CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Brief 10 maart 2025 - Warmtebedrijf

Gemeenteraad 1 april 2025, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Wensen en bedenkingen oprichting gemeentelijk warmtebedrijf15.775 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

E.

Ondergronds Deel (hoofdstuk 5) Energiebalans als stuurmiddel: • heeft in zijn formule voor de energiebalans geen aardgas component. Energiebalans als stuurmiddel wordt vervangen door: • Waterverplaatsing als stuurmiddel (Productiviteit) • SPF als stuurmiddel

SPF als stuurmiddel: • heeft in zijn formule een aardgas component die gemeten en gecontroleerd wordt • bij tegenvallende prestaties van het OBES kan Duurzaam Opgewekt op grond hiervan in een privaatrechtelijke procedure worden aangesproken (Bijlage 1).

F. Energiecentrale (hoofdstuk 6) Door Dubotechniek is aangegeven dat de complete warmtevoorziening dient te worden vervangen alsmede de regeltechniek en de bemetering in alle woningen. Door de Autoriteit Consument & Markt is een brief (lees: rapport) gestuurd aan het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) met als onderwerp: ‘Informatie over klachten bewoners WKO-systemen’. Deze is gevolgd door een brief (lees: rapport) met als onderwerp: ‘Inzicht in WKO-systemen’. ACM heeft in detail de vier hoofdonderdelen van WKO-systemen beschreven: • grondwatersysteem • energiecentrale • distributiesysteem • afgiftesysteem Van de vier hoofdonderdelen is inzicht gegeven in de technische problemen. In voorliggend rapport is wat Dubotechniek heeft aangegeven, getoetst aan het tweede rapport van ACM. Uit de toetsing blijkt dat Dubotechniek onvolledig is geweest.

G.

Autoriteit Consument & Markt (ACM) (hoofdstuk 7)

Hoofdstuk 7 sluit direct aan op hoofdstuk 6. Het is in feite een vervolg. De eindgebruiker staat centraal in zijn relatie met het OBES. Beschreven worden: • Afspraken over de kwaliteit van de levering • Monitoring van kwaliteit • Bewijslast Belangrijk hierbij is om te weten of de eindgebruiker wel/niet ondersteund wordt door wetgeving. De Warmtewet is hierbij het geschikte instrument.

1.

Basisbegrippen

1.1

Bodemenergie

Bodemenergie is een duurzame manier om gebouwen te koelen en te verwarmen. Op een bepaalde diepte heeft de ondergrond een vrij constante temperatuur. Dit merk je bijvoorbeeld in grotten, waar de temperatuur constant ongeveer 10 tot 12 ºC is. Dit is koeler dan de gemiddelde zomertemperatuur en warmer dan de wintertemperatuur bovengronds. Dit verschijnsel vormt de basis voor bodemenergiesystemen, een duurzame techniek om gebouwen in de zomer te koelen en in de winter te verwarmen. Toepassing van Bodemenergie kan het energieverbruik en de CO2-uitstoot voor verwarming en koeling van gebouwen met 80% verminderen.

1.2

Bodemenergie-systemen

Bodemenergiesystemen bestaan uit een: • bovengronds deel • ondergronds deel Hierbij wordt onderscheid gemaakt in: • gesloten bodemenergiesystemen (GBES) • open bodemenergiesystemen (OBES). GBES wisselen warmte en koude uit via een gesloten buizenstelsel in de ondergrond en worden daarom 'bodemwarmte-wisselaars' genoemd. OBES circuleren grondwater en worden ‘warmte koude opslagsystemen' (WKO) genoemd. Klooster Baptist heeft een WKO.

1.3

Onderdelen van een open bodemenergiesysteem (OBES)

Binnen een installatie van een open bodemenergiesysteem (OBES) is een aantal demarcaties van belang. Een OBES bestaat uit: • Bovengronds Deel: ▪ Gebouwzijdig Deel ▪ Energiecentrale • Ondergronds Deel

Gebouwzijdig Deel

Opmerking:

Energiecentrale

voor een gedetailleerde weergave zie informatiebron [ 1 ]

Ondergronds Deel

Toelichting op de bovenstaande afbeelding (informatiebron [ 1 ]): • “ Een bodemenergiesysteem bestaat (conform de wettelijke bepalingen) uit een ondergrondse opslaginstallatie (het ondergrondse deel van het bodemenergiesysteem) en de bijbehorende bovengrondse installaties (de Energiecentrale van een bodemenergiesysteem) - zoals een warmtepomp of regeneratievoorziening – die energie uitwisselen met het ondergrondse deel. • Het ondergrondse deel van de installatie heet kortweg Ondergrondse Deel. • Het bovengrondse deel van het bodemenergiesysteem heet de ‘Energiecentrale van een bodemenergiesysteem’, kortweg Energiecentrale BES. • Let op: de Energiecentrale BES kan ook energie uitwisselen met de omgeving voor regeneratie van het Ondergrondse Deel. Bijvoorbeeld met zonnecollectoren, drycoolers, een energiedak, of een installatie om warmte en/of koude te onttrekken aan oppervlaktewater. Deze voorzieningen behoren dan ook tot de Energiecentrale BES. • Additionele voorzieningen voor koude- en warmteopwekking, zoals piekketels of koelmachines, behoren (volgens de wettelijke bepalingen) niet tot het bodemenergiesysteem. De Energiecentrale BES en de additionele voorzieningen vormen samen de energiecentrale van het gebouw. • De gebouwinstallatie betreft de transport- en afgiftesystemen voor warmte en/of koude.

Deze wordt onderscheiden van de energiecentrale en is daarom afzonderlijk aangegeven.”

Begrippen: “ OBES Installatie waarmee van de bodem gebruik wordt gemaakt voor de levering van warmte of koude ten behoeve van de verwarming of koeling van ruimten in bouwwerken, door grondwater te onttrekken en na gebruik in de bodem terug te brengen, met inbegrip van bijbehorende bronpompen en warmtewisselaar en, voor zover aanwezig, warmtepomp en regeneratievoorziening. Het bovengrondse deel van de installatie valt daar ook onder. Energiecentrale Het totaal van bovengrondse warmte- en koudeopwekkers en regeneratievoorzieningen. Energiecentrale van een bodemenergiesysteem (Energiecentrale BES) Het bovengrondse deel van het bodemenergiesysteem, dat bestaat uit de bovengrondse bodemgekoppelde warmte- en koudeopwekkers en regeneratievoorzieningen. Dit exclusief: • distributiemodules en gebruikersmodules • het ondergrondse deel van het bodemenergiesysteem Het ondergrondse deel van een bodemenergiesysteem is het gedeelte van het bodemenergiesysteem dat nodig is om energie te onttrekken en/of toe te voegen aan de bodem en over te dragen aan de Energiecentrale BES. Het Ondergrondse Deel is gescheiden van de Energiecentrale BES door middel van een warmtewisselaar (TSA).” (TSA = Tegen Stroom Apparaat)

2.

Tussenstand Volantis

Alternatief

Uitgangspunt: • • • •

Warmte WTW Koude Gemiddeld verbruik

2150 GJ 638 GJ 448 GJ 20,20 GJ

Uitgangspunt

‘wonen zonder aardgas’

huidige situatie

knelpunten

gewenste situatie

Bestuur VvE

Beoordelen van: • Voorstel 1 • Voorstel 2 • Voorstel 3

Beoordelen van

nieuwe voorstellen

2.1

Volantis

2.1.1 Uitgangspunt Volantis heeft het volgende uitgangspunt genomen: • Warmte 2150 GJ • WTW 638 GJ • Koude 448 GJ • Gemiddeld verbruik 20,20 GJ Duurzaam Opgewekt heeft op grond van dit uitgangspunt drie voorstellen uitgebracht. Deze voorstellen worden beoordeeld door het Bestuur VvE. 2.1.2 Wat is een uitgangspunt ? ‘Uitgangspunt’ heeft meerdere definities. Één van de definities is ‘fundament’. Nagegaan wordt of het uitgangspunt van Volantis een fundament is voor: • Duurzaam Opgewekt om voorstellen te doen • het Bestuur VvE om de voorstellen van Duurzaam Opgewekt te beoordelen. 2.1.3 Kritiek Punt 1 Per appartement geldt de volgende berekening: Warmte 2150 GJ / 138 = 15,6 GJ WTW 638 GJ / 138 = 4,6 GJ + ________________ Totaal = 20,2 GJ Deze berekening ontbreekt.

(dit is verwarming plus warm tapwater)

Punt 2 Warmte dient onderscheiden te worden in: • Verwarming: ▪ aardgas ▪ elektriciteit • Warm tapwater: ▪ aardgas ▪ elektriciteit Invulling hiervan ontbreekt Punt 3 Bij een Koude van 448 GJ is er sprake van een ontoelaatbaar koude overschot bij toepassing van de volgende formule: Energiebalans = (Ekoude – Ewarmte) / (Ekoude + Ewarmte) * 100 % Zie hiertoe hoofdstuk 5. Punt 4 Een uitgangspunt dient te voldoen aan de volgende kwaliteitscriteria: • juistheid • volledigheid • controleerbaarheid Hier wordt niet aan voldaan.

2.1.4 Conclusie Het uitgangspunt van Volantis is geen fundament om: • Duurzaam Opgewekt voorstellen te laten doen • het Bestuur VvE de voorstellen van Duurzaam Opgewekt te laten beoordelen Kortom, het uitgangspunt van Volantis is niet goed waardoor de voorstellen van Duurzaam Opgewekt ook niet goed kunnen zijn. Daaruit volgt weer dat ook het contract met Duurzaam Opgewekt niet goed kan zijn. Bij tegenvallende prestaties van het bodemenergiesysteem kan Duurzaam Opgewekt in een privaatrechtelijke procedure op basis van dit uitgangspunt niet worden aangesproken (Bijlage 1).

2.2

Bestuur VvE

2.2.1 Huidige situatie De huidige situatie wordt gemarkeerd door informatiebronnen [ A ] tot en met [ E ]. [A]

‘Voorstel ondersteuning organisatie exploitatie WKO’, Opdrachtgever : VvE Diensten Nederland Eindhoven Uitgevoerd door : Volantis, 31 januari 2023

[B]

Agenda en Besluit extra vergadering van eigenaars, 17 februari 2023

[C]

Brief ‘Bestuur VvE negeert splitsingsakte’, Peter Kieboom, 1 mei 2023

[D]

‘Ondersteuning organisatie exploitatie WKO’, Opdrachtgever : VvE Diensten Nederland Eindhoven Uitgevoerd door : Volantis, 12 april 2023

[E]

Agenda en Besluit extra vergadering van eigenaars, 19 september 2023

2.2.2 Knelpunten Het Bestuur VvE heeft niet ontdekt dat: • het uitgangspunt van Volantis geen fundament is • het uitgangspunt van Volantis geen fundament is voor de voorstellen van Duurzaam Opgewekt • de voorstellen van Duurzaam Opgewekt en een contract derhalve niet goed kunnen zijn • hierdoor de leden van de VvE op de extra vergaderingen van eigenaars op 17 februari 2023 en 19 september 2023 verkeerde besluiten hebben genomen (informatiebron [ B ] en [ E ]) • hierdoor tijd en geld verloren zijn gegaan (informatiebron [ C ]) Dit betekent het volgende: • de bewoners van de 138 appartementen van Klooster Baptist zijn de gedupeerden en gaan hiervoor letterlijk de rekening betalen • er is een energiecrisis waardoor de bestaanszekerheid van nog meer bewoners in het geding komt Het Bestuur VvE is onbekend met het feit dat: • Dubotechniek zich niet gehouden heeft aan het 15-jarig contract (hoofdstuk 4) • de bewoners van Klooster Baptist gedurende die periode teveel betaald hebben voor hun energie • een schadeloosstelling hiervoor op zijn plaats is Het Bestuur VvE is onbekend met het feit dat: • de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) een rapport heeft geschreven over de energievoorziening van Klooster Baptist • dit rapport mede een goede basis is voor Duurzaam Opgewekt om voorstellen te doen

2.2.3 Gewenste situatie Implementatie van voorliggend rapport. Overstappen naar het alternatief. Aangetoond zal worden dat bij tegenvallende prestaties van het bodemenergiesysteem Duurzaam Opgewekt in een privaatrechtelijke procedure kan worden aangesproken (Bijlage 1). BETER TEN HALVE GEKEERD DAN TEN HELE GEDWAALD !

2.3

Alternatief

In hoofdstukken 3 tot en met 6 wordt het alternatief verder uitgewerkt. Hoofdstuk 7 is bijzonder. Hier staat niet het OBES centraal. Centraal staat de eindgebruiker in zijn relatie met het OBES. Daar gaat het toch om.

3. Ontwerp van een OBES (informatiebron [ 2 ])

Warmte- en koudevraag Gebouw

Aandeel levering door WKO Onderhoud / Beheer

Energiecentrale Inzet regeneratie / aardgas

Warmte- en koudevraag aan ondergrond (Energiebalans of SPF)

aandachtsgebied Omgevingsdienst

Ondergrondse installatie

4.

Gebouwzijdig Deel

4.1.

Huidige situatie

4.1.1

Dubotechniek en Contracten

A. Wat is EPC ? EPC staat voor Energie Prestatie Coëfficiënt en zegt iets over hoe energiezuinig een gebouw is. Hoe energiezuiniger een gebouw, hoe lager de EPC waarde. De EPC norm is vastgesteld aan de hand van de energetische efficiëntie van een typisch woonhuis uit 1990. Deze ‘modelwoning’ heeft als EPC-waarde 1,0 meegekregen en wordt sindsdien als referentie aangehouden. Wanneer er wordt gerefereerd aan de EPC-norm, wordt deze modelwoning dus als uitgangspunt genomen. Wanneer de EPC waarde van een woning 0,8 is, dan betekent dit dat dit huis 80% van de energie verbruikt in vergelijking met het huis uit 1990. Om de EPC-waarde te bepalen, wordt alleen het energieverbruik gemeten dat direct te maken heeft met het gebouw: • Isolatie : vloer naar parkeergelegenheid, buitengevel, dak, beglazing (HR++ glas & kozijn) • verwarmen en koelen • warm tapwater • ventileren • hulpenergie De EPC-eis voor huizen is in de loop der jaren steeds naar beneden aangepast. • 1 januari 1996 1,4 • 1 januari 1998 1,2 • 1 januari 2000 1,0 • 1 januari 2006 0,8 Klooster Baptist • 1 januari 2011 0,6 • 1 januari 2015 0,4 • 1 januari 2021 0,2 (= BENG, Bijna Energie Neutraal Gebouw) De EPC-eis is opgenomen in het Bouwbesluit. Sinds 1995 is het verplicht deze bij een bouwaanvraag in te dienen. B.

Contracten In het ontwerp van het duurzaam energiesysteem van Dubotechniek (informatiebron [ 7 ]) staat het volgende: Eisen van het Bouwbesluit: • Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC) van 0,8 Eisen van de gemeente ’s-Hertogenbosch: • Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC) van 0,67 • CO2 - reductie van minimaal 25 % ten opzichte van conventionele installaties Er staat ook ‘Verwarming aardgas : 0 (nul)’ 4.1.2 Duurzaam Opgewekt Duurzaam Opgewekt heeft voorstellen uitgebracht op grond van het volgende uitgangspunt van Volantis: • Warmte 2150 GJ • WTW 638 GJ • Koude 448 GJ • Gemiddeld verbruik 20,20 GJ

4.2

Knelpunten

4.2.1 • • • •

Dubotechniek aan de Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC) van 0,8 wordt niet voldaan aan de CO2 – reductie van 25 % wordt niet voldaan aan ‘Verwarming aardgas : 0 (nul)’ wordt niet voldaan bewoners van Klooster Baptist hebben gedurende 15 jaar te veel aan energie betaalt

Verder wordt in het ontwerp gerekend met het theoretisch rendement van de warmtepomp. Oftewel, men rekent met de COP (Coëfficiënt of Performance). Het is een momentopname. Het is een laboratorium situatie. In de auto-industrie wordt dit ‘sjoemel software’ genoemd. Een praktisch rendement is de SPF (Seasonal Performance Factor). Het is de seizoensgebonden prestatie-coëfficiënt van een warmtepomp. Er ontbreken ook kwaliteitsverklaringen van de warmtepomp en HR+ ketel. 4.2.2 Duurzaam Opgewekt Het gehanteerde uitgangspunt is, eufemistisch gezegd, geen goed uitgangspunt. Met andere woorden, het uitgangspunt is geen fundament voor het doen van voorstellen.

4.3

Gewenste situatie

4.3.1 Dubotechniek en BENG Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat de vergunningaanvragen sinds 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG). Deze BENG-eisen zijn vergelijkbaar met de huidige EPC-waarde van 0,2. Bij BENG gelden, in tegenstelling tot bij EPC, drie eisen in plaats van één eis. Deze drie eisen worden niet enkel uitgedrukt in een getal, maar ook in aanvullende dimensies. BENG 1 : de maximale energiebehoefte in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar ( kWh / m2 . j ) BENG 2 : het maximale primair fossiel energiegebruik in kWh per m 2 gebruiksoppervlak per jaar ( kWh / m2 . j ) BENG 3 : het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten ( % ) Anders gezegd, BENG 3 = (BENG 1 / BENG 2) * 100 % TOjuli (Temperatuur Overschrijding) juli is een aanvullende eis. Het is een indicator voor oververhitting.

Op basis van de contracten (informatiebronnen [ 7 ] , [ 8 ] en [ 9 ]) dient Dubotechniek invulling te geven aan: BENG 1: de maximale energiebehoefte BENG 2 : het maximale primair fossiel (aardgas) energiegebruik BENG 3 = (BENG 1 / BENG 2) * 100 % Bij BENG 2 dient onderscheid gemaakt te worden in: • aardgas voor verwarming : deze zou volgens het contract 0 (nul) moeten zijn • aardgas voor warm tapwater Opmerking Na invulling kan (ook) eenvoudig worden vastgesteld in welke mate CO2-reductie heeft plaats gevonden. Bij BENG 2 hoort het volgende energielabel (Bijlage 2) :

4.3.2 Duurzaam Opgewekt en BENG Klooster Baptist is een appartementencomplex gesitueerd aan de Vlietdijk in De Groote Wielen te Rosmalen. Het bestaat uit 138 appartementen waarvan 66 koop en 72 huur. Er wordt gebruik gemaakt van een duurzaam verwarmingssysteem. De installaties hiervoor zijn gerealiseerd door DUBOtechniek Energie B.V., handelend onder de naam DUBO, te Zaltbommel in opdracht van Gebr. van Wanrooij Bouwbedrijven te Geffen. Het zogenaamde basis Dubotechniek comfortsysteem bestaat uit vier onderdelen: • een collectieve bron (bodemopslag) van waaruit de warmtepomp zijn energie haalt • een collectieve warmtepomp • vloerverwarming / vloerkoeling • een balansventilatiesysteem met WarmteTerugWinning (WTW) Klooster Baptist heeft twee typen koopappartementen: • Type Gardiaan : heeft een gebruiksoppervlakte van 94 m2 inclusief balkon (85 m2 exclusief balkon). • Type Novice : heeft een gebruiksoppervlakte van 70 m2. De koopappartementen zijn verdeeld over drie blokken: • Blok 1 (type Gardiaan) • Blok 2 en Blok 6 (type Novice) De 26 koopappartementen van Blok 1 zijn allen hoekappartementen. Naast de 26 koopappartementen heeft Blok 1 nog 8 huurappartementen. De huurappartementen van Blok 1 sluiten qua kenmerken goed aan bij de appartementen van Blokken 2 tot en met 6.

Er is een onderscheid op de zogenaamde ‘oriëntatie op de windroos‘ : • ( 8) huurappartementen van Blok 1 : Zuid • (30) koopappartementen van Blok 2 : Oost • (34) huurappartementen van Blokken 3 en 4 : Zuid • (30) huurappartementen van Blok 5 : West • (10) koopappartementen van Blok 6 : Noord De appartementen zijn opgeleverd medio 2008. Vanaf het begin zijn er veel problemen geweest met de zogenaamde comfortproducten warmte en koelte. In juli 2009 hebben de bewoners ontvangen de ‘Afrekening energieverbruik 2008 – 2009 ‘. Deze heeft veel beroering teweeg gebracht. De klachten zijn:: • te hoog warmteverbruik (hoge energierekening) • te grote verschillen in het warmteverbruik tussen de appartementen onderling • warmtecomfort problemen warmtecomfort is: ▪ de juiste temperatuur ▪ op de juiste plaats ▪ op de juiste tijd Van alle koopappartementen van Blok 1 is het warmteverbruik bekend (aantal GJ (GigaJoules)): zie overzicht op de volgende pagina en informatiebron [ 3 ]. Op basis hiervan hebben meerdere onderzoeken plaats gevonden waaronder de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) (informatiebronnen 4 tot en met 6). Het onderzoek van de TU/e is beschreven in paragraaf 4.3.3. Dit onderzoek dient de basis te zijn van Duurzaam Opgewekt voor de BENG berekening dat leidt tot het energielabel (Bijlage 2).

Vlietdijk 294

Vlietdijk 292

Vlietdijk 290

Vlietdijk 288

Vlietdijk 286

28,97

26,12

13,63

26,51

29,24

Vlietdijk 284

Vlietdijk 282

Vlietdijk 280

Vlietdijk 278

Vlietdijk 276

15,32

13,68

15,71

28,45

09,20

Vlietdijk 274

Vlietdijk 272

Vlietdijk 270

Vlietdijk 268

Vlietdijk 266

30,52

13,15

01,96

02,54

41,27

Vlietdijk 264

Vlietdijk 262

Vlietdijk 260

Vlietdijk 258

Vlietdijk 256

07,46

06,16

21,52

23,23

05,30

Vlietdijk 254

Vlietdijk 252

Vlietdijk 250

Vlietdijk 248

Vlietdijk 246

33,96

26,23

05,60

27,73

06,00

Vlietdijk 244

Vlietdijk 242

Vlietdijk 240

21,50

01,15

24,28

Vlietdijk 238

Vlietdijk 236

Vlietdijk 234

06,78

15,55

01,77

Vlietdijk 232

Vlietdijk 230

Vlietdijk 228

26,22

49,93

30,69

zuid

zuid / oost

noord / oost

noord / west

zwevende dekvloer

zuid / west

huur appartementen

appartementen met het hoogste / laagste verbruik

Opmerking: alle (26) koopappartementen zijn hoekappartementen

nooduitgang met aansluitend de lift respectievelijk trappenhuis met aansluitend de lift

4.3.3

Technische Universiteit Eindhoven (TU/e)

A.

Inleiding

Aan de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) is de volgende informatie ter beschikking gesteld door: VvE Klooster Baptist: • informatiebron [ 3 ] • gedeelte van informatiebron [ 5 ] • informatiebron [ 7 ] Gebr. van Wanrooij: • Bouwtekeningen Dubotechniek: • Bestekboek In het kader van voorliggend rapport is de volgende samenvatting opgesteld van informatiebron [ 6 ].

B.

Samenvatting

Probleem Grote onderlinge verschillen in het warmteverbruik van de (26) hoekappartementen van Blok 1 van Klooster Baptist (oppervlakte 85 m2 exclusief balkon). Mogelijke oorzaken Theoretisch gezien zijn er een aantal aspecten die verschillen kunnen veroorzaken tussen het warmtegebruik van de verschillende appartementen: 1. Gebruiksoppervlakte 2. Interne warmteproductie 3. Ligging in het gebouw: ▪ oriëntatie op de windroos ▪ boven appartement, tussen appartement en onder appartement 4. Gebruikerspatroon 5. Thermische bouwkundige gebreken 6. Aanwezigheid van zwevende dekvloer 7. Mogelijk sluimerverbruik Middels een korte theoretische analyse zijn een aantal aspecten uitgesloten als mogelijke oorzaak van het probleem. De overige aspecten zijn nader onderzocht, namelijk: 3. Ligging in het gebouw: ▪ oriëntatie op de windroos ▪ boven appartement, tussen appartement en onder appartement 4. Gebruikerspatroon 5. Thermische bouwkundige gebreken 6. Aanwezigheid van zwevende dekvloer Het sluimerverbruik zou een oorzaak kunnen zijn, maar is niet uitgewerkt in het onderzoek. Berekening van het warmteverbruik Het warmteverbruik is gesimuleerd met het programma Matlab, waarin een mathematisch model geschreven en gesimuleerd kan worden. Dit mathematisch model, genaamd HAMBASE (Heat Air Moisture model for Building And Systems Evaluation) is gemaakt door Dr. ir. A.W.M.

van Schijndel en beschikbaar op de TU/e.

Onderzoeksresultaten Onderstaand de onderzoeksresultaten voor: • boven appartement 286 • tussen appartementen 234, 240, 246, 256, 266 en 276 • onder appartement 228 De verschillen worden verklaard door het dak (286) en de half open parkeerkelder (228). De oriëntatie op de windroos is noordoost. Kanttekening: In realiteit kan het verbruik hoger uitvallen, omdat er in het model geen warmteoverdracht plaats vindt aan de omliggende ruimten als de onverwarmde hal. Tabel 4.1.2.1: referentie gebruikspatroon Tijd: Doordeweeks Weekend 0000 - 0800 20˚C. 20˚C. 0800 - 1800 20˚C. 22˚C. 1800 - 2400 22˚C. 22˚C

Grafiek 4.1.2.7: Energieverbruik t.o.v. ligging in het gebouw, adiabatisch aan de omliggende ruimten

5.

Ondergronds Deel

5.1

Huidige situatie

5.1.1

Energiebalans als stuurmiddel

A.

(grond)Waterwetvergunning

Vanuit het oogpunt van bodembescherming worden bij warmte- / koudeopslag (WKO) eisen gesteld aan de zogenoemde energiebalans. Een (grond)Waterwetvergunning (informatiebron [ 10 ] ) heeft hiertoe voorschriften. Voorschrift 8 luidt als volgt: “ De energiebalans dient zo sluitend mogelijk worden gehouden. In verband met de klimatologische omstandigheden mag het systeem over een periode van vijf jaar een energiebalans hebben die maximaal 15 % mag afwijken van de in deze periode verplaatste hoeveelheid energie. Over een periode van 10 jaar mag deze afwijking van de energiebalans niet meer dan 10 % bedragen.”

B.

De praktijk

In de periode 2009 tot en met 2012 heeft het volgende plaats gevonden (informatiebron [ 11 ] ) • aan warmte is onttrokken : 6862 GJ • aan koude is onttrokken : 2653 GJ Energiebalans = (E koude – E warmte) / (E koude + E warmte) * 100 % Waarin: E koude E warmte

= de hoeveelheid koude die uit de bodem gehaald wordt, vanaf de ingebruikname. = de hoeveelheid warmte die uit de bodem gehaald wordt, vanaf de ingebruikname.

Energiebalans = (2653 GJ – 6862 GJ) / (2653 GJ + 6862 GJ) * 100 % Energiebalans = - (min) 4209 GJ / 9515 GJ * 100 % Energiebalans = - (min) 44 % Dit betekent dat er een koude overschot is van 44 %.

C.

Waterwetcontrole

In informatiebron [ 12 ] staat bij Voorschrift 8 de volgende constatering: “ Op basis van de ingediende gegevens en de genoteerde meterstanden tijdens de controle, kan gesteld worden dat het systeem over de lange termijn op dit moment niet in balans is (12,05% onbalans). Dit blijft echter binnen de toegestane afwijking. Uit de ingediende evaluatie in 2013 kwam een onbalans van 44% naar voren. De aanpassingen van het systeem en de monitoring hiervan, conform het plan van aanpak, lijken hun vruchten af te werpen. “ Opmerking Deze constatering is niet juist: zie Punt A.

D.

Energiebalans op 31 december 2022

Er zijn jaaropgaven beschikbaar van 2009 tot en met 2022: informatiebron [ 13 ]. Op 31 december 2022 is er een koude overschot van 20 %. Dit is niet in overeenstemming met Voorschrift 8: zie Punt A. Door Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) is hierop (weer) niet gehandhaafd. Naar aanleiding hiervan heeft de VvE een rapport geschreven: informatiebron [ 14 ].

5.1.2 Omgevingsdiensten Nederland telt op dit moment 29 regionale omgevingsdiensten. Deze 29 omgevingsdiensten ondersteunen en adviseren inwoners en bedrijven op het gebied van milieuvergunningen. Daarnaast zijn omgevingsdiensten gespecialiseerd in milieutoezicht en -handhaving op het gebied van veiligheid, lucht, geluid, energie, afval en bodem. Sommige omgevingsdiensten hebben nog extra taken, zoals bouw- en woningtoezicht of BRZO (Besluit Risico’s Zware Ongevallen). Iedere Omgevingsdienst heeft een eigen werkgebied met eigen opdrachtgevers. Deze opdrachtgevers zijn de Nederlandse gemeenten en provincies. In Noord-Brabant zijn er drie Omgevingsdiensten: • Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) (Eindhoven) • Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) (’s-Hertogenbosch) • Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (Tilburg) Klooster Baptist heeft achtereenvolgens te maken gehad met ODZOB, ODBN en op dit moment weer met ODZOB. In hoofdstuk 3 is schematisch aangeven het aandachtsgebied van een Omgevingsdienst. In paragraaf 5.1.1 is beschreven het verband tussen ODZOB en Dubotechniek.

5.2

Knelpunten

5.2.1 Energiebalans als stuurmiddel Het OBES van Klooster Baptist heeft gedurende 15 jaar bij voortduring een koude overschot gehad. In de jaren 2009 tot en met 2012 is er in vier jaar tijd een ‘schuld’ opgebouwd van maar liefst 44 % onbalans. Zo’n schuld is niet eenvoudig weg te werken. Een OBES is in deze niet ‘vergevingsgezind’. Om onbalans in de bodem te voorkomen, is correctie van de warmte- en koude vraag noodzakelijk. Dit kan plaats vinden door het: • inzetten van regeneratievoorzieningen. Voorbeelden hiervan zijn: zonnecollectoren, drycoolers, een energiedak, oppervlaktewater • verlagen van het aandeel levering door WKO. Het resterende deel van de energievraag wordt dan geleverd door een conventionele gasketel. Echter: • het ontwerp van het OBES van Klooster Baptist ontbeert regeneratievoorzieningen • door gebruik van een gasketel komt de energiebesparing van een OBES onder druk te staan. Alternatieven voor ‘Energiebalans als stuurmiddel’ zijn: • Waterverplaatsing als stuurmiddel • SPF als stuurmiddel Bij ‘SPF als stuurmiddel’ is koude overschot toegestaan (informatiebron [ 15.1 ]). 5.2.2 Dubotechniek Bij woningbouw is er sprake van koude overschot omdat de warmtevraag groter is dan de koude vraag. Dit in tegenstelling met een supermarkt en een datacenter waar de koude vraag groter is dan de warmtevraag.

Dit alles heeft Dubotechniek niet meegenomen in het ontwerp (hoofdstuk 4).

5.3

Gewenste situatie

5.3.1

Waterverplaatsing als stuurmiddel (Productiviteit)

Inleiding Informatiebron [ 2 ] en [ 11.5 ]. Effectief energie besparen, financieel rendement en technische haalbaarheid worden beter gerealiseerd door ‘waterverplaatsing’ als stuurmiddel te gebruiken. Het is tevens kansrijk om de toegestane afwijkingen van de energiebalans te reguleren en eenvoudig te toetsen omdat deze op meetbare grootheden is gebaseerd: • waterverplaatsingen (m3) • temperaturen ( ºC ) Bij het ontwerp wordt uitgegaan van een temperatuurverschil van 8 ºC tussen warme bron en koude bron. De temperatuur van het grondwater is 12 ºC. De warme bron heeft dan een temperatuur van 16 ºC. De koude bron heeft dan een temperatuur van 8 ºC. Het temperatuurverschil van 8 ºC (16 ºC - 8 ºC) wordt in de praktijk niet gerealiseerd. Vandaar dat men uitgaat van een temperatuurverschil van 4 ºC. In informatiebron [ 15 ] is dit een facultatieve eis. Ervaringen met toezicht op energetische prestaties van open bodemenergiesystemen zijn vertaald naar een standaardeis voor productiviteit: informatiebron [ 16 ].

Vervolg Informatiebron [ 16.2 ]: “ Voor een doelmatig gebruik van de bodem is naast een goed rendement van bodemenergiesystemen ook relevant dat open bodemenergiesystemen niet onnodig veel grondwater verplaatsen. Doelmatig gebruik van grondwater kan worden uitgedrukt in de zogenoemde ‘productiviteit’. Dit is de hoeveelheid warmte of koude die per kuub grondwater wordt getransporteerd. De provincies hebben de mogelijkheid (dit is geen verplichting) om een voorschrift voor de ‘productiviteit’ aan de watervergunning te verbinden. Zo’n voorschrift draagt bij aan de doelstelling van de Waterwet van optimale ‘vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen’ (Waterwet art. 2.1 lid 1 onder c). Om uniformiteit in voorschriften voor productiviteit te borgen is in de standaardvergunning van de BUM Bodemenergie voor provinciale taken een optioneel voorschrift voor productiviteit opgenomen. Wat een optimale productiviteit is tijdens koelbedrijf en tijdens verwarmingsbedrijf is afhankelijk van de aard van het systeem en de bijgeschakelde installaties. De in de modelvergunning voorgestelde standaardeis voor de productiviteit geldt voor de meest gangbare situaties. In de fase van vergunningverlening kan maatwerk in de hoogte van de productiviteitseis nodig zijn.

Dit om te voorkomen dat de productiviteitseis leidt tot afname van de energiebesparing (bijvoorbeeld als mechanische koeling wordt ingezet om de productiviteitseis te halen terwijl vrije koeling voldoende is voor het vereiste comfort in het gebouw). De eerste twee jaren van het gebruik van een nieuw open bodemenergiesysteem is een periode van inregelen van het systeem. Daarom vindt in de eerste twee jaar nog geen handhaving plaats op de (facultatieve) productiviteitsvoorschriften. Indien de productiviteit na de startperiode van twee jaar lager blijft dan is voorgeschreven, kan de toezichthouder een plan van aanpak eisen voor verhoging van de productiviteit. Na de inregelperiode van twee jaar is het beeld van de warmte- en koude-vraag van het gebouw nauwkeuriger dan in de fase van de vergunningaanvraag. Hierdoor kan bij het toezicht op een productiviteitsvoorschrift een heroverweging nodig blijken van wat een optimale productiviteit is van het systeem in relatie tot een optimaal energierendement van het systeem. De motivering hiervan dient door de aanvrager te worden aangeleverd. Dit kan zo nodig leiden tot bijstelling van de productiviteitseis in de watervergunning. “

Informatiebron [ 16.1 ] : “ Bijlage 2.6: Berekening productiviteit Behorend bij voorschrift 2.7 en 4.8 onder d van de modelvergunning voor open bodemenergiesystemen. De productiviteit van een open bodemenergiesysteem over een kalenderjaar wordt als volgt berekend: P = (Evb + Ekb) / Q  MWh / m3 ] Hierin is: P

: de productiviteit over het kalenderjaar.

Evb

: de totale hoeveelheid koude die aan de bodem is toegevoegd tijdens verwarmingsbedrijf over het kalenderjaar in MWh.

Ekb

: de totale hoeveelheid warmte die aan de bodem is toegevoegd tijdens koelbedrijf in MWh over het kalenderjaar.

Q

: het totale volume aan grondwater dat door het systeem gedurende het kalenderjaar, in de bodem is teruggebracht. “

5.3.2 SPF (Seasonal Performance Factor) als stuurmiddel Informatiebron [ 16.2 ] : “ De energetische opbrengst van een bodemenergiesysteem moet opwegen tegen het ruimtebeslag in de ondergrond dat het systeem met zich meebrengt. Het energierendement is ook bepalend voor de bijdrage van het systeem aan de reductie van het gebruik van primaire energiebronnen. Daarom is het wenselijk dat open bodemenergiesystemen aan een haalbare maar tevens ambitieuze norm voor energierendement voldoen. Het energierendement is een van de belangrijkste aandachtspunten bij het ontwerpen en gebruiken van bodemenergiesystemen. Dit bepaalt namelijk de mate van besparing op het gebruik van fossiele energiebronnen en daarmee of de kosten van het systeem worden terugverdiend via besparingen op de energie- en gasrekeningen. Het Waterbesluit regelt dat het bevoegd gezag kan ingrijpen als een open bodemenergiesysteem een energierendement levert dat lager is dan het rendement dat op grond van het ontwerp door de vergunninghouder is beoogd. Ook geeft het Waterbesluit de mogelijkheid dat het bevoegd gezag zelf een voorschrift voor het energierendement van een open systemen opneemt in de watervergunning (zie artikel 6.11g van het Waterbesluit). Daarbij wordt het energierendement uitgedrukt als SPF (Seasonal Performance Factor).

Artikel 6.11g, tweede lid van het Waterbesluit, bepaalt dat bij het verbinden van voorschriften aan de vergunning die betrekking hebben op het energierendement rekening moet worden gehouden met de aard en omvang van de behoefte aan warmte of koude waarin het systeem voorziet. Een nadere uitwerking van de wijze van berekening en monitoring van het energierendement van open bodemenergiesystemen is vastgelegd in de Waterregeling. De SPF wordt op grond van de Waterregeling (art. 6.29 lid 2) als volgt berekend:

𝑆𝑃𝐹 = (𝑄𝑤 + 𝑄𝑘) / (E + G) waarbij wordt verstaan onder: Qw

: door het bodemenergiesysteem aan het bouwwerk geleverde hoeveelheid warmte per jaar in MWh;

Qk

: door het bodemenergiesysteem aan het bouwwerk geleverde hoeveelheid koude per jaar in MWh;

E

: door het bodemenergiesysteem verbruikte hoeveelheid elektriciteit per jaar in MWh;

G

: door het bodemenergiesysteem verbruikte hoeveelheid gas per jaar in MWh.

Er is vooralsnog geen getalsmatige norm voor de SPF vastgelegd. Bij de vergunningaanvraag van een voorgenomen installatie van een open bodemenergiesysteem moet de indiener op grond van artikel 6.11g van het Waterbesluit gegevens verstrekken over het energierendement dat verwacht wordt op grond van het ontwerp. Deze gegevens zullen afkomstig zijn van de ontwerper of installateur. “ 5.3.3 Staatscourant Er is een Staatscourant van 20 april 2022 (Bijlage 1). Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, van 19 april 2022, nr. IENW/BSK2022/76575, tot wijziging van de Waterregeling en de Omgevingsregeling (energierendement bodemenergiesystemen) De inhoud van de regeling is: 1. Aanleiding voor de regeling 2. Bedoeling van de SPF-verklaring 3. Werking van de regeling in de praktijk 4. Inhoud van de nieuwe regeling 5. Bescherming van de eigenaren en gebruikers van open bodemenergiesystemen 6. Overgang naar de Omgevingswet 7. Uit de regeling voortvloeiende lasten 8. Totstandkoming van de regeling Punt 2. Bedoeling van de SPF-verklaring “ Het te verwachten energierendement van een open bodemenergiesysteem moet volgens artikel 6.29, eerste lid, van de Waterregeling worden uitgedrukt als de Seasonal Performance Factor (SPF). De SPF geeft de verhouding weer van de hoeveelheid stroom die het systeem verbruikt versus de warmte en koude die het oplevert.

De wijze waarop de SPF moet worden berekend, is aangegeven in artikel 6.29, tweede lid, van de Waterregeling. Daarbij gaat het alleen om het ondergrondse deel van het bodemenergiesysteem. Het bovengrondse deel van het systeem (vanaf de warmtewisselaars en de warmtepomp), zoals de ketel, wordt niet meegenomen. Met het vereiste van een SPF-verklaring van de installateur beoogde de wetgever destijds om de eigenaar en gebruiker van een bodemenergiesysteem te beschermen tegen onrealistische beeldvorming over de resultaten die met een aan te schaffen open bodemenergiesysteem kunnen worden behaald. Het bleek namelijk moeilijk te zijn om achteraf iemand op het eventuele teleurstellende resultaat van een bodemenergiesysteem aan te spreken. Niet altijd was het te verwachten energierendement van een bodemenergiesysteem voldoende nauwkeurig vastgesteld, zodat niet altijd duidelijk was wie op het resultaat was aan te spreken en evenmin kon het daadwerkelijk gerealiseerde energierendement aan het verwachte energierendement worden getoetst. De bescherming hield daarom in dat het te verwachten energierendement van het systeem vooraf op papier moest worden gezet, voordat bij de aanschaf van een systeem onomkeerbare stappen zouden worden gezet.

De gedachte daarachter was dat de eigenaar of gebruiker op een schriftelijke verklaring over het te verwachten energierendement zou kunnen terugvallen als een geïnstalleerd bodemenergiesysteem in werkelijkheid een veel

lager energierendement behaalde of een beduidend hoger stroomverbruik had dan beloofd. De SPF-verklaring moest worden verstrekt door de installateur, omdat hij de meest nauwkeurige informatie heeft over het bodemenergiesysteem dat hij gaat installeren, en hij tevens verantwoordelijk is voor eventuele veranderingen ten opzichte van het ontwerp die nog in de fase van de uitvoering kunnen optreden. Het idee was dat de installateur bij tegenvallende prestaties van een bodemenergiesysteem in een privaatrechtelijke procedure zou kunnen worden aangesproken op zijn toezegging in de SPF-verklaring. “ Punt 5. Bescherming van de eigenaren en gebruikers van open bodemenergiesystemen Onderstaand een gedeelte van punt 5. “Gedurende ingebruikname van het bodemenergiesysteem wordt het gerealiseerde energierendement gemonitord door de beheerder van het systeem. De eigenaar van het bodemenergiesysteem is ervoor verantwoordelijk dat aan de wettelijke verplichtingen wordt voldaan. Wanneer het bodemenergiesysteem onvoldoende blijkt te presteren kan een partij privaatrechtelijk actie ondernemen op basis van een contractuele verhouding.”

6.

Energiecentrale

6.1

Huidige situatie

6.1.1

Dubotechniek

Bouwjaar Bruto vloeroppervlak Installatie

Opgesteld vermogen Broncapaciteit

: 2008 : 10.162m² : Centrale technische ruimte met bivalent warmtepomp installatie en open bronsysteem. Centraal warmtapwatersysteem. Per appartement een 3-pijps distributiesysteem. : 300 kW warmtepomp en 350 kW Hr-ketels : 2 x 20m³/h

Het 3-pijps distributiesysteem bestaat uit: •

één ingaande pijp voor warm water

•

één ingaande pijp voor koud water

•

één uitgaande pijp voor warm én koud water (gezamenlijke retourleiding)

Door Dubotechniek is aangegeven dat de complete warmtevoorziening dient te worden vervangen alsmede de regeltechniek en de bemetering in alle woningen. 6.1.2 Autoriteit Consument & Markt (ACM) ACM heeft klachten van bewoners over WKO geïnventariseerd: informatiebron [ 17.1 ]. Deze klachten waren herkenbaar voor Klooster Baptist. In vervolg op informatiebronnen [ 17.1 ] heeft ACM onderzoek laten doen: informatiebron [ 17.2 ]. Technisch gezien bestaat het WKO-systeem uit vier hoofdonderdelen: • grondwatersysteem • energiecentrale • distributiesysteem • afgiftesysteem Van de vier hoofdonderdelen is inzicht gegeven in de technische problemen: informatiebron [ 17.2 , hoofdstuk 4 ]. Een samenvatting van de technische problemen is weergegeven in informatiebron [ 17.2 , Bijlage III ].

6.2

Knelpunten

Door Dubotechniek is onvolledig inzicht verstrekt in de technische problemen van het WKO-systeem.

6.3

Gewenste situatie

Verwerven van een volledig inzicht in de technische problemen van het WKO-systeem conform informatiebron [ 17.2 , hoofdstuk 4 en Bijlage III ].

7.

Autoriteit Consument & Markt (ACM)

7.1

Huidige situatie

7.1.1 Autoriteit Consument & Markt (ACM) Dit hoofdstuk sluit direct aan op hoofdstuk 6. Het is in feite een vervolg hiervan. De eindgebruiker staat centraal in zijn relatie met het OBES. ACM beschrijft in (informatiebron [ 17.2 , hoofdstuk 5 ]): 1. Afspraken over kwaliteit van de levering 1.1. Continuïteit 1.2. Debiet en temperatuur 2. Monitoring van kwaliteit 3. Bewijslast In informatiebron [ 17.2 , Bijlage I ] staat Wetgeving aangaande de ‘Afspraken over kwaliteit van de levering’. Wetgeving 1. De Warmtewet De Warmtewet is een Nederlandse wet die op 1 januari 2014 van kracht is geworden. De Warmtewet biedt consumentenbescherming aan afnemers met een aansluiting tot maximaal 100 kilowatt; dat zijn bijna alle huishoudens in Nederland. In de Warmtewet staat niet welke temperatuur dit water moet hebben en daarnaast reguleert de Warmtewet, met uitzondering van tarieven, niet de levering van koude. Wanneer warmte en koude worden geleverd, gelden de regels uit de Warmtewet alleen voor de levering van warmte. 1.1. 1.2. 1.3.

Wetgeving over de kwaliteiten van de levering Wetgeving bij storingen Wetgeving service en dienstverlening

2. 2.1.

Legionellawetgeving Thermische desinfectie

7.1.2 Vereniging van Eigenaars (VvE) Er is een: • agenda voor de extra vergadering van eigenaars op 17 februari 2023 • agenda voor de extra vergadering van eigenaars op 19 september 2023 De VvE heeft besluiten genomen conform de agenda’s.

7.2

Knelpunten

7.2.1 Bestuur VvE Op de agenda van 17 februari 2023 is gereageerd met het rapport ‘Bestuur VvE negeert splitsingsakte’. Op de agenda van 19 september 2023 is niet (meer) gereageerd. Het Bestuur VvE maakt geen gebruik van binnen de VvE aanwezige kennis en ervaring.

7.3 Gewenste situatie 7.3.1 Bestuur VvE Bestuur VvE maakt gebruik van binnen de VvE aanwezige kennis en ervaring. Met betrekking tot de agenda’s: • diep ademhalen en in de spiegel kijken • wat je zelf niet goed kunt, laat dat aan een ander over: schoenmaker blijf bij je leest.

Bestuur VvE handen aan de ploeg ! …… en de boer hij ploegde voort Ballade van den boer - J.W.F. Werumeus Buning (1891 – 1958)

8.

Informatiebronnen

Basisbegrippen [1]

BRL6000 Deel 21/00 Beoordelingsrichtlijn voor het InstalQ procescertificaat voor ‘ontwerpen, installeren en beheren van installaties’, Stichting InstallQ, 1 november 2019 Wijzigingsblad bij BRL 6000-21/00 ‘Ontwerpen en installeren van energiecentrales van bodemenergiesystemen en het beheren van bodemenergiesystemen’, 1 maart 2021

[2]

Rapport ‘Onderzoek criteria energiebalans WKO’ Opdrachtgever : SKB (Stichting Kennisontwikkeling en Kennisoverdracht Bodem) Uitgevoerd door : DWA installatie- en energieadvies, Bodegraven en IF Technology, Arnhem, 3 mei 2012

Gebouwzijdig Deel [3]

Rapport ‘Warmteverbruik’, Peter Kieboom, 1 september 2009

[4]

Project : ‘Beoordeling warmtelevering woningen Klooster Baptist in Rosmalen’ Onderwerp 1 : ‘Korte analyse warmteverbruik’ Onderwerp 2 : ‘Bevindingen beperkt onderzoek energiemeting woningen’ Opdrachtgever : gemeente ‘s-Hertogenbosch Uitgevoerd door : 1. DWA installatie- en energieadvies, Bodegraven, 5 maart 2010 : 2. DWA installatie- en energieadvies, Bodegraven, 19 maart 2010

[5] [ 5.1 ]

Vervolgonderzoeken ‘Controle warmtelevering Klooster Baptist’ Opdrachtgevers : Gebr. van Wanrooij Bouw en Ontwikkeling : Dubotechniek : Bestuur VvE Klooster Baptist, P.J.H.G. Kieboom (voorzitter) Uitgevoerd door : DWA installatie- en energieadvies, Bodegraven : WTH Vloerverwarming en -koeling, Capelle aan den IJssel : 23 maart 2012

[ 5.2 ]

‘Baptist, rapportage naar aanleiding van de uitvoering van het Plan van Aanpak ‘, Dubotechniek, Zaltbommel, 28 februari 2013

[ 5.3 ]

‘Commentaar op het rapport van DWA’, Peter Kieboom

[ 5.4 ]

Rapport ‘Comfort en isolatieprobleem Blok 1’, Peter Kieboom, 1 februari 2014

[6]

‘Onderzoek duurzaam verwarmingssysteem Klooster Baptist’ Opdrachtgever : Bestuur VvE Klooster Baptist, P.J.H.G. Kieboom (voorzitter) Uitgevoerd door : Technische Universiteit Eindhoven (TU/e), juli 2013

Contracten [7]

Rapport ‘EPC en CO2-uitstoot’, Opdrachtgever : Gebr. van Wanrooij Bouwbedrijven Uitgevoerd door : Dubotechniek, 31 oktober 2005

[8]

‘Technische omschrijving Klooster Baptist’, Bouwbedrijf Gebr. van Wanrooij B.V. , Geffen, 17 februari 2006

[9]

‘Definitieve offerte’, Opdrachtgever Uitgevoerd door

: Gebr. van Wanrooij Bouwbedrijven : Dubotechniek, 10 juli 2006

Ondergronds Deel [ 10 ]

‘Definitieve beschikking Grondwaterwet’, Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, 23 oktober 2007

[ 11 ]

Vierjaarlijkse rapportage en Plan van Aanpak

[ 11.1 ] ‘Vierjaarlijkse rapportage Klooster Baptist te Rosmalen’, Opdrachtgever : Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) Uitgevoerd door : Dubotechniek, Zaltbommel, 21 oktober 2013 [ 11.2 ] Commentaar op de ‘Vierjaarlijkse rapportage Klooster Baptist te Rosmalen’, Peter Kieboom, Rosmalen, 3 november 2013 [ 11.3 ] Rapport ‘Comfort- en isolatieprobleem Blok 1’, Peter Kieboom, Rosmalen, 1 februari 2014 [ 11.4 ] Plan van Aanpak: ‘optimalisatie WKO-systeem’, Opdrachtgever : Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) Uitgevoerd door : Dubotechniek, Zaltbommel, 1 oktober 2014 [ 11.5 ] Commentaar op het Plan van Aanpak: ‘optimalisatie WKO-systeem’, Peter Kieboom, Rosmalen, 1 augustus 2015 [ 12 ]

Rapport ‘Waterwet controle’, Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB), 31 augustus 2015

[ 13 ]

Jaaropgaven 2009 tot en met 2022 Opdrachtgever : Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) Uitgevoerd door : Dubotechniek, Zaltbommel, Jaarlijks

[ 14 ]

Rapport ‘bodemenergiesysteem Klooster Baptist’, Peter Kieboom, 1 januari 2016

[ 15 ] BUM BE deel 1 en HUM BE deel 1 [ 15.1 ] Handreiking provinciale besluiten bodemenergiesystemen BUM BE deel 1, Versie 2.0 d.d. 18 juni 2013 Opdrachtgever : SIKB (Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer) Vastgesteld door : Centraal College van Deskundigen Bodembeheer [ 15.2 ] Handhavings uitvoerings methode bodemenergiesystemen voor provinciale taken HUM BE deel 1, Versie 2.0 d.d. 18 juni 2013 Opdrachtgever : SIKB (Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer) Vastgesteld door : Centraal College van Deskundigen Bodembeheer [ 16 ] BUM BE deel 1 en HUM BE deel 1 [ 16.1 ] Handreiking provinciale besluiten bodemenergiesystemen BUM BE deel 1, Versie 3.0 d.d. 29 juni 2023 Opdrachtgever : SIKB (Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer) Vastgesteld door : Centraal College van Deskundigen Bodembeheer [ 16.2 ] Handhavings uitvoerings methode bodemenergiesystemen voor provinciale taken HUM BE deel 1, Versie 3.0 d.d. 29 juni 2023 Opdrachtgever : SIKB (Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer) Vastgesteld door : Centraal College van Deskundigen Bodembeheer

Autoriteit Consument & Markt (ACM) [ 17 ]

Autoriteit Consument & Markt (ACM)

[ 17.1 ] brief van ACM, d.d. 23 juli 2021 aan het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), Onderwerp: Informatie over klachten bewoners WKO-systemen [ 17.2 ] Brief van ACM, d.d. 25 augustus 2022 aan Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), Onderwerp: Inzicht in WKO-systemen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15267792/1