CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 OER De Groote Wielen Noordoosthoek met bijlagen

Gemeenteraad 31 januari 2023, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bestemmingsplan verbrede reikwijdte De Groote Wielen Noordoosthoek16.661 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Functies zijn goed bereikbaar vanuit de nieuwe woonwijk en de nieuwe wegenstructuur zorgt voor een aanmoediging van fietsverkeer en alternatieve vormen van verkeer. Zo wordt er middels hoogwaardige fietsroutes een snelle verbinding geboden naar onder andere het Centrum De Groote Wielen, het station van Rosmalen, de Bossche binnenstad en de F59. Qua openbaar vervoer zal de huidge snelle frequente busverbinding naar Centraal Station ’s-Hertogenbosch de Noordoosthoek bedienen. Bovendien is er aandacht voor de laadinfrastructuur voor elektrische auto’s en deelmobiliteit. Samenvattende tabel beleidsdocumenten In voorgaande subparagrafen is ingegaan op het belangrijkste beleid dat rechtstreeks van invloed is op de ontwikkeling van de Noordoosthoek. In tabel 3.1 is een overzicht gegeven van overige beleidsdocumenten die op het plangebied/planvoornemen van invloed zijn, de belangrijkste randvoorwaarden en uitgangspunten uit deze beleidsstukken en de doorwerking ervan in het plangebied. De beleidsdocumenten zijn onder te verdelen in wettelijke regels en toepasselijk beleid. In onderstaande tabel zijn de wettelijke regels lichtblauw gearceerd. Kijkend naar het beleid kan worden geconcludeerd dat de ontwikkeling van de Noordoosthoek past binnen het vigerende beleidskader en de uitvoering van het beleid niet in de weg staat.

49

Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016 – 2021 [10] Dit plan integreert de milieu- en de wateropgave. Het zet de nieuwe koers uit voor de provinciale inzet met betrekking tot water, bodem, lucht en de overige milieuaspecten.

Belangrijkste randvoorwaarden/ uitgangspunten: De doelen van het PMWP zijn: · voldoende water voor mens, plant en dier; · schone en gezonde leefomgeving (bodem, water en lucht); · bescherming van Brabant tegen overstromingen en externe risico’s; · verduurzaming van onze grondstoffen-, energie- en voedselvoorziening. In het plan wordt gesteld dat bij ruimtelijke ontwikkelingen gezorgd wordt dat die niet ten koste gaan van de hoeveelheid water die het watersysteem kan bergen (waterbergend vermogen). Planspecifiek: Binnen het planvoornemen voor de Noordoosthoek wordt actief aandacht besteed aan het bergen van hemelwater in de openbare ruimte en het laten infiltreren richting de bodem. Hemelwater dat neerkomt binnen het gebied mag niet afgewenteld worden naar omliggende gebieden, maar moet binnen het plangebied infiltreren.

Uitvoeringsagenda Energie (2016) [11] De uitvoeringsagenda geeft richting aan de uitvoering van de Energieagenda, met als belangrijkste doelen: naar 100% duurzame energie in 2050 en een reductie van 95% van de CO2uitstoot ten opzichte van 1990.

Binnen het planvoornemen wordt bovendien ingezet op het garanderen van een schone en gezonde leefomgeving met ruimte voor bewegen en alternatieve vormen van transport. Ook is het een streven dat de Noordoosthoek een energie neutrale wijk wordt. Verduurzaming en circulariteit spelen hierbij een belangrijke rol. Belangrijkste randvoorwaarden/ uitgangspunten: heeft in 2021 een herijking vastgesteld van het eerdere uitvoeringsprogramma Energie uit 2016. Deze uitvoeringsagenda behandelt uitgebreid de volgende thema’s: · elektriciteit (grootschalige opwek, elektrische laadinfrastructuur, energiesystemen van de toekomst, …) · industrie (energiebesparing, verduurzaming, restwarmte) · gebouwde omgeving (warmtetransitie, verduurzaming bestaand vastgoed) · mobiliteit (zero-emissie vervoer, mobiliteitshubs, …) · landbouw (energieopslag, verduurzaming glastuinbouw) Met name de thema’s ‘gebouwde omgeving’, ‘elektriciteit’ en ‘mobiliteit’ zijn relevant voor de Noordoosthoek. Hieronder vallen doelen zoals een groei naar meer elektrische voertuigen en laadinfrastructuur (één (semi) publieke laadvoorziening per vijf elektrische personenvoertuigen), stimuleren uitrol duurzame warmtebronnen zoals geothermie, aquathermie en zonnethermie.

Planspecifiek: Binnen het planvoornemen voor de Noordoosthoek is er veel aandacht voor de bouw van duurzame woningen, stimuleren van alternatieve vervoersmodi (fiets/OV/deelauto) en circulariteit

55

Nota Brabant Uitnodigend groen (2012 – 2022) [12] De nota geeft richting aan het handelen in de natuur en het landschap voor de komende jaren.

Contouren Regionaal Water en Bodemprogramma 2022 – 2027 [41] Het RWP biedt waterschappen en gemeenten en waterschappen een kader voor hun eigen beleid. Voor een aantal aspecten van het

(grondstoffen, gebouwen, afval). Op deze wijze wordt er invulling gegeven aan de doelstellingen uit de Uitvoeringsagenda Energie. Belangrijkste randvoorwaarden/ uitgangspunten: In de nota worden verschillende ambities benoemd die moeten zorgen voor een robuust natuurnetwerk, Brabant-brede biodiversiteit, een karakteristiek landschap, en verankering in de samenleving. De volgende ambities zijn relevant voor de ontwikkeling van de Noordoosthoek: · Grote natuurgebieden moeten met elkaar worden verbonden; · Gemeenten, burgers, bedrijven en agrariërs voelen zich verbonden met biodiversiteit en durven te investeren; · Creatie leefgebied bedreigde dieren en planten; · Het landschap is aantrekkelijk om te wonen, te werken en te recreëren en biedt ruimte voor verscheidenheid aan planten en diersoorten; · De ruimte in Brabant wordt inventiever gebruikt en functies worden gecombineerd; · Natuur staat midden in de samenleving en openbaar groen is aantrekkelijk voor omwonenden en de biodiversiteit. Planspecifiek: Binnen het planvoornemen wordt er ruimte gereserveerd voor kwalitatieve groeneblauwe structuren die een bijdrage leveren aan de biodiversiteit van het gebied. De dimensies van deze structuren verbindingen omliggende gebieden en bieden ruimte voor burgers om te verblijven, bewegen en spelen.

Hiermee wordt tevens een bijdrage geleverd aan gezondheid en sociale samenhang in het gebied Brabant heeft in 2050 een klimaatbestendig en veerkrachtig water- en bodemsysteem en is bestandtegen extremen. Dit is de ambitie van de gemeente binnen het RWP. Klimaatadaptatie, voldoende water, schoon water, veilig water en vitale bodem zijn van belang voor vrijwel alle provinciale opgaven: wonen en werken, infrastructuur en mobiliteit, landbouw en voedsel, natuur en biodiversiteit, een concurrerende en duurzame economie, energie-transitie, etc.

oppervlakte- en grondwater, zoals vastgelegd in de KRW, is het rechtstreeks bindend voor waterschappen

Het RWP kent vijf beleidsopgaven met bijbehorende doelen: · Veilig: Veiligheid tegen hoogwater en het voorkomen van regionale wateroverlast bij extreme buien. · Voldoende: Niet teveel en niet te weinig diep en ondiep grondwater en oppervlaktewater met optimale zoetwaterbeschikbaarheid en waterverdeling in geval van extreme droogte. · Schoon: Schoon grond- en oppervlaktewater conform de normen van de KRW; voorkomen van verontreiniging door 'nieuwe stoffen' en het beschermen diepe grondwatervoorraden. · Vitale bodem: Vergroten van de vitaliteit, sponswerking en productievermogen van de Bodem.

56

Uitvoeringsregels Evenementenbeleid 2020 [49] Dit beleid dient als basis voor het organiseren van evenementen in de openbare ruimte

Nota hoogbouw [50] De Nota Hoogbouw is een kadernota en vormt een brug tussen de ruimtelijke structuurvisie uit 2003 en concrete initiatieven.

Het doel is een juiste jaarlijkse mix van evenementen die een optimale bijdrage levert aan de promotie, aantrekkingskracht en leefbaarheid van ’s-Hertogenbosch te creëren. Het aantrekken van méér bezoekers is niet sec het doel van het evenementenbeleid, wel de kwaliteit in het aanbod en daarmee ook het type publiek dat de gemeente bezoekt. De gemeente wil ook meer ruimte geven aan nieuwe initiatieven en ‘sHertogenbosch aantrekkelijker maken voor studenten en starters. Planspecifiek: Middels een melding zijn evenementen in de publieke ruimte toegestaan binnen het plangebied. Per jaar mogen er maximaal 4 dagen middelgrote evenementen (exclusief op- en afbouw) plaatsvinden. Deze evenementen zijn uitsluitend toegestaan in het stadspark. Grote evenementen zijn uitgesloten. Er wordt binnen het plan aangesloten op de uitvoeringsregels van het Evenementenbeleid 2020 of wanneer nodig diens opvolger. In de Nota Hoogbouw is een methodiek ontwikkeld om te bepalen of, waar en onder welke voorwaarden hoogbouwinitiatieven een vervolg kunnen krijgen. Dit geldt voor bebouwing vanaf een bouwhoogte van 25 meter. Een belangrijk onderdeel van de benadering is het ruimtelijk onderzoek waarin tien punten zijn genoemd waarover de initiatiefnemer dient te rapporteren. Dit ruimtelijk onderzoek bevat tal van aspecten die van belang zijn voor hoogbouw.

Het gaat hierbij om de slankheidsbepaling; maatwerk; effect van plaatsing in de stad; architectuur; beëindiging/top van het gebouw; plint; omgevingskwaliteit; milieuaspecten; bezonning; en windhinder. Planspecifiek: Op een tweetal plekken in de Noordoosthoek, gecentreerd rondom het strandpark, is hoogbouw mogelijk. De hoogbouw die voorzien wordt dient in overeenstemming te zijn met de Nota Hoogbouw uit 2003 of wanneer nodig diens opvolger.

Nota Antennebeleid 2016 ’sHertogenbosch [51] De nota geeft aan welke criteria de gemeente toepast bij het toestaan van antenneinstallaties

Het plaatsen van vrijstaande masten voor antenne-installaties is omgevingsvergunningsplichtig. De meeste bestemmingsplannen laten een plaatsing niet toe. De gemeente kan dan met behulp van een afwijking van het bestemmingsplan medewerking verlenen aan de plaatsing van een antennemast. De Nota Antennebeleid 2016 geeft aan welke criteria de gemeente toepast bij het toestaan van afwijkingen van het bestemmingsplan of welke criteria zij kan opnemen in nieuwe bestemmingsplannen. Toepassing van criteria vergroot de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid van burgers en aanvragers. Planspecifiek: Masten ten behoeve van mobiele telefonie zijn middels een omgevingsvergunning afwijking van het bestemmingsplan worden gerealiseerd in enkele zones van het plangebied, zoals in zones met de bestemming woongebied, verkeer en groen. Deze masten

63

moeten voldoen aan de Nota Antennebeleid 2016 of wanneer nodig diens opvolger.

3.4 Ladder van duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van het nut en de noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De 'stappen van de ladder' worden in artikel 3.1.6, leden 2 - 4 Bro als volgt omschreven: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Conform artikel 1.1.1, eerste lid onder i van het Bro wordt onder een stedelijke ontwikkeling verstaan: een ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.’ Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat de ondergrens van wat als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden gezien, ligt tussen de 9 en 14 nieuwe woningen afhankelijk van de omgeving waarin de ontwikkeling plaatsvindt.

Met de beoogde ontwikkeling wordt de ondergrens van wat als stedelijke ontwikkeling moet worden gezien ruim overschreden. De ontwikkeling wordt derhalve aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De ontwikkeling vindt plaats buiten bestaand stedelijk gebied. In de eerste plaats dient de behoefte van de ontwikkeling aangetoond te worden en daarnaast dient er gemotiveerd te worden waarom deze behoefte niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien. Navolgend wordt de behoefte van de beoogde woningbouwontwikkeling beschreven en de locatie van de ontwikkeling wordt gemotiveerd. Onderbouwing nut en noodzaak de Noordoosthoek De gemeente ziet een grote opgave op de woningmarkt en het onderwerp wonen leeft breed in de Bossche samenleving. Het woonbeleid van de gemeente ’s-Hertogenbosch is opgenomen in Woonvisie ’sHertogenbosch 2020 en het bijbehorende Uitvoeringsprogramma Woonvisie. De doelstelling van de Woonvisie ’s-Hertogenbosch is wonen in een sterke stad met leefbare wijken en dorpen. De inzet voor de komende jaren wordt beschreven op basis van vier woonopgaven: 1. Passend betaalbaar wonen voor iedereen 2. Leefbare en inclusieve buurten 3. Toekomstbestendige en duurzame woningvoorraad 4. Strategisch innovatief woonprogramma.

In de woonopgaven is onder andere aandacht voor de toenemende groep van 1- en 2- persoonshuishoudens, het verbeteren van de doorstroming op de (sociale) woningmarkt en inzetten op duurzaam, flexibel en levensloopbestendig bouwen. De ambitie is om tot 2030 minimaal 10.500 woningen toe te voegen aan de woningmarkt binnen de gemeente ‘s-Hertogenbosch. Een deel van de opgave kan binnen bestaand stedelijk gebied worden ingevuld, maar er is niet voldoende binnenstedelijke ruimte om in de totale vraag te voorzien. De gemeente zet daarom ook in op nieuwe woningbouwlocaties aansluitend op bestaand stedelijk gebied. De ontwikkeling van de Noordoosthoek in De Groote Wielen is opgenomen in de Woonvisie en het Uitvoeringsprogramma. De gemeente ziet voor allerlei groepen een krapte op de woningmarkt en een tekort

64

aan betaalbare woningen. Het tekort raakt vooral starters, jongeren, studenten, middeninkomens en lage inkomens, huishoudens met een woon-zorgvraag en mogelijk standplaatsen voor woonwagenbewoners. Het College zet de komende jaren in om de woningbouwproductie op niveau te houden door tempo te maken. In februari 2020 is een samenhangend pakket van maatregelen voor de korte en de (middel)lange termijn benoemd. Door de woningproductie op gang te houden, kan invulling worden geven aan de kwalitatieve doelstellingen uit de woonvisie. Daarnaast zet de gemeente in tranches in op de realisatie van flexwoningen. Om de woningbehoefte op kortere termijn op te lossen wordt in de Noordoosthoek voorzien in maximaal 205 flexwoningen. De flexwoningen moeten voldoen aan dezelfde eisen als conventionele woningen. Ze verschillen echter alleen van de conventionele woningen, doordat ze grotendeels elders worden gefabriceerd en snel en makkelijk zijn te (ver)plaatsen. Ze worden daarom gezien als normale woningen die tijdelijk op een locatie staan. Vooruitlopend op het bestemmingsplan wordt middels tijdelijke omgevingsvergunningen voor 15 jaar en één dag medewerking verleend aan de plaatsing van een deel van deze flexwoningen. De ontwikkeling van de Noordoosthoek draagt bij aan de grote woningbehoefte van ‘s-Hertogenbosch.

In de Noordoosthoek is een divers woningaanbod beoogd met zowel koop- als huurwoningen in verschillende segmenten – zowel grondgebonden als gestapeld, woon-zorgcombinaties en mogelijk ruimte voor een ontwikkeling in CPO. Met dit diverse aanbod sluit de ontwikkeling aan bij de ambities die zijn opgenomen in de woonvisie. Zo heeft de gemeente als ambitie om met de woningvoorraad zoveel mogelijk aan te sluiten bij de woonwens, het inkomen, de levensfase en huishoudenssamenstelling van de inwoners. Om voor elke doelgroep een passend aanbod te hebben is een gevarieerd woningaanbod nodig. Met name voor de huishoudens met lage- en middeninkomens is er momenteel een krapte. Met de ontwikkeling wordt hier op ingespeeld. Tevens wil de gemeente inzetten op voldoende diverse woonoplossingen voor specifieke doelgroepen. Naast reguliere woningbouw is in het plan ook ruimte voor specifiek doelgroepen. Er kan geconcludeerd worden dat de beoogde woningbouwontwikkeling van de Noordoosthoek invulling geeft aan de woningbehoefte van ’s-Hertogenbosch. De ontwikkeling vindt plaats buiten bestaand stedelijk gebied maar wel direct aansluitend op bestaand stedelijk gebied. Een ontwikkeling van dergelijke omvang kan niet binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd worden.

Bovendien is het plangebied reeds gereserveerd voor toekomstige woningbouw en de ontwikkeling wordt landschappelijk ingepast in aansluiting op de omliggende omgeving. De ontwikkeling voldoet daarmee aan de ladder voor duurzame verstedelijking. 3.5 Ambities De gemeente heeft hoge ambities op het gebied van duurzaamheid en de kwaliteit van de leefomgeving. Deze vloeien deels voort uit het gemeentelijke beleid zoals in voorgaande paragraaf beschreven. Voor De Groote Wielen – waar de Noordoosthoek onderdeel van uit maakt – streeft de gemeente ’s-Hertogenbosch naar een bepaalde basiskwaliteit die verder gaat dan de wettelijke minimale vereisten. Tegelijkertijd dient de flexibiliteit behouden te worden om in te kunnen spelen op toekomstige ontwikkelingen. Navolgend worden de basisambities voor het plangebied beschreven. De ambities kunnen worden onderverdeeld in de volgende thema’s: 6. Ruimtelijke kwaliteit en ruimtegebruik 7. Gezondheid en maatschappij 8. Mobiliteit 9. Duurzaamheid 10. Participatie Inhoudelijk bestaan de thema’s uit verschillende ambities van verschillende beleidsvelden. In het OER wordt het planvoornemen van de Noordoosthoek getoetst ten opzichte van de ambities per beleidsveld. In hoofdstuk

65

6 worden de ambities meegenomen bij het samenstellen van het basisalternatief en de te onderzoeken variaties. 1. Ruimtelijke kwaliteit en ruimtegebruik Ambitie: De Noordoosthoek is een rustige en groene woonwijk met aandacht voor diversiteit. Voorop staat dat de Noordoosthoek een woongebied wordt, met beperkte ruimte voor andere functies. In de Noordoosthoek komt een divers woningaanbod, met zowel koop- als huurwoningen in verschillende segmenten – zowel grondgebonden als gestapeld. Door gestapelde woningen blijft meer ruimte over voor de gestelde ambities: het vraagt immers minder ruimtebeslag. Naast reguliere woningbouw is ook ruimte voor specifieke doelgroepen. Voor de woningbouwbehoefte wordt aangesloten bij de dan geldende Woonvisie, zodat wordt aangesloten bij de behoefte die er op dat moment is. Hierdoor is de Noordoosthoek een prettig gebied om te verblijven. De groene woonwijk krijgt gestalte doordat de buurten in een sterke landschappelijke structuur liggen. Deze landschappelijke opzet vormt de drager van de wijk. De oorspronkelijke verkaveling structuur is hierbij de inspiratiebron. De nu gereserveerde ecologische verbindingszone (EVZ) rondom de Hoefgraaf wordt aan de oost -en noordzijde buiten om de woonwijk heen gelegd.

Op deze wijze kan de ecologische verbindingszone goed tot zijn recht komen, de doeltypen die zich hier bevinden passen beter aan de rand van het woongebied dan daar doorheen. Deze water -en groenzone zorgt tevens voor een groene, ecologische buffer tussen het woongebied en het aangrenzende landschap van het buitengebied. Daarnaast is de kwaliteit van het water van de Hoefgraaf minder geschikt om door woongebied te laten lopen. Het bestaande profiel van de Hoefgraaf dat in de Noordoosthoek ligt wordt in principe benut als waterloop voor de woonwijk zelf. Zij wordt gekoppeld aan de Groote Wielenplas en nog verder uitgebreid middels een aantal waterlopen die door de woonwijk gaan lopen. Voor de nieuwe waterlopen wordt zoveel mogelijk aangesloten/gebruik gemaakt van bestaande waterlopen in het gebied. Aan de Groote Wielenplas is nabij het centrum ruimte voor een groot strandpark. Dit ligt centraal in de Groote Wielen met zicht op het centrum en het tegenover liggende strand. In oost-west en in noord-zuid richting worden aaneengeschakelde groenstructuren gecreëerd die de onderlinge buurten met elkaar verbinden. Deze groenstructuren samen met de waterlopen creëren diverse buurten, elk met een eigen identiteit. In deze buurten is een diversiteit aan woningtypen mogelijk.

Van standaard rijwoningen, twee-onder-een kapwoningen, vrijstaande woningen met een eigen tuin en parkeerplaats tot grondgebonden woningen met gezamenlijk tuinen en parkeren op afstand in parkeerkoffers of inpandig gesitueerd. Van grootschaligere appartementen complexen tot kleinschalige gestapelde woonvormen midden in de buurten aan een pleintje. De bebouwingsdichtheid en bouwhoogte is naar het centrum toe hoger en aan de randen van de Rosmalense polder en de Gewande lager. Zo ontstaat er een woonomgeving waar een diversiteit is aan groen in de woonomgeving: van grotere groene parken en pleinen naar kleinschalige groene speelplekken en groene autovrije straatjes. Deze zijn met elkaar verbonden waardoor hier eenvoudig ruimte is voor informeel ontmoeten, spelen, sporten en ook bijvoorbeeld voor functies zoals een moestuin. Centraal in de wijk, op belangrijke knooppunten in de wijk is ruimte voor 1 of 2 schoolaccommodaties. Net als in de andere wijken in De Groote Wielen krijgt iedere buurt binnen de Noordoosthoek een eigen identiteit. De identiteit, ook wel woonsfeer, wordt nader uitgewerkt en niet in beton gegoten in het bestemmingsplan. Hierdoor blijft ruimte voor flexibiliteit. Flexibiliteit wordt ook geboden voor bijvoorbeeld experimentele woonvormen, cohousing, wonen als een dienst, experimenteel bouwen, modulair en/of aanpasbaar bouwen en levensloop-bestendigheid.

Ook kan gedacht worden aan meervoudig ruimtegebruik, waardoor slim omgegaan kan worden met functiemenging. Door ruimte te bieden aan dergelijke initiatieven wordt een wijk ontwikkeld die klaar is voor de toekomst en adaptief in kan spelen op veranderingen.

66

2. Gezondheid en maatschappij Ambitie: Er is ruimte voor bewegen, ontmoeten en spelen, dit draagt bij aan onze gezondheid en sociale cohesie. Huidige bewoners geven aan dat ze in De Groote Wielen zijn komen wonen voor de rust en de ruimte. Eén openstaande wens springt eruit: het rondje rond de plas voor een wandeling of andere vormen van beweging. Dit is ook een wens van de gemeente zelf. De nieuwe Omgevingswet (waar dit plan door middel van de Crisisen herstelwet een voorschot op neemt) biedt kansen om ruimtelijke ordening integraal te benaderen en zo ook te kijken naar de gezonde leefomgeving. Voor de Noordoosthoek vertaalt zich dat in een omgeving die uitnodigt tot bewegen en spelen. Het strandpark biedt ruimte voor ontmoeten, sporten en spelen. De vele (vrij liggende) fiets- en voetpaden zorgen voor een uitgebreid netwerk en verbinden de buurten en de verschillende openbare ruimten op een snelle, eenvoudige en veilige manier. De langzaam verkeersverbinding over het schiereiland maakt het rondje om de Groote Wielenplas compleet, voor zowel het utilitaire fietsverkeer als het recreatieve fietsverkeer. De waterlopen door het woongebied hebben aanlegplaatsen voor bootjes en zijn verbonden met de Groote Wielenplas. Ook nabij de woningen is op de diverse pleinen en parkjes ruimte voor spelen, bewegen en ontmoeten op een veilige manier.

Dit betekent dat de ontsluiting en het parkeren voor de auto zo min mogelijk inbreekt in de woonomgeving. We verharden alleen als het niet anders kan. Het parkeren vindt zoveel mogelijk centraal en compact plaats, bijvoorbeeld op de binnenhoven of op parkeerplekken op afstand. Een gezonde leefomgeving uit zich ook in het voorkomen/beperken van hinder door thema’s als geluid en luchtkwaliteit. Hiervoor sluiten we aan bij geldende wet- en regelgeving en het gemeentelijke beleid (zoals het gebiedsgerichte geluidsbeleid). Naast gezondheid, staat ook ontmoeten centraal in de Noordoosthoek. In de bestaande delen van De Groote Wielen wordt dit soms gemist. Ontmoeten en bewegen kan goed georganiseerd worden in de openbare ruimte. Er wordt ingezet op een goede balans tussen ontmoeten nabij de woning (op buurtniveau) en ontmoeten bijvoorbeeld aan de plas (op wijkniveau). Hiermee wordt zowel een bijdrage geleverd aan gezondheid als aan de sociale samenhang. 3. Mobiliteit Ambitie: We gaan slim om met mobiliteit. Het uitgangspunt is dat de Noordoosthoek goed bereikbaar is voor iedereen. De fietser en de voetganger staan centraal. De stedenbouwkundige opzet van de wijk zorgt ervoor dat de concurrentiepositie van de fiets wordt vergroot.

Zowel in oost-westrichting als in noord-zuidrichting ligt een uitgebreid netwerk van (vrijliggende) fietspaden die zorgen voor comfortabele verbindingen tussen de buurten onderling, met het centrum van De Groote Wielen en met de verdere omgeving. Voor autoverkeer is het gebied bereikbaar vanaf de Hustenweg en Empelsehoefweg. Via een aantal inprikkers worden de verschillende buurten ontsloten. Deze directe verbinding op de Hustenweg zorgt ervoor dat de kans op sluipverkeer door de wijk wordt geminimaliseerd. De buurten worden voor autoverkeer worden onderling minimaal met elkaar verbonden. In het geval van calamiteiten en wegwerkzaamheden is er altijd een alternatief mogelijk. De Groote Wielen Centrum is voor het autoverkeer niet direct verbonden met de Noordoosthoek, terwijl dit voor het fietsverkeer wel aan de orde is. Het parkeren vindt plaats conform de vigerende parkeernormennota. Deze parkeernormennota stelt naast aantallen, ook eisen aan de kwaliteit van een parkeervoorziening. Dit geldt zowel voor autoverkeer als

67

fietsverkeer. De parkeernormennota houdt rekening met het effect op de parkeernormen als er sprake is van parkeren op afstand of deelmobiliteit. Daarvoor wordt korting op de parkeernorm geboden. Binnen de Noordoosthoek is er ook ruimte voor andere vormen van mobiliteit. De Groote Wielen is voorzien van een snelle en frequente buslijn, die verder gebruikt zal worden voor de bediening van de Noordoosthoek. Haltevoorzieningen zijn voor het langzaam verkeer goed bereikbaar en daarvoor worden ook passende fietsparkeerplaatsen gerealiseerd. De buslijn brengt De Groote Wielenaar naar het treinstation waar naast treinen, ook busdiensten en deelvervoer aanwezig is. Hier is dan ook sprake van een mobiliteitshub. 4. Duurzaamheid Ambitie: We richten ons op de toekomst: duurzaam, groen en klimaatbestendig. De keuze voor een robuuste landschappelijke structuur vormt de basis om een duurzaam, groen en klimaatrobuuste wijk te kunnen ontwikkelen. Zowel op gebiedsniveau als op gebouwniveau zijn er hoge ambities voor wat betreft duurzaamheid. De ambities zijn uitgewerkt op vier deelthema’s: 1. Energie: de wijk is CO2-neutraal 2. Klimaatadaptatie: de wijk is klimaatbestendig ingericht 3. Circulariteit: er wordt op gebieds- en gebouwniveau circulair ontwikkeld 4.

Biodiversiteit: de wijk wordt groen ingericht en is aantrekkelijk voor flora en fauna De maatregelen die passen bij deze deelambities zijn o.a.: · Bijna energieneutrale woningen · Collectieve duurzame energieopwekking · Lokaal water bergen en hergebruiken · Groene daken/waterdaken/zondaken en groene gevels · Voorkomen en beperken energievraag · Gesloten grondbalans · Verhogen biodiversiteit · Natuur inclusief bouwen · Beperken verhardingen · Smalle wegprofielen · Demontabel bouwen · Aanpasbaar bouwen Ambitie: Water staat centraal In de Noordoosthoek wordt een mooi, robuust en klimaatbestendig watersysteem ontwikkeld. Water is een van de belangrijkste pijlers van de inrichting van het gebied. Robuuste groenblauwe structuren zorgen ervoor dat de leefomgeving aantrekkelijk is en ook blijft bij weersextremen zoals hitte, droogte en extreme neerslag. In de Noordoosthoek wordt aangesloten bij het principe van de watermachine. Regenwater wordt in het zicht afgevoerd, lokaal geïnfiltreerd en/of afgevoerd naar het lokale watersysteem (de lokale watermachine). Met dit gesloten watersysteem wordt een goede waterkwaliteit nagestreefd, met mooi en beleefbaar water met ecologische waarden. Dit wordt erkend door huidige bewoners van De Groote Wielen en biedt tevens goede kansen voor biodiversiteit.

Het rioolsysteem wordt zo ontworpen dat het voorbereid is op toekomstige ontwikkelingen en doelmatig kan worden beheerd. We stimuleren het toepassen van nieuwe duurzame technieken (bijvoorbeeld om de CO2-

68

uitstoot te verminderen, duurzame materialen toe te passen, of energie/materialen worden hergebruikt en teruggewonnen). 5. Participatie Ambitie: We zijn blijvend in gesprek De Noordoosthoek zal een optelsom van projecten zijn, door de verschillende marktpartijen die in dit gebied woningen gaan ontwikkelen. Het proces hiervan is open en kent geen vooropgestelde blauwdruk. Dit betekent dat we werken met een Ruimtelijk Functioneel Kwaliteitskader, waarbinnen de projecten ontwikkeld kunnen worden. Het resultaat is een bestemmingsplan dat ruimte biedt, tenzij dit moet worden ingeperkt vanwege bijvoorbeeld milieuwetgeving. Omdat nog niet op voorhand duidelijk is wat waar precies ontwikkeld wordt (bijvoorbeeld: waar komt gestapelde bouw, waar is ruimte voor recreatie), is een participatieproces van essentieel belang. Om die reden is het voeren van een omgevingsdialoog onderdeel van het beoordelingskader.

69

4

Onderzoeksmethodiek

4.1 Inleiding Hoe een OER (of MER) wordt opgesteld is erg afhankelijk van hoe het plan of besluit wordt opgesteld waarvoor het als onderbouwing wordt gebruikt. Het bestemmingsplan voor de Noordoosthoek wordt opgesteld volgens de filosofie van uitnodigingsplanologie. Dat betekent dat de voorgenomen ontwikkeling (woningbouw) in het plan zo min mogelijk wordt uitgewerkt en vastgelegd, zodat ontwikkelende partijen zoveel mogelijk ruimte en flexibiliteit hebben om zelf met ideeën en initiatieven te komen. De gemeente wil zo met dit bestemmingsplan de markt prikkelen en nieuwe, innovatieve ontwikkelingen mogelijk maken. Aansluitend op deze filosofie biedt de Crisis- en herstelwet (Chw) met bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte de mogelijkheid om een deel van het (detail)onderzoek pas in latere fasen uit te voeren, op het moment dat vergunningen voor concrete projecten worden aangevraagd. Tegelijkertijd heeft de gemeente ambities voor de kwaliteit van de leefomgeving en op het gebied van energie, klimaat en duurzaamheid. De keuze voor uitnodigingsplanologie leidt aanvankelijk echter tot veel onzekerheid over de wenselijkheid en de kwaliteit van de uiteindelijke invulling van het gebied.

Daarmee is het dé opgave voor het OER om inzicht te bieden in hoe en onder welke randvoorwaarden het plan optimaal ingevuld kan worden, en hoe de invulling tegelijkertijd aan de ambities voor de kwaliteit van de leefomgeving kan voldoen. In paragraaf 4.2 is beschreven tot welke aanpak dit heeft geleid. Plangebied en studiegebied In het OER is het te onderzoeken gebied aangeduid met twee termen: het plangebied en het studiegebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen de ontwikkelingen plaatsvinden. Het plangebied ligt ten noorden van Rosmalen. De noordzijde van het plangebied wordt begrensd door de Hustenweg en Empelsehoefweg, de westzijde door de Lanen en het Centrum en de zuidzijde door de centrale waterplas. De oostgrens wordt gevormd door de oostgrens van het bestemmingsplan De Groote Wielen. De woonbuurten van De Groote Wielen liggen rondom de centrale waterplas. De Noordoosthoek ligt ten oosten van de buurt de Lanen en ten noorden van het Centrum en de waterplas zie figuur 2.3 (rood omlijnde gebied). Wijzigingen buiten het plangebied Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan zijn wijzigingen in het planvoornemen doorgevoerd. Twee van deze wijzigingen vinden (gedeeltelijk) buiten het plangebied plaats.

Het gaat om de aanpassing aan de bestaande infrastructuur en de realisatie van de EVZ, welke gedeeltelijk buiten het plangebied wordt gerealiseerd. Voorliggend bestemmingsplan betreft een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. Dat betekent dat een precies vastgelegd plangebied in het kader van de 17e tranche van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet is aangewezen als innovatief experiment en in het kader van de 16e tranche van de uitvoerkingsregeling CHW is aangewezen als ontwikkelingsgebied. Dit plangebied kan niet zomaar worden aangepast. Daarom worden voor deze wijzigingen aparte bestemmingsplannen “Natuurzone De Groote Wielen Noordoosthoek” en “Verkeersontsluiting De Groote Wielen” in procedure gebracht. Het ontwerp bestemmingsplan Natuurzone De Groote Wielen, waarin de EVZ en de kwaliteitsbijdrage is geregeld, is reeds in procedure gebracht.

Naast het plangebied is er het gebied waar de effecten van de ontwikkelingen mogelijk merkbaar zijn, het zogenaamde studiegebied. De grootte verschilt per omgevingsaspect en is afhankelijk van de aard, omvang en uitstraling van een omgevingseffect. Het studiegebied omvat dus het plangebied en een gebied waar de verschillende omgevingseffecten duidelijk merkbaar zijn. Per aspect is in het OER een studiegebied vastgesteld.

70

4.2 Opbouw effectbeoordeling Dit OER kent een aantal stappen waarin wordt onderzocht op welke manier het planvoornemen moet worden vastgelegd in het bestemmingsplan, waarbij recht wordt gedaan aan de beoogde flexibiliteit én aan de gemeentelijke ambities. Het OER doorloopt daarom de stappen zoals weergegeven in figuur 4.1.

Figuur 4.1 | Stappenplan proces OER/bestemmingsplan

1. Waarderen referentiesituatie en ambities In de eerste stap wordt een beschrijving gegeven van de huidige en autonome situatie (referentiesituatie). Wat is de huidige kwaliteit van de fysieke leefomgeving in het plangebied? Daarnaast beschrijven we per thema

71

welke ambities de gemeente daarvoor heeft beschreven in haar verschillende beleidsstukken. Zowel de referentiesituatie als de ambities worden ‘gewaardeerd’. Daarvoor gebruiken we een vierpuntschaal met de volgende verdeling:

Waardering ambitieniveau Het ambitieniveau scoort een ‘0’ wanneer de gemeente voor dat thema geen hogere ambities heeft dan reeds wettelijk geregeld of vastgelegd in landelijke normen/richtlijnen. Voor veel thema’s geldt dat er een maximaal ambitieniveau mogelijk is, gebaseerd op de nu geldende best beschikbare techniek. Wanneer de gemeente dat niveau nastreeft, scoort het thema ambitieniveau ‘2’. Ligt het ambitieniveau hoger dan het wettelijk kader/landelijke normen/richtlijnen, maar streeft de gemeente niet het maximaal haalbare niveau na, dan wordt het ambitieniveau gewaardeerd met een score ‘1’. Waardering referentiesituatie De huidige situatie in een plangebied kan slechter zijn dan wettelijk geregeld of vastgelegd in landelijke normen/richtlijnen. In dat geval wordt de huidige situatie gewaardeerd met een ‘-1’. Wanneer het plangebied geen aandachtspunten kent, voldoet aan de wettelijke normen/richtlijnen, dan scoort dat thema een ‘0’. Wordt het thema gewaardeerd met een ‘1’, dan is de situatie op dit moment beter dan wettelijk voorgeschreven en voldoet het reeds aan het ambitieniveau ‘Ambitie +’ voor dat thema. Voldoet de huidige situatie reeds aan het ambitieniveau ‘Ambitie ++’, dan scoort dat thema een ‘2’.

72

Per milieuaspect is allereerst aangegeven welke effecten voor het betreffende aspect relevant zijn en welke beoordelingscriteria zijn gehanteerd (zie paragraaf 4.3). De beschreven effecten worden per omgevingsthema samengevat in een tabel, waarin de effecten in de vorm van een relatieve plus/min-beoordeling worden weergegeven ten opzichte van de referentiesituatie. Voor de beoordeling van de milieueffecten zijn de volgende aanduidingen gehanteerd: ++ sterk positief effect + positief effect 0/+ beperkt positief effect 0 geen positief en geen negatief effect 0/negatief effect beperkt negatief effect -sterk negatief effect Niet voor alle beoordelingscriteria zal een dergelijke uitgebreide schaal nodig of mogelijk zijn. Daarom wordt per beoordelingscriterium beschreven welke schaal daarvoor is gehanteerd en hoe deze is opgebouwd (maatwerk per onderdeel). Referentiesituatie: altijd ’0’ Om kansen en aandachtspunten te signaleren is in stap 1 de referentiesituatie gewaardeerd met een cijfer van -1 tot 2. Om de effecten van het planvoornemen te kunnen bepalen ten opzichte van de referentiesituatie, is de referentiesituatie in stap 3 altijd het 0-punt. Een effect is namelijk ten opzichte van deze referentiesituatie positief of negatief. Beoordeling variaties In dit OER beoordelen we de effecten van een basisalternatief.

Op verschillende onderdelen zijn aannames gedaan om dit basisalternatief vorm te geven. Dat betekent ook dat op een aantal onderdelen variaties mogelijk zijn: meer/minder, hoger/lager, andere concepten, etc.. Na het beoordelen van het basisalternatief worden deze variaties kwalitatief beschouwd. Daarbij is elke keer de vraag: verandert de beoordeling van het basisalternatief wanneer deze variatie wordt toegepast. Dit wordt als volgt in een tabel weergegeven:

74

Figuur 4.3 | Voorbeeld beoordeling variaties op het basisalternatief

4. Maatregelen Op basis van de effectbeoordeling kunnen maatregelen worden voorgesteld om effecten te voorkomen of beperken. Deze worden per omgevingsthema beschreven. Deze maatregelen kunnen soms noodzakelijk zijn, in andere gevallen zijn ze facultatief. Keuzes hierin worden gemaakt in de volgende stap. 5. Voorkeursalternatief Op basis van de effectbeschrijving en de voorgestelde maatregelen zijn keuzes gemaakt die leiden tot een voorkeursalternatief (VKA). Dit is het planvoornemen zoals dat uiteindelijk in het bestemmingsplan wordt vastgesteld/mogelijk gemaakt. De gemaakte keuzes worden toegelicht. 6. Doelbereiking ambities Van het VKA wordt bepaald hoe deze zich verhoudt tot de ambities van de gemeente. In hoofdstuk 5 is de referentiesituatie gewaardeerd met een score van -1 tot 2. Bekeken wordt hoe de score van de referentiesituatie verandert als gevolg van het planvoornemen. Dit gebeurt op basis van een kwalitatieve vergelijking met de waardering van de referentiesituatie en het ambitieniveau. 7. Borging, monitoring en evaluatie Uit zowel de effectbeoordeling (stap 3) als de vergelijking met het ambitieniveau (stap 6) kan naar voren komen dat er maatregelen nodig of wenselijk zijn. Dit kan zijn om bepaalde effecten te voorkomen of om bepaalde ambities te kunnen halen/borgen.

Deze maatregelen worden op een rijtje gezet en er wordt aangegeven op welke manier deze maatregelen worden geborgd (bijvoorbeeld via het Ruimtelijk Functioneel Kwaliteitskader in eventuele beleidsregels en in de door het college vast te stellen bestemmingsplannen of via monitoring). Er wordt tevens een voorzet gedaan voor een monitorings- en evaluatieprogramma. 4.3 Beoordelingskader Bij de invulling van de Noordoosthoek gaat het om het creëren van een gezonde en veilige leefomgeving. Een gezonde leefomgeving is een omgeving die als prettig wordt ervaren, die uitnodigt tot gezond gedrag en waar

75

Landschap

Archeologie en cultuurhistorie

Energie en klimaat

Gezondheid

Beïnvloeding beschermde soorten (flora en fauna) Landschapselementen Landschapsstructuren Beleving Archeologische waarden Cultuurhistorische waarden Historisch geografische waarden Mate van klimaatbestendigheid Ruimtegebruik Energieverbruik en kansen voor duurzame energie (Her)gebruik van materiaal Afvalstromen Gezonde leefstijl: Mentaal welbevinden, lichaamsfuncties, zingeving, bewegen Meedoen: sociaalmaatschappelijk functioneren Gezonde leefomgeving: dagelijks functioneren, kwaliteit van leven, groen

Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief

Kwalitatief Kwalitatief

4.4 Mitigerende, optimaliserende en compenserende maatregelen Voor elk thema is geanalyseerd of er maatregelen noodzakelijk en/of wenselijk zijn om de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren (stap 4). Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen mitigerende, optimaliserende en compenserende maatregelen. Mitigerende en compenserende maatregelen zijn verplicht in het geval niet aan de norm kan worden voldaan of als de basiskwaliteit niet gegarandeerd kan worden. Wanneer mitigatie van negatieve effecten niet volstaat of mogelijk is, is het nodig om compenserende maatregelen toe te passen. Optimaliserende maatregelen kunnen daarbovenop zorgen dat de ambities die de gemeente beoogd sneller gehaald worden. In hoofdstuk 9 wordt ingegaan op de monitoring van belangrijke effecten die in dit OER naar voren komen, van ambities die de gemeente wil halen en de mitigerende, optimaliserende en compenserende maatregelen die daarvoor zijn benoemd.

77

5

Huidige situatie en autonome ontwikkelingen: beschrijving en waardering

5.1 Inleiding De huidige situatie is de feitelijke situatie zoals het nu is. De referentiesituatie is de huidige situatie aangevuld met de nu bekende vastgestelde ontwikkelingen, zoals De Groote Wielen Centrum, tot het planjaar 2030. De effecten van dit voornemen worden afgezet tegen de referentiesituatie. In dit hoofdstuk wordt de referentiesituatie beschreven voor alle beoordelingscriteria waarvoor de effecten van de ontwikkeling van de Noordoosthoek worden bepaald. Daarnaast is per aspect samengevat weergegeven welke ambities en doelen er vanuit de gemeente zijn. Dit zijn ambities/doelen die de gemeente heeft opgenomen in beleidsstukken. Op basis daarvan is referentiesituatie van de fysieke leefomgeving voor alle beoordelingscriteria getoetst en gewaardeerd: hoe verhoudt de referentiesituatie zich tot de ambities en doelen van de gemeente? 5.2

Mobiliteit en bereikbaarheid

Verkeersafwikkeling Gelijktijdig met de ontwikkeling van het gebied De Groote Wielen is de infrastructuur aangepast en uitgebreid om het nieuwe stadsdeel goed aan te laten sluiten op de rest van de stad en op het regionale netwerk.

Figuur 5.1 Bestaande infrastructuur rondom het plangebied de Noordoosthoek (plangrens: rood)

Aan de noordzijde wordt een deel van het plangebied begrensd door de Hustenweg, die in zuidwestelijke richting via een paar ontsluitingswegen aansluit op de A59 en A2. In noordelijke richting volgt de Hustenweg

78

rotonde gaat het autoverkeer op in het heersende verkeersbeeld (ri. Rosmalen, snelweg, binnenstad, Empel, et cetera). Verkeersveiligheid In de referentiesituatie zijn er geen aandachtspunten voor wat betreft de verkeersveiligheid. In de referentiesituatie wordt de Rosmalensedijk gefacelift naar een erftoegangsweg 30 km/u met een vrijliggend fietspad. Op dit moment is dat een doodlopende weg die nu gebruikt wordt voor de bouw van het Centrum of voor het gronddepot. Langs de noordelijk gelegen Hustenweg is er aan beide zijden van de weg een vrijliggend eenrichtingsfietspad gelegen. In de referentiesituatie is er sprake van een vrijliggend tweerichtingsfietspad ten zuiden van de Hustenweg (aan de kant van de nieuwe woonwijk) tot aan de Rosmalensedijk, waardoor fietsoversteekbewegingen (linksaf richting de Blauwe Sluisweg) worden voorkomen. En hier is dan ook geen sprake van gemengde verkeersstromen. De Empelsehoefweg ten noorden van het plangebied ontsluit de in de omgeving aanwezige boerderijen. Dit is een ertoegangsweg buiten de bebouwde kom. Fietsers en voetgangers zitten hier op de rijbaan, wat gebruikelijk is voor een dergelijke type weg. De Hustenweg is op dit moment een 80 km/u-weg buiten de bebouwde kom, waar de werkelijke snelheid wat hoger ligt dan de maximumsnelheid.

Kijkend naar de V85-snelheid (vitesse-snelheid) uit floatingcardata (HERE, hele maand mei 2022), dan is de overschrijding maximaal 15 km/u. De voorrangskruising Rosmalensedijk/Hustenweg kan op termijn aandacht vragen voor wat betreft een verkeersveilige afwikkeling. Vanuit eerdere bestemmingsplannen wordt voor de Hustenweg een snelheidsverlaging voorzien evenals een betere kruispuntvorm voor de Rosmalensedijk, waar de referentiesituatie vanuit gaat. Langzaam verkeersverbindingen Het plangebied de Noordoosthoek is momenteel niet voorzien van vrijliggende langzaam verkeersverbindingen. Wel is er de mogelijkheid om langs de zuidzijde van het plangebied te wandelen (of te fietsen). Aan de zuidzijde van het plangebied en langs de noordzijde van de Groote Wielenplas is een onverhard pad aanwezig, dit pad biedt de mogelijkheid om een rondje om de plas te maken. Aan de noordzijde van het plangebied ligt de Hustenweg, waarlangs vrijliggende fietspaden liggen. Ook kan op de Empelsehoefweg gefietst worden richting de Kruisstraat. In het hoofdfietsnetwerk van ’s-Hertogenbosch is het fietsnetwerk verdeeld in Sternetroutes, Hoofdnetroutes en Recreatieve routes. Een uitsnede van het fietsnetwerk in De Groote Wielen is in figuur 5.3 weergegeven. Het doel van het hoofdfietsnetwerk is om prettiger, veiliger en vlotter te fietsen.

Met een niet onbelangrijk aanvullend voordeel: een beperking van het autoverkeer (rijdend en parkerend) en verbetering van het milieu. Het fietspad langs de Hustenweg, tot en met De Blauwe Sluisweg, is in het Hoofdnet opgenomen. De fietsroute langs de Rosmalensedijk is aangemerkt als ‘Sternetroute’ Figuur 5.3 | Hoofdfietsnetwerk 'sen in de referentiesituatie wordt hier dan ook op ingespeeld met het Hertogenbosch realiseren van een rood geasfalteerd fietspad, in de voorrang daar waar het kan. Deze sternetroute verbindt De Groote Wielen met het centrum en station van Rosmalen. Ook is dit een verbindende route voor andere hoofdfietsroutes, bijvoorbeeld naar de binnenstad van ’s-Hertogenbosch of de snelfietsroute F59 naar Oss. Voor de Hustenweg is er in de referentiesituatie sprake van een doorgaande fietsroute aan de zuidkant van de weg tot aan de Rosmalensedijk, om oversteekbewegingen (linksaf vanuit de wijk richting het Maximakanaal)

80

Langzaam verkeersverbindingen

Openbaar vervoer

Duurzame mobiliteit

Veilig en de landelijke CROWrichtlijnen vormgegeven. AMBITIENIVEAU: MINIMAAL (0) Doel is om te stimuleren dat bewoners zoveel mogelijk wandelen of gebruik maken van fiets. Hier wordt extra op ingezet door de aanleg van nieuwe routes, faciliteren van deelfietsen en goede stallingslocaties bij aantrekkende plekken. AMBITIENIVEAU: AMBITIE++ (2) Doel is om gebruik van OV te stimuleren door een snelle en frequente busverbinding te voorzien tussen De Groote Wielen, Rosmalen en het Centraal Station ‘s-Hertogenbosch. AMBITIENIVEAU: AMBITIE+ (1) De gemeente heeft hoge ambities op het vlak van duurzame mobiliteit (o.a. slimme en deelmobiliteit, excentrisch parkeren, laadpunten, mobiliteitshubs, zero-emissie busvervoer). AMBITIENIVEAU: AMBITIE++ (2)

Binnen de referentiesituatie wordt een sternetroute fiets langs de Rosmalensedijk gesitueerd en komt er een tweerichtingsfietspad. Voor fietsers zijn er geen fietspaden in het plangebied. WAARDERING: NEUTRAAL (0) Ten westen van het plangebied, is in het gebied waar nu ontwikkeld wordt een bushalte aanwezig. Deze bushalte faciliteert een busverbinding met het station van Rosmalen en met CS. WAARDERING: NEUTRAAL (0) Op dit moment zijn er in het plangebied nog geen faciliteiten om duurzame mobiliteit te ondersteunen/stimuleren.

WAARDERING: NEUTRAAL (0)

83

5.3 Geluid Binnen het thema geluid wordt er onderscheid gemaakt tussen wegverkeerslawaai en industrielawaai. De huidige situatie in relatie tot deze twee vormen van geluidbelasting wordt kort toegelicht. In of in de nabijheid van het plangebied liggen geen stiltegebieden. Hier is in het MER dan ook niet verder op ingegaan. Geluidgevoelige bestemmingen i.r.t. wegverkeer Rond het plangebied liggen twee wegen welke kunnen zorgen voor een geluidbelasting op de Noordoosthoek (zie figuur 5.8). Het gaat om de Hustenweg en de Empelsehoefweg. Het geluid als gevolg van het wegverkeer op de Empelsehoefweg is minimaal en beperkt zich tot de weg en haar directe berm. De geluidbelasting als gevolg van wegverkeer op de Hustenweg ten noorden van het plangebied is groter, maar alsnog zeer beperkt. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich woningen als onderdeel van de reeds gerealiseerde deelgebieden van de woonwijk De Groote Wielen. Deze woningen worden als geluidgevoelig beschouwd. In de huidige situatie ondervinden deze geluidgevoelige objecten in beperkte mate hinder van verkeerslawaai als gevolg van de bestaande wegen, met name van de Hustenweg / De Blauwe Sluisweg ten noordoosten van de wijk en Het Hooghemaal ten zuiden van de wijk. Er liggen geen andere geluidgevoelige bestemmingen, zoals scholen binnen de geluidscontouren rond de wegen.

In het kader van het OER is geen berekening gemaakt van de huidige geluidbelasting op deze geluidgevoelige objecten. Wel is er ingegaan op de verwachte geluidbelasting in de autonome situatie. De effectbeoordeling in hoofdstuk 7 vindt namelijk plaats ten opzichte van die autonome situatie. De resultaten daarvan zijn opgenomen in paragraaf 5.3.3.

Figuur 5.6 | Uitsnede Atlas van de Leefomgeving - Geluid in Nederland van wegverkeer (Lden)

Geluidgevoelige bestemmingen i.r.t. bestaande bedrijvigheid In en aangrenzend aan het plangebied liggen enkele agrarische bedrijven die een geluidzone hebben (zie paragraaf 5.7, waarin de milieuzoneringen op basis van de richtafstanden van de VNG zijn weergegeven). De richtafstanden voor geluid bij agrarische bedrijven is zeer beperkt (30-50 meter) en ligt voor slechts een beperkt oppervlak binnen het plangebied. Aan de Rosmalensedijk 10 te ’s-Hertogenbosch is hoveniers- en bestratingsmaterialenbedrijf ‘Swanenberg handelsonderneming B.V.’ gevestigd dat naar de aard van de bedrijfsactiviteiten onder milieucategorie 3.1 kan worden geschaard. De geluidbelasting bedraagt ter hoogte van de rand van het plangebied (30 m ten zuiden van de middenlijn van de weg) in de dagperiode ten hoogste 47 dB(A) en in de nachtperiode 26 dB(A). Het woon- en leefklimaat t.a.v. het geluidsniveau is tijdens de dagperiode als ‘goed’ te betitelen.

84

5.4

Luchtkwaliteit

Stikstofdioxide en Fijnstof (PM10 en PM2 5) Met behulp van Atlas Leefomgeving is gekeken naar de luchtkwaliteit in en om het plangebied. De achtergrondconcentraties voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10, PM2,5) zijn een gemiddelde waarde over het jaar 2019. De achtergrondconcentratie voor NO2 ligt in het plangebied tussen de 14-18 μg/m³. Voor PM10 is de achtergrondconcentratie over 2019 voor het plangebied 18 μg/m³ en voor PM2,5 is de concentratie 11 μg/m³. De luchtkwaliteit in het plangebied voldoet daarmee aan de wettelijke grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10, PM2,5). In 2005 zijn door de WHO gezondheidsnormen afgegeven. Deze WHO normen zijn in 2021verder aangescherpt naar aanleiding van nieuwe inzichten na jaren onderzoek. Onderstaande tabel toont het verschil tussen de grenswaarden van de Wet milieubeheer en de WHO advieswaarden. Tabel 5.1 | Jaargemiddelde concentraties luchtkwaliteit (RIVM) Grenswaarden Wet WHO advieswaarde 2005 milieubeheer NO2 40 µg/m3 40 µg/m3 3 PM10 40 µg/m 20 µg/m3 PM2,5 25 µg/m3 10 µg/m3

WHO advieswaarde 2021 10 µg/m3 15 µg/m3 5 µg/m3

Gemeente ‘s-Hertogenbosch heeft zich (via het ondertekende Schone Lucht Akkoord) gecommitteerd bij de WHO normen zoals deze in 2005 zijn geadviseerd. In de huidige situatie wordt – behalve voor PM2,5 - voldaan aan de in 2005 door WHO geadviseerde normen. Autonome ontwikkelingen luchtkwaliteit Er worden geen autonome ontwikkelingen in de omgeving voorzien die van invloed zijn op de luchtkwaliteit in het studiegebied. In het algemeen is de verwachting dat de achtergrondconcentraties door het schoner worden van onder andere het wegverkeer in de toekomst lager zullen zijn. Uit berekeningen die voor het project zijn uitgevoerd (zie verder paragraaf 7.4) blijkt dat in de referentiesituatie in 2030 de jaargemiddelde concentraties NO2 (circa 11 μg/m³), PM10 (circa 15 µg/m3) en PM2,5 (circa 9 µg/m3) zijn afgenomen. Hierdoor voldoen de drie maatgevende stoffen NO2, PM10 als ook PM2,5 aan de in 2005 geadviseerde WHO normen.

86

5.5

Geur (Agrarische) geurbelasting op gevoelige bestemmingen

Verordening geurhinder en veehouderij Voor het aspect geur en veehouderijen is de normering voor het houden van dieren vastgelegd in de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv)2. Deze wet bevat afstandsnormen en geurbelastingsnormen die in acht moeten worden genomen bij de besluitvorming. De Wgv voorziet in een bevoegdheid van de gemeenteraad om bij een gemeentelijke verordening een andere waarde of andere afstand vast te stellen. De gemeente ’sHertogenbosch heeft een eigen geurbeleid vastgelegd in de Verordening geurhinder en veehouderij gemeente ’s-Hertogenbosch 2008. Het plangebied maakt onderdeel uit van gebied 2 binnen deze verordening. Gebied 2 is het noordelijk deel van De Groote Wielen en bevat deelgebieden De Lanen, Het Centrum en de Noordoosthoek. Buiten de bebouwde kom wordt in Gebied 1 en Gebied 2 en in afwijking van artikel 3, eerste lid, van de wet, een vergunning voor een veehouderij geweigerd indien de geurbelasting van die veehouderij op een geurgevoelig object meer bedraagt dan 5,0 odour units per kubieke meter lucht. Om te bepalen of er een geurbelasting op het plangebied ligt wordt dan ook de volgende normstelling gehanteerd: Tabel 5.2 | Normstelling geurbelasting en minimumafstanden planontwikkeling

Figuur 5.7 | Gebied 2 Verordening geurhinder en veehouderij (grijze arcering) 2

Voor opslag van kuilvoer, vergisters etc. wordt uitgegaan van de VNG richtlijnen, zie paragraaf 5.7.

88

Binnen een straal van 2 km van het plangebied liggen verschillende veehouderijen welke momenteel een geurbelasting kunnen hebben op het plangebied. Onderstaande figuur geeft een overzicht van de veehouderijen met een geuremissie binnen een straal van 2 km en 5 km.

Figuur 5.8 | Studiegebied geur

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant heeft haar Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant in artikel 3.50 vastgelegd dat de kans op cumulatieve geurhinder op geurgevoelige objecten in de bebouwde kom niet hoger mag zijn dan 12%. Dit vertaalt zich naar een geurbelasting van 10,0 oue/m3. Wgv contour geurnormen Er is in de vergunde/gemelde situatie één veehouderij waarvan de contour van de geurnorm van 5 oue/m3; P98 voor de voorgrondbelasting3 over de rand van het plangebied ligt. Het gaat hierbij om de veehouderij aan de Gewande 1a. Wanneer gerekend wordt vanuit de hoekpunten van het bouwvlak van de veehouderijen (omgekeerde werking4), dan zijn er twee veehouderij waarvan de geurcontour van 5,0 oue/m3; P98 over het plangebied valt. Het gaat om de veehouderijen aan de Gewande 1a en Hustenweg 8. Vanwege de nabije ligging van de veehouderij aan de Empelsehoefweg 8 is deze ook inzichtelijk gemaakt. Empelsehoefweg 8 In het geuronderzoek komt naar voren dat de contour van 5 oue/m3 van de veehouderij aan de Empelsehoefweg 8 niet over het plangebied valt. De maximale geurbelasting op de grens van het plangebied is 1,8 oue/m3; P98. Deze geurbelasting ligt onder de ten hoogste toegestane waarde voor de geurbelasting. Het plan wordt dan ook niet gehinderd door de veehouderij aan de Empelsehoefweg 8.

Wanneer gerekend wordt vanuit de hoekpunten van het bouwvlak van de veehouderij die het dichtst bij het plangebied zijn gelegen (omgekeerde werking), dan is de maximale geurbelasting op de rand van het 3

Voorgrondbelasting is de berekende belasting van een individueel bedr jf. Bij een beoordeling op basis van omgekeerde werking wordt niet enkel gekeken naar de voorgrondbelasting vanaf het middelpunt van veehouderij, maar vanaf de contour rond de veehouder j. Hierdoor reikt de geurbelasting verder en wordt het volledige perceel meegenomen. Omgekeerde werking geeft bovendien inzicht in de mogel jkheden voor de veehouderij om zijn bedr jfsvoering te kunnen blijven voortzetten. 4

89

Bedraagt de voorgrondbelasting minder dan de helft van de achtergrondbelasting, dan is de achtergrondbelasting bepalend voor de geurhinder. Als de voorgrondbelasting meer bedraagt dan de helft van de achtergrondbelasting dan is de voorgrondbelasting maatgevend voor de geurhinder. De maximale voorgrondbelasting op de rand van het plangebied bedraagt 4,8 oue/m3; P98 en de maximale achtergrondbelasting is 9,7 oue/m3; P98. Hiermee is voor het plangebied de achtergrondbelasting maatgevend voor de geurhindersituatie. De waarde van de maximale achtergrondbelasting op de rand van het plangebied komt overeen met een aantal gehinderden van 10-15%. Dit komt overeen met een milieukwaliteit in het plangebied ’redelijk goed’. Aangezien de achtergrondbelasting niet hoger is dan 10 oue/m3; P98, wordt ook voldaan aan artikel 3.50 uit de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Autonome ontwikkelingen geur Op het gebied van geur spelen geen autonome ontwikkelingen die van belang zijn als referentiesituatie voor dit OER. Referentiesituatie versus ambities Waardering Voor het thema geur zijn verschillende ambities en doelen geformuleerd op basis van het bestaande beleid en wet- en regelgeving (zie onderstaand kader).

92

5.6

Externe veiligheid

Groepsrisico (GR) en Plaatsgebonden risico (PR) Figuur 5.15 toont een uitsnede van de risicokaart ter plaatse van het plangebied en omgeving. Op de kaart is te zien dat rondom het plangebied meerdere risicovolle inrichtingen aanwezig zijn. In het plangebied bevindt zich aan de Rosmalensedijk 14 een bovengrondse propaantank van 3000 liter, deze is niet opgenomen op de kaart. De propaantank wordt maximaal 5 keer per jaar gevuld. Het betreft een propaantank bij een bedrijf dat maximaal 10 jaar het gebruik als bedrijf mag voortzetten, de PR-afstand bedraagt 10 meter. De dichtstbij gelegen risicovolle inrichtingen bevinden zich aan de noordrand van het plangebied. Het gaat hier om twee propaantanks. Voor beide inrichtingen is er geen sprake van overschrijding van het groepsrisico. De twee inrichtingen vallen niet onder de regelgeving van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Er zijn op grond van het Bevi dan ook geen veiligheidsnormen van toepassing welke een effect hebben op de eisen voor het plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR). Buiten de Bevi om kennen deze bedrijven richtafstanden voor veiligheid, waar planologisch rekening mee gehouden moet worden (in deze gevallen 10 en 30 meter, zie paragraaf 5.7).

Figuur 5.13 Externe veiligheid (plangebied: zwart omkaderd, bron: risicokaart.nl)

94

beheersbaarheid binnenplans op orde zijn en verantwoordingskaders in het bestemmingsplan worden toegepast. AMBITIENIVEAU: MINIMAAL (0)

5.7

bij de nationale wet- en regelgeving.

WAARDERING: NEUTRAAL (0)

Bedrijven milieuzonering

Richtafstanden (mogelijke knelpunten) Het plangebied is nu hoofdzakelijk in gebruik als grasland. Ook is er een gronddepot (voor de bouw van het Centrum en de Lanen) en ligt er een agrarisch bedrijf en een bedrijf dat machines en materieel verhuurt voor grondwerk op locatie. Buiten de panden van deze bedrijven is geen bebouwing aanwezig. Direct aan de rand van het plangebied van de Noordoosthoek liggen enkele agrarische bedrijven met hindercirkels (zie tabel 5.4). Het gaat om enkele intensieve veehouderijen en agrarische niet intensieve veehouderijen. Ten noorden van het plangebied bevindt zich een bedrijf in bestratingsmateriaal/hoveniersbedrijf. Tabel 5.4 geeft een overzicht van alle omliggende (agrarische) bedrijven inclusief milieucategorie en richtafstanden. In de tabel zijn alleen de bedrijven opgenomen die mogelijk kunnen overlappen met het plangebied, dit zijn er daardoor minder dan weergegeven op figuur 5.16. Tabel 5.4 | Milieuzonering rond omliggende bedrijven [21] Adres

Omschrijving

Milieu-

Richtafstand

Grootste

categorie Rosmalensedijk 14

afstand Geur

Stof

Geluid

Gevaar

30

10

30

10

30

30

10

30

10

30

3.1

30

10

50

10

50

3.1

50

30

30

0

50

3.1

50

30

30

0

50

Dienstverlening t.b.v. de landbouw 2 – algemeen: b.o. <= 500 m²

Rosmalensedijk 15

Dienstverlening t.b.v. de landbouw 2 – algemeen: b.o. <= 500 m²

Rosmalensedijk 10

Plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. > 500 m²

Empelsehoefweg 8

Fokken en houden van rundvee (niet intensieve melkveehouderij)

Empelsehoefweg 12 Fokken en houden van rundvee (niet intensieve melkveehouderij)

96

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12203784/1