III Toelichting
Tekst van het document
Markt 1 Rosmalen
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 Hoofdstuk 4 4.1 4.2
4.3
Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3
5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13 5.14 5.15
2
5 Inleiding Aanleiding Begrenzing plangebied Leeswijzer Huidige situatie Beschrijving locatie en ligging in de stad Ruimtelijke structuur Functionele structuur Geldend bestemmingsplan Planbeschrijving Bebouwing Gebruik Verkeer en parkeren Openbare ruimte Bomen Beleidskader Rijksbeleid 4.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Provinciaal beleid 4.2.1 Structuurvisie RO 2010 - partiële herziening 2014 4.2.2 Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant' 4.2.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Gemeentelijk beleid 4.3.1 Ruimtelijke Structuurvisie - Stad tussen Stromen 4.3.2 Woonvisie 's Hertogenbosch 4.3.3 Welstand 4.3.4 Bomen 4.3.5 Nota Duurzaamheid 4.3.6 Centrumvisie Rosmalen Milieu, duurzaamheid en waarden Inleiding Bedrijven en milieuzonering Geluid 5.3.1 Wegverkeerslawaai 5.3.2 Railverkeerslawaai 5.3.3 Industrielawaai Trillingen Verlichting Externe veiligheid Lucht Bodem Niet gesprongen explosieven (NGE) Geur Hoogspanningslijnen Water Energie en duurzaamheid Milieueffectrapportage Ecologie 5.15.1 Toetsingskader 5.15.2 Quickscan flora en fauna 5.15.3 Onderzoek stikstofdepositie 5.15.4 Conclusie
7 7 7 9 11 11 11 14 14 17 17 21 21 23 23 25 25 25 26 26 27 27 29 29 30 31 31 32 32 35 35 35 36 36 37 37 37 38 38 42 43 44 44 44 44 46 48 49 49 50 52 52
5.16 Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 Hoofdstuk 7 Hoofdstuk 8 8.1 8.2 8.3
Archeologie en cultuurhistorie Juridisch-bestuurlijke aspecten Algemeen Toelichting op de verbeelding Toelichting op de regels Economische uitvoerbaarheid Inspraak en vooroverleg Omgevingsdialoog Vooroverleg Tervisielegging ontwerpbestemmingsplan
3
52 55 55 55 55 57 59 59 59 59
4
Toelichting
5
6
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1
Aanleiding
Het pand van de parochie Heilige Maria aan de Markt 1 in Rosmalen wordt getransformeerd tot een woonzorgvoorziening ten behoeve van 6 cliënten met een Wlz-indicatie (Wet langdurige zorg). In de tuin behorende bij het pand worden 12 wooneenheden voor cliënten in de vorm van studio's gerealiseerd. De huidige eigenaar van het pand is parochie Heilige Maria te Rosmalen. Het pand is momenteel in gebruik als kantoor én woonruimte voor de pastor. De parochie heeft echter nieuwbouwplannen en gaat het pand verlaten. Op basis van het vigerende bestemmingsplan 'Rosmalen Centrum' is de voorziene nieuwbouw niet toegestaan. Een herziening van het bestemmingsplan is daarom noodzakelijk. Met het voorliggende bestemmingsplan wordt voorzien in een nieuw en passend juridisch-planologisch kader voor de beoogde ontwikkeling.
1.2
Begrenzing plangebied
Het plangebied betreft het perceel aan de Markt 1 in Rosmalen, kadastraal bekend als Rosmalen, sectie H, nummer 2715. In figuur 1.1 is het kadastrale perceel weergegeven. In figuur 1.2 is de begrenzing geprojecteerd op een luchtfoto. Het plangebied wordt omsloten door de Markt aan de noordzijde, het parkeerterrein 'Achter de Driesprong' aan de westzijde en woningen aan de oost- en zuidzijde. De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 2.222 m².
7
Figuur 1.1: Kadastrale kaart met groen gekleurd het perceel Rosmalen, sectie H, nummer 2715.
Figuur 1.2: Luchtfoto met het plangebied rood omlijnd weergegeven. 8
1.3
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt de huidige situatie van het plangebied beschreven. Een planbeschrijving is te vinden in hoofdstuk 3. Het beleidskader dat van toepassing is op de locatie en het initiatief is opgenomen in hoofdstuk 4. Vervolgens worden de verschillende milieu- en duurzaamheidsaspecten beschreven in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 geeft een toelichting op de regels. De financiële haalbaarheid van het initiatief komt in hoofdstuk 7 aan de orde. Hoofdstuk 8 gaat in op het resultaat van de omgevingsdialoog en het vooroverleg.
9
10
Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1
Beschrijving locatie en ligging in de stad
Het plangebied ligt aan de Markt 1 in het centrum van Rosmalen. Op de navolgende figuur is de ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart. Het plangebied ligt op circa 320 meter ten noorden van de spoorlijn 's-Hertogenbosch-Rosmalen-Nijmegen, op circa 1.200 meter ten oosten van het Maximakanaal en op circa 1.500 meter ten oosten van de rijksweg A2.
Figuur 2.1: Topografische kaart met de ligging van het plangebied aangeduid met een rode pijl.
2.2
Ruimtelijke structuur
Het plangebied ligt in het centrum van Rosmalen. Rosmalen wordt gekenmerkt door een jarenlange organische groei. Door de trage ontwikkeling en het diffuse bebouwingskarakter, mede ontstaan door het feit dat Rosmalen op een dakzandrug is gelegen waardoor uitbreiding naar alle kanten mogelijk was, heeft pas recentelijk enige verdichting in het centrum plaatsgevonden. Binnen het plangebied is de van oudsher ruime opzet met diepe tuinen nog herkenbaar door de grote parochietuin achter het monumentale parochiegebouw. 11
Aan de noordoostzijde ligt de doorgaande Rodenborchweg die in zuidelijke richting overgaat in de Deken van Roestelllaan. Over deze weg vindt ook openbaar busvervoer plaats. Voor het overige is in de directe omgeving sprake van een 30 km-zone. Binnen het plangebied en de directe omgeving is geen sprake van oppervlaktewater. Direct rondom het plangebied is de hoeveelheid groenvoorzieningen vrij beperkt. De parochtietuin zelf is echter wel groen ingericht, met onder meer een monumentale zomereik en diverse andere bomen. Deze monumentale zomereik blijft behouden. Ook de overige groenvoorzieningen blijven zoveel mogelijk behouden.
Figuur 2.2: Zicht op de voorzijde van het monumentale parochiegebouw.
12
Figuur 2.3: Zicht op de achterzijde van het monumentale parochiegebouw, met groene inrichting van de parochietuin.
Figuur 2.4: Zicht op de groen ingerichte parochietuin.
13
2.3
Functionele structuur
Gelet op de ligging in het centrum, is in de directe omgeving sprake van een mix aan functies. Aan de noorden westzijde is met name sprake van commerciële centrumfuncties als horeca en detailhandel. Ten zuiden en oosten van het plangebied is met name sprake van woningen. Direct ten westen grenst het plangebied aan het openbare parkeerterrein 'Achter de Driesprong'.
Figuur 2.5: Parkeerplaatsen grenzend aan de westzijde van de parochietuin.
2.4
Geldend bestemmingsplan
Voor het plangebied is het bestemmingsplan 'Rosmalen Centrum' van toepassing, zoals dit op 9 oktober 2012 door de gemeenteraad van 's Hertogenbosch is vastgesteld. Het bestemmingsplan is onherroeplijk sinds 18 december 2012. Voor het plangebied geldt de enkelbestemming 'Centrum', waarbinnen een bouwvlak is opgenomen. Binnen het bouwvlak zijn hoofdgebouwen toegestaan met een maximum goothoogte van 6 meter en een maximum bouwhoogte van 11 meter. Verder geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3'. Op de navolgende figuur is een uitsnede van de verbeelding opgenomen.
14
Figuur 2.6: Verbeelding bestemmingsplan 'Rosmalen Centrum', met het plangebied rood omlijnd weergegeven (bron: www.ruimelijkeplannen.nl). Enkelbestemming 'Centrum' De voor 'Centrum' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.
dienstverlening; kantoren; maatschappelijke voorzieningen; openbare ruimte; publiekverzorgend ambacht; verenigingsleven met uitzondering van verenigingen/clubs waarvan redelijkerwijs (geluids)overlast te verwachten is zoals: auto- en motorclubs, schietverenigingen, carnavalsverenigingen en sportverenigingen niet zijnde denksportverenigingen; g. ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel' tevens detailhandel; h. ter plaatse van de aanduiding 'horeca' tevens voor het uitoefenen van horecabedrijven in categorieën 1 tot en met 3 van de bij deze regels als bijlage behorende Staat van Horeca-activiteiten; i. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - drukkerij' tevens een drukkerij; j. ter plaatse van de aanduiding 'supermarkt' tevens een supermarkt; k. wonen in de vorm van woningen; l. parkeervoorzieningen; m. aan de hoofdfunctie ondergeschikte voorzieningen, zoals groenvoorzieningen, sportvoorzieningen, speelvoorzieningen, verkeersvoorzieningen, abri's, terrassen, standplaatsen, telefooncellen, straatmeubilair, nutsvoorzieningen, bijbehorende verhardingen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen tuinen, erven en terreinen. Met dien verstande dat de functies als genoemd onder a tot en met j uitsluitend zijn toegelaten op de begane grond, behalve ter plaatse van de aanduiding 'kantoor' want daar zijn ook kantoren op de verdieping toegestaan.
Hierbij dient te worden opgemerkt dat de aanduidingen zoals bedoeld onder g tot en met j, voor het plangebied niet van toepassing zijn. De beoogde functies binnen het plangebied zijn binnen de bestemming 'Centrum' rechtstreeks toegestaan. Ter hoogte van de beoogde nieuwbouw is echter geen bouwvlak opgenomen. De ontwikkeling van deze nieuwbouw is daarmee strijdig met het vigerende bestemmingsplan. Een herziening van het bestemmingsplan is daarom noodzakelijk. Hierin wordt met het voorliggende bestemmingsplan voorzien. 15
Gelet op het feit dat in de toekomstige situatie een maatschappelijke functie is voorzien, wordt voor het gehele plangebied de bestemming 'Maatschappelijk' opgenomen in plaats van de bestemming 'Centrum'. Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden en te verwachten archeologische waarden van de gronden.Binnen deze dubbelbestemming zijn geen bouwwerkzaamheden toegestaan, die een grondoppervlakte betreffen groter dan 25 m² en meer dan 0,5 meter beneden maaiveld. Voor werkzaamheden waarbij deze ondergrenzen worden overschreden, dient een archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Voor meer informatie hierover wordt verwezen naar paragraaf 5.16 van deze toelichting.
16
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1
Bebouwing
De voorgenomen ontwikkeling bestaat feitelijk uit een tweetal onderdelen. Enerzijds is sprake van een functiewijziging van de pastorie naar een woonzorgvoorziening. Anderzijds is voorzien in nieuwbouw ten behoeve van 12 permanente studio's langs de oostgrens van de pastorietuin, met aansluitend daarop een luifel en een soort van ontvangstpleintje. Door de situering van de studio's blijft de monumentale zomereik binnen het plangebied behouden. Daarnaast blijft door de situering van de studio's het zicht op de prominente pastorie vanuit de tuin geborgd. De tuin zelf zal haar rechthoekige vorm behouden. Vanaf het openbare gebied zal de nieuwbouw vrijwel niet te zien zijn. De studio's vormen een tweede wand aan de pastorietuin, maar ze blijven ondergeschikt aan de pastorie. De nieuwbouw is georiënteerd op de tuin en sluit hier met haar natuurlijke materialen (hout in combinatie met bruin-grijze kleurtonen) op aan. Vanuit duurzaamheidsoverwegingen worden de studio's voorzien van op het zuiden gerichte sheddaken, waarop zonnepanelen geplaatst worden.
17
Figuur 3.1: Situatietekening toekomstige situatie (zie voor een nadere toelichting op deze afbeelding ook paragraaf 8.3 van onderhavig rapport).
18
Figuur 3.2: 3D-vogelvluchtimpressie toekomstige situatie, gezien vanuit het oosten.
Figuur 3.3: 3D-vogelvluchtimpressie toekomstige situatie, gezien vanuit het zuiden.
19
Figuur 3.4: 3D-impressie, gezien vanuit de tuin, met links het bestaande parochiegebouw en rechts de nieuw te realiseren studio's.
Figuur 3.5: 3D-impressies entreegebied studio's, met luifel aan de kopgevel.
20
Figuur 3.6: Gevelimpressies toekomstige studio's.
3.2
Gebruik
Studio's In de 12 woningen/studio’s die achter de pastorie gebouwd worden, komen cliënten te wonen die redelijk zelfstandig kunnen wonen. Zij krijgen op gezette tijden begeleiding van Leermakers Autismegroep en zij kunnen tussendoor een beroep doen op de begeleiding die 24 uur per dag aanwezig is in de pastorie. Deze cliënten zijn in staat om hun ondersteuningsvraag enige tijd uit te stellen. De indicaties voor deze cliënten volgen deels vanuit de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) en deels vanuit de Wlz (Wet langdurige zorg). De pastorie In de pastorie komen 6 cliënten te wonen met een Wlz-indicatie. Deze cliënten hebben meer ondersteuning nodig dan de bewoners van de studio’s. Zij zijn minder goed in staat om een begeleidingsvraag uit te stellen en hebben meer ondersteuning nodig bij hun dagstructuur. Voor deze cliënten zal er 24 uur per dag begeleiding in de nabijheid zijn.
3.3
Verkeer en parkeren
Verkeer De verkeersgeneratie kan worden berekend op basis van de CROW-kencijfers, die zijn opgenomen in de publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren - kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'. Het plangebied behoort tot de zone 'centrum' en valt binnen 'matig stedelijk gebied'. In de huidige situatie heeft het plangebied reeds een centrumbestemming, waarbinnen een diversiteit aan functies is toegestaan. In de toekomstige situatie is er sprake van een woonzorgvoorziening met 6 kamers en daarnaast van 12 studio's. Op basis van de CROW-normen geldt voor de studio's een verkeersgeneratie van 0,5 motorvoertuigbewegingen per etmaal per studio, uitgaande van de categorie 'kamerverhuur, zelfstandig (niet-studenten)'. Met 12 studio's komt dit neer op gemiddeld 6 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Voor een verpleeg- en verzorgingstehuis geldt eveneens een verkeersaantrekkende werking van 0,5 motorvoertuigbewegingen per etmaal per kamer. Met 6 kamers komt dit neer op 3 motorvoertuigbewegingen per etmaal. 21
De totale verkeersaantrekkende werking bedraagt daarmee op basis van de CROW-richtlijnen circa 9 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Een dergelijke beperkte verkeersaantrekkende werking kan zonder problemen op het omliggende wegennet worden afgewikkeld. Het plangebied wordt daarbij overeenkomstig de huidige situatie ontsloten op de Markt, aan de noordzijde van het plangebied. Hierbij dient nog te worden opgemerkt dat de verkeersbwegingen van het gebruik als pastorie komen te vervallen. Parkeren Voor ontwikkelingen op het gebied van de ruimtelijke ordening heeft de gemeente 's-Hertogenbosch een eigen parkeernormenbeleid vastgesteld. Dit beleid is vastgelegd in de 'Nota Parkeernormering 2016 Auto en Fiets', dat is vastgesteld op 21 september 2016. De nota geeft normen en richtlijnen voor functies, gebaseerd op kentallen van het CROW, voor de zes verschillende zones binnen de gemeente. De nota geeft alleen voor de meest voorkomende functies, te weten wonen, werken en winkels, parkeernormen. Voor de ontwikkeling van andere functies gelden richtlijnen hoe met parkeren omgegaan moet worden. Bij het toelaten van initiatieven moet inzichtelijk zijn dat in de parkeerbehoefte van auto's en fietsen voorzien kan worden. Dat moet in principe op eigen terrein.
Wanneer dat niet mogelijk is en er binnen loopafstand geen parkeerruimte is kan dat leiden tot ruimtebeslag voor (meer) parkeren in de openbare ruimte. Dit ruimtebeslag mag de verkeersveiligheid en een goed woon- en leefklimaat niet aantasten. In het voorliggende geval is sprake van een functiewijziging van de pastorie naar een woonzorgvoorziening met 6 kamers en de realisatie van 12 studio's in de pastorietuin. Hiervoor wordt op eigen terrein voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Het plangebied ligt op grond van de 'Nota Parkeernormering 2016 Auto en Fiets' binnen 'Zone 4: Centrum Rosmalen'. Volgens de gemeentelijke parkeernormen geldt voor de pastorie een parkeernorm van 3,6 parkeerplaatsen, uitgaande van 6 kamers en de categorie verpleeg/verzorgingstehuis. Er is immers sprake van huisvesting van personen met een zorgindicatie in het centrumgebied van Rosmalen, waarvoor per kamer een parkeernorm geldt van 0,6 parkeerplaatsen per kamer/wooneenheid. Voor de woningen/studio's geldt op basis van de ligging in het centrumgebied van Rosmalen voor woningen tot 40 m² een parkeernorm van 0,65 parkeerplaatsen per woning. Voor 12 woningen betekent dit een totaal van 7,8 parkeerplaatsen. Wanneer rekening wordt gehouden met aanwezigheidspercentages en dubbelgebruik, komt het totaal aantal benodigde parkeerplaatsen uit op 10.
De uiteindelijke toetsing aan de gemeentelijke parkeernormen vindt plaats in het kader van de omgevingsvergunningaanvraag.
Figuur 3.7: Parkeernormen uit de 'Nota Parkeernormering 2016 Auto en Fiets'.
22
Voor wat betreft het fietsparkeren is in de 'Nota Parkeernormering 2016 Auto en Fiets' aangegeven dat de fietsparkeeroplossing voor woonfuncties is geregeld in het Bouwbesluit (Artikel 4.31). Voor de overige functies hanteert de gemeente ‘s-Hertogenbosch richtlijnen gebaseerd op de fietsparkeerkencijfers van CROW om een goede oplossing ten aanzien van fietsparkeren te borgen. In het voorliggende geval wordt voorzien in een fietsparkeervoorziening. Ook voor het fietsparkeren vindt de uiteindelijke toetsing aan de parkeernormen plaats in het kader van de omgevingsvergunningaanvraag.
3.4
Openbare ruimte
De ontwikkeling vindt volledig plaats op eigen terrein. Er vinden geen wijzigingen aan de openbare ruimte plaats. Doordat de studio's voorzien zijn aan de oostzijde van het perceel, blijft het zicht op de parochie en de bijbehorende tuin vanaf de openbare ruimte zoveel mogelijk behouden.
3.5
Bomen
In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een boomeffectanalyse uitgevoerd. Dit met als uitgangspunt het behoud van zoveel mogelijk bomen. De boomeffectanalyse is als Bijlage 2 bij deze toelichting opgenomen. Voor enkele bomen rondom het bouwvlak geldt dat de kronen van de bomen deels binnen het toekomstige bouwvlak vallen. Deze bomen dienen deels gesnoeid te worden, zodat deze behouden kunnen blijven. Naar aanleiding van de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan is de activiteit 'Kappen' ingetrokken. De activiteit 'Kappen' wordt niet in behandeling genomen en maakt geen onderdeel meer uit van de aanvraag. Ook wordt het oorspronkelijke beeld van de pastorie hersteld door middel van twee rode beuken in de voortuin. Een toelichting hierover wordt gegeven in paragraaf 8.3 van onderhavig rapport. Verder dient te worden opgemerkt dat de nieuwbouw wordt aangebracht op een palenfundering. Door het werken met een palenfundering is sprake van een minimale aantasting van het bestaande wortelpakket van bomen. Hierdoor zijn omliggende bomen duurzaam in stand te houden. Tot slot dient te worden opgemerkt dat ook de monumentale zomereik in de parochietuin behouden blijft. Deze boom is beschermd door middel van de bomenverordening (2010) van de gemeente Den Bosch.
23
24
Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1
Rijksbeleid
4.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte in werking getreden. Met de Structuurvisie brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij burgers en bedrijven, laat het meer over aan gemeenten en provincies en komen de burgers en bedrijven centraal te staan. Het Rijk kiest voor een selectieve inzet van rijksbeleid op 13 nationale belangen. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Eén van de dertien nationale belangen heeft betrekking op 'zorgvuldige afwegingen en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke plannen'. Het rijk behartigt dit belang onder meer met de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).
Het tweede lid van artikel 3.1.6 luidt volgt: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." Beoordeling Met het voorgenomen plan wordt voorzien in een woonzorgvoorziening ten behoeve van mensen met een Wlz-indicatie en 12 studio's voor cliënten die redelijk zelfstandig kunnen wonen. Gelet op de aard van het project en de ligging van het plangebied, zijn er in beginsel geen rijksbelangen aan de orde. Voor zover het de voorzieningen in het pastoriegebouw betreft, zijn de ontwikkelingen reeds rechtstreeks toegestaan. Voor wat betreft de woonzorgeenheden in de pastorietuin, geldt dat in z'n totaliteit sprake is van een ruimtebeslag van minder dan 500 m² bvo. Op basis van jurisprudentie geldt dat voor 'overige stedelijke ontwikkelingen' over het algemeen een ondergrens wordt gehanteerd van 500 m². Gelet op de beperkte omvang van het project is er in dit geval geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening. De ladder voor duurzame verstedelijking is daarom niet van toepassing.
Desalniettemin voorziet de voorgenomen ontwikkeling in een actuele behoefte binnen bestaand stedelijk gebied, geheel in lijn met de beleidsuitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking. Er is een algemene maatschappelijke ontwikkeling te signaleren van een groeiende vraag op zowel korte als (middel)lange termijn naar huisvesting voor mensen met een zorgbehoefte en naar woningen voor specifieke doelgroepen. Het streven vanuit rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid is dat mensen zo lang mogelijk 'thuis' 25
blijven wonen, maar daarvoor zijn specifieke voorzieningen, geschikte locaties en geschikte woningen noodzakelijk. Het voorliggende initiatief voorziet hierin en daarmee dus ook in een algemene maatschappelijke behoefte. Bij de ontwikkeling zijn geen rijksbelangen in het geding en het initiatief voldoet aan de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1 Structuurvisie RO 2010 - partiële herziening 2014 Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 7 februari 2014 de partiële herziening 2014 van de Structuurvisie RO 2010 vastgesteld. Hierin geeft de provincie Noord-Brabant de hoofdlijnen aan van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening haar biedt. De visie ondersteunt daarnaast het beleid op andere provinciale beleidsterreinen, zoals het economisch, mobiliteits-, sociaal, cultureel, milieu- en natuurbeleid. Met deze structuurvisie geeft de provincie ook (mede) gestalte aan nationale ruimtelijke belangen en doelen. Deel A bevat de hoofdlijnen van het beleid. Op basis van trends en ontwikkelingen heeft de provincie haar ruimtelijke belangen gedefinieerd en ruimtelijke keuzes gemaakt. De ruimtelijke visie is uitgewerkt in dertien provinciale ruimtelijke belangen, zoals de concentratie van verstedelijking.
De wijze waarop de provincie deze ruimtelijke belangen behartigt is uitgewerkt in vier manieren van sturen: regionaal samenwerken; ontwikkelen, zowel gebiedsgericht als thematisch zoals de Ecologische Hoofdstructuur en de herstructurering van bedrijventerreinen; beschermen van provinciale belangen zoals zorgvuldig ruimtegebruik en ruimtelijke kwaliteit, door middel van de Verordening ruimte; stimuleren, door middel van subsidies en door het beschikbaar stellen van kennis en informatie. In deel B staan de ambities, het beleid en de uitvoering voor de vier ruimtelijke structuren: de groenblauwe structuur, het landelijk gebied, de stedelijke structuur en de infrastructuur. Beoordeling Op de Structurenkaart is het plangebied aangeduid als stedelijk concentratiegebied. In de provincie zijn in totaal vijf stedelijke concentratiegebieden aangewezen. Hier wordt het merendeel van de verstedelijkingsopgaven opgevangen. Samen vormen zij het stedelijk netwerk BrabantStad.
Figuur 4.1: Uitsnede 'Structurenkaart' uit de Structuurvisie RO 2010 - partiële herziening 2014. 26
De provincie wil dat de kansen voor functiemenging, inbreiding, herstructurering en zo nodig transformatie in het stedelijk gebied goed worden benut, inclusief de mogelijkheden voor intensivering en meervoudig ruimtegebruik. Het voorliggende plan is in lijn met deze uitgangspunten. Er is sprake van de realisatie van zorgwoningen voor een specifieke doelgroep op een daarvoor geschikte plek binnen bestaande stedelijk gebied. Verder is sprake van een aantoonbare behoefte. Daarnaast wordt met de ontwikkeling voorzien in duurzaam behoud van een gemeentelijk monument. Dit past in de provinciale ambities binnen het stedelijk concentratiegebied. De voorgenomen ontwikkeling is kortom in overeenstemming met de structuurvisie. 4.2.2 Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant' Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten van Noord-Brabant de Omgevingsvisie Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt na het inwerking treden van de Omgevingswet de provinciale structuurvisie. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit wil zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wilt daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines.
Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma's. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: werken aan energietransitie, een klimaat proof Brabant, de slimme netwerkstad en een concurrerende duurzame economie. Deze vier hoofdopgave staan ten dienste van de basis opgaven: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses. Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a. door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma's) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. Beoordeling In het kader van de voorgenomen ontwikkeling, die plaatsvindt binnen bestaand stedelijk gebied, is met name de ambitie tot zorgvuldig ruimtegebruik van belang. Het voornemen bestaat uit een passende invulling van een locatie binnen bestaand stedelijk gebied, waarbij tegelijkertijd zoveel mogelijk aanwezige groene waarden behouden blijven.
Daarnaast wordt met de ontwikkeling voorzien in duurzaam behoud van een gemeentelijk monument. De ontwikkeling is daarmee in lijn met de omgevingsvisie. 4.2.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant De provincie wil met haar regels aansluiten op de werkwijze van de Omgevingsvisie en de Omgevingswet. Daarom is ervoor gekozen om de verschillende provinciale verordeningen voor de fysieke leefomgeving samen te voegen tot een Interim omgevingsverordening. Provinciale Staten hebben op 25 oktober 2019 deze verordening vastgesteld. Het is een 'Interim' omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de 'definitieve' omgevingsverordening, gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet nog niet zijn verwerkt. Er is wel zo veel als mogelijk aansluiting gezocht bij de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening (bijvoorbeeld bij de opbouw en de digitale vormgeving). De Interim omgevingsverordening vervangt zes provinciale verordeningen, waaronder de Verordening ruimte Noord-Brabant 2014. In de omgevingsverordening staan onderwerpen uit de provinciale omgevingsvisie, waarbij is aangegeven welke belangen de provincie wil behartigen en hoe ze dat wil doen.
Deze verordening bestaat uit kaartmateriaal en regels waarmee gemeenten rekening moeten houden bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Beoordeling Het plangebied ligt volgens de verordening binnen de structuur 'concentratiegebied' (stedelijk gebied). Binnen 27
het plangebied vindt de ontwikkeling van een maatschappelijke functie in de vorm van zorgwoningen plaats.
Figuur 4.2: Uitsnede kaart 'Instructieregels gemeente: stedelijke ontwikkeling en erfgoed' uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Op grond van artikel 3.42 'duurzame stedelijke ontwikkeling' dient een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen binnen stedelijk gebied, een onderbouwing te bevatten dat: de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, zoals bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. In het voorliggende geval is sprake van een duurzame ontwikkeling. Er wordt deels voorzien in transformatie van een bestaand gemeentelijk monument en daarnaast wordt voorzien in hoogwaardige, energiezuinige en duurzame nieuwbouw. Hierbij wordt invulling gegeven aan een concrete behoefte, ook voor de langere termijn. Er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik, omdat enerzijds sprake is van transformatie van bestaande monumentale bebouwing (behoud cultureel erfgoed) en anderzijds sprake is van een ontwikkeling binnen bestaande stedelijk gebied. Hierbij is sprake van een geringe impact op de fysieke leefomgeving. Daarnaast houdt de ontwikkeling rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress door het behoud van zoveel mogelijk groen en het zorgen voor voldoende ruimte voor de opvang van hemelwater.
Het plan is dan ook in overeenstemming met de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant.
28
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1 Ruimtelijke Structuurvisie - Stad tussen Stromen In juni 2003 heeft de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch de 'Ruimtelijke Structuurvisie' vastgesteld, met de ondertitel 'Stad tussen Stromen'. De Ruimtelijke Structuurvisie geeft richting aan de ruimtelijke ambities van de stad. Op 28 januari 2014 heeft de gemeenteraad de actualisatie van de structuurvisie uit 2003 vastgesteld. In deze geactualiseerde structuurvisie integreert gemeente het provinciaal beleid. De geactualiseerde structuurvisie bevat een integrale visievorming voor lange termijn, 10 jaar met een doorkijk naar 15 à 20 jaar. De structuurvisie bestaat uit het Ruimtelijk Casco, een visie geformuleerd op het plangebied. Een ruimtelijke analyse van de stad en het gemeentelijk beleid vormen de input voor deze visie. De visie formuleert de ontwikkelingskoers, beschrijft een wensbeeld van de stad voor de lange termijn en biedt het casco voor concrete projecten en plannen. Het is een toetsingskader, en tegelijkertijd ook een inspiratiekader voor ruimtelijke ontwikkeling. Zo wordt bepaald waar strakke contouren ter bescherming van kwetsbare waarden liggen en kansen voor ontwikkeling. En worden locaties aangeduid waar deze ontwikkeling tegen randvoorwaarden mogelijk zijn en afweegbare gebieden voor uitbreidingen en intensiveringen aangewezen.
Het 'ruimtelijk motto' van compacte, complete en contrastrijke stad als het uitgangspunt voor de ruimtelijke ontwikkeling voor de stad blijft gehanteerd, in de overtuiging dat dit de juiste basis biedt voor een duurzame ruimtelijk hoofdstructuur. Beoordeling Het plangebied behoort tot 'De Rosmalense vleugel'. Deze verbindt de stad met Rosmalen en De Groote Wielen. Het plangebied behoort tot het centrum van Rosmalen en is aangemerkt als bestaand bebouwd gebied.
29
Figuur 4.3: De in de ruimtelijke structuurvisie onderscheiden stedelijke vleugels. De structuurvisie geeft aan dat de duidelijk te onderscheiden woonmilieus in de verschillende wijken een succes geworden zijn. Bijzondere woonvormen, zoals bij de voorgenomen ontwikkeling binnen het plangebied, bevinden zich bij voorkeur in de nabijheid van buurt- en wijkcentra. Het plangebied ligt in het centrumgebied van Rosmalen en daarmee bij uitstek in de nabijheid van voorzieningen zoals winkels, horeca en openbaar vervoer. Het plan past kortom binnen de beleidslijnen van de structuurvisie. 4.3.2 Woonvisie 's Hertogenbosch Het gemeentelijk woningbouwbeleid is vastlegend in de 'Woonvisie 's Hertogenbosch' uit 2020. In de woonvisie wordt ingezet op vier woonopgaven: Passend en betaalbaar wonen voor iedereen; Leefbare en inclusieve buurten; Toekomstbestendige woningvoorraad; Strategisch innovatief woonprogramma. Beoordeling In het kader van passend en betaalbaar wonen voor iedereen wordt een onderscheid gemaakt in de thema's: betaalbaar wonen; passen wonen en doorstroming; specifieke doelgroepen. 30
Met de voorgenomen ontwikkeling wordt hier volledig bij aangesloten. Er is sprake van woningen voor een specifieke doelgroep, namelijk cliënten met een zorgindicatie. Voor wat betreft het thema leefbare en inclusieve buurten wordt aangesloten bij het streven naar een divers woningaanbod en maatwerk ten opzichte van het gewenste stedelijk woonprogramma. Voor wat betreft het thema toekomstbestendige woningvoorraad wordt aangesloten bij de gewenste verduurzaming. Tot slot wordt in het kader van het strategisch innovatief woonprogramma een bijdrage geleverd aan het realiseren van woonvormen tussen thuis en verpleeghuis. De voorgenomen ontwikkeling sluit kortom aan bij de uitgangspunten van de Woonvisie 's Hertogenbosch. 4.3.3 Welstand Op 17 mei 2011 heeft de gemeenteraad de 'Actualisering Welstandsnota 2011' vastgesteld. In de Welstandsnota zijn per bebouwingstype architectonische en bouwtechnische welstandscriteria opgenomen. Daarnaast gelden de algemene welstandscriteria als beoordelingskader. In het voorliggende geval heeft de Monumenten- en Welstandscommissie in december 2020 in beginsel positief over het bouwplan geadviseerd. 4.3.4 Bomen Bomenverordening ’s-Hertogenbosch 2010 De gemeenteraad van 's-Hertogenbosch heeft op 12 oktober 2010 de 'Bomenverordening ’s-Hertogenbosch 2010' vastgesteld. In deze verordening is onder meer een 'Lijst van Monumentale bomen' opgenomen.
Deze lijst bevat bijzondere beschermenswaardige bomen. Duurzaam behoud van houtopstand op de lijst van monumentale bomen heeft een hoge prioriteit. De houtopstand is extra beschermd doordat alleen bij hoge uitzondering een omgevingsvergunning wordt verleend voor het kappen hiervan. Beoordeling De monumentale eik in de parochietuin is opgenomen op de lijst van monumentale bomen en heeft op grond daarvan een beschermde status. Het behoud van de monumentale eik is dan ook een belangrijk uitgangspunt geweest bij de uitwerking van de plannen, waarmee deze in overeenstemming zijn met de Bomenverordening ’s-Hertogenbosch 2010.
Bomenbeleidsplan 's-Hertogenbosch Het Bomenbeleidsplan 's-Hertogenbosch is door de gemeenteraad vastgesteld op 29 september 2017. Bij de ruimtelijke procedure vindt een afweging plaats ten aanzien van verschillende functies waaronder groen. De gemeente stelt daarbij voorwaarden ten aanzien van groen. Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij beleidsuitgangspunten uit het Bomenbeleidsplan, zoals het zoveel mogelijk behouden van bomen, het verplanten van bomen en herplant en compensatie van groen. Afspraken over velling, herplant en compensatie wordt bij het plan vastgelegd zodat hierbij aangesloten kan worden bij de uiteindelijke vergunningprocedure. Het kan zowel om behoud als om ontwikkeling van nieuw groen gaan. Bij de ontwikkeling moeten bomen direct in beeld zijn. Hiervoor wordt een bomeninventarisatie uitgevoerd. Hierbij worden alle bomen in beeld gebracht en op waarde beoordeeld. De inventarisatie wordt gebruikt bij het ontwerpproces. De gemeente toetst hierbij de wijze waarop rekening wordt gehouden met de bomen. De inventarisatie bestaat minimaal uit: digitaal ingemeten tekening; boomsoorten; stamomvang op 1,30 meter boven maaiveld; kroonomvang; vitaliteit en levensverwachting van de boom. 31
Hieruit blijkt welke bomen waardevol en te behouden zijn. Deze bomeninventarisatie komt terug in het ontwerp waardoor te zien is welk effect het plan op het bestaande groen heeft. De bomendeskundige gebruikt de bomeninventarisatie vervolgens als basis om eisen te stellen aan inpassing en bescherming. Op deze manier kan worden geborgd dat er voldoende bomen behouden blijven. Beoordeling In het kader van de voorgenomen ontwikkeling heeft een boomeffectanalyse plaatsgevonden. Voor meer informatie hierover wordt verwezen naar paragraaf 3.5. Het behoud van groene waarden is voor zover mogelijk als belangrijk uitgangspunt gehanteerd bij de uitwerking van de plannen, geheel in lijn met het bomenbeleidsplan. 4.3.5 Nota Duurzaamheid In mei 2019 heeft de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch de Nota Duurzaamheid 'Samenwerken aan een duurzaam 's-Hertogenbosch' vastgesteld. Overkoepelende doelstelling is dat 's-Hertogenbosch in 2050 duurzaam is. Deze is vertaald in vier concrete ambities: Gezonde, groene en klimaatbestendige omgeving; CO2-neutrale gemeente; Waardebehoud van grondstoffen; Duurzame mobiliteit. Deze ambities zijn uitgewerkt in 17 concrete Duurzame Ontwikkelingsdoelen. Naast deze ambities kent 's-Hertogenbosch ook een verstedelijkingsopgave. Aspecten zoals veiligheid en gezondheid zullen hierin moeten worden meegenomen.
Per ambitie is in de Nota Duurzaamheid beschreven wat de gemeente wil bereiken en hoe men dit wil monitoren. Daarnaast is een aantal goede voorbeelden opgenomen, bedoeld als inspiratie voor alle betrokken partijen. Beoordeling De verstedelijkingsopgave voor 's-Hertogenbosch ziet onder meer op het bieden van voldoende en kwalitatief goede huisvesting voor verschillende doelgroepen. Voor zorgbehoevenden ligt hier een specifieke opgave. Daarbij is van belang dat, zeker in geval van nieuwe initiatieven op het gebied van huisvesting en woningbouw, een gezonde, groene en klimaatbestendige leefomgeving centraal staat. Het plangebied biedt hiervoor al een aantal voorwaarden vanwege de groene pastorietuin, waarvan het groene karakter zoveel mogelijk behouden blijft. Ook is door middel van onderzoek aangetoond dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat voor wat betreft diverse milieuaspecten. Zie hiervoor hoofdstuk 5. Hiermee voldoet de beoogde ontwikkeling binnen het plangebied aan deze randvoorwaarden. De beoogde ontwikkeling is in lijn met de ambities uit de Nota Duurzaamheid. Voor meer informatie over de wijze waarop bij de voorgenomen ontwikkeling invulling wordt gegeven aan het thema duurzaamheid, wordt verwezen naar paragraaf 5.13.
4.3.6 Centrumvisie Rosmalen In de Centrumvisie Rosmalen uit 2003 worden de ontwikkelingsmogelijkheden voor het toekomstige centrumgebied van Rosmalen uiteengezet. De visie moet gezien worden als een richtinggevend concept en niet als een maatkostuum. Met andere woorden: binnen de aangegeven kaders en uitgangspunten van deze visie zijn er meerdere oplossingen mogelijk. Van belang is echter wel dat de toekomstige ontwikkelingen aansluiten bij het karakter van Rosmalen dan wel nieuwe ruimtelijke kwaliteiten toevoegen, om de eigen identiteit te behouden dan wel te versterken. Het doel van de Centrumvisie is enerzijds gericht op het geven van sturing aan de toekomstige ontwikkelingen en functioneert daarmee als een leidraad voor de toekomst, maar is anderzijds ook duidelijk gericht op het bewaken van de beoogde ruimtelijke kwaliteiten. Beoordeling Gestreefd wordt naar een compleet centrum, dus niet uitsluitend een gedifferentieerd winkelaanbod, maar ook een verdere menging van functies. Horecavoorzieningen, zakelijke en maatschappelijke dienstverlening en een 32
gedifferentieerd woningaanbod dragen bij aan een aantrekkelijk en compleet centrum. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt hieraan invulling gegeven, door een kwalitatief hoogwaardige woonzorgvoorziening toe te voegen aan het centrumgebied, in de directe nabijheid van voorzieningen. In lijn met de centrumvisie is verder sprake van het op een logische en stedenbouwkundig verantwoorde manier verweven van oud en nieuw, door het behoud van het monumentale parochiegebouw in combinatie met de kwalitatief hoogwaardige nieuwbouw in de parochietuin. Op deze wijze ontstaan er nieuwe kwaliteiten en wordt Rosmalen in zijn eigen identiteit versterkt.
33
34
Hoofdstuk 5 Milieu, waarden 5.1
duurzaamheid
en
Inleiding
Dit hoofdstuk geeft weer hoe milieuaspecten een rol hebben gespeeld bij het opstellen van het voorliggende bestemmingsplan. Tussen milieuaspecten en ruimtelijke ordening bestaat een duidelijke relatie. De milieukwaliteit vormt namelijk een belangrijke afweging bij de ontwikkelingsmogelijkheden van ruimtelijke functies. Bij de besluitvorming over het al dan niet toelaten van een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling, dient onderzocht te worden welke milieuaspecten daarbij een rol kunnen spelen. Het is daarnaast van belang om milieubelastende functies (zoals bedrijfsactiviteiten) ruimtelijk te scheiden van milieugevoelige functies (zoals woningen). Andersom moet in de ruimtelijke ordening nadrukkelijk rekening gehouden worden met de gevolgen van ruimtelijke ingrepen voor het milieu. Milieubelastende of hinderlijke situaties moeten voorkomen worden.
5.2
Bedrijven en milieuzonering
Milieuzonering zorgt voor voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te garanderen naast de zorg dat er voor bedrijven voldoende ruimte voorhanden is om de bedrijfsactiviteiten duurzaam en binnen aanvaardbare voorwaarden (normen) uit te kunnen voeren. Richtlijnen Bij het beoordelen van (binnen het plangebied of elders gelegen) de bedrijven welke invloed hebben op het plangebied, is gebruik gemaakt de VNG-brochure “Bedrijven en Milieuzonering”. De VNG brochure is een richtlijn, vormt geen wettelijk kader maar heeft als gevolg van jurisprudentie de status van pseudo-wetgeving gekregen. Deze richtlijn biedt kaders om milieuzonering goed in ruimtelijke plannen af te wegen. In de VNG-uitgave staan minimale richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar die gebaseerd zijn op een “gemiddeld” modern bedrijf. Deze richtafstanden gelden vanaf de perceelgrens van het bedrijf waar de bedrijfsactiviteiten plaats kunnen vinden (of de opslagvoorziening of installatie) tot aan de gevel van woningen in een 'rustige woonwijk'.
Indien het bedrijf afwijkt door grootte, technische voorzieningen, afschermingen et cetera is het mogelijk om gemotiveerd af te wijken van de (indicatieve) afstanden. De grootste van de vier VNG-richtafstanden (voor geur, stof, geluid of gevaar) is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieu-categorie. De milieucategorie van een bedrijf kan variëren van 1 (een licht bedrijf, met een hinderafstand van 10 meter) tot 6 (een zeer zwaar bedrijf, met een hinderafstand van 1500 meter). 35
Beoordeling In het voorliggende geval is sprake van een transformatie van het pand van de parochie Heilige Maria aan de 1 in Rosmalen tot een woonzorgvoorzieninging ten behoeve van mensen met een Wlz-indicatie (Wet langdurige zorg). Daarnaast worden in de tuin behorende bij het pand 12 woonzorgeenheden in de vorm van studio's gerealiseerd. Vanuit functioneel oogpunt zijn de beoogde functies op grond van het vigerende bestemmingsplan 'Rosmalen Centrum' en de daarin opgenomen bestemming 'Centrum' reeds toegestaan. Dit betekent ook dat de situatie voor wat betreft milieuzonering in vergelijking met het vigerende bestemmingsplan vanuit functioneel oogpunt niet wijzigt. De toevoeging ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan bestaat uit het bouwvlak ten behoeve van de studio's in de parochietuin. Strikt formeel genomen is sprake van een maatschappelijke bestemming met een richtafstand van 10 meter tot woningen binnen het gebiedstype gemengd gebied. Voor wat betreft de studio's dient echter te worden opgemerkt dat deze qua uitstraling naar de omgeving feitelijk vergelijkbaar zijn met reguliere woningen. De studio's worden daarom prima inpasbaar geacht binnen de omgeving. Aanvullend dient hierbij te worden opgemerkt dat sprake van ligging in het centrumgebied van Rosmalen.
In centrumgebieden worden functies als wonen, woonzorgvoorzieningen, detailhandel en bepaalde vormen van horeca in de directe nabijheid van elkaar inpasbaar geacht. Door de realisatie van de zorgwoningen in de parochietuin, worden omliggende inrichtingen dan ook niet in hun functioneren beperkt. Evenmin is sprake van onevenredige hinder voor omliggende woningen. Volledigheidshalve is nog gekeken naar de akoestische gevolgen van het ten westen van het plangebied gelegen parkeerterrein in relatie tot het parochiegebouw en de beoogde nieuwbouw, zie hiervoor Bijlage 1. Ten aanzien van geluidniveaus als gevolg van het parkeerterrein geldt dat sprake is van Lmax 61 dB(A) op de maatgevende westgevel van het bestaande parochiegebouw, op basis van de dichtstbijzijnde parkeerplaats en uitgaande van een bronsterkte voor het dichtslaan een autoportier van 94 dB(A). Gezien het feit dat de toekomstige functies in het parochiegebouw reeds zijn toegestaan en deze pieken in de avond- en met name de nachtperiode beperkt zullen optreden, is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Op de gevels van de nieuwe studio's bedraagt Lmax minder dan 55 dB(A). Hiermee is ter plaatse van de nieuwe studio's sprake van een goed woon- en leefklimaat. Vanuit het aspect milieuzonering bestaan er kortom geen belemmeringen.
5.3
Geluid
Bij een ruimtelijk plan dient rekening te worden gehouden met geluidsbronnen en de mogelijke hinder of overlast daarvan voor mensen. De beoordeling van het aspect geluid in ruimtelijke plannen vindt zijn grondslag in vooral de Wet geluidhinder en Wet milieubeheer. Daarnaast vindt de beoordeling zijn grondslag in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), op grond van een “goed woon- en leefklimaat”. Het aspect geluid kent voor geluidsgevoelige bestemmingen (zoals woningen) afhankelijk van typen geluidsbronnen een wettelijk kader die van belang zijn bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Zo zijn in de Wet geluidhinder voor geluidsgevoelige bestemmingen (als woningen) grenswaarden opgenomen voor industrielawaai, wegverkeerlawaai en spoorweglawaai. Het stelsel is gericht op het voorkomen van nieuwe geluidgehinderden. 5.3.1 Wegverkeerslawaai Wettelijk kader Langs alle wegen bevinden zich conform de Wet geluidhinder (Wgh) geluidszones, met uitzondering van wegen op woonerven en 30 km/uur-wegen. Binnen de geluidszone van een weg dient de geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige bestemmingen (zoals woningen) aan wettelijke normen te voldoen. Gelet op de ligging van het plangebied binnen de geluidzone van de Deken van Roestellaan en Rodenborchweg is een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd. Hierin zijn ook de omliggende 30-km wegen meegenomen.
Onderstaand wordt ingegaan op de conclusies van het onderzoek. Voor meer informatie wordt verwezen naar de als Bijlage 1 bij deze toelichting opgenomen onderzoeksrapportage. 36
Voor de 12 studio's is sprake van toevoeging van een bouwvlak binnen de bestemming 'Centrum'. Hiervoor is de Wet geluidhinder van toepassing. Voor het bestaande pand is geen sprake van wijziging van de bestemming, zodat de Wet geluidhinder niet van toepassing is voor dit gebouw. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de geluidbelasting op het gebouw vanwege wegen in de omgeving toch beschouwd. Deken van Roestellaan - Rodenborchweg De geluidbelasting op de gevels van op één na alle studio's bedraagt niet meer dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Op de oostgevel van de noordelijkste studio op de 1e verdieping bedraagt de geluidbelasting 50 dB. Ter plaatse wordt de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder kortom overschreden. De maximale waarde waarvoor ontheffing kan worden verleend, zijnde 63 dB, wordt echter niet overschreden. De geluidbelastingen bedragen tot maximaal 54 dB op het pastoriegebouw. Gesteld kan worden dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 30 km/uur-wegen De geluidbelastingen inclusief aftrek ex artikel 110g Wet geluidhinder vanwege wegverkeer op de nabijgelegen 30 km/uur-wegen, bedragen niet meer dan van 48 dB. Deze geluidbelastingen zijn ruimtelijk aanvaardbaar. Hogere waarden Onder bepaalde voorwaarden is ontheffing van de voorkeursgrenswaarde mogelijk. De mogelijkheid tot geluidreducerende maatregelen zijn onderzocht.
Deze zijn echter ofwel niet doelmatig, dan wel stuiten deze op overwegende bezwaren van verkeerskundige of stedenbouwkundige aard. Er wordt voldaan aan de ontheffingscriteria uit het gemeentelijke geluidbeleid voor het toekennen van een hogere waarde. Om de realisatie van de nieuwe studio's mogelijk te maken wordt een hogere waarde vastgesteld. Verder wordt in het kader van de aanvraag om een omgevingsvergunning aangetoond dat wordt voldaan aan de maximale geluidsbinnenwaarde van 33 dB op grond van het Bouwbesluit. Dit ten behoeve van het woon-, leef- en verblijfsklimaat in de woning(en). Voor wat betreft de bestemmingsplanprocedure is in voldoende mate aangetoond dat ter hoogte van de functies in het plangebied kan worden voorzien in een goed woon-, leef-, en verblijfsklimaat. 5.3.2 Railverkeerslawaai Langs alle spoorwegen bevinden zich conform de Wgh geluidszones. De breedte van de zone is afhankelijk van de hoogte van het geluidproductieplafond. De beoogde ontwikkeling ligt op meer dan 300 meter van het ten zuiden gelegen spoortraject Rosmalen - Den Bosch. Gelet op de afstand en de tussenliggende bebouwing, vormt railverkeerslawaai geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
5.3.3 Industrielawaai Zonering van industrielawaai in het kader van de Wet geluidhinder is het ruimtelijk scheiden van industrieterreinen waarop (grote) lawaaimakers zijn gevestigd enerzijds en woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen anderzijds. De zonering van industrielawaai is vastgelegd in hoofdstuk V van de Wet geluidhinder 'Zones rond industrieterreinen' en hoofdstuk 2 van het Besluit geluidhinder. In het voorliggende geval ligt het plangebied niet binnen de geluidzone van een gezoneerd industrieterrein. Vanuit dit kader bestaan er kortom geen belemmeringen.
5.4
Trillingen
Bij trillingen in het ruimtelijk spoor gaat het vrijwel altijd om bescherming tegen trillingshinder bij personen. In sommige gevallen kan er ook sprake zijn van verstoring van activiteiten door trillingen (bijvoorbeeld laboratoria of computercentra welke gevoelig zijn voor trillingen). Trillingen is een mee te nemen aspect in het kader van een 'goede ruimtelijke ordening'. Weg- of railverkeer en bepaalde industriële activiteiten kunnen trillingen in de bodem veroorzaken. De trilling verspreidt zich verder via de bodem naar gevoelige objecten. Hoewel de sterkte afneemt naarmate de afstand tot de bron groter wordt, kan de trilling ergens anders hinder opleveren. Wegverkeer over een oneffen wegdek veroorzaakt trillingen. De aard en heftigheid van deze trilling is afhankelijk van het type voertuig, de belading, 37
snelheid en de oneffenheden waar het verkeer overheen rijdt. Ook treinverkeer kan zorgen voor trillingen. De snelheid en gewicht van treinen is hierbij een belangrijke factor bij het ontstaan van trillingen. Daarnaast zijn de eigenschappen van de trein (onder andere belading) en de interactie van de trein met de ondergrond van belang bij het ontstaan en doorgeven van trillingen naar de omgeving (de bodem). Beoordeling Het onderzoeksgebied van trillingen bij (spoor)wegen ligt vrijwel altijd binnen een afstand van ongeveer 100 meter vanaf de bron. In het voorliggende geval is gelet op de afstand tot spoorwegen van meer dan 300 meter geen sprake van hinder als gevolg van trillingen. Vanuit wegverkeer zijn geen klachten in relatie tot trillingen bekend in de directe omgeving. Vanuit dit kader bestaan er kortom geen belemmeringen.
5.5
Verlichting
Kunstmatige verlichting kan hinder geven. Er zijn veel functies met kunstmatige verlichting, zoals (autosnel)wegen, woonkernen, industrie- en bedrijventerreinen, glastuinbouwbedrijven en sportterreinen. Hinder door licht hangt af van de aard, intensiteit, duur en plaats van de verlichting. Maar ook door de kans op blootstelling. Beoordeling Bij het voorliggende plan is lichthinder niet relevant te noemen. Er is immers sprake van functies die vanuit functioneel opzicht reeds passen binnen het plangebied en van bebouwing die qua aard en omvang passend worden geacht in het centrumgebied. Andersom beredeneerd is vanuit de directe omgeving evenmin sprake van onenevenredige lichthinder voor de beoogde functies binnen het plangebied. Er is immers sprake van gangbare verlichting van het openbaar gebied. Vanuit dit kader bestaan er kortom geen belemmeringen.
5.6
Externe veiligheid
Externe veiligheid beschrijft de risico's die kunnen ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit heeft betrekking op inrichtingen (bedrijven), transportroutes en buisleidingen. Omdat de gevolgen bij een calamiteit groot kunnen zijn, is in wetgeving bepaald wanneer risico's - met het voldoen aan normen - aanvaardbaar zijn en wanneer ze verantwoord moeten worden. Deze zogenoemde verantwoordingsplicht betekent dat in ruimtelijke procedure de keuzes moeten worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan in te stemmen met de risico's en de betreffende situatie aanvaardbaar te vinden. De aanvaardbare risico's zijn vast gelegd in diverse besluiten. De belangrijkste in de ruimtelijke ordening zijn: Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen.
Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico wordt gedefinieerd als "de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen bij een risicovolle activiteit". In Nederland heeft de overheid bepaald dat in principe nergens in Nederland iemand een groter plaatsgebonden risico mag lopen dan 1 op de 1 miljoen per jaar (10-6/jaar). Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten (zoals woningen, ziekenhuizen, scholen) geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten (zoals kleine kantoren, winkels en bedrijfsgebouwen) geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) 38
Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer. In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht.
Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het 'restrisico' dat overblijft nadat benodigde de veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn. Activiteitenbesluit (eventueel vuurwerkbesluit) Tot slot wordt in het kader van een 'goede ruimtelijke ordening' (art. 3.1 Wro) getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit (of vuurwerkbesluit). Beleidsvisie externe veiligheid gemeente 's-Hertogenbosch De gemeente 's-Hertogenbosch beschikt over een beleidsvisie externe veiligheid (Uitvoeringskader externe veiligheid gemeente 's-Hertogenbosch, deel A t/m C, 2010). Hierin zijn aanvullende kaders gegeven voor de integrale aanpak van externe veiligheid. Voor ontwikkelingen bevat deze beleidsvisie ook een kleurenkaart van het gemeentelijk gebied, waarin met een kleur (groen, oranje of rood) is aangegeven welke objecten (kwetsbaar, beperkt kwetsbaar of extra kwetsbaar) juist wel (groen), niet (rood) of onder voorwaarden (oranje) toelaatbaar zijn op een bepaalde locatie. Beoordeling Toetsing beleidsvisie De beoogde ontwikkeling voorziet in woningbouw en in de parochie in de huisvesting van minder zelfredzame bewoners, waarbij dient te worden aangetekend dat deze huisvesting van minder zelfredzame bewoners op grond van het vigerende bestemmingsplan reeds is toegestaan.
De woningen worden beschouwd als kwestbare objecten en de woonzorgvoorziening als extra kwetsbaar object. Hiervoor zijn in het Uitvoeringskader EV, deel C de eisen geformuleerd. Deze eisen zijn vertaald in kleurenkaarten. De beoogde ontwikkeling vindt plaats in een groen gebied. Beperkt/extra/kwetsbare objecten zijn binnen dit gebied toegestaan. Beschouwing risicobronnen Op basis van de Risicokaart is een inventarisatie gemaakt van risicobronnen in de omgeving van het plangebied. Op figuur 5.1 zijn de belangrijkste risicobronnen in de wijde omgeving van het plangebied weergegeven.
39
Figuur 5.1: Uitsnede risicokaart voor het plangebied en de omgeving. Inrichtingen In de omgeving van het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen aanwezig die van invloed zijn op het plangebied. De PR 10-6-risicocontouren en invloedsgebieden van inrichtingen reiken niet aan het plangebied. Buisleidingen Op meer dan 350 meter ten zuiden van het plangebied ligt een ondergrondse gastransportleiding van de Gasunie (Z-523-01). De PR 10-6-risicocontour en het invloedsgebied van deze buisleiding reiken niet aan het plangebied. Transportroutes (weg/spoor) Het plangebied ligt op meer dan 300 meter afstand van de spoorlijn 's-Hertogenbosch-Nijmegen, op ruim 1.500 meter van de A2 en op meer dan 1.250 meter van de A59. Over deze transportroutes vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. De PR 10-6-risicocontouren van deze transportroutes reiken niet aan het plangebied. Wel ligt het plangebied binnen het invloedsgebied van het spoor. Verantwoordingsplicht Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet worden beschreven of een ontwikkeling ligt in het invloedsgebied van een risicobron. Per risicobron (transportas, buisleiding of inrichting) is vastgelegd wanneer de verantwoordingsplicht moet worden ingevuld en is de inhoud van de verantwoording bepaald.
Uit de inventarisatie van de risicobronnen blijkt dat het plangebied binnen het invloedsgebied ligt van het spoortraject van 's-Hertogenbosch-Nijmegen. Op basis van artikel 7 en 8 van het Bevt, dient in verband met de ligging binnen het invloedgebied wel een verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden. Aangezien het plangebied op meer dan 200 meter van de genoemde transportroutes ligt, kan op basis van artikel 8, lid 1, worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Dit houdt op basis van artikel 7 van het Bevt in dat ingegaan dient te worden op: de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op het spoor, en 40