CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Facetplan risicocontouren Windpark De Rietvelden - toelichting en regels

Gemeenteraad 1 juli 2025, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bestemmingsplan Facetplan risicocontouren Windpark De Rietvelden15.033 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Facetplan risicocontouren Windpark De Rietvelden

bestemmingsplan Facetplan risicocontouren Windpark De Rietvelden

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer

4 4 4 5 6

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Windpark De Rietvelden 2.2 Waarom plaatsgebonden risicocontouren vastleggen? 2.3 Nadere onderbouwing voor windpark De Rietvelden 2.4 Juridische vormgeving

7 7 8 9 12

Hoofdstuk 3

13

Uitvoerbaarheid

Bijlagen bij toelichting

15

Bijlage 1

Plaatsgebonden risicoanalyse windpark De Rietvelden

16

Bijlage 2 2017

Ruimtelijke onderbouwing "Windpark Rietvelden / Treurenburg" maart 41

Regels

77

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels Begrippen

78 78

Hoofdstuk 2 Artikel 2

Bestemmingsregels Toepassing

79 79

Hoofdstuk 3 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Algemene regels Anti-dubbelregel Algemene aanduidingsregels Overige regels

80 80 81 82

Hoofdstuk 4 Artikel 6 Artikel 7

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

83 83 84

2

Inhoudsopgave (vastgesteld)

bestemmingsplan Facetplan risicocontouren Windpark De Rietvelden

Toelichting

Toelichting (vastgesteld)

3

bestemmingsplan Facetplan risicocontouren Windpark De Rietvelden

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Met windpark De Rietvelden ("windpark") zijn er in 2021 vier windturbines gerealiseerd op en nabij bedrijventerrein De Rietvelden in 's-Hertogenbosch. De windturbines leveren een bijdrage aan de nationale, provinciale en gemeentelijke doelstelling om het aandeel duurzame energie te verhogen, en daarmee de klimaatverandering te beperken. Voor de realisatie van de windturbines is reeds een onherroepelijke omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan verleend (met kenmerk NL.IMRO.0796.0002342-1401), waarmee de vier windturbines planologisch zijn ingepast en gerealiseerd. Bij het afgeven van de omgevingsvergunning is in het kader van een goede ruimtelijke ordening het plaatsgebonden risico van de windturbines reeds afgewogen. De externe veiligheidscontouren van het windpark zijn destijds niet planologisch geborgd, waardoor ter hoogte van de windturbines de vestiging van (beperkt) kwetsbare objecten niet is uitgesloten. Dit bestemmingsplan voorziet alsnog in het vastleggen van de externe veiligheidscontouren rond alle vier de windturbines, zodat de vestiging van (beperkt) kwetsbare objecten binnen de genoemde contouren wordt uitgesloten.

Om de komst van (beperkt) kwetsbare objecten planologisch uit te sluiten, heeft de gemeente 's-Hertogenbosch op verzoek van de eigenaren van de windturbines besloten om de plaatsgebonden risicocontouren van de gerealiseerde windturbines juridisch-planologisch te verankeren in een bestemmingsplan. Door het opnemen van de plaatsgebonden risicocontouren van de windturbines wordt voorkomen dat beperkt kwetsbare of kwetsbare objecten kunnen worden gerealiseerd (al dan niet binnen bestaande objecten) binnen de plaatsgebonden risicocontouren van de windturbines. Voorliggend bestemmingsplan voorziet dus in het juridisch-planologisch verankeren van de plaatsgebonden risicocontouren (PR-contouren) van de vier bestaande windturbines van het windpark. De verdere ruimtelijke inpassing van het windpark is verricht met de onherroepelijke omgevingsvergunning, zodat daarvoor geen nadere regeling in dit bestemmingsplan wordt opgenomen. In bijlage 2 is de ruimtelijke onderbouwing, onderdeel van de omgevingsvergunning uit 2017, ter informatie en ter onderbouwing opgenomen. Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met bijbehorende planregels, vergezeld van een toelichting. De planregels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan.

Vanwege de wettelijke standaarden is het noodzakelijk om twee facetbestemmingsplannen in procedure te brengen: één voor het digitale en één voor het analoge bestemmingsplan.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied bevindt zich op en nabij bedrijventerrein de Rietvelden ten westen van 's-Hertogenbosch. De Rietvelden is het grootste bedrijventerrein van 's-Hertogenbosch en bevindt zich ten westen van het centrum op circa 3 kilometer van de binnenstad van 's-Hertogenbosch en ten zuiden van de rijksweg A59. Figuur 1.1 Ligging windturbines (groene stippen)

4

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Facetplan risicocontouren Windpark De Rietvelden

Drie windturbines zijn gerealiseerd in het midden, het noordwesten en het noordoosten van het bedrijventerrein De Rietvelden. De vierde windturbine is gevestigd in agrarisch gebied ten noordoosten van bedrijventerrein de Rietvelden, aan de noordzijde van de rijksweg A59 en aan de oostzijde van de rivier de Dieze.

1.3

Geldende bestemmingsplannen

Ter plaatse van windturbines 1 tot en met 3 geldt het bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Rietvelden, de Vutter, Het Ertveld" (vastgesteld d.d. 3 juni 2013) met de bestemmingen 'Bedrijventerrein', 'Verkeer', 'Groen' en 'Water'. Ter plaatse van windturbine 4 geldt het bestemmingsplan "Buitengebied (2009)" (vastgesteld d.d. 26 januari 2010) met de bestemmingen 'Agrarisch', 'Groen' en 'Verkeer'. Een klein gedeelte van de risicocontour van windturbine 3 valt ook over het bestemmingsplan "Buitengebied (2009)" met de bestemmingen 'Water' en 'Natuur'. Het bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Rietvelden, de Vutter, Het Ertveld" is digitaal opgesteld en beschikbaar overeenkomstig de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). Het bestemmingsplan "Buitengebied 2019" is een analoog bestemmingsplan. Figuur 1.2 Illustratie uitsnede geldend bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Rietvelden, de Vutter, Het Ertveld" en ligging bestemmingsplan "Buitengebied (2009)" (silhouetten geven globaal de ligging van het plangebied van dit bestemmingsplan aan) [bron: bewerking van www.ruimtelijkeplannen.nl]

Toelichting (vastgesteld)

5

bestemmingsplan Facetplan risicocontouren Windpark De Rietvelden

1.4

Leeswijzer

Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en deze toelichting. De toelichting dient ter motivering van het bestemmingsplan en is opgebouwd uit 3 hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 een toelichting gegeven op het plan en de wijze van bestemmen. Tot slot wordt in hoofdstuk 3 de uitvoerbaarheid van het plan besproken.

6

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Facetplan risicocontouren Windpark De Rietvelden

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Windpark De Rietvelden

De vier windturbines in het windpark zijn op 20 september 2017 vergund met een omgevingsvergunning voor de volgende activiteiten (kenmerk WB00037584): bouwen (artikel 2.1 lid 1a Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) aanleggen (artikel 2.1 lid 1b Wabo); strijd gebruik gronden/bouwwerken met ruimtelijke regels (artikel 2.1 lid 1c Wabo); beperkte milieutoets (OBM) (artikel 2.1 lid 1i Wabo). De omgevingsvergunning is verleend op basis van een bandbreedte, waarmee de realisatie van windturbines met een maximale ashoogte van 125 meter, een rotordiameter van maximaal 122 meter en een maximale tiphoogte van 186 meter mogelijk is gemaakt. Verder is op 17 mei 2017, tegelijkertijd met de aanvraag om omgevingsvergunning, een melding Activiteitenbesluit milieubeheer ingediend voor het oprichten van een windpark bestaande uit vier windturbines. Vervolgens zijn op 17 augustus 2020 twee meldingen Activiteitenbesluit milieubeheer ingediend voor het definitief gekozen windturbinetype, als ook voor splitsing van de inrichting van het windpark in twee deelparken: drie windturbines voor Windpark De Rietvelden B.V. en één windturbine voor de Coöperatieve Vereniging Bossche Windmolen West U.A. Het specifieke windturbinetype met bijbehorende afmetingen dat voor het windpark is gerealiseerd, is de Nordex N117/3600 windturbine op 118,9 meter ashoogte.

De gerealiseerde windturbines hebben naast een ashoogte van 118,9 meter, een rotordiameter van 117 meter en daarmee een tiphoogte van 177,4 meter. Voor externe veiligheid wordt in dit bestemmingsplan dan ook uitgegaan van de maximale plaatsgebonden risicocontouren op basis van de gerealiseerde Nordex N117/3600 windturbines van het windpark. In de planregels is daarvoor opgenomen dat de bestaande windturbines zijn toegestaan of windturbinetypes met een vergelijkbare of kleinere risicocontour. Figuur 2.1 geeft inzicht in de afmetingen van de windturbines. Voor de ligging van de windturbines wordt verwezen naar Figuur 1.1. Figuur 2.1 Illustratie windturbine afmetingen en begrippen

Toelichting (vastgesteld)

7

bestemmingsplan Facetplan risicocontouren Windpark De Rietvelden

2.2

Waarom plaatsgebonden risicocontouren vastleggen?

Voor de ruimtelijke inpassing van windturbines speelt veiligheid een belangrijke rol. Hoewel het risico klein is, kunnen windturbines omvallen of kunnen er onderdelen afbreken. Voor windturbines wordt daarom aan het plaatsgebonden risico getoetst. Een risicocontour (ofwel plaatsgebonden risico; PR) geeft aan hoe groot in de omgeving de overlijdenskans is door een ongeval met een risicobron: binnen de contour is het risico groter, buiten de contour is het risico kleiner. Het PR is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats in de omgeving permanent (24 uur voor 365 dagen) en onbeschermd verblijft. Het PR rekent daarmee de maximale trefkans uit voor een individueel persoon die permanent aanwezig is. Voor windturbines is buiten de identificatieafstand (werpafstand bij overtoeren) het risico in het geheel uit te sluiten. Ten tijde van verlening van de omgevingsvergunning voor het windpark is getoetst aan de norm voor PR uit het Activiteitenbesluit milieubeheer, zijnde PR10-5 per jaar voor beperkt kwetsbare objecten en PR10-6 per jaar voor kwetsbare objecten. Dat betekent dat er binnen de PR10-6 contour van een windturbine geen kwetsbare objecten aanwezig mogen zijn en binnen de PR10-5 contour geen kwetsbare én beperkt kwetsbare objecten.

Toepassing van deze norm is ruimtelijk aanvaardbaar geacht bij vergunningverlening en dit is ook de norm waaraan het windpark gehouden is. In de omgevingsvergunning voor realisatie van windpark De Rietvelden (2017) is als een mogelijke

8

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Facetplan risicocontouren Windpark De Rietvelden aanvullende maatregel op de omgevingsvergunning, ter voorkoming of beperking van een effect op het milieu vanwege het windpark, benoemd dat zo nodig planologisch wordt geregeld dat: i. ii.

er geen bedrijfsgebouwen van derden worden gerealiseerd binnen de PR10-5 contour van de windturbines, en; er geen kwetsbare objecten van derden kunnen worden gerealiseerd binnen de PR10-6 contour.

Dit bestemmingsplan dient ter uitvoering van de genoemde mogelijke maatregelen in de omgevingsvergunning voor de PR-contouren van het windpark. Dit sluit ook aan bij de keuze van het Rijk om in het kader van de tijdelijke overbruggingsregeling windturbineparken1, die per 1 juli 2022 in werking is getreden als wijziging van het Activiteitenbesluit, voor windparken met een omgevingsvergunning van voor 30 juni 2021 ook dezelfde PR-norm te blijven hanteren als oorspronkelijk in het Activiteitenbesluit was opgenomen. Voor de definitie van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten wordt aangesloten op de definities uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi).2

2.3

Nadere onderbouwing voor windpark De Rietvelden

De maximale PR-contouren van de windturbines zijn in het kader van de doorlopen planologische procedure tot verlening van de omgevingsvergunning strijdig gebruik bepaald. Uit de bijbehorende PR-analyse3 volgt dat de PR 10-6 contour van de te plaatsen windturbines maximaal 144 meter bedraagt en de PR 10-5 39 meter. Deze contour is specifiek berekend, voor een fictieve worst-case windturbine binnen de bandbreedte van de omgevingsvergunning, op basis van de rekenmethodiek uit het Handboek Risicozonering windturbines (2014).4 Voor het definitief gekozen Nordex-windturbinetype is in het kader van de verrichte melding Activiteitenbesluit milieubeheer opnieuw een PR-analyse uitgevoerd voor dat specifieke windturbinetype (zie voor de volledige analyse en berekeningen Bijlage 1). Dit windturbinetype is inmiddels gerealiseerd. Voor de gerealiseerde Nordex-windturbine is de PR10-6 contour 144 meter en is de PR10-5 contour 31 meter (zie Figuur 2.2). De PR10-6 contour is dus gelijk gebleven aan de onherroepelijk vergunde contour en de PR10-5 contour is nog iets kleiner geworden. De gerealiseerde windturbines passen derhalve binnen de uitgangspunten zoals in de omgevingsvergunning onherroepelijk vergund. Om de omgeving van de windturbine niet onnodig te beperken worden de specifieke, bij het gerealiseerde windturbinetype behorende, PR-contouren in dit bestemmingsplan vastgelegd.

De windturbines zijn planologisch toegestaan, en in gebruik, en dragen als zodanig bij aan de duurzame energiedoelstellingen van de gemeente 's-Hertogenbosch. Met het opnemen van de PR-contouren in dit bestemmingsplan wordt bijgedragen aan de veiligheid van het windpark voor de omgeving. Verder wordt de bestendige exploitatie van het windpark voor de toekomst gewaarborgd. De PR-contouren sluiten namelijk uit dat er (beperkt) kwetsbare objecten gerealiseerd kunnen worden binnen de PR10-5 contour en de PR10-6 contour, waarmee wordt geborgd dat de externe veiligheidseffecten van het windpark ruimtelijk aanvaardbaar blijven. Binnen de PR10-5 contour en de PR10-6 contour zijn op dit moment geen (beperkt) kwetsbare objecten aanwezig. Op basis van het geldende planologische regime bij de windturbines 1, 2 en 3 is vestiging van dergelijke objecten binnen de gegeven contouren wel mogelijk. Rondom windturbine 4 zijn geen (beperkt) kwetsbare objecten mogelijk op basis van het onderliggende bestemmingsplan. Het opnemen van de PR10-5 contour en de PR10-6 contour geeft dus een ruimtelijke beperking van de gebruiksmogelijkheden op grond van het onderliggende bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Rietvelden, De Vutter, Het Ertveld".

Deze ruimtelijke beperking is echter zeer gering, omdat (i) de bestemming 'Bedrijventerrein' onaangetast blijft, (ii) het totale oppervlak dat wordt geraakt door dit bestemmingsplan gering is en (iii) het bestaande gebruik niet nadelig wordt geraakt. Daarbij is met de verlening van de omgevingsvergunning voor de windturbines voor de omliggende bedrijven al voorzienbaar geworden dat de PR10-5 contour en de PR10-6 contour opgenomen kunnen worden in het planologisch regime. Gezien de betrokken belangen bij het juridisch planologisch borgen van de veiligheidscontouren, zoals

Toelichting (vastgesteld)

9

bestemmingsplan Facetplan risicocontouren Windpark De Rietvelden hiervoor beschreven, is de zeer geringe beperking van de gebruiksmogelijkheden van de gronden rondom de windturbines evenredig gezien het belang dat is gediend bij de exploitatie van de windturbines. Figuur 2.2. PR-contouren van windturbines 1 tot en met 4 voor Nordex N117/3600 windturbine

10

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Facetplan risicocontouren Windpark De Rietvelden

Toelichting (vastgesteld)

11

bestemmingsplan Facetplan risicocontouren Windpark De Rietvelden

2.4

Juridische vormgeving

Planmethodiek Dit bestemmingsplan heeft de vorm van een 'facetplan'. Dit betekent dat het gaat over slechts één onderwerp en dat het over andere bestemmingsplannen heen ligt. Analoog en digitaal bestemmingsplan Bij het maken van een facetbestemmingsplan is van belang of het facetbestemmingsplan ook van toepassing is op geldende bestemmingsplannen die niet zijn gedigitaliseerd. Is het (moeder)plan in ontwerp ter inzage gegaan vóór 1 januari 2010, en verandert er geen bestemming, dan is artikel 8.1.2, onder b van het Besluit ruimtelijke ordening (overgangsbepaling) van toepassing, en zijn onder andere de digitaliseringverplichtingen niet van toepassing. Deze plannen hebben namelijk geen identificatienummer. Om een digitale herziening te maken, moet er een verwijzing mogelijk zijn naar het identificatienummer van het geldende moederplan. De herziening mag dan analoog conform het moederplan worden voorbereid en vastgesteld. De digitale plannen, zijnde plannen die als ontwerp na 1 januari 2010 ter inzage hebben gelegen, moeten voldoen aan de digitaliseringsverplichtingen (SVBP2012). Dit facetbestemmingsplan wordt over twee bestemmingsplannen gelegd. Het bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Rietvelden, de Vutter, Het Ertveld" is digitaal beschikbaar overeenkomstig de digitaliseringsverplichtingen. Het bestemmingsplan "Buitengebied (2009)" voldoet niet aan het SVBP2012.

Gelet op het bovenstaande moeten dus twee facetbestemmingsplannen worden opgesteld en vastgesteld: een analoog facetbestemmingsplan voor het 'analoge moederplan' en een digitaal facetbestemmingsplan voor het 'digitale moederplan'. Deze plannen zijn inhoudelijk aan elkaar gelijk, maar verschillen in de wijze waarop zij (digitaal) zijn ingericht. Verhouding met geldende bestemmingsplannen Als uitgangspunt is gehanteerd dat het bestemmingsplan zo min mogelijk ingrijpt in de geldende ruimtelijke plannen. De geldende regelingen blijven in stand (zoals in een zogenaamd paraplubestemmingsplan), alleen waar nodig wordt deze nieuwe regeling toegevoegd. Voor zover de onderliggende bestemmingsplannen de vestiging van kwetsbare objecten binnen de PR10-6 contouren en van beperkt kwetsbare objecten binnen de PR10-5 contouren van het windpark toelaten, sluit dit bestemmingsplan de vestiging van die objecten uit. Dit bestemmingsplan en de geldende bestemmingsplannen bestaan dus naast elkaar als zelfstandige documenten. Deze documenten moeten in samenhang worden gelezen voor een compleet beeld van de juridisch-planologische situatie in het gebied.

Planregels voor plaatsgebonden risicocontouren Alle vier de windturbines van het windpark worden met dit bestemmingsplan voorzien van een gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - windturbine PR10-5' met een straal van 31 meter rond de windturbines en 'veiligheidszone - windturbine PR10-6' met een straal van 144 meter rond de windturbines. In de planregels bij dit bestemmingsplan zijn de regels opgenomen om de vestiging van kwetsbare objecten binnen de PR10-6 contouren uit te sluiten en de vestiging van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten binnen de PR10-5 contouren uit te sluiten. De begripsbepalingen voor kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten zijn, overeenkomstig de begripsbepalingen in het Bevi, opgenomen in de planregels.

12

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Facetplan risicocontouren Windpark De Rietvelden

Hoofdstuk 3

Uitvoerbaarheid

Financieel-economische uitvoerbaarheid Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Het plan is geen plan zoals bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het is daarom niet noodzakelijk om een exploitatieplan of een overeenkomst over kostenverhaal op te stellen. Het plan leidt niet tot kosten en is dus financieel-economisch uitvoerbaar. Maatschappelijke uitvoerbaarheid Overleg met instanties Het concept ontwerpbestemmingsplan "Facetplan risicocontouren Windpark De Rietvelden" is voor wettelijk overleg met instanties (vooroverleg) als bedoeld in artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) op 27 oktober 2022 per e-mail toegestuurd aan: provincie Noord-Brabant; waterschap Aa en Maas; Rijkswaterstaat Zuid-Nederland. Alle drie de instanties zien uit hoofde van hun functie en bijbehorende belangen geen aanleiding tot het maken van opmerkingen over het concept ontwerp (reacties ontvangen per e-mail op respectievelijk 22 december 2022, 11 november 2022 en 1 november 2022). Er zijn derhalve ook geen aanpassingen van het bestemmingsplan nodig naar aanleiding van vooroverleg, afgezien van toevoeging van deze alinea.

Ter inzage legging ontwerp Het ontwerpbestemmingsplan "Facetplan risicocontouren Windpark De Rietvelden" wordt gedurende een periode van zes weken ter visie gelegd, waarbij de mogelijkheid wordt geboden tot het indienen van zienswijzen. Na afloop van de tervisielegging worden de zienswijzen beoordeeld en wordt het plan ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad.

Toelichting (vastgesteld)

13

bestemmingsplan Facetplan risicocontouren Windpark De Rietvelden

14

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Facetplan risicocontouren Windpark De Rietvelden

Bijlagen bij toelichting

Bijlagen bij toelichting (vastgesteld)

15

bestemmingsplan Facetplan risicocontouren Windpark De Rietvelden

Bijlage 1 Plaatsgebonden risicoanalyse windpark De Rietvelden

16

Bijlagen bij toelichting (vastgesteld)

715069 19 augustus 2020

ANALYSE PR CONTOUREN NORDEX N117 WINDPARK DE RIETVELDEN WP de Rietvelden B.V. v5.1

Duurzame oplossingen in energie, klimaat en milieu Postbus 919 6800 AX Arnhem Telefoon 088-7663372

Documenttitel

Analyse PR contouren Windpark De Rietvelden

Soort document

v5.1

Datum

19 augustus 2020

Projectnummer

715069

Opdrachtgever

WP de Rietvelden B.V.

Auteur Controle

Pondera Consult , Pondera Consult

Pondera Consult

INHOUDSOPGAVE Inleiding

1

Generieke versus specifieke berekeningen

1

Windturbine eigenschappen

3

Faalscenario’s

4

Berekening mastfalen

4

Berekening gondelfalen

6

Berekening bladworp bij nominaal en overtoeren situaties

7

Rekenresultaten

8

Nordex N117/3600 op 118,9 meter

8

Resultaten en kaartweergave

9

Conclusie

9

Bijlage 1 Data herkomst gegevens windturbines Bijlage 2 Afkortingen en symbolen lijst

Analyse PR contouren Windpark De Rietvelden | 715069 19 augustus 2020 | v5.1

Pondera Consult

1

INLEIDING WP de Rietvelden B.V. heeft voor de ontwikkeling van Windpark Rietvelden gevraagd om een nader onderzoek naar de exacte ligging van de plaatsgebonden risicocontouren van een windturbine van het type Nordex N117 op 118,9 meter ashoogte. Deze analyse bouwt verder op een eerdere analyse van zes type windturbines van vergelijkbare afmetingen genaamd: “Analyse PR contouren Windpark Rietvelden” versie 2.4 van 10 mei 2017. Deze analyse volgt exact gelijke berekeningsmethodieken als de destijds opgestelde analyse maar wel is gecontroleerd of de berekeningen nog overeenkomstig de nieuwste versies van de nieuwe Handleiding risicoberekeningen windturbines versie oktober 2019 en de nieuwe Handreiking risicozonering windturbines v1.0 (HRW2020) zijn. In de nieuwe handleiding en handreiking zijn de onderliggende berekeningsmethodieken niet veranderd ten opzichte van de situatie in 2017. Deze analyse beschrijft de specifieke berekeningen en uitkomsten van een kwantitatieve risico analyse van één type windturbine die toegepast kan worden voor Windpark Rietvelden. De te onderzoeken windturbine is: •

Nordex N117/3600 op 118,9 meter ashoogte;

Met een melding op grond van het Besluit algemene regels inrichting milieubeheer (Barim), artikel 1.10 lid 2, voor het veranderen van een inrichting (betreffende het in werking hebben van windturbine), wordt het definitieve type windturbine kenbaar gemaakt en getoetst aan de regels van het Activiteitenbesluit. De inrichting van Windpark De Rietvelden wordt met de melding tevens opgesplitst in twee delen, waarbij windturbine 1 in gebruik en eigendom komt van de Coöperatieve vereniging Bossche Windmolen West U.A. en de overige drie turbines van WP de Rietvelden b.v. zijn. Onderhavig rapport maakt onderdeel uit van de melding voor WP de Rietvelden B.V. Er wordt een separate melding wordt ingediend voor de windturbine van Bossche Windmolen West U.A. met een apart rapport. Beide rapporten zijn inhoudelijk exact het zelfde afgezien van deze inleiding omdat de splitsing in twee inrichtingen geen effecten heeft op de toetsing van de plaatsgevonden risicocontouren.

Generieke versus specifieke berekeningen De berekeningen worden uitgevoerd met behulp van de meest recente versie van de nieuwe Handleiding risicoberekeningen windturbines versie oktober 2019 en de nieuwe Handreiking risicozonering windturbines v1.0 (HRW2020)1 waarin in hoofdstuk 3,4 en 5 van de handleiding beschreven staat hoe de plaatsgebonden risico’s van windturbines berekend kunnen worden per faalscenario. De uitkomsten van deze specifieke berekeningen zijn minder worst-case en leiden daarmee ook tot exacte afstanden voor de plaatsgebonden risicocontouren als de generieke waarden die beschreven staan in handreiking. Het HRW geeft zelf aan dat:

1

Vanaf dit punt in deze rapportage wordt naar het handboek verwezen als HRW.

Analyse PR contouren Windpark De Rietvelden | 715069 19 augustus 2020 | v5.1

Pondera Consult

2

Kader 1.1 Tekst over generieke gegevens uit het HRW “Het uitvoeren van een kwantitatieve risicoanalyse volgens de methode die in deze handleiding is beschreven kan arbeidsintensief zijn. Over het algemeen kan met een eenvoudige aanpak en conservatieve uitgangspunten worden aangetoond dat de veiligheidscriteria, zoals beschreven in de handreiking niet worden overschreden. Daarom zijn in Hoofdstuk 7 “Generieke Gegevens”, generieke conclusies afgeleid voor wat betreft trefkansen van personen en objecten. Met deze conclusies kan in veel gevallen het arbeidsintensieve analysewerk worden vermeden.”

In deze analyse worden de specifieke berekeningen gebruikt om de ligging van de plaatsgebonden risicocontouren te berekenen.

715069 | Analyse PR contouren Windpark De Rietvelden 19 augustus 2020 | v5.1

Pondera Consult

4

FAALSCENARIO’S Om de plaatsgebonden risico’s te berekenen worden de volgende faalscenario’s van windturbines beschouwd conform het HRW: •

 •

De gondel en rotor vallen langs de masttoren naar beneden. faalfrequentie: 1,3 x 10-4 per jaar

Mastfalen; 

•

faalfrequentie: 4 x 10-5 per jaar

Gondelfalen;

De mast breekt af bij de voet en valt in zijn geheel om inclusief rotor en gondel.

Bladworp bij nominaal toerental; 

faalfrequentie: 8,4 x 10-4 per jaar

Een blad breekt in zijn geheel af zonder verlies van energie tijdens een toerental behorend bij nominaal vermogen en wordt geworpen.

•

faalfrequentie: 5 x 10-6 per jaar

Bladworp bij overtoeren; 

Een blad breekt in zijn geheel af zonder verlies van energie tijdens een overtoeren situatie bij een 2x zo hoog toerental als behorend bij nominaal vermogen en wordt geworpen.

In onderstaande paragrafen wordt kort per faalscenario toegelicht welke berekeningen zijn uitgevoerd. De gebruikte symbolen zijn terug te vinden in bijlage 2.

Berekening mastfalen Voor de berekening van mastfalen is gebruik gemaakt van de formules in hoofdstuk 4 van de handleiding van het HRW. Hierbij wordt conservatief verondersteld dat de breedte van de mast lineair afneemt van de voet tot aan ashoogte van de maximale mastbreedte tot aan de minimale mastbreedte. 0 meter tot halve mastbreedte Voor de eerste meters vanaf het hart van de windturbine tot aan een halve torenbreedte wordt uitgegaan van een risico van 100% van de faalfrequentie van mastfalen Voor 𝑟 ≤ 0,5 × 𝑑 𝑃𝑚 = 𝑃𝑚𝑏 × 100% Halve mastbreedte tot aan tiplaagte De kans dat een vierkante meter wordt geraakt is gelijk aan de breedte van de mast op de te raken afstand gedeeld door de mogelijke valrichtingen. 𝐷

Voor (0,5 × 𝑑) < 𝑟 ≤ (𝐻 − ) 2

𝑃𝑡𝑜 = 𝑃𝑚𝑏 ×

𝑑𝑟 2×𝜋×𝑟

Tiplaagte tot aan onderkant gondel Op deze valafstand kan een vierkante meter geraakt worden door de mast en door de aanwezigheid van de drie vallende rotorbladen 𝐷

𝐺

2

2

Voor (𝐻 − ) < 𝑟 ≤ (𝐻 − ) 𝑃𝑡𝑙 = 𝑃𝑚𝑏 ×

715069 | Analyse PR contouren Windpark De Rietvelden 19 augustus 2020 | v5.1

𝑑𝑟 𝐷 𝑂𝑝𝑝𝑏𝑙𝑎𝑑 + 𝑃𝑚𝑏 × × 2×𝜋×𝑟 2 × 𝜋 × 𝑟 𝑂𝑝𝑝𝑟𝑜𝑡𝑜𝑟

Pondera Consult

7

Berekening bladworp bij nominaal en overtoeren situaties Voor bladworp wordt in eerste instantie de trefkansverdeling bepaald van het zwaartepunt van het blad op één vierkante meter met behulp van een kogelbaanmodel zonder luchtkrachten. Op basis van deze informatie wordt vervolgens berekend wat de kans is dat een persoon geraakt kan worden door een deel van het blad indien het zwaartepunt op maximaal 2/3 e afstand van een halve rotordiameter vanaf de persoon valt. Hierbij wordt ervanuit gegaan dat het zwaartepunt van het blad op circa 1/3e van een halve rotordiameter is gelegen. Dit is een worstcase uitgangspunt omdat uit de gegevens blijkt dat het zwaartepunt op een kleinere afstand is gelegen als 1/3e van een halve rotordiameter. De kansverdelingsfunctie van de positie waar het zwaartepunt van het blad zal inslaan is berekend met de formules uit hoofdstuk 3 paragraaf 3.2.1 van de handleiding van het HRW. 1 𝑓𝑧𝑤𝑝𝑡 (𝑥, 𝑦, Ω) = 𝑓𝑍𝑊𝑃𝑇 (𝑟; Ω) = 𝑓 (𝑟; Ω) 2×𝜋×𝑟 𝑅 Vervolgens wordt met behulp van de formules in paragraaf 3.3.2 de trefkans van een persoon uitgerekend. 𝑝𝑝 (𝑥 ∗ 𝑦 ∗ ) = 1,5 × 𝐴𝑐 × 𝑝𝑍𝑊𝑃𝑇 (𝑥 ∗ 𝑦 ∗ ) Waarbij Ac is bepaald met: 𝑑 +𝐿 2 1

𝑑 +𝐿 2 2

𝑑+𝑐 2

𝑑+𝑐 2

𝑑 𝑐 𝐴𝑐 = 𝜋( + )2 + ∫ 2𝜑(𝑟)𝑑𝑟 + ∫ 2𝜑(𝑟)𝑑𝑟 2 2

Weergave van scenario bladworp bij nominaal toerental en overtoeren Bovenstaande berekeningen resulteert in de volgende plaatsgebonden risico verdeling voor het scenario bladworp bij nominaal toerental. Het resultaat van het scenario bladworp bij overtoeren is een vergelijkbare grafiek alleen dan berekend met een toerental van 2x nominaal. Figuur 3.3 Weergave van berekening bladworp bij nominaal toerental en overtoeren

De cumulatieve PR contouren zijn per windturbinelocatie weergegeven in onderstaande paragrafen.

Analyse PR contouren Windpark De Rietvelden | 715069 19 augustus 2020 | v5.1

Pondera Consult

8

REKENRESULTATEN Nordex N117/3600 op 118,9 meter De ligging van de plaatsgebonden risicocontouren zijn als volgt: •

De PR10-5 is gelegen op 31 meter;

•

De PR10-6 is gelegen op 144 meter.

Figuur 4.1 Plaatsgebonden risico voor Nordex N117 op 118,9 meter

PR10-5

715069 | Analyse PR contouren Windpark De Rietvelden 19 augustus 2020 | v5.1

PR10-6

Pondera Consult

11

Analyse PR contouren Windpark De Rietvelden | 715069 19 augustus 2020 | v5.1

Pondera Consult

12

Analyse PR contouren Windpark De Rietvelden | 715069 19 augustus 2020 | v5.1

Pondera Consult

13

Analyse PR contouren Windpark De Rietvelden | 715069 19 augustus 2020 | v5.1

Pondera Consult

14

Analyse PR contouren Windpark De Rietvelden | 715069 19 augustus 2020 | v5.1

Pondera Consult

BIJLAGE 1 DATA HERKOMST GEGEVENS WINDTURBINES

Analyse PR contouren Windpark De Rietvelden | 715069 19 augustus 2020 | v5.1

Pondera Consult

Algemeen •

Ontbrekende datagegevens uit Windpro Windturbine Generator Catalogue, geraadpleegd op 11-05-2020.

Nordex N117/3600 •

“Transport, access roads and crane requirements for the K08 delta wind turbines N117/3600, N131/3600 IEC S and N131/3900 IEC S” Revision 08 / 2017-07-12

715069 | Analyse PR contouren Windpark De Rietvelden 19 augustus 2020 | v5.1

Pondera Consult

BIJLAGE 2 AFKORTINGEN EN SYMBOLEN LIJST

Analyse PR contouren Windpark De Rietvelden | 715069 19 augustus 2020 | v5.1

bestemmingsplan Facetplan risicocontouren Windpark De Rietvelden

Bijlage 2 Ruimtelijke onderbouwing "Windpark Rietvelden / T reurenburg" maart 2017

Bijlagen bij toelichting (vastgesteld)

41

Windpark Rietvelden / Treurenburg Ruimtelijke onderbouwing Maart 2017

Inhoudsopgave 1

Inleiding en kaders ..................................................................................................4 1.1 Achtergrond 4 1.2 Inspraak 5 1.3 Leeswijzer 6

2

Projectbeschrijving ..................................................................................................7 2.1 Ligging projectgebied 7 2.2 Toekomstige situatie 7 2.3 Benodigde vergunningen 8 2.4 Vergunningprocedure 8

3

Beleidskader ...........................................................................................................10 3.1 Nationaal beleid 10 3.2 Provinciaal beleid 12

3.3 4

3.2.1 Energieagenda van Noord-Brabant 2010-2020 3.2.2 Structuurvisie ruimtelijke ontwikkeling 2010 3.2.3 Verordening ruimte 2014 (geconsolideerde versie per 01-01-2017)

12 12 13

Gemeentelijk beleid

14

Milieu aspecten van het plan ...................................................................................15 4.1 Inleiding 15 4.2 Geluid 15 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4

4.3

4.4

Toetsingskader Onderzoek Wijziging ten opzichte van projectbeschrijving (november 2016) Conclusie

15 15 16 16

Slagschaduw

16

4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.3.4

16 16 17 18

Toetsingskader Onderzoek Wijziging ten opzichte van projectbeschrijving (november 2016) Conclusie

Ecologie

18

4.4.1 4.4.2 4.4.3 4.4.4 4.4.5 4.4.6 4.4.7

18 19 20 21 21 21 23

Toetsingskader Onderzoek Resultaten beschermde soorten Resultaten Natuurbeschermingswet en NNN Aanbevelingen Wijziging ten opzichte van projectbeschrijving (november 2016) Conclusie

4.5

4.6 4.7 4.8

Externe veiligheid

23

4.5.1 4.5.2 4.5.3 4.5.4

23 25 26 27

Toetsingskader Onderzoek Wijziging ten opzichte van projectbeschrijving (november 2016) Conclusie

Landschap Archeologie

27 30

4.7.1 Archeologie

30

Radar

31

4.8.1 Toetsingskader 4.8.2 Onderzoek en conclusie

31 32

5

Uitvoerbaarheid ......................................................................................................33 5.1 Economische uitvoerbaarheid plan 33 5.2 Financiële uitvoerbaarheid windpark 33

6

Conclusie.................................................................................................................35

Bijlagen: 1. 2. 3. 4. 5.

Geluid- en slagschaduwonderzoek Natuuronderzoek Visualisaties Archeologisch onderzoek Radartoets

1

Inleiding en kaders

1.1

Achtergrond Op 13 december 2016 stelde de gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch het ‘Energietransitie-programma 2016-2020’ vast. Een van de hoofddoelen is dat de stad in 2050 klimaatneutraal is. Hiervoor wordt veel inspanning geleverd gericht op het stimuleren van energiebesparing en duurzame energieopwekking. Eén van de doelen van het programma is ‘het realiseren van windturbines op de Rietvelden en Treurenburg. Op 14 mei 2013 heeft het college reeds besloten om nader te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om nabij de A59, (op het noordelijke deel van De Rietvelden) en op bedrijventerrein Treurenburg enkele nieuwe windturbines mogelijk te maken. Uit een ambtelijke verkenning blijkt dat zowel op De Rietvelden als op Treurenburg windturbines mogelijk zijn, onder de voorwaarde dat bedrijven, grondeigenaren en bewoners hierin samenwerken en hieraan meewerken. Op 12 maart 2014 heeft het college een verzoek ontvangen van Heineken, Barten, BCT en de familie Pennings om medewerking te verlenen aan de plaatsing van 4 windturbines op en nabij De Rietvelden. De Energiecoöperatie073 heeft de gemeente gevraagd om een locatie voor het bouwen en exploiteren van een windturbine. Op 9 september 2014 heeft de raad het raadsvoorstel “Windturbines Rietvelden / Treurenburg” aangenomen. Dit behelsde het volgende besluit: 1.

Op de locatie De Rietvelden drie windturbines en in het gebied Treurenburg e.o. drie extra windturbines mogelijk te maken. 2. Voor de locatie De Rietvelden mee te werken aan het ingediende initiatief voor drie windturbines 3. Voor de locatie Treurenburg e.o. mee te werken aan een lijn of cluster opstelling indien er een initiatief komt van bedrijven en/of bewoners uit dit gebied. Bij dit besluit heeft de raad het volgende amendement vastgesteld: 4. Alles in werk stellen om ook een vierde extra molen te realiseren en hiertoe indringende gesprekken met de provincie aan gaan. Inmiddels zijn de initiatiefnemers de samenwerking aangegaan met Energiecoöperatie 073, Bossche Windmolen West en Raedthuys Pure Energy en is het windenergieplan verder vormgegeven. Dit project behelst de plaatsing van 4 windturbines; 3 op bedrijventerrein Rietvelden en 1 windturbine tussen de bestaande turbine op Treurenburg en de Rietvelden in, zie onderstaand figuur.

Maaspoort Engelen Turbine 4

A59

De Vutter Turbine 1

Turbine 3 Ertveld Turbine 2

Figuur 1 - Het initiatief

Het type van de uiteindelijke turbine is nog niet bekend. Initiatiefnemer is voornemens een vergunningaanvraag in te dienen voor de bouw van windturbines met een maximale ashoogte van 125 meter en een maximale rotordiameter van 122 meter. De windturbines hebben een vermogen van 2 tot 3 MW per windturbine. De uitgevoerde milieuonderzoeken zijn gebaseerd op een type windturbine met deze maximale afmetingen (worst-case). Gemiddeld levert een vergelijkbaar windpark van totaal 10 MW jaarlijks zo’n 22.000 MWh op, dit is elektriciteit voor meer dan 6.000 huishoudens.

1.2

Inspraak De projectbeschrijving met toebehoren heeft met ingang van 14 november 2016 gedurende 6 weken in het kader van de gemeentelijke inspraakverordening ter inzage gelegen op het Stadskantoor aan de Wolvenhoek 1 met voor eenieder de mogelijkheid van het indienen van inspraakreacties bij het gemeentebestuur. Voorts is overeenkomstig de wettelijke voorschriften (elektronisch) kennis gegeven van de terinzagelegging van de stukken en de mogelijkheden daarop te reageren. In de periode t/m eind december 2016 zijn tientallen inspraakreacties ingebracht, waarvan enkele zijn voorzien van vele handtekeningen en/of steunbetuigingen. (In totaal hebben zich ca. 1.300 mensen uitgesproken in een reactie). Mede op basis van de inspraakreacties zijn er een aantal wijzigingen doorgevoerd ten aanzien van de initiële projectbeschrijving.

1.3

Leeswijzer Het volgende hoofdstuk bevat een beschrijving van het project. In hoofdstuk 3 volgt een beschrijving van het ruimtelijk beleidskader. Vervolgens zijn in hoofdstuk 4 de milieu aspecten benoemd die relevant zijn voor het beoogde windpark. Per aspect is een samenvatting van het toetsingskader opgenomen en zijn de resultaten van de toetsing van het project aan het betreffende beleidskader weergegeven. Hoofdstuk 5 sluit af met de conclusies.

2

Projectbeschrijving

2.1

Ligging projectgebied De Rietvelden is het grootste bedrijventerrein van ’s-Hertogenbosch. De Rietvelden is deels een zwaar bedrijventerrein. Een belangrijk gegeven is de aanwezigheid van havenaccommodaties (Rietveldenhaven en industriehaven). Het terrein kent een tweedeling. In het gebied ten westen van de Rietveldenweg zijn kleinere en middelgrote bedrijven gevestigd, en in het gebied ten oosten van de Rietveldenweg de meer grootschalige watergebonden bedrijven. Langs de Rietveldenweg hebben zich veel autogaragebedrijven en showrooms gevestigd. In het noordoosten van de Rietvelden zijn logistieke bedrijven gevestigd. De Heineken brouwerij neemt een prominente positie in, in het midden van De Rietvelden. Ten noordoosten van het projectgebied ligt de wijk Maaspoort, aan de zuidkant De Kruiskamp, in het noordwesten de wijk Engelen en ten noorden de Maas. Het centrum van ’s-Hertogenbosch ligt op ca. 3 km van het zoekgebied. De omgeving kan getypeerd worden als waterrijk bedrijventerrein dat wordt doorkruist door de A59. Bestemmingsplan - Windpark De Rietvelden valt onder de bestemmingsplannen Bedrijventerrein De Rietvelden, De Vutter, Het Ertveld en Bestemmingsplan Buitengebied. Op dit moment is in beide bestemmingsplannen niets opgenomen over windenergie en is de ontwikkeling van windenergie binnen de bestemmingsplannen niet mogelijk.

2.2

Toekomstige situatie De initiatiefnemers zijn voornemens om een windpark bestaande uit 4 windturbines te ontwikkelen op en nabij bedrijventerrein De Rietvelden in de gemeente ’s-Hertogenbosch. Bij indiening van het principeverzoek (maart 2014) hebben zij aangegeven op de hoogte te zijn van het ruimtelijk beleidskader en de voorwaarden, die vanuit de Verordening ruimte, aan de ontwikkeling worden gesteld. Het voornemen, waarvoor een m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd, is het resultaat van een zoektocht naar een ontwerp van een windpark dat voldoet aan alle provinciale regels, waarbij de overlast op omwonenden zoveel mogelijk wordt beperkt en het project natuurontwikkeling niet in de weg staat. Het voorgenomen gebruik bestaat uit een windpark van vier moderne windturbines met bijbehorende kraanplaatsen, onderhoudswegen en bekabeling. De beoogde windturbines hebben een ashoogte van maximaal 125 m en een rotordiameter van maximaal 122 meter.

2.3

Benodigde vergunningen Een aantal activiteiten op kleinere schaal zijn m.e.r.-beoordelingsplichtig indien een drempelwaarde wordt overschreden. Dit wil zeggen dat na de verplichte aanmelding van de activiteit door de initiatiefnemer onder vermelding van de te verwachten nadelige gevolgen voor het milieu, het bevoegd gezag conform de voorgeschreven procedure beoordeelt of een MER gemaakt moet worden. Voor windenergieprojecten is categorie 22.2 van bijlage D uit het Besluit Milieueffectrapportage relevant. Windparken (gedefinieerd als ten minste 3 windturbines) met een vermogen vanaf 15 megawatt of van 10 of meer turbines zijn m.e.r.-beoordelingsplichtig. Daarnaast bestaat er sinds de wijziging van het Besluit m.e.r. op 1 april 2011 voor de activiteiten waarbij de drempelwaarde voor de m.e.r.-beoordelingsplicht niet wordt gehaald, een zogenaamde vergewisplicht. Het is de plicht van het bevoegd gezag om te beoordelen of de activiteit zodanige gevolgen heeft dat er op grond van de Europese richtlijnen toch een m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. Voor windparken (gedefinieerd als ten minste 3 windturbines) tot een vermogen van 15 megawatt en minder dan 10 turbines geldt deze vergewisplicht.

De vergewisplicht kan vormvrij plaatsvinden maar is in de wetgeving (Wabo - Besluit omgevingsrecht) voor onder meer windparken gekoppeld aan een omgevingsvergunning beperkte milieutoets (zie verder bij Waboomgevingsvergunning). Voor het beoogde windpark De Rietvelden geldt dat de beide drempelwaarden van 15 MW en van 10 windturbines niet zal worden overschreden. Wel bestaat het windpark uit 3 of meer windturbines. Om die reden moet ten behoeve van deze aanvraag een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd worden. Voor de bouw van de 4 windturbines is in ieder geval een omgevingsvergunnning nodig voor;  Afwijken van bestemmingsplan  Bouwen  Beperkte milieutoets (wanneer MER niet nodig is).

2.4

Vergunningprocedure Met de inwerkingtreding van de Crisis- en herstelwet zijn, op grond van artikel 9f, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998, Gedeputeerde Staten bevoegd gezag voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor windparken met een gezamenlijk opgesteld vermogen tussen 5-100 MW. Gedeputeerde Staten van Provincie Noord-Brabant hebben op 10 mei 2016 besloten de bevoegdheid voor de benodigde vergunningen over te dragen aan gemeente ’s-Hertogenbosch.

Aangezien sprake is van een activiteit (afwijken van het bestemmingsplan) die is aangewezen in artikel 3.10 lid 1 sub a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), moet de uitgebreide voorbereidingsprocedure uit de Wabo worden gevolgd. Dat houdt in dat eerst een ontwerp van de omgevingsvergunning met de bijbehorende documenten ter inzage wordt gelegd op basis waarvan eenieder zijn zienswijze naar voren kan brengen. Na de periode van terinzagelegging van het ontwerp van de omgevingsvergunning beslist het college van B&W definitief op de aanvraag waarbij een totale termijn van 6 maanden na ontvangst van de aanvraag wordt aangehouden. Deze termijn kan eenmalig met een termijn van 6 weken worden verlengd.

3

Beleidskader In dit hoofdstuk wordt het relevante planologische beleidskader beschreven vanuit het Rijk (paragraaf 3.1), de provincie (paragraaf 3.2) en de gemeente (paragraaf 3.3). Het initiatief om nieuwe windturbines te plaatsen wordt in dit hoofdstuk aan dit beleidskader getoetst. De resultaten van de toetsing zijn te vinden in paragraaf 3.4.

3.1

Nationaal beleid De Raad en Europees parlement hebben richtlijn 2009/28/EG vastgesteld op grond waarvan Nederland wordt verplicht om in 2020 14% van het totale bruto eindverbruik aan energie op te wekken met behulp van hernieuwbare bronnen. Deze richtlijn vormt de basis voor het rijksbeleid ten aanzien van de opwekking van duurzame energie. Om tot een duurzame energiehuishouding te komen heeft het toenmalige ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) in het energierapport (2011)1 vastgelegd te willen investeren in duurzame energie. Dit heeft onder andere geresulteerd in de doelstelling om in 2020 minstens 6.000 Megawatt (MW) aan windenergie op land te hebben staan. Aansluitend op het energierapport is op 26 april 2011 de breed gesteunde Tweede Kamermotie Verburg/Samsom ingediend. Deze motie heeft geleid tot de totstandkoming van een ‘Nationaal Energietransitie Akkoord’, waarin het streven naar een in internationaal verband volledig duurzame energievoorziening in 2050 staat beschreven. Onder leiding van de SER is in september 2013 het Nationaal Energieakkoord door alle partijen ondertekend. In dit Energieakkoord wordt de basis gelegd voor een breed gedragen, robuust en toekomstbestendig energie- en klimaatbeleid.

Om dit te kunnen realiseren, is een Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) opgesteld, waarin het realiseren van de 6.000 MW in 2020 wordt uitgewerkt. In de SVIR2 geeft het Rijk aan dat de overgang naar duurzame energie om meer ruimte vraagt. Ten behoeve van de besluitvorming over de Structuurvisie Wind op Land is tevens een planMER opgesteld. Om te waarborgen dat er in Nederland voldoende ruimte wordt gereserveerd voor windenergie, zijn in samenwerking met de provincies kansrijke gebieden aangewezen voor grootschalige windenergie (> 100 MW). Dat is gebeurd op landschappelijke en natuurlijke kenmerken enerzijds en het windaanbod anderzijds. In de provincie Noord-Brabant zijn geen grootschalige windenergie locaties aangewezen.

1 2

Ministerie van EL&I, Energierapport 2011 (2011). Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, 13 maart 2012.

Figuur 2 - Structuurvisie Wind op Land: gebieden voor grootschalige windenergie in Nederland .

Om de doelstelling van 6.000 MW te halen is het noodzakelijk dat ook buiten deze gebieden ruimte wordt geboden voor kleinere windturbineparken. Provincies kunnen daarvoor locaties aanwijzen of hebben dit reeds gedaan. In het recent gesloten SER akkoord3 zijn de doelen nog eens bevestigd en vastgelegd. In de Structuurvisie Wind op Land4 is - na overleg met de provincies ook een doelstelling opgenomen voor de hoeveelheid gerealiseerd vermogen per provincie in 2020. Tabel 1 - Doelstelling in MW per provincie. Deze doelstellingen tellen op tot 6.001 MW. Provincie Doelstelling (MW) Provincie Doelstelling (MW) Friesland 530,5 Groningen 855,5 Overijssel 85,5 Drenthe 285,5 Noord-Holland 685,5 Flevoland 1.390,5 Zuid-Holland 735,5 Utrecht 65,5 Zeeland 570,5 Gelderland 230,5 Noord-Brabant 470,5 Limburg 95,5

3 4

Sociaal Economische Raad, Energieakkoord voor Duurzame Groei, september 2013. Structuurvisie Windenergie op land, 31-03-2014

3.2

Provinciaal beleid De provincie Noord-Brabant heeft als doelstelling om in 2020 ten minste 470,5 MW aan windvermogen te hebben opgesteld. Deze taakstelling is opgenomen in de Verordening Ruimte. Hierin zijn de kaders voor windenergie helder vastgesteld.

3.2.1

Energieagenda van Noord-Brabant 2010-2020 Provincie Noord-Brabant heeft in 2010 een Energieagenda opgesteld. De agenda concentreert zich op zeven gebieden. Rond drie gebieden ziet de provincie kansen om Noord-Brabant uit te laten groeien tot een internationale topregio: zon-pv, biobased economy en elektrisch rijden/slimme netwerken. Op vier andere gebieden schept de provincie kansen door het vergroten van mogelijkheden binnen het ruimtelijk instrumentarium, wet- en regelgeving en het wegnemen van drempels. Het gaat om de aandachtsgebieden windenergie, duurzame warmte, energiebesparing in de gebouwde omgeving en de onderliggende decentrale netwerken. In de agenda wordt gesteld dat de toepassing van windenergie direct bijdraagt aan de productie van hernieuwbare energie en aan het naderbij brengen van klimaatdoelstellingen. In de agenda is verwoord dat voor windenergie gemeente en uitvoerders de belangrijkste spelers zijn. Als die partijen er niet uitkomen heeft de provincie de bevoegdheid met vaststelling van een Provinciaal inpassingsplan de realisering van een windturbineproject (alsnog) mogelijk te maken. De provincie heeft haar ruimtelijk beleid voor de ontwikkeling van windenergie in de provincie NoordBrabant geformuleerd in de structuurvisie Ruimte 2010 en de Verordening Ruimte.

Dit beleid is leidend voor het bereiken van de provinciale doelstelling voor wind op land in de provincie Noord-Brabant: 470,5 MW in 2020.

3.2.2

Structuurvisie ruimtelijke ontwikkeling 2010 Op 1 januari 2011 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant in werking getreden. De structuurvisie is in 2014 herzien. In de structuurvisie staat het volgende over windenergie: “Doordat fossiele energiebronnen uitgeput raken is het belangrijk dat de transitie naar andere duurzame energiebronnen stevig wordt ingezet en dat er zuinig wordt omgegaan met (bestaande) energiebronnen. De provincie wil bijdragen aan de ontwikkeling en opwekking van duurzame energie, zoals uit wind, zon, bodem, biomassa, (co)- vergisting en geothermie. De provincie steunt de ontwikkeling van windenergie onder voorwaarden. Om versnippering van meerdere kleinere initiatieven tegen te gaan, kiest de provincie voor geclusterde opstelling van windturbines. Dat kan bij grootschalige bedrijventerreinen in het stedelijk concentratiegebied en in landschappen die daar voor wat betreft schaal en maat geschikt voor zijn. Dit betekent wel in de open zeekleigebieden en niet in de kleinschalige cultuurlandschappen. De provincie vindt het belangrijk dat windturbines na afloop van de gebruiksperiode worden

gesaneerd. De provinciale doelstelling is om in 2020 470,5 MW aan vergund vermogen windenergie te hebben opgesteld.” 3.2.3

Verordening ruimte 2014 (geconsolideerde versie per 01-01-2017) In de Verordening ruimte staan regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van bestemmingsplannen: De provincie wil ruimte bieden voor het opwekken van duurzame energie. Omdat windturbines grote invloed hebben op de ruimtelijke kwaliteit, is het nodig om algemene regels te stellen. De regels in dit artikel hebben betrekking op de stedelijke structuur. Hierbij hanteert de provincie de volgende indeling: -

-

Kleine windturbine: Mast tot 15 meter hoog Middelgrote windturbines: Mast van 25 tot 60 meter hoog, wiekdiameter van 10 tot 50 meter en een maximaal opwekkingsvermogen van 50 kW tot 1.000 kW; Grote windturbines: Mast vanaf 60 meter, wiekdiameter vanaf 50 meter en een maximaal opwekkingsvermogen vanaf 1.000 kW;

De bouw van windturbines met een hoogte van minder dan 25 meter is een verantwoordelijkheid van gemeenten. In de verordening zijn alleen regels opgenomen voor (middel)grote windturbines. In de Structuurvisie ruimtelijke ordening is opgenomen dat de ontwikkeling van (middel)grote windturbines zo veel mogelijk dient aan te sluiten bij de karakteristiek van het landschap. Vanwege het grootschalige karakter, kiest de provincie ervoor de ontwikkeling alleen toe te laten bij zogenaamd grootschalige landschappen, zoals (middel)zware bedrijventerreinen, hoofdinfrastructuur en het grootschalige open polderlandschap in West-Brabant. Om verrommeling tegen te gaan kiest de provincie om geen solitaire windturbines toe te laten. Voor opstellingen in de stedelijke structuur geldt dat er sprake moet zijn van minimaal drie windturbines in lijn- of clusteropstelling. De realisatie van windturbines kan gefaseerd en door meerdere exploitanten geschieden. In artikel 4.10 (en 6.18, 7.20 ) onder c van de verordening is bepaald dat moet zijn verzekerd dat windturbines die niet meer worden gebruikt, worden gesloopt. Het is de verantwoordelijkheid van de gemeente om er voor te zorgen dat deze zekerheid is gegarandeerd.

Op grond van de verordening ruimte moeten windturbines zijn gesitueerd op of direct aansluitend op gronden die zijn aangewezen als middelzwaar en zwaar bedrijventerrein met een bruto oppervlak van ten minste 20 hectare.

3.3

Gemeentelijk beleid De gemeente heeft de ambitie om in 2050 een klimaat neutrale stad te zijn. Dat wil zeggen dat we dan duurzaam wonen en werken: zonder negatieve invloed op het klimaat. Het eerste Energie- en Klimaatprogramma is klaar. Op 16 december 2016 stelde de gemeenteraad het Energietransitie-programma 2016-2020 vast. Met dit Energietransitie-programma stimuleren we de stad om om te schakelen naar een energievoorziening die niet meer gebaseerd is op fossiele brandstoffen, maar op duurzame energie. Deze energietransitie is nodig voor een leefbare stad en een sterke economie én kan daarvoor een impuls zijn. Om de doelstelling klimaatneutraal te bereiken zijn er 4 zeer grote opgaven:  Energie besparen  Duurzame energie opwekken in de stad  Duurzame energie opwekken buiten de stad  Oplossingen zoeken voor het resterende energieverbruik, waar we nu nog geen oplossing voor kennen. Een van de genoemde activiteiten om de doelstellingen te halen is het realiseren van windmolens op De Rietvelden en Treurenburg, uitwerken en zo mogelijk realiseren van de plannen voor windmolens op De Brand en Heesch West en verkenning mogelijkheden voor windmolens in het gebied tussen ‘s-Hertogenbosch en Oss.

4

Milieu aspecten van het plan

4.1

Inleiding In dit hoofdstuk vindt de toetsing van het voornemen plaats aan het beleid en de normstelling voor de relevante milieuaspecten. De onderzoeken zijn gebaseerd op een opstelling binnen de paarse vlakken zoals gegeven in figuur 1. Wanneer voor de vergunningaanvraag de exacte locaties nog verschuiven moeten de deelonderzoeken opnieuw uitgevoerd worden op basis van de aangevraagde locaties. De uitgevoerde onderzoeken zijn bijgevoegd als bijlagen.

4.2

Geluid

4.2.1

Toetsingskader Windturbines produceren geluid, dat meestal wordt omschreven als suizend of zoevend. Er is veel onderzoek gedaan naar windturbinegeluid en de effecten van blootstelling aan dit geluid. Op basis van deze onderzoeken zijn relaties bepaald tussen de hinderbeleving en de blootstelling aan geluidniveaus. Dit zijn dosiseffectrelaties waarbij met de mate van blootstelling een bepaalde mate van effect gepaard gaat. Deze relaties vormen de basis voor de geluidwetgeving in Nederland. Alle windturbines in Nederland vallen onder het Activiteitenbesluit. Volgens dit besluit is de maximaal toegestane waarde ter plaatse van geluidsgevoelige objecten 47 dB Lden en 41 dB Lnight. De Lden (Engels: Level day-evening-night) is een maat om de geluidsbelasting door omgevingslawaai uit te drukken. Hierbij wordt de geluidsbelasting die optreedt gedurende de nacht en de avond zwaarder meegewogen dan geluid overdag. De geluidsnorm staat beschreven in artikel 3.14a van het Activiteitenbesluit. Bij bijzondere lokale omstandigheden kunnen maatwerkvoorschriften worden vastgesteld waarin wordt afgeweken van de standaard normstelling uit het Activiteitenbesluit. Een gevoelig gebouw betreft een geluidsgevoelig gebouw conform artikel 1 van de Wet geluidhinder (Wgh) zoals woningen.

Woningen op een geluidgezoneerd industrieterrein (zoals het industrieterrein Rietvelden-Ertveld) vallen echter buiten de Wet geluidshinder en hoeven in deze dus niet te worden getoetst. Om een goede ruimtelijke afweging te maken worden ze wel beschouwd.

4.2.2

Onderzoek Voor het windenergieproject is ten behoeve van de projectbeschrijving een akoestisch onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 1). Het windturbinetype is zodanig

gekozen (worst-case) dat daarmee de maximale geluidbelasting in de omgeving van het windpark kan worden weergegeven. Op basis van de worst case berekeningen bleek dat ter plaatse van diverse woningen zonder maatregelen aan de turbines niet aan de grenswaarden 47 dB Lden en 41 dB Lnight uit het Activiteitenbesluit werd voldaan. Bij 6 woonobjecten werd een hogere geluidswaarde dan 47 dB Lden en 41 dB Lnight verwacht. 4.2.3

Wijziging ten opzichte van projectbeschrijving (november 2016) Vanwege nader onderzoek en het stiller worden van windturbines is besloten tot het terugdringen van overlastaspecten en scherp toe te zien op het nakomen van de wettelijk gestelde geluidsnormen voor windparken. Daarbij is - in afwijking van de opzet waarmee het initiatief in de inspraak is gebracht - niet langer sprake van het mogelijk toepassen van maatwerkvoorschriften die extra geluidsbelasting toestaan boven de milieunormen die gesteld zijn in het Activiteitenbesluit. De geluidsuitstraling van het windpark gaat daarmee belangrijk omlaag. De zes eerder genoemde woonobjecten (Engelsedijk, gemaalweg en het Molengat) krijgen hiermee een maximale geluidsbelasting van 47 dB Lden en 41 dB Lnight.

4.2.4

Conclusie Het windpark moet bij alle woningen voldoen aan de grenswaarden voor geluid uit het Activiteitenbesluit. Maatwerkvoorschriften ten behoeve van hogere geluidswaarden dan 47 dB Lden en 41 dB Lnight zijn niet aan de orde.

4.3

Slagschaduw

4.3.1

Toetsingskader Schaduweffecten van een draaiende windturbine kunnen hinder veroorzaken bij mensen. In artikel 3.14 onder 4. van het Activiteitenbesluit wordt verwezen naar de bij de ministeriële regeling te stellen maatregelen. In deze regeling is in artikel 3.12 voorgeschreven dat een turbine is voorzien van een automatische stilstandsvoorziening die de windturbine tijdelijk even afschakelt indien slagschaduw optreedt ter plaatse van gevoelige objecten voor zover de afstand tussen de turbine en de woning minder bedraagt dan twaalf maal de rotordiameter en gemiddeld meer dan 17 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten slagschaduw kan optreden. Indien de schaduw op de woning voorbij zal zijn, schakelt de stilstandvoorziening uit en draait de turbine weer verder.

4.3.2

Onderzoek Voor het windenergieproject is ten behoeve van de projectbeschrijving een slagschaduwonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 1). Voor het slagschaduwonderzoek was het uitgangspunt gehanteerd dat geen stilstandsvoorziening nodig is als de gemiddelde duur van hinderlijke schaduw op een woning minder is dan 6 uur per jaar.

De verwachte schaduwduur ter plaatse van woningen in de omgeving is gemodelleerd met behulp van het programma WindPRO. De resultaten zijn weergegeven en beoordeeld in het slagschaduwonderzoek (bijlage 1, hoofdstuk 3). Uit de slagschaduwrapportage blijkt het volgende:  In de omgeving van het beoogde windpark wordt zonder stilstandvoorziening niet ter plaatse van alle woningen voldaan aan de grenswaarde voor schaduwduur die in het Activiteitenbesluit is gesteld.  Voor de opstelling is een stilstandvoorziening nodig om ter plaatse van alle woningen te voldoen aan de grenswaarde voor schaduwduur die in het Activiteitenbesluit is gesteld. Groen = 0 uur / rood = 5 uur / grijs is 15 uur

Figuur 3 – 0 uur, 5 uur en 15 uur slagschaduwcontour van windpark De Rietvelden.

4.3.3

Wijziging ten opzichte van projectbeschrijving (november 2016) Het hindervoorschrift uit het Activiteitenbesluit van ‘maximaal 17 dagen met een langere slagschaduwduur dan 20 minuten’ bevat een zeer bijzondere normeringsmaat. Dit betekent namelijk dat - theoretisch gezien - een gevoelig object (woning) gedurende veel meer dan 17 dagen in het jaar nog wel 19 minuten per dag aan slagschaduwduur zonder probleem zou mogen ontvangen. Om hinder zo veel als mogelijk te voorkomen en het goede woon- en leefklimaat te waarborgen, hanteren wij – in overleg met de initiatiefnemers - met dit plan een maximale slagschaduwduur van 5 uur en 40 minuten per jaar (17x20 min = 340 minuten = 5 uur + 40 minuten). Hiermee wordt de benodigde uitleg voor slagschaduw eenvoudig gehouden en de tijdsduur praktisch goed uitvoerbaar. Deze 340 minuten wordt beschouwd als de strengste uitleg van het betreffende hindervoorschrift. De toelaatbare slagschaduw wordt met dit plan zonder voorbehoud gesteld (en ingeregeld op de turbines) op een absoluut maximum van 340 minuten per jaar. Hiermee zal er in de praktijk nooit sprake zijn van norm overschrijdende slagschaduw.

4.3.4

Conclusie In de omgeving van windpark De Rietvelden zijn gevoelige objecten (woningen) aanwezig waar een schaduwduur kan optreden waarmee de maximaal toegestane schaduwduur wordt overschreden. Om die reden moeten de beoogde turbines worden voorzien van een stilstandvoorziening (voorwaarde in de te verlenen vergunning). Hiermee kan in elk geval worden bereikt dat aan de maximaal toegestane schaduwduur van 340 minuten per jaar wordt voldaan.

4.4

Ecologie

4.4.1

Toetsingskader Soort- en gebiedsbescherming De regelgeving met betrekking tot natuur kent twee typen bescherming: 'soortbescherming' en 'gebiedsbescherming'. Soortbescherming is gericht op individuele soorten flora en fauna. Gebiedsbescherming is gericht op specifieke habitats waartoe speciale begrensde gebieden zijn aangewezen. Dit omvat Natura 2000--gebieden en gebieden die vallen onder regelgeving vanuit provinciaal natuurbeleid (het Natuur Netwerk Nederland (NNN)). De regels van soort- en gebiedsbescherming sluiten elkaar niet uit, doch vullen elkaar aan. Toetsing aan gebiedsbescherming vindt uitsluitend plaats indien beschermde gebieden in het geding zijn, terwijl toetsing aan de soortbescherming altijd vereist is, óók in de beschermde gebieden. Gebruiks- en aanlegfase Bij de effectenbeoordeling dient vervolgens onderscheid te worden gemaakt tussen een 'aanlegfase' en een 'gebruiksfase'. Bij de aanlegfase gaat het uitsluitend om de effecten van de realisatie van het voornemen zelf, terwijl het bij de gebruiksfase gaat om de effecten daarná, van ‘aanwezigheid’ van het voornemen (turbines). Soortbescherming De natuurwetgeving is in eerste lijn gericht op soortbescherming, dat wil zeggen bescherming van afzonderlijke soorten planten en dieren ‘in welke situatie dan ook’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15617075/1