Bijlage 4 Duyn en Daelseweg ongenummerd naast 14 Nuland_Toelichting_regels
Tekst van het document
Duyn en Daelseweg ongenummerd naast 14 Nuland
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Stedenbouwkundige structuur nieuwe ontwikkeling: "Wonen op een eigentijds boerenerf" 2.3 Verkeer en parkeren Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid Hoofdstuk 4 Randvoorwaarden 4.1 Archeologie 4.2 Cultuurhistorie 4.3 Waterparagraaf 4.4 Luchtkwaliteit 4.5 Bodemkwaliteit 4.6 Bedrijven en milieuzonering 4.7 Geluidhinder 4.8 Lichthinder 4.9 Flora en fauna 4.10 Externe veiligheid 4.11 Kabels en leidingen 4.12 Geurhinder 4.13 Duurzaamheid 4.14 Mer-beoordeling Hoofdstuk 5 Juridische aspecten 5.1 Verbeelding 5.2 Planregels 5.3 Toelichting op de bestemmingen Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
5 5 5 6 7 7 9 9
2
9 12 15 15 17 20 27 27 28 30 34 34 35 36 37 38 40 43 43 43 44 47 47 47 47 51 51 51
Toelichting
3
4
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1
Aanleiding
Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op de woningbouwontwikkeling van vier schuurwoningen aan de Duyn en Daelseweg in Nuland op een onbebouwd perceel naast de woning met huisnummer 14 voorzien. Het plangebied betreft het kadastrale perceel Nuland, sectie B nummer 4403. De realisatie van de schuurwoningen past niet binnen het vigerend bestemmingsplan 'Kom Nuland'. De nieuwbouw van extra woningen in de kernrand van Nuland binnen de bebouwde kom is mogelijk als het aan sluit bij omliggende percelen en de ontwikkeling niet in strijd is met andere wet- en regelgeving. In de structuurvisie 'Groene Schil Nuland' is de inrichting voor de zone rondom Nuland uitgewerkt. Op basis van deze visie van de voormalige gemeente Maasdonk wordt woningbouw mogelijk gemaakt. In dit bestemmingsplan wordt aangegeven hoe het te realiseren project past in het (gemeentelijk) beleid. Vervolgens wordt inzicht gegeven in de, bij de afweging betrokken, belangen en aspecten. Het bestemmingsplan is opgesteld aan de hand van de randvoorwaarden van de voormalige gemeente Maasdonk zoals bij gemeenteraadsbesluit d.d. 21 april 2009 en zoals in de brieven van 27 september 2011 en 25 januari 2012 zijn meegegeven. Dit betekent dat de bouw van vier woningen mogelijk wordt gemaaakt binnen de kaders structuurvisie 'Groene Schil Nuland' en dat er sprake moet zijn van een “groene kamer”.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt aan de Duyn en Daelseweg te Nuland in gemeente 's-Hertogenbosch (zie rode omlijning in figuur 1). Aan de noordwestzijde van het plangebied liggen de bestaande woningen Duyn en Daelseweg 14 en 14A. Direct ten zuiden van het plangebied ligt een perceel waarop zes vrijstaande nieuwbouwwoningen zijn gerealiseerd. Aan de noord- en oostzijde grenst het plangebied aan het sportpark 'Duin en Dael' van Nuland.
5
Figuur 1: Plangebied
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Kom Nuland' van de gemeente 's-Hertogenbosch, vastgesteld op 20 augustus 2018. Zie figuur 2 met uitsnede ter plaatse van plangebied. Op grond van het bestemmingsplan heeft het plangebied de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden' zonder bouwvlak. Daarnaast heeft het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 2' en de gebiedsaanduiding 'milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied'.
6
Figuur 2: Uitsnede bestemmingsplan 'Kom Nuland'
1.4
Bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: Verbeelding: Op de verbeelding zijn de bestemmingen in het plangebied weergegeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de planregels opgenomen juridische regeling. Planregels: In de planregels is het gebruik van de binnen het plangebied aangegeven gronden, opstallen en ander gebruik van de gronden juridisch geregeld. Per bestemming is aangegeven wat binnen die bestemming mogelijk en/of toegestaan is. Toelichting: In de toelichting worden de aan het plan ten grondslag liggende gedachten en de uitkomsten van eventueel uitgevoerde onderzoeken opgenomen.
1.5
Leeswijzer
De bestaande situatie en de stedenbouwkundige structuur nieuwe ontwikkeling zijn beschreven in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 is het relevante beleid samengevat en onderverdeeld in Rijks-, provinciaal- en gemeentelijke beleid. De randvoorwaarden zijn in hoofdstuk 4 uitgewerkt in verschillende onderwerpen, zoals: geluid, bodem, externe veiligheid etc.. De juridische aspecten staan in hoofdstuk 5. De economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid zijn toegelicht in hoofdstuk 6.
7
8
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1
Bestaande situatie
Het plangebied Duyn en Daelseweg ongenummerd (naast nummer 14) ligt ten westen van de kern Nuland. Nuland is een dorp in de provincie Noord-Brabant, gelegen aan de A59 tussen 's-Hertogenbosch en Oss. Het plangebied is gelegen aan de rand van deze kern binnen de bebouwde kom. Aan de westzijde van het plangebied begint het buitengebied. Doordat het plangebied is gesitueerd in het overgangsgebied tussen de kern Nuland en het buitengebied, kent het een groen en open karakter. In de directe omgeving van het plangebied zijn diverse vrijstaande woningen gelegen. De kern Nuland kent nabij de lint Duyn en Daelseweg een zachte overgang van stedelijk naar landelijk gebied. Deze zachtere overgang wordt gecreëerd door de lagere bebouwingsdichtheid en de aanwezigheid van zowel open als gesloten groene gebieden. Ten oosten van het plangebied ligt het sportpark van Nuland met enkele voetbal- en tennisvelden. Het sportpark is door groene kamers omkaderd en zorgt daarmee voor een open ruimte tussen de bebouwde kom van Nuland en de bebouwingslint langs de Duyn en Daelseweg. In verband met lichthinder ligt rond de sportvelden een 30 meter brede hindercontour welke deels over het plangebied loopt. Ten westen van de Duyn en Daelseweg liggen nog enkele agrarische en open graspercelen en start het bos en heidegebied 'Hei en Wei' met het verpleeg- en verzorgingstehuis Sint Jozefoord.
Kenmerkend voor het landschap is de verspreide ligging van de weilanden en akkers in een fijnmazige structuur, alsmede de verspreide concentratie van bebouwing in kleine groene kamers en linten. Tot slot wordt de Duyn en Daelseweg gekenmerkt door historisch waardevolle beplanting van eiken en platanen. Het bebouwingslint kent een open karakter door de beperkte fysieke verdichting en de aanwezigheid van het half open landschap. Kenmerkend voor het lint is de lage bebouwingsdichtheid die past bij een overgangsgrens van een stedelijk gebied naar een meer landelijke omgeving.
2.2 Stedenbouwkundige structuur nieuwe ontwikkeling: eigentijds boerenerf"
"Wonen op
een
1. Wooncluster in groene kamer: uitwerking als een eigentijds boerenerf. Voor de locatie aan de Duyn en Daelseweg in Nuland is een stedenbouwkundig plan ontwikkeld voor een wooncluster van vier woningen in een groene kamer conform het beleid uit de Structuurvisie Groene Schil is. Zie figuur 3.
9
Vanuit de Structuurvisie Groene Schil zijn geen nadere eisen aan de typologie en beeldkwaliteit van de woningen gesteld. Tevens ligt de locatie in een welstandsvrij gebied. Vanuit de eerdere planvorming door de initiatiefnemers is in overleg met de voormalige gemeente Maasdonk en de gemeente 's-Hertogenbosch echter steeds ingezet op de realisatie van “schuurwoningen”. In dit stedenbouwkundig plan is dat nader uitgewerkt als een “eigentijds boerenerf”. Bij de stedenbouwkundige uitwerking is rekening gehouden met de ligging aan het lint van de Duyn en Daelseweg waarin bebouwing wordt afgewisseld met groene ruimtes. Daarnaast zijn de direct aangrenzende bestaande woningen Duyn en Daelseweg 14, 14A en 14B aan de noordzijde, de in aanbouw zijnde woningen in het plan Hof Duyn en Dael / Van Lijssel aan zuidzijde en de sportvelden (korfbalveld en trainingsveld voetbal) aan de oost- en noordzijde van belang voor de stedenbouwkundige en milieutechnische mogelijkheden.
Figuur 3: Stedenbouwkundig plan (inclusief landschappelijke inrichting) Kenmerkend voor een eigentijds boerenerf is een verkavelingsopzet waarbij de schuurwoningen geclusterd rondom een gezamenlijk erf staan. In de verkavelingsopzet en positionering van de woningen is rekening gehouden moet worden met de volgende aspecten: De woningen zijn georiënteerd op het gezamenlijke erf, en staan compact geclusterd rondom het gezamenlijk erf. Om dit te bewerkstelligen zijn de volgende randvoorwaarden aangehouden: 1. de onderlinge afstand tussen aangrenzende schuurwoningen is niet meer dan 10 meter; 2. de woningen liggen aan een gemeenschappelijk erf. Het gemeenschappelijke erf is voldoende ruim gedimensioneerd zodat er 'overruimte' ontstaat die uitnodigd om door de aanwonenden in te richten als informele zone met bijvoorbeeld potplanten, bankjes of een grindstrook om hemelwaterafvoer op te vangen. De zone is geen voortuin, maar maakt onderdeel uit van het gezamenlijke erf. Deze zone waarborgt de privacy van de bewoners, die noodzakelijk is vanwege de korte afstand tussen de tegenover elkaar liggende woningen (14 meter) en vanwege de noodzaak om fysieke afstand aan te 10
houden tot het autoverkeer over het gemeenschappelijke erf. Een dergelijke informele overgangszone tussen woningen en gemeenschappelijk erf is veelvuldig bij (eigentijdse en traditionele) boererven terug te vinden. De zuidwestelijke woning is zowel georiënteerd op de Duyn en Daelseweg als op het gezamenlijk erf. Deze woning staat maximaal 3 meter van de perceelsgrens aan de zijde van de Duyn en Daelseweg af, zodat de woning ook georiënteerd is op de Duyn en Daelseweg. Deze woning vormt hierdoor de entreewoning van het erf. Het verkavelingsplan heeft een orthogonale verkavelingsopzet, waarbij de kaprichtingen elke keer verschillen. 2. Schuurwoningen De schuurwoningen vormen één samenhangend eigentijds ruimtelijk ensemble dat refereert aan het traditionele boerenerf. Daarom zijn de volgende uitgangspunten voor de volumeopbouw van de woningen aangehouden: De woningen zijn opgebouwd uit eenvoudige volumes van 1 bouwlaag met kap (typologie schuurwoningen). Om onderlinge samenhang te generen hebben de woningen eenzelfde goothoogte, nokhoogte en zijn allen voorzien van een zadeldak. De goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3,5 m en 8,5 meter sluit aan op de hoogteregeling van de direct ten noorden en ten zuiden gelegen bestaande woningen. Parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden. 3.
Groene kamer door landschappelijke inpassing Vanuit het beleid uit de Structuurvisie Groene Schil en de ruimtelijke situatie van het plangebied dient sprake te zijn van een “groene kamer”. De groene kamer is gecreëerd door het handhaven van de bestaande groene voorruimte/weiland langs de Duyn en Daelseweg. De nieuwe woningen komen hierdoor op een afstand van ruim 45 meter vanaf de weg te staan. De direct aangrenzende bestaande/te realiseren woningen aan de noord- en zuidzijde (Duyn en Daelseweg 14, 14 a en 14 b en de woningen Hof Duyn en Dael / Van Lijssel) staan met 10 meter op veel kortere afstand van aan de weg. Naast de groene voorruimte is het nieuwe wooncluster ook voorzien van een robuuste groene rand door middel van het aanbrengen van een landschappelijke inpassing. Deze landschappelijke inpassing sluit grotendeels aan op de voetbalvelden van Nulandia en de bestaande woonpercelen aan zowel de noord- als zuidzijde. Het nieuwe erf van de 4 woningen is omlijst door een robuuste groene rand, in de vorm van een beukenhaag van ca. 1 meter breed en ca. 2 meter hoog. Op deze wijze kunnen minimaal twee plantrijen worden toegepast. De beukenhaag wordt toegepast aan de zijde van de Duyn en Daelseweg en aan de zijde van het voetbalveld. Ter plaatse van de entreewoning verlaagd de haag tot ca 80 cm zodat de woning ook een oriëntatie krijgt op de Duyn en Daelseweg.
(formeel geen voortuin namelijk). Op de plaatsen waar de nieuwe kavels direct grenzen aan de bestaande woonkavels wordt in gezamenlijk overleg tussen de eigenaren voorzien in een erfafscheiding tussen de kavels, die bij voorkeur in de vorm van een groene haag wordt uitgevoerd. Het toegangspad wordt half verhard aangelegd naar het gemeenschappelijk erf. In de groene kamer voor het erf met de 4 woningen worden een aantal solitaire losstaande bomen aangeplant. Zie figuur 3.
Referentiebeelden schuurwoningen In het stedenbouwkundig plan worden 4 vrijstaande schuurwoningen gerealiseerd. Deze schuurwoningen bestaan uit een eenvoudige, rechthoekige bouwmassa met grote daken. Bij de architectonische uitwerking worden bij voorkeur natuurlijke kleuren en materialen toegepast.
11
Figuur 4 en 5: Referentie beelden
2.3
Verkeer en parkeren
Verkeer Bij het planvoornemen wordt gekeken naar de verkeerssituatie. Het plan voorziet in het herbestemmen van agrarische gronden naar wonen, waarbij de bestemming wonen een verkeersaantrekkende werking heeft. Het plangebied ligt aan de Duyn en Daelseweg in de bebouwde kom met ter hoogte van het plangebied een 30km/u regime met een lage verkeersintensiteit. De verkeersaantrekkende werking van de vier nieuwe woningen heeft een minimaal aandeel in de totale verkeersintensiteit van de Duyn en Daelseweg. De nieuwe woningen worden met een gezamenlijke in- en uitrit ontsloten naar de Duyn en Daelseweg zoals in het stedenbouwkundige plan is opgenomen (zie figuur 3). Parkeren Voor ontwikkelingen op het gebied van de ruimtelijke ordening heeft de gemeente 's-Hertogenbosch een eigen parkeernormenbeleid vastgesteld. Dit beleid is vastgelegd in de 'Nota Parkeernormering 2021', die is vastgesteld op 12 oktober 2021. De nota geeft normen en richtlijnen voor functies, gebaseerd op kengetallen van CROW, voor zes verschillende zones binnen de gemeente. De nota geeft alleen voor de functies wonen, 12
werken en winkels de parkeernormen. Voor de ontwikkeling van andere functies gelden richtlijnen hoe met parkeren omgegaan wordt. De nieuwe woningen hebben een bouwvlak van circa 144 m2. Het precieze aantal vierkante meters bruto vloeroppervlak (bvo) is nog onbekend, maar gezien het vloeroppervlakte van de begane grond is het aannemelijk dat het totaal per woning boven de 150 m2 bvo komt. In figuur 6 is de gebiedsindeling voor het parkeren van de gemeente 's-Hertogenbosch weergegeven. Hierop is te zien dat het plangebied is gelegen in zone 4b: Bokhoven, Gewande, Kruisstraat, Nualnd, Vinkel. Voor woningen van >150 m2 bvo geldt een parkeernorm van 1,7 parkeerplaatsen per woning. Dit is inclusief het bezoekersaandeel van 0,3 parkeerplaats per woning. Voor het planvoornemen van vier woningen moeten dus 6,8 (=1,7*4), afgerond 7 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Deze parkeerplaatsen worden op eigen terrein gerealiseerd, waar voldoende ruimte aanwezig is.
Figuur 6 Overzichtskaar gebiedsindeling parkeerzones gemeente 's-Hertogenbosch
13
14
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1
Rijksbeleid
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vastgesteld. Deze structuurvisie geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Daar streeft het Rijk naar met een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Dit doet het Rijk samen met andere overheden. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid. Het Rijk formuleert drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): 1. Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; 2. Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; 3. Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte bevat geen voor het plangebied Duyn en Daelseweg relevant beleid.
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wro, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, d.w.z. door tussenkomst van de provincie, door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het besluit is 30 december 2011 in werking getreden. 15
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevat geen voor het plangebied Duyn en Daelseweg relevante gebieden of regelingen.
Ladder voor duurzame verstedelijking Met de inwerkingtreding op 1 oktober 2012 van artikel. 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) – de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' geldt voor alle juridische verbindende ruimtelijke plannen van decentrale overheden die (planologisch) nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken een bijzonder procesvereiste. Dit nationale belang houdt in dat, ten behoeve van een goed systeem van ruimtelijke ordening, een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten plaats dient te vinden. Deze zorgvuldige afweging heeft tot doel om, vanuit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, planologisch ongewenste versnippering en een onaanvaardbare leegstand te voorkomen. De Ladder voor duurzame verstedelijking is herzien en per 1 juli 2017 is de nieuwe Ladder voor duurzame verstedelijking in werking getreden. Het begrip 'stedelijke ontwikkeling' is in artikel 1.1.1, lid 1 sub i van Het Bro gedefinieerd als: “een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”. Een aantal aspecten is van belang om te bepalen of, en hoe de ladder moet worden toegepast, waaronder de vraag of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling en of de stedelijke ontwikkeling 'nieuw' is.
Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak dat 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Indien de ladder niet van toepassing is op het plan, is een motivering nodig waaruit blijkt dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Daarbij moet onder andere aandacht besteedt worden aan de uitvoerbaarheid van het plan. In het kader van de uitvoerbaarheid moet aandacht worden besteed aan de behoefte aan de beoogde ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Toetsing plangebied De beoogde ontwikkeling betreft een ontwikkeling waarbij vier grondgebonden woningen mogelijk worden gemaakt. De jurisprudentie in oogschouw nemende is deze ontwikkeling niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling. Het gaat immers om een ontwikkeling van minder dan 12 woningen, waardoor de ontwikkeling niet aan te merken is als een 'stedelijke ontwikkeling'. De ladder is niet van toepassing op de beoogde ontwikkeling. Hieronder wordt aandacht besteedt aan de uitvoerbaarheid van het plan. Kwantitatieve behoefte De bevolking van gemeente 's-Hertogenbosch blijft de komende decennia groeien en deze mensen zullen op zoek gaan naar huisvestiging binnen de gemeente. Volgens de laatste bevolkingsprognoses van de provincie (2017) moet de woningvoorraad van de gemeente 's-Hertogenbosch de komende jaren fors groeien.
Van 70.255 woningen in 2017 naar 79.345 woningen in 2030 en 83.425 woningen in 2040 in het hoge scenario. De vraag naar woonruimte in de gemeente 's-Hertogenbosch is en blijft dus groot. Daarvoor is voldoende woningbouwproductie nodig, die aansluit bij de huidige en toekomstige behoefte, zowel lokaal als regionaal. Om deze kwantitatieve woningbouwlocatie te kunnen realiseren, moeten er voldoende en beschikbare woningbouwlocaties in de gemeente voorhanden zijn. De gemeente 's-Hertogenbosch brengt ieder jaar de potentiële woningbouwlocaties in beeld om deze woningproductie mogelijk te maken. Alle (op termijn) beschikbare woningbouwlocaties die nodig zijn voor de taakstellende woningproductie, zijn in dit overzicht vermeld. Het plangebied aan de Duyn en Daelseweg in Nuland is opgenomen in de structuurvisie 'Groene Schil Nuland' van de voormalige gemeente Maasdonk als woningbouwlocatie. Hierdoor maakt de planlocatie onderdeel uit van de bestaande zachte planvoorraad binnen de provincie Noord-Brabant. Kwalitatieve behoefte De landelijke trends zijn dat mensen langer thuis blijven wonen en dat de huishoudensgrootte in de toekomst 16
gaat dalen, hetgeen een direct effect heeft op het type woningen dat een gemeente nodig heeft. Als gevolg hiervan is er een verhoogde vraag door één- en tweepersoonshuishoudens naar passende en betaalbare huisvestiging. De gemeente 's-Hertogenbosch speelt in op deze trend. De kwalitatieve woonbehoefte voor de gemeente 's-Hertogenbosch is verwoord in de 'Woonagenda 2017-2018'. Voorliggend initiatief speelt hierop in door woningen te bouwen, waarbij een behoorlijk deel van het woonprogramma op de begane grond is gelegen. Dit maakt de woningen geschikt als levensloopbestendige woningen waarin de huidige situatie vraag naar is en in de toekomst vraag naar blijft. Conclusie Uit de bovenstaande toetsing blijkt dat het planvoornemen past binnen het Rijksbeleid.
3.2
Provinciaal beleid
Provinciale omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt de voorheen geldende structuurvisie. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit wil laten zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wil daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma's. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Noord-Brabant. Daarbij ligt de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: werken aan energietransitie, een klimaat proef Brabant, de slimme netwerkstad en een concurrerende duurzame economie. Deze vier opgaven staan ten dienste van de basis opgaven: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses.
Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a. door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma's) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. De betreffende ontwikkeling vindt plaats binnen het gemengd landelijk gebied en zoekgebied verstedelijking en voldoet daarmee aan de provinciale omgevingsvisie van zorgvuldig ruimte gebruik. Nadere regels van de provincie Noord-Brabant voor ruimtelijke projecten zijn opgenomen in de Verordening ruimte. Verderop in dit hoofdstuk wordt ingegaan op de Verordening ruimte.
Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant Met komst van de Omgevingswet in 2021 zijn provincies verplicht om één omgevingsverordening voor haar grondgebied vast te stellen. Ter voorbereiding hierop heeft provincie Noord-Brabant de Interim Omgevingsverordening vastgesteld op 25 oktober 2019. Deze interim verordening bundelt de regels uit diverse bestaande provinciale verordeningen, onder andere de: - Provinciale milieuverordening - Verordening natuurbescherming - Verordening Ontgrondingen - Verordening ruimte - Verordening water - Verordening wegen 17
De regels uit deze verordeningen zijn zoveel mogelijk beleidsneutraal opgenomen in de interim verordening. Verstedelijking afweegbaar Als er vanuit kwaliteit of kwantiteit in Stedelijk gebied onvoldoende ruimte aanwezig is, dan bestaat er de mogelijkheid dat een stedelijke ontwikkeling binnen het werkingsgebied “Verstedelijking afweegbaar” wordt gerealiseerd. Deze gebieden zijn in het verleden (2004) na toepassing van de lagenbenadering en afweging aangeduid als gebieden waar –onder voorwaarden- verantwoorde uitbreidingsmogelijkheden (kunnen) liggen. Als er nieuw ruimtebeslag nodig is, wordt met toepassing van de basisprincipes uit paragraaf 3.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies gekeken naar een concrete invulling. In het verleden werd hierbij onderscheid gemaakt in Zoekgebied verstedelijking en Integratie stad-land gebieden. Het plangebied lag voorheen binnen de aanduiding : Integratie stad-land”. In deze verordening zijn beide aanduidingen onder het werkingsgebied Verstedelijking afweegbaar gebracht. Dat betekent niet dat de doelstelling voor de integratie stad-land gebieden is vervallen. Binnen die gebieden is het streven er nog steeds opgericht dat een rode ontwikkeling in een evenredige verhouding met de ontwikkeling van landschapskwaliteiten plaatsvindt.
De meeste van de integratie stad-land gebieden liggen ook in de groenblauwe mantel of natuur netwerk brabant. Daarvoor is een aparte regeling opgenomen. Er zijn een paar specifieke gebieden waarvoor dat niet geldt, waaronder het plangebied. De provincie vertrouwt er op dat de gemeenten de afspraken die voor die gebieden zijn gemaakt nakomen. Overigens geldt in die gevallen dat een intensieve verstedelijking vanuit de zorgplicht voor omgevingskwaliteit niet passend is. De gebieden 'integratie stad-land' betreffen het buitengebied dat is gelegen in de nabijheid van steden en dorpen. Op deze gebieden rust er meer druk vanuit de stad of dorp, maar ook vanuit het agrarisch of recreatief gebruik. Dergelijke gebieden zijn dus om landschappelijke, recreatieve of cultuurhistorische redenen bepalend voor de regionale landschappelijke structuur tussen stad en land. In deze gebieden kunnen stedelijke ontwikkelingen plaatsvinden in samenhang met een groene en blauwe landschapsontwikkeling, mits deze geen betrekking heeft op een te ontwikkelen of uit te breiden bedrijventerrein of kantorenlocatie. Een groene landschapsontwikkeling betreft bijvoorbeeld een robuuste duurzame groene geleding of een landschappelijke verbinding, bij een blauwe landschapsontwikkeling kan het gaan om een nieuw of aangepast watersysteem.
Een integrale visie is nodig om aan te geven hoe in deze gebieden nieuwe stedelijke en landschapsontwikkelingen gelijktijdig en in samenhang met elkaar worden ontwikkeld. Het doel hierbij is dat er in het landschap nieuwe kwaliteiten ontstaan of bestaande landschapskwaliteiten worden versterkt. De structuurvisie 'Groene Schil Nuland' (zie paragraaf 3.3.) van de voormalige gemeente Maasdonk, tegenwoordig gemeente 's-Hertogenbosch, zorgt voor een gedetailleerde uitwerking van de mogelijkheden in de kernrandzone. Woningbouw moet leiden tot verbetering van de kwaliteit van het gebied. Initiatiefnemers leveren de kwaliteit door herstel en versterking van het gebied.
18
Figuur 7 Uitsnede IOV
In het 'Gemengd landelijk gebied' zijn geen nieuwe woningen toegestaan, tenzij het gebied is aangeduid als “verstelijking afweegbaar” (voorheen: 'integratie stad-land'). Het plangebied ligt in deze aanduiding waardoor de beperkte ontwikkeling van 4 woningen is toegestaan. Het planvoornemen dient goed landschappelijk ingepast te worden in de omgeving. De landschappelijke inpassing van het planvoornemen is opgenomen in paragraaf 2.2. Doel vanuit de Structuurvisie Groene Schil Nuland is dus vooral dat initiatiefnemers zelf voor kwaliteit zorgen en pas als dit niet (voldoende)- mogelijk is een bijdrage aan het fonds wordt betaald. De kwaliteitsverbetering, in de vorm van een fondsbijdrage 'Groene Schil Nuland', geschiedt tevens in het kader van artikel 3.9 Interim Omgevingsverordening
Grondwaterbeschermingsgebied Het plangebied is daarnaast gelegen binnen een grondwaterbeschermingsgebied. Deze gebieden liggen als een 'schil' om het waterwingebied heen. Sommige van de grondwaterbeschermingsgebieden zijn zeer kwetsbaar, in deze gebieden ontbreekt een slecht doorlaatbare kleilaag boven de laag waaruit grondwater wordt onttrokken. Het betreft de gebieden bij Waalwijk, Nuland, Helvoirt, Macharen, Vessem en Budel. 19
Voor de grondwaterbeschermingsgebieden geldt dat de kwaliteit van het grondwater bescherming vraagt. Daarom geldt binnen deze gebieden dat in de regels geborgd moet zijn dat er bij (het toelaten van een) ruimtelijke ontwikkeling een zorgvuldige afweging plaatsvindt dat de risico's voor de kwaliteit van het grondwater niet toenemen. In de hiervoor genoemde zeer kwetsbare grondwaterbeschermingsgebieden vraagt dit om een extra onderbouwing. Overigens liggen de grondwaterbeschermingsgebieden veelal in gebieden waar op grond van regels elders in deze verordening toch al beperkingen gelden, bijvoorbeeld ten aanzien van stedelijke ontwikkelingen. De regels voor grondwaterbescherming zijn hier aanvullend op.
Figuur 8 Uitsnede IOV Thema Water Binnen het bestemmingsplan zal voor het plangebied ter waarborging van het grondwaterbeschermingsgebied de gebiedsaanduiding 'milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied' worden opgenomen. Daarnaast is binnen de regels
Conclusie Uit de bovenstaande toetsing blijkt dat het planvoornemen past binnen het provinciaal beleid.
3.3
Gemeentelijk beleid
Structuurvisie 'Groene Schil Nuland' De Structuurvisie 'Groene Schil Nuland' is op 21 april 2009 door de gemeenteraad van Maasdonk vastgesteld, inclusief een financiële uitvoeringsparagraaf. Voor de uitvoering van de structuurvisie is een reconstructiefonds ingesteld. Bij het raadsbesluit is destijds aan de Duyn- en Daelseweg onder strikte voorwaarden de bouw van enkele schuurwoningen mogelijke geacht. In de Westrand was een maximum van 32 woningen passend. Zie hiervoor Deelkaart 3 (figuur 9).
20
Figuur 9 Deelkaart 3 Structuurvisie Groene Schil Nuland. Het raadsvoorstel schrijft dat het gebied grenzend aan de bebouwde kom van Nuland (Westrand) in het Uitwerkingsplan Waalboss van de provincie Noord Brabant onder andere de aanduiding 'integratiegebied stad-land' heeft. Zie figuur 2. De gemeente had daarmee de taak om deze aanduidingen verder uit te werken, met als doel verbetering van het landschap en de cultuur- en de natuurwaarden, grenzend aan de bebouwde kom van Nuland. De structuurvisie 'Groene Schil Nuland' is deze uitwerking.
Doel structuurvisie Het hoofddoel van de structuurvisie is te komen tot een groene afronding van de kern en het creëren van een geleidelijke overgang van de bebouwde omgeving richting het buitengebied. Deze groene afronding vormt hierdoor een uitloopgebied/parklandschap voor de kern Nuland naar het buitengebied. Aan de westzijde van Nuland, de Westrand, geeft de structuurvisie als specifiek doel aan: 'landschapsontwikkeling en beperkte woningbouw'. Westrand De planlocatie ligt in de westelijke kernrandzone van Nuland. Zie de rode stip in figuur 1 en 2. Deze kernrandzone heeft onder de 'zoekgebieden verstedelijking' de aanduiding 'integratie stad-land' in het provinciale uitwerkingsplan 'Waalboss'. Hierbinnen is nieuwe stedelijke en landschappelijke ontwikkeling gelijktijdig en in samenhang met elkaar mogelijk. Verstedelijking in dit gebied is afweegbaar. Dit is alleen mogelijk als dit samengaat met ontwikkeling van natuur, dan wel met ontwikkeling van landschappelijke kwaliteiten van dat gebied. De integrale benadering kan ertoe leiden dat de verstedelijking niet plaatsvindt aansluitend aan het 21
bestaand stedelijk gebied. De provincie achtte dit aanvaardbaar en passend. De Westrand had ten tijde van de structuurvisie het karakter van een restzone met enkele bedrijven, verspreide woningen, weilandjes, sportvelden en recreatieve voorzieningen. Om op een duurzame manier aanwezige landschaps- en natuurwaarden veilig te stellen en te versterken zijn financiële middelen nodig. Dit is destijds ingevuld door beperkte woningbouw in het gebied toe te staan. De Westrand ligt ook in een 25 -jaarszone voor bescherming van grondwater. Hierbinnen zijn geen grootschalige stedelijke uitbreidingen toegestaan. Bij de invulling van nieuwe woningbouwlocaties is het aspect water richtinggevend, evenals de bepalingen uit de toen geldende provinciale milieuverordening. Zoekgebieden verstedelijking De structuurvisie 'Groene Schil Nuland' geeft invulling aan de vraag aan gemeenten door de provincie hoe zij in 'zoekgebieden verstedelijking' nieuwe stedelijke en landschappelijke ontwikkeling gelijktijdig en in samenhang met elkaar willen ontwikkelen. Het doel was toen ook om in het landschap nieuwe kwaliteiten te laten ontstaan, of bestaande te versterken, waarbinnen het verstedelijkingsopgave een passende plek krijgt. In het gebied aan de westrand van Nuland lag de nadruk op kleinschalige ontwikkelingen passend binnen de aanduiding 'Integratie stad-land'.
De woningbouwopgave voor de gemeente Maasdonk was toen 400 woningen tot 2015 en 200 woningen in de periode daarna tot 2020. De provincie gaf wel aan dat het aantal nieuwe woningen zijn maximum heeft bereikt. Het streven voor het gebied Westrand was immers 'incidentele woningbouw'. De wens van de provincie was dat woningbouw zo dicht mogelijk bij bestaande infrastructuur plaatsvond. Dit om het grondwater te beschermen. Vanuit de gemeente Maasdonk werd dit ruimtelijk niet wenselijk geacht, omdat dit leidt tot aaneengesloten lintbebouwing, waardoor doorkijk naar achterliggende gebieden wordt belemmerd. In de structuurvisie is invulling gegeven om zoveel mogelijk aan de wens van de provincie tegemoet te komen. Alleen niet overal, zoals bij de planlocatie Duyn en Daelseweg naast nummer 14. Invulling planlocatie met 4 schuurwoningen De structuurvisie omschrijft het gebied als een overgangsgebied tussen de bossen ten westen van de Duyn en Daelseweg en de kom van Nuland. De Duyn en Daelseweg kenmerkt zich door gevarieerd beeld met verspreid liggende woningen, (voormalige) agrarische bedrijven, bedrijven en bos- en weidepercelen. De doorkijkjes zijn een waardevolle karakteristiek van deze weg. Aan de Duyn en Daelseweg zelf liggen verspreid verschillende woningen. De westzijde van de weg bestaat uit bosgebied en weiland.
Karakteristiek is de landschappelijke relatie tussen de kern van Nuland en landelijke gebied ten westen van de Duyn en Daelseweg door de open plekken die tussen de bebouwing langs deze weg aanwezig zijn. De sportvelden aan de achterzijde van de planlocatie zijn overwegend omlijst met opgaand groen en houtwallen. Daarom is het niet wenselijk om het bestaande lint te versterken met extra woningbouwlocaties. Schuurwoningen in een groene kamer is wel voorstelbaar. Mits goed ingepast en rekening houdend met de aanwezige zichtlijnen, levert dit geen verslechtering van het bestaande beeld. In de structuurvisie was het maximum 2, de gemeenteraad heeft dit aangepast naar enkele, onder strikte voorwaarden. Op de bijgevoegde Deelkaart 3 (Bijlage 1) bij het besluit is de locatie aangeduid achter op het perceel tegen de bestaande sportvelden aan. De structuurvisie geeft aan dat in de westzijde van Nuland op verschillende locaties woningbouw mogelijk is. Dit gaat om solitaire ontwikkelingen die zijn toegelicht in de structuurvisie. In het gehele gebied van de Westrand gaat het om circa 32 woningen. Ruimtelijk e motivering 4 schuurwoningen Nuland ligt samen met Geffen en Vinkel in het meer landelijke overgangsgebied tussen de steden 's-Hertogenbosch en Oss. Nuland ligt op een kruispunt van routes de oostelijke flank van een dekzandrug.
Nuland is een dorp van aan elkaar gegroeide kleinschalige bebouwingsconcentraties, welke zich gevormd hebben langs een aantal historische linten. Deze bijzondere ligging in het buitengebied en de randen daarmee zijn bepalend voor de herkenbaarheid en karakteristiek van Nuland. Aan de westzijde ligt Nuland op de rand van de plaatselijke dekzandrug. Deze is voornamelijk bebost met naaldbomen, maar hier liggen ook de Nulandse Heide en de Nulandse Zandverstuiving. De westrand van Nuland 22
is hier minder rigide, maar kent in verschillende concentraties meer vrijstaande bebouwing in een bosrijke omgeving en heeft een geleidelijke overgang. Vroeger was dit de locatie voor de Nulandse Buitens, waarvan er nog enkele bestaan. Ook Sint-Jozefoord, oorspronkelijk een klooster nu een verpleeg- en verzorgingstehuis, is hier gelegen. De historische houtwallen tussen de agrarische kavels langs het spoor, ten noordwesten van de Kern Nuland hebben een grote cultuurhistorische waarde. Bij de uitbreiding van de Kern Nuland ter plaatse zijn deze houtwallen opgenomen in het wijkontwerp (onder andere Heiduinen). Deze houtwallen hebben, afhankelijk van de ligging in of aan de rand van de wijk, voornamelijk een cultuurhistorische en in mindere mate nog een ecologische betekenis. Zij maken niet langer onderdeel uit van een lineaire groenstructuur. De Westrand vormt de overgang tussen de bossen rond Sint Jozefsoord en de kom van Nuland. De visie voor de Westrand komt voort uit de oorspronkelijke Structuurvisie Westrand Nuland Gemeente Maasdonk van 15 mei 2008, die op advies van de Provinciaal Planologische Commissie (PPC) is opgesteld. Daarbij is tevens invulling gegeven aan de aanduiding “integratie stad–land” zoals deze toentertijd is omschreven in het provinciale uitwerkingsplan Waalboss.
In de Structuurvisie 'Groene Schil Nuland' geeft de gemeente aan, hoe zij in de gebieden, die in het uitwerkingsplan “Waalboss” de aanduiding “integratie stad-land” hebben gekregen, nieuwe stedelijke en landschappelijke ontwikkelingen gelijktijdig en in samenhang met elkaar wil ontwikkelen. Dit houdt in: versterking van de natuur en landschappelijke waarden in combinatie met incidentele woningbouw. De planlocatie waar het bestemmingsplan betrekking op heeft ligt in de Westrand, de westelijke kernrandzone. Deze vormt de overgang tussen de bossen ten westen van de Duyn en Daelseweg en de kom van Nuland. Het gebied ten noorden van de Heiweg is anders qua karakteristiek dan het gebied ten zuiden daarvan. De Duyn en Daelseweg verbindt beide delen en heeft een gevarieerd beeld met verspreid liggende woningen, (voormalige) (agrarische) bedrijven, bos- en weidepercelen. Die doorkijkjes zijn een waardevolle karakteristiek van de Duyn en Daelseweg. Het noordelijk deel van de Westrand bestaat voor het grootste deel uit recreatieve voorzieningen. In dit gebied liggen onder andere een aantal sportvelden en een speeltuin met kinderboerderij. Aan de Duyn en Daelseweg, zijn verspreid verschillende woningen gelegen. Het gebied ten westen van de Duyn en Daelseweg bestaat uit een afwisseling tussen bosgebied en weiland, in het bosgebied bevindt zich ook woonzorgcomplex Sint Jozefsoord.
Karakteristiek is de landschappelijke relatie tussen de kern Nuland en het landelijk gebied westelijk van de Duyn en Daelseweg door de open plekken die tussen de bebouwing langs deze weg aanwezig zijn. De sportvelden zijn overwegend omlijst met opgaand groen en houtwallen. Het behoud van deze waardevolle open plekken stedenbouwkundig en landschappelijk gewenst. Vanuit dit principe is het dan ook niet wenselijk om direct aan het bestaande lint aan de Duyn en Daelseweg het gebied te versterken met extra woningbouwlocaties. Op deelkaart 3 van de gebiedsvisie Groene Schil staan de contouren zijn weergegeven waarbinnen woningbouw kan plaatsvinden. Juist om de waardevolle open plekken aan de Duyn en Daelseweg te behouden is de contour gesitueerd aan de achterzijde van het perceel. Deze ontwikkeling past binnen de contouren zoals zijn opgenomen in deelkaart 3 (zie figuur 3 en 10).
23
Figuur 10: Stedenbouwkundig plan (inclusief landschappelijke inrichting) Woonvisie 2020 Het woonbeleid van de gemeente 's-Hertogenbosch is vastgesteld in de Woonvisie die is vastgesteld door de gemeenteraad op 9 juni 2020. De ambitie voor het woonbeleid van 's-Hertogenbosch is dat inwoners van 's-Hertogenbosch trots zijn op hun woonplaats, en hier graag wonen. De gemeente wil dat iedereen een woning heeft die zoveel mogelijk aansluit bij hun woonwensen en mogelijkheden. En dat die woningen liggen in een sterke stad met leefbare wijken en dorpen. In de Woonvisie beschrijft de gemeente, aan de hand van vier woonopgaven, wat de gemeente doet om daarvoor te zorgen. Maar ook wat ze daarin verwacht van andere partijen. De ambitie is uitgewerkt in vier speerpunten van beleid: passend en betaalbaar wonen voor iedereen, leefbare en inclusieve buurten, toekomstbestendige en duurzame woningvoorraad en strategisch innovatief woonprogramma.
De beleidsinzet van de gemeente voor woningbouw is vertaalt naar een Uitvoeringsprogramma Woonvisie 's-Hertogenbosch, zoals: Voorzien in de toekomstige woningbehoefte door te streven naar de realisatie van 10.500 woningen in de periode van 2020 tot 2030; Het vergroten van de woningdifferentiatie en –variatie in buurten en wijken, waardoor enerzijds het soms eenzijdige woningaanbod in buurten wordt doorbroken en anderzijds de keuzemogelijkheden voor de woonconsumenten worden vergroot; Het innemen van een positieve en proactieve houding t.o.v. (kansrijke) initiatieven, door (binnen wettelijke kaders) meer ruimte te bieden, meer flexibiliteit en maatwerk te leveren bij bouwplanontwikkeling; 24
Woonconsumenten meer mogelijkheden geven om hun woonwensen te realiseren door middel van o.a. (collectief) particulier opdrachtgeverschap: Bij nieuwbouw maakt de gemeente duidelijk welke duurzaamheidseisen en wensen op het vlak van energieprestatie de gemeente heeft, maar ook als het gaat om maatregelen rond klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen.
Het planvoornemen sluit aan bij het vergroten van de woningdifferentiatie in Nuland, waardoor de keuzemogelijkheden voor de woonconsument worden vergroot. De woningen zijn geschikt voor starters maar daarnaast ook voor ouderen doordat het woonprogramma voornamelijk op de begane grond is gelegen en het hierdoor levensbestendige woningen zijn. Met het planvoornemen wordt geen sociale woningbouw gerealiseerd. Dit is gezien de beperkte omvang en aard van het plan ook niet mogelijk. Voor deze locatie gelden maatwerkafspraken. Het planvoornemen sluit aan bij de uitgangspunten van de Woonvisie en het Uitvoeringsprogramma.
Verordening Bomen, Water en Groen 2021 De Verordening Bomen, Water en Groen 's-Hertogenbosch 2021 is door de gemeenteraad vastgesteld op 9 maart 2021. Deze verordening bestaat uit een drietal onderdelen, namelijk bomen, water en groen en behoort bij de visie 's-Hertogenbosch Groen en Klimaatbestendig. In de verordening worden regels gesteld over het vellen van houtopstanden (bomen), het lozen van hemelwater en grondwater en het realiseren van groen. Het doel van het stellen van de regels in deze verordening is het beperken van de gevolgen van klimaatverandering. Door de gevolgen van klimaatverandering wordt de gemeente 'sHertogenbosch namelijk kwetsbaarder voor verdroging, extreme hitte en extreme neerslag. Verder is sprake van achteruitgang van de biodiversiteit. Ook is het doel van het stellen van de regels in deze verordening het beschermen van bepaalde categorieën houtopstanden, die voor de gemeente van belang zijn. Met de regels in deze verordening kunnen de gevolgen van klimaatverandering beter worden opgevangen en wordt een meer groene en blauwe inrichting van de stad, wijken en dorpen juridisch ook geborgd. Wat betreft het onderdeel bomen (houtopstanden) is aangesloten bij het Bomenbeleidsplan 2017. Bomen dragen bij aan een betere wateropvang, leveren schaduw, een hogere luchtvochtigheid en dragen daarmee bij aan verkoeling.
Ook dragen bomen bij aan een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving en zijn bepaalde houtopstanden waardevol voor onze leefomgeving. Daarom zijn in deze verordening regels opgenomen om bepaalde categorieën houtopstanden te beschermen. Voor deze categorieën houtopstanden geldt onder meer Zoals hierboven staat wordt zoveel mogelijk aangesloten bij beleidsuitgangspunten uit het Bomenbeleidsplan, zoals het zoveel mogelijk behouden van bomen, het verplanten van bomen en herplant en compensatie van groen. Afspraken over velling, herplant en compensatie wordt bij het plan vastgelegd zodat hierbij aangesloten kan worden bij de uiteindelijke vergunningsprocedure. Het kan zowel om behoud als om ontwikkeling van nieuw groen gaan. De realisatie van de woningen heeft geen invloed op de bomen in de omgeving en de bomen aan de rand van het perceel. Op het perceel zijn geen bomen aanwezig. In de berm aan de Duyn en Daelseweg staan waardevolle eiken en platanen. Het toegangspad naar de nieuwe woningen kan aangelegd worden tussen de bomen door zodat er niets gekapt hoeft te worden. Om deze reden kan worden gesteld dat met onderhavige ontwikkeling geen bomen worden aangetast of gekapt. een vergunningplicht. Zonder een vergunning mogen deze houtopstanden niet worden geveld. Wat betreft het onderdeel water zijn in deze verordening regels opgenomen voor het lozen van grondwater en hemelwater.
Door klimaatverandering neemt de kans op onder andere wateroverlast en overstromingen door extreme neerslag toe, maar ook de kans op langdurige periodes van droogte. Om wateroverlast door extreme neerslag te voorkomen en verdroging tegen te gaan is het onder meer van belang dat voldoende waterberging op eigen terrein wordt gerealiseerd. Daarom is in deze verordening onder meer de verplichting opgenomen om 25
hemelwater op eigen terrein te verwerken, waarbij een hemelwatervoorziening met een bepaalde capaciteit moet worden gerealiseerd. In het plan is voor de waterberging een Wadi opgenomen, deze wordt opgenomen ind e Verbeelding. Wat betreft het onderdeel groen is in deze verordening per gebied een groennorm vastgelegd. Groen biedt een oplossing voor het extremer weer: het zorgt voor verkoeling door betere wateropvang en het leveren van schaduw en een hogere luchtvochtigheid. Ook draagt groen bij aan een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving. Het doel van het opnemen van een groennorm in deze verordening is om te komen tot een klimaatadaptieve, biodiverse en groene omgeving. Voor het plan is een landschappelijke inpassing gemaakt. Zie hiervoor bijlage 1 bij de regels en de toelichting. Welstandsnota Op 11 oktober 2016 heeft de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch besloten om de Maasdonkse Welstandsnota in 2017 en verdere jaren in afwachting van de implementatie in het kader van de Omgevingswet in stand te houden. Voor Nuland geldt nog steeds het welstandsbeleid van de voormalige gemeente Maasdonk, 'Welstandsnota gemeente Maasdonk' uit 2004. Op 31 januari 2012 heeft de gemeente Maasdonk het plangebied aangewezen als welstandsvrij gebied. In de evaluatie van dit raadsbesluit is tevens naar voren gekomen dat er ook geen beeldkwaliteitsplannen hoeven worden voorgelegd.
Dit betekent dat het plangebied niet voorgelegd hoeft te worden aan een welstandscommissie. De gemeente 's-Hertogenbosch heeft in een mail op 6 juni 2019 aangegeven dat een welstandstoets voor het plangebied niet nodig is. In de planbeschrijving is het planvoornemen uitgewerkt, zodat duidelijk is waar de woningen binnen het plangebied komen te staan. Conclusie Uit de bovenstaande toetsing blijkt dat het planvoornemen past binnen het gemeentelijk beleid.
26
Hoofdstuk 4 Randvoorwaarden 4.1
Archeologie
Verdrag van Malta Voor archeologie geldt de nationale wetgeving die afkomstig is uit Europees beleid. Het Verdrag van Valletta (of wel: 'Verdrag van Malta') regelt hoe er omgegaan moet worden met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland heeft het verdrag in 1992 mede ondertekend. De uitgangspunten van dit Europese verdrag zijn in de Nederlandse wet- en regelgeving verankerd door middel van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). De Wamz is in werking getreden op 1 september 2007 en wijzigt hiermee de Monumentenwet uit 1988, de Ontgrondingenwet (Ow), de Wet milieubeheer (Wm), de Woningwet (Ww) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Sinds de invoering van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Vanaf 1 juli 2016 is dit op dezelfde wijze als via de Wamz verwerkt in de Erfgoedwet en in de toekomst zal dit verwerkt worden in de Omgevingswet. Tot de Omgevingswet ingaat gelden voor onderdelen, die gaan over fysieke leefomgeving, de bepalingen uit de Monumentenwet. Dit is opgenomen in de overgangsregeling van de Erfgoedwet. Het uitgangspunt is dat er verplicht rekening gehouden moet worden met het behoud van het archeologisch erfgoed in de bodem. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden door middel van archeologisch onderzoek.
Bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Verkennend archeologisch onderzoek BAAC bv heeft een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek met behulp van boringen (verkennende fase) uitgevoerd in het plangebied Duyn en Daelsweg te Nuland. Binnen het plangebied wordt een intacte enkeerdbodem op een dekzandrug verwacht. Voor het plangebied geldt een hoge verwachting voor de perioden vanaf het laat paleolithicum tot heden, met een nadruk op de perioden middeleeuwen tot nieuwe tijd (nabij middeleeuws verdwenen kasteel Duyn en Dael). Overeenkomstig met het bureauonderzoek zijn binnen het plangebied enkeerdgronden zonder verstoringen aangetroffen. Onder het plaggendek bevindt zich een oude akkerlaag (Aa/B-horizont) en een restant van een podzol BC-horizont. Uit de boringen blijkt dat de natuurlijke bodem in het grootste deel van het plangebied geheel intact is. Eventuele archeologische vindplaatsen met grondsporen, zoals paalkuilen en greppels of funderingen in het plangebied kunnen nog redelijk intact zijn. Ondiep liggende vuursteen-vindplaatsen zullen door eeuwenlange ploegwerkzaamheden niet meer geheel intact zijn.
BAAC bv adviseert op basis van de resultaten van dit onderzoek (intacte bodemprofielen, een plaggendek, archeologische indicatoren en gezien het naburige kasteel) voor het gehele plangebied een vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (3750 m2). 27
Beoordeling bevoegd gezag Per mail van 15 oktober 2012 heeft het bevoegd gezag (voormalig gemeente Maasdonk) aangegeven om in het bestemmingsplan de dubbelbestemming 'Waarde archeologie 2' op te nemen. In dat geval wordt een vorm van een bouwverbod in het bestemmingsplan geborgd, tenzij middels aanvraag van een omgevingsvergunning is aangetoond dat er geen archeologische waarden ter plaatse worden aangetast. Hier mag niet gebouwd worden als een bouwwerk groter is dan 100 m2 en/of dieper dan 0,5 meter onder het maaiveld gebouwd wordt, tenzij anders wordt aangetoond. Deze regel is in lijn met het geldende bestemmingsplan 'Kom Nuland' van de gemeente 's-Hertogenbosch. Een archeologische vervolgonderzoek is derhalve in dit stadium van de planvorming niet noodzakelijk. Conclusie Voordat een omgevingsvergunning voor het bouwen van de woningen afgegeven kan worden moet een vervolgonderzoek worden uitgevoerd.
4.2
Cultuurhistorie
Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Gepleit wordt voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie in structuurvisie, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Op 5 juli 2011 is een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gepubliceerd. Vanaf 1 januari 2012 moet ieder nieuw bestemmingsplan een analyse van cultuurhistorische waarden bevatten. In aansluiting op de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in mei 2011 zijn op 17 juni 2011 het Bro, het Besluit omgevingsrecht (Bor) en het besluit archeologische monumentenzorg (Bamz) aangepast. Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding een bestemmingsplan moet voldoen. Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan.
De wetgever wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren wordt gehaald. In de toelichting van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. De opsteller en vaststeller van het bestemmingsplan zijn daarmee dus verplicht om breder te kijken dan enkel naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Erfgoedwet De erfgoedwet, van kracht sinds 1 juli 2016, bundelt wet- en regelgeving op het gebied van behoud en beheer van cultureel erfgoed in Nederland in één nieuwe wet. Een groot deel van de bestaande wet- en regelgeving (monumentenwet, Wet ruimtelijke ordening) is overgenomen in de Erfgoedwet, bijvoorbeeld de aanwijzing van rijksmonumenten, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Voor het eerst is er één integrale wet die betrekking heeft op onze museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water.
Voorheen was het behoud en beheer van ons erfgoed geregeld in zes verschillende wetten met elk hun eigen procedures en beschermingsmaatregelen. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Daarnaast worden aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Samen met de Omgevingswet die naar verwachting in 2021 wordt ingevoerd, wordt een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. 28
Beleid provincie Noord-Brabant In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, bestemmingsplannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Hierop staan bepalende cultuurhistorische elementen aangegeven. Toetsing cultuurhistorische waardenkaart (CHW 2010, herziening 2016) Op de CHW is af te lezen dat het plangebied ligt binnen de regio 'Meierij'. De Meierij bestaat uit verschillende dekzandruggen, beekdalen en dekzandvlaktes. Het gebied 'Meierij' wordt gekenmerkt door een kleinschalig mozaïek van oude en jonge ontginningslandschappen en woeste gronden. Voorheen waren de randen van de beekdalen en de dekzandruggen de meest geschikte plek voor bewoning. De beekdalen zelf en de uitgestrekte broekgebieden waren te nat om te wonen of om akkerbouw te bedrijven. Op hoger gelegen delen bevonden zich vroeger uitgestrekte heidenvelden, bossen en stuifzanden. Het agrarische landschap was over het algemeen heel kleinschalig en de beekdalen waren besloten. De percelen waren klein en vrijwel allemaal omgeven door opgaande beplanting. De oude akkerbouwcomplexen waren wat grotere, open ruimten in dit besloten gebied. De heidenvelden zorgde voor het grote contrast in het gebied, dit waren zeer grote, open gebieden.
Een van de beeldbepalende aspecten van de Meierij is de populierenteelt, aanvankelijk vooral in de vorm van weg- of perceelrandbeplanting, later ook in de vorm van populierenbosjes. Een ander beeldbepalend aspect in de Meierij is de aanwezigheid van verschillende kastelen, abdijen en kloosters, hiervan zijn enkele middeleeuwse kastelen bewaard gebleven. Daarnaast zijn er vooral in de omgeving van 's-Hertogenbosch nog veel landgoederen, buitenplaatsen en statige villa's te vinden. De landgoederen en buitenplaatsen uit de negentiende en twintigste eeuw liggen vaak op vroegere heidenvelden die geen functie meer hadden voor de boeren. Tussen Boxtel en Vught liggen verschillende van deze jonge landgoederen en buitenplaatsen, zoals Dommeloord (ook wel Wilhelminapark genoemd), De Oude Hondsberg, Sparrenrijk, Beukenhorst, Halsche Barrier en De Eikenhorst.
Figuur 11: Uitsnede Cultuurhistorische waardenkaart Provincie Noord-Brabant 29
De verschillen tussen de hoge zandgronden, de oude cultuurgebieden en de beekdalen zijn door landinrichting in de afgelopen decennia deels verloren gegaan. De kleinschaligheid van de beekdalen in de Meierij is op veel plaatsen verdwenen door de achteruitgang van de populierenteelt en het verdwijnen van perceelrandbegroeiing. De Meierij wordt gekarakteriseerd door veel kleine dorpen, met ieder een eigen karakter en relatie met het landschap. Ook zijn een aantal plattenlandsdorpen uitgegroeid tot middelgrote steden of industriekernen, zoals Veghel en Schijndel. De grote stedelijke gebieden van 's-Hertogenbosch, Eindhoven en Tilburg zijn met elkaar verbonden door een netwerk van snelwegen, provinciale wegen, kanalen en spoorlijnen. Het gebied waarop dit bestemmingsplan betrekking heeft is getoetst aan de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant. In het plangebied liggen geen monumenten en komen geen bouwkundige punten, lijnen of vlakken van enige waarde voor. In de directe omgeving van het plangebied staat het klooster 'Sint-Jozefoord', deze is van provinciaal cultuurhistorisch belang. Het planvoornemen heeft gezien de afstand geen invloed op het historisch belang van het klooster. Het initiatief voldoet aan het aspect Cultuurhistorie. Conclusie Vanuit het aspect cultuurhistorie zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.3
Waterparagraaf
Europese Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn water (KRW) is een Europese richtlijn die moet leiden tot een verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De kaderrichtlijn moet in landelijke wet- en regelgeving worden omgezet. Met de komst van de Implementatiewet EG-kaderrichtlijn water is de KRW vertaald in de Nederlandse wetgeving. De Europese Kaderrichtlijn heeft gevolgen voor de gemeente op het gebied van riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijke beleid. Er worden ecologische en fysisch-chemische doelen geformuleerd die afhankelijk zijn van de functie van een watergang.
Waterwet Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. Kort samengevat regelt de Waterwet het beheer van oppervlaktewater en grondwater. Ook verbetert de wet de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De Waterwet vervangt een groot aantal wetten op het gebied van water. De Waterwet biedt instrumenten om het waterbeheer op een doeltreffende en doelmatige manier aan te pakken. Op rijksniveau wordt een nationaal waterplan gemaakt.
Het nationaal waterplan bevat de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het nationale ruimtelijke beleid. De ruimtelijke aspecten van deze plannen van Rijk en provincies worden vervolgens aangemerkt als structuurvisie in de zin van de Wro. De bedoeling is dat op basis van deze structuurvisies, plannen van de Waterwet doorwerken in de ruimtelijke ordening en ervoor zorgen dat de waterbelangen op een goede manier worden geborgd. Als aanvulling hierop is de op 1 januari 2008 ingevoerde Wet gemeentelijke watertaken opgenomen in de Waterwet. Door deze wetgeving kunnen gemeenten een verbrede zorgplicht op zich nemen. De wetgeving maakt het in tegenstelling tot eerdere wetgeving mogelijk om rioolheffing te heffen voor een zuiveringstechnisch werk dat door de gemeente (of waterschap/derde) wordt beheerd op grond van de gemeentewet.