheeklast. De Rijksoverheid geeft op haar website aan dat de overheid huiseigenaren door middel van een berekening van de maximale hoogte van een hypotheek wil beschermen tegen een te hoge hypotheekschuld omdat een te hoge hypotheekschuld tot betalingsproblemen kan leiden. Mevrouw LIPMAN: Kunt u mij uitleggen waar dit uit blijkt, hoe u onderbouwt dat de objectieve waarde door duurzaamheidsmaatregelen verbetert. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Wanneer wordt geïnvesteerd in verduurzamingsmaatregelen dan wordt het daadwerkelijk een beter huis, dan knap je het huis op, dan hoef je minder te betalen aan je energielasten, je kunt mogelijk helemaal van het gas af en dan heb je een lagere gasrekening. Op die manier wordt het daadwerkelijk een beter huis en op het moment dat je meer voor het huis gaat betalen, maar je niets kunt vertimmeren waardoor het toekomstbestendiger is dan wordt het geen beter huis, dan gaan we er alleen meer voor betalen. Mevrouw LIPMAN: Dan vraag ik me nog steeds af waaruit blijkt dat de objectieve waarde dan stijgt. Als ik bijvoorbeeld een keuken toevoeg dan blijkt ook vaak dat de objectieve waarde niet stijgt. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Als u een nieuwe keuken plaatst dan zal het huis daarmee ook wat meer waard worden, uiteraard ook afhankelijk van of dat een zeer smaakgevoelige keuken is of niet.

Als het een verbetering is die in het algemeen door het overgrote deel van de mensen wordt gezien als een verbetering van een huis dan wordt dat huis ook meer waard, het voorkomt andere nieuwe investeringen van nieuwe kopers. De overheid wil door die maximale hypotheekhoogte mensen beschermen tegen te hoge lasten en een extra investering door verduurzaming is wel verantwoord omdat koopstarters, zoals net aangegeven, hiermee direct een lastenverlaging ervaren door bijvoorbeeld een besparing op inkoop van gas en elektriciteit. Daarnaast gaf De Nederlandsche Bank op 13 juni jl. nog aan dat de hypotheekrente in 2024 richting de 4% gaat, dus we moeten echt sterk rekening houden met de maximale draagkracht van starters en deze niet overschrijden. In de huidige vorm kan mijn fractie niet met het raadsvoorstel instemmen. De zojuist genoemde overwegingen meegenomen heeft mijn fractie samen met de fractie van 50PLUS een amendement ingediend om de starterslening in te zetten voor verduurzaming van starterswoningen en niet om een grotere aankoopsom te creëren. De heer VAN CREIJ: Ik hoef geen heel lang betoog te houden.

Wij hebben in de commissievergadering al onze toestemming of goedkeuring met betrekking tot de starterslening gegeven, maar gedurende de commissievergadering bleek dat het woord 'verduurzamingsmaatregelen' niet in het dictum staat en het leek ons eigenlijk niet juist om op dit moment iets aan te nemen waar het woord 'verduurzaming' niet in staat en om de starterslening wat dat betreft nog aantrekkelijker te maken, hebben wij dit amendement opgesteld om het woord 'verduurzamingsmaatregelen', het staat er netjes in het rood, in het dictum op te nemen. Dat is eigenlijk alles wat ik erover te vertellen heb. De VOORZITTER: Welkom mevrouw Visscher. De heer ROOVERS: Een voorstel dat op het eerste oog best sympathiek overkomt en ik zou daar persoonlijk misschien ook nog wel baat bij hebben mocht het worden aangenomen, maar ik zit hier niet voor mijn eigen belang of om vanuit het individuele belang te denken, maar voor het algemene belang. Ik heb tijdens de commissievergadering een aantal bezwaren tegen dit voorstel geopperd en die bezwaren zijn ook nog eens aangevuld ten opzichte van de raadsvergadering daarvoor. Ik zal nog even wat herhalen. Voorzitter, deze maatregel is een stimulering van het eigen woningbezit en wat mijn fractie betreft, is het probleem in Nederland en in Den Bosch niet dat er op dit moment een tekort aan eigen woningbezit is.

Voorzitter, het punt van de prijsopdrijving. Zoals mevrouw Samshuijzen al zei, wordt in het voorstel verwezen naar een onderzoek en als je dat onderzoek goed leest dan is het zo dat dit onderzoek eigenlijk geen antwoord biedt op de vraag of deze maatregel voor een prijsopdrijvend effect zorgt. Er wordt een vergelijkende studie gedaan tussen mensen die wel gebruikmaken van een starterslening en mensen die niet gebruikmaken van een starterslening en dan concludeert men dat mensen die gebruikmaken van een starterslening niet structureel meer betalen dan mensen die niet gebruikmaken van een starterslening, maar de vraag of de introductie van deze maatregel zorgt voor een stijging van de algemene woonwaarde wordt niet beantwoord en dat is natuurlijk wel de vraag die je moet beantwoorden op het moment dat je zo'n 24

voorstel over een starterslening aanneemt. Dan het derde bezwaar dat eigenlijk sinds de vorige commissievergadering nog iets intenser is geworden, is het wel verstandig dat wij starters, jongeren, nu gaan stimuleren een huizenmarkt op te gaan waarvan steeds meer economen toch van mening zijn dat die op barsten staat. Het is een zeepbel die wordt veroorzaakt door een te grote voorraad goedkoop geld en de afgelopen weken hebben economen van de Rabobank, economen van de ING en ook de voorzitter van De Nederlandsche Bank, in iets minder felle bewoordingen, gewaarschuwd voor het knappen van die bel en ook gewaarschuwd voor een algemene recessie. Is het dan wel verstandig om te proberen die jongeren sowieso aan een koophuis te krijgen? Ten tweede gaat het voorstel ervan uit dat het inkomen van de mensen die gebruikmaken van de starterslening de komende jaren gaan stijgen en dat vind ik best wel een optimistische aanname. De heer VAN HATTEM: Ik hoorde de heer Roovers van de SP zeggen 'is het wel verstandig om jongeren aan een koophuis te krijgen?' Maar jongeren die een koophuis kunnen verwerven, en waar een starterslening een nuttig instrument voor kan zijn, hebben op dat moment dus ook geen huurwoning of een sociale huurwoning nodig en die komt dan vrij voor andere woningzoekenden. Die zijn er ook genoeg.

Ik werd laatst nog benaderd door iemand die was gaan studeren buiten Den Bosch, die kwam hier wel vandaan maar had zich hier niet ingeschreven voor een sociale huurwoning. Hij viel buiten de boot en werd naar de daklozenopvang verwezen, zo nijpend is het op de woningmarkt. Als een jongere een huis kan kopen waardoor er een woning vrijkomt voor zulke woningzoekende jongeren die hier een sociale huurwoning nodig hebben dan helpt het toch de hele woningmarkt, dan is het toch goed voor de hele groep jongeren, de jongeren die het wel kunnen betalen en de jongeren die misschien op een sociale huurwoning zijn aangewezen. De heer ROOVERS: Met de introductie van de starterslening vergroten wij de mogelijkheden voor het kopen van een huis kunstmatig. Dat gaat goed zolang de woningwaarde blijft stijgen, maar op het moment dat er signalen zijn dat de woningmarkt binnenkort misschien wel eens zou kunnen barsten… Ik ben opgegroeid tijdens de vorige economische crisis, die natuurlijk ook door een huizenzeepbel veroorzaakt werd, zorgen wij er met dit soort maatregelen nu niet voor dat we dat effect versterken? De rente wordt verhoogd juist om dat effect een beetje te temperen en nu gaan wij eigenlijk de omgekeerde beweging maken, ik vind dat buitengewoon onverstandig.

De heer VAN HATTEM: Dat wil nog niet zeggen dat er bepaalde risico's aan kunnen zitten die mensen zelf samen met een hypotheekadviseur prima kunnen inschatten. Ik hoorde de SP net eigenlijk zeggen dat jongeren geen woning zouden moeten kopen, maar het is toch juist goed als jongeren ook woningen kunnen kopen, zodat er ook de huurmarkt meer ruimte en lucht komt. De heer ROOVERS: Het is goed als jongeren woningen kunnen kopen als ze woningen kunnen kopen, maar nogmaals met dit voorstel vergroten we op een kunstmatige manier de mogelijkheden om een woning te kunnen kopen met de aanname, en dat is een hele optimistische of als je het cynisch zegt een naïeve aanname, dat het inkomen van de mensen die hier gebruik van maken de komende jaren gaat stijgen en wat zijn de gevolgen als dat niet zo is? Kunt u die overzien, ik wil daar in ieder geval niet garant voor staan. Daarom zullen wij tegen dit voorstel stemmen met één maar, wij zijn zeer geïnteresseerd in het amendement van de Partij voor de Dieren en het amendement van gewoon ge-DREVEN dat eigenlijk een beetje dezelfde richting op gaat, namelijk maak zo'n lening nou beschikbaar voor het verduurzamen van woningen, daar hebben mensen ook direct profijt van in hun portemonnee. Het is me alleen nog steeds niet duidelijk hoe deze amendementen zich verhouden ten opzichte van elkaar en wat voor uitwerking dit in de praktijk heeft.

Ik zou daar graag, misschien van de indieners, en van het college een reactie op krijgen. Wij overwegen in ieder geval om daar voor te stemmen. Mevrouw SAMSHUIJZEN: Mag ik daar direct op reageren voorzitter? Als een van de indieners van het eerste amendement zie ik een verschil, met het eerste amendement beogen we dat de starterslening niet kan worden gebruikt voor de aankoopsom, maar alleen voor verduurzamingsmaatregelen en als ik voor de collega's van gewoon ge-DREVEN mag spreken dan is het daarbij nog steeds mogelijk om het ook voor de aankoopsom te gebruiken, het kan ook volledig voor de aankoopsom gebruikt worden, maar er is ook expliciet de mogelijkheid om het voor verduurzamingsmaatregelen te gebruiken. Dus dan is het meer een keuzebudget om het zo maar te zeggen.

25

De VOORZITTER: Even voor de helderheid, als amendement 1 wordt aangenomen dan heeft amendement 2 helemaal geen zin meer. De heer ROOVERS: Dank u wel voor de uitleg mevrouw Samshuijzen. We zullen het meenemen en we wachten even de reactie van het college af. Tot zover voorzitter. De VOORZITTER: Ik vind het wel apart mijnheer Roovers dat u al over uw eigen geschiedenis praat in de zin van 'in de vorige economische crisis ben ik opgegroeid'. Dan voel ik me echt oud. De heer ROOVERS: Dat is beroepsdeformatie als geschiedenisstudent. De VOORZITTER: Mijnheer Van Silfhout, Volt. U richt zich toch wel op het stuk nu hè, anders gaan we weer citeren uit een boek. De heer VAN SILFHOUT: Het is een kort citaat. Ik wil even kort reageren op de interruptie van de heer Van Hattem. Dit boek gaat over mythes, mythe 2 is 'kopen is beter dan huren' en die mythe moeten we eigenlijk ook doorbreken, we moeten niet iedereen de koopmarkt op jagen. Een heel kort citaat van twee zinnen over de starterslening: "Veel gemeenten willen startersleningen introduceren om jonge woningzoekenden meer kans te geven, het zal de prijs alleen maar meer opdrijven en uiteindelijk niemand helpen.

Decennia van financiële en fiscale stimulering hebben de koopwoningmarkt onbetaalbaar gemaakt en het politieke antwoord luidt blijkbaar 'meer van hetzelfde graag' en het politieke antwoord vandaag lijkt ook te worden 'meer van hetzelfde graag'." Laten we nou niet die leennormen gaan verruimen, zoals de Partij voor de Dieren al aanhaalde, zegt De Nederlandsche Bank juist dat je dat niet moet doen. We hebben wel een onderzoek met een hoog wij-van-wc-eendgehalte dat zegt dat we het wel moeten doen, maar kies nou voor De Nederlandsche Bank en niet voor wc-eend. Daarnaast willen we graag zeggen dat het in het optimistische scenario een zero-sum game is, in het meest optimistische scenario gaan de twintig uitverkorenen die de lening kunnen aanvragen erop vooruit en gaat de rest erop achteruit, maar waarschijnlijk is het een negative sum game, dus een negatieve som in totaal, dus de hele markt gaat erop achteruit omdat wij twintig tot dertig mensen het voorrecht willen geven om deze lening aan te nemen. Mijn oproep is dat niet te doen, wij zullen tegen dit voorstel stemmen en we zullen wel voor het amendement stemmen, maar eigenlijk willen we het voorstel in zijn geheel niet invoeren, juist in het belang van die starters. De VOORZITTER: Mevrouw Muller, ook de maidenspeech. Mevrouw MULLER: Zoals ook besproken in de commissie vindt D66 de startersleningen een mooi initiatief.

Ik wil de commissie niet overdoen, maar er zat nog een los eindje aan wat betreft de eerlijke kans voor iedereen om mee te dingen naar een starterslening. Wat wij als D66 belangrijk vinden zijn gelijke kansen, iedereen die aan de eisen voldoet krijgt een starterslening tot het moment dat de bodem van het budget in beeld komt. De ervaring heeft geleerd dat er maar zelden meer dan één starterslening per week wordt aangevraagd en met deze lage vraagfrequentie lijkt ons dit een eerlijk en praktisch systeem. Zelf wist ik als inwoner van Den Bosch niet af van het bestaan van deze regeling en ik weet dat dit voor meer inwoners van de gemeente geldt. Om gelijke kansen te waarborgen vinden wij het van belang dat mensen bekend zijn met het bestaan van deze regeling en we vragen het college dan ook om hier aandacht voor te hebben en wij horen ook graag hoe. Wethouder SLIKKER: Het voelt vanavond toch al een beetje als het woondebat, voor u toch ook? Dan hebben we die deze periode alvast gehad. De starterslening, sinds 2010 is er de mogelijkheid om vanuit een revolverend fonds startersleningen te verstrekken en de afgelopen jaren hebben we daarmee 243 inwoners, starters, kunnen helpen.

Ik ken ook het debat over het prijsopdrijvende effect en wat ik me ambtelijk heb laten vertellen en wat ik kan opmaken uit onderzoeken die ik ook allemaal heb gelezen is dat het zeker een prijsopdrijvend effect heeft als je het super grootschalig zou toepassen, maar wij passen het relatief kleinschalig toe. We hebben een fonds van € 1,7 miljoen en daar zit nu weer € 750.000 in. Het klopt wat mevrouw Muller net in haar maidenspeech zei, er is gemiddeld één aanvraag per week tot de bodem van de pot in zicht is en u zegt daarbij terecht dat iedereen moet kunnen weten dat deze regeling er is en daar zullen we ook zorg voor dragen. Dan de amendementen die er liggen. Het amendement van de Partij voor de Dieren en 50PLUS zegt eigenlijk 'doe geen starterslening, maar maak een duurzaamheidslening'. Die duurzaamheidslening komt er in zekere zin ook, in het bestuursakkoord hebben we € 16 miljoen, de helft van de vrijvallende Essentgelden, in 2024 vrijgemaakt om een voorstel uit te werken, om een 26

klimaatfonds te maken dat toeziet op mensen die inderdaad een koopwoning hebben, een klein vermogen, een klein inkomen of een mkb-bedrijfje en die zeggen: ik kan het zelf niet betalen, kan de lokale overheid mij helpen met verduurzaming? Dat gaat dus gebeuren, maar het college wil en-en, dus wij willen die starterslening die een bescheiden groep inwoners eerder een kans op de woningmarkt geeft en wij willen die duurzaamheidslening. Dit amendement is dan destructief, dus dat ontraden wij ten zeerste. Dan houden over het amendement van gewoon ge-DREVEN om de starterslening uit te breiden met verduurzamingsmaatregelen. Het gaat inderdaad over de verbetermogelijkheden die je in de eigen woning kunt doen. Dat kan over verduurzaming gaan, maar het kan bijvoorbeeld ook gaan over technische aanpassingen die noodzakelijk zijn om iemand met een lichamelijke beperking in een huis te kunnen laten wonen en we snappen ook de oproep van de heer Van Creij dat het goed is om verduurzamingsmaatregelen in de regeling te verankeren, zeker ook in het licht van de discussie van dit moment, namelijk over de enorme klimaatcrisis, ook nog eens gecombineerd met energiearmoede. Daarom hebben we geen bezwaar tegen dit amendement. Tot zover voorzitter.

Mevrouw SAMSHUIJZEN: Bij het vorige raadsvoorstel hebben we erover gesproken dat alles zo snel mogelijk moet, dat we die opkoopbescherming zo snel mogelijk moeten invoeren en daarom liever een motie dan een amendement. Dat er extra geld komt voor verduurzamingsmaatregelen, dat dit fonds er komt, daar komt nog een raadsvoorstel over. Nu met dit amendement beogen we ook dat starters zo snel mogelijk geholpen worden door die starterslening op deze manier in te zetten, door juist die versnelling en ik vraag me af waarom de wethouder dat in dit geval zo sterk afraadt. Wethouder SLIKKER: Omdat dit amendement niet ziet op het introduceren van een duurzaamheidslening, maar het afschaffen van de starterslening introduceert en daar is dit college niet voor. Dat we zo spoedig mogelijk zullen kijken naar het klimaatfonds, waarbij precies wat u wilt ook zal geschieden, dat is in deze tijd geen verrassing. Tot zover. Amendement 1, starterslening voor duurzame investering in plaats van opdrijven huizenprijzen, van Partij voor de Dieren en 50PLUS is door de gemeenteraad verworpen. De leden van de fracties van De Bossche Groenen (mw. Hendrickx, Hoeben), SP (mw. Visscher, Roovers), 50PLUS (mw. Hernández), Partij voor de Dieren (mw. Samshuijzen) en Volt (Van Silfhout) hebben voor gestemd. Amendement 2, Verordening starterslening uitbreiden met verduurzamingsmaatregelen, van gewoon ge-DREVEN.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11665652/1