kinderboerderijenbesluit-juni-2016-dev
Tekst van het document
houden worden. Het geven van extra eiwitrijk voer en vitamines in deze periode is aanbevolen.
ĐĐ Een zieke kip zit vaak bol en is lusteloos. De kip moet in dat geval apart gezet worden en zo
nodig worden voorzien van medicatie en een warmtelamp (bij ondertemperatuur).
ĐĐ Indien een kip ziek is en stopt met eten moet er direct een vogeldierenarts geraadpleegd wor-
den.
ĐĐ Wanneer een zieke kip niet eet dient zij vier keer per dag gedwangvoederd te worden. ĐĐ Preventief moet (jaarlijks) worden ontwormd. ĐĐ Voorzie in een schoon en droog onderkomen. Dit is een preventieve maatregel tegen kalkpo-
ten. Indien de kippen kalkpoten hebben, dienen de poten te worden ingesmeerd met vaseline en de kippen dienen te worden ontwormd.
ĐĐ Kropziekte moet binnen 24 uur behandeld worden. ĐĐ Bij een cloacaprolaps moet het dier afgezonderd worden en naar een gespecialiseerde vogel-
dierenarts worden gebracht.
ĐĐ Als een kip bloedt, dient deze apart gezet te worden. ĐĐ Worden er in uitzonderlijke gevallen toch kuikens geboren dan worden zij ingeënt tegen Ma-
rekse verlamming.
Inperkingen ĐĐ Kippen worden niet geleewiekt. ĐĐ Als het nodig is voor de veiligheid van de kip, mag de kip professioneel gekortwiekt worden. ĐĐ Snavels worden intact gelaten en dus niet geknipt.
40 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
ĐĐ Sporen worden alleen behandeld als dit nodig is, en door een dierenarts (sporen kunnen in
een boog gaan groeien richting de poot en daardoor uiteindelijk last gaan veroorzaken omdat ze tegen de poot aangroeien).
ĐĐ Kippen hebben een ruim buitenverblijf waar ze kunnen scharrelen en een zandbad kunnen
nemen. Overdag mogen de kippen, tenzij hier grote bezwaren tegen zijn (bijvoorbeeld ophokplicht of gevaar van roofdieren), buiten op het terrein los lopen. Voorzie in een stroomdraad rondom de plek waar de kippen verblijven; dit houdt vossen buiten. ĐĐ Zorg voor een overdekt stuk op het terrein voor wanneer er ophokplicht is dat ruim genoeg is voor de kippen om er een tijd in te verblijven.
Benaderen en hanteren ĐĐ Meestal zijn er op een kinderboerderij een aantal kippen die op-
pakken minder eng vinden en op schoot zitten soms zelfs aangenaam vinden. Gebruik deze kippen bij het geven van educatie en laat de angstige kippen met rust. ĐĐ Benader een kip altijd rustig en nooit van bovenaf: een kip is een prooi/vluchtdier. ĐĐ Pak een kip met beide handen over de vleugels op.
Alleen een dierverzorger of een ervaren vrijwilliger pakt een kip op.
ĐĐ Bij het oppakken laat men de kip op één hand lig-
gen door één hand onder het borstbeen te leggen en een aantal vingers tussen de poten. Houd eventueel met de andere hand de vleugels stil. ĐĐ Het vasthouden van kippen aan de vleugels is een mogelijkheid. Ondersteun daarbij echter ook altijd de kip van onder en gebruik deze methode alleen als het niet anders kan. ĐĐ De stuitklier zit net boven de staart. Een kip moet daar niet veel geaaid worden, omdat dit tot problemen kan leiden.
Transport ĐĐ Afhankelijk van het ras (formaat) kunnen kippen getransporteerd worden in een bench, trans-
portkooi, kattenkooi, een (boodschappen)krat met gaas erop of een kartonnen doos met veel gaten. De bodem dient bedekt te worden met stro. Geef de kippen niet teveel bewegingsruimte en maak het transportmiddel donker. ĐĐ Er dient zorg gedragen te worden voor voldoende ventilatie. Kippen hebben het namelijk snel benauwd.
41 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Fokken en opvang ĐĐ Er worden geen kuikens of eieren van fokkers gehaald. ĐĐ Eieren van de kippen worden dagelijks weggehaald om uitbroeden te voorkomen. ĐĐ Er wordt contact gelegd met een vogelopvang of een dierenbeschermingsorganisatie als er
nieuwe kippen gewenst zijn.
ĐĐ Er worden alleen eieren uitgebroed als er plek is om de kippen hun gehele natuurlijke levens-
duur te houden, dus ook de hanen.
ĐĐ Er worden alleen kuikens gehaald als het een tijdelijke opvang betreft in samenwerking met
Dierenbescherming of vogelopvang (bijvoorbeeld gedumpte kuikens).
ĐĐ Kuikens worden uitgebroed door de hen en dus niet in een broedmachine. ĐĐ Kuikens worden grootgebracht door de kip. ĐĐ Wanneer een kip broeds is, kan zij twee dagen in een andere omgeving worden gezet om haar
uit haar broedsheid te halen. Ook kan zij meerdere keren per dag van het nest gehaald worden terwijl de eieren telkens bij haar worden weggehaald.
ĐĐ Het is belangrijk om beleid te maken voor kippen en hanen die op de kinderboerderij wor-
den gedumpt. Vang alleen op als er genoeg ruimte is om het dier samen met soortgenoten te huisvesten. Herplaats anders de gedumpte dieren bij een daarvoor bestemde opvang.
Herplaatsing ĐĐ Als meerdere hanen voor problemen zorgen, moet de boerderij kijken hoe de indeling en ver-
deling van het verblijf veranderd kan worden. Op een groot oppervlak hoeft het hebben van meerdere hanen geen problemen op te leveren. Dieren worden elders geplaatst/herplaatst op een andere kinderboerderij of in een goede opvang als het echt niet anders kan. ĐĐ Dieren worden niet naar de slacht gebracht, als consumptieproduct aangeboden of verkocht aan bezoekers.
Levensbeëindiging ĐĐ Een kip/haan verblijft op de boerderij tot het einde van haar/zijn leven. ĐĐ Alleen indien het dier uitzichtloos lijdt, kan euthanasie worden besproken met de dierenarts.
Euthanasie vindt indien mogelijk plaats op de boerderij zelf en wordt altijd door een dierenarts uitgevoerd.
42 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Toezicht en veiligheid ĐĐ Als er niemand aanwezig is op de boerderij moeten de kippen in een ruimte zitten waar geen
roofdieren bij kunnen.
ĐĐ Kippen worden niet gevoerd door bezoekers en dit moet duidelijk worden aangegeven. ĐĐ Kippen lopen los op het terrein als er toezicht aanwezig is.
43 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Konijn Huisvesting ĐĐ Bij de inrichting van de verblijven voor konijnen wordt rekening
gehouden met het soorteigen gedrag van het konijn.
ĐĐ Een konijn wordt gehuisvest met minimaal één maatje, zo mogelijk
met meerdere konijnen. Een goede combinatie is een gecastreerde ram met een voedster.
ĐĐ Konijnen hebben schuilplekken tot hun beschikking. ĐĐ Konijnen kunnen zindelijk zijn. Een konijnentoilet in het hok is makkelijk schoon te houden
en derhalve te adviseren.
ĐĐ Het minimum verblijf voor twee konijnen is 2m x 3m. Verrijking moet het oppervlak verder
vergroten. Voor een Vlaamse Reus geldt het dubbele. Voor elk konijn komt er 2 m2 bij. De minimum hoogte is 1,5m.
ĐĐ Het verblijf biedt de mogelijkheid tot rennen, springen, spelen, vluchten en schuilen. Bied
plankjes om op te zitten, huisjes en buizen om in kruipen en speelmateriaal aan.
ĐĐ Het konijn heeft toegang tot een buitenverblijf waar hij kan graven en spelen, bijvoorbeeld
een konijnenheuvel.
ĐĐ Het binnen-/nachtverblijf is tocht, vocht- en vorstvrij en staat niet in de volle zon.
Gezondheid ĐĐ Konijnen spartelen vaak bij het optillen. Dit kan tot ernstig letsel leiden aan de rug of achter-
poten. Pak konijnen zodoende alleen op als dit echt noodzakelijk is. De dieren kunnen ook in hun transportmand geschoven of gelokt worden.
ĐĐ Een konijn heeft altijd de beschikking over vers hooi en water. ĐĐ Een konijn krijgt dagelijks groenvoer en biks. ĐĐ Geef konijnen nooit lik- of knaagstenen: deze kunnen ernstige blaas en nierproblemen ver-
oorzaken. Om hun tanden af te slijten, zijn hooi (en gras) noodzakelijk. Ook wilgentakken zijn geschikt. Geef de konijnen geen knaagdiersnoepjes.
ĐĐ Konijnen kunnen gas en diarree krijgen van verkeerd voedsel. Dit kan dodelijk zijn. Hang
daarom een voerlijst op met welke groenten en fruit het konijn wel en niet mag. Laat een dier geleidelijk wennen aan groente. Geef een konijn nooit gemaaid gras: de kwaliteit hiervan gaat zo snel achteruit dat er in de maag gasophopingen kunnen ontstaan. ĐĐ Indien een konijn stopt met eten en drinken, moet er direct een dierenarts geraadpleegd worden.
44 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
ĐĐ Als het konijn niet eet moet hij in verband met het stil liggen van het maagdarmkanaal vier
maal per dag gedwangvoederd worden.
ĐĐ Controleer regelmatig de tanden. Deze groeien door en slijten als het goed is af door het eten
van hooi, takjes enz. Het kan echter gebeuren dat de tanden niet goed aansluiten of door verkeerde voeding niet goed afslijten. Een dierenarts moet hier naar kijken en kan dit behandelen. ĐĐ Binnen-konijnen mogen niet na de zomer buiten gezet worden: ze krijgen dan geen wintervacht meer en kunnen de kou niet aan. ĐĐ Een konijn moet jaarlijks worden ingeënt tegen VHS en Myxomatose. ĐĐ Controleer het achterwerk van een konijn bij warm, vochtig weer elke dag op Myassis. ĐĐ Bij verharen moet het konijn geborsteld worden om te voorkomen dat de haren opgelikt wor-
den en een verstopping veroorzaken. Losse haren kunnen ook met de hand verwijderd worden.
ĐĐ Langharige konijnen zijn kwetsbaar en bewerkelijk en zijn niet geschikt voor een kinderboer-
derij omdat ze zeer regelmatig geborsteld en geknipt moeten worden met name bij de plekken waar urine en ontlasting langs komen.
Inperkingen ĐĐ Geen
45 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Benaderen en hanteren ĐĐ Konijnen zijn vluchtdieren en veruit de meeste konijnen zullen angstig zijn voor handen. Be-
nader het dier rustig en geef het de tijd om te ruiken en kijken wie er is. Benader het konijn niet van boven of recht van voren (een konijn ziet beter van opzij).
ĐĐ Konijnen worden niet opgepakt. Kinderen kunnen onder toezicht in dezelfde ruimte zitten en
het konijn bekijken en aaien als het uit zichzelf naar hen toekomt. Het konijn moet zich kunnen terugtrekken. Konijnen worden alleen opgetild door goed geïnstrueerd personeel. Pak een konijn op door één hand onder de borst van het konijn te plaatsen, een aantal vingers tussen zijn voorpoten. De andere hand ondersteunt het achterlijf. Een konijn kan dan met zijn snuit in de elleboogholte gezet worden waar het donker is en veiliger aanvoelt.
Transport ĐĐ Transportkooien voor katten zijn geschikt voor een ko-
nijn. Leg een laagje stro op de bodem. Een maatje mee tijdens het transport geeft steun en een handdoek over de transportkooi geeft rust. ĐĐ Konijnen zijn stressgevoelig en moeten zo min mogelijk vervoerd worden.
Fokken en opvang ĐĐ Er wordt niet gefokt en gehandeld in konijnen. ĐĐ Rammen die samen met voedsters gehuisvest zijn, worden gecastreerd. ĐĐ Op de kinderboerderij worden regelmatig konijnen gedumpt. Het is belangrijk daar beleid
voor te maken. Vang alleen op als er genoeg ruimte is om het dier samen met soortgenoten te huisvesten. Herplaats anders de gedumpte dieren bij een daarvoor bestemde opvang.
ĐĐ Een kinderboerderij kan tijdelijk dieren opvangen en in overleg met de plaatselijke Dierenbe-
scherming of opvang de dieren herplaatsen. Belangrijk bij de opvang is educatie aan bezoekers over huisvesting en om mensen bewust te maken van de grote hoeveelheden dieren die zonder huis zitten. ĐĐ Het grote voordeel van het samenwerken met een opvang is dat je voor de kinderboerderij een konijn uit kunt kiezen dat niet bang is om benaderd te worden.
46 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Herplaatsing ĐĐ Bij gedragsproblemen wordt eerst gekeken naar de mogelijke fysieke of externe oorzaken
(ziekte, eenzaamheid, huisvesting). Bij agressieve voedsters kan sterilisatie een optie zijn. Dit is een zware ingreep en er is goede nazorg nodig, maar een agressieprobleem kan hierdoor geheel verdwijnen. Als het probleem niet op te lossen is, wordt er i.s.m. een konijnenopvang of een andere kinderboerderij gezocht naar een oplossing.
Levensbeëindiging ĐĐ Een konijn verblijft op de boerderij tot het einde van zijn/haar leven. ĐĐ Een goed verzorgd konijn kan makkelijk ouder worden dan zeven jaar. Ouderdom mag geen
reden zijn om het dier in te laten slapen.
ĐĐ Indien het dier uitzichtloos lijdt, kan euthanasie worden besproken met de dierenarts. Tenzij
het niet anders kan, gebeurt dit op locatie. Of neem voor de laatste reis naar de dierenarts een maatje mee om het dier te vergezellen.
Toezicht en veiligheid ĐĐ Konijnen zijn gevoelige dieren. De konijnen moeten zo gehuisvest zijn dat duidelijk is dat ze
niet opgepakt mogen worden.
ĐĐ Konijnen zijn prooidieren en moeten veilig zijn voor roofdieren.
47 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Cavia Huisvesting ĐĐ Bij de inrichting van de verblijven voor cavia’s wordt rekening
gehouden met het soorteigen gedrag van de cavia.
ĐĐ Cavia’s zijn groepsdieren en worden bij voorkeur in grotere groepen
gehuisvest. Beertjes kunnen gecastreerd worden en bij de vrouwtjes gehouden worden (bijv. één beer op een groep zeugen). Wanneer dit niet mogelijk is, worden de dieren in duo’s gehouden. ĐĐ Cavia’s zitten met soortgenoten, en niet met konijnen, in een verblijf, want: • konijnen en cavia’s hebben verschillende voerbehoeftes • cavia’s communiceren anders dan konijnen • konijnen kunnen als ze schrikken of springen met hun sterkte achterpoten een cavia flink verwonden ĐĐ De minimum afmetingen voor een verblijf voor twee cavia’s zijn: 2m X 1m. Per extra cavia 1 m2
erbij.
ĐĐ Het caviaverblijf dient te worden verrijkt met kleine hoogtes, tunnels en hooinestjes. Cavia’s
komen namelijk uit een rotsachtig gebied. Hoewel ze niet kunnen klimmen, hebben ze graag wat te doen in hun verblijf. Dit is belangrijk voor hun welzijn.
ĐĐ Zorg dat het verblijf ergens staat waar voldoende daglicht is. ĐĐ Cavia’s kunnen buiten gehuisvest worden, maar kunnen niet tegen een te koude of warme
omgeving. Als het kouder wordt, kunnen ze beter in een schuur of winddicht buitenhok worden gehouden. Het hok moet overdekt, vocht-, vorst- en tochtvrij zijn! Een caviahok mag nooit in de volle zon staan en te warm worden. Cavia’s mogen niet nat worden, dus let op bij regen! ĐĐ De bodem moet bedekt worden met materiaal dat goed vocht opneemt en niet stoffig is. Zaagsel of houtmot (speciaal voor dieren) kan wat stoffig zijn, schud het daarom altijd een beetje uit zodat het stof wegwaait. Als cavia’s allergische klachten laten zien moet overgegaan worden op een andere bodembedekking zoals hennepstrooisel, maïsstrooisel, zacht stro-strooisel. Stro is te grof voor cavia’s en mag niet op de bodem gelegd worden. Kranten kunnen als extra onderlaag gebruikt worden omdat ze goed absorberen, het schoonmaken vergemakkelijken en isoleren. ĐĐ Cavia’s moeten naast de bodembedekking beschikken over warm nestmateriaal, dat kan bij-
voorbeeld stro zijn in een huisje. Omdat ze hierop zullen plassen, moet er elders nog een plek zijn waar hooi ligt om te eten.
ĐĐ Gebruik geen gesloten bak (bijv. van glas): de ammoniak van de urine blijft hangen en kan de
dieren vergiftigen.
ĐĐ Een cavia poept en plast overal en het hok moet dus dagelijks worden schoongemaakt.
48 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Gezondheid ĐĐ Cavia’s maken zelf geen vitamine C aan en moeten dit via hun voeding binnenkrijgen. Ze kun-
nen dit uit groente en fruit halen en uit cavia-biks. Cavia’s met een vitamine-C-tekort kunnen allerlei gezondheidsproblemen krijgen en zullen uiteindelijk doodgaan. Dieren die groenvoer en verse biks tot hun beschikking hebben, krijgen voldoende voedingsstoffen binnen. Aan cavia’s met een zwakke gezondheid kan elke dag een vitamine C pil worden gegeven. ĐĐ Een cavia heeft de hele dag hooi tot zijn beschikking. ĐĐ Het gewicht van de cavia’s wordt regelmatig gecontroleerd en genoteerd in het logboek. ĐĐ Cavia’s dienen altijd de beschikking te hebben over een koele schuilplek. Als het te heet is
(vanaf 25 graden) kan een cavia bij gebrek aan een koele schuilplek namelijk oververhit raken en doodgaan. Het hok kan koeler gehouden worden door er witte lichte doeken over heen te doen. Een parasol erboven kan de directe zon weghouden. Om de cavia bij hoge temperaturen wat verkoeling te geven kan een laag bakje water neergezet worden waar de cavia in kan. Ook kunnen kranten, karton en stenen in de koelkast gekoeld worden en bij de cavia gelegd worden. Een flesje water uit de vriezer en deze goed verpakken in theedoek of sok kan bij de cavia de temperatuur weer wat naar beneden brengen. De icepad is speciaal hiervoor uitgevonden. ĐĐ Vocht, tocht en kou (en met name de combinatie daarvan) kunnen een cavia fataal worden. Longontsteking en verkoudheid liggen op de loer. De behuizing moet daarom goed geïsoleerd zijn. De cavia dient bij koud weer voldoende warm te zitten en het hok moet goed schoon en droog gehouden worden. De onderste etage moet minimaal 20 cm van de koude grond staan en zo neergezet worden dat de wind er niet recht in waait. Bij erg koud weer kan de snuggle safe als kacheltje voor de cavia’s gebruikt worden of een fles heet water met een doek er omheen. ĐĐ Als een cavia ziek is, niet eet of vermagert, dient meteen een dierenarts geraadpleegd te wor-
den.
ĐĐ Zet een ziek dier in een rustige, schemerige omgeving. Een omgevingstemperatuur tussen
de 18 en 21 graden celsius is het beste. Stress, drukte en lawaai zijn niet bevorderlijk voor de genezing.
ĐĐ Als de cavia niet eet moet hij in verband met het stil liggen van het maagdarmkanaal vier
maal per dag gedwangvoederd worden.
ĐĐ Geef het dier dagelijks schoon drinkwater. ĐĐ Geef niet teveel vochtrijk voedsel (maak een lijst met goede en slechte groenten en fruit). ĐĐ Geef een cavia nooit beschimmeld voer. ĐĐ Controleer regelmatig de tanden. Deze groeien door en slijten als het goed is af door het eten
van hooi, takjes enz. Het kan echter gebeuren dat de tanden niet goed aansluiten of door verkeerde voeding niet goed afslijten.
ĐĐ Controleer regelmatig de nagels en knip deze zo nodig bij. ĐĐ Langharige cavia’s zijn ongeschikt voor een kinderboerderij omdat ze zeer regelmatig ge-
borsteld en geknipt moeten worden met name bij de plekken waar urine en ontlasting langs komen.
49 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Inperkingen ĐĐ Geen
Benaderen en hanteren Een cavia is van nature een prooidier en de predator komt vaak van boven (roofvogels). De cavia zal instinctief reageren op handen die van bovenaf benaderen. Benader een cavia daarom van opzij, op ooghoogte. Geef de cavia de tijd om naar je toe te komen. Pak een cavia altijd met twee handen, bij voorkeur één onder het lichaam bij de voorpoten en één ondersteunend onder de achterhand.
Transport ĐĐ Transport vindt meestal plaats in een kleine trans-
portmand. Speciale vervoersmanden voor knaagdieren zijn geschikt. Belangrijk is dat de cavia warm en tochtvrij zit. Een cavia zal zich veiliger voelen als hij zich kan verstoppen en er een soortgenoot meereist.
Fokken en opvang ĐĐ Veel kinderen hebben of willen een cavia. Baby-cavia’s maken die wens bij bezoekers vaak
groter. Veel kinderen gaan het na een tijd echter saai vinden waarna de cavia alleen en eenzaam in een kleine kooi in de woonkamer de rest van zijn jaren aan het slijten is. De kinderboerderij geeft daarom het goede voorbeeld door te laten zien hoe het wel moet. Zolang de opvangen vol zitten, wordt er door kinderboerderijen niet gefokt en worden er ook geen dieren verkocht.
ĐĐ Beertjes die samen met zeugen gehuisvest zijn, worden gecastreerd. ĐĐ Een kinderboerderij met ruimte voor meer cavia’s kan dieren uit een opvang overnemen. ĐĐ Op de kinderboerderij worden regelmatig cavia’s gedumpt. Het is belangrijk daar beleid voor
te maken. Vang alleen op als er genoeg ruimte is om het dier samen met soortgenoten te huisvesten. Herplaats anders de gedumpte dieren bij een daarvoor bestemde opvang.
ĐĐ Een kinderboerderij kan tijdelijk opvangen en in overleg met de plaatselijke Dierenbescher-
ming of opvang de dieren herplaatsen. Belangrijk bij de opvang is educatie aan bezoekers over huisvesting en om mensen bewust te maken van de grote hoeveelheden dieren die zonder huis zitten.
50 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Herplaatsing ĐĐ Als er een cavia is die in de groep voor problemen zorgt, moet eerst gekeken worden naar de
mogelijke fysieke en externe factoren (bijv. hormonen of onvoldoende ruimte). Als het probleem hiermee niet op te lossen is, wordt er contact met een caviaopvang opgenomen om te kijken of het dier daarheen kan.
Levensbeëindiging ĐĐ Een cavia verblijft op de boerderij tot het einde van zijn/haar leven. ĐĐ Een goed verzorgde cavia kan makkelijk ouder worden dan vijf jaar. Een oudere cavia kan
meer (medische) aandacht nodig hebben, maar dit mag geen reden zijn het dier te euthanaseren.
ĐĐ Een cavia zal in de laatste fase van zijn leven een slechtere vacht krijgen, rustiger worden en
misschien afvallen. Bij afvallen dient altijd een dierenarts te worden geraadpleegd. Deze kan bepalen of het aan ouderdom of ziekte ligt.
ĐĐ Als het mogelijk is, laat het euthanaseren dan op locatie plaatsvinden of neem voor de laat-
ste reis naar de dierenarts een maatje mee om het dier te vergezellen.
Toezicht en veiligheid ĐĐ Cavia’s zijn kwetsbare dieren. Ze dienen zo gehuisvest te worden dat ze niet voor iedereen te
benaderen zijn. Door bebording moet duidelijk zijn dat dit ook niet mag.
ĐĐ Een cavia moet zich kunnen terugtrekken op een schuilplek. ĐĐ Cavia’s worden alleen opgepakt door een medewerker van de kinderboerderij. ĐĐ Kinderen zitten en zijn rustig als ze een cavia op schoot hebben. Deze is op schoot geplaatst
door een medewerker en deze blijft toezicht houden zolang het dier op schoot zit. Op schoot krijgt de cavia de mogelijkheid te schuilen zoals in een handdoek of in een jas.
51 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Rat Ratten zijn eigenlijk geen geschikte dieren voor op een kinderboerderij, maar als men ze dan toch wil houden dient de kooi ruim te zijn. De dieren kunnen immers niet vrij los lopen en zullen op een kinderboerderij het grootste deel van hun leven in de kooi doorbrengen. Ratten zijn heel gevoelig voor ziekten en gebreken en zullen vaak naar de dierenarts moeten, dit is ook iets om rekening mee te houden (financieel).
Huisvesting ĐĐ Bij de inrichting van de verblijven voor ratten wordt rekening gehouden met het soorteigen
gedrag van de rat.
ĐĐ Ratten worden gehuisvest in een groep van minimaal drie ratten, zodat er nooit één alleen
overblijft als er een rat doodgaat of ingeslapen moet worden.
ĐĐ Ratten zijn ondernemend en nieuwsgierig. Ze krijgen zodoende verrijking in hun verblijf en de
indeling wordt regelmatig veranderd met hangmatjes, touwen en takken.
ĐĐ De minimum bodemmaten zijn in ieder geval 3 vierkante meter. Deze grote bodemruimte is
nodig, omdat mannetjes naarmate zij ouder worden, erg stram worden en niet meer (goed) kunnen klimmen.
ĐĐ De hoogte van de kooi is minimaal 1.5m en voorzien van horizontale tralies aangezien ratten
graag klimmen.
ĐĐ De kooi moet vooral aan de onderkant heel goed afgeschermd zijn tegen wind en tocht. ĐĐ Het hok moet knaagproof zijn. ĐĐ Als de kooi in een onverwarmde ruimte staat, moet men vooral als het kouder wordt, zorgen
voor veel en goed nestmateriaal (dus geen hooi of stro maar restmaterialen zoals doekjes, fleece e.d.) en meerdere slaaphuisjes.
ĐĐ Ratten moeten in hun verblijf kunnen springen, klimmen en spelen. ĐĐ Gebruik als vloerbedekking geen schaafsel of zaagsel. Dit is te stoffig voor de rat. Beukensnip-
pers, Aubiose, Corbo, Ecobed of een bodembedekking van papierbasis zijn wel geschikt.
Gezondheid ĐĐ Ratten zijn omnivoren en hebben dus ook dierlijke eiwitten nodig. ĐĐ Helaas worden veel ratten maar twee á drie jaar en krijgen ze te kampen met tumoren, be-
roertes, luchtwegproblemen, nierfalen, bumblefoot, middenoorontstekingen en vachtproblemen.
52 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
ĐĐ Wanneer een rat ziek is wordt er een dierenarts geraadpleegd. ĐĐ Indien nodig dient de zieke rat op een rustige, droge en tochtvrije plek apart gezet te kunnen
worden.
ĐĐ Ratten dienen dagelijks gehanteerd te worden om hen te controleren op tumoren. ĐĐ In geval van tumoren wordt de dierenarts geraadpleegd voor advies. In een vroeg stadium,
wanneer de rat de twee jaar nog niet gepasseerd is, kunnen tumoren vaak nog verwijderd worden, zeker omdat ze vaak een goedaardig karakter hebben. Tumorweefsel is zeer inefficiënt in energieverbruik, daar zal de patiënt tegenop moeten eten. Omdat een rat een prooidierachtige is zal deze pas stoppen met eten als ze het gevoel krijgt met één pootje in het graf te staan. Als de ratten die een tumor hebben stoppen met spelen, rennen en ander normaal gedrag wordt euthanasie besproken.
Inperkingen ĐĐ Geen
Benaderen en hanteren ĐĐ Tamme ratten komen vaak zelf naar je hand toe en gaan op je
hand zitten. Deze benaderwijze heeft zodoende de voorkeur. Schuif daarna een hand onder de buik en ondersteun met de andere hand het achterlijf. ĐĐ Wanneer het dier niet uit zichzelf naar je toe komt, het dier van voren of van de zijkant benaderen. Geef het dier de kans om even aan de hand te snuffelen. Als het niet anders kan, mag met de rat bij de staartbasis worden opgepakt waarbij men het dier wel met de andere hand of arm ondersteunt. Pak een rat nooit aan de punt van de staart op. Dit is pijnlijk voor het dier.
Transport ĐĐ Vervoer ratten altijd in een daarvoor bestemd vervoersmandje.
53 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Fokken en opvang ĐĐ Het is het beste om dieren van één geslacht als groep te houden bij voorkeur mannelijke rat-
ten, omdat zij minder aanleg hebben tot het krijgen van tumoren dan vrouwelijke dieren.
ĐĐ Houdt men mannelijke en vrouwelijke ratten toch bij elkaar dan zijn de mannetjes gecas-
treerd.
ĐĐ Er wordt niet gefokt met ratten. ĐĐ Nieuwe ratten kunnen verkregen worden via een knaagdierenopvang.
Herplaatsing ĐĐ Sommige mannetjes kunnen in de puberteit gedragsproblemen ontwikkelen. Door een teveel
aan hormonen kunnen zij moeilijk of helemaal niet meer overweg met hun groepsgenoten. In zo’n geval kan castratie uitkomst bieden. De rat zal niet meer worden geprikkeld door zijn hormonen en over het algemeen vreedzaam verder leven met soortgenoten. ĐĐ Bij gedragsproblemen wordt altijd eerst gekeken naar de mogelijke fysieke of externe oorzaken (ziekte, eenzaamheid, huisvesting). Past een rat echt niet in de groep dan wordt er voor herplaatsing contact gezocht met een knaagdierenopvang.
Levensbeëindiging ĐĐ Een rat verblijft op de boerderij tot het einde van zijn/haar leven. ĐĐ Alleen uitzichtloos lijden mag een reden zijn het leven van een rat door een dierenarts te
laten beëindigen.
Toezicht en veiligheid ĐĐ Ratten worden alleen door het personeel gehanteerd of onder toezicht van het personeel. ĐĐ Het rattenverblijf heeft een slot op hang- en sluitwerk zodat het niet door anderen dan per-
soneel geopend kan worden.
54 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Watervogels (eenden, gans, zwaan) Huisvesting ĐĐ Bij de inrichting van de verblijven voor watervogels wordt rekening gehouden met het
soorteigen gedrag van watervogels.
ĐĐ Watervogels leven het liefst in groepen. Zwanen kiezen zelf een partner uit en blijven trouw
aan elkaar. Sterft er één dan zal de ander vereenzamen. Advies is om geen zwanen op de kinderboerderij te houden. Zorg er voor dat een groep eenden nooit meer mannetjes heeft dan vrouwtjes. Groepen van één geslacht gaat prima. ĐĐ Watervogels hebben de beschikking over een vijver van minimaal 10 vierkante meter. Als er geen vijver is, dan moet men geen watervogels houden. ĐĐ Bij voorkeur wordt er een natuurlijke bron geslagen zodat het water zichzelf ververst. Dit
heeft veel (hygiënische) voordelen.
ĐĐ Gebruik geen beton op de grond, dit is slecht voor de poten van de vogels. Gebruik liever
hout of rubbertegels. Een deel verhard met steen kan wel, als het grootste gedeelte maar onverhard is.
ĐĐ Het minimum oppervlakte van het verblijf voor 4 eenden zonder de vijver daarbij meegere-
kend is 20 m2, bij elke extra vogel komt daar 2 m2 bij.
ĐĐ Er is voldoende struikgewas, dit is hun beschutting bij elk weertype. ĐĐ Voer wordt uit hygiënisch oogpunt overdekt gegeven zodat andere vogels er niet op kunnen
poepen.
ĐĐ Watervogels (met name ganzen en zwanen) zijn grazers, ze eten behoorlijk wat gras en heb-
ben een groot stuk land nodig om dit te kunnen doen zonder het kaal te maken.
ĐĐ Is er toch een betonnen ondergrond, leg daar dan voor de poten stro op als het vriest. ĐĐ Spit af en toe een stuk grond om, de wormen worden er als feestmaal uit gepikt.
55 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Gezondheid ĐĐ Watervogels (met name ganzen en zwanen) hebben gras nodig, krijgen ze dit niet, geef ze dan
dagelijks ruim fijn gesneden groen voer (bijv. andijvie).
ĐĐ Hondendiner met water (1 op 2) om slobber te maken vinden ze heerlijk. Er zitten veel voe-
dingsstoffen in. Aangevuld met eendenvoer (en groenvoer) krijgen ze alles binnen.
ĐĐ De rui vraagt extra energie en kan de weerstand verminderen, daar moet rekening mee ge-
houden worden. Een eend kan in die periode even niet vliegen.
ĐĐ Preventief moet (1 á 2x per jaar) worden ontwormd, tenzij er mestonderzoek gedaan wordt om
de aanwezigheid van parasieten uit te sluiten.
ĐĐ Een watervogel heeft zijn stuitklier nodig, deze is zeer belangrijk. Controleer bij twijfel of de
stuitklier nog goed werkt door een sigarettenvloeitje op de stuitklier te doen, als deze droog blijft werkt de stuitklier niet.
ĐĐ Is een watervogel ‘lek’, dan zal hij nat worden en zeker in de winter kan dat lijden tot gezond-
heidsproblemen (zoals longontsteking). Raadpleeg een vogeldierenarts.
ĐĐ Wanneer een watervogel ziek is wordt er een vogeldierenarts geraadpleegd. ĐĐ De zieke vogel dient op een rustige, droge en tochtvrije plek apart gezet te kunnen worden.
Inperkingen ĐĐ Watervogels worden niet geleewiekt. ĐĐ Als het nodig is voor de veiligheid van het dier, kan de vogel professioneel gekortwiekt wor-
den (bijv. het eerste jaar dat het dier op de boerderij is om te zorgen dat het aan de groep kan wennen en te voorkomen dat het er vandoor gaat).
ĐĐ Watervogels kunnen de hele dag schuilen, zwemmen, badderen en rondlopen. Alleen met een
ophokplicht mag dit tijdelijk beperkt worden.
ĐĐ Een stroomdraad rondom het verblijf kan vossen buiten houden. ĐĐ Wanneer er ophokplicht is, zorg dan voor een overdekt stuk op het terrein dat ruim genoeg is
voor de vogels om er tijdelijk in te verblijven.
Benaderen en hanteren ĐĐ Watervogels zijn geen knuffeldieren. Als er een watervogel tussen zit die graag aandacht wil
van mensen, is er sprake van een uitzondering. Alleen in dit geval kan dit dier af en toe ingezet worden voor educatie. De andere watervogels behoren van een afstand bekeken te worden. ĐĐ Watervogels worden rustig benaderd, niet van boven af.
56 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
ĐĐ Pak een gans of zwaan met 1 hand over de vleugels en onder de buik en gebruik de andere
hand voor de hals.
ĐĐ Pak een (muskus-) eend meteen onder de buik en houdt de poten daarbij vast om te voorko-
men dat ze gaan trappen.
ĐĐ Alleen een dierverzorger, dierenarts of een ervaren vrijwilliger pakt een watervogel op. ĐĐ De stuitklier zit net boven de staart, een watervogel moet daar niet geaaid worden omdat dit
tot problemen kan leiden.
Transport ĐĐ Vervoer de vogels in een zo klein mogelijke ruimte zodat ze zich minder snel bezeren en maak
de ruimte donker (let op dat er wel lucht bij komt). Als het donker is gaan ze in rust (slapen). Een verhuisdoos (goed dichtgemaakte bodem) met luchtgaten aan boven- en zijkant volstaat goed. Ook een plastic kattenvervoersmand met een handdoek erover is geschikt.
Fokken en opvang ĐĐ Om te voorkomen dat er kuikens komen kunnen de eieren vervangen worden door kunsteie-
ren.
ĐĐ Er worden geen kuikens of eieren van fokkers gehaald. ĐĐ Er wordt contact gelegd met een vogelopvang of een dierenbeschermingsorganisatie als er
watervogels gewenst zijn.
ĐĐ Er worden alleen kuikens gehaald in geval van tijdelijke opvang in samenwerking met een
dierenbeschermingsorganisatie of vogelopvang.
ĐĐ In die uitzonderlijke gevallen wanneer er plek is om de dieren hun leven lang te houden, wor-
den eieren uitgebroed door de vogels zelf en dus niet in een broedmachine.
ĐĐ Kuikens worden grootgebracht door de moeder.
Herplaatsing ĐĐ De watervogels worden oud op de boerderij. Gaat dit niet door omstandigheden dan wordt
er voor herplaatsing contact gelegd met een vogelopvang of andere kinderboerderij. Daarbij wordt rekening gehouden met de onderlinge hechte vriendschapsbanden die watervogels met elkaar kunnen hebben.
57 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Levensbeëindiging ĐĐ Een watervogel verblijft op de boerderij tot het einde van zijn/haar leven. ĐĐ Watervogels worden niet naar de slacht gebracht, als consumptieproduct aangeboden of ver-
kocht aan bezoekers.
ĐĐ Euthanasie vindt alleen plaats bij uitzichtloos lijden en zo mogelijk op de boerderij zelf en
wordt alleen maar door een dierenarts uitgevoerd.
Toezicht en veiligheid ĐĐ Watervogels moeten kunnen schuilen of zich terug kunnen trekken van bezoekers. ĐĐ De vogels worden niet gevoerd door bezoekers en dit moet duidelijk worden aangegeven. ĐĐ Als er roofdieren aanwezig zijn in de buurt worden daar maatregelen tegen genomen om de
watervogels te beschermen (zoals een stroomdraad of een groot/hoog net boven het hele verblijf.
58 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Duif Op veel kinderboerderijen zijn duiven. Niet alleen omdat de kinderboerderij zelf postduiven of sierduiven houdt, maar ook heeft al het voer van de andere dieren op de kinderboerderij een sterke aantrekkingskracht op de duiven. Ze pikken er graag een graantje van mee. In de stad is immers lang niet altijd genoeg eten voor hen. Om te voorkomen dat er zoveel duiven komen dat men er op de kinderboerderij of in de omgeving last van gaat ondervinden is een diervriendelijk beheersplan daarom extra belangrijk. Door het plaatsen van een duiventil kan men de populatie diervriendelijk beheren en geeft men gelijk educatie over hoe om te gaan met dieren die overlast kunnen veroorzaken als ze in te grote getale verschijnen.
Huisvesting ĐĐ Bij de inrichting van de verblijven voor duiven wordt rekening gehouden met het soorteigen
gedrag van de duif.
ĐĐ Duiven worden gehuisvest in koppels of groepen in ruime volières of in open duiventillen. ĐĐ Er moeten voldoende nestschalen zijn voor de duiven waar de koppels op (kunsteieren) kun-
nen broeden.
ĐĐ De volière of duiventil moet zonlicht toelaten en in ieder geval deels overdekt zijn zodat de
duiven een goede schuilplek hebben.
ĐĐ Duiven zijn oorspronkelijk rotsvogels, zij vinden het daarom bijzonder prettig als er stenen
zijn waar zij op kunnen zitten.
ĐĐ Er is zand aanwezig waar de duiven een zandbad in kunnen nemen. ĐĐ Er moet de gelegenheid zijn om een bad te nemen.
Gezondheid ĐĐ Duiven hebben naast gemengd postduivenvoer ook grit nodig en vers water. ĐĐ De duiven worden twee keer per jaar ontwormd en ontluist. ĐĐ De duiven worden jaarlijks preventief ingeënt tegen het paramixovirus. ĐĐ Zieke duiven worden gelijk in quarantaine gebracht en daar behandeld om verdere besmet-
ting in de groep te voorkomen. Een vogeldierenarts wordt geraadpleegd.
59 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
ĐĐ Men is bekend met de symptomen en behandeling van ziekten als het Geel en het paramixo-
virus; ziekten die ook op andere vogels en de mens overdraagbaar zijn. Bij zieke duiven dient men ook iedere keer na contact de handen goed te ontsmetten met ontsmettingsmiddel.
ĐĐ Personeel dat de volières en tillen schoon maken draagt beschermende kleding en mondkap-
jes.
Inperkingen ĐĐ De duiven worden niet gebruikt of verhuurd voor evenementen zoals wedstrijden, bruiloften,
begrafenissen etc. Ze worden niet gekleurd, gekortwiekt of geleewiekt.
Benaderen en hanteren ĐĐ Met beide handen gevouwen over de vleugels en borst de duif omklemmen. Nooit naar de
staart grijpen.
Transport ĐĐ Indien nodig in speciale duiventransportkist, schoenendoos met voldoende luchtgaten of
kattenmand met doek er over.
Fokken en opvang ĐĐ Er wordt niet gefokt met duiven. De nesten worden twee keer per week gecontroleerd en de
eieren worden vervangen door kunsteieren.
ĐĐ In het aanvullen van duiven en sierduiven kunnen vogelopvangcentra een rol spelen.
Herplaatsing ĐĐ De duiven worden oud op de boerderij, gaat dit niet door omstandigheden dan wordt er con-
tact gelegd met een vogelopvang of andere boerderij en naar een oplossing gezocht.
60 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Levensbeëindiging ĐĐ Een duif verblijft op de boerderij tot het einde van zijn/haar leven. ĐĐ Duiven worden niet naar de poelier gebracht, als consumptieproduct aangeboden of meege-
geven aan bezoekers.
ĐĐ Euthanasie vindt alleen plaats bij uitzichtloos lijden en wordt alleen door een dierenarts uit-
gevoerd.
Toezicht en veiligheid ĐĐ Bij vorst zorgen dat de duiven geen bad kunnen nemen.
61 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Volièrevogel Volièrevogels zijn dieren die het liefst zonder beperkingen willen vliegen. Ze zijn niet zo gedomesticeerd als boerderijdieren. Om deze reden zijn ze minder geschikt voor een kinderboerderij.
Huisvesting ĐĐ Bij de inrichting van de verblijven voor volièrevogels wordt rekening ge-
houden met het soorteigen gedrag van deze vogels.
ĐĐ Er wordt rekening gehouden met de natuurlijke groepssamenstelling van de vogelsoort. ĐĐ Het hok moet zo gemaakt zijn dat de vogels een vlucht kunnen maken, zowel horizontaal als
verticaal. Zorg dat de volière niet te vol zit want dat verstoord het evenwicht.
ĐĐ Afhankelijk van de vogel wordt de lengtemaat opgemaakt en het materiaal aangepast. Vogels
verblijven het liefst in een buiten volière met een goed geïsoleerd en vorstvrij nachtverblijf, waar ze ‘s zomers en ’s winters kunnen blijven.
ĐĐ De volière wordt aangekleed met natuurlijk materiaal, zowel op de bodem als in de ruimte
zelf, bijvoorbeeld met takken, struiken, bomen en zand.
ĐĐ De meeste vogels houden ervan een bad te nemen, dus zorg voor een gelegenheid daartoe. ĐĐ De bovenkant is overdekt om te voorkomen dat er uitwerpselen van in het wild levende vo-
gels in het hok komen. Dit ter voorkoming van ziektes en bescherming tegen roofdieren.
ĐĐ Vogels worden niet in de kantine gehouden. Ze moeten rust kunnen nemen en zich terug kun-
nen trekken.
ĐĐ Een papegaai kan niet solitair gehouden worden. Zonder soortgenoot bestaat er een grote
kans dat het dier wegkwijnt, zich gaat kaalplukken en ziek wordt.
Gezondheid ĐĐ Een vogel heeft (fijn)gritachtig materiaal nodig voor het malen van voedsel en kalk. ĐĐ Voer wordt afgestemd op de soort, en aangevuld met groente en fruit. ĐĐ Jaarlijks preventief ontwormen of mestonderzoek doen (Met een aan de bovenkant goed af-
gesloten volière is de kans op besmetting kleiner).
ĐĐ Soms is er verzorging nodig aan snavel of nagels. Bij het gebruik van goed materiaal (slijp-
stokken en dergelijke) zal dit niet vaak nodig zijn en ook dan geldt: naar de dierenarts!
ĐĐ Zieke vogels worden direct in quarantaine gebracht en daar behandeld om verdere besmet-
ting in de groep te voorkomen. Een vogeldierenarts wordt geraadpleegd.
62 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Inperkingen en beperkingen ĐĐ Vogels worden niet geleewiekt. ĐĐ Als het nodig is voor de veiligheid van het dier, mag de vogel professioneel gekortwiekt wor-
den.
ĐĐ Er kan overwogen worden om vogels als papegaaien te kortwieken om hen meer vrijheid te
geven. Ze kunnen dan ook samen buiten zitten op een stok en krijgen daardoor meer bewegingsvrijheid. Het is dan voor het welzijn van het dier, dat in dit geval veel meer bewegingsruimte en aandacht krijgt, beter.
Benaderen en hanteren ĐĐ Een vogel wordt alleen bij nood gepakt (onderzoek of behandeling). ĐĐ Als een kleine vogel gepakt moet worden gebeurd dit met de
hand over de vleugels zodat ze die niet kunnen beschadigen en met duim en wijsvinger over de kaak (zie afbeelding). ĐĐ Tamme vogels krijgen de tijd om zelf op de hand of arm te lopen als ze dit geleerd hebben. Anders kan i.p.v. van met een handschoen een handdoek gebruikt worden (handschoen is vaak eng).
Transport ĐĐ Vervoer de vogels in een zo klein mogelijke ruimte
zodat ze zich minder snel bezeren en maak het donker (let op dat er wel lucht bij komt). Dierenwinkels verkopen kartonnen doosjes speciaal voor vogels. Let op dat de vogel er niet doorheen bijt (vooral bij kromsnavels). Er bestaan ook speciale vogeltransportboxen.
Fokken en opvang ĐĐ Om te voorkomen dat er jongen komen, worden de eieren vervangen worden door kunsteie-
ren.
ĐĐ Er worden geen vogels of eieren van fokkers gehaald. ĐĐ De nesten worden twee keer per week op eieren gecontroleerd. ĐĐ Er wordt contact gelegd met een vogelopvang of een dierenbeschermingsorganisatie, indien
er vogels gewenst zijn om de groepssamenstelling te verbeteren.
ĐĐ Eieren worden alleen uitgebroed (door de vogel zelf) als het de groepssamenstelling ten goe-
de komt. De jonge vogels blijven op de boerderij, worden niet verkocht. 63
Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Herplaatsing ĐĐ De vogels worden oud op de boerderij. Gaat dit niet door omstandigheden, dan wordt er in
samenwerking met een vogelopvang of andere boerderij naar een oplossing gezocht.
Euthanasie ĐĐ Een volièrevogels verblijft op de boerderij tot het einde van zijn/haar leven. ĐĐ Euthanasie vindt indien mogelijk plaats op de boerderij zelf en wordt alleen door een dieren-
arts uitgevoerd.
Toezicht en veiligheid ĐĐ Volière vogels zijn geen dieren om op te pakken. ĐĐ Bezoekers moeten ze van een afstand kunnen bekijken. ĐĐ Bij vorst zorgen dat de vogels geen bad kunnen nemen. ĐĐ Vogels worden niet door bezoekers gevoerd en dit moet duidelijk aangegeven staan.
64 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Sandra van de Werd Stichting Comité Dierennoodhulp Fina van der Ahe en Estera Waas Stichting Dierenvangnet
Vormgeving Fred Klopper Miix
Colofon
Tekst en samenstelling