CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 bestemmingsplan Kloosterstraat Johanneshof toelichting

Gemeenteraad 28 maart 2023, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bestemmingsplan Kloosterstraat Johanneshof Nuland20.978 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

KLOOSTERSTRAAT JOHANNESHOF NULAND bestemmingsplan

1/2

DATUM KENMERK

20 januari 2023 NL.IMRO.0796.0002510-1401

PROJECT PROJECTLEIDER

24 appartementen Kloosterstraat te Nuland ing. R.B.P. Verkooijen

OPDRACHTGEVER Mooiland PROJECTNUMMER 20211213 STATUS

Samenvatting

2/2

vast te stellen

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3

Hoofdstuk 5 5.1 5.2

5.3 5.4

5.5

5.6

5.7

Inleiding Aanleiding Begrenzing plangebied Leeswijzer Huidige situatie Beschrijving locatie en ligging in het dorp Ruimtelijke structuur Functionele structuur Geldend bestemmingsplan Planbeschrijving Stedenbouwkundige inpassing Bebouwing Gebruik Verkeer en parkeren Openbare ruimte Bomen Beleidskader Rijksbeleid 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 4.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Provinciaal beleid 4.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant 4.2.2 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant Gemeentelijk beleid 4.3.1 Kernen Maasdonk 2006 4.3.2 Woonvisie 2020 4.3.3 Welstand 4.3.4 Bomen, water en groen Milieu, duurzaamheid en waarden Inleiding Bedrijven en milieuzonering 5.2.1 Richtlijn 5.2.2 Beoordeling 5.2.3 Conclusie Geluid 5.3.1 Weg- en railverkeerslawaai 5.3.2 Industrielawaai Trillingen 5.4.1 Richtlijn 5.4.2 Beoordeling 5.4.3 Conclusie Verlichting 5.5.1 Richtlijn 5.5.2 Beoordeling 5.5.3 Conclusie Externe veiligheid 5.6.1 Beleidskader 5.6.2 Onderzoek 5.6.3 Conclusie en restrisico Lucht 5.7.1 Beleidskader 5.7.2 Onderzoek 5.7.3 Conclusie 3

9 9 9 10 11 11 13 14 14 15 15 15 19 19 20 20 23 23 23 24 27 27 28 30 30 30 32 33 35 35 35 35 36 38 39 39 40 41 41 41 41 41 41 41 41 42 42 43 45 45 45 45 46

5.8

5.9

5.10

5.11

5.12

5.13 5.14 5.15

5.16

Hoofdstuk 6 6.1 6.2

Hoofdstuk 7 Hoofdstuk 8 8.1 8.2 8.3

4

Bodem 5.8.1 Algemeen 5.8.2 Onderzoek 5.8.3 Conclusie Geur 5.9.1 Industriële geur 5.9.2 Agrarische geur 5.9.3 Beoordeling 5.9.4 Conclusie Hoogspanningslijnen 5.10.1 Advies 5.10.2 Beoordeling 5.10.3 Conclusie Water 5.11.1 Beleidskader 5.11.2 Huidige situatie 5.11.3 Beoogde situatie 5.11.4 Conclusie Duurzaamheid 5.12.1 Richtlijn 5.12.2 Beoordeling 5.12.3 Conclusie Gezondheid Milieueffectrapportage 5.14.1 Beoordeling en conclusie Ecologie 5.15.1 Toetsingskader 5.15.2 Onderzoek 5.15.3 Conclusie Archeologie en cultuurhistorie 5.16.1 Toetsingskader 5.16.2 Onderzoek 5.16.3 Conclusie Juridisch-bestuurlijke aspecten Algemeen Toelichting op bestemmingen 6.2.1 'Wonen' 6.2.2 'Groen' 6.2.3 'Verkeer' Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Omgevingsdialoog Vooroverleg Ontwerpfase

46 46 47 47 47 47 47 47 47 48 48 48 48 48 48 50 51 53 54 54 54 57 58 58 58 59 59 60 63 63 63 64 65 67 67 67 67 68 68 69 71 71 71 71

TOELICHTING

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1

Aanleiding

Aan de Kloosterstraat in het dorp Nuland, tussen woonzorgcentrum Martinushuis en buurthuis D'n Hazenkamp, ligt een braakliggend perceel. Tot 2014 was op deze locatie het buurthuis D'n Hazenkamp gevestigd. Met het gereedkomen van de (naastgelegen) nieuwbouw van D'n Hazenkamp werd het oude buurthuis in 2014 gesloopt en sindsdien ligt het perceel aan de Kloosterstraat braak. De gronden hebben nog steeds een maatschappelijke bestemming. In 2020 heeft initiatiefnemer deze inbreidingslocatie aan de rand van het dorp verworven om er 24 sociale huurwoningen te realiseren. Deze huurwoningen zullen worden gerealiseerd in de vorm van appartementen. De bebouwing zal bestaan uit 3 bouwlagen met een maximale bouwhoogte van 11,2 meter. Op iedere bouwlaag zullen 8 appartementen worden gerealiseerd. De realisatie van de 24 appartementen is in strijd met het geldende bestemmingsplan 'Kom Nuland' en de ter plaatse geldende bestemming 'Maatschappelijk'. Het voorliggende bestemmingsplan zorgt voor de juiste juridisch-planologische regeling.

1.2

Begrenzing plangebied

Het plangebied is kadastraal bekend als (voormalige) gemeente Nuland, sectie B, perceelsnummer 3887 plus een klein gedeelte van het perceel 3888. Op dit laatste perceel staat een buurthuis. Om de toegangsweg naar het achterterrein te realiseren, dient deze weg onderdeel te zijn van het plangebied. De gebruikers, bezoekers en bewoners van het Martinushuis en van de nieuwe appartementen zullen deze zelfde toegangsweg gebruiken. Het totale plangebied heeft een oppervlakte van 3.390 m2, zie figuur 1.1. Het plangebied ligt in het noorden van het dorp Nuland. Het wordt omsloten door het Martinushuis ten westen en D'n Hazenkamp ten oosten van het plangebied en groen aan de noordkant.

9

Figuur 1.1: begrenzing plangebied (Bron: Vermeer Architecten, september 2022; bewerking: Rho Adviseurs) Aan de westzijde is het plangebied iets breder dan de kadastrale begrenzing. Een gedeelte van het naastgelegen maatschappelijke bestemmingsvlak van het Martinushuis wordt ook bestemd tot 'Verkeer', zodat de nieuwe gezamenlijke toegangsweg één bestemming heeft.

1.3

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk wordt in Hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige situatie. Vervolgens wordt het planvoornemen in Hoofdstuk 3 beschreven. Het relevante beleidskader vanuit het rijk, de provincie en de gemeente wordt in Hoofdstuk 4 beschreven. In Hoofdstuk 5 wordt aangetoond dat het planvoornemen milieuhygiënisch uitvoerbaar is. Ook wordt in dat hoofdstuk onderbouwd dat het planvoornemen geen invloed heeft op bestaande waarden in of nabij het gebied en wordt ingegaan op de duurzaamheidsmaatregelen. In Hoofdstuk 6 wordt beschreven hoe de nieuwe situatie juridisch-planologisch in dit bestemmingsplan wordt vastgelegd. De economische uitvoerbaarheid van het plan komt in Hoofdstuk 7 aan bod. Tot slot wordt in Hoofdstuk 8 ingegaan op de te doorlopen procedure.

10

Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1

Beschrijving locatie en ligging in het dorp

Het plangebied is gelegen halverwege de Kloosterstraat in het noorden van het dorp Nuland. Na de sloop van het buurthuis ligt het terrein braak. Direct ten westen van het plangebied staat een woonzorgcomplex, aan de oostzijde staat een in 2013 nieuw gebouwde buurthuis. Ten noordwesten bevindt zich een woonwinkel en ten noorden daarvan een kerk. Ten noordoosten bevindt zich een gilde waar traditioneel wordt geschoten, daar achter eindigt de bebouwde kom van Nuland. Ten zuiden van de Kloosterstraat ligt een woonwijk (figuur 2.1). Ter hoogte van het plangebied is alleen de vrijstaande woning Kloosterstraat 26 op de Kloosterstraat georiënteerd. Deze woning bestaat uit één bouwlaag met kap. Aan de Burgemeester Teunissenstraat staan jaren '70 rijwoningen met een bouwlaag en een kap haaks op de Kloosterstraat. In de Sint Janstraat, ook haaks op de Kloosterstraat, staan jaren '70 vrijstaande woningen met twee bouwlagen en een kap

Figuur 2.1: Plattegrond met plangebied oranje omrand (Bron: OpenStreetMap) 11

Aan beide zijden van de Kloosterstraat loopt een stoep en er bevinden zich hier parkeerplaatsen. Halverwege de zuidzijde van het perceel bevindt zich een parkeerkoffer met 8 parkeerplekken. Daarnaast ligt een jeu-de-boulesbaan met drie bankjes. Op het perceel groeit gras dat regelmatig wordt gemaaid. In onderstaande figuren staan foto's van het plangebied.

Figuur 2.2: Luchtfoto met plangebied oranje omrand en pijlen die de foto richtingen aangeven (Bron: Luchtfoto)

Figuur 2.3: Foto plangebied vanaf pijl 1 (Bron: Google Streetview, 2018) 12

Figuur 2.4: Foto plangebied vanaf pijl 2 (Bron: Google Streetview, 2018)

Figuur 2.5: Foto plangebied vanaf pijl 3 (Bron: Google Streetview, 2018)

2.2

Ruimtelijke structuur

Verkeer Het plangebied ligt aan de Kloosterstraat, dit is een erftoegangsweg binnen de bebouwde kom met een maximum snelheid van 30 km/u. De Kloosterstraat sluit in westelijke richting aan op de Kerkstraat, eveneens een 30 km/u erftoegangsweg. In zuidelijke richting wordt de Kerkstraat de Dorpsstraat en daarna de Hoogstraat. De Hoogstraat ontsluit op de gebiedsontsluitingsweg de Rijksweg. Vanaf hier is de snelweg de A59 te bereiken. Ten noorden van het dorp loopt het spoor tussen 's-Hertogenbosch en Nijmegen. Groen Direct ten noorden van het plangebied bevindt zich een bosschage met een groen bestemming, hier is ook het lokale Gilde Sint Antonius Abt gevestigd. Achter de bosschage eindigt de kom van Nuland en bevindt zich agrarisch landschap. Ten westen van de kom van Nuland ligt het natuurgebied de Nulandse Heide. 13

Bebouwing Het plangebied ligt aan de rand van de kom van Nuland. Ten zuiden van de Kloosterstraat bevinden zich rijwoningen aan de Burgemeester Teunissenstraat en vrijstaande en twee-onder-een kap woningen aan de Sint Janstraat. Ten noorden van de Kloosterstraat bevinden zich grotere gebouwen, zoals het appartementengebouw van het woonzorgcomplex Martinushuis en het buurtgebouw D'n Hazenkamp.

2.3

Functionele structuur

In de huidige situatie heeft het plangebied geen specifieke functie. Het terrein ligt braak. Het zuidelijk gedeelte wordt gebruikt als ontmoetingsplek door buurtbewoners die er komen jeu-de-boulen. Er heeft tijdelijk een speeltuin gestaan waardoor ook kinderen een deel van het terrein gebruikten om te spelen. De rest van het braakliggende terrein zal waarschijnlijk worden gebruikt om honden uit te laten. De omgeving van het plangebied dient voornamelijk als woongebied en biedt ruimte voor maatschappelijke activiteiten in het buurthuis D'n Hazenkamp en de Gilde schietvereniging Sint Antonius Abt.

2.4

Geldend bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Kom Nuland', vastgesteld op 3 juli 2018. Het plangebied heeft een maatschappelijke bestemming met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 2' en de gebiedsaanduiding: 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied'. Ter plaatse van het voormalig buurthuis ligt nog een bouwvlak waar een gebouw tot maximaal 6 meter hoog mag worden gebouwd met een maximum goothoogte van 3 meter.

Figuur 2.6: Uitsnede bestemmingsplan 'Kom Nuland' (Bron: ruimtelijkeplannen.nl) De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: maatschappelijke voorzieningen en aan de hoofdfunctie ondergeschikte voorzieningen zoals sportvoorzieningen, speelvoorzieningen, openbare verblijfsvoorzieningen, verkeersvoorzieningen, abri's, telefooncellen, straatmeubilair, nutsvoorzieningen, bijbehorende verhardingen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen en dergelijke. Gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd. Ook mag de maximale bouwhoogte van 6 meter en de maximale goothoogte van 3 meter niet worden overschreden. De beoogde ontwikkeling van 24 sociale huurappartementen binnen het plangebied is in strijd met het bestemmingsplan, omdat ze niet past binnen de bestemmingsomschrijving, het bouwvlak en de bouw- en goothoogte. 14

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1

Stedenbouwkundige inpassing

Voor de positie en hoogte van het appartementengebouw is aansluiting gezocht bij de bebouwing in directe omgeving. De locatie ligt ingesloten tussen het woonzorgcomplex Martinushuis/De Rank en D'n Hazenkamp. Verder bevinden zich in de directe omgeving vooral eengezinswoningen van 1 of 2 lagen met een kap. Voor het appartementencomplex is daarom als uitgangspunt genomen een gebouw dat in aanzicht bestaan uit 2 lagen met een kap. Op alle lagen wordt gewoond. Door met de voorgevel aansluiting te zoeken met bij de naastgelegen gebouwen ontstaat er een verspringing in de voorgevel van het gebouw. Door de verspringingen ook te combineren met topgevels wordt de lange voorgevel doorbroken. Zo ontstaat een appartementencomplex met een schaal en verschijning die aansluit op de dorpse structuur van Nuland. De uitstraling van het gebouw zal traditioneel en ingetogen zijn met subtiele accenten in het metselwerk.

3.2

Bebouwing

In het plangebied zullen 24 sociale huurappartementen worden gerealiseerd. Het appartementengebouw krijgt de naam Johanneshof en zal bestaan uit 3 bouwlagen met op iedere bouwlaag 8 appartementen. De 3e bouwlaag is in de kap verwerkt. De balkons, loggia's en terrassen zijn gesitueerd aan de voorkant waardoor ze op het zuiden zijn gericht. De voorgevellijn kent diverse verspringingen om de schaalgrootte van het gebouw te verkleinen en om aan te sluiten bij de voorgevels van de naastgelegen gebouwen. Aan de achterkant bevinden zich de parkeerplaatsen en fiets- en brommerstallingen. Het groen aan de voorkant van het gebouw zal openbaar groen worden waarin de jeu-de-boulesbaan eventueel weer een plek kan krijgen.

15

Figuur 3.1: plattegrond beoogde situatie appartementengebouw aan de Kloosterstraat (bron: Vermeer Architecten)

16

Figuur 3.2 en 3.3: impressie en visualisatie voorkant (Bron: Vermeer Architecten, september 2022)

17

Figuur 3.4 en 3.5: impressie en visualisatie achterkant (Bron: Vermeer Architecten, september 2022)

18

3.3

Gebruik

De bestemming Maatschappelijk wordt omgezet naar de bestemming Wonen. De 24 sociale huurwoningen met 2 slaapkamers zijn geschikt voor een brede doelgroep.

3.4

Verkeer en parkeren

Verkeer Het plangebied wordt ontsloten via de Kloosterstraat die in westelijke richting aansluit op de Kerkstraat. Deze straat loopt van noord naar zuid door het dorp Nuland. Halverwege het dorp wordt deze straat de Dorpstraat en daarna de Hoogstraat. Deze ontsluit het dorp in het zuiden op de A59 tussen 's-Hertogenbosch en Oss. In noordelijke richting wordt de Kerkstraat de Kerkdijk en vindt in westelijke richting de ontsluiting richting Rosmalen plaats. In oostelijke richting wordt het plangebied ontsloten via de Kloosterstraat op de Sint Janstraat en IJzerkampen. Deze komen uit op de Zandstraat. Parkeren auto Op 12 oktober 2021 heeft de gemeente 's-Hertogenbosch de Nota Parkeernormering 2021 vastgesteld om zo uitvoering te geven aan de gemeentelijke ambities voor wonen, duurzame mobiliteit en klimaat, gebaseerd op de actuele kentallen van het CROW. Volgens de gebiedsindeling in deze Nota Parkeernormering 2021 valt Nuland in Zone 4b.

Figuur 3.6: Overzichtskaart gebiedsindeling parkeerzones gemeente 's-Hertogenbosch (bron: Nota Parkeernormering 2021 's-Hertogenbosch) Voor sociale huurappartementen geldt voor Zone 4b voor bewoners een parkeernorm van 0,8 parkeerplaatsen per woning en 0,3 parkeerplaatsen per woning voor bezoekers. Dit betekent dat er voor de beoogde 24 sociale huurappartementen 27 parkeerplaatsen nodig zijn (24 x 1,1 = 26,4). In het bouwplan zijn 28 parkeerplaatsen op het achterterrein beoogd. Hiermee wordt volledig voorzien in de parkeerbehoefte conform de Nota Parkeernormering 2021.

19

De 8 bestaande parkeerplaatsen op het voorterrein blijven behouden voor algemeen gebruik. Het nieuwe appartementengebouw deelt de ontsluiting met het naastgelegen Martinushuis. Hiervoor zal de ontsluiting iets verplaatst worden, zodat deze voor beide goed aansluit, en vervalt in het openbaar gebied aan de voorkant waarschijnlijk 1 parkeerplaats. Met het behoud van de eerder genoemde 8 parkeerplaatsen en de andere (langs)parkeerplaatsen in openbaar gebied, blijft hier voldoende ruimte voor (openbaar) parkeren. Naar aanleiding van de omgevingsdialoog (zie paragraaf 8.1 en Bijlage 12) is over de toekomstige inrichting van de 8 bestaande parkeerplaatsen met omwonenden overlegd. Uiteindelijk is ervoor gekozen om de 8 parkeerplaatsen aaneengesloten aan te leggen, zodat in elk geval aan de oostzijde voldoende ruimte blijft voor een substantiële groene invulling. Dit verstrekt de kwaliteit en de beleving van de groene openbare ruimte aan de voorzijde. Parkeren fiets Fietsparkeernormen zijn een instrument dat de gemeente hanteert om het gebruik van de fiets te stimuleren en om de bereikbaarheid voor fietsers te waarborgen. Volgens de Nota Parkeernormering 2021 dient voor het bouwplan rekening te worden gehouden met 3 fietsparkeerplaatsen per appartement. Dit betekent dat er voor de 24 appartementen in totaal 72 fietsparkeerplaatsen nodig zijn.

Op het achterterrein wordt een gezamenlijke berging gerealiseerd met ruimte voor naar verwachting 50 fietsen. Voor het overige aantal benodigde fietsparkeerplaatsen beschikken de appartementen over een eigen berging die ruimte biedt voor de stalling van fietsen. Dit geldt in elk geval voor de appartementen op de begane grond. De appartementen op de verdieping zijn met een lift bereikbaar, waardoor de bergingen hier in principe ook voor de stalling van fietsen kunnen worden benut. Bij de entree en ook in de groenstrook aan de achterkant van het gebouw is optioneel ruimte voor extra fietsnietjes. Samen leidt dit tot voldoende fietsparkeerplaatsen. Parkeren scootmobiel Initiatiefnemer realiseert daarnaast in het centrale trappenhuis stallingsplaatsen voor enkele scootmobiels.

3.5

Openbare ruimte

De beschreven activiteiten in paragraaf 3.2 worden allemaal op eigen terrein gerealiseerd. Het achterliggende parkeerterrein wordt bereikbaar via de nieuwe toegangsweg die nieuwe bewoners aan de Kloosterstraat zullen delen met de bezoekers en werknemers van het Martinushuis. De groene ruimte aan de voorkant van het appartementengebouw zal openbare ruimte zijn. De bestaande jeu-de-boulesbaan kan hier weer een plek krijgen.

3.6

Bomen

Initiatiefnemer vindt het belangrijk dat de nieuwe bewoners in een groene omgeving wonen en dat omwonenden tegen een groen ingepast nieuw woongebouw aan kunnen kijken. Om te bepalen wat de conditie van de 21 bomen op of nabij het plangebied is, is een Boom Effect Analyse uitgevoerd, zie Bijlage 4. In onderstaande figuur is de invloed van het project op de bomen weergegeven.

20

Figuur 3.7: Overzichtskaart projectinvloed (Bron: Pius Floris) Voor realisatie van het gebouw, de toegangsweg en de parkeerplaatsen is het noodzakelijk om 3 bomen te rooien, namelijk boom 14, 16 en 21. Binnen het plangebied worden 9 nieuwe bomen aangeplant waardoor er per saldo 6 nieuwe bomen worden toegevoegd. Voor de bomen die het risico lopen op wortelschade wordt rondom de bomen zo min mogelijk ontgraven, zodat de schade grotendeels voorkomen kan worden. In de verdere planvorming wordt dit in samenspraak met het adviesbureau en aannemer bekeken. Mocht ernstige wortelschade bij enkele bomen niet voorkomen kunnen worden, dan worden eventueel extra te rooien bomen conform het bomenbeleidsplan op het terrein gecompenseerd. Op basis van het advies van de boomadviseur zal initiatiefnemer hier dan met de gemeente over in gesprek gaan. Natuurinclusief De locatie biedt in de huidige situatie geen vaste nest- en verblijfsmogelijkheden voor huismus, gierzwaluw en vleermuizen, maar de ligging en omgeving van het plangebied bieden wel kansen voor deze soorten. Initiatiefnemer is daarom voornemens om maatregelen in de bouw te nemen die het ‘natuurvriendelijker’ maken. Denk hierbij aan bijvoorbeeld het inbouwen van neststenen of vleermuiskasten en/of de dakranden/spouwmuren toegankelijk te maken.

Hierdoor kan de nieuwbouw gaan fungeren als vaste rust- en verblijfplaats voor huismussen, gierzwaluwen en/of vleermuizen.

21

22

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, is de langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland flink veranderen. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050 Als we alle wensen naast elkaar leggen, ontstaat het volgende beeld. We willen een land:        

dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten. dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving.

23

Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit noemen we 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voor dit plan relevante nationale belangen zijn:    

Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften.

Toetsing Het planvoornemen is op nationaal niveau dermate kleinschalig dat het geen invloed heeft op de nationale belangen. Het beleid inzake het realiseren van 24 sociale huurappartementen wordt dan ook neergelegd bij de decentrale overheden. In dit bestemmingsplan zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de NOVI opgenomen. 4.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling vereist dat wordt onderbouwd of en in hoeverre er sprake is van 'duurzaam ruimtegebruik'. Om dit duurzaam ruimtegebruik te garanderen moet de 'ladder voor duurzame verstedelijking' (zoals omschreven in artikel 3.1.6 lid 2 Bro) worden doorlopen: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." Toetsing Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. In dit geval worden 24 sociale huurappartementen toegevoegd.

Voor wonen geldt, dat vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is. Omdat de ontwikkeling kan worden gezien als stedelijke ontwikkeling, is hierna de woningbehoefte beschreven. In de algemene bepalingen van het Besluit ruimtelijke ordening (1.1.1 lid 1 onder h) is de volgende definitie opgenomen voor bestaand stedelijk gebied: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur." In dit geval is sprake van een ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. Beschrijving behoefte De relevante regio voor wonen is 's-Hertogenbosch en omstreken binnen de regio Noordoost-Brabant. De woningbehoefte in de regio en de gemeente ‘s-Hertogenbosch blijkt uit diverse rapporten en onderzoeken die hierna worden behandeld.

24

Figuur 4.1: Woonregio's (Bron: Brabantse Agenda Wonen, 2017) Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant, Actualisering 2020 Doordat het aantal huishoudens de komende jaren nog sterk toeneemt, zijn er ook meer huizen nodig. Naar verwachting is in 2050 zo'n 43% van alle huishoudens een éénpersoonshuishouden. Vooral het aantal oudere alleenstaanden van 75 jaar en ouder neemt sterk toe. Vergeleken met de vorige prognose uit 2017 ligt de groei van de Brabantse bevolking duidelijk hoger. De indicatie voor de gemeente ‘s-Hertogenbosch c.a. is 8.175 woningen in de periode 2020-2030. De tabel in figuur 4.2 is richtinggevend voor het maken van nieuwe regionale afspraken. Versnelling van de woningbouw en (vervolgens) vasthouden van het bouwtempo is een belangrijke doelstelling van de Brabantse Agenda Wonen.

Figuur 4.2: Indicatie toename woningvoorraad per gemeente (Bron: woningbehoefteprognose Noord-Brabant, 2020)

25

Figuur 4.3: Woningbouwcapaciteit en opgaven (Bron: Voortgangsrapportage 2020/2021) Wonen in regionaal perspectief, 2018 De subregio Den Bosch-Oss heeft in 'Wonen in regionaal perspectief, 2018' procesmatige afspraken opgenomen over de sociale en middeldure huur, binnenstedelijke transformatieopgaven en energietransitie. In het perspectief is een 'doe-agenda' opgenomen. Afgesproken is dat nieuwe woningbouwplannen – en zowel inbreidings- als uitbreidingsplannen – die de hoge variant van de provinciale prognoses overstijgen, bestuurlijk worden afgestemd. Nieuwe uitbreidingsplannen worden altijd bestuurlijk afgestemd. Woonvisie ’s-Hertogenbosch (2020) In de gemeentelijke woonvisie is aangegeven dat de gemeente de provinciale prognose als minimum ziet. De gemeente wil voldoende woningen bouwen om de druk op de woningmarkt te verlichten en de te verwachten groei en huishoudensverdunning in goede banen te leiden. Vanwege de druk op de woningmarkt, zet de gemeente zich in om zoveel mogelijk woningen te bouwen. De ambitie is om 10.500 woningen te realiseren in de periode 2020 tot 2030. De inzet voor de komende jaren wordt beschreven op basis van vier woonopgaven met de volgende inzet: 1. Passend en betaalbaar wonen voor iedereen 2. Leefbare en inclusieve buurten 3. Toekomstbestendige en duurzame woningvoorraad 4.

Strategisch innovatief woonprogramma Van de woningcorporaties wordt verwacht dat zij verantwoord en maximaal hun financiële ruimte inzetten om bij te dragen aan de maatschappelijke opgaven waarover zij prestatieafspraken met de gemeente maken. Ook wordt verwacht van de corporaties dat zij zelf actief inzetten op het zoeken en verwerven van ontwikkelmogelijkheden voor sociale woningbouw, naast de mogelijkheden die de gemeente biedt. In dit geval worden sociale huurwoningen gerealiseerd. Nuland wordt aangeduid als een dorps woonmilieu. In de dorpse woonmilieus zet de gemeente in op het (op kleine schaal) toevoegen van nieuwe woningen. Daarbij hebben initiatieven die een passend aanbod bieden voor de ouderen of juist starters uit de dorpen de voorkeur. Zo ontstaat er ook doorstroming en komt er aanbod voor gezinnen vrij. De aantrekkingskracht om in de dorpse woonmilieus zoals Nuland te wonen is groot omdat er een basisniveau aan voorzieningen is en de dorpen goed bereikbaar zijn. Het toevoegen van woningen helpt bij het behoud van het voorzieningenniveau.

26

Figuur 4.4: Woonwensen en woonmilieus (Bron: Woonvisie) Conclusie De druk op de woningmarkt is groot. Er is behoefte aan meer woningen en te weinig harde plancapaciteit. Met dit bestemmingsplan worden 24 woningen mogelijk gemaakt. Het planvoornemen betreft de realisatie van 24 sociale huurappartementen binnen de bebouwde kom van het dorp Nuland. De bouw van sociale huurwoningen draagt direct bij aan woonopgave 1. 'Passend en betaalbaar wonen voor iedereen' en aan woonopgave 4. 'Strategisch innovatief woonprogramma' waarbij minimaal 25% van het woningbouwprogramma sociale huur moet zijn. De initiatiefnemer heeft deze locatie verworven om sociale woningen te realiseren en daarmee te voorzien in de grote woningvraag. De ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de omgevingsvisie Noord Brabant vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt na het inwerking treden van de Omgevingswet de provinciale structuurvisie. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit wil zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wilt daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma's. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn:  werken aan energietransitie;  een klimaatproof Brabant;  de slimme netwerkstad;  een concurrerende duurzame economie. Deze vier hoofdopgaven staan ten dienste van de basisopgaven: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses.

Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a. door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma's) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. Toetsing Het planvoornemen voorziet in een relatief kleinschalige ontwikkeling, waarbij 24 sociale huurappartementen worden gerealiseerd op een braakliggend terrein. Hierdoor wordt de ruimte binnen bestaand stedelijk gebied zorgvuldig gebruikt. In paragraaf 4.1.2 is te lezen dat er grote behoefte is aan sociale huurwoningen. Daarnaast wordt in paragraaf 5.11 berekent dat er voldoende maatregelen worden genomen om hemelwater op te vangen en overstromingen te voorkomen. 27

Aanvullend wordt in paragraaf 5.12 aangegeven welke acties ondernomen worden om bij te dragen aan een duurzame omgeving in de vorm van gezonde, groene en klimaatbestendige omgeving, energie, circulariteit en duurzame mobiliteit. 4.2.2 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 25 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening (hierna: Iov N-B) Noord-Brabant vastgesteld. Op 15 april 2022 is de Iov N-B voor het laatst geconsolideerd. Deze versie is dan ook leidend. De Iov is een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Hierin worden de bestaande verordeningen voor de fysieke leefomgeving samengevoegd tot één integrale omgevingsverordening. Toetsing Het plangebied ligt in de Iov in het 'Bestaande stedelijk gebied', in het 'Concentratiegebied voor verstedelijking' en in het 'Grondwaterbeschermingsgebied'.

Figuur 4.5: Uitsnede Interim omgevingsvisie Noord-Brabant kaart 3 stedelijke ontwikkeling en erfgoed (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)

28

Figuur 4.6: Uitsnede Interim omgevingsvisie Noord-Brabant kaart 5 grondwaterbescherming, waterveiligheid en -berging (bron: ruimtelijkeplannen.nl) De regels uit de Interim omgevingsverordening die daarom specifiek van belang zijn voor deze ontwikkeling aan de Kloosterstraat in Nuland zijn artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling en artikel 3.11 Grondwaterbeschermingsgebied. Toetsing artikel 3.42 De realisatie van 24 sociale huurappartementen past binnen de regionale afspraken in de Brabantse Agenda Wonen, zoals onderbouwd is in paragraaf 4.1.2 middels de ladder voor duurzame verstedelijking. In de ladder is toegelicht dat de beoogde ontwikkeling een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Deze duurzame ontwikkeling bevordert zorgvuldig ruimtegebruik door een braakliggend perceel in het stedelijk gebied van Nuland te transformeren naar een gebouw met sociale huurappartementen. Een gezonde omgevingskwaliteit wordt gerealiseerd door rekening te houden met de geluidshinder van het naastgelegen gilde. Dat de nieuwe bewoners aan de Kloosterstraat geen geluidshinder zullen ervaren wordt onderbouwd in paragraaf 5.2. In paragraaf 5.11 wordt berekend dat er voldoende hemelwater opgevangen kan worden door de parkeerplaatsen in halfverharding uit te voeren en eventueel in het groen van de openbare tuin rond het appartementengebouw.

Vervolgens wordt in paragraaf 5.12 op een rijtje gezet welke maatregelen worden genomen om bij te dragen aan een duurzame leefomgeving. Toetsing artikel 3.11 De regels uit het vigerende bestemmingsplan 'Kom Nuland' zijn in voorliggend bestemmingsplan overgenomen voor de aanduiding 'milieuzone-grondwaterbeschermingsgebied'. Ter plaatse van deze gebiedsaanduiding zijn de gronden mede bestemd voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de drinkwatervoorziening. Het is verplicht een omgevingsvergunning te hebben voor werkzaamheden in de bodem, het infiltreren van water en het aanbrengen van ondergrondse infrastructuur. Voor de bouwwerkzaamheden van de realisatie van het planvoornemen aan de Kloosterstraat zal daarom een omgevingsvergunning worden aangevraagd bij de gemeente. Voorliggende toelichting dient mede als onderbouwing voor deze aanvraag. 29

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1 Kernen Maasdonk 2006 In 2015 is de gemeente Maasdonk opgeheven en zijn de dorpen Nuland en Vinkel bij de gemeente 's-Hertogenbosch gevoegd. Geffen is naar de gemeente Oss gegaan. De vigerende Ruimtelijke StructuurVisie van de gemeente 's-Hertogenbosch is op 24 januari 2014 vastgesteld. Nuland is hier dus nog niet in meegenomen. Het laatste visie document van Nuland is het integraal Dorpsontwikkelingsplan (iDOP) Nuland uit 2009. Dit is de visie van en voor het dorp waarin een praktische agenda is uitgewerkt waar voor de middellange termijn is aangegeven hoe de visie volgens de bewoners kan worden uitgevoerd. In hoofdstuk 3 is het wensbeeld van de bewoners voor Nuland verwoord. Een van die doelen die de bewoners willen bereiken is in 2025 een breed samengestelde bevolking hebben. Voor nieuwe woongebieden is een mix van de doelgroepen jong en oud het meest wenselijk, met voldoende doorstroommogelijkheden. Het accent moet liggen in het bereikbaar houden van woningen voor starters. Een van de belangrijkste vier opgaven is dan ook: uitwerken van een dekkend woon- en zorgaanbod. De vraag naar woningen voor eenpersoonshuishoudens, die voor een groot deel op het conto van de ouder wordende bevolking komt, zal gezien de bevolkingsprognose fors toenemen.

De inwoners van Nuland vinden het raadzaam om nog verder te zoeken naar mogelijkheden om ouderenwoningen, bijvoorbeeld in de vorm van appartementen, aan te bieden. Op de leefbaarheidsagenda staat dan ook bij het thema Wonen het agendapunt 'Realiseren huisvesting voor doelgroepen, mix van woningen'. De initiatiefnemer is hierbij een van de participanten. Toetsing Met de realisatie van 24 sociale huurwoningen wordt invulling gegeven aan de grote vraag naar starters- en seniorenwoningen voor kleine huishoudens. Dit was in 2006 al een vraagstuk en die behoefte is in 2021 alleen maar groter geworden op de huidige krappe woningmarkt. 4.3.2 Woonvisie 2020 De doelstelling van de Woonvisie 's-Hertogenbosch is wonen in een sterke stad met leefbare wijken en dorpen. De inzet voor de komende jaren wordt beschreven op basis van vier woonopgaven met de volgende inzet: 1. Passend en betaalbaar wonen voor iedereen. Binnen deze opgave gaat extra aandacht uit naar starters en (lage) middeninkomens. We zetten in op het realiseren van divers en passend woningaanbod, met nadruk op de toenemende groep 1 en 2 persoonshuishoudens. Om de voorraad passend te blijven houden, wordt er een flexibele schil gerealiseerd, voor o.a. spoedzoekers.

Daarnaast is er aandacht voor het huisvesten van specifieke doelgroepen, waaronder ouderen, mensen met een handicap of psychische kwetsbaarheid, maar ook jongeren, starters en studenten. 2. Leefbare en inclusieve buurten De Woonvisie streeft naar eenheid in verscheidenheid. Interventies in nieuwbouw en de bestaande woningvoorraad versterken de buurt en, zorgen voor een divers aanbod. Daarbij is bijzondere aandacht voor de huisvesting van kwetsbare doelgroepen en het stimuleren van nieuwe woonconcepten en bewonersinitiatieven die bijdragen aan ontmoeting, leefbaarheid en veiligheid. 3. Toekomstbestendige en duurzame woningvoorraad De Woonvisie heeft een gezonde, duurzame én flexibel inzetbare woningvoorraad als doel. Een woningvoorraad die ook de toekomstige uitdagingen en veranderende woonwensen aan kan. De opgave ligt hierbij zowel in de nieuwbouw als in de bestaande woningvoorraad. 4. Strategisch innovatief woonprogramma De gemeenteraad heeft als ambitie uitgesproken om 10.500 woningen te realiseren in de periode 2020 – 2030. Daarbij is de ambitie een stedelijke differentiatie over de volgende categorieën:    30

minimaal 30% sociale huur minimaal 20% middenhuur en goedkope koop maximaal 50% dure huur en (middel)dure koop.

Op projectniveau wordt gestreefd wordt naar differentiatie binnen de categorieën. Daarbij is maatwerk in de percentages mogelijk, indien dat bijdraagt aan een leefbare en inclusieve buurt. De nieuwbouw draagt bij aan de aantrekkelijkheid en diversiteit van woonmilieus. Dit door het realiseren van (hoog)stedelijke woonmilieus met hoogbouw, compacte woonvormen en (collectieve) voorzieningen. Maar ook door het mogelijk maken van verdichting en verduurzaming van woonbuurten buiten het centrum en in groenstedelijke woonmilieus. In de dorpse woonmilieus worden ook op kleine schaal woningen toegevoegd. Gemeente 's-Hertogenbosch stimuleert projecten die innovatief en vernieuwend zijn, bijvoorbeeld door circulair te bouwen of door toekomstige bewoners te betrekken en zeggenschap te geven. Daarnaast dienen projecten bij te dragen aan de hierboven genoemde opgaven. Bestuursakkoord 2022-2026 'Slagkracht en ambitie' In het Bestuursakkoord 2022-2026 'Slagkracht en ambitie' is opgenomen dat voor (nog) zachte plannen gestuurd wordt op 70% betaalbare woningbouw. Het gaat daarbij om 30% sociale huur, 30% middenhuur, 10% betaalbare koop en 30% dure huur en koop. Het betreft hier het totale stedelijk programma, op projectniveau kan hiervan worden afgeweken.

Dit project geeft met 24 sociale huurappartementen mede invulling aan de ambitie om 30% van het stedelijk programma in de sociale huur te realiseren. Prestatieafspraken woningcorporaties De vier corporaties waarmee de gemeente 's-Hertogenbosch samenwerkt zijn Zayaz, BrabantWonen, JOOST en Mooiland. De samenwerking tussen gemeente, corporaties en de huurdersvertegenwoordiging (het Stedelijk Huurders Platform) wordt vastgelegd in meerjarige prestatieafspraken. Deze woonvisie is het kader dat de gemeenteraad meegeeft aan het College voor het maken van die prestatieafspraken. Van de woningcorporaties wordt verwacht dat zij verantwoord en maximaal hun financiële ruimte inzetten om bij te dragen aan de maatschappelijke opgaven waarover zij afspraken maken. Ook wordt verwacht van de corporaties dat zij zelf actief inzetten op het zoeken en verwerven van ontwikkelmogelijkheden voor sociale woningbouw, naast de mogelijkheden die we als gemeente bieden. Nuland Nuland wordt aangeduid als een dorps woonmilieu, zie figuur 4.7. In de dorpse woonmilieus zet de gemeente in op het (op kleine schaal) toevoegen van nieuwe woningen. Daarbij hebben initiatieven die een passend aanbod bieden voor de ouderen of juist starters uit de dorpen de voorkeur. Zo ontstaat er ook doorstroming en komt er aanbod voor gezinnen vrij.

De aantrekkingskracht om in de dorpse woonmilieus als Empel, Nuland, Vinkel en Engelen te wonen is groot omdat er een basisniveau aan voorzieningen is en de dorpen goed bereikbaar zijn. Het toevoegen van woningen helpt bij het behoud van het voorzieningenniveau.

Figuur 4.7: Woonwensen en woonmilieus

31

Toetsing Het plan betreft de realisatie van 24 sociale huurappartementen binnen de bebouwde kom van het dorp Nuland. De bouw van sociale huurwoningen draagt direct bij aan de vier woonopgaven in de Woonvisie 2020. Door het toevoegen van betaalbaar en toegankelijk aanbod dat een aanvulling is op de bestaande woningvoorraad van het dorp draagt het plan bij aan 1. 'Passend en betaalbaar wonen voor iedereen' en aan 2. 'Leefbare en inclusieve buurten' maar ook aan 4. 'Strategisch innovatief woonprogramma' waarbij minimaal 25% van het woningbouwprogramma sociale huur moet zijn. Tot slot wordt het nieuwe woongebouw duurzaam, waarmee vanzelfsprekend tegemoet gekomen wordt aan woonopgave 3. Toekomstbestendige en duurzame woningvoorraad (zie paragraaf 5.12). Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het plan aansluit bij de uitgangspunten van de Woonvisie 2020 van de gemeente 's-Hertogenbosch. 4.3.3 Welstand Op 11 oktober heeft de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch besloten om de Maasdonkse Welstandsnota in 2017 en verdere jaren in afwachting van de implementatie in het kader van de Omgevingswet in stand te houden. Om te voorkomen dat voor Nuland en Vinkel geen welstandsbeleid geldt blijft de Maasdonkse Welstandsnota in 2017 en volgende jaren in stand. Dit in afwachting van implementatie van het welstandsbeleid in het kader van de Omgevingswet.

De Welstandsnota van de gemeente Maasdonk uit 2004 is dus nog steeds op Kom Nuland van toepassing. Gebiedsbeschrijving Het historische dorpsgebied Nuland is ontstaan in de 13e eeuw en heeft zich door de tijd heen ontwikkeld van langstraatdorp tot het huidige centrum van de kern Nuland. Het historisch dorpsgebied strekt zich uit van noord naar zuid langs de Kerkstraat, Dorpsstraat en Hoogstraat. De lintbebouwing langs deze straten kenmerkt zich door een grote diversiteit in zowel verschijningsvorm als in functie. Op enkele plaatsen bevinden zich bijzondere bebouwingselementen zoals de kerk en Villa Maasdonk. Toetsing Het woongebouw met 3 bouwlagen, waarvan een uitgevoerd als kap, staat samen met een fietsenstalling op het perceel. Het gebouw staat evenwijdig aan de straat. Er zitten twee verspringingen in de voorgevel. Twee accenten in het dak worden gevormd door zadeldaken die haaks op de voorgevel staan. De gevel wordt uitgevoerd in twee kleuren baksteen, de westelijke zijde wordt in grijze baksteen uitgevoerd en het middenstuk en de oostzijde wordt in bruine baksteen uitgevoerd. De kozijnen zijn licht. Ligging De bebouwing is georiënteerd op de (belangrijkste) straat; de bebouwing is geplaatst in een (licht) verspringende rooilijn op ruime afstand van de weg. Bijgebouwen staan niet op de voorgrond. Massa De bebouwing is individueel en afwisselend (gevarieerd beeld).

Bijgebouwen is ondergeschikt en maakt deel uit van de totale compositie van het gebouw. De massa is geleed, grote gevelvlakken worden doorbroken door middel van geleding van de wand (in materiaal of vorm). Er zijn geen blinde gevels aan de zijde van de openbare ruimte. De bebouwing bestaat uit 3 woonlagen waarvan er een is uitgevoerd in de kap. De nokrichting is wisselend, maar ligt evenwijdig en op twee punten loodrecht aan de straat); Materialen en kleuren De gevels zijn grotendeels uitgevoerd in baksteen. De dakpannen zijn in gebiedseigen kleuren. Het ontwerp is een interpretatie van de gebiedseigen architectuur met eigentijdse materialen. Het materiaal- en kleurgebruik is afgestemd op de belendende panden. Het bijgebouw is in materiaal en kleur afgestemd op de hoofdmassa;

32

Detaillering De detaillering van de begane grond en bovenverdieping zijn op elkaar afgestemd(verticaliteit), de gevel is samenhangend vormgegeven. De raamopeningen zijn verticaal. De vormgeving is afgestemd op de bestaande bebouwingskarakteristiek. 4.3.4 Bomen, water en groen Op 9 maart 2021 heeft de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch de Verordening Bomen, Water en Groen 's-Hertogenbosch 2021' vastgesteld. Deze verordening bestaat uit een drietal onderdelen, namelijk bomen, water en groen en behoort bij de visie ’s-Hertogenbosch Groen en Klimaatbestendig. In de verordening worden regels gesteld over het vellen van houtopstanden (bomen), het lozen van hemelwater en grondwater en het realiseren van groen. Het doel van het stellen van de regels in deze verordening is het beperken van de gevolgen van klimaatverandering. Door de gevolgen van klimaatverandering wordt de gemeente ’s-Hertogenbosch namelijk kwetsbaarder voor verdroging, extreme hitte en extreme neerslag. Verder is sprake van achteruitgang van de biodiversiteit. Ook is het doel van het stellen van de regels in deze verordening het beschermen van bepaalde categorieën houtopstanden, die voor de gemeente van belang zijn. Met de regels in deze verordening kunnen de gevolgen van klimaatverandering beter worden opgevangen en wordt een meer groene en blauwe inrichting van de stad, wijken en dorpen juridisch ook geborgd.

Bomen Wat betreft het onderdeel bomen (houtopstanden) is aangesloten bij het Bomenbeleidsplan 2017. Bomen dragen bij aan een betere wateropvang, leveren schaduw, een hogere luchtvochtigheid en dragen daarmee bij aan verkoeling. Ook dragen bomen bij aan een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving en zijn bepaalde houtopstanden waardevol voor onze leefomgeving. Daarom zijn in deze verordening regels opgenomen om bepaalde categorieën houtopstanden te beschermen. Voor deze categorieën houtopstanden geldt onder meer een vergunningplicht. Zonder een vergunning mogen deze houtopstanden niet worden geveld. In paragraaf 3.6 wordt de Boom Effect Analyse toegelicht. Binnen of nabij het plangebied bevinden zich geen (bijzondere) beschermde bomen of houtopstanden. Per saldo worden er 6 bomen toegevoegd. daarmee wordt voldaan aan het Bomenbeleidsplan 2017. Water Wat betreft het onderdeel water zijn in deze verordening regels opgenomen voor het lozen van grondwater en hemelwater. Door klimaatverandering neemt de kans op onder andere wateroverlast en overstromingen door extreme neerslag toe, maar ook de kans op langdurige periodes van droogte. Om wateroverlast door extreme neerslag te voorkomen en verdroging tegen te gaan is het onder meer van belang dat voldoende waterberging op eigen terrein wordt gerealiseerd.

Daarom is in deze verordening onder meer de verplichting opgenomen om hemelwater op eigen terrein te verwerken, waarbij een hemelwatervoorziening met een bepaalde capaciteit moet worden gerealiseerd. De watertoets wordt gedaan in paragraaf 5.11. Geconcludeerd kan worden dat er binnen het plangebied voldoende mogelijkheden zijn om de benodigde waterbergingsvoorziening van minimaal 150,7 m³ aan te leggen. Groen Wat betreft het onderdeel groen is in deze verordening per gebied een groennorm vastgelegd. Groen biedt een oplossing voor het extremer weer: het zorgt voor verkoeling door betere wateropvang en het leveren van schaduw en een hogere luchtvochtigheid. Ook draagt groen bij aan een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving. Het doel van het opnemen van een groennorm in deze verordening is om te komen tot een klimaatadaptieve, biodiverse en groene omgeving. De kwantitatieve groenscore wordt in paragraaf 5.12.2.1 berekend. De groenscore komt uit op 49%. Dit is ruim hoger dan de minimaal vereiste 40%. Ook de kwalitatieve groenscore wordt berekend. Deze komt 10 punten ook hoger uit dan de norm van 8 punten.

33

34

Hoofdstuk 5 Milieu, waarden 5.1

duurzaamheid

en

Inleiding

Dit hoofdstuk geeft weer hoe milieuaspecten een rol hebben gespeeld bij het opstellen van het voorliggende bestemmingsplan. Tussen milieuaspecten en ruimtelijke ordening bestaat een duidelijke relatie. De milieukwaliteit vormt namelijk een belangrijke afweging bij de ontwikkelingsmogelijkheden van ruimtelijke functies. Bij de besluitvorming over het al dan niet toelaten van een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling, dient onderzocht te worden welke milieuaspecten daarbij een rol kunnen spelen. Het is daarnaast van belang om milieubelastende functies (zoals bedrijfsactiviteiten) ruimtelijk te scheiden van milieugevoelige functies (zoals woningen). Andersom moet in de ruimtelijke ordening nadrukkelijk rekening gehouden worden met de gevolgen van ruimtelijke ingrepen voor het milieu. Milieubelastende of hinderlijke situaties moeten voorkomen worden.

5.2

Bedrijven en milieuzonering

Milieuzonering zorgt voor voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te garanderen naast de zorg dat er voor bedrijven voldoende ruimte voorhanden is om de bedrijfsactiviteiten duurzaam en binnen aanvaardbare voorwaarden (normen) uit te kunnen voeren. 5.2.1 Richtlijn Bij het beoordelen van (binnen het plangebied of elders gelegen) de bedrijven welke invloed hebben op het plangebied, is gebruik gemaakt de VNG-brochure “Bedrijven en Milieuzonering”. De VNG brochure is een richtlijn, vormt geen wettelijk kader maar heeft als gevolg van jurisprudentie de status van pseudo-wetgeving gekregen. Deze richtlijn biedt kaders om milieuzonering goed in ruimtelijke plannen af te wegen. In de VNG-uitgave staan minimale richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar die gebaseerd zijn op een “gemiddeld” modern bedrijf. Deze richtafstanden gelden vanaf de perceelgrens van het bedrijf waar de bedrijfsactiviteiten plaats kunnen vinden (of de opslagvoorziening of installatie) tot aan de gevel van woningen in een 'rustige woonwijk'.

Indien het bedrijf afwijkt door grootte, technische voorzieningen, afschermingen et cetera is het mogelijk om gemotiveerd af te wijken van de (indicatieve) afstanden. De grootste van de vier VNG-richtafstanden (voor geur, stof, geluid of gevaar) is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieu-categorie. De milieucategorie van een bedrijf kan variëren van 1 (een licht bedrijf, met een hinderafstand van 10 meter) tot 6 (een zeer zwaar bedrijf, met een hinderafstand van 1500 meter).

35

5.2.2 Beoordeling Het plangebied wordt gekenmerkt als een 'gemengd gebied' gezien de vele verschillende functies (bedrijven en voorzieningen) in de directe omgeving. Er wordt niet uitsluitend gewoond waardoor geen sprake is van een "rustige woonwijk'. Bedrijven In het plangebied van het bestemmingsplan 'Kom Nuland' bevinden zich alleen bedrijven in milieucategorie 1, 2 of 3 volgens de VNG-uitgave "Bedrijven en milieuzonering" uit 2009. Zwaardere bedrijven komen niet voor. Het plangebied bevindt zich aan de Kloosterstraat in het noorden van Nuland. In de buurt van het plangebied bevinden zich 5 bedrijfsbestemmingen (1, 2, 3, 4 en 6), zie figuur 5.1. Deze bedrijfsbestemmingen liggen alle 5 op meer dan 100 meter van het plangebied. De maximale richtafstand die een bedrijf met milieucategorie 3 kan hebben, is binnen een gemengd gebied 50 meter. Het plangebied ligt dus niet binnen de richtafstanden van een van deze bedrijven. De supermarkt (nr. 5) heeft standaard een richtafstand van 30 meter ten behoeve van geluid. De bebouwing langs de Kerkstraat kan aangemerkt worden als een gemengd gebied. Hierdoor geldt nog een richtafstand van 10 meter. Het plangebied ligt op circa 85 meter afstand, dit is ruim voldoende.

Figuur 5.1: Bedrijfsbestemmingen rondom plangebied, met marker aangeduid (Bron: ruimtelijkeplannen.nl) 36

Maatschappelijke voorzieningen en interieurhandel Het plangebied wordt omringd door een woonzorgcomplex aan de linkerzijde, een buurthuis aan de rechterzijde, een kerk ten noorden en daartussen een interieurhandel. Ondanks dat de percelen van het woonzorgcomplex, het buurthuis en de interieurhandel direct grenzen aan het perceel van het plangebied, bestaat er voldoende afstand tussen de bouwvlakken. Hierbij is het bouwvlak gebaseerd op de schets uit figuur 3.1 als maatgevend genomen voor het plangebied. Aangezien er buiten de bouwvlakken niet gebouwd mag worden, zijn deze afstanden leidend. De afstanden zijn weergegeven in onderstaande tabel en corresponderen met de nummers op figuur 5.2. Tabel 5.1: Afstanden plangebied tot omliggende voorzieningen Voorzieningen

VNG categorie

VNG richtafstand (meter) Werkelijke afstand 1 afstandstap minder i.v.m. meters tussen gemengd gebied bouwvlakken

1. Woonzorgcomplex

2 --> 1

30 --> 10

10,25

2. Buurthuis

2 --> 1

30 --> 10

9,45

3. Interieurhandel

2 --> 1

30 --> 10

33

5. Kerk

2 --> 1

30 --> 10

64

in de

Het woonzorgcomplex, de interieurhandel en de kerk worden niet belemmerd door de realisatie van de 24 sociale huurappartementen aan de Kloosterstraat. De afstand tussen het nieuwe woongebouw en het buurthuis is ongeveer 8,3 en voldoet daarmee niet aan de aan te houden richtafstand van 10 meter. Deze aan te houden afstand is ingegeven vanuit het aspect geluid, en dat heeft voornamelijk betrekking op buitenspelende kinderen. Het betreffende buurthuis biedt onderdak aan de naschoolse opvang Joepie, de Klepel en de Stichting Jeugdbelangen. In het gebied tussen het buurthuis en aangrenzend aan het plangebied en het nieuwe woongebied bevinden zich geen ruimten waar kinderen spelen en geluid maken. Het speelterrein is voorzien aan de oostzijde van het buurthuis. Er zal om die reden ter plaatse van het nieuwe woongebouw, geen sprake zijn van geluidsoverlast van het buurthuis. Het buurthuis zelf zal door de realisatie van het nieuwe woongebouw, niet worden belemmerd in de bedrijfsvoering.

Figuur 5.2 - Afstand sportvelden, maatschappelijke voorziening en nutsvoorziening t.o.v. plangebied 37

Gilde / schietvereniging Volgens de VNG-publicatie valt het Gilde Sint Antonius Abt aan de IJzerkampen 22 (nr. 4) binnen de categorie 'schietinrichtingen, buitenbanen met voorzieningen: schietbomen’ met een richtafstand van 300 meter voor geluid. (Paragraaf 5.5 gaat in de beoordeling van mogelijke lichthinder conform de VNG-publicatie.) Het beoogde appartementengebouw bevindt zich op circa 35 meter afstand. Omdat niet wordt voldaan aan de richtafstand voor geluid is in een akoestisch onderzoek onderzocht of ter plaatse van het beoogde appartementengebouw sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en of het gilde niet in haar belangen wordt geschaad. Het akoestisch onderzoek naar het effect van industrielawaai vanwege het gilde is als Bijlage 1 bij deze toelichting opgenomen. Hieruit volgt: 1. Het gilde voldoet aan de grenswaarden voor geluid uit het Activiteitenbesluit. 2. Het gilde door het beoogde appartementengebouw niet in haar belangen wordt geschaad. 3. Tijdens de incidentele bedrijfssituaties (evenementen en buiten oefenen met tamboeren en bazuinblazen) sprake kan zijn van geluidhinder in de omgeving. In de representatieve bedrijfssituatie sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van bestaande en beoogde woningen.

Alleen ter plaatse van enkele beoordelingspunten wordt niet voldaan aan de grenswaarden van 50/45 dB(A) in de dag/avondperiode voor herhaald hoorbare knallen: de grenswaarde wordt met 3 dB(A) overschreden ter plaatse van bestaande woningen en met 5 dB(A) ter plaatse van het maatgevende nieuwe appartement. De voormalige gemeente Maasdonk heeft echter de 'Verordening Traditioneel Schieten gemeente Maasdonk' vastgesteld waarin de volgende grenswaarden waren opgenomen:  Lknal (enkelvoudige knal): 70 dB(A) tussen 07.00 en 23.00 uur  Lr (herhaald hoorbare knallen): 59 dB(A) tussen 07.00 en 23.00 uur Aan deze grenswaarden wordt ruimschoots voldaan. De huidige gemeente ’s-Hertogenbosch heeft geen nieuwe verordening waarin grenswaarden voor het geluid afkomstig van traditioneel schieten zijn opgenomen, maar: De bestaande situatie levert geen klachten in de omgeving op de geluidbelastingen op de bestaande woningen zijn vergelijkbaar met de geluidbelastingen op de beoogde woningen.  De activiteiten van het gilde zijn in de tussentijd niet toegenomen. Voorheen was sprake van geweerschieten in de avondperiode. Dat is niet langer het geval  Het aantal schoten en de schiettijden van het gilde kunnen worden vastgelegd, bijvoorbeeld door middel van maatwerkvoorschriften, om te voorkomen sprake is van meer geluidhinder dan in de huidige situatie het geval is.

 De toekomstige bewoners van het appartementengebouw kunnen voorafgaand aan hun keuze zich daar te vestigen worden geïnformeerd over de aanwezigheid van het gilde en haar activiteiten, waarbij de beschrijving van de bedrijfssituaties van het gilde uit dit akoestisch onderzoek gebruikt kan worden. Gelet op het bovenstaande zijn er wat betreft geluid geen knelpunten voor de gewenste bedrijfsvoering van het gilde en voor het beoogde appartementengebouw. 

5.2.3 Conclusie De belangen van de bedrijven, maatschappelijke voorzieningen, de interieurhandel en het Gilde zullen niet worden geschaad door de realisatie van de sociale huurappartementen aan de Kloosterstraat. De afstanden tot bedrijven, de nutsvoorziening en de sportvelden voldoen aan de VNG-richtlijn. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de realisatie van de woningen.

38

5.3

Geluid

Bij een ruimtelijk plan dient rekening te worden gehouden met geluidsbronnen en de mogelijke hinder of overlast daarvan voor mensen. De beoordeling van het aspect geluid in ruimtelijke plannen vindt zijn grondslag in vooral de Wet geluidhinder en Wet milieubeheer. Daarnaast vindt de beoordeling zijn grondslag in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), op grond van een “goed woon- en leefklimaat”. Het aspect geluid kent voor geluidsgevoelige bestemmingen (zoals woningen) afhankelijk van typen geluidsbronnen een wettelijk kader die van belang zijn bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Zo zijn in de Wet geluidhinder voor geluidsgevoelige bestemmingen (als woningen) grenswaarden opgenomen voor industrielawaai, wegverkeerlawaai en spoorweglawaai. Het stelsel is gericht op het voorkomen van nieuwe geluidgehinderden. 5.3.1

Weg- en railverkeerslawaai

5.3.1.1 Wettelijk kader Wet geluidhinder In de Wet geluidhinder is bepaald dat elke (spoor)weg van rechtswege een zone heeft. De breedte van deze zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging van de weg dan wel de hoogte van het geluidproductieplafond naast het spoor. Indien de geluidgevoelige bestemmingen gelegen zijn in de zone van de (spoor)weg, is een akoestisch onderzoek noodzakelijk en dient de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting in acht te worden genomen. Een overschrijding van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting is na afweging van geluidsreducerende maatregelen toegestaan tot de maximaal te ontheffen geluidsbelasting. Indien op basis van overwegende bezwaren de geluidsbelasting op de geluidsgevoelige bestemming onvoldoende of niet kan worden gereduceerd, kan het college van burgemeester en wethouders een hogere waarde vaststellen. Bij ontheffing van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting kan een nader akoestisch onderzoek noodzakelijk zijn ten behoeve van het woon- en leefklimaat in de woning. In de directe omgeving van het plan zijn meerdere wegen met een toegestane maximumsnelheid van 30 km/uur gelegen. Dergelijke wegen hebben volgens de Wet geluidhinder geen zone. In het kader van een goede ruimtelijke ordening en op basis van jurisprudentie is een akoestisch onderzoek naar het woon- en leefklimaat ten gevolge van deze wegen benodigd.

Voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat wordt aangesloten bij de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting uit de Wet geluidhinder. Voor de nabijgelegen 30 km/uur wegen kunnen vanwege het ontbreken van een zone geen hogere waarden worden vastgesteld. Geluidbeleid gemeente 's-Hertogenbosch Volgens het “Gebiedsgericht geluidbeleid” zijn voor verschillende gebieden geluidambities vastgelegd. De nieuwe woningen bevinden zich in gebiedstype “dorps landelijk”. Voor het gebied “dorps landelijk” geldt voor wegverkeerslawaai een ambitieniveau met een bandbreedte van 38 tot en met 43 dB (rustig) en een bovengrens van 43 tot en met 48 dB (redelijk rustig). Voor railverkeerslawaai geldt een ambitieniveau met een bandbreedte van 45 tot en met 50 dB (rustig) en een bovengrens van 50 tot en met 55 dB (redelijk rustig). Het document “Nota Hogere Grenswaarden Geluid” is opgesteld door de gemeente ’s-Hertogenbosch. De Nota beschrijft onder welke voorwaarden afgeweken kan worden van de gekozen ambitie en hoe de bevoegdheid tot het vaststellen van hogere grenswaarden wordt ingevuld. Het vaststellen van een hogere waarde boven de bovengrens tot aan de maximaal te ontheffen geluidsbelasting is in beperkte situaties mogelijk. De gemeente hanteert hierbij de regel dat een goed akoestisch woon- en leefklimaat in de woning moet worden gegarandeerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12387172/1