CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Eindverslag inspraak op concept ontwikkelkader

Gemeenteraad 7 mei 2025, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Ontwikkelkader De Vliert fase 114.935 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Sinds het ontstaan van het bureau wordt aan en met het Spoorbeeld gewerkt. Het Spoorbeeld is opgesteld voor alle bij het spoor en de spooromgeving betrokken partijen van de spoorpartners ProRail en NS, stationseigenaren, opdrachtgevers, exploitanten, vervoerders en concessiehouders tot ontwerpers, gebruikers en overheden.

Einderslag inspraak op concept ontwikkelkader De Vliert 1e fase Pagina 15 van 24

Het Spoorbeeld daagt al deze spoorse partijen uit om vanuit het perspectief van reizigers en omgeving met zorg en ambitie aan de opgaven op en rond het spoor te werken. Meer informatie over Spoorbeeld en de voor de gemeente van belang zijnde documenten (zoals bijvoorbeeld de Visie omgeving spoor en stations, Het stations concept en Het stationskwartier) kunt u vinden op www.spoorbeeld.nl waar ProRail kortheidshalve in haar reactie naar verwijst. ProRail wijst erop dat de stabiliteit van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen niet door de voorgenomen ontwikkelingen mag worden beïnvloed. De gemeente dient te borgen dat plannen en/of werkzaamheden geen invloed hebben op de stabiliteit van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen, alsmede op het ongehinderd gebruik van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen. Denk daarbij aan de inrichting en/of exploitatie van een Warmte Koude Opslagsysteem of een WADI, maar ook aanpassingen van watergangen. In het bijzonder merkt ProRail op dat de initiatiefnemer schriftelijk dient aan te tonen dat in het geval van het infiltreren van hemelwater in de nabijheid van de spoorlijn er geen nadelige effecten optreden op de stabiliteit van de hoofdspoorweginfrastructuur met bijbehorende voorzieningen. ProRail geeft aan dat de binnen het plangebied aanwezige onderstations niet mogen komen te vervallen.

Deze onderstations zijn cruciaal voor de elektriciteitsvoorziening van de hoofdspoorweginfrastructuur en daarmee voor de berijdbaarheid van het spoor. Tevens verzoekt ProRail ervoor zorg te dragen dat de onderstations - net als in de huidige situatie - te allen tijde bereikbaar zullen zijn voor onderhouds- en hulpdiensten. Met het oog op potentiële risico's voor het bouwen nabij of boven een onderstation, dient rekening te worden gehouden met een afstand van 10 meter gemeten vanaf de gevels van het onderstation. Ook de binnen het plangebied aanwezige railgebonden gebouwen en ondergrondse infra, deel uitmakende van de hoofdspoorweginfrastructuur, al dan niet gelegen op percelen van ProRail, dienen te allen tijde bereikbaar te zijn en te blijven ten behoeve van het spoorwegbeheer en/of voor hulpdiensten. Het functioneren van deze voorzieningen mag niet worden beïnvloed door ontwikkelingen in de omgeving. Antwoord: We zijn als gemeente in overleg met ProRail en NS over het station. De indruk die ProRail in haar reactie wekt dat zij niet bij de voorbereiding van het Ontwikkelkader betrokken is geweest, begrijpen wij dan ook niet. ProRail en NS hebben in het vooroverleg aangegeven dat de door de gemeente voorgenomen nieuwe invulling in de omgeving van het station zoals opgenomen in het ontwikkelkader voldoet.

Zowel de gemeente als ProRail/NS hebben geconstateerd dat juist de stationsomgeving vraagt om een verbeterslag. Dat doen we binnen dit plan in samenwerking met deze partijen in de vorm van de ''foyer'', waarbinnen we het station vanuit alle vier de kanten goed toegankelijk maken en juist investeren in sociale veiligheid en fietsvoorzieningen. Wij zijn er van overtuigd dat de ontwikkeling van Vliertpoort en de aanleg van de 'foyer' bij zullen dragen aan een betere beleving van de stationsomgeving. Uiteraard blijven daarbij vindbaarheid van het station en logische routering uitgangspunten. Wij kennen het Spoorbeeld en zullen de verdere uitwerking van zowel de bouwplannen als de stationsomgeving aan NS, ProRail en bureau Spoorbouwmeester voorleggen. Dan kan getoetst worden of station en bijbehorende voorzieningen naar behoren kunnen (blijven) functioneren. Er is op geen enkele manier sprake van het opheffen van fietsparkeerplaatsen. Binnen dit voorstel breiden we de fietsenstallingen juist uit, waarbij deze ook vanuit meerdere zijden toegankelijk zijn. Bij het station blijven nog steeds kiss&ride plaatsen, gericht op kort parkeren, aanwezig. Wel is geconstateerd dat in het kader van de totale gebiedsontwikkeling we in dit gebied parkeerregulering instellen, waarbij voor deze kortparkeerplaatsen wel zal moeten worden betaald.

Voor P+R faciliteiten, waarbij je langer wilt parkeren verwijzen we naar de stations 's-Hertogenbosch (Magistratenlaan of Maijweg) of station Rosmalen. Daar zijn specifieke voorzieningen voor P+R aangebracht. Daarnaast kan ook gebruik worden gemaakt van het nieuwe parkeerhuis in het gebied. In de verdere uitwerking van het ontwikkelkader gaan we specifiek in gesprek met ProRail rondom de detaillering van de stations functies en voorzieningen alsmede de taluds, voorzieningen en elektronische voorzieningen en de bereikbaarheid ten behoeve van hulpdiensten en spoorwegbeheer.

Einderslag inspraak op concept ontwikkelkader De Vliert 1e fase Pagina 16 van 24

Geluid railverkeer (reactie 12) Reactie 12: ProRail geeft aan dat voor het aspect Geluid in relatie tot railverkeer in een akoestisch onderzoek de wettelijk verplichte brongegevens uit het geluidregister spoor gebruikt dienen te worden. Het gebruik van deze brongegevens borgt dat de toekomstige bewoners geen hogere geluidbelasting gaan ondervinden dan op basis van de wettelijke geluidproductieplafonds verwacht mag worden. Antwoord: Bij het opstellen van het ontwikkelkader is al in het kader van het akoestisch aspect gerekend met de wettelijk verplichte brongegevens uit het geluidregister spoor. Externe Veiligheid (reactie 12) Reactie 12: ProRail verzoekt de gemeente, voor wat betreft Externe Veiligheid in relatie tot treinverkeer, gebruik te maken van de meest recente gegevens (Basisnet). Antwoord: Tijdens de totstandkoming van het ontwikkelkader is voor wat betreft Externe Veiligheid gebruik gemaakt van de meest recente gegevens in het Basisnet. Aspect trillingen railverkeer (reactie 12) Reactie 12: ProRail raadt aan om het aspect trillingen te betrekken bij het Ontwikkelkader met beeldkwaliteitseisen De Vliert fase 1 en alle in de toekomst daarop gebaseerde ruimtelijke plannen. Antwoord: Bij het opstellen van het ontwikkelkader is ook rekening gehouden met het aspect trillingen railverkeer.

Omgevingswet en beperkingengebiedsactiviteiten hoofdspoorweg (reactie 12) Reactie 12: ProRail wijst op de in de Omgevingswet vastgelegde beperkingengebieden voor hoofdspoorwegen. De beperkingengebieden staan vermeld in artikel 3 5 van het Omgevingsbesluit. Binnen deze beperkingengebieden is voor te verrichten activiteiten op grond van artikel 5.1 lid 2 van de Omgevingswet een vergunning van- of melding aan ProRail vereist. De regels hieromtrent staan in hoofdstuk 9 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Bij meervoudige aanvragen is de gemeente het bevoegde gezag, waarbij de vergunning alleen verleend kan worden nadat ProRail haar gemandateerde advies met instemming heeft gegeven. Bij enkelvoudige aanvragen blijft de minister bevoegd gezag en zal ProRail namens de minister vergunning verlenen Indien een melding moet worden gedaan, moet er rekening mee gehouden worden, dat de melding minstens 4 weken voor aanvang van de werkzaamheden moet zijn ingediend. Indien voor de activiteiten een vergunning nodig is, dan moet er rekening mee gehouden worden dat de vergunning voor de aanvang van de werkzaamheden is verleend. Antwoord: Het ontwikkelkader biedt geen juridische basis om direct activiteiten die in strijd zijn met het geldende omgevingsplan, uit te voeren.

Als te zijner tijd met het omgevingsplan strijdige activiteiten binnen de beperkingsgebieden voor de hoofdspoorwegen zijn gepland, dan zal de gemeente hiervoor een omgevingsvergunning bij het desbetreffende bevoegd gezag aanvragen. Dit zal in nauw overleg met ProRail plaatsvinden. Spoorwegdoeleinden (reactie 12) Reactie 12: ProRail verzoekt de gemeente zorg te dragen dat gronden, die momenteel voorzien zijn van de functies Spoorwegdoeleinden of Railverkeer, ook in de toekomst deze functies zullen behouden. Ook verzoekt ProRail de gemeente om geen dubbelactiviteiten mogelijk te maken. Als desondanks een dubbelfunctie archeologie over de functie Spoorwegdoeleinden of Railverkeer wordt opgenomen, dan zou ProRail graag zien er daadwerkelijk archeologische monumenten in de grond aanwezig zijn. Antwoord: Het ontwikkelkader voorziet niet in het wegnemen van de functie Spoorwegdoeleinden. Het omgevingsplan wordt door het ontwikkelkader niet gewijzigd en voegt ook geen dubbelfunctie archeologie over de functie Spoorwegdoeleinden toe. Als de gemeente voornemens is strijdige Einderslag inspraak op concept ontwikkelkader De Vliert 1e fase Pagina 17 van 24

activiteiten via een bopa-procedure binnen de functie Spoorwegdoeleinden toe te staan, dan zal zij dit in een vroeg stadium aan ProRail kenbaar maken en in nauw overleg met ProRail gaan uitwerken. Percelen ProRail (reactie 12) Reactie 12: In het concept Ontwikkelkader met beeldkwaliteitseisen De Vliert fase 1 zijn mogelijk percelen opgenomen die in eigendom zijn van ProRail BV. ProRail merkt in dit kader op dat deze percelen - zonder nadrukkelijke schriftelijke toestemming van ProRail - niet mogen worden gebruikt. ProRail heeft deze percelen nodig voor de uitvoering van haar wettelijke taken en voor eventuele toekomstige (uitbreidings)plannen. De percelen van ProRail, alsmede de spoorbaan, dienen door ProRail, haar aannemers of hulpdiensten te allen tijde onbelemmerd toegankelijk te zijn en te blijven met het materieel dat ook momenteel wordt gebruikt voor het uitvoeren van werkzaamheden en in het geval van calamiteiten. Dit geldt ook voor over-/onderbouwingen en/of overkragingen van deze gronden. ProRail verzoekt de gemeente tevens alle percelen van ProRail te voorzien van de activiteit Spoorwegdoeleinden of Railverkeer. Bestaande rechten op percelen van derden ten behoeve van bereikbaarheid van ProRail assets dienen eveneens behouden te blijven.

Antwoord: Met ProRail vindt al in nauw overleg afstemming plaats om te borgen dat aan alle voorwaarden worden voldaan in relatie tot de vereiste schriftelijke toestemming. Parkeerhuis (reactie 10) Reactie 10: De CPO-organisaties pleiten voor het opnemen van aanvullende functies in met name de plint van het parkeerhuis, waarmee de sociale veiligheid wordt verhoogd. Zij denken bijvoorbeeld aan een klimhal, sportschool, horeca, buurthuis. In ieder geval een functie die ook in de avonduren wordt bezocht. Antwoord: Op pagina 74 van het Ontwikkelkader staat deze insteek voor de plint van het parkeerhuis al expliciet opgenomen. Woonprogramma (reactie 10) Reactie 10: De CPO-organisaties pleiten als zelfbouwgroepen voor veel meer differentiatie in het woonprogramma. Bij veel zelfbouwgroepen is er sprake van een mix van goedkope, middeldure en dure huur- en koopwoningen. Meer-generatiewonen leent zich bij uitstek voor een mix van verschillende financiering categorieën. Antwoord: Vanuit het bestuursakkoord is stevig ingezet op meer betaalbaarheid in de nieuwbouw. Er wordt vanuit het bestuursakkoord ingezet op een stedelijk programma van 30% sociale huur, 30% middenhuur, 10% betaalbare koop en 30% duur.

Omdat het lastig is om elders locaties te vinden waar meer dan 70% betaalbare woningbouw gerealiseerd kan worden (en het dus moeilijk is om elders een tekort te compenseren), wordt voor deze locatie vastgehouden aan de differentiatie in het bestuursakkoord. Stedenbouwkundige - en Beeldkwaliteitseisen (reactie 10) Reactie 10: De CPO organisaties geven aan dat de eisen die aan de woningen en buitenruimte in het Vliertpark worden gesteld zijn, erg gedetailleerd en belemmerend zijn in de vrijheid die zelfbouwgroepen hebben om hun woonwens het woongebouw te realiseren. Terughoudendheid van de gemeente en de stedenbouwer is hier op zijn plaats. Antwoord: In het ontwikkelkader wordt voor de CPO-mogelijkheden al meer vrijheid geboden. Echter dient dit wel binnen duidelijke kaders te worden opgepakt. Parkeermogelijkheden, bouwhoogte et cetera, dienen in relatie te staan tot de omgeving en de vastgestelde ambitie voor het projectgebied de Vliert. Aanwezigheid arbeidsmigranten en vluchtelingen (reacties 7 en 9)

Einderslag inspraak op concept ontwikkelkader De Vliert 1e fase Pagina 18 van 24

Reactie 7: In het voormalige Bastion Hotel zijn arbeidsmigranten gehuisvest. Door het voorliggend plan verdwijnt dit gebouw. In het plan wordt niet ingegaan op de gevolgen die dit heeft voor deze arbeidsmigranten. Volgens de Inspreker dient de gemeente zorg te dragen voor een fatsoenlijke huisvesting voor deze doelgroep. Inspreker mist dit in het voorliggend plan. Reactie 9: Inspreker vraagt aandacht, voor de vluchtelingen uit de Oekraïne die zijn gehuisvest op de locatie Hervensebaan 1. Hij vraagt zorgvuldig met de verplaatsing van deze vluchtelingen naar elders om te gaan. Antwoord: Het Ontwikkelkader beschrijft de beoogde toekomst van het plangebied. Daaronder valt niet de alternatieve huisvesting van het bestaande tijdelijke gebruik. De opvang voor Oekraïnse vluchtelingen is een taak van de gemeente en daarmee zorgen we uiteraard voor goede alternatieve opvang. Bij aanvang was al bekend dat deze opvanglocatie tijdelijk was in. Inmiddels is alternatieve opvang van de huidige bewoners van Hervensebaan 1 in voorbereiding. In afwachting van de gebiedsontwikkeling. In tegenstelling tot de opvang van Oekraïners hebben we als gemeente geen rol in de huisvesting van arbeidsmigranten. Daarmee is het aan de werkgevers om alternatieve huisvesting te regelen voor de arbeidsmigranten die momenteel in Hotel Bastion verblijven.

Plaatsing zonnepanelen (reactie 12) Reactie 12: ProRail geeft aan dat eventuele te plaatsen zonnepanelen in het projectgebied geen negatief effect mogen hebben op de hoofdspoorweginfrastructuur. Dat moet onder meer blijken uit de vereiste EMC (elektromagnetische compatibiliteit) berekening. Met name de weerstandsbeïnvloeding (geen aardingen/aansluitpunten in buurt van het spoor conform bijgevoegde RLN00398) en diverse aspecten met betrekking tot aansluiting op het hoogspanningsnet dient daarin te worden berekend. Ook voor de weerkaatsing van licht van zonnepanelen dient aangetoond te worden dat aanwezige seinen niet worden "overstraald" door lichtweerkaatsing van de zonnepanelen. ProRail adviseert de gemeente om deze risico's te laten berekenen en voordat gestart wordt met het plaatsen van eventuele zonnepanelen die mogelijk effect op de hoofdinfrastructuur hebben en haar te voorzien van de uitkomsten. Antwoord: de gemeente is al in nauw overleg met ProRail over de nieuwe invulling van de omgeving rondom Station Oost. In dit overleg zal worden afgestemd welke afspraken er over het plaatsen van zonnepanelen gemaakt moeten worden. Luchtkwaliteit en gezondheid (reacties 14, 21 en 23) Reactie 14: Inspreekster verwacht verslechtering van de luchtkwaliteit door extra verkeer door de ontwikkelingen.

Reacties 21, 23: Insprekers maken zich zorgen over de gevolgen van de toenemende verkeersdruk op de luchtkwaliteit in de wijk. In het beleidsplan ‘Groen en Klimaatbestendig’ wordt het belang van een gezonde leefomgeving en schone lucht benadrukt. Gezien de verwachte toename van het verkeer, verzoeken zij de gemeente om expliciet onderzoek te doen naar de impact op de luchtkwaliteit, zodat de gezondheid en leefbaarheid van de omwonenden gewaarborgd blijven. Antwoord: Het is vanzelfsprekend dat de gemeente gaat voor een gezonde leefomgeving, ook in de Vliert. De ambities voor de gehele gemeente staan in het beleidsplan ‘Groen en Klimaatbestendig’. Deze zijn één op één overgenomen in het Ontwikkelkader. Het beleidsplan Groen en Klimaatbestendig gaat vooral over de klimaatverandering en de maatregelen die de gemeente daartegen wil nemen om de leefomgeving gezond te houden. Ofschoon dit beleid inderdaad bijdraagt aan een verbetering van de luchtkwaliteit heeft het beleidsplan een breder doel. De luchtkwaliteit hangt af van meerdere (gemeentegrens overstijgende) factoren en dient dan ook breed te worden aangepakt. Daarom heeft de gemeente, samen met andere gemeenten in Nederland, het schone lucht akkoord getekend. Daarin hebben de gemeenten afgesproken om de lucht te blijven monitoren en beleid op te stellen om verontreinigingen tegen te gaan en de luchtkwaliteit te verbeteren.

Einderslag inspraak op concept ontwikkelkader De Vliert 1e fase Pagina 19 van 24

Om te bepalen of een ontwikkeling een bedreiging kan vormen voor de luchtkwaliteit heeft het Rijk, op basis van onderzoeken en berekeningen, regelingen opgesteld. In de Regeling “niet in betekenende mate” staat aangeven dat het realiseren van een woonproject met minder dan 3.000 woningen en waarvan het projectgebied tenminste twee ontsluitingswegen heeft, een ontwikkeling is die niet in betekende mate (dat wil zeggen weinig) bijdraagt aan luchtverontreiniging. Het projectgebied de Vliert heeft ten minste twee ontsluitingswegen. Bovendien worden in de Vliert (fase 1 en 2) minder dan 3.000 nieuwe woningen gebouwd. De ontwikkelingen dragen daarom maar weinig bij aan luchtverontreiniging en is er geen nader onderzoek naar verslechtering van de luchtkwaliteit noodzakelijk. Stikstof (reactie 14) Reactie 14: Inspreekster geeft aan dat in het ontwikkelkader niet staat aangegeven hoe wordt omgegaan met de vergunningplicht voor intern salderen en de aanvraag natuurvergunning die daarvoor nodig is. Zij wijst daarbij op de uitspraak van de Raad van State d.d. 18 december 2024. Antwoord: Bij de totstandkoming van het ontwikkelkader is het onderwerp stikstof uiteraard ook onderzocht. Op dat moment was de conclusie dat de ontwikkeling van de Vliert fase1 mogelijk kon worden gemaakt door middel van intern salderen.

In december 2024 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS) inderdaad zich uitgesproken over intern salderen voor (concrete) projecten. Door deze uitspraak is voortaan voor projecten met intern salderen een natuurvergunning benodigd van de provincie Noord-Brabant, waarbij ook een passende beoordeling moet worden gemaakt. Het Ontwikkelkader is op dit moment echter nog slechts planvorming (het is nog geen uitvoeringsproject), waardoor in deze fase nog geen vergunningplicht aan de orde is. In de volgende fase kan bij de aanvraag omgevingsvergunning van projecten sprake zijn van een natuurvergunningsplicht. Op dit moment kent de provincie Noord-Brabant een vergunningenstop voor natuurvergunningen, waarbij gebruik wordt gemaakt van extern salderen. Het is op dit moment nog onduidelijk welke lijn de provincie gaat hanteren voor intern salderen. We volgen de ontwikkelingen op de voet. Participatie/ omgevingsdialoog (reacties 14, 15, 17, 19, 23, 25 en 28) Reactie 14: In het eindverslag zijn naar de mening van inspreekster de bezwaren en suggesties van de directe omgeving te beknopt weergegeven. Deze staan in geen enkele verhouding tot de positieve tekst waarmee het stuk afsluit. Reacties 15 en 17: Insprekers roepen op tot een open dialoog met belanghebbenden waarin geluisterd wordt naar de omwonenden.

Inspreker is tevens van mening dat de omgevingsdialoog niet heeft geresulteerd in een eenduidig beeld/ consensus over hoogbouw op de locatie Hervensebaan 1. Inspreker geeft in de bijlagen van zijn reactie aan welke wijzigingen er volgens de buurt in het ontwikkelkader doorgevoerd moeten worden, om het in overeenstemming te krijgen met de wensen uit de Carolusbuurt. Reacties 19, 23, 25, 28: Insprekers zijn van mening dat de gemeente weinig heeft gedaan met de zorgen welke tijdens de door de gemeente georganiseerde bijeenkomsten door de omgeving zijn geuit. Insprekers zeggen dat de zorgen over privacy, verkeersdrukte en de hoogte van de toren(s) niet adequaat in het uiteindelijke ontwikkelkader zijn behandeld. Zij verzoeken de gemeente dan ook om een gedetailleerder antwoord op de ingediende bezwaren te geven en om de plannen in heroverweging te nemen. Antwoord: Een omgevingsdialoog heeft tot doel om de wensen, behoeften en zorgen vanuit de omgeving in beeld te brengen en die bij het opstellen van de plannen en bij de besluitvorming in de afwegingen te betrekken. Het zou fijn zijn als een omgevingsdialoog leidt tot een consensus met de omgeving, maar dat is niet het doel. De gemeente heeft vanwege de omvang van de ontwikkelingen een uitgebreid participatie traject voor het ontwikkelkader doorlopen.

De omgeving is betrokken geweest bij de totstandkoming van het Einderslag inspraak op concept ontwikkelkader De Vliert 1e fase Pagina 20 van 24

ambitie document en bij de aanzet om te komen tot een ontwikkelkader op grond van dit ambitiedocument. Tijdens de omgevingsdialoog, waaronder bijvoorbeeld de workshops, heeft de omgeving de mogelijkheid gekregen om haar wensen en bedenkingen op de aanzet tot een ontwikkelkader kenbaar te maken. Bij het verwerken van deze inbreng in het ontwikkelkader dient de gemeente ook rekening te houden met overige belangen die hier liggen, zoals bijvoorbeeld de woningbouwopgave. Al vanaf de totstandkoming/ vaststelling van het ambitiedocument stond vast dat rondom het Station Oost (Vliertpoort) een hoogstedelijke invulling is beoogd, waarbij ook hoogbouw tot de mogelijkheden behoorde. Tijdens de omgevingsdialoog over de aanzet van het ontwikkelkader zijn door de omgeving bedenkingen en zorgen geuit over verkeersdrukte, vermindering lichtinval, aantasting privacy, verstening, sociale samenhang en mogelijke windhinder. Deze aspecten zijn bij de totstandkoming van het ontwikkelkader onderzocht en uit de resultaten van deze onderzoeken bleek dat de in het ontwikkelkader gekozen invulling in beginsel geen onaanvaardbare situatie voor de omgeving zal veroorzaken. We hebben er begrip voor dat het gevoel in de omgeving anders ligt en men teleurgesteld is over de uitkomst van het participatieproces.

Echter dat wil niet zeggen dat de kwaliteit van de omgevingsdialoog bij de totstandkoming van het ontwikkelkader, als onvoldoende moet worden beschouwd. De resultaten van de onderzoeken en het eindverslag van de omgevingsdialoog met daarin het antwoord op de geuite zorgen, zijn als bijlage bij het ontwikkelkader gevoegd. Bovendien wordt in dit Eindverslag inspraak gedetailleerd ingegaan op de ingediende reacties op het concept ontwikkelkader. Bij de verdere uitwerking van het ontwikkelkader zal opnieuw, op basis van specifieke bouwplannen, omgevingsdialogen worden gevoerd. Ontwikkelovereenkomst met ontwikkelaar Hervensebaan 1 (reacties 14, 15, 17, 18 en 26) Reactie 14: Inspreekster geeft aan dat door het tekenen van de ontwikkelovereenkomst met ABB vooruitlopend op het aflopen van de inspraaktermijn en de vaststelling van het ontwikkelkader een signaal aan de omgeving is afgegeven dat de gemeente hun reacties niet serieus neemt. Reactie 15 en 17: Door al een ontwikkelovereenkomst te tekenen met ABB geeft de gemeente er volgens insprekers al geen blijk van een open dialoog met de belanghebbenden aan te gaan. Reactie 18: Inspreker is van mening dat het besluit om met de ontwikkelaar van de Hervensebaan 1 een ontwikkelkader te tekenen niet transparant is genomen. Dit besluit is ook onvoldoende gemotiveerd.

Ook lijken er volgens Inspreker in de ontwikkelovereenkomst geen alternatieven meegenomen. hij verzoekt aan te geven of in de ontwikkelovereenkomst een alternatief is onderzocht waarbij de hoogbouw in de Vliertpoort Noordoost is beperkt op 10 à 12 verdiepingen en in andere delen van de Vliert op een aantal gebouwen een aantal verdiepingen erbij. Inspreker verzoekt om op hoofdlijnen kenbaar te maken welke afspraken er met de ontwikkelaar en de betrokken woningbouwcorporatie(s) in het ontwikkelkader zijn gemaakt. Ook wil de Inspreker weten of de gemeente financiële mogelijkheden heeft om een mogelijk tekort in de grondexploitatie/businesscase te compenseren van ontwikkelaar ABB als de hoogbouw van Vliertpoort-noordoost in hoogte wordt gemaximeerd op 10 à 12 verdiepingen. Reactie 26: Inspreker wil graag op inhoud weten wat er met de ontwikkelaar van Hervensebaan 1 in de ontwikkelovereenkomst is afgesproken. Antwoord: Het gaat hier om een privaat project waar de gemeente een kaderstellende en toetsende rol heeft. Kosten van gemeentelijke inspanningen worden verhaald op de initiatiefnemer. Het is ook een (private) exploitatie waarin de gemeente geen financiële bijdrage levert of kan leveren.

Einderslag inspraak op concept ontwikkelkader De Vliert 1e fase Pagina 21 van 24

Als een initiatiefnemer een plan indient dat in beginsel inpasbaar lijkt, dan is de gebruikelijke procedure, dat in een vroeg stadium een ontwikkelovereenkomst wordt gesloten. De gemeente wil immers vanaf het vroegste moment de vergoeding voor de kosten die zij maakt voor de beoordeling van een privaat planinitiatief zeker stellen. Het doel van een ontwikkelovereenkomst is dus met name om financiële - en procesafspraken te maken over een eerste beoordeling van een particulier initiatief. Het project Hervensebaan 1 bevindt zich nog in de planvormingsfase. Daarbij is het ingediende plan het uitgangspunt. Vooralsnog lijkt het plan in hoofdzaak inpasbaar. Op voorhand uitgaan van een alternatief met een lagere bebouwing is nu dan ook niet aan de orde. Daarbij wordt kortheidshalve verwezen naar het antwoord onder het kopje ‘Hoogte bebouwing’. Gedurende de uitvoering van het haalbaarheidsonderzoek kan blijken dat het initiatief in deze opzet toch niet haalbaar is. Op dat moment zullen wij de initiatiefnemer vragen om te komen met een aangepast dan wel alternatief bouwplan. De gesloten overeenkomst betekent dus geenszins dat de initiatiefnemer carte blanche heeft om dit initiatiefplan te kunnen bouwen. Het plan doorloopt het gebruikelijke traject, waarbij ook een omgevingsdialoog, een beoordeling op welstandscriteria en allerlei nog uit te voeren onderzoeken te doorlopen stappen zijn.

Deze voorbereidende stappen kunnen parallel lopen aan de procedure van het ontwikkelkader, met die nadrukkelijk kanttekening dat het vergunningentraject pas start nadat de gemeenteraad het ontwikkelkader heeft vastgesteld. Hierover zijn met de ontwikkelaar afspraken gemaakt en dat risico ligt bij de ontwikkelaar. Inhoudelijk is op hoofdlijnen in de ontwikkelovereenkomst het volgende afgesproken: “Voor realisering van het plan is medewerking van de gemeente nodig, omdat het plan niet past binnen het tijdelijke omgevingsplan. Er zal op onderdelen nog een doorontwikkeling van het plan moeten plaatsvinden. In het bijzonder gaat het daarbij om aspecten als leefbaarheid, aansluiting op de stad en ontmoetingsplekken in het gebouw. Verder zal de omgevingsdialoog doorlopen moeten worden en zal het plan worden voorgelegd aan de adviescommissie Omgevingskwaliteit. Het voorgaande betekent, dat er nog een traject doorlopen moet worden om tot een volwaardig plan te komen. Daarna kan pas de voorbereiding van de wettelijke procedure ter hand worden genomen (uitvoering/actualisering wettelijk vereiste onderzoeken, schrijven motivering evenwichtige toedeling van functies aan locatie en sluiten anterieure overeenkomst). De Ontwikkelovereenkomst is ervoor bedoeld om samenwerkingsafspraken te maken voor de periode tot het moment waarop de Anterieure Overeenkomst wordt gesloten.

De overeenkomst omvat de benodigde afspraken omtrent de inhoudelijke uitgangspunten voor het vervolgtraject en de taak- en risicoverdeling tussen partijen, inclusief afspraken over de te doorlopen stappen, de verdeling van taken en verantwoordelijkheden, en het verhaal van gemeentelijke kosten.” Deze ontwikkelovereenkomst is dus niet alleen een vaste stap bij planinitiatieven, maar tegelijk slechts een eerste stap om tot een plan te komen dat aanvaardbaar is in de omgeving en de kwaliteit heeft die de locatie verdient. Het gevoel van de omgeving dat door het tekenen van de ontwikkelovereenkomst de gemeente hun reacties niet serieus neemt is dus ongegrond. Voor het antwoord op de reactie over de gevoerde omgevingsdialoog wordt verwezen naar het antwoord onder het kopje “Participatie/ omgevingsdialoog”. Eerdere plannen Hervensebaan 1 (reacties 15, 17, 18, 19, 21, 22, 23, 25, 26 en 28) Reacties 15, 17, 21, 22, 23, 25, 26, 28: In het verleden zijn aan de buurt andere bouwplannen voor de locatie Hervensebaan 1 gepresenteerd die voorzag in lagere bebouwing. De nu voorgestelde bebouwing was bij omwonenden toen zij de woning kochten niet bekend. Reactie 18: De mensen in de Carolusbuurt hebben hun woning gekocht in de wetenschap dat rondom het station ontwikkelingen zullen gaan plaatsvinden.

Echter het nu voorliggend ontwikkelkader staat niet in verhouding met de plannen en het ambitiedocument Station Oost dat er toen lag. In het verleden heeft er een voorontwerp bestemmingsplan ter inzage gelegen voor de locatie Hervensebaan 1 met in totaal 275 woningen met niet meer dan 7 verdiepingen. Inspreker vraagt zich af waarom dit plan van ABB destijds niet kon worden opgewaardeerd zodanig dat het overeenkomt met de beeldkwaliteit van het ontwikkelkader. Einderslag inspraak op concept ontwikkelkader De Vliert 1e fase Pagina 22 van 24

In het ambitiedocument staat dat er op de locatie Hervensebaan 1 al een concreet plan lag met 277 appartementen. De Inspreker kent dit plan niet en wil daar graag een kopie van. In het ambitiedocument wordt ook niet gesproken van een XL-woontoren zoals deze nu in het ontwikkelkader is opgenomen. Eerder dat er sprake was van een heronwikkeling van een bestaand gebouw met een gebouw ervoor. Inspreker verzoekt aan te geven waarom hier niet mee is verder gegaan. Reactie 19: Insprekers geven aan dat bij de aanschaf van hun woning tot en met 2021 andere plannen waren op de locatie Hervensebaan 1 die niet zo ingrijpend waren voor hen als nu in het ontwikkelkader worden voorgesteld. De inhoud van het ontwikkelkader betreft dus onvoorzienbare wijziging waarvan de Insprekers bij de aankoop van de woning niet op de hoogte waren. De gemeente dient hier in het ontwikkelkader rekening mee te houden. Antwoord: De planvorming voor de locatie Vliertpoort-noordoost kent een lange aanloop. Oorspronkelijk zette de ontwikkelaar in op hergebruik van het bestaande pand met een nieuw pand aan de zijde van de Bruistensingel. Dit was het plan dat als voorontwerp ter inzage heeft gelegen en in die fase aan de omgeving kenbaar is gemaakt.

Dit is ook het plan dat ten tijde van het opstellen van het ambitiedocument actueel was en daarom (als particulier initiatief) toentertijd als voornemen in het ambitiedocument is opgenomen. Dit eerste plan bleek echter niet haalbaar. Naast de incourante opzet van het gebouw was ook de geluidsbelasting een onoplosbaar probleem. De eigenaar/ initiatiefnemer heeft daarom van dit eerste plan afgezien en bereidt voor deze locatie, in samenwerking met wooncorporatie Mooiland, een nieuw woningbouwplan voor. Het staat een particulier vrij om zijn plannen aan te passen en opnieuw bij de gemeente in te dienen. Om een omgevingsvergunning voor zijn voornemen te kunnen krijgen, moet de initiatiefnemer goed motiveren dat deze bijdraagt aan een evenwichtige toedeling van functies aan de gegeven locatie. Gelet op de grote woningbehoefte en er overal in de stad een verdichtingsopgave speelt en dat de Nota Hoogbouw op deze locatie hoogbouw voorzag hoger dan 80 m, past het bouwplan in hoofdzaak op deze locatie. Daarom is dit nieuwe plan in het concept ontwikkelkader meegenomen. Echter om het gebouw goed op de locatie te kunnen laten landen, dient deze op een aantal punten (conform de voorwaarden in het ontwikkelkader) te worden aangepast.

Zo dienen de effecten van de inpassing van de voorgenomen toren op de omgeving in de haalbaarheidsfase en verdere planuitwerking moeten worden onderzocht en getoetst op aanvaardbaarheid. Ook dient de initiatiefnemer met zijn bouwplan de omgevingsdialoog te voeren en de motivering evenwichtige toedeling van functies aan locatie voor zijn voornemen op te stellen. Aan de hand van de formele vraag zal worden bezien welke procedure er zal worden gevolgd om tot een zorgvuldig besluit over het initiatief te kunnen komen. Juridische status Ontwikkelkader (reacties 18, 21, 23 en 25 ) Reactie 18: Het is inspreker onduidelijk welke juridische status het ontwikkelkader heeft. Hij verzoekt de indiende vragen en zienswijzen van alle belanghebbenden te beantwoorden in een nota zienswijze zoals te doen gebruikelijk onder de oude wetgeving. Inspreker is tevens van mening dat nu de omgevingsdialoog niet tot een consensus met de omgeving heeft geleid over hoogbouw op de locatie Hervensebaan 1, het ontwikkelkader opgesteld moet worden voor beroep. Als het concept ontwikkelkader niet wordt aangepast en de gemeente besluit het ook niet open te stellen voor beroep, dan verzoekt de Inspreker aan te geven welke verweermogelijkheden er zijn.

Inspreker overweegt een verzoek om voorlopige voorzieningen aan te vragen om vaststelling van het huidige ontwikkelkader in de gemeenteraad te voorkomen alvorens beroep mogelijk is geweest. Vervolgens verzoekt inspreker helderheid te verschaffen over de samenhang tussen de ruimtelijke procedures en op welke moment het inspreken en beroep omtrent de L/XL-torens mogelijk is. Hij wil voorkomen dat later bij het publiceren van het omgevingsplan een beroep niet ontvankelijk wordt verklaard omdat de initiatiefnemer ‘binnen’ het ontwikkelkader blijft.

Einderslag inspraak op concept ontwikkelkader De Vliert 1e fase Pagina 23 van 24

Reacties 18, 21, 23, 25: Volgens insprekers is er onduidelijkheid over de status van het bestemmingsplan dan wel omgevingsplan en de eventuele aanpassing van dit plan om ruimte te geven voor de huidige hoogbouwplannen. Ze hebben het gevoel dat er niet voldoende transparantie is over de processtappen en de juridische situatie. Antwoord: Het ontwikkelkader biedt geen directe bouwtitels. Het ontwikkelkader wijzigt het omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan) ook niet. Tegen het ontwikkelkader is dan ook geen bezwaar en/of beroep, dan wel een verzoek om voorlopige voorziening, mogelijk. Zoals in het in de tekst van het ontwikkelkader staat benoemd, heeft het alleen tot doel dat op grond daarvan “de gemeenteraad het college de bevoegdheid geeft om verdere invulling aan het gebied te geven, daar de benodigde partijen bij te betrekken en de benodigde ruimtelijke procedure te doorlopen.” Elk voornemen in het ontwikkelkader is in strijd met het ter plaatse nog geldende omgevingsplan en elke uitvoering daarvan is daarmee buitenplanse omgevingsplan activiteit (bopa). Om omgevingsvergunningen voor deze bopa’s te kunnen verlenen, moet gemotiveerd vast komen te staan dat na het uitvoeren van deze activiteiten er een evenwichtige toedeling van functies aan de locatie ontstaat. In deze motivering dienen alle relevante belangen op aanvaardbaarheid te zijn onderzocht.

Daarbij zal ook, op grond van specifiek bouwplanen, opnieuw een omgevingsdialoog met belanghebbenden en nodige ruimtelijke procedures worden gevoerd. Ook dan kan tijdens de omgevingsdialoog blijken dat de omgeving een ander inzicht heeft over de aanvaardbaarheid van een nieuwe invulling dan het college. Tijdens de belangenafweging kan het college bij een besluit gemotiveerd een ander standpunt innemen. Belanghebbenden kunnen dan tegen het besluit om toch een omgevingsvergunning voor een bopa te verlenen, direct bezwaar en/of beroep aantekenen. Daarmee is de rechtszekerheid en de mogelijkheid tot belangenbehartiging voor belanghebbenden gewaarborgd. Planschade/ Nadeelcompensatie (reacties 9, 14, 18, 21, 23, 25 en 28) Reactie 9: Inspreker verwacht door de bouw van de hoge toren dat bewoners van de Carolusbuurt veel schade zal ondervinden in de vorm van waardevermindering van hun onroerend goed. Reactie 14: Hoogbouw op deze locatie zoals voorgesteld betekent volgens inspreekster waardevermindering voor haar woning (en dus planschade). Reacties 18, 21, 23, 25, 28: Insprekers zijn van mening dat als er medewerking aan de voorgestelde plannen wordt verleend, planschade zal ontstaan voor de bewoners van de Carolusbuurt en de Herven. Zij verzoeken de gemeente te onderzoeken of er spraken is van planschade en of er voor hen compensatie-mogelijkheden zijn.

Antwoord: Voor elk voorgenomen activiteit die in het ontwikkelkader wordt genoemd, is een omgevingsvergunning met een motivering evenwichtige toedeling van functies aan locaties, vereist. Volgens artikel 15.1 lid 1 van de omgevingswet kan pas schadevergoeding worden aangevraagd, nadat deze omgevingsvergunningen zijn verleend. Omdat het nu nog onduidelijk is hoe het ontwikkelkader daadwerkelijk wordt ingevuld, is het nog te vroeg om op basis van dit kader de eventuele schade te bepalen. Na verlening van omgevingsvergunningen zal aan de hand van de daadwerkelijke bouwplannen op grond van de ingekomen aanvragen nadeelcompensatie de schade per geval worden bepaald, ongeacht of de ontwikkelingen voorzienbaar waren of niet. Pas dan zal blijken in welke mate door de verleende omgevingsvergunning voor de aanvrager schade is ontstaan en welk deel tot het wettelijk normaal maatschappelijk risico (ex artikel 15.7 van de Omgevingswet) behoort. V. Conclusie Gelet op de inhoud van de ingediende reacties is het niet nodig op basis van deze inbreng het ontwikkelkader gewijzigd vast te stellen. Einderslag inspraak op concept ontwikkelkader De Vliert 1e fase Pagina 24 van 24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15289893/1