kinderboerderijenbesluit-juni-2016-dev
Tekst van het document
juni 2016
kinderboerderijen besluit
De intrinsieke waarde van het dier, zijn soorteigen natuurlijke behoeften en voorlichting daarover zijn altijd het uitgangspunt
2
4
Inleiding
5
Educatie
6
Het goede voorbeeld
6
Welke diersoorten op de kinderboerderij
8
Gedumpte dieren
8
Huisvesting
9
Aanbevelingen
10
Gezondheid
10
Stereotiep gedrag
12
Inperkingen
12
Benaderen en hanteren
13
Transport
14
Fokken en opvang
14
Herplaatsing
15
Levensbeëindiging
16
Toezicht en veiligheid
16
Personeel
18
Paard en pony
19
Ezel
23
Koe en andere runderen
27
Schaap
30
Geit
33
Varken
36
Kip
39
Konijn
44
Cavia
48
Rat
52
Watervogels (eenden, gans, zwaan)
55
Duif
59
Volièrevogel
62
Inhoud ...
Voorwoord
Voorwoord “Het beheren van een kinderboerderij doe je goed of je doet het niet!”
Waarom een Kinderboerderijenbesluit? Initiatiefnemers en organisaties hebben samengewerkt aan het Kinderboerderijenbesluit omdat de huidige wet- en regelgeving niet voldoet aan de richtlijnen zoals die zouden moeten gelden in aansluiting op de werkelijke welzijnsbehoeften van dieren op de kinderboerderij. De huidige weten regelgeving en het keurmerk voor kinderboerderijen zoals deze momenteel gehanteerd worden door de branche, medewerkers en gemeenten zijn basale richtlijnen en doen geen recht aan de werkelijke welzijnsbehoeften van dieren gehouden op de kinderboerderij. De initiatiefnemers maken zich grote zorgen over het welzijn van dieren op kinderboerderijen en vinden dat zowel de branche, de bezoeker en eigenlijk iedereen in Nederland, beter op de hoogte moeten zijn van de welzijnsbehoeften van dieren op de kinderboerderij. Dezelfde problematiek en standpunten gelden ook voor stadsboerderijen en hertenkampen. In dit besluit worden richtlijnen en regels gegeven voor het houden van dieren op een kinderboerderij . Wij hopen dat dit Kinderboerderijenbesluit als leidraad gaat dienen voor verantwoord beheer en dat het dierenwelzijn hierdoor geborgd wordt op alle kinderboerderijen (stadsboerderijen en hertenkampen) in Nederland. Sandra van de Werd Stichting Comité Dierennoodhulp Fina van der Ahe en Estera Waas Stichting Dierenvangnet
4 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Inleiding Het bestaansrecht van een kinderboerderij wordt ontleend aan het doel dat de kinderboerderij in de maatschappij heeft. Onderstaande uitgangspunten staan in volgorde van belangrijkheid: 1. De intrinsieke waarde van het dier en de educatie daarover dient het uitgangspunt te zijn. Dat wil zeggen: de waarde die het dier zelf heeft met zijn kwaliteiten en eigenschappen, die losstaat van de waarde die het dier voor de mens heeft. Het doel van de kinderboerderij is mensen te laten zien hoe je dieren met respect benadert en behandelt, uitgaande van het perspectief van het dier. Een goede kinderboerderij brengt bezoekers respect voor dieren bij. 2. Educatie over de afkomst van dierlijke producten als melk, vlees en eieren. 3. Buurtfunctie In dit Besluit worden de aard en welzijnsbehoeften van het dier op de eerste plaats gezet. Een goede kinderboerderij houdt rekening met de behoeften van het dier en zorgt ervoor dat het dier een kwalitatief optimaal leven leidt. Er is respect voor en kennis van dieren.
5 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Educatie Een kinderboerderij heeft een belangrijke educatieve functie. Kinderen kunnen er immers kennismaken met dieren, meer over hen te weten komen en er leren hoe ze met dieren om behoren te gaan. Kinderboerderijen behoren daarom belangrijke informatie aan kinderen te verstrekken over hoe ze het beste met hun konijn, cavia en andere dieren om kunnen gaan. En over wat belangrijk is om aan te denken bij de verzorging en huisvesting van hun eigen huisdier om ervoor te zorgen dat het dier zich prettig voelt. Kinderen kunnen hierdoor leren om op een respectvolle manier met dieren om te gaan. Dit alles geldt natuurlijk niet alleen voor de dieren op de kinderboerderij die als huisdier gehouden worden. Het is ook buitengewoon belangrijk dat kinderen educatie krijgen over hoe men op respectvolle wijze om dient te gaan met dieren die doorgaans gebruikt worden als productiedieren en dat zij voorlichting krijgen over hoe anders deze dieren in de vee-industrie worden behandeld.
Het goede voorbeeld De kinderboerderij moet het goede voorbeeld geven, de juiste informatie verstrekken en toezicht houden op hoe de kinderen met de dieren om gaan. Wanneer je bijvoorbeeld konijnen opsluit in een konijnenflat geef je het slechte voorbeeld. Je leert kinderen zo immers niet dat het voor een konijn belangrijk is om met een soortgenoot gehuisvest te worden, omdat het een groepsdier is en zich anders erg eenzaam gaat voelen. In plaats daarvan zou de kinderboerderij kinderen juist moeten leren dat het belangrijk is dat een dier zich naar zijn natuurlijke behoeften kan uiten. Dus dat een konijn wordt gehouden met één of meerdere soortgenootjes en dat hij kan huppelen, graven en knagen. Dat kan hij niet in een hokje, maar wel in een grote konijnenren of konijnenberg. Toezicht is daarnaast uitermate belangrijk. Immers alleen met voldoende toezicht leer je kinderen dat ze niet zomaar ieder dier kunnen oppakken, omdat sommige dieren daardoor angstig worden.
Informatie Kinderboerderijen moeten het goede voorbeeld geven. Zij behoren goede informatie te verstrekken over hoe je met je huisdier om hoort te gaan. Daarnaast zouden kinderboerderijen voorlichting moeten geven over hoe er in ons land wordt omgegaan met productiedieren. Niet alleen de mooie kanten behoren aandacht te krijgen, ook de minder fraaie behoren aan bod te komen. Alleen op die manier breng je kinderen echt respect bij voor dieren en laat je ze het verschil zien tussen de vee-industrie en de plekken waar de dieren een beter leven hebben. Door kinderen hiervan bewust te maken kunnen zij beter hun eigen keuzes hierin maken.
6 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Voorlichting over voerbeleid Om ziekmakende vervetting tegen te gaan en om te voorkomen dat de dieren ongezond voedsel binnen krijgen is het belangrijk dat de dieren in principe door de bezoekers niet gevoerd worden. Het is noodzakelijk dat hierover goede en duidelijke informatie wordt verstrekt zodat de bezoekers begrijpen dat ze in het belang van de gezondheid van de dieren ze niet mogen voeren.
7 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Welke diersoorten op de kinderboerderij De in dit Kinderboerderijenbesluit hieronder besproken diersoorten zijn koeien, paarden, pony’s, ezels, geiten, varkens, schapen, watervogels, duiven, konijnen, cavia’s en ratten. Ook volièrevogels worden besproken, al zijn die eigenlijk niet geschikt voor een kinderboerderij. Dieren die beslist niet op een kinderboerderij thuishoren alleen al vanwege de slechte voorbeeldfunctie, maar ook omdat dit dieren zijn die ongeschikt zijn om in gevangenschap te leven omdat hun welzijn als ze gehouden worden op een kinderboerderij ernstig wordt aangetast, zijn: ĐĐ Exoten; bijvoorbeeld kangoeroe, kameel, lama, struisvogel en tropische vissen ĐĐ Nachtdieren; bijvoorbeeld chinchilla en vleermuis ĐĐ Roofvogels; bijvoorbeeld uil en valk ĐĐ Roofdieren; bijvoorbeeld vos, wasbeer, fret, marter en bunzing ĐĐ Reptielen; bijvoorbeeld schilpad, slang en salamander
Gedumpte dieren Sommige mensen zien een kinderboerderij als een plek waar je een huisdier kan dumpen wanneer je er genoeg van hebt. Kinderboerderijen krijgen hierdoor regelmatig de vraag of ze een huisdier willen opvangen. Ook komt het met regelmaat voor dat er een dier over het hek wordt gezet. Dieren die afgedankt worden behoeven hulp. Een kinderboerderij heeft daarom de plicht om er zorg voor te dragen dat deze dieren op een goede plek terecht komen. Zij kan dat doen door de bezoeker die laat weten van zijn huisdier af te willen door te verwijzen naar een opvangcentrum dat speciaal hiervoor bedoeld is. Wanneer een dier op de kinderboerderij gedumpt wordt, dient de kinderboerderij er zorg voor te dragen dat het dier in een speciaal daarvoor bedoeld opvangcentrum belandt. Een kinderboerderij kan dit dumpen deels al voorkomen door op een duidelijk zichtbare plek goede voorlichting te geven over waar men wél afstand van zijn dieren kan doen. Daarnaast kan men via voorlichting en educatie laten zien hoe je huisdieren behoort te huisvesten en te verzorgen zodat mensen wat langer gaan nadenken voordat ze een dier in huis nemen.
8 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Huisvesting Het uitgangspunt bij de huisvesting is de natuurlijke behoefte van het dier. ĐĐ Groeps- of kuddedieren worden in groepen of tenminste in koppels gehouden. ĐĐ Dieren hebben onderliggende familie- en vriendschapsbanden waar rekening mee gehouden
dient te worden.
ĐĐ Dierenverblijven worden zo ingericht dat het dier soorteigen natuurlijk gedrag kan vertonen
(mogelijkheid tot wroeten, modderbad, graven, klimmen, zandbak, zitstokken, zonnebad en waterbad). Wettelijke maten moeten geen leidraad zijn: dit zijn minimum maten en niet geschikt voor een 24-uurs leefomgeving. Er dient bij de huisvesting gekeken te worden naar de werkelijke soorteigen behoeften van het dier. ĐĐ Dieren hebben de mogelijkheid (liefst een 24-uurs mogelijkheid) om naar buiten te kunnen. ĐĐ Dieren hebben altijd de mogelijkheid beschutting (schuilstal) op te zoeken tegen zon, regen
en wind.
ĐĐ Dieren hebben zowel binnen als buiten de mogelijkheid om zich terug te trekken indien zij
geen zin hebben in contact met mensen.
ĐĐ Er wordt rekening gehouden met het klimaat van de verblijven, de juiste temperatuur en rela-
tieve luchtvochtigheid (tocht, ventilatie, isolatie).
ĐĐ Er bevinden zich geen scherpe randen enz. in een verblijf, waar dieren zich aan kunnen ver-
wonden of materiaal met giftige stoffen, waar ze aan kunnen knagen.
ĐĐ Bodemdekking van zowel binnen- als buitenverblijven voldoet aan de behoeften van het dier. ĐĐ Verlichting: bepaalde TL-buizen geven trillingen waar bijv. vogels niet goed tegen kunnen. Het
verlichten met kunstlicht moet zo veel mogelijk tegemoetkomen aan de lengte van de dagen en het bioritme van het dier.
9 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Aanbevelingen ĐĐ Bij nieuw te bouwen verblijven of hokken worden het natuurlijke gedrag van, en de veiligheid
voor het dier, als uitgangspunt genomen.
ĐĐ Men dient er rekening mee te houden dat bij de opleidingen dierverzorging nog uit gegaan
wordt van de standaard minimum hokmaten, maar dat de kennis over de behoefte van dieren steeds groter wordt en de inzichten veranderen.
Gezondheid ĐĐ Bij ziekte wordt een veearts of dierenarts geraadpleegd. Bij twijfel over het oordeel van de
arts wordt een second-opinion gevraagd.
ĐĐ Medische verrichtingen worden alleen uitgevoerd door, of in overleg met, een dierenarts. ĐĐ Rantsoen wordt per dier berekend, rekening houdend met de mate van beweging en fysieke
gesteldheid.
ĐĐ Dieren krijgen voldoende ruwvoer. ĐĐ Er is een lijst beschikbaar met soort en hoeveelheid groenten en fruit dat elk dier mag eten.
Deze lijst is inzichtelijk voor het personeel.
ĐĐ Beschimmeld voer wordt onder geen enkel beding gegeven. ĐĐ Dieren worden ingeënt tegen ziekten, omdat er op een kinderboerderij altijd gevaar is voor
insleep en versleep door de vele bezoekers.
ĐĐ Hoeven worden bekapt door iemand met een opleiding en ervaring. ĐĐ Er is een kalender op de kinderboerderij aanwezig waarop alle te verrichten preventiemaatre-
gelen worden vermeld, zoals ontwormen of wormonderzoek aanvragen, inentingen en, hoeven bekappen.
ĐĐ Er is een logboek waar alle ziekten, gedragsveranderingen, problemen en verrichtingen in
bijgehouden worden per dier. Dit logboek is inzichtelijk voor het personeel en wordt altijd aan de veearts overhandigd bij een probleem met het dier. Het logboek wordt bijgehouden door de gediplomeerde dierverzorger.
10 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
ĐĐ Er is een dagelijkse briefing/overdracht/logboek, zodat de medewerkers weten wat de ge-
schiedenis is van een dier en hoe er de komende tijd gehandeld moet worden.
ĐĐ Alle dieren hebben altijd de beschikking over vers drinkwater. ĐĐ Verblijven worden regelmatig goed gereinigd/uitgemest en eventueel ontsmet. ĐĐ Er mogen geen resten van ontsmettings- en schoonmaakmiddelen achterblijven in de verblij-
ven.
ĐĐ Er is een professionele quarantaineruimte aanwezig. ĐĐ Er is een aparte ruimte waar een ziek dier rust en verzorging krijgt om te herstellen. ĐĐ Er zijn warmtelampen aanwezig voor dieren met ondertemperatuur.
Aanbevelingen ĐĐ Een kalender met daarop vermeld alle te verrichten preventiemaatregelen hangt in de kanti-
ne van de boerderij.
ĐĐ Een overdrachtsagenda of schrift ligt voor iedereen inzichtelijk in de kantine. Een goede ka-
lender en goed monitoren kost meer werk, maar bespaart uiteindelijk kosten, omdat problemen eerder gesignaleerd worden en er preventief gehandeld wordt.
ĐĐ Voor de meeste dieren is groenvoer geen overbodige luxe. Winterwortelen zijn bij boerderijen
voor een klein bedrag te bestellen. Veel boerderijen kunnen gratis ‘afvalgroenten en -fruit’ ophalen bij supermarkten, groentewinkels, markten en biologische winkels.
ĐĐ Omdat het weekend erg druk is, is het aan te bevelen om na het weekend, voor het welzijn
van de dieren, de kinderboerderij tenminste één dag voor bezoekers te sluiten.
11 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Stereotiep gedrag Verminderd welzijn kan bij kinderboerderijdieren op verschillende manieren tot uiting komen. Dieren kunnen probleemgedrag gaan vertonen, zoals apathisch, angstig of agressief gedrag. Dieren die stereotiep gedrag vertonen zijn herkenbaar aan steeds dezelfde schijnbaar doelloze beweging die ze maken. Dit gedrag ontstaat door structurele stresssituaties, zoals bijvoorbeeld verveling of huisvesting die niet voldoet aan de soorteigen natuurlijke behoeften van het dier en dit komt bij uitstek voor bij dieren in gevangenschap. Voorbeelden hiervan zijn weven bij paarden (heen en weer bewegen van hoofd en voorbenen), maar ook stangbijten bij varkens. Dit is een manier van het dier om om te gaan met een niet optimale situatie, en vooral ook een uiting van verminderd welzijn. Andere uitingen zijn beschadigend gedrag. Zo pikken bijvoorbeeld kippen zichzelf, maar soms ook hun soortgenoten kaal. Dit komt ook voor bij papegaaien (kaalplukken) en paarden. Daarnaast lijken andere dieren zich volkomen normaal te gedragen, maar ook dan kan er sprake zijn van verminderd welzijn door structurele stress. Daarom is het zo belangrijk dat medewerkers op de kinderboerderij zeer goed op de hoogte zijn van de soorteigen behoeften van het dier.
Inperkingen Bewegingsruimte wordt niet onnodig beperkt. Dieren worden niet binnengehouden als er geen ophokplicht is of een besmettelijke ziekte op de boerderij zelf heerst. Er zijn veel diersoorten die prima tijdens openingstijden los over het terrein kunnen lopen. Dieren worden niet geleewiekt of onthoornd, snavels worden niet gekapt etc.
Aanbevelingen ĐĐ Vogels die nog kunnen vliegen, worden stap voor stap met het buitenterrein bekend gemaakt
en kunnen aanleren dat ze voedsel krijgen als ze binnenkomen. Op deze manier blijven de dieren in de meeste gevallen op de boerderij ook al kunnen ze overdag (of 24 uur per dag) vrij buiten rondscharrelen. Sommige avonturiers gaan wat verder, maar kunnen met eten teruggelokt worden. Het dier blijft op deze manier bij de boerderij, maar kan wel zijn eigen gang gaan en een ‘vrij’ leven leiden.
ĐĐ Eenmalig kortwieken aan één vleugel, door een ervaren medewerker uitgevoerd, tot de dieren
gewend zijn, kan ook een optie zijn voor bepaalde vogels.
12 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Benaderen en hanteren ĐĐ Bij benadering van een dier door een mens wordt rekening gehouden met de aard van het
dier. Een dier kan de neiging hebben om te vluchten, omdat het conform het soorteigen gedrag de neiging heeft de mens te zien als een predator.
ĐĐ Elk dier krijgt de tijd te wennen, te ruiken, te kijken en zelf toenadering te zoeken. ĐĐ Dieren worden nooit zonder begeleiding opgepakt. ĐĐ Als bezoekers contact kunnen maken met dieren moeten deze dieren altijd een plek hebben
om zich terug te trekken als ze niet geaaid willen worden. Door bebording en handhavend handelen van het personeel moet duidelijk zijn dat de bezoekers het dier daar ook met rust moeten laten.
Aanbevelingen ĐĐ Bij elk dier wordt aan het personeel/vrijwilligers uitgelegd hoe je de verschillende diersoor-
ten het best kunt benaderen en eventueel oppakken.
ĐĐ Bij de dierverblijven staat uitleg over de natuurlijke leefomstandigheden van het dier. Daarbij
wordt ook uitgelegd dat een dier bijvoorbeeld een prooidier is en waarom deze dieren het eng vinden om opgepakt te worden. Dit zorgt voor meer begrip en kennis bij bezoekers.
ĐĐ Bezoekers uitleggen dat wanneer een dier wegrent het niet benaderd wil worden. ĐĐ Er dienen borden geplaatst te worden met informatie om bovenstaande punten te verduide-
lijken.
13 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Transport ĐĐ Men dient zich op de hoogste te stellen van de transportmogelijkheden. Is er een deugdelij-
ke trailer of bench beschikbaar? Heeft het dier bepaalde behoeften tijdens het transport, bij bijvoorbeeld kou of hitte?
ĐĐ Dieren worden alleen bij hoge nood getransporteerd: een transport levert altijd stress op en
is daarom niet wenselijk.
ĐĐ Als een dier ziek is, komt de dierenarts of veearts naar de boerderij. Alleen als het niet anders
kan, worden dieren met een voor het dier deugdelijk transportmiddel naar een dierenarts vervoerd.
Fokken en opvang ĐĐ Er wordt niet gefokt met dieren als de kinderboerderij geen plek heeft, dan wel niet over vol-
doende middelen beschikt, om de dieren tot hun natuurlijke dood op de boerderij te huisvesten en te verzorgen. Elk nest zorgt ervoor dat er ergens anders weer een dier teveel is, bijv. in de opvang. Bij elk nestje zitten mannelijke dieren die vaak niet geplaatst kunnen worden en via de achterdeur naar de handel of de slacht gaan. ĐĐ Als er plek is voor een nieuw dier in de groep wordt gekeken bij opvangplekken of er nog dieren zijn die een ‘huis’ zoeken. Voor een goede koppeling wordt advies gevraagd aan een deskundige. ĐĐ Mannelijke dieren worden gecastreerd. ĐĐ Alleen bij ernstige onoplosbare problemen met een dier op de boerderij (gedragsproblemen
of het dier past niet in de groep) kan er gekeken worden naar een andere goede locatie waar het dier kan leven. Er wordt in die gevallen een contract afgesloten waarin staat dat het dier nooit geslacht of verhandeld zal worden. ĐĐ Kinderboerderijen onderhouden actief een netwerk met andere kinderboerderijen, zodat dieren indien nodig herplaatst kunnen worden zonder dat zij in de handel (Marktplaats) terechtkomen.
14 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Aanbevelingen ĐĐ Kinderboerderijen kunnen opvangorganisaties benaderen om hen te helpen bij bijvoorbeeld
het opvangen van jonge dieren. Een kinderboerderij kan op deze manier educatie geven over het huidige probleem van overvolle opvangen, tegelijkertijd aan bezoekers toch jonge dieren laten zien en bovendien zo mogelijk helpen bij het herplaatsen van de dieren. ĐĐ Dieren zijn (in ieder geval binnen de context van een kinderboerderij) geen verhandelbare en verhuurbare producten. Extra inkomsten kunnen door de kinderboerderij bijvoorbeeld worden gegenereerd uit de opbrengst van het geven van voorlichting/workshops, werven van sponsors, adoptie op afstand, verkoop van tweedehands spullen, oud papier of hapjes en drankjes in een kantine, maar niet uit de handel in dieren of het verhuren van dieren.
Herplaatsing ĐĐ Dieren worden niet te koop aangeboden. Dieren zijn geen verhandelbare producten; dit is niet
de functie van een kinderboerderij.
ĐĐ Als dieren gedragsproblemen vertonen, wordt er altijd eerst contact met een dierenarts op-
genomen om lichamelijke oorzaken uit te sluiten. Daarna wordt er contact gezocht met een specialist in dierengedrag van het betreffende dier, bijv. een gespecialiseerde opvang. Als alles geprobeerd is en het dier echt niet op de boerderij kan blijven, moet er gezocht worden naar een nieuwe plek waar het dier wel gelukkig kan leven. ĐĐ Er wordt bij herplaatsing een contract afgesloten waarin staat dat het dier nooit geslacht of verhandeld zal worden.
15 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Levensbeëindiging ĐĐ Dieren kunnen oud worden op de boerderij waar ze leven. De kinderboerderij neemt zo ver-
antwoordelijkheid voor de dieren die ze huisvest en geeft hiermee het juiste signaal af aan de bezoekers. Als je een dier neemt, zit je de gehele rit uit, ook als het dier gebreken krijgt en oud wordt. ĐĐ Medische kosten mogen geen reden zijn om een dier te euthanaseren. Dieren gaan niet naar de slacht. ĐĐ Dieren worden alleen bij uitzichtloos lijden door een dierenarts op locatie geëuthanaseerd.
Toezicht en veiligheid Kinderboerderijen komen niet altijd prettig in het nieuws. Soms breekt er brand uit en komen er dieren om. Ook komt het helaas regelmatig voor dat dieren na sluitingstijd worden getreiterd, mishandeld of gestolen. Kinderboerderijen moeten hun dieren daartegen beschermen. Dat kan door goede brandpreventiemaatregelen en bijvoorbeeld een alarminstallatie die afgaat bij rookontwikkeling. Om mishandeling te voorkomen, dienen weiden en knuffelhoeken alleen voor het publiek geopend te zijn als de beheerder of een andere gekwalificeerde medewerker hier toezicht op kan houden. Als de beheerders naar huis gaan, mag het niet zo zijn dat de dieren vogelvrij zijn. Daarom moet er voldoende toezicht zijn op de dieren, ook na sluitingstijd. Dit kan worden bewerkstelligd door de aanwezigheid van een beheerder die er ook na sluitingstijd is, omdat hij op het terrein woont. Een andere manier van beter toezicht is het plaatsen van bewakingscamera’s en alarminstallaties. En soms is het verstandiger om de dieren voor hun eigen veiligheid na sluitingstijd op te hokken. Bij onraad moet er altijd een mobiel nummer gebeld kunnen worden, dat vermeld staat op een bord bij de ingang. Op plekken waar de veiligheid van de dieren niet voldoende gewaarborgd kan worden, zou men geen kinderboerderij moeten willen hebben.
16 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
ĐĐ De beheerder is eindverantwoordelijke op de kinderboerderij en aanspreekpunt. ĐĐ Vrijwilligers die met dieren werken, zijn op de hoogte van het soorteigen gedrag van de dier-
soorten op de kinderboerderij. De eindverantwoordelijke moet ervoor zorgen dat de vrijwilligers de nodige informatie krijgen.
ĐĐ De boerderij moet na sluitingstijd mensen buiten houden. Om mensen af te schrikken of bui-
ten te houden, worden veiligheidsmaatregelen genomen zoals lampen die aangaan bij beweging, hoge hekken, deugdelijk hang- en sluit werk, schrikdraad, camerabewaking en alarm met een contract met de meldkamer van een bewakingsbedrijf. ĐĐ Kleine dieren worden niet opgepakt zonder toezicht en toestemming. Er zijn borden aanwezig bij de verblijven, die duidelijk maken dat dit niet mag. ĐĐ Er is 24 uur per dag één personeelslid bereikbaar om naar de boerderij te komen, mocht dit
nodig zijn. Op het bord op het hek van de kinderboerderij staat duidelijk vermeld hoe in geval van calamiteiten te handelen.
Aanbevelingen ĐĐ Overleg met betrokken buurtbewoners over het in de gaten houden van de boerderij na slui-
tingstijd.
ĐĐ Zorg voor lichten die aan gaan als iemand in de buurt komt. Dit schrikt af. ĐĐ Dieren moeten na openingstijd zo gehuisvest worden dat ze niet bereikbaar zijn voor mensen
met kwade bedoelingen: staldeuren op slot, hekken bij de boerderij hoog genoeg en goed afgesloten.
ĐĐ Zo mogelijk permanente bewoning (beheerderwoning) op de boerderij.
17 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Personeel ĐĐ De beheerder is eindverantwoordelijke op de kinderboerderij en aanspreekpunt. De beheer-
der heeft tenminste een MBO-3-opleiding Dierverzorging. De voorkeur gaat echter uit naar een MBO-4-opleiding Manager Dierverzorging.
ĐĐ Er wordt een goed communicatieplan ontwikkeld om ervoor te zorgen dat problemen met
dieren altijd op tijd ontdekt worden, ook als de eindverantwoordelijke dierverzorger niet aanwezig is. Alle beslissingen rondom de dieren (zoals rantsoen en verblijven) worden gemaakt in samenspraak met de dierverzorger. ĐĐ Nieuw te starten kinderboerderijen moeten een MBO-4-opgeleid Manager Dierverzorging in dienst hebben. ĐĐ Vrijwilligers die met dieren werken, zijn op de hoogte van het soorteigen gedrag van de dier-
soorten op de kinderboerderij. De eindverantwoordelijke moet ervoor zorgen dat de vrijwilligers de nodige informatie krijgen.
18 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Paard en pony Huisvesting ĐĐ Bij de inrichting van de verblijven voor paarden wordt rekening
gehouden met het soorteigen gedrag van het paard/pony.
ĐĐ Paarden/pony’s zijn kuddedieren en dienen derhalve te worden ge-
houden met één of meerdere soortgenoten samen.
ĐĐ Paarden/pony’s hebben ook in de stal altijd contact met een soortgenoot. ĐĐ Als paarden/pony’s worden gehouden in een box, heeft die box een oppervlakte van mini-
maal tweemaal de stokmaat van het paard in het kwadraat. Indien de groep groter is dan vier paarden kan voor de meerdere paarden volstaan worden met minimaal 1,7 maal de stokmaat in het kwadraat. ĐĐ Bij twee paarden/pony’s is het buitengebied minimaal 1 ha. ĐĐ Het buitengebied waar paarden/pony’s worden gehouden, is op zodanige wijze ontworpen,
gebouwd en onderhouden dat het bij de dieren geen pijn of letsel wordt veroorzaakt.
ĐĐ De paarden/pony’s hebben ten minste 6 uur per dag weidegang. ĐĐ Paarden die buiten worden gehouden, beschikken over permanent toegankelijke schuilgele-
genheid.
Gezondheid ĐĐ Paarden krijgen ruim ruwvoer, minimaal 1.2 kg hooi (DS) per 100kg lichaamsgewicht. Dit wordt
aangevuld met een kleine hoeveelheid krachtvoer (verdeeld in kleine porties over de dag) en een liksteen voor paarden. Gras in het vroege voorjaar en najaar vergroot de kans op hoefbevangenheid. Voer dit dan ook niet teveel ineens. ĐĐ Hooi e.d. is absoluut schimmelvrij en wordt goed uitgeschud of afgespoeld om stof en eventuele schimmelsporen er vanaf te halen. ĐĐ Er is altijd vers water aanwezig. ĐĐ Een paard moet soorteigen gedrag kunnen vertonen: het dier loopt een groot deel van de dag
buiten, is met soortgenoten.
ĐĐ Wanneer een paard ziek is, wordt er direct een dierenarts geraadpleegd. ĐĐ Indien nodig dient het zieke paard op een rustige, droge en tochtvrije plek apart gezet te kun-
nen worden.
ĐĐ Paarden worden ontwormd.
19 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
ĐĐ Er komt regelmatig een hoefsmid langs voor het onderhouden van de hoeven. De hoeven en
gang van het paard worden dagelijks in de gaten gehouden.
ĐĐ De hoeven van het paard worden dagelijks schoongemaakt. ĐĐ Het gebit wordt jaarlijks gecontroleerd door een paardentandarts. Controleer of de paarden-
tandarts ook daadwerkelijk een relevante opleiding heeft. Bij het toedienen van de inentingen kan ook de dierenarts het gebit inspecteren. Bij jonge paarden die nog wisselen wordt er minimaal twee maal per jaar een gebitscontrole uitgevoerd. ĐĐ Maatregelen worden genomen ter preventie van wormen. Er zijn verschillende wormsoorten die met verschillende middelen geweerd worden. Op de verpakking staat wanneer de behandeling herhaald moet worden.
Inperkingen ĐĐ Een paard mag niet aangebonden gehuisvest worden. ĐĐ Staarten worden niet gecoupeerd.
Benaderen en hanteren ĐĐ Een paard wordt rustig benaderd. ĐĐ Een paard wordt van de zijkant benaderd aangezien daar zijn ogen naar toe gericht zijn. ĐĐ Laat de stem horen als men het paard benadert. Blijf zo mogelijk op een afstand staan en laat
het paard naar jou toekomen. Dit geldt zeker als men met bezoekers het verblijf betreedt. Een paard wordt met halster op een plek gehouden als dit nodig is voor onderzoek of behandeling. ĐĐ Een paard wordt door iedereen benaderd zoals het dier gewend is. Vaak worden de dieren van links benaderd. Zorg dan ook dat allen die het paard benaderen dit op deze wijze doen. Dit geeft duidelijkheid. Is het op de kinderboerderij rechts, leer dit dan ook aan de mensen die bij de paarden komen. ĐĐ Een paard wordt geborsteld/ gepoetst als onderdeel van de normale noodzakelijke huid- en vachtverzorging. Overmatig recreatief borstelen kan stress veroorzaken. ĐĐ Er wordt niet gereden op de paarden en pony’s. ĐĐ Zwepen worden niet gebruikt.
Transport Er gelden voor het transport van paarden wettelijke eisen. Daarnaast de volgende punten: ĐĐ Paarden worden geduldig behandeld. Als het paard te gestrest is, laat hem dan even lopen
alvorens het opnieuw te proberen.
ĐĐ De bodem van het transportmiddel is zo gemaakt dat een paard niet kan uitglijden.
20 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
ĐĐ Leg wat van het paard zijn eigen bodembedekking in de wagen, zodat zijn geur er al in zit. ĐĐ Het transportmiddel beschikt over verlichting. ĐĐ Het kan warm worden in de trailer/wagen dus kleed het paard niet warm aan. ĐĐ Het paard wordt niet te kort aangelijnd. ĐĐ Bij aankomst op de plaats van bestemming wordt een paar minuten gewacht met het openen
van het transportmiddel en het uitladen van het paard. Het paard moet niet leren dat stilstaan ‘uitstappen’ betekent.
Fokken en opvang ĐĐ Er wordt niet gefokt met paarden op een kinderboerderij. Hengsten worden gecastreerd. ĐĐ Er zijn veel mensen die ooit een paard genomen hebben maar het dier nu niet meer kunnen
houden. Verwaarlozing of de slacht kunnen hiervan het gevolg zijn. Vang als kinderboerderij zoveel mogelijk van dit soort paarden op en haal geen paarden bij een fokker.
ĐĐ Het voordeel van samenwerken met een opvangcentrum is dat wanneer een paard naar de
kinderboerderij gehaald wordt, gekozen kan worden op basis van karakter en ervaringen.
Herplaatsing ĐĐ Bij gedragsproblemen worden eerst lichamelijke oorzaken uitgesloten. Daarna wordt contact
gezocht met een specialist zoals een gespecialiseerde opvang. Het belang van het dier staat op nummer één. Zijn de problemen een last voor de bezoekers of voor andere dieren en verzorgers dan wordt de situatie zo aangepast dat de bezoekers het dier anders benaderen, zodat het paard zich beter voelt. ĐĐ Als niets helpt, kan gezocht worden naar een nieuwe plaats waar het paard de rest van haar leven kan blijven. Hierbij wordt rekening gehouden met vriendschappen met andere paarden: twee maatjes uit elkaar halen, kan ernstige gevolgen hebben voor het welzijn van een paard.
Levensbeëindiging ĐĐ Een paard/pony verblijft op de boerderij tot het einde van zijn/haar leven. ĐĐ Een paard kan ouder worden dan 25 jaar (zelfs 50). Ouderdom en hierdoor mogelijk stijgende
verzorgingskosten mogen geen reden zijn om zich van het dier te ontdoen. Alleen uitzichtloos lijden mag een reden zijn het leven van het paard te beëindigen. Euthanasie gebeurt op locatie door een dierenarts, tenzij het niet anders kan. Het dier wordt niet geslacht.
21 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Toezicht en veiligheid ĐĐ De paarden staan zo gehuisvest dat bezoekers er niet zelf bij kunnen. ĐĐ De paarden hebben een ruim verblijf waarin ze ook hun gevoel van veiligheid krijgen door de
aanwezigheid van vluchtmogelijkheden.
ĐĐ Een paard kan altijd een veilige, rustige plek opzoeken. ĐĐ Er wordt geen prikkeldraad gebruikt in de omheining. ĐĐ Als een paard of pony wordt vastgezet, wordt gebruikgemaakt van een paniekhaak/paarden-
knoop, zodat het paard weg kan als hij in paniek raakt.
22 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Ezel Huisvesting ĐĐ Bij de inrichting van het verblijf wordt rekening gehouden met
het soorteigen gedrag van de ezel.
ĐĐ De stalruimte moet minimaal 6 m2 per ezel zijn. De stal is alleen om te
schuilen of voor de nacht.
ĐĐ Naast dit verblijf moet de ezel een weide ter beschikking hebben van minimaal
300 m2 per koppel.
ĐĐ Ezels worden in groepen gehuisvest, minimaal met zijn tweeën. ĐĐ Ezels moeten altijd een plek hebben om te schuilen. Ezels hebben geen waterdichte vacht.
Ook bij warm weer hebben ze een schaduwplek nodig.
ĐĐ Ezels zijn namelijk goed in ontsnappen, daarom moet het verblijf voorzien zijn van een stevi-
ge afrastering.
Gezondheid ĐĐ Ezels eten graag door als ze iets lekker vinden. Voorkom overeten door een te groot voedse-
laanbod.
ĐĐ Ezels zijn dieren die van oorsprong sober leven. Paardenbrok wordt daarom niet gegeven. Dit
is te voedingrijk voor ze en dus ongeschikt.
ĐĐ Een ezel is gevoelig voor been- en voetkwalen bij verkeerde voeding en te natte ondergrond:
houd beide zodoende goed in de gaten.
ĐĐ
Geef een ezel voldoende ruwvoer van goede kwaliteit, maar met weinig eiwitten (gerst, haver of tarwestro zijn zeer geschikt). Wortels kunnen een goede aanvulling op het menu zijn.
ĐĐ Een liksteen voor ezels voldoet in de zoutbehoefte, maar bevat niet alle vitaminen. Als geko-
zen wordt voor een menu zonder krachtvoer dienen de vitaminen en mineralen aangevuld te worden met speciale poeders of vloeistoffen.
ĐĐ De vacht van ezels behoeft niet zo veel zorg als die van een paard, maar zeker in de periode
van rui is het goed om de ezel te borstelen om de losse haren te verwijderen. Laat een ezel wennen aan het borstelen en doe het daarom toch regelmatig.
ĐĐ Ezels worden op schema ontwormd. ĐĐ Er komt regelmatig een hoefsmid die ervaring heeft met ezels langs voor onderhoud aan de
hoeven.
ĐĐ Hoeven en beenwerk worden dagelijks gecontroleerd.
23 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
ĐĐ Het gebit wordt jaarlijks gecontroleerd door een paardentandarts. Controleer of de paarden-
tandarts ook daadwerkelijk een opleiding heeft in deze richting. Bij het toedienen van de inentingen kan ook de dierenarts het gebit inspecteren.
ĐĐ Zorg dat een ezel niet op kale grond staat. Dan bestaat er kans dat hij teveel zand binnen-
krijgt en zandkoliek krijgt.
ĐĐ Wanneer een ezel ziek is wordt er direct een dierenarts geraadpleegd. ĐĐ Indien nodig dient de zieke ezel op een rustige, droge en tochtvrije plek apart gezet te kun-
nen worden.
Inperkingen ĐĐ Een ezel wordt niet aangebonden gehouden, behalve bij behandeling of verzorging. ĐĐ Zwepen worden niet gebruikt.
Benaderen en hanteren ĐĐ Een ezel wordt rustig benaderd. ĐĐ Laat de stem horen als men het dier benadert. Blijf zo mogelijk op een afstand staan en laat
de ezel naar jou toekomen. Dit geldt zeker wanneer men met bezoekers het verblijf betreedt.
ĐĐ Een ezel geeft aan of hij meer of minder afstand wil en kan bijten of schoppen als men te
dichtbij komt terwijl dat ongewenst is. Ook spelgedrag kan bestaan uit schoppen of bijten. Medewerkers van de kinderboerderij horen daarom op de hoogte te zijn en kennis te hebben over het gedrag van ezels. ĐĐ Een ezel wordt met halster op een plek gehouden als dit nodig is voor onderzoek of behandeling. ĐĐ Een ezel wordt door iedereen benaderd zoals het dier gewend is. Vaak worden de dieren van
links benaderd. Zorg dan ook dat allen die de ezel benaderen dit op deze wijze doen. Dit geeft duidelijkheid. Is het op de kinderboerderij rechts, leer dit dan ook aan de mensen die bij de ezels komen. ĐĐ Er wordt niet gereden op de ezels. ĐĐ Zwepen worden niet gebruikt. ĐĐ Geef de ezel wat afleiding door af en toe met hem te lopen of te ‘spelen’.
24 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Transport Er gelden voor het transport van ezels wettelijke eisen. Daarnaast de volgende punten: ĐĐ De ezel wordt met geduld benaderd. ĐĐ De bodem van het transportmiddel is zo gemaakt dat de ezel niet kan glijden. ĐĐ Leg wat van de ezels eigen bodembedekking in de wagen, zodat zijn geur er al in zit. ĐĐ Er is verlichting. ĐĐ Het kan warm worden in de trailer. Houd hier rekening mee met het aankleden van het dier. ĐĐ De ezel wordt niet te kort aangelijnd. ĐĐ De borststang in de meeste trailers hangt te laag voor dwergezels, let hierop.
Fokken en opvang ĐĐ Er wordt niet gefokt met ezels op een kinderboerderij. Hengsten worden gecastreerd. ĐĐ Er zijn mensen die een ezel aangeschaft hebben en deze nu niet meer kunnen of willen hou-
den. Vang als kinderboerderij zoveel mogelijk van deze dieren op en haal ze niet bij een fokker.
ĐĐ Het voordeel van samenwerken met een opvangcentrum is dat een ezel uitgekozen kan wor-
den op basis van karakter en ervaringen.
Herplaatsing ĐĐ Bij gedragsproblemen worden eerst lichamelijke oorzaken uitgesloten. Daarna wordt con-
tact gezocht met een specialist, zoals een gespecialiseerde opvang. Het belang van het dier staat op nummer één. Zijn de problemen een last voor de bezoekers of voor andere dieren en verzorgers dan wordt de situatie zo aangepast dat de bezoekers het dier anders benaderen zodat de ezel zich beter voelt. ĐĐ Als niets helpt, kan gezocht worden naar een nieuwe plek waar de ezel de rest van zijn/haar leven kan blijven. Hierbij wordt rekening gehouden met vriendschappen met andere ezels of paarden/pony’s: twee maatjes uit elkaar halen kan een diepe wond achterlaten.
25 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Levensbeëindiging ĐĐ Een ezel verblijft op de boerderij tot het einde van zijn/haar leven. ĐĐ Een ezel kan ouder worden dan 30 jaar (zelfs 50). Ouderdom en hierdoor mogelijk stijgende
verzorgingskosten mogen geen reden zijn het dier weg te doen van de kinderboerderij.
ĐĐ Alleen uitzichtloos lijden mag een reden zijn het leven van de ezel te beëindigen. Euthanasie
gebeurt door een dierenarts op locatie, tenzij het niet anders kan. Het dier wordt niet geslacht.
Toezicht en veiligheid ĐĐ De ezels staan zo gehuisvest dat bezoekers er niet zelf bij kunnen. ĐĐ Een ezel kan altijd een veilige, rustige plek opzoeken. ĐĐ Een ezel wordt niet de hele dag geborsteld door kinderen. Dit gebeurt gewoon één keer per
dag.
ĐĐ Omdat ezels graag ontsnappen, is het verblijf voorzien van een stevige afrastering.
26 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Koe en andere runderen Huisvesting ĐĐ Bij de inrichting van de verblijven voor koeien wordt rekening gehouden
met het soorteigen gedrag van de koe.
ĐĐ Een koe is een kudde/groepsdier en wordt daarom met minimaal 1 soortgenoot samen
gehouden.
ĐĐ Overdag is er weidegang. Een koe slaapt of ligt een groot deel van de dag en heeft de overige
tijd veel beweging nodig. Bij de weidegang zijn de dieren altijd voorzien van schuilmogelijkheid tegen hitte, wind en kou.
ĐĐ De weide voor 2 koeien moet minimaal 1 hectare zijn. ĐĐ Er is genoeg ruimte in het binnenverblijf om alle koeien door elkaar heen te kunnen laten
lopen en te kunnen laten liggen.
ĐĐ Er wordt voorzien in meer voerplekken dan het aantal koeien dat aanwezig is.
Gezondheid ĐĐ Een koe heeft de hele dag ruwvoer tot haar beschikking. ĐĐ Een koe heeft de beschikking over een liksteen voor koeien om te voorzien in de benodigde
vitaminen en mineralen.
ĐĐ Afhankelijk van de ruimte die een koe heeft om te bewegen, te springen, rennen en andere
activiteiten wordt een bepaalde hoeveelheid krachtvoer gegeven (rantsoen berekenen).
ĐĐ Een koe kan ouder worden dan 20 jaar. Ouderdom en de hierdoor mogelijk stijgende verzor-
gingskosten mogen geen reden zijn een koe te verwijderen van de kinderboerderij.
ĐĐ Voordat bij een koe duidelijk zichtbaar is dat ze ziek is, zal eerst zichtbaar zijn dat spierspan-
ning rond ogen en oren wegvalt. Wees hier zodoende alert op.
ĐĐ Wanneer een koe ziek is wordt er direct een dierenarts geraadpleegd. ĐĐ Indien nodig dient de zieke koe op een rustige, droge en tochtvrije plek apart gezet te wor-
den.
27 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Inperkingen ĐĐ Een koe wordt niet onthoornd of gebrandmerkt. ĐĐ Een koe wordt niet aangebonden gehouden.
Benaderen en hanteren ĐĐ Men dient er alert op te zijn dat, net als mensen, ook een koe een ‘persoonlijke ruimte’ heeft
waarin zij alleen voor haar veilige dieren (familie/vrienden) wil hebben. Een dier heeft tijd nodig te wennen aan een situatie waar veel bezoekers komen en heeft ruimte nodig om te kunnen vluchten. Als iemand een koe laat schrikken en in zijn persoonlijke ruimte komt, kan de koe gaan vluchten of aanvallen.
Transport ĐĐ Er gelden voor het transport van de koe wettelijke eisen. Daarnaast de volgende punten: ĐĐ Lok een koe met wat lekkers de oplader op, blijf rustig, loop voor de koe. ĐĐ Zorg dat de bodem van het transportmiddel niet glad is. ĐĐ Vervoer de koe alleen indien strikt noodzakelijk (herplaatsing of een medische ingreep).
Fokken en opvang ĐĐ Er wordt niet gefokt met koeien. Koeien kunnen ouder dan 20 jaar worden, maar de meeste
koeien in Nederland hebben een levensverwachting van een jaar of zes, voordat ze naar de slacht gebracht worden. Het spreekt dan ook voor zich dat er genoeg koeien (en kalveren) zijn die uit een opvang kunnen worden gehaald of van de slacht kunnen worden gered. ĐĐ Stiertjes worden gecastreerd.
Herplaatsing ĐĐ Bij gedragsproblemen worden eerst lichamelijke oorzaken uitgesloten. Daarna wordt contact
gezocht met een koeienspecialist, zoals een gespecialiseerde opvang.
ĐĐ Als niets helpt, kan gezocht worden naar een nieuwe plaats waar de koe de rest van haar le-
ven kan verblijven.
28 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Levensbeëindiging ĐĐ Een koe verblijft op de boerderij tot het einde van haar leven. ĐĐ Alleen uitzichtloos lijden mag een reden zijn het leven van de koe te beëindigen. Euthanasie
gebeurt op locatie. Het dier wordt niet vervoerd of geslacht.
Toezicht en veiligheid ĐĐ De koeien staan zo gehuisvest dat bezoekers er niet zelf bij kunnen. ĐĐ Er is een goede afrastering, geen prikkeldraad.
29 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Schaap Huisvesting ĐĐ Bij de inrichting van de verblijven voor schapen wordt rekening
gehouden met het soorteigen gedrag van het schaap.
ĐĐ Schapen worden gehuisvest minimaal met twee, maar het liefst in een
groep.
ĐĐ In de stal moeten de schapen genoeg ruimte hebben (minimaal 2,5 vierkante me-
ter per schaap) ook als hun vachten op hun dikst zijn.
ĐĐ Er moet voldoende stro in de stal liggen om zacht te liggen. ĐĐ Schapen moeten ook in hun buitenverblijf beschutting kunnen vinden. ĐĐ Het buitenverblijf moet minimaal 40 m2 zijn per schaap. Bij grote groepen mag er per schaap
wat minder gerekend worden.
Gezondheid ĐĐ Schapen worden één keer per jaar geschoren. ĐĐ Schapen worden preventief op schema ontwormd en ingeënt. ĐĐ De hoeven van het schaap worden in de gaten gehouden en regelmatig bekapt als dit nodig
is.
ĐĐ Schapen worden bij warm, vochtig weer en bij diarree dagelijks gecontroleerd op myases. ĐĐ Een schaap dat op zijn rug ligt, wordt op de juiste manier recht gezet. Dit wordt gedaan onder
begeleiding van de dierverzorger. Er moet snel en goed gehandeld worden. Wordt het schaap verkeerd op zijn poten gezet, dan bestaat er namelijk een kans op een maagtorsie.
ĐĐ Schapen mogen geen geitenvoer krijgen. Ze kunnen hiervan kopervergiftiging krijgen (heide-
schapen hebben wel koper nodig).
ĐĐ Schapen krijgen een liksteen die op hun behoefte is afgestemd. ĐĐ Wanneer een schaap ziek is wordt er direct een dierenarts geraadpleegd. ĐĐ Indien nodig dient het zieke schaap op een rustige, droge en tochtvrije plek apart gezet te
kunnen worden.
30 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Inperkingen ĐĐ Schapen worden niet onthoornd of vastgezet.
Benaderen en hanteren ĐĐ Schapen worden niet opgetild, tenzij medisch noodzakelijk. ĐĐ Bij het bekappen van hoeven, bezoek van een arts of in geval van een andere behandeling
wordt het schaap eerst een tijdje in een kleiner (binnen)verblijf gezet en wordt daar rustig benaderd. Dit voorkomt een jachtpartij achter het schaap aan om hem te pakken wat voor het dier zeer stressvol is. Zo mogelijk wordt het schaap met soortgenoten apart gezet om de angst te verkleinen. ĐĐ Schapen worden vaak aan hun vacht gepakt en zo gehanteerd. Wat niet zichtbaar is door de grote vacht is dat hierdoor enorme blauwe plekken of andere beschadigingen ontstaan. Een schaap dient dan ook niet aan zijn vacht getrokken te worden. Eventueel kan een halsband voor schapen worden gebruikt als men langer met het schaap bezig zal zijn.
Transport Er gelden voor het transport van schapen wettelijke eisen. Daarnaast de volgende aandachtspunten: ĐĐ Vervoer het dier niet tenzij strikt noodzakelijk (bijv. voor een medische ingreep elders of her-
plaatsing).
ĐĐ Zorg er te allen tijden voor dat het schaap zich niet kan verwonden en zich veilig voelt tijdens
het transport.
Fokken en opvang ĐĐ Er wordt niet gefokt met schapen. ĐĐ Rammen worden gecastreerd als ze met ooien samenleven. ĐĐ Vul de groep bij voorkeur aan met dieren die in een opvang zitten. Het voordeel hiervan is dat
er gezocht kan worden naar een schaap dat graag bij mensen is.
31 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Herplaatsing ĐĐ Bij gedragsproblemen worden eerst lichamelijke oorzaken uitgesloten. Daarna wordt contact
gezocht met een schapendeskundige.
ĐĐ Als niets helpt, kan gezocht worden naar een nieuwe plaats waar het schaap de rest van haar
leven kan verblijven.
Levensbeëindiging ĐĐ Een schaap verblijft op de boerderij tot het einde van zijn/haar leven. ĐĐ Alleen uitzichtloos lijden mag een reden zijn het leven van het schaap te beëindigen. Eutha-
nasie gebeurt op locatie, tenzij het niet anders kan. Het dier wordt niet geslacht.
Toezicht en veiligheid ĐĐ Er mag geen eten worden meegenomen in het verblijf van de schapen. ĐĐ Schapen moeten zich kunnen afzonderen van de bezoekers. ĐĐ De schapen hebben een ruimte waar ze zonder andere dieren zoals geiten kunnen verblijven,
zeker rond de voermomenten.
32 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Geit Huisvesting ĐĐ Bij de inrichting van de verblijven voor geiten wordt rekening
gehouden met het soorteigen gedrag van de geit.
ĐĐ Geiten worden tenminste gehuisvest in koppels, doch bij voorkeur in
groepen.
ĐĐ In de stal moeten de geiten genoeg ruimte hebben of in kleine (ca. 5 geiten) groe-
pen worden opgesplitst, zodat geiten lager in rang ook een comfortabele nacht kunnen hebben.
ĐĐ Er moet voldoende stro in de stal liggen om goed te kunnen liggen. ĐĐ Geiten zijn echte uitbrekers. De hekken rondom het verblijf moeten zodoende hoog genoeg
zijn.
ĐĐ Geiten hebben een hekel aan regen en moeten altijd kunnen schuilen in hun buitenverblijf. ĐĐ Het buitenverblijf moet 60 m2 zijn per koppel. Bij grote groepen kan er per geit wat minder
gerekend worden.
ĐĐ Geiten zijn nieuwsgierige, actieve dieren die graag klauteren. Het verblijf dient dan ook ver-
rijkt te zijn met klimmogelijkheden en met borstels of boomstammen om tegen aan te schuren.
ĐĐ Hooi moet in een ruif zitten. Geiten eten namelijk liever geen voer dat op de vloer gelegen
heeft.
33 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Gezondheid ĐĐ Bij geiten wordt consequent het rantsoen goed berekend. Biks is nodig voor de nodige vi-
taminen en mineralen, maar bevat te veel energie. Geiten die niet werken (dracht, melkgift) vervetten snel. De dieren zijn van nature gewend erg schaars voedsel te eten. Te zware geiten krijgen sneller gewrichtsklachten. Het is daarom belangrijk het rantsoen goed te berekenen met het Tabellenboek veevoeding (voedernormen en voedingswaarden veevoeders) en dit voor elk formaat geit apart te berekenen. In de praktijk zal dit neerkomen op zeer weinig tot geen biks en veel hooi en groente zoals winterwortel. Er bestaan vitaminen- en mineralenpoeders en vloeistof die kunnen worden toegevoegd aan het voer.
ĐĐ Een geit heeft voldoende beschikking over ruwvoer en heeft een liksteen in zijn verblijf. ĐĐ Geiten worden op schema ontwormd en ingeënt. ĐĐ Indien een geit ziek is wordt er direct een dierenarts geraadpleegd. ĐĐ Indien nodig dient de zieke geit op een rustige, droge tochtvrije plek apart gezet te worden. ĐĐ Hoeven worden in de gaten gehouden en zo nodig gekapt. Dit kan maandelijks nodig zijn. ĐĐ Er zijn voldoende voedselplekken voor alle geiten in de groep, zodat ook de geiten lager in
rang voldoende voedsel binnenkrijgen.
Inperkingen ĐĐ Geiten worden niet onthoornd of vastgezet.
Benaderen en hanteren ĐĐ Geiten worden niet opgetild, tenzij medisch noodzakelijk. ĐĐ Bij het bekappen van hoeven, bezoek van de dierenarts of het uitvoeren van een andere in-
greep, dient een hoofdstel omgedaan te worden, zodat de geit niet weg kan komen.
ĐĐ Een geit wordt altijd door twee personen gefixeerd.
Transport ĐĐ Er gelden voor het transport van geiten wettelijke eisen. Daarnaast de volgende punten: ĐĐ Vervoer het dier niet tenzij strikt noodzakelijk (bijv. voor een medische ingreep elders of her-
plaatsing).
ĐĐ Gebruik een deugdelijk vervoermiddel, zodat het dier zich niet kan verwonden.
34 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Fokken en opvang ĐĐ Er wordt niet gefokt met geiten. Vul de groep bij voorkeur aan met dieren uit een opvang. ĐĐ De bokken dienen gecastreerd te zijn.
Herplaatsing ĐĐ Geiten die vanwege gedragsproblemen niet langer in de groep kunnen verblijven, worden uit-
geplaatst naar een opvang of andere kinderboerderij.
Levensbeëindiging ĐĐ Een geit verblijft op de boerderij tot het einde van haar/zijn leven. ĐĐ Alleen uitzichtloos lijden, is een reden om het leven van de geit te beëindigen. ĐĐ Euthanasie gebeurt op locatie. Het dier wordt niet vervoerd of geslacht.
Toezicht en veiligheid ĐĐ Geiten houden van eten en knabbelen. Bezoekers betreden het verblijf van de geiten daarom
niet wanneer zij eten bij zich dragen in bijvoorbeeld hun kleding of kinderwagens.
ĐĐ Geiten moeten zich kunnen afzonderen van de bezoekers.
35 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Varken Huisvesting ĐĐ Bij de inrichting van de verblijven voor varkens wordt rekening
gehouden met het soorteigen gedrag van het varken.
ĐĐ Varkens zijn dieren die in groepen leven. Het minimum aantal te hou-
den varkens is dan ook twee. Varkens koppelen is niet makkelijk. Dit mag echter geen reden zijn een varken de rest van zijn leven alleen te laten zitten.
ĐĐ Ook varkens die varkensbrokken of varkensmuesli krijgen, scharrelen en wroeten nog een
groot deel van de dag. Varkens moeten dan ook de beschikking hebben over een groot buitenterrein met de mogelijkheid in de aarde en tussen de bomen te wroeten.
ĐĐ Het binnenverblijf dient droog en ruim te zijn. Een dikke laag stro is ideaal als bodembedek-
king in het nachtverblijf. Het varken kan er een bed van bouwen en de stro houdt hen warm. Takjes, riet en andere materialen uit de omgeving kan het varken ook gebruiken om daar een warm nest van te bouwen in het binnenverblijf. ĐĐ Varkens zijn meestal zindelijk, maar moeten wel genoeg ruimte hebben om zindelijk te kunnen leven. Hun nachtverblijf moet derhalve voldoende plek hebben om slapen, drinken en ontlasting van elkaar te kunnen scheiden. Afhankelijk van de veiligheid is het aan te bevelen de dieren de mogelijkheid te bieden om dag en nacht een uitloop naar buiten te hebben. Een deels verharde uitloop zorgt ervoor dat de varkenshoeven zelf afslijten. Dit is dan ook aan te raden. ĐĐ Ga voor het nachtverblijf uit van minimaal 20 m2 per koppel. Groter is beter. Voorzie het ver-
blijf van voldoende mogelijkheden voor de dieren om afleiding te zoeken.
ĐĐ Varkens hebben dag en nacht een toegang tot een rustplaats waar ze zich kunnen terugtrek-
ken.
ĐĐ Varkens zijn sterk en wroeten. De omheining moet daarom stevig zijn en wat dieper in de
grond verankerd zijn om te voorkomen dat de dieren er onderdoor kunnen gaan.
Gezondheid ĐĐ De ideale conditie van een varken is wanneer men de ribben kan voelen, maar niet kan zien.
Houd dit zodoende goed in de gaten.
ĐĐ Het rantsoen bestaat naast speciaal (hobby)varkensvoer (ideaal is 20% van het totale menu)
voor 80 % uit ruwvoer. Ruwvoer is veevoer waarvan het percentage onverteerbare stoffen groot is. Bijvoorbeeld bietenpulp, maiskuil, kuilgras, eikels, hooi, vers weidegras, groente en fruit. Deze zorgen voor een langere verzadiging en houden het varken bezig. Een varken krijgt minimaal drie keer per dag eten aangeboden. Verspreid het ruwvoer over de ruimte die de varkens hebben zodat ze er naar kunnen zoeken.
36 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
ĐĐ Het is belangrijk dat varkens kunnen foerageren, zeker bij dieren die door omstandigheden
individueel zijn gehuisvest. Als zij dit niet kunnen, kan er abnormaal en ongewenst gedrag ontstaan.
ĐĐ Varkens zijn slecht in staat hun eigen lichaamstemperatuur te regelen en nemen daarom
graag een modderbad om af te koelen (zoelen). Ook vormt de modder een beschermend laagje tegen parasieten. Als dit niet kan op de boerderij moet er een andere manier zijn voor het varken om zich af te koelen, zoals nat zand of een koele schuilplaats. ĐĐ Varkens met een lichte huidskleur kunnen verbranden door de zon. Smeer de varkens daarom in met zonnebrandcrème als ze dit toelaten. ĐĐ Varkens worden op schema ingeënt en ontwormd. ĐĐ De hoeven moeten in de gaten gehouden en zo nodig gekapt worden. ĐĐ Wanneer een varken ziek is wordt er direct een dierenarts met verstand van varkens geraad-
pleegd.
ĐĐ Indien nodig dient het zieke varken op een rustige, droge en tochtvrije plek apart gezet te
kunnen worden.
ĐĐ De kinderboerderij neemt verantwoordelijkheid voor het zieke varken door er alles aan te
doen om het dier te laten herstellen en daarbij zo nodig verschillende professionals als opvangen te raadplegen omdat veeartsen veelal geen ervaring hebben met varkens die oud worden (Veeartsen hebben veelal ervaring met dieren in de meer intensievere veehouderij waar de dieren anders gehuisvest worden en niet oud worden).
Inperkingen ĐĐ Een varken krijgt geen neusring.
Benaderen en hanteren ĐĐ Varkens zijn dieren die erg hechten aan hun vertrouwde omgeving en routine. Zelfs een kleine
verandering kan hen angstig maken. Ook herkennen varkens mensen en hebben ze een zeer sterke neus. Benader een varken altijd rustig, geef het varken tijd om te wennen. Als een varken wegloopt, laat het dan met rust. ĐĐ Een varken is meestal te lokken met eten, maar beloon een varken niet met eten bij ongewenst gedrag.
ĐĐ Aai varkens alleen als ze dat fijn vinden. Sommige varkens kunnen hier heel erg van genieten,
andere staan het alleen toe bij bepaalde mensen.
ĐĐ Als varkens behandeld moeten worden, kunnen ze soms in paniek raken waardoor ze niet
goed gefixeerd kunnen worden. Daardoor kan de behandeling te lang gaan duren. In zo’n situatie is het soms beter om met de dierenarts te overleggen of een eventuele behandeling niet beter onder narcose plaats kan vinden.
37 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Transport ĐĐ Een varken is erg snel gestrest en in extreme gevallen kan een varken daardoor tijdens het
transport overlijden. Transporteer daarom alleen een varken als het echt niet anders kan en doe er dan alles aan om het dier op zijn gemak te stellen.
ĐĐ Een varken kan wagenziek worden en dus het beste op een nuchtere maag worden vervoerd.
Omdat een varken niet zelfstandig een wagen in zal rennen, kan voer desnoods wel in geringe mate gebruikt worden om het dier te lokken.
ĐĐ Neem veel tijd voor het in- en uitladen. Laat het varken rustig wennen aan het vervoersmid-
del en de veranderde situatie. Dit kan uren duren. Gun het dier deze tijd.
ĐĐ Leg een dikke laag bodembedekking neer op de bodem van de wagen, het liefst uit de stal ge-
haald van het varken zodat er een vertrouwde geur voor hem in de wagen hangt. Blijf dichtbij het varken, praat met hem en stel het gerust.
Fokken en opvang ĐĐ Er wordt niet gefokt met varkens. ĐĐ Beren die samenleven met zeugen worden gecastreerd. ĐĐ Opvangplekken voor varkens zijn schaars en een kinderboerderij kan hierbij helpen door een
varken uit zo’n situatie over te nemen in plaats van zelf te fokken.
Herplaatsing ĐĐ Raadpleeg bij gedragsproblemen een deskundige op het gebied van varkens. Er kunnen veel
oorzaken aan het gedrag ten grondslag liggen, zoals hormonen, onjuiste voeding, weinig verrijking, eenzaamheid enz.
ĐĐ Als niets helpt, kan gezocht worden naar een nieuwe plek plaats waar het varken de rest van
zijn/haar leven kan verblijven.
Levensbeëindiging ĐĐ Een varken verblijft op de boerderij tot het einde van zijn/haar leven. ĐĐ Alleen uitzichtloos lijden mag een reden zijn het leven van een varken te beëindigen. Eutha-
nasie gebeurt op locatie door een dierenarts. Het dier wordt niet vervoerd of geslacht.
Toezicht en veiligheid ĐĐ Varkens kunnen zich nog wel eens in de nesten werken door hun behoefte aan eten. Ze heb-
ben een enorm goede neus en ruiken eten van meters ver. Er moet dan ook op worden toegezien dat bezoekers hun eten niet laten liggen. 38
Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Kip Huisvesting ĐĐ Bij de inrichting van de verblijven voor kippen wordt rekening
gehouden met het soorteigen gedrag van de kip.
ĐĐ Kippen leven in toompjes die bestaan uit één haan en meerdere kip-
pen. Als er vaste toompjes zijn die overdag samen rondscharrelen en ’s nachts in een grote ruimte zitten, gaat het meestal prima tussen de hanen. Een groepje kan ook zonder haan gevormd worden: de kip met de hoogste rang in de rangorde neemt dan de taak van een haan over. ĐĐ Geef een haan de tijd om een toompje te vormen met een aantal kippen op een plek waar geen andere haan (hanen) zit(ten). Tijdelijk voorzien in een ander onderkomen kan daarbij helpen. ĐĐ Stop nieuwe kippen niet ineens bij de bestaande groep, maar laat ze wennen op een groot
terrein of in hokken naast elkaar zodat ze elkaar wel kunnen zien.
ĐĐ Kippen besteden van nature 60-90% van de tijd aan het zoeken van voedsel. Er dient zodoen-
de voor gezorgd te worden dat de kippen kunnen scharrelen als het licht is.
ĐĐ Elke volwassen kip heeft een aantal vierkante meter nodig en een ruime vrije uitloop. De mi-
nimum uitloop is 10 m2. Bij meer dan 5 kippen wordt de ruimte vergroot: 5 m2 per twee extra kippen. Bij de binnenruimte is het belangrijk dat er voldoende legnesten en zitstokken zijn.
ĐĐ De uitloop is gedeeltelijk overdekt. Kippen hebben voldoende zonlicht nodig. ĐĐ Er zijn legnesten aanwezig voor de kippen. ĐĐ Kippen spenderen dagelijks heel wat tijd aan het onderhoud van hun verenkleed. Een vast
onderdeel hiervan is het regelmatige stofbad (om de dag). Kippen dienen dan ook de beschikking te krijgen over een plek met fijne droge grond.
ĐĐ Kippen zitten graag zo hoog mogelijk. Grote kippen kunnen minder hoog vliegen en zijde-
hoenders zitten meestal laag. Er dient derhalve te worden gezorgd voor zitstokken op verschillende hoogte.
ĐĐ Er wordt voorzien in goede zitstokken. Deze zijn vlak met afgeronde punten. De tenen van de
kip moeten over de stok heen kunnen krommen.
ĐĐ De zitstokken hangen niet boven de voer, drink of nestplaats. ĐĐ Gebruik geen TL–licht. ĐĐ Kieren en naden dienen zoveel mogelijk te worden gedicht om broedplekken voor bloedmijt
te beperken.
ĐĐ Het hok moet makkelijk te reinigen en behandelen zijn bij uitbraken van parasieten of ziek-
ten.
39 Kinderboerderijenbesluit / juni 2016
www.diervriendelijkekinderboerderijen.nl
Gezondheid ĐĐ Kippen krijgen scharrelkorrel als basisvoer. ĐĐ Als kippen genoeg ruimte hebben, kunnen ze onbeperkt voer aangeboden krijgen. Teveel kip-
pen op een relatief klein oppervlak kan verenpikken veroorzaken en de ziektedruk verhogen.
ĐĐ Kippen moeten de beschikking hebben over kleine (maag)kiezels die nodig zijn bij de verte-
ring.
ĐĐ Kippen krijgen grit bij hun voer. Dit is nodig voor de kalkvoorziening. ĐĐ Parasieten krijgen minder kans als de kip regelmatig een stofbad kan nemen. Biedt kippen
daarom de mogelijkheid hiertoe.
ĐĐ Het hok en de kippen moeten regelmatig gecontroleerd worden op bloedluis. ĐĐ De rui vraagt extra energie en kan de weerstand verminderen, daar moet rekening mee ge-