Bijlage 5 G Bestemmingsplan Graafseweg 294 (bijlagen) 15534624
Tekst van het document
Graafseweg 294
2
Bijlagen toelichting
3
Bijlage 1 Verkeers- en parkeeronderzoek
4
Parkeren en verkeer Graafseweg 294 Rapport subtitel Parkeerkundige onderbouwing
Opdrachtgever
Kragten
Titel rapport
Parkeren & Verkeer Graafseweg 294 ‘s-Hertogenbosch
Kenmerk
009730.20210705.N1.05
Datum publicatie
Oktober 2023
Projectteam Goudappel
© Copyright Goudappel
Inhoudsopgave
1. Aanleiding
1
2. Functieprogramma
2
3. Parkeerbehoefte
3
3.1
Aanpak
3
3.2
Uitgangspunten
3
3.3
Parkeerbalans
4
4. Parkeerdrukmeting
5
4.1
Uitgangspunten
5
4.2
Resultaten
6
5. Fietsparkeren
8
6. Verkeersgeneratie
10
6.1
Uitgangspunten
10
6.2
Resultaat
12
Bijlage A. Resultaten parkeerdrukmeting
13
1. Aanleiding Kragten is betrokken bij de transformatie van het bestaande BrabantWonen kantoor aan de Graafseweg 294 te ’s-Hertogenbosch. Het bouwplan betreft een
transformatie van het kantoorpand, dat tot voorkort nog in gebruik was door BrabantWonen, naar een appartementencomplex ten behoeve van 45 sociale
huurappartementen. De volledige parkeervraag van het huidige kantoorpand wordt op eigen terrein opgevangen op een parkeerterrein met een capaciteit van 34
parkeerplaatsen. Het is dus niet mogelijk de parkeervraag van de huidige situatie in mindering te brengen op de parkeervraag van het ruimtelijke plan.
In het kader van een bestemmingsplanherziening heeft de gemeente in 2021
gevraagd om een parkeeronderzoek inclusief telling. Sindsdien is het gemeentelijk
parkeerbeleid van ’s-Hertogenbosch geactualiseerd. Kragten heeft in 2023 verzocht het onderzoek te actualiseren aan de hand van het nieuwe gemeentelijk
parkeerbeleid. In de volgende hoofdstukken worden zowel de gemeentelijke
parkeervraagberekening op basis van het nieuwe parkeerbeleid als de resultaten uit het parkeeronderzoek uiteengezet. Conclusie De 45 sociale huurappartementen genereren op een werkdagavond een
parkeervraag van 36 parkeerplaatsen. Met een capaciteit van 30 parkeerplaatsen op eigen terrein heeft de ontwikkeling een tekort van 6 parkeerplaatsen om op eigen
terrein te voorzien in de volledige eigen parkeervraag in de toekomstige situatie. In de omgeving is in de openbare ruimte ruim voldoende restcapaciteit beschikbaar
om het tekort van 6 parkeerplaatsen op te vangen.
De transformatie van het kantoorpand naar appartementen resulteert in een afname van het aantal motorvoertuigbewegingen. Op een weekdagetmaal neemt de
verkeersgeneratie van de locatie af met 132 motorvoertuigbewegingen ten opzichte
van de huidige situatie. Gedurende een werkdagetmaal neemt de verkeersgeneratie van de ontwikkeling af met 211 motorvoertuigbewegingen. De transformatie
resulteert hiermee in een verbetering van de verkeerssituatie op en rond de locatie.
l oktober 2023
1
2. Functieprogramma Huidige situatie De huidige situatie is op de locatie een kantoorpand gesitueerd van BrabantWonen. Het kantoorpand heeft een omvang van circa 2.775 m2. De parkeervraag van het kantoor wordt op eigen terrein opgevangen. Op eigen terrein beschikt de locatie over een parkeercapaciteit van 34 parkeerplaatsen. Toekomstige situatie In de toekomstige situatie worden woningen op de locatie gebouwd. Hierbij worden in totaal 45 sociale huurappartementen gerealiseerd, verdeeld over: •
5 appartementen >80 m2;
•
40 appartementen 40 - 80 m2.
Ook voor het appartementencomplex wordt voorzien in parkeren op eigen
terrein. In de toekomstige situatie beschikt de locatie over een parkeercapaciteit van 30 parkeerplaatsen op eigen terrein (zie figuur 2.1).
Figuur 2.1: Ontwikkellocatie Graafseweg 294 te ’s-Hertogenbosch (bron: opdrachtgever)
l oktober 2023
2
3. Parkeerbehoefte 3.1
Aanpak
Functiegegevens (aantal woningen)
De parkeervraag (aantal benodigde parkeerplaatsen) van de nieuwe functies is bepaald aan de hand van de
Parkeernorm
gemeentelijke parkeernormen. De gemeente ‘s-
(pp per woning)
Hertogenbosch heeft haar parkeernormen opgenomen in de ‘Nota Parkeernormering 2021. De parkeernormen zijn gebaseerd op parkeerkencijfers van CROW1. De
Parkeervraag
parkeervraag is berekend door de omvang van het functieprogramma te vermenigvuldigen met de huidige parkeernorm (het aantal benodigde parkeerplaatsen per van de parkeervraag zijn weergegeven in figuur 3.1. Aan de hand van de beschikbare parkeercapaciteit wordt middels een parkeerbalans getoetst in hoeverre voldoende
parkeervraag
eenheid). De stappen die zijn doorlopen bij het berekenen
tijd
parkeerplaatsen beschikbaar zijn om te voorzien in de parkeervraag van de ontwikkeling.
3.2
Figuur 3.1: Berekening parkeervraag
Uitgangspunten
Parkeernormen Het beleid van de gemeente ‘s-Hertogenbosch ten aanzien van parkeren is verwoord in de Nota Parkeernormering 2021 auto en fiets. Conform gemeentelijk beleid is de ontwikkellocatie gesitueerd in zone 3 (bebouwde kom binnen de ring). De gemeente ’s-Hertogenbosch beschikt over specifieke parkeernormen voor sociale huurappartementen in zone 3: •
0,7 parkeerplaatsen per woning voor het bewonersdeel;
•
0,2 parkeerplaatsen per woning voor het bezoekersdeel.
Aanwezigheidspercentages De parkeerplaatsen op eigen terrein zijn te gebruiken voor zowel de bewoners als de bezoekers van de te realiseren woningen. Hierdoor kan dubbelgebruik van de parkeerplaatsen worden toegepast. Om de precieze parkeervraag per moment en 1
CROW is een landelijke kennisorganisatie op het gebied van infrastructuur, openbare ruimte, verkeer & vervoer en werk & veiligheid.
l oktober 2023
3
per doelgroep nader te bepalen wordt per maatgevend moment gedurende de week de parkeervraag berekend. Door het hanteren van aanwezigheidspercentages (conform gemeentelijk beleid) wordt bepaald wat de momenten zijn wanneer een parkeerpiek optreedt. De aanwezigheidspercentages conform het gemeentelijk parkeerbeleid zijn weergegeven in tabel 3.1. werkdag ochtend
werkdag middag
werkdag avond
koop avond
werkdag nacht
zaterdag middag
woningen bewoners
50%
50%
90%
80%
100%
woningen bezoekers
10%
20%
80%
70%
0%
functie
zaterdag avond
zondag middag
60%
80%
70%
60%
100%*
70%
* de aanwezigheidspercentages uit het gemeentelijk beleid zijn afgeleid van CROW-publicatie 381. Deze fout is ook binnen CROW inmiddels weer aangepast maar nog niet overal met terugwerkende kracht doorgevoerd. Hierin is voor het bezoekersdeel van woonfuncties een foutieve waarde voor bezoekers van woonfuncties opgenomen (80% ipv 100%). Daar iedere doelgroep een piekmoment heeft, is in deze studie, conform eerdere richtlijnen, uitgegaan van een aanwezigheidspercentage van 100% voor bezoek van woningen op de zaterdagavond.
Tabel 3.1: Aanwezigheidspercentages conform Nota Parkeernormering 2016 Den Bosch
3.3
Parkeerbalans
Aan de hand van het functieprogramma en de gemeentelijke parkeernormen is in tabel 3.2 de parkeerbalans weergegeven. De ongewogen parkeervraag van de ontwikkeling (zonder dubbelgebruik) bedraagt afgerond 41 parkeerplaatsen. Bij toepassing van dubbelgebruik is het parkeerkundig maatgevend moment de werkdagavond. Met een parkeervraag van afgerond 36 parkeerplaatsen op de werkdagavond en een parkeercapaciteit van 30 parkeerplaatsen is binnen de
ontwikkeling sprake van een tekort van 6 parkeerplaatsen om in de toekomstige situatie te voldoen aan de volledige eigen parkeerbehoefte. zonder dubbel
werkdag
werkdag
werkdag
koop
werkdag
zaterdag
zaterdag
zondag
functie
gebruik
ochtend
middag
avond
avond
nacht
middag
avond
middag
bewoners woningen
31,5
15,8
15,8
28,4
25,2
31,5
18,9
25,2
22,1
bezoekers woningen
9,0
0,9
1,8
7,2
6,3
0,0
5,4
9,0
6,3
parkeervraag (afgerond)
40,5
16,7
17,6
35,6
31,5
31,5
24,3
34,2
28,4
parkeercapaciteit
34,0
34,0
34,0
30,0
34,0
34,0
34,0
34,0
34,0
saldo
-6,5
17,4
16,5
-5,6
2,5
2,5
9,7
-0,2
5,7
Tabel 3.2: Parkeerbalans Graafseweg 294 ’s-Hertogenbosch
Op eigen terrein is geen ruimte om de parkeercapaciteit uit te breiden. Het gemeentelijk beleid maakt het mogelijk om het tekort van zes parkeerplaatsen op te vangen in de openbare ruimte. Om aan te tonen in hoeverre dit een passende parkeeroplossing biedt, is een parkeerdrukmeting uitgevoerd in de omgeving. De resultaten hiervan zijn verwerkt in hoofdstuk 4.
l oktober 2023
4
4. Parkeerdrukmeting 4.1
Uitgangspunten
De gemeente ‘s-Hertogenbosch hanteert dan een maximale acceptabele parkeerdruk van 85%. Bij een hogere parkeerdruk neemt de hoeveelheid zoekverkeer namelijk toe en zullen parkeerders de parkeervoorzieningen als ‘vol’ ervaren of kunnen ongewenste parkeersituaties ontstaan. Onderzoeksperiode Een parkeerdrukmeting geeft een representatief en objectief inzicht als op de drukste dag en op het drukste moment wordt gemeten. Dit is immers de maximale parkeerdruk dat een gebied te verwerken heeft. De ontwikkeling bestaat uitsluitend uit woningbouw. De parkeerkundig maatgevende momenten voor woningbouw zijn de werkdagavond en werkdagnacht. Daarnaast is het onderzoek ook aangevuld met een vrijdagavond (koopavond) en zaterdagmiddag. Het parkeeronderzoek is op de volgende momenten uitgevoerd: •
werkdag (donderdag 3 juni 2021) -
avond om 19.00 uur
-
nacht om 23.00 uur
•
koopavond (vrijdag 4 juni 2021) om 19.00 uur
•
zaterdagmiddag (zaterdag 5 juni) om 15.00 uur.
De meetmomenten zijn afgestemd en representatief bevonden door de gemeente ‘s-Hertogenbosch. De resultaten zijn weergegeven in bijlage A. Onderzoeksgebied Een parkeerdrukmeting geeft inzicht in de verhouding tussen het aantal geparkeerde voertuigen en het aantal beschikbare parkeerplaatsen (parkeercapaciteit) op het moment van de meting. Het onderzoeksgebied voor het parkeeronderzoek is weergegeven in figuur 4.1 en onderverdeeld in secties. De ontwikkellocatie ligt in de overig bebouwde kom van ’s-Hertogenbosch (zone 3). Het onderzoeksgebied is bepaald aan de hand van de maximaal acceptabele loopafstand van 200 meter conform de gemeentelijke ‘Nota Parkeernormering 2016’. In het parkeeronderzoek is alleen de openbaar toegankelijke parkeercapaciteit opgenomen. Parkeercapaciteit en parkeren op eigen terrein, bijvoorbeeld bij de Praxis, is niet meegenomen in het onderzoek.
l oktober 2023
5
Het onderzoeksgebied beschikt over een totale parkeercapaciteit van 92 parkeerplaatsen. De capaciteit van de secties in de directe nabijheid van de ontwikkellocatie (1, 2, 3 en 4) bedraagt 40 parkeerplaatsen.
Figuur 4.1: Onderzoeksgebied ontwikkeling Graafseweg 294 ’s-Hertogenbosch
4.2
Resultaten
In figuur 4.2 is per maatgevend moment (het drukste moment voor parkeren) de parkeerbezetting weergegeven. Op de gemeten momenten ligt de parkeerdruk in het onderzoeksgebied ruim onder de gemeentelijke maximale parkeerdruk van 85%. Tijdens de werkdagavond (19.00 uur) is de hoogste parkeerdruk gemeten met een bezetting van 53%. Gedurende dit moment is in de directe omgeving van de Graafseweg 294 een restcapaciteit van 29 parkeerplaatsen beschikbaar. Voldoende om een tekort van zes parkeerplaatsen op te kunnen vangen. Uit de resultaten (zie bijlage A) blijkt in de secties 1, 2, 3 en 4 binnen een loopafstand van 100 meter namelijk voldoende restcapaciteit beschikbaar om het parkeertekort op te vangen. De hoogst gemeten parkeerbezetting in deze vier secties is namelijk 35% op de zaterdagmiddag. Het parkeren kan hiermee worden voorzien in de parkeersecties direct langs de ontwikkellocatie.
l oktober 2023
6
Parkeerbezetting onderzoeksgebied Graafseweg 294 's-Hertogenbosch 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
53%
19.00 uur
47%
23.00 uur
Donderdag 3 juni
52%
47%
19.00 uur
15.00 uur
Vrijdag 4 juni
Zaterdag 5 juni
Figuur 4.2: Parkeerbezetting binnen 200 meter loopafstand vanaf de Graafseweg 294 in ’s-Hertogenbosch
l oktober 2023
7
5. Fietsparkeren Het gemeentelijk parkeerbeleid van ’s-Hertogenbosch heeft eveneens fietsparkeernormen voor aan te leggen stallingsplaatsen voor de fiets. Binnen de ontwikkeling wordt conform opgave opdrachtgever voorzien in nietgemeenschappelijke afsluitbare bergruimtes conform bouwbesluit voor het faciliteren van de fietsparkeerbehoefte van de toekomstige bewoners. Voor het fietsparkeren voor de bezoekers van de woningen wordt op eigen terrein op maaiveld op een tweetal locaties stallingsmogelijkheden gerealiseerd. 2.1 Stallingsbehoefte bewoners Het bepalen van de benodigde stallingscapaciteit van deze voorziening wordt bepaald aan de hand van het gemeentelijk beleid. Binnen de ontwikkeling worden de volgende woningtypen gerealiseerd: -
5 appartementen >80 m2;
-
40 appartementen 40 - 80 m2.
De stallingsruimte dient hierbij te voldoen aan de eisen, normen en richtlijnen conform het gemeentelijk beleid. In het gemeentelijk parkeerbeleid zijn normen voor verschillende oppervlakten van woningen opgenomen. In tabel 5.1 zijn de te hanteren fietsparkeernormen voor het bepalen van de fietsparkeerbehoefte van de toekomstige bewoners van de ontwikkeling aan de Graafseweg inzichtelijk gemaakt. type
norm
eenheid
woning > 80 m bvo
4
appartement
woning 40 - 80 m bvo
3
appartement
2
2
Tabel 5.1: Te hanteren fietsparkeernormen gemeente ‘s-Hertogenbosch
Binnen de ontwikkeling wordt voorzien in de realisatie van afzonderlijke bergingen waarbij ieder appartement de beschikking krijgt over een eigen berging conform bouwbesluit. Het gemeentelijk beleid hanteert als uitgangspunt dat iedere berging hierbij een rekenkundige capaciteit heeft van twee stallingsplekken. De resterende stallingsbehoefte van de bewoners wordt opgevangen op maaiveld. In tabel 5.2 is de stallingsbehoefte van de resterende fietsparkeerbehoefte van de bewoners uiteengezet.
l oktober 2023
8
type
norm
eenheid
aantal
norm
capaciteit berging
resterende behoefte
totaal
woning > 80 m2 bvo
4
appartement
5
4
2
2
10
woning 40 - 80 m2 bvo
3
appartement
40
3
2
1
40
totaal
50
Tabel 5.2: Berekening resterende stallingsbehoefte bewoners
Uit tabel 5.2 blijkt dat de totale resterende stallingsbehoefte van de bewoners in totaal 50 stallingsplaatsen omvat. Naast de individuele bergingen is op eigen terrein capaciteit en ruimte voor 52 fiets-stallingsplaatsen voorzien. Stallingsbehoefte bezoekers Voor de stallingsbehoefte van bezoekers wordt conform gemeentelijk beleid aangesloten bij de richtlijn van het CROW, dat voorschrijft om in de openbare ruimte te voorzien in minimaal 0,5 fietsparkeerplaatsen per woning. Binnen de ontwikkeling worden 45 woningen gerealiseerd. De totale bezoekersvraag hiermee bedraagt afgerond 45 x 0,5 = 23 stallingsplekken voor bezoek. Binnen de
ontwikkeling is hiervoor capaciteit en ruimte voorzien op de kop van het kavel.
l oktober 2023
9
6. Verkeersgeneratie 6.1
Uitgangspunten
Aanpak De verkeersgeneratie van een ontwikkeling wordt berekend door de omvang van elke functie te vermenigvuldigen met de bijbehorende CROW kencijfers (het aantal te genereren motorvoertuigbewegingen per functie-eenheid; bijvoorbeeld per woning). Deze CROW kencijfers worden gepresenteerd in een bandbreedte (minimum-maximum). Met de kencijfers wordt de verkeersgeneratie berekend voor een weekdagetmaal, oftewel een gemiddelde weekdag (maandag tot en met zondag). Voor veel functies geldt dat de verkeersgeneratie hoger ligt op een gemiddeld werkdagetmaal (maandag tot en met vrijdag). Kantoren genereren bijvoorbeeld weinig tot geen motorvoertuig-bewegingen in het weekend, maar juist doordeweeks. Om dit verschil te bepalen heeft CROW omrekenfactoren opgesteld per type functie, waarmee de verkeersgeneratie van weekdagetmaal naar een werkdagetmaal wordt omgerekend. Uiteindelijk is het voor een werkdagetmaal ook mogelijk een vertaalslag te maken naar ochtend- en avondspitsuur, de over het algemeen drukste momenten op een werkdag. Om deze vertaalslag te maken naar het drukste ochtend- en/of avondspitsuur heeft CROW per functie procentuele verdelingen opgesteld. Zo kan voor een ochtendspitsuur worden bepaald hoeveel motorvoertuigbewegingen worden gegenereerd en wat de verdeling in aankomende en vertrekkende bewegingen bedraagt.
Kencijfers Binnen de CROW-kencijfers voor de verkeersgeneratie (publicatie 381 Toekomstbestendig parkeren, december 2018) wordt onderscheid gemaakt naar stedelijkheidsgraad en de ligging van de planontwikkeling ten opzichte van het centrum. Voor de ontwikkeling aan de Graafseweg 294 in ’s-Hertogenbosch zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: −
Den Bosch is sterk stedelijk
−
De Graafseweg 294 ligt in de rest bebouwde kom (zone 3; conform de Nota Parkeernormering 2021)
−
Van de bandbreedte zijn de gemiddelde waardes gebruikt om een gemiddeld beeld van de situatie te schetsen.
l oktober 2023
10
In tabel 6.1 is het passende CROW kencijfer weergegeven. De waarden zijn gepresenteerd in motorvoertuigbewegingen (mvt) per etmaal op een gemiddelde weekdag. functie
conform CROW
sociale huurappartementen kantoren (met baliefunctie)
kencijfers
huur, appartementen, midden/goedkoop commerciële dienstverlening
eenheid
min.
gem.
max.
3,2
3,6
4,0
per woning
9,4
10,6
11,8
per 100 m2 bvo
Tabel 6.1: Gehanteerde verkeersgeneratiekencijfers conform CROW publicatie 381
Conform CROW valt een sociaal huurappartement onder de functie ‘huur, appartementen, midden/ goedkoop. Voor het bestaande kantoorpand van BrabantWonen wordt het kencijfer voor commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie) gebruikt. BrabantWonen ontvangt namelijk bezoekers, waardoor het kantoorpand over een balie dient te beschikken. Omrekenfactoren Naast verkeersgeneratiekencijfers afkomstig van het CROW (publicatie 381) zijn voor de verkeersgeneratieberekening nog een aantal andere uitgangspunten gehanteerd. Zo zijn omrekenfactoren beschikbaar (CROW publicatie 256 2), waarmee de verkeersgeneratie van weekdag etmaal naar werkdag etmaal is omgerekend: •
omrekenfactor wonen: 1,11
•
omrekenfactor werken (kantoren: 1,33.
Verdeling verkeersgeneratie Daarnaast beschikt CROW publicatie 256 ook over procentuele verdelingen op een dag voor dergelijke functies. Deze zijn weergegeven in tabel 6.2. functie
ochtendspits drukste uur
avondspits
vertrek
aankomst
drukste uur
vertrek
aankomst
wonen
9%
91%
9%
9%
15%
85%
kantoren
10%
9%
91%
9%
90%
10%
Tabel 6.2: Verdeling verkeersgeneratie naar spitsuur (CROW-publicatie 256)
2
Publicatie 256 ‘Verkeersgeneratie woon- en werkgebieden’, CROW, oktober 2007
l oktober 2023
11
6.2
Resultaat
In tabel 5.3 is de verkeersgeneratie van zowel de huidige als de toekomstige situatie weergegeven. Het kantoor van BrabantWonen genereert in de huidige situatie circa 391 motorvoertuigbewegingen gedurende een werkdagetmaal. De te realiseren sociale huurappartementen genereren in totaal circa 180 motorvoertuigbewegingen. Het planeffect bedraagt hiermee een afname van 391 - 180 = 211 motorvoertuigbewegingen gedurende een werkdagetmaal. Ook in de beide spitsperioden neemt de verkeersgeneratie af. Wel vindt door de functiewijziging een verschuiving plaats tussen aankomende en vertrekkende verkeersbewegingen in de spitsperioden. Met de afname van het aantal verkeersbewegingen resulteert de transformatie van een kantoorpand naar appartementen in een verbetering van de verkeerssituatie aan de Graafseweg. Daarnaast kan het toekomstige verkeer zich ook nog verdelen door de aanwezigheid van twee in-/uitritten: één aan de Aarshertogenlaan en één aan de Graafseweg.
functie
weekdag
werkdag
etmaal
etmaal
ochtendspits
avondspits
totaal
vertrek
aankomst
totaal
vertrek
aankomst
huidig (kantoor)
294
391
40
4
36
36
32
4
toekomstig (woningen)
162
180
16
15
1
16
2
14
verschil
-132
-211
-24
11
-35
-20
-30
10
Tabel 6.3: Verschil in verkeersgeneratie van de toekomstige situatie ten opzichte van huidige situatie Graafseweg 294
l oktober 2023
12
Bijlage A. Resultaten parkeerdrukmeting sectie
capaciteit
donderdag 3 juni
vrijdag 4 juni
zaterdag 5 juni
19.00 uur
23.00 uur
19.00 uur
15.00 uur
1
10
10
10
9
9
2
14
0
0
0
0
3
12
1
1
1
2
4
4
2
2
3
3
5
8
3
3
6
8
6
16
8
7
7
7
7
0
1
1
0
0
8
3
2
2
4
1
9
6
6
5
6
5
10
14
12
10
10
2
11
5
4
2
2
6
12
0
0
0
0
0
totaal
92
49
43
48
43
Tabel A.1: Resultaten parkeerdruk Graafseweg 294 ’s-Hertogenbosch
sectie
capaciteit
donderdag 3 juni
vrijdag 4 juni
zaterdag 5 juni
19.00 uur
23.00 uur
19.00 uur
15.00 uur 90%
1
10
100%
100%
90%
2
14
0%
0%
0%
0%
3
12
8%
8%
8%
17%
4
4
50%
50%
75%
75%
5
8
38%
38%
75%
100%
6
16
50%
44%
44%
44%
7
0
200%
200%
0%
0%
8
3
67%
67%
133%
33%
9
6
100%
83%
100%
83%
10
14
86%
71%
71%
14%
11
5
80%
40%
40%
120%
12
0
0%
0%
0%
0%
totaal
92
53%
47%
52%
47%
Tabel A.2: Resultaten parkeerbezetting Graafseweg 294 ’s-Hertogenbosch
l oktober 2023
13
•
Goudappel BV werkt vanuit Amsterdam, Den Haag, Deventer, Eindhoven en Leeuwarden Snipperlingsdijk 4
Postbus 161
+31(0) 570 666 222
BTW NL 0072 11 879 B01
7417 BJ Deventer
7400 AD Deventer
info@goudappel.nl
KVK
The Netherlands
The Netherlands
www.goudappel.nl
IBAN NL09 INGB 0001 2746 32 l - 6 juni 2023
3801 7479
14
Bijlage 2 Terreininrichting Graafseweg
22
T E R R E I N I N R I C H T I N G G R A A F S E W EG
VO O R LO PI G O N T W E R P / B R A B A N T W O N E N / ‘ S - H E R TO G E N B O S C H
VOORLOPIG ONT WERP - F I E T S PA R K E R E N O P T E R R E I N
76 S T U K S
- A U T O PA R K E R E N O P T E R R E I N :
30 STUKS
ha
ag
kl
im
pl
an
te
n
SFEER BINNENTUIN
m pa in rk de ee r v rp al la ide at s
bo
om
ha
lf v
er
ha
rd
in
g
fie (1 t s p 2 ar st ke uk r s) e n
ni e u we b o m e n m et o n d e rb e p l a nt i n g va n h e e ste r s
zitba
ro
os
te
r ve ele rh m ar en di tng
nk
SFEER KLIMDR ADEN IN HOEKPUNTEN GEBOUW
s i e r g r as s e n
S F E E R VA S T E P L A N T E N / S I E R G R A S S E N
h aa g
m o g e li j ke l aa dp aa l vo o r zi e ni n g
m e e r st a m m i g e h e e ste r
va
k li m p l a nte n e
pl
an
te
n
3 0 x 3 0 te g e l s (ve r ba n d n.t .b.)
ba
nk
m e ub i l ai r o p w i e lt j e s
st
zit
g r as b eto n
SFEER GEVELBEPL ANTING f i et s p a r ke r e n (6 st uks) ni e u we b o o m
e l e m e ntve r h a r di n g
h a l f ve r h a r di n g
e l e m e ntve r h a r di n g
2 0 st uks
zi t b a nk
vaste p l a nte n
Fi et s e n st a l li n g m et k r ui d e n dak 2 e nt r e e s (4 0 st uks)
h e e ste r s m et s i e r g r as s e n
2 0 st uks
s i e r g r as s e n
ni e u we b o m e n g r as b eto n
k li m p l a nte n
k li m p l a nte n
t r af o
b o d e m b e d e k ke r s
e l e m e nt ve r h a r di n g e l e m e nt ve r h a r di n g ke p e r ve r b a n d h a l f ste e n sve r b a n d
Ondergrondse c o nt ai n e r
© D onke r D e si gn 2 0 2 3 . Aan deze tekening kunnen geen r echten w or den ontl eend, w i j z i gi ngen v oor behouden.
s i e r g r as s e n
b o d e m b e d e k ke r s
m e e r st a m m i g e h e e ste r
h aa g
s o li t ai r e h e e ste r
vaste p l a nte n
f i et s p a r ke r e n (18 st uks)
0
1
2
3
SFEER BANKEN
4m
S F E E R PA R K E E R P L A AT S
1:100
K lant nr: 1025183 Dat um: 03-10-2023
Tekeningnr: 210559_V O _PA N_05 O nt werper: MMS
A 0 f ormaat
S chaal: 1: 100
Bijlage 3 Boomeffectanalyse
24
BOOM EFFECT ANALYSE GRAAFSEWEG 294 TE 'S-HERTOGENBOSCH
Rapportage boom effect analyse Graafseweg 294 te 's-Hertogenbosch Opdrachtgever
Kragten Postbus 2309 5231 CH 's-Hertogenbosch
Rapportnummer Versienummer
15572.007 D1
Status
Eindrapportage
Datum
14 mei 2021
Vestiging
Brabant Heinz Moormannstraat 1b 5831 AS Boxmeer 088 - 5001600 boxmeer@econsultancy.nl
Opsteller European Tree Technician
Paraaf
Kwaliteitscontrole Paraaf
Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus die werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en die de belangen behartigt van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING ............................................................................................................................. 1
2
GEBIEDSBESCHRIJVING...................................................................................................... 2 2.1 2.2
3
ONDERZOEKSMETHODIEK .................................................................................................. 4 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
4
Inventarisatie ................................................................................................................ 6 Boomveiligheidscontrole ............................................................................................... 7 Beoordeling groeiplaats ................................................................................................ 8 Toekomstverwachting huidige situatie ........................................................................... 9 Projectinvloeden ......................................................................................................... 10
CONCLUSIE ........................................................................................................................ 12 5.1 5.2
6
Inventarisatie ................................................................................................................ 4 Boomveiligheidscontrole ............................................................................................... 4 Beoordeling groeiplaats ................................................................................................ 5 Toekomstverwachting huidige situatie ........................................................................... 5 Projectinvloeden ........................................................................................................... 5
RESULTATEN ........................................................................................................................ 6 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
5
Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving ............................................................. 2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen ..................... 3
Duurzaam te behouden ............................................................................................... 12 Niet duurzaam te behouden ........................................................................................ 12
ADVIES ................................................................................................................................ 13 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
Bijlage I Bijlage II
Verboden zone boom 1 en 2 ....................................................................................... 13 Verplanten boom 1 en 2 .............................................................................................. 13 Aanbrengen stamommanteling.................................................................................... 14 Beschermen groeiplaatsen.......................................................................................... 14 Algemene beschermingsmaatregelen ......................................................................... 15
Overzichtskaart Inventarisatiegegevens 15572.007
1
INLEIDING
Econsultancy heeft van Kragten opdracht gekregen voor het uitvoeren van een boom effect analyse aan de Graafseweg 294 te 's-Hertogenbosch. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herontwikkeling op de onderzoekslocatie. Voor de herontwikkeling van de onderzoekslocatie dient het bestemmingsplan gewijzigd te worden. Het doel van de van het onderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke negatieve invloeden van de voorgenomen werkzaamheden/plannen op de bomen. Tevens wordt bepaald of en welke maatregelen benodigd zijn om negatieve effecten te minimaliseren, waardoor zoveel mogelijk bomen duurzaam te behouden zijn. De centrale vraag van de boom effect analyse is: ‘kunnen de aanwezige bomen, in de huidige verschijningsvorm en op de huidige standplaats, in relatie met de voorgenomen werkzaamheden/plannen, duurzaam behouden worden?’ Deze centrale vraag is voor de bomen binnen de onderzoekslocatie beantwoord. De opsteller van dit rapport is onder auspiciën van de European Arboricultural Council gecertificeerd als European Tree Technician en is Groenkeur gecertificeerd Boomveiligheidscontroleur.
Rapport 15572.007 versie D1
Pagina 1 van 15
2 2.1
GEBIEDSBESCHRIJVING Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving
De onderzoekslocatie (± 3.400 m²) ligt aan de Graafseweg 294, circa 1 kilometer ten zuidoosten van de kern van 's-Hertogenbosch. Volgens de topografische kaart van Nederland zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 151.077, Y = 412.259. In figuur 1 is de ligging en afbakening van de onderzoekslocatie weergegeven.
Figuur 1. Ligging en afbakening onderzoekslocatie.
De onderzoekslocatie betreft een kantoorgebouw met parkeergelegenheid en kleine stukjes groen in de vorm van struiken en exemplaren van de soort valse christusdoorn (Gleditsia triacanthos). Ten noorden van de onderzoekslocatie bevindt zich een park. In het park zijn lanen aanwezig bestaande uit exemplaren van de soort gewone plataan (Platanus x hispanica). Ten zuidoosten van de onderzoekslocatie is Graafseweg gelegen. Deze weg wordt begeleid door een laan bestaande uit exemplaren van de soort Hollandse linde (Tilia x europaea). Zie figuur 2 t/m 4 voor een impressie van de onderzoekslocatie.
Figuur 2. Valse Christusdoorns (rechts) binnen de onderzoekslocatie, in de voortuin van het Vicky Brownhuis
Rapport 15572.007 versie D1
Figuur 3. Gewone platanen in het park ten noorden van de onderzoekslocatie
Figuur 4. Hollandse lindes langs de Graafseweg.
Pagina 2 van 15
2.2
Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen
De initiatiefnemer is voornemens de bestaande bebouwing te slopen en een appartementencomplex te realiseren. Het plan voorziet de realisatie van 45 sociale huurappartementen. Binnen de onderzoekslocatie worden parkeerplaatsen gerealiseerd. In figuur 5 is het schetsontwerp van het plan weergegeven.
Figuur 5. Schetsontwerp (bron: Graafseweg studie nieuwbouw, bureau Verkuylen)
Rapport 15572.007 versie D1
Pagina 3 van 15
3
ONDERZOEKSMETHODIEK
Om te bepalen of de aanwezige bomen, in de huidige verschijningvorm en op de huidige standplaats, in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden, duurzaam behouden kunnen worden zijn de volgende onderzoeksinspanningen verricht: 1. 2. 3. 4. 5.
Inventarisatie van de bomen. Boomveiligheidscontrole middels VTA-methode. Beoordeling van de boven- en ondergrondse groeiplaats. Bepalen toekomstverwachting bij gelijkblijvende omstandigheden. Bepalen effecten van de voorgenomen werkzaamheden op de bomen.
3.1
Inventarisatie
Ten eerste krijgen alle bomen binnen de invloedsfeer een individueel boom ID. Daarna zijn algemene boomkenmerken opgenomen. De algemene boomkenmerken zijn de Nederlandse en Latijnse soortnaam, boomhoogte, stamdiameter (gemeten op 1,30 meter), kroondiameter en de conditie. De stamdiameter is opgemeten met een PI-band. De conditiebepaling is onderdeel van de inventarisatie en geeft een oordeel over de gezondheidstoestand van de boom op een bepaald moment. Bij de conditiebepaling wordt, afhankelijk van het seizoen, gelet op de volgende conditiekenmerken: de blad-/knopbezetting (Roloff methode) en transparantie van de kroon. Daarnaast is gekeken naar de takscheutlengte en de locatie van afgestorven takken in de kroon. Bij de conditiebepaling is onderscheid gemaakt tussen vier conditieklassen, zie tabel I. Tabel I. Conditieklassen (Roloff, 2001).
Conditieklasse
Omschrijving
Goed
Boom vertoont goede groei en vertoont een beeld dat van de soort verwacht mag worden onder goede groeiplaatsomstandigheden.
Redelijk
Niet optimale groei, te zien aan verminderde twijglengte en een ijlere kroon, maar de minder optimale omstandigheden hebben geen duidelijke of onomkeerbare negatieve gevolgen voor de verdere ontwikkeling van de boom.
Matig
Er is duidelijk sprake van negatieve gevolgen voor de verdere ontwikkeling van de boom, zoals een ijle kroon, scheut- of taksterfte en beperkte twijggroei.
Slecht
Duidelijk aftakelende boom, waarbij veelal sprake is van een ijle kroon met zware taksterfte resulterend in veel en soms zwaar dood hout.
3.2
Boomveiligheidscontrole
Na de inventarisatie is een boomveiligheidscontrole (BVC) uitgevoerd volgens de VTA-methode. De afkorting VTA staat voor Visual Tree Assesment en is ontwikkeld door prof. Dr. C. Matteck. De VTAmethode betreft een visuele controle van de gehele boom (kroon, stam en stamvoet) waarbij biologische en mechanische symptomen die duiden op (verborgen) gebreken geregistreerd worden. Op basis van de aard van de gebreken wordt de boom ingedeeld in een van de veiligheidscategorieën, zie tabel II.
Rapport 15572.007 versie D1
Pagina 4 van 15
Tabel II. Veiligheidscategorieën (Matteck, 1995).
Veiligheidscategorie
Omschrijving
Boom zonder gebreken
De boom heeft geen noemenswaardige gebreken: er zijn geen symptomen aangetroffen welke duiden op een biologisch of mechanisch gebrek.
Attentieboom
De boom heeft een zichtbaar gebrek. Dit gebrek geeft echter geen directe aanleiding tot een verhoogd risico.
Risicoboom
De boom heeft een zichtbaar gebrek welke een verhoogd risico veroorzaakt. Of de boom heeft een zichtbaar gebrek maar op het moment van controle is geen uitspraak te doen over het risico van het gebrek.
3.3
Beoordeling groeiplaats
De boven- en ondergrondse groeiplaats van de bomen in het onderzoeksgebied zijn beoordeeld. De bovengrondse groeiplaats is beoordeeld door te kijken naar obstakels en de benodigde doorrij- en werkhoogte. De ondergrondse groeiplaats is beoordeeld met behulp van meerdere grondboringen tot 120 cm -maaiveld en het uitvoeren van enkele metingen met een penetrometer. Met behulp van de penetrometer is de indringingsweerstand van de bodem bepaald. Aanvullend zijn proefsleuven gegraven om de beworteling in kaart te brengen. 3.4
Toekomstverwachting huidige situatie
Op basis van de conditie, gebreken, groeiplaatsomstandigheden en de leeftijd is een inschatting gemaakt van de resterende levensduur van de bomen onder gelijkblijvende omstandigheden. De toekomstverwachting van de bomen is ingedeeld in een van de volgende categorieën, zie tabel III. Tabel III. Categorieën toekomstverwachting.
Categorie >15 jaar 10-15 jaar 5-10 jaar
Omschrijving Toekomstverwachting is minimaal 15 jaar met actieve groei. Toekomstverwachting van 10 tot 15 jaar met actieve groei. Toekomstverwachting van 5 tot 10 jaar met actieve groei.
< 5 jaar
Toekomstverwachting van 0 tot 5 jaar met actieve groei.
-
Boom is reeds afgestorven en heeft als levende boom geen toekomstverwachting
3.5
Projectinvloeden
De toekomstverwachting van de bomen kan tijdens en door de uitvoering van de (civieltechnische) werkzaamheden van het project ernstig beïnvloed worden. Over het algemeen is negatieve beïnvloeding van de toekomstverwachting voornamelijk toe te schrijven aan gevolgen zoals hieronder beschreven. Bovengrondse schade Door inzet van zwaar materieel in de nabijheid van bomen ontstaat de kans op stam- en/of kroonbeschadiging. Ondergrondse schade Door graafwerkzaamheden in de nabijheid van bomen tijdens de uitvoering van de (civieltechnische) werkzaamheden kan wortelverlies ontstaan. Daarnaast bestaat het risico dat de bodem wordt verdicht door de inzet van zwaar materieel en/of opslag van materiaal binnen de kroonprojectie. Bodemverdichting verstoort de uitwisseling van zuurstuf tussen de bodem en de buitenlucht wat wortelschade/sterfte tot gevolg heeft.
Rapport 15572.007 versie D1
Pagina 5 van 15
4
RESULTATEN
Ten behoeve van de BEA zijn op 11 mei 2021 in totaal 16 bomen geïnventariseerd en is de boomveiligheid beoordeeld met behulp van de VTA-methode. 4.1
Inventarisatie
De stamposities en kroonprojecties van de bomen binnen de onderzoekslocatie (1 en 2), en de bomen binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden (3 t/m 16) zijn weergegeven in figuur 6. De inventarisatiegegevens zijn weergegeven in tabel IV.
Figuur 6. stampositie en kroonprojectie Tabel IV. Inventarisatiegegevens. Nr.
boomsoort
stamdiameter
hoogte
kroondiameter
48 cm
12-18 m
50 cm
conditie
opmerkingen
10 m
goed
-
12-18 m
10 m
goed
nest (ekster); onderdeel boomstructuur
9 cm
6 - 12 m
3m
matig
jonge aanplant; onderdeel boomstructuur beschadigde tak; onderdeel boomstructuur onderdeel boomstructuur statisch kroonanker aanwezig; onderdeel boomstructuur onderdeel waardevolle boomstructuur onderdeel waardevolle boomstructuur onderdeel waardevolle boomstructuur onderdeel waardevolle boomstructuur onderdeel waardevolle boomstructuur onderdeel waardevolle boomstructuur onderdeel waardevolle boomstructuur onderdeel waardevolle boomstructuur onderdeel waardevolle boomstructuur onderdeel waardevolle boomstructuur
3
valse Christusdoorn valse Christusdoorn gewone plataan
4
gewone plataan
74 cm
12-18 m
15 m
redelijk
5
gewone plataan
30 cm
6 - 12 m
7m
redelijk
6
gewone plataan
101 cm
18-24 m
20 m
goed
7 8 9 10 11 12 13 14 15 16
Hollandse linde Hollandse linde Hollandse linde Hollandse linde Hollandse linde Hollandse linde Hollandse linde Hollandse linde Hollandse linde Hollandse linde
49 cm 46 cm 48 cm 47 cm 44 cm 38 cm 53 cm 43 cm 47 cm 37 cm
12-18 m 12-18 m 12-18 m 12-18 m 12-18 m 12-18 m 12-18 m 12-18 m 12-18 m 12-18 m
8m 9m 9m 9m 9m 8m 9m 8m 9m 9m
matig redelijk redelijk matig matig matig matig matig matig matig
1 2
Rapport 15572.007 versie D1
Pagina 6 van 15
Conditie De conditie is een belangrijke indicatie voor de weerbaarheid van bomen tegen negatieve invloeden. De conditie van de bomen binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden is variabel. De valse Christusdoorns binnen de onderzoekslocatie verkeren in goede conditionele toestand. De platanen in het park hebben een wisselende conditie. De Hollandse lindes langs de Graafseweg verkeren over het algemeen in matige conditie. Dit is onder andere te zien aan de beperkte twijggroei, verminderde bladzetting en afgestorven takken in de buitenkroon. Ter illustratie is de conditionele toestand van de bomen weergegeven in figuur 7.
Figuur 7. Conditionele toestand.
4.2
Boomveiligheidscontrole
De boomveiligheidscontrole is uitgevoerd middels de VTA-methode. De resultaten van de boomveiligheidscontrole zijn weergegeven in tabel VI. Tabel VI. Resultaten boomveiligheidscontrole.
Risicoklasse boom zonder gebrek attentieboom risicoboom totaal
aantal bomen 8 8 16
In totaal zijn acht bomen beoordeeld als risicoboom. Van de acht bomen zijn zeven bomen (nr. 7, 8, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16) als risicoboom beoordeeld vanwege de aanwezigheid van afgestorven takken in de kroon. Afgestorven takken hebben ten opzichte van levende, gezonde takken een verhoogde kans op takbreuk. Bomen met afgestorven takken vormen derhalve een risico voor de directe omgeving van de boom. Verschillende afgestorven takken hangen boven de parkeerplaatsen of boven de rijbaan van de Graafseweg. In het kader van de zorgplicht wordt geadviseerd de afgestorven takken binnen 6 maanden te verwijderen. In totaal is bij twee bomen (nr. 8, 9) een holte aangetroffen. Middels een visuele controle is de omvang van de holte, en daarmee het risico op stambreuk, niet te bepalen. Om het risico op stambreuk nauwkeurig in te schatten wordt geadviseerd binnen 3 maanden nader onderzoek uit te voeren.
Rapport 15572.007 versie D1
Pagina 7 van 15
4.3 4.3.1
Beoordeling groeiplaats Bovengronds
De bovengrondse groeiplaats van de bomen varieert. Boom 1 en 2 zijn gesitueerd in de siertuin van het Vicky Brownhuis. De groeiplaats is gedeeltelijk bedekt met verharding. De kroon van boom 1 heeft zich ontwikkeld over de eerste verdieping van het bestaande pand, zie figuur 8. Boom 3 t/m 7 zijn gesitueerd in een groenstrook met heesterbeplanting. Aan de zuidzijde van de bomen, op circa 1,0 tot 1,5 m uit de stamvoet is ligt de rijbaan van de Aashertogenlaan. Aan de noordzijde van de bomen ligt een grasveld, zie figuur 9. De bomen 8 t/m 16 zijn gesitueerd in een groenstrook tussen de rijbaan en het gescheiden fietspad van de Graafseweg. Boom 7 en 8 staan aan weerszijden van de inrit van de rijbaan richting het fietspad, zie figuur 10 en 11.
Figuur 8. Bovengrondse groeiplaats boom 1 en 2. De kroon van boom 1 heeft zich ontwikkeld boven de eerste verdieping van de bebouwing.
Figuur 9. Bovengrondse groeiplaats boom 3 t/m 6. Bomen staan in een groenstrook met heesterbeplanting.
Figuur 10. Bovengrondse groeiplaats boom 7 t/m 16. Bomen staan in groenstrook met gras.
Figuur 11. Inrit tussen boom 7 en 8.
Rapport 15572.007 versie D1
Pagina 8 van 15
4.3.2
Ondergronds
De ondergrondse groeiplaats voor de bomen binnen de onderzoekslocatie (1 en 2) met behulp van één profielboring beoordeeld. De profielboring is uitgevoerd in de siertuin, tussen boom 1 en 2. De bodemopbouw op de onderzoekslocatie is weergegeven in tabel VIII. Een afbeelding van het boorprofiel is weergegeven in figuur 12. Tabel VIII. Bodemopbouw onderzoekslocatie.
Diepte (cm -maaiveld) 0-30 30-70 70-110 110-120
Materiaal matig humeus, uiterst fijn, zwak lemig zand zwak humeus, matig fijn, zwak lemig zand zwak humeus, matig fijn, zwak lemig zand matig fijn, zwak lemig zand
opmerking intensief doorworteld extensieve beworteling geroerd, extensieve beworteling geel zand, geen beworteling
Figuur 12. Boorprofiel.
De bodem bevat tot circa 110 cm -mv organische stof en voldoende bewortelingsmogelijkheden voor de bomen. De diepste beworteling is aangetroffen op circa 110 cm -mv. Op basis van de bodemopbouw wordt de voornaamste beworteling verwacht in de matig humeuze toplaag (0-30 cm -mv). Het grondwater, of aanwijzingen voor grondwaterinvloeden (gleyverschijnselen), zijn niet aangetroffen. Naar verwachting is het grondwater onbereikbaar voor de bewortelde zone. Dit betekend dat de bomen afhankelijk zijn van neerslag tijdens het groeiseizoen en de vochtvoorraad in de bodem (hangwaterprofiel). 4.4
Toekomstverwachting huidige situatie
Op basis van de conditie en de beoordeling boven- en ondergrondse groeiplaats is een inschatting gemaakt van de toekomstverwachting van de bomen bij gelijkblijvende omstandigheden. De toekomstverwachting van de bomen is weergegeven in tabel IX. Toekomstverwachting > 15 jaar 10-15 jaar 5-10 jaar < 5 jaar -
aantal bomen 6 9 1 totaal
Rapport 15572.007 versie D1
16
Pagina 9 van 15
4.5
Projectinvloeden
Bij de herontwikkeling van de onderzoekslocatie worden werkzaamheden uitgevoerd welke (mogelijk) negatieve invloed hebben op de aanwezige bomen. Op basis van het schetsontwerp, weergegeven in figuur 5 zijn knelpunten geformuleerd. Het gaat om de volgende knelpunten: 1. Amoveren bestaand gebouw en nieuwbouw appartementen; 2. Aanleg parkeervoorzieningen. 4.5.1
Knelpunt 1: amoveren bestaande gebouw en nieuwbouw appartementen
In het huidige plan wordt het bestaande pand geamoveerd en een nieuw appartementencomplex gerealiseerd. Bij de sloop van het pand en tijdens de bouwfase kunnen de aanwezige bomen direct en indirect beschadigd raken. Directe schade kan ontstaan door onzorgvuldig handelen met zwaar materiaal en door transportbewegingen rondom de bouwplaats. Hierdoor kan bijvoorbeeld stam- en/of kroonschade ontstaan. Indirecte schade kan ontstaan door de inzet van (zwaar) materieel of opslag van (bouw) materialen binnen de groeiplaats van de bomen. Door het hoge gewicht van zwaar materieel (bijv. graafmachine) wordt de bodem belast. Als gevolg van de zware belasting neemt het porienvolume in de bodem af. Hierdoor wordt de infiltratie van vocht en de uitwisseling van zuurstof tussen bodem en atmosfeer belemmerd. Als gevolg van (ernstige) bodemverdichting nemen de bewortelingsmogelijkheden af en kan zelfs wortelschade en -sterfte optreden. Boom 1 staat op circa 3,0 meter vanaf het bestaande pand. Bij de sloop van het pand is de kans op ernstige schade hoog. Boom 7, 8 en 16 zijn extra kwetsbaar voor stam- en kroonschade. Deze bomen staan namelijk naast een in- en/of uitrit. 4.5.2
Knelpunt 2: aanleg parkeervoorzieningen
In het schetsontwerp is aan de westzijde van het nieuwe appartementencomplex een parkeerterrein voorzien. Bij de realisatie van het parkeerterrein is boom 1 op de huidige standplaats op voorhand niet te behouden. De boom is gesitueerd binnen de contouren van de parkeerplaatsen. Bij boom 2 worden negatieve effecten verwacht. De contour van de parkeerplaats ligt op circa 2,5 meter ten zuiden van de boom. Om de effecten op boom 2 te bepalen is een proefsleuf gegraven, zie figuur 13 voor de ligging van de proefsleuf ten opzichte van de boom en parkeerplaatsen. De aangetroffen beworteling in de proefsleuf is weergegeven in figuur 14 en 15
Figuur 13. Ligging proefsleuf ten opzichte van de voorgenomen parkeervoorzieningen.
Rapport 15572.007 versie D1
Pagina 10 van 15
Figuur 14. Aangetroffen beworteling in de proefsleuf.
Figuur 15. Aangetroffen beworteling in de proefsleuf.
In de proefsleuf is oppervlakkig intensieve fijne- en grove beworteling aangetroffen. In totaal zijn twee forse wortels aangetroffen op circa 10 tot 15 cm -mv. Deze wortels hebben een doorsnede van 5 en 8 centimeter. Bij de aanleg van de parkeerplaatsen zal de aangetroffen beworteling volledig worden verwijderd. De verwachting is dat circa 20-30% van de totale beworteling verloren zal gaan. Daarnaast ontstaan permanente invalspoorten voor houtparasitaire schimmels door de amputatie van de dikke wortels (> 5 cm). Als gevolg van de werkzaamheden zal de conditie en toekomstverwachting van boom 2 afnemen. De toekomstverwachting zal naar verwachting afnemen van > 15 jaar tot 5 tot 10 jaar.
Rapport 15572.007 versie D1
Pagina 11 van 15
5
CONCLUSIE
Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hoofdvraag van de boom effect analyse per boom beantwoord. De hoofdvraag luidt: kunnen de aanwezige bomen, in de huidige verschijningsvorm en op de huidige standplaats, in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden, duurzaam behouden worden?” 5.1
Duurzaam te behouden
Boom 3 t/m 16 zijn in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden zijn te behouden. Deze bomen staan buiten onderzoekslocatie en daarom worden als gevolg van de werkzaamheden geen negatieve effecten verwacht. Tijdens de uitvoering van de sloop- en bouwwerkzaamheden kan echter wel directe- en indirecte schade ontstaan. Daarom wordt geadviseerd de bomen en groeiplaatsen voorafgaand aan de werkzaamheden te beschermen (zie 6.3 en 6.4). 5.2
Niet duurzaam te behouden
Boom 1 en 2 zijn in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden niet duurzaam te behouden. De boom staat op circa 3,0 meter van de bestaande bebouwing. Bij de sloop van het bestaande gebouw zal naar verwachting ernstige schade ontstaan aan de boom en groeiplaats. Daarnaast is boom 1 gesitueerd binnen de contouren van de parkeerplaats. Deze boom is op de huidige standplaats op voorhand niet te behouden. Boom 2 is gesitueerd op circa 2,5 meter ten noorden van de parkeerplaats. Bij de aanleg van de parkeerplaats zal naar verwachting 20 tot 30% van het totale wortelvolume verloren gaan. Daarnaast worden minimaal 2 forse wortels (Ø 5 en 8 centimeter) verwijderd. Als gevolg van het wortelverlies zal de conditie en de toekomstverwachting van de boom afnemen. De bomen verkeren beide in goede conditie en zijn vrij van gebreken. De bomen zijn mogelijk middels het instellen van een verboden zone op de huidige standplaats te behouden (zie 6.1). Daarnaast is het naar verwachting mogelijk de bomen middels verplanting op een andere standplaats te behouden (zie 6.2).
Rapport 15572.007 versie D1
Pagina 12 van 15
6
ADVIES
Om zoveel mogelijk bomen duurzaam te behouden en negatieve effecten zoveel als mogelijk te minimaliseren worden specifieke en algemene maatregelen geadviseerd. 6.1
Verboden zone boom 1 en 2
Om boom 1 en 2 zijn op de huidige standplaats duurzaam te behouden dient een verboden zone ingesteld te worden. In deze zone zijn werkzaamheden met negatieve effecten, bijvoorbeeld graafwerkzaamheden, ophogingen en betreding met zwaar materieel, verboden. De aanleg van parkeerplaatsen is binnen deze zone dan ook niet mogelijk. De verboden zone dient fysiek afgeschermd te worden door het plaatsen van overplaatsbare bouwhekken. In figuur 16 is de geadviseerde verboden zone (100m2) en positie van de bouwhekken weergegeven.
Figuur 16. Advies instellen verboden zone en plaatsen bouwhekken ten behoeve van behoud boom 1 en 2.
6.2
Verplanten boom 1 en 2
Indien het niet mogelijk is de verboden zone te hanteren zijn de bomen naar verwachting middels verplanting op een andere standplaats duurzaam te behouden. De bomen zijn in potentie goed te verplanten omdat de bomen in goede conditionele toestand verkeren en vrij zijn van gebreken. Geadviseerd wordt om voor boom 1 en 2 een verplantbaarheidsonderzoek uit te laten voeren om de verplantbaarheid nauwkeuriger in beeld te brengen. Bij een verplantbaarheidsonderzoek wordt inzicht verkregen in de boven- en ondergrondse geschiktheid, de benodigde inrichting van de nieuwe standplaats, de transportroute, eventuele noodzaak tot kluitvoorbereiding en een kostenindicatie. Eén belangrijk aspect voor een succesvolle verplanting is de kwaliteit van de kluit. Als een kluit niet intensief doorworteld is kluitvoorbereiding noodzakelijk zijn (rondgraven kluit en injecteren voeding om wortelgroei in de kluit te stimuleren) voor een succesvolle verplanting. Dit kan in sommige gevallen drie groeiseizoenen in beslag nemen. Tijdig uitvoeren van een verplantbaarheidsonderzoek is daarom aanbevolen.
Rapport 15572.007 versie D1
Pagina 13 van 15
6.3
Aanbrengen stamommanteling
Bij alle bomen binnen de invloedssfeer (3 t/m 16) wordt geadviseerd stamommanteling met een afstandhouder (drain) aan te brengen. Door het aanbrengen van stamommanteling kan stamschade voorkomen worden. Zie figuur 17 voor een voorbeeld van stamommanteling.
Figuur 17. Voorbeeld stamommanteling met drain.
6.4
Beschermen groeiplaatsen
De groeiplaatsen van de bomen binnen de invloedssfeer dienen beschermd te worden tijdens de sloop- en bouwwerkzaamheden. De groeiplaats van boom 3 t/m 6 kan beschermd worden door op het gazon geen materieel/materiaal of bouwkeet te plaatsen. De groeiplaats van boom 7 t/m 16 kan het best worden beschermd door het plaatsen van onverplaatsbare bouwhekken. Door de groeiplaats fysiek af te schermen is het niet mogelijk materieel/materiaal op te slaan nabij bomen. Hierdoor wordt onder andere bodemverdichting voorkomen. In figuur 18 is de geadviseerde positie van bouwhekken weergegeven.
Figuur 18. Geadviseerde positie bouwhekken ter afscherming van de groeiplaats boom 7 t/m 16
Rapport 15572.007 versie D1
Pagina 14 van 15
6.5
Algemene beschermingsmaatregelen
Bij werken rond bomen dient men altijd rekening te houden met de algemeen geldende beschermingsmaatregelen. De algemene beschermingsmaatregelen zijn als volgt: -
Snoei de te behouden bomen vóór uitvoering van de werkzaamheden om voldoende werkruimte te creëren en schade te voorkomen. Deze snoeiwerkzaamheden moeten worden uitgevoerd door een gecertificeerd European Tree Worker (ETW) of gelijkwaardig niveau.
-
Er mag geen materiaal tussen de bomen worden geplaatst of opgeslagen. Hiermee wordt bodemverdichting en wortelschade voorkomen.
-
Er mogen geen voertuigen of andere machines tussen de bomen worden geparkeerd. Hiermee wordt bodemverdichting en wortelschade voorkomen.
-
Indien wortelkap bij wortels > 2,5 centimeter doorsnede noodzakelijk is, dient dit te gebeuren met behulp van een recht snijvlak, haaks op de lengterichting van de wortel. Wortelkap bij wortels > 5 centimeter doorsnede dient handmatig te worden uitgevoerd, in overleg met een boomdeskundige.
-
Instrueer uitvoerende werknemers over werken rond bomen en hoe om te gaan met wortelkap.
-
Stel een boomtechnisch toezichthouder (gecertificeerd European Tree Technician of gelijkwaardig) aan om tijdens de uitvoering van de werkzaamheden te controleren op de naleving van de randvoorwaarde. De boomtechnisch toezichthouder kan tevens advies geven tijdens de werkzaamheden en wortelkap beoordelen en uitvoeren.
-
Bij voorkeur werkzaamheden buiten het groeiseizoen (november - maart) van de bomen uit voeren.
Econsultancy Boxmeer, 14 mei 2021
Rapport 15572.007 versie D1
Pagina 15 van 15
GERAADPLEEGDE BRONNEN Prooijen, G. J. van (2016). Stadbomen Vademecum 2A: groeiplaatsaspecten (Herz. ed.). Arnhem, Nederland: IPC groene ruimte. Roloff, A. (2001). Baumkronen: Verständnis und praktische Bedeutung eines komplexen Na turphänomens. Duitsland: Ulmer. Mattheck, G. C., Breloer, H., & Visser, B. M. (1995). Handboek boomveiligheid: de boombreuk in me chanica en rechtspraak. Zutphen, Nederland: Pius Floris Producties.
Rapport 15572.007 versie D1
Bijlage 1
Overzichtskaart
Rapport 15572.007 versie D1
Bijlage 2 Nr.
1 2
Inventarisatiegegevens
boomsoort valse Christusdoorn valse Christusdoorn
wetenschappelijke naam Gleditsia triacanthos Gleditsia triacanthos platanus x hispanica
stamhoogte diameter (cm)
kroondiameter (m)
conditie gebreken
risicoklasse
toekomstverwachting
opmerkingen
48
12-18 m
10
goed
-
boom zonder gebrek
> 15 jaar
-
50
12-18 m
10
goed
-
boom zonder gebrek
> 15 jaar
nest (ekster)
9
6 - 12 m
3
matig
-
boom zonder gebrek
> 15 jaar
74
12-18 m
15
redelijk
-
boom zonder gebrek
> 15 jaar
30
6 - 12 m
7
redelijk
-
boom zonder gebrek
> 15 jaar
101
18-24 m
20
goed
-
boom zonder gebrek
> 15 jaar
49
12-18 m
8
matig
afgestorven tak holte; afgestorven takken holte afgestorven tak afgestorven tak afgestorven tak afgestorven tak afgestorven tak -
risicoboom
10-15 jaar
statisch kroonanker aangebracht; onderdeel bomenstructuur overig onderdeel waardevolle bomenstructuur
risicoboom
10-15 jaar
onderdeel waardevolle bomenstructuur
risicoboom risicoboom risicoboom boom zonder gebrek risicoboom risicoboom risicoboom boom zonder gebrek
10-15 jaar 5-10 jaar 10-15 jaar 10-15 jaar 10-15 jaar 10-15 jaar 10-15 jaar 10-15 jaar
onderdeel waardevolle bomenstructuur onderdeel waardevolle bomenstructuur onderdeel waardevolle bomenstructuur onderdeel waardevolle bomenstructuur onderdeel waardevolle bomenstructuur onderdeel waardevolle bomenstructuur onderdeel waardevolle bomenstructuur onderdeel waardevolle bomenstructuur
3
gewone plataan
4
gewone plataan
5
gewone plataan
6
gewone plataan
7
Hollandse linde
platanus x hispanica platanus x hispanica platanus x hispanica Tilia x europaea
8
Hollandse linde
Tilia x europaea
46
12-18 m
9
redelijk
9 10 11 12 13 14 15 16
Hollandse linde Hollandse linde Hollandse linde Hollandse linde Hollandse linde Hollandse linde Hollandse linde Hollandse linde
Tilia x europaea Tilia x europaea Tilia x europaea Tilia x europaea Tilia x europaea Tilia x europaea Tilia x europaea Tilia x europaea
48 47 44 38 53 43 47 37
12-18 m 12-18 m 12-18 m 12-18 m 12-18 m 12-18 m 12-18 m 12-18 m
9 9 9 8 9 8 9 9
redelijk matig matig matig matig matig matig matig
Rapport 15572.007 versie D1
jonge aanplant; nog niet goed aangeslagen; onderdeel bomenstructuur overig beschadigde tak; onderdeel bomenstructuur overig onderdeel bomenstructuur overig
Bijlage 4 Kwantitatieve groenscore
47
Scoresysteem kwantitatieve groenscore Dit scoresysteem heeft als doel een groenscore te bepalen welke getoetst kan worden aan de groennorm zoals opgenomen in de Groennomkaart van de Verordening (bijlage 3). De witte velden zijn om in te vullen. Indien er geen oppervlakte van is, dan 0 invullen. 1 Hoe groot is het plangebied / projectgebied (of perceel)? 2 Wat is de oppervlakte bebouwing (woning, bedrijf, garage, schuur, tuinhuis etc.) 3 Wat is de oppervlakte groen en water (gras, plantenbakken, perkjes, vijver, wadi, tuin etc.) 4 Wat is de oppervlakte verharding (in‐/oprit, wegen, terras, looppaden etc) 5 Wat is de oppervlakte half verharding (grasbetonstenen)
3559 m
2
2
1349,5 m 2 1043,94 m 2 633,21 m 2 532,35 m 272,425 m2, 50% telt mee om score te berekenen 3559 m2, moet gelijk zijn aan grootte plangebied/perceel de groenscore
Aanvullend 6 Is er sprake van een groen dak, dan oppervlakte groen dak invullen 7 Is er sprake van een groene gevel, dan oppervlakte groene gevel invullen 8 Is er sprake van kroonprojectie bomen, dan totale oppervlakte vd kronen invullen
362 m2 102 m2 488,66 m2 de groenscore
De te hanteren groennorm is vastgelegd op de Groenkaart van de Verordening (bijlage 3)
Groennorm
37%
271,5 m2 (groen dak telt 75% mee in groenscore) 408 m2 (groene gevel telt 4x mee in groenscore) 1954,64 m2 (kroonprojectie bomen telt 4x mee in groenscore) 111% inclusief groen dak, groene gevel en kroonprojectie bomen (invullen van groennorm van Groennormkaart)
Bijlage 5 Tekening kwantitatieve groenscore
49
T E R R E I N I N R I C H T I N G G R A A F S E W EG
VO O R LO PI G O N T W E R P / B R A B A N T W O N E N / ‘ S - H E R TO G E N B O S C H
GROENPL AN
LEG EN DA
•
B E S TA A N D E B O M E N
2 STUKS
•
NIEUWE BO M EN
20 STUKS
•
M E E R S TA M M I G E H E E S T E R S
14 S T U K S
•
S O L I TA I R E H E E S T E R S
48 STUKS
•
BOSPL ANTSOEN
8 4. 4 4 M ²
•
H AG EN
46M ²
•
SIERGR ASSEN
•
VA S T E P L A N T E N E N S I E R G R A S S E N
48 4 , 5 M ² ( T O TA A L)
•
BODEMBEDEKKERS
398M²
TO TA A L
0
1
2
3
1043, 9 4 M ²
•
KLIMPL ANTEN
•
GR ASBETONSTENEN
•
HALF VERHARDING
5 32,35M ²
•
SEDUMDAK
3 62 M ²
31M ²
4m 1:100
© D onke r D e si gn 2 0 2 2 . Aan deze tekening kunnen geen r echten w or den ontl eend, w i j z i gi ngen v oor behouden.
K lant nr: 1025183 Dat um: 23-09-2022
Tekeningnr: 210559_V O _groenscore_01 O nt werper: MMS
A 0 f ormaat
S chaal: 1: 100
Bijlage 6 Kwalitatieve biodiversiteitsscore
51
Bijlage 4b: Kwalitatieve biodiversiteitscore Scoresysteem kwalitatieve biodiversiteitscore Maximaal aantal punten:
13
Minimaal bij de aanleg van meer dan 500 m2 nieuwe verharding:
8
Punten
Max
Er wordt bij de inrichting van het plangebied, projectgebied of perceel uitvoering gegeven aan een samenhangend plan voor een hoge groenscore met veel ruimte voor biodiversiteit. Het plan of project wordt beoordeeld op de volgende onderdelen: Er worden extra m2 groenblauw gerealiseerd of in stand gehouden boven de kwantitatieve groennorm. De puntentelling is als volgt: - kwantitatieve groenscore 10 tot 20 % boven de groennorm: 1 punt - kwantitatieve groenscore > 20 % boven de groennorm: 2 punten A - kwantitatieve groenscore hoger dan 75 %: 3 punten.
B1
B2
C1
C2
D
13
9
3
3
Aanwezige bomen en andere groene kwaliteiten worden behouden en ingepast, indien aanwezig. Naast oude bomen gaat het om de inpassing van bestaande bosjes, oevers, riet, openwater, bloemrijke graslandjes. Maximaal 4 punten naar rato van de beschikbare ruimte. Er wordt leefgebied gemaakt voor gebiedseigen soorten. Het gaat hier om de inrichting van vollegrond of dak. Bijvoorbeeld het aanleggen van bloemrijk gras, vlindervegetatie, poel, ecologische oevers, moeras, aanplanten van bomen en struiken voor soorten die er voor kunnen komen. Ook als de buitenruimte een andere functionele invulling heeft, kan dat ingepast worden, zoals bij een moestuin met veel bloemen en afzien van bestrijdingsmiddelen, speeltuin zonder gesloten verharding en geen kunstgras, erfafscheiding die passeerbaar is voor egels. Naar rato van de beschikbare ruimte. Hiervoor wordt een onderbouwing aanbevolen. Maximaal 3 punten naar rato van de beschikbare ruimte. Er wordt voor nieuwe aanplant/inzaai gebruik gemaakt van inheemse soorten passend bij de groeiplaats / omgeving. De puntentelling is als volgt: - meer dan 33% van de nieuwe aanleg: 1 punt - meer dan 66% van de nieuwe aanleg: 2 punten.
Indien meer dan 66% van de nieuwe aanplant bekend staat als drachtplant, wordt daarvoor 1 scorepunt toegekend De bebouwing wordt voorzien van passende en goed geplaatste fauna voorzieningen zoals nestkasten voor vogels, vleermuisverblijfsplaatsen en insectenhotels. Voor een groot project gaat het om meer voorzieningen dan bij een klein project. De puntentelling is als volgt: - voorzieningen voor één soort: 1 punt - voorzieningen voor twee soorten: 2 punten - voorzieningen voor meer dan drie soorten: 3 punten.
1
Toegekend
1
4/3 1
2
1
1
1
3
2
Toelichting scoresysteem kwalitatieve biodiversiteitscore Voor het bepalen van de kwalitatieve biodiversiteitscore is een aantal regels opgesteld op grond waarvan punten behaald kunnen worden met een maximum van 13 punten. Voor nieuwe ontwikkelingen is de minimale score gesteld op 8 punten. Bij nieuwe ontwikkelingen kan namelijk relatief eenvoudig worden ingespeeld op maatregelen ter voldoening aan de kwalitatieve biodiversiteitscore. In het scoresysteem voor de kwalitatieve biodiversiteitscore wordt een onderscheid gemaakt in de onderstaande vier onderdelen. Onderdeel A – Groenscore boven de groennorm Onderdeel A van het scoresysteem heeft betrekking op een groenscore boven de groennorm. Dit betekent dat extra m2 groenblauw wordt gerealiseerd dan wel in stand wordt gehouden. Daarbij wordt uitgegaan van de volgende puntentoekenning: - 10 tot 20% boven de groennorm volgend uit de kwantitatieve groenscore: 1 punt - meer dan 20% boven de groennorm volgend uit de kwantitatieve groenscore: 2 punten - een kwantitatieve groenscore hoger dan 75%: 3 punten. Directe punten zijn te behalen door het aanleggen van groene daken en het beperken/verminderen van het oppervlak gesloten verharding. Het aanplanten van bomen en groene gevels wordt in de kwantitatieve groenscore hoog gewaardeerd.
Onderdeel B – Behoud van natuur en nieuwe natuur Onderdeel B van het scoresysteem heeft betrekking op het behoud van natuur en nieuwe natuur. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt in onderdeel B1 (reeds aanwezige natuur) en onderdeel B2 (het inrichten voor nog niet aanwezige soorten). De onderdelen B1 en B2 vullen elkaar aan en leveren samen een score op van 4 en 3 punten naar rato van de aldus ingerichte beschikbare ruimte. De beschikbare ruimte is de maximale ruimte die met groen ingevuld zou kunnen worden. Bestaande schuine daken, monumentale panden en een minimum aan ruimte voor een terras en toegang tot het pand worden daarbij niet meegerekend. Parkeerplaatsen wel. Voor het bepalen van de score wordt aanbevolen om een onderbouwing te geven hoe invulling gegeven wordt aan het behoud van natuur en nieuwe natuur. Hieronder is per onderdeel een verdere toelichting opgenomen. Onderdeel B1 – Reeds aanwezige natuur Aanwezige bomen en andere groene kwaliteiten worden behouden en ingepast, conform de eisen uit het Bomenbeleidsplan 2017. Naast oude bomen gaat het bijvoorbeeld om het inpassen van bestaande bosjes, oevers, riet, openwater en bloemrijke graslandjes. Natuur heeft tijd nodig om zich te ontwikkelen.