CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Toelichting en regels bestemmingsplan Herontwikkeling Terpeborch 1, Rosmalen

Gemeenteraad 30 januari 2024, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bestemmingsplan Herontwikkeling Terpeborch 1, Rosmalen29.601 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

die mogen worden uitgevoerd op grond van een geldige vergunning. 4. die door deskundigen worden verricht in het kader van archeologisch onderzoek als bedoeld onder e. c. Het verbod onder a geldt niet als op grond van de Erfgoedwet, de Monumentenwet of de Monumentenverordening een vergunning is vereist of als overige bepalingen van de Monumentenwet van toepassing zijn op grond van een aanwijzing als archeologisch monument. d. Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan 19

aan de archeologische waarden van de gronden. e. Een omgevingsvergunning kan pas worden verleend, nadat een door deskundigen opgesteld rapport overlegd wordt, waarin de archeologische waarden van de gronden naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgelegd. f. Als uit het rapport onder e blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door de bouwwerkzaamheden zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning een of meer van de volgende voorwaarden verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een erkend archeoloog. g. Een rapport onder e is niet nodig als naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarden van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Het bepaalde onder f is overeenkomstig van toepassing. 5.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen deze bestemming wijzigen door deze bestemming te laten vervallen als uit nader archeologisch onderzoek blijkt dat de archeologische waarden van de gronden niet behoudenswaardig zijn of niet langer aanwezig zijn.

20

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 6

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

21

Artikel 7

Algemene bouwregels

a. Bij de toepassing van de bouwregels in dit plan worden ondergeschikte bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw- c.q. bestemmingsgrenzen niet meer bedraagt dan 1 meter. b. Bouwwerken die op het moment van vaststelling van dit bestemmingsplan met een daartoe verleende vergunning binnen het plangebied aanwezig of opgericht zijn of kunnen worden opgericht maar die in strijd zijn met dit bestemmingsplan, worden geacht aan dit bestemmingsplan te voldoen. c. De gronden zoals aangewezen in de verschillende bestemmingen in Hoofdstuk 2 mogen slechts worden bebouwd onder de voorwaarde dat voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden. d. Bij de beoordeling van een aanvraag om omgevingsvergunning voor het bouwen wordt aan de hand van de Nota Parkeernormering 2021 van de gemeente 's-Hertogenbosch bepaald of sprake is van voldoende parkeergelegenheid, met dien verstande dat indien voornoemde beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, aan de hand van die nieuwe beleidsregels wordt bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid.

22

Artikel 8

Algemene gebruiksregels

a. Het is verboden de in deze bestemming begrepen gronden en de daarop voorkomende bouwwerken te gebruiken of in gebruik te geven of te laten gebruiken voor een doel of op een wijze strijdig met de bestemmingen van dit plan. b. Het gebruik van gronden en gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor de verschillende bestemmingen in Hoofdstuk 2 is uitsluitend toegestaan als voldoende parkeergelegenheid wordt gehandhaafd.

23

Artikel 9

Algemene afwijkingsregels

a. Het bevoegd gezag kan, mits het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast, met een omgevingsvergunning afwijken van de regels en de verbeelding: 1. voor een vermeerdering of vermindering van maten en normen tot 10% van die maten en normen; 2. voor een geringe afwijking van plaats en richting van bestemmingsgrenzen en bouwgrenzen als dit noodzakelijk is in verband met afwijkingen of onnauwkeurigheden van de verbeelding ten opzichte van de feitelijke situatie of in die gevallen waarin een rationele verkaveling van de gronden een geringe afwijking vergt; 3. voor een grotere bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en bouwwerken ten behoeve van verlichting, geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer tot een bouwhoogte van 10 meter; 4. voor een grotere bouwhoogte van gebouwen vanwege plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen, onder de volgende voorwaarden: de maximale oppervlakte van de plaatselijke verhoging is 10% van het dakoppervlak; de maximale hoogte van de plaatselijke verhoging is 4 meter. b.

Het bevoegd gezag wijkt met een omgevingsvergunning af van het bepaalde in artikel 8, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

24

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 10

Overgangsrecht

10.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 10.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

25

Artikel 11

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Herontwikkeling Terpeborch 1, Rosmalen'.

26

Beschikking Hogere grenswaarden Terpeborch 1, te Rosmalen Inleiding Ter plaatse van Terpeborch 1 in Rosmalen wordt een bestaand kantoorpand van 2 bouwlagen Zusterbosweg herbestemd naar wonen. Het gaat hierbij om 9 appartementen. Ten noorden van het kantoor worden twee nieuwe grondgebonden woningen van 3 bouwlagen gerealiseerd. Rodenborchweg Vanwege deze wijzigingen dient gekeken te worden of hogere grenswaarden voor geluid nodig zijn. De locatie ligt in de geluidzone van de Rodenborchweg. Terpeborch De voorkeursgrenswaarde, ten gevolge van wegverkeer, wordt zowel bij beide grondgebonden woningen als bij 7 van de 9 appartementen overschreden, waarvoor hogere grenswaarden nodig zijn. De locatie van het kantoorpand is kadastraal bekend als: RML00I05056 en de locatie van de twee grondgebonden woning is kadastraal bekend als RML00I05057 en RML00I05058. Beoordelingskader In de Wet geluidhinder (hierna Wgh.) en het gemeentelijke hogere waarden beleid zijn normen opgenomen voor de toelaatbare geluidbelasting door wegverkeer-, railverkeer- en industrielawaai. De Wet geluidhinder gaat daarbij uit van een voorkeursgrenswaarde en een ten hoogste toelaatbare geluidbelasting. De effecten van een geluidbelasting onder de voorkeursgrenswaarde zijn zonder meer toelaatbaar. Een geluidbelasting hoger dan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting is nooit toelaatbaar.

In het gebied tussen de voorkeursgrenswaarde en de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting is de geluidbelasting alleen toelaatbaar na een afwegingsproces. Dit afwegingsproces krijgt vorm in deze procedure om een hogere grenswaarde geluid. In deze situatie bedraagt de voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai 48 dB. De maximaal toelaatbare geluidbelasting is voor nieuwe geluidgevoelige bestemmingen in stedelijk gebied 63 dB. Naast de toets aan de wettelijke grenswaarden is het gemeentelijk geluidbeleid van toepassing. Dit geluidbeleid is vastgelegd in het gebiedsgericht geluidbeleid gemeente ’s-Hertogenbosch, vastgesteld op 16 juni 2009. Daarnaast is een kader voor het verlenen van hogere waarden verder uitgewerkt in de Nota hogere grenswaarden geluid van de gemeente ’s-Hertogenbosch, vastgesteld in augustus 2010. Deze nota hogere grenswaarden geluid dient als basis voor de afwegingsprocedure voor een hogere grenswaarde voor geluid. Voor wat betreft wegverkeer vallen woonerven en 30 km/uur wegen buiten het beoordelingskader van de Wet geluidhinder. In de beoordeling van goede ruimtelijke ordening worden 30 km/uur wegen wel meegenomen bij de cumulatie van geluid omdat een ‘goed woon- en leefklimaat’ een criterium is in deze beoordeling. Hierbij wordt verder gekeken dan het wettelijk kader van de Wet geluidhinder.

Ook worden, in het kader van een goede ruimtelijke ordening, transformaties meegenomen. De Nota voorziet niet in voorwaarden voor het omzetten van bestaande gebouwen naar geluidgevoelige bestemmingen. Om in dit soort gevallen toch een goed leefklimaat te realiseren, heeft de gemeente een richtlijn voor het omzetten van kantoren naar geluidgevoelige bestemmingen opgesteld.

Procedure De Wet geluidhinder (op basis van hoofdstuk VI) en het Besluit geluidhinder (hoofdstuk 3) vormen de basis voor het afgeven van een hogere waarde voor wegverkeerslawaai. De procedure voor het vaststellen van een hogere grenswaarde is volgens afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht verlopen. Geluidgevolgen De locatie ligt in de geluidzone van de Rodenborchweg. Dit is vastgelegd in het akoestisch rapport “wegverkeer Terpeborch 1 te Rosmalen” gemaakt door Kragten, van datum 8 juli 2022 met projectnummer SHE040-0001 en rapportnummer 20220708-SHE040-RAP-AKO-WVL-4.0. Nieuwbouw Naast de toets aan de wettelijke grenswaarden is het plan getoetst aan de ‘Nota hogere grenswaarden geluid’ van de gemeente ’s-Hertogenbosch, vastgesteld in augustus 2010. Het gebied wordt voor wegverkeer getypeerd als “Stromingszone”. De ambitie voor wegverkeer is onrustig (48 – 53 dB) en de bovengrens is lawaaiig (58-63 dB). De Nota beschrijft onder welke voorwaarden afgeweken kan worden van de ambitiewaarde en hoe de bevoegdheid tot het vaststellen van hogere grenswaarden wordt ingevuld. De geluidbelasting op het plangebied blijft binnen de geluidklasse ‘”lawaaiig” (58-63 dB).

Criteria voor het toekennen van een hogere waarde tot en met de geluidsklasse “lawaaiig” Bij het toekennen van een verzoek om een hogere grenswaarde voor geluidgevoelige bestemmingen tot en met de geluidklasse “lawaaiig” worden de volgende criteria bij de afweging betrokken: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

7. 8.

9.

Indien mogelijk moet de afstand tussen de geluidbron en de nieuwe geluidgevoelige bestemming worden vergroot; Indien mogelijk moeten bronmaatregelen (bijvoorbeeld stillere wegdektypen) getroffen worden; indien mogelijk moeten overdrachtsmaatregelen worden getroffen; het stedenbouwkundig ontwerp dient zodanig vorm te worden gegeven dat zoveel mogelijk afscherming voor het achterliggende gebied ontstaat; in ieder geval bij woningen/appartementen dient de buitenruimte (tuin/balkon) te voldoen aan de ambitiewaarde van het betreffende gebied; bij nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen vanaf de geluidklasse “onrustig” dient bij een aanvraag omgevingsvergunning een bouwakoestisch onderzoek te worden gevoegd en wordt getoetst of wordt voldaan aan de binnenwaarde van het Bouwbesluit waarbij voor de geluidsbelasting wordt uitgegaan van de gecumuleerde geluidbelasting indien daar sprake van is; het geluidsaspect dient vanaf het eerste ontwerp-stadium te worden betrokken; bij appartementen en seniorenwoningen dient minimaal 1 verblijfsruimte aan de geluidsluwe zijde (gevel met een geluidsbelasting kleiner of gelijk aan de voorkeursgrenswaarde Wgh) te worden gesitueerd; bij éénsgezinswoningen minimaal 3 verblijfsruimten aan de geluidsluwe zijde of tenminste de woon- en hoofdslaapkamer aan de geluidluwe zijde; Al het mogelijke moet worden gedaan om de geluidbron stiller te maken dan wel de

afstand te vergroten zodat slechts nieuwe geluidgevoelige bestemmingen in de geluidklasse “lawaaiig” worden gebouwd wanneer: er sprake is van het opvullen van een open plaats tussen bestaande bebouwing en/of dit gebeurt ter plaatse van vervangende nieuwbouw en/of de beoogde ontwikkeling een markant punt of een markante lijn vormt, dat dient ter versterking van de stedenbouwkundige structuur en/of de bebouwing in de directe omgeving van een station of halte gesitueerd wordt.

Ad1.

Ad2.

Ad3.

Ad4. Ad5. Ad6. Ad7. Ad8. Ad9.

Het vergroten van de afstand tussen bron en ontvanger is, gezien de ligging van de bestaande woningen aan de Terpeborch, slechts beperkt mogelijk en levert onvoldoende reductie op om de geluidbelasting te verlagen tot de voorkeursgrenswaarde. Bronmaatregelen in de vorm van minder verkeer of lagere rijsnelheid zijn met betrekking tot de wegverkeercirculatie ingrijpend en ten opzichte van dit plan niet realistisch. Een stiller asfalttype toepassen op de Rodenborchweg, waar reeds SMA-NL8 ligt, is vanuit financieel oogpunt niet realistisch met betrekking tot de beoogde ontwikkeling. Een afscherming tussen het plangebied en de weg waarmee de geluidbelastingen ter plaatse van zowel de begane grond en de verdiepingen gereduceerd worden tot de voorkeursgrenswaarde, dient dusdanige afmetingen te hebben (hoogte minimaal 5 meter ten opzichte van lokaal maaiveld) dat een dergelijk scherm in de onderhavige situatie waarschijnlijk zal stuiten op bezwaren van stedenbouwkundige aard. Er wordt een scherm van 1,8 meter hoogte geplaatst. Dit is stedenbouwkundig aanvaardbaar. Er zal afscherming zijn van de achterliggende geluidgevoelige bestemmingen. Beide woningen voldoen aan de randvoorwaarde ten aanzien van de buitenruimte (tuin aan noordzijde met geluidbelasting < ambitiewaarde van 53 dB). Bij de omgevingsvergunning dient een akoestisch rapport geleverd te worden.

Het geluidaspect is vanaf het eerste ontwerp-stadium betrokken; Beide woningen zijn voorzien van minimaal 1 geluidluwe woon- en of slaapkamer. Er is sprake van het opvullen van een open plaats tussen bestaande bebouwing.

Transformatie Transformatie is geen nieuwbouw, maar kan wel leiden tot een nieuwe geluidgevoelige bestemming. Het geluidbeleid is niet van toepassing. Om toch een goed woon- en leefklimaat te waarborgen, heeft de gemeente een richtlijn opgesteld voor transformaties. Voor wegverkeer geldt hierbij: Bij een gevelbelasting tussen 58 en 63 dB, dan in principe ontwerpen met geluidsluwe gevel Bij een gevelbelasting > 58 dB, streven naar 33 dB binnen, 35 dB ook nog acceptabel Bij een gevelbelasting < 58 dB, streven naar 33 dB binnen, eis geluidsluwe gevel kan los gelaten worden. Bij 7 van de 9 appartementen komt de gevelbelasting boven 48 dB en worden hogere waarden afgegeven. Voor 3 van de 9 appartementen komt de gevelbelasting boven 58 dB, maar kan voldaan worden aan luwe zijden, zoals gesteld in de richtlijn hogere grenswaarde geluid transformatie van kantoor naar woningen. Voor alle appartementen dient het binnenniveau te voldoen aan 33 dan wel 35 dB (zie voorwaarde 3, behorende bij dit Besluit). Resultaten akoestisch rapport Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat ten gevolge van het wegverkeer bij de nieuwbouw en bij 7 van de 9 appartementen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden. Voor gevelbelastingen t.g.v. van 30 km/uur-wegen kunnen geen hogere grenswaarden verleend worden. Vanwege een goede ruimtelijke ordening is de gevelbelasting wel inzichtelijk gemaakt.

Hoewel sprake is van meerdere wegen en derhalve cumulatie, is de invloed daarvan beperkt. Door de gecumuleerde waarde als uitgangspunt te hanteren bij het dimensioneren van de geluidwering van de gevels kan een goed woon- en leefklimaat worden gewaarborgd. Er kan voldaan worden aan de Wet geluidhinder, het gemeentelijk beleid en de richtlijn “hogere grenswaarde geluid transformatie van kantoor naar woningen”.

Conclusie De bouw van twee nieuwbouwwoningen aan de Terpeborch 1 wordt mogelijk gemaakt. Voor beide woningen worden hogere grenswaarden geluid afgegeven omdat er voor deze woningen niet voldaan kan worden aan de voorkeursgrenswaarde voor geluid. Er wordt wel voldaan aan de gestelde eisen uit de Wgh en de criteria uit het gemeentelijke beleid. De transformatie van 9 appartementen, gelegen ten zuiden van de twee nieuwbouwwoningen, wordt mogelijk gemaakt. Voor 7 appartementen worden hogere grenswaarden geluid afgegeven omdat er voor deze appartementen niet voldaan kan worden aan de voorkeursgrenswaarde voor geluid. Er wordt voldaan aan de richtlijn voor transformatie. Gezien bovenstaande overwegingen is het mogelijk om de hogere grenswaarden voor geluid te verlenen. Er wordt voor wat betreft het aspect geluid een acceptabel woon- en leefklimaat bereikt. Reacties naar aanleiding van ontwerpbeschikking Binnen de ter inzagetermijn zijn tegen de ontwerpbeschikking een tweetal zienswijzen ingediend, te weten door reclamant sub 1 op 28 juli 2023 en door reclamant sub 2 op 30 juli 2023. Reclamant 2 heeft een aanvulling ingediend op 22 augustus 2023 welke was aangekondigd en is geaccepteerd. In de Nota van zienswijzen beschikking Hogere grenswaarden Terpeborch 1, Rosmalen, zie bijlage 2, zijn de zienswijzen uitgebreid beantwoord. Onderstaand is een korte versie weergegeven.

Reclamant sub 1: De zienswijzen hebben betrekking op een veronderstelde vrees voor overlast, zoals parkeer- en geluidsoverlast, alsook aantasting van haar woon- en leefklimaat en privacy, vanwege de beoogde ontwikkeling. De vrees voor geluidsoverlast of aantasting van woon- en leefklimaat van reclamant en aspecten als parkeeroverlast en privacy, vallen niet onder deze ontwerpbeschikking en zijn ongegrond. Reclamant sub 2: De zienswijze is nagenoeg identiek aan reclamant sub 1 en daarmee ook de beantwoording. In de aanvulling wordt voornamelijk ingegaan op het hebben van een deugdelijke woning die voldoet aan de gewone geluidsnormen en het handhaven van de maximumsnelheid op de Rodenborchweg. Er is met dit plan en hogere waarde geen sprake van het verhogen of verlagen van geluidsnormen. Met deze beschikking hogere waarde wordt de geldende wet -en regelgeving toegepast. In de beschikking wordt gemotiveerd waarom er sprake is van een aanvaardbare geluidswaarde voor de nieuwe bewoners. Dit doet niks af aan het algemene belang van andere bewoners in de omgeving van het plan. Hun belangen worden integraal en zorgvuldig afgewogen in het hiermee samenhangende (vast te stellen) bestemmingsplan. De handhaving van maximumsnelheden op wegen valt niet onder de reikwijdte van deze beschikking of van dit plan. De zienswijze van reclamant is ongegrond.

Conclusie De zienswijzen zijn ongegrond. De inhoud van de definitieve beschikking is niet gewijzigd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13586447/1