Bijlage 5 Gemeente Groningen - Evaluatie beleid beschermingsbewind en bijzondere bijstand
Tekst van het document
Steller: Leoni Ax Datum: 21-12-2021
Evaluatie beleid beschermingsbewind en bijzondere bijstand
-1-
AANLEIDING
Al tientallen jaren stijgt in Nederland het aantal mensen waarvan de goederen onder bewind staan op grond van beschermingsbewind (afgekort BBW). In beginsel betalen de inwoners de kosten van beschermingsbewind zelf, maar inwoners met onvoldoende middelen kunnen een beroep doen op de bijzondere bijstand. In 2017 werd vanuit het budget bijzondere bijstand in onze gemeente € 3,3 miljoen uitgegeven voor de kosten van beschermingsbewind. Slechts een vijfde deel hiervan werd betaald aan inwoners onder bewind bij de gemeentelijke bewindvoerder. De rest is betaald aan inwoners onder bewind van een private bewindvoerder.
Om meer grip te krijgen op de kwaliteit en de kosten van beschermingsbewind aan onze inwoners heeft de raad in februari 2018 besloten met ingang van 1 maart 2018 geen kosten meer in rekening te brengen voor de dienst beschermingsbewind aan inwoners van de gemeente Groningen met een inkomen van maximaal 120 procent van de van toepassing zijnde bijstandsnorm zonder in aanmerking te nemen vermogen. De Groningse Kredietbank (GKB) voert als onderdeel van de gemeentelijke organisatie kosteloos beschermingsbewind uit voor deze groep. Deze evaluatie heeft als doel om inzicht te krijgen in de gegevens over de uitvoering en uitwerking van het beleid.
-1-
1. BELEID
Tijdig de noodzaak van beschermingsbewind (her)beoordelen en bij inwoners die ondersteuning nodig hebben het goedkoopste passende instrument (de lichtste vorm) inzetten (denk aan doorbetalingen, budgetbeheer). Een integraal aanbod van (schuldhulp)ondersteuning aanbieden aan inwoners. De instroom in beschermingsbewind beperken en de uitstroom uit beschermingsbewind bevorderen, met name voor inwoners met problematische schulden. Een vermindering van de kosten bijzondere bijstand, nodig om beschermingsbewind door externe bewindvoerders te betalen.
Om de in- en uitstroom van beschermingsbewind en daarmee de kosten van beschermingsbewind voor de bijzondere bijstand beheersbaar te houden, is besloten om voor inwoners met een inkomen tot maximaal 120 procent van de bijstandsnorm kosteloos beschermingsbewind door de gemeente aan te bieden. Daarmee worden de volgende doelen beoogd: • • • •
-2-
2. PUDDINGAKKOORD
Denktank Naar aanleiding van alle lopende bezwaren heeft een parallel lopend overleg plaatsgevonden met als doel de bezwaren zo veel mogelijk zonder verdere procedures af te handelen. Dit heeft geleid tot een schikking met een bijbehorende set van afspraken. Op verzoek van de bewindvoerders is met instemming achteraf van het brede bewindvoerdersoverleg, een zogenaamde Denktank geformeerd met daarin een afvaardiging van de gemeente en de bewindvoerders waar een overeenkomst mee gesloten is.
Doel van deze Denktank is het voorbespreken van bepaalde onderwerpen/thema’s op uitvoeringsniveau in kleine kring, ter voorbereiding op de bijeenkomsten van het bredere bewindvoerdersoverleg. Afstemming over praktische zaken in de uitvoering, maar ook hoe verder na afloop van het Puddingakkoord. Er is een optie voor verlenging opgenomen in de huidige overeenkomst, hier vallen vanaf 2022 ook de bewindvoerders van inwoners van de voormalige gemeenten Haren en Ten Boer onder in verband met de herindeling. Het overgrote deel van de bewindvoerders heeft de nieuwe overeenkomst inmiddels ondertekend en daarmee verlengd.
-3-
Vanuit de Denktank zijn een aantal subgroepen gevormd die bestaan uit een afvaardiging van de private bewindvoerders, de uitvoering van GKB en de uitvoering van een bewindvoerder. Doel van de subgroepen was om per onderwerp te kijken naar de bestaande processen en knelpunten te signaleren en voorstellen te doen voor mogelijke verbeteringen. De subgroepen werken ieder een onderwerp uit en doen eventueel voorstellen
Beschreven in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Staatscourant 10 november 2014
Naar aanleiding van de invoering van het nieuwe beleid inzake de kosten voor beschermingsbewind hebben bewindvoerders een groot aantal juridische procedures opgestart in 2018. Deze betroffen voornamelijk bezwaarprocedures tegen afwijzingen bijzondere bijstand. Daarnaast werd door een groep van zeven bewindvoerdersorganisaties ook een kort geding aangespannen tegen de gemeente. Naar aanleiding van het kort geding zijn er voorafgaand aan de zitting gesprekken gevoerd die hebben geleid tot een driejarige overeenkomst (Puddingakkoord) tussen een aantal bewindvoerders (25) en de gemeente. In deze overeenkomst worden afspraken gemaakt met bewindvoerders. Deze afspraken komen er kortgezegd op neer dat cliënten van deze bewindvoerders voorlopig, onder voorwaarden recht blijven houden op bijzondere bijstand en daarmee (nog) niet hoeven over te stappen naar de gemeente. Er mag dan alleen nog het lage a-tarief1 (voor toestandsbewinden) in rekening worden gebracht, zelfs als het om een schuldenbewind (hoge b-tarief) gaat. Daarnaast zal voor deze betreffende groep een uitstroompercentage van minstens tien procent per jaar moeten worden gerealiseerd. In feite worden de gevolgen van het beleid (overdracht dossiers naar de GKB) hiermee tijdelijk uitgesteld onder bepaalde voorwaarden.
Het beleid blijft onaangetast en er zal een aantal keer per jaar een regulier breed bewindvoerdersoverleg plaats vinden. Doel van dit overleg is het afstemmen van praktische zaken op uitvoeringsniveau. Met bovengenoemde overeenkomst is het kort geding afgewend.
1
voor verbetering aan het brede bewindvoerdersoverleg. De volgende onderwerpen zijn door de subgroepen van de Denktank behandeld: • Instroom en adviesrecht • Aansluiting schuldenregeling/Minnelijk traject • Nazorg en uitstroom De conclusies van alle subgroepen komen er in de kern op neer dat er op het vlak van de uitvoering altijd al goede afspraken zijn geweest tussen de medewerkers van de GKB en de bewindvoerders. Bijvoorbeeld over het eenvoudig indienen van aanvragen voor minnelijke schuldenregelingen bij de afdeling schuldregeling. Er wordt al jaren gewerkt met vaste contactpersonen voor de bewindvoerders. Vanuit de bewindvoerders was er een sterke behoefte om te onderzoeken in hoeverre er in de toekomst wellicht weer sprake zou kunnen zijn van nieuwe instroom bij de private bewindvoerders van inwoners van de gemeente Groningen die de kosten niet zelf vanuit hun eigen inkomen of vermogen kunnen voldoen. Hiervoor zijn verschillende scenario’s bekeken, maar de conclusie is dat binnen het huidige beleid daar geen mogelijkheden voor zijn (Zie bijlage 1). Uitstroom Bij het afsluiten van het Puddingakkoord is met de bewindvoerders afgesproken dat de private bewindvoerder ieder kalenderjaar een uitstroom van tien procent dient te realiseren. Het Puddingakkoord is door 25 bewindvoerders ondertekend.
Er zijn sinds de start van het Puddingakkoord (1 januari 2019) 329 inwoners uitgestroomd uit de bijzondere bijstand voor beschermingsbewind, dit is in totaal bijna 29 procent uitstroom. Er staan nog 811 inwoners onder bewind bij bewindvoerders waar we het Puddingakkoord mee hebben afgesloten. Verder zien we dat bijna alle bewindvoerders de afgesproken tien procent uitstroom per kalenderjaar hebben behaald. Een enkeling is dit niet gelukt. Maar dit zijn allen bewindvoerders met één of twee inwoners onder bewind.
Van de inwoners die zijn uitgestroomd zijn veertien inwoners van private bewindvoerders overgenomen door de GKB. Overige uitstroom is gerealiseerd door bijvoorbeeld verhuizing, samenwonen, opheffen bewind, verandering in draagkracht, overlijden of er is geen aanvraag gedaan voor bijzondere bijstand. Het is in dat geval niet te achterhalen wat de reden is voor het niet aanvragen.
Tijdens het Breed Bewindvoerdersoverleg op 7 juli 2021 gaven de aanwezige bewindvoerders aan dat de tien procent uitstroom per jaar niet opnieuw te realiseren is bij voortzetting van de overeenkomst. De bewindvoerders geven aan dat de rek uit het bestand is qua uitstroom. Wel zal er uitstroom plaatsvinden door natuurlijk verloop.
Conclusie: De afspraken van het Puddingakkoord zijn nagekomen. Er is minder bijzondere bijstand verstrekt en er is tien procent uitstroom per jaar behaald.
-4-
3. ONTWIKKELING
Inwoners in beschermingsbewind Bij de Rechtspraak zijn gegevens opgehaald van uitgesproken beschermingsbewinden van 2016 tot en met 2020. Hieronder wordt een overzicht gegeven van het aantal toestandsbewinden, bewinden op basis van problematische schulden/verkwisting en uitgesproken bewinden van 2016 tot 2020. In onderstaande tabellen wordt weergegeven hoeveel de stijging of daling is ten opzichte van 2018. Er is voor 2018 gekozen omdat dat het moment was dat het beleid is gewijzigd in de gemeente Groningen. Op deze manier vergelijken we de gevolgen van de beleidswijziging in Groningen vanaf dat moment met andere steden2 in Nederland. Voor de steden die we gebruiken in de vergelijking is een keuze gemaakt tussen grote steden, studentensteden die vergelijkbaar zijn met Groningen en steden waar ook pilots zijn gevoerd op het gebied van beschermingsbewind. In bijlage 2 staan de cijfers in tabellen gepresenteerd, inclusief de totalen.
De cijfers vanuit de Rechtspraak zijn alleen op postcodeniveau ontvangen, om deze reden zijn de cijfers op stedelijk niveau gepresenteerd.
-5-
Toestandsbewinden Groningen en acht grote steden De grafiek hieronder laat zien hoe de ontwikkeling van het aantal lopende bewinden in het betreffende jaar is. Hiervoor is Groningen afgezet tegen het gemiddelde van de acht grote steden (Amsterdam, Rotterdam, Leiden, Tilburg, Enschede, Nijmegen, Maastricht en Eindhoven). Daarin is duidelijk te zien dat het gemiddelde van de steden een stijging van het aantal bewinden laat zien van twee procent in 2020 ten opzichte van 2018. In Groningen is een daling van 6,6 procent minder toestandsbewinden te zien ten opzichte van 2018.
2
$"#(
$"#+
%"
$"#*
)'
$"#)
'"
$"$"
Toestandsbewinden Groningen en steden op individueel niveau Hieronder is ook per stad weergegeven hoe de ontwikkeling van de toestandsbewinden is ten opzichte van 2018. Daarbij valt op dat ook op individueel niveau Groningen de grootste daling maakt van toestandsbewinden vanaf 2018. Alleen Nijmegen (-4,1%) en Eindhoven (-1%) laten een daling zien van toestandsbewinden in 2020 ten opzichte van 2018. Bij overige steden stijgt het aantal toestandsbewinden.
*"".
#""".
("". &"". $"". """. $"". &"". ("". *"". +)
'(
#" $%
($
('
Bovenstaande grafieken laten het totale aantal beschermingsbewinden van dat jaar zien, het gaat hier dus niet om het aantal uitgesproken bewinden in dat jaar. Een stijging van het aantal bewinden kan betekenen dat er meer instroom is geweest, of minder uitstroom ten opzichte van vorig jaar.
Conclusie: We zien bij bijna alle steden een (lichte) groei van het totale aantal toestandsbewinden sinds 2018. Echter zien we bij Groningen de grootste daling (-6,6%) vanaf 2018 ten opzichte van andere steden.
-6-
Problematische schulden/verkwisting Groningen en acht grote steden Voor bewindvoering op basis van problematische schulden/verkwisting is ook een vergelijking gemaakt met het gemiddelde van de acht steden. Hierin zien we dat het aantal bewinden stijgt gemiddeld genomen over de acht steden met 13,65 procent. De bewinden in Groningen dalen juist met 13,7 procent.
-7-
$"#(
$"#+
%"
$"#*
)'
$"#)
+)
'"
'(
$"$"
Conclusie: Bij het aantal bewindvoeringen voor inwoners met problematische schulden/verkwisting zien we in bijna alle steden een stijging van het aantal schuldenbewinden vanaf 2016. In Groningen is echter een significante daling van de instroom vanaf 2018 waar te nemen.
Problematische schulden/verkwisting Groningen en steden op individueel niveau Voor de bewinden op basis van problematische schulden/verkwisting is een vergelijking gemaakt per stad. Daarbij is bij alle steden (m.u.v. Groningen) een stijging te zien van schuldenbewinden vanaf 2018. Van een stijging van twee à drie procent (Eindhoven en Tilburg) tot 27 procent (Leiden) ten opzichte van 2018.
&""". %""". $""". #""". """. #""". $""". %""". &""". '""".
$%
($
#"
('
Mogelijke oorzaken hiervoor zouden kunnen zijn: - Doordat sinds de wijziging van beleid vooraf getoetst wordt door de gemeente of bewindvoering de best passende ondersteuning is. Waarbij niet standaard wordt uitgegaan van de gevraagde maatregel (bewindvoering), maar eerst wordt gekeken of er minder ingrijpende oplossingen mogelijk zijn, zoals budgetbeheer, budgetcoaching of een minnelijke schuldenregeling. - Dat inwoners alsnog de voorkeur geven om door een private bewindvoerder dan wel andere partijen geholpen te worden, op een andere wijze dan door bewindvoering. De uitstroom is groter dan de instroom. -
-8-
Gemeente Tilburg Tussen maart 2018 en oktober 2019 heeft de gemeente Tilburg samen met de rechtbank Zeeland West-Brabant een pilot gedaan, genaamd de T-aanpak. De T-aanpak is een samenwerking tussen de gemeente, bewindvoerder en de rechtbank. Daarbij is besloten tot een aanpak waarbij bewindvoerders voor aanvragers met schulden altijd eerst een adviesgesprek met een medewerker van het team Schuldhulpverlening (SHV) voeren. In dit gesprek met bewindvoerder, cliënt en schuldhulpverlener wordt bekeken of er alternatieven zijn voor bewind. Zijn er passende alternatieven dan kunnen bewindvoerder en cliënt afzien van het verzoek aan de rechtbank. Op deze manier hebben bewindvoerders meer kennis van de mogelijkheden tot schuldhulpverlening gekregen, wat een preventief effect heeft op een aanvraag bewind en een effect op snellere aanpak van schulden. En op basis van signalen van SHV over doorlooptijden van dossiers, is de rechtbank strakker gaan sturen op snellere aanpak van schulden en het sneller overdragen van dossiers naar SHV3. Bij de zitting verzoekt de rechter dringend om binnen een half jaar een dossier aan SHV aan te leveren voor het regelen van de schulden.
-9-
Conclusie: Het lijkt er sterk op dat de T-aanpak tot gevolg heeft gehad dat er voornamelijk een verschuiving heeft plaatsgevonden van schuldenbewind naar toestandsbewind. In tegenstelling tot Groningen, waar een afname van zowel schulden- als toestandsbewinden is waar te nemen.
Gemeente Tilburg: T-aanpak schuldenbewind. Evaluatie pilot rechtbank Zeeland-West Brabant-gemeente Tilburg, december 2019 www.tilburg.nl//actueel/nieuws/item/betere-hulp-en-sneller-uit-de-schulden/
Als we de in- en uitstroomcijfers, zoals aangeleverd door de Rechtspraak, van Tilburg bekijken valt op dat er slechts een zeer beperkt effect is waar te nemen op het aantal inwoners dat gebruik maakt van schuldenbewind. Wel is een toename waar te nemen van het aantal zogenaamde toestandsbewinden (op grond van geestelijke of lichamelijke toestand).
3
*""". (""". &""". $""". """. $""". &""". (""".
$"#*
%"
$"#+
)'
$"#)
+)
'"
'(
$"#(
$%
($
#"
('
$"$"
Conclusie: De daling van de instroom van bewinden in Groningen is sterker dan in andere steden.
Bovenstaande grafiek laat de instroom zien van het betreffende jaar, ten opzichte van 2018. Dit zijn nieuw uitgesproken bewinden in dat jaar. Er kan geen onderscheid gemaakt worden op basis van de grond van het bewind.
Bij bijna alle steden zien we een daling van het aantal gestarte bewinden vanaf 2016. Er worden dus de laatste jaren steeds minder bewinden uitgesproken door de rechtbank. Echter is de daling van het aantal bewinden in Groningen veel sterker dan in andere steden. Zo is er in 2020 meer dan 50 procent minder instroom geweest dan in 2018.
In bijlage 3 is de instroom, uitstroom en netto groei opgenomen in een tabel. Aan de netto groei is te zien dat het aantal bewinden bij bijna alle steden nog steeds stijgt. Dit komt doordat het aantal beëindigde bewinden minder is dan de instroom. Echter zien we in Groningen wel een negatief saldo van de netto groei. Dit komt doordat de uitstroom groter is dan de instroom vanaf 2016. Een bewindvoering kan eindigen door natuurlijk verloop zoals overlijden, maar ook doordat bewindvoering niet meer ingezet hoeft te worden. Mogelijk is het hoge aantal beëindigingen van het aantal bewinden, vergeleken met andere steden, te wijten aan het Puddingakkoord waarbij de private bewindvoerders die het akkoord hebben ondertekend, hebben gezorgd voor een grotere uitstroom. Omdat ook andere maatschappelijk ontwikkelingen invloed kunnen Conclusie: De instroom daalt en de uitstroom in Groningen neemt toe wat leidt hebben op de uitstroom (denk bijvoorbeeld aan Corona) is het moeilijk conclusies te trekken met betrekking tot de effecten van het tot een netto daling van bewinden. In andere steden zien we een netto groei van bewinden. beleid op de uitstroom.
-10-
GKB Het totale aantal inwoners onder bewind bij de GKB is sinds 2017 gestegen. In 2020 heeft iets meer dan een kwart van het totaal aantal inwoners dat onder schulden- of toestandsbewind staan een bewindvoerder van de GKB. Bij vijftien procent van de inwoners met schuldenbewind en bij bijna 30 procent van de toestandsbewinden is de GKB de bewindvoerder.
Daarnaast zien we dat 69 inwoners in 2020 zijn uitgestroomd bij de GKB. Het totale aantal inwoners dat in 2020 is uitgestroomd is 420 (zie bijlage 3). De uitstroom komt dus voor een groot deel bij de private bewindvoerder vandaan. Mogelijk is dit het gevolg van de uitstroom afspraken die in het Puddingakkoord zijn gemaakt met bewindvoerders, waar de bewindvoerders gehoor aan hebben gegeven. We zien de instroom toenemen in 2019 en 2020, maar verwachten wel dat dit zal stabiliseren. We zien dat de nieuwe instroom daalt (in de cijfers van de Rechtspraak) en het aantal overnames van bewindvoerders die niet meedoen aan het Puddingakkoord zal uiteindelijk afnemen.
!
!
!
#
!
"
"
#
De GKB voert niet alle gestarte bewinden van inwoners uit, dit kan o.a. de volgende oorzaken hebben: - een familielid, vriend of kennis kan ook bewindvoerder zijn van de inwoner. - Inwoners (met een inkomen boven 120 procent van de bijstandsnorm) kunnen zelf kiezen voor een private bewindvoerder.
Conclusie: Zoals verwacht neemt de caseload van de GKB toe. Maar als gevolg van het Puddingakkoord, is de toename minder sterk dan vooraf ingeschat.
-11-
Conclusie: Het aantal huisuitzettingen neemt af.
Voedselbank De landelijke Voedselbanken laten in de periode 2018 tot en met 2020 een vrij constante stijging van het aantal deelnemers zien van vijf á zes procent per jaar. Alhoewel in Groningen in 2019 in eerste instantie een stijging was waar te nemen is er sindsdien een vrij sterke daling ingetreden. Ook hier kunnen natuurlijk andere zaken (zoals Corona) een rol spelen, maar vast staat dat het aantal inwoners dat een beroep doet op de Voedselbank niet substantieel en structureel gestegen is, maar juist is afgenomen tegen de landelijke trend4 in. Ook blijkt uit de armoedemonitor van het CBS5 dat in Groningen mensen met een langdurig laag inkomen (net als landelijk) al jaren langzaam afneemt. Een waarschijnlijke oorzaak hiervan is dat de werkgelegenheid en daarmee het aantal mensen met een bijstandsuitkering daalt.
-12-
Conclusie: Het aantal inwoners dat gebruik maakt van de Voedselbank neemt af.
voedselbankennederland.nl/wp-content/uploads/2021/03/DEF_Feiten_en_Cijfers_per_31-12-2020.pdf opendata.cbs.nl/statline#/CBS/nl/dataset/85066NED/table?ts=1638951326143
Huisuitzettingen Het is natuurlijk lastig in de te schatten of de daling van het aantal bewinden ten gevolge van het beleid op andere vlakken voor problemen zorgt. Om toch een indicatie te krijgen hebben we gekeken naar het aantal huisuitzettingen en het gebruik van de Voedselbank. Dit zijn indicatoren die er op kunnen wijzen dat inwoners niet of onvoldoende hulp ontvangen. Sinds 2017 zien we een gestage daling van het aantal huisuitzettingen.
4 5
Inwoners in Budgetbeheer Bij een melding voor hulp bij financiële problemen wordt niet standaard uitgegaan van de gevraagde maatregel (bewindvoering). Bij aanmelding wordt door de afdeling intake van de GKB namelijk een diagnose gesteld, waarna de minst ingrijpende, meest passende/toereikende maatregel wordt toegepast. Dit hoeft niet altijd bewindvoering te zijn. Vanuit de GKB is er geen enkele (financiële) prikkel om een bepaalde maatregel te kiezen, daardoor kan objectief gekozen worden voor de best passende maatregel voor een inwoner. Zo zou budgetbeheer kunnen worden ingezet in plaats van beschermingsbewind. Waar dat mogelijk is, is budgetbeheer een beter alternatief dan beschermingsbewind, omdat dit een minder ingrijpende maatregel voor inwoners is en meer de financiële zelfredzaamheid versterkt. De gemeente heeft hiermee de regie terug op de inzet van maatregelen die de inwoners bij de oplossing van hun hulpvraag kunnen ondersteunen. Als we dan kijken naar de ontwikkelingen van het aantal inwoners in budgetbeheer zien we dat het aantal inwoners in budgetbeheer bij de gemeente Groningen is toegenomen. Deels komt dit voort uit de groei van de afdeling beschermingsbewind. Belangrijkste taak van een bewindvoerder is immers het uitvoeren van het dagelijkse budgetbeheer.
Inwoners die beschermingsbewind ontvangen van de GKB worden indirect (systeemtechnisch) ook bij budgetbeheer geregistreerd. Ook landelijk zien we een stijging van inwoners in budgetbeheer. Echter zien we een groot verschil bij het aantal inwoners in budgetbeheer voor 2020 in Groningen ten opzichte van de landelijke trend. De NVVK vermoedt dat de landelijke daling het gevolg is van de sociale effecten van de Corona maatregelen. In tegenstelling tot veel overige gemeenten, is in Groningen de dienstverlening altijd doorgegaan tijdens
Budgetbeheer Landelijk
Stijging t.o.v. jaar ervoor
Totaal aantal budgetbeheer GKB
Budgetbeheer GKB met BBW
Stijging t.o.v. jaar ervoor
Budgetbeheer GKB zonder BBW
5,1%
54.100
-
2.575
821
-
1.754
2017
1,1%
54.700
3,9%
2.679
911
0,8%
1.768
2018
9,3%
59.774
9,6%
2.964
1.049
8,3%
1.915
2019
-17,3%
49.404
9,2%
3.264
1.184
8,6%
2.080
2020
Corona, waardoor zowel digitaal als fysiek aanmeldingen (bij de loketten) in Groningen mogelijk bleven.
Stijging t.o.v. jaar ervoor
Conclusie: Het aantal inwoners in budgetbeheer in de gemeente Groningen neemt toe. Blijkbaar wordt bij aanmeldingen bij de GKB een zorgvuldige afweging gemaakt welke maatregel proportioneel is gezien de situatie van de inwoner.
Adviesrecht Per 1 januari 2021 is het adviesrecht in werking getreden. Het adviesrecht regelt dat gemeenten de rechter mogen adviseren of een inwoner het beste kan worden geholpen door voortzetting van het bewind, of door een lichtere vorm van gemeentelijke ondersteuning. Verder regelt het adviesrecht dat schuldenbewind niet meer voor onbepaalde tijd mag worden ingesteld.
Indien een gemeente gebruik wil maken van het adviesrecht heeft dit ook personele gevolgen voor gemeenten. Hieronder staat het proces omschreven waar, bewindvoerders, rechtbank én gemeenten zich aan moeten houden. Het adviesrecht brengt met zich mee dat gemeenten na ontvangst van de boedelbeschrijving en het plan van aanpak van de bewindvoerder, vier weken de tijd hebben om een goed onderbouwd advies op te stellen.
-13-
Het adviesrecht zal dus met name voor gemeenten die het gaan uitvoeren een personele inspanning vergen. Het advies: De gemeente adviseert de rechter bij de beantwoording van de vraag of een voldoende behartiging van de belangen van de betrokkene kan worden bewerkstelligd met een meer passende en minder ver strekkende voorziening dan met de voortzetting van schuldenbewind. Hierbij moet worden gedacht aan: • Welke ondersteuning kan de gemeente aanbieden? • Wat kan de ondersteuning inhouden? • Waarom is de ondersteuning de meest passende vorm en wanneer kan de ondersteuning van start gaan? Het advies dient dermate onderbouwd te zijn dat de rechter kan afwegen of de inwoner op een minder ingrijpende manier dan met de voortzetting van schuldenbewind kan worden geholpen.
Figuur 1 Procestekening adviesrecht VNG
-14-
Convenanten Naar aanleiding van de invoering van het adviesrecht per 1 januari 2021 heeft een aantal gemeenten er voor gekozen om in overleg met bewindvoerders afspraken te maken in de vorm van een convenant. Soms ter vervanging van het adviesrecht en soms in combinatie met het adviesrecht. De afspraken gaan over in- en uitstroom en over snellere doorstroming naar de gemeentelijke schuldhulpverlening van inwoners wiens goederen op grond van hun schulden onder bewind staan. Zo kan er worden afgesproken dat de gemeente advies uitbrengt voordat het schuldenbewind wordt uitgesproken. Zoals bijvoorbeeld het geval was bij de pilot (T-aanpak) van de gemeente Tilburg en de rechtbank Zeeland-West-Brabant (zie ook hoofdstuk 3). De beoogde beschermingsbewindvoerder en de inwoner vragen dan eerst advies aan de gemeente voordat een verzoek tot instelling van beschermingsbewind wordt ingediend bij de rechtbank. De gemeente Emmen werkt met een soortgelijk model als Tilburg in combinatie met een screeningsmodel. De zogenaamde E-aanpak. In deze aanpak wordt met een diagnose-instrument de zelfredzaamheid van de inwoner objectief in beeld gebracht en kan op basis daarvan de meest passende ondersteuning geadviseerd worden. Het adviesrecht en de in het verlengde daarvan afgesloten convenanten zijn nog te kort van kracht om de effecten hiervan goed te kunnen meten.
De cijfers van de Rechtspraak over Tilburg laten zien dat er vooral een verschuiving plaats vindt van verkwisting en/of problematische schulden naar geestelijke- of lichamelijk toestand als grond voor beschermingsbewind (zie ook hoofdstuk 3).
Vanwege het beleid van de gemeente Groningen bestaat hier geen noodzaak om gebruik te maken van het adviesrecht. Hiermee worden kosten op de uitvoering van het adviesrecht bespaard. Alle aanvragen voor beschermingsbewind vinden immers automatisch hun weg naar de gemeente. Hier ligt nu al de regie en wordt bepaald welke passende instrumenten het beste kunnen worden ingezet om financiële problemen van inwoners op te lossen. Pas als de gemeente beschermingsbewind passend en noodzakelijk acht voor de inwoner wordt een verzoek ingediend bij de rechtbank. In andere gevallen wordt een lichtere maatregel ingezet, zoals budgetbeheer.
Conclusie: Doordat in Groningen in verband met het huidige beleid geen gebruik hoeft te worden gemaakt van het adviesrecht, bespaart de gemeente Groningen uitvoeringskosten.
-15-
4. FINANCIËN
Kosten private bewindvoering De maximaal te declareren kosten voor een standaardbewind voor één persoon zijn vastgelegd in de ‘Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren6’. Deze regeling is als uitgangspunt genomen voor onderstaande (gemiddelde) berekening van de kosten. De kosten voor een toestandsbewind zijn berekend op €1.529,32 per jaar incl. BTW per inwoner. Daarbij is uitgegaan van een duur van tien jaar. De kosten voor een schuldenbewind zijn berekend op €2.044,65 per jaar incl. BTW per inwoner. Daarbij is uitgegaan van een duur van vijf jaar. De kosten van aanvangswerkzaamheden en het opmaken van een eindrekening en eindverantwoording zijn in deze berekeningen meegenomen.
Kosten dienstverlening GKB7 Kostprijs BBW per dossier We gaan bij de berekening uit van de gemiddelde loonsommen per functie (consulent BBW en administratief medewerker BBW inclusief 33 procent overhead per jaar). De gemiddelde loonsom van één fte consulent BBW bedraagt €84.093,- per jaar. De gemiddelde loonsom van een halve fte administratief medewerker BBW bedraagt (€64.988 : 2 =) €32.494 per jaar. De totale gemiddelde loonsom bedraagt €116.587 per jaar.
De richtlijn voor de caseload is vastgesteld op 100 dossiers per 1 fte consulent BBW (en ½ fte administratief medewerker).
De totale gemiddelde loonsom gedeeld door 100 dossiers bedraagt €1.165,87. Dit is de gemiddelde kostprijs BBW per dossier8.
De gemiddelde kostprijs BBW heeft zowel betrekking op een toestandsbewind als op een schuldenbewind. Met een kostprijs van €1.165,87 zit de gemeentelijke bewindvoerder onder de kosten van private bewindvoerders.
Conclusie: De kostprijs van de GKB bij een caseload volgens de richtlijn ligt ruim onder de kosten die de private bewindvoerders voor bewinden in rekening brengen.
-16-
Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Staatscourant 10 november 2014. Met deze (kosten) berekening is uitdrukkelijk niet bedoeld de kostendoorberekening zoals vastgelegd in het Besluit markt en overheid. De baten uit bewindvoering (van inwoners die de kosten zelf kunnen betalen of vergoed krijgen vanuit de bijzondere bijstand van andere gemeenten) zijn niet verrekend in de kostprijs.
Richtlijn caseload Het Landelijk kwaliteitsbureau CBM heeft aangegeven dat het Besluit Kwaliteitseisen CBM geen eisen aan het maximaal aantal dossiers per fte stelt. Om toch enigszins houvast te hebben houdt het Landelijk Kwaliteitsbureau CBM een ‘richtlijn’ aan van 80 dossiers per fte. Dit houdt echter niet in dat meer dossiers per fte niet mogelijk zijn. Er zijn namelijk voldoende voorbeelden van meer dossiers per fte waarbij er geen sprake is van tekortkomingen op het gebied van dossiervorming. In Groningen hanteren we niet de richtlijn van 80 dossiers per fte, maar maximaal 100 dossiers per anderhalf fte. Dit betekent één fte consulent én een halve fte administratieve ondersteuning.
6 7 8
Huidige kostprijs BBW per dossier9 Bij de GKB zijn op 30 november 2021 27,8 fte’s werkzaam voor de inwoners in beschermingsbewind, namelijk 18,4 fte consulent BBW en 9,4 fte administratieve ondersteuning. De maximale caseload BBW met de huidige bezetting zou volgens de richtlijn ongeveer 1.840 dossiers zijn. De caseload BBW bedraagt per 30 november 2021 echter 1.328 dossiers. Hierdoor ligt de gemiddelde caseload per consulent BBW op 72,2 dossiers. De totale loonsom bedraagt €2.158.198. De totale loonsom gedeeld door 1.328 dossiers bedraagt €1.625,15. Dit is de huidige gemiddelde kostprijs BBW per dossier.
Het voorgaande betekent dat op 30 november 2021 de huidige gemiddelde kostprijs €1.625,15 per dossier bedraagt. Met deze feitelijke kostprijs van €1.625,15 bij de GKB zitten we momenteel minder dan €100 boven de kostprijs van private bewindvoerders in geval het een toestandsbewind betreft. Deze kostprijs ligt echter ruim €400 onder de kosten van een schuldenbewind die private bewindvoerders in rekening brengen. Gelet op de te verwachten instroom van nieuwe bewinden bij de GKB zal de kostprijs maandelijks dalen10.
-17-
Opmerkingen bij de berekeningen In de berekening van de kostprijzen van zowel private bewindvoerders als de GKB is geen rekening gehouden met eventuele kosten van verkoop of ontruiming van een woning of verhuizing. Private bewindvoerders brengen deze kosten separaat bij hun cliënten in rekening. Hetzelfde geldt voor de extra beloning die de kantonrechter kan toekennen wegens uitzonderlijke omstandigheden. Omdat van genoemde kosten niet bij elke inwoner sprake zal zijn, zijn die eventuele kosten buiten de berekeningen gelaten. Bij de kostprijsberekening van de GKB zijn deze kosten bij genoemde loonsom inbegrepen. Daarnaast zijn de economische eenheid (EE) dossiers niet meegenomen in de berekeningen. Private bewindvoerders brengen hiervoor de vastgestelde hogere tarieven in rekening. In het aantal dossiers bij de GKB telt een EE dossier mee als één dossier en hiervoor geldt de berekende gemiddelde kostprijs. Voor een uitgebreide berekeningen wordt verwezen naar bijlage 4.
Dit is een momentopname, namelijk de situatie op 30 november 2021. Zo zijn op 30 november 2021 al 117 aanvragen om beschermingsbewind in behandeling bij de GKB.
De GKB heeft per 30 november 2021, zoals gezegd, een caseload van 1.328 dossiers beschermingsbewind. Dit houdt in dat gemiddeld genomen één fte consulent én een halve fte administratieve ondersteuning van de GKB op 30 november 2021 een caseload heeft van ongeveer 72 dossiers. Wanneer wordt uitgegaan van zogenoemde lopende dossiers, lijkt dit aan de lage kant. Echter, momenteel is bij de GKB veelal sprake van startende bewinden die zijn overgenomen van private bewindvoerders of er is sprake van nieuwe instroom. Voor de intake en het opstarten van deze bewinden worden meer uren gemaakt dan nodig zijn voor lopende dossiers. Daarbij komt dat enkele consulenten voor een deel van hun werktijd worden ingezet voor andere taken. Verder heeft de gemeente voorgesorteerd op de te verwachten groei door te investeren in voldoende formatie en kwaliteit. Om die redenen geeft de caseload een wat vertekend beeld. We gaan ervanuit dat we kunnen doorgroeien naar een caseload van maximaal 100 dossiers.
9 10
Conclusie: De huidige kostprijs per dossier van de GKB ligt nog boven het niveau van de kosten die de private bewindvoerder voor een toestandsbewind in rekening brengt maar ligt lager dan de kosten van een schuldenbewind. Door de verwachte instroom van nieuwe bewinden zal de kostprijs van de GKB de komende maanden in alle gevallen beduidend lager komen te liggen dan de kosten die private bewindvoerders rekenen.
In onderstaande grafiek is inzichtelijk gemaakt hoe de huidige gemiddelde kostprijs van beschermingsbewind door de GKB daalt bij de verwachte groei van de caseload.
Inwoners met een inkomen tot maximaal 120 procent bijstandsnorm onder bewind Inwoners met een inkomen hoger dan 120 procent van de bijstandsnorm hebben voldoende middelen of worden geacht over voldoende middelen te beschikken, om in de kosten van beschermingsbewind te voorzien. Het aantal inwoners in beschermingsbewind bij de GKB met een inkomen tot maximaal 120 procent van de bijstandsnorm, is hieronder weergegeven. In
2017 had de GKB ongeveer 450 inwoners met recht op bijzondere bijstand in beschermingsbewind. Vanaf dat moment is het aantal inwoners met een inkomen tot maximaal 120 procent van de bijstandsnorm dat in beschermingsbewind bij de GKB zit jaarlijks met gemiddeld 73 gestegen.
In de cijfers in bovenstaande grafiek zijn ook meegenomen de inwoners van enkele regiogemeenten voor wie de gemeente Groningen beschermingsbewind uitvoert.
Op 30 november 2021 ontvangen 657 inwoners van de gemeente Groningen kosteloos beschermingsbewind van de GKB. Met de huidige gemiddelde kostprijs van €1.625,15 houdt dit in dat we op 30 november 2021 voor €1.067.724,- aan gratis dienstverlening verstrekken aan inwoners, die voordat het nieuwe beleid werd ingevoerd aanspraak hadden op bijzondere bijstand. Landelijke uitgaven bijzondere bijstand Uit gegevens van het CBS blijkt dat gemeenten in 2019 in totaal €582 miljoen aan bijzondere bijstand hebben verleend. De kosten voor beschermingsbewind bedroegen 27 procent van de totale uitgaven aan bijzondere bijstand. De uitgaven aan
-18-
Gemeente Groningen
Landelijk
Gemeentelijke uitgaven bijzondere bijstand De uitgaven van de bijzondere bijstand voor bewindvoering bedroegen in 2017 €3,3 miljoen. De kosten voor beschermingsbewind bedroegen 34 procent van de totale uitgaven aan bijzondere bijstand. Hiervan is 80 procent betaald aan inwoners onder bewind bij private bewindvoerders. Ondanks dat de uitgaven landelijk met 45 procent stegen daalden de uitgaven bijzondere bijstand voor beschermingsbewind in Groningen in 2019 met 26 procent. De reden hiervoor is het nieuwe beleid dat in 2018 is ingegaan. Vanaf dat moment hebben de cliënten van bewindvoerders die niet het Puddingakkoord hebben ondertekend geen bijzondere bijstand meer ontvangen voor bewindvoering. Daarbij konden zij overstappen naar de GKB. Vanaf 2019 is tien procent van de bewindvoerders die het Puddingakkoord wel hebben ondertekend uitgestroomd uit de bijstand. We zien vanaf 2018 de uitgaven van de bijzondere bijstand van de gemeente Groningen afnemen. Terwijl de uitgaven voor beschermingsbewind vanuit de bijzondere bijstand landelijk blijven stijgen. Jaar
Totale uitgaven bijzondere bijstand
558 miljoen 94 miljoen
% uitgaven BBW t.o.v. voorgaand jaar
546 miljoen 107 miljoen +14%
Uitgaven BBW vanuit bijzondere bijstand
8,3 miljoen 3,3 miljoen -
582 miljoen 155 miljoen +45%
Totale uitgaven bijzondere bijstand
2017
6,9 miljoen 2,7 miljoen -18,2%
564 miljoen 133 miljoen -14%
Uitgaven % BBW vanuit uitgaven bijzondere BBW t.o.v. bijstand voorgaand jaar 2018
5,9 miljoen 2 miljoen
-7% 2019
-26%
2020 5,3 miljoen 1,7 miljoen -15%
-19-
Conclusie: De kosten voor beschermingsbewind vanuit de bijzondere bijstand zijn gehalveerd sinds 2018.
Eigenlijk zouden de uitgaven bijzondere bijstand groter zijn geweest want het nieuwe beleid van de gemeente Groningen drukt de landelijke cijfers naar beneden.
Conclusie: Vanaf 2018 zien we landelijk een stijging van de kosten voor bewindvoering vanuit de bijzondere bijstand.
beschermingsbewind stegen hiermee met 45 procent ten opzichte van 2018. De afgelopen tien jaar gaven gemeenten nog nooit zoveel geld uit aan bijzondere bijstand als in 2019. Voor 2020 is in totaal €564 miljoen aan bijzondere bijstand uitgegeven. Het in 2020 uitgegeven bedrag aan beschermingsbewind is bijna 24 procent ten opzichte van het totaal uitgegeven bedrag aan bijzondere bijstand. De uitgaven daalden hiermee met veertien procent ten opzichte van 201911.
11
"
vanuit de bijzondere bijstand en waren de uitgaven van de bijzondere bijstand gestegen naar €9,4 miljoen. In 2020 zouden de uitgaven €4,7 miljoen en in totaal €8,3 miljoen zijn geweest. Dit staat in onderstaande grafiek weergegeven.
-20-
Conclusie: Zonder het nieuwe beleid ligt in de lijn der verwachting dat Groningen de landelijke trend van de ontwikkeling van de uitgaven bijzondere bijstand zou volgen. De uitgaven voor bijzondere bijstand zouden dan in 2020 zijn toegenomen tot €8,3 miljoen waarvan €4,7 miljoen voor beschermingsbewind.
#
"
!
Gemeentelijke uitgaven bij ongewijzigd beleid Bij de gemeentelijke uitgaven van Groningen zien we een daling van de uitgaven bijzondere bijstand voor bewindvoering. In 2020 waren de uitgaven voor bewindvoering vanuit de bijzondere bijstand nog maar de helft van de uitgaven die we hadden voor het gewijzigde beleid. Dit is een ander beeld dan de landelijke uitgaven die door het CBS gepresenteerd wordt. Op basis van de landelijke cijfers kunnen we ook inzichtelijk maken wat de uitgaven voor bijzondere bijstand en bewindvoering waren geweest als we géén nieuw beleid hadden ingevoerd. Ervan uitgaande dat Groningen de landelijke lijn had gevolgd zouden we in 2019 €5,5 miljoen hebben uitgegeven aan beschermingsbewind
5. JURIDISCHE ASPECTEN
Juridische procedures In verband met de invoering van het gewijzigde bijzondere bijstandsbeleid inzake de kosten van beschermingsbewind spelen er diverse juridische procedures. Daar wordt in dit hoofdstuk op ingegaan. Kantonrechterprocedures Een inwoner in beschermingsbewind kan van zijn private bewindvoerder overstappen naar de gemeente Groningen door de kantonrechter te verzoeken zijn huidige bewindvoerder te ontslaan en de gemeente als bewindvoerder te benoemen. De kantonrechter hanteert daarvoor een eigen afwegingskader. In alle gevallen waarin de inwoner is overgestapt naar de gemeente Groningen heeft de kantonrechter het verzoek ingewilligd. Er worden geen gegevens over de uitspraken van de kantonrechter bijgehouden omdat de gemeente Groningen geen procespartij is bij deze procedures. Uit informatie van de GKB blijkt dat in de meeste gevallen door de Kantonrechter de financiële reden dat er geen bijzondere bijstand wordt verstrekt voor beschermingsbewind aangemerkt wordt als gewichtige reden voor wijziging van bewindvoerder. Conclusie: In de meeste gevallen wordt door de Kantonrechter de financiële reden dat er geen bijzondere bijstand wordt verstrekt voor beschermingsbewind, aangemerkt als gewichtige reden om over te stappen naar de gemeentelijke bewindvoerder.
Bezwaarschriften Op grond van het bijzondere bijstandsbeleid kan een aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van beschermingsbewind worden afgewezen of kan het recht op de eerder toegekende bijzondere bijstand worden beëindigd. Wanneer een betrokkene het daar niet mee eens is, kan bezwaar worden gemaakt tegen het
besluit. Voor deze evaluatie zijn gegevens verzameld tot en met 6 augustus 2021. Sinds de invoering van het bijzondere bijstandsbeleid zijn in totaal 410 bezwaarprocedures afgehandeld. De resultaten zijn opgenomen in bijlage 5.1.
Beroepsprocedures Tegen een besluit op bezwaar kan bij de rechtbank NoordNederland beroep worden ingesteld. De rechtbank NoordNederland heeft begin 2019 uitgesproken dat het bijzondere bijstandsbeleid inzake kosten van beschermingsbewind rechtmatig is. De individuele omstandigheden worden getoetst aan de wet en de beleidsregels. Dit heeft niet geleid tot wijziging van beleid, wel is de werkwijze in de uitvoering aangepast waardoor zorgvuldiger onderzoek plaatsvindt. Voor deze evaluatie zijn gegevens verzameld tot en met 6 augustus 2021. Sinds de invoering van het bijzondere bijstandsbeleid zijn in totaal 45 beroepsprocedures afgehandeld. De resultaten zijn opgenomen in bijlage 5.2.
Conclusie: Er zijn geen rechterlijke uitspraken geweest die tot wijziging van beleid hebben moeten leiden. Wel is naar aanleiding van de jurisprudentie onze werkwijze in de uitvoering van bijstandsverlening aangepast waardoor nog zorgvuldiger onderzoek wordt gedaan.
Hoger beroepsprocedures Tegen een uitspraak van de rechtbank staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep. Tot en met 6 augustus 2021 is 11 maal hoger beroep ingesteld. Eén hoger beroepsprocedure is afgehandeld doordat het hoger beroep is ingetrokken. De Centrale Raad van Beroep heeft nog geen uitspraak gedaan. De resultaten zijn opgenomen in bijlage 5.3. De gronden van beroep zijn opgenomen in bijlage 5.4.
-21-
Algemeen belang besluit Voor het kosteloos aanbieden van beschermingsbewind door de gemeente Groningen is vereist dat daarvoor een zogenaamd algemeen belang besluit op grond van de Wet Markt & Overheid is genomen. Dit besluit heeft de toenmalige gemeente Groningen in 2014 genomen. De toenmalige gemeente Groningen is op 1 januari 2019 gefuseerd met de gemeente Haren en de gemeente Ten Boer. Om die reden moest het algemeen belang besluit geharmoniseerd worden zodat het besluit zou gaan gelden voor de nieuwe gemeente Groningen. De gemeenteraad heeft het harmonisatiebesluit eind 2019 genomen. Een aantal bewindvoerders heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Dit bezwaarschrift is te laat ingediend. Het bezwaarschrift is daarom niet-ontvankelijk verklaard. Het beroepschrift dat tegen het besluit op bezwaar is ingediend is op 29 oktober 2021 door de rechtbank Noord-Nederland ongegrond verklaard. De bewindvoerders hebben hoger beroep ingesteld.
Conclusie: Het beroep betreffende de harmonisatie van het Algemeen Belang Besluit is ongegrond verklaard en daarmee staat dit besluit vooralsnog vast.
-22-
6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN De gemeente Groningen heeft sinds 2018 nieuw beleid op het gebied van beschermingsbewind en bijzondere bijstand. Het doel was: • Tijdig de noodzaak van beschermingsbewind (her)beoordelen en bij inwoners die ondersteuning nodig hebben het goedkoopste passende instrument (de lichtste vorm) inzetten (denk aan doorbetalingen, budgetbeheer). • Een integraal aanbod van (schuldhulp)ondersteuning aanbieden aan inwoners. • De instroom in beschermingsbewind beperken en de uitstroom uit beschermingsbewind bevorderen, met name voor inwoners met problematische schulden. • Een vermindering van de kosten bijzondere bijstand, nodig om beschermingsbewind door externe bewindvoerders te betalen. Puddingakkoord Het gewijzigde beleid leidde tot gerechtelijke procedures. Naar aanleiding hiervan is er een overeenkomst (Puddingakkoord) tussen een aantal bewindvoerders (25) en de gemeente gesloten met een aantal voorwaarden, waaronder een uitstroom van tien procent van de huidige inwoners die onder bewind staan bij de private bewindvoerders die het Puddingakkoord hebben ondertekend. Deze uitstroom heeft daadwerkelijk plaatsgevonden. Ook is aan de inwoners die onder het Puddingakkoord vallen de kosten conform het lage tarief a vergoed vanuit de bijzondere bijstand. Hierdoor is er minder bijzondere bijstand verstrekt.
Daarmee kunnen we concluderen dat de afspraken van het Puddingakkoord zijn nagekomen. Een ander gevolg van het Puddingakkoord is dat de toename van inwoners onder beschermingsbewind bij de GKB minder sterk stijgt dan bij de invoering van het nieuwe beleid was ingeschat.
Ontwikkelingen beschermingsbewind vanaf het nieuwe beleid Vanuit de Rechtspraak zijn cijfers ontvangen, van het totale aantal toestandsbewinden, schuldenbewinden, de instroom en de uitstroom per postcodegebied. Aan de hand van deze cijfers kunnen we een vergelijking maken tussen de situatie in Groningen en andere steden.
Toestandsbewinden Zo zien we bij bijna alle steden waartussen een vergelijking is gemaakt, sinds 2018 een groei van toestandsbewinden. Voor Groningen geldt dat er een daling van 6,6 procent van toestandsbewinden heeft plaatsgevonden in 2020 ten opzichte van 2018.
Schuldenbewinden Bij het aantal beschermingsbewinden voor inwoners met problematische schulden/verkwisting zien we in bijna alle steden een stijging van het aantal schuldenbewinden vanaf 2016. In Groningen is echter een significante daling van de instroom vanaf 2018 waar te nemen. In Groningen zien we een duidelijke afname van zowel toestandsbewinden als schuldenbewinden sinds de invoering van het beleid. In Tilburg, waarbij in 2018 en 2019 vooruitlopend op de invoering van het adviesrecht een pilot heeft plaatsgevonden op het gebied van schuldenbewinden, zien we een verschuiving van schuldenbewinden (die afnemen) naar toestandsbewinden (die toenemen).
Instroom De instroom van inwoners in beschermingsbewind is afgenomen. Waar Groningen in 2016 en 2017 zo’n 630 tot 640 instroom van inwoners had in beschermingsbewind, is dat in 2019 afgenomen
-23-
tot 330 inwoners. In 2020 was de instroom zelfs met meer dan vijftig procent gedaald ten opzichte van 2018, namelijk tot 200 inwoners die zijn ingestroomd in beschermingsbewind. Ook zien we dat de daling van de instroom van bewinden in Groningen sterker is dan in andere steden. Daarmee voldoen we aan één van de doelen van het nieuwe beleid: De instroom van inwoners in beschermingsbewind beperken. De cijfers over de aantallen toestandsbewinden, schuldenbewinden en instroom laten een duidelijke daling zien sinds de invoering van het nieuwe beleid. Ook wijkt de daling van Groningen sterk af ten opzichte van de lijn die we bij overige steden in het land zien. Het lijkt er sterk op dat het effect van het nieuwe beleid hier de oorzaak van is. Budgetbeheer Eén van de andere doelen van het nieuwe beleid is dat door beschermingsbewind door de GKB te laten uitvoeren er geen (financiële) prikkel is om een bepaalde maatregel in te zetten. Daardoor kan het meest passende en toereikende instrument voor de inwoner worden ingezet, denk bijvoorbeeld aan budgetbeheer. Het nieuwe beleid heeft als effect gehad dat het aantal inwoners in budgetbeheer in de gemeente Groningen toegenomen is. Blijkbaar wordt bij aanmeldingen bij de GKB een zorgvuldige afweging gemaakt welke maatregel proportioneel is, gezien de situatie van de inwoner. Hiermee wordt dit doel van het nieuwe beleid behaald.
Adviesrecht Om gemeenten meer grip te laten krijgen op schuldenbewinden is sinds 1 januari 2021 het adviesrecht ingevoerd. Het adviesrecht vergt van gemeenten die hier gebruik van willen maken personele
inspanning. Doordat vanwege het nieuwe beleid geen gebruik gemaakt hoeft te worden van het adviesrecht, bespaart de gemeente Groningen uitvoeringskosten.
Kostprijs De berekende kostprijs van de GKB bij een caseload volgens de richtlijn ligt ruim onder de kosten die de private bewindvoerders voor bewinden in rekening brengen. Vanwege met name de bewerkelijke startende dossiers en de extra investering in personeel en kwaliteit ligt de feitelijke caseload momenteel lager. Om die reden ligt de kostprijs per dossier van de GKB nu nog boven het niveau van de kosten die de private bewindvoerder voor een toestandsbewind in rekening brengt maar wel lager dan de kosten van een schuldenbewind. Door de verwachte instroom van nieuwe bewinden zal de kostprijs van de GKB de komende maanden in alle gevallen beduidend lager komen te liggen dan de kosten die private bewindvoerders rekenen.
Uitgaven beschermingsbewind vanuit de bijzondere bijstand Uit gegevens van het CBS blijkt dat gemeenten sinds 2018 meer zijn gaan betalen voor beschermingsbewind vanuit de bijzondere bijstand. In 2019 nam dit zelfs met 45 procent toe ten opzichte van 2018. Bij de gemeente Groningen zien we als gevolg van de invoering van het nieuwe beleid een daling van bijna de helft ten opzichte van 2017. Wanneer Groningen het nieuwe beleid niet had ingevoerd, kan ervan uit worden gegaan dat Groningen de landelijke lijn van uitgaven bijzondere bijstand had gevolgd. In dat geval had de gemeente in 2020 bijna €8,3 miljoen uitgegeven aan bijzondere bijstand, waarvan €4,7 miljoen aan uitgaven voor beschermingsbewind.
-24-
Juridische aspecten Invoering van het nieuwe beleid heeft geleid tot verschillende juridische procedures. Er zijn geen rechterlijke uitspraken geweest die tot wijziging van beleid hebben moeten leiden. Wel hebben we naar aanleiding van de jurisprudentie onze werkwijze in de uitvoering van bijstandsverlening aangepast waardoor we nog zorgvuldiger onderzoek doen. In de meeste gevallen wordt door de Kantonrechter de financiële reden dat er geen bijzondere bijstand wordt verstrekt voor beschermingsbewind, aangemerkt als gewichtige reden om over te stappen naar de gemeentelijke bewindvoerder. Het beroep betreffende de harmonisatie van het Algemeen Belang Besluit, op grond waarvan de gemeente gratis beschermingsbewind kan aanbieden, is ongegrond verklaard en daarmee staat dit besluit vooralsnog vast.
Aanbevelingen De cijfers laten een positief beeld zien van de ontwikkelingen op het gebied van beschermingsbewind in Groningen. Het is vrijwel zeker dat dit het gevolg is van het nieuwe beleid. Mede omdat de cijfers afwijken van landelijke ontwikkelingen. Ook zien we een daling van de uitgaven beschermingsbewind vanuit de bijzondere bijstand. Daarbij doen we de volgende aanbevelingen. 1. Het nieuwe beleid voortzetten onder voorbehoud van de uitkomst van nog lopende juridische procedures en toekomstige wetgeving. 2. Landelijke ontwikkelingen blijven volgen. Denk bijvoorbeeld aan de werking van het adviesrecht en toekomstig onderzoek naar alternatieve financieringsstructuren. 3. Samenwerking blijven zoeken met private bewindvoerders. 4. Een actieve rol blijven spelen richting andere gemeenten (G40, VNG en het Rijk).
Met dit unieke beleid is de gemeente Groningen voorloper op dit onderwerp. Andere gemeenten, die nu convenanten sluiten of gebruik maken van het adviesrecht, kijken met belangstelling naar de effecten van wat Groningen doet. We zullen landelijk deze rol blijven pakken, bijvoorbeeld in de ondersteuning aan gemeenten waar dit onderwerp ook speelt.
-25-
7. BIJLAGE 1: VERSLAG DENKTANK RAPPORTAGE Denktank rapportage Input voor het breed bewindvoerdersoverleg van 7 juli 2021. Inleiding: Naar aanleiding van de invoering van het gewijzigde bijzondere bijstandsbeleid inzake de kosten voor beschermingsbewind hebben bewindvoerders een groot aantal juridische procedures opgestart in 2018. Dit betrof voornamelijk bezwaarprocedures tegen afwijzingen bijzondere bijstand, maar ook een kort geding tegen de gemeente. Naar aanleiding van het kort geding zijn er gesprekken gevoerd die hebben geleid tot een driejarige overeenkomst (Puddingakkoord) tussen een aantal bewindvoerders en de gemeente. In deze overeenkomst worden afspraken gemaakt met bewindvoerders en worden de gevolgen van het beleid (overdracht dossiers naar de GKB) uitgesteld onder bepaalde voorwaarden. Het beleid blijft onaangetast. Onderdeel van die overeenkomst is het regulier breed bewindvoerdersoverleg dat een aantal keer per jaar zou moeten plaatsvinden. Naar aanleiding van alle lopende bezwaren heeft een parallel lopend overleg plaatsgevonden met als doel de bezwaren zo veel mogelijk zonder verdere procedures af te handelen. Dit heeft geleid tot een soort van schikking met een bijbehorende set van afspraken.
Op verzoek van de bewindvoerders is met instemming achteraf van het brede bewindvoerdersoverleg, een Denktank geformeerd met daarin een afvaardiging van de gemeente en de bewindvoerders waar een overeenkomst mee gesloten is.
Doel van deze Denktank is het voor bespreken van bepaalde onderwerpen/thema’s in kleine kring om in te brengen in het bredere bewindvoerdersoverleg. Afstemming van praktische zaken in de uitvoering, maar ook hoe verder na afloop van het Puddingakkoord. Er is een optie voor verlenging opgenomen in de huidige overeenkomst.
Dit is het resultaat van de bijeenkomsten van de Denktank.
Eerste fase: Over de opstart van de bijeenkomsten moeten we eerlijk zijn en constateren dat er enige tijd nodig was om het vertrouwen in elkaar uit te spreken en een omgeving te creëren waarin iedereen zich veilig voelt om open met elkaar te kunnen brainstormen. Dit ging met vallen en opstaan. De aanhoudende juridische procedures die er helaas nog altijd zijn over toepassing van de hardheidsclausule of over het harmonisatiebesluit van het Algemeen belang besluit hadden daarop geen positieve invloed. Het is ons echter gelukt om dit te parkeren en met elkaar in gesprek te blijven in de wetenschap dat we op onderdelen van mening zullen blijven verschillen met elkaar.
Om te beginnen hebben we een aantal groepen geformeerd van mensen uit de Denktank en mensen uit de uitvoering van zowel de bewindvoerders als de gemeente (GKB). Deze groepjes hebben gekeken hoe we praktisch samenwerken en hoe we hierin eventueel verbeteringen kunnen aanbrengen door efficiënter samen te werken.
-26-
De volgende onderwerpen zijn door de subgroepen behandeld: • Instroom & adviesrecht • Aansluiting schuldenregeling/Minnelijk traject • Uitstroom en nazorg Van de bijeenkomsten van de subgroepen zijn korte verslagen gemaakt. Deze zijn als bijlage bij dit stuk gevoegd, ter informatie. Tweede fase: De tweede fase bestaat uit het evalueren van de overeenkomst en het bespreken van de opties en voorwaarden voor verlenging. Ten tijde van het afsluiten van de oorspronkelijke overeenkomst was voor beide partijen onzeker hoe de rechter uiteindelijk zou oordelen over de verschillende aspecten van het beleid. Zowel de kantonrechter, de bestuursrechter als de mededingingsrechter (Rechtbank Rotterdam) zouden zich hier immers nog over buigen. Ook andere ontwikkelingen, zoals de uitwerking in de praktijk van de invoering van het adviesrecht waren nog niet duidelijk. Nu we bijna drie jaar en vele procedures verder zijn is er iets meer duidelijk geworden, maar nog niet alles is helemaal helder. Het adviesrecht is ingevoerd per 1 januari 2021 en veel gemeenten en bewindvoerders hebben convenanten afgesloten met elkaar waarin afspraken zijn gemaakt. Het beleid van Groningen heeft doorgaans standgehouden bij zowel de mededingingsrechter, als de bestuursrechter en ook de kantonrechter.
Dit maakt dat voor de gemeente er weinig aanleiding is vanuit die richting om het beleid te herzien of van tafel te halen. Ook het recent gepubliceerde rekenkamerrapport geeft voor de
gemeente niet direct aanleiding om haar beleid te herzien of aan te passen. In de tweede helft van 2021 zal de gemeente zelf nog een eigen evaluatie doen van het beleid. Tenslotte is ook de landelijke toename van de uitgaven bijzondere bijstand voor beschermingsbewind een belangrijke indicatie voor de gemeente dat zij er goed aan heeft gedaan om het huidige beleid in te voeren. Het mag duidelijk zijn dat bewindvoerders hier niet altijd op dezelfde manier tegenaan kijken.
Ook de bewindvoerders hebben destijds belang gehad bij het afsluiten van de overeenkomst. Zij hebben hun cliënten (nog) niet over hoeven dragen aan de gemeente en hebben zicht op verlenging van de overeenkomst met nog eens een periode van 3 jaar.
Puddingakkoord 2.0: We staan nu wel voor de vraag of beide partijen met de kennis van nu bereid zijn om de overeenkomst ongewijzigd voort te zetten voor nog een periode van 3 jaar. Binnen de Denktank hebben we daarover van gedachten gewisseld.
Belangrijk is om vast te stellen dat de ambtenaren in de Denktank (en de bewindvoerders in mindere mate) niet zelfstandig bevoegd zijn besluiten te nemen en alle uitkomsten en suggesties vanuit de Denktank zullen moeten worden voorgelegd aan de politiek en uiteraard ook worden besproken in het brede bewindvoerdersoverleg.
Zoals eerder opgemerkt is er vanuit de gemeente weinig aanleiding om af te zien van ongewijzigde voortzetting van het puddingakkoord. Dit is dan ook het uitgangspunt van de gemeente.
-27-
Vanuit de bewindvoerders is geheel begrijpelijk dat hun voorkeur niet uitgaat naar verlenging van de overeenkomst, maar dat zij het beleid het liefste volledig zouden zien verdwijnen. Op zijn minst zouden zij de mogelijkheid willen om weer nieuwe zaken aan te nemen van rechthebbenden die voor de vergoeding afhankelijk zijn van de bijzondere bijstand. De overeenkomst is immers uitsluitend van toepassing op de “oude gevallen”. Alle nieuwe gevallen gaan nu naar de gemeente. Graag willen wij als Denktank met het brede bewindvoerdersoverleg bespreken welke opties er moeten worden voorgelegd aan het college en willen we peilen hoe verschillende bewindvoerders staan tegenover verlengen (of niet) van de overeenkomst. De opties zijn: 1. Ongewijzigde voortzetting van de overeenkomst; 2. Gewijzigde voortzetting van de overeenkomst; 3. Beëindiging van de overeenkomst. Vanuit de Denktank kwam bijvoorbeeld de optie naar voren om de uitstroomafspraken aan te passen van 10% naar een lager percentage. Ook zou het een optie kunnen zijn om de overeenkomst met een beperktere periode te verlengen. Bijvoorbeeld met 1 in plaats van de afgesproken optie voor verlenging met nog eens een periode van 3 jaar. Dit in afwachting van de uitkomst van lopende procedures over de harmonisatie van het algemeen belang besluit en lopende procedures voor de bijstand bij de Centrale Raad van Beroep.
NB: Dit document is uitsluitend bedoeld als input voor het gesprek binnen het brede bewindvoerdersoverleg.
We hopen in het brede overleg van 7 juli 2021 meer input p te halen bij de overige bewindvoerders die niet rechtstreeks in de Denktank vertegenwoordigd zijn.
-28-
BIJLAGE 2: AANTAL TOESTANDSBEWINDEN EN SCHULDENBEWINDEN Plaats (postcode):
-2,6%
4570
-4,9%
4280
-2,3%
3770
3,5%
1790
-3,7%
5970
-3,0%
6530
-3,4%
3390
2016
0,0%
2470
-1,1%
4640
-1,6%
4430
-1,3%
3810
2,3%
1770
-0,5%
6170
0,6%
6770
0,9%
3540
2017
Toestandsbewinden Groningen (97)
2490
Rotterdam (30) Leiden (23) Tilburg (50) Enschede (75) Nijmegen (65) Maastricht (62)