CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Nieuwekampen 12-14 Vinkel - toelichting en regels

Gemeenteraad 28 januari 2025, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bestemmingsplan Nieuwekampen 12-1427.265 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Nieuwekampen 12-14 Vinkel

bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Planproces en procedure 1.3 Leeswijzer

6 6 6 7

Hoofdstuk 2 Project / planomschrijving 2.1 Ligging plangebied 2.2 Beschrijving beoogde ontwikkeling / toelichting bedrijfsactiviteiten

9 9 11

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid 3.4 Conclusie beleid

15 15 17 25 29

Hoofdstuk 4 Planologische uitvoeringsaspecten 4.1 Ruimtelijk 4.2 Milieu

30 30 32

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Doel en reikwijdte 5.2 Onderdelen van een bestemmingsplan 5.3 Dit bestemmingsplan

53 53 53 55

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid en conclusie 6.1 Maarschappelijke uitvoerbaarheid 6.2 Economische uitvoerbaarheid 6.3 Conclusie

56 56 56 56

Hoofdstuk 7 Inspraak en vooroverleg 7.1 Inspraak (omgevingsdialoog) 7.2 Wettelijk vooroverleg

57 57 57

Hoofdstuk 8 Procedure 8.1 Ontwerpbestemmingsplan

59 59

Regels

61

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

62 62 66

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6

Bestemmingsregels Agrarisch met waarden - Landschapswaarden Bedrijf Groen Waarde - Archeologie

67 67 69 72 73

Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels

75 75 76 77 78 79

2

Inhoudsopgave (vastgesteld)

bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel

Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

80 80 81

Bijlagen bij regels Bijlage 1

Landschappelijk Inpassingsplan

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Kadastrale weergave plangebied

Bijlage 2

Landschappelijk inrichtingsplan

Bijlage 3

Bedrijfsplan i.r.t. ontwikkeling Nieuwekampen

Bijlage 4

Kwantitatieve groenscore en kwalitatieve biodiversiteitscore

Bijlage 5

Calculatie / begroting investering inzake aanleg van kwaliteitsverbetering

Bijlage 6

Berekening kwaliteitsverbetering landschap

Bijlage 7

Akoestisch onderzoek Industrielawaai Van Lokven BV

Bijlage 8

Ecologische quickscan

Bijlage 9

Voortoets N-depositie

Bijlage 10

Riolerings-/afwateringsplan

Bijlage 11

Gespreksweergave buurtoverleg, januari 2021

Inhoudsopgave (vastgesteld)

3

bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel

4

(vastgesteld)

bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel

Toelichting

Toelichting (vastgesteld)

5

bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel

Hoofdstuk 1

Inleiding

In deze paragraaf is de aanleiding voor de herziening van het bestemmingsplan, het planproces en de procedure en een nadere leeswijzer opgenomen.

1.1

Aanleiding

Voorliggende bestemmingsplan is bedoeld om het juridisch kader te bieden voor het kunnen uitvoeren van een ruimtelijk initiatief. Tevens wordt onderbouwd of het gewenste ruimtelijk initiatief inpasbaar is op de door initiatiefnemer gewenste locatie, in dit geval de gewenste uitbreiding van het reeds aanwezige bedrijf met een werktuigenberging/loods inclusief kantoorfaciliteiten en het wijzigen van de gebruiksruimte middels het vergroten van het vigerende bouw- en bestemmingsvlak en bebouwingspercentage aan de Nieuwekampen 12-14 (hierna Nieuwekampen of Nieuwekampen 12) te Vinkel. De redenen voor de uitbreiding van de bebouwing en gegevens omtrent het bouw-/bestemmingsplan zijn in hoofdstuk 2 opgenomen. Initiatiefnemer is bedrijfsmatig gevestigd aan de Nieuwekampen 12 te Vinkel, gemeente ‘s-Hertogenbosch. De bedrijfslocatie is in gebruik ten behoeve van het uitvoeren van het agrarisch technisch hulpbedrijf en agrarisch aanverwant bedrijf, in de vorm van een loonbedrijf, landschapsverzorging en grondwerken (bosbouw, natuur, cultuurtechnisch werk). Conform het bestemmingsplan Buitengebied Maasdonk 2012 is de locatie bestemd als Bedrijf met de functieaanduiding specifieke vorm van bedrijf – agrarisch technisch en agrarisch verwant bedrijf (ex. artikel 5 van de planregels). De toegestane oppervlakte aan bedrijfsbebouwing op grond van het bestemmingsplan bedraagt 2.110 m2.

De vigerende bedrijfsoppervlakte (bestemmingsvlak Bedrijven) bedraagt 10.300 m2. Op 3 augustus 2018 heeft initiatiefnemer een principeverzoek ingediend bij de gemeente s’-Hertogenbosch inzake het uitbreiden van de bestaande bedrijfsbebouwing met 25% overeenkomstig artikel 5.3, onder a, van de planregels alsmede het vergroten van het bestemmingsvlak Bedrijf. Onderdeel van deze ontwikkeling betreft het voorzien in een bijdrage in de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse ter grootte van circa 7.370 m2. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Hertogenbosch is bereid medewerking te verlenen aan een herziening van het bestemmingsplan. Op grond van de planregels van het bestemmingsplan kan geen medewerking worden verleend. Voor het vergroten van het bouwvlak is het noodzakelijk het bestemmingsplan te herzien. Voor het uitbreiding van de bedrijfsbebouwing wordt aansluiting gezocht bij artikel 5.3 onder a van de planregels van het bestemmingsplan Buitengebied Maasdonk 2012. Met toepassing van de Crisis- en herstelwet is het mogelijk om de aanvraag om omgevingsvergunning gecoördineerd te behandelen met de herziening van het bestemmingsplan. Hierbij volgt de omgevingsvergunning voor de activiteit “bouwen” de procedure van de herziening van het bestemmingsplan.

Dit houdt in dat zodra de herziening van het bestemmingsplan in procedure wordt gebracht dan ook de aanvraag om omgevingsvergunning in procedure wordt gebracht en zodra het bestemmingsplan wordt vastgesteld ook de omgevingsvergunning voor activiteit “bouwen” wordt vastgesteld. In deze toelichting wordt ingegaan op de (ruimtelijke) gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling van het betreffende gebied. Ook wordt een beschrijving gegeven van het relevante ruimtelijk beleid. De realisatie van de bebouwing en de wijziging van het bouw-/bestemmingsvlak op de gestelde locatie moet passen binnen de beleidskaders en er dient sprake te zijn / blijven van een goede ruimtelijke ordening.

1.2

Planproces en procedure

Voor het plangebied is het bestemmingsplan Buitengebied Maasdonk 2012 van de (voormalige) gemeente Maasdonk van toepassing, zoals vastgesteld op 23 april 2014. In het vigerende bestemmingsplan is de Nieuwekampen 12 te Vinkel aangeduid met de bestemming ‘Bedrijf’ met de aanduiding specifieke vorm van bedrijf – agrarisch-technisch en agrarisch verwant bedrijf

6

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel en een bestemmings-/ bouwblok van circa 10.300 m2. De direct omliggende gronden zijn landbouwgronden in eigendom van initiatiefnemer. Het bestemmingsplan biedt een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid in artikel 5.3 van de planregels van het vigerende bestemmingsplan buitengebied voor het vergroten van de maximale oppervlakte van bedrijfsgebouwen. Dit artikel luidt als volgt: 5.3 Afwijken van de bouwregels Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a. a. lid 5.2 sub b ten behoeve van het vergroten van de maximale oppervlakte van bedrijfsgebouwen ter plaatse van de aanduiding ' specifiek e vorm van bedrijf - agrarisch-technisch en agrarisch verwant bedrijf' met 25%, mits: 1. de totale oppervlak te van het bestemmingsvlak niet meer bedraagt dan 1,5 ha; 2. de wezenlijke kenmerken of waarden van de EHS niet wezenlijk worden aangetast; 3. er sprake is van een aantoonbare en uitvoerbare verbetering van structuren of waarden op het vlak van natuur, water, landschap of cultuurhistorie; b. …. In deze toelichting worden voornoemde voorwaarden van een nadere verantwoording voorzien. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Nuland, sectie E 1372, 1371, 1127 en 1126 respectievelijk omvattende een oppervlakte van in totaal 20.920 m2 (bijlage 1: kadastrale weergave plangebied).

In figuur 1 (zie hieronder) is via de verbeelding, met als ondergrond een luchtfoto, het vigerende bestemmingsvlak c.q. ligging weergegeven. De beoogde ontwikkeling c.q. ruimtelijk gebruik is weergegeven in de situatietekening van het perceel (zie bijlage 2: Landschappelijk inrichtingsplan Nieuwekampen 12-14, Vinkel, april 2024).

1.3

Leeswijzer

In deze toelichting wordt het betreffende initiatief nader gemotiveerd en verantwoord. Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2. Hierin is een beschrijving opgenomen van de huidige situatie en activiteiten van het bedrijf in casu van het plangebied en de voorgestane ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal, en gemeentelijk beleid – voor zover relevant – behandeld. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in de milieu- en omgevingsaspecten die van belang zijn voor de onderhavige herziening van het bestemmingsplan. De juridische planbeschrijving met een nadere duiding van de toelichting, regels en verbeelding is in het daaropvolgende hoofdstuk opgenomen. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de uitvoerbaarheid en conclusie van dit plan. Het plan wordt afgesloten met een hoofdstuk aangaande de inspraak en vooroverleg (hoofdstuk 7) en een afsluitend hoofdstuk met een uitleg van de procedure (hoofdstuk 8).

Toelichting (vastgesteld)

7

bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel

8

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel

Hoofdstuk 2

Project / planomschrijving

Dit hoofdstuk omschrijft het plangebied alsmede de omgeving en geeft de noodzaak tot wijziging weer.

2.1

Ligging plangebied

Het plangebied is gelegen in het oostelijk deel van het buitengebied van de gemeente ‘s-Hertogenbosch aan de Nieuwekampen te Vinkel. Het plangebied ligt ten westen van de dorpskern van Vinkel op een afstand van circa 1,25 kilometer. Op circa 1,5 kilometer ten noorden van het plangebied ligt de rijksweg A59 (‘s-Hertogenbosch / Nijmegen). De omgeving wordt gekenmerkt door diverse (volwaardige) landbouwbedrijven, niet-agrarische bedrijven en diverse afzonderlijk gelegen woonobjecten of recreatievoorzieningen (Vakantiepark Dierenbos). Het landelijk gebied wordt afgewisseld met landschapselementen en bosschages. De verkaveling is kleinschalig en afwisselend. Het plangebied zelf is solitair gelegen, ten zuiden van een hoofdwatergang. Het plangebied zelf ligt op ruim 160 meter afstand van de Nieuwekampen. Het perceel is bereikbaar via een doodlopende weg, waaraan tevens enkele woonobjecten gelegen zijn. Het plangebied omvat een tweetal bedrijfswoningen, enkele bedrijfsgebouwen en een buitenterrein/erf ten behoeve van op-/overslagdoeleinden, stalling materieel / werktuigen, containers, etc. De activiteiten vallen binnen de reikwijdte van het Activiteitenbesluit (melding maart 2016). Voor een globale ligging wordt verwezen naar de figuren 2 (topografische kaart plangebied en omgeving), figuur 3 (foto plangebied en omgeving) en figuur 4 (plangebied).

Toelichting (vastgesteld)

9

bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel

10

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel

2.2

Beschrijving beoogde ontwikkeling / toelichting bedrijfsactiviteiten

Van Lokven BV is vanaf 1965 gevestigd aan de Nieuwekampen 12 - 14 te Vinkel, waarbij uitoefening wordt gegeven aan een loonwerk- / landschapsverzorgingsbedrijf. Het loonwerkbedrijf is primair gericht op het verlenen van diensten ten behoeve van land-, tuin-, bos-, of natuurbouw. Middels de inzet van vakbekwaam en deskundig personeel in combinatie met gemechaniseerde- en moderne apparatuur (machines/werktuigen) worden werkzaamheden verricht voor onder andere agrariërs, landschaps-, natuurbeheerders en overige eigenaren in relatie tot het ‘buitengebied in brede zin’. Gebaseerd op een no-nonsense mentaliteit en het belang van direct en persoonlijk contact is gewerkt aan een robuust fundament van het bedrijf. Het werkgebied ligt grotendeels in de regio. Ook de afgelopen jaren is, ongeacht de economische situatie in Nederland, gebleken dat het bedrijf zich weet te ontwikkelen én continuïteit (en hoge mate van dienstverlening/kwaliteit) kan waarborgen, danwel een groeipotentie heeft doorgemaakt. Door genoemde ontwikkeling is er al enige jaren een toenemende behoefte aan meer functionele gebruiksruimte aan de Nieuwekampen 12 - 14 in relatie tot (overdekte) stallingsruimte voor machines/werktuigen alsmede voor de op/overslag van (vrijkomende) stoffen / producten (waaronder zand, grond, teeltaarde, afvalstoffen, etc.) en de op-

Toelichting (vastgesteld)

11

bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel

/overslag en behandeling van met name groenmateriaal (producten afkomstig uit de land-, bos- of natuurbouw) en dergelijke. Op lokale niveau wordt op deze wijze een bijdrage geleverd aan een functionele omzetting en toepassing van (rest-)stromen c.q. aan een circulaire economie. In het algemeen zij opgemerkt dat ‘het werkveld’ van het hedendaagse loonbedrijf (Cumelabedrijf) een brede scope heeft. Bij Cumelabedrijven / agrarisch technisch (hulp-)bedrijven, in casu de Cumelasector, heeft er de laatste jaren inherent aan de ontwikkelingen van het buitengebied in brede zin, een herverdeling van werkvelden plaatsgevonden. Niet enkel zijn de agrariërs beheerder van het buitengebied of opdrachtgever voor werken, maar ook natuurbeheer, waterschappen, gemeente/overheden, particulieren, nutsbedrijven, etc. doen een beroep op de diensten van de Cumelabedrijven voor – voornamelijk – werkzaamheden in het landelijk gebied. De feitelijke activiteiten in casu aard van de Cumelabedrijven, binnen en/of buiten de inrichting, zijn niet wezenlijk gewijzigd.

Ongeacht de aard van de activiteiten buiten de inrichting, is er in alle gevallen – binnen de inrichting – sprake van onder andere stalling van (land-)bouwmachines, motorrijtuigen met beperkte snelheid, werktuigen en overige hulpmiddelen, onderhoud en reparatie aan eigen materieel en de op-/overslag van een strategische werkvoorraad aan hulp-, bouw-, afval- en grondstoffen. Laatstgenoemde is inherent aan de aard van de bedrijfsactiviteiten, de mate van serviceverlening en dergelijke en dienaangaande ook milieutechnisch (o.g.v. het BARIM of een omgevingsvergunning milieu) toegestaan. Nagenoeg 95% van de Cumelabedrijven is gevestigd in het landelijk gebied en heeft gemiddeld een bedrijfsoppervlak van 15.000 m2 per bedrijf en beschikt over tenminste één bedrijfswoning. Autonome ontwikkeling in de aard van de werkzaamheden enerzijds maar ook de toegenomen mechanisatiegraad van machines en werktuigen noopt ertoe dat een adequaat bedrijfsterrein benodigd is en blijft. Dit is ook bij initiatiefnemer het geval. Een bedrijfsplan / visie is in relatie tot het ruimtelijk- en bedrijfseconomisch belang voor de ontwikkeling van de bedrijfslocatie opgenomen als bijlage bij de Toelichting (bijlage 3: Bedrijfsplan i.r.t. ontwikkeling Nieuwekampen 12-14 te Vinkel, ORI 30882 – B\98418, 1 maart 2019).

De vigerende bestemming is ‘Bedrijf’ met de nadere aanduiding ‘agrarisch technisch en agrarisch verwant bedrijf (loonwerkbedrijf’). Op grond van de definities uit het vigerende bestemmingsplan is een ‘agrarisch technisch bedrijf’ als volgt omschreven: Agrarisch technisch bedrijf bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het verlenen van diensten waarbij gemechaniseerd loonwerk ten behoeve van land-, tuin-, bos-, of natuurbouw wordt verricht of waarbij gebruik gemaakt wordt van het telen van gewassen, het houden van dieren of het toepassen van andere land-, tuin-, bos,- of natuurbouwkundige methoden, met uitzondering van mestbewerking; In het bestemmingsplan is de volgende omschrijving van ‘agrarisch verwant bedrijf ‘ opgenomen: Agrarisch verwant bedrijf een bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het verlenen van diensten aan particulieren of niet-agrarische bedrijven waarbij gebruik gemaakt wordt van het telen van gewassen, het houden van dieren of het toepassen van andere land-, bos- of natuurbouwkundige methoden, met uitzondering van mestbewerking;.

Gezien de feitelijke aard van de werkzaamheden, waarbij vanuit het loonbedrijf ook diensten verricht worden voor andere grondeigenaren dan agrariërs, ofwel voor ‘niet-agrarische bedrijven’, onder andere op het gebied van bos-, natuurbouw- en landschapsbeheer, vallen de activiteiten zowel onder de reikwijdte van het agrarisch technisch bedrijf als agrarisch verwant bedrijf. Van agrarische activiteiten binnen de inrichting zelf is geen sprake. Concreet omvat dit plan: Een herziening van het vigerende bestemmingsplan, waarbij het bestemmings-/bouwvlak ‘Bedrijf met de aanduiding agrarisch-technisch en agrarisch verwant bedrijf‘ aan de Nieuwekampen 12-14 te Vinkel, qua vorm en oppervlakte wordt vergroot naar een oppervlakte van circa 13.550 m2. De

12

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel uitbreiding betreft een oppervlakte van 3.250 m2 waarbij de gronden met de bestemming ‘Agrarisch met waarden- Landschapswaarden’ deels omgezet worden naar voornoemde bestemming Bedrijf of waarbij gronden met thans de bestemming Bedrijf worden omgezet naar de bestemming ‘Agrarisch met waarden - landschapswaarden’. Tevens worden gronden met de bestemming ‘Agrarisch met waarden – landschapswaarden’ omgezet naar de bestemming Groen. Tevens is een specifieke aanduiding ‘specifieke vorm van groen – landschappelijke inpassing’ opgenomen, waarmee de inrichting en instandhouding van de landschappelijke inpassing (zie landschap inrichtingsplan, bijlage 2 bij deze toelichting) geborgd is. Op grond van de planregels is dit nader geduid middels een voorwaardelijke verplichting (zie artikel Groen van planregels conform bijlage 1 van de planregels); In combinatie met het toepassen van het bepaalde van artikel 5.3, onder a, wordt de maximale oppervlakte aan bedrijfsbebouwing met 25% vergroot (t.o.v. bestaand), zodat een maximaal toegestane oppervlakte aan bedrijfsbebouwing van 2.637 m2 toelaatbaar is en gerealiseerd kan worden. Een deel van de huidige bebouwing wordt gesaneerd. Het voorzien c.q.

veranderen (herindeling) van adequate voorzieningen ten behoeve van manoeuvreren, stalling van materieel, werktuigen en containers, alsmede op-/overslag van grond-, hulp-, bouw- en afvalstoffen en groenmateriaal (takken, stobben, loof, afgedragen gewas, e.d.) welke afkomstig zijn van buiten de inrichting en het uitvoeren van daaraan gepaard gaande handelingen (laden, lossen, zeven, versnipperen, samenvoegen, e.d.). De gebruikslocatie is vastgelegd met via de nadere aanduiding ‘opslag’; Zorgdragen voor landschappelijke inpassing (bestaand en uitbreiding nabij het plangebied) in casu het leveren van een bijdrage aan het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit, ter grootte van in totaal 7.370 m2. Initiatiefnemer is, in samenhang met voormelde, bereid om de ten noorden, oosten en zuiden gelegen – in eigendom zijnde – (landbouw-)gronden van in totaal circa 0,74 hectare ‘in te zetten’ ten behoeve van landschappelijke ontwikkeling / compensatie. De landschappelijke inpassing (bestaand en nieuw) ter plaatse van de bestemming Bedrijf is planologisch geborgd middels het opnemen van de specifieke functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – landschappelijke inpassing’ (zie ter illustratie figuur 5 c.q. bijlage 2).

Met in achtneming van het bestaande relevante beleid (zie voor nadere toelichting hoofdstuk 3) en het voornemen het bedrijf uit te breiden met bedrijfsbebouwing is een voorstel gemaakt voor de landschappelijke inpassing en de situering en vormgeving van de nieuwe bebouwing. De tekeningen inzake de inrichting van het landschapsplan zijn opgenomen in bijlage 2 (zie voor een globale weergave figuur 5). De bijbehorende inrichtingstekening c.q. landschapsplan is geborgd via een voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan. In de huidige situatie is het gedeelte rond de bedrijfswoningen al voorzien van een groene siertuin met enkele solitaire bomen. De zijde van het perceel gelegen aan de watergang is eveneens voorzien van solitaire bomen/struweel. In de landschappelijke inpassing wordt deze situatie ingepast. Dit struweel wordt doorgezet langs het water rondom de erfverharding zodat de ruimte voor buitenopslag en de bestaande bedrijfsbebouwing landschappelijk wordt ingepast en aan het zicht wordt onttrokken. Het oostelijk deel van het perceel wordt ingericht als weide met een wadi en eveneens voorzien van struweelbeplanting (zoals knotbomen, sambucus nigra, viburnum opulus en divers andere soorten (zie voor nadere duiding pagina 3 t/m 5 van landschapsplan)). Het perceel wordt richting het zuiden vergroot en biedt ruimte voor een bedrijfsgebouw en buitenopslag.

Als landschappelijke inpassing wordt aan de zuidzijde struweelbeplanting op een talud voorgesteld met een breedte van 6 meter aan de oostzijde en 4 meter aan de zuidzijde, waarmee de buitenopslag met een groene haag aan het zicht wordt onttrokken. Voor de volledige uitwerking en inrichting wordt verwezen naar het landschapsplan. De beleidsmatige toelichting en verantwoording betreffende de ruimtelijke kwaliteit is in paragraaf 3.2.4 en het gemeentelijk beleid (paragraaf 3.3) opgenomen. De stedenbouwkundige – en landschappelijke verantwoording is nader verantwoord in paragraaf 4.1.1 respectievelijk 4.1.2 van deze toelichting.

Toelichting (vastgesteld)

13

bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel

14

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel

Hoofdstuk 3

Beleidskader

In dit hoofdstuk is het relevante ruimtelijk beleid opgenomen.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale omgevingsvisie (NOVI)

De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet (inwerkingtreding per 1 januari 2024) en is vastgesteld op 11 september 2020. De NOVI beschrijft op nationaal niveau een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving. De NOVI beschrijft de manier waarop men op rijksniveau wil werken aan de volgende vier prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, duurzaam economisch groeipotentieel, sterke en gezonde steden en regio's en als laatste toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Als uitgangspunt geldt dat Nederland mooier en sterker wordt gemaakt door voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is daarbij een kernbegrip en omvat zowel ruimtelijke kwaliteit als de milieukwaliteit. In de NOVI wordt uitgegaan van een integrale aanpak tussen overheden en maatschappelijke organisaties met meer regie vanuit het Rijk. In de NOVI geeft het Rijk de kaders en de richting aan voor zowel nationale als decentrale keuzes. Bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving zowel boven- als ondergronds voorop. De NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes: 1) combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 2) kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en 3) afwentelen wordt voorkomen.

De NOVI gaat vergezeld van een Uitvoeringsagenda, die waar nodig jaarlijks wordt geactualiseerd, en waarin is aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. Tevens staat hierin een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma's op verschillende beleidsterreinen. Met het oog op de klimaatbestendigheid van Nederland moeten functies die gebruik maken van de fysieke leefomgeving meer worden afgesteld op de eigenschappen van het bodem-watersysteem. Ook dient de infrastructuur voor energie beter te worden afgestemd op de toename van transport en opslag van duurzame energie. Daarnaast is er een opgave voor het realiseren van bronnen van duurzame energie. In de NOVI worden richtingen meegegeven die bij de inpassing van energie-infrastructuur aandacht vragen met het oog op de kwaliteit van de leefomgeving. Vanuit de wens om de economie en energievoorziening duurzaam en circulair te maken en de kwaliteit van de leefomgeving te versterken, wordt ingezet op het actief clusteren van (grootschalige) logistieke functies op logistieke knooppunten langs (intern)nationale corridors. Om de steden sterk, aantrekkelijk en gezond te houden wordt gewerkt aan een goed bereikbaar netwerk van steden en regio's.

Om te voorzien in de grote actuele woonbehoefte is een pakket aan maatregelen voorgesteld; ontwikkeling vindt plaats in lijn met de ambities van de integrale verstedelijkingsstrategie, zoveel mogelijk in bestaand stedelijk gebied, klimaatbestendig en natuurinclusief. Grote open ruimten tussen de steden dienen daarbij hun groene karakter te behouden. Tegelijkertijd moet het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad worden versterkt en de aansluiting op het groene gebied buiten de stad worden verbeterd. De waarde van de natuur, het landschap en de toekomst van de landbouw staan onder druk, waarbij het verbeteren van de biodiversiteit niet alleen een ecologische maar ook economische uitdaging is. Voor de lange termijn wordt gewerkt aan een geleidelijke en zorgvuldige herindeling van het landelijk gebied, gericht op kringlooplandbouw in goed evenwicht met natuur en landschap. Op deze manier ontstaat een aantrekkelijk landelijk gebied waar het prettig wonen, werken en recreëren is. Anderzijds blijft op deze manier ook ruimte voor economisch vitale landbouw als belangrijkste drager van het platteland. De concrete uitwerking van deze ambities vindt op plan- en projectniveau plaats. Deze nationale belangen en doelen hebben echter een dusdanig hoog abstractieniveau dat deze niet

Toelichting (vastgesteld)

15

bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel van toepassing zijn op voorliggend initiatief aan de Nieuwekampen 12 te Vinkel. De NOVI is niet van belang voor voorliggend initiatief. Conclusie Voor het plangebied zijn in de NOVI geen onderwerpen opgenomen die aangemerkt worden als nationaal belang waarmee rekening gehouden dient te worden. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 (grotendeels) in werking getreden en omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk pro-actief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij het Barro kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. In een bestemmingsplan of wijzigingsplan voor het landelijk gebied dient met name rekening te worden gehouden met de door het Rijk geformuleerde belangen inzake natuur (Ecologische Hoofdstructuur en Natura 2000-gebieden) en de kust en kustbescherming. Conclusie Het plangebied ligt niet nabij de kust, zodat er geen sprake is van kustbescherming. Eveneens is het plangebied niet gelegen in of in directe nabijheid van een natuurgebied (NNN of Natura-2000 gebied). De nadere toelichting is in hoofdstuk 4 opgenomen. De beleidsregels vanuit het Barro zijn niet aan de orde voor onderhavig plan. 3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro), 2017

Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'ladder' voor duurzame verstedelijking op. Deze ‘ladder’ is per 1 juli 2017 gewijzigd in die zin dat het doel van de ladder is teruggebracht naar de essentie, te weten aan te geven dat de noodzaak van een voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte (plus motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd). Concreet betekent dit dat het onderzoek naar het 'actuele' en 'regionale' aspect van de behoefte en trede 3 van de ladder komen te vervallen. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Doel van de ladder is en blijft een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder moet worden toegepast als er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Met dit initiatief is geen ‘sprake’ een nieuwe stedelijke ontwikkeling c.q. wordt invulling gegeven aan het voorzien in een ontwikkeling binnen bestaand gebied (zuinig ruimtegebruik). Een nadere toetsing aan de Ladder is niet aan de orde. Conclusie Opgemerkt wordt dat middels onderhavig toelichting inzicht wordt gegeven in de goede ruimtelijke ordening. 3.1.4

Nationaal Water Programma 2022 – 2027

De minister van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) stelt het Nationaal Water Programma (NWP) op voor de periode 2022–2027. Het NWP beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid voor deze periode en geeft een doorkijk naar 2050. Het Nationaal Water Programma bevat: Een uitwerking van het te voeren beleid (inclusief het nationale ruimtelijke en ecologische beleid) voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer en de bescherming of het behoud van water; Maatregelen vanwege nationale belangen en om wateropgaven te bereiken en daaraan te blijven

16

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel voldoen. Het Nationaal Water Programma 2022–2027 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016-2021 en het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren 2016- 2021. Met de samenvoeging van deze twee plannen wordt geanticipeerd op de Omgevingswet, waarin het programma als een van de instrumenten is opgenomen. Het NWP geeft het integrale kader voor het waterbeleid en -beheer van het Rijk voor de periode 2022-2027 (inclusief het Noordzeebeleid). De Stroomgebiedbeheerplannen en Overstromingsrisicobeheerplannen voor de stroomgebieden van de Rijn, Maas, Schelde en Eems en het Programma Noordzee (inclusief het programma Kaderrichtlijn Mariene Strategie) zijn een bijlage bij het NWP. In het NWP worden de nationale componenten van de herijking van het Deltaprogramma vastgelegd. In het NWP worden de voor het waterbeleid relevante nationale belangen uit de NOVI en de toepassing van de afwegingsprincipes hierbij, verder uitgewerkt. Verder geeft het NWP uitvoering aan de Europese richtlijnen voor waterkwaliteit, de mariene strategie en overstromingsrisico’s. De voorbereiding van dit NWP vindt plaats onder het wettelijk regime van de Waterwet. Het overgangsrecht bij de Omgevingswet voorziet er in dat het NWP 2022-2027 uiteenvalt in een aantal verplichte programma’s onder de Omgevingswet. Conclusie Voor de uitvoering van dit plan i.c.

het onderdeel ‘water’ wordt verwezen naar paragraaf 4.2.6 van deze onderbouwing. Door rekening te houden in het plan (bijvoorbeeld watercompensatie) met de uitgangspunten van het Waterschap wordt eveneens voldaan aan het Nationaal Water programma.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’

Vooruitlopend en anticiperend op de inwerkingtreding van de nationale Omgevingswet in 2021 hebben Provinciale Staten op 14 december 2018 de Brabantse omgevingsvisie vastgesteld. Met deze omgevingsvisie geeft de provincie richting aan wat zij voor Brabant wil bereiken en biedt daarmee handvatten voor haar handelen in de praktijk. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste provinciale ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Conform de Omgevingswet staan de waarden veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De visie geeft daarbij richting aan deze opgaven vanwege de ingrijpende veranderingen waarmee zij gepaard gaan. Daarnaast geeft de Omgevingsvisie ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De Omgevingsvisie maakt helder welke waarden de provincie belangrijk vindt, hoe door de provincie keuzes gemaakt maken en wie daarbij welke rol heeft. Een visie die helpt om de kansen en problemen van vandaag aan te pakken én die de provincie voorbereidt op de kansen en bedreigingen van morgen.

Hierbij staat eenvoudig beter, of te wel ruimte maken voor kwaliteit, het motto van de Omgevingswet, centraal door alle initiatieven of ontwikkelingen die bijdragen aan kwaliteit ontwikkelruimte te bieden. Kwaliteit die bijdraagt aan gezond en veilig leven, aantrekkelijk en bereikbaar wonen en innovatief ondernemen in Brabant. In de visie zijn een viertal kernwaarden opgenomen over hoe de provincie wil denken en handelen onder de nieuwe Omgevingswet. Deze kernwaarden luidden als volgt: We gaan voor meerwaarde -creatie: We gaan voor technische- en sociale innovatie; We gaan voor kwaliteit boven kwantiteit; We gaan voor pro-actief en preventief boven gevolgbeperking en herstel. Bij onderhavig initiatief is aandacht besteed aan het creëren van meerwaarde voor het bedrijf, vitaliteit

Toelichting (vastgesteld)

17

bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel van het landelijk gebied, de omgeving, werkgelegenheid alsmede in relatie tot duurzaamheid en verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. De activiteiten en de geboden mogelijkheden stimuleren c.q. dragen bij aan een circulaire economie (hergebruik en nuttige toepassing op lokaal niveau). Tevens is rekening gehouden met zuinig ruimtegebruik en verbeteren van de omgevingskwaliteit. De omgevingsvisie is verplicht, maar uitsluitend zelfbindend voor de provincie. De visie zal komende jaren nader worden uitgewerkt in diverse programma’s en een provinciale omgevingsverordening. Conclusie Onderhavig bestemmingsplan heeft betrekking op vormwijziging en vergroting van een bestemmingsvlak voor een fysiek bestaand bedrijf inclusief een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid voor het toestaan van een grotere oppervlakte aan bedrijfsbebouwing. Specifiek aandacht is besteed aan de fysieke leefomgeving en het bijdragen aan de (ruimtelijke) kwaliteit. Het plan is dan ook niet strijdig met de uitgangspunten welke in de omgevingsvisie zijn opgenomen. 3.2.2

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

De Provinciale Staten hebben bij besluit van 21 maart 2023 de geconsolideerde versie van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (hierna Interim omgevingsverordening) vastgesteld. De Interim omgevingsverordening betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. Met de vaststelling van de Interim omgevingsverordening zijn tevens alle bestaande verordeningen met betrekking tot de fysiek leefomgeving ingetrokken. De voorheen meest van belang zijnde verordening was de Verordening Ruimte 2014. De ‘rode draad’ in de visie (zie 3.2.1) is om de kwaliteit van de Brabantse leefomgeving te behouden, te versterken en door te geven aan volgende generaties. De visie benoemt ambities over hoe Brabant er in 2050 uit moet zien. En stelt mobiliserende tussendoelen voor 2030. Deze doelen zijn zelfbindend voor de provincie. De Brabantse Omgevingsvisie is door een intensief proces met provinciale staten, gemeenten, waterschappen, omgevingsdiensten, bedrijven, maatschappelijke organisaties en burgers tot stand gekomen.

De uitvoering van de visie en de concrete acties om de doelen te realiseren, staan niet in de visie. Om uitvoering te geven aan de visie heeft de provincie straks onder de Omgevingswet verschillende instrumenten tot haar beschikking. De omgevingsverordening is daarbij slechts 1 van de instrumenten die de provincie inzet om haar doelen en ambities te realiseren. De omgevingsverordening bevat de spelregels en randvoorwaarden met een bindende werking voor het handelen van burgers en bedrijven, gemeenten en waterschappen. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid zoals de omgevingsvisie. De beleidsneutrale omzetting betekent overigens niet dat er in het geheel geen wijzigingen ten opzichte van de huidige verordeningen zijn verwerkt. Belangrijke uitgangspunten vanuit de Omgevingsvisie zijn verwerkt. De nieuwe manier van werken met diep, rond en breed kijken is opgenomen en er wordt vaker een koppeling gelegd met omgevingskwaliteit door bijvoorbeeld sanering van leegstaand vastgoed elders. De nadruk op omgevingskwaliteit komt ook tot uitdrukking bij de kwalitatieve benadering voor hergebruik van leegstaand vastgoed in het landelijk gebied en duurzame verstedelijking. De Interim omgevingsverordening wil goede initiatieven ondersteunen.

Daarvoor sluit de Interim omgevingsverordening aan bij de nieuwe manier van werken uit de Brabantse omgevingsvisie en worden meer mogelijkheden geboden voor maatwerk. Hiertoe zijn in de omgevingsverordening in plaats van middelvoorschriften doelvoorschriften opgenomen en wordt uitgegaan van een 'ja, mits - benadering'. De Interim omgevingsverordening kent een Toelichting en regels. Bij de opbouw is aangesloten bij de

18

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel opbouw van de Omgevingswet. Met een verdeling over tien afzonderlijke hoofdstukken, wordt onder andere ingegaan op: algemene bepalingen, rechtstreeks werkende regels voor activiteiten die zich (grotendeels) richten tot burgers en bedrijven, de instructieregels opgenomen die gemeenten of waterschappen moeten toepassen of instructies voor de provincie, regels voor procedures en indieningsvereisten van meldingen en ontheffingen, regels voor het faunabeheer uit de Wet natuurbescherming, financiële bepalingen rondom het vergoeden van schade, strafbaarstellingen en overgangsrecht en regels omtrent het intrekken van verordeningen. De Interim omgevingsverordening is digitaal. Dit betekent dat alle regels gekoppeld zijn aan een op een digitale kaart weergegeven werkingsgebied. Door op een willekeurig punt in de kaart te klikken, is direct zichtbaar welke regels op die plek gelden.

De volgende kaarten zijn opgenomen / raadpleegbaar: 1) Rechtstreekse werkende regels: milieubeschermingsgebieden 2) Rechtstreekse werkende regels: landbouw 3) Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed 4) Instructieregels gemeenten: natuur en stiltegebieden 5) Instructieregels gemeenten: grondwaterbescherming, waterveiligheid en - berging 6) Instructieregels gemeenten: basiskaart landelijk gebied 7) Instructieregels gemeenten: specifieke gebieden voor agrarische ontwikkelingen 8) Instructieregels waterschappen: watersystemen, - veiligheid en - berging De van toepassing zijnde relevante regels, op basis van de aanduiding(en) per ‘kaart’ voor het plangebied zijn: Kaart 1: In relatie tot de rechtstreeks werkende regels; milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen geldt dat het plangebied ligt binnen een gebied voor Waterwinning voor menselijke consumptie en een grondwaterbeschermingsgebied – maximale boordiepte 60 meter / diep grondwaterlichaam (zie figuur 6). Het gestelde in paragraaf 2.1.3 van de verordening is van toepassing. In artikel 2.1 (zorgplicht) en artikel 2.7 zijn een aantal activiteiten of handelingen opgenomen welke verboden zijn in een grondwaterbeschermingsgebied of die gericht zijn op het redelijkerwijs voorkomen van activiteiten met een nadelig gevolg voor de kwaliteit van het grondwater.

Toelichting (vastgesteld)

19

bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel

Middels deze herziening wordt voorzien in een wijziging van het bestemmings-/gebruiksoppervlak bij een bestaand niet-agrarisch bedrijf. De aard van de activiteiten of handelingen verandert wezenlijk niet en vallen ook niet onder verbodsbepalingen van artikel 2.7, lid 1 juncto artikel 2.9 (verboden locatiegebonden milieubelastende activiteiten). Er is geen sprake van een BRZO-inrichting ,een IPPC, categorie 4 inrichting of een inrichting als bedoeld in bijlage 1C Besluit omgevingsrecht, categorie 28.4 gevaarlijke afvalstoffen. Qua bodembescherming zijn maatregelen en voorzieningen aanwezig welke gericht zijn op het voorkomen van een nadelig gevolg voor de kwaliteit van de bodem c.q. grondwater. Artikel 2.8 IOV omvat een meldingsplicht voor diverse activiteiten binnen een Grondwaterbeschermingsgebied. In paragraaf 4.2.6 is dit nader verantwoord in relatie tot de relevante activiteiten voor deze ontwikkeling. Kaart 2: In relatie tot de rechtstreekse werkende regels voor landbouw is het plangebied gelegen in de structuur ‘landelijk gebied’ met de nadere specifieke regels inzake ‘beperking voor veehouderijen (artikel 2.72)’ en stalderingsgebied (regels: artikel 2.74).

Gezien de beoogde ontwikkeling / initiatief (zie paragraaf 2.3) is een nadere toetsing, vanwege het feit dat er geen sprake is van een agrarisch bedrijf en hierin ook niet wordt voorzien, aan de relevante (veehouderij) regels niet relevant. De ontwikkelingen betreffen niet-agrarische activiteiten. Zie ook kaart 6. Kaart 5: In relatie tot de instructieregels gemeente: grondwaterbescherming, waterveiligheid en – berging, is het plangebied gelegen in een ‘grondwaterbeschermingsgebied’ (zie figuur 7). In dit kader is het bepaalde in artikel

20

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel

3.11 van de IOV van toepassing. Een bestemmingsplan dient mede regels te bevatten tot bescherming van de kwaliteit van het grondwater en de bodem. Specifiek dienen regels opgenomen te zijn welke het gebruik van schadelijk uitloogbaar bouwmaterieel (waaronder zink, lood, koper) verbiedt. In de planregels zijn specifieke regels opgenomen gericht op het beschermen van de kwaliteit van het grondwater en de bodem.

Kaart 6: In relatie tot de instructieregels voor gemeenten: basiskaart landelijk gebied geldt dat de bedrijfsgronden gelegen zijn in ‘landelijk gebied’ (Afdeling 3.6 Vitaal platteland, regels paragraaf 3.6.1 Veehouderij met nadere regels omtrent ontwikkelingen/uitbreiding veehouderijbedrijven e.d.), zie figuur 8. Gezien de aard van de ingrepen / activiteiten binnen het plangebied (zie paragraaf 2.3 van deze toelichting) is in relatie tot de instructieregels van paragraaf 3.6.1 (veehouderij) van de verordening een nadere toetsing niet aan de orde. Op voorhand is geen sprake van strijdigheid met de gestelde regels.

Zoals in figuur 8 zichtbaar is ligt de locatie ook in ‘Gemengd landelijk gebied’. Op basis van deze aanduiding (incl. verwijzing 1 t/m 5), de ligging in Landelijk gebied (verwijzing 1 t/m 20) zijn / kunnen meerdere artikelen van de IOV redelijkerwijs van belang zijn. Gezien de aard van de activiteiten van initiatiefnemer (een niet-agrarisch bedrijf in de vorm van een agrarisch- technisch bedrijf en agrarisch verwant bedrijf) c.q. de vigerende / beoogde bestemming / aanduidingen is tenminste een nadere toetsing aan paragraaf 3.6.5 ‘agrarisch gerelateerde bedrijven’ (ex. Artikel 3.60) en paragraaf 3.6.7 ‘ontwikkeling van niet agrarische functies’ (ex. Artikel 3.71) opportuun. Initiatiefnemer is qua aard en type bedrijvigheid en de vigerende bestemmingsplanaanduiding ‘agrarisch-technisch en agrarisch verwant bedrijf’ en de activiteiten gericht op op-/overslag, bewerking, etc. aan te duiden als ‘agrarisch gerelateerd / niet -agrarische functie’. De regels welke op basis van de Interim omgevingsverordening voor niet-agrarische functies (waaronder agrarisch verwante bedrijven en agrarisch technisch hulpbedrijven) in casu het plangebied in het landelijk gebied aan de orde zijn, betreffen: Artikel 3.60 bestaand agrarisch-technisch hulpbedrijf / en agrarisch-aanverwant bedrijf in landelijk gebied; Artikel 3.71 bestaande niet-agrarische functie in landelijk gebied; Alsmede:

Toelichting (vastgesteld)

21

bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap (zie paragraaf 3.2.4 Toetsing ruimtelijke kwaliteit). Artikelen 3.60 en 3.71 van de Interim omgevingsverordening stellen regels aan de mogelijkheden en ontwikkeling voor (bestaande) niet-agrarische bedrijven in het gemengd landelijk gebied.

In paragraaf 3.2.4 is een nadere verantwoording opgenomen. Kaart 8: In relatie tot de instructieregels voor waterschappen is de locatie gelegen in een gebied ‘norm wateroverlast buiten stedelijk gebied’ (art 4.4 Verordening). Voor het waterschap geldt een inspanningsverplichting inzake het beheer en onderhoud van watersystemen in relatie tot overstromingskansen. Zie ook onderdeel ‘water’ in hoofdstuk 4 van deze toelichting. 3.2.3

Verantwoording artikel 3.60 / 3.71 Interim omgevingsverordening

Onderstaand wordt achtereenvolgens ingegaan op de verantwoording van de relevante artikelen 3.60 en 3.71 van de Interim omgevingsverordening. Toetsing aan artikel 3.60: a. De bestaande planologische activiteiten worden (blijven) middels dit bestemmingsplan vastgelegd en geborgd; b. De ontwikkeling leidt tot een bedrijfsoppervlakte c.q. bestemmingsvlak Bedrijf ten behoeve van een bestaand bedrijf van in totaal 13.550 m2. De maximaal toelaatbare oppervlakte van 15.000 m2 (1,5 ha) wordt derhalve niet bereikt of overschreden. c. Van mestbewerking danwel een toename aan mestbewerking is geen sprake. Deze activiteiten worden niet door initiatiefnemer uitgevoerd of beoogd. In de planregels wordt hierin niet voorzien. d. De mate van ‘redelijke uitbreiding’ richt zich in de Interim omgevingsverordening met name op de uitbreiding aan oppervlakte groter dan 1,5 hectare. Hiervan is geen sprake. Er is sprake van een aanpassing van de vorm en een vergroting van het bestemmingsvlak Bedrijf welke leidt tot een

22

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel bedrijfsoppervlakte van 13.550 m2. De betreft een toename van effectieve gebruiksruimte van 3.250 m2. Deze oppervlakte is gezien de verkaveling en structuur in het gebied en in relatie tot de bedrijfsomvang, - activiteiten, de beoogde situering van de beoogde bebouwing én met in achtneming van de mate van bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit als passend te beschouwen. Daarnaast zijn de activiteiten en functies benodigd voor het landelijk gebied en past het bedrijf qua aard en schaal in de omgeving. De effecten op de omgeving zijn in het plan nader verantwoord. Voorzien wordt in een robuuste landschappelijke inpassing welke bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit. Een nadere toetsing / verantwoording in relatie tot de overige genoemde aspecten van artikel 3.60, lid d, zijn in hoofdstuk 4 opgenomen. Toetsing aan artikel 3.71: a. Zie verantwoording bij artikel 3.60, lid a; b. Zie verantwoording bij artikel 3.60, lid c; c. Zie verantwoording bij artikel 3.60, lid d i.c. de vereiste zorgplicht inzake de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit (zie paragraaf 3.2.4). Via het landschappelijk inpassingsplan i.c. de voorwaardelijke verplichting in artikel 5 van de planregels (zie bijlage 1 bij de planregels) c.q. in onderhavig bestemmingsplan is e.e.a. nader geborgd en ingevuld.

De gebiedsgerichte benadering is nader verantwoord, met inachtneming van de Structuurvisie Maasdonk 2009 (zie paragraaf 3.3.1), in artikel 3.2.4 en 4.1.2, waaronder in de toelichting bij de beplantingsindicatie / opzet, (zie bijlage 2 van deze Toelichting). Conclusie De ontwikkelingen welke beoogd zijn binnen het plangebied zijn in lijn c.q. niet in strijd met het provinciaal ruimtelijk beleid. 3.2.4

Verantwoording artikel 3.9 Interim omgevingsverordening

Een elementair aspect bij planologische ingrepen op basis van de Interim Omgevingsverordening is – in navolging van de lijn van de Verordening Ruimte 2014 - de zogenaamde investeringsmaatregel c.q. zorgplicht voor de ruimtelijke kwaliteit, opgenomen in paragraaf 3.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies, en in het bijzonder artikel 3.9 (zie hierna). De ‘zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit’ bepaalt dat: er zorgvuldig wordt omgegaan met het ruimtegebruik; er rekening wordt houden met de omgeving; de ontwikkeling bijdraagt aan het behoud of de versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Nieuwe ontwikkelingen bieden een kans voor behoud en ontwikkeling van het landschap. De hoofdregel is dat ontwikkelingsruimte dient bij te dragen aan het versterken van de ruimtelijke-/landschappelijke kwaliteit. Het ontwikkelen van landschap reikt verder dan vasthouden aan wat er is, ontwikkelen van het landschap gaat ook om het toevoegen van nieuwe kwaliteiten (fysieke verbetering). Alvorens wordt ingegaan op de nadere verantwoording zijn onderstaande relevante artikelen opgenomen.

Toelichting (vastgesteld)

23

bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel

Ten aanzien van de kwaliteitsverbetering van het landschap bepaalt de verordening (artikel 3.9, lid 2) dat wanneer een ruimtelijke ontwikkeling leidt tot nieuw ruimtebeslag, er financieel, juridisch en feitelijk wordt zekergesteld dat deze ontwikkeling leidt tot een ruimtelijke kwaliteitsverbetering en dat afspraken uit het regionaal overleg worden nagekomen. Per 1 november 2011 is de Handreiking kwaliteitsverbetering van het landschap vastgesteld door Gedeputeerde Staten. Deze handreiking bevat een leidraad waarbij de “waardevermeerdering” welke ten gevolge van de planologische wijziging kan optreden, zowel financieel, juridisch en feitelijk geborgd kan worden. De gemeenten hebben de taak om bij ontwikkelingen toe te zien op de zorgplicht. De gemeente s’-Hertogenbosch heeft in het Regionaal Ruimtelijk Overleg Noordoost-Brabant het ‘Afsprakenkader: voorwaarden uitwerking en toepassing kwaliteitsverbetering van het landschap’ vastgesteld op 2 december 2015. De notitie toepassingsbereik vormt het basisdocument voor het afsprakenkader van de provincie met de gemeenten in de regio Noordoost. Deze notitie bevat de categorie-indeling voor de niet-planmatige ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied en de bijbehorende tegenprestatie.

Voor planmatige ontwikkelingen in het buitengebied is artikel 3.9 altijd van toepassing Bij niet-planmatige ontwikkelingen in het buitengebied is de tegenprestatie gerelateerd aan de impact: categorie 1: geen impact : geen tegenprestatie categorie 2: beperkte impact: landschappelijke inpassing categorie 3: grote impact: berekende kwaliteitsverbetering van het landschap Dit onderhavig initiatief, zijnde een herziening van het bestemmingsplan inzake vergroting van het bestemmings-/ bouwvlak en een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid voor de toename aan bedrijfsbebouwing (met 25%) c.q. het gebruik en voorzetting van een bestaand bedrijf (Cumelabedrijf), is als een categorie 3 aan te merken. Op grond van de basisinspanning, zoals vastgelegd in de notitie Toepassingsbereik, geldt in dit geval de forfaitaire methode, waarbij uitgegaan wordt van minimaal 20%

24

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel van de grondwaardevermeerdering. In hoofdstuk 4 van deze toelichting is voornoemde nader uitgewerkt. Conclusie Het initiatief is aan te merken als een ontwikkeling met ‘grote impact’ op de ruimtelijke kwaliteit. Middels de landschaps-/inrichtingsplannen (zie bijlagen) is voor het plangebied, met in achtneming van de beleidsregels i.c. de landschapsinvesteringsregeling inzichtelijk gemaakt op welke wijze zorg wordt gedragen voor een degelijke landschappelijke inpassing en dienaangaande afdoende invulling gegeven aan het gestelde in artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening. Onderhavig initiatief is in samenspraak met de gemeente s’-Hertogenbosch tot stand gekomen, waarbij overleg met de omgeving heeft plaatsgevonden c.q. rekening is gehouden met elkaars belangen (zie hoofdstuk 7). Het initiatief leidt tot een verbetering van de bedrijfstechnische noodzaak en de beleving van het woon- en leefklimaat in de omgeving. Tevens draagt het bij aan het toekomstbestendig maken van een bestaand (Vinkels) bedrijf. Er wordt onder andere gebruik gemaakt van de bestaande planologische mogelijkheden voor het uitbreiden van de oppervlakte aan bedrijfsbebouwing. Op grond van de interim omgevingsverordening zijn er geen belemmeringen voor de uitvoering van dit plan.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Structuurvisie Buitengebied Maasdonk

In de Structuurvisie Buitengebied Maasdonk (vastgesteld op 16 december 2009) is een visie gegeven op een ontwikkelingsgericht bestemmingsplan voor het buitengebied. De gemeente hanteert bij functieverandering van het perceel versterking van de ruimtelijke kwaliteit als uitgangspunt. Dat betekent dat er ontwerprichtlijnen worden gesteld aan onder andere de sloop van gebouwen, vormverandering van het perceel en aan de landschappelijke inpassing. In de Structuurvisie Buitengebied Maasdonk is het perceel gelegen in het gebied dat, conform de landschappelijke zonering, is aangeduid als ‘beekdallaagte en broekgebied’. Kenmerkend voor dit gebied is het gegeven dat het gelegen is in het overgangsgebied van komgebied naar dekzand en beekdalen. Hier zijn lager en natter gedeeltes omgeven van dekzandgebied. De bodem kan worden getypeerd als vlakvaaggrond en beekeerdgrond met hoge grondwaterstand. In het gebied liggen naast agrarische percelen, landbouwgronden, kleine bospercelen en houtwallen. De waterstanden zijn relatief hoog en bestonden oorspronkelijk uit kleine beekjes. Kavelgrenzen en beken waren oorspronkelijk ook voorzien van boomsingels. Het kleinschalige landschap is nog herkenbaar, bestaande uit microreliëf gerelateerde blokverkavelingen en op afstand van de beekdallaagte smallere slagenverkaveling.

De structuurvisie schrijft een aantal richtlijnen voor waaraan getoetst/voldaan dient te worden wanneer er ontwikkelingen op bestaande percelen zijn voorzien. Richtlijnen landschap, kavel en bebouwing: Voor het landschap wordt ingezet op het behoud van de relatief kleinschalige openheid met coulissen en het enclavekarakter met openheid binnen de dekzandruggen. Ook wordt ingezet op het behoud van de kleine bospercelen, herstel en behoud van laanbeplantingen en herstel/versterking van elzensingels op de kavelgrenzen. Voor de ontwikkeling op het perceelsniveau (kavel) wordt ingezet op het respecteren van de onregelmatige blokkavels en slagen en wordt een gescheiden of gezamenlijke ontsluiting woning en bedrijfsbebouwing voorgesteld. Voor het bouwvlak dient qua omvang aansluiting te worden gezocht binnen de bestaande verkavelingsstructuur en wordt deze bij voorkeur verkleind. Het hoofdgebouw dient georiënteerd te zijn op de weg. Gebouwen dienen in onderlinge samenhang te worden gesitueerd, georiënteerd in de lengte van de bestaande kavels. Voor de inrichting van het erf wordt voorgesteld om het voorste gedeelte met de woning in te richten met voor- en moestuin, boomgaarden en 1 tot 3 grote erfbomen. Minimaal 20% van het bestemmingsvlak dient te zijn ingericht voor landschappelijke inrichting, waar hagen en boomsingels op de kavelgrens worden voorgeschreven.

Voor de bedrijfsbebouwing geldt dat deze achter en ondergeschikt is aan de oude boerderij of woning.

Toelichting (vastgesteld)

25

bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel De hoogte is 2 lagen plus kap. Voor wat betreft de vorm worden enkelvoudige of geschakelde hoofdvormen, bouwmassa refererend aan beeldbepalende bebouwing in de omgeving voorgeschreven en dient er sprake te zijn van een asymmetrische opzet van het hoofdgebouw en de langsgevel. Voor de woonbebouwing geldt dat deze qua ligging een duidelijke eigen sfeer uitstraalt, ruim vóór de bedrijfsbebouwing en haaks op of evenwijdig aan de weg ligt. De hoogte is eveneens 2 lagen plus kap met een vorm waarbij een geschakelde plattegrond is toegestaan. Bijgebouwen zijn achter en ondergeschikt aan de woning. Voor wat betreft detaillering, deze dient afgestemd te zijn op de gebiedseigen bebouwingskarakteristiek. Voor kleurgebruik worden donkere aardetinten voor gevels (rood, bruin) en daken (bruin, grijs) voorgeschreven, eventueel naar voorkeur bakstenen gevels. Ten slotte dient materiaalgebruik aan te sluiten op streekeigen materiaalgebruik van de (directe) omgeving, met aandacht voor toekomstgerichte technologieën (zoals zonnepanelen). Bij deze ontwikkeling is aandacht besteed aan het behoud en versterken van de bestaande structuur op het erf en ligging t.o.v. omgeving. Binnen het plangebied is meer dan 20% ingericht voor landschappelijke inpassing (de groenscore bedraagt 69%, zie 3.3.5).

De nieuwbouw is gelegen achter bestaande bebouwing vanaf de Nieuwekampen en derhalve in de omgeving verdekt gelegen. De plaats van de woningen is geborgd ‘voor’ de bedrijfsgebouwen. Het materiaal van de te realiseren bebouwing heeft een agrarische uitstraling / bouwstijl en passend voor de omgeving. Conclusie Deze ontwikkeling draagt bij aan het versterken van een bestaand functioneel aan het buitengebied gebonden bedrijf waarbij de omgevingskwaliteiten worden behouden (en versterkt) het geen niet ten koste gaat van ontwikkelingsmogelijkheden van bestaande functies in de omgeving. Er wordt een bijdrage geleverd aan de kernkwaliteiten van het gebied met aandacht voor de richtlijnen van het landschap, kavel en bebouwing. 3.3.2

Bestemmingsplan Buitengebied Maasdonk 2012

De locatie Nieuwekampen 12 - 14 te Vinkel is bestemd als Bedrijf met de functieaanduiding specifieke vorm van bedrijf – agrarisch technisch en agrarisch verwant bedrijf (ex. artikel 5 van de vigerende planregels) conform het bestemmingsplan Buitengebied Maasdonk 2012 (vastgesteld op 23 april 2014). De toegestane oppervlakte aan bedrijfsbebouwing op grond van het bestemmingsplan bedraagt 2.110 m2. Planologisch zijn twee bedrijfswoningen toegestaan en ook als zodanig aanwezig. De overige gronden van het plangebied hebben de bestemming Agrarisch met waarden – landschapswaarden (ex. artikel 3 van vigerende planregels). Zie voor impressie van vigerende verbeelding en plangebied, figuur 1. Tevens zijn voor het gehele plangebied de gebiedsaanduidingen: milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied (ex. artikel 29.1) en reconstructiewetzone – extensiveringsgebied (onderdeel van artikel 3) van toepassing. Op grond van de Bedrijvenlijst, opgenomen in Bijlage 1 bij de regels van het bestemmingsplan, is het bedrijf nader aangeduid als ‘loonwerkbedrijf’. Een omschrijving voor loonwerkbedrijf is in het bestemmingsplan niet vastgelegd. De oppervlakte van het vigerende bestemmingsvlak Bedrijf bedraagt circa 10.300 m2. Het totale plangebied heeft een oppervlakte van circa 20.920 m2.

Het geldende bestemmingsplan Buitengebied Maasdonk 2012 biedt op grond van artikel 5.3, onder a, (zie hierna) van de planregels een rechtstreekse mogelijkheid om qua beoogde uitbreiding van de bebouwing te voorzien in de gewenste uitbreiding (planologisch toelaatbaar + 25%). Het bestemmingsplan biedt geen rechtstreekse binnenplanse mogelijkheid voor de beoogde verandering van het bestemmingsvlak Bedrijf (wijzigen vorm en oppervlakte tot 1,35 hectare). Via onderhavige toelichting / herziening van het bestemmingsplan is een verantwoording opgenomen, waarmee de beoogde planologische ontwikkeling wordt verantwoord. Inzake het vergroten van de planologische bouwmogelijkheden wordt gebruik gemaakt van het bepaalde in artikel 5.3, onder a, van de vigerende planregels (binnenplans). Overeenkomstig de vigerende bestemming / aanduiding is een uitbreiding van 25% van de planologische toegekende oppervlakte aan

26

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Nieuwekampen 12-14 Vinkel bebouwing (is 2.110 m2), onder voorwaarden mogelijk. Artikel 5.3 Afwijken van de bouwregels, luidt als volgt:

Verantwoording: 1. Deze ontwikkeling voorziet eveneens in een verandering van het bestemmings-/ bouwvlak tot een oppervlakte van 1,35 hectare. De gestelde oppervlakte van 1,5 hectare wordt niet overschreden; 2. Het plangebied is niet gelegen in of in directe nabijheid van een EHS – gebied (thans NNB-gebied). De wezenlijke waarden en kenmerken worden niet onevenredig aangetast. Zie voor een nadere toelichting hoofdstuk 4; 3. De initiatief voorziet in een bijdrage aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit i.c. behoud van waarden van in totaal circa 7.370 m2, hetgeen leidt tot een aantoonbare en uitvoerbare verbetering van structuren en waarden. Conclusie Aan de voorwaarden van artikel 5.3, onder a, van de planregels wordt voldaan. In figuur 5 (impressie) en specifiek in bijlage 2 van deze Toelichting is een overzicht van de beoogde inrichting qua bebouwing, gebruik, beplanting, etc. van het plangebied opgenomen. 3.3.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14875927/1