Concept verslag Commissie Omgeving 17 juni 2025
Tekst van het document
Het STOMP-principe wordt niet onderschreven omdat hier meer prioriteit wordt gegeven aan duurzame mobiliteit en minder prioriteit aan minder duurzame mobiliteit zoals de auto. Per wijk moet naar behoeftes worden gekeken. De balans ligt in een goede bereikbaarheid voor alle modaliteiten. Er is geen voorkeursbeleid nodig. Naar nieuwe plekken voor fietsparkeren kan op creatieve wijze worden gezocht zonder dat autoparkeerplaatsen vervallen. Goede verlichting bij fietspaden en handhaving op scooter- en fatbike-overlast maken fietsen in en tussen wijken aantrekkelijker. In aanvullende OV-diensten, OV-hubs en de first en last mile wil de fractie niet investeren. Bravoflex is bezig met nieuwe regelingen, evaluaties uit andere gemeenten moeten worden afgewacht. Oplossingen zijn aan de markt. Voor het betaalbaar en toegankelijk houden van de mobiliteit volstaat het toerusten van lijndienstbussen op de groepen met laag inkomen en beperkte mobiliteit. Behoefte aan aanpassing kan vanuit de doelgroep worden aangegeven. De Bossche Pas kan een oplossing zijn. Initiatieven in deelmobiliteit wijst de fractie categorisch af zolang er geen aantoonbare behoefte is. Deelfietsen en dergelijke kunnen door de markt of degenen die dit zelf willen worden opgepakt. Een gemeentelijke rol is niet aan de orde, de belastingen zijn al hoog. Er moet altijd worden gezorgd voor voldoende parkeerplekken.
Parkeerregulering tot borging van een duurzaam evenwicht in buurten of wijken kan, zolang een normale parkeernorm wordt gehanteerd, zonder sturing of restrictie.
16
Mevrouw Samshuijzen (PvdD) wijst op de discrepantie tussen het afwijzen van belastingverhoging door de PVV enerzijds en het pleidooi voor 'altijd voldoende parkeerplekken', wat hoge kosten met zich meebrengt. De heer Van Griensven (PVV) stelt dat de parkeerplaatsen er überhaupt moeten zijn om te voorkomen dat er geen mensen meer in de binnenstad komen. Transferia zijn alleen een oplossing in de stad. Nuland en Vinkel hebben een auto nodig zolang fatsoenlijk OV ontbreekt. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) wijst op de 25.000 woningen die erbij komen. De PVV volgend gaat zij uit van twee plekken per woning, ofwel 50.000 parkeerplekken. Zij vraagt of de PVV zich realiseert wat dit in ruimte en in geld kost. De heer Van Griensven (PVV) weet dat dit veel kost, maar stelt dat het duurzaamheidsplan ook veel kost. Daar kan ook op worden bezuinigd om niet op parkeerplaatsen te hoeven beknibbelen. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) merkt op dat de PVV aangeeft de gemeentelijke belastingen niet te willen verhogen, maar kennelijk wel als dat voor de aanleg van parkeerplaatsen moet. De heer Van Griensven (PVV) zegt dat steeds meer zaken duurder worden, zoals duurzame vrachtwagens bij de Afvalstoffendienst. Die leiden tot een belastingstijging met 25%. Zo gaat het met steeds meer dingen. Die extra parkeerplaatsen zijn prima. Iedereen moet zich kunnen vervoeren zoals die wil.
De parkeerplaatsen passen volgens de wethouder niet meer in de plannen omdat die anders te duur worden. Dat komt door de duurzaamheidsinvesteringen. Als die worden geschrapt, kunnen er gewoon parkeerplaatsen worden gemaakt. De heer Broekmeulen (VVD) vraagt of de fractie onderschrijft dat het niet realiseren van parkeerplaatsen veel economische activiteit kost en daarmee veel geld kost. De heer Van Griensven (PVV) onderschrijft dit. De heer Ploegmakers (CDA) hoort dat de PVV niet wil investeren in deelvervoer. Hij vraagt of de PVV onderschrijft dat een seniorenbus ook deelmobiliteit is. Daar wordt wel degelijk in geïnvesteerd. De PVV zegt dat in die oudere mensen in die seniorenbus geen geld meer moet worden gestopt en dat die het maar moeten uitzoeken. De heer Van Griensven (PVV) wil niet voor iedereen alles betalen. Aan de vrijwilligers op die bussen mogen best wat kleine middelen worden toegestoken. Maar niet aan iedereen die zelf vervoer kan regelen. Ouderenvervoer richt zich vooral op de verder weg gelegen gebieden waar nu veelal geen OV is. Wat abonnementen op transferia in de praktijk betekenen, is een vraag voor de fractie. Als daar meer wordt geparkeerd, heeft dat mogelijk effect op de capaciteit. Minder parkeerplaatsen bij herontwikkelingslocaties is een ontkenning van de realiteit. Mensen rijden in auto's en dat blijven ze doen.
Deze stap sluit mensen die van de auto afhankelijk zijn buiten. Wie vervoersmiddelen wil delen, moet dat zelf regelen. Als het zonder financiële steun van de gemeente niet kan, is het niet levensvatbaar of gewenst. De heer Kanters (Volt) wijst er op dat bijna 10% van de Nederlandse huishoudens geen auto kan betalen. Gevraagd wordt hoe de PVV daarmee omgaat. De heer Van Griensven (PVV) wijst op de fiets en het OV als alternatief. Wie een auto wil delen, mag dat doen, maar dan zonder hulp van de gemeente. De heer Kanters (Volt) vraagt of de fractie deelmobiliteit ten gunste van de allerarmsten ondersteunt. De heer Van Griensven (PVV) vindt dat de gemeente niet te veel moet sturen. Een buurman of familielid kan iemand ook brengen en halen.
17
De heer Hoeben (De Bossche Groenen) vraagt welke volgorde de PVV zou aanbrengen in de STOMP-letters. De heer Van Griensven (PVV) stelt ze alle gelijk. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) wijst erop dat daar de ruimte voor ontbreekt. Er moeten prioriteiten worden gesteld binnen de schaarse ruimte. De heer Van Griensven (PVV) geeft aan dat men op een fietspad niet met de auto kan komen. Mevrouw Van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) citeert de zinsnede uit het stuk dat iedere inwoner van Den Bosch zich betaalbaar en binnen redelijke tijd van A naar B moet kunnen begeven. Dat is minder vanzelfsprekend dan het lijkt. In het logisch, snel en betrouwbaar vervoerd worden, wringt het soms. OV is vaak duurder dan de auto, zeker voor mensen met een laag inkomen of voor mensen die afhankelijk zijn van meerdere vervoersmiddelen. De keuze die dan wordt gemaakt, is vaak in het nadeel van het OV. Tegelijk wil de gemeente dat mensen minder vaak in de auto stappen om de stad leefbaar te houden. Dat vraagt om échte alternatieven, goed OV dat écht rijdt waar mensen wonen, om veilige en snelle fietsverbindingen en ruimte om te parkeren, zonder frustratie of straf. Ook de kleine kernen moeten goed bereikbaar blijven met het OV. Door alles te centreren op of rond het centrum, worden de kernen op achterstand gezet. Deelmobiliteit is een mooie aanvulling, maar niet dé oplossing.
Het initiatief is aan de markt. De gemeentelijke rol beperkt zich tot een faciliterende. Deelmobiliteit mag niet ten koste gaan van de openbare ruimte op parkeerdruk. Parkeerplaatsen wil de fractie niet opofferen. De fiets of het OV moeten worden gestimuleerd – met verleiding, niet via frustratie – de auto blijft voor veel mensen noodzakelijk. Er zijn genoeg fietsparkeerplaatsen in de stad. Het probleem is niet het aantal, maar dat mensen hun fiets tot aan hun stoel willen meenemen. De discussie over gedragsverandering moet eerlijk worden gevoerd. De heer Bos (GroenLinks) vraagt of de beoogde gedragsverandering voor fietsers om niet altijd voor de deur te willen parkeren ook voor autogebruikers geldt. Mevrouw Van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) struikelt niet over auto's die vlak voor de deur staan, in tegenstelling tot bij winkelcentrum Arena waar fietsen de boel blokkeren. Als een fiets op een fietsparkeerplek parkeert zoals een auto op een autoparkeerplaats is het probleem opgelost. De heer Bos (GroenLinks) verwijst naar het Goudappel-rapport dat de stad volloopt met auto's en dat daar misschien dezelfde gedragsverandering kan plaatsvinden. Mevrouw Van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) heeft het over gedragsverandering: fietsen moeten worden geparkeerd op fietsparkeerplaatsen, wat niet gebeurt, en auto's worden wel op autoparkeerplaatsen geparkeerd.
Het gaat niet over minder auto's maar over parkeren waar het moet. De heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) herkent de centrale doelen, maar ook de samenhang en onderlinge strijdigheid van de thema's. De vraag is wanneer de beleidskeuzes echt gemaakt gaan worden. Het STOMP-principe heeft de fractie voor de Brede Binnenstad vorig jaar al ondersteund, vooral in relatie tot een verkeersluwe binnenstad. Met name S en T moeten daar worden gestimuleerd. Het MaaS-principe blijft in het totaal van STOMP eigenlijk onderbelicht. Met name in kantoor- en bedrijfsomgevingen valt hier veel te winnen. Voor wijken en dorpen heeft de auto meestal de voorkeur. STOMP is daardoor wel locatiegebonden. De voorstellen aangaande fietsen worden positief benaderd, in de stad en in de wijken en dorpen. Op bepaalde plaatsen is fietsparkeren ten koste van autoparkeren aan te bevelen, maar niet overal. Dat is een te maken beleidskeuze. De fractie bepleit omgangsregels, met name waar snelheidsverschillen spelen (e-bikes) en een lik-op-stukbeleid bij wangedrag met fatbikes. Dat is meer regelgeving. Wat veilig fietsen betreft, wordt de Driesprong in Rosmalen onder de aandacht gebracht. Het OV is 'weggegeven' aan de provincie. Als de gemeente écht iets wil, moet zij dat oppakken én betalen.
De first en last mile en aanvullende openbaarvervoerswensen aldaar zijn zeer wenselijk, maar vragen om goede definiëring én een 18
uitspraak over financiële inspanningen. Ook hier kan MaaS – ook wel vervoersmanagement – een rol spelen, met deelmobiliteit in de breedste zin als sleutelwoord. In Mobiliteit Voor Iedereen kan de Bossche Pas inderdaad een rol spelen. Parkeren verdient een aparte behandeling door dit uit het mobiliteitsbeleid te halen. De heer Den Hartog (PvdA) kan zich vinden in de vijf doelstellingen, waarbij het accent op inclusie (iedereen moet ergens kunnen komen, zij het niet met elk vervoersmiddel) en duurzaamheid wordt gelegd. De heer Broekmeulen (VVD) vraagt of de reistijd een rol speelt. De heer Den Hartog (PvdA) bevestigt dit, maar dat laat onverlet dat men niet altijd elke afstand met elk vervoersmiddel hoeft te kunnen overbruggen. STOMP wordt ondersteund, waarbij wel wordt gekeken naar de verschillende deelgebieden. In de wijk en dorpen buiten de ring kan dit minder scherp worden toegepast. Ruim baan voor de fiets binnen het STOMP-principe. Verbinding tussen de wijken en dorpen via doorstroomassen die qua snelheid kunnen concurreren met de bereikbaarheid via de auto. Ook tussen Den Bosch en omliggende gemeenten is dit van belang. De first en last mile dienen goed te worden gefaciliteerd. Er moet ruimte zijn voor deelfietsen als serieus alternatief dat prettig en veilig voelt. Bushaltes dienen kwalitatief goed te zijn en goed verlicht.
Ten behoeve van de smalle beurs dient de mobiliteit te 'landen' in de Bossche Pas. Een motie wordt aangekondigd. Fysiek beperkten moeten ook worden gefaciliteerd. Een sturend parkeerbeleid heeft de voorkeur om de omslag naar duurzaamheid te stimuleren. Met meer aandacht voor deelmobiliteit kan de parkeernorm wellicht omlaag waardoor meer woningen kunnen worden gebouwd. Slimmer omgaan met parkeren kan leiden tot meer ruimte voor vergroening en ontmoeting. De heer Broekmeulen (VVD) vraagt of maximaal vergroenen voor de PvdA kan zonder parkeerplaatsen weg te halen. Gevraagd wordt ook of een restrictief parkeerbeleid in bijvoorbeeld De Groote Wielen geldt als inclusief mobiliteitsbeleid. De heer Den Hartog (PvdA) ziet de mobiliteit veranderen en daarmee op termijn de behoefte aan parkeerplaatsen. In een gebied als De Groote Wielen moet gebiedsgericht worden gekeken wat wel mogelijk is en wat niet, zoals ook STOMP binnen en buiten de ring anders worden toegepast. De heer Broekmeulen (VVD) stelt dat schrappen van parkeerplaatsen ten koste kan gaan van de inclusiviteit: men kan dan zonder auto niet bij het ziekenhuis komen. De gemeente gaat niet meer over haar OV-concessie, terwijl er wel op wordt vooruitgelopen. De heer Den Hartog (PvdA) stelt dat de keuze afhangt van waar de ruimte is en hoe die wordt gebruikt, binnen de ring dus anders dan erbuiten.
Goede keuzes zijn daarin wel nodig. De heer Ploegmakers (CDA) vraagt naar de aangehaalde regeling voor de minima voor het OV op de Bossche Pas. De heer Den Hartog (PvdA) geeft aan dat de motie niet per definitie over het OV gaat. Mobiliteit moet kunnen 'landen' in de Bossche Pas. Die ruimte blijft nog open. De heer Ploegmakers (CDA) haalt de landelijke discussie over een OV-regeling voor de minima aan, waar het rijk miljoenen euro's voor wil uittrekken. Hij zou die discussie afwachten. De heer Den Hartog (PvdA) wacht liever niet op landelijk beleid en kiest voor een visie waar Den Bosch zélf voor staat. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) brengt de noodzaak van een tweede of derde auto ter sprake van iemand die niet bij de ouders weg kan. Gevraagd wordt of de PvdA het duurzaamheidsdoel kiest of parkeerplekken gaat opeisen. De heer Den Hartog (PvdA) ziet geen tegenstelling. De parkeerplek kan ook aan de rand van de wijk gesitueerd zijn. 19
De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt of die parkeerplek er wel ís, zij het mogelijk niet voor de deur. Reactie college Wethouder Roy Geers heeft vijf vragen genoteerd. Inzake de bereikbaarheid van De Groote Wielen is al eerder een bericht vóór de zomer toegezegd met een uitwerking van de plannen. Dat streven is er nog steeds. Als de plannen meer concreet worden, worden de kosten duidelijker. Dan wordt ook naar cofinanciering gekeken. Een goede bereikbaarheid is onlosmakelijk verbonden met de woningbouw. Er worden data verzameld omtrent de 'diversiteit in fietsbewegingen'. De betekenis en betrouwbaarheid van de informatie moet nog worden beschouwd, waarna duidelijk wordt welke analyse mogelijk is. Onduidelijk is nog of dit zinvolle informatie wordt en wanneer die er is. Commerciële initiatieven tot deelmobiliteit ondersteunen is in sommige gevallen een mogelijkheid. Het college hoort graag of de commissie daarvoor openstaat. Er zijn in deze discussie veel meer wensen geuit dan alleen op dit onderwerp. Dat zou betekenen dat er geld bij moet voor mobiliteit. Dat gaat ten koste van andere zaken. Hier is de vraag of Den Bosch wil faciliteren of mogelijk ook participeren. De gemeente groeit niet omdat die wil groeien, maar omdat er behoefte is aan woningen en daarmee samenhangend werkgelegenheid. Daarmee neemt de druk op infra toe.
Ambities vragen om keuzes die de raad en het colleges in de toekomst maken. Los van de vragen gaat hij in op het debat over hogere parkeerdruk in wijken met gereguleerd parkeren. Bij het invoeren van gereguleerd parkeren neemt de parkeerdruk af. Dat is gevoelsmatig. In diverse wijken met gereguleerd parkeren is de parkeerdruk daadwerkelijk gemeten. Er is een nieuwe meting gaande, zodat kan worden vergeleken. Meer informatie volgt. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) snapt niet wat er gevoelsmatig kan zijn in iets wat gewoon kan worden gemeten. Wethouder Roy Geers geeft aan dat bewoners persoonlijk terugkoppelen dat er echt meer ruimte is en er zelfs parkeerplaatsen leeg staan, zodat men niet hoeft te zoeken. Bravoflex was een maand geleden het onderwerp van een regionale bijeenkomst voor raadsleden. Een raadslid dat ook Statenlid is, was daar aanwezig en toonde zich positief verrast over Bravoflex. In West-Brabant is Bravoflex nu uitgerold en in uitwerking. Daar worden de eerste ervaringen opgedaan. In de Bossche regio gebeurt dat per 2026, een jaar voor de nieuwe concessie. Momenteel worden haltes ingedeeld. De uitstraling is tot op heden positief. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) was ook bij die bijeenkomst aanwezig en hoorde daar, gechargeerd gezegd, dat Bravoflex alles ging oplossen. Zij hoopt dat dit echt zo is.
De oproep aan het college is daar bovenop te zitten: komen er wel genoeg Bravoflex-haltes en opstappunten. Zij vraagt een toelichting op hoe de wethouder de beschikbaarheid van Bravoflex ziet en of hij er bij de provincie achteraan blijft zitten. Wethouder Roy Geers is daar volop mee bezig. De haltelocaties worden met de provincie bepaald en de bedoeling is dat in één keer voor de hele gemeente te implementeren. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) is in verwarring. Er zou een káns zijn dat het netwerk in de toekomst niet hetzelfde is als voorheen. Nu wordt Bravoflex ineens geïmplementeerd per 1 januari a.s. Leefbaar heeft als laatste bericht gehad dat de raad vanuit de concessie zou horen hoe dekkend het huidige netwerk was en dat Bravoflex hoogstens een toevoeging was. Wethouder Roy Geers ziet Bravoflex als een belangrijke aanvulling op de nieuwe concessie. Dat is op verzoek van de raad nadrukkelijk aan de provincie gemeld. Bravoflex is enorm belangrijk en daarmee staat of valt de kwaliteit van de nieuwe concessies, hoewel de provincie dit als twee losse zaken ziet. Den Bosch ziet dat gekoppeld en is blij dat in West-Brabant de eerste ervaringen worden opgedaan en dat per januari 2026 het in Den Bosch al kan draaien en ook echt werkt voordat de nieuwe concessie daadwerkelijk ingaat. .
20
De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) weet niet beter dan dat in de vorige communicatie Bravoflex een pilot was die bij eventuele gaten of mindere prestaties van het netwerk een aanvulling kon zijn. Nu wordt het gepresenteerd als een urgente aanvulling die al wordt geïmplementeerd. Dit vraagt om meer informatie. Wethouder Roy Geers herkent het woord pilot niet waar het Bravoflex betreft. Het college heeft met de provincie aangegeven dat het een belangrijke aanvulling is, die zich nog wel moet bewijzen. Dat gebeurt al steeds meer in West-Brabant. Lokaal en regionaal is al sprake van implementatie in de Bossche regio. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) heeft vooral moeite met het woord 'bewijzen'. Als een serieuze bouwsteen in het lokale OV-netwerk een partij is die zich nog moet bewijzen, wil hij van de wethouder een schriftelijke uitleg hoe Den Bosch dit gaat monitoren, wat de verhouding tussen Bravoflex en regulier OV is en hoe wordt voorkomen dat het OV lijdt als Bravoflex tegenvalt. Zijn fractie heeft het beslismoment hierover kennelijk gemist, maar er hangt nogal wat aan vast voor de bereikbaarheid van de vitale dorpskernen. Wethouder Roy Geers geeft aan dat juist daarom een regionale bijeenkomst voor raadsleden is georganiseerd, om de raad de juiste informatie te geven.
Hij kan bekijken welke mogelijkheden er zijn om de informatie van die bijeenkomst nog bij de raad te brengen. De heer Broekmeulen (VVD) vraagt of Bravoflex onderdeel is van de concessieverlening en wat er gebeurt als de concessie aan een andere partij wordt verleend en Bravoflex daar een minder groot aandeel in krijgt. Wethouder Roy Geers geeft aan dat de provincie dit als twee los aanbestede onderdelen ziet. De ene loopt via de regiotaxi-concessie, de andere via de OV-concessie van de provincie. Den Bosch heeft bij de provincie continu aangegeven dat het die twee onlosmakelijk verbonden acht. Dat is mede naar aanleiding van de discussienotitie in de raad en de daarop aangenomen motie aan de provincie meegegeven. Dat is op dit moment de status. De heer Broekmeulen (VVD) vraagt of er uit de concessie hoe dan ook een aanbieder voor Bravoflex komt. Wethouder Roy Geers geeft aan dat de OV-concessie van de provincie is, die aan een aanbieder van OV vraagt om bussen te laten rijden. Daarnaast is er een regiotaxi-regeling, waarin de provincie in een aparte uitvraag het Bravoflex-idee uitgezet. Daarmee loopt het naast elkaar, sluit het op elkaar aan, maar zijn het twee aparte aanbestedingen van de provincie. De heer Broekmeulen (VVD) vraagt wat er gebeurt als die aanbieder er niet komt.
Er wordt een hele avond gediscussieerd over de toekomst van OV, met het risico dat al die voorwaarden voor het OV er over een paar maanden niet blijken te zijn. Dat is kwetsbaar. Wethouder Roy Geers geeft aan dat daarom bij de provincie het belang van die nadrukkelijke koppeling is aangegeven. De OV-concessie kan een verbetering voor de bereikbaarheid zijn, mits Bravoflex de verwachtingen waarmaakt. De berichten uit West-Brabant zijn in ieder geval positief. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) heeft begrepen dat de concessie de concessie is. Bravoflex was daar een aanvulling op. Ongeacht of dit wel of niet een pilot mag worden genoemd, is de fractie benieuwd of die aanvulling noodzakelijk is om de kwaliteit van het OV overeind te houden en of de kwaliteit van de OV-concessie dramatisch omlaag zou gaan als Bravoflex er niet zou zijn. Wethouder Roy Geers erkent dat de fractie daarmee een eind in de richting komt. De wethouder gaat na hoe hij de raad alsnog kan faciliteren om de al met raadsleden gedeelde informatie over Bravoflex met de hele raad te delen. Dit wordt aan de provincie gevraagd. De heer Broekmeulen (VVD) stelt als procesvraag hoe de wethouder dit meeneemt in de beleidsvorming: op basis van eventuele moties in de raad, een eigen afdronk of anderszins. 21
Wethouder Roy Geers zal de raad zelf laten bepalen welke stappen die moet zetten. Met de informatie die hij in deze bijeenkomst heeft gehoord, kan het college een heel eind verder komen. Als de raad een en ander verder wil vastleggen via moties is dat aan de raad. De voorzitter heeft twee moties concreet horen aankondigen, waarvan er één, van De Bossche Groenen, in de commissie van woensdag 18 juni a.s. wordt besproken en één van de PvdA. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) overweegt een motie ten aanzien van deelmobiliteit. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) zal Bravoflex en parkeren ter sprake brengen. De heer Bos (GroenLinks) overweegt moties over gemeenschappelijke deelmobiliteit en first en last mile in combinatie met STOMP. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) en de heer Broekmeulen (VVD) bespreken hun inbreng nader in hun fracties. De heer Kanters (Volt) kondigt een motie aan, maar kan het onderwerp nog niet noemen. 10.
Discussienotitie slimmer omgaan met onze ruimte en laadinfrastructuur (VVD) De voorzitter stelt voor deze vanwege tijdgebrek te verdagen naar de vergadering van augustus. Hiertoe wordt besloten.
11.
Rondvraag en sluiting De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) heeft een rondvraag ingediend over het selectief toegangssysteem (STS) in de Hinthamerstraat. Gevraagd is of er in Q4 van 2024 wel of geen sprake was van een werkend STS in de Hinthamerstraat. Zo niet, is de vraag wanneer buurt, ondernemers en bewoners hierover zijn geïnformeerd. In de gemeenteraadsvergadering van 21 mei jl. heeft de wethouder geantwoord dat met ingang van 6 juni sprake zou zijn van een STSregime, inclusief handhaving en beboeting. Gevraagd wordt of dit nu werkt en zo niet, waarom niet. Wethouder Roy Geers verwijst naar eerder verzonden RIB's over aard en omvang van het STSregime zoals dat in de Hinthamerdriehoek wordt uitgerold. Per 1 januari jl. stond er bebording met de aankondiging en is er geflyerd. Belanghebbenden zijn regelmatig geïnformeerd, onder meer via de klankbordgroep. Naast een tweede RIB was er ook een raadsinformatiebulletin op 13 maart jl., waarin is aangegeven dat de waarschuwingsperiode mogelijk langer zou doorlopen. Op dit moment worden nog veel waarschuwingsbrieven verstuurd. Het systeem werkt, de bebording staat, de kentekens kunnen worden geregistreerd. Vanuit het OM is wel toestemming nodig om te beboeten. Het gaat het college niet om het beboeten, maar om bewustwording van de selectieve toegang. Daarom is besloten de waarschuwingsperiode nog langer in stand te laten.
De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) stelt dat met de beboeting de cirkel van volledige implementatie rond wordt gemaakt. Gevraagd wordt wanneer dat is. De heer Ploegmakers (CDA) vraagt aanvullend wanneer de toestemming van het OM wordt verwacht. Verontrustend is dat in de Hinthamerstraat wordt meegegeven: rij gerust, want de gemeente beboet toch niet. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) vraagt of dit regime, los van beboeting of niet, voldoet aan wat de raad voor ogen had. Wethouder Roy Geers stelt dat de raad vorig jaar is geïnformeerd over de wijze van implementatie van STS, te beginnen in de Hinthamerdriehoek. Die uitrol wordt nog steeds nagestreefd en uitgevoerd. Het streven was om op 2 juni jl. te starten met de beboeting. Dat is uitgesteld, nu richting juli, omdat wordt nagegaan wat het effect is op het aantal 22
waarschuwingsbrieven. Op dit moment wordt met het OM gesproken omdat de kwaliteit van de foto's nog onvoldoende was. Wat mensen zeggen, laat hij aan hen. Het systeem werkt, er staat een bord waarmee de regeling uitvoerbaar en beboetbaar is, wellicht niet via de camera's maar via andere systemen. De voorzitter dankt de aanwezigen voor hun bijdrage en sluit de vergadering om 22.55 uur de vergadering. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de commissie Omgeving van 26 augustus 2025. De secretaris, mr. G.L. Pijnenburg
De voorzitter, F.J. van Haren
23