CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Brief 10 maart 2025 - Warmtebedrijf

Gemeenteraad 1 april 2025, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Wensen en bedenkingen oprichting gemeentelijk warmtebedrijf15.775 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeenteraad van ‘s-Hertogenbosch Postbus 12345 5200 GZ ‘s-Hertogenbosch

Onderwerp: Wensen en bedenkingenvoorstel oprichting gemeentelijk warmtebedrijf Rosmalen, 10 maart 2025 Geachte raadsleden, In uw vergadering van 1 april neemt u onder agendapunt 6 bovengenoemd onderwerp in behandeling. Als eindgebruiker van een WKO (Warmte Koude Opslag), te weten Klooster Baptist te Rosmalen, bied ik u mijn bedenkingen en wensen aan bij de oprichting van een gemeentelijk warmtebedrijf. De bedenkingen en wensen zijn gebaseerd op 17 jaar (!) praktijkervaring (Bijlage). Opmerking Van 2008 tot 2019 voorzitter van de VvE geweest en in die hoedanigheid geprocedeerd tot de Raad van State inzake het WKO-systeem. Informatiebron [ bijlage 1, Stap 6: ‘Analyseer wet- en regelgeving’ ] Bedenking Toevoegen: [ Bijlage, Bijlage 1:

Staatscourant d.d. 20 april 2022, ‘ SPF (Seasonal Performance Factor) als stuurmiddel ‘ ]

Informatiebron [ bijlage 6, punt 8: ‘goede organisatie is van groot belang’ ] “ Het integraal warmtebedrijf wordt georganiseerd door een back-to-back samenwerking met een professionele partij die kennis, ervaring en expertise inbrengt waardoor het bronnet langjarig betrouwbaar, rendabel, duurzaam en effectief wordt ingezet. Via een DBMO-C (Design, Build, Maintain, Operate and Clientservice = ontwerp, realisatie, onderhoud, beheer en klantenservice). “ Informatiebron [ bijlage 4: ‘Juridische verhoudingen, rollen, verantwoordelijkheden’ ] Het Warmtebedrijf DGWN B.V. is opdrachtgever aan de DBMO-C contractant: “ Ontwerp, realisatie, exploitatie (incl. beheer en onderhoud) en facturatie en klantenservice van het warmtesysteem wordt aanvankelijk integraal aan de markt uitbesteed, waardoor kennis en kunde hiervan geborgd is. “ Bedenking De stelling dat bij een DBMO-C contractant kennis en kunde geborgd zijn, is niet onderbouwd. Het is een aanname, het is ‘theorie’. De praktijk wijst anders uit. Hiervan kan het volgende gezegd worden. De DBMO-C contractant van Klooster Baptist is geweest: • Dubotechniek 15 september 2008 tot 15 september 2023 (15 jaar) (Bijlage) De DBMO-C contractant van Klooster Baptist is: • Duurzaam Opgewekt 15 september 2023 tot heden Het contract is gebaseerd op een verkeerd gekozen uitgangspunt (Bijlage, hoofdstuk 2).

Dientengevolge zijn de contractonderdelen MO-C (onderhoud, beheer en klantenservice) niet conform vigerende wet- en regelgeving.

Het tekort aan kennis en kunde beperkt zich niet tot genoemde DBMO-C contractanten. Er zijn meer DBMO-C contractanten die hier mank aan gaan. Een en ander is vastgesteld door de Autoriteit Consument & Markt (ACM) (Bijlage, hoofdstukken 6 en 7). Om die reden zijn op nationaal niveau meerdere warmtebedrijven opgericht die in publieke handen zijn. Derhalve is het een goede zaak dat er een gemeentelijk warmtebedrijf wordt opgericht ! DBMO-C (Design, Build, Maintain, Operate and Clientservice) Van DBMO-C zijn MO-C (Maintain, Operate and Clientservice) niet het enige probleem. Design (Ontwerp) is een voorspelbaar probleem. Toelichting In de Bijlage, hoofdstuk 6 wordt de (noodzakelijke) vervanging van de energiecentrale beschreven. Het ontwerp van de energiecentrale is ‘werk in uitvoering’. Op moment van schrijven is de status hiervan onbekend. Uitgaande van een verkeerd uitgangspunt (Bijlage, hoofdstuk 2) gaan ook hier problemen optreden. Om dit te voorkomen dient de vinger aan de pols te worden gehouden. Hiertoe is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld. Doel hiervan is het Functioneel Ontwerp (FO) en het Technisch Ontwerp (TO) op zijn merites te beoordelen. Wens Creëren van een win - win situatie voor de gemeente en Klooster Baptist.

Te nemen stappen: • de gemeente benoemt een ‘voorbeeld-WKO Klooster Baptist’ • de gemeente en Klooster Baptist werken gezamenlijk de vorm en inhoud hiervoor (verder) uit De win - win situatie ziet er als volg uit: • Klooster Baptist heeft een goed werkend WKO-systeem • bij een toekomstige keuze voor een DBMO-C contractant kan de gemeente een afgeleide (spin-off) inzetten van het ‘voorbeeld-WKO Klooster Baptist’. Tenslotte Ik ben graag bereid het voorgaande, Ter Lering ende Vermaeck, mondeling toe te lichten. Met vriendelijke groeten,

Informatiebron Wensen en bedenkingenvoorstel oprichting gemeentelijk warmtebedrijf, IF Technology, 3 oktober 2024: Bijlage 1. Memo Toetsing Nota Verbonden Partijen Bijlage 2. Concept Akte van Oprichting Warmte Holding ’s-Hertogenbosch B.V. Bijlage 3. Concept Akte van Oprichting Warmtebedrijf De Groote Wielen Noord B.V. Bijlage 4. Governance structuur en juridische verhoudingen warmtebedrijf Bijlage 5. Schetsontwerp WKO bronnet De Groote Wielen Noord Bijlage 6. Memo: Collectieve energievoorziening De Groote Wielen Noord - afwegingskader Bijlage Rapport ‘wonen zonder aardgas’ (BENG + SPF), Peter Kieboom, Rosmalen, 1 december 2023 Bijlage 1 Staatscourant d.d. 20 april 2022 : SPF (Seasonal Performance Factor) als stuurmiddel Bijlage 2 voorbeeld van een energielabel

STAATSCOURANT

Nr. 10295 20 april 2022

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, van 19 april 2022, nr. IENW/BSK-2022/76575, tot wijziging van de Waterregeling en de Omgevingsregeling (energierendement bodemenergiesystemen) De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, Gelet op artikel 6.23, eerste lid, van het Waterbesluit en artikel 16.55, tweede lid, van de Omgevingswet; BESLUIT:

ARTIKEL I In artikel 6.29, eerste lid, onderdeel h, van de Waterregeling wordt ‘installateur’ vervangen door ‘ontwerper of installateur’.

ARTIKEL II In artikel 7.35, onderdeel j, van de Omgevingsregeling wordt ‘degene die het open bodemenergiesysteem ontwerpt’ vervangen door ‘degene die het open bodemenergiesysteem ontwerpt of installeert’. ARTIKEL III 1. Artikel I treedt in werking met ingang van 1 juli 2022. 2. Artikel II treedt in werking op een bij ministerieel besluit te bepalen tijdstip. Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, V.L.W.A. Heijnen

1

Staatscourant 2022 nr. 10295

20 april 2022

TOELICHTING Algemeen 1. Aanleiding voor de regeling Deze regeling voorziet in een wijziging van artikel 6.29, eerste lid, van de Waterregeling en artikel 7.35, onder j, van de Omgevingsregeling die betrekking heeft op de gegevens die aan het bevoegd gezag moeten worden verstrekt bij de aanvraag voor een watervergunning op grond van de Waterwet ten behoeve van de aanleg en exploitatie van een open bodemenergiesysteem. Het betreft een vergunning voor het onttrekken van grondwater en het (terug)brengen van water in de bodem. Tot de gegevens die bij de aanvraag moeten worden verstrekt, behoorde volgens de oude regeling1 onder meer een schriftelijke verklaring van de installateur van het te installeren bodemenergiesysteem. Deze verklaring (hierna: SPF-verklaring) heeft betrekking op ‘het energierendement dat het bodemenergiesysteem zal behalen bij voorzien gebruik van het bouwwerk overeenkomstig de bestemming waarvoor het systeem is ontworpen’ (hierna: te verwachten energierendement).2 Aanleiding voor deze wijzigingsregeling is de constatering dat de regeling niet in alle situaties voldoende aansluit op de praktijk, met name waar het gaat om de open bodemenergiesystemen.

2. Bedoeling van de SPF-verklaring Het te verwachten energierendement van een open bodemenergiesysteem moet volgens artikel 6.29, eerste lid, van de Waterregeling worden uitgedrukt als de Seasonal Performance Factor (SPF). De SPF geeft de verhouding weer van de hoeveelheid stroom die het systeem verbruikt versus de warmte en koude die het oplevert. De wijze waarop de SPF moet worden berekend, is aangegeven in artikel 6.29, tweede lid, van de Waterregeling. Daarbij gaat het alleen om het ondergrondse deel van het bodemenergiesysteem. Het bovengrondse deel van het systeem (vanaf de warmtewisselaars en de warmtepomp), zoals de ketel, wordt niet meegenomen. Met het vereiste van een SPF-verklaring van de installateur beoogde de wetgever destijds om de eigenaar en gebruiker van een bodemenergiesysteem te beschermen tegen onrealistische beeldvorming over de resultaten die met een aan te schaffen open bodemenergiesysteem kunnen worden behaald. Het bleek namelijk moeilijk te zijn om achteraf iemand op het eventuele teleurstellende resultaat van een bodemenergiesysteem aan te spreken. Niet altijd was het te verwachten energierendement van een bodemenergiesysteem voldoende nauwkeurig vastgesteld, zodat niet altijd duidelijk was wie op het resultaat was aan te spreken en evenmin kon het daadwerkelijk gerealiseerde energierendement aan het verwachte energierendement worden getoetst.

De bescherming hield daarom in dat het te verwachten energierendement van het systeem vooraf op papier moest worden gezet, voordat bij de aanschaf van een systeem onomkeerbare stappen zouden worden gezet. De gedachte daarachter was dat de eigenaar of gebruiker op een schriftelijke verklaring over het te verwachten energierendement zou kunnen terugvallen als een geïnstalleerd bodemenergiesysteem in werkelijkheid een veel lager energierendement behaalde of een beduidend hoger stroomverbruik had dan beloofd. De SPF-verklaring moest worden verstrekt door de installateur, omdat hij de meest nauwkeurige informatie heeft over het bodemenergiesysteem dat hij gaat installeren, en hij tevens verantwoordelijk is voor eventuele veranderingen ten opzichte van het ontwerp die nog in de fase van de uitvoering kunnen optreden. Het idee was dat de installateur bij tegenvallende prestaties van een bodemenergiesysteem in een privaatrechtelijke procedure zou kunnen worden aangesproken op zijn toezegging in de SPF-verklaring.

3. Werking van de regeling in de praktijk Er bestaan verschillende redenen waarom de huidige regeling niet altijd (meer) aansluit bij de praktijk inzake bodemenergiesystemen. De praktijk blijkt complexer te zijn (geworden) dan de wetgever destijds bij de voorbereiding van de regelgeving voor ogen stond. Dit probleem is pas manifest geworden in het kader van de handhaving van de regeling door enkele omgevingsdiensten. Daarbij bleek dat de vereiste SPF-verklaring van de installateur over het te verwachten energierendement van een open bodemenergiesysteem niet altijd al bij de aanvraag van een watervergunning kon worden verstrekt, omdat er op dat moment nog niet altijd een installateur bij betrokken is. In de praktijk wordt de vergunning soms namelijk al in de (voor)ontwerpfase aangevraagd, dus nog vóór het begin van de

1 2

2

Hieronder wordt verstaan de regeling zoals die luidde vóór de inwerkingtreding van de onderhavige wijzigingsregeling. Het energierendement wordt uitgedrukt als de Seasonal Performance Factor (SPF).

Staatscourant 2022 nr. 10295

20 april 2022

installatiefase, om te voorkomen dat het bouwproject als gevolg van de vergunningprocedure vertraging oploopt. De vertraging kan worden veroorzaakt door de duur van de procedure of daaruit voortvloeiende veranderingen van het ontwerp van het bodemenergiesysteem of van het bouwplan waarvan het bodemenergiesysteem een onderdeel is. Vaak wordt de watervergunning namens de opdrachtgever door de ontwerper aangevraagd. De installateur wordt dan pas ingeschakeld na de vergunningverlening, om het bodemenergiesysteem overeenkomstig het ontwerp en de daarop gebaseerde vergunning te installeren. In dergelijke gevallen kan nog geen SPF-verklaring van de installateur bij de vergunningaanvraag worden gevoegd, zoals in de oude regeling werd vereist. Dit kan leiden tot vertragingen en praktische problemen bij de realisatie van de projecten waarvan de installatie van het bodemenergiesysteem deel uitmaakt.

4. Inhoud van de nieuwe regeling In verband met het voorgaande is het niet altijd redelijk om te verlangen dat de SPF-verklaring die bij de aanvraag van een watervergunning voor een open bodemenergiesysteem moet worden verstrekt, is afgegeven door de installateur van het systeem. De wijziging van artikel 6.29, eerste lid, van de Waterregeling houdt in dat de SPF-verklaring die bij de aanvraag van een watervergunning moet worden verstrekt, zowel door de installateur als de ontwerper van het bodemenergiesysteem mag zijn afgegeven. De keuze tussen installateur en ontwerper is overgelaten aan de vergunningaanvrager. Belangrijkste effect van de wijziging is dat het altijd mogelijk is om aan het vereiste voor een ontvankelijke vergunningaanvraag te voldoen. In de fase van de vergunningaanvraag is namelijk in elk geval altijd al een ontwerper aangetrokken, omdat bij de aanvraag een ontwerp van het te installeren systeem moet worden gevoegd. De ontwerper ontwerpt het systeem in samenhang met het gebouw. Ook moet de SPF dan al worden berekend. Dit is nodig om te weten of het systeem kan voorzien in de energiebehoefte van het gebouw waaraan het bodemenergiesysteem energie levert. Dit volgt uit de Beoordelingsrichtlijn (BRL) 6000-213 (bovengronds deel van bodemenergiesystemen) en de BRL SIKB 110004 en bijbehorend protocol 11001 (ondergronds deel van bodemenergiesystemen).

Naleving van deze normdocumenten is voorgeschreven in categorie 22, onderscheidenlijk 21, van bijlage C bij de Regeling bodemkwaliteit. Een indicatie van het vermogen en verbruik van het open bodemenergiesysteem is bovendien een belangrijke wens die de opdrachtgever aan de ontwerper meegeeft, mede met het oog op de energieprestatienormering voor het gebouw waarvan het systeem het binnenklimaat gaat reguleren. Als er voor de aanvraag van een watervergunning al een installateur is ingeschakeld, kan deze ook nog steeds de daarvoor benodigde SPF-verklaring afgeven. Daarvoor blijft vaak nog steeds het ontwerp van het systeem uitgangspunt, omdat de vergunningaanvraag meestal ruim van te voren wordt aangevraagd. Naderland kan het gebouw waarvoor het bodemenergiesysteem is ontworpen, nog zijn aangepast. De installateur kan vaak meer zekerheid geven over het energierendement dat het bodemenergiesysteem zal verwezenlijken dan de ontwerper. Bij zijn keuze voor een SPF-verklaring van de ontwerper dan wel de installateur kan de vergunningaanvrager zelf voor- en nadelen van deze mogelijkheden tegen elkaar afwegen. Als de vergunningaanvrager de benodigde watervergunning tijdig wil aanvragen om eventuele vertraging van het project als gevolg van de vergunningprocedure te voorkomen, kan het voordeliger zijn om een verklaring van de ontwerper bij de vergunningaanvraag in te dienen.

Nadeel is dat zich naderhand nog ontwikkelingen kunnen voordoen die van invloed zijn op het uiteindelijke energierendement, bijvoorbeeld dat het gebouw een andere bestemming, met andere energiebehoefte, heeft gekregen of het ontwerp van het gebouw is aangepast. In dat geval kan het nodig zijn om daarvoor een nieuwe vergunning of een wijziging van de verleende vergunning aan te vragen, omdat de vergunning overeenkomstig de aanvraag wordt verleend. De vergunning heeft betrekking op wat wordt aangevraagd. De vergunningaanvraag moet volgens artikel 6.29, eerste lid, onder g en h, van de Waterregeling onder meer de volgende informatie bevatten: de omvang van de behoefte aan warme en koude waarin het bodemenergiesysteem voorziet, en het energierendement dat het bodemenergiesysteem zal behalen bij voorzien gebruik van het bouwwerk overeenkomstig de bestemming waarvoor het systeem is ontworpen. Een installateur kan vaak nauwkeuriger het te verwachten energierendement van het

3

4

3

Beoordelingsrichtlijn voor het KOMO INSTAL certificaat voor ‘Ontwerpen, installeren en beheren van installaties’, deelgebied Ontwerpen en installeren van energiecentrales van bodemenergiesystemen en het beheren van bodemenergiesystemen deel 6000-21/00, vastgesteld op 1 november 2019. Beoordelingsrichtlijn Ontwerp, Realisatie, Beheer en onderhoud ondergrondse deel bodemenergiesystemen, versie 3.0, vastgesteld op 28 maart 2019.

Staatscourant 2022 nr. 10295

20 april 2022

bodemenergiesysteem bepalen dan de ontwerper, omdat op het moment dat de installateur wordt ingeschakeld meer zekerheid bestaat over het eindplaatje van het project waarvoor het bodemenergiesysteem energie gaat leveren. Zoals gezegd speelt deze problematiek in het bijzonder bij open bodemenergiesystemen en veel minder bij (veelal niet vergunningplichtige) gesloten bodemenergiesystemen. Daarvoor kan doorgaans met een melding worden volstaan, die pas wordt gedaan wanneer de installatie aanstaande is. Er is dan ook al een installateur aangetrokken. Daarom kan de huidige regeling in het Activiteitenbesluit (overeenkomend met artikel 6.29, eerste lid, onder h, van de Waterregeling), die voorschrijft dat bij de melding van de installatie van een gesloten bodemenergiesysteem een SPF-verklaring van de installateur moet worden overgelegd, worden gehandhaafd. Dit wordt voortgezet in het Besluit activiteiten leefomgeving.

5. Bescherming van de eigenaren en gebruikers van open bodemenergiesystemen De opdrachtgever voor het ontwerp en de installatie van een open bodemenergiesysteem is vaak een ontwikkelaar die een bouwproject met duurzame energievoorziening wil realiseren. Omdat hij hiervoor meestal niet zelf de expertise in huis heeft, vraagt hij enkele partijen die gespecialiseerd zijn in bodemenergiesystemen, om een offerte en sluit hij contracten met de ontwerper en installateur van zijn keuze. In eerste instantie wordt dus vaak de vastgoedontwikkelaar de eigenaar van een nieuw bodemenergiesysteem. De vastgoedeigenaar kan het beheer van het bodemenergiesysteem vervolgens desgewenst overlaten aan een gespecialiseerde partij. Er wordt dan een exploitatieovereenkomst gesloten, waarbij de exploitant voor een langere periode, bijvoorbeeld 30 jaar, energie ten behoeve van het gebouw levert. Deze constructie heet outsourcing: de realiserende partij krijgt gedurende de exploitatie de eigendom van het bodemenergiesysteem. De levering van warmte en koude aan de eindgebruikers is het verdienmodel van de exploitant, die dus baat heeft bij het goede functioneren daarvan. Soms is de exploitant van een bodemenergiesysteem tevens eigenaar daarvan. De exploitant is gedurende de exploitatieperiode verantwoordelijk voor het functioneren van het bodemenergiesysteem overeenkomstig de toepasselijke voorschriften.

Hij is dan tevens het aanspreekpunt voor de (eind)gebruikers. Het komt ook voor dat de uiteindelijke eigenaar van het gebouw tevens eigenaar van het bodemenergiesysteem wordt. Ook dan kan het beheer van het bodemenergiesysteem in handen worden gegeven van een gespecialiseerde exploitant of onderhoudspartij. Het onderhoud van een bodemenergiesysteem mag, in opdracht van de eigenaar of beheerder van het bodemenergiesysteem, alleen worden verricht door een (privaatrechtelijk) gecertificeerd en (publiekrechtelijk) erkend bedrijf. Dit bedrijf moet ook een jaarrapport opstellen over het functioneren van het bodemenergiesysteem en het jaarlijkse verbruik en het energierendement. Aan het eind van een exploitatieperiode door een derde partij valt de eigendom van het bodemenergiesysteem terug aan de eigenaar van het gebouw. Gedurende ingebruikname van het bodemenergiesysteem wordt het gerealiseerde energierendement gemonitord door de beheerder van het systeem. De eigenaar van het bodemenergiesysteem is ervoor verantwoordelijk dat aan de wettelijke verplichtingen wordt voldaan. Wanneer het bodemenergiesysteem onvoldoende blijkt te presteren kan een partij privaatrechtelijk actie ondernemen op basis van een contractuele verhouding.

Voor de verwezenlijking van de oorspronkelijke bedoeling van de regeling om de eindgebruiker van een open bodemenergiesysteem te beschermen tegen onduidelijkheid over wie verantwoordelijk is voor een eventueel tegenvallende opbrengst van een open bodemenergiesysteem, maakt het meestal weinig uit of de verklaring door de ontwerper of de installateur van het systeem wordt verstrekt. In veel gevallen heeft hij namelijk met geen van beiden te maken en bestaat er tussen hen geen contractuele verhouding, zoals uit het voorgaande volgt. Hij heeft eerder te maken met de projectontwikkelaar of de beheerder van het systeem, met wie hij afspraken over het functioneren en onderhouden van het systeem moet maken. Zij kunnen wanneer de eindgebruiker hen aanspreekt zo nodig actie ondernemen als het systeem niet goed is ontworpen of geïnstalleerd en niet de verwachte opbrengst levert.

6. Overgang naar de Omgevingswet Artikel 7.35, onder j, van de Omgevingsregeling wordt aangepast overeenkomstig het gewijzigde artikel 6.29, eerste lid, van de Waterregeling. Daarin staat nu nog dat de SPF-verklaring die bij een vergunningaanvraag voor een open bodemenergiesysteem moet worden gevoegd, moet zijn afgegeven door degene die het bodemenergiesysteem ontwerpt. Dit was een onbedoelde wijziging ten opzichte van artikel 6.29, eerste lid, in de oude regeling. Uitgangspunt bij de omzetting van de huidige regelgeving naar de Omgevingswet is namelijk dat dit, tenzij anders aangegeven, zonder inhoudelijke wijzigingen gebeurt. Er is in het eerder vastgestelde artikel 7.35, onder j, van de Omge-

4

Staatscourant 2022 nr. 10295

20 april 2022

vingsregeling een inhoudelijke wijziging opgetreden zonder dat deze is toegelicht en deze was ook niet beoogd. Voor gesloten bodemenergiesystemen is de bepaling dat de SPF-verklaring moet worden verstrekt door de installateur wel correct uit het Activiteitenbesluit milieubeheer5 in het Besluit activiteiten leefomgeving6 onder de Omgevingswet overgenomen. Zoals in het voorgaande al is toegelicht, is het wenselijk dat deze regeling zo blijft.

7. Uit de regeling voortvloeiende lasten De onderhavige regeling leidt niet tot extra lasten voor dat de ontwerper of vergunningaanvrager, omdat de ontwerper van een open bodemenergiesysteem volgens de geldende normdocumenten zowel privaatrechtelijk als publiekrechtelijk nu al verplicht is om het te verwachten energierendement van het systeem te berekenen en op te geven voordat hiervoor de vergunningaanvraag wordt ingediend.

8. Totstandkoming van de regeling De regeling is voorbereid in overleg met vertegenwoordigers van de betrokken sectoren en decentrale overheden. Over de ontwerpregeling heeft in maart 2022 een internetconsultatie plaatsgevonden.7 Er één reactie ontvangen, die een inhoudelijke opmerking over de regeling van het energierendement van open bodemenergiesystemen in de watervergunning inhield. Deze reactie had geen betrekking op het onderwerp van deze regeling en was ook niet van dien aard dat hieraan in het kader van deze regeling vervolg aan kon worden gegeven. Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft laten weten dat hij het dossier niet heeft geselecteerd voor een formeel advies, omdat de regeling naar verwachting geen omvangrijke gevolgen voor de regeldruk heeft.

Artikelsgewijs Artikel I Artikel 6.29, eerste lid, onderdeel h, van de Waterregeling bepaalde dat bij de vergunningaanvraag voor de installatie van een open bodemenergiesysteem een SPF-verklaring van de installateur over het te verwachten energierendement moest worden verstrekt. Zoals in het algemeen deel is toegelicht sluit dit vereiste niet voldoende aan op de praktijk. Daarom is nu bepaald dat de SPF-verklaring die bij de vergunningaanvraag moet worden verstrekt, zowel door de installateur als de ontwerper van het systeem afgegeven mag zijn.

Artikel II Deze bepaling heeft tot doel de met artikel 6.29, eerste lid, onderdeel h, van de Waterregeling overeenkomende bepaling van de Omgevingsregeling op grond van de Omgevingswet te wijzigen. Ook daarin wordt nu bepaald dat de bij de vergunningaanvraag te overleggen SPF-verklaring mag zijn verstrekt door degene die het open bodemenergiesysteem ontwerpt of installeert. Het betreft artikel 7.35, onder j, van de Omgevingsregeling.

Artikel III Artikel I wordt op 1 juli 2022 van kracht. Daarbij zijn de aanwijzingen voor de regelgeving voor vaste verandermomenten (aanwijzing 4.17, tweede lid) en de minimuinvoeringstermijn van twee maanden (aanwijzing 4.17, vierde lid) in acht genomen. Artikel II treedt in werking op een bij ministerieel besluit vast te stellen tijdstip dat zal worden

5 6

7

5

Artikel 1.21, eerste lid, onder g, van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Artikel 1.21, eerste lid, onder g, van het Activiteitenbesluit milieubeheer is overgenomen in artikel 4.1137, onder d, van het Besluit activiteiten leefomgeving. Voor de voormalige rijksregels die onderwerpen regelen die onder de Omgevingswet in het omgevingsplan worden geregeld (de zogenaamde bruidsschat), is dit geregeld in artikel 22.260, tweede lid, onder d, van het Invoeringsbesluit Omgevingswet. Overheid.nl | Consultatie Regeling tot wijziging van de Waterregeling en de Omgevingsregeling (energierendement bodemenergiesystemen) (internetconsultatie.nl)

Staatscourant 2022 nr. 10295

20 april 2022

afgestemd op het van kracht worden van de relevante bepalingen in het kader van de Omgevingswet. De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, V.L.W.A. Heijnen

6

Staatscourant 2022 nr. 10295

20 april 2022

Deze woning heeft energielabel

1 Gevels -

2 Gevelpanelen

+/-

+

3 Daken

A

4 Vloeren 5 Ramen

+/-

6 Buitendeuren

+

Status Definitief

+++

Verbetering aanbevolen?

Installaties

Hoofdsysteem

++

7 Verwarming

Warmtepomp

nee

ja

++

8 Warm water

Warmtepomp

nee

ja

++

9 Zonneboiler

Aanwezig

nee

ja

++

10 Ventilatie

Natuurlijke toevoer en mechanische afzuiging

nee

ja

++

11 Koeling

Aanwezig

nee

n.t.b.

++

12 Zonnepanelen

Aanwezig

nee

ja

Vo or be

+

Geldig tot 21-06-2031

el

Isolatie

Datum registratie 21-06-2021

d

Registratienummer 123456789

Energielabel woningen

Deze woning wordt verwarmd via een aardgasaansluiting Warmtebehoefte in de wintermaanden

Laag

Risico op hoge binnentemperaturen in de zomermaanden

Gemiddeld tot hoog

Laag

Aandeel hernieuwbare energie

Hoog

51,0 %

Toelichtingen en aanbevelingen vindt u op pagina 2 en verder

Over deze woning

Opnamedetails

Adres

Naam

Examennummer

Waterschans van den Bergstraat 148 6899 ZZ Heerlen

Pieter Hendrik van Leeuwwardingen

99999

Certificaathouder

BAG-ID: 0518010002678906

Bouwjaar 2019

Janssen-De Vries Energielabelcerticaten en inspecties B.V.

Vloeroppervlakte 183 m

2

Compactheid

Inschrijfnummer

KvK-nummer

0,87

123.45.678

553087330109

Woningtype

Certificerende instelling

Tussenwoning onder dak en op

Energielabelcertificerende instelling b.v.

onderste bouwlaag

Soort opname Detailopname

Energielabel woningen

2 van 11

Toelichting bij dit energielabel

Voor uw woning is het energielabel bepaald. Dit label geeft aan hoe energiezuinig uw woning is. Hierbij is gekeken naar de isolatie van de woning en naar de installaties die nodig zijn voor verwarming, koeling, warm water en ventilatie. Hoe minder fossiele energie uw woning gebruikt, hoe beter uw energielabel. Hierbij is G het slechtste energielabel en A++++ het beste. Fossiele energie komt van kolen, olie en aardgas. Uw woning gebruikt xx,xx kWh/m2 fossiele energie per jaar. Dit komt overeen met x,xx kg CO2/m2 per jaar. De hoeveelheid fossiele energie die uw woning gebruikt, hangt af van de isolatie, de aanwezige installaties en de compactheid van uw woning. Hoe compacter een woning is, des te lager is de waarde voor de compactheid. Een compacte woning heeft relatief weinig buitenmuren en verliest daardoor minder energie. Het gebruik van hernieuwbare energie – denk aan zonnepanelen,

d

zonneboilers en warmtepompen – vermindert ook de fossiele energie die u nodig hebt. Isolatie en hernieuwbare energie zijn nodig voor de

transformatie naar een duurzame gebouwde omgeving tot 2050. Heeft u nog een aardgasaansluiting voor verwarming van uw woning, dan moet u zich voorbereiden op deze overgang. Op dit energielabel vindt u adviezen hoe u dit kunt doen.

xx,xx kWh/m per jaar 2

F

E

380

D

335

C

290

B

A

A

+

A

++

+++

A

A

++++

el

G

250

190

160

105

75

50

0

Hoe is het energielabel berekend? Hierbij is uitgegaan van een gemiddeld aantal bewoners, gemiddeld bewonersgedrag en het

­gemiddelde Nederlandse klimaat. Het energiegebruik voor huishoudelijke apparatuur – zoals tv, wasmachine en koelkast – telt niet mee.

Vo or be

Dit is omdat het energielabel alleen gaat over hoe energiezuinig de woning zelf is. Het energiegebruik op het energielabel is daarom niet hetzelfde als het elektriciteitsverbruik op uw energierekening.

Warmtebehoefte

De warmtebehoefte is de hoeveelheid warmte die de verwarmingsinstallatie of het warmtenet

in de wintermaanden

gemiddeld per jaar aan uw woning moet leveren voor een comfortabel binnenklimaat. Een woning die goed geïsoleerd en kierdicht is, en een energiezuinig ventilatiesysteem heeft, heeft een lage warmtebehoefte. De warmtebehoefte van uw woning is xx,xx kWh per vierkante meter vloeroppervlakte.

Risico op hoge

Het risico op hoge binnentemperaturen in uw woning in de zomermaanden is <hoog / laag>.

­binnentemperaturen

Maatregelen zoals buitenzonwering, zonwerende beglazing en dakisolatie beperken het risico op hoge

in de zomermaanden

binnentemperaturen.

Aandeel hernieuwbare

Het aandeel hernieuwbare energie dat u benut voor uw woning, is 51,0%. Hernieuwbare energie is

energie

afkomstig uit zon, biomassa, buitenlucht en bodem. Zonnepanelen, zonneboilers, warmtepompen en biomassaketels vergroten het aandeel hernieuwbare energie.

Indicatie

Onderstaande tabel geeft een indicatie van de energierekening per maand, gebaseerd op vergelijkbare

energierekening

woningen in Nederland. Uw energierekening wordt behalve door de energiezuinigheid van de woning

Prijspeil 2021

ook door uw gedrag beïnvloed. Als u de verwarming veel aan hebt staan, veel warm water gebruikt en veel elektrische apparatuur in gebruik heeft, dan is uw energierekening hoger. Er is in de tabel daarom onderscheid gemaakt in laag, gemiddeld en hoog.

G

F

E

D

C

B

A

A+

A++

A+++

A++++

Laag

€115

€110

€105

€100

€90

€80

€75

€70

€70

€65

€60

Gemiddeld

€170

€165

€160

€155

€140

€130

€120

€110

€110

€105

€100

Hoog

€250

€240

€235

€225

€205

€190

€175

€165

€160

€155

€150

Energielabel woningen

3 van 11

Kenmerken en maatregelen

Op de voorkant van dit energielabel staat een samenvatting van de belangrijkste energetische kenmerken van uw woning. Op deze en de volgende pagina’s vindt u een gedetailleerder overzicht van de isolatie en installaties in uw woning. Ook leest u welke energiebesparende maatregelen u nog kunt treffen. Bij de toelichting over isolatie, staat telkens een streefwaarde. Deze streefwaarde geeft aan naar welk isolatieniveau u kunt streven als u wilt gaan isoleren. Op basis van de energetische kenmerken van uw woning is een aantal mogelijke maatregelen bepaald. Hiermee kunt u de energieprestatie van uw woning verbeteren. Let op: het gaat om mogelijk kosteneffectieve maatregelen. Of deze maatregelen daadwerkelijk verantwoord toegepast kunnen worden – uit oogpunt van bijvoorbeeld binnenklimaat, comfort, gezondheid, technische haalbaarheid en kosteneffectiviteit –

d

is afhankelijk van de specifieke eigenschappen van uw woning. Een energiedeskundige kan u hier over adviseren.

Vaak is ook veel energiewinst te halen door het correct inregelen, gebruiken en onderhouden van uw woning en de installaties. Het zorgt,

el

behalve voor een lager energiegebruik, ook voor een gezonder en comfortabeler binnenklimaat.

Isolatie 1 Gevels

Buitenmuren worden aangeduid als gevels. De isolatiewaarde van gevels wordt uitgedrukt in een

Rc-waarde. Hoe hoger de Rc-waarde, hoe beter de isolatiewaarde. Een hogere isolatiewaarde houdt de

Vo or be

warmte beter in de woning in de koude maanden. Hoe groter de oppervlakte van een gevel, hoe meer effect een goede of slechte isolatiewaarde zal hebben op de energetische kwaliteit van uw woning. Dankzij goede gevelisolatie verliest uw woning minder warmte. U bespaart op uw energiekosten en

vermindert de uitstoot van het broeikasgas CO2. Ook zorgt goede gevelisolatie voor een verhoging van het comfort in de woning. De woning is gelijkmatiger warm doordat de muren minder kou afgeven. In nieuwere woningen is een goede isolatie standaard aanwezig. Bij oudere woningen is er vaak sprake van een niet-geïsoleerde spouwmuur. In dat geval is spouwmuurisolatie een, in verhouding, goedkope manier om de gevel te isoleren. Met het na-isoleren van de spouw wordt een matige isolatiewaarde gehaald (RC = 1,0 tot 1,7 m2K/W). Er zijn ook andere mogelijkheden. Denk aan isolatie aan de binnenkant of de buitenkant van de gevel. Deze geven een betere isolatiewaarde, maar zijn ook duurder.

Hoogstwaarschijnlijk worden gevels maar één keer na-geïsoleerd. Het is dan verstandig om de gevels direct goed te isoleren.

Hieronder ziet u de oppervlakken en RC-waarden van de gevels van uw woning. Hoe hoger de RC-waarde, hoe beter de isolatie.

Niet of slecht geïsoleerde delen zijn rood gemarkeerd. Oost

Zuidwest

Opp.

0

7

Rc

Opp.

18,2 m 0 Opp.

7

2,80 R c

15,4 m2

2

10,3 m

2

0

West

7

Rc

Opp.

1,40

1,5 m2

0

7

Rc

1,70

2,40

Meer informatie over

Maatregel: gevelisolatie

­energiebesparende

In uw woning is (een deel van) de gevel nog niet geïsoleerd. Met gevelisolatie kunt u de energieprestatie

­maatregelen vindt u op

van uw woning verbeteren.

www.verbeterjehuis.nl

Energielabel woningen

4 van 11

2 Gevelpanelen

Gevelpanelen zijn dichte, ondoorzichtige vlakken die in een kozijn zitten. Gevelpanelen komen bijvoorbeeld voor onder ramen. Bij het bepalen van de isolatiewaarde van gevelpanelen wordt gekeken naar de combinatie van het paneel en het kozijn waarin het paneel zit. De isolatiewaarde van de gevelpanelen wordt uitgedrukt in een U-waarde. Hoe lager de U-waarde, hoe beter de isolatie is. Geïsoleerde gevelpanelen houden de warmte beter in de woning in de winter. Hoe groter het gevelpaneel, hoe meer effect een goede of slechte isolatiewaarde heeft op de energetische kwaliteit van uw woning. Met goed geïsoleerde gevelpanelen verliest uw woning minder warmte. U bespaart op uw energiekosten

d

en vermindert de uitstoot van het broeikasgas CO2. Zeker als er een radiator voor het gevelpaneel

staat. Ook levert een goed geïsoleerd gevelpaneel een verhoging op van het comfort in de woning.

el

Als u de gevelpanelen vervangt, is het verstandig om te kiezen voor goed geïsoleerde panelen.

Hieronder ziet u de oppervlakken en U-waarden van de gevelpanelen van uw woning. Hoe lager de U-waarde, hoe beter de isolatie. Niet of slecht geïsoleerde delen zijn rood gemarkeerd. Zuidoost Opp.

0

West 4

U

Opp.

2,40

15,4 m2

0

4

U

1,40

Vo or be

10,3 m2

Meer informatie over

Maatregel: geïsoleerde gevelpanelen

­energiebesparende

In uw woning zijn (een deel van) de gevelpanelen nog niet geïsoleerd. Met geïsoleerde gevelpanelen

­maatregelen vindt u op

kunt u de energieprestatie van uw woning verbeteren.

www.verbeterjehuis.nl

3 Daken

Daken kunnen bestaan uit horizontale of hellende delen. De bovenkant van een dakkapel wordt ook beschouwd als een dak. De isolatiewaarde van daken wordt uitgedrukt in een Rc-waarde. Hoe hoger de RC-waarde, hoe beter de isolatiewaarde. Een hogere isolatiewaarde houdt de warmte beter in de woning

in de winter. Met dakisolatie blijft vooral de bovenverdieping ook in de zomer koeler. Hoe groter het dak, hoe meer effect een goede of slechte isolatiewaarde heeft op de energetische kwaliteit van uw woning. Dankzij goede dakisolatie verliest uw woning minder warmte. U bespaart op uw energiekosten en vermindert de uitstoot van het broeikasgas CO2. Afhankelijk van het type dak, schuin dak met

pannen of een plat dak, is isoleren aan de binnenkant of buitenkant mogelijk. Het juiste gebruik van dampremmende folie is daarbij een middel om vocht en houtrot in het dak te voorkomen. Als uw dakbedekking aan vernieuwing toe is, neem dan direct de isolatie mee.

Hieronder ziet u de oppervlakken en RC-waarden van de daken van uw woning. Hoe hoger de RC-waarde, hoe beter de isolatie.

Niet of slecht geïsoleerde delen zijn rood gemarkeerd. Noord

Oost

Opp.

10,3 Opp. m

0

2

0

7

Rc

Opp.

7

2,40 R c

15,4 m

8,2 m2

1,20

West Opp.

15,4 m

0 2

7

Rc

1,40

Zuidwest

0

2

7

Rc

Opp.

1,40

10,3 m

0 2

7

Rc

2,40

5 van 11

Energielabel woningen Maatregel: dakisolatie

3 Daken (vervolg)

In uw woning is (een deel van) het dak nog niet geïsoleerd. Door toepassing van dakisolatie, kunt u de energieprestatie van uw woning verbeteren.

Meer informatie over ­energiebesparende ­maatregelen vindt u op www.verbeterjehuis.nl

4 Vloeren

Hiermee worden vloeren bedoeld die grenzen aan de grond of buitenlucht. Dit zijn begane grondvloeren

d

met of zonder kruipruimte eronder, maar ook vloeren boven een onderdoorgang. De isolatiewaarde van vloeren wordt uitgedrukt in een RC-waarde. Hoe hoger de RC-waarde, hoe beter de isolatiewaarde.

Een hogere isolatiewaarde houdt de warmte beter in de woning in de koude maanden. Hoe groter de oppervlakte van een vloer, hoe meer effect een goede of slechte isolatiewaarde zal hebben op de

el

­energetische kwaliteit van uw woning.

Door goede vloerisolatie verliest uw woning minder warmte. U bespaart op uw energiekosten en

­vermindert de uitstoot van het broeikasgas CO2. Goede vloerisolatie verhoogt het comfort in de woning. De woning houdt de warmte beter vast en de vloer voelt minder koud aan. Het gaat hierbij niet alleen om begane grondvloeren, maar ook om vloeren boven een onderdoorgang.

Vo or be

Hebt u een vloer boven een kelder, een kruipruimte met een vrije ruimte onder de balken van mini-

maal 35 cm, of een vloer boven een onderdoorgang, dan kan de onderzijde van de vloer geïsoleerd worden. Bij de kruipruimte is het dan belangrijk om de bodem af te dekken met een kunststoffolie om te voorkomen dat isolatiemateriaal vochtig wordt. Hebt u vloeren op de volle grond of boven een lage kruipruimte, dan kan de bodem of de bovenzijde van de begane grondvloer geïsoleerd worden. Als u uw vloer gaat isoleren, is het verstandig om meteen goed te isoleren.

Hieronder ziet u de oppervlakken en RC-waarden van de vloeren van uw woning. Hoe hoger de RC-waarde, hoe beter de isolatie. Niet of slecht geïsoleerde delen zijn rood gemarkeerd.

Vloeren

0

7

Rc

2 15,4 Opp. m 0

Opp.

7

1,40 R c

10,3 m2

2,40

Meer informatie over

Maatregel: vloerisolatie

­energiebesparende

In uw woning is (een deel van) de vloer nog niet geïsoleerd. Met vloerisolatie kunt u de energieprestatie

­maatregelen vindt u op

van uw woning verbeteren.

www.verbeterjehuis.nl

Energielabel woningen

6 van 11

5 Ramen

Dit betreffen alle ramen aan de buitenzijde van uw woning. Ook een buitendeur met veel glas (denk aan een balkondeur of keukendeur) telt voor het energielabel als een raam. Bij het bepalen van de isolatiewaarde van ramen, wordt gekeken naar de combinatie van het glas met het kozijn. De isolatiewaarde van ramen wordt uitgedrukt in de UW-waarde. Hoe lager de UW-waarde, hoe beter de isolatie is. HR++-glas en triple-glas hebben een lage UW-waarde en houden de warmte beter in de woning dan enkel glas en gewoon dubbel glas. Hoe groter de oppervlakte van de ramen in uw woning, hoe meer effect een goede of slechte isolatiewaarde heeft op de energetische kwaliteit van uw woning. Door goed isolerend glas, zoals HR++-glas, vacuümglas of triple (3-voudig) glas, verliest uw woning

d

minder warmte. U bespaart op uw energiekosten en vermindert de uitstoot van het broeikasgas CO2.

Ook verhoogt goed isolerend glas het comfort in de woning. U heeft geen tocht en kou bij de ramen en geen condens aan de binnenkant van het raam. Door goed isolerend glas hoort u ook minder geluid

el

van buiten.

Als uw kozijnen aan vervanging toe zijn, is dat het ideale moment om de kozijnen en het glas in één keer goed te isoleren.

Hieronder ziet u de oppervlakken en Uw-waarden van de ramen van uw woning. Hoe lager de Uw-waarde, hoe beter de isolatie. Niet of slecht geïsoleerde delen zijn rood gemarkeerd. West

Vo or be

Oost Opp.

0

7

10,3 m2

Uw

Opp.

2,40

15,4 m2

0

7

Uw

1,40

Meer informatie over

Maatregel: ramen met HR++-glas, vacuümglas of triple (3-voudig) glas

­energiebesparende

In uw woning zijn (een deel van) de ramen nog niet geïsoleerd. Door toepassing van HR++-glas,

­maatregelen vindt u op

­vacuümglas of triple (3-voudig) glas, kunt u de energieprestatie van uw woning verbeteren.

www.verbeterjehuis.nl

6 Buitendeuren

Een buitendeur met weinig glas (zoals veel voordeuren) telt in het energielabel als een buitendeur. Deuren met veel glas tellen voor het energielabel als een raam. Bij het bepalen van de isolatiewaarde van buitendeuren, wordt gekeken naar de combinatie van de deur met het kozijn. De isolatiewaarde van buitendeuren wordt uitgedrukt in de Ud-waarde. Hoe lager de Ud-waarde, hoe beter de isolatie.

Een geïsoleerde buitendeur houdt de warmte beter in de woning.

Met goed isolerende deuren verliest uw woning minder warmte. U bespaart op uw energiekosten en vermindert de uitstoot van het broeikasgas CO2. Ook verhoogt een goed geïsoleerde deur het comfort in de woning. Belangrijk bij de plaatsing van een deur is dat deze in een geïsoleerd kozijn wordt gezet. Rondom de deur moet aan vier zijden een goede luchtdichting worden aangebracht. Als u een buitendeur gaat vervangen, kies dan voor een geïsoleerde buitendeur.

Hieronder ziet u de oppervlakken en Ud-waarden van de buitendeuren van uw woning. Hoe lager de Ud-waarde, hoe beter de isolatie. Niet of slecht geïsoleerde delen zijn rood gemarkeerd.

Oost

West

Opp.

10,3 m

0 2

4

Ud

Opp.

2,40

2,2 m

0 2

4

Ud

1,40

Energielabel woningen 6 Buitendeuren (vervolg)

7 van 11 Maatregel: geïsoleerde buitendeur(en) In uw woning zijn (een deel van) de buitendeuren nog niet geïsoleerd. Met een geïsoleerde buitendeur

Meer informatie over

kunt u de energieprestatie van uw woning verbeteren.

­energiebesparende ­maatregelen vindt u op www.verbeterjehuis.nl

d

Besteed speciale aandacht aan kierdichting en ventilatie bij het isoleren van een woning Om de overstap te kunnen maken naar duurzame warmtevoorzieningen, zoals bijvoorbeeld een

warmtepomp, moet uw woning niet alleen goed geïsoleerd zijn, maar moet ook de luchtdichtheid

van de woning in orde zijn. De luchtdichtheid wordt bepaald door kieren en naden waardoor warmte

el

verloren gaat. Deze kieren en naden kunnen zitten bij de aansluiting van de ramen op de gevel, of bij de aansluiting van het dak op de gevel. Bij het verbeteren van de isolatie van vloeren, gevels, daken, ramen, deuren en/of panelen, is het belangrijk dat al deze onderdelen goed luchtdicht op elkaar

aansluiten. Dit voorkomt warmteverlies en onaangename tocht. Door koude tocht zetten mensen de verwarming hoger en dat kost energie.

Als u kieren en naden dicht, komt er geen lucht van buiten meer de woning in. Dat voorkomt tocht.

Vo or be

LET OP!

Maar de woning moet wel (op een gecontroleerde manier) frisse lucht binnen krijgen. Ventilatie is belangrijk voor de gezondheid en voorkomt vochtproblemen. Besteed bij de verbetering van de isolatie van de woning – en met name bij het dichten van naden en kieren – ook aandacht aan voldoende ventilatie. Laat u hierover informeren door een expert. Denk bijvoorbeeld aan het plaatsen van winddrukgeregelde roosters of een ventilatie-unit met warmteterugwinning.

8 van 11

Energielabel woningen

Installaties In de meeste woningen is sprake van één verwarmingstoestel. Soms zijn er verschillende toestellen voor de verwarming van de woning. In de tabel hieronder staat welke toestellen in uw woning aanwezig zijn en welk gedeelte van de woning door die toestellen verwarmd wordt. Verwarmingstoestellen

Aangesloten opp.

Warmtepomp

100,0 m2

Elektrische lokale verwarming HR-100 ketel

d

Lokale verwarming zonder afvoer van verbrandingsgassen 20,0 m2

el

Maatregel: energiezuinig verwarmingstoestel voor verwarming en/of warm water

Is uw verwarmingsinstallatie aan vervanging toe? Dan kunt u het beste kiezen voor een energiezuinig en duurzaam systeem. Hieronder staat een aantal voorbeelden van energiezuinige systemen, ze

­variëren in hoe ze gebruik maken van duurzame energiebronnen. Elektriciteit als energiedrager is op dit moment ten dele duurzaam (een mix van groen en grijs), maar is op termijn duurzamer te maken. HR107-ketel

Met een zuinige combiketel voor verwarming en warm water, zoals een HR107-combiketel, kan het

Vo or be

7 Verwarming

gasverbruik flink dalen. Let bij het vervangen van de cv-ketel ook op de thermostaat. Een slimme thermostaat met bewegingssensor en temperatuurregeling per kamer, helpt om energiezuiniger te verwarmen. Een nadeel van HR107-ketels is dat deze werken op aardgas. In Nederland willen we in de toekomst van het gebruik van aardgas af, omdat dit een fossiele brandstof is. Hybride warmtepomp

Wilt u uw woning verwarmen met minder aardgas, dan kan dat met een hybride warmtepomp. Deze bestaat uit een combinatie van een (bestaande) cv-ketel op aardgas en een warmtepomp op elektriciteit. De warmtepomp zorgt het grootste deel van de tijd voor warmte in de woning. De cv-ketel springt alleen bij als het buiten erg koud is en zorgt voor warm water in de woning. Een hybride warmtepomp is een prima tussenstap als uw woning goed, maar nog niet zeer goed, is geïsoleerd. En dus nog niet volledig klaar is voor aardgasvrij wonen. Warmtepomp

Met een volledig elektrische warmtepomp heeft u geen aardgasaansluiting meer nodig voor verwarming van uw woning. Warmtepompen halen met een warmtewisselaar warmte uit de onuitputtelijke bronnen zoals lucht, bodem of grondwater, en hebben in vergelijking met elektrische kachels een hoog rendement. Een warmtepomp kan de woning verwarmen en warm water leveren. Doordat de warmtepomp werkt met een lage verwarmingstemperatuur, is deze alleen geschikt voor zeer goed geïsoleerde woningen. Hij wordt gecombineerd met vloer- of wandverwarming, convectoren of met radiatoren met voldoende capaciteit voor verwarmingswater met een lage temperatuur.

Biomassaketel

Ook met een biomassaketel bent u volledig van het aardgas voor verwarming af. In plaats van aardgas gebruikt u houtpellets om te verwarmen en warm water te maken. Houtpellets zijn geperste houtkorrels. Ook kunnen in een biomassaketel houtsnippers (chips) of hele houtblokken worden verbrand. Bij de verbranding ontstaat wel fijnstof. Dit kan overlast in de omgeving veroorzaken.

Energielabel woningen 7 Verwarming (vervolg)

9 van 11 Warmtenet Nog een alternatief waarbij geen aardgasaansluiting voor verwarming van uw woning nodig is, is een warmtenet. Dit heet ook wel stadsverwarming. Bij dit systeem wordt er direct warmte geleverd aan de woning. Door buizen die onder de grond liggen, gaat het warme water naar de woningen, waar het via een warmtewisselaar gebruikt wordt voor verwarming en warm water. Het afgekoelde water gaat weer terug naar de verwarmingscentrale die het dan weer opwarmt. Hier wordt warmte gemaakt van overgebleven warmte van industrieën, afvalverbranding en afvalwater, biomassa, geothermie of oppervlaktewater. De warmte die aan de woning geleverd wordt kan van een hoge of een lage temperatuur zijn, dat verschilt per warmtenet. Als het warmtenet warmte van een lage

d

temperatuur levert, dan is het van belang dat uw woning goed geïsoleerd is, en dat de radiatoren,

convectoren en/of vloerverwarming geschikt zijn voor verwarmingswater met een lage temperatuur.

­energiebesparende

Liggen er al warmtenetten in uw stad of dorp? Of zijn er plannen om deze in de toekomst aan te

­maatregelen vindt u op

leggen? Overweeg dan om op dat net aan te sluiten. In afwachting van de definitieve plannen kunt

www.verbeterjehuis.nl

u al wel aan de slag met het verbeteren van de isolatie en het ventilatiesysteem in de woning.

8 Warm water

el

Meer informatie over

De meeste woningen hebben één warmwatertoestel. Soms is er sprake van meerdere verschillende

toestellen die zorgen voor het warm water. In de tabel hieronder is weergegeven welke toestellen in uw woning aanwezig zijn.

Douche met warmteterugwinning

Vo or be

Warmwatertoestellen Keukengeiser

Aanwezig

Combitoestel Elektroboiler

Niet aanwezig

Maatregel: warmteterugwinning uit douchewater

Met een douche-wtw gebruikt u de warmte van wegstromend douchewater om het koude water voor de douche alvast een beetje op te warmen. Het voorverwarmde water gaat naar de mengkraan van de douche en/of combitoestel. Hiermee bespaart u energie van uw warmwaterinstallatie. Om de warmte uit het douchewater terug te kunnen winnen, wordt in de afvoerpijp, douchebak of vloer van de inloopdouche een warmtewisselaar geplaatst.

Maatregel: zonneboiler voor warm water en/of verwarming

Zonnecollectoren zetten de energie van de zon om in warm water. Een zonneboilerinstallatie bestaat

uit verschillende onderdelen: zonnecollectoren op het dak, en een boilervat waarin het door de zon verwarmde water wordt opgeslagen. Een zonneboiler kan op jaarbasis gemiddeld de helft van het bad-

Meer informatie over

en douchewater verwarmen. Een zonneboiler levert in de zomer bijna al het warme water. In de winter

­energiebesparende

lukt dit niet en zorgt de cv-ketel, biomassaketel of warmtepomp voor warm water. Als de installatie groot

­maatregelen vindt u op

genoeg is, kan het systeem ook worden aangesloten op het verwarmingssysteem. De opgevangen

www.verbeterjehuis.nl

zonnewarmte kan dan ook worden gebruikt voor het (gedeeltelijk) verwarmen van de woning.

9 Zonneboiler

In onderstaand overzicht staat hoe groot het collectoroppervlak is van het zonneboilersysteem van uw woning. Hoe groter de collector, hoe meer zonnewarmte kan worden opgevangen. De oriëntatie van de zonnecollector heeft ook invloed op de hoeveelheid zonnewarmte die wordt opgevangen. Een zuid­ oriëntatie heeft daarbij de hoogste opbrengst. Oriëntatie

Oppervlakte

Noord

5,6 m2

Zuidoost

2,3 m2

10 van 11

Energielabel woningen

10 Ventilatie

Ventilatie is belangrijk voor frisse lucht in de woning en de gezondheid van bewoners. In het overzicht hieronder staat wat voor ventilatiesysteem uw woning heeft. In oudere woningen is vaak geen mechanisch ventilatiesysteem aanwezig: ventileren gebeurt alleen door roosters boven het raam, of door het openen van (klep)ramen. Bij woningen gebouwd na 1975, zorgt vaak een ventilator voor het toe- en/of afvoeren van frisse lucht. Deze ventilator kan een energiezuinige gelijkstroomventilator zijn, of een minder zuinige wisselstroomventilator. In het overzicht ziet u ook of de warmte uit de ventilatielucht teruggewonnen wordt en wordt hergebruikt in de woning.

Geen ventilatiesysteem

Natuurlijke ventilatie met raampjes en roosters

Wisselstroom-

Aangesloten

terugwinning

ventilator

oppervlakte

Nee

Nee

100,0 m2

Ja

Ja

20,0 m2

el

Gebalanceerde ventilatie

Warmte-

d

Type ventilatiesysteem

Ja

Nee

20,0 m2

Maatregel: energie-efficiënt ventilatiesysteem

Ventilatie van de woning is nodig voor een gezond binnenklimaat, maar kost ook energie. Het is daarom

Vo or be

verstandig om te zorgen voor een ventilatiesysteem dat voldoende ventileert én energiezuinig is. Hieronder vindt u voorbeelden van dergelijke systemen. Vraag-gestuurde mechanische afzuiging

Bij een vraag-gestuurd mechanisch ventilatiesysteem zuigt een ventilatie-unit lucht af uit de keuken,

badkamer en toilet. CO2-sensoren in de woonkamer en slaapkamers, en een luchtvochtigheids­ sensor in de badkamer, meten continu de luchtkwaliteit. Ze bepalen op basis daarvan hoeveel lucht er moet worden afgevoerd. Op deze manier wordt de woning altijd voldoende geventileerd. Op momenten dat er niemand aanwezig is, schakelt het systeem naar een lagere stand, waardoor het energiegebruik verlaagd wordt.

Ventilatie met warmteterugwinning

Een andere manier om energiezuiniger te ventileren, is door een ventilatiesysteem met warmte­ terugwinning toe te passen: per kamer of als systeem voor de hele woning. Zo’n systeem heeft twee ventilatoren. Eén ventilator zorgt dat er schone lucht de woning inkomt, de andere ventilator regelt de afvoer van vervuilde lucht naar buiten. Met een warmte-terugwin-unit in het ventilatie­ systeem wordt de binnenkomende koude lucht opgewarmd met de warme lucht die naar buiten gaat. Dat gebeurt met een warmtewisselaar.

Maatregel: ventilatie-unit met gelijkstroomventilator(en)

Meer informatie over

Sinds een aantal jaren zijn er energiezuinige gelijkstroomventilatoren op de markt. Deze zijn veel

­energiebesparende

energie­zuiniger dan de oude wisselstroomventilatoren. Bovendien heeft een ventilatie-unit niet het

­maatregelen vindt u op

eeuwige leven. Na verloop van tijd raakt de unit vervuild en gaat meer geluid maken. Het loont dus om

www.verbeterjehuis.nl

de ventilatie-unit te vervangen en dan over te stappen naar een unit met gelijkstroomventilator(en).

11 van 11

Energielabel woningen

11 Koeling

Heeft uw woning een mechanisch koelsysteem, dan staat dit vermeld in het overzicht hieronder. Het nadeel van woningen met koelsystemen is dat deze systemen energie gebruiken (en ook een slechter energielabel hebben dan woningen zonder koelsysteem). In plaats van het aanbrengen van een koelsysteem, kunt u beter maatregelen treffen om de zomerse zonnewarmte buiten te houden. Bijvoorbeeld door het aanbrengen van buitenzonwering, overstekken of zonwerende beglazing. Aangesloten oppervlakte

Koeltoestellen

100,0 m2

Compressiekoeling

­maatregelen vindt u op www.verbeterjehuis.nl

12 Zonnepanelen

Bodemkoeling of vrije koeling

d

­energiebesparende

Absorptiekoeling 20,0 m2 10,0 m2

Geen koeling

el

Meer informatie over

In het overzicht hieronder staat de omvang van het zonnepanelensysteem aangegeven (uitgedrukt in de oppervlakte en het totale wattpiekvermogen). Hoe groter het systeem, des te meer elektriciteit ermee

opgewekt kan worden. Daarbij is de oriëntatie van de panelen van grote invloed: hoe meer direct zonlicht op de panelen valt, hoe hoger de opbrengst. Wattpiekvermogen

Oppervlakte

Zuidwest

27,5 m2

Zuidoost

1,65 m2

Vo or be

5000 Wp

Oriëntatie

200 Wp

Maatregel: zonnepanelen voor elektriciteitsopwekking

Zonnepanelen – ook wel PV-panelen genoemd – zetten de energie van de zon om in elektriciteit. Een PV-systeem bestaat uit panelen die (meestal) op een dak geplaatst worden, en een omvormer

Meer informatie over

die in de woning staat. De zonnepanelen kunnen zowel op platte als schuine daken worden geplaatst.

­energiebesparende

Plaats zonnepanelen bij voorkeur op het zuiden zodat ze zoveel mogelijk zonlicht opvangen. Maar ook

­maatregelen vindt u op

met een andere oriëntatie is een goede opbrengst te halen. Voorkom gedeeltelijke beschaduwing van

www.verbeterjehuis.nl

panelen – anders loopt de opbrengst terug.

Disclaimer

Dit energielabel is afgegeven door Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Dit energielabel kunt u altijd verifiëren op www.zoekjeenergielabel.nl, www.ep-online.nl of in MijnOverheid. De genoemde besparingsmogelijkheden zijn maatregelen die op dit moment in de meeste gevallen kosteneffectief zijn, of dit binnen de geldigheidsduur van het energielabel kunnen worden. Op www.verbeterjehuis.nl

kunt u een indicatie krijgen hoeveel bovenstaande maatregelen kosten en wat zij u opleveren aan energiebesparing. Of de genoemde maatregelen daadwerkelijk verantwoord toegepast kunnen worden uit oogpunt van bijvoorbeeld comfort, gezondheid, kosten e.d., is afhankelijk van de huidige specifieke eigenschappen van uw woning. Er kunnen daarom geen rechten worden ontleend aan deze informatie. U wordt altijd geadviseerd om hiervoor professioneel advies in te winnen.

Rapport ‘wonen zonder aardgas’ (BENG + SPF)

Rosmalen 1 december 2023

Inhoudsopgave Samenvatting 1.

Basisbegrippen 1.1 1.2 1.3

2.

Bodemenergie Bodemenergie-systemen Onderdelen van een open Bodemenergie-systeem (OBES)

Tussenstand 2.1

Volantis 2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.1.4

2.2

Bestuur VvE 2.2.1 2.2.2 2.2.3

2.3

Uitgangspunt Wat is een uitgangspunt ? Kritiek Conclusie

Huidige situatie Knelpunten Gewenste situatie

Alternatief

3.

Ontwerp van een OBES

4.

Gebouwzijdig Deel 4.1

Huidige situatie 4.1.1 4.1.2

4.2

Knelpunten 4.2.1 4.2.2

4.3

Dubotechniek Duurzaam Opgewekt

Gewenste situatie 4.3.1 4.3.2 4.3.3

5.

Dubotechniek en Contracten Duurzaam Opgewekt

Dubotechniek en BENG Duurzaam Opgewekt en BENG Technische Universiteit Eindhoven (TU/e)

Ondergronds Deel 5.1

Huidige situatie 5.1.1 5.1.2

5.2

Energiebalans als stuurmiddel Omgevingsdiensten

Knelpunten 5.2.1 5.2.2

Energiebalans als stuurmiddel Dubotechniek

5.3

Gewenste situatie 5.3.1 5.3.2 5.3.3

6.

Energiecentrale 6.1

Huidige situatie 6.1.1 6.1.2

6.2 6.3

7.

Dubotechniek Autoriteit Consument & Markt (ACM)

Knelpunten Gewenste situatie

Autoriteit Consument & Markt (ACM) 7.1 Huidige situatie 7.1.1 7.1.2

7.2

7.3

Autoriteit Consument & Markt (ACM) Vereniging van Eigenaars (VvE)

Knelpunten 7.2.1

Bestuur VvE

Gewenste situatie 7.3.1

8.

Waterverplaatsing als stuurmiddel (Productiviteit) SPF (Seasonal Performance Factor) als stuurmiddel Staatscourant

Bestuur VvE

informatiebronnen

Bijlagen Bijlage 1

Staatscourant d.d. 20 april 2022 : SPF (Seasonal Performance Factor) als stuurmiddel

Bijlage 2

voorbeeld van een energielabel

Samenvatting Titel van het rapport De titel van voorliggend rapport is: ‘Wonen zonder aardgas’ (BENG + SPF) ‘Wonen zonder aardgas’ is een uitgangspunt. Het uitganspunt berust op twee pijlers: • BENG (Bijna Energie Neutraal Gebouw) • SPF (Seasonal Performance Factor) BENG heeft betrekking op het Gebouwzijdig Deel van een open bodemenergiesysteem (OBES) Voor BENG als pijler is gekozen om de volgende redenen: • BENG-formule heeft een aardgas component die gemeten en gecontroleerd wordt • BENG is de eerste basis voor het verwerven van een energielabel SPF heeft betrekking op het Ondergrondse Deel van een open bodemenergiesysteem (OBES) Voor SPF als pijler is gekozen om de volgende redenen: • SPF-formule heeft een aardgas component die gemeten en gecontroleerd wordt • SPF is de tweede basis voor het verwerven van een energielabel • Bij tegenvallende prestaties van het OBES kan Duurzaam Opgewekt op grond hiervan in een privaatrechtelijke procedure worden aangesproken (Bijlage 1) Duurzaam Opgewekt dient op basis van het uitgangspunt: • de fasen ontwerpen, installatie en beheer in uitvoering te nemen • nieuwe voorstellen in te dienen voor een: ▪ 15-jarig contract ▪ 20-jarig contract ▪ 30-jarig contract

A.

Basisbegrippen (hoofdstuk 1)

In hoofdstuk 1 worden basisbegrippen beschreven met betrekking tot: • Bodemenergie • gesloten bodemenergie-systemen (GBES) en open bodemenergie-systemen (OBES) • samenstelling van een OBES: ▪ Gebouwzijdig Deel ▪ Energiecentrale ▪ Ondergronds Deel • Onderdelen en begrippen van een OBES

B.

Tussenstand (hoofdstuk 2) In hoofdstuk 2 wordt de combinatie Volantis en Bestuur VvE langs de meetlat van een alternatief gelegd. Aangetoond wordt dat het uitgangspunt van Volantis ongeschikt is als fundament: • richting Duurzaam Opgewekt voor het doen van voorstellen • richting Bestuur VvE voor het beoordelen van de voorstellen Gesteld wordt dat bij tegenvallende prestaties van het bodemenergiesysteem Duurzaam Opgewekt in een privaatrechtelijke procedure op basis van dit uitgangspunt niet kan worden aangesproken (Bijlage 1). Het Bestuur VvE wordt voor dit project als onvoldoende gekwalificeerd beoordeeld. De combinatie Volantis en Bestuur VvE in deze situatie is geen goede combinatie. Dit gaat ten koste van de financiële belangen van de bewoners van 138 appartementen van Klooster Baptist.

Het alternatief zegt allereerst: • er is geen sprake van een nieuw OBES • er is sprake van een bestaand OBES. Op grond hiervan vindt een verdere beschrijving van OBES plaats op basis van: • huidige situatie • knelpunten • gewenste situatie

C.

Ontwerp van een OBES (hoofdstuk 3) In hoofdstuk 3 wordt schematisch aangegeven dat eerst invulling dient te worden gegeven aan het: • Gebouwzijdig Deel van OBES • Ondergronds Deel van OBES Dat op grond hiervan invulling kan worden gegeven aan de: • Energiecentrale van OBES D.

Gebouwzijdig Deel (hoofdstuk 4) EPC en BENG EPC (Energie Prestatie Coëfficiënt) is een verouderde kwaliteitseis. Het bestaat uit één dimensie loos getal. Onder de oppervlakte kan met meerdere componenten, waaronder aardgas, zodanig geschoven worden dat optisch aan een EPC-eis wordt voldaan. BENG (Bijna Energie Neutraal Gebouw) is een nieuwe kwaliteitseis. Het bestaat uit drie van elkaar onafhankelijke getallen, elk met een dimensie. Aan aardgas wordt een onafhankelijk getal toegekend. Dubotechniek en EPC Dubotechniek heeft de EPC berekeningen uitgevoerd en hierop contracten afgesloten. Dubotechniek heeft zich niet aan de contracten gehouden. De bewoners van Klooster Baptist hebben gedurende 15 jaar te veel aan energie betaald. Er dient aan een schadeloosstelling gedacht te worden. Dubotechniek en BENG Dubotechniek beschikt over alle achterliggende gegevens. Op grond hiervan dient door Dubotechniek een BENG-berekening gemaakt te worden om de werkelijke situatie boven water te krijgen. Duurzaam Opgewekt en BENG Duurzaam Opgewekt heeft voorstellen uitgebracht die gebaseerd zijn op een niet fundamenteel uitgangspunt. Om hiertoe te geraken dient Duurzaam Opgewekt allereerst een BENG-berekening te maken gebaseerd op het rapport van de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15267792/1