CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Verslagen ontwerpateliers 20 april en 10 mei 2023

Gemeenteraad 20 september 2023, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: MER-varianten en proces Duurzame Polder10.523 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Atelier 20 april | Terugkoppeling Datum Tijd Locatie

20 april 2023 18.30 - 22.00 u Fletcher hotel Oss

Ontwerpatelier Duurzame Polder | 20 april

Belanghebbenden uit de omgeving worden op verschillende manieren betrokken in het ontwerpend onderzoek voor de Duurzame Polder. We organiseren bij elke stap brede bijeenkomsten voor alle belangstellenden en daarnaast ontwerpateliers met een kleinere groep vertegenwoordigers van belangenorganisaties en bewonersgroepen. Het eerste ontwerpatelier vond plaats op maandagavond 12 december 2022. Het tweede atelier op 20 april 2023. Het ontwerpatelier werd geleid door procesbegeleider Hanneke Stenfert (Open Kaart). Gedurende de avond zijn diverse vragen gesteld. Deze vragen en antwoorden zijn terug te vinden in bijlage II. 1 | Introductie op het atelier Brede verkenning van mogelijkheden

Hanneke Stenfert opent de avond. Ze licht toe waar we momenteel staan en waar we naartoe werken met elkaar. De afgelopen maanden hebben we in de breedte verkend wat mogelijk is in de Duurzame Polder. Het resultaat van deze fase is een tussenrapport met 16+8 varianten voor de Duurzame Polder. Voor deze varianten is een quick scan milieu gedaan, om een eerste indruk te krijgen hoe de varianten scoren op milieuaspecten zoals geluid. Het tussenrapport en de quick scan zijn hier terug te vinden. Geleerd waar we rekening mee moeten houden vanuit diverse belangen

Door allerlei varianten te tekenen, konden we concreet in gesprek met belanghebbenden over de toekomst van de Duurzame Polder. In deze gesprekken hebben we geleerd waar we rekening mee moeten houden vanuit verschillende belangen, zo geeft Hanneke aan.

Toewerken naar een kleiner aantal varianten

Tot de zomer werken we toe naar een kleiner aantal varianten. Voor deze vier a vijf varianten zal in de zomermaanden een milieueffectenrapportage (MER) worden gemaakt, waarin het effect van de varianten op het milieu wordt berekend. Na de zomer, wanneer de MER gemaakt is, werken we toe naar één voorkeursalternatief. Hanneke benoemt dat we hierbij niet één van de varianten hoeven te kiezen, maar dat we opnieuw mogen recombineren, aanpassen en doorontwerpen om tot een uiteindelijk voorstel te komen.

Belang van ateliers: waar kunnen we belangen bij elkaar brengen?

Het is essentieel dat vertegenwoordigers van belangenorganisaties en bewonersgroepen ook in deze fase betrokken zijn en bijdragen aan het maken van de vier a vijf varianten. We staan na het verkennen van de belangen in de vorige fase, nu namelijk voor de uitdaging om te onderzoeken hoe we deze diverse belangen bij elkaar zouden kunnen brengen. De vier a vijf varianten moeten belangen combineren waar dat kan en de keuzes in beeld brengen waar dat niet kan. De ontwerpateliers zijn dé plek waar de verschillende belangen vertegenwoordigd zijn en mensen met verschillende belangen dus met elkaar in gesprek kunnen. Voor ons als ontwerpers zijn deze gesprekken van groot belang om tot goede varianten te komen, zo geeft Hanneke aan. Ze herhaalt daarbij de spelregels die ook op 12 december besproken zijn. Ten eerste: dat je meedenkt over de Duurzame Polder betekent niet dat je het met alle uitkomsten eens hoeft te zijn; je behoudt altijd je democratische rechten, bijvoorbeeld om bezwaar te maken. Tegelijkertijd is het voor een effectieve dialoog tussen belanghebbenden noodzakelijk dat er voldoende veiligheid is om gedachten te uiten en ideeën uit te proberen aan de ontwerptafel, zonder dat je daar op een ander moment op afgerekend wordt. Tot de zomer: 2 ateliers

Omdat het gesprek tussen belanghebbenden zo van belang is in deze fase, organiseren we niet één maar twee ateliers. Naast deze avond is er ook een atelier op 10 mei. Ook beginnen we wat eerder op de avond, zodat we voldoende tijd hebben met elkaar. Doel atelier 20 april

Het doel van dit atelier, zo besluit Hanneke haar introductie, is het gezamenlijk delen en doorgronden van de inzichten die we hebben opgedaan in de brede verkenning van varianten (1). Vanuit deze inzichten praten we door over hoe de denkrichtingen verbeterd kunnen worden (2). We dagen deelnemers daarbij nadrukkelijk uit mee te denken hoe hun belang beter vorm kan krijgen in de denkrichtingen en hoe we belangen kunnen combineren. 2 | Delen van inzichten uit brede verkenning A. Inzichten uit het ontwerpend onderzoek (tussenrapport)

Landschapsarchitect Pieter Schengenga (H+N+S) deelt de inzichten die hij heeft opgedaan in de vorige fase, de brede verkenning van mogelijkheden. Hij benoemt daarbij nogmaals kort de resultaten: 4 denkrichtingen en 16+8 varianten voor turbinesopstellingen. Enkele inzichten zijn: • Het gevraagde aantal van 16 turbines aan de Bossche kant laat weinig keuzeruimte over binnen het zoekgebied. Daarom zijn er ook varianten gemaakt met minder turbines, om te laten zien wat dat ruimtelijk oplevert. • Om de energieopgave van Oss te realiseren is niet het hele zoekgebied nodig, hier valt dus meer te kiezen. Al leidt het schuiven met turbines al snel tot spanning tussen natuur versus (extra) afstand tot de dorpen. • Het maken van een regelmatige opstelling van turbines blijkt bijzonder lastig, zeker als we ook rekening houden met andere dan de harde belemmeringen. • Aansprekende onderdelen uit de denkrichtingen zijn vaak niet één op één verbonden aan de manier van opstellen van de windturbines. Veel gewaardeerde elementen zouden in alle varianten terug kunnen komen.

•

•

•

Het beeld van ‘integraliteit’ blijkt erg verschillend onder belanghebbenden. Voor de een is het veel te integraal, voor de ander nog lang niet integraal genoeg. Hoe gaan we hiermee om? Veel mogelijkheden die de polder kunnen verbeteren vanuit het oogpunt van omwonenden (versterking landschap, recreatie(routes), natuur) passen bij een duurzame integrale ontwikkeling, maar kosten ruimte die ook nodig is voor verduurzaming van de landbouw. Wat is de juiste balans? De verduurzamingsplannen uit de landbouwsector zelf zouden de gebiedskwaliteiten kunnen versterken; dit onderzoeken we in de komende fase graag.

Naast zijn eigen inzichten, benoemt Pieter ook kort enkele inzichten die we hebben opgedaan tijdens de brede bijeenkomsten in januari en februari, waarin alle belanghebbenden en belangstellenden welkom waren om mee te denken over de conceptvarianten. De presentatie van Pieter is hier terug te vinden. B. Inzichten uit de quick scan milieu

Michelle Vanderschuren (Witteveen+Bos) heeft de quick scan milieu gemaakt voor de 16+8 varianten uit het tussenrapport. Ook zij deelt de inzichten die met de quick scan zijn opgedaan. Ze noemt o.a.: • Dat variant 4 van denkrichting 1 en extra variant 6 niet realistisch uitvoerbaar zijn op basis van eisen rondom geluid. • Dat de varianten met name onderscheidende effecten hebben op de aspecten leefomgeving, natuur en water. • Dat voor het aspect natuur nog te weinig kennis aanwezig is, daarom wordt nu aanvullend onderzoek m.b.t. tot o.a. weidevogels gedaan. • Dat voor alle varianten aandachtspunten gelden voor het vervolg. Het betreft in ieder geval: natuur (gebieds- en soortenbescherming), slagschaduw, veiligheid (laagvlieggebied), archeologie en landschap. De presentatie van Michelle is hier terug te vinden. C. Inzichten uit de gemeenteraden

De tussenresultaten van de brede verkenning zijn ook in de gemeenteraden van Oss en ’sHertogenbosch besproken. Mechtild Linssen (gemeente Oss) deelt inzichten uit Oss: Mechtild vertelt dat de raad is gevraagd per denkrichting aan te geven wat daarin aanspreekt. Dat heeft bijna geen enkele fractie gedaan. Alleen algemene uitspraken zijn gedaan, zoals: • ‘voor alle denkrichtingen is wel wat te zeggen.’ • ‘denkrichting 1 spreekt het meeste aan, omdat die aan meerdere belangen tegemoetkomt, zoals concentratie van de windturbines op afstand van de Maasdorpen en ruimte voor innovatieve landbouw.’ De fracties hebben er o.a. moeite mee dat niet altijd de bestuurlijke kaders zijn gerespecteerd. Maar voor een Raad van State-proof voorkeursalternatief, moet breed verkend zijn wat de wettelijke mogelijkheden voor turbineplaatsing zijn en wat daarvan de milieueffecten zijn, om daarna een goed onderbouwd voorkeursalternatief te kunnen

vaststellen. Dus ook voor de het MER moeten we toewerken naar vier of vijf varianten die ook buiten de bestuurlijke kaders gaan. De fracties hebben een paar belangrijke dingen gezegd om rekening mee te houden bij het trechteren naar vier of vijf varianten voor het MER: • de Osse polder is kwalitatief goed agrarisch productiegebied; dit moet zo blijven en dat is goed te combineren met windturbines; • de varianten die het MER ingaan moeten financieel haalbaar zijn voor het windcollectief; de ene fractie pleit daarom voor meer opwek, de andere houdt vast aan 0,514 PJ; • goed nagedacht moet worden over manieren om de agrarische- en natuurbelangen bij elkaar te brengen; daarbij worden weidevogels en biodiversiteit expliciet als natuurbelangen genoemd. Je zou kunnen zeggen dat de Osse raad ons oproept om toe te werken naar varianten waarin alle belangen zo goed mogelijk gecombineerd worden, zodat de raad straks een voorkeursalternatief kan vaststellen waarin iedereen een stukje van zichzelf terugziet. Jelle Helming deelt inzichten uit ’s-Hertogenbosch: Jelle vertelt dat de fracties in ’s Hertogenbosch zich wél hebben uitgesproken over de denkrichtingen. De groene partijen, zoals Groen Links, De Groenen en D66 volgen de brief die natuurorganisaties gezamenlijk hebben opgesteld, waarin ze hun voorkeur voor denkrichting 3 uitspreken. Volt wil het thema biodiversiteit meegenomen hebben.

Bij een aantal andere partijen spreekt denkrichting 1 het meest aan vanwege de concentratie in het midden, weg van de kernen. Sommige partijen vinden veel energieopwek en ruimtelijke/landschappelijke kwaliteit belangrijk. Landbouw wordt niet veel genoemd. Gewoon Gedreven komt waarschijnlijk met een motie om de belemmeringenkaart leidend te maken in het proces. Voor Den Bosch komt misschien ook met een motie, waarover is niet benoemd. Belangrijk is op te merken dat de coalitiepartijen geen duidelijke voorkeur hebben uitgesproken voor één van de vier denkrichtingen. Dat geeft ruimte voor de volgende fase van het ontwerpend onderzoek. De opiniërende avond in Oss is hier terug te kijken. De opiniërende avond in ’s-Hertogenbosch is hier terug te kijken.

D. Aanvullen van inzichten door deelnemers atelier

Hanneke vraagt ook de deelnemers van het atelier hun inzichten uit de vorige fase te delen. Iedere deelnemer krijgt de kans een nieuw inzicht te delen (geel) alsmede een inzicht dat nog ontbreekt te benoemen (rood). De ingebrachte inzichten en vervolgvragen zijn te vinden in bijlage I.

3 | Toelichting op kaders MER Presentatie Michelle Vanderschuren (Witteveen+Bos)

Om scherp te krijgen waar we naartoe werken, is het van belang inzicht te hebben in wat nodig is voor een goede milieueffectenrapportage (MER). Michelle van Witteveen+Bos ligt enkele kaders toe: • Michelle vertelt dat een MER een wettelijk verplicht onderzoeksrapport is voor projecten met grote milieueffecten. • Doel van een MER is dat milieueffecten een rol spelen bij een politiek besluit. • Meerdere varianten moeten het speelveld in beeld brengen. Het MER geeft inzicht in de milieueffecten van de verschillende opties. • In het MER worden geen keuzes gemaakt. Er worden enkel argumenten en onderbouwingen vanuit milieuoogpunt inzichtelijk gemaakt. Het maken van keuzes, dat doet de politiek. De politiek kan in haar afweging naast milieuaspecten ook andere overwegingen meenemen. • Het is gebruikelijk in een MER te werken met plaatsingszones voor turbines. Daarin hoeft de locatie van de turbines nog niet tot in detail geduid te worden (en hoeven we nog niet precies te weten of een turbine op de grond van eigenaar A of B komt). In de MER voor de duurzame polder zullen we waarschijnlijk ook met plaatsingszones werken. • We komen tot vier a vijf varianten voor het MER op basis van: o 1 | Uitgangspunten: voorwaarden waaraan de varianten moeten voldoen, zoals het bereiken van de energiedoelstelling.

o 2 | Uitsluitende criteria: gebieden waar het vanuit wetgeving niet mogelijk is om een windturbine te plaatsen. o 3 | Sturende principes: dit zijn inrichtingsprincipes die naar verwachting leiden tot onderscheidende effecten tussen de varianten. Te denken valt bijvoorbeeld aan:

Een opstelling/plaatsingszone die aansluit bij de gemaakte bestuurlijke afspraken (zoals 1 en 2 km contour tot kernen en plaatsen van 16 turbines op grondgebied van ’s-Hertogenbosch). § Een opstelling/plaatsingszones die bijdraagt aan de maximalisatie van de energieopwek in de polder. § Clustering van turbines in het hart van de polder. § Lijnopstelling/plaatsingszone die de structuur van het landschap volgt. § Een opstelling/plaatsingszone die hinder voor omwonenden beperkt (door de turbines bijv. buiten de 45 dB contour rondom woningen te plaatsen) § Een opstelling/plaatsingszone die beschermde natuurgebieden en plasdrasgebieden vermijdt. o Het ligt voor de hand dat in ieder geval één van de varianten binnen de bestuurlijke kaders ligt. Door daar onderscheidende varianten naast te zetten kan goed worden bekeken hoe die uitpakt, als alle aspecten, waaronder de milieueffecten, in ogenschouw worden genomen. Na de zomer wordt in het ontwerpend onderzoek toegewerkt naar een voorkeursalternatief. Ook daarvoor zal uiteindelijk een MER gemaakt worden. De initiatiefnemers kunnen vervolgens een vergunning aanvragen voor de plaatsing van windturbines waarvan de milieueffecten niet erger zijn dan de worst case in deze MER beschreven. §

•

De presentatie van Michelle is hier terug te vinden. 4 | Volgende ontwerpstap: op weg naar enkele varianten A. Voorkeuren m.b.t. huidige denkrichtingen en varianten in beeld

Na het delen van de inzichten gaan we verder in gesprek over de denkrichtingen en varianten. Ter introductie op de gesprekken aan de ontwerptafels worden de deelnemers gevraagd hun huidige voorkeuren wat betreft denkrichtingen en varianten aan te geven. Welke denkrichtingen en welke varianten lijken het meest verenigbaar met jouw belang? Elke deelnemer krijgt twee groene post-its om de voorkeursdenkrichting en voorkeursvariant aan te geven. Elke deelnemer krijgt daarnaast twee blauwe post-its om de tweede keus in denkrichtingen en varianten een te geven. Dit geeft het volgende beeld.

B. Doorontwerpen aan denkrichtingen en varianten: gespreksronde 1

Vervolgens zijn we in groepen uiteengegaan om door te sparren over de denkrichtingen en varianten. De deelnemers zijn in vier groepen verdeeld met de vraag: welke denkrichting zou volgens jou nog wel een stuk beter kunnen? De deelnemers kregen de vragen mee: hoe kunnen we jouw belang beter inbrengen in deze denkrichting (1)? En hoe kunnen we belangen beter combineren (2)? C. Doorontwerpen aan denkrichtingen en varianten: gespreksronde 2

In de tweede ronde was er ruimte door te ontwerpen aan een tweede denkrichting naar keuze.

Hieronder staan de notities die in de groepsgesprekken zijn gemaakt. Er heeft nog geen verwerking of interpretatie plaatsgevonden: Inbreng t.b.v. doorontwikkeling van denkrichting 1 Ontwerper: Tim de Weerd (H+N+S), notulist: Mechtild Linssen (Oss) • Deelnemers geven aan dat het goed is de windturbines te clusteren, zodat je de rest van het gebied heel kunt houden. • Houd de turbines in ieder geval ten zuiden van de Gewandeweg. • Houd ter plekke van de Hertogswetering aan beide kanten van de gemeentegrens dezelfde afstand aan. o Toevoeging na bespreking verslag in atelier 10 mei: Deze opmerking wat betreft afstand tot de Hertogswetering geldt niet alleen voor denkrichting 1, maar voor alle denkrichtingen en varianten. De turbines aan Bossche kant hebben - als ze te dicht bij de Hertogswetering staan - effect op de plaatsingsmogelijkheden en opbrengst van turbines aan de Osse kant. Het is daarom eerlijker voor een

•

• • • •

• • • • • •

•

•

opstelling te gaan waarbij een gelijke afstand aan beide kanten van de Hertogswetering wordt aangehouden. De bestaande varianten bij deze denkrichting gaat uit van zo optimaal benutten van het deel ten zuiden van Hertogswetering (gemeente Den Bosch), maar daardoor schuiven de turbines aan de kant van Oss noordwaarts (door onderlinge minimale afstand ten opzichte van elkaar): dus graag ook een variant waarin de turbines aan de kant van Oss zoveel mogelijk richting Hertogswetering worden geplaatst (dit gaat dan ten koste van het aantal op te stellen turbines). Jammer dat de politiek van Den Bosch uitgaat van 16 windturbines; dat hadden ze nooit moeten doen; het gaat om de hoeveelheid opwek. De provincie sluit windturbines in Natuur Netwerk Brabant-gebied uit; de vraag is wat de provincie doet als deze (verbeterde) variant het meest gewenst wordt? De Duurzame Polder is het laatste weidevogelgebied van Noord-Brabant. Het is principieel onjuist te denken dat plasdrasgebied naar de uiterwaarden verplaatst zou kunnen worden; die zijn niet geschikt voor weidevogels; daar moet dan een andere plek voor gevonden worden, maar hoe makkelijk vogels kunnen verhuizen is niet bekend. Twee eendenkooien met een lange historie zomaar opofferen vinden de deelnemers onjuist.

Als het gebied naar het oosten wordt uitgebreid voor grootschalige landbouw met windturbines kunnen NNB-gebied en eendenkooien wellicht behouden blijven. Zachte overgangen aan de randen worden positief beoordeeld. Deze denkrichting is het beste voor de mensen, mits de turbines aan de Bossche kant niet ten zuiden van de Hoefgraaf worden geplaatst. Vanuit landbouwperspectief wordt aangevuld dat het grote open gebied beschikbaar moet blijven voor de landbouw. de agrariërs hebben ontwikkelruimte nodig, bijvoorbeeld voor: o mestbewerking: mest wordt uitgereden nadat het aan de bron gescheiden is. Wat stoort is dat er grenzen worden gesteld aan de hoeveelheid mest die mag worden uitgereden (ongeacht of deze aan de bron gescheiden is). Daardoor moet koemest gedeeltelijk worden afgevoerd en moet kunstmest worden ingekocht. Dat is duurder en slechter voor het milieu in plaats van beter; o gras als voer voor melkvee: gras is het goedkoopste voedsel. Als onvoldoende gras kan worden gezaaid en geoogst, moet uit Zuid-Amerika voer worden ingekocht. Dat is ook weer duurder en niet milieuvriendelijker; Elke boer mag slechts 1,5 ha bebouwen, ongeacht de grootte van het perceel. Dat stoort, want zo kunnen geen extra stallen worden gebouwd, zodat ze minder dicht op elkaar staan. En zo is er geen ruimte voor mestverwerking op eigen terrein.

In hoeverre zien boeren kansen voor gezamenlijke stroken langs sloten met rijkere vegetatie voor meer biodiversiteit? ‘Met (kostendekkende) subsidie van de provincie wordt extensief beheerd gras gezaaid met meer kruiden; dat is geschikt voer voor jongvee, maar niet voor melkvee.’

Inbreng t.b.v. doorontwikkeling van denkrichting 2 Ontwerper: Pieter Schengenga (H+N+S), notulist: Jelle Helming (’s-Hertogenbosch) • Vanuit belanghebbenden uit de Maasdorpen wordt ingebracht dat deze variant beter zou kunnen door de turbines op Oss grondgebied iets naar het zuiden te laten zakken of er een paar te laten vervallen, zodat ze minder dicht bij de kernen aan de noordzijde van de polder komen, met name vanwege impact op gezondheid. Mogelijk oplossing: 1 a 2 turbines in zuidoosthoek plaatsen, of een aantal meer direct ten noorden van de Hertogswetering. • Belanghebbenden m.b.t. natuur brengen in dat slechts één denkrichting het areaal aan weidevogelgebied uitbreidt. Dit zou in alle denkrichtingen moeten zitten. Er moet ruimte zijn voor meer, niet alleen voor het behouden van huidige kwaliteiten. • Primair agrarisch gebied gaat prima samen met weidevogelbeheer. • Wat betreft compensatie van weidevogelgebieden: de uiterwaarden zijn daarvoor ongeschikt. • De kracht van denkrichting 3 is dat het behoud wat er nu is. Het is een kwaliteit dat het gebied nu ook een soort mozaïek is wat betreft weidevogelgebieden. Wellicht is het mogelijk in deze denkrichting om ook wat verspreide gebieden neer te leggen voor weidevogels, ten zuiden van de wetering. • De concentratie van weidevogelgebieden werkt niet voor alle soorten.

• Sluit de rest van de polder niet uit voor weidevogels. • Is het een idee om per turbine een aantal hectare weidevogelgebied in de directe omgeving te realiseren? • Ontwikkel voor de hele polder een teeltplan. Maak compensatie aantrekkelijk voor de agrarische ondernemer, inclusief kosten en opbrengsten van activiteiten als agrarisch natuurbeheer, windturbines enzovoort én onderlinge verrekening. • Vanuit het agrarisch perspectief wordt ingebracht om zeer zuinig te zijn op landbouwgrond. Als je alle plas-dras maakt, gaat dat ten koste van grasland. Belangrijk is de levensvatbaarheid van boerenbedrijven en dus voederproductie binnen het eigen bedrijf. • Noem weidevogelgebieden geen natuur, maar agrarische natuur. Als het puur natuur is, gelden strengere regels. • De totale populatie aan weidevogels in het gebied mag niet afnemen. • Compensatie in de hele polder is wellicht een mogelijkheid voor agrariërs, maar dan alleen tegen goede vergoeding. • Van de Groote Wielen wordt ingebracht dat een klimaatbos zeer gewaardeerd zal worden. • Vanuit kansen voor biodiversiteit wordt een rijke natuurrand langs de dorpen genoemd. Ook oevers langs sloten zijn kansrijk vanuit biodiversiteit bezien. • Het idee wordt geopperd een fijnmazig natuurnetwerk te realiseren, met de Hertogswetering als belangrijke ader. Sloten krijgen natuurvriendelijke oevers met randen op agrarische gronden.

De rand varieert dan. De boer raakt dan een deel van z’n

land kwijt – dit compenseren via subsidie of via molens. Dit is een stimulans voor transitie landbouw. Inbreng t.b.v. doorontwikkeling van denkrichting 3 Ontwerper: Reinout Crince (’s-Hertogenbosch), notulist: Michelle Vanderschuren (Witteveen+Bos) • Deze denkrichting wordt als mikado ervaren • In het zuiden is sprake van een kleinschalig landschap. Het is niet voor iedereen duidelijk wat daarvan precies de waarde is en waarom dat in het zuidelijke deel een plek heeft. • Het klimaatbos in het Bossche deel wordt gemist. Bomen kunnen zicht en geluid wegvangen. Het klimaatbos kan ingezet worden als buffer langs de rand van de polder, ‘een rijke rand’. Een aantal bomenrijen kan al voldoende zijn; het doel is het wegnemen van het zicht op de turbines. Indien bomen ook iets betekenen in het verminderen van geluid, is dat ook mooi. • Daarbij wordt de vraag gesteld of een bomenrij het landschap niet te gesloten maakt. Zou je hier en daar geen doorzichten willen om de karakteristiek van het gebied te behouden? • Populieren en wilgen passen bij de karakteristiek van het landschap. • Als je ervoor kiest de openheid in het landschap niet te behouden, dan kan voor meer opgaande beplanting in de polder worden gekozen. Dit gaat echter minder goed samen met weidevogels en cultuurhistorie.

• Een aantal deelnemers zou niet blij zijn als de openheid verloren gaat; dat is de doodsteek voor weidevogels. • Mogelijkheden voor recreatie in het midden van de polder worden in vraag gesteld. Volgens sommige deelnemers is dit een utopie. Het waait er hard, niet fijn om onder turbines te lopen. Je zou ook kunnen stellen dat de afwezigheid van recreatie in het midden een kwaliteit is. Dat geeft meer ruimte aan behoud van weidevogels bijvoorbeeld. De randen van de polder zijn meer geschikt voor recreatieve versterking. • De drie turbines die op minder dan 10x de tiphoogte van o.a. Maren-Kessel liggen, doen pijn voor de bewoners daar. Is het een mogelijkheid deze elders in het gebied te plaatsen, verder weg van woningen? • Er wordt opgemerkt dat er geen variant is met turbines langs de Gewandeweg. • Is het mogelijk de turbines in deze denkrichting meer te clusteren en te plaatsen bij de grote landbouwbedrijven? • De wens wordt uitgesproken om de transitie van de landbouw beeldend mee te nemen. Bijvoorbeeld fijnmazig natuurnetwerk in de polder maken met een paar hoofdaders. Hertogswetering als “aorta” van het netwerk. Fijnmazig netwerk bij sloten. Haarvaten zijn kleinere sloten. Dit vastleggen als natuurnetwerk. Ook de randen rondom de sloten als natuurgebied aanmerken.

Een dergelijk natuurnetwerk is een belangrijke start voor de landbouwtransitie omdat de boeren meedoen aan het maken van de natuur. Zij leggen de randen aan. Daar moeten ze subsidie voor krijgen. De turbines kunnen prima dichtbij deze randen staan.

• •

•

•

Een dergelijk netwerk zou ook recreatief interessant zijn, voor wandelpaden bijvoorbeeld. We noemen de polder de Duurzame Polder, het zou dus ook echt een duurzame gebiedsontwikkeling moeten zijn. De landbouwtransitie zou voorwaarde kunnen zijn voor het toestaan van windturbines. Niet alle deelnemers hebben het vertrouwen dat boeren de lusten en lasten van de opwek van windenergie eerlijk zullen verdelen. Er moeten daarom duidelijke voorwaarden worden gesteld aan de opwek, om investeringen in natuurontwikkeling te stimuleren en garanderen. De wens is namelijk dat de baten van de opwek ook zichtbaar worden in verbetering van de kwaliteit van het gebied. Er zou een teeltplan moeten komen voor de gehele polder. Wie krijgt natuur, wie energie en wie landbouw? Hoe worden lusten en lasten eerlijk verdeeld? Het is belangrijk dit te bespreken, anders vecht men elkaar de tent uit. Een Duurzame Polder maak je echter enkel samen.

Inbreng t.b.v. de doorontwikkeling van denkrichting 4 Ontwerper: Imke Mulders (’s-Hertogenbosch), notulist: Duco van Dijk (Duurzame Polder) • Creëer logische lijnen. Lijnen ogen rustiger. • Verschuif turbines zo veel mogelijk naar het zuiden. Ook in de tweede ronde wordt deze suggestie gedaan. Verplaats turbines naar de zuidkant van de Gewandeweg. • Noordzijde: is meer noord-zuid (dan oost-west) gericht, gezien de verkaveling. • Ecologische verbindingszones: houdt hierin rekening met plannen voor recreatie. • Er wordt ook de suggestie gedaan om minder waarde te hechten aan recreatie, in ieder geval niet in het open middendeel van de polder. • Anderen vullen aan: concentreer recreatie niet langs de Hertogswetering, dat gaat ten koste van de natuurwaarden daar. • Kunnen we met de opbrengst van wind geld vrijmaken voor langjarige plas-dras contracten? • Wat is een passende tegenprestatie van de windboeren (in natura) in het gebied? Inbreng windcollectief Oss-Den Bosch De vertegenwoordigers van het windcollectief Oss-Den Bosch moeten het atelier eerder verlaten vanwege een LTO vergadering elders. Zij geven op papier mee: • We hebben met elkaar nu de kans duurzame energie op te wekken van en door de gemeenschap, door het optimaal benutten van de Duurzame Polder.

• Maak gebruik van de ruimte in de Duurzame Polder, dit geeft ruimte voor opwek van windenergie, maar geeft ook ruimte voor weidevogels. • Zoek naar slimme combinaties; veel effectiever zonder harde keuzes door compensatie met de juiste partijen. • Dubbeldoel: een duurzame landbouw met windenergie zorgt voor een robuuste versterking van het Osse poldergebied.

Vervolgstappen

Op basis van de input uit het atelier van 20 april, ontwikkelt H+N+S een aantal conceptvarianten. Deze concepten vormen het startpunt van het volgende atelier, op 10 mei. In dat atelier werken we de concepten met elkaar uit tot een definitieve set varianten. Vragen of aanvullende ideeën

Heb je tussendoor vragen of nog aanvullende ideeën naar aanleiding van het ontwerpatelier? Laat het gerust weten via hanneke@deopenkaart.nl. Hartelijke groet, Mede namens Pieter Schengenga H+N+S landschapsarchitecten, Hanneke Stenfert Open Kaart

Bijlage I Inzichten van deelnemers uit brede verkenning

Thema Natuur Recreatie (Lucht)verkeer Haalbaarheid Overig

Thema Opwek van windenergie

Overige duurzame ambities Landbouw

Inzicht Er is nog best veel natuur in de polder (vogels, vleermuizen). Schriftelijke input zoals IVN heeft gedaan is erg waardevol. Recreëren onder windmolens is een utopie. Standpunt Defensie is in belangrijke mate bepalend. Quick scan analyse is verhelderend. Het is lastig praten over varianten als je uiteindelijk nul turbines in de polder wil. De grens Oss en Den Bosch is niet duidelijk, behandel beiden gelijk. Natuur wordt wel erg zwaar meegewogen. Ik heb inzicht en kennis opgedaan over de belangen van mede-betrokkenen. Nog ontbrekend inzicht Hoe flexibel is dit project om nog bij te sturen op nieuwe ontwikkelingen in andere energiebronnen (aardwarmte, waterstof)? Er is nog geen beeld c.q. nog niet gesproken over benodigde infrastructuur om de stroom het gebied uit te krijgen. Maak keuze voor type windmolen, zodat we het aantal varianten kunnen reduceren. Hoe wordt de uitvoering van de integrale opgaven gegarandeerd?

Gebruik dit proces als een start van de échte transitie van de landbouw. Wat is de autonome ontwikkeling in de polder m.b.t. de landbouw? Volg grondgebonden teelt volgens het principe teelt volgt grond. Recreatie Is de polder wel geschikt voor recreatie? Gezondheid Weging gezondheid versus natuurbelangen, hoe gaat dat? Weging gezondheid mag bovenaan. Welke meting wordt gehanteerd voor geluid? Geef duidelijkheid in meetmethoden omtrent laagfrequent geluid. Hoe gaat er gemeten worden en welke berekening gaan we toepassen? Natuur Hoe belangrijk is de natuur (vogels, vleermuizen, insecten) t.o.v. andere belangen? Op basis van het vingerend provinciaal beleid is plaatsing van turbines in het NNB niet toegestaan. Wat betekent dat voor de varianten? Functie van natuur: zuurstofproductie, klimaatverandering opvangen, hittestress bestrijden, goede waterhuishouding in het gebied. Zijn alle relevante soortgroepen in beeld? Waarom is er niet tegelijkertijd gerekend/getekend met kengetallen natuur: 300 m afstand tot NNB, 1200 m afstand tot kern weidevogelgebieden e.d.? Water en Belangen van drinkwaterwinning en effect op grondwater zijn onvoldoende klimaatadaptatie belicht.

Enkele wateraspecten ontbreken nog waardoor de afweging in de quick scan nog niet compleet is. Bijvoorbeeld waterveiligheid, impact KRW doelsoorten, EVZ, vismigratie, beschermde zone watergangen, raakvlak recreatie etc. Cultuurhistorie Deel info aan belangengroepen middels brief wat er van hun wensen in welke variant zit (help hen varianten te doorgronden). Meer en sneller duidelijkheid. Landschappelijke Tot nu toe is er vooral in het platte vlak getekend. Klopt onze beeldvorming en ruimtelijke met de (3D) ervaring straks? kwaliteit Haalbaarheid Gemeentelijke grondpositie wordt niet meegenomen als kader. Geef inzicht in businesscase, financiële haalbaarheid. Overig Graag verslag van communicatie met MER-commissie. Waarom die niet nu al betrekken? Hoe komt het (financiële) participatieplan tot stand? Waarom spreekt men wel op individuele basis met initiatiefnemers en niet met individuele belangenverenigingen zoals GIZ en BLP? Maak alle thema’s even belangrijk. Gebruik dit proces om alle opgaven in dit gebied in beeld te krijgen en op te lossen. Er wordt nog te weinig integraal benaderd (kijk daarbij ook naar de vormgeving van de denkrichtingen). Jammer dat er tot nu toe nog weinig is gepraat tussen partijen als IVN, bewonersgroepen en initiatiefnemers.

Bijlage II Vragen en antwoorden rondom de presentaties

A. Vragen/opmerkingen n.a.v. introductie • Zijn ook mensen van het initiatief aan de Bossche kant aanwezig bij deze ateliers? o Het Bossche Initiatief is wel uitgenodigd, maar helaas (nog) niet aanwezig. Sinds dat initiatief een rechtszaak heeft verloren, hebben we 2 keer om tafel gezeten. Binnenkort spreken we ze weer. Het is mooi daar te kunnen zeggen dat u hen er graag bij zou willen hebben. Ze missen een kans op invloed. De gemeentelijke overheid bepaalt waar een vergunning voor kan worden aangevraagd op basis van de uitkomst van dit proces. De initiatiefnemer zal aan de gemeentelijke randvoorwaarden moeten voldoen. • Is er meer ruimte voor inbreng dan deze ateliers? o Ja, zoals ook in de vorige fase, organiseren we in deze fase ook publieksbijeenkomsten. Die zijn eind mei gepland. Ook daar halen we input op, maar dat zal minder ‘samen-ontwerpend’ zijn als in de ateliers. De ateliers zijn de plek waar we ruimte hebben om vanuit verschillende belangen met elkaar in gesprek te gaan. o Vanuit de wijk- en dorpsraden wordt het aanbod gedaan om een rol te spelen in het informeren van de achterban. Dat vindt de projectorganisatie een mooi aanbod. B. Vragen/opmerkingen n.a.v. presentatie Pieter, inzichten tussenrapport • Voldoen alle varianten aan de bestuurlijke opgaven? o Niet altijd.

Het is bijvoorbeeld nauwelijks mogelijk -uitgaande van grotere type turbines- om 16 turbines te plaatsen in het Bossche deel van het zoekgebied, vanwege de geluidseisen. • Kunnen jullie uitleggen waarom de bestuurlijke kaders niet altijd worden gerespecteerd? o De politieke ambities die bovenwettelijk zijn, bijvoorbeeld die van 1 en 2 kilometer en die van 16 turbines, zijn nog niet onderbouwd. Wil het voorkeursalternatief en de daarop gebaseerde vergunning straks ‘Raad van State-proof’ zijn, dan moeten dergelijke keuzes onderbouwd zijn. Michelle vertelt dat vanuit haar perspectief die 16 turbines niet heilig verklaard zouden moeten worden; het gaat tenslotte om de energieopwek. • Het is toch zo dat elke gemeente de energieopgave op haar eigen grondgebied moet realiseren? o Ja, dat klopt. • Klopt het dat de plaatsing van de windturbines in het Bossche deel van de polder, beperkingen inhoudt voor de plaatsingsmogelijkheden in het Osse deel van de polder? o Dat kan zo zijn. Daarom beschouwen we de polder als één geheel en werken we samen naar een zo goed mogelijke inpassing voor beide gemeenten/initiatiefnemers. Als er gevolgen zijn, zullen hier afspraken over gemaakt moeten worden. • Kunnen we de belemmeringenkaart leidend maken?

o

De belemmeringenkaart speelt een rol in alles wat bedacht en ontworpen wordt. Het is nu vooral een indicatie. De huidige geluidscontouren in de belemmeringenkaart zijn namelijk bijvoorbeeld nog niet precies genoeg om als harde, precieze grenzen te gelden. In de volgende stap, in het MER, worden deze geluidscontouren preciezer berekend en in beeld gebracht.

C. Vragen/opmerkingen n.a.v. presentatie Michelle, inzichten quick scan milieu

•

•

•

•

•

Gaat de nieuwe geluidsnorm over de gemiddelde geluidsbelasting? o Dat is nog onbekend, het onderzoek loopt nog. In het Activiteitenbesluit is tot nu toe gewerkt met een gemiddelde geluidsbelasting (47 dB Lden). Lden staat daarbij voor 'day, evening, night'. 's Nachts is de norm strenger dan overdag (41 dB), in de huidige rekenmethode is het zo dat als aan de 47 dB Lden norm kan worden voldaan, ook voldaan wordt aan de 41 dB norm voor de nacht. De WHO adviseert om vanuit gezondheid een maximale geluidbelasting van 45 dB op de gevel van woningen te hanteren. Daarbij spreken zij echter niet over Lden (gemiddelde geluidsbelasting). Klopt het dat de Quick Scan uitgaat van een harde ondergrond (asfalt of water) en dat de geluidseffecten in werkelijkheid (waar de turbines een zachte ondergrond hebben) beperkter zijn? o Dat klopt, om de worst-case contouren in beeld te brengen is gerekend met een harde ondergrond. In het MER zal hierin specifieker gerekend worden (< % verharding). Naar verwachting leidt dit tot enkele tientallen meters extra speelruimte ten aanzien van geluid. Naast de harde ondergrond heeft het brongeluid van de turbine een sterke invloed op de geluidscontouren. Het MER werkt met een bandbreedte (worst-case: relatief luide turbine, en best case: relatief stille turbine) om de invloed van het brongeluid op de omvang van de geluidscontouren in beeld te brengen.

In hoeverre is de uitspraak Delfzijl meegenomen? o De uitspraak voor Delfzijl heeft bevestigd dat de rekenmethode die in dat project is gehanteerd, voldoende onderbouwing geeft voor de gebiedsspecifieke norm die daar is toegepast. De uitspraak geeft ons ook voor Duurzame Polder duidelijkheid over geschikte rekenmethoden. Uit het MER-onderzoek volgen inzichten op basis waarvan de gemeenten ook voor Duurzame Polder een gebiedsspecifieke norm kan vaststellen. Omdat de Duurzame Polder wezenlijk andere gebiedskenmerken kent dan Delfzijl, kan de norm in dit gebied afwijken van de norm die in Delfzijl is vastgesteld. Wij hebben vernomen dat Defensie het laagvlieggebied aan het verplaatsen is richting de maasdorpen. Is jullie daar iets over bekend? o Nee, hierover is ons niets bekend. Als wij dergelijke informatie van Defensie hebben, zullen we jullie hierover informeren. Klopt het dat insectenonderzoek niet is meegenomen?

We gaan aanvullend onderzoek doen naar de kansen en bedreigingen voor weidevogels en algehele biodiversiteit en dus insecten. De gemeente Oss heeft nog geen beleid vastgesteld op basis van de historische waardenkaart met de Beerse Overlaat, Beerse Maas enz. Dus we weten de opgave niet. Hoe gaan we daarmee om? o We maken gebruik van de bronnen die er nu zijn, op basis daarvan wordt op voorhand zoveel mogelijk rekening gehouden met bekende archeologische en cultuurhistorische waarden. Als gedurende het onderzoek aanvullende informatie naar voren komt of nieuw beleid wordt vastgesteld, nemen we dat zoveel mogelijk mee. o

•

D. Vragen/opmerkingen n.a.v. presentatie Michelle, over de kaders voor de MER • Wie bepaalt welke formules gebruikt gaan worden voor de berekening van de milieueffecten? o We hanteren de algemeen gebruikelijke methodes voor de berekening van de milieueffecten. Per thema verschillen de methodes. De Nota Reikwijdte en Detailniveau (NRD) met aanvullingen uit de zienswijzennota bepaalt de onderzoeksscope. • Waarom zijn meerdere varianten nodig? o We moeten meerdere varianten ontwerpen die duidelijk onderscheidend zijn. Onderscheidende principes kunnen bijvoorbeeld zijn: hinder voor omwonenden, landschappelijke inpassing, aanvaringsslachtoffers, energieopwek. De uiteindelijke keuze voor een voorkeursalternatief moet door de gemeentelijke overheden in het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’ goed onderbouwd worden. • Hoe wordt natuurcompensatie voor weidevogels meegenomen? o Weidevogels zijn beschermd onder de Wnb, in het gebied zijn echter geen weidevogelgebieden planologisch vastgelegd door de provincie. Hierdoor geldt voor de plas-drasgebieden geen gebiedsbescherming die vanuit het beleid compensatie vereist. Alleen NNB en foerageergebied voor ganzen- en smienten is door de provincie als beschermd gebied aangewezen.

Weidevogels kunnen een onderscheidend principe zijn voor de variantenontwikkeling, daarom wordt op dit moment een aanvullend ecologisch onderzoek gestart met een focus op weidevogels en wintergasten. • Hoe beoordelen jullie de ecologische schade? Er zijn geen andere windparken met zoveel soorten die je als voorbeeld kunt gebruiken. o Dat doen we op basis van data over de soorten in het gebied. We vergelijken niet met andere windparken. Daarbij beoordelen we ook de cumulatieve effecten met andere windparken in de omgeving. • Nemen jullie ook mee dat de plasdrasgebieden weg kunnen, als er een windpark komt? o De contracten met de provincie voor plasdrasgebieden beslaan 6 jaar. Daarna hoeft zo’n gebied niet plasdras te blijven wordt vanuit de deelnemers gezegd. Michelle geeft aan dat ze de contracten nog niet heeft ingezien, maar die wel graag zou willen inzien t.b.v. het MER.

Atelier 10 mei | Terugkoppeling Datum Tijd Locatie

10 mei 2023 18.30 - 22.00 u Bestuurscentrum 's-Hertogenbosch

Ontwerpatelier Duurzame Polder | 10 mei

Op woensdagavond 10 mei vond wederom een ontwerpatelier met vertegenwoordigers van belangenorganisaties en bewonersgroepen plaats. Deze bijeenkomst vormde het vervolg op het atelier van 20 april. De inzichten en opmerkingen die op 20 april zijn besproken, zijn door de ontwerpers van H+N+S vertaald in conceptvarianten voor plaatsingszones voor turbines (1) en een meer gedetailleerde uitwerking van (deelgebieden in) de Duurzame Polder (2). Hierover spraken we op 10 mei. Het ontwerpatelier werd ook deze keer geleid door procesbegeleider Hanneke Stenfert (Open Kaart). Gedurende de avond zijn diverse vragen gesteld. Deze vragen en antwoorden zijn terug te vinden in de bijlage I.

1 | Introductie op het atelier Meer in detail verkennen en leren: hoe kunnen we belangen combineren?

Hanneke Stenfert opent de avond. Ze licht nogmaals toe dat we in deze fase naar een kleiner aantal varianten toewerken, op basis van de inzichten die we in de brede verkennende fase hiervoor hebben opgedaan. In het atelier op 20 april hebben we een begin gemaakt hiermee. In dit atelier bouwen we hierop voort. We maken en onderzoeken vier a vijf varianten, om weer een stap gedetailleerder te leren over wat wel en niet wenselijk is voor de Duurzame Polder, en hoe we de verschillende belangen zo goed mogelijk kunnen combineren.

Milieueffectenrapportage in de zomer

Voor de vier a vijf varianten die we maken, zal in de zomermaanden een milieueffectenrapport (MER) worden gemaakt, waarin het effect van de varianten op het milieu wordt berekend. Het MER is nodig om argumenten vanuit milieu op tafel te krijgen. Deze argumenten wegen we mee in de uitwerking van één voorkeursalternatief, ná de zomer. Naast milieuafwegingen spelen ook allerlei andere afwegingen een rol hierin, bijvoorbeeld de politieke afwegingen die ons zijn meegegeven. Doel atelier 10 mei

Op basis van de input uit het atelier van 20 april (en eerdere bijeenkomsten) zijn de afgelopen weken twee stappen gezet. Ten eerste heeft H+N+S in samenwerking met Witteveen+Bos vijf conceptvarianten met verschillende plaatsingszones voor windturbines ontwikkeld. Deze conceptvarianten zijn bedoeld voor de m.e.r.-procedure. Ten tweede heeft H+N+S ingezoomd op verschillende deelgebieden in de polder, zodat we eerdergenoemde aandachtspunten, kansen en ideeën voor

landbouw, landschap, recreatie, natuur, cultuurhistorie e.d. verder in detail kunnen gaan uitwerken met elkaar. In het atelier op 10 mei werken we verder aan deze twee typen ingrediënten of lagen, die beide essentieel zijn voor het uitwerken van een voorkeursalternatief na de zomer. 2 | Delen van conceptvarianten voor het MER A. Het maken van varianten voor het MER

Pieter Schengenga (H+N+S) licht toe dat het maken van varianten voor de m.e.r.-procedure wordt gedaan op basis van uitgangspunten, belemmeringen en sturende principes: • Uitgangspunt o Uitgangspunt voor de Duurzame Polder is de energieopgave. • Uitsluitingen o Waar het niet mogelijk is om turbines te plaatsen, plaatsen we die niet in de varianten (belemmeringenkaart). • Sturende principes o Sturende principes zijn leidende gedachtes van waaruit je een ontwerp maakt. Een sturend principe kan zijn: we maken een variant waarin de geluidseffecten op omwonenden zo klein mogelijk zijn. Of: we maken een variant waarin we bestaande natuur zo veel mogelijk ontzien. De sturende principes bieden één gedachte van waaruit je gaat uitwerken. Maar vanuit deze gedachten moeten we vervolgens kijken hoe we álle belangen zo goed mogelijk een plek kunnen geven. Want het ontwerp voor de Duurzame Polder moet de diverse belangen uiteindelijk zo goed mogelijk proberen te combineren. B. Conceptvarianten met plaatsingszones

De ontwerpers van H+N+S hebben samen met de MER-experts van Witteveen+Bos een voorstel gemaakt voor vijf varianten voor de Duurzame Polder. Deze conceptvarianten beslaan het brede speelveld voor milieu, en zorgen er dus voor dat we de dingen onderzoeken die we moeten onderzoeken. Deze varianten leggen elk ook eigen accenten, voortkomend uit de gesprekken die we in eerdere ateliers hebben gevoerd: • Variant 1 | Basisvariant, vanuit politieke kaders o Deze eerste variant houdt zich aan de meegegeven politieke kaders. De energieopgave wordt behaald met turbines die op minimaal 1 en 2 km van de kernen staan. • Variant 2 | Leefomgeving o De tweede variant sluit aan bij het advies van de WHO om vanuit gezondheid de 45 dB contour voor geluid als uitgangspunt te nemen. • Variant 3 | Landschap o De derde variant gaat uit van ruimte voor een meer geordende opstelling van turbines. • Variant 4 | Natuur o In de vierde variant worden plaatsingszones zo gekozen dat de bestaande natuur- en weidevogelgebieden zo veel mogelijk worden ontzien. • Variant 5 | in beeld brengen van overige ruimte

o

Het zoekgebied dat nog niet in de andere varianten is onderzocht, wordt in deze variant onderzocht, zodat we de effecten op alle beschikbare plekken in de polder in beeld hebben.

De presentatie van Pieter is hier terug te vinden. Vragen en opmerkingen die gemaakt zijn in gesprek over de presentatie van Pieter zijn opgenomen in bijlage I. Op basis van deze vragen en opmerkingen worden de conceptvarianten aangepast en verder uitgewerkt tot varianten die we in week 22 (vanaf 30 mei) delen met een breder publiek. 3 | Uitwerken van de inrichting van deelgebieden Eerdere inbreng vertaald in een eigen verhaal per deelgebied

In eerdere ateliers en bijeenkomsten zijn veel ideeën voor de inrichting van de Duurzame Polder genoemd. De meeste van deze ideeën zijn niet direct gelinkt aan een bepaalde turbineopstelling; ze kunnen gecombineerd worden met verschillende opstellingen. Om deze ideeën verder uit te werken, zoomen we dit atelier in op deelgebieden. Op basis van de genoemde ideeën, krijgt elk deelgebied een eigen accent en eigen duurzaamheidsambities; zo vertelt Tim (H+N+S). De deelgebieden zijn: • De weide: het open middengebied van de polder • De oeverwal: de noordelijke rand van de polder, met de Maasdorpen • De Hertogswetering • Het coulisselandschap aan de kant van Rosmalen en Nuland: de overgang van stad naar polder, van zandgronden naar klei • Het coulisselandschap aan de kant van Oss en Geffen: de overgang van stad naar polder, van zandgronden naar klei De presentatie van Tim is hier terug te vinden (zie tweede helft van de slides).

4 | Samen ontwerpen aan de deelgebieden A. Inzoomen op deelgebieden | ronde 1

Vervolgens gaan we in kleinere groepen uiteen en in gesprek over de uitwerking van de deelgebieden. Door in te zoomen, kunnen we genoemde ideeën verder verkennen. Het klimaatbos bij Rosmalen is bijvoorbeeld eerder ingebracht; wat is dit voor bos? Hoe ziet dit eruit en wat kun je er

wel of niet doen als omwonende en recreant? Per deelgebied is er ruimte de eerder ingebrachte ideeën nader uit te werken. Deelnemers kiezen zelf bij welke deelgebied ze aan willen sluiten. B. Inzoomen op deelgebieden | ronde 2

In de tweede ronde was er ruimte door te ontwerpen aan een tweede deelgebied naar keuze. Hieronder staan de notities die in de groepsgesprekken zijn gemaakt. Er heeft nog geen verwerking of interpretatie plaatsgevonden: Inbreng deelgebied ‘de weide’ Ontwerper: Tim de Weerd (H+N+S), notulist: Ton Verhoeven (’s-Hertogenbosch) • Denk aan belang van de Beerse Maas en Beerse Overlaet, is dit goed meegenomen? Dit betreft een laaggelegen gebied van vroeger. • Er is nu geen specifieke waterbergingsopgave in het gebied. • Er is of wordt op de korte termijn een besluit genomen over de peilverhoging van het grondwater. • Landbouw: o In Oss de westelijke polder, er zijn nog geen doelen vanuit het Rijk opgelegd. o Vanwege nieuwe landelijke eisen is er meer grond per dier nodig (Groot VeeEenheden), of zal het aantal dieren afnemen bij dezelfde hoeveelheid beschikbare landbouwgrond. o Bij minder dieren is er minder voer nodig en dus ook minder landbouwgrond nodig. Dan kan ook natuur in stand worden gehouden vanwege het huidige verdienmodel/subsidies voor natuur. o Vanwege eisen wordt er rondom landbouwpercelen een strook van 5 meter aangelegd ten goede van de natuur, dit zou resulteren in een toename van 4% aan natuur -> deze gronden moeten slimmer ingezet worden. • Denk aan het belang van biodiversiteit. • Koppel waterdoelen aan ontwerp. Denk aan groenblauwe dooradering.

• De wegen naar windturbines zullen ook nog aangelegd moeten worden over landbouwgrond (of anders). Deze wegen dienen minimaal 5 meter breed te zijn en te worden behouden voor onderhoudswerkzaamheden later. Deze wegen bieden een kans om voor recreatie ingezet/gebruikt te gaan worden. • Onverharde wegen dienen behouden te blijven (is aangenomen motie van de provincie). Hier kunnen ook fietsverbindingen gemaakt worden. • Weidevogels: o Er is een zorg voor behoud van weidevogels in het gebied, omdat ze door de huidige wetgeving niet voldoende beschermd worden. Er is maatwerk nodig in de uitvoering. o Voorstel vanuit Brabant Landschap om 4 hectare per windturbine in te zetten voor de weidevogels, bestemming agrarisch houden van de gronden maar aanplanten met kruidenrijk mengsel en inrichten als plasdrasgebied. o Gebieden van Brabant Water en NNB (ten noorden van gemeentegrens ’sHertogenbosch, Eendenkooi) zijn interessant om te behouden en te bevorderen. Het NNB-gebied is eigendom van Staatsbosbeheer en moet

•

• • • • • • •

beter onderhouden worden om van toegevoegde waarde voor natuursoorten te zijn. Brabant Water wil de waterkwaliteit verbeteren/behouden, wil meedoen met de energieopwek omdat ze zelf ook veel energie verbruiken, en vinden natuur op hun grondgebied belangrijk vanwege de onttrekking van grondwater ter plaatse. Natuur en waterwinning gaan goed samen. Kans: agrarisch natuurbeheer kan heel goed in combinatie met landbouw. Recreatie: Uitloop vanuit de dorpen aan de randen, comfortabele fietspaden. Echter niet grootschalig gewenst vanwege het kunnen verstoren van de weidevogels. Zorg voor vermindering van habitat van de weidevogels, zodat er meer primair agrarisch gebied overblijft. In de Hertogswetering zitten veel wintergasten (mogen niet verstoord worden). Idee om ten noorden van de Gewandeweg het gebied in te richten voor de weidevogels, natuur. Plasdras gebieden zijn er voor 6 jaar, vanwege overeenkomsten tussen agrariërs en provincie (is niet geborgd voor de lange termijn). Het natuurgebied van Staatsbosbeheer is niet in goede staat, minder bomen gewenst. Tevens is het idee om dit gebied te clusteren met het waterwingebied.

Inbreng deelgebied ‘de Hertogswetering’ Ontwerper: Paul Vereijken (gemeente Oss), notulist: Duco van Dijk (Duurzame Polder) • Neem naast de Hertogswetering en de Hoefgraaf ook de Roode wetering mee in het stelsel van weteringen; • Recreatie vs. Natuur: gaan slecht samen in deze opgave. De voorgestelde natuurontwikkeling vraagt om rust en geen verstoring door wandelaars, fietsers of anderszins. • Het gebied kent ook niet of nauwlelijks attractiewaarde voor recreanten. • Er bewegen zich geen fiets forensen in oost-west richting langs de Hertogswetering. Dat gebeurt onder het spoor, langs een enkele noord-zuid verbinding en over de dijk tussen de dorpen • Misschien kan wel iets worden gedaan voor de ‘doelgerichte’ fietser • Het gebied is waardevol voor zogenaamde wintergasten (vogels die overwinteren of op doortocht zijn richting het zuiden) • Veel natuurontwikkeling wordt al geborgd middels autonome ontwikkeling, met name de verplichte bufferzones rondom watergangen (1 m bij een kavelsloot, 3 m bij een watervoerende sloot en 5 m langs een grote watergang) • Verbeteren natuur gebeurt al veel aan, maar kan door: o vergroenen taluds o kruidenrijk grasland • Let op dat we het niet alleen hebben over vogels maar ook over zoogdieren, insecten, reptielen en planten.

• • • • • •

• • •

Het gaat niet alleen over dieren en planten op en boven de grond maar ook om biodiversiteit in de grond. Combi natuur en landbouw in de bufferstroken is voor dit gebied vooral kruidenrijk grasland, geen hoog opgaande beplanting. Focus op rode lijst soorten voor dit gebied, o.a. de weidevogels, modderkruiper, hooiland dotterbloem. Er is nu rust gebracht in het oostelijk deel van de Hertogswetering, blijkt uit tellingen o Ook in het westelijk deel zijn tellingen nodig Waterschap richt wel ecologische verbindingszones in, maar laat het beheer liggen Als je weidevogels wil moet je o de polder agrarisch houden: open landschap o predatie aanpakken (zegt ook LTO) IVN: weidevogels moeten in de polder, niet aan de randen Volgens ZLTO moet ‘plas-dras’ worden bevroren of zelfs verminderd Agrarische natuurvereniging maakt zich zorgen over wat er gebeurt met de grond van stoppende boeren; wordt dat allemaal plas-dras? Zien ze als een risico.

Inbreng deelgebied ‘Coulissenlandschap bij Rosmalen en Nuland’ Ontwerper: Imke Mulders (gemeente ’s-Hertogenbosch, notulist: Jelle Helming (gemeente ’sHertogenbosch) • Met het klimaatbos kan je de sfeer en het uitgangspunt van Hooge Heide, wat er ten zuiden van ligt, doortrekken. Het bos kan ook heel nuttig zijn voor vleermuizen, die dan vanuit het bos in het zuiden door kunnen vliegen naar het noorden. • Daarnaast loopt hier de Naad van Brabant in oost-west richting, waar je ook op kan aansluiten. • Dit deel aangrenzend aan de Groote Wielen kan een mooi overgangsgebied worden naar de polder. Het is in de huidige situatie namelijk een abrupte overgang, dat is niet wenselijk. Het is interessant om te benutten voor recreatie en daarnaast neem je ook een deel van het zicht weg en mogelijk ook slagschaduw van de turbines. Het zou kunnen functioneren als gebruiksbos / robuust recreatiebos en stedelijk uitloopgebied. Er is volgens IVN hier niet per se behoefte aan wateropvang. • Eventueel kunnen boeren ook nog wel een rol spelen in een vorm van extensieve landbouw in of rondom dit bos. Het bos kan ook winst opleveren voor stikstof. • Wat betreft financiering, zou de gemeente moeten bijdragen aan het bos. Wel wordt gevraagd op te letten met te veel kosten maken, want dan blijft er mogelijk minder geld over om van te profiteren voor omwonenden.

• De hoogspanningsmast die er nu is wordt in de toekomst onder de grond gebracht vanaf de grens van de bebouwing naar het westen toe. Het is wellicht beter om ook een deel van de mast in de polder ook onder de grond te brengen. • Het klimaatbos kan zorgen voor het wegnemen van het zicht, dat is heel fijn voor omwonenden Groote Wielen. Tegelijkertijd worden er ook vragen gesteld, hoeveel zicht

• • • •

je daadwerkelijk kan wegnemen, is dat wel realistisch? En hoe snel krijg je volwassen, hoge bomen? Dat duurt ook even. Maar 2 rijen populieren zou al helpen. Hoe meer bomen, hoe beter. Wat betref recreatie is het de wens er “iets van te maken”. Ook kan gedacht worden aan een voedselbos. Financiering en uitvoerbaarheid van het bos is een belangrijk aandachtspunt, de gronden zijn grotendeels in eigendom van ontwikkelaars. Hoe zal dit worden geregeld? Suggestie: spreek met afvaardiging de Groote Wielen verder over invulling van het bos. De invulling bij Kruisstraat zou meer besproken moeten worden met bewoners Kruisstraat of wijkraad Kruisstraat.

Inbreng deelgebied ‘Coulissenlandschap bij Oss en Geffen’ Ontwerper: Pieter Schengenga (H+N+S), notulist: Simone Smolders (gemeente Oss) • Amsteleind wordt door aanwezigen ingetekend als verstedelijkingsgebied (gehele gebied Amsteleind). Dat staat immers op de planning om te verstedelijken; is bekend bij ontwerpers. • Vanuit Geffen (het dorp zelf) de wens om, net tegen spoorzijde aan noordkant, een groene versterking (in de vorm van bos/heesters nader te bepalen) in te passen. Vanuit het idee: mooie afbakening vanuit Geffen. • Natuurlijke dijk/spoordijk. Nulandsestraat ligt ook hoger. Achter Nulandsestraat is het ook open. • Rekening houden met bestaande stedelijke ontwikkelingen zoals Amsteleind, flexwoningen Klein Mikkeldonk. • Toekomstige bewoners van Amsteleind bewoners weten dat er een duurzame polder komt, dus dat mag geen belemmering wezen. • Water en openheid is aantrekkelijk. • Intekenen huidige natuur; compensatie. Clustering • Recreatieve toegankelijkheid: Aantrekkelijk voor fiets is het momenteel niet. Niet via Gewandeweg/ter hoogte van Lithoijense burg (overgang Kepkensdonk naar Weisestraat). Vanuit Geffen wordt nu voornamelijk snelfietsroute gebruikt. • Langendonkweg doortrekken? Met oog op toekomst, iets te bieden hebben voor recreatie (voorzet gegeven door gespreksleider). • Bestaande wegen en laan beplantingen: staat er netjes bij.

Bomen behouden aan zandkanten, verdichten met groen daar wat kan voor contrast. Openhouden zichten. Dun netwerk waterloop/ecologische zone. Rand van polder voortbouwen stedenbouwkundige structuur en de ladder van groene structuur en vervolgens steeds verder open. Evt. Landbouwwegen aantakken zodat Langendonkweg kan aantakken voor recreatie. • Hertogswetering is belangrijk voor natuur, je verstoort het door wandelen en fietsen. Overwinter gebied. Doseren van massa. • Gelaagdheid intensivering landbouw? Grotere eenheden. Aan Hoolbeemdweg zitten grote boerderijen. Als er nog meer komen, moet er geen gelaagdheid in? Als het primair agrarisch gebied is, dan is het zo (volgens bestemmingsplan etc.).

• • • • • • • • • • • • •

•

•

• •

•

Nieuwe werken, groter worden van werken en dat gecombineerd met windmolens, heeft gevolgen. Wegen van 6 m breed. Er moet verhard weggetje op. Fietspad langs Kennedybaan, landschappelijk inrichten en integraal betrekken. Aan westelijke rand Amsteleind groene inpassing. Landschappelijke inpassing van agrarisch gebied. Grote bedrijven in het groen zetten. Geen bosjes, dan komen alleen kraaien en kauwen. Waterwingebied staat in QuickScan en beschermingszone ook. Extra waterzuiveringen niet gewenst, natuurlijke zuivering wel. Voldoen aan kaderrichtlijn water. Natuurlijke zuivering verder het gebied in gewenst. Plasdrasgebied, waar komt het water vandaan? Vanuit integrale ontwikkeling waterbalans. Waterbron, loopt landelijk gebied in. Dan vermengd. Waterharmonica; natuurlijke zuivering (gerefereerd aan voorbeelden uit andere gemeenten). Bijv. vanuit de rwzi Ooijen het gebied in (de in-uitlaat). Waterkwaliteit verantwoordelijkheid waterschap. Doortrekken, dan ecologische verbinding met Hertogswetering (je doorkruist dan wel de weidevogels) Intensivering recreatie aan west kant Oss is goed te verklaren. Minder recreatie in de polder. Milieueffecten nu: plasdras getekend, economische variant en afwaardering van de gronden moeten eveneens meegerekend worden.

Inbreng deelgebied ‘Oeverwal’ Ontwerper: Tjeerd van Tol (gemeente Oss), notulist: Mechtild Linssen (gemeente Oss) Het oude oeverwalgedeelte ligt hoger dan de rest van de polder, stonden vroeger kleine boerderijtjes. Je zou er de kaart uit 1800 bij kunnen pakken om te zien hoe het toen was. Het is van oorsprong kleinschalig van karakter. Hier zijn kleinschalige ontwikkelingen mogelijk die de landschappelijke kwaliteiten versterken. Iedereen is het erover eens dat de polder open moet blijven en dat het goed is, voortbordurend op het kleinschalige karakter van de overwal, daar de kwaliteiten van het landschap te verbeteren/versterken. De vraag wie dat zal betalen, komt enkele malen naar voren. Een concreet idee is om de buitendijkse fietsroute langs de Maas interessanter te maken, in elk geval door: o Het gedeelte bij Maren en Maren Kessel (tegenover Alem) naar de waterkant te verplaatsen (niet te laag, want dan staat het soms onder water); wellicht is dat te combineren met de dijkversterking. o In de tweede gespreksronde komt daar het gedeelte tussen Lith en Lithoijen bij, dat nu aan de waterkant ontbreekt; dat nieuwe fietspad zou gekoppeld kunnen worden aan het fietspad dat parallel aan de Kennedybaan naar Oss komt. Andere ideeën die worden benoemd:

De heg bij Maren Kessel doortrekken langs de Meester van Coothstraat. Want deze straat is tussen Maren Kessel en Lith niet aantrekkelijk. o Bloemrijke oeverranden op lichtere gronden? o Combinatie groen, zicht en verkeersremmende maatregelen in de open polder. Want daar is het vaak gevaarlijk fietsen. Bijvoorbeeld langs de Gewandeweg en de Kesselseweg. o De lindelanen doortrekken. o Niet alleen bomenlanen, ook bloemenrijke bermen/randen zijn een lust voor het oog. o Positief wordt de ontwikkeling aan de waterkant met toeristische attracties als havens en camping gewaardeerd. Die ontwikkeling mag doorgaan. o De sfeer bij Hemelrijksche Waard wordt als goed voorbeeld voor een aantrekkelijk wandelgebied genoemd. Een vraag waar verschillend over wordt gedacht is waar de grens moet liggen tussen het kleinschalige oeverwallenlandschap en de open polder. De een vindt het logisch daarvoor aan te sluiten bij bestaande wegen of paden langs de bebouwde komgrenzen. De ander wil die grens zo ver mogelijk de polder in hebben om de windturbines minder te hoeven zien. Ook wordt verschillend gedacht over de aard van de begrenzing tussen beide en het belang daarbij van hagen. Hagen zijn belangrijk voor de natuur en kunnen een geweldige bufferwerking hebben tussen bebouwd gebied en open polder.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13084719/1