CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Toelichting en regels bestemmingsplan Herontwikkeling Terpeborch 1, Rosmalen

Gemeenteraad 30 januari 2024, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bestemmingsplan Herontwikkeling Terpeborch 1, Rosmalen29.601 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Herontwikkeling Terpeborch 1, Rosmalen

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk1 1.1 1.2 1.3 Hoofdstuk2 2.1 2.2 2.3 2.4 Hoofdstuk3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 Hoofdstuk4 4.1 4.2

4.3

Hoofdstuk5 5.1 5.2 5.3

5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13 5.14

2

5 Inleiding Aanleiding Begrenzing plangebied Leeswijzer Huidige situatie Beschrijving locatie en ligging in de stad Ruimtelijke structuur Functionele structuur Geldend bestemmingsplan Planbeschrijving Bebouwing Gebruik Verkeer en parkeren Openbare ruimte Bomen Beleidskader Rijksbeleid 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie Provinciaal beleid 4.2.1 Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 4.2.2 Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant' 4.2.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Gemeentelijk beleid 4.3.1 Ruimtelijke Structuurvisie - Stad tussen Stromen 4.3.2 Woonvisie 's-Hertogenbosch 4.3.3 Welstand 4.3.4 Bomen 4.3.5 Nota Duurzaamheid Milieu, duurzaamheid en waarden Inleiding Bedrijven en milieuzonering Geluid 5.3.1 Wegverkeerslawaai 5.3.2 Railverkeerslawaai 5.3.3 Industrielawaai Trillingen Verlichting Externe veiligheid Lucht Bodem Geur Hoogspanningslijnen Water Duurzaamheid Milieueffectrapportage Ecologie 5.14.1 Toetsingskader 5.14.2 Onderzoek 5.14.3 Nader onderzoek vleermuizen 5.14.4 Ontheffing

7 7 7 9 11 11 11 12 13 15 15 19 19 20 21 23 23 23 24 24 25 26 29 29 30 31 31 33 35 35 35 37 37 38 38 38 39 39 43 44 44 44 45 52 56 57 57 58 59 60

5.15 Hoofdstuk6 6.1 6.2 6.3 Hoofdstuk7 Hoofdstuk8 8.1 8.2 8.3

5.14.5 Onderzoek stikstofdepositie 5.14.6 Conclusie Archeologie en cultuurhistorie Juridisch-bestuurlijke aspecten Algemeen Toelichting op de verbeelding Toelichting op de regels Economische uitvoerbaarheid Inspraak en vooroverleg Omgevingsdialoog Vooroverleg Terinzagelegging ontwerp bestemmingsplan

3

60 60 60 63 63 63 63 67 69 69 69 70

4

Toelichting

5

6

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1

Aanleiding

Het voormalige kantoorpand aan de Terpeborch 1 in Rosmalen wordt getransformeerd tot 9 appartementen. In de tuin behorende bij het pand worden 2 halfvrijstaande grondgebonden woningen gerealiseerd. Op basis van het vigerende bestemmingsplan 'De Overlaet' is zowel de beoogde transformatie van het kantoorpand als de beoogde nieuwbouw op het bijbehorende terrein, niet toegestaan. Een herziening van het bestemmingsplan is daarom noodzakelijk. Met het voorliggende bestemmingsplan wordt voorzien in een nieuw en passend juridisch-planologisch kader voor de beoogde ontwikkeling.

1.2

Begrenzing plangebied

Het plangebied betreft het perceel aan de Terpeborch 1 in Rosmalen, kadastraal bekend als Rosmalen, sectie H, nummers 5056, 5057, 5058 en 1952 (gedeeltelijk). In figuur 1.1 is de plangrens weergegeven op een kadastrale ondergrond en de basiskaart grootschalige topografie (BGT). In figuur 1.2 is de begrenzing geprojecteerd op een luchtfoto. Het plangebied wordt omsloten door de Rodenborchweg aan de westzijde, de Terpeborch aan de zuidzijde en bestaande woningen aan de oost- en noordzijde van het terrein. De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 1.800 m².

7

Figuur 1.1: Kadastrale kaart met begrenzing plangebied.

8

Figuur 1.2: Luchtfoto met het plangebied rood omlijnd weergegeven.

1.3

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt de huidige situatie van het plangebied beschreven. Een planbeschrijving is te vinden in hoofdstuk 3. Het beleidskader dat van toepassing is op de locatie en het initiatief is opgenomen in hoofdstuk 4. Vervolgens worden de verschillende milieu- en duurzaamheidsaspecten beschreven in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 geeft een toelichting op de regels. De financiële haalbaarheid van het initiatief komt in hoofdstuk 7 aan de orde. Hoofdstuk 8 gaat in op het resultaat van de omgevingsdialoog en het vooroverleg.

9

10

Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1

Beschrijving locatie en ligging in de stad

Het plangebied ligt aan de Terpeborch 1 in Rosmalen. Op de navolgende figuur is de ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart. Het plangebied ligt op circa 930 meter ten noorden van de spoorlijn 's-Hertogenbosch-Rosmalen-Nijmegen, op circa 1.375 meter ten oosten van het Maximakanaal en op circa 1.775 meter ten oosten van de rijksweg A2.

Figuur

2.1:

Topografische kaart met de ligging van het plangebied aangeduid met een rode pijl.

2.2

Ruimtelijke structuur

Het plangebied ligt in de wijk Overlaet in Rosmalen, gemeente 's-Hertogenbosch. De wijk is in verschillende fases gebouwd. Deze fases zijn duidelijk te herkennen in de opbouw en verkaveling van de wijk. In de wijk zijn de volgende vijf onderdelen te herkennen: De oude lintbebouwing aan de Striensestraat, Schoolstraat, Bruggen. Dorpsrand Bruggen. 11

Bebouwing ten noorden van de Schoolstraat-Bruggen (Hondsberg); jaren '80. De Overlaet-West; eind jaren '80 – begin jaren '90. Buitenste rand De Overlaet-Oost; midden jaren '90. Het plangebied maakt onderdeel uit van de Overlaet-West, een typische wijk uit het einde van de jaren '80, begin jaren '90, waarin de auto een ondergeschikte rol speelt en waarin veel aandacht voor de openbare ruimte is. Het merendeel van de bebouwing in Overlaet-West wordt gevormd door vrijstaande woningen of halfvrijstaande woningen. De aandacht voor openbare ruimte en groen is ook in de directe omgeving van het plangebied herkenbaar, met de groenstrook aan de oostzijde langs de Rodenborchweg en ook de bomenrijen langs de Nieuwendijk aan de westzijde van het plangebied. Binnen het plangebied en de directe omgeving is geen sprake van oppervlaktewater. Aan de oostzijde van het plangebied ligt de doorgaande Rodenborchweg, een 50 km/uur weg. Voor het overige is in de directe omgeving sprake van een 30 km-zone.

2.3

Functionele structuur

Ter hoogte van het plangebied en de directe omgeving is sprake van een reguliere woonwijk, met bijbehorende openbare voorzieningen in de vorm van wegen en groen. Op enige afstand ten zuidwesten van het plangebied zijn maatschappelijke voorzieningen aanwezig, waaronder Kindcentrum De Terp en Sportzaal Overlaet.

Figuur 2.2: Luchtfoto in vogelvluchtperspectief van het plangebied en de directe omgeving.

Het plangebied zelf is vrijwel volledig verhard en deels bebouwd met een kantoorpand, bestaande uit twee bouwlagen met een plat dak.

12

2.4

Geldend bestemmingsplan

Voor het plangebied is het bestemmingsplan 'De Overlaet' van toepassing, zoals dit op 14 december 2010 door de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch is vastgesteld. Het bestemmingsplan is onherroepelijk sinds 2 mei 2012. Voor het plangebied geldt de enkelbestemming 'Kantoor', waarbinnen een bouwvlak is opgenomen. Binnen het bouwvlak zijn hoofdgebouwen toegestaan met een maximum goot- en bouwhoogte van 8 meter. Verder geldt de aanduiding 'archeologische waarden 3'. Op de navolgende figuur is een uitsnede van de verbeelding opgenomen.

Figuur 2.3: Verbeelding bestemmingsplan 'De Overlaet', met het plangebied rood omlijnd weergegeven (bron: www.ruimelijkeplannen.nl). Enkelbestemming 'Kantoor' De voor 'Kantoor' aangewezen gronden zijn bestemd voor kantoren en aan de hoofdfunctie ondergeschikte verkeers- en groenvoorzieningen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, tuinen, erven en terreinen. Het gebruik ten behoeve van wonen is binnen de bestemming 'Kantoor' niet toegestaan. Evenmin is een afwijkingsbevoegdheid of wijzigingsbevoegdheid opgenomen waarmee de beoogde woonfunctie kan worden toegestaan. De ontwikkeling van deze nieuwbouw is kortom strijdig met het vigerende bestemmingsplan. Een herziening van het bestemmingsplan is daarom noodzakelijk. Hierin wordt met het voorliggende bestemmingsplan voorzien. Gelet op het feit dat in de toekomstige situatie een woonfunctie is voorzien, wordt voor het gehele plangebied de bestemming 'Wonen' opgenomen in plaats van de bestemming 'Kantoor'. Aanduiding 'archeologische waarden 3' Het is verboden om ter plaatse van de aanduiding 'archeologische waarden 3' zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) grondwerken (zoals uitgraven, afgraven, ophogen, vergraven, egaliseren, diepploegen, diepwoelen) uit te voeren op een diepte van meer dan 0,50 meter beneden peil en met een oppervlakte groter dan 200 m².

Dit verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: 13

het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. Voor meer informatie hierover wordt verwezen naar paragraaf 5.15 van deze toelichting.

14

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1

Bebouwing

De bebouwing van de voorgenomen ontwikkeling bestaat feitelijk uit een tweetal onderdelen. Tevens wordt het bijbehorende terrein wordt opnieuw ingericht tot binnenhofje en de openbare groenstructuur langs de Rodenborchweg hersteld. Wat de bebouwing betreft is er enerzijds sprake van een functiewijziging van het bestaande kantoorpand naar 9 appartementen, met inbegrip van een beperkte uitbreiding aan de noordzijde. Daarnaast is er op het noordelijk deel van het perceel voorzien in twee nieuwe halfvrijstaande grondgebonden woningen. De halfvrijstaande woningen worden met de voorzijde gericht op het centrale open deel van het perceel tussen de te realiseren woningen en het te transformeren voormalige kantoorpand. De te realiseren halfvrijstaande woningen grenzen aan de achterzijde aan de bestaande woningen aan de Terpeborch. Hierdoor ontstaat de gebruikelijke "rug-aan-rug" situering. Ook de gemeenschappelijk entree van het appartementengebouw is gesitueerd aan het binnenterrein. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt is dit de meest geschikte situering. Bij de herinrichting van het bijbehorende terrein wordt voorzien in groenvoorzieningen en de benodigde parkeervoorzieningen, zoals is weergegeven op figuur 3.1. Ten opzichte van de bestaande, vrijwel volledig verharde situatie, is sprake van een forse toename van de hoeveelheid groen binnen het plangebied.

Aan de Rodenborchweg wordt de groenstructuur opnieuw vormgegeven. De bomenstructuur wordt hersteld en een begroeid geluidscherm maakt eveneens onderdeel uit van deze groenstructuur. Op de navolgende afbeeldingen is de toekomstige situatie weergegeven middels een situatieschets en gevelaanzichten van de toekomstige woningen en het toekomstige appartementengebouw.

15

Figuur 3.1: Situatieschets toekomstige situatie plangebied.

16

Figuur 3.2: Impressie gevelaanzichten toekomstige woningen. 17

Figuur 3.3: Impressie gevelaanzichten toekomstige appartementengebouw.

Voor wat betreft de appartementen geldt dat sprake is van 8 middeldure huurappartementen en 1 huurappartement in de sociale sector. De 2 halfvrijstaande woningen betreffen koopwoningen.

Hoewel er in tegenstelling tot veel andere milieuaspecten zoals geluid of luchtkwaliteit, geen wettelijke norm voor lichthinder naar de omgeving bestaat en hinderbeleving een subjectief begrip is, is ten behoeve van de beoogde ontwikkeling een verlichtingsplan opgesteld. Bij de nadere uitwerking van het initiatief wordt ter hoogte van het appartementengebouw en de gronden daaromheen, gebruik gemaakt van lichtsturende LED-lampen. Op deze wijze wordt mogelijke overlast voor de omgeving tot een minimum te beperkt. Bij de woningen zullen voor woningen gangbare armaturen bij de voordeur worden geplaatst. Het verlichtingsplan is als bijlage 1 bij deze toelichting te raadplegen.

18

3.2

Gebruik

Zoals beschreven in paragraaf 3.1 wordt het gebruik van het plangebied gewijzigd van een kantoorfunctie naar wonen, in de vorm van een appartementengebouw met 9 appartementen en twee halfvrijstaande grondgebonden woningen op de achterzijde van het perceel. De delen waar de halfvrijstaande woningen en de appartementen voorzien zijn, krijgen middels dit bestemmingsplan de bestemming 'Wonen'. Dit met inbegrip van de tuinen behorende bij de halfvrijstaande woningen en appartementen.

Het centrale deel van het terrein wordt voorzien van de bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied'. Binnen deze bestemming wordt ook het parkeren grotendeels opgelost.

3.3

Verkeer en parkeren

Verkeer De verkeersgeneratie kan worden berekend op basis van de CROW-kencijfers, die zijn opgenomen in de publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren - kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'. Het plangebied behoort tot de zone 'rest bebouwde kom' en valt binnen 'matig stedelijk gebied'. In de huidige situatie heeft het plangebied een kantoorbestemming. In de toekomstige situatie is er sprake van een appartementengebouw met 9 huurappartementen en 2 halfvrijstaande grondgebonden woningen. Op basis van de kencijfers van het CROW geldt voor de appartementen (categorie 'huur, appartement, midden/goedkoop, incl. sociale huur') een verkeersgeneratie van gemiddeld 3,6 motorvoertuigbewegingen per etmaal per appartement. Met 9 appartementen komt dit neer op gemiddeld 32,4 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Voor de twee halfvrijstaande woningen geldt, uitgaande van koopwoningen, een verkeersaantrekkende werking van gemiddeld 7,8 motorvoertuigbewegingen per etmaal per woning. Met 2 woningen komt dit neer op gemiddeld 15,6 motorvoertuigbewegingen per etmaal. De totale verkeersaantrekkende werking bedraagt daarmee op basis van de CROW-richtlijnen circa 48 (32,4 + 15,6) motorvoertuigbewegingen per etmaal. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de verkeersbewegingen van het voormalige gebruik als kantoor komen te vervallen. Het kantoorpand omvat een bruto vloeroppervlak van circa 690 m².

Op basis van de kencijfers van het CROW geldt voor een kantoor, uitgaande van een kantoor zonder baliefunctie en ligging in de zone 'rest bebouwde kom' en 'matig stedelijk gebied', een verkeersgeneratie van gemiddeld 7,2 motorvoertuigbewegingen per etmaal per 100 m² bvo. Dit betekent een totale verkeersgeneratie van gemiddeld 49,7 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Wanneer de bestaande en toekomstige situatie met elkaar worden vergeleken is er kortom sprake van een lichte theoretische afname van het aantal verkeersbewegingen (49,7 - 49) van gemiddeld 1,7 motorvoertuigbewegingen per etmaal. De toekomstige verkeersgeneratie kan kortom naar verwachting zonder problemen op het omliggende wegennet worden afgewikkeld. Het plangebied wordt daarbij overeenkomstig de huidige situatie ontsloten op de Terpeborch, aan de zuidkant van het plangebied. Parkeren Autoparkeren Voor ontwikkelingen op het gebied van de ruimtelijke ordening heeft de gemeente 's-Hertogenbosch een eigen parkeernormenbeleid vastgesteld in de vorm van de 'Nota Parkeernormering 2021 Gemeente ‘s-Hertogenbosch'. In deze nota is de volgende overgangsregeling opgenomen: "De Nota Parkeernormering 2021 treedt in werking op de dag nadat deze is gepubliceerd. Deze beleidsregels worden in beginsel toegepast op alle aanvragen omgevingsvergunning die na inwerkingtreding worden ingediend.

Het college van burgemeester en wethouders heeft de bevoegdheid om bij aanvragen omgevingsvergunning die na deze datum worden ingediend in afwijking 19

hierop de Nota Parkeernormering 2016 van toepassing te verklaren indien de initiatiefnemer redelijkerwijs uit mocht gaan van de toepassing van de Nota Parkeernormering 2016. Dit kan bijvoorbeeld gelden voor plannen waarvoor een informatieve aanvraag omgevingsvergunning is gedaan, ingekomen vóór de inwerkingtreding van de Nota Parkeernormering 2021, waarbij gemeente heeft bevestigd bereid te zijn om onder voorwaarden medewerking te verlenen aan het plan met een procedure, mits de uitwerking van het plan en de aanvraag omgevingsvergunning past binnen de door gemeente gestelde voorwaarden." De bovengenoemde regeling is van toepassing op het voorliggende initiatief. Het plan is ontwikkeld en tevens ingediend als informatieve aanvraag, voorafgaand aan de vaststelling van de Nota Parkeernormering 2021. Ook zijn in 2020 met de initiatiefnemer over het plan al principe-afspraken gemaakt (haalbaarheidsbrief). Daarom kan in dit geval, op basis van het overgangsrecht, gebruik worden gemaakt van de 'Nota Parkeernormering 2016'. De nota geeft normen en richtlijnen voor functies, gebaseerd op kentallen van het CROW, voor de 6 verschillende zones binnen de gemeente. Bij het toelaten van initiatieven moet inzichtelijk zijn dat in de parkeerbehoefte van auto's en fietsen voorzien kan worden. Dat moet in principe op eigen terrein.

Wanneer dat niet mogelijk is en er binnen loopafstand geen parkeerruimte is kan dat leiden tot ruimtebeslag voor (meer) parkeren in de openbare ruimte. Dit ruimtebeslag mag de verkeersveiligheid en een goed woon- en leefklimaat niet aantasten. In het voorliggende geval is sprake van een wijziging van een kantoorfunctie naar een woonfunctie. Hiervoor wordt op eigen terrein voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Het plangebied ligt op grond van de 'Nota Parkeernormering 2016' binnen 'Zone 5: Overige kernen'. In de gemeentelijke parkeernormen wordt een onderscheid gemaakt naar type woning en oppervlaktes van woningen. Voor wat betreft de appartementen geldt dat sprake is van één appartement kleiner dan 40 m² en acht appartementen met een oppervlakte tussen de 40 en 80 m². Volgens de gemeentelijke parkeernormen geldt voor het appartement kleiner dan 40 m² een parkeernorm van 0,7 parkeerplaats per woning. Voor de acht appartementen met een oppervlakte tussen de 40 en 80 m² geldt een parkeernorm van 1,6 parkeerplaatsen per woning. Voor de twee woningen geldt op basis van de ligging in 'Zone 5: Overige kernen' en een oppervlakte van 80 150 m², een parkeernorm van 1,8 parkeerplaatsen per woning. Bewoners en bezoekers van de appartementen parkeren op het gezamenlijke parkeerterrein waar sprake is van dubbelgebruik.

De 2 grondgebonden woningen hebben ook nog parkeerplaatsen op eigen terrein. De parkeerbehoefte van de appartementen bedraagt, vanwege dubbelgebruik, 12 parkeerplaatsen. Voor de grondgebonden woningen is dat 4 parkeerplaatsen. Omdat parkeerplaatsen op eigen terrein niet volledig meegeteld kunnen worden, zijn er 5 parkeerplaatsen in totaal nodig voor de grondgebonden woningen. In totaal telt het plan 17 parkeerplaatsen en daarmee voldoet het aan de 'Nota Parkeernormering 2016'. De uiteindelijke toetsing aan de gemeentelijke parkeernormen vindt plaats in het kader van de omgevingsvergunningaanvraag. Fietsparkeren Voor wat betreft het fietsparkeren gaat de 'Nota Parkeernormering 2016' uit van 1 berging per woning. Het fietsparkeren wordt daarmee in de bergingen opgelost.

3.4

Openbare ruimte

De ontwikkeling vindt over het algemeen plaats op eigen terrein. Een klein deel van het aangrenzende openbaar gebied wordt bij het plangebied getrokken en daarnaast worden in het openbaar gebied 2 nieuwe bomen aangeplant. Meer hierover in paragraaf 3.5.

20

3.5

Bomen

Binnen het plangebied zijn in de huidige situatie geen bomen aanwezig die van waarde zijn voor de omgeving. Op gemeentelijke gronden grenzend aan het plangebied staat een es die weliswaar een redelijk formaat heeft, maar essen worden niet toekomstbestendig geacht vanwege essentaksterfte en essenbastkever. Deze es wordt verwijderd en dit kleine stukje gemeentegrond wordt bij het plangebied getrokken, zodat er een evenwichtige groene invulling van het terrein kan ontstaan. Het verwijderen van de boom wordt gecompenseerd door de toevoeging van 2 nieuwe bomen aan de voorzijde van het pand (op gemeentegrond), in de gemeentelijke bomenstructuur, Structuurlijn, conform bijlage 2 van de Verordening Bomen, Water en Groen. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling wordt het in de huidige situatie vrijwel volledig verharde plangebied opnieuw ingericht en vergroend.

21

22

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet, heeft de rijksoverheid de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. In de NOVI wordt een toekomstbeeld geschetst van een Nederland: dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten; dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving.

Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de 'nationale belangen'. In totaal zijn er 21 nationale belangen geformuleerd. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeemverantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voorbeelden hiervan zijn het: Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. Zorgdragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten. 23

Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit) Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. Verbeteren en beschermen van biodiversiteit. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. Beoordeling Bij de voorgenomen ontwikkeling zijn met name het waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving, het zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte en het waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid van belang. Verder geldt dat sprake is van een lokale ontwikkeling, waarbij geen nationale belangen zoals genoemd in het NOVI in het geding zijn. De beoogde ontwikkeling is kortom niet in strijd met de NOVI.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Op 1 januari 2011 is de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening in werking getreden en in 2014 is deze partieel herzien. Hierin geeft de provincie Noord-Brabant de hoofdlijnen aan van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening haar biedt. De visie ondersteunt daarnaast het beleid op andere provinciale beleidsterreinen, zoals het economisch, mobiliteits-, sociaal, cultureel, milieu- en natuurbeleid. Met deze structuurvisie geeft de provincie ook (mede) gestalte aan nationale ruimtelijke belangen en doelen. Deel A bevat de hoofdlijnen van het beleid. Op basis van trends en ontwikkelingen heeft de provincie haar ruimtelijke belangen gedefinieerd en ruimtelijke keuzes gemaakt. De ruimtelijke visie is uitgewerkt in dertien provinciale ruimtelijke belangen, zoals de concentratie van verstedelijking.

De wijze waarop de provincie deze ruimtelijke belangen behartigt is uitgewerkt in vier manieren van sturen: regionaal samenwerken; ontwikkelen, zowel gebiedsgericht als thematisch zoals de Ecologische Hoofdstructuur en de herstructurering van bedrijventerreinen; beschermen van provinciale belangen zoals zorgvuldig ruimtegebruik en ruimtelijke kwaliteit, door middel van de Verordening ruimte; stimuleren, door middel van subsidies en door het beschikbaar stellen van kennis en informatie. In deel B staan de ambities, het beleid en de uitvoering voor de vier ruimtelijke structuren: de groenblauwe structuur, het landelijk gebied, de stedelijke structuur en de infrastructuur. Beoordeling Op de Structurenkaart is het plangebied aangeduid als stedelijk concentratiegebied. In de provincie zijn in totaal vijf stedelijke concentratiegebieden aangewezen. Hier wordt het merendeel van de verstedelijkingsopgaven opgevangen. Samen vormen zij het stedelijk netwerk BrabantStad.

24

Figuur 4.1: Uitsnede 'Structurenkaart' uit de Structuurvisie RO 2010 - partiële herziening 2014. De provincie wil dat de kansen voor functiemenging, inbreiding, herstructurering en zo nodig transformatie in het stedelijk gebied goed worden benut, inclusief de mogelijkheden voor intensivering en meervoudig ruimtegebruik. Het voorliggende plan is in lijn met deze uitgangspunten. Er is sprake van de transformatie van een bestaand kantoorpand naar woningen en daarnaast is op het bijbehorende terrein sprake van inbreiding binnen bestaand stedelijk gebied door de realisatie van grondgebonden woningen. Verder is sprake van een aantoonbare behoefte aan woningen. De beoogde ontwikkeling is in lijn met de provinciale ambities binnen het stedelijk concentratiegebied en in overeenstemming met de structuurvisie. 4.2.2 Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant' Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten van Noord-Brabant de Omgevingsvisie Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt na het inwerking treden van de Omgevingswet de provinciale structuurvisie. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit wil zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken.

De provincie wilt daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma's. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: werken aan energietransitie, een klimaat proof Brabant, de slimme netwerkstad en een concurrerende duurzame economie. Deze vier hoofdopgave staan ten dienste van de basis opgaven: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses. Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a. door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma's) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. Beoordeling In het kader van de voorgenomen ontwikkeling, die plaatsvindt binnen bestaand stedelijk gebied, is met name 25

de ambitie tot zorgvuldig ruimtegebruik van belang. Het voornemen bestaat uit een transformatie van een bestaand kantoorpand tot woningen en daarnaast uit inbreiding door de realisatie van grondgebonden woningen op het bijbehorende terrein, binnen bestaand stedelijk gebied. De ontwikkeling is daarmee in lijn met de omgevingsvisie. 4.2.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant De provincie wil met haar regels aansluiten op de werkwijze van de Omgevingsvisie en de Omgevingswet. Daarom is ervoor gekozen om de verschillende provinciale verordeningen voor de fysieke leefomgeving samen te voegen tot een Interim omgevingsverordening. Provinciale Staten hebben op 25 oktober 2019 deze verordening vastgesteld en in 2023 is de meest recente actualisatie vastgesteld. Het is een 'Interim' omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de 'definitieve' omgevingsverordening, gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet nog niet zijn verwerkt. Er is wel zo veel als mogelijk aansluiting gezocht bij de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening (bijvoorbeeld bij de opbouw en de digitale vormgeving).

De Interim omgevingsverordening vervangt zes provinciale verordeningen, waaronder de Verordening ruimte Noord-Brabant 2014. In de omgevingsverordening staan onderwerpen uit de provinciale omgevingsvisie, waarbij is aangegeven welke belangen de provincie wil behartigen en hoe ze dat wil doen. Deze verordening bestaat uit kaartmateriaal en regels waarmee gemeenten rekening moeten houden bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Beoordeling Het plangebied ligt volgens de verordening binnen de structuur 'concentratiegebied' (stedelijk gebied). Binnen het plangebied vindt de transformatie van een bestaand kantoorpand naar woningen plaats in combinatie met de realisatie van grondgebonden woningen op het bijbehorende terrein.

Figuur 4.2: Uitsnede kaart 'Instructieregels gemeente: stedelijke ontwikkeling en erfgoed' uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Op grond van artikel 3.42 'duurzame stedelijke ontwikkeling' dient een bestemmingsplan dat voorziet in de 26

ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen binnen stedelijk gebied, een onderbouwing te bevatten dat: de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, zoals bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. De gemeenten in de Regio Noordoost-Brabant-West (NOBW) hebben in het Regionaal Perspectief op Wonen afspraken gemaakt over de regionale afstemming van woningbouwplannen. Basis voor de regionale afspraken was het Regionaal Perspectief op Wonen Meerjarenperspectief 2021-2024. Hierin is afgesproken dat ruim baan gegeven wordt voor inbreiding en transformatieplannen. Het voorliggende plan betreft de transformatie van een voormalig kantoorgebouw en omliggend terrein naar woningen. Het plan voldoet daarmee aan de regionale afspraken en behoort tot de plannen waaraan in regionaal verband ruim baan wordt gegeven. In het voorliggende geval is verder sprake van een duurzame stedelijke ontwikkeling. Er wordt deels voorzien in transformatie van een bestaand kantoorpand en daarnaast wordt voorzien in hoogwaardige, energiezuinige en duurzame nieuwbouw in de vorm van twee grondgebonden halfvrijstaande woningen. Hierbij wordt invulling gegeven aan een concrete behoefte, ook voor de langere termijn.

Aanvullend dient te worden opgemerkt dat inmiddels in de regio een Regionale Woondeal is gesloten, tussen Rijk, provincie Noord-Brabant, regiogemeenten en woningcorporaties, ondertekend op 9 maart 2023. Hierin wordt de grote vraag naar woningen geschetst. Er zijn ambitieuze afspraken gemaakt over het versneld realiseren van voldoende, met name betaalbare, woningen. Onderdeel daarvan is zorgen voor voldoende harde plannen (die de procedure doorlopen hebben), zodat de realisatie kan starten. De ontwikkeling aan Terpeborch 1 past binnen deze afspraken. Het gaat om een inbreidingsplan met een groot aandeel betaalbare woningen (sociale huur en middenhuur). Daarmee past het in de regionale ambities.

Ten aanzien van een duurzame ontwikkeling is in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant het volgende opgenomen: Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. b. c. d.

bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Ten aanzien hiervan kan het volgende worden opgemerkt: a. Zoals blijkt uit deze toelichting en meer specifiek hoofdstuk 5, is sprake van een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving. b. Er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik, waarbij een voormalig kantoorgebouw wordt getransformeerd tot appartementen binnen bestaan stedelijk gebied. c. Voor wat betreft duurzame energie wordt verwezen naar paragraaf 5.12. d. Er wordt invulling gegeven aan de actuele eisen ten aanzien van hemelwaterberging en door het toevoegen van groenvoorzieningen en verminderen van de hoeveelheid verharding, wordt tevens invulling gegeven aan het tegengaan van hittestress. e. Bij de technische uitwerking van de plannen wordt reeds rekening gehouden met de mogelijkheid om laadpalen voor elektrische auto's te plaatsen. f.

De realisatie van de appartementen en woningen draagt bij aan het draagvlak van voorzieningen in de nabijheid en daarmee mede ook aan een duurzame, concurrerende economie. Op grond van paragraaf 3.1.2 'Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies' van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant geldt: 27

een zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit (artikel 3.5) dat sprake dient te zijn van zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 3.6) dat de lagenbenadering toegepast dient te worden (artikel 3.7) gestreefd dient te worden naar meerwaardecreatie (artikel 3.8). Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit Een bestemmingsplan geeft bij de evenwichtige toedeling van functies invulling aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: zorgvuldig ruimtegebruik de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering meerwaardecreatie Deze aspecten worden hierna beschreven. Zorgvuldig ruimtegebruik De toedeling van functies dient plaats te vinden binnen bestaand ruimtebeslag. Het bestaand ruimtebeslag betreft 'het bestaand stedelijk gebied of een bestaand bouwperceel. Er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik, omdat enerzijds sprake is van transformatie van een bestaand kantoorpand en anderzijds omdat sprake is van een ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied, waarbij voor de grondgebonden woningen sprake is van inbreiding. Hierbij is sprake van een geringe impact op de fysieke leefomgeving.

Daarnaast houdt de ontwikkeling rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress door het behoud van zoveel mogelijk groen en het zorgen voor voldoende ruimte voor de opvang van hemelwater. Verder is de ontwikkeling getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Toepassing van de lagenbenadering De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. De lagenbenadering omvat de effecten op: de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. In het voorliggende geval is rekening gehouden met de genoemde lagen, hiervoor wordt verder verwezen naar hoofdstuk 3 en 5.

Hieruit blijkt dat in voldoende mate rekening wordt gehouden met de ondergrond en meer specifieke de aspecten bodem (zie paragraaf 5.8), grondwater (zie paragraaf 5.11) en archeologische waarden (zie paragraaf 5.15). Verder geldt ten aanzien van de netwerklaag dat de bestaande infrastructuur voldoet (zie paragraaf 3.3), dat geen siginificant negatieve effecten worden uitgevoerd op het Natuurnetwerk (zie paragraaf 5.14) en dat er geen problemen te verwachten zijn ten aanzien van de aspecten energienetwerk en waterwegen. Voor wat de bovenste laag geldt er geen cultuurhistorische of landschappelijke waarden in het geding zijn (zie onder meer paragraaf 5.15). De omvang van de functie en de bebouwing binnen het plangebied worden passend geacht binnen een stedelijke omgeving zoals in geval van het plangebied en de omgeving. Er is geen sprake van onevenredig negatieve effecten op bestaande en toekomstige functies en er is geen sprake van onevenredige effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu (zie hoofdstuk 3 en 5. 28

Meerwaardecreatie Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. In het voorliggende geval is sprake van meerwaardecreatie, onder meer door het combineren van de tranformatie van leegstand commerciëel vastgoed met de woningbouwopgave. Daarnaast is sprake van een impuls aan het openbaar groen aan de oostzijde van het plangebied.

Conclusie Het plan leidt tot een goede omgevingskwaliteit en is dan ook in overeenstemming met de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1 Ruimtelijke Structuurvisie - Stad tussen Stromen In juni 2003 heeft de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch de Ruimtelijke StructuurVisie vastgesteld, met de ondertitel 'Stad tussen stromen'. De Ruimtelijke StructuurVisie geeft richting aan de ruimtelijke ambities van de stad. Op 28 januari 2014 heeft de gemeenteraad de actualisatie van de structuurvisie uit 2003 vastgesteld. In deze geactualiseerde structuurvisie integreert gemeente het provinciaal beleid. De geactualiseerde structuurvisie bevat een integrale visievorming voor lange termijn, 10 jaar met een doorkijk naar 15 à 20 jaar. De structuurvisie bestaat uit het Ruimtelijk Casco, een visie geformuleerd op het plangebied. Een ruimtelijke analyse van de stad en het gemeentelijk beleid vormen de input voor deze visie. De visie formuleert de ontwikkelingskoers, beschrijft een wensbeeld van de stad voor de lange termijn en biedt het casco voor concrete projecten en plannen. Het is een toetsingskader, en tegelijkertijd ook een inspiratiekader voor ruimtelijke ontwikkeling. Zo wordt bepaald waar strakke contouren ter bescherming van kwetsbare waarden liggen en kansen voor ontwikkeling. En worden locaties aangeduid waar deze ontwikkeling tegen randvoorwaarden mogelijk zijn en afweegbare gebieden voor uitbreidingen en intensiveringen aangewezen.

Het 'ruimtelijk motto' van compacte, complete en contrastrijke stad als het uitgangspunt voor de ruimtelijke ontwikkeling voor de stad blijft gehanteerd, in de overtuiging dat dit de juiste basis biedt voor een duurzame ruimtelijk hoofdstructuur. Beoordeling Het plangebied behoort tot 'De Rosmalense vleugel'. Deze verbindt de stad met Rosmalen en De Groote Wielen. Het plangebied is aangemerkt als bestaand bebouwd gebied.

29

Figuur 4.3: De in de ruimtelijke structuurvisie onderscheiden stedelijke vleugels.

De voorgenomen ontwikkeling betreft de transformatie van een kantoorpand tot woningen en de realisatie van twee halfvrijstaande grondgebonden woningen op het bijbehorende terrein. Daarmee wordt voldaan aan de uitgangspunten van de structuurvisie. 4.3.2 Woonvisie 's-Hertogenbosch Het gemeentelijk woningbouwbeleid is vastlegend in de 'Woonvisie 's-Hertogenbosch' uit 2020. In de woonvisie wordt ingezet op vier woonopgaven: Passend en betaalbaar wonen voor iedereen; Leefbare en inclusieve buurten; Toekomstbestendige woningvoorraad; Strategisch innovatief woonprogramma. Beoordeling In het kader van passend en betaalbaar wonen voor iedereen wordt een onderscheid gemaakt in de thema's: betaalbaar wonen; passend wonen en doorstroming; specifieke doelgroepen. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt hierbij aangesloten. Er is sprake van betaalbare appartementen (1 appartement onder de liberalisatiegrens en 8 appartementen in het middenhuur-segment). Daarnaast omvat 30

deze ontwikkeling de realisatie van twee halfvrijstaande woningen. De Woonvisie gaat uit van een stedelijke programmering van ten minste 30% sociale huur, tenminste 20% middenhuur of goedkope koop en maximaal 50% overig. Per project is er ruimte voor maatwerk, waarbij een balans wordt gezocht tussen de stedelijke opgave en wens om bij te dragen aan sterke, leefbare en inclusieve buurten. Vanwege het relatief lage aantal middenhuurwoningen in het stedelijke programma zoeken we bij elke locatie naar de mogelijkheden voor dit segment. Ook het Bestuursakkoord 2022-2026 zet sterker in op het middensegment, namelijk 30% middenhuur en 10% goedkope koop. Met 8 van de 11 woningen in het middeldure huursegment draagt dit plan duidelijk bij aan deze specifieke opgave. De ontwikkeling voorziet in diverse bouwvormen, prijsklassen en eigendomsvormen. Daarmee is sprake van een divers en passend woningaanbod dat bijdraagt aan woonruimte voor verschillende doelgroepen. Zoals verderop in deze toelichting nader aan de orde komt, wordt hierbij ook uitdrukkelijk aandacht besteed aan de gewenste verduurzaming (zie ook paragraaf 5.12). De voorgenomen ontwikkeling sluit kortom aan bij de uitgangspunten van de Woonvisie 's-Hertogenbosch, voor betaalbaar en passend wonen en een toekomstbestendige woningvoorraad.

4.3.3 Welstand Op 17 mei 2011 heeft de gemeenteraad de 'Actualisering Welstandsnota 2011' vastgesteld. In de Welstandsnota zijn per bebouwingstype architectonische en bouwtechnische welstandscriteria opgenomen. Daarnaast gelden de algemene welstandscriteria als beoordelingskader. Het perceel is in de welstandnota nu opgenomen als "gebied T4 op zich zelfstaande bebouwing". Voor de grondgebonden woningen zal worden aangesloten op het welstandregime van de naastgelegen woningen: "gebied W7 thematische woonbebouwing inbreidingsgebied". De uiteindelijke toetsing door de Monumenten- en Welstandscommissie vindt plaats in het kader van de toekomstige omgevingsvergunningaanvraag. 4.3.4 Bomen Verordening Bomen, Water en Groen ’s-Hertogenbosch2021 Om de gevolgen van klimaatverandering voor ’s-Hertogenbosch te beperken is een verordening opgesteld voor bomen, het verwerken van hemelwater en grondwater en het aanleggen en beheren van groen. Met de regels in deze verordening kunnen de gevolgen van klimaatverandering beter worden opgevangen en wordt een meer groene en blauwe inrichting van de stad, wijken en dorpen in juridisch opzicht geborgd. Op deze manier is voor iedereen duidelijk wat wel en niet mag en hoe de gemeente daarop toeziet.

Water Door klimaatverandering neemt de kans op onder andere wateroverlast en overstromingen door extreme neerslag toe, maar ook de kans op langdurige periodes van droogte. Om wateroverlast door extreme neerslag te voorkomen en verdroging tegen te gaan is het onder meer van belang dat voldoende waterberging op eigen terrein wordt gerealiseerd. Daarom is in de verordening onder meer de verplichting opgenomen voor perceeleigenaren om hemelwater op eigen terrein te verwerken, waarbij een hemelwatervoorziening met een bepaalde capaciteit moet worden gerealiseerd. Het plan voorziet in het vernieuwen/veranderen van meer dan 500 m² verharding. Er wordt bestrating blijvend verwijderd en veranderd. Op de bestrating vallend hemelwater wordt op eigen terrein opgevangen en geïnfiltreerd in de bodem. De hemelwaterriolering van het bestaande kantoorpand wordt ontkoppeld en het water wordt geïnfiltreerd op eigen terrein. Tevens komen er groendaken die zorgen voor vertraagde afvoer van hemelwater. Er komen bomen en groen die zorgen voor de opname van regenwater. Hemelwater dat valt op de daken van en de verharding ter plaatse van de halfvrijstaande woningen wordt binnen het plangebied geïnfiltreerd. De berekeningen en exacte uitwerking vinden plaats in het kader van de indiening aanvraag omgevingsvergunning 31

(zie ook paragraaf 5.11). Daarbij zal rekening worden gehouden met de eisen zoals deze zijn opgenomen in de verordening Bomen, Water en groen 's-Hertogenbosch 2021. Groen Om te komen tot een klimaatadaptieve, biodiverse en groene omgeving is een groennorm vastgesteld. Per gebied is een ondergrens van het percentage groen aangegeven. In de verordening is een groennorm opgenomen voor ontwikkelingen waarbij sprake is van een toename aan oppervlakteverharding van meer dan 500 m². Hiervan is geen sprake, waardoor deze norm niet van toepassing is. Desondanks wordt invulling gegeven aan het streven naar een groene inrichting. Voor meer informatie hierover wordt verwezen naar paragraaf 3.1 en paragraaf 5.12. Bomen en houtopstanden De verordening geeft aan welke regels de gemeente hanteert voor het vellen van houtopstanden (bomen), het verwerken van hemelwater en grondwater en het aanleggen en beheren van groen. De regels voor bomen en water zijn gebaseerd op de gemeentelijke regels die voorheen golden. Voor groen is een groennorm opgesteld. Bomen dragen bij aan een betere wateropvang, leveren schaduw, een hogere luchtvochtigheid en dragen daarmee bij aan verkoeling. Ook dragen bomen bij aan een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving en zijn bepaalde houtopstanden waardevol voor onze leefomgeving.

Daarom zijn in de verordening regels opgenomen om bepaalde categorieën houtopstanden te beschermen. Deze categorieën zijn aangeduid op de bijbehorende Bomenkaart. Het gaat om: monumentale houtopstanden waardevolle houtopstanden beschermde houtopstanden gelegen binnen Structuren beschermde houtopstanden gelegen binnen Sfeervlakken Deze categorieën zijn vergunningplichtig in het kader van de verordening Bomen Water en Groen 2021. Volgens de Groene kaart, zoals genoemd in de Verordening bomen, water en groen 's-Hertogenbosch 2021, zijn er binnen het plangebied geen sfeervlakken of structuren gedefinieerd. Binnen het plangebied wordt, op het kleine stukje huidige gemeentegrond, de bestaande es verwijderd. Het stukje gemeentegrond wordt bij het plangebied getrokken, zodat er een evenwichtige groene invulling van het terrein kan ontstaan. Het verwijderen van de boom wordt gecompenseerd door de toevoeging van 2 nieuwe bomen aan de voorzijde van het pand (op gemeentegrond), in de gemeentelijke bomenstructuur, Structuurlijn, conform bijlage 2 van de Verordening Bomen, Water en Groen.

Visie 's-HertogenboschGroen en Klimaatbestendig (maart 2021) Met de visie 's-Hertogenbosch Groen en Klimaatbestendig onderschrijft de gemeente de grote waarde van groen en water in de gemeente, met als streven een gezonde, groene en klimaatbestendige leefomgeving in 2050. Daarvoor zijn normen en richtlijnen opgeteld voor de leidende thema's groen, water en biodiversiteit. De gemeente nodigt bedrijven en burgers uit om zelf met initiatief te komen en samen de weg in te slaan naar een duurzaam 's-Hertogenbosch. Bomenbeleidsplan 's-Hertogenbosch Het Bomenbeleidsplan 's-Hertogenbosch is door de gemeenteraad vastgesteld op 29 september 2017. Bij de ruimtelijke procedure vindt een afweging plaats ten aanzien van verschillende functies waaronder groen. De gemeente stelt daarbij voorwaarden ten aanzien van groen. Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij beleidsuitgangspunten uit het Bomenbeleidsplan, zoals het zoveel mogelijk behouden van bomen, het verplanten van bomen en herplant en compensatie van groen. Afspraken over velling, herplant en compensatie 32

wordt bij het plan vastgelegd zodat hierbij aangesloten kan worden bij de uiteindelijke vergunningprocedure. Het kan zowel om behoud als om ontwikkeling van nieuw groen gaan. Bij de ontwikkeling moeten bomen direct in beeld zijn. Hiervoor wordt een bomeninventarisatie uitgevoerd. Hierbij worden alle bomen in beeld gebracht en op waarde beoordeeld. De inventarisatie wordt gebruikt bij het ontwerpproces. De gemeente toetst hierbij de wijze waarop rekening wordt gehouden met de bomen. De inventarisatie bestaat minimaal uit: digitaal ingemeten tekening; boomsoorten; stamomvang op 1,30 meter boven maaiveld; kroonomvang; vitaliteit en levensverwachting van de boom. Hieruit blijkt welke bomen waardevol en te behouden zijn. Deze bomeninventarisatie komt terug in het ontwerp waardoor te zien is welk effect het plan op het bestaande groen heeft. De bomendeskundige gebruikt de bomeninventarisatie vervolgens als basis om eisen te stellen aan inpassing en bescherming. Op deze manier kan worden geborgd dat er voldoende bomen behouden blijven. Beoordeling In het kader van de voorgenomen ontwikkeling zijn geen waardevolle bomen binnen het plangebied aanwezig, waardoor het uitvoeren van een boomeffectanalyse niet zinvol wordt geacht. Wel wordt het in de huidige situatie vrijwel volledig verharde plangebied in het kader van de voorgenomen ontwikkeling vergroend.

4.3.5 Nota Duurzaamheid In mei 2019 heeft de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch de Nota Duurzaamheid 'Samenwerken aan een duurzaam 's-Hertogenbosch' vastgesteld. Overkoepelende doelstelling is dat 's-Hertogenbosch in 2050 duurzaam is. Deze is vertaald in vier concrete ambities: Gezonde, groene en klimaatbestendige omgeving; CO2-neutrale gemeente; Waardebehoud van grondstoffen; Duurzame mobiliteit. Deze ambities zijn uitgewerkt in 17 concrete Duurzame Ontwikkelingsdoelen. Naast deze ambities kent 's-Hertogenbosch ook een verstedelijkingsopgave. Aspecten zoals veiligheid en gezondheid zullen hierin moeten worden meegenomen. Per ambitie is in de Nota Duurzaamheid beschreven wat de gemeente wil bereiken en hoe men dit wil monitoren. Daarnaast is een aantal goede voorbeelden opgenomen, bedoeld als inspiratie voor alle betrokken partijen. Beoordeling De verstedelijkingsopgave voor 's-Hertogenbosch ziet onder meer op het bieden van voldoende en kwalitatief goede huisvesting voor verschillende doelgroepen. Daarbij is van belang dat, zeker in geval van nieuwe initiatieven op het gebied van huisvesting en woningbouw, een gezonde, groene en klimaatbestendige leefomgeving centraal staat. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt hieraan invulling gegeven door onder meer het in de huidige situatie vrijwel volledig verharde terrein te vergroenen.

Verder is door middel van onderzoek aangetoond dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat voor wat betreft diverse milieuaspecten. Zie hiervoor hoofdstuk 5. Hiermee voldoet de beoogde ontwikkeling binnen het plangebied aan deze randvoorwaarden. De beoogde ontwikkeling is in lijn met de ambities uit de Nota Duurzaamheid. Voor meer informatie over de wijze waarop bij de voorgenomen ontwikkeling invulling wordt gegeven aan het thema duurzaamheid, wordt verwezen naar paragraaf 5.12.

33

34

Hoofdstuk 5 Milieu, waarden 5.1

duurzaamheid

en

Inleiding

Dit hoofdstuk geeft weer hoe milieuaspecten een rol hebben gespeeld bij het opstellen van het voorliggende bestemmingsplan. Tussen milieuaspecten en ruimtelijke ordening bestaat een duidelijke relatie. De milieukwaliteit vormt namelijk een belangrijke afweging bij de ontwikkelingsmogelijkheden van ruimtelijke functies. Bij de besluitvorming over het al dan niet toelaten van een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling, dient onderzocht te worden welke milieuaspecten daarbij een rol kunnen spelen. Het is daarnaast van belang om milieubelastende functies (zoals bedrijfsactiviteiten) ruimtelijk te scheiden van milieugevoelige functies (zoals woningen). Andersom moet in de ruimtelijke ordening nadrukkelijk rekening gehouden worden met de gevolgen van ruimtelijke ingrepen voor het milieu. Milieubelastende of hinderlijke situaties moeten voorkomen worden.

5.2

Bedrijven en milieuzonering

Milieuzonering zorgt voor voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te garanderen naast de zorg dat er voor bedrijven voldoende ruimte voorhanden is om de bedrijfsactiviteiten duurzaam en binnen aanvaardbare voorwaarden (normen) uit te kunnen voeren. Richtlijn Bij het beoordelen van (binnen het plangebied of elders gelegen) de bedrijven welke invloed hebben op het plangebied, is gebruik gemaakt de VNG-brochure “Bedrijven en Milieuzonering”. De VNG brochure is een richtlijn, vormt geen wettelijk kader maar heeft als gevolg van jurisprudentie de status van pseudo-wetgeving gekregen. Deze richtlijn biedt kaders om milieuzonering goed in ruimtelijke plannen af te wegen. In de VNG-uitgave staan minimale richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar die gebaseerd zijn op een “gemiddeld” modern bedrijf. Deze richtafstanden gelden vanaf de perceelgrens van het bedrijf waar de bedrijfsactiviteiten plaats kunnen vinden (of de opslagvoorziening of installatie) tot aan de gevel van woningen in een 'rustige woonwijk'.

Indien het bedrijf afwijkt door grootte, technische voorzieningen, afschermingen et cetera is het mogelijk om gemotiveerd af te wijken van de (indicatieve) afstanden. De grootste van de vier VNG-richtafstanden (voor geur, stof, geluid of gevaar) is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieu-categorie. De milieucategorie van een bedrijf kan variëren van 1 (een licht bedrijf, met een hinderafstand van 10 meter) tot 6 (een zeer zwaar bedrijf, met een hinderafstand van 1500 meter). 35

Beoordeling In het voorliggende geval is sprake van een transformatie van een perceel met een kantoorfunctie naar een perceel met een woonfunctie. Woningen vormen geen functie met een richtafstand naar milieugevoelige functies, dit in tegenstelling tot de voorheen aanwezige kantoorfunctie van milieucategorie 1, waarvoor een richtafstand van 10 meter geldt. Vanuit het oogpunt van milieuzonering vindt kortom een verbetering van het woon- en leefklimaat voor de omgeving plaats. Direct rondom het plangebied zijn verder overwegend woonfuncties gesitueerd en wegen. Bedrijven en overige inrichtingen zijn allemaal op grotere afstand gelegen dan de omringende woningen. Zo ook de maatschappelijke bestemming (Kindcentrum de Terp inclusief Sportzaal Overlaet) op circa 50 meter ten zuidwesten van het plangebied. Voor een basisschool en kinderopvang geldt milieucategorie 2 met een richtafstand tot milieugevoelige functies van 30 meter binnen het gebiedstype rustige woonwijk. Hieraan wordt ruimschoots voldaan. Voor een sporthal geldt maximaal milieucategorie 3.1 met een richtafstand tot milieugevoelige functies van 50 meter binnen het gebiedstype rustige woonwijk. Ook hieraan wordt ruimschoots voldaan.

Door de toekomstige woonfunctie worden omliggende inrichtingen niet in hun functioneren beperkt en andersom beredeneerd vormen de omliggende functies ook geen belemmering voor de beoogde woningbouw. Vanuit het aspect milieuzonering bestaan er kortom geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling. Onderzoek parkeren Hoewel ook in de huidige situatie reeds op het gehele terrein rondom het voormalige kantoorpand geparkeerd kan worden, is volledigheidshalve in het kader van de beoogde ontwikkeling een akoestisch onderzoek uitgevoerd om de geluidbelasting vanwege verkeer en parkeren op de parkeerplaatsen binnen het plangebied op omliggende woningen te bepalen. Onderstaand wordt kort ingegaan op de onderzoeksresultaten. Voor meer informatie wordt verwezen naar de rapportage van het onderzoek die als bijlage 2 is te raadplegen. Uit het onderzoek blijkt dat bij toepassing van schermen tot een hoogte van maximaal 3 meter niet bij alle (gevels van de) woningen volledig wordt voldaan aan de richtwaarden uit stap 2 van de VNG-publicatie. Bij toepassing van stap 3 voldoen de maximale geluidniveaus ter plaatse van alle (gevels van de) woningen bij een scherm van 2,5 meter of hoger in de dag- en avondperiode aan de richtwaarde. In de nachtperiode wordt slechts ter plaatse van een klein aantal gevels niet geheel voldaan aan de richtwaarde.

Desondanks kunnen de geluidniveaus in deze concrete situatie acceptabel worden geacht vanwege de volgende redenen: Overdrachtsmaatregelen anders dan beschreven in de vorm van geluidschermen zijn niet wenselijk. Het betreft een omgevingseigen geluidbron. Het karakter van het geluid van het gebruik van de parkeervoorziening is gelijk aan het gebruik van de nabij gelegen openbare weg. Ter plaatse kunnen in de huidige situatie al vergelijkbare activiteiten plaatsvinden. Ten opzichte van de huidige planologische situatie vindt op dit punt geen wijziging plaats; dit is nu al toegestaan. De optredende geluidniveaus zijn dus al mogelijk op basis van het huidige bestemmingsplan. Het aantal parkeerbewegingen in de avond- (< 10) en nachtperiode (< 5) zal zeer beperkt zijn. Bovendien voldoen de maximale geluidniveaus in de dag- en avondperiode bij scherm van 2,5 meter hoogte aan de richtwaarden. Alleen ten gevolge van de (3 auto's) in de nachtperiode is sprake van lichte overschrijding van de richtwaarden uit de VNG-publicatie. Piekgeluiden van personenauto's zijn algemeen geaccepteerd bij woningbouwplannen en inherent aan het wonen naast en bij elkaar. Gesteld wordt dat de kans op tussentijds ontwaken, gezien het zeer beperkte aantal voertuigbewegingen en de lage stijgsnelheden en de bijbehorende optredende geluidniveaus, zeer klein is.

Voor een goed akoestisch woon- en leefklimaat kan worden aangesloten bij de in tabel 2.17a uit het Activiteitenbesluit milieubeheer opgenomen richtwaarde voor maximale geluidniveaus in- en aanpandige gevoelige gebouwen van 45 dB(A). Gelet op de geluidwering van de gevels (steenachtige bouw zonder ventilatieroosters) zal dit geluidniveau gewaarborgd zijn. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat ter plaatse van de woningen ook ten aanzien van de maximale geluidniveaus een acceptabel woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. De realisatie van 36

geluidschermen met een hoogte van 2,5 meter is geborgd in de planregels.

Onderzoek warmtepompen In het kader van de beooge ontwikkeling is tevens aan akoestisch onderzoek uitgevoerd naar warmtepompen. Onderstaand wordt kort ingegaan op de onderzoeksresultaten. Voor meer informatie wordt verwezen naar de rapportage van het onderzoek die als bijlage 3 is te raadplegen. Alle buitenunits zijn ofwel (door de bebouwing c.q. dakrand) afgeschermd ten opzichte van de gevels van appartementen en woningen binnen het plangebied gelegen. De afzonderlijke units voldoen hiermee aan artikel 3.8 lid 2 en artikel 3.9 lid 3 van het Bouwbesluit. Geclusterde buitenunits (maximaal 9 units op één dak) zorgen gezamenlijk voor een hoger geluidniveau. Dit zal, zelfs indien alle units relevant zouden zijn voor dezelfde gevel, niet leiden tot een geluidniveau van meer dan 40 dB. Er is kortom sprake van een vanuit akoestisch oogpunt inpasbare situatie.

5.3

Geluid

Bij een ruimtelijk plan dient rekening te worden gehouden met geluidsbronnen en de mogelijke hinder of overlast daarvan voor mensen. De beoordeling van het aspect geluid in ruimtelijke plannen vindt zijn grondslag in vooral de Wet geluidhinder en Wet milieubeheer. Daarnaast vindt de beoordeling zijn grondslag in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), op grond van een “goed woon- en leefklimaat”. Het aspect geluid kent voor geluidsgevoelige bestemmingen (zoals woningen) afhankelijk van typen geluidsbronnen een wettelijk kader die van belang zijn bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Zo zijn in de Wet geluidhinder voor geluidsgevoelige bestemmingen (als woningen) grenswaarden opgenomen voor industrielawaai, wegverkeerlawaai en spoorweglawaai. Het stelsel is gericht op het voorkomen van nieuwe geluidgehinderden. 5.3.1 Wegverkeerslawaai Wettelijk kader Langs alle wegen bevinden zich conform de Wet geluidhinder (Wgh) geluidszones, met uitzondering van wegen op woonerven en 30 km/uur-wegen. Binnen de geluidszone van een weg dient de geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige bestemmingen (zoals woningen) aan wettelijke normen te voldoen. Het plangebied is gelegen binnen de wettelijk vastgestelde zone van de Rodenborchweg. Daarnaast is het plan gelegen in de directe nabijheid van de Terpeborch en de Zustersbosweg.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13586447/1