Concept verslag Commissie Omgeving 26 augustus 2025
Tekst van het document
Commissie OMGEVING Conceptverslag Datum: Locatie: Aanwezig: Voorzitter: Secretaris: (plv.) Commissieleden:
Collegeleden:
26 augustus 2025 Raadzaal F.J. van Haren mr. G.L. Pijnenburg H.B. Bos, J. van Boxmeer, J. Broekmeulen, L.A.J. van Griensven, B.B.R. den Hartog, T.A.J. Heijmans, A. Hernández, W.B.G. Hoeben, ing. J.Th.M. van Hoek, B.B.G.M. van den Hoven, M. Janssen, M.P. Kagie, L.M.M.F. van der Kallen, J. Kanters, W.M. van de Leemput, mr. drs. R. Lipman, mr. S.J.M. Peters, M.G.H. van Rens, E.Th. Rozenberg, B.F.C. Roovers, E. Samshuijzen, ir. P.K. Schuurmans, drs. ing. G.M.M. Verbruggen, ing. J.P. Verhoef BEd, N.R. Verreijt, mr. C.H.A. van den Wildenberg. ing. R.A.P. Geers
Afwezig:
M.C. Dupuis, drs. P.E. Kagie, M.A.J.T. Korver-van Weegberg, A.C. van Silfhout
Verslaglegging:
E.J. Wendt, DemiSec
1.
Opening en mededelingen De voorzitter opent de vergadering om 19.00 uur en heet iedereen welkom. De nieuwbenoemde commissieleden mevrouw Janssen en de heren Van der Kallen, Van Boxmeer en Rozenberg en plaatsvervanger de heer Verbruggen worden specifiek welkom geheten. Mevrouw Verreijt wordt opnieuw welkom geheten na een periode van afwezigheid.
2.
Vaststellen van de agenda Bij het vaststellen van de agenda wordt onder verwijzing naar de geplande extra vergaderavond 1 september vastgesteld dat in deze vergadering in ieder geval het raadsvoorstel agendapunt 6 en de rondvraag (agendapunt 12) worden behandeld en de discussienotities voor zover de tijd dit toelaat.
3.
Vaststellen van het verslag van de commissie Omgeving van 17 juni 2025 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.
4.
Vaststellen van de lijst van toezeggingen en de lijst van openstaande moties Het college stelt voor om de volgende motie als afgedaan te beschouwen: 56, Heldere kaders voor project-MER en uitvoering Duurzame Polder Hiermee wordt ingestemd. Wethouder Roy Geers zegt desgevraagd toe dat de openstaande moties worden behandeld via een veegbrief. Ook wordt ingestemd met afvoeren van de toezegging m.b.t. herontwikkeling Tramkade en deze als afgedaan te beschouwen.
5.
Werkplanning Er zijn geen opmerkingen over de werkplanning.
Raadsvoorstellen 6.
Omgevingsvisie 'Zin in 's-Hertogenbosch'
1
De voorzitter verwijst naar de uitgebreide behandeling in de commissie van januari jl., waarbij van de 31 moties die via de wensen- en bedenkingenprocedure zijn behandeld er acht zijn aangenomen. De commissie wordt gevraagd te focussen op hoe de aangenomen moties zijn verwerkt in de visie en eventuele nieuwe inzichten naar voren te brengen. Mevrouw Verreijt (Rosmalens Belang) vraagt aandacht voor de dorpen aan de oostzijde van de gemeente. Een goed voorzieningenniveau is essentieel voor de leefbaarheid. Via een parkfunctie komen gezondheid en verbinding samen. De druk op de oostzijde neemt toe. Bereikbaarheid verdient meer aandacht, via een goede oostelijke ontsluiting die nodig is voor verantwoorde aanvullende woningbouw. Vergroening moet zichtbaar zijn op een bij de inwoners passende manier. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) leest multi-interpretabele teksten en krijgt geen zicht op prioriteiten. In de discussie zal de VVD de auto wel weer belangrijk vinden, anderen zullen wijzen op insecten, Leefbaar past deze keer. Begin dit jaar werd voor rond de zomer een Strategische Uitvoeringsagenda van het college aangekondigd. Pas met een dergelijk sturend instrument wil de fractie een gericht kwalitatief debat voeren. Aan de wethouder de vraag waar die blijft.
Mevrouw Samshuijzen (PvdD) signaleert dat werk wordt gemaakt van de hoognodige vermeerdering van groen via de gebiedspaspoorten. Extra natuur niet alleen voor recreatiedoeleinden, maar ook als rustgebied. Ook die noodzaak is in de Omgevingsvisie benoemd. Met name beschermde natuur heeft bescherming en rust nodig, wordt expliciet benoemd. Van rustgebieden voor de natuur moet werk worden gemaakt. Daarnaast wordt aandacht gevraagd voor het landelijk gebied. Biodiversiteit en landbouw die mét natuur werkt, verdienen aandacht. Voor de beoogde landbouwtransitie is overleg met de agrarische sector noodzakelijk, onder meer via een uitvoeringsprogramma voor het landelijk gebied. De heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) wijst op de knopen die moeten worden doorgehakt en daarmee samenhangende dilemma's op terreinen als hoogbouw, wateropgaven, parkeren en windmolens. De fractie is blij dat het bestuur zich wensen uit Nuland over hoogbouw en een nieuw treinstation ter harte heeft genomen en serieus gaat onderzoeken. De heer Bos (GroenLinks) verwoordt dat zijn fractie en de PvdA tevreden zijn met de conceptvisie als leidraad voor de ruimtelijke inrichting van de gemeente. In januari werd al steun uitgesproken voor Groot Vergroenen, Bouwen aan generaties, Welzijn en verbinden.
Bij de wensen- en bedenkingenprocedure is een gezond voedselaanbod, met name in nabijheid van scholen, sportverenigingen en jongerencentra van belang. De eerder ingediende motie hierover vindt haar vertaling in de Omgevingsvisie. De uitwerking in programma Samen Gezond 's-Hertogenbosch wordt afgewacht. Een voorgesteld fonds voor investeringen in het buitengebied wordt ondersteund. Aandacht wordt gevraagd voor de uitlegbaarheid van de Omgevingsvisie. Het gaat hier immers om de grootste wetswijziging sinds invoering van de Grondwet. De heer Rozenberg (CDA) geeft aan dat de Omgevingseffectrapportage (OER) rekent met scenario's waarin 80% van de traditionele landbouw verdwijnt. Dat is meer dan een getal en geeft aan dat het gaat om complete families en hele generaties die het landschap hebben gevormd en onderhouden. Het CDA pleit voor maatwerk, voor ruimte voor agrarische ondernemers zich te ontwikkelen en verduurzamen. In plaats van overhaaste krimp bepleit de fractie een zorgvuldige transitie via innovatieve combinaties van landbouw, natuur en energieproductie, minder transport en uitstoot en meer vers en lokaal. Radicale scenario's uit de OER mogen niet onbedoeld leidend worden. Ruimtelijke inrichting dient sociale verbinding te bevorderen. Gemeenschapszin is een fundament onder een gezonde samenleving.
Bij betaalbare woningen in gemengde wijken krijgen ouderen, gezinnen en starters extra aandacht. De heer Van Hoek (50PLUS) heeft moeite met de politieke kleur en de dwingende indruk die de Omgevingsvisie kent en het starre en rigide geheel dat dit lijkt te zijn. Gewezen wordt op een concrete situatie aan de Elzenstraat in Nuland, waar van twee percelen één wel mogelijkheden tot ontwikkeling kent, de andere niet. Hier was maatwerk geboden geweest. De in het stuk genoemde groene ontwikkellijnen zijn dodelijk voor de agrarische sector. Gehoopt wordt op een meer liberale inslag van een nieuw college. 2
De heer Schuurmans (VVD) benadrukt dat ruimte moet blijven bestaan om bij te sturen. Dat ontbreekt nu aan deze Omgevingsvisie, maar komt in de omgevingsplannen. De VVD mist de ruimte voor het ondernemerschap en heldere uitlegbare regels die rechtsongelijkheid vermijden en vreest dat het stapelen van ambities leidt tot vertraging in de woningbouw. De fractie ziet dat de modal shift het wint van goede bereikbaarheid voor alle vervoersvormen, dus ook de auto. Toegankelijkheid van de openbare ruimte (ingebracht via een zienswijze) en tekort aan basisvoorzieningen in dorpen zijn benoemd. Vooruitkijkend naar de komende 25 jaar is er nog veel te bespreken. De heer Roovers (SP) ziet een Omgevingsvisie met een rechts-liberale insteek, die niet de zijne is. Dit blijkt vooral uit hoe er over wonen wordt gesproken. In plaats van hier een eigen prioriteitenlijst tegenover te stellen, benadrukt de SP de zaken waar zij het college aan kan houden, maar dat is lastig vanwege de verhalende opzet die is gekozen. De wethouder wordt gevraagd in zijn eerste termijn prioriteiten te noemen. In het participatieproces is met werkgeversorganisaties gesproken en ondernemersverenigingen, maar niet met vakverenigingen. Gevraagd wordt waarom niet.
De heer Hoeben (De Bossche Groenen) uit complimenten voor de manier waarop uit bestaande stukken dit geheel is gedestilleerd, maar ziet wel conflicten met afspraken uit het verleden. In eerdere visies zijn afspraken aangenomen, maar als dit document wordt aangenomen, zijn die nieuwe afspraken in één keer de waarheid. Het Inspiratiedocument Zuid-Willemsvaart (2017) kent een vertaling waarin transferia afwijken van wat in 2017 is afgesproken in de Koersnota, wat ook een referentiedocument is. Dat heeft gevolgen. Een herstructurering in 2021 viel onder regulier onderhoud, in afwachting van de echte uitvoering. Graag de lezing van de wethouder. De heer Van Griensven (PVV) vindt de nadruk op klimaat en duurzaamheid te groot en signaleert te weinig aandacht voor de automobilist en de (on) veiligheid en vestiging van arbeidsmigranten en azc's. Zijn eigen moties om de 'linkse Omgevingsvisie' bij te sturen, zijn weggestemd. Duurzaamheid is niet wat Den Bosch in ruimtelijke zin zou moeten definiëren, maar het vormt zo ongeveer de rode draad in deze Omgevingsvisie. Dat de Duurzame Polder geen onderdeel is van de Omgevingsvisie, is een makkelijke manier om indieners van zienswijzen af te schepen. De aanleiding voor de Omgevingsvisie is onder meer het actualiseren van de Strategische Visie voor de hele leefomgeving voor de lange termijn. De Duurzame Polder valt hier wel degelijk onder.
Hier had het college uitgebreider op kunnen ingaan richting indieners. Beter kan met deze visie worden gestart na de verkiezingen in maart 2026, om snelle herziening te voorkomen. De heer Kanters (Volt) merkt op dat het stuk onderkent dat de Bossche student liever naar Eindhoven of Tilburg gaat, maar niet aangeeft hoe deze student lokaal te binden. Gevraagd wordt naar hun rol in het culturele en sociale weefsel van de stad. Delen van de visie op leefbaarheid zijn abstract. Bij herziening dient voor helderheid en concreetheid te worden gekozen. De heer Van Rens (D66) wijst op de stations in Maaspoort en Nuland die in de Omgevingsvisie als ijkpunt voor de toekomst worden genoemd en op de Verdichtingsnota. Graag een indicatie van wanneer de raad die kan verwachten, in deze raadsperiode of later. De fractie is positief over de visie, met name vanwege de bestendigheid die nodig is voor klimaatverandering. De heer Gersjes (VOOR Den Bosch) herkent de thema's groen en duurzaamheid, maar ziet niet meer groen in de stad en slechts minimale invulling van duurzame woningbouw voor de lange termijn. Hopelijk draagt de visie bij aan een gezonde en veilige leefomgeving. Er waren al allerlei wetten die deze Omgevingsvisie hebben gecreëerd. Van alle moties die zijn aangenomen wordt gevraagd naar de stand van zaken van de motie-Participatie. Hij vraagt of er al een Participatieverordening is.
Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) ziet dit besluit liever door de nieuwe raad genomen worden. Toch worden drie punten benadrukt: leefbaarheid en karakter: groei mag nooit ten koste gaan van de identiteit van de stad, de woonkwaliteit en het groen in de wijken. Concrete uitvoering en toetsing; pas met duidelijke doelen, meetmomenten en mogelijkheden tot
3
bijsturing wordt een visie waardevol. Participatie: bewoners en ondernemers moeten structureel en vroegtijdig worden betrokken en gedurende het hele proces betrokken blijven. Reactie college Wethouder Roy Geers stelt dat de beste schrijvers van het stadhuis een verhaal hebben opgesteld dat zowel ruimte biedt als richting geeft. Er is een zeer uitgebreid participatietraject doorlopen. Hierbij waren ook de vakbonden welkom. of ze expliciet zijn uitgenodigd, weet de wethouder niet. Ze hebben zich niet gemeld. Uitgenodigd zijn partijen waarmee vaak wordt gesproken over de fysieke leefomgeving. Dat geldt minder voor de vakbonden. De heer Roovers (SP) lijkt het logisch dat als met werkgeversvertegenwoordigers wordt gesproken ook werknemersvertegenwoordigers worden gehoord, omdat de belangen niet altijd op één lijn liggen. Een specifieke uitnodiging is voor het vervolg iets om op te letten. Wethouder Roy Geers wil dat voor een actualisatie zeker meenemen. De andere vraag van de SP, aan welke punten uit dit stuk de raad het college kan houden, acht de wethouder van groter belang. De Omgevingsvisie is een document dat richting geeft aan de ontwikkelingen in de gemeente. De overheid moet zich houden aan de Omgevingsvisie die de raad vaststelt. De groei van de gemeente in inwonertal, de groei van de stad langs welke assen en de betekenis daarin van mobiliteit is een voorbeeld.
De heer Roovers (SP) heeft begrepen dat van het Omgevingsplan kan worden afgeweken, refererend aan de Omgevingsvisie. Als zoals nu voor een verhalende opzet wordt gekozen, bestaat het risico van willekeur en de kans dat de interpretatie aan de gemeente is voorbehouden. Wethouder Roy Geers stelt dat los van het richtinggevende karakter de ruimte in het stuk zeker in de beginfase relevant is omwille van flexibiliteit. Tegelijk moet de uitleg overeenkomen met alle onderliggende rapporten. Dat voorkomt willekeur. Plannen die in strijd zijn met het Omgevingsplan zijn nog steeds mogelijk, mits ze in overeenstemming zijn met de Omgevingsvisie. De gemeente moet toetsen aan de ontwikkelrichtlijn en het college moet handelen volgens de gestelde kaders. De heer Roovers (SP) merkt op dat aan de Omgevingsvisie rechten kunnen worden ontleend. Als de teksten voor meerderlei uitleg vatbaar zijn, maakt dat de gemeente mogelijk juridisch kwetsbaar. Wethouder Roy Geers is daar mede vanwege het onderling overleg niet bang voor. De Elzenstraat in Nuland valt daar wellicht niet onder. Als ergens een grens wordt gelegd, is die per definitie discutabel. De nu gekozen grens ís gemotiveerd. Ook een volgende grens zal weer discutabel zijn. De heer Van Hoek (50PLUS) merkt op dat dit gebied geldt als overgangsgebied tussen stedelijk gebied en platteland. Dat maakt percelen vergelijkbaar.
Dat vraagt om een globale lijn. Zeker als iedere lijn arbitrair is. Daarom pleit hij voor maatwerk. Wethouder Roy Geers bestrijdt dat geen maatwerk meer kan worden geleverd. De Omgevingsvisie is een richtlijn voor ontwikkelingen. Een plan dat niet in de Omgevingsvisie past, kan toch kansrijk zijn en rijp voor vergunning, mits dit goed is gemotiveerd en niet tot precedenten leidt. De nu bepaalde grens zomaar verplaatsen zonder motivatie kan tot nieuwe discussie leiden. De heer Van Griensven (PVV) ziet de motivatie in het feit dat het hier tegenover liggende gebied binnen een jaar of vijf wordt bebouwd. De fysieke dorpsgrens – het bord dat de grens aangeeft – wordt daarvoor enkele meters verplaatst. Dan valt het gebied wél binnen het dorp. Wethouder Roy Geers stelt dat dit om de zuidzijde van de Elzenstraat gaat, die is meegenomen als ontwikkelmogelijkheid. Die grens is gelijkgetrokken. Als de raad de lijn elders wil, is dat aan de raad. Dit vraagt om een politiek besluit. Voor nu is een bestuurlijke weging gemaakt. De vraag aan de raad zal dan wel zijn waarom de grens niet nóg een perceel verder wordt gelegd. De Omgevingsvisie is een beleidsdocument voor de lange termijn waarin het algemeen belang 4
bepaalt. In het nu vanuit de raad ter discussie gestelde geval wordt een individueel belang benoemd. De heer Van Griensven (PVV) reageert op de 'wens van de buren' dat díe omgevingsdialoog al is gevoerd. Zij hebben geen bezwaar. Wethouder Roy Geers reageert dat buren belangrijk zijn als het gaat om participatie, maar zij zijn niet het bevoegd gezag in dezen. College en raad kunnen de grens plaatsen waar zij die wensen, rekening houdend met precedentwerking. De provincie heeft ook een mening over bouwen in het buitengebied. Met de huidige begrenzing is de rek zo'n beetje bereikt. Het college heeft met deze begrenzing bouwplannen mogelijk gemaakt. Wil de raad dat anders, dan kan dat. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) wijst op de vaak multi-interpretabele teksten in de omgevingsvisie en vraagt hoe wordt omgegaan met een burger met een eigen lezing van een tekst aanklopt. Wethouder Roy Geers geeft aan dat juist met initiatiefnemers wordt gesproken om zaken mogelijk te maken, binnen de richtlijnen die de raad meegeeft. Deze omgevingsvisie is niet zozeer multi-interpretabel, maar geeft ook veel richting, meer dan eerder het geval was. Bijvoorbeeld het bouwen in het buitengebied en het Superlandschappelijk Wonen.
De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) merkt op dat een bewoner hoort dat doorslaggevende argumentatie of maatwerk afwijking op Omgevingsplan-niveau mogelijk maakt. Dat roept de vraag op naar de functie van het stuk. Wethouder Roy Geers merkt op dat de Structuurvisie de gemeente richtlijnen oplegt voor ontwikkelingen. De Omgevingsvisie is veel breder dan alleen de ruimtelijke ontwikkeling en gaat over de fysieke leefomgeving en is veel minder een statisch document dan de Structuurvisie was. De Structuurvisie is deels ingehaald door de tijd. Deze Structuurvisie wordt in haar geheel vervangen. De Omgevingsvisie kan op elk gewenst moment worden geactualiseerd. Het college adviseert dat eens per vier jaar te doen, bij voorkeur midden in een raadsperiode. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) herhaalt zijn vraag naar de eerder door het college aangekondigde Strategische Uitvoeringsagenda. Wethouder Roy Geers sluit niet uit dat hij daarin te voortvarend is geweest. De raad moet een Omgevingsvisie vaststellen voordat de uitvoeringsagenda de vervolgstap kan zijn. Het college heeft er geen termijn voor, dus deze uitvoeringsagenda is niet rond de zomer gereed. De heer Van Hoek (50PLUS) heeft de Elzenstraat genoemd als illustratie, niet als individueel te bespreken geval. Er zijn veel 'Elzenstraten' binnen de gemeente en heel veel soorten buitengebied.
De vraag is of de lijnen die zijn getrokken niet als globale lijn kunnen gelden. Wethouder Roy Geers erkent dat er veel vergelijkbare locaties zijn. Juist daarom is duidelijkheid vereist. Elke grens is een grens. Er valt altijd iemand net buiten of net binnen. Voor wijziging van een grens kan de raad een amendement indienen. De heer Schuurmans (VVD) vraagt of bij tussentijdse wijziging van de richting voorafgaand aan de herijking zonder juridische gevolgen kan worden afgeweken van de Omgevingsvisie. Wethouder Roy Geers stelt dat de Omgevingsvisie niet appellabel is. Bezwaar en beroep staan niet open nadat de raad hierover heeft besloten. Dat geldt wél voor het Omgevingsplan en een Omgevingsvergunning. De heer Schuurmans (VVD) vraagt bevestiging dat enkel afwijking van de Omgevingsvisie zonder juridische gevolgen is. Wethouder Roy Geers laat de vraag schriftelijk beantwoorden, vóór de raadsvergadering.
5
Hij vervolgt de beantwoording. De Duurzame Polder is een programma en daarmee een ander instrument onder de Omgevingswet. In de Omgevingsvisie zijn wel de kaders meegenomen waarbinnen de Duurzame Polder gerealiseerd kan worden als programma. De raad heeft de Visie Energielandschap goedgekeurd. Die bouwstenen zijn meegenomen in de Omgevingsvisie. Op de Visie Energielandschap kan wel worden gereageerd. De heer Van Griensven (PVV) vraagt waarom dat niet zo is gecommuniceerd met de bewoners. Wethouder Roy Geers verwijst naar het zeer uitgebreide participatietraject op alle drie de dossiers. De Omgevingsvisie is tot stand gekomen op basis van een zeer uitgebreid participatietraject waaraan jaren geleden is begonnen en dat tienduizenden reacties van inwoners heeft opgeleverd. Aldus zijn de gebiedsvisies vertaald naar een Omgevingsvisie. Dit document is in samenspraak met de samenleving tot stand gebracht. De Participatieverordening van wethouder Slikker staat los van de Omgevingsvisie. De heer Gersjes (VOOR Den Bosch) wijst op het verband tussen de Participatieverordening en de Omgevingsvisie. Wethouder Roy Geers geeft aan dat de Omgevingsvisie geen richting geeft aan de wijze van participatie.
De heer Hoeben (De Bossche Groenen) vraagt naar het grote verschil in de inspraakreacties Maastrichtseweg (kippen op de weg volgens de gemeente in het Visiedocument uit 2017) en 'een doorgaande weg' volgens de huidige Omgevingsvisie. Dit maakt ook de vraag naar de juridische waarde van dit document relevant. Wethouder Roy Geers stelt dat bij de plannen voor de Maastrichtseweg indertijd ook de provincie nadrukkelijk was betrokken. Door de provinciale inbreng werden de plannen uit de Structuurvisie achterhaald. In tegenstelling tot de Structuurvisie kan de Omgevingsvisie op dat soort ontwikkelingen wel inspelen. Dat initiatiefnemers zich nu niet gehoord voelen, verplicht het college dit goed uit te leggen. Hier kan een wijkraad een rol in spelen. Doordat de Omgevingsvisie op elk moment kan worden aangepast, is het niet nodig deze te koppelen aan raadsperiodes. Herziening van de visie is op elk gewenst moment aan de raad. Het college vindt dit het moment om dit voor te leggen. De nota Verdichting kan verder worden uitgewerkt. Een volgende raad zal hierover moeten besluiten. Het college vindt het stuk mede door de verhalende schrijfwijze goed leesbaar en deelt de kritiek van diverse fracties niet. Bij de verdere herziening in de toekomst kan de uitlegbaarheid in acht worden genomen.
De heer Bos (GroenLinks) zou bij herziening ook de gekozen verhalende vorm in heroverweging willen geven. Wethouder Roy Geers zegt de ervaringen met de gekozen vorm mee te nemen. Over de ontwikkelruimte van reguliere agrarische bedrijven en dat radicale visies uit de OER die niet onbedoeld leidend moeten worden, geeft hij aan dat de OER de effecten van de uiterste grenzen op de samenleving en fysieke leefomgeving toetst. De Omgevingsvisie is bindend, maar er worden geen zaken dwingend opgelegd. Een aanvraag wordt getoetst. In de Omgevingsvisie is opgenomen dat de kleigronden geschikt zijn voor veehouderij, terwijl de zandgronden meer mogelijkheden bieden voor andere activiteiten dan agrarische alleen. Dat besluit is van de agrariër, niet van de gemeente. Tweede termijn De heer Hoeben (De Bossche Groenen) merkt op dat de veranderingen rond de Maastrichtseweg veel te maken hebben met Groot Meerendonk. De gemeente heeft iets goed te maken aan die inwoners. Wat in dit document staat, is niet zo handig. Via een motie overweegt de fractie de gulden middenweg te zoeken tussen wat toen is afgesproken (en nooit is herroepen) en de huidige situatie. In het Superlandschappelijk Wonen kan de fractie zich niet vinden. Het is in strijd met de grondbeginselen van goede ruimtelijke ordening, het tegengaan van versnippering en verrommeling en verstening.
Er moet iets met het buitengebied, maar het hele gebied erbij betrekken gaat te 6
ver. Uit de gebezigde terminologie spreekt dat dit slechts voor de happy few is. De benoemde uitbreiding met een hectare industriegebied is niet conform afspraak en heeft veel impact. De fractie wil weten waar dat vandaan komt. Het visiedocument Dungense Polder, waar een vogelgebied zou komen, is wel gepresenteerd, maar niet vastgesteld. De vraag is waar het is gebleven. Hoe knap deze Omgevingsvisie ook in elkaar is gezet, de gemaakte afspraken moeten wél worden gerespecteerd. De heer Roovers (SP) hoopt dat de uitvoeringsagenda er snel is. Het woningbouwprogramma in de Omgevingsvisie kent weinig verrassingen met 30% sociale huur. Dat compromis van deze coalitie sluit nog steeds niet aan bij de behoeftes van de bewoners, met 46% inkomens die recht hebben op sociale huur. De wachtlijst zal blijven toenemen. De concentratie van woningen in wijken wordt wel benoemd, maar wordt slechts als probleem beschouwd als de concentratie sociaal te hoog is. Andersom wordt dat beleid niet gemaakt in de sterk geconcentreerde villawijken. Ook dat vraagt bij gemengd bouwen aandacht. Het college stelt actief grondbeleid na te streven, maar 60% van de bouwgrond in de bebouwde kom is in handen van drie ontwikkelaars. Dat is niet te rijmen met het zelf regie houden. Het beperkt Den Bosch in de mogelijkheden sociaal te bouwen.
Wat het beheer van de openbare ruimte betreft zijn er veel mooie voornemens. Zeker in de stadswijken buiten het centrum is het verschil in kwaliteit reden tot chagrijn. Dit blijkt uit de wijk- en buurtmonitor. Gevraagd wordt welke inspanningsverplichting het college zichzelf oplegt. De heer Van Hoek (50PLUS) benoemt het fonds voor kwaliteitsverbetering in het buitengebied, dat er tien jaar geleden ook was bij de toevoeging van Nuland en Vinkel aan Den Bosch. De fractie is voor het weer invoeren ervan. Ontwikkelingen in het buitengebied vragen dan wel om een kwaliteitsslag. Afspraken over bijdragen in natura en in financiële zin onttrekken zich aan de invloed van de controlerende raad als ze in de anterieure overeenkomst verdwijnen. Er moet een modus gevonden worden om dit voor de raad controleerbaar te maken. De heer Schuurmans (VVD) steunt het voorstel dit over de verkiezingen heen te tillen niet. De VVD denkt wel aan een amendement om halverwege een volgende raadsperiode over drie in plaats van vier jaar bij te sturen. De heer Van Rens (D66) wil graag aan de nieuwe raad laten wanneer die iets wil bespreken. In plaats van een amendement kan dit beter als suggestie worden meegegeven. De heer Schuurmans (VVD) neemt dit als overweging mee. De fractie is benieuwd naar de nota Verdichting en de gevolgen voor bereikbaarheid en leefbaarheid.
Veiligheid heeft de hoogste prioriteit en daarmee is de inrichting van het fiets- en wandelnetwerk van belang. Gezien de ontvangen zienswijzen van de provincie, gemeenten Oss en Vught is in het kader van de samenwerking met de buurgemeenten de aansluiting van de plannen op de Provinciale Omgevingsverordening en de Omgevingsvisies van buurgemeenten van belang. De heer Van Griensven (PVV) merkt over de aansluiting op de A59 op dat die via de Kruisstraat en De Binckhof zou moeten lopen, historisch gebied in de vorm van een oude dijk en een natuurgebied. Als die aansluiting er komt, dreigt dat te worden verstoord. Hij vraagt waarom gebruik van de bestaande weg niet is overwogen. De heer Van Hoek (50PLUS) wijst op een mooi landgoed als het Coudewater, waar nu 400 woningen zijn neergezet. Dan kan De Binckhof ook wel worden opgeofferd. De heer Van Griensven (PVV) merkt opdat zijn fractie tegen bebouwing van het Coudewater heeft gestemd vanwege het belang van natuurbehoud. Een oostelijke ontsluiting in samenwerking met Oss zou via de Gewandeweg gestalte kunnen krijgen. De PVV roept andere partijen op tot een oplossing te komen voor de Elzenstraat 2a. De heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) betreurt dat de Omgevingsvisie kiest voor windmolens in de Duurzame Polder. Aan andere onzekerheden zoals in eerste termijn benoemd, wordt geen uitvoeringsagenda gekoppeld.
De fractie stemt tegen het voorstel, maar kondigt wel een motie aan.
7
De heer Van Rens (D66) vraagt of de tegenstem verband houdt met het ontbreken van de uitvoeringsagenda. De heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) mist de prioritering. Keuzes zijn nu al nodig, in de wateropgave bijvoorbeeld. De heer Van Rens (D66) suggereert dat dan een wijziging op dit voorstel meer op haar plaats lijkt. Vanuit de Omgevingsvisie kan dan in de Omgevingsplannen worden geconcretiseerd. De heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) vindt juist daar de scherpte ontbreken. Hoogbouw in relatie tot de beschikbare ruimte vraagt om keuzes die nu vooruitgeschoven worden. De heer Bos (GroenLinks) wijst op het hoog-over-karakter van het document. De heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) noemt Elzenstraat 2a als voorbeeld van hoe het op onderdelen kan doorschieten. Het gaat om heel Den Bosch. De 30 miljoen m3 water die moet worden geborgen, betekent dat zonder maatregelen het hele gebied 30 cm onder water staat. De heer Bos (GroenLinks) wijst op een motie over waterberging die in januari is ingetrokken omdat het al in het stuk is benoemd. De heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) geeft aan dat dit slechts een 'marker' is die om prioritering vraagt. Wethouder Roy Geers erkent dat waterveiligheid tot de grotere opgaven behoort. Bereikbaarheid, woningbouw en werkgelegenheid zijn andere grote opgaven. Bekeken wordt hoe die kunnen worden gecombineerd.
Niet alleen de Omgevingsvisie bepaalt de prioritering, daar zijn ook politieke keuzes mee gemoeid. Een uitvoeringsagenda biedt niet in één keer een heldere prioriteitenlijst voor alle opgaven. Wel wordt bekeken wat mogelijke richtingen zijn. De lijst kan ook niet zo concreet zijn als gewoon ge-DREVEN wenst. Den Bosch kent al decennia een actief grondbeleid, in bijvoorbeeld De Groote Wielen en recenter de Bossche Stadsdelta en De Vliert. Dat grondposities in eigendom zijn bij ontwikkelaars sluit het overnemen door de gemeente van de gronden niet uit. Als weer wordt ontwikkeld, zit daar een bouwclaim op conform de kaders van de raad. Hij erkent dat de gemeente veel actiever kan zijn op grondposities. Apeldoorn is daar in het verleden bijna op failliet gegaan. Den Bosch kiest een zorgvuldige lijn, in een goede relatie met ontwikkelaars. De heer Roovers (SP) vraagt of de wethouder het eigendom van ontwikkelaars van 60% van de gronden niet ziet als obstakel in de eigen taakstelling rond betaalbaar bouwen. Wethouder Roy Geers stelt dat de woningbouwontwikkelingen in Den Bosch plaatsvinden volgens de door de raad vastgestelde kaders. De Groene Schil van Maasdonk was een document dat kosten en baten combineerde. Dat kan worden gezien als een fonds, maar zat toch anders in elkaar. Terwijl veel baten al waren verzilverd, lagen er nog veel kosten.
Dit fonds voor het buitengebied is meer gebaseerd op de Omgevingsvisie van de provincie. Wie rood wil realiseren, moet er groen tegenover zetten. Afdrachten in het fonds compenseren als daarvoor de gronden niet beschikbaar zijn. De raad kan daarop zijn controlerende taak uitvoeren. De heer Van Hoek (50PLUS) benadrukt dat het gaat om afspraken met de initiatiefnemers over de bijdrage die moet worden gestort waar de raad geen inzicht meer op heeft. Wethouder Roy Geers benadrukt dat anterieure overeenkomsten altijd kunnen worden ingezien en dat dit ook voor dit fonds kan worden afgesproken. Het Superlandschappelijk Wonen is volgens het college juist voor het buitengebied een formule die ontwikkelingen mogelijk maakt. Het biedt ondernemers de mogelijkheid agrarisch gebied te transformeren. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) is blij dát er plannen voor het buitengebied liggen. In vrij stevige bewoordingen heeft hij wel zijn bedenkingen geuit bij het feit dat een grens wordt gepasseerd en dit risico's met zich meebrengt. 8
Wethouder Roy Geers noemt als voordeel dat initiatiefnemers in het buitengebied beter kunnen worden geholpen met wat er wél mag. Op het VVD-voorstel het moment om een Omgevingsvisie te herzien via een amendement te bepalen, stelt de wethouder voor dit halverwege een raadsperiode te doen, als ervaren wethouders echt weten waar ze mee bezig zijn. Het is wel aan een volgende raad dat moment te bepalen. Er is uitgebreid contact met buurgemeenten over hun Omgevingsvisies en met de provincie over haar Omgevingsverordening. Soms schuurt het, soms zijn er kansen, zoals een spoorlijn met aanpalende woningbouw samen met Oss. De heer Schuurmans (VVD) vraagt of de zienswijzen van de buren soms verrassen. Wethouder Roy Geers erkent die verbazing. Met Vught is ambtelijk gesproken over de te bewandelen weg. Inwoners letten niet zo op gemeentegrenzen, maar er worden niet zomaar initiatieven ontplooid op de gronden van de buurgemeenten. De samenwerking is hersteld. In Oss is sprake van gezamenlijke belangen en kansen. Met beide gemeenten en met de provincie vindt al jaren structureel overleg plaats. Over de ontsluitingsweg wordt verwezen naar de voor de zomer verstuurde RIB. Omdat dit nog volledig in onderzoek is, staat dit los van de Omgevingsvisie. De bereikbaarheid van De Groote Wielen en het ontzien van omliggende dorpen zijn aandachtspunten.
Er wordt wel gekeken naar een weg via Kruisstraat naar de A59 om het verkeer zo snel mogelijk uit de bebouwde kom te krijgen. De heer Van Griensven (PVV) stelt dat als het debat nog moet volgen het niet in een voorstel moet staan. Wethouder Roy Geers geeft aan dat voor wijzigingen de raad aan zet is. De voorzitter inventariseert de aangekondigde raadsinstrumenten. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) kondigt een motie over de Maastrichtseweg aan en mogelijk iets over Superlandschappelijk Wonen. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) verwijst naar haar punten uit de eerste termijn. De heer Van Hoek (50PLUS) overweegt een motie over de wijze waarop met getrokken lijnen op kaarten wordt omgegaan. De heer Van Griensven (PVV) sluit zich aan bij het stuk waar voorgaande spreker over heeft gesproken en overweegt een motie over oostelijke aansluiting op de A59. De heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) overweegt een motie over de combinatie woningbouw en windmolens in Rosmalen-Oost. De heer Gersjes (VOOR Den Bosch) is niet van zins moties en amendementen in te dienen. Mevrouw Verreijt (Rosmalens Belang) overweegt een amendement op de kaarten bij de Omgevingsvisie. De heer Schuurmans (VVD) neemt in het aangekondigde amendement over tussentijdse aanpassing van de Omgevingsvisie de suggestie van D66 mee.
De voorzitter stelt vast dat dit als bespreekstuk naar de raadsvergadering van 9 september zal worden doorgeleid. Overige punten ter bespreking 7.
Discussienotitie slimmer omgaan met onze ruimte en laadinfrastructuur (VVD) De heer Broekmeulen (VVD) geeft aan dat de fractie denkt dat het huidige beleid heroverwogen
9
zou kunnen worden waarbij inschakeling van de adaptiviteit zou moeten worden overwogen. De laadpaal in de wijk moet plaatsmaken voor snellaadpleinen. Aan de collega's de vraag of zij de huidige nadelen erkennen en of zij snellaadpleinen overwegen. De heer Kanters (Volt) is niet tegen een snellaadplein als 'tankstation voor elektrische auto's. Volt denkt wel anders over de openbare laadpaal. Elektrische auto's worden langzamerhand betaalbaar. Snelladen kost € 0,85 per kW, langzaam publiek laden € 0,32 per kW. De vraag naar openbare palen zal waarschijnlijk groeien. Gezien de woningbouwambities – de nodige hoogbouw – is een thuisaansluiting vaak geen optie. De brede beschikbaarheid van openbare laadpalen is integraal onderdeel van het succes van elektrisch rijden. Een kwestie van aanbod, niet van vraag. De elektriciteitsbehoefte zal op de snellaadpleinen worden geconcentreerd. Zij zullen de netcongestie geen goed doen. De heer Van Boxmeer (De Bossche Groenen) stelt dat efficiënter omgaan met de openbare ruimte een bredere blik vraagt dan enkel de laadpalen. Alle vormen van deelmobiliteit horen hierbij. Dat pad leidt tot minder auto's, minder parkeerdruk en betere mogelijkheden de openbare ruimte efficiënter te gebruiken. Als mensen worden aangemoedigd bij die paal te laden, maakt de parkeerplaats elders plaats voor groen.
De laadhub aan de rand van de stad is achterhaald, de markt heeft dat opgepikt. Wat de VVD voorstelt, is al in werking gezet. De door Volt benoemde netcongestie speelt sterk. Er is een grootverbruikersaansluiting nodig, een transformatorkast. Dat kost jaren. Out of the box denkend, wijst de fractie naar de zware aansluiting op Treurenburg. Als het daar laden wordt gecombineerd met het wegbrengen van afval, is er een win-winsituatie. De heer Van der Kallen (Rosmalens Belang) kiest voor balans en maatwerk. Snellaadpleinen zijn een waardevolle aanvulling, met name aan de randen van wijken en naast verkeersaders, maar ze passen niet overal. Een dorpsplein vol met elektrische auto's en laadinfrastructuur kan niet de bedoeling zijn. Voor mensen met beperkte mobiliteit is wijkgericht laden essentieel, met actieve bewonersbetrokkenheid. Verwezen wordt naar de motie uit 2022 Meer passende laadpunten. Een laadpaal in de straat raakt aan de leefbaarheid van een buurt. Waar een laadplein geen optie is, dient voor maatwerk te worden gekozen. De heer Van Rens (D66) kan dit voorstel lezen als een voorstel tot het grotendeels verwijderen van de bestaande laadpalen om die naar de snellaadlocaties te brengen. Liever zou D66 elke parkeerplaats voorzien van een laadpaal, waarmee de discussie over de status van een parkeerplaats verleden tijd is.
Dus meer laadpalen in de stad in plaats van meer buiten de stad. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) denkt dat dat punt nog niet is bereikt. Er zijn altijd twee plekken vrij en altijd met een laadpaal. De heer Van Rens (D66) benadrukt dat deze discussie gaat over het 's-Hertogenbosch van de toekomst. Duurzaam vervoer op basis van elektriciteit is die toekomst, niet de vervuilende benzineauto. Meer laadplekken op de plek die men verkiest zal leiden tot meer vraag naar elektrische auto's. Zeker gezien de toenemende betaalbaarheid. Het is de vraag of dan de ingegane weg moet worden voortgezet, of moet worden gekozen voor het uitgeven van heel veel geld aan snellaadpalen. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) merkt op dat in de tussentijd de parkeerplekken worden opgeofferd en onvoldoende gebruikt. De vraag is of dat de investering waard is, of dat collateral damage is of een geveinsde behoefte. De heer Van Rens (D66) ziet geen collateral damage. Er is een transitie bezig, die de stad en de aarde leefbaar te houden. Op weg naar duurzamer vervoer tussentijds een zijstapje nemen is niet de keuze van D66. De genoemde parkeerplaatsen staan heel vaak vol en er staan ook vaak andere parkeerplaatsen leeg. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) kan wijken noemen waar bewoners ervaren dat altijd die twee plekken vrij zijn.
Pas op de plaats maken voor het huidige beleid zou een optie zijn.
10
De heer Van Rens (D66) stelt vast dat Leefbaar en D66 het hierin niet eens zijn. De heer Broekmeulen (VVD) benadrukt dat deze notitie niet uitgaat van 2050. Aan D66 de vraag of het de bedoeling is dat in de toekomst alle elektrische auto's in de wijk worden geladen. De heer Van Rens (D66) noemt dat een te letterlijke interpretatie. Uiteindelijk zullen er in de toekomst geen aparte plekken zijn om elektrisch te laden, maar dat dit kan op elke plek waar ruimte is voor een voertuig. Mevrouw Van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) roept in herinnering dat in het verleden de parkeermeter bij elke parkeerplaats moest verdwijnen vanwege straatbeeldvervuiling. De heer Van Rens (D66) denkt dat de analoge parkeermeters door innovatie zijn ingehaald. Stroom uit de lantaarnpaal of uit de grond, vergelijkbaar met het stopcontact onder een kantoortapijt, zullen wellicht een mogelijkheid worden. Er zal dus naar andere opties moeten worden gekeken. Laden in de toekomst is geïntegreerd in de openbare omgeving. Op elke plek een laadpaal ziet hij meer figuurlijk dan letterlijk. Mevrouw Janssen (PVV) wijst op de ruim 1400 laadpalen in Den Bosch. Ondoordacht wordt doorgegaan met plaatsing ervan. Langer thuiswonende kinderen, woningsplitsing en soms niet succesvolle herinrichting van wijken zorgen voor steeds benardere situaties. Een kleine aanpassing kan veel parkeerdruk wegnemen.
In de Gestelse buurt, waar veel tekort aan parkeerruimte is, werden veel laadpalen geplaatst. Dat leidde tot leegstaande plekken in armere wijken waar men geen geld heeft voor elektrisch rijden. De elektrische wagens staan nu aan langere kabels. Buren leerden elkaar kennen via afspraken over verplaatsing van wagens. Snellaadpleinen, ofwel elektrische tankstations, zouden een oplossing zijn als de laadpalen in de wijken verdwijnen, om verdere verzadiging te voorkomen. Zonder zero-emissiezones hebben minder mensen een elektrische auto en laadpaal nodig. Mevrouw Van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) acht actualisatie van het vijf jaar oude beleid op zijn plaats. Parkeerplekken met een laadpaal zijn vaak leeg. De laadtarieven verschillen sterk per wijk. De vraag is of een laadstation een goed idee is, aangezien men de auto liefst voor de deur zet. Eerst laden en dan naar huis rijden, is geen oplossing. Alternatieven weet de fractie niet. De heer Peters (PvdA), mede namens GroenLinks, ziet de toename aan elektrische auto's als een trend die zal versnellen. Een goede ontwikkeling, omdat naast reductie van de CO 2-uitstoot dit ook bijdraagt aan schonere lucht in deze gemeente. Laadpleinen aan de rand van de wijk zouden kunnen bijdragen aan een goede laadinfrastructuur, al zouden die anders worden ingevuld dan de VVD voorstelt.
Snelladers zijn sneller dan normale laadpalen, maar ook duurder. Als eigenaars niet snel weer de weg op moeten, zullen ze liever langzamer en goedkoper laden. Een laadplein zou dan ook combinatie moeten zijn van reguliere laders en snelladers. Zo kan worden gestimuleerd dat mensen langdurig parkeren op een geconcentreerde locatie aan de rand van de wijk. Dat leidt tot minder autoverkeer in de wijk en op termijn tot het omkatten van parkeerplaatsen tot groen of een andere bestemming. De nieuwe stadswijk in De Vliert toont aan hoeveel efficiënter de grond kan worden gebruikt als het parkeren centraal wordt geregeld. Een klein stukje lopen naar de auto, maar meer ruimte voor woningbouw en groen. De heer Broekmeulen (VVD) kiest voor efficiënter ruimtegebruik in combinatie met maximale bereikbaarheid. De vraag aan de heer Peters is hoeveel bereikbaarheid hij wil inleveren. De heer Peters (PvdA) stelt dat vijf minuten lopen of fietsen kan bijdragen aan positieve ontwikkelingen, zoals minder verkeersdrukte in de wijk. Daar wordt iets voor ingeleverd, maar dat komt de leefbaarheid in de wijken ten goede. Mevrouw Janssen (PVV) wijst op mensen die beroepshalve direct inzetbaar moeten zijn.
11
De heer Peters (PvdA) erkent dat er ruimte moet blijven voor mensen die dichtbij huis móeten parkeren. Veel huishoudens echter hebben een tweede of derde auto. Daar is het wel een optie voor. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt of PvdA en GroenLinks erkennen dat het drukken van de parkeernorm in diverse wijken of niet altijd even doeltreffende laadpalen de parkeerdruk enorm opvoeren tot frustratie van inwoners. De heer Peters (PvdA) erkent dat het vervangen van een parkeerplek door een laadplek leidt tot minder ruimte. Laadpalen zijn niet 24/7 gevuld. Juist met laadpleinen kan een oplossing worden gezocht door daar meer auto's te parkeren. Tegenover die concentratie moet parkeerruimte in de wijk worden omgevormd naar groen of andere bestemmingen. Dan gaat de wijk er netto niet op achteruit, maar wordt die wijk veel leefbaarder en kunnen mensen toch hun auto parkeren. Daarnaast heeft de gemeente de opdracht om opladen voor de eigen deur beter mogelijk te maken, bijvoorbeeld door kabelgoottegels of een kabelmat voor het huis te leggen. De fracties zijn benieuwd naar de nu lopende pilot. De fracties zijn het eens met de VVD dat goed naar het inrichten van de openbare ruimte op een grotere hoeveelheid elektrische auto's moet worden gekeken. Dat kan goed samengaan met geconcentreerd parkeren aan de rand van de wijk.
Mevrouw Van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) hoort een tegenstrijdigheid in parkeren aan de randen van de wijk en laden voor de deur mogelijk maken. De heer Peters (PvdA) stelt dat dit goed kan samengaan. Er is niet overal plek om voor de eigen deur op te laden, zoals bij appartementen. Op plekken waar de behoefte bestaat, moet worden bekeken wat er mogelijk is. Een aantal parkeerplekken kan weg, het gaat niet om 100%. De heer Roovers (SP) is het in de probleemstelling wel eens met de VVD, waarbij met name de oudere stadswijken met rijtjeshuizen voor het geestesoog verschijnen. Die zijn qua parkeerdruk niet gebouwd op het autogebruik van nu. Laadpalen worden nu al gebruikt om parkeerplekken te reserveren in wijken waar de parkeerruimte al schaars is. De afhankelijkheid van de benzineauto zal helaas nog wel even blijven bestaan. Het openbaar vervoer wordt er niet betaalbaarder of kwalitatief beter op. Voor een grote groep mensen zal de elektrische auto voorlopig onbereikbaar blijven. Die markt hangt van meer af dan een groeiend aanbod en dus een lagere prijs. Afnemende parkeerplaatsen in wijken waar mensen nog vaak afhankelijk zijn van benzineauto's ziet de fractie. Den Bosch moet af van het idee dat die auto altijd maar voor de deur moet laden. Voor laadpalen aan de randen van buurten en wijken is in elke wijk wel een pleintje te bedenken.
Aan alleen snellaadpunten zitten wel nadelen, zoals netcongestie en betaalbaarheid. Daar zou de VVD over moeten nadenken. De SP steunt de suggestie om het idee los te laten dat je alleen met zo'n auto op zo'n plek mag staan los te laten. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt hoe wordt voorkomen dat de laadpaal onbenut blijft voor een volgende lader. De heer Roovers (SP) acht het inefficiënt de laadpalen die er al staan te verwijderen. De constatering van de VVD is dat de aanvragen die nu worden gedaan eigenlijk nooit worden afgewezen. Nieuwe laadpalen zouden allereerst op pleintjes aan de randen moeten worden geplaatst. Dan zal men even twee straten moeten lopen. Dat is niet onredelijk. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) zou willen loslaten dat men bij een laadpaal ook moet laden. Volgens de PvdA worden ze heel goed gebruikt, dus hoe wordt dat dan opgelost. De heer Roovers (SP) betwijfelt of ze goed worden gebruikt. Het laden wordt nu gebruikt om een parkeerplaats te reserveren. Van één paal kunnen vier parkeerplaatsen eromheen gebruik maken. Schaarse parkeerruimte moet rechtvaardig worden verdeeld. De heer Van Boxmeer (De Bossche Groenen) merkt op dat het plaatsen van een laadpaal leidt tot het onttrekken van een parkeerplaats.
12
De heer Roovers (SP) vindt dat een 'redenatie vanuit het stadhuis': het is een plek waar een auto staat, dat is een parkeerplaats. Het gevolg van het beleid is nu dat een select groepje mensen er gebruik van kan maken. Dat is niet rechtvaardig in wijken waar parkeerruimte schaars is. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) leest in het Actieplan Duurzame Mobiliteit dat hier adaptief mee moet worden omgegaan. Dat geldt doorlopend, het is een bouwsteen van het beleid. Zeker bij duurzaamheid moet altijd de vinger aan de pols worden gehouden of de theoretische doelstellingen – soms wensdenken – stroken met de realiteit en de last die samenleving ondervindt. Nadeel van het laadpalenbeleid is dat die plekken nooit worden gebruikt. Op elk tijdstip van de dag zijn er altijd twee plekken vrij. Dan hoeft een bewoner het stadhuis niet serieus te nemen. Het stadhuis zet vinkjes op een duurzaamheidsdoel. De gemiddelde bewoner van een sociale huurwoning schaft geen Tesla aan. De vraag is waarom dat beleid koste wat het kost wordt doorgevoerd. Dat mag wél ten koste gaan van de al geplaatste laadpalen. De parkeerplekken moeten worden teruggegeven aan de wijk. In Orthen worden boetes al niet meer uitgeschreven. De heer Van Rens (D66) wijst op de door de gemeente afgesproken duurzaamheidsdoelen.
Dat is niet omdat dat zo leuk is, maar omdat het nodig is om de stad en uiteindelijk de aarde leefbaar te houden. Soms is de lange termijn – letterlijk droge voeten houden - zo belangrijk dat die maatregelen vraagt die minder fijn zijn voor de korte termijn. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) is geen klimaatontkenner, maar wil hier geen klimaatdebat houden. Hij wil dit wel benaderen in de nettoresultaten die daadwerkelijk worden behaald. Als het beleid leidt tot een zo sterk gedrukte parkeernorm past die niet meer bij de behoefte in die wijk. De auto's verdwijnen niet, die gaan ergens anders staan. De voor Leefbaar retorische vraag is of D66 het klimaat dient of haar geweten. De vraag aan de VVD is hoe haar openingszet wordt verzilverd in een werkwijze die naleving afdwingt. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) waakt voor de illusie dat brandstofauto's een-op-een worden vervangen door elektrische auto's. Het STOMP-principe is voor deze raad leidend. Sturen op vervanging van de auto is niet duurzaam. Als er toch auto's nodig zijn, moeten die elektrisch zijn. Overal snellaadpleinen is in de praktijk minder handig dan het lijkt. Snellaadpunten zijn vooral nuttig langs snelwegen en bij knooppunten. Juist daar bedienen commerciële aanbieders die markt al.
Voor dagelijks gebruik is overal snellaadpleinen bouwen minder duurzaam vanwege de grootte en het energieverlies dat groter is dan bij reguliere laadpunten. Bovendien vragen grote laadpleinen meer verharding dan losse laadpunten. Laden op plekken waar auto's tijdens de werkdag al stilstaan, werkt prima en is goedkoper, duurzamer en praktischer. Snellaadpunten kunnen een aanvulling zijn, doch slechts op de strategische plekken waar het al gebeurt. De heer Van Hoek (50PLUS) stelt dat in de honderd jaar dat auto's door brandstof worden aangedreven er nooit bij elke parkeerplaats een benzinepomp stond. Dat is nu ook niet nodig. Opladen kan langzamerhand net zo snel als het vullen van een gastank. Dat betekent elektriciteit tanken op een plaats waar die wordt verkocht. Zo komen er parkeerplaatsen terug in de wijken die zijn bedoeld om inwoners te laten parkeren. Op dit moment kunnen slechts weinig auto's een vermogen van 400 kW opnemen. Bij oudere types duurt het toch lang, ook bij een paal met hoog vermogen. Ook is de vraag of Enexis het gevraagde vermogen kan leveren. Al met al verdient het VVD-voorstel een gedegen onderzoek. De fractie ziet de elektrische auto als een tussenvorm die slechts pseudo-duurzaam is. Zon en wind omzetten in waterstof is de toekomst.
De heer Kanters (Volt) wijst op de denkfout inzake snellaadpleinen als vervanger voor parkeerplaatsen: op snellaadpleinen kan men niet zo lang blijven staan. De heer Van Hoek (50PLUS) ontkent dat snellaadpleinen het parkeren in de wijk vervangen. Een snellaadplein kan de kleine laadpalen in de wijk vervangen, zodat dat weer reguliere parkeerplaatsen worden. Ruimte terugwinnen voor de wijken. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) onderschrijft het belang van adaptief met mobiliteitsbeleid omgaan. Plannen richting 2050 moeten tussentijds bijgestuurd kunnen worden als ze 13
knellen. Zeker voor mensen die afhankelijk zijn van een brandstofauto. Duurzaamheidsambities schieten door ten koste van praktische bereikbaarheid en betaalbaarheid. Leefbaarheid, bereikbaarheid en de portemonnee van de inwoners komen boven het milieubelang. Het verdwijnen van reguliere parkeerplaatsen in wijken is een nadeel van het laadpalenbeleid. Vooral in de binnenstad mogen laadpalen niet ten koste gaan van de schaarse parkeerruimte. Mantelzorgers en kleine ondernemers moeten in de nabijheid kunnen parkeren, net als werkbussen. Snellaadpleinen ja, mits goed ingevoerd op strategische locaties als de randen van de wijk, winkelcentra of tankstations of bij verkeersaders en transferia. Zo wordt tegemoetgekomen aan de groei van elektrisch rijden, zonder dat parkeerplaatsen worden opgeofferd. De gemeente moet duidelijk communiceren waar wel of geen laadpalen komen en waarom. De heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) vindt van belang hoe de gemeentelijke parkeernorm evolueert. Onderbelicht is de leeglooptijd in het oplaadproces: een reeds opgeladen auto die op de laadplek blijft staan. Als er geen oplaadbehoefte is, leidt dat tot een ongebruikte parkeerplaats. Een blauwezonebeleid kan als tussenoplossing dienen. Het is tijd dat dit vraagstuk adaptief wordt benaderd. Het huidige laadpalenbeleid heeft nadelen.
Oplaadpleinen kunnen in drukke gebieden een oplossing zijn, bij flats en hoogbouw. Snelladen aan de randen van de wijken wordt ondersteund. De heer Schuurmans (VVD) rondt af. De opzet van deze notitie is niet huidige laadpalen weg te halen, maar wel de vraag te stellen of de juiste weg wordt bewandeld. Het kostenverschil tussen snelladen en minder snel is een punt. Tanken langs de snelweg is ook duurder maar levert tijdwinst op. Hier ligt een uitdaging. Qua netcongestie is sprake van piekuren op de dag, waarbij de stroomtoevoer wordt stilgelegd en via een batterij een periode wordt overbrugd. De vraag hoelang Enexis nodig heeft voor de aansluiting, is relevant voor de uitwerking. Gewezen wordt op de ideologische verschillen, waarbij de VVD minder wil inleveren op de bereikbaarheid dan anderen. Alleen aan de randen van wijken parkeren is te veel geredeneerd vanuit jong, hoogopgeleid en mobiel. Ouderen en hulpverleners die dicht bij huis moeten parkeren hebben een andere behoefte. Dit vraagt om differentiatie en uitwerking van de verschillen. Gewezen wordt op de 570.000 elektrische auto's op een totaal van 9,4 miljoen. Tot dit verandert, zijn er weinig alternatieven. De fractie beraadt zich op een vervolg. 8.
Discussienotitie evaluatie groennorm (GL, PvdA) De heer Bos (GroenLinks) wijst op toenemende weersextremen die vragen om een stevige vergroeningsimpuls. Via de gebiedspaspoorten is afgesproken 10% meer groen te realiseren. Die ambitie verdient concretisering. De groennorm is vijf jaar geleden ingesteld om groen niet langer het sluitstuk van bouwplannen te laten zijn. Het is tijd om na te gaan of de norm het effect heeft gehad dat de raad voor ogen had in zowel proces als resultaat. In de veranderde wereld mag de lat nu hoger worden gelegd. Tegelijk wordt steeds vaker gekozen voor verdichting en inbreiding. Dat vraagt om nieuwe antwoorden als verticaal groen en groene daken. Onderhoud is daarbij een uitdaging die kan worden opgepakt als stadsecologen, woningcorporaties, huurdersverenigingen en de gemeente kennis en ervaring delen. Op de korte termijn kan iets worden gedaan aan het ongelijkmatig over de gemeente verdeelde groen. Juist in wijken met veel corporatiewoningen is relatief weinig groen. Veel tuinen van corporatiewoningen zijn volledig versteend. Dat moet slimmer, via afspraken met corporaties in het Duurzaamheidsakkoord. Vergroening bij wisseling van bewoners en actief ondersteunen van het zelf meer toevoegen van groen door bewoners. natuurlijke vergroening leidt dan tot een prettiger leefomgeving en een lagere energierekening.
De heer Verbruggen (D66) stelt dat de gemeente moet blijven werken aan de duurzaamheidsopgaven. De fractie ondersteunt meer vergroening, zeker via creatieve vormen. De hoogte in en versterking van het huidige groen, naast de normering bij nieuwbouw. De slogan van Breda is 'Stad in een park'. 's-Hertogenbosch zou een 'Stad in een bos' kunnen worden. Naast kwantiteit speelt ook de kwaliteit van groen. Creatief, de hoogte in en op daken en rekening houdend met de schaarse ruimte. Ruimte voor bewegen en uitlaatroutes spelen ook een rol. Voorzieningen en functies kunnen niet altijd worden gecombineerd. Met plagen door invasieve soorten moet rekening worden gehouden. Deze discussie kan bijdragen aan de eerder in het kader van de Omgevingsvisie besproken ontwikkellijn Grootschalig vergroenen. Concrete afspraken voor vergroening met projectontwikkelaars en corporaties hebben de steun van D66. Een praktische
14
handreiking voor verticaal onderhoud en beheer is sympathiek, maar is in eerste instantie aan de markt. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) onderschrijft dat het tijd is voor een evaluatie van de groennorm. De huidige norm was vijf jaar geleden vernieuwend, maar heeft het risico van de wet van de remmende voorsprong in zich. Als aandachtspunten ziet de fractie de groenscores, die destijds uitdagend waren, maar nu vrij eenvoudig te behalen. De punten zijn nu makkelijk te halen. De lat mag hoger worden gelegd. De papieren werkelijkheid verschilt van de praktijk. Uit steekproefsgewijze controles blijkt dat van de tien gecontroleerde projecten er slechts drie voldeden aan de gemaakte groenafspraken. Dit vraagt om meer duidelijkheid vooraf en consequente controle. Wat de zonering van de groennorm in de Brede Binnenstad betreft, is er begrip dat vergroenen in de historische binnenstad lastiger is. Rondom de binnenstad wordt nu gebouwd zoals in de Bossche Stadsdelta, met een lage norm, terwijl er nog volop ontwerpvrijheid is. Nieuwe delen van de binnenstad zouden dan ook niet onder norm van de historische binnenstad moeten vallen. Het onderzoek van de Hogeschool van Amsterdam waar de huidige groennorm op is gebaseerd adviseert een norm van 18% tot 35% voor historische binnensteden. De Brede Binnenstad staat op een schamele 15% en gaat met het gebiedspaspoort naar 25%.
Voor nieuwe ontwikkelingen in het stadscentrum, die geen historische binnenstad is, zou de norm voor stedelijk woonmilieu moeten gelden, nu 35%, straks 45%. Tuinen zijn de sleutel tot meer vergroening. Veel tuinen zijn versteend, ook bij nieuwbouw. Juist daar kan worden gestuurd door het stellen van een maximaal oppervlak dat mag worden verhard. De heer Rozenberg (CDA) staat positief tegenover vergroening, mits beleidsaanpassingen haalbaar en betaalbaar blijven, vergroening niet ten koste gaat van woningproductie en bestaand particulier initiatief wordt gestimuleerd in plaats van extra regels. Ambitie en uitvoerbaarheid dienen in balans te zijn. Publieke en private verantwoordelijkheden verdienen een zorgvuldige afweging. Het CDA is benieuwd naar de tussenstand van de effecten van de groennorm sinds 2021. De heer Bos (GroenLinks) geeft aan dat het effect van de groennorm uit de evaluatie moet blijken. Aan het CDA de vraag hoeveel plannen van initiatiefnemers zijn afgewezen omdat ze niet voldeden aan de groennorm. Hij weet zelf het antwoord: nul. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) ziet geen noodzaak tot evaluatie van de groennorm. De fractie ziet dit onderwerp niet als primaire taak voor deze lokale overheid. De heer Bos (GroenLinks) stelt dat het leefbaar maken van wijken juist een prioriteit van een gemeente is.
De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) erkent dit, maar meent dat dit met de huidige groennorm in de basis al gebeurt. De heer Bos (GroenLinks) ziet nog steeds veel versteende tuinen, vooral in wijken met veel corporatiewoningen. Juist in de afgelopen weken met hoge temperaturen kan vergroening leiden tot veel verkoeling. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) herkent de versteende tuintjes in bijvoorbeeld de Kruiskamp. De vraag is of de groennorm moet worden aangepast voor afspraken met de corporaties. De heer Bos (GroenLinks) wil naast de groennorm ook het Duurzaamheidsconvenant tegen het licht houden. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vindt op zichzelf dat de versteende tuintjes afbreuk doen aan de openbare ruimte en de leefbaarheid. Rotzooi trekt rotzooi aan. Hier kan de gemeente nu al de corporaties op aanspreken, 'doe iets aan die tuintjes'. Dat nu de groennorm makkelijk kan worden behaald, betekent niet dat dit moet worden bemoeilijkt. Het effect van de huidige groennorm is een interessante vraag. Meer criteria stellen aan de woningbouwprojecten baart wel zorgen. Er is nog nooit een project afgewezen op de groennorm, maar er is sprake
15
van een cumulatief effect van wat er al wordt gevraagd. Men staat al niet in de rij om te bouwen. Hoe minder eisen en regels, hoe beter. Er zijn vorig jaar 666 woningen gebouwd. De heer Van Hoek (50PLUS) vraagt zich af of de heer Kagie niet geïnteresseerd is in een evaluatie in de vorm van een kosten-batenanalyse. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) is blij met de correctie. De notitie gaat uit van het per definitief verhogen van de groennorm. Evalueren van wat de norm nu doet, is prima. De heer Schuurmans (VVD) hecht waarde aan een groene en leefbare stad. De balans tussen wonen en ondernemen, natuur en recreatie is van belang. Groen als doel op zich mag de prioriteit van voldoende huizen niet in de weg staan. Uitgangspunt is stimuleren en faciliteren waar het kan, terughoudendheid in het stapelen van nieuwe eisen en verplichtingen. Het is inderdaad tijd voor een evaluatie. Die kan ook tegenvallen. De vraag is hoe de groennorm kan worden vereenvoudigd en effectiever gemaakt zonder de bouw te vertragen, met behoud van de ambitie van een leefbare, groene omgeving. Verhoging van het groenpercentage kwalitatief en kwantitatief wijst de VVD af. De heer Bos (GroenLinks) vraagt of de stelling dat regelgeving niet vertragend mag werken op woningbouw in absolute zin geldt.
De heer Schuurmans (VVD) vindt dát te generiek, maar bij de stapeling van ambities – als de groennorm niet wordt gehaald, moet worden gestagneerd – geldt dit voor de VVD wel. Als de parkeernorm naast de groennorm wordt gelegd, wordt hier voorgesteld de groennorm te evalueren. Discussies over de parkeernorm gaan veelal over verlaging. Daarmee is het perspectief van de discussie anders. De heer Bos (GroenLinks) stelt dat er nog geen initiatieven zijn afgewezen op basis van de groennorm. Er zijn wel plannen teruggestuurd omdat ze niet aan de parkeernorm voldeden. De heer Schuurmans (VVD) reageert dat als de evaluatie van de groennorm er komt met als politiek uitgangspunt dat die sowieso wordt verhoogd dan kan dit wel gaan gebeuren. In de parkeernorm wordt voor de VVD de bereikbaarheid fundamenteel uitgewerkt voordat plannen worden ingezet. Ook dát is een politieke kleur. Daarom is de parkeernorm anders dan de groennorm. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) vraagt zich af of vertraging van de woningbouw niet in een ander debat thuishoort. Het is onterecht dat te projecteren op een groennorm. Dat vraagstuk zou dan los geagendeerd moeten worden. De vraag is nu vijf jaar na de introductie van de groennorm of het tijd is voor evaluatie.