CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 - Bouwsteen Omgevingsvisie, themabeleid

Gemeenteraad 9 september 2025, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Omgevingsvisie 'Zin in 's-Hertogenbosch'17.373 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De Toeristische visie bevat geen blauwdruk voor de toekomst, maar een leidraad voor de ontwikkeling van 's-Hertogenbosch als toekomstbestendige bestemming voor de kwalitatieve verblijfsbezoeker. De visie vormt een kapstok voor onze toeristische koers, de basis voor het ontwikkelen van een actieplan en een verbinding met ander beleid dat het toerisme raakt, zoals beleid op het gebied van economie, evenementen, cultuur, erfgoed, sport, leisure, het uitgaansleven, mobiliteit en ruimte. De visie is tevens een uitnodiging aan onze partners om samen invulling te geven aan de uitvoering en vormt de basis voor het ontwikkelen van een actieplan en bevat ruimtelijke consequenties waar rekening mee gehouden moet worden. In vervolg op de Toeristische visie gaan we aan de slag met een actieplan. Voor de uitwerking en achtergronden verwijzen we graag naar de Toeristische visie.

3.7 Logiesbeleid In aansluiting op de Toeristische Visie ’s-Hertogenbosch is het Logiesbeleid in 2025 vastgesteld. Dit richt zich op het verder ontwikkelen van ’s-Hertogenbosch als aantrekkelijke bestemming voor toeristen en zakelijke reizigers, met een gezonde balans tussen toerisme, woonruimte en de lokale economie. Specifiek richt het Logiesbeleid zich op: •

Het bevorderen van een evenwichtige groei in het aanbod van logiesvoorzieningen, waarbij rekening wordt gehouden met de balans tussen vraag en aanbod, spreiding in prijsklassen, en effecten op de leefbaarheid.

•

Het versterken van de aantrekkelijkheid van ’s-Hertogenbosch als zakelijke en toeristische bestemming, waarbij een spreiding in het gebruik van accommodaties door de week en in verschillende seizoenen wordt gestimuleerd én wordt ingezet op een stijging van meerdaags verblijf en zakelijk toerisme.

•

Het behoud van de leefbaarheid door een goede balans tussen levendigheid en woonfunctie.

In het logiesbeleid zijn voor de verschillende vormen van logies toetsingskaders opgesteld, zodat het goede initiatief, op de goede locatie en in de goede vorm gerealiseerd kan worden. Het ontstaan van onacceptabele leegstand en een negatief effect op de uitstraling van de stad moet voorkomen worden. Voor de meeste logiescategorieën is beperkte uitbreidingsruimte aanwezig is. De focus voor vestiging van deze functies ligt op de ‘Brede Binnenstad’ en ‘Dorpen en Buitengebied’. Voor de uitwerking en verdere achtergronden verwijzen we graag naar het Logiesbeleid

22

Koepelthema Vitale, zorgzame en veilige samenleving 3.8 Maatschappelijke Ondersteuning en fijn oud worden Via ons beleid, activiteiten en projecten dragen we als gemeente samen met onze partners bij aan het zo lang mogelijk zelf-, samenredzaam en zelfstandig thuis kunnen wonen. Iedereen moet zich thuis kunnen voelen en meedoen. Dit hebben we uitgewerkt in de Beleidsvisie Maatschappelijke Ondersteuning - 's-Hertogenbosch voor iedereen. Deze richt zich op: -

Een inclusieve en toegankelijke samenleving Positieve gezondheid Een sterke informele basisstructuur en basisondersteuning Specialistische ondersteuning lichte en complexe zorg,

De volgende leidende principes zijn hiervoor van belang: -

We gaan zoveel mogelijk uit van de mogelijkheden en talenten van mensen. We stimuleren eigen verantwoordelijkheid en gelijke kansen. Ondersteuning is passend, dichtbij en laagdrempelig. We bieden ruimte voor professionals om beslissingen te nemen. We zetten in op eenvoud en zo weinig mogelijk bureaucratie. We werken zakelijk vanuit een sociaal hart (binnen de financiële kaders).

Om fijn oud te kunnen worden hebben we in 2025 op basis van inbreng van een burgerberaad een Woonzorgvisie opgesteld. Hierin hebben we 9 principes opgenomen, waaraan we de komende jaren samen met alle partners en onze inwoners invulling geven: 1. We zien ouder worden niet als een probleem, maar als een verrijking voor ons allemaal; 2. We geloven in de beweging van ik naar wij; 3. We staan pal voor liefdevolle zorg voor hen die het niet zelf redden; 4. We, inwoners, maatschappelijke initiatieven en professionele organisaties werken samen in de wijk; 5. We hebben oog voor de kracht van verscheidenheid; 6. We wonen langer thuis in onze buurt met voldoende steun; 7. We bouwen nieuwe woningen die geschikt zijn om oud te worden; 8. We werken aan een gezonde leefomgeving die ontmoeten, bewegen en gezond leven stimuleert; 9. We zorgen goed voor de mensen die voor ons zorgen.

Voor de uitwerking en achtergronden verwijzen we graag naar de Beleidsvisie Maatschappelijke Ondersteuning en de Woonzorgvisie. 23

3.9 Gezondheid We streven naar een ‘gezonde’ gemeente. Met het Programma Samen gezond dragen we hieraan bij. We ondersteunen bijvoorbeeld onze inwoners door het stimuleren en faciliteren van een gezonde leefstijl en het zoveel mogelijk naar kunnen meedoen aan de samenleving. Maar dat doen we ook, door het zo inrichten van de leefomgeving dat het maken van een gezonde keuze gemakkelijker is. Samen met onze inwoners en partners in de stad werken we aan het bereiken van meer gezonde en gelukkige jaren voor onze inwoners, en het verkleinen van de nog altijd aanwezige gezondheidskloof. Wanneer de gezondheid van inwoners verbetert, dan neemt ook de veerkracht van de inwoners toe en daarmee ook de kansen om mee te doen. Er zijn grote verschillen in gezondheid in de buurten in de gemeente. We willen gaan voor gelijke kansen op gezondheid. We richten ons op het bieden van ondersteuning daar waar dat het meest nodig is. Er zijn 12 focusbuurten aangewezen in het Programma Samen Gezond: Boschveld, Kruiskamp, Schutskamp, Gestelse buurt, Aawijk Noord, Graafsebuurt Zuid, De Hambaken, De Slagen, De Haren, De Sprookjesbuurt, De Muziekinstrumentenbuurt en De Edelstenenbuurt. De inspanningen in deze focusbuurten worden afgestemd op de behoeften, wensen en mogelijkheden van de inwoners. De focus licht op preventie: voorkomen dat er gezondheidsproblemen ontstaan.

De inzet is daarom gericht op de onderliggende factoren van gezondheid, de omstandigheden waarin mensen opgroeien, werken en leven. Waaronder een gezonde leefomgeving. In het algemeen volgen we het principe ''health in all policies'', dus gezondheidsoverwegingen dienen integraal onderdeel te zijn voor beleidsvorming. Naast beleid geldt dat onder andere ook in de uitvoering, stedelijke ontwikkeling, onderwijs, sociale zekerheid en milieu. We werken aan 4 programmalijnen: 1) 2) 3) 4)

inwoners aan zet integrale en domein overstijgende samenwerkingen een prettige en gezonde leefomgeving kenniskooppunt: innoveren, experimenteren en leren.

Programmalijn 3 omvat het zichtbaar verbeteren van de fysieke en sociale leefomgeving in buurten, zodat die uitnodigt tot gezond leven en bewegen. Een belangrijke ambitie in deze programmalijn is om bij te dragen aan een infrastructuur van buurten, straten, pleinen en openbare ruimtes die zo worden ingericht dat ze niet alleen aantrekkelijker en functioneler zijn, maar ook veilig en toegankelijk voor alle bewoners, ongeacht leeftijd, mobiliteit of sociaaleconomische status. Het aanleggen en verbeteren van veilige fiets- en wandelpaden, het ontwikkelen van 'age-friendly' beweegmogelijkheden, het herinrichten van bestaande parken en groenstroken, alsook het ontwikkelen van nieuwe groene ruimtes die verschillende activiteiten ondersteunen en het transformeren van schoolpleinen en speelruimtes naar groene, gezonde speelomgevingen vallen onder deze ambitie. Een project is bijvoorbeeld de herinrichting van het Beatrixpark als centrale locatie voor ontmoeting, bewegen en recreatie. Binnen het Programma worden voorstellen gedaan voor drie buurten:

24

-

-

Herinrichting Beatrixpark als centrale locatie voor ontmoeting, bewegen en recreatie. Hierbij sluiten we aan op en verbinden we met het programma Spoorzone met het project Buitendieze (verwacht vanaf 2026-2027) Bij het Programma ‘De Gestelse buurt werkt!’ verkennen we de mogelijkheden om te investeren in de fysieke leefomgeving in deze buurt. En, de komende jaren gaat er veel gebeuren in De Haren. Een deel van de buurt wordt gesloopt en een deel wordt gerenoveerd. Er is aandacht voor gezondheid in de ontwikkelplannen. Door het meedenken met de ontwikkelkaders maximaliseren we de kans om gezondheid aan de voorkant mee te nemen.

Voor de uitwerking en achtergronden verwijzen we graag naar het Programma Samen Gezond.

3.10 Sociale Structuur Vrijwilligers vormen een sterk sociaal verband in ‘s-Hertogenbosch. Met het Programma Sociale structuur willen we dat sociale verband naar de toekomst toe verder waarderen, ondersteunen en versterken. Het is onze streven om werkend vanuit vertrouwen, meer ruimte aan initiatief te bieden. We starten bij bestaande activiteiten en organisaties. We willen in partnerschap met gemeente en vrijwilligers, het eigenaarschap van inwoners vergroten. Gemeentelijke en professionele inzet is daaraan ondersteunend. Dat betekent niet dat alles kan, maar wel dat samen met inwoners wordt gekeken of, hoe en op welke manier initiatieven tot realisatie gebracht kunnen worden. Het Programma Sociale structuur richt zich op drie lijnen: 1) De kracht van vrijwillig initiatief waarderen, ondersteunen, versterken en toekomstbestendig maken en beter in relatie tot professionele inzet brengen.4.5 2) Het bevorderen dat mensen met geen (sterk) netwerk mee kunnen doen naar vermogen en verbonden zijn aan een vangnet. 3) Een fysieke leefomgeving die uitnodigt om te ontmoeten en te verbinden. Het is heel belangrijk dat we hiervoor als gemeente over de grenzen van beleidsterreinen heen gaan werken, elkaar opzoeken en op zoek gaan naar meekoppelkansen. Voor de uitwerking en achtergronden verwijzen we graag naar het Programma Sociale structuur.

3.11 Beschermd wonen en maatschappelijke opvang Binnen de regio Meijerij en Bommelerwaard werken we met gemeenten en onze partners samen aan het bereiken van de ambitie, dat zoveel mogelijk mensen kunnen meedoen aan de samenleving. Het gaat dan ook bijvoorbeeld om mensen die beschermd wonen. We gaan hierbij uit van het vermogen, de talenten, de kwaliteiten en de wensen van de inwoners. In de ‘Regiovisie beschermd wonen en maatschappelijke opvang’ hebben we gezamenlijk de volgende ambities benoemd:

25

-

-

Wij ontwikkelen een integrale ondersteuning voor kwetsbare mensen in de wijk, met aandacht voor de leefomgeving, daginvulling en financiën. De regie op de regionale toegang tot beschermd wonen en maatschappelijke opvang is onafhankelijk georganiseerd en de verbinding met wonen is gelegd. Zo min mogelijk mensen maken gebruik van de maatschappelijke opvang. Degenen die toch een beroep moeten doen op de maatschappelijke opvang stromen zo snel als mogelijk door naar een passende plek. Mensen die een beroep moeten doen op beschermd wonen, wonen zo zelfstandig mogelijk ‘Thuis in de Wijk’. Kwetsbare mensen die een woonvraag hebben, worden zo snel mogelijk naar een passende woonruimte geholpen met zo min mogelijk verhuisbewegingen. We leiden mensen die het echt nodig hebben toe naar de juiste zorg en ondersteuning (bemoeizorg) en voeren regie op de snijvlakken van zorg en veiligheid.

Voor uitwerking en achtergronden verwijzen we graag naar de Regiovisie beschermd wonen en maatschappelijke opvang.

3.12 Jeugd: talentontwikkeling & jeugdhulp Gericht op de doelgroep ‘jeugd’ hebben we het Programma Talentontwikkeling en het Programma Jeugdhulp opgesteld. De beide programma's vormen samen de paraplu voor onze werkzaamheden voor de doelgroep jeugd. We willen alle kinderen en jongeren in staat stellen hun talenten te ontdekken en te ontwikkelen. Dat doen we door in samenwerking met partners als het onderwijs, kinderopvang, basisondersteuning, sport, cultuur, enz. te zorgen voor een basis aan voorzieningen en activiteiten in buurten en wijken. Bovenop die basis organiseren we extra ondersteuning voor kinderen en jongeren en ouders die dat nodig hebben. Uitgangspunt is dat alle kinderen en jongeren, ook al zijn er soms ingewikkelde problemen, thuis kansrijk en veilig kunnen opgroeien. Wanneer dat nodig is, willen we ervoor zorgdragen dat er tijdig passende hulp beschikbaar is, op voor de jeugdigen logische plekken. Talentontwikkeling Wij willen dat alle jongeren in onze gemeente het beste uit zichzelf kunnen halen, door hen in staat te stellen hun talenten te ontwikkelen en daarmee hun geloof in eigen kunnen te vergroten, waardoor zij kunnen meedoen in de samenleving. Door ongelijk te investeren, creëren we gelijke kansen voor alle jongeren.

Want alle jongeren beschikken over talenten, maar niet alle jongeren groeien op in een omgeving die hen in staat stelt die talenten te ontwikkelen. Om alle jongeren in staat te stellen hun talenten te ontwikkelen, willen we hun zelfvertrouwen stimuleren, hun horizon verbreden en hen laten opgroeien in een stabiele omgeving. Samen met de jongeren, hun ouders en onze partners zorgen wij voor een omgeving waarin dat mogelijk is. Om hieraan te werken investeren we in de verbindingen tussen thuis-school-wijk en organiseren wij een goede basis. Om dit te bereiken zetten we in op 6 programmalijnen: 1. Programma gelijke kansen 2. Kinderopvang & onderwijs 3. Onderwijshuisvesting 26

4. Jongerenwerk & jongerenparticipatie 5. Opvoeden & opgroeien 6. Meedoen Voor uitwerking en achtergronden verwijzen we graag naar het Programma Talentontwikkeling. Jeugdhulp: Samen zorgen we ervoor dat onze kinderen en jongeren veilig, kansrijk en zo thuis mogelijk opgroeien. Jeugdhulp is direct toegankelijk voor de meest kwetsbare kinderen en gezinnen. Door het vrij toegankelijke aanbod meer toe te snijden op de werkelijke hulpbehoefte van kinderen en ouders - en deze hulp beschikbaar te maken op voor hen logische plekken voorkomen we een te groot beroep op jeugdhulp. Om dit te bereiken zetten we in op 6 programmalijnen: 1. Op plekken waar kinderen en jongeren komen is hulp meer bespreekbaar, tijdiger beschikbaar en daarmee laagdrempeliger en toegankelijker. 2. Kinderen en jongeren ontvangen passende hulp doordat verwijzers ieder voor zich duidelijk weten wat hun expertise, verantwoordelijkheid en rol is en zij samenwerken waar nodig. 3. Meer kinderen en jongeren groeien thuis of zoveel mogelijk gezinsgericht op. 4. Kinderen en gezinnen in onveilige huiselijke situaties krijgen snel passende hulp om de veiligheid duurzaam te herstellen. 5. Gezinnen ontvangen tijdig de juiste hulp zodat kinderen en jongeren zo min mogelijk geproblematiseerd worden door problemen van hun ouders. 6.

Samen gebruiken we data om met elkaar te blijven leren en daardoor betere hulp te kunnen bieden aan kinderen en jongeren. Voor uitwerking en achtergronden verwijzen we graag naar het Programma Jeugdhulp. Voor gespecialiseerde hulpvragen werken we op regionaal niveau samen. Hiervoor hebben we met de Regio Noordoost Brabant het Regionaal Beleidsprogramma Jeugd 2024 – 2028 opgesteld.

3.13 Sporten & bewegen Sporten en bewegen is een belangrijk onderdeel van een gezonde leefstijl. Onder andere om dit te stimuleren hebben we de Sport- en Beweegvisie opgesteld. Het is onze ambitie om sport- en bewegen voor alle inwoners toegankelijk en bereikbaar te maken. Onder andere door de instandhouding van een grote diversiteit aan sportvoorzieningen en een goed onderhoud daarvan. We willen dat zoveel mogelijk mensen fijn kunnen sporten bij een club of vereniging waar ze zich thuis voelen. Samen met betrokken partijen onderzoeken we hoe we tot een optimale mix van sport- en beweegaanbod kunnen komen in onze gemeente. Daarnaast is het belangrijk dat mensen een leven lang kunnen bewegen. Om hieraan bij te dragen hebben we voor verschillende doelgroepen verschillende aanpakken ontwikkeld om mensen in beweging te krijgen en te houden. De uitvoering ligt voor een belangrijk deel bij onze partners. Samen met diverse organisaties werken we aan de doelstellingen van het Gezond Leven Akkoord. Door een gerichte aanpak kan het aantal gezonde levensjaren in alle wijken in onze 27

gemeente vergroot worden. We werken bijvoorbeeld aan valpreventie en het tegengaan van eenzaamheid. In wijken waar minder wordt bewogen, gaan we op zoek naar de meest belemmerende factoren daarvoor. Iedereen moet mee kunnen doen. Daarnaast gaan we aan de slag met het optimaal benutten van talent en het bieden van een podium voor topsport en sportevenementen. Voor de uitwerking en achtergronden verwijzen we graag naar de Sport- en Beweegvisie.

3.15 Integrale veiligheid Via het Integraal Veiligheidsplan 2023 – 2026 (IVP) werken we aan het vergroten van de veiligheid en het veiligheidsgevoel. Verkeersveiligheid en externe veiligheid maken hier geen onderdeel van uit. Het IVP richt zich op de volgende strategische uitgangspunten: Samen maken we een veilig ’s-Hertogenbosch (jeugd, zorg, preventie, leefbaarheid, veiligheid en repressie). - Prettig wonen en leven: nu en in de toekomst. - Veilige basis als fundament. - Impact centraal. Onze prioriteiten op het gebied van veiligheid zijn: ondermijning, maatschappelijke onrust en digitale veiligheid. -

Daarnaast werken we samen met veiligheidsregio en de betrokken gemeenten aan een veilige en veerkrachtige regio waarin inwoners, bedrijven en instellingen zich beschermd voelen tegen diverse risico’s. Gezamenlijk hebben we de volgende strategische doelstellingen geformuleerd: - Versterken samenwerking - Anticiperen en reageren op nieuwe en complexe veiligheidsvraagstukken - Veerkracht vergroten Binnen de regio geven we aan de volgende risico’s prioriteit: - Risico’s die verband houden met klimaatverandering en extreem weer zoals overstroming, hevige neerslag en natuurbranden t.b.v. droogte - Risico’s op (grote) branden en ongevallen, zoals op het spoor met gevaarlijke stoffen - Bedreiging vitale en digitale infra, zoals verstoring energie, of gevolgen cyberaanval. - Onbekende sluimerende risico’s Voor ’s-Hertogenbosch hebben we hierbinnen aandacht gevraagd voor Howabo 2.0 en de toekomstige spooraanpassing op traject Meteren-Boxtel. Voor de uitwerking en achtergronden van het lokale beleid verwijzen we graag naar het Integraal Veiligheidsplan. Voor de uitwerking en achtergronden van het regionale beleid verwijzen we graag naar het Beleidsplan VRBN 2023 – 2027.

28

3.16 (Beleids)Opgaven ontwikkellijn ‘Bouwen aan generaties’ Om de komende periode verder bij te kunnen dragen aan de ambities en ontwikkellijnen uit de Omgevingsvisie, signaleren we voor de ontwikkellijn ‘Bouwen aan generaties’ de volgende beleids(actualisatie)opgaven: Koepelthema duurzame verstedelijking - Tot 2030 hebben we goed in beeld wat onze woningbouwambitie en -opgave is, maar hoe is de opgave tot 2040 en daarna? In vervolg op de hoofdkeuzen in de omgevingsvisie werken we dit verder uit. - Omdat de inwoners gemiddeld steeds ouder worden en we ernaar streven dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen, zijn we aan de slag met een Woonzorgvisie. Deze richt zich zowel op de juiste (levensloopbestendige) woningen, maar ook op het in beeld brengen van en zorgen voor de juiste woonomgeving (zoals voorzieningen op rollatorafstand). - Het Wetsvoorstel versterking regie op de volkshuisvesting, maakt het voor alle overheden verplicht om een Volkshuisvestingprogramma op te stellen. De realisatie van voldoende aantallen betaalbare koopwoningen en sociale huurwoningen is daarin bijvoorbeeld een verplicht onderdeel. Wanneer de Wet aangenomen is, gaan we hiermee aan de slag. - In het vervolg op onze Woonvisie werken we aan een Uitvoeringsagenda Woonvisie.

Koepelthema volop ruimte voor cultuur en ontmoeting • Leisure is een sector in opkomst, met een in belang toenemend aandeel op economisch en sociaal-maatschappelijk vlak. Daarom werken we aan een Ontwikkelperspectief leisure. Het bieden van ruimte voor leisure draagt bij aan ondernemerschap, sociale cohesie en de gezondheid van onze inwoners. Leisure kent verschillende vormen die elk een eigen waarde heeft voor de samenleving. Sport en recreatieve vormen laten onze inwoners bewegen. Terwijl cultuur, attracties en entertainment bijdragen aan persoonlijke ontwikkeling, ontmoeting en ontspanning. Met het Ontwikkelperspectief Leisure richten we ons vooral op de ruimtelijke ontwikkelingsaspecten van de sector. Wat is de vraag vanuit marktpartijen en wat voor strategie passen wij hierop toe vanuit beleid? Het perspectief biedt een aantal uitgangspunten voor de ontwikkeling van leisure in de gemeente de komende jaren. Voor over we dat nu voor ogen hebben als onderdeel van het in ontwikkeling zijnde concept-ontwikkelperspectief zijn de belangrijkste hiervan: - Flexibiliteit en maatwerk zijn essentieel voor een goed vestigingsklimaat voor leisurefuncties, gezien de korte doorlooptijd en snel op elkaar volgende trends in de sector. - Er is sprake van clustering van functies in een aantal concentratiegebieden. Het is wenselijk om dit zo te houden en verder te stimuleren.

Dit bevordert synergie van functies en biedt mogelijkheden voor het delen van ondersteunende voorzieningen.

29

-

•

•

Op basis van beleidsambities uit ander beleid, is verdere uitbreiding van leisure vooral wenselijk in de categorieën sport en cultureel. Belangrijk uitgangspunt is dat ontwikkeling in samenhang en afstemming met andere functies plaatsvindt. Voor kleinschalige/wijkgebonden leisurefuncties zijn de wijkwinkelcentra of andere beschikbare plekken in de wijk een geschikte plek.

Met het nieuwe Atelierbeleid zorgen we voor permanente beschikbaarheid van (tijdelijke) ruimte voor kunstenaars en stadsmakers. Creatieve plekken hebben een toegevoegde waarde voor het culturele klimaat, voor gebiedsontwikkeling en voor de leefbaarheid in de stad. Hiervoor zijn zowel specifieke makersplekken (ateliers, broedplaatsen, werkplekken) en vrije ruimtes voor cultuur van belang. Bij de uitvoering van het atelierbeleid is de doorstroming, en dan met name de instroom van jonge makers, in de makersplekken een belangrijk aandachtspunt. Dit is nodig voor de toekomstbestendigheid van het culturele veld, maar zorgt ook voor een jong, levendig en creatief klimaat in onze gemeente, dat een bredere groep jongeren aanspreekt. Ook werken we aan de afronding van ons beleid voor kunst in de openbare ruimte. Kunst kan een belangrijke bijdrage bieden aan het dichterbij brengen van andere beleidsdoelen. Denk aan het vergroten van de sociale cohesie en het stimuleren van beweging door een aantrekkelijke buitenruimte. Daarnaast versterkt kunst in de openbare ruimte de identiteit van gebieden. De belangrijkste uitgangspunten van het in ontwikkeling zijnde beleid zijn: o Verbinding: Kunst dicht naar bewoners toe brengen. Bewoners activeren en meenemen in verschillende fases van het proces waardoor bewoners betrokkenheid en eigenaarschap ervaren bij hun directe leefomgeving.

o Hyperlokaal: Kunst die aansluit of verdere invulling/verbeelding geeft aan de identiteiten van specifieke stadsdelen, wijken, dorpen en kernen. o Artistieke kwaliteit: De artistieke kwaliteit is leidend en wordt gewaarborgd door samenwerking met professionele kunstenaars en een helder toetsingskader. o Maatschappelijke impact: Kunst in de openbare ruimte is een artistiek product, dat instrumenteel ingezet kan worden voor andere opgaven. Behalve dat het de Cultuurstad in de publieke ruimte zichtbaar maakt, kan het door het type werk ook bijdragen aan sociale cohesie, kansengelijkheid (zelfontplooiing en eigenaarschap eigen omgeving), gebiedsontwikkeling/placemaking/identiteiten van wijken, verbinder van stadsdelen, visualiseren van wat data voor bewoners kan betekenen etc.

Koepelthema vitale, zorgzame en veilige samenleving: - Wij willen het thema gezondheid in zoveel mogelijk besluiten en beleidsdocumenten een plek geven. Een integrale aanpak, waarbij sociaal en fysiek beleid worden verbonden, is essentieel voor een gezonde leefomgeving. We zien de opgave om te komen tot een Gezondheidsnota. - Iedereen moet zich thuis voelen in onze gemeente en mee kunnen doen: een inclusieve gemeente. Daarom zijn we aan de slag met het Programma Diversiteit, Inclusiviteit en Gelijkwaardigheid. Hierin staat de volgende ambitie centraal: In ’s-Hertogenbosch voelt iedereen zich thuis, ongeacht de buurt, wijk of het dorp waar je woont. Dit komt doordat we respectvol met elkaar omgaan, werken aan kansengelijkheid en uitgaan van gelijkwaardigheid. We hebben aandacht en waardering voor elkaar, onze onderlinge 30

-

-

-

31

verschillen én onze overeenkomsten. Deze diversiteit verrijkt ons en biedt kansen voor nieuwe verbindingen. Hiervoor formuleren we in het conceptprogramma de volgende strategische doelen: Meer inwoners voelen zich thuis in ’s-Hertogenbosch; Meer inwoners hebben kennis van en waarderen andere (culturele) achtergronden; Meer inwoners voelen zich verbonden met elkaar en met andere groepen inwoners met verschillende achtergronden; Meer (jonge) inwoners ervaren gelijke kansen op gezondheid, onderwijs- en arbeidsmarkt; Meer inwoners nemen volwaardig deel aan de samenleving (maatschappelijke betrokkenheid); Gemeentelijk beleid en uitvoering sluit beter aan bij inwoners voor wie het bedoeld is. De verantwoordelijkheid voor deze doelen en uitdagingen ligt niet alleen bij ons als gemeente, maar bij de gemeenschap als geheel. Onze gemeentelijke rol is het stimuleren van activiteiten en inspanningen, maar ook door het aanspreken van partners. Als gemeente kunnen we actiever/bewuster sturen op beleidsterreinen waar we invloed hebben (arbeidsmarkt, wonen, ruimtelijke ordening, etc.). We geven de uitgangspunten van inclusie mee aan projectontwikkelaars, woningbouwcorporaties en andere samenwerkingspartners. Omdat het huidige Integraal Veiligheidsplan zich richt op de periode tot en met 2026. Gaan we aan de slag met de actualisatie ervan voor de periode na 2026.

Samen met onze (veiligheids)partners gaan aan de slag om het evenementenbeleid aan te scherpen en beter te laten aansluiten op de wensen van ons bestuur en onze stad. Dit pakken we op vanuit integraal perspectief, waarbij bijvoorbeeld ook onderwerpen meegenomen worden als de kwaliteit van de leefomgeving, geluid, natuur, verkeer enz.. Hiervoor onderzoeken we ook of en hoe we de locatieprofielen integraler kunnen maken. Naast veiligheidsaspecten maken hiervan dus ook ruimtelijke-, milieu- en sociale aspecten integraal onderdeel uit. Omdat we zien dat veel inwoners niet aangesloten zijn bij een sportvereniging en er steeds meer behoefte komt aan (individueel) sporten in de openbare ruimte, gaan we aan de slag met beleid voor sporten, bewegen en ontmoeten in de openbare ruimte. Om eraan bij te dragen dat zoveel mogelijk mensen zich veilig voelen en inwoners elkaars verschillende (culturele) achtergronden respecteren, gaan we aan de slag met anti-racisme en discriminatiebeleid.

4. Ontwikkellijn Welvarend Welzijn en ons beleid Via ons beleid werken we aan het dichterbij brengen van de ambities en ontwikkellijnen uit de Omgevingsvisie. Dit hoofdstuk gaat in op de beleidsdocumenten die relevant zijn voor de ontwikkellijn ‘Welvarend Welzijn’. Alleen de hoofdlijnen worden beknopt aangestipt. Voor uitwerking en achtergronden wordt verwezen naar de beleidsdocumenten zelf. Deze zijn benoemd in de tekst en onderstreept weergegeven.

Koepelthema Toekomstbestendige economie 4.1 Economie De Bossche economie heeft een sterk fundament, maar deze sterke basis staat onder druk door een aantal grote maatschappelijke veranderingen. Er zitten grenzen aan de huidige economie, vooral door toenemende schaarste aan energie, grondstoffen, arbeid en ruimte voor economische activiteit. Dit vraagt om een nieuwe kijk op ondernemerschap. De transitie naar een nieuwe economie vraagt veel van ondernemers en biedt tegelijkertijd kansen: het bedrijfsleven speelt een essentiële rol in de transitie naar een nieuwe economie. ’sHertogenbosch beoogt deze kansen te verzilveren om de uitdagingen van de toekomst het hoofd kunnen bieden. De visie zet uiteen hoe ondernemerschap nu en in de toekomst vormgegeven kan worden, welke randvoorwaarden daar bij horen en hoe bedrijven kunnen bijdragen aan de Brede Bossche Welvaart. Een Brede Welvaart waarin economische, duurzame en sociale ambities elkaar versterken en het welzijn van de inwoners vergroten. De ambities in de Economische visie activeren het bedrijfsleven, het onderwijs en het maatschappelijk middenveld om aan de slag te gaan met de transitie naar een nieuwe economie. Ondernemers moeten bijdragen aan de drie pijlers van Brede Bossche Welvaart: ze hebben een sterk verdienvermogen en ondersteunen de transitie naar een duurzamere en socialere economie.

Doel is om de sterke punten van ’s-Hertogenbosch nog verder te versterken langs vier hoofdlijnen: -

ondernemerschap en innovatie,

-

het Bossche talent en kenniscluster,

-

onze gastvrijheid en vestigingsklimaat en

-

de Bossche netwerkkracht, ook wel bekend als de kunst van het verenigen.

Bestaande kwaliteiten moeten benut worden om de transitie naar een nieuwe economie vorm te geven. Doel is dat de Bossche economie in 2035 nog steeds tot de top 3 van aantrekkelijkste economische regio’s van Nederland behoort. Food, bouw en gezondheidszorg zijn met behulp van datatechnologie speerpuntsectoren en landelijk bekend als Bossche specialiteiten. Samenwerking is belangrijk om dit doel te bereiken: bedrijfsleven, onderwijs en 32

maatschappelijke organisaties. Gemotiveerde ondernemers die maatschappelijke impact willen maken, worden met een positieve grondhouding benaderd. Aandachtspunten voor de toekomst zijn onder andere: •

Ruimte voor circulair ondernemerschap (specifieke eisen met betrekking tot bedrijfsruimte) en circulaire praktijk (repair shops, etc.);

•

Verduurzaming bedrijvigheid (zowel vastgoed als productie);

•

Koppeling werkgelegenheid/bedrijvigheid aan maatschappelijke opgaven.

Volgend op de vaststelling van de economische visie gaan we aan de slag met een uitvoeringsprogramma dat de uitwerking moet vormen van de in de visie opgestelde ambities. Dit vervangt ons Economisch Actieplan. Voor verdere uitwerking en achtergronden verwijzen we graag naar de Economische Visie. Via het Programma Den Bosch Datastad werken we aan de verdere invulling van de ambitie Den Bosch datastad: In ’s-Hertogenbosch worden data en digitale vaardigheden ontwikkeld en op maatschappelijke vraagstukken toegepast voor de stad en daarbuiten. Dit wordt uitgewerkt via 4 programmalijnen: -

-

-

-

Een datavaardige stad: Bij onze inwoners, studenten en medewerkers van bedrijven en de gemeente stimuleren we, samen met een sterk onderwijscluster en Huis73, de ontwikkeling van digitale- en datavaardigheden. Het zijn immers blijvende en essentiële 21e -eeuwse vaardigheden: nodig om toekomstbestendig te blijven en nuttig voor ons allemaal. Slimme oplossingen voor de samenleving: We stimuleren de ontwikkeling van praktische data-oplossingen en toepassingen voor maatschappelijke vraagstukken. Zowel in het fysieke als in het sociale domein. Innovatieve data-economie: In de gemeente creëren we een ecosysteem van data en ICT bedrijven: van start-ups tot grote bedrijven. We richten ons op bedrijven met data, ICT of digitalisering als corebusiness. Een datawijze overheid: Als lokale overheid maken we zelf ook intensief gebruik van data. We genereren en verzamelen data, we analyseren data en zetten het in op beleid en dienstverlening.

Voor verdere uitwerking en achtergronden verwijzen we graag naar Programma Den Bosch Datastad.

4.2 Ruimte voor werken ‘s-Hertogenbosch groeit en daarmee groeit ook de werkgelegenheid in de stad en de regio. Werklocaties zijn een onmisbare voorwaarde voor een goed functionerende regio. ’sHertogenbosch is een aantrekkelijke gemeente om te wonen, juist mede door de beschikbaarheid van genoeg werkgelegenheid in de buurt. Om ook in de toekomst genoeg ruimte voor ondernemerschap en werkgelegenheid te bieden in onze gemeente is er meer 33

ruimte voor bedrijvigheid nodig. Tegelijkertijd zijn er ook veel andere maatschappelijke uitdagingen die om meer ruimtegebruik vragen. Daarom zijn keuzes nodig over hoe we met de invulling van onze werklocaties omgaan. Voor sommige werklocaties zoals de binnenstad, de wijkwinkelgebieden en de kantoorlocaties is recentelijk een visie uitgewerkt waarin al keuzes gemaakt worden. Voor de bedrijventerreinlocaties in onze gemeente hebben we dit echter nog niet volledig uitgewerkt. Daar zijn we nu mee bezig en dit beleid zal in 2025 klaar zijn.

4.3 Bedrijventerreinen Bedrijventerreinen spelen een belangrijke rol in de regionale werkgelegenheid en de huisvesting van het MKB. Zo’n 40% van alle werkgelegenheid in de gemeente is gevestigd op een bedrijventerrein. Dat komt neer op ruim 38.000 banen. De komende periode gaan we aan de slag met een visie op bedrijventerreinen, zowel de bestaande als nieuwe bedrijventerreinen nemen we hierin mee. Zie voor meer achtergronden de paragraaf ‘(Beleids) Opgaven ontwikkellijn ‘welvarend welzijn’.

4.4 Kantoren Met onze Kantorenvisie richten we ons op het ontwikkelen van voldoende kwalitatief geschikte kantoorruimte, die bijdraagt aan de ambitie van de gemeente om de stad te positioneren als Den Bosch Datastad. De kantorenvisie onderbouwt de voorwaarden waaraan het aanbod van ict/data-gerelateerde kantoorruimte moet voldoen om succesvol in te spelen op de kansen die de markt biedt voor de realisatie van de ambitie Den Bosch Datastad. De visie zet met het oog op deze ambitie in op de clustering van het ict/data-gerelateerde kantooraanbod. Zo worden de economische voordelen voor bedrijven en het bredere ecosysteem gemaximaliseerd. Het aanbod moet voorzien in kwalitatief hoogwaardige kantoorruimte, welke flexibel kan worden ingericht, thuiswerken faciliteert en anticipeert op de kleinschaligheid van de individuele gebruikers. Deze na te streven kwaliteit vereist ook hoogwaardige gebouwvoorzieningen zoals een centraal ontvangstpunt, flexibele vergaderfaciliteiten en co-working spaces voor het faciliteren van ontmoeting, gezondheid, duurzaamheid en technologie in de nabijheid van stedelijke voorzieningen zoals lunchgelegenheden, supermarkten en persoonlijke verzorging. Ook roept visie op tot beleid en activiteiten gericht op het versterken van vestigingsklimaat voor data en ict. Voor de verdere uitwerking en achtergronden verwijzen we graag naar onze Kantorenvisie.

4.5 Arbeidsmarkt In regionaal multihelix verband (Noordoost Brabant Werkt) werken we aan een goed functionerende arbeidsmarkt en stellen we gezamenlijk beleid op. In 2020 hebben we de Strategische WERKagenda richting 2030 vastgesteld. Gemeente ’s-Hertogenbosch is hier volwaardig partner in en als centrumgemeente tevens voorzitter van deze netwerksamenwerking. Als gemeente 's- Hertogenbosch voeren we zelf geen apart lokaal arbeidsmarktbeleid. We haken zoveel mogelijk aan op dit regionale beleid. Samen werken we aan een veerkrachtige arbeidsmarkt: 34

− − −

met wendbare en weerbare mensen en organisaties; die minder gevoelig is voor conjunctuurschommelingen; waarin alle mensen hun talenten benutten, zich blijven ontwikkelen en kunnen meedoen.

Voor de uitwerking en achtergronden verwijzen we naar het regionale document Strategische WERKagenda richting 2030.

4.6 Agrarische sector De agrarische sector is van oudsher een in het oog springende economische tak van sport. Op dit moment vormt voor ons het provinciale beleid zoals opgenomen in de provinciale verordening het kader voor ontwikkelingen in het buitengebied. Er zijn de afgelopen jaren steeds meer ontwikkelingen op en rondom voormalige agrarische bedrijfslocaties. De komende jaren zal dat alleen maar verder toenemen. Voor ontwikkelingen op voormalige agrarische bedrijfslocaties (VAB) hebben we in 2016 het Beleidskader VAB vastgesteld. Het beleidskader geldt als toetsingskader. Waar het initiatief afwijkt van het omgevingsplan, geldt het beleidskader VAB. In het beleidskader zijn uitgangspunten opgenomen voor nieuwe niet-agrarische activiteiten en voor nevenactiviteiten gericht op verbreding van het agrarisch bedrijf. Door allerlei ontwikkelingen in de bedrijfstak zelf, maar ook op het gebied van duurzame energiewinning en andere ruimteclaims, maar ook natuurbescherming en klimaatadaptatie staat de toekomst van de huidige agrarische sector onder druk. We staan aan de vooravond van een transitie van het buitengebied en de agrarische sector. De verwachting is dat het aantal bedrijven gaat halveren. We zijn op weg naar een multifunctionele, duurzame landbouw die een blijvend belangrijke functie heeft als landschapsbeheerder.

Bij het bieden van ruimte voor de transitie van de landbouw kijken we zowel naar het huidige gebruik en het onderliggende bodem- en watersysteem. Per gebied zien we andere mogelijkheden voor de agrarische sector, afgestemd op de kenmerken en kansen van het gebied. We kijken hierbij zowel naar het gebouw als naar het perceel. In de gebiedsvisie voor het buitengebied van de omgevingsvisie hebben we hiervoor eerste accenten gelegd. Als gemeente hebben we hierin vooral een faciliterende rol. We zijn hierbij ook sterk afhankelijk van ontwikkelingen op nationaal en provinciaal niveau. Voor de uitwerking en achtergronden rondom hoe we omgaan met vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen verwijzen we graag naar het Beleidskader Voormalige Agrarische Bedrijfslocaties.

4.7. Beleid overige economische thema’s Voor het beleid rondom de economisch gerelateerde thema’s detailhandel, horeca, toerisme, leisure en hotel & logies verwijzen we naar de ontwikkellijn ‘bouwen aan generaties’ (hoofdstuk 4). Die ontwikkellijn richt zich namelijk op het ontwikkelen van gezonde en aantrekkelijke stedelijke (en minder stedelijke) gebieden met gezonde en vitale inwoners. Daar zijn economische en sociaal-maatschappelijke voorzieningen onlosmakelijk aan verbonden.

35

4.8 (Beleids)Opgaven ontwikkellijn welvarend welzijn Om de komende periode verder bij te kunnen dragen aan de ambities en ontwikkellijnen uit de Omgevingsvisie, signaleren we voor de ontwikkellijn ‘welvarend welzijn’ de volgende beleids(actualisatie)opgaven:

•

In het verlengde van de economische visie gaan we aan de slag met een bedrijventerreinenvisie. De keuzes die gemaakt gaan worden in dit beleid, eisen gedegen onderzoek en een goede afstemming met belanghebbenden, ook op regionaal niveau. Duidelijk is dat niet alles overal kan en dat de strijd om de beperkt beschikbare ruimte groot is. Dat vereist goed onderbouwde keuzes waarbij verschillende maatschappelijke belangen en ambities worden afgewogen. Bij deze keuzes is het hoe dan ook belangrijk dat ze bijdragen aan een toekomstbestendige economie én een toekomstbestendige maatschappij. Dit vraagt voor de bestaande terreinen om een grote verduurzamingsslag op bedrijventerreinen en om flexibel en efficiënt gebruik van de beschikbare ruimte. Vanuit de verstedelijkingsstrategie wordt er vooral ingezet op binnenstedelijk verdichten en ligt de nadruk op het kwalitatief verbeteren van werklocaties. Een eerste stap is dan dus om te kijken hoe we bestaande terreinen kunnen herstructureren, intensiveren en kwalitatief kunnen opwaarderen om het werklandschap van de toekomst te vormen. Het gaat dan niet alleen om de kwaliteit en de efficiëntie van het ruimtegebruik, maar ook om verduurzaming, klimaatadaptatie en aansluiting op stedelijke netwerken op het gebied van bijvoorbeeld mobiliteit.

Dit vraagt om een duidelijke en zorgvuldige langetermijnstrategie, waarbij er stap voor stap invulling gegeven kan worden aan de transitie naar toekomstbestendige werklocaties. Hierbij is het belangrijk om rekening te houden met de grote diversiteit aan werkmilieus in het algemeen en de grote diversiteit met betrekking tot bedrijventerreinen specifiek. Hoe kunnen we de verschillende eigenschappen van werklocaties en hun complementariteit zo goed mogelijk benutten om ook in de toekomst genoeg ruimte te kunnen blijven bieden voor werkgelegenheid in onze gemeente? Specifiek voor de bedrijventerreinen zal de strategie voor het creëren van een toekomstbestendig werklandschap per terrein verschillen en ook sterk beïnvloed worden door de eigenschappen van dat terrein. Bovendien zal om de intensivering en kwalitatieve opwaardering van deze terreinen waar te maken meer schuifruimte gecreëerd moeten worden in de beschikbare voorraad, zodat doorstroming en verplaatsing van bedrijvigheid in gang gebracht kan worden. Naast deze intensiveringsopgave is er een minstens even belangrijke uitbreidingsopgave. Er wordt voor de periode t/m 2040 namelijk een totale uitbreidingsvraag binnen een bandbreedte van 90-120 hectare verwacht 1, terwijl er t/m 2040 slechts 27 hectare aan harde plannen zijn, waarvan ook niet eens zeker is of alle hectares ook daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden.

Alleen met intensivering van bestaande terreinen kunnen we hieraan geen invulling geven. We zullen dus op zoek moeten naar uitbreidingslocaties voor bedrijventerreinen. Er is dus sprake van zowel een intensiverings- als een uitbreidingsopgave als het gaat om de bedrijventerreinen. Daarnaast zal er ook buiten de bedrijventerreinen gekeken

36

moeten worden naar het faciliteren van werkgelegenheid. Juist zodat we de meer overlastgevende bedrijven ruimte kunnen bieden op de bedrijventerreinen. Door in het stedelijk weefsel meer te mengen en naast wonen ook andere functies te realiseren in de wijken en buurten, kunnen we op de bedrijventerreinen optimale invulling waarmaken. Dit houdt wel in dat nieuwe ontwikkelingen in elkaars vaarwater kunnen komen. Daarom moeten we ook kritisch kijken naar de toegevoegde waarde van verschillende type bedrijvigheid, en hoe deze zich verhoudt tot hun ruimtegebruik, en daarbij onszelf afvragen of we nog wel plek kunnen en willen bieden aan àlle ruimtevragers. Bottom line is dat we in ieder geval kunnen blijven voorzien in de groei van lokaal gebonden en/of MKB-bedrijvigheid binnen onze gemeente en regio. •

In ons buitengebied komen veel opgaven samen, niet alleen de transitie van de agrarische sector, maar ook de energietransitie, klimaatadaptatie, het vergroten van de biodiversiteit, het versterken van de recreatieve kracht en vanuit de opgaven op het gebied van wonen en werken ligt er ook druk op het buitengebied. Als vervolg op de Omgevingsvisie gaan we samen met de betrokken partijen aan de slag met een visie op ons buitengebied in combinatie met een ontwikkelingsprogramma.

•

Rondom het subthema arbeidsmarktbeleid is de arbeidskrapte momenteel het meest urgente vraagstuk. Dit zal gelet op de verwachte demografische ontwikkelingen het komende decennium het belangrijkste vraagstuk blijven in onze arbeidsmarktregio. Er zijn niet genoeg mensen om het werk te doen. En zeker niet om de groei te faciliteren zoals we de voorgaande tijden vaak gewend waren, of om de benodigde transities op gebied van bijvoorbeeld energie te realiseren. Dit vraagt om het kritischer kijken naar waar we onze mensen op inzetten. Belangrijke vragen daarbij zijn: Willen we de maatschappelijke sectoren overeind houden of willen we economische groei faciliteren of willen we de transities op bijvoorbeeld energie en digitalisering laten slagen? Dit heeft invloed op de ruimtevraag. Daarnaast is het van belang om zoveel mogelijk talent vast te houden in onze regio. Dit vraagt om een aantrekkelijke leefomgeving met voldoende passende woningen voor jongeren en andere medewerkers én de juiste voorzieningen. Omliggende regio's ervaren ook arbeidskrapte. Met name voelen we in onze regio de invloed van de Brainportregio, zowel in het aantrekken van personeel als in het huisvesten van mensen die daar werken. Stad en regio staan daarin niet op zichzelf. Dit zijn de vraagstukken waar we de komende periode in ieder geval samen mee aan de slag gaan in regionaal en multihelix verband.

37

5. Ontwikkellijn Vorstelijk verbinden en ons beleid Via ons beleid werken we aan het dichterbij brengen van de ambities en ontwikkellijnen uit de Omgevingsvisie. Dit hoofdstuk gaat in op de beleidsdocumenten die relevant zijn voor de ontwikkellijn ‘Vorstelijk verbinden’. Alleen de hoofdlijnen worden beknopt aangestipt. Voor uitwerking en achtergronden wordt verwezen naar de beleidsdocumenten zelf. Deze zijn benoemd in de tekst en onderstreept weergegeven.

Koepelthema Slim en duurzaam verbinden 5.1 Ambities mobiliteitsbeleid Mobiliteit staat ten dienste van het realiseren van een bereikbare, leefbare en economisch sterke stad. Hoe we dit willen bereiken hebben we uitgewerkt in de Koersnota Mobiliteitsaanpak 's-Hertogenbosch. Dit doen we langs vijf lijnen: • • • • •

Economisch vitale stad: werken aan een bereikbare stad; Leefbare stad: zorg dragen voor een prettige en veilige leefomgeving; Duurzame stad: transitie naar duurzame & slimme mobiliteit; Gastvrije stad: bieden van keuzes en comfort aan de bezoeker; Actieve stad: ruimte bieden aan lokale mobiliteitsinitiatieven.

Voor verdere uitwerking en achtergronden zie de Koersnota Mobiliteitsaanpak 's-Hertogenbosch 2017-2025 en het document Actualisatie Bereikbaarheidsstrategie

5.2 Duurzame mobiliteit Via het Actieplan Duurzame Mobiliteit werken we aan meer duurzame vormen van mobiliteit. We sluiten hierbij aan op transities op het gebied van mobiliteit, energie en samenleving. We zetten in op een brede benadering, waarbij we stimuleren, samenwerken, faciliteren en regelgeving vertaald hebben in vier werklijnen: • Gedrag: met aandacht voor gedragscampagnes, een verkenning naar inclusieve Mobiliteit en duurzaam vitaal vervoer voor medewerkers van de gemeente; • Samenwerking: met aandacht voor de community duurzame mobiliteit, zero-emissie vervoer (elektrisch en waterstof) en slimme en schone bevoorrading; • Technologie: met aandacht voor Smart Mobility, werken aan deelmobiliteit en challenges & innovatietrajecten; • Infrastructuur: met aandacht voor maatregelen voor de fiets, energie en laadinfrastructuur (voor elektrisch rijden) en duurzame infrastructuur.

38

Het vergroten van het aandeel deelmobiliteit in de totale verkeersbewegingen, is een onderdeel van het verduurzamen van onze mobiliteit. Om hieraan bij te dragen hebben we de Aanpak Deelmobiliteit opgesteld. Dit richt zich op de verdere ontwikkeling van het deelmobiliteitssysteem in ’s-Hertogenbosch. Een belangrijk uitgangspunt hierbij is het creëren van een balans tussen het faciliteren van initiatieven en tegelijkertijd het voorkomen van de overlast in de openbare ruimte. Ook elektrisch rijden vormt een belangrijke stap op weg naar duurzamere mobiliteit. We hebben hiervoor de Strategie en aanpak Elektrisch laden en rijden opgesteld. We zorgen ervoor dat onze gemeente voorbereid is op de verwachte toename van elektrische auto’s door het faciliteren van de realisatie van voldoende laadinfrastructuur. Voor verdere uitwerking en achtergronden verwijzen we graag: -

Over hoe we werken aan inclusieve mobiliteit, leefbare en gezonde mobiliteit en klimaaten energieneutrale mobiliteit ons Actieplan Duurzame Mobiliteit Over hoe we werken aan het vergroten van het aandeel deelmobiliteit de Aanpak Deelmobiliteit Over hoe we werken aan meer elektrisch rijden de Strategie en aanpak Elektrisch laden en rijden Over hoe we werken aan een duurzamere stadslogistiek de Aanpak Zero Emissie Stadslogistiek

5.3 Bestemming Brede Binnenstad Met het oog op duurzaamheid, maar zeker ook om bij te dragen aan een prettige woon-, leef- en recreatie-omgeving in de binnenstad, hebben we een aanpak opgesteld gericht op zero emissie voor de stadslogistiek. Bevoorrading moet immers door kunnen blijven gaan, want dit is essentieel voor het (economisch) functioneren van de binnenstad. Via de Mobiliteitsaanpak Brede Binnenstad werken we aan een schone, groene binnenstad, die aantrekkelijk en bereikbaar is voor bewoners en bezoekers. We zetten in op een binnenstad waar mensen graag komen, verrast worden, plezierig werken, prettig wonen en goed kunnen ondernemen; kortom een leefbare binnenstad die voor iedereen toegankelijk is. Leefbaarheid heeft ook te maken met de vraag hoe om te gaan met verkeer in een stad die steeds verder verdicht. We streven naar een voor (duurzaam) bestemmingsverkeer bereikbare brede binnenstad met hoge verblijfskwaliteit, waar doorgaand verkeer via de doorstroomassen wordt geleid. In de brede binnenstad leggen we het accent op het stimuleren van fietsen, lopen, deelmobiliteit en openbaar vervoer. Bezoekers kunnen aan de binnenstadsring hun auto kwijt. Zo ontstaat er ruimte voor meer groen, ontmoeten, recreëren en veilig bewegen.

5.4 Verkeersveiligheid Uitgangspunt voor ons verkeers- en mobiliteitsbeleid is ‘nul verkeersslachtoffers’. Hierbij sluiten we aan op het landelijke en provinciale verkeersveiligheidsbeleid. Hoe we hieraan werken is uitgewerkt is het verkeersveiligheidsbeleid. Dit betekent onder andere: 39

• • • •

•

dat we de infrastructuur inrichten volgens de landelijke principes van Duurzaam Veilig met maatwerk per locatie; dat verkeersveiligheid een vast onderdeel is in de aanpak van gebiedsontwikkeling en aanleg en onderhoud van infrastructuur; dat we het werken aan een veilige infrastructuur combineren met handhaving en samenwerking, technologie en gedrag & educatie; dat we locaties en doelgroepen met het hoogste ongevalsrisico als eerste aanpakken. De komende jaren richten we ons op de risicogroep fiets (jong en oud), 50 km/uur wegen en snelheid in het verkeer en dat we een meerjarenplanning maken op basis van de prioriteiten in de risicoanalyse en het ongevallenverloop. We informeren de raad hierover via de begrotingscyclus.

Voor verdere uitwerking en achtergronden verwijzen we graag naar het document Actualisatie verkeersveiligheidsbeleid

5.5 Parkeren Parkeren is een essentieel onderdeel van mobiliteit, maar staat tegelijkertijd in dienst van ambities op het gebied van leefbaarheid, economie en bereikbaarheid van de stad. Het parkeerbeleid is dus geen doel op zich, maar een middel om bij te dragen aan de ambities van de stad. Daarnaast is parkeren voorwaardenscheppend voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. In de Nota Parkeernormering 2021 zijn de parkeernormen aangepast, zodanig dat ze aansluiten bij de ambities van de gemeente rondom tot ruimtelijke ontwikkeling, bereikbaarheid en klimaat. Voor onze nieuwe parkeernormen verwijzen we graag naar de Nota Parkeernormering 2021

Koepelthema 's-Hertogenbosch klimaatneutraal 5.6 Klimaatneutraal 's-Hertogenbosch Wij willen actief en concreet werken aan de overgang (transitie) van fossiele energie naar hernieuwbare energie. Daarmee leveren we onze bijdrage aan het zoveel mogelijk voorkomen van klimaatverandering. Want hoe langer we wachten, hoe groter de negatieve gevolgen voor ons worden. Bovendien is de energietransitie ook een kans voor nieuw ondernemerschap. 's-Hertogenbosch heeft de ambitie om te versnellen naar een klimaatneutrale gemeente. In plaats van in 2050 willen we in 2045 klimaatneutraal zijn. Dit klinkt ver weg, maar dat betekent dat we al voor 2030 extra aan de slag moeten gaan met schone energieopwekking en vooral met energiebesparing. We blijven inzetten op innovatie. Als gemeente hebben we drie pijlers om te werken aan het terugdringen van de CO2-uitstoot: 1. Energietransitie: met name gebouwde omgeving gasloos maken 2. Mobiliteit: uitstoot door verkeer terugbrengen 3. Vastgoed: onze eigen panden aanpakken. 40

Voor de uitwerking van punt 2 verwijzen we naar de paragraaf ‘slim en duurzaam verbinden’. Punt 3 valt buiten het bereik van de omgevingsvisie. Om te werken aan de energietransitie: 1. Stimuleren we energiebesparing, waarbij het vooral gaat om een goede isolatie. De Bossche CO2-uitstoot ten gevolge van aardgasgebruik in de gebouwde omgeving bedraagt bijna 50%. 2. Stimuleren en faciliteren we de het opwekken van duurzame energie. Met de opwek voor duurzame energie leveren we een belangrijke bijdrage aan de opgave van onze RES-regio en daarmee aan het verduurzamen van de nationale elektriciteitsproductie. In de Visie Energielandschap zijn strategieën beschreven om de ontwikkeling van duurzame energie te sturen: vrijwaren, inpassen en transformeren: a. Vrijwaren (geen zonne- en windenergie): De strategie ‘vrijwaren’ is van toepassing op gebieden die vanuit hun cultuurhistorische, ecologische of recreatieve kwaliteit bijzonder hoge waarden vertegenwoordigen en waar de ontwikkeling van zon- of windenergie onaanvaardbaar afbreuk doet aan de gebiedskwaliteit en maatschappelijke waardering. b. Inpassen (alleen zonne-energie): In deze gebieden worden onder voorwaarden van landschappelijke inpassing en het ontwikkelen van ‘ruimtelijke kwaliteit’ zonnevelden toegestaan. c.

Transformeren (zonne- en windenergie): In deze gebieden kan windenergie en zonne-energie worden gerealiseerd wanneer dit deel uitmaakt van een gebiedsgerichte aanpak waarin alle initiatieven in het gebied worden opgehaald. De Rosmalense en Nulandse polder is aangewezen als locatie voor een geconcentreerde grootschalige ontwikkeling van windenergie. Samen met de gemeente Oss wordt hier gewerkt aan de realisatie van een groot windpark. Voor zonnevelden is in de visie ruimte voor kleinschalige parken die passen in het landschap of op plassen. Daarnaast de uitdaging om het snelweglandschap te verrijken met de opwek van duurzame energie. Uitgangspunt is een integrale aanpak, waar mensen, natuur en klimaat van profiteren. De initiatieven voor wind- of zonne-energie moeten leiden tot projecten waarin energieopwekking bijdraagt aan een waardevol landschap. Initiatieven moeten voldoen aan het principe ‘meerwaarde in brede zin’. Om in de Rosmalense en Nulandse Polder (Duurzame Polder) de windmolens op een goede manier in te passen en integraal te verbinden met andere gebiedsopgaven, zijn we gestart met een Omgevingsprogramma voor de Duurzame Polder. Daarnaast worden in ieder geval op andere locaties 50 hectare zonnevelden ontwikkeld. 3. En zetten we waar mogelijk extra stappen om van het gas af te gaan. Bijvoorbeeld via collectieve warmtenetten.

We geven voorrang aan het gebruik van lokale warmtebronnen voor het verwarmen van de gebouwde omgeving. Allereerst omdat hiermee de inzet van andere energiedragers (w.o. groen gas, waterstof, elektriciteit) kan worden verlaagd, zodat 41

die beschikbaar komen voor andere ambities/opgaven. Daarnaast zorgt de inzet van lokale warmtebronnen ervoor dat onze gemeente minder afhankelijk is van energie van elders en voor meer stabiele energieprijzen voor onze inwoners en bedrijven. We hebben bijvoorbeeld verkend welke buurten collectief verwarmd kunnen worden. Dit is uitgewerkt in de Transitievisie warmte 2.0. In de buurten waar een collectief warmtenet haalbaar is, nemen we als gemeente een regiserende rol in het verdere onderzoek naar de haalbaarheid. Voor 11 buurten zien we al voor 2035 de mogelijkheid om deze aan te sluiten op een collectief warmtenet gekoppeld aan de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Na 2035 komen hier nog eens 12 buurten bij, waarbij we ook de kansen onderzoeken voor een collectief warmtesysteem gekoppeld aan de Maas. Voor de periode na 2035 zien we ook voor 20 andere buurten de mogelijk voor een (zelfstandig) collectief warmtesysteem. Voor 13 buurten geldt dat we hier mogelijkheden zien voor een individueel ‘all-electric oplossing’. Maar er zijn ook zeker nog buurten waarvoor een nog geen warmteoplossing bekend is. We verwijzen graag naar de Transitievisiewarmte voor de situatie per wijk. Ten aanzien van energie-/warmtewinning via WKO hebben we in 2018 afgesproken dat er een maximale diepte gehanteerd wordt van 80 meter. Voor achtergronden en uitwerking verwijzen we graag naar: -

Visie Energielandschap - Gemeente 's-Hertogenbosch TransitieVisieWarmte 2.0 (notubiz.nl)

5.7 (Beleids)Opgaven ontwikkellijn Vorstelijk verbinden Om de komende periode verder bij te kunnen dragen aan de ambities en ontwikkellijnen uit de Omgevingsvisie, signaleren we voor de ontwikkellijn ‘vorstelijk verbinden’ de volgende beleids(actualisatie)opgaven: Koepelthema slim en duurzaam verbinden •

•

•

•

42

We werken verder aan een schone, groene en vitale binnenstad die goed bereikbaar is, waar inwoners en bezoekers graag komen. Dit doen we via het traject van de Integrale Mobiliteitsagenda, het vervolg op de Mobiliteitsaanpak Brede Binnenstad. Om het aandeel fiets te vergroten in de verkeersbewegingen, zowel op de korte afstand als de langere afstand, werken we aan een nieuw fietsbeleid. Onze ambitie is het bereiken van een fietsnetwerk 3.0. Onderdeel hiervan is het creëren van een spinnenweb-netwerk, als vervolg op het sternetwerk en het snelfietsroutenetwerk. We streven naar een schaalsprong in het gebruik van de fiets, waarbinnen we per gebied toewerken naar een upgrade van het fietsnetwerk. De komende periode gaan we aan de slag met een Visie op het parkeren. Deze visie steken we gebiedsgericht in, waarbij we rekening houden met regulering en tarifering, vergunningenstelsel en ontheffingen, normstelling, parkeergarages en transferia (relatie OV), laden/lossen en laadinfraplaatsen. Met het oog op een nieuwe concessie openbaar vervoer eind 2026 gaan we aan de slag met een Visie Openbaar Vervoer, waarbij we ook het onderwerp hubs meenemen. We gaan hiermee aan de slag vanuit een integrale blik, waarbij we rekening houden met

parkeernormen, wegcategorisering, de toekomstige stedelijke ontwikkeling en oog hebben voor de kwaliteit van de bereikbaarheid in de brede binnenstadstad, de wijken en in de dorpen.

Koepelthema 's-Hertogenbosch klimaatneutraal Om de komende periode verder bij te kunnen dragen aan de ambities en strategielijnen uit de Omgevingsvisie, signaleren we de volgende nieuwe uitdagingen die van invloed zijn op nieuwe beleids- en visietrajecten: -

-

-

Er ontstaat een nieuw energielandschap met extra ruimtevragers: buurtbatterijen, extra verdeelstations (vanuit uitbreiding elektriciteitsnetwerk), er komt een warmtenet met effect op de ondergrond maar ook op de bovengrond. Dit vraagt ook om een andere integrale ruimtelijke benadering: niet meer alleen ruimtelijk/functioneel maar ook in relatie tot aanwezigheid van elektriciteitsvoorzieningen. De energievoorziening gaat integraal deel uitmaken van ruimtelijke afwegingen en zal daarin meer sturend worden dan nu het geval is. We signaleren dat als gevolg van netcongestie energie in zeer korte tijd randvoorwaardelijk is geworden voor het realiseren van onze ambities op het gebied van duurzaamheid, woningbouw en economische ontwikkeling. Energie dient integraal onderdeel te zijn van visie- en planvorming. Zo wordt het energiesysteem vanaf het begin mee afgewogen.

Daarnaast signaleren we de beleidsopgave om een Klimaat Impact Analyse op te stellen.

43

Bijlage: actueel thematisch beleid en verordeningen, gestructureerd naar de ontwikkellijnen uit deel A van de omgevingsvisie, versie april 2025 (vast te stellen omgevingsvisie) ontwikkellijn groots vergroenen koepelthema waardevol stad & land 1. Bomenbeleidsplan en bomenverordening 2017, 20 september 2017 2. Groenstructuurplan Kiezen voor groen, 26 februari 2003 3. Aanpassing van het plan ‘Kiezen voor Groen’ inzake kleinschalige reststroken structureel groen, 4 oktober 2005 4. Groenbeheerplan, 2016-2025 5. Actualisering Welstandsnota, 2011 6. Nota hoogbouw, 17 juni 2003 7. Beleidsplan beheer openbare ruimte (kapitaalgoederen) 2016-2025, 13 december 2016 8. Analyse en doorkijk beheer openbare ruimte 2022-2027, 14 juli 2005 9. Voortgang implementatie Beleidsplan beheer openbare ruimte 2016-2025, 12 november 2019 10. Integraal Uitvoeringsprogramma openbare ruimte 2023 11. Reclame in de Openbare Ruimte, 7 april 2020 12. Uitvoeringsplan Openbare verlichting, 3 maart 2020 13. APV 2016 14 Ruimtelijke structuurvisie stad tussen stromen, 2003 (actualisatie 2014) 15. Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren ’s-Hertogenbosch, 2023 koepelthema water-, bodem- en cultuurhistorie sturend 16. ‘s-Hertogenbosch Groen en klimaatbestendig met de Visie ‘s-Hertogenbosch groen en klimaatbestendig en de Verordening bomen water en groen ‘s-Hertogenbosch 2021, 9 maart 2021 17.

Gebiedspaspoorten groen en klimaatbestendig, 5 maart 2024 18. Plan Water en riolering 2023-2028, 8 augustus 2022 19. Waterstructuurplan ‘s-Hertogenbosch, 2012 20. Waterstad ‘s-Hertogenbosch, 2009 21. Cultuurhistorische visie op weg naar 2029, 22 januari 2013 22. Nota uitvoering wet archeologische Monumentenzorg, 15 juni 2010 23. Erfgoedverordening ‘s-Hertogenbosch, 2018 koepelthema gezonde, fysieke leefomgeving 24. Duurzaam ’s-Hertogenbosch, 2 juli 2019 25. Duurzaamheidsakkoord, 9 oktober 2018 26. Gebiedsgericht geluidbeleid, 16 juni 2009 27. Nota Hogere grenswaarde geluid 2010, 31 oktober 2010 28. Definitieve uitvoeringsregels Bedrijven en geluid, 23 september 2014 44

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15706217/1