Concept verslag Commissie Omgeving 17 juni 2025
Tekst van het document
Commissie OMGEVING Conceptverslag Datum: Locatie: Aanwezig: Voorzitter: Secretaris: (plv.) Commissieleden:
Collegeleden:
17 juni 2025 Raadzaal F.J. van Haren mr. G.L. Pijnenburg H.B. Bos, J. Broekmeulen, M.C. Dupuis, L.A.J. van Griensven, B.B.R. den Hartog, W.B.G. Hoeben, B.B.G.M. van den Hoven, M.P. Kagie, J. Kanters, drs. R.M.J. van den Kerkhof, M.A.J.T. Korvervan Weegberg, J. Kouwenberg, W.M. van de Leemput, A.A.J. van der Leest, mr. S.J.M. Peters, M.C.J.M. Ploegmakers, E. Samshuijzen, ir. P.K. Schuurmans, A.C. van Silfhout, ing. J.P. Verhoef BEd, mr. C.H.A. van den Wildenberg. ing. R.A.P. Geers, R.J.J. Geers
Afwezig:
J.M.A. van der Els, J.J.M. Gersjes, T.A.J. Heijmans, ing. J.Th.M. van Hoek, M. Janssen, drs. P.E. Kagie, mr. drs. R. Lipman, M.G.H. van Rens, B.F.C. Roovers.
Verslaglegging:
E.J. Wendt, DemiSec
1.
Opening en mededelingen De voorzitter opent de vergadering om 19.00 uur en heet iedereen welkom. Mevrouw Lipman wordt vervangen door de heer Ploegmakers. Afwezig zijn verder de heren Van Rens, Roovers en Heijmans. Namens VOOR Den Bosch wordt de heer Van den Hoven welkom geheten als nieuw commissielid. De heer Van den Kerkhof beleeft zijn laatste commissievergadering na tien jaar.
2.
Vaststellen van de agenda De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
3.
Vaststellen van de verslagen van de commissie Omgeving van 15 en 17 april 2025 De verslagen worden ongewijzigd vastgesteld.
4.
Vaststellen van de lijst van toezeggingen en de lijst van openstaande moties Het college stelt voor om de volgende moties als afgedaan te beschouwen: 1 Mobiliteit-HUB Station Oost, 4 Omgeving Station Oost; waardig plek voor 53ste Welsh Division monument, 57 Heldere kaders voor project-MER en uitvoering Duurzame Polder De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) herkent bij motie 57 geen volledig antwoord. Het college komt hier schriftelijk op terug. De motie blijft staan op de lijst. De heer Broekmeulen (VVD) vraagt naar de stand van zaken bij motie 14, waarbij voor de zomer een uitrol met publiekscommunicatie was toegezegd. Wethouder Roy Geers geeft aan dat een aantal locaties bij belanghebbenden zijn bekendgemaakt. Locaties rond winkelcentra zijn met bewonersraden afgestemd. Het streven is die op zeer korte termijn te realiseren. De voorzitter stelt vast dat moties 1 en 4 als afgedaan worden beschouwd. De heer Van den Kerkhof (D66) brengt van de lijst met bestuurlijke toezeggingen nummer 1 (digitaal parkeren) ter sprake en herinnert aan de toegezegde update in Q1 van 2025.
1
Wethouder Roy Geers doet deze, met excuus aan de commissie, zo snel mogelijk toekomen. 5.
Werkplanning De heer Bos (GroenLinks) kondigt een discussienotitie samen met de PvdA aan over de groennorm. Er zijn verder geen opmerkingen over de werkplanning.
Raadsvoorstellen 6.
Bestemmingsplan Vinkelsestraat 84 Vinkel De heer Van der Leest (CDA) stemt in met het voorstel, met name voor de transitie van de voormalige garagebedrijfskavel naar wonen, recreatie en ondergeschikte zorg. Gezien het jarenlange proces is dit een hamerstuk. De heer Schuurmans (VVD) ziet dit als een schoolvoorbeeld van waar een transitie in het buitengebied aan moet voldoen. Een ondernemende familie in de veehouderij wordt geconfronteerd met steeds strengere en onrendabele regelgeving maar toont veerkracht en transformeert het familiebedrijf op een toekomstbestendige wijze. Er komt een levendige multifunctionele plek terug waar gewoond, gewerkt en gerecreëerd kan worden. Dit type ondernemerschap moet Den Bosch koesteren. De zorgen van de naburige ondernemer, verwoord in een zienswijze, zijn legitiem maar zijn goed opgepakt. Aanvullend onderzoek toont aan dat de nieuwe woning geen belemmering vormt voor de timmerwerkplaats. De hoop is dat de twee ondernemende families in goed nabuurschap kunnen samenleven en ondernemen. Ook voor de VVD is het een hamerstuk. De heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) is ook blij dat de zienswijze goed is opgepakt. Het plan wordt gesteund en kan als hamerstuk naar de raad worden doorgeleid. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) ziet dit als een goede stap naar een gezondere, leefbare en toekomstbestendige invulling van het buitengebied.
De beëindiging van de intensieve veehouderij is positief voor gezondheid en omgeving. De combinatie van recreatie, zorg en natuurontwikkeling wordt gesteund, mits draagvlak onder omwonenden en passende verkeersafwikkeling blijvend aandacht krijgen. In dat geval is het voor de fractie ook een hamerstuk. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) ziet hoe burgerinitiatief, sociaal ondernemerschap en respect voor landschap en omgeving samenkomen. De kracht van dit plan zit behalve in de beëindiging van intensieve veehouderij in de maatschappelijke kwaliteitsimpuls en het sociale karakter. Inzet is een dagbesteding voor lichamelijk of verstandelijk beperkten. Het plan nodigt uit tot burgerparticipatie, van groenonderhoud tot ambachtelijke werkplaats en horeca. Dit versterkt de sociale cohesie en geeft ruimte aan lokale verbinding, vakmanschap en zingeving. Wel moeten de belangen van omwonenden (geluid, verkeer en gebruik van de gronden) en verankering van het zorgaspect worden bewaakt. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) complimenteert de collega's voor hun waarderende woorden bij het beëindigen van intensieve veehouderij. Reactie college Wethouder Roy Geers geeft de complimenten door aan organisatie en initiatiefnemer. De voorzitter stelt vast dat dit als hamerstuk naar de raadsvergadering zal worden doorgeleid.
7.
Bestemmingsplan Facetplan risicocontouren Windpark De Rietvelden De heer Dupuis (SP) meldt dat veel reclamanten betreuren dat ze bij het begin van dit initiatief niet op de hoogte zijn gebracht. Dat de gemeente stelt dat dit niet verplicht is, vindt de SP geen passende reactie. In de toekomst is meer in gesprek gaan een betere aanpak.
2
De heer Van der Leest (CDA) stemt in met het plan. Aan de wethouder de vraag hoe deze de aanpak voor realisatie, voordat een bestemmingsplan is vastgesteld, heeft ervaren en of hij deze aanpak voor herhaling vatbaar acht. De heer Van Silfhout (Volt) zag in dit raadsvoorstel, dat op zich wordt gesteund, aanleiding om na te gaan met hoeveel regelgeving degene te maken krijgt die iets wil bouwen in een weiland in de nabijheid van huizen. Via een aangekondigde motie wordt de wethouder verzocht in Den Haag aanhangig te maken dat procedures versneld kunnen worden door potentiële bezwaarmakers op voorhand financieel tegemoet te komen. De heer Schuurmans (VVD) staat achter een realistische energietransitie waarin veiligheidswaarborgen vanzelf spreken. De fractie heeft wel bedenkingen bij de gevolgde weg, de communicatie met de ondernemers op De Rietvelden. Dit plan lijkt een juridisch gebrek uit 2017 te repareren. Ondernemers die in goed vertrouwen hebben gebouwd, worden acht jaar later met beperkingen geconfronteerd. Tussen de zienswijze van het college en die van de ondernemers lijkt spanning te bestaan. De beperking die ondernemers voelen, is volgens het college 'voorzienbaar en gering'. De snelle afwijkingsvergunning uit 2017 in plaats van een integrale wijziging van het bestemmingsplan leidt acht jaar later tot frictie.
Graag een reflectie op die keuze en de te trekken lessen hieruit. De vraag is hoe in dit facetplan de belangen van de exploitanten van de windturbines en de ondernemers zijn meegewogen. Beter dan ondernemers te wijzen op de nadelencompensatieprocedure zoekt de wethouder proactief naar maatwerk voor de ondernemers. De heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) merkt op dat acht jaar na het versneld plaatsen van de vier windturbines de juridische hiaten moeten worden opgelost. De vraag is waarom dat in 2017 zo snel moest gaan. Gevoelsmatig klopt dit niet. Drie van de vier zienswijzen worden ongegrond verklaard. In verhouding is dat veel. De participatie met reclamanten lijkt beperkt geweest. Een uitgebreide dialoog met stakeholders had het draagvlak vergroot en bezwaren beter geadresseerd. Vanwege de veiligheid lijken in dit gebied geen bouwplannen mogelijk. Als dit klopt, is er een gereed risico voor dit gebied, terwijl het raadsvoorstel geen enkel risico voorziet. Reactie college Wethouder Ralph Geers verwijst naar de beraadslagingen in 2017 voor wat de raad toen heeft besloten. Er lag een politieke opgave om ruimte te maken voor windmolens, de raad heeft besloten te vergunnen. Hieruit volgen de eisen die in dit stuk staan. Die waren bekend en onderdeel van de afweging. Juridische procedures over zienswijzen stonden open.
Er worden geen nieuwe contouren toegevoegd, in het bestemmingsplan wordt de situatie bij vergunningverlening bestendigd. Een bouwplan toetst aan planregels, niet aan een besluit externe veiligheid zoals hier voorlag. Daarom is medewerking verleend aan het verzoek dit in de planregels te verwerken. In gesprek met ondernemers had deze procedure, die op zich klopt, beter geduid kunnen worden. Dat is een punt voor een volgende keer. Het college is bereid alsnog het gesprek met reclamant aan te gaan. Voor nadeelcompensatie bestaan regels waar het college zich aan houdt. De heer Schuurmans (VVD) vraagt of nadeelcompensatie ten koste gaat van de exploitanten van de windturbines en niet van de gemeente. Wethouder Ralph Geers geef aan dat nadeelcompensatie voor de exploitant is. Dat geen bebouwing meer mogelijk is, klopt. Dat was al zo op basis van de verleende vergunning, dit wordt nu bestemmingplantechnisch vastgelegd. In de discussie over de Duurzame Polder legt de raad randvoorwaarde op randvoorwaarde. Dan is het bijzonder om het rijk te vragen mensen af te kopen. Tweede termijn De heer Van Silfhout (Volt) zet de beoogde motie om naar een discussienotitie voor de tweede helft van 2025. De heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) raakt het rare gevoel niet kwijt. Er wordt nu getracht alles juridisch te laten passen. Daarmee lijkt het een gelopen race.
In de raadsvergadering zullen de collegepartijen wel bij het kruisje tekenen. Een coalistisch besluit, volgens de fractie. 3
De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) maakt een punt van orde. Hij snapt niet wat de meerwaarde van deze stellingname is en de relatie met dit onderwerp en zou de opmerking graag geschrapt zien. De voorzitter geeft aan dat dit wordt genoteerd. Wethouder Ralph Geers beschouwt dit als een technisch-juridisch voorstel en roept gewoon geDREVEN op geen gedachten te veronderstellen die er niet zijn. De voorzitter concludeert dat dit als hamerstuk naar de raadsvergadering zal worden doorgeleid. 8.
Zienswijze ontwerpbegroting 2026-2029 en conceptbeleidsplan 2026-2029 Heesch West De heer Schuurmans (VVD) beschouwt de realisatie van Heesch West van groot belang voor de levendigheid van de regio. Ondernemers die willen groeien en werkgelegenheid willen creëren, lopen nu tegen grenzen aan. Heesch West kan hen helpen in de volgende stap. Vanwege dit belang heeft de fractie zorgen over de risico's die dit plan in de weg staan. Een groot risico voor rentestijgingen maakt kwetsbaar bij de fors toenemende financieringsbehoefte voor 2026. De vraag is of de GR met de huidige strategie het renterisico kan beheersen en minimaliseren. De projectrisico's zijn groot voor wachtende ondernemers. Het succes hangt af van externe factoren: de procedure bij de Raad van State en de nog te ontwikkelen energy hub als antwoord op de netcongestie. Cruciaal, maar de onderbouwing ontbreekt. De VVD verwacht een helder plan voor als de hub niet tijdig haalbaar blijkt. De vraag is hoe realistisch gronduitgifte in 2027 is. Op korte termijn lijkt de ontwikkeling van het kleine bedrijventerrein Cereslaan-West in Bernheze kansrijker. Aan de wethouder de vraag of die ontwikkeling kan worden versneld. De VVD verwacht strakke regie, transparante communicatie en voortgang. De heer Verhoef (gewoon ge-DREVEN) zou blij zijn als dit slimme energieconcept tot een lokale oplossing leidt.
Een mini-kerncentrale alleen voor Heesch West zou een oplossing zijn. Het begrote negatieve exploitatiebudget is verbeterd van € 43,5 miljoen naar € 38 miljoen. Gevraagd wordt of de verwachting is dat dit doorzet. De heer Dupuis (SP) is geen voorstander van dit bedrijventerrein. De uitbreiding wordt niet noodzakelijk geacht, de fractie vreest impact op de leefbaarheid. De infrastructurele ondersteuning die nodig is, blijft waarschijnlijk achter. De fractie stemt tegen. De heer Van der Leest (CDA) is te spreken over de monitoring van ervaringen en omgevingseffecten en het delen ervan met stakeholders en omwonenden, de communicatie en interactie met omwonenden en stakeholders via de website en periodiek overleg, het samenwerkingsverband ter bevordering van de economische ontwikkeling in NoordoostBrabant, de innovatie via het onderzoek naar de energy hub en het onderscheiden van Heesch West op duurzaamheid via de aandacht voor klimaatadaptatie, duurzaam bouwen, mobiliteit en biodiversiteit. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) merkt op dat de raad voor duidelijke keuzes staat met een plan dat in de basis klopt. Onnodige vertraging moet dan worden voorkomen. Het college dient wel te blijven sturen op realisme, duurzaamheid en regionale afstemming. De heer Van Griensven (PVV) is tegen de planvorming, mede vanwege de komst van zonnepanelen en eventuele windturbines.
Het is een slechte zaak dat groene leefomgeving wordt opgeofferd voor industrie zolang er nog ruimte voor uitbreiding te vinden is. Reactie college Wethouder Ralph Geers geeft aan dat al té lang op de uitspraak van de Raad van State wordt gewacht. Met herstelbesluiten is al aan de reclamanten tegemoetgekomen. Hoe sneller Den Bosch aan de slag kan, hoe kleiner een aantal risico's. Het renterisico gaat pas vanaf 2027 spelen. Dan vindt de uitgifte hopelijk al plaats. In de voorbereiding is alles wat kon al gedaan.
4
Op Cereslaan-West in Bernheze gaat het om kleinere kavels dan op Heesch West zijn voorzien. Alle terrein is welkom, maar ook in Bernheze is de gemeente in afwachting van procedures. Op advies van de accountant is de grondprijs geactualiseerd. Hierdoor is het exploitatietekort verkleind. Vanwege de druk op grond zal de prijs zich positief ontwikkelen. De energy hub is randvoorwaarde voor uitgifte. Een professionele partij helpt mee dit van de grond te krijgen. Er wordt gezocht naar energie-extensieve bedrijven of bedrijven die zonnepanelen kunnen benutten. Het college zet niet om ideologische redenen de bedrijvigheid stil. Windturbines heeft de raad allang uit dit plan gehaald. De voorzitter concludeert dat dit voorstel als hamerstuk naar de raadsvergadering van 1 juli a.s. zal worden doorgeleid. Overige 9.
Discussienotitie Mobiliteitsbeleid 's-Hertogenbosch 2040 De heer Hoeben (De Bossche Groenen) stelt dat alles draait om een fijne leefomgeving en gezondheid. Daarmee zijn duurzaamheid en bereikbaarheid niet minder belangrijk. Het STOMP-principe (Stappen, Trappen, Openbaar Vervoer, Mobility as a Service, Privéauto) is eerder reeds besproken. Een afweging tussen deze stappen vraagt om prioritering. De heer Broekmeulen (VVD) vraagt of de toepassing van STOMP op doorstroomassen, die tot een andere indeling gaat leiden, ook is wat De Bossche Groenen willen. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) geeft op de Magistratenlaan de afhandeling van snelverkeer uiteraard voorrang. Fietsen moet maximaal worden gefaciliteerd. Terwijl hier een Fietsnetwerk 3.0 wordt gesuggereerd, zou het al mooi zijn als het - al aangenomen fietsnetwerk 2.0 eens wordt afgerond. Parkeerplaatsen mogen worden opgeofferd ten behoeve van fietsparkeren. Dat had allang moeten gebeuren om van Den Bosch een fijne fietsstad te maken. De heer Broekmeulen (VVD) vraagt of de keuze tussen fietsparkeren of autoparkeren geen schijntegenstelling is. Hij denkt meer aan efficiënt omgaan met de openbare ruimte door parkeervoorzieningen maximaal te vergroenen zonder parkeergelegenheid op te offeren. Meervoudig ruimtegebruik zoals de omgevingsvisie bepleit.
De heer Hoeben (De Bossche Groenen) zegt dat de veertig parkeermeters die Den Bosch uit Limburg heeft overgenomen niet in de binnenstad zijn gezet, maar juist daaromheen, waar vergunninghouders staan. Het was mooi geweest als parkeerplaatsen in wijken worden opgeofferd aan het fietsparkeren. Daar hebben huizen veelal geen achterom en zijn mensen genoodzaakt de fiets op straat te zetten. Die mogelijkheid is met die veertig parkeermeters de nek omgedraaid. Mevrouw Van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) vraagt of de fractie onderschrijft dat het weghalen van parkeerplaatsen uit de binnenstad leidt tot parkeren in De Muntel. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) geeft aan dat parkeren in De Muntel mogelijk is vanwege het dubbele gebruik. De Bossche structuur is om zeep geholpen. De heer Ploegmakers (CDA) ziet dat in De Muntel al meerdere parkeerplaatsen zíjn opgeofferd aan stalling van fietsen. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) erkent dat dit bij een enkele parkeerplaats zo is. Het staat in De Muntel helemaal vol met blik. Dat zijn mensen die de binnenstad bezoeken en daar parkeren. Dat is niet nodig. Die parkeerdruk had al lager kunnen zijn en kan verder worden verlaagd door de oude structuur weer in te voeren. Met de ruimte die dan ontstaat, kan dit voorstel worden uitgevoerd.
Dan is de VVD ook tevreden, omdat dan geen broodnodige parkeerplaats wordt opgeofferd maar vrijstaande parkeerplaatsen. De heer Broekmeulen (VVD) is bang dat dan veel auto's een wijk gaan opschuiven, waardoor uiteindelijk heel Den Bosch vol staat. 5
De heer Hoeben (De Bossche Groenen) geeft het antwoord daarop in de volgende bespreking van de volgende discussienotitie op de agenda, afkomstig van de VVD. Zoals de fractie het liefst ziet, is als in Houten, waar de verbinding door de wijken heen via de fietsroutes loopt, met 'inprikkers' in de wijken voor de auto. In aanvullende ov-diensten moet de gemeente een leidende rol pakken. Vanuit de concessie ligt verschraling op de loer. De heer Broekmeulen (VVD) vraagt hoeveel geld De Bossche Groenen over hebben voor goedkopere diensten, die feitelijk geen gemeentetaak zijn. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) stelt vast dat de concessie magerder wordt. De rol van de gemeente moet veranderen. Daar heeft de fractie geld voor over. Deelfietsen en dergelijke laat de fractie bij voorkeur aan de markt over. De heer Bos (GroenLinks) vraagt hoe de fractie tegenover tussenvormen staat. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) is voor initiatieven vanuit de wijken. De knip in de Zuid-Willemsvaart (gepland voor Q4/Q1) zou naar voren gehaald moeten worden. Hier wordt een motie over aangekondigd. De knip ligt er. Deze leidt nauwelijks tot problemen in De Muntel en op de Magistratenlaan. Voorstel zal zijn de knip te laten zoals die is.
De heer Broekmeulen (VVD) ziet mobiliteit en bereikbaarheid als opzichzelfstaande doelstellingen, als onmisbare voorwaarden voor alle sociale en economische activiteiten en dat ze als uitgangspunt verankerd zouden moeten zijn. Van een economisch sterke gemeente kan zonder mobiliteitsbeleid geen sprake zijn. Uitgangspunt is het in de omgevingsvisie beschreven nabijheidsuitgangspunt: altijd van A naar B binnen de gemeentegrenzen binnen twintig minuten. Een vrije keuze voor vervoersmiddel is cruciaal. Parkeergelegenheid voor fiets en auto zijn randvoorwaarde, net als een veilige en goed onderhouden infrastructuur. De fractie voorstaat efficiënt en waar mogelijk meervoudig ruimtegebruik. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) vraagt hoe de VVD tegen mogelijke conflicten tussen verschillende mobiliteitsvormen aankijkt en waar de VVD dan prioriteit aan geeft. De heer Broekmeulen (VVD) zoekt de optimale mix. Het doorstroomassysteem is er, net als fietspaden. Er worden snelfietspaden aangelegd. De vraag is of het móet conflicteren: snelfietspaden moeten náást en niet in plaats van bestaande infrastructuur komen. De auto wordt goed gefaciliteerd, dat wil de VVD zo houden, waar het kan wordt het fietsnetwerk uitgebreid, als er ruimte is voor een aparte HOV-lijn zou dat prachtig zijn.
Mevrouw Samshuijzen (PvdD) ziet het op sommige plekken al schuren, zoals op plekken waar verbreding van fietspaden fysiek onmogelijk is. Ook luchtkwaliteit is een probleem, waardoor fietsers en wandelaars nu noodgedwongen autogassen binnenkrijgen. Dat vraagt keuzes. De heer Broekmeulen (VVD) laat die keuze van de situatie afhangen. Het gemotoriseerd vervoer wordt steeds schoner. Op welke plek wat wordt gefaciliteerd, hangt af van de mix en het totaalpakket. Op het Kapelaan Koopmansplein ligt de voorrangsvraag genuanceerd. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) vraagt of de VVD de auto minder prioriteit geeft als fietsers en voetgangers die ruimte nodig hebben en of zij bereid is de zero emissie te versnellen. De heer Broekmeulen (VVD) volgt inzake zero emissie nationale en Europese regels. De VVD wordt vaak weggezet als de autopartij omdat in discussies de nuance verloren gaat. De voorrangsdiscussie tussen fiets en auto is een schijntegenstelling. Waar meer verkeersvormen samenkomen, dient men rekening te houden met elkaar. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) legt de VVD voor dat keuzes leiden tot uitsluiting. De heer Broekmeulen (VVD) erkent dat uitgangspunten voor mobiliteitsbeleid voor de lange termijn snel tot een hoogoverdiscussie leiden. Het is makkelijk dat belachelijk te maken:
6
niemand wil het autoparkeren op de Markt terug hebben. De primaire vervoersbeweging van Vinkel naar Bokhoven is niet te voet. Bepaalde keuzes zijn de uitkomst van compromissen. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) leest in de vragen een verschil tussen stimuleren en dogmatiek. Bij de VVD is wat weerstand tegen het per definitie doorvoeren van dit plan, die om een toelichting vraagt, en gevraagd wordt naar het verschil tussen vanuit een behoefte vertrekken versus een behoefte opdringen. De heer Broekmeulen (VVD) wil bepaalde vervoersvormen stimuleren zonder andere te frustreren. Met dat als uitgangspunt kan worden bezien hoe kan worden gefaciliteerd waar dat nodig is. Als mensen die dat kunnen en willen de fiets nemen, komt dat degene die de auto nodig heeft, ook ten goede. De stellingen zijn redelijk zwart-wit neergezet, wat de discussie ten goede kan komen, maar wat bij 'ja of nee'-antwoorden leidt tot praktische problemen. De uitgangspunten onder 1 worden erkend. Veilig en goed onderhouden infra zijn aanvullende randvoorwaarden. De vraag is wel hoe de raad deze eenmaal vastgestelde doelstellingen tegen elkaar afweegt. Kiezen voor maximale duurzaamheid betekent thuis zitten, maar dat gaat ten koste van bereikbaarheid, economie en inclusie.
Wat STOMP betreft, geldt als automobilist in de wijk rekening houden met overig (langzaam) verkeer, maar tegelijk moet men tussen wijken snel van A naar B kunnen. De vraag is of de fiets dan het primaire vervoermiddel moet zijn. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) merkt op dat het STOMP-principe bekijkt welke modaliteit past om het vervoersvraagstuk op te lossen. De stad uit betekent dat vaak de auto. Van de ene wijk naar de andere wijk is dat geen vanzelfsprekendheid. Niet dat het moet of mag. Het STOMP-principe is slechts een afwegingsmiddel. De heer Broekmeulen (VVD) komt terug op stimuleren, maar niet frustreren. Als het regent of er moeten kleine kinderen mee, houdt de VVD graag beide opties open. STOMP als richtlijn roept de vraag op hoe rigide die wordt toegepast. Als richtlijn voor 2040 zoekt de VVD meer balans dan 'we doen STOMP'. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) vraagt of deelmobiliteit er ook volgens de VVD niet toe kan leiden dat de tweede auto de deur uit kan waardoor de mobiliteit toegankelijk blijft. Eén deelauto vervangt doorgaans zes privéauto's. De heer Broekmeulen (VVD) ziet dit als een verschil tussen de beide fracties. De Partij voor de Dieren lijkt op te leggen waar mensen voor moeten kiezen. De VVD is niet volledig tegen Mobility as a Service (MaaS). In de invulling met deelauto's echter ziet de fractie geen grote rol voor de gemeente weggelegd.
Mensen gaan van de eigen behoefte uit. De fractie onderschrijft het faciliteren van het fietsverkeer. Snelfietspaden zijn veiliger en geven mensen een grote extra reikwijdte in hun mobiliteit. Maximaal faciliteren betekent wel zonder anderen te frustreren. Duidelijk moet zijn wat het betekent als de politiek met dit voorstel instemt. Hierop doorgaan vraagt nuancering in de uitgangspunten. Uitspraken over het OV wil de VVD laten afhangen van de concessie. Specifiek parkeerbeleid per wijk en dorp is er al via de parkeernota. De heer Van den Kerkhof (D66) vraagt hoe de VVD mobiliteit ziet in verhouding tot de forse woningbouwopgave tot 2040, met zo'n 25.000 woningen erbij. De heer Broekmeulen (VVD) vindt dat hier een paradox wordt gecreëerd tussen parkeerplaatsen en woningbouw. Het probleem van een restrictief parkeerbeleid is dat de auto's niet écht verdwijnen. Ergens nul parkeerplekken realiseren, leidt tot parkeerdruk in de wijk ernaast. Parkeren is geen nice to have maar een need to have. De heer Van den Kerkhof (D66) merkt op dat 25.000 woningen erbij vraagt om keuzes over de openbare ruimte die dan overblijft. De vraag is of de VVD dan de auto boven de andere STOMP-elementen zet door steeds beperktere openbare ruimte vol te zetten met blik.
7
De heer Broekmeulen (VVD) geeft aan dat parkeren een voorwaarde is om goed bereikbaar te kunnen wonen, omwille van leefbaarheid en inclusiviteit. Als in metropolen het OV op orde is, gaat men minder autorijden. Dat is in Den Bosch niet de situatie. Deze eeuw is Nederland van 6.500.000 naar 8.500.000 auto's gegaan. Blijkbaar is die auto noodzakelijk. Een inclusieve gemeente vraagt bereikbaarheid voor alle modaliteiten, inclusief parkeren in de wijk. De heer Hoeben (De Bossche Groenen) vraagt of 25.000 woningen erbij voor de VVD ook minimaal 25.000 parkeerplaatsen erbij betekent. De heer Broekmeulen (VVD) geeft aan dat parkeren bij het totaalpakket hoort. Het hangt af van de alternatieven per locatie en vraagt om meer nuances dan deze vraagstelling veronderstelt. De heer Kanters (Volt) gaat de vragen langs. De fractie acht de vijf centrale doelen alle belangrijk. Volt legt het grootste belang bij inclusiviteit. Iedereen is gebaat bij mobiliteit. De heer Broekmeulen (VVD) vraagt of de inclusieve gemeente ook voor Volt betekent dat er ruimte is voor alle modaliteiten zodat mensen zelf hun keuze kunnen maken. De heer Kanters (Volt) geeft aan dat de behoefte beantwoord moet worden. Volt kiest niet voor het STOMP niet toepassen waar dat al moeilijk blijkt. Liever ook voor die locaties een efficiënte OV- of MaaS-oplossing.
Denk vernieuwend, zie de kabelbaan in Toulouse als volwaardig OV-onderdeel. Parkeerplaatsen opofferen voor fietsparkeren kan, mits op basis van telling en met beleid. In OV-diensten mag de gemeente investeren en – met beleid - creatieve oplossingen zoeken. In deelmobiliteit ligt de voortrekkersrol bij exploitanten. De gemeente kan faciliteren. De fractie gaat akkoord met een sturend parkeerbeleid. Grond is duur. Parkeergrond wordt veelal betaald door mensen die deze niet gebruiken. De heer Broekmeulen (VVD) acht dit restrictieve parkeerbeleid in tegenspraak met het eerder door Volt verwoorde inclusieve mobiliteitsbeleid. Veel mensen hebben de auto nodig om naar hun werk te gaan. De heer Kanters (Volt) wijst op de STOMP-volgorde. De behoefte moet van links naar rechts worden gevuld. Eerst het OV verbeteren, dan deelmobiliteit, als dat onmogelijk blijkt, kan een privéauto een oplossing bieden. In de STOMP-volgorde is die auto de laatste stap. De heer Broekmeulen (VVD) ziet dit als bewijs dat STOMP bij grote uitgangspunten niet genuanceerd kan worden toegepast. Wat uit de OV-concessie komt, is nog niet bekend, maar Volt is al wel bereid tot een restrictief parkeerbeleid. Gevraagd wordt hoe Volt dit met elkaar rijmt. Niet, antwoordt de heer Kanters (Volt), prívéauto's hoeven niet gestimuleerd te worden, parkeerplaatsen niet bijgebouwd. Wie een auto wil, koopt die zelf.
Juist de andere kant op moet gebruik van vervoermiddelen worden gestimuleerd: OV, MaaS. De heer Broekmeulen (VVD) geeft aan dat Den Bosch niet over het OV gaat. Gevraagd wordt of Volt binnenstedelijke verdichting zonder extra parkeerplaatsen wil. De heer Kanters (Volt) nuanceert de vraag net zo als de VVD dat eerder deed: de fractie kiest niet voor géén parkeerplaatsen erbij, maar het hoeven er ook geen 25.000 te worden. De fractie overweegt wel uitzondering voor wie slecht ter been is of om andere dringende reden niet zonder nabije parkeerplaats kan. Abonnementen naar transferia of hubs kunnen ook worden ingezet bij Mobiliteit Voor Iedereen. Daar komt Volt bij de parkeervisie op terug. De heer Van den Kerkhof (D66) beschrijft mobiliteit als de sleutel tot meedoen. Duurzame mobiliteit zorgt voor een gezonde leefomgeving en duurzame toekomst. In deze gemeente moet men zich veilig, betrouwbaar en gezond kunnen verplaatsen. Lopen en fietsen worden geactiveerd, het OV wordt versterkt en innovatieve vormen van deelvervoer worden gestimuleerd.
8
De heer Broekmeulen (VVD) vraagt of de VVD-visie dat bereikbaarheid een beleidsdoelstelling op zich is, wordt onderschreven. De heer Van den Kerkhof (D66) ziet bereikbaarheid met alle modaliteiten als uitgangspunt. De toepassing van de schaarse ruimte roept de vraag op waar de meeste ruimte voor wordt vrijgemaakt. Dit zonder de auto uit te sluiten. Een gezonde keuze wordt gestimuleerd. Door ruimte rechtvaardig te verdelen en slimme keuzes te maken wordt een bereikbare gemeente gebouwd. Mobiliteit draagt hierin bij aan de leefkwaliteit, inclusiviteit en klimaatdoelen. De fractie herkent zich in de gestelde doelen. De STOMP-methodiek kan D66 goed volgen, maar op plekken verder van OV-knooppunten verwijderd is maatwerk nodig. Parkeerplaatsen mogen worden opgeheven om fietsers meer parkeerruimte te geven. Van het fietsvlonder-initiatief hoort de commissie nog weinig. Dit mag permanent worden ingevoerd. Iedereen dient van het OV gebruik te kunnen maken. Met de nieuwe concessie zijn aanvullende diensten van belang. De fractie noemt Bravoflex. De gemeente pakt de regie in voorzieningen voor de first en last mile (wandelpaden, fietsparkeren, deelmobiliteit). De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) schrikt van de stelligheid waarmee Bravoflex wordt benoemd. In de concessie werd om een aanvullende pilot gevraagd, nu is sprake van 'we moeten iets'.
De heer Van den Kerkhof (D66) ziet dat door de decennia heen op OV wordt gekort door hogere overheden. Als gemeenten willen dat bijvoorbeeld snel ziekenhuisbezoek vanuit de kernen mogelijk blijft, is dit soort concepten nodig. Dit mag met stelligheid worden gebracht. Bravoflex moet inderdaad zijn meerwaarde nog gaan bewijzen. Er zijn andere voorbeelden, dit is een concreet concept waar D66 enthousiast over is. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) zou dit in dat geval snel gekwantificeerd zien worden: wat wordt er gevraagd en wat krijgt Den Bosch terug? Bravoflex is een paar keer voorbij gekomen zonder dat de 'impacteffort' duidelijk is. De heer Van den Kerkhof (D66) geeft aan dat D66 zich bij die oproep aansluit. De heer Bos (GroenLinks) vraagt of in de invulling van de first en last mile ook het STOMPprincipe kan worden toegepast, dus eerst veilige voetpaden (ook in de avond), dan goede fietsenstallingen, et cetera. De heer Van den Kerkhof (D66) meent dat STOMP juist daarop van toepassing is. Van en naar het OV in eerste instantie niet met de auto, maar met gezondere vervoersmiddelen. Deelmobiliteit is aan de marktpartijen wat D66 betreft. Wel faciliteert de gemeente actief de marktpartijen die dit willen aanbieden. De drempels voor ondernemers (commerciële partijen zowel als corporaties) kunnen worden weggenomen. Ondersteuning is faciliterend.
Bij een goede businesscase kan de gemeente een financiële bijdrage leveren. Bij nieuw te ontwikkelen wijken kan met een lagere parkeernorm worden gewerkt, afhankelijk van locatie en soort bouw. STOMP is uitgangspunt. In stedelijk gebied kan een transferiumabonnement een alternatief voor de auto zijn. Parkeerregulering kan helpen in de ruimteverdeling, met een ander tarief voor een tweede auto. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) ziet daar de crux. De vraag is of wordt gekozen voor zóveel beperkingen aan de auto in de wijk dat men snakt naar dat abonnement óf dat abonnement gebruiken omdat het zo'n mooie voorziening is. De heer Van den Kerkhof (D66) beoogt beide. Transferia moeten plekken zijn waar men de auto wíl neerzetten. Maar 25.000 woningen maakt keuzes onvermijdelijk. De STOMPmethodiek zet de auto niet langer voorop. Wie bij de auto wil komen, zal een stukje met de fiets of het OV moeten reizen. Die alternatieven moeten dan goed zijn georganiseerd. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) merkt op dat die randvoorwaardelijke parkeerplaats toch ergens moet komen. Dat betekent serieuzere parkeerhubs. Het aantal parkeerplaatsen lijkt in dit beleid een beetje dogmatisch naar nul te gaan.
9
De heer Van den Kerkhof (D66) ziet De Vliert als een goed voorbeeld van waar een transferium wordt gebouwd. Overdag interessant voor bezoekers aan de stad, 's avonds interessant voor bewoners aan de rand van de groene autoluwe wijk. Zo'n voorziening kan op relatieve loopafstand worden gecreëerd. Onder relatief grote doelgroepen die dit gebied interessant vinden is het autobezit relatief laag. Daar wordt ook op ingespeeld. Een combinatie van vraag en dwingend stimuleren dus. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) merkt op dat Den Bosch in zoverre nog niet zo stedelijk als Amsterdam is dat men de auto wel moet pakken omdat het OV nog niet op orde is. Hij vraagt of die parkeerplek, die dus niet voor de deur is, wel érgens is. Of ziet D66 liever dat die autobezitter daar maar niet komt wonen? De heer Van den Kerkhof (D66) benadrukt dat die parkeerplaats er wel degelijk is, zij het niet op de afstand die men nu gewend is. Een grote groep wil in het centrum van deze hoofdstad van Brabant wonen. Met nog 25.000 woningen erbij moet Den Bosch gaan denken als een stad. Daar hoort bij dat er doelgroepen komen die minder eigen autobezit nastreven. Als ze dan een keer een auto willen gebruiken, zijn ze bereid daar een afstand voor af te leggen. De heer Broekmeulen (VVD) vraagt binnen welke straal of afstand die parkeerplaats dan wel wordt gefaciliteerd.
Ook wordt er op gewezen dat men in deze tijd van woningschaarste dan in een woning terecht kan komen waar geen parkeerplaats is en die dan maar accepteert terwijl men die parkeerplaats wél nodig heeft. De heer Van den Kerkhof (D66) wil de afstand tot een parkeerplaats niet op voorhand vastleggen. Als de afstand 5 kilometer is, maar er gaat een bus naar het transferium, is dat verwaarloosbaar. Is die verbinding er niet, dan ligt dat anders. Het gaat om de reisafstand die in zo'n beleid kan worden besproken. De heer Broekmeulen (VVD) wijst erop dat D66 aanneemt dat die bus er ís. Over die concessies gaat de gemeente niet. De heer Van den Kerkhof (D66) gaat uit van reisafstanden die gelden met goede OVvoorzieningen in de buurt richting de parkeervoorzieningen. De reistijd staat voorop, niet de reisafstand. De heer Broekmeulen (VVD) stelt dat de gemeente die goede busverbinding niet kan garanderen en vraagt wat er gebeurt als die bus er niet (meer) is. De heer Van den Kerkhof (D66) doet aan die als-dandiscussie niet mee. Het gaat over een termijn van vijftien jaar waar nu beleid op wordt gemaakt. Dan zijn de huidige OV-voorzieningen leidend. Nu al kijken naar 2039 kan niet. De heer Dupuis (SP) ziet het beperkt houden van de mobiliteitsdruk als doel. Als die druk beperkt blijft, hoeft die niet te worden opgelost.
Een efficiënte en effectieve bereikbaarheid moet worden gefaciliteerd. Men moet snel en niet duur ergens kunnen komen. De impact van de mobiliteit op de leefomgeving moet beperkt blijven. Als wordt gestopt met groei als doel op zich stellen, neemt de mobiliteitsdruk al af. Toepassen van lokale binding bij woningtoewijzing voorkomt onnodige mobiliteitsbehoefte. Goed bereikbare faciliteiten in buurten die lopend bereikbaar zijn, voorkomen onnodige vervoersbewegingen. De SP bepleit een goed en betaalbaar OV-netwerk, carpoolplaatsen, transferia, shuttlediensten en gratis deelfietsen en een goed toegankelijke fietsparkeergelegenheid. De fietsenkelders van twee etages in de stad vergen kracht van de fietser. Dit vraagt aandacht. Veel fietsen passen niet in de fietsrekken. Op paden en wegen voelen fietsers zich vaak onveilig. Graag aandacht hiervoor. Het OV verschraalt, bereikbaarheid, bestemming, tijdstip en prijs laten vaak te wensen over. Als dat belangrijk wordt gevonden, moet de gemeente daar de regie in nemen en in participeren. Wat parkeren betreft: de gemeente wil een rijk winkelend publiek en rijke toeristen op bezoek hebben. Die komen met de auto, zeggen ook ondernemers. Dat is een tegenstelling met de veronderstelde parkeerbehoeften.
In de sociale woningen in de Binnenring werkt men met twee om rond te komen, hun jongvolwassen kinderen vinden geen woning, hebben ook werk en zijn ook gebonden aan die woning. In deze zzp-maatschappij hebben steeds meer mensen een 10
bedrijfsbusje in de wijk staan. Als de parkeerplaatsen worden geschrapt, moeten ook de oorzaken van die problemen worden aangepakt. De SP voelt weinig voor cliché-wensstellingen die er mooi uitzien maar de oorzaken niet wegnemen. Graag werkt men aan een mobiliteitsbeleid met realiteitswaarde. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) wil mobiliteit in de gemeente richten op het zo efficiënt mogelijk van A naar B en op een manier die spaarzaam omgaat met de schaarse ruimte, grondstoffen en energie. Inclusief en groen. Mobiliteit kan niet overal in de gemeente hetzelfde zijn. Wel is STOMP overal het leidende principe. De heer Broekmeulen (VVD) vraagt of STOMP meer een richtlijn is dan iets wat overal rigide wordt toegepast. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) geeft aan dat STOMP overal moet worden toegepast, maar met verschillen in de uitvoering per locatie. De prioriteit is overal STOMP, waarbij de privéauto altijd de laatste keuze is. De heer Broekmeulen (VVD) vraagt of ook op doorstroomassen het STOMP-principe moet worden toegepast. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) doelt op waar gemeentebreed de meeste ruimte aan wordt gegeven. Mensen in Vinkel hebben eerder een auto nodig dan in het centrum. Dan nog moet worden bekeken of zoveel mogelijk ruimte kan worden gegeven op de volgorde van STOMP. Als er daardoor minder privéauto's komen, zal de doorstroming verbeteren.
De heer Broekmeulen (VVD) merkt op dat er al veel wegen zijn waar 30 km/uur wordt gereden. De vraag is waar voor de Partij voor de Dieren de schoen dan nog wringt. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) vermoedt dat het antwoord in haar bijdrage zit. Zij vervolgt. In de stedelijke wijken bij het centrum kan de auto zoveel mogelijk de wijk uit. Men kan die bij voorkeur kwijt op een transferium. Het bezitten van een auto geeft geen recht op een claim op openbare ruimte. Die ruimte is hard nodig voor maatschappelijke invulling, zoals natuur, recreatie, ontmoeten, sport en woningbouw. Sturen op minder auto's is dan ook noodzaak. Die noodzaak is er ook vanuit bereikbaarheid, omdat zonder ingrijpen de infrastructuur vastloopt. Er is geen ruimte voor alsmaar meer asfalt en parkeerplaatsen. De heer Broekmeulen (VVD) hoort economie niet echt terugkomen als uitgangspunt. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) stelt dat de VVD meer op oneindige economische groei is gericht dan haar partij. Puur uit economisch belang is borging van bereikbaarheid van belang. Dat lukt niet door de auto overal de ruimte te geven. Dan loopt het vast. Andere modaliteiten borgen die toegankelijkheid beter. De fractie maakt ruim baan voor stappen en trappen. Voor beide zijn goede en veilige paden belangrijk, daar waar men andere modaliteiten minimaal ontmoet. Men is en voelt zich veiliger.
Fietsers en voetgangers moeten geen uitlaatgassen hoeven inademen. Gewezen wordt op het onlangs in Den Bosch gehouden Schone Lucht Akkoord-congres, waar werd gepleit voor gedurfde keuzes door bestuurders om de gezondheid van hun burgers beter te beschermen. Bij het anders inrichten van steden moeten heilige huisjes omver, bijvoorbeeld rondom autogebruik. Bij de OV-concessie heeft de provincie Bravoflex gepresenteerd als het doekje voor het bloeden als het reguliere OV het niet waarmaakt. Uit de notitie blijkt dat niet zeker is of er voldoende Bravoflex is en of de gemeente dat wellicht extra moet gaan inkopen. Het is mogelijk afwachten wat het Bravoflex-aanbod wordt. Den Bosch moet de provincie houden aan de mobiliteitsbeloftes. Bravoflex zou de mobiliteit borgen, dus een oproep aan het college daar werk van te maken. Bushaltes moeten mobiliteitshubs worden, met een goede fietsenstalling, deelfietsen en ander deelvervoer als er behoefte aan is. Als buslijnen minder door wijken gaan rijden, zijn ze sneller van A bij B en kunnen ze mogelijk vaker rijden. Met goede aansluiting op andere modaliteiten worden mensen uitgenodigd die bus ook echt te gebruiken. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) haalt uit dit verhaal geen organische behoefte aan deelvervoer, maar een dwang daartoe. 11
Mevrouw Samshuijzen (PvdD) denkt dat op plekken waar de bus niet het hele dorp doorkruist, deelvervoer mensen faciliteert. Er moet goed naar de behoeften worden gekeken. Deelvervoer kan hier mooie oplossingen bieden. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) concludeert dat bij de vervoermiddelen die van de Partij voor de Dieren een groen vinkje krijgen van de behoefte wordt uitgegaan en dat bij de overigen die behoefte wordt opgelegd. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) herhaalt dat oneindig uitbreiden van asfalt en parkeerplaatsen niet kan. Die ruimte is er op verschillende vlakken niet. Fysiek, qua energie en qua grondstoffen. Er moeten wel andere keuzes worden gemaakt. De heer Bos (GroenLinks) vraagt ook aan de Partij voor de Dieren of bij de first en last mile het STOMP-principe moet worden toegepast, waarbij vooraf al moet worden gekeken naar veilige voetpaden, ook 's avonds en dan pas fietsenstallingen et cetera. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) onderschrijft dat ook mensen die minder goed ter been zijn die bushalte moeten kunnen bereiken. OV moet bereikbaar zijn voor iedereen. Om de tweede auto de deur uit te doen, is deelvervoer nodig. Er zijn wijken en dorpen waar nu geen deelauto is te vinden. Dat moet anders. De deelmobiliteit die er in Den Bosch is, heeft een commercieel karakter. Als dat goedkoper kan, wordt het financieel aantrekkelijker die tweede auto weg te doen.
De heer Ploegmakers (CDA) vraagt of de gemeente deze nu commerciële activiteit moet gaan oppakken. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) wil die vraag wel opwerpen. Juist in het kader van inclusiviteit zou een kostendekkende aanpak interessant zijn, ook voor mensen met een smallere beurs. De heer Bos (GroenLinks) vraagt of de fractie niet nog iets tussen publiek en privaat in ziet, iets van de gemeenschap zelf. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) had in haar blokje deelmobiliteit opgenomen dat alle vormen moeten worden onderzocht en gestimuleerd. Genoemd worden het zelf aanschaffen van een auto voor deelgebruik of een gedeeltelijk commercieel initiatief als OnzeAuto, waar een groep mensen een auto deelt. De gemeente zou daar meer op kunnen sturen. Er zijn dorpen en wijken waar geen deelmobiliteit bestaat. Als het niet wordt aangeboden, kan men de keuze niet maken. Als de gemeente vindt dat zij een opgave heeft, moet zij daar werk van maken. De heer Van Griensven (PVV) vraagt hoe de fractie dit wil financieren. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) heeft niet veel dingen genoemd die veel geld kosten. Mensen helpen als zij kiezen voor deelmobiliteit tegen kostendekkende tarieven hoeft geen geld te kosten. Initiatieven als Onze Auto helpen opstarten of helpen een eigen auto aan te schaffen, kost misschien een klein bedrag.
Belangrijker is dat de provincie moet worden gehouden aan haar beloftes over de borging van het OV. Als de gemeente beter gebruik gaat maken van de openbare ruimte wordt veel gezondheids- en welzijnswinst geboekt. De Partij voor de Dieren ziet de euro's niet die de PVV benoemt. Eén deelauto vervangt gemiddeld zes privéauto's. Dat kan veel betekenen voor het Bossche ruimtetekort. Het is gek om de leefomgeving te laten verpesten door zoveel auto's. Niet alles hoeft weg, maar het kan heus minder. Een mooie leefomgeving vraagt keuzes. De heer Broekmeulen (VVD) merkt op dat de rekening voor de deelauto die op het werk staat gewoon wordt doorbetaald. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) reageert dat een deelauto niet is bedoeld om dagelijks mee naar het werk te rijden. Er zijn ook andere modaliteiten om naar het werk te komen. Het idee dat iedere persoon iedere dag een auto moet hebben om naar het werk te gaan, moet op de helling. Dat de VVD en Partij voor de Dieren daarover van mening verschillen, betekent niet dat 12
het niet uitvoerbaar zou zijn. Daarnaast zijn er verschillende concepten en varianten van deelauto's. De eigen deelmobiliteit van de buurt zelf is ook een stuk betaalbaarder. Door de puzzelstukjes in elkaar te schuiven zijn mooie dingen mogelijk. De heer Broekmeulen (VVD) vraagt als de deelauto niet is bedoeld om mee naar het werk te nemen, waarvoor dan wel. Ook voor wie boodschappen gaat doen of een restaurant bezoekt, telt die meter door. De meter stopzetten, betekent misschien dat de auto weg is. Dit moet wel in de overwegingen worden meegenomen. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) benadrukt dat haar fractie niet vindt dat voor iedere vervoersbeweging een auto moet worden gebruikt. Wie ergens naartoe gaat, betaalt dan voor die auto. Onderaan de streep is het alsnog goedkoper dan altijd een auto voor de deur te hebben. De Partij voor de Dieren benadert de auto niet alsof het zuurstof is. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vertaalt mobiliteit net als D66 met meedoen. Dat meedoen moet dan ook consequent worden toegepast. Als duurzaamheid ineens belangrijk wordt gevonden, moet dat meedoen niet naar het tweede plan worden geschoven. Het gaat om mogelijkheden bieden in plaats van ontnemen.
Met toepassing van het STOMP-principe – logischerwijs per deelgebied anders – is het in een drukke binnenstad met veel verkeersdeelnemers van belang de leefkwaliteit te bewaken en keuzes te maken. In de andere gebieden moet een antwoord worden gevonden op bijvoorbeeld de behoefte van mensen hun auto kwijt te kunnen. In plaats van een waterbed te creëren door die parkeernorm net te laag te zetten, zouden parkeerplekken weggehaald kunnen worden zodra blijkt dat dit ergens kan. Op dit moment worden ze zonder context weggehaald en zonder met de parkeerdruk rekening te houden. In deze notitie wordt onvoldoende vanuit de behoeften geredeneerd. Bij parkeren staat feitelijk 'Hoe zo snel mogelijk naar nul'. Daar haakt de fractie af. De heer Bos (GroenLinks) vraagt of de parkeerdruk pas moet worden aangepakt als die er is of dat keuzes ook aan de voorkant gemaakt kunnen worden. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) wijst er op dat een thuiswonend ouder kind dat nog geen eigen huis kan vinden wel een eigen auto nodig heeft. Leefbaar wil daar niet 'vanuit klimaatdrammerij dogmatisch' tegenin gaan. Die dogmatiek heeft te weinig oog voor de behoeften van mensen. Er wordt dwangmatig een behoefte gecreëerd met zero-emissiezones en de opheffing van parkeerplekken. Dat wil Leefbaar niet. Leefbaar wil wel mogelijkheden bieden zodat men die keuze zelf maakt, niet repressief.
De heer Bos (GroenLinks) kijkt vooral naar bereikbaarheid. Wachten tot een wijk te vol is of aan de voorkant keuzes maken. Aan Leefbaar wordt de vraag gesteld welke keuze die dan maakt. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) wil zijn ogen niet sluiten voor infarcten. De binnenstad wacht op een antwoord op een groeiend aantal verkeersdeelnemers in verschillende modaliteiten. De fractie ziet wijken die dreigen vast te lopen én wijken waar ruimte is. Het doel en het middel moeten elkaar vinden in plaats van dat iets wordt opgedrongen. De heer Bos (GroenLinks) vraagt wat dan de consequenties zijn. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) is geen tegenstander van het bieden van mogelijkheden om op andere manieren aan het verkeer deel te nemen. Deelmobiliteit en de juiste infrastructuur voor fietsers en voetgangers moeten worden aangepakt. Het is niet het een voor het ander. Als er dan alsnog een infarct is, moet het specifieke probleem worden aangepakt. STOMP is een goede methode als die stimulerend werkt. Als het doorschiet haakt de fractie af. Parkeerplaatsen opheffen voor fietsers is per plek anders. In een wijk vol met auto's is die auto niet ineens verdwenen. Den Bosch moet zich ook verhouden tot een inwoner die een auto heeft.
De heer Hoeben (De Bossche Groenen) stelt dat op een aangelegd transferium die bewoner zijn auto kwijt kan, wellicht zelfs bewaakt en aan de oplader. Met dat STOMP-principe kan
13
ruimte in de wijk worden gecreëerd om te trappen en stappen, ruimte voor leefbaarheid en om de first mile goed te overbruggen naar die plek waar de auto veilig staat. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) wil niet de auto voor de deur per definitie behouden. De first mile kan een oplossing zijn. Dat is een ander vertrekpunt dan dit stuk ademt, prioriteiten en repressiviteit richting dat wat minder hoog staat aangeschreven. Randvoorwaardelijk moeten bepaalde zaken op orde moeten zijn. In dit stuk wil men slechts stappen en trappen en de auto zit daarbij in de weg. Dan moet er een keiharde afspraak komen dat parkeren op een bepaalde afstand en in een bepaalde mate geregeld zijn. De fractie gaat erin mee dat iemand die stedelijk wil wonen vaker forenst, maar dat punt is in Den Bosch nog niet bereikt. De heer Kouwenberg (Rosmalens Belang) stelt dat mobiliteit niet bij modellen of abstracte doelen begint maar bij de dagelijkse Bossche praktijk. Waar geen station of deelfiets voor de deur staat, maar de behoefte aan veiligheid, bereikbaarheid en ruimte voor groei groot is. In de vijf mobiliteitsdoelen kan de fractie zich vinden, met nadrukkelijke aandacht voor bereikbaarheid als voorwaarde voor inclusiviteit. Mobiliteitsbeleid dat zich te veel op stedelijke concepten richt, dreigt Nuland, Vinkel of Rosmalen buiten te sluiten.
Wat STOMP betreft, is de fractie voor gebiedsgericht beleid, maar met realiteitszin. Wat werkt in de binnenstad, werkt niet automatisch in een dorp. De auto blijft voor veel inwoners belangrijk. STOMP zou flexibel toegepast moeten worden, met voldoende ruimte voor gemotoriseerd verkeer in dorpen en (buiten)wijken. Veilige en comfortabele fietsroutes worden gesteund, maar parkeerplaatsen in buitenwijken mogen niet klakkeloos worden opgeofferd. Het behoud van de parkeernorm is belangrijk voor leefbaarheid en bereikbaarheid. Versterking van het OV is waardevol, maar mag niet afleiden van de structurele bereikbaarheidsproblemen aan de oostzijde van de gemeente. De versnelling van de woningbouw in De Groote Wielen vergroot de druk op de infrastructuur. De A2 staat al vol, de verbetering stokt. Voorkomen moet worden dat de pogingen dit vlot te trekken eindigen met een rapport zonder uitvoering. Aan het college de vraag of het naast het Structuurfonds aanvullende bovengemeentelijke financiering wil aanboren en of het de oostelijke mobiliteitsopgave expliciet wil koppelen aan de versnelde woningbouw in De Groote Wielen. Dan gaan infra en woningbouw in ieder geval daar hand in hand. Mobiliteit voor iedereen geldt wat deze fractie betreft wel met gezond verstand. In dorpen is de behoefte aan deelmobiliteit vooralsnog beperkt.
Dorpsauto's of Vervoer op Maat zijn effectiever dan het stimuleren van niet-gebruikte hubs. Als ze wel worden gebruikt, is de fractie er voorstander van. In het parkeerbeleid wordt differentiatie beoogd, mits bewoners van dorpen of wijken hun tweede auto niet kilometers verderop moeten stallen. Goede bereikbaarheid per auto is het uitgangspunt, transferia alleen als ze echt werken. De fractie zoekt maatwerk per wijk of dorp. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) is bezorgd over een mobiliteitsbeleid dat te veel gestuurd lijkt door milieuwinst en gedragsverandering zonder oog voor de praktische gevolgen voor ouderen, zorgbehoevenden, mensen met een smalle beurs en mensen die geen keuze hebben. Voor velen van hen is mobiliteit geen luxe maar noodzaak. Het OV is lang niet altijd een alternatief, fietsen niet voor iedereen haalbaar en elektrische auto's zijn onbetaalbaar. Bosch Belang herkent de centrale doelen, maar legt het accent op inclusiviteit en bereikbaarheid. Bereikbaar, ook voor de inwoners van de binnenstad. Milieu en duurzaamheid zijn belangrijk, maar de betaalbaarheid en praktische uitvoerbaarheid moeten niet worden vergeten. In een leefbare stad kan iedereen meekomen, niet alleen de fitte fietser of de bewuste e-rider. STOMP kan worden toegepast met gezond verstand. Niet iedereen heeft goed toegang tot het OV en een e-bike en niet iedereen kan lopen.
STOMP mag geen mensen uitsluiten. Verbetering van het (veilig) fietsnetwerk wordt gesteund, maar fietsparkeren mag niet zomaar ten koste gaan van autoparkeren. Zeker niet in gebieden met veel ouderen en zorgvoorzieningen. Het OV moet voor iedereen bereikbaar blijven. De gemeente mag investeren in aanvullend vervoer waar regulier OV tekortschiet. OV-hubs zijn alleen zinvol als de first en last mile goed zijn geregeld. Deelmobiliteit kan een aanvulling zijn, geen verplichte vervanging van volwaardig OV of de privéauto. Parkeren is maatwerk per gebied. In de binnenstad kan dit strakker worden geregeld, maar ook die moet voor bewoners en mantelzorgers bereikbaar blijven. Werklieden en bevoorraders moeten de stad in kunnen. Slimme mobiliteit wordt gesteund, maar niet tegen elke prijs. Mobiliteitsbeleid moet mensen helpen, niet frustreren. 14
De heer Bos (GroenLinks) loopt de stellingen na: 1, eens, al is bereikbaarheid geen doel op zich, maar een middel om andere doelen te bereiken. 2, volmondig ja voor STOMP. Beginnen met stappen en trappen moet overal leidend zijn, ook in dorpen. Een goed fietsnetwerk is er net zo belangrijk als in de stad. In OV en deelmobiliteit zijn nog stappen te zetten door deelauto's te stimuleren. Zo wordt de tweede auto op een sociale en duurzame manier overbodig gemaakt. De heer Broekmeulen (VVD) vraagt hoe het stimuleren eruit gaat zien. De heer Bos (GroenLinks) wijst op voorbeelden elders in het land, zoals in Den Haag, waar mensen op zo'n wagen kunnen inschrijven. Als in een wijk een stuk of tien mensen daarop inschrijven, kan de gemeente faciliterend werk doen of garantstaan voor een lening en tegelijk parkeerplaatsen opheffen. 3, meer ruimte voor de steeds populairdere fiets. Groei vraagt om ruimte, GroenLinks vindt dat geparkeerde auto's plaats moeten maken voor fietsenstallingen en het uitbreiden van fietsvlonders. Zeker in oudere wijken is fietsparkeren vaak een probleem. De heer Broekmeulen (VVD) vraagt waar de populariteit van de fiets op is gebaseerd. De heer Bos (GroenLinks) stelt dat zichtbaar is dat veel mensen een fiets aanschaffen en dat op veel plekken inpandig parkeren niet mogelijk is. Dat vraag om keuzes. GroenLinks kiest dan voor de fiets.
De heer Broekmeulen (VVD) vraagt waar GroenLinks in het rijtje uitgangspunten inclusiviteit plaatst. De heer Bos (GroenLinks) komt hier in zijn betoog op terug. De wethouder heeft in december toegezegd fietsstromen in kaart te brengen. Gevraagd wordt om een update. 4, de first en last mile: overstappen op het OV moet makkelijker worden. Dat begint met een veilige en toegankelijke route van en naar de halte, via het STOMP-principe. 5, een redelijke reistijd is niet hetzelfde als de snelste reistijd. Koppeling aan de Bossche Pas is een mogelijkheid. Deelmobiliteit dient in alle wijken en dorpen te worden gestimuleerd. Vooral in wijken waar mensen elkaar goed kennen zijn gemeenschapswagens goed toepasbaar. De gemeente kan aanjagen en ondersteunen. Een publieke of niet-commerciële vorm van deelmobiliteit heeft de voorkeur. De heer Kagie (Leefbaar 's-Hertogenbosch) voelt wel voor koppeling aan de Bossche Pas, maar de pas moet geen 'duizenddingendoekje' worden. Hij wil graag reflectie hierop. De heer Bos (GroenLinks) ziet de Bossche Pas mede als een middel tot verbinding voor de doelgroep van de pas. Dit is nog niet het moment om over concrete uitwerking te praten. 6, parkeren: in nieuwe wijken kan worden gekozen voor een sturend en beperkt parkeerbeleid en kunnen tegelijk alternatieven worden geboden. In bestaande wijken moet dit geleidelijk.
Dat mag geen reden zijn om geen duurzame keuzes te stimuleren. GroenLinks wil met deze discussie richting geven aan de vraag hoe Den Bosch zich verplaatst in de toekomst. gezonder, eerlijker en duurzamer. De heer Broekmeulen (VVD) vraagt wat het voor het mobiliteitsbeleid betekent als uitspraken over het OV niet waar te maken blijken en het OV niet blijkt te voldoen aan de wensen van GroenLinks. De heer Bos (GroenLinks) merkt op dat OV één alternatief is, maar ook de fiets, deelmobiliteit en stappen zijn mogelijkheden waar nog extra op kan worden ingezet. De heer Ploegmakers (CDA) schetst dat mobiliteit de inwoners verbindt met werk, zorg, familie en vrienden, zorgt dat de mantelzorger naar de hulpbehoevende kan, de senior mobiel blijft en scholieren veilig op school komen. Mobiliteit maakt meedoen mogelijk, in het centrum, in de dorpen en wijken. De doelen in de discussienotitie worden herkend, maar die kunnen conflicteren. Door een grote inclusiviteit en door verdere groei van de gemeente kan de infrastructuur en de leefbaarheid verder onder druk komen te staan. Het CDA bepleit het gericht 15
toepassen van het STOMP-principe. Dat klinkt in een ideale wereld mooi, maar het heeft ook impact op inwoners die ergens willen of moeten komen. In de mobiliteit moet de menselijke maat niet uit het oog worden verloren: mindervaliden, zorgmedewerkers, senioren, ondernemers, de mens moet centraal staan in STOMP. De vraag is of dat echt zo is. Het CDA is voor een fietsinfrastructuur die het fietsgebruik stimuleert. Vrijliggende fietspaden, zoveel mogelijk door kunnen fietsen zonder verkeerslichten en een veilige schoolroute. Fietsen moeten veilig kunnen worden gestald en niet zorgen voor hinder op stoepen. Het CDA is benieuwd hoe dat in de binnenstad gaat worden gerealiseerd en wat daarin de vorderingen zijn. In afwachting van de OV-concessie ziet de fractie op dit moment geen rol voor de gemeente in aanvullende diensten, uitgezonderd de transferiumbussen. De fiets vergt minder investering dan de bus en wordt daar door het CDA dan ook boven gesteld. De gemeente moet wel werk maken van goed ingerichte OV-hubs. Ook moet worden geïnvesteerd in vrijwilligersinitiatieven als de seniorenbus. De heer Bos (GroenLinks) vraagt toelichting op het pleidooi de OV-hubs goed in te richten en of dat ook volgens het STOMP-principe moet gebeuren. De heer Ploegmakers (CDA) denkt in eerste instantie aan het faciliteren en de toegang tot de hub.
Daar hoort een veilige oversteek en goede stallingsmogelijkheid van de fiets bij. De fractie is voor deelvervoer, maar het initiatief moet bij commerciële aanbieders liggen. Bewonersinitiatieven kan de gemeente faciliteren, de uitvoering volgt later. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) vraagt of het CDA een rol voor de gemeente in de bewustwording ziet, omdat veel mensen nu wellicht niet over de mogelijkheden nadenken. De heer Ploegmakers (CDA) ziet wel een rol in communicatie en voorlichting, maar het hoeft niet exclusief aan de gemeente te zijn. Dat kan breder worden benaderd: een VvE in een appartementencomplex kan ook een rol hebben. Dit geldt ook in oudere wijken, waar met wijkraden kan worden gesproken. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) vraagt of de rol van de gemeente van het CDA wel groter zou mogen zijn. De heer Ploegmakers (CDA) denkt dat vanzelf gaat gebeuren. Als mobiliteit voorrang krijgt, zal die beweging vanzelf op gang komen. Daar speelt de gemeente een rol in. De fractie kan zich vinden in een lagere parkeernorm op sommige plekken om meer ruimte voor het groen te creëren. De realiteit is momenteel wel dat er veel jongeren zijn die noodgedwongen bij hun ouders wonen. Om die twee, drie auto's bij een woning kan niemand heen. De heer Van Griensven (PVV) wil duurzaamheid niet als accent beschouwen. Liever gaat de fractie uit van betaalbaarheid.