BP Nieuwekampen 12-14 Vinkel - toelichting en regels
Tekst van het document
(let op: De Keur is aangepast (na voormelde reactie) de huidige grenswaarde inzake compensatie bedraagt 500 m2). - Toelichting bij berekening: De poel / wadi wordt ingericht met verschillende niveaus qua diepte van respectievelijk -0,50 m, -1,00 m en -1,80 m NAP. De oppervlakte van de poel / wadi bedraagt circa 23 bij 35 meter zijnde circa 800 m2. Rekeninghoudend met de laagste aanlegdiepte (-0,5 m) bedraagt de bergingscapaciteit - boven de GHG van -0,50 tot -0,60 m NAP – tenminste 437 m3. Dit is ruim afdoende in relatie tot de benodigde waterberging van 126 m3. De poel / waterberging sluit niet aan bij bestaande greppels of waterhuishoudkundige voorzieningen. Er vindt ook of zelfs bij extreme buien geen afstroming plaats naar nabij gelegen watergangen. Overzicht: > Benodigde bergingscapaciteit irt toename oppervlakte: 126 m3 > Oppervlakte van nieuwe poel / wadi: circa 800 m2 > Bergingscapaciteit (i.r.t. GHG) : 437 m3 Overcapaciteit c.q. opvang piekbuien (i.r.t. GHG): 311 m3 Het schone hemelwater van het nieuw te realiseren terrein en van bebouwing (geen uitloogbare materialen (hetgeen ook is geborgd via de planregels)) zal via bedrijfsriolering afgevoerd worden naar de poel / retentievoorziening.
Zie de riolerings-/afwateringstekeningen van de bestaande situatie (terrein, bebouwing en bedrijfsafvalwater) alsmede voor de beoogde situatie (Riolerings- / afwateringsplan Nieuwekampen 12-14, Vinkel - bijlage 9). In navolging van de gemeentelijke Verordening Bomen, Water en Groen (maart 2021) is afvoer van (schoon) hemelwater naar riool niet toegestaan. Een uitzondering geldt voor huishoudelijk afvalwater. Voor de afvoer van bedrijfsafvalwater (afkomstig van was-/tankplaats) zijn reeds bestaande maatwerkafspraken van toepassing. In het kader van dit bestemmingsplan zijn deze afspraken nader geverifieerd en bevestigd door de afdeling stadsbeheer. De afvoer van vuilwater (van de was-/tankplaats)
Toelichting (vastgesteld)
47
bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel vindt via bedrijfsriolering plaats naar het gemeentelijk (druk-)riool. De ligging van riolering wijzigt niet. Zie het riolerings- / afwateringsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel, bijlage 9. Het hemelwater is afgekoppeld van het rioleringsstelsel en wordt op eigen terrein ‘gebufferd’ c.q. opgevangen (zie poel / opvang). Verwezen wordt naar bijlage 2 en 9 bij de Toelichting. Conform de Verordening Bomen, Water en Groen van de gemeente ’s-Hertogenbosch en / of de Keur bedraagt de norm voor hemelwaterberging 60 mm. Ten aanzien van mogelijke gevolgen van de waterhuishoudkundige situatie c.q. de mogelijkheden voor hemelwaterberging is binnen het plangebied voorzien (zie hiervoor, waarbij het schone water binnen het plangebied wordt opgevangen in wadi’s (bestaand en nieuw), zie bijlage 9. -Afvalwater In het kader van het bevorderen van het duurzaam omgaan met water is het beleid van de gemeente en het waterschap erop gericht om schoon hemelwater af te koppelen van het gemengde rioolstelsel (of niet aan te koppelen). Hemelwater dat van de daken af stroomt is aan te merken als schoon. Zuivering van dit water is dan ook niet noodzakelijk. Het (schone) hemelwater van bedrijfsgebouw(en) en verhardingen is afgekoppeld en wordt niet op de bedrijfsriolering geloosd of aangesloten, maar via schoonhemelwaterriolering afgevoerd naar de wadi / poel.
Voor het bestaande terrein en bebouwing is dit reeds al vele decennia aanwezig en blijft ongewijzigd (zie riolerings-/ afwateringsplan, bijlage 9). De parkeerplaatsen op het terrein voor eigen gebruik / personeel zijn bestaand (zie bijlage 2). Deze ontwikkeling voorziet niet in een toename van nieuwe (meer dan vier) parkeerplaatsen, zodat de nadere regels op grond van de Omgevingsverordening Brabant niet aan de orde c.q. meldingsplichtig zijn. De bestaande situatie aangaande bedrijfsafvalwater afkomstig van de was-/tankplaats blijft, conform de geaccepteerde aanleg / situatie c.q. de (maatwerk)afspraken met de gemeente, ongewijzigd. Onderhavige ontwikkeling heeft geen invloed op deze bestaande situatie (zie bijlage 9). -Waterkwaliteit Er zijn bijzondere maatregelen genomen om vervuiling van het oppervlaktewater te voorkomen. In relatie tot het aspect ‘bouwen’ zullen overeenkomstig de eis van het waterschap geen uitlogende materialen toegepast worden. Aangaande de provinciale eisen (Omgevingsverordening Brabant) betreffende de ligging in het grondwaterbeschermingsgebied wordt verwezen naar paragraaf 3.2.2. Gezien de ligging in het grondwaterbeschermingsplicht geldt een meldingsplicht bij de Omgevingsdienst Zuidoost Brabant. Met de ODZOB heeft reeds afstemming plaatsgevonden omtrent de beoogde ontwikkeling. Opgemerkt wordt dat er sprake is van een langdurig bestaand bedrijf.
Onderhavige ontwikkeling leidt qua ligging of aangaande activiteiten niet tot significante wijzigingen aangaande het grondwaterbeschermingsgebied. Gezien de aard van de activiteiten en de beoogde ontwikkelingen behoeven de volgende aspecten een nadere beoordeling in relatie tot de meldingsplicht bij de ODZOB op grond van de IOV: Oprichten nieuwe gebouwen (art 2.12 IOV): Indien er sprake is van oprichten van gebouwen, zonder gebruik van schadelijk uitloogbare (bouw)materialen, zijn geen nadere voorschriften van toepassing. Wel geldt een startmelding. 1. Bij dit initiatief worden geen uitloogbare (bouw)materialen gebruikt of toegepast. Een gebruiksverbod is geborgd in de planregels. Nadere voorschriften in relatie tot het grondwaterbeschermingsgebied zijn niet van toepassing. Twee weken voor aanvang bouw dient een startmelding te worden verricht bij de ODZOB. Uitbreiding of reconstructie van parkeerplaatsen (art 2.14 IOV): Bij uitbreiding van meer dan vier parkeerplaatsen of bij reconstructie geldt een meldingsplicht. 1. Bij dit initiatief is geen sprake van uitbreiding of reconstructie van parkeerplaatsen. De vigerende parkeerplaatsen blijven behouden. Een melding is niet van toepassing.
Opslag of aanwezigheid van potentieel schadelijke stoffen: Indien sprake is van de opslag of de aanwezigheid van potentieel schadelijke stoffen dient voldaan te worden aan de hoogste benodigde vereisten op grond van de NRB (Nederlandse Richtlijn Bodembescherming) c.q. het Activiteitenbesluit of omgevingsvergunning milieu.
48
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel 1. Bij dit initiatief is sprake van een opslagterrein /-depots. In beginsel is geen sprake van potentieel schadelijke stoffen aangezien er sprake is van opslag van inerte stoffen bijvoorbeeld (schone) grond c.q. grond met kwaliteit AW wordt opgeslagen of grof groenmateriaal (niet uitloogbaar). Echter potentiële aanwezigheid van schadelijke stoffen is niet uit te sluiten. Het terrein zal derhalve afdoende voorzien moeten worden van bodembeschermende maatregelen (kerende vloer met afschot of bijvoorbeeld met bovenafdekking) conform de eisen overeenkomstig het activiteitenbesluit / NRB en gerelateerd aan de aard van de stoffen / producten welke opgeslagen (gaan) worden. Voor deze activiteiten dient acht weken voor de start van de aanleg / realisatie een melding gedaan te worden. Conclusie Aangaande het onderdeel ‘water’ zijn afdoende maatregelen aanwezig of uitvoerbaar, zodat dit de uitvoering van dit plan – in beginsel - niet hoeft te belemmeren. Het plan voldoet aan het beleid van de gemeente en het waterschap. In relatie tot de ligging in het grondwaterbeschermingsgebied en de aard van de activiteiten geldt een meldingsplicht. 4.2.7
Cultuurhistorie en archeologie
Per 1 september 2017, is onder andere ter vervanging van de Wet op de archeologische monumentenzorg, de Erfgoedwet in werking getreden. Nederland heeft hiermee haar verplichting op basis van de Wet van Malta (1992) gestalte gegeven. In een bestemmingsplan dient op grond van het Bro artikel 3.1.6 een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten, rekening is gehouden. Ook de facetten historische bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Op grond van de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) 2010, herziening 2016 (in mei 2022 geactualiseerd in relatie tot Interim Omgevingsverordening) van de provincie Noord-Brabant is de locatie gelegen in het cultuurhistorische landschap Meierij. Voor het plangebied zijn geen relevante cultuurhistorische aspecten aan de orde (zie figuur 16). Ook in de nabijheid van het plangebied liggen geen cultuurhistorische landschappen van provinciaal belang. Aangaande de ontwikkeling is geen sprake van een onevenredige aantasting van de dragende structuur van de regio Meierij.
Het plangebied is overeenkomstig de bepalingen uit het vigerende bestemmingsplan voor een beperkt deel gelegen in een gebied waar een specifieke bescherming van cultuurhistorische- of archeologische waarden van toepassing is. Op grond van de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart (nog niet vastgesteld) geldt voor het zuidelijke ‘puntje’ van het plangebied de archeologische verwachtingswaarde ‘middelhoog’. Zie figuur 17, concept verwachtingskaart, bron gemeente s-Hertogenbosch d.d. 18 maart 2021. Op de verbeelding is de dubbelbestemming Waarde Archeologie opgenomen. De voorwaarden zijn in de
Toelichting (vastgesteld)
49
bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel planregels beschreven. De te realiseren poel (zie bijlage 2 bij toelichting) wordt aangelegd buiten de gronden met de dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie’. Conclusie Het archeologisch beleid (verwachtingskaart) is vertaald in de regels van dit bestemmingsplan en middels een dubbelbestemming vastgelegd op de verbeelding. Indien tijdens de werkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen, geldt een meldingsplicht conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet. 4.2.8
Externe veiligheid
Het aspect externe veiligheid betreft het risico op een ongeval waarbij een gevaarlijke stof aanwezig is. Deze gevaarlijke stoffen kennen twee verschillende bronnen. Dit zijn de stationaire bronnen (chemische fabriek, lpg- vulpunt) en de mobiele bronnen (route gevaarlijke stoffen). Er wordt bij externe veiligheid onderscheid gemaakt in plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het plaatsgebonden risico biedt burgers in hun woonomgeving een minimum beschermingsniveau tegen gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico heeft een oriënterende waarde en voor het plaatsgebonden risico geldt een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. In het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) (stb. 250, 2004) wordt een verantwoordingsplicht (door de overheid) voor het groepsrisico rond inrichtingen wettelijk geregeld (artikel 13). De verantwoording houdt in dat wordt aangegeven of risico’s acceptabel zijn en welke maatregelen worden genomen om de risico’s te verkleinen. In de omgeving van het plangebied zijn geen mobiele of stationaire bronnen. Ten aanzien van het groepsrisico kan gesteld worden dat onderhavig plan niet voorziet in de realisatie van een nieuw kwetsbaar object. Het groepsrisico blijft dan ook ongewijzigd en hoeft daarom niet nader verantwoord te worden.
Aangezien er op de bedrijfslocatie niet met gevaarlijke stoffen wordt gewerkt behoeft het plaatsgebonden risico ook niet nader verantwoord te worden. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan. 4.2.9
MER
In het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) 1994 is vastgelegd wanneer voor welke activiteiten een verplichting geldt tot het maken van een (project-)MER (onderdeel C) en is aangegeven in welke situaties voor welke activiteiten een m.e.r-beoordelingsplicht geldt (onderdeel D). Per 16 mei 2017 bestaat ook beneden de drempel van onderdeel D een m.e.r.-beoordelingsplicht. In de Wet milieubeheer, artikel 7.2, lid 1 onder b. wordt aangegeven dat bij algemene maatregel van bestuur (i.e. Besluit m.e.r.) activiteiten worden aangewezen ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Het 4e lid, artikel 7.2, stelt dat voor dergelijke activiteiten categorieën van besluiten worden aangewezen in het kader waarvan het bevoegd gezag aan de hand van de relevante criteria in bijlage III van de mer-richtlijn (artikel 7.17) een beslissing neemt of een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Het afwijken van de regels van het bestemmingsplan ten behoeve van het oprichten van bedrijfsbebouwing voor een loonbedrijf met 25% (t.o.v. bestaand) en de herziening van het bestemmingsplan ten behoeve van een vormwijziging en vergroten van het bestemmingsvlak is geen ontwikkeling welke genoemd is / wordt of de ‘ondergrenzen’ overschrijdt zoals genoemd in categorie C of D van de m.e.r.
Alhoewel geen sprake is van een wettelijke verplichting tot het doorlopen van de uitgebreide m.e.r.-procedure en de m.e.r.-beoordeling, geeft de Wet milieubeheer aan dat voor de geplande activiteiten wel een vormvrije m.e.r.- beoordelingsplicht van toepassing is. Deze beoordeling wordt uitgewerkt in een ‘aanmeldnotitie’. Bij een dergelijke beoordeling moet dan worden beoordeeld of het project geen belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu die alsnog aanleiding kunnen geven tot
50
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel het doorlopen van de uitgebreide procedure (o.g.v. bijlage III van de mer-richtlijn). Een activiteit heeft geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu indien: sprake is van een grote afstand tot gevoelige gebieden; de locatie en de omgeving geen bijzondere kenmerken hebben waardoor er een verwaarloosbare kans is op belangrijke nadelige effecten; de activiteit niet tot grote emissies leidt; er sprake is van een klein ruimtebeslag. Er is desalniettemin overwogen om een aanmeldnotitie m.e.r. op te stellen. Echter zoals uit voormelde blijkt, betreft deze ontwikkeling geen ontwikkeling of activiteit welke – mede op basis van jurisprudentie – is aan te merken als een ontwikkeling welke genoemd is in categorie C of D van de m.e.r. Eveneens zijn er geen onevenredige nadelige gevolgen / belemmeringen voor activiteiten van inrichtingen en woningen in de omgeving dan wel leidt de ontwikkeling niet tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu (zie criteria en de milieukundige verantwoording in onderhavige toelichting (hoofdstuk 4)). De reden of noodzaak voor het opstellen van een afzonderlijke vormvrije aanmeldnotitie m.e.r. ontbreekt. Redelijkerwijs kan onderhavige toelichting alszodanig worden beschouwd.
Conclusie Onderhavig initiatief is geen activiteit of plan waarvoor het verplicht is om een milieueffectrapportage of –(vormvrije m.e.r.- ) beoordeling uit te voeren op grond van het Besluit milieueffectrapportage en / of artikel 7.16, lid 2 van de Wet milieubeheer. 4.2.10 Duurzaamheid De gemeente heeft de duurzame uitgangspunten vastgelegd in de 'Visie duurzaam 's-Hertogenbosch' (mei 2019). Met de vastgestelde visie zet gemeente 's-Hertogenbosch verduurzaming in op de onderstaande 4 thema's: 1. 2. 3. 4.
Gezonde, groene en klimaatbestendige omgeving (o.a. hemelwaterberging) CO2 neutrale omgeving (energie) Waardebehoud van grondstoffen (circulariteit) Duurzame mobiliteit
Bij onderhavig initiatief zijn / worden voormelde thema’s, zowel qua inrichting als bij het oprichten van bebouwing maar ook bij de bedrijfsactiviteiten zelf doorgevoerd c.q. reeds betrokken. Middels dit plan wordt een concrete bijdrage geleverd aan een groene- en klimaatbestendige omgeving (zie ook paragraaf 3.3.5 en bijlage 4). Naast een landschappelijke inpassing wordt voorzien in waterberging binnen het plangebied (zie bijlage 2). Aangaande CO2-reductie en het zelfvoorzienend zijn in energiebehoefte is reeds voorzien. De bestaande bebouwing is voorzien van zonnepanelen. Ook de nieuwbouw zal hiermee worden uitgerust. Voor de dagelijkse praktijk c.q. het gebruik van fossiele brandstoffen in het machinepark wordt gebruik gemaakt van CO2 reducerende middelen zoals specifieke brandstoffen (HVO 100) of toevoegmiddelen (ad-blue). Ook gelden er bedrijfsgedragsregels. Door de faciliteiten van op-/overslag ten behoeve van circulariteit van vrijkomende of toepasbare grond-/bouwstoffen en dergelijke wordt de bestaande inzet voor een lokale kringloop verder geconcretiseerd en uitgebreid. Door afstanden van lokaal vrijkomende waardevolle nuttig toepasbare stoffen, al dan niet via tussenopslag op de locatie Nieuwekampen, en toepassingslocatie kort te houden of te kunnen maken wordt tevens een bijdrage geleverd aan duurzame mobiliteit.
Conclusie Het aspect Duurzaamheid is betrokken bij dit plan en vormt derhalve geen belemmering voor de uitvoering. 4.2.11 Leidingen Conclusie In of nabij het plangebied zijn geen aardgasleidingen / kabels aanwezig, welke een belemmering zouden
Toelichting (vastgesteld)
51
bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel opleveren voor de uitvoering van het initiatief.
52
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel
Hoofdstuk 5
Juridische toelichting
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze van bestemmen. In de eerste twee paragrafen wordt daarbij een toelichting gegeven op het instrument 'bestemmingsplan' in het algemeen voor die personen die niet dagelijks te maken hebben met bestemmingsplannen.
5.1
Doel en reikwijdte
Het bestemmingsplan is een middel waarmee functies aan gronden worden toegekend. Het gaat dus om het toekennen van gebruiksmogelijkheden. In artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is bepaald dat twee begrippen centraal staan. Dit zijn: 1. goede ruimtelijke ordening; 2. uitvoerbaarheid. Als een plan aan deze twee eisen voldoet, voldoet het aan de wet. Via een bestemmingsplan worden functies aan gronden gegeven. Vanuit de Wro volgt een belangrijk principe, namelijk toelatingsplanologie. Het wordt de grondgebruiker (eigenaar, huurder etc.) toegestaan om de functie die het bestemmingsplan bepaalt uit te oefenen. Dit houdt in dat: 1. de grondgebruiker niet kan worden verplicht om een in het bestemmingsplan aangewezen bestemming ook daadwerkelijk te realiseren, en; 2. de grondgebruiker geen andere functie mag uitoefenen in strijd met de gegeven bestemming (de overgangsregels zijn hierbij mede van belang). Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (omgevingsvergunning voor het bouwen) en regels voor het verrichten van 'werken' (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden). Een bestemmingsplan regelt derhalve het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen); en een bestemmingsplan kan daarbij regels geven voor: 1. het bebouwen van de gronden; 2.
het verrichten van werken (aanleggen). Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument voor het voeren van ruimtelijk beleid, maar het is niet het enige instrument. Andere wetten en regels zoals bijvoorbeeld de Woningwet, de Erfgoedwet, de Algemeen Plaatselijke Verordening, de Wet Milieubeheer, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de bouwverordening zijn ook erg belangrijk voor het uitvoeren van het ruimtelijk beleid. Via overeenkomsten kan de gemeente met betrokken partijen aanvullende afspraken maken voor zover dat niet via het bestemmingsplan geregeld kan worden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het zeker stellen dat bepaalde activiteiten ook werkelijk verricht worden om zo het toelatingskarakter van een bestemmingsplan aan te scherpen.
5.2
Onderdelen van een bestemmingsplan
Een bestemmingsplan bestaat uit 3 onderdelen. Dit zijn de toelichting, de planregels en de verbeelding (plankaart). 5.2.1
De toelichting
De toelichting wordt opgesteld volgens artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Hier staat, in het kort, dat in de toelichting verslag gedaan moet worden van de gemaakte keuzes in het plan. Voor een ontwikkelingsgericht plan vraagt dat een andere motivatie dan voor op beheer gerichte plannen (een plan kan ook zowel ontwikkelingsgericht zijn voor het ene deel en voor een ander deel beheergericht). Ook moet ingegaan worden op het aspect water, de afstemming met andere overheden (indien nodig), het onderzoek voor zover nodig voor de uitvoerbaarheid, de wijze waarop inspraak is verricht (indien nodig). Als er bij het bestemmingsplan een milieu-effect rapport is gemaakt hoeft niet ingegaan te worden op monumentale- en/of andere waarden in het plangebied noch de milieukwaliteit in het gebied, want dat gebeurt in dat geval in het milieu-effect rapport. Via de toelichting wordt zo inzicht gegeven in de twee eisen uit artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro).
Toelichting (vastgesteld)
53
bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel
Centraal in de toelichting moet staan waarom de functies als opgenomen op de plankaart, met de bijhorende regels, de mogelijkheden bieden en waarom dit past op die locatie. Bijlagen bij de toelichting: Bij de toelichting kunnen bijlagen opgenomen zijn. Die bijlagen maken een onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan zelf. Omdat ze een onlosmakelijk onderdeel zijn van het bestemmingsplan kan de toelichting zelf kort van tekst blijven omtrent het desbetreffende onderwerp. Hierdoor blijft de toelichting zelf kort en daarmee leesbaar. Algemene beleidsdocumenten hoeven vanwege het algemeen geldende karakter niet als bijlage opgenomen te worden bij het bestemmingsplan. Denk aan verschillende sectorale beleidsdocumenten als ook structuurvisies. Een toelichting moet, voor zover het beleidsstuk relevant is voor het plan, aangeven wat de relatie is tussen het bestemmingsplan en dat beleidsdocument. 5.2.2
De planregels
De planregels zijn verdeeld over 4 hoofdstukken: 1. Inleidende regels: In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de planregels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de planregels te waarborgen. Deze begrippen zijn soms erg belangrijk voor een goed inzicht in de gebruiksmogelijkheden. Ook is de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2) bepaald; 2. Bestemmingsregels: In dit hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Als er voorlopige bestemmingen, nog uit te werken bestemmingen en/of dubbelbestemmingen zijn, worden die ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsregels opgenomen. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving, vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen de (mogelijke) afwijkingsmogelijkheden met betrekking tot de bouw en/of het gebruik. Ten slotte zijn (eventuele) omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden opgenomen, aangevuld met mogelijke wijzigingsbevoegdheden. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere regels relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moeten worden.
Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld. Indien er sprake is van specifieke verplichtingen kan dit via een zogenaamde ‘voorwaardelijke verplichting’ worden vastgelegd. 3. Algemene regels: In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter die gelden voor het hele plan. Deze moeten daarom altijd goed gelezen worden voordat op basis van de bestemmingsregels interpretaties worden verricht. Voorbeelden van algemene regels zijn de anti-dubbeltelregel, algemene procedurebepalingen maar ook regels met betrekking tot mogelijke binnenplanse afwijkingen (een binnenplanse afwijking is, zoals het woord het al zegt, een afwijkingsmogelijkheid van de regels in het bestemmingsplan zelf, dit in tegenstelling tot 'buitenplanse' afwijkingen). In de algemene regels kunnen erg belangrijke bepalingen zijn opgenomen; 4. Overgangs- en slotregels: In het laatste hoofdstuk wordt het overgangsrecht geregeld en wordt bepaald hoe het bestemmingsplan heet (de slotregel). Bijlagen bij de regels: Bij de regels kunnen bijlagen opgenomen zijn. Die bijlagen maken een onlosmakelijk onderdeel uit van de regels.
54
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel
5.2.3
De verbeelding
Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven met daarbij andere bepalingen zoals gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, etc. Via de bijhorende regels in de planregels wordt bepaald wat hier wel en niet is toegestaan. De verbeelding wordt ook wel plankaart genoemd. Dan wordt hetzelfde bedoeld. Belangrijk te weten is dat een digitaal bestand (een '.gml-bestand') leidend is. Dat digitaal bestand bepaalt waar welke bestemming ligt en waar welke aanduidingen etc.. Een afgeleide van dat digitale bestand is bijvoorbeeld een '.pdf-bestand' of een papieren (analoge) verbeelding. Bij twijfel over een '.pdf-bestand' of een papieren versie van de verbeelding geeft het digitale bestand de juridische doorslag.
5.3
Dit bestemmingsplan
Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan voorziet in vergroting inclusief vormwijziging van het bestemmingsvlak Bedrijf voor het perceel Nieuwekampen 12 – 14 te Vinkel, waarvoor het bestemmingsplan Buitengebied Maasdonk 2012 van toepassing is. Vanwege de wijziging van het bestaande bouw-/ bestemmingsvlak en het borgen van de landschappelijke inpassing (voorwaardelijke verplichting) is een specifiek bestemmingsplan benodigd.
In deze toelichting is de verantwoording, motivering en interpretatie opgenomen waarbij inzicht is gegeven in het voldoen aan het ruimtelijk beleid en de zorg / aandacht voor de fysieke leefomgeving i.c. een goede ruimtelijke ordening. Bij dit bestemmingsplan is inzake de planregels aangesloten bij de ‘modelregels’ van de gemeente ‘s-Hertogenbosch. De specifieke regels ‘planregels Nieuwekampen 12 - 14’ zijn onderdeel van dit plan. Conclusie Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.
Toelichting (vastgesteld)
55
bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid en conclusie
In dit bestemmingsplan is nader ingegaan op de ruimtelijke, planologische, juridische en milieukundige aspecten aangaande de verantwoording van de beoogde onwikkeling voor de locatie Nieuwekampen 12-14 te Vinkel.
6.1
Maarschappelijke uitvoerbaarheid
Deze toelichting maakt onderdeel uit van een herziening van het bestemmingsplan, welke door de gemeente ‘s- Hertogenbosch in procedure wordt gebracht. In dit plan worden, wanneer deze beschikbaar zijn en indien noodzakelijk, de resultaten van het overleg op grond van artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening uiteengezet. De direct omwonenden zijn geïnformeerd en zijn in de gelegenheid gesteld om een inbreng kenbaar te maken over onderhavig initiatief (zie paragraaf 7.1).
6.2
Economische uitvoerbaarheid
De realisatie van het project geschiedt voor rekening van de initiatiefnemer. De gronden zijn in eigendom van de initiatiefnemer. Deze gronden zijn niet belast met beperkt zakelijke rechten van derden. De toename / uitbreiding van de oppervlakten aan bebouwing is kleiner dan 1.000 m2, zodat er geen sprake is van een zogenaamd GREX-plan, maar een legesplan. Dit betekent dat voor de bestemmingsplanprocedure leges worden geheven en met initiatiefnemer een planschadeovereenkomst wordt gesloten. De uitvoering van de landschappelijk inpassing wordt geborgd door het opnemen van een voorwaardelijke verplichting in de planregels van het bestemmingsplan. Op deze wijze wordt geborgd dat binnen 1 jaar na uitvoering / oplevering van het bouwplan de landschappelijke inpassing moet zijn uitgevoerd.
6.3
Conclusie
In dit bestemmingsplan is verantwoord dat het initiatief in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en dat er sprake is van een aanvaardbare ruimtelijke ontwikkeling. Hiermede is onder andere afdoende invulling gegeven aan de toetsing van het relevante ruimtelijke beleid en de voorwaarden van artikel 5.3 (vergroting oppervlakte bedrijfsbebouwing) van de vigerende planregels.
56
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel
Hoofdstuk 7 7.1
Inspraak en vooroverleg
Inspraak (omgevingsdialoog)
In het kader van de bestemmingsplanprocedure is een omgevingsdialoog gevoerd met de buurtbewoners in januari 2021. Aangaande het buurtoverleg c.q. de participatie zijn ze belanghebbende / adressen gelegen op een afstand tot circa 150 meter van het plangebied, zijnde direct aangrenzende omwonenden of degene welke concreet zicht hebben op de relevante ontwikkeling benaderd. Initiatiefnemers hebben de plannen aan buurtbewoners, persoonlijk (vanwege de destijds van toepassing zijnde coronaregels), toegelicht. Allen hebben te kennen gegeven in te kunnen stemmen met de ontwikkeling. De uitkomsten van de omgevingsdialoog geeft derhalve geen aanleiding tot wijziging of verandering van het plan (bijlage 10; verslag buurtoverleg).
7.2
Wettelijk vooroverleg
In het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is onderhavig bestemmingsplan voorgelegd aan de wettelijke vooroverlegpartners. De reacties uit het vooroverleg (juli 2022) van de provincie en van het waterschap zijn hieronder weergegeven met een (korte) toelichting hoe een en ander is verwerkt. De reactie van de Provincie Noord-Brabant luidt als volgt (via E-Formulier: 19-7-2022);
Beoordeling: De gemeente heeft het voorontwerpplan voorgelegd aan de provincie. De provincie heeft geen aanleiding gezien om opmerkingen kenbaar te maken, waaruit geconcludeerd wordt dat het plan voldoet aan het provinciaal ruimtelijk beleid. Voormelde geeft geen aanleiding om het (ontwerp-)bestemmingsplan aan te passen. Het Waterschap Aa en Maas heeft de volgende reactie kenbaar gemaakt (28 juli 2022):
Toelichting (vastgesteld)
57
bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel
Beoordeling: Voorgaande reactie van het waterschap is nader uitgewerkt in onderhavige toelichting. De waterparagraaf in 4.2.6 is gewijzigd. Ten eerste zij opgemerkt dat het plan reeds eerder aan het waterschap is voorgelegd in het kader van de Watertoets. De reactie op de watertoets is reeds opgenomen en nader verwerkt in paragraaf 4.2.6. Het aspect ‘beschermingszone en (nieuwe) obstakels c.q. vergunningplicht’ is nader omschreven bij het onderdeel ‘Oppervlaktewater’ van de subparagraaf Watersysteem in paragraaf 4.2.6. Aangaande het aspect ‘regenwater’ van het verhard oppervlak en de GHO is de waterparagraaf aangepast en de reactie van het Waterschap verwerkt. De tekst van de subparagraaf ‘hemelwater’ is gewijzigd. Kortweg is opgenomen dat al het hemelwater van het verharde oppervlakte naar de wadi en / of poel gaat en aldaar kan infiltreren. Eveneens is voor het berekenen van de capaciteit van de wadi en poel rekening gehouden met de van toepassing zijnde GHG en is de situatie van ‘overtollig regenwater’ nader omschreven. Zie voor volledige uitwerking de waterparagraaf.
58
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel
Hoofdstuk 8
Procedure
Er wordt een reguliere bestemmingsplanprocedure voorstaan op grond van artikel 3.1 van de Wro. Daarbij wordt coördinatie toegepast met de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, zoals bedoeld in afdeling 3.6 van de Wro.
8.1
Ontwerpbestemmingsplan
Het ontwerpbestemmingsplan en ontwerp omgevingsvergunning (coördinatieregeling) zijn gepubliceerd met ingang van 27 december 2023 en hebben gedurende een periode van 6 weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is eenieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen tegen het ontwerpstemmingsplan en het ontwerpbesluit van de omgevingsvergunning. Hiervan is geen gebruik gemaakt. Er zijn geen zienswijze(n) ingediend. Ambtshalve zijn er vanuit de gemeente enkele opmerkingen gemaakt omtrent het landschapsplan (bijlage 1 bij planregels), zoals de plaats van nestkasten, alsmede verduidelijking van de kwantitatieveen kwalitatieve groenscore (bijlage 4 van Toelichting). Betreffende gegevens zijn verwerkt en de documenten zijn aangepast.
Toelichting (vastgesteld)
59
bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel
60
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel
Regels
Regels (vastgesteld)
61
bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel
Hoofdstuk 1 Artikel 1
1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan
het bestemmingsplan Nieuwekampen 12 – 14 te Vinkel met identificatienummer NL.IMRO.0796.0002552-1401 van de gemeente 's-Hertogenbosch. 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5
aan huis verbonden bedrijf
een bedrijf, dat door de bewoner(s) van een woning in of vanuit een bijbehorend bijgebouw wordt uitgeoefend, waarbij de woning in hoofdzaak de woonfunctie behoudt; 1.6
aan huis verbonden beroep
een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, zakelijk, maatschappelijk, juridisch, (para)medisch, therapeutisch, lichaamsverzorgend, ontwerptechnisch of kunstzinnig of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door de bewoner(s) van een woning in of vanuit die woning of een bijbehorend bijgebouw wordt uitgeoefend, waarbij de woning in hoofdzaak de woonfunctie behoudt; 1.7
agrarisch technisch bedrijf
bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het verlenen van diensten waarbij gemechaniseerd loonwerk ten behoeve van land-, tuin-, bos-, of natuurbouw wordt verricht, met uitzondering van mestbewerking; 1.8
agrarisch verwant bedrijf
bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het verlenen van diensten aan particulieren of niet-agrarische bedrijven gerelateerd aan het telen van gewassen, het houden van dieren of het toepassen van andere land-, bos- of natuurbouwkundige methoden, met uitzondering van mestbewerking; 1.9
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.10
bedrijfswoning
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming en bedrijfsvoering van het gebouw of het terrein noodzakelijk is. 1.11
bestaand
a. ten aanzien van bebouwing: bebouwing die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is,
62
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel waarvoor –indien vereist- de benodigde vergunning is verleend en voor zover niet in strijd met het toen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, die vóór dat tijdstip is aangevraagd. a. ten aanzien van gebruik: het gebruik van grond en opstallen zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, voor zover niet in strijd met het toen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 1.12
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak. 1.13
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.14
bijgebouw
een (vrijstaand of aangebouwd) gebouw behorende bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw, dat zowel in functioneel als in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.15
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.16
bouwgrens
de grens van een bouwvlak. 1.17
bouwlaag
doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijk hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd. 1.18
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.19
bouwperceelsgrens
een grens van een bouwperceel. 1.20
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.21
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.22
cultuurhistorische waarden en kenmerken
waarden en kenmerken van een gebied of daar aanwezige zaken, verband houdend met het bouwkundig erfgoed, het stedenbouwkundig erfgoed, de historische groenwaarden, het historisch- geografisch erfgoed en de bekende en verwachte archeologische waarden.
Regels (vastgesteld)
63
bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel
1.23
erf
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw. 1.24
extensief recreatief medegebruik
een vorm van recreatief medegebruik die nauwelijks of geen invloed heeft op de in de bestemmingsomschrijving van de bestemmingen gegeven doeleinden. 1.25
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.26
huishouden
de leefvorm of samenlevingsvorm van een alleenstaande of een gezin, waaronder mede wordt begrepen: de inwoning, al dan niet bij wijze van mantelzorg, van ten hoogste twee verwanten of andere personen; een met een gezin gelijk te stellen samenlevingsverband, daaronder begrepen een woongroep van mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking; de gezamenlijke huisvesting van een groep van maximaal 4 personen die gebruik maken van de gemeenschappelijke voorzieningen in de woning. 1.27
landschappelijke inpassing
een zodanige vormgeving en inpassing dat deze optimaal is afgestemd op bestaande danwel nog te ontwikkelen ruimtelijke, natuurlijke en cultuurhistorische landschapskwaliteiten, zoals weergegeven in bijlage 1. 1.28
loon- en cultuurtechnisch bedrijf
een bedrijf dat in opdracht bepaalde werkzaamheden verricht op locatie(s) van opdrachtgevers en daarvoor landbouw-, grondverzet- en bosbouwmachines (met bijbehorende vakmensen) tegen betaling ter beschikking stelt al dan niet in combinatie met het leveren / afvoeren van hulp-, bouw-, grond-, of rest-/afvalstoffen of producten / goederen. 1.29
mantelzorg
het bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband. 1.30
ondergeschikte detailhandel
beperkte op de eindgebruiker gerichte verkoop van goederen, die functioneel rechtstreeks verband houden met de bedrijfsactiviteiten. 1.31
opslag
op-/overslag en handelingen met bouw-, grond-, hulp- of reststoffen gerelateerd aan de bedrijfsvoering (niet zijnde dierlijke meststoffen of compostering). 1.32
peil
het horizontale vlak, zijnde de afgewerkte begane grondvloer. Indien het schets- of bouwplan betrekking heeft op een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dan wel een gebouw dat niet beschikt over een afgewerkte begane grondvloer, wordt als peil gehanteerd: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van waar het bouwwerk voornamelijk toegankelijk is dan wel de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte bouwperceel;
64
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel
1.33
recreatief medegebruik
een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan. 1.34
voorgevel
de naar de openbare weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, die gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt. 1.35
voorgevellijn
denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw, waarvan de voorkant het dichtst is gelegen bij de openbare weg, en het verlengde daarvan. 1.36
woning
een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één huishouden, een en andere met inbegrip van uit- en aanbouwen en overige inpandige ruimten zoals bergingen en garages. 1.37
water en waterhuishoudkundige voorzieningen
al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, poelen, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc.
Regels (vastgesteld)
65
bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.2
de dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.3
de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.4
de inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.5
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
66
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel
Hoofdstuk 2 Artikel 3
3.1
Bestemmingsregels
Agrarisch met waarden - Landschapswaarden
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch grondgebruik en agrarische bedrijfsuitoefening; b. extensief recreatief medegebruik; c. behoud, herstel en versterking van cultuurhistorische en landschappelijke waarden, uitsluitend op de gronden welke niet zijn gelegen ter plaatse van de aanduiding 'reconstructiewetzone landbouwontwikkelingsgebied'; d. verharde en onverharde paden, wegen; e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; f. groenvoorzieningen. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemeen
Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen geen bouwwerken worden gebouwd; b. op deze gronden mag niet ondergronds worden gebouwd. 3.3
Specifieke gebruiksregels
3.3.1
Strijdig gebruik
a. Het is verboden de in deze bestemming begrepen gronden te gebruiken of in gebruik te geven voor een doel of op een wijze strijdig met deze bestemming. b. Van strijdig gebruik is sprake indien de gronden niet binnen twee jaar, na onherroepelijke omgevingsvergunning bouwen binnen de bestemming Bedrijf, worden ingericht en in stand wordt gehouden. 3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
3.4.1
Werken werkzaamheden
Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders de volgende activiteiten uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het vergraven, afgraven, ophogen en egaliseren van gronden; b. het diepploegen, diepwoelen of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem, waaronder ook begrepen de aanleg van leidingen, allen dieper dan 0,60 m onder maaiveld, waarbij de kruidlaag volledig wordt omgeploegd, alsmede de aanleg van drainage ongeacht de diepte tenzij het gaat om vervanging van bestaande drainage. c. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, watergangen, greppels, kolken en overige natuurlijke oppervlaktewateren, alsmede het anderszins verlagen van de waterstand. d. het bebossen of anderszins beplanten van gronden met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters in verband met tuinbouw of als (agrarische) houtteelt. e. het vellen of rooien van bos, alsmede het verwijderen van landschapselementen.
Regels (vastgesteld)
67
bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel f.
het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden en parkeergelegenheden, alsmede het aanbrengen van oppervlakteverhardingen groter dan 100 m². g. het verwijderen van onverharde wegen of paden. h. het aanbrengen van onder- en bovengrondse leidingen, constructies, installaties en apparatuur. 3.4.2
Uitzonderingen
Het in lid 3.4.1 vervatte is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a. die het normale onderhoud en/of gebruik betreffen of; b. die op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat moment geldende/aangevraagde vergunning. 3.4.3
Toelaatbaarheid
Het bevoegd gezag verleent de in lid 3.4.1 genoemde vergunning als vaststaat dat de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan de landschappelijke- en cultuurhistorische waarden en geen onevenredige nadelige gevolgen hebben voor de naast gelegen gebieden.
68
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel
Artikel 4
4.1
Bedrijf
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch technisch en agrarisch verwant bedrijf ' uitsluitend een agrarisch technisch en agrarisch verwant bedrijf in de vorm van een loonwerk- en cultuurtechnisch bedrijf; b. het maximaal aantal bedrijfswoningen zoals op de verbeelding is weergegeven; c. aan de hoofdfunctie ondergeschikte voorzieningen, zoals verkeers- en groenvoorzieningen, opslag, nutsvoorzieningen, bijbehorende verhardingen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, erven, tuinen, terreinen en dergelijke; d. landschappelijke inpassing, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – landschappelijke inpassing’, zoals opgenomen in bijlage 1 van de planregels’; e. opslag, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – opslag’; en tevens voor: a. aan huis gebonden beroepen en bed & breakfast in de bedrijfswoning en de daarbij behorende bijgebouwen, mits: 1. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; 2. de (mede) daarvoor in gebruik te nemen vloeroppervlakte niet meer bedraagt dan 30% van de vloeroppervlakte van de woning en de daarbij behorende bijgebouwen; 3.
geen horeca en geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte detailhandel ondergeschikt aan de uitoefening van het aan huis gebonden beroep, mits de te koop aangeboden goederen en/ of producten een relatie hebben met het aan huis gebonden beroep; 4. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. met de daarbijbehorende: a. verkeersvoorzieningen; b. nutsvoorzieningen; c. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Algemeen
Voor het bouwen van bouwwerken gelden in het algemeen de volgende bepalingen: a. Er mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van deze bestemming worden gebouwd; b. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen staat vast dat voldoende parkeergelegenheid voor auto's wordt gerealiseerd, overeenkomstig de normen in de beleidsregels die zijn neergelegd in de 'Nota Parkeernormering 2021'. c. Als de beleidsregels als bedoeld onder c wijzigen, wordt met die wijziging rekening gehouden. 4.2.2
Bedrijfsgebouwen
Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d.
bedrijfsgebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen de specifieke aanduiding - bedrijfsgebouwen; de gezamenlijke oppervlakte van bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan 2.637 m²; de goothoogte mag niet meer bedragen dan 6,6 meter; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 11 meter.
4.2.3
Bedrijfswoning
Voor het bouwen van een bedrijfswoning gelden de volgende bepalingen: a. een bedrijfswoning is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’; b. het aantal bedrijfswoningen mag niet meer bedragen dan 1 per bestemmingsvlak, tenzij anders is aangegeven door middel van de aanduiding 'maximaal aantal wooneenheden';
Regels (vastgesteld)
69
bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel c. d. e. f. g.
de inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 600 m³; de goothoogte mag niet meer bedragen dan 6,6 meter; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 11 meter; de minimale afstand tot de zijdelingse perceelsgrens is tenminste 5 meter; voor het bouwen van een kelder gelden de volgende regels: 1. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan de oppervlakte van de bedrijfswoning en de daarbij behorende bijgebouwen bovengronds; 2. het aantal bouwlagen mag niet meer bedragen als 1.
4.2.4
Bijgebouwen bij een bedrijfswoning
Voor het bouwen van bijgebouwen bij een bedrijfswoning gelden de volgende bepalingen: a. bijgebouwen bij een bedrijfswoning zijn uitsluitend toegestaan binnen het bestemmingvlak; b. bijgebouwen bij een bedrijfswoning dienen achter de voorgevel van de bedrijfswoning te worden gebouwd op een afstand van maximaal 20 meter van de betreffende woning; c. de oppervlakte aan vergunningsplichtige bijgebouwen bij een bedrijfswoning mag maximaal 100 m2 bedragen; d. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3,3 meter; e. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 6,6 meter. 4.2.5
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn, met uitzondering van erfafscheidingen, uitsluitend toegestaan binnen het bestemmingsvlak; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag, met uitzondering van het bepaalde in sub c, ten hoogste 6 meter bedragen; c. terrein- en erfafscheidingen mogen vanaf de voet gemeten maximaal 1 meter hoog zijn, tenzij de afscheiding achter de voorgevelrooilijn wordt geplaatst. In geval de plaatsing achter de voorgevelrooilijn geschiedt, mag de hoogte niet meer dan 2 meter bedragen. 4.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e.
een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de milieusituatie; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
4.4
Afwijken van de bouwregels
4.4.1
Afwijken met betrekking tot erfafscheidingen
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.5 sub c met betrekking tot de voorgeschreven hoogtemaat voor erfafscheidingen bij bedrijfsgebouwen, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de hoogte mag niet meer dan 3 meter bedragen; b. de erfafscheiding dient transparant/een open constructie te zijn; c. de bezonning en het uitzicht van naastgelegen bouwpercelen mogen niet onevenredig zwaar worden aangetast; d. de verkeersveiligheid mag niet worden aangetast; e. de stedenbouwkundige opzet van de omgeving mag niet worden aangetast.
70
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel
4.5
Specifieke gebruiksregels
4.5.1
Algemeen
Het is verboden de in deze bestemming begrepen gronden en de daarop voorkomende bouwwerken te gebruiken of in gebruik te geven of te laten voor: a. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen ten behoeve van mantelzorg; b. het opslaan van goederen voor de voorgevellijn; c. het opslaan van stoffen welke leidden tot een onaanvaardbare geurhinder op nabij gelegen geurgevoelige objecten; d. transportbewegingen van en naar de bedrijfslocatie met zware motorvoertuigen met een verbrandingsmotor in de periode tussen 19.00 uur en 06.00 uur. 4.5.2
Afwijken van de gebruiksregels
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a. lid 4.1 sub a ten behoeve van het toestaan van andere bedrijfsactiviteiten dan op het desbetreffende perceel is toegestaan, met dien verstande dat: 1. de nieuwe bedrijfsvorm qua milieuhinder vergelijkbaar met of minder hinderlijk is dan het bestaande bedrijf; 2. de omschakeling voor wat betreft de ruimtelijke uitstraling aanvaardbaar is; 3. de omschakeling geen aantasting van de verkeersveiligheid tot gevolg heeft; 4. er sprake is van een aantoonbare en uitvoerbare verbetering van structuren of waarden op het vlak van natuur, water, landschap of cultuurhistorie; 5. de oppervlakte van het bestemmingsvlak na afwijking niet meer mag bedragen dan 5000 m2; 6. de afwijking niet leidt tot twee of meer zelfstandige bedrijven; 7. de afwijking niet leidt tot een kantoorfunctie met een baliefunctie; 8. de afwijking niet leidt tot een detailhandelsfunctie met een verkoopvloeroppervlakte van meer dan 200 m2; b. lid 4.5.1 sub b ten behoeve van het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor mantelzorg, met dien verstande dat: 1. het gebruik noodzakelijk is vanuit een oogpunt van mantelzorg; 2. op het perceel al een woning aanwezig is; 3. de afwijking niet meer dan één keer per woning wordt verleend; 4. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van belangen van omliggende functies; 5.
de voor mantelzorg te gebruiken ruimte wordt ingepast binnen de bouwmogelijkheden voor bijgebouwen en in ieder geval niet groter is dan 80 m²; 6. het bijgebouw gelegen is op een afstand van niet meer dan 40 m van de woning, tenzij op ruimere afstand van de woning een bijgebouw is gelegen, dat op relatief eenvoudige wijze geschikt is te maken voor bewoning en er sprake blijft van een relatie tussen woning en bijgebouw; 7. de verleende afwijking door het bevoegd gezag wordt ingetrokken indien de bij de afwijking bestaande noodzaak vanuit een oogpunt van mantelzorg niet meer aanwezig is; 8. indien de bewoning van een vrijstaand bijgebouw plaatsvindt door degene die mantelzorg nodig heeft en diens partner, wordt de afwijking pas ingetrokken nadat beiden het bijgebouw of bedrijfsgebouw hebben verlaten.
Regels (vastgesteld)
71
bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel
Artikel 5
5.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. behoud, herstel en versterking van cultuurhistorische en landschappelijke waarden; b. landschappelijke inpassing, zoals opgenomen in het landschapsplan (bijlage 1 bij planregels); c. extensief recreatief medegebruik. 5.2
Bouwregels
Voor het bouwen van bouwwerken of bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. het bouwen van gebouwen is niet toegestaan; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van erfafscheidingen zijn toegestaan met een maximale bouwhoogte van twee meter. 5.3
Voorwaardelijke verplichtingen
Voor het oprichten van bebouwing ter plaatse van de voor 'Bedrijf' aangewezen gronden geldt de voorwaardelijke verplichting dat dit alleen is toegestaan als de landschappelijke inpassing: a. uiterlijk binnen één jaar na verlening van de betreffende omgevingsvergunning voor de activiteit 'bouwen', danwel na ingebruikname van de in de aanhef bedoelde gronden, de landschappelijke inpassing binnen de bestemming Groen met aanduiding ‘specifieke vorm van groen – landschappelijke inpassing’ en binnen de bestemming Agrarisch met waarden – landschapswaarden met aanduiding ‘specifieke vorm van groen – landschappelijke inpassing’ en binnen de bestemming Bedrijf met de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – landschappelijke inpassing’, op eigen terrein conform het ‘landschappelijk Inpassingsplan Nieuwekampen 12 – 14 te Vinkel (juli 2023), zoals opgenomen in Bijlage 1 behorende bij deze regels; alsmede: a. uiterlijk binnen één jaar na verlening van de betreffende omgevingsvergunning voor de activiteit 'bouwen', danwel na ingebruikname van de in de aanhef bedoelde gronden, dient aan de oostzijde van het bestemmingsvlak Bedrijf ter plaatse van de aanduiding ‘opslag’ een keerwand te zijn opgericht ter hoogte van tenminste 4 meter welke naad- en kierdicht aansluit ter plaatse van het bestaande bedrijfsgebouw.
Tevens dienen aan de noord-, oost en zuidzijde van het bestemmingsvlak de betreffende keerwanden te zijn opgericht qua lengte en minimaal opgegeven hoogte conform het landschappelijk Inpassingsplan, zoals opgenomen in Bijlage 1 behorende bij deze regels; b. de onder a. en b. genoemde inrichtingsmaatregelen dienen na realisatie duurzaam te worden beheerd en in stand te worden gehouden.
72
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel
Artikel 6
6.1
Waarde - Archeologie
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie ' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de op en/of in deze gronden te verwachten en/of aanwezige middelhoge archeologische waarden. 6.2
Bouwregels
In afwijking van het bepaalde in de voorgaande artikelen is het niet toegestaan te bouwen, met uitzondering van: a. ver-/nieuwbouw van bestaande gebouwen, waarbij de bestaande oppervlakte van het gebouw niet wordt vergroot of veranderd; b. de bouw van een bijgebouw of de uitbreiding van een bestaand hoofdgebouw met ten hoogste 1000 m²; c. bouwwerken voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,5 meter ten opzichte van het maaiveld. 6.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag is bevoegd door middel van een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 6.2 ten behoeve van het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde indien en voorzover: a. met een archeologisch onderzoek is vastgesteld dat archeologische waarden daarmee niet onevenredig worden geschaad; b. in voldoende mate is gegarandeerd dat de middels archeologisch onderzoek vastgestelde waarden worden veiliggesteld door technische maatregelen of een archeologische opgraving of archeologische begeleiding. De te nemen maatregel dient uitgevoerd te worden op basis van een door een senior KNA archeoloog goedgekeurd programma. 6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
6.4.1
Verbod
Het is op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie middelhoge verwachting' verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden de navolgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e.
het verlagen of afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem; het graven, verbreden, verdiepen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; het rooien van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd; het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, waartoe gerekend wordt boomteelt en graszodenteelt; f. het uitvoeren van grondwerkzaamheden, dieper dan 0,5 meter ten opzichte van het maaiveld, waartoe ook gerekend wordt woelen, mengen, diepploegen, aanleggen van drainage en ontginnen; g. het aanbrengen van bovengrondse of ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie-, of drainageleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; h. het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand; i. het aanbrengen van verhardingen. 6.4.2
Uitzondering
Het verbod als bedoeld in artikel 6.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; Regels (vastgesteld)
73
bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het in werking treden van het plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; d. een oppervlakte hebben die minder bedraagt dan 1000 m². 6.4.3