Bijlage 3 - Toelichting en regels bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
Tekst van het document
De wetgever maakt onderscheid tussen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die continu
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
26
Mureau Advies
op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart worden weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. De wetgever schrijft voor hoe moet worden omgegaan met de PR 10-6/jaar. Binnen deze contour heeft iemand die hier continu aanwezig is de kans van 1 op één miljoen om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens: de afstand waarop niet meer dan 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. De gemeente ’s-Hertogenbosch beschikt over een beleidsvisie externe veiligheid (Uitvoeringskader externe veiligheid gemeente ’s-Hertogenbosch, deel A t/m C, 2010). Hierin zijn aanvullende kaders gegeven voor de integrale aanpak van externe veiligheid. Voor het plangebied en de omgeving is beoordeeld of er relevante bronnen van risico zijn. Hiervoor is de Atlas Leefomgeving geraadpleegd. Afbeelding 5.1 geeft een uitsnede weer van de Signaleringskaart externe veiligheid met relevante invloedgebieden voor het plangebied en de omgeving.
Afbeelding 5.1 Signaleringskaart externe veiligheid
Bedrijven In de omgeving van het plangebied zijn geen Bevi of BRZO bedrijven aanwezig. Het plangebied ligt derhalve niet binnen de PR contouren en GR invloedsgebieden van risicovolle inrichtingen. Vervoer over wegen Het plangebied is direct gelegen aan de Brugstraat en de Van Rijckevorselweg. Voor deze wegen is de PR contour 10-6/jr niet berekenbaar. Dit houdt in dat voor dit aspect geen knelpunt aanwezig is. De afstand tot autosnelweg A59 bedraagt circa 1.800 meter. Deze
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
27
Mureau Advies
Rijksweg is onderdeel van het basisnet. Het PR wordt niet overschreden. Het GR is laag en het voorliggende initiatief is zo beperkt van omvang dat er geen significante toename van het GR zal optreden. Vervoer over spoor Op een afstand van circa 3 km ten noorden van het plangebied bevindt zich de spoorlijn ’sHertogenbosch – Nijmegen. Vanwege de grote afstand van spoorwegen en vaarwegen tot het plangebied bestaat vanuit het PR geen belemmering voor het initiatief. Het voorliggende initiatief is zo beperkt van omvang dat geen significante toename van het GR zal optreden. Buisleidingen In de directe omgeving van het plangebied zijn geen buisleidingen aanwezig. De dichtstbijzijnde buisleiding (hoge druk aardgas) ligt op een afstand van 1,9 km. Daarmee ligt het plangebied ver buiten PR en ver buiten het invloedgebied voor GR. Advies Veiligheidsregio In overleg met de regionale brandweer heeft gemeente ’s-Hertogenbosch besloten dat voor ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied buiten 325 meter van de relevante transportroutes (wegen of spoorwegen) geen aanvullende eisen vanuit externe veiligheid worden gesteld. Het is in het kader van de verantwoording van het GR niet noodzakelijk om voor dergelijke ontwikkelingen advies in te winnen bij de regionale brandweer (Veiligheidsregio). Deze afspraak is opgenomen in het gemeentelijk externe veiligheidsbeleid.
Conclusie Het initiatief leidt tot het toevoegen van een beperkt aantal kwetsbare objecten op grote afstand van risicobronnen. Het plangebied ligt buiten een PR, heeft geen invloed op GR en voldoet aan wet- en regelgeving. Eventuele restrisico’s zijn beperkt en worden geaccepteerd. Op basis van de analyse in deze paragraaf, wordt geconcludeerd dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor het initiatief. 5.7 Luchtkwaliteit Het beleid en de regelgeving inzake luchtkwaliteit heeft tot doel om mensen te beschermen tegen de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging. Voor verschillende stoffen zijn luchtkwaliteitsnormen vastgesteld. Ruimtelijke plannen of projecten die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit, dienen getoetst te worden aan de Wet milieubeheer. Deze wet bevat grenswaarden voor de stoffen zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, fijn stof, lood, benzeen en koolmonoxide in de buitenlucht. In Nederland zijn de maatgevende stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Overschrijding van de grenswaarden van de andere stoffen komt nauwelijks voor. Voor het beoordelen van ruimtelijke plannen worden als grenswaarden gehanteerd de jaargemiddelde concentraties voor NO2 (40 microgram/m3), PM10 (40 microgram/m3) en PM2,5 (25 microgram/m3). Planologische ontwikkeling De wet maakt onderscheid tussen kleine en grote ruimtelijke projecten.
Kleine projecten verslechteren de luchtkwaliteit niet in betekenende mate (NIBM). Deze projecten vergen geen nadere toetsing op luchtkwaliteit. Ze zijn zo klein dat ze geen wezenlijke invloed hebben op de luchtkwaliteit. Er is geen belemmering als een klein project niet of nauwelijks bijdraagt aan luchtverontreiniging, ook niet in gebieden met te veel luchtverontreiniging (overschrijdingsgebieden). De ministeriële regeling NIBM geeft aan in welke gevallen een
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
28
Mureau Advies
nieuw project in ieder geval een NIBM project is. Dat is bijvoorbeeld het geval als er minder dan 1.500 woningen worden gebouwd bij minimaal één ontsluitingsweg, of minder dan 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen. Binnen het plangebied worden zes nieuwe woningen gerealiseerd. Deze kleinschalige ontwikkeling valt onder de categorie NIBM. Dat betekent dat een luchtkwaliteitsonderzoek niet noodzakelijk is. Bovendien worden de bedrijfsmatige agrarische activiteiten beëindigd. Volledigheidshalve zijn de verkeersbewegingen als gevolg van het planvoornemen ingevoerd in de NIBM-tool (versie 2020). De ingevoerde verkeersbewegingen zijn worst case en er is niet gecorrigeerd voor de afname van het aantal verkeersbewegingen door het beëindigen van het agrarisch bedrijf. Desondanks blijkt dat de ontwikkeling NIBM is, zodat nader onderzoek niet noodzakelijk is.
Afbeelding 5.2 Worst case berekening luchtkwaliteit
Woon- en leefklimaat Het is van belang dat ter plaatse van de nieuwe woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Op grond van de Wet luchtkwaliteit zijn grenswaarden opgenomen voor de gemiddelde concentraties voor onder andere fijnstof (PM10). Deze grenswaarde bedraagt 50 µg/m3. Vanaf 1 januari 2015 geldt tevens een grenswaarde voor PM2,5 waaraan door het bevoegd gezag bij een vergunningverlening moet worden getoetst. Deze grenswaarde is opgenomen in de Wet milieubeheer en bedraagt 25 µg/m3 voor de jaargemiddelde concentratie. Voor de kortdurende blootstelling van de mens aan piekconcentraties van NO2 geldt een grenswaarde van 200 µg/m3 voor het uurgemiddelde. Het RIVM heeft Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten van Nederland (GCN en GDN) waarop de achtergrondconcentratie van fijnstof (PM10 en PM2,5) en NO2 ten aanzien van een goed woon- en leefklimaat geraadpleegd kan worden. De jaargemiddelde concentraties in de omgeving van het plangebied zijn conform de GCN voor fijnstof PM10 15 µg/m3, voor PM2,5 8 µg/m3 en voor NO2 11 µg/m3. Afbeelding 5.3 geeft dit weer. De concentraties ter plaatse van het plangebied voldoen aan de streefwaarden. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat en het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het initiatief.
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
29
Mureau Advies
Afbeelding 5.3 Grootschalige Concentratiekaart Nederland
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
30
Mureau Advies
5.8 Bodem Op basis van artikel 3.1.6 van het Bro en artikel 3.2 Awb, moet in planvorming rekening gehouden worden met de bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functie. Er dient bepaald te worden of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de gronden. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit als gevolg van eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Om te bepalen of de bodemkwaliteit geschikt is voor de functie wonen, heeft de initiatiefnemer aan gespecialiseerd bureau BodemInzicht opdracht geven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek. Het doel van het onderzoek is het bepalen van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. Versie 2 van het rapport is opgesteld naar aanleiding van de beoordeling van versie 1. Uit de beoordeling blijkt dat de druppelzone en uitspoelzone van stal 2 en 3 dient te worden onderzocht op asbest en PCB. De conclusie uit de rapportage met de resultaten van het onderzoek is onderstaand integraal weergegeven. “Ter plaatse van de onderzoeklocatie zijn geen verontreinigingen aangetoond die aanleiding vormen voor het uitvoeren van nader of aanvullend bodemonderzoek. De bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoeklocatie vormt geen belemmering voor de beoogde bestemmingswijziging en bouw van woningen.
De eventueel bij werkzaamheden vrijkomende grond is op of buiten het onderzoeksterrein herbruikbaar. Indien vrijkomende grond van de locatie afgevoerd dient te worden, dient men rekening te houden met de regels van het vigerende Besluit Bodemkwaliteit.” De volledige rapportage met de resultaten van het onderzoek is als bijlage 6 bij deze toelichting opgenomen.
5.9 Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het beoordelingskader voor geur bij milieuvergunningen, bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Het gaat uitdrukkelijk om agrarische geur van landbouwhuisdieren uit stallen. De Wgv maakt onderscheid in geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom en buiten de bebouwde kom en of betrokken bedrijven wel of geen dieren houden waarvoor geuremissiefactoren zijn vastgesteld. De toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object, binnen de bebouwde kom, mag in beginsel niet meer bedragen dan 3 odour units (Oue). Indien geen dieren worden gehouden waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld en derhalve geen geurbelasting kan worden bepaald, gelden vaste afstanden. Ook hier is er onderscheid tussen binnen en buiten de bebouwde kom. In lijn met de bepalingen uit de Wgv zijn de genoemde normen voor geurbelasting en vaste afstanden overeenkomstig opgenomen in het Activiteitenbesluit. Geurhinder wordt bepaald op basis van de voorgrondbelasting en de achtergrondbelasting. Met de voorgrondbelasting wordt de geurbelasting bedoeld van die veehouderij welke de meeste geurbelasting op een geurgevoelig object veroorzaakt. De achtergrondbelasting wordt veroorzaakt door alle veehouderijen die rondom een geurgevoelig object zijn gelegen. Binnen het plangebied worden in de nieuwe situatie niet bedrijfsmatig dieren gehouden.
Het is in het kader van de Wgv niet noodzakelijk te toetsen op de afstand tot omliggende geurgevoelige objecten. Het beëindigen van de agrarische bedrijfsvoering in de kern Vinkel, leidt tot een vermindering van de geuroverlast voor nabij het plangebied gelegen woningen.
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
31
Mureau Advies
Het plangebied is gelegen aan de rand van de kern Vinkel. De dichtstbijzijnde intensieve veehouderijen bevinden zich aan de Nieuwekampen 15 en 42, op een afstand van meer dan 500 meter van het plangebied. In het kader van een planologische procedure ten behoeve van het realiseren van 26 appartementen aan de overzijde van het plangebied, heeft De Roever Omgevingsadvies een onderzoek uitgevoerd naar geur van veehouderijen. Het onderzoek is opgenomen als bijlage 7 bij deze toelichting. Uit dit onderzoek blijkt dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Door het beëindigen van het agrarisch bedrijf Brugstraat 36, verbetert het woon- en leefklimaat binnen het plangebied ten opzichte van het uitgevoerde onderzoek. Het aspect geur vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
5.10 Kabels en leidingen Voor het plangebied is geen sprake van aanwezigheid van ruimtelijk relevante kabels of leidingen. Voor het uitvoeren van graafwerkzaamheden binnen het plangebied, zal een KLIC melding worden gedaan, zodat de ligging van kabels en leidingen in beeld is en schade kan worden voorkomen.
5.11 Elektromagnetische velden Het beleid voor elektromagnetische velden is opgenomen in het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4), de Toekomstagenda Milieu en de beleidsnota Nuchter omgaan met Risico’s, beslissen met gevoel voor onzekerheden (2004). De Rijksoverheid heeft het beleid nader uitgewerkt in een Rijksadvies (VROM, 2005) dat in 2008 nader is toegelicht en aangevuld. Het Rijksadvies heeft betrekking op gevoelige objecten, te weten woningen, scholen en kinderdagverblijven, inclusief de buitenruimte. De tuinen bij de woningen behoren derhalve tot de gevoelige objecten. Bij nieuwbouwplannen of het realiseren van nieuwe elektromagnetische velden dient voorkomen te worden dat er gevoelige bestemmingen terecht komen in een zone waar het magnetisch veld gemiddeld over een jaar hoger is dan de norm van 0,4 microtesla. Het plangebied bevindt zich ver van bovengrondse hoogspanningslijnen (meer dan 4 km) en daarmee ver buiten de magneetvelden daarvan. Bovengrondse hoogspanningslijnen vormen geen belemmering voor het initiatief. Hoogspanningslijnen zijn de belangrijkste bron van elektromagnetische velden. Ook transformatorhuisjes kunnen een bron zijn. Naast Van Rijckevorselweg 28 bevindt zich een transformatorhuisje.
De sterkte van het magneetveld van transformatorhuisjes is van veel factoren afhankelijk, maar de afstand waarop het magneetveld zwakker is dan 0,4 microtesla bedraagt bij transformatorhuisjes anderhalf tot vier meter. Deze afstand komt voort uit onderzoek van het RIVM (“Verkenning van extreem-laagfrequente ELF magnetische velden bij verschillende bronnen, 2009”). Vanwege het vermogen van het betreffende transformatorhuisje, is de verwachting dat de benodigde afstand kleiner is dan vier meter. Vanuit het voorzorgbeginsel is desondanks vier meter gehanteerd. Om te voldoen aan deze minimale afstand, is het bouwvlak voor de nieuwe vrijstaande woning aan de Van Rijckevorselweg gesitueerd op een afstand van meer dan vier meter van het transformatorhuisje. Ook indien rekening wordt gehouden met de mogelijkheden van
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
32
Mureau Advies
vergunningsvrij bouwen, bedraagt de afstand van de woning tot het transformatorhuisje meer dan vier meter. De afstand van vier meter dient te worden aangehouden voor langdurig verblijf door kinderen. Ook buitenruimte kan aan de minimale afstand moeten voldoen, bijvoorbeeld het terras of de tuin waar kinderen spelen. De buitenruimte tussen de woning en het transformatorhuisje zijn vanwege de ligging aan de straatzijde niet geschikt voor langdurig verblijf. Het terras en de achtertuin worden aan de zuidwestzijde van de woning gesitueerd. De afstand tot het transformatorhuis bedraagt daar ruim meer dan vier meter.
5.12 Water De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. Ook verbetert de Waterwet de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is dat de waterbelangen evenwichtig worden meegewogen bij de totstandkoming van een plan. Sinds juli 2003 is de watertoets wettelijk verankerd in het Besluit op de Ruimtelijke Ordening. Beleid gemeente ’s-Hertogenbosch De gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch heeft op 9 maart 2021 de Verordening bomen, water en groen ’s-Hertogenbosch 2021 vastgesteld. Het doel van deze Verordening is het stellen van regels over houtopstanden, het lozen van grondwater en hemelwater en het verplicht realiseren van groen, om de gevolgen van klimaatverandering te beperken en bepaalde houtopstanden te beschermen. Het is op grond van artikel 4.14 van de Verordening verboden grondwater te lozen op de gemeentelijke riolering of op een gemeentelijke hemelwatervoorziening. Er is geen sprake van het onttrekken van grondwater, dat wordt geloosd op de gemeentelijke riolering of een gemeentelijke hemelwatervoorziening. Art.
4.15 bepaalt dat het verboden is bij het realiseren van nieuwe verharding of het vernieuwen van bestaande verharding hemelwater te lozen op de riolering of openbaar terrein. De perceeleigenaar heeft de verplichting het hemelwater te verwerken op eigen terrein. De kleinschalige woningbouwontwikkeling aan het lint leidt tot het nieuw bouwen van één vrijstaande woning en vier twee-aaneen gebouwde woningen en het splitsen van de bestaande monumentale langgevelboerderij. Door de sloop van de agrarische bedrijfsgebouwen met een oppervlakte van circa 1.700 m2 en het verwijderen van erfverharding en overige voorzieningen, is sprake van een netto afname van de verharde oppervlakte. Bij de planvorming wordt rekening gehouden met de opvang van hemelwater binnen het plangebied. In de gemeentelijke Verordening ‘Bomen, water en groen’ is de verplichting opgenomen voor elke m2 verhard oppervlak (gebouw, bestrating, overkapping, etc.) die wordt gebouwd, vervangen of vernieuwd, minimaal 60 mm berging en/of infiltratie van hemelwater per m2 verharding aan te leggen. Het hemelwater dat valt op daken en verhardingen wordt niet geloosd op het gemeentelijk rioolstelsel, maar onder afschot afgevoerd naar greppels die onderdeel uitmaken van de landschappelijke inpassing. Deze greppels bergen het hemelwater, zodat het kan infiltreren in de bodem.
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
33
Mureau Advies
De vijf nieuw te bouwen woningen leiden tot een verharde oppervlakte van 2.100 m2. Tabel 5.1 geeft weer hoe deze oppervlakte is opgebouwd. De bestaande boerderij met bijbehorende verhardingen wordt gehandhaafd en maakt geen onderdeel uit van de berekening.
Woning A Woning B Woning C Woning D Woning E Woning F Woning G Totaal
Woning Bestaand Bestaand 120 120 100 100 160 600
Bijgebouw Bestaand Bestaand 100 150 100 100 100 550
Oprit en terras Bestaand Bestaand 200 200 150 150 250 950
Verhard oppervlak n.v.t. n.v.t. 420 470 350 350 510 2.100
Tabel 5.1 Verharde oppervlakte nieuwe situatie
De benodigde compensatie (m3) wordt berekend als de verharde oppervlakte (m2) * 0,06 (m). Voor het voorliggende initiatief betekent dit dat 2100 * 0,06 = 126 m3 bergingscapaciteit gerealiseerd moet worden. Deze bergingscapaciteit wordt gerealiseerd door greppels van 1 meter breed en gemiddeld 60 cm diep. De ligging van de infiltratiegreppels is aangegeven op afbeelding 5.4.
50 m
50 m
110 m
Afbeelding 5.4 Ligging infiltratiegreppels
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
34
Mureau Advies
Ter plaatse van het plangebied bevindt het grondwater zich op meer dan 1 meter onder het maaiveld. Dit wordt bevestigd door de resultaten van het onderzoek naar de bodem- en grondwaterkwaliteit (bijlage 6) dat in de natte herfstperiode is uitgevoerd. De greppels zijn derhalve onder normale omstandigheden niet watervoerend en worden over een lengte van 210 meter aangelegd. De greppels bergen het hemelwater, zodat het kan infiltreren in de bodem. Indien de capaciteit van de greppels tijdens situaties met extreme neerslag onvoldoende is, zal het water afstromen naar het agrarisch perceel aan de noordwestzijde van het plangebied. Dit perceel is van nature lager gelegen dan het peil van de nieuw te bouwen woningen, aan het van oudsher hoger gelegen lint. Ook in de huidige situatie stroomt het hemelwater dat valt op daken en verhardingen af naar het agrarisch perceel in het westen van het plangebied. Dat leidt niet tot wateroverlast. Aangezien de verharde oppervlakte in de nieuwe situatie kleiner wordt, kan gesteld worden dat ook in de nieuwe situatie geen wateroverlast zal optreden. Beleid waterschap Aa en Maas Het plangebied is gelegen binnen het werkgebied van waterschap Aa en Maas. Het Waterbeheerplan 2022-2027 bepaalt het waterbeleid van waterschap Aa en Maas. Het omvat alle watertaken van het waterschap: waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterketen.
Het waterschap beschikt daarnaast over een verordening: de Keur voor waterkeringen en wateren. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels. Hemelwater De drie Brabantse waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel hanteren sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze uitgangspunten zijn opgenomen in de ‘Beleidsregel hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Bij een toename van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. Het waterschap maakt bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn, veroorzaken deze op het niveau van deelstroomgebied nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Het waterschap verdeelt plannen met een toename van verhard oppervlak in categorieën kleiner dan 2.000 m2, 2.000 - 10.000 m2 en meer dan 10.000 m2. In 2021 is gewijzigd beleid vastgesteld, waarbij de ondergrens wordt verlaagd van 2.000 m2 naar 500 m2.
De voorgenomen ontwikkeling betreft een kleinschalige woningbouwontwikkeling aan het lint, in combinatie met het beëindigen van het agrarisch bedrijf. Door de sloop van agrarische bedrijfsgebouwen en het verwijderen van erfverharding en andere voorzieningen, is sprake van een netto afname van de verharde oppervlakte. Het is op basis van het beleid van het waterschap derhalve niet noodzakelijk compenserende maatregelen te treffen. Bij de bouw van de woning en bijgebouw wordt gebruik gemaakt van niet-uitlogende materialen. Dit is conform het advies van de richtlijn Duurzaam Bouwen. In het Lozingenbesluit Bodembescherming staat dat niet verontreinigd hemelwater in principe in de bodem geïnfiltreerd kan worden of afgevoerd kan worden naar het oppervlaktewater, ook als dat in contact is geweest met oppervlakten als daken. Er wordt geen gebruik gemaakt van
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
35
Mureau Advies
onbehandelde uitlogende materialen zoals koper, zink en lood, teerhoudende dakbedekking (PAK's) en van met verontreinigde stoffen verduurzaamd hout. Doordat het hemelwater niet vervuild is, is het geen probleem het hemelwater af te voeren naar het oppervlaktewater of te laten infiltreren. Oppervlaktewater Het plangebied wordt aan de westzijde begrensd door een B-watergang. Deze watergang is opgenomen op de Legger van waterschap Aa en Maas en de onderhoudsplicht ligt bij de aangrenzende eigenaren. De kleinschalige woningbouwontwikkeling vindt plaats op ruime afstand van de B-watergang en heeft geen invloed op het onderhoud van de watergang. Afvalwater Het huishoudelijk afvalwater zal worden afgevoerd naar het gemeentelijk rioolstelsel. De aansluiting op het gemeentelijk rioolstelsel zal in overleg met gemeente ’s-Hertogenbosch plaatsvinden, conform de gebruikelijke eisen. Conclusie Het verhard oppervlak in het plangebied neemt door de voorgenomen ontwikkeling af. Desondanks wordt bij de planvorming rekening gehouden met de opvang van hemelwater binnen het plangebied. Het schoon hemelwater wordt onder afschot afgevoerd naar greppels die onderdeel uitmaken van de landschappelijke inpassing of bij extreme neerslag naar het lager gelegen agrarisch perceel aan de westzijde van het plangebied. Het hemelwater kan hier tijdelijk worden geborgen en infiltreren in de bodem.
Gemeente ’s-Hertogenbosch heeft het concept ontwerpbestemmingsplan ter beoordeling aan waterschap Aa en Maas voorgelegd. De opmerkingen van het waterschap zijn in het ontwerpbestemmingsplan verwerkt.
5.13 Duurzaamheid Gemeente ’s-Hertogenbosch werkt intensief aan een energiebewuste, gezonde, groene en klimaatbestendige gemeente. In mei 2019 heeft de gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch de Nota Duurzaamheid vastgesteld. De overkoepelende doelstelling van een duurzaam ’s-Hertogenbosch in 2050 is vertaald in vier ambities: 1. Gezonde, groene en klimaatbestendige omgeving; 2. CO2-neutrale gemeente; 3. Waardebehoud van grondstoffen; 4. Duurzame mobiliteit. Per ambitie is in de Nota Duurzaamheid beschreven wat de gemeente wil bereiken en hoe dit wordt gemonitord. Daarnaast is ter inspiratie een aantal goede voorbeelden opgenomen. De verstedelijkingsopgave voor gemeente ’s-Hertogenbosch ziet onder meer op het bieden van voldoende en kwalitatief goede huisvesting voor verschillende doelgroepen. Daarbij is van belang dat, zeker in geval van nieuwe initiatieven op het gebied van huisvesting en woningbouw, een gezonde, groene en klimaatbestendige leefomgeving centraal staat. De kleinschalige woningbouwontwikkeling aan het lint, in combinatie met het beëindigen van het agrarisch bedrijf in de kern Vinkel levert een wezenlijke bijdrage aan een gezond en prettig woonklimaat. Door het beëindigen van de agrarische bedrijfsactiviteiten in de dorpskern, komt definitief een einde aan overlast voor buurtbewoners door geur, geluid en stof.
De zorgvuldige landschappelijke inpassing met groene elementen en de ontstening door sloop van bedrijfsgebouwen en het verwijderen van erfverharding, dragen bij aan een groene en
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
36
Mureau Advies
klimaatbestendige leefomgeving. Bij de planvorming wordt rekening gehouden met de opvang van hemelwater binnen het plangebied. Het schoon hemelwater wordt onder afschot afgevoerd naar greppels die onderdeel uitmaken van de landschappelijke inpassing of naar het lager gelegen agrarisch perceel aan de noordwestzijde van het plangebied. Het hemelwater kan hier tijdelijk worden geborgen en infiltreren in de bodem. Zoals beschreven in paragraaf 5.12 wordt met een bergingscapaciteit van 126 m3 voldaan aan de Verordening ‘Bomen, water en groen’. Dit draagt bij aan een klimaatbestendige omgeving. De bestaande hoogstam fruitboomgaard in de oksel van de Van Rijckevorselweg en de Brugstraat vormt een inspiratiebron bij het vormgeven van de landschappelijke inpassing. Langs de Brugstraat komt de verschijningsvorm van de hoogstam fruitboomgaard twee keer terug in de vorm van groene kamers. De randen van het plangebied worden natuurlijk ingericht met kruidenrijke randen en boomgroepjes van els, hazelaar, tamme kastanje, hondsroos en vlier. Bij de nieuwe vrijstaande woning aan de Van Rijckevorselweg worden leibomen geplant. De doorzichten naar het achtergelegen agrarisch gebied blijven behouden. Bijlage 1 geeft de Notitie landschappelijke inpassing weer.
De zorgvuldige landschappelijke inpassing van het initiatief levert een belangrijke bijdrage aan de kwaliteitswinst voor het plangebied, naast ontstening en milieuwinst door beëindiging van het agrarisch bedrijf. De aanleg en duurzame instandhouding van de landschappelijke inpassing is gewaarborgd in de planregels. In totaal wordt aan een oppervlakte van 3.664 m2 de bestemming ‘Groen’ toegekend. De oppervlakte die de bestemming ‘Wonen’ krijgt is 5.900 m2. De totaal te bebouwen en verharden oppervlakte bedraagt in de nieuwe situatie maximaal 3.000 m2. Daarmee wordt voldaan aan de groennorm van 40% voor dorps landelijk woonmilieu, zoals opgenomen in de gemeentelijke verordening ‘Bomen, water en groen’. De initiatiefnemer is intrinsiek gemotiveerd duurzame en toekomstbestendige nieuwe woningen te realiseren, en op die manier een bijdrage te leveren aan een duurzamer ’s-Hertogenbosch. Bij het ontwerp van de nieuwe woningen wordt rekening gehouden met energiezuinigheid en waar mogelijk circulair gebruik van bouwmaterialen. Dat kan door het deels toepassen van gebruikte materialen en door het toepassen van materialen met een lange levensduur die nadien hergebruikt kunnen worden. Sinds 1 juli 2021 is in het Bouwbesluit voor woonhuizen een maximale Milieu Prestatie Gebouwen (MPG) van 0,8 opgenomen.
Bij het uitwerken van het ontwerp van de nieuwe woningen wordt gestreefd naar een lagere MPG dan in het Bouwbesluit is vastgelegd. De woningen krijgen geen aardgas aansluiting. De woningen zullen voldoen aan de BENG (bijna energie neutraal gebouw) eisen, om zo een bijdrage te leveren aan de ambitie van een energieneutrale bebouwde omgeving in 2035. De mogelijkheden om aan de BENG eisen te voldoen, worden bij het ontwerpen van de nieuwe woningen nader uitgewerkt. Het plaatsen van zonnepanelen zal waarschijnlijk onderdeel uitmaken van de maatregelen. De dakvlakken en bijgebouwen bieden ruimte om bovenop de BENG eisen extra zonnepanelen te plaatsen. Een woning met een lage of zelfs zonder energierekening is bijzonder gewenst, zeker met de huidige hoge energieprijzen. Bij het renoveren en verbouwen van de bestaande boerderij worden energiebesparende maatregelen genomen, door het aanbrengen van verbeterde isolatie van gevel en dak en het plaatsen van nieuwe kozijnen en isolerende beglazing. Vanwege de monumentale status worden op de boerderij geen zonnepanelen geplaatst. Bij de bouw van een nieuw bijgebouw wordt onderzocht of het plaatsen van zonnepanelen mogelijk is.
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
37
Mureau Advies
Het plangebied is gelegen op circa 400 meter van een bushalte. Er worden bij iedere nieuwe woning voorzieningen getroffen voor het elektrisch kunnen laden van een auto en van elektrische fietsen. Het rijden van een elektrische auto die bij voorkeur wordt geladen door zonnepanelen op eigen dak, vormt een goed voorbeeld van duurzame mobiliteit. Het gebruik van een elektrische fiets in plaats van de auto is natuurlijk nog duurzamer.
5.14 Milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel bij het nemen van besluiten en zorgt er voor dat het milieubelang een volwaardige plaats krijgt in de besluitvorming. De m.e.rprocedure is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. In bijlage 8 is de m.e.r. notitie opgenomen voor het voorliggende initiatief. De conclusie van de notitie luidt dat het initiatief niet wordt aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling in de zin van categorie D 11.2 van het Besluit m.e.r. Het is derhalve niet noodzakelijk een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling uit te voeren. In paragraaf 5.15 wordt op basis van een uitgevoerd stikstofonderzoek gemotiveerd dat het plan geen effect heeft op Natura-2000 gebieden en er derhalve geen passende beoordeling vereist is.
5.15 Ecologie 5.15.1 Gebiedsbescherming Bij ruimtelijke plannen is toetsing aan de natuurwetgeving verplicht. De Flora- en faunawet, Boswet en Natuurbeschermingswet 1998 zijn opgegaan in de Wet natuurbescherming, die op 1 januari 2017 in werking is getreden. De bescherming van Natura-2000 gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming, die de implementatie vormt van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De Natura-2000 gebieden vormen samen een Europees netwerk van natuurgebieden. Als ontwikkelingen (mogelijk) leiden tot aantasting van natuurwaarden binnen een Natura-2000 gebied, moet een vergunning worden aangevraagd. Gedeputeerde Staten van de provincie zijn het bevoegd gezag voor verlening van deze vergunning. Verder moet rekening gehouden worden met het beleid ten aanzien van Natuurnetwerk Nederland (NNN). De regels met betrekking tot het NNN zijn opgenomen in de provinciale verordening. Ten aanzien van ontwikkelingen binnen het NNN geldt het ‘nee, tenzij-principe’. Het plangebied is niet gelegen in of op korte afstand van een Natura-2000 gebied of in het NNN. De Natura-2000 gebieden Rijntakken, Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche Broek en Loonse en Drunense Duinen en Leemkuilen bevinden zich op meer dan 10 km afstand.
Gezien de kleinschaligheid van het initiatief en de ligging van het plangebied, zijn geen negatieve gevolgen te verwachten voor Natura-2000 gebieden of het NNN. Het is uitgesloten dat ten gevolge van het plan sprake is van verstoring, vernietiging, versnippering of verdroging/vernatting. Een significante toename van de stikstofdepositie op Natura-2000 gebieden is redelijkerwijs uitgesloten. Om dat nader te onderbouwen is voor onderhavige ontwikkeling een Aerius berekening uitgevoerd voor de realisatie- en gebruiksfase van de beoogde nieuwe woning. De Aerius berekening is als bijlage 9 bij deze toelichting opgenomen. Uit de berekening blijkt dat
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
38
Mureau Advies
bij zowel de sloop-, bouw- als de gebruiksfase er geen rekenresultaten zijn voor Natura-2000 gebieden. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura-2000 gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden. 5.15.2 Soortenbescherming De bescherming van dier- en plantensoorten is eveneens in de Wet natuurbescherming geregeld. In deze wet zijn drie beschermingsregimes opgenomen: voor vogels in de zin van de Vogelrichtlijn, voor dier- en plantensoorten uit de Habitatrichtlijn en voor overige soorten. Het is verboden om beschermde diersoorten opzettelijk te doden, te vangen of te verstoren. Hun voortplanting- en rustplaatsen mogen niet (opzettelijk) worden beschadigd of vernield en beschermde plantensoorten mogen niet worden vernield. Het plangebied is gelegen aan de rand van de kern Vinkel en momenteel in gebruik als agrarisch bedrijf. Vanwege de ligging aan de rand van het stedelijk gebied en het intensieve gebruik, is de kans dat binnen het plangebied beschermde soorten voorkomen als nihil in te schatten. In gebruik zijnde nesten van algemene broedvogels, zoals mezen, merels en duiven, zijn beschermd en kunnen binnen de invloedsfeer van de bouwwerkzaamheden voorkomen. Er kan rekening gehouden worden met algemene broedvogels, door buiten het broedseizoen te werken. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli.
Ook kan als alternatief, indien toch binnen het broedseizoen gewerkt moet worden, vooraf een broedvogelcontrole worden uitgevoerd. De initiatiefnemers hebben aan gespecialiseerd bureau BNL Advies opdracht gegeven voor het uitvoeren van een quickscan flora en fauna. De conclusie van het onderzoek is dat de quick scan aanleiding geeft nader onderzoek te doen naar de steenuil. Op basis van de informatie welke uit de quickscan flora en fauna naar voren is gekomen, er geen aanleiding is om een aanvullend flora en faunaonderzoek naar andere beschermde soorten flora en fauna uit te voeren. Uit het nader onderzoek naar de steenuil blijkt dat geen nadelige effecten worden verwacht. Het is niet noodzakelijk in het kader van de Wet natuurbescherming een ontheffing aan te vragen om de geplande werkzaamheden uit te voeren. De volledige rapportages met de resultaten van de quickscan en het nader onderzoek zijn opgenomen als bijlagen 10 en 11 bij deze toelichting.
5.16 Archeologie en cultuurhistorie De kaders voor bescherming van de archeologische en cultuurhistorische waarden worden gevormd door de Erfgoedwet en het Bro. De Erfgoedwet (2016) bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. In het Bro is bepaald dat een ruimtelijk plan een beschrijving moet bevatten die weergeeft hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. 5.16.1 Archeologie Het archeologie beleid van gemeente ’s-Hertogenbosch is vertaald in dubbelbestemmingen in het vigerende bestemmingsplan. Aan het plangebied is deels de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’ en deels de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ toegekend. In gebieden met deze dubbelbestemming ligt de noodzaak voor het uitvoeren van archeologisch
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
39
Mureau Advies
onderzoek bij bouwplannen met een oppervlakte groter dan 50 m2, respectievelijk 100 m2, waarbij de bodem dieper geroerd wordt dan 50 cm. Deze drempelwaarden worden met de bouwmogelijkheden in dit bestemmingsplan overschreden. De initiatiefnemer heeft aan gespecialiseerd bureau ArcheoPro opdracht gegeven voor het uitvoeren van een archeologisch onderzoek. Het selectieadvies uit de rapportage met de resultaten van het onderzoek is onderstaand integraal weergegeven. “Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied in verband met de ligging buiten een gradiëntenzone, een lage verwachting voor resten uit het laat-paleolithicum en het mesolithicum. Gezien de ligging van het plangebied grotendeels op agrarische percelen, maar wel nabij historische bebouwing, geldt een middelhoge tot hog verwachting voor resten van bewoning uit de late Middeleeuwen en de nieuwe tijd. Gezien de resultaten van eerdere onderzoeken in de directe omgeving van het plangebied en de verwachte aanwezigheid van een enkeerdgrond met tenminste vijftig centimeter dik akkerdek, geldt ook een middelhoge verwachting voor resten van nederzettingen en grafvelden uit het neolithicum tot en met de volle Middeleeuwen. Om het gespecificeerde archeologisch verwachtingsmodel te toetsen zijn binnen het plangebied 22 boringen verricht met een guts.
De resultaten van het booronderzoek geven onvoldoende aanleiding tot het adviseren van archeologisch vervolgonderzoek. Evenmin zijn tijdens het onderzoek archeologische resten aangetroffen waarmee bij de verdere planvorming rekening zou moeten worden gehouden. In alle gevallen blijft onverminderd van kracht dat indien bij toekomstig graafwerk archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, hiervan direct melding dient te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet.” De volledige rapportage met de resultaten van het onderzoek is opgenomen als bijlage 12 bij deze toelichting. De resultaten van het onderzoek geven geen aanleiding in het voorliggende bestemmingsplan voor de onderzochte delen van het plangebied een dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie’ op te nemen. 5.16.2 Cultuurhistorie Naast de archeologische en bouwhistorische kenmerken van het plangebied, moeten ook de overige cultuurhistorische aspecten, zoals historisch geografische elementen worden betrokken in het bestemmingsplan. Om te bepalen of binnen het plangebied sprake is van cultuurhistorische elementen waarmee rekening gehouden dient te worden, is de provinciale cultuurhistorische waardenkaart geraadpleegd. Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangegeven. Afbeelding 5.5 geeft de cultuurhistorische waardenkaart weer.
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
40
Mureau Advies
Afbeelding 5.5 Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart
Uit de cultuurhistorische waardenkaart volgt dat de boerderij Brugstraat 36 de aanduiding ‘overige bouwkunst’ heeft. De monumentale langgevelboerderij wordt gesplitst in twee wooneenheden, waarmee een economische drager ontstaat voor het behoud van de cultuurhistorische waarde van de boerderij. Aan de Brugstraat en Van Rijckevorselweg is de aanduiding ‘lijn van redelijk hoge waarde’ toegekend. Voor lijnelementen zoals wegen is het opnemen van een specifieke cultuurhistorische dubbelbestemming vaak niet nodig. Dat geldt met name als het lijnvormige element nog een infrastructurele functie heeft, zoals bij de Brugstraat en Van Rijckevorselweg het geval is. De voorgenomen kleinschalige woningbouwontwikkeling aan het lint, doet geen afbreuk aan de cultuurhistorische waarde van de weg. Het verwijderen van de tweedelijns bebouwing en de zorgvuldige landschappelijke inpassing, leveren een kwaliteitsimpuls aan het historisch lint.
5.17 Gezondheid Gezondheid wordt door gemeenten steeds nadrukkelijker meegewogen bij het beoordelen van ruimtelijke plannen. Het plangebied ligt binnen een afstand van 2 km van een geitenhouderij. Uit landelijk onderzoek blijkt dat er binnen 2 km van geitenhouderijen iets meer longontsteking voor komt dan daarbuiten (200 van de 1650 gevallen van longontsteking op de 100.000 inwoners per jaar worden toegeschreven aan een geitenhouderij op minder dan 2 km afstand). De GGD Brabant heeft hierover in een advies haar zorgen geuit en mede daarom
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
41
Mureau Advies
heeft de provincie Noord-Brabant sinds juli 2017 uit voorzorg, tot meer bekend is, een bouwstop voor geitenhouderijen afgekondigd. Omgekeerd zou dit kunnen betekenen dat nieuwe ontwikkelingen binnen 2 km van een geitenhouderij deze risico’s niet ten goede komen. Naast de verhoogde gezondheidsrisico’s kan een geitenhouder zich benadeeld voelen bij ontwikkelingen binnen 2 km van zijn geitenhouderij. Op dit moment zijn er geen wettelijke normen of landelijke richtlijnen voor deze problematiek. Het is een aspect waarnaar nader onderzoek wordt verricht. Meer duidelijkheid over mogelijke maatregelen aan de bron wordt pas over 1 tot 2 jaar verwacht. Over de huidige stand van zaken heeft de gemeente de initiatiefnemer geïnformeerd. De initiatiefnemer heeft aangegeven het (proces)risico te hebben meegewogen en te aanvaarden. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen kan een bedreiging vormen voor de gezondheid van direct omwonenden. In de omgeving van het plangebied zijn geen (boom)kwekerijen, boomgaarden of akkerbouwpercelen aanwezig. Dit aspect vormt geen belemmering.
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
42
Mureau Advies
6.
Juridisch-bestuurlijke aspecten
6.1 Inleiding Dit hoofdstuk bevat de vertaling van het beleidsgedeelte, zoals opgenomen in de voorgaande hoofdstukken, in het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en moeten in samenhang gelezen worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. Aan deze bestemming zijn regels gekoppeld teneinde de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het bestemmingsplan en bij de uitleg van de verbeelding en de planregels. Het bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor het bouwen en het gebruik van gronden en bouwwerken binnen het plangebied. Het bestemmingsplan maakt de bouw en het gebruik van nieuwe woningen aan het lint mogelijk, regelt de groene inpassing van het initiatief en het landbouwkundig gebruik van het resterende deel van het plangebied. Bij het opstellen van het bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Het streven is uniformering en standaardisering van bestemmingen en regels.
6.2 Opzet van de planregels Bij het opstellen van de planregels is zo veel mogelijk aangesloten op het vigerende bestemmingsplan Kom Vinkel. Op deze wijze ontstaat voor het plangebied een regeling die vergelijkbaar is met omliggende percelen. Vanwege het streven naar uniformiteit is de actuele gemeentelijke standaard voor bestemmingsplannen toegepast. In de planregels is een standaard hoofdstukindeling aangehouden: - Inleidende regels; - Bestemmingsregels; - Algemene regels; - Overgangs- en slotregels. 6.2.1 Inleidende regels De definitie van in de planregels gebruikte begrippen (art. 1) en het vastleggen van de wijze van meten (art. 2) zorgen voor een duidelijke toepasbaarheid van de planregels. 6.2.2 Bestemmingsregels Art. 3: Agrarisch met waarden De gronden met deze bestemming zijn bestemd voor agrarisch grondgebruik, extensief recreatief medegebruik en behoud, herstel en versterking van cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Het oprichten van gebouwen is niet toegestaan. Art. 4: Groen Deze gronden zijn bestemd voor het realiseren van de landschappelijke inpassing van het initiatief. Het oprichten van gebouwen is niet toegestaan.
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
43
Mureau Advies
Art. 5: Verkeer De voor verkeer aangewezen gronden zijn bestemd voor erfontsluiting met bijbehorende voorzieningen. Er zijn regels opgenomen voor het oprichten van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Art. 6: Wonen Binnen deze bestemming is wonen toegestaan, al dan niet in combinatie met een beroep of bedrijf aan huis en huisvesting in verband met mantelzorg. Tevens zijn de bij wonen behorende voorzieningen toegestaan, zoals tuinen, erven en parkeervoorzieningen. Er moeten afschermende voorzieningen worden gerealiseerd om te voldoen aan de geluidnormen. Als hoofdgebouw zijn uitsluitend vrijstaande of twee-aaneen gebouwde woningen toegestaan, maximaal één per op de verbeelding getekend bouwvlak. Het realiseren en in duurzaam stand houden van de landschappelijke inpassing en geluidwerende voorzieningen is opgenomen als voorwaardelijke verplichting. Art. 7: Waarde – Archeologie 1 Deze dubbelbestemming voorziet in behoud en bescherming van de in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden. De noodzaak voor het uitvoeren van archeologisch onderzoek ligt bij bouwplannen met een oppervlakte groter dan 50 m2, waarbij de bodem dieper wordt geroerd dan 50 cm. Art. 8: Waarde – Archeologie 2 Deze dubbelbestemming voorziet in behoud en bescherming van de in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden.
De noodzaak voor het uitvoeren van archeologisch onderzoek ligt bij bouwplannen met een oppervlakte groter dan 100 m2, waarbij de bodem dieper wordt geroerd dan 50 cm. 6.2.3 Algemene regels In de algemene regels zijn de anti-dubbeltelregel (art. 9), algemene aanduidingsregels (art. 10), algemene bouwregels (art. 11), algemene gebruiksregels (art. 12) en algemene afwijkingsregels (art. 13) opgenomen. De algemene aanduidingsregels geven de regels ter plaatse van de aanduiding ‘milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied’, ten behoeve van de bescherming van de drinkwaterkwaliteit. De algemene bouwregels geven de regels voor ondergeschikte bouwdelen en regels voor parkeren. Een bouwplan moet voldoen aan de parkeernormen. Bij de algemene gebruiksregels zijn ook regels over parkeren opgenomen, om te waarborgen dat het benodigde aantal parkeerplaatsen in stand gehouden wordt. De algemene gebruiksregels geven ook aan wat onder strijdig gebruik wordt verstaan. De algemene afwijkingsregels regelen dat het bevoegd gezag onder voorwaarden met een omgevingsvergunning kan afwijken van de bouw- en gebruiksregels. 6.2.4 Overgangs- en slotregels In deze paragraaf zijn het overgangsrecht (art. 14) en de slotregel (art. 15) opgenomen, die voor het hele bestemmingsplan gelden.
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
44
Mureau Advies
7.
Economische uitvoerbaarheid
Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1 sub f van het Besluit ruimtelijke ordening onderzoek plaats te vinden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. Het uitgangspunt voor de beoogde ontwikkeling is dat deze voor de gemeente kostenneutraal wordt uitgevoerd. De kosten voor de realisatie van het plan komen voor rekening van de initiatiefnemer, die daarvoor voldoende budget heeft gereserveerd. Het voorliggende bestemmingsplan maakt de kleinschalige woningbouwontwikkeling aan het lint mogelijk. Daarmee is sprake van een bouwplan als bedoeld in het Bro. Overeenkomstig artikel 6.24 lid 1 Wro wordt een anterieure overeenkomst afgesloten, waarin het verhaal van kosten geregeld is. Planologische wijzigingen, zoals bestemmingsplanwijzigingen, kunnen op grond van hoofdstuk 6 van de Wro planschade veroorzaken. Bij planologische wijzigingen moet de gemeente de economische uitvoerbaarheid van het plan waarborgen. De gemeente wil voorkomen dat eventuele planschade als gevolg van de planologische wijziging ten laste van de gemeente komt. De gemeente sluit met de initiatiefnemer een overeenkomst op grond waarvan eventuele planschade door de gemeente op de initiatiefnemer wordt verhaald. Hiermee is het kostenverhaal voor de gemeente geregeld, en is het niet noodzakelijk een exploitatieplan vast te stellen.
Om inzicht te krijgen in de hoogte van de eventuele planschade, heeft de initiatiefnemer opdracht gegeven voor het uitvoeren van een planschaderisicoanalyse.
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
45
Mureau Advies
8.
Inspraak en vooroverleg
8.1 Omgevingsdialoog De initiatiefnemers hebben een uitgebreide omgevingsdialoog uitgevoerd, waarbij alle omwonenden zijn geïnformeerd en hun inbreng hebben kunnen leveren. De omgevingsdialoog heeft geleid tot persoonlijke gesprekken met omwonenden, locatiebezoeken, telefoongesprekken en correspondentie per e-mail. Op hoofdlijnen, kunnen de resultaten als volgt worden samengevat: - het merendeel van de omwonenden reageert positief op het plan en op het toevoegen van woningen aan het lint van Vinkel; - er is bij een aantal omwonenden, direct aangrenzend of met direct uitzicht op het plangebied, zorgen over privacy en uitzicht. Daarnaast zijn er twee bedrijven die aandacht vragen voor hun belangen bij de planontwikkeling; - er zijn goede gesprekken geweest over de zorgen, en er zijn ook maatregelen genomen op basis van de inbreng van omwonenden. Dat betekent niet dat iedereen het plan volledig ondersteunt, maar de overgrote meerderheid van de omwonenden is positief over het plan. In bijlage 13 is het uitgebreide verslag van de omgevingsdialoog geanonimiseerd opgenomen.
8.2 Vooroverleg De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft in artikel 3.1.1 aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening, of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in geding zijn. Het concept ontwerpbestemmingsplan is door gemeente ‘s-Hertogenbosch in het kader van het vooroverleg toegestuurd aan provincie Noord-Brabant, waterschap Aa en Maas, Veiligheidsregio Brabant Noord, Rijkswaterstaat, TenneT en Gasunie. De reacties van de overlegpartners zijn in tabel 8.1 samengevat weergegeven.
Organisatie Provincie Noord-Brabant
Waterschap Aa en Maas
Reactie vooroverleg In een eerder stadium is over dit plan ambtelijk contact geweest tussen de gemeente ’s-Hertogenbosch en de provincie. Hierbij is geconcludeerd dat nagenoeg de gehele ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied ligt. Hierdoor is met name de gemeente aan zet; er is namelijk op grond van het provinciaal beleid geen kwaliteitsverbetering voor de meest noordelijke woning nodig. Uiteraard heeft de gemeente hierin de mogelijkheid andere eisen te stellen. Ook hoeft er om de reden dat de woning maar gedeeltelijk in het buitengebied ligt geen herbegrenzing stedelijk gebied plaats te vinden. Het plangebied wordt aan de westzijde begrensd door een B-watergang. Deze watergang is opgenomen op de
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
46
Mureau Advies
Legger en de onderhoudsplicht ligt bij de aangrenzende eigenaren. Het verzoek is deze B-watergang te benoemen in de toelichting.
Veiligheidsregio Brabant Noord Rijkswaterstaat TenneT
Gasunie
Het grondwaterbeschermingsgebied is op correcte wijze planologisch geborgd en er vindt geen toename van de verharde oppervlakte plaats. Er zijn geen verdere opmerkingen zijn bij het planvoornemen. Geen reden voor het maken van op- of aanmerkingen. Het plan raakt niet de belangen van Rijkswaterstaat. Binnen de grenzen van dit plan heeft TenneT geen bovengrondse of ondergrondse hoogspanningsverbindingen in beheer. Er zijn dan ook geen opmerkingen op het plan. Het plangebied ligt buiten de 1% letaliteitsgrens van de dichtst bij gelegen leiding. Daarmee staat vast dat deze leiding geen invloed heeft op de verdere planontwikkeling.
Tabel 8.1 Reacties vooroverleg
Op basis van het vooroverleg is paragraaf 5.12 van de toelichting bij het bestemmingsplan aangevuld, conform het verzoek van waterschap Aa en Maas. De overige overlegreacties geven geen aanleiding het plan aan te passen.
8.3 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan is door gemeente ‘s-Hertogenbosch met ingang van 19 juni 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegd. Er zijn in deze periode vier zienswijzen ingediend. De zienswijzen en de beantwoording zijn opgenomen in de Nota zienswijzen, die door gemeente ’s-Hertogenbosch is opgesteld en als bijlage bij dit bestemmingsplan wordt opgenomen. Op basis van de ingediende zienswijzen, zijn enkele aanpassingen in het bestemmingsplan doorgevoerd. Het bouwvlak van de vrijstaande woning aan de Van Rijckevorselweg is verkleind en bij de vrijstaande woning worden leibomen geplant. In de Nota van zienswijzen is nader uitgewerkt op welke wijze de zienswijzen zijn verwerkt in het bestemmingsplan. Het op de juiste wijze in het bestemmingsplan verwerken van ingediende zienswijzen, komt de maatschappelijke uitvoerbaarheid ten goede.
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
47
Mureau Advies
Bijlagen 1. Notitie landschappelijke inpassing. September 2023. Mureau Advies, Wagenberg. 2. Onderzoek bedrijven en milieuzonering Brugstraat 36 Vinkel. 18 juli 2022. De Roever Omgevingsadvies, Schijndel. 3. Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, Brugstraat 36 Vinkel. 19 augustus 2022. De Roever Omgevingsadvies, Schijndel. 4. Akoestisch onderzoek industrielawaai & RO-toets, Brugstraat 36 Vinkel. 19 juli 2022. De Roever Omgevingsadvies, Schijndel. 5. Akoestisch onderzoek industrielawaai & Activiteitenbesluit, Brugstraat 36 Vinkel. 19 juli 2022. De Roever Omgevingsadvies, Schijndel. 6. Verkennend bodemonderzoek Brugstraat 36 te Vinkel. 23 juni 2023. Bodem Inzicht, Veghel. 7. Onderzoek geur en veehouderijen. Geurcontouren en geuronderbouwing. Brugstraat 43 Vinkel. Realisatie 26 appartementen. 31 augustus 2018. De Roever Omgevingsadvies, Schijndel. 8. M.e.r. notitie. 4 mei 2023. Mureau Advies, Wagenberg. 9. Aerius berekening Brugstraat 36 Vinkel. 16 maart 2023. Aerius calculator. 10. QuickScan flora en fauna Brugstraat 36, Vinkel. 17 maart 2023. BNL Advies, Venhorst. 11. Nader onderzoek beschermde soorten Brugstraat 36, Vinkel. 15 mei 2023. BNL Advies, Venhorst. 12. Archeologisch rapport. Inventariserend veldonderzoek (IVO-O); Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek. Brugstraat 36 Vinkel, gemeente ’s-Hertogenbosch. 14 april 2023. ArcheoPro, Eijsden. 13.
Rapportage omgevingsdialoog Brugstraat 36 Vinkel. December 2022. Mureau Advies, Wagenberg.
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
48
Bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
PLANREGELS Planstatus: Vastgesteld Plan identificatie: NL.IMRO.0796.0002539-1401 Datum: september 2023
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van Meten
1 5
HOOFDSTUK 2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 Agrarisch met waarden Artikel 4 Groen Artikel 5 Verkeer Artikel 6 Wonen Artikel 7 Waarde – Archeologie 1 Artikel 8 Waarde – Archeologie 2
6 8 9 10 17 19
HOOFDSTUK 3 ALGEMENE REGELS Artikel 9 Anti-dubbeltelregel Artikel 10 Algemene aanduidingsregels Artikel 11 Algemene bouwregels Artikel 12 Algemene gebruiksregels Artikel 13 Algemene afwijkingsregels
21 22 23 24 25
HOOFDSTUK 4 OVERGANGS- EN SLOTREGEL Artikel 14 Overgangsrecht Artikel 15 Slotregel
26 27
Bijlage 1 Bijlage 2
Landschappelijke inpassing Akoestisch onderzoek industrielawaai
Mureau Advies
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen 1.1 plan: het bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel met identificatienummer NL.IMRO.0796.0002539-1401 van de gemeente ‘s-Hertogenbosch. 1.2 bestemmingsplan: de geometrische bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten in hoofdzaak niet publieksaantrekkend zijn en die op kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie. 1.4 aanbouw een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
1.5 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid waar, ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.6 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.7 aaneengebouwde woning: een woning die deel uitmaakt van een bouwmassa bestaande uit drie of meer woningen, niet zijnde gestapelde woningen; 1.8 achtererfgebied: erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 meter achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen; 1.9 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.10 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.11 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.12 bijgebouw: een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. Een bijgebouw kan zijn een
1 Planregels bestemmingsplan Brugstraat 36, Vinkel
Mureau Advies aangebouwd bijgebouw in de vorm van een aanbouw of een uitbouw, dan wel een vrijstaand bijgebouw; 1.13 bouwen: plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten; 1.14 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.15 bouwlaag: doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd; 1.16 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.17 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel; 1.18 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.19 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.20 dak: iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 1.21 detailhandel bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroepsof bedrijfsactiviteit.
1.22 dove gevel: Een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidbelasting van die constructie en 33 dB(A) onderscheidenlijk 35 dB(A), alsmede een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidgevoelige ruimte; 1.23 erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden; 1.24 extensief recreatief medegebruik een vorm van recreatief medegebruik die nauwelijks of geen invloed heeft op de in de bestemmingsomschrijving van de bestemmingen gegeven doeleinden;