Bijlage 3 - Toelichting en regels bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
Tekst van het document
Bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
Toelichting
Planstatus: Plan identificatie: Datum:
Ontwerp NL.IMRO.0796.0002539-1401 september 2023
Mureau Advies
INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Begrenzing plangebied 1.3 Leeswijzer 2. Huidige situatie 2.1 Beschrijving locatie en ligging 2.2 Ruimtelijke structuur 2.3 Functionele structuur 2.4 Geldend bestemmingsplan 3. Planbeschrijving 3.1 Bebouwing 3.2 Beplanting 3.3 Gebruik 3.4 Verkeer en parkeren 3.5 Openbare ruimte 3.6 Bomen 4. Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid 5. Milieu en duurzaamheid 5.1 Inleiding 5.2 Bedrijven en milieuzonering 5.3 Geluid 5.4 Trillingen 5.5 Verlichting 5.6 Externe veiligheid 5.7 Luchtkwaliteit 5.8 Bodem 5.9 Geur 5.10 Kabels en leidingen 5.11 Elektromagnetisch velden 5.12 Water 5.13Duurzaamheid 5.14 Milieueffectrapportage 5.15 Ecologie 5.16 Archeologie en cultuurhistorie 5.17 Gezondheid 6. Juridisch-bestuurlijke aspecten 6.1 Inleiding 6.2 Opzet van de regels 7. Economische uitvoerbaarheid 8. Inspraak en vooroverleg 8.1 Omgevingsdialoog 8.2 Vooroverleg 8.3 Zienswijzen Bijlagen
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
2 2 2 3 4 4 4 5 6 8 8 10 11 11 12 12 13 13 14 18 21 21 21 22 26 26 26 28 31 31 32 32 33 36 38 38 39 41 43 43 43 45 46 46 46 47 48 1
Mureau Advies
1.
Inleiding
1.1 Aanleiding De eigenaren van het agrarisch bedrijf aan de Brugstraat 36 in de kern van Vinkel, hebben het initiatief genomen voor een kleinschalige woningbouwontwikkeling aan het lint, in combinatie met het beëindigen van het agrarisch bedrijf. Er zijn zes nieuwe woningen voorzien, in de vorm van een nieuwe vrijstaande woning, twee nieuwe tweekappers en de splitsing van de bestaande monumentale boerderij. De gemeente ’s-Hertogenbosch wil in principe medewerking verlenen aan het initiatief. Omdat het huidige bestemmingsplan de kleinschalige woningbouwontwikkeling aan het lint niet toelaat, is herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Het voorliggende bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel zorgt voor de juridisch planologische grondslag om het initiatief te verwezenlijken.
1.2 Begrenzing plangebied Het plangebied is gelegen aan de westelijke rand van de kern Vinkel, in de oksel van de Brugstraat en de Van Rijckevorselweg en heeft een oppervlakte van 2 ha. Afbeelding 1.1 geeft de ligging van het plangebied weer. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding van dit bestemmingsplan.
Afbeelding 1.1 Ligging plangebied
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
2
Mureau Advies
Tabel 1 geeft de kadastrale bekendheid van het plangebied weer. Gemeente Nuland Nuland Nuland Nuland Nuland Nuland Nuland Nuland Nuland
Sectie E E C C C C C C C
Nummer 536 646 3881 3882 3892 3893 3894 3909 3910
Oppervlakte 5.130 6.870 145 119 24 57 7.258 489 436
Tabel 1: Kadastrale bekendheid plangebied
1.3 Leeswijzer Deze toelichting bij het bestemmingsplan is opgebouwd uit acht hoofdstukken en enkele bijlagen. Na deze inleiding volgt in hoofdstuk twee de omschrijving van de huidige situatie, gevolgd door de planbeschrijving in hoofdstuk drie. Het beleidskader met Rijksbeleid, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid is opgenomen in hoofdstuk vier. Hoofdstuk vijf beschrijft de aspecten milieu en duurzaamheid. Hoofdstuk zes geeft de juridische planopzet weer. Deze toelichting wordt afgesloten met hoofdstuk zeven en acht, over de economische, respectievelijk maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
3
Mureau Advies
2.
Huidige situatie
2.1 Beschrijving locatie en ligging Het plangebied is gelegen aan de westzijde van de kern Vinkel. De kern Vinkel behoort tot de gemeente ’s-Hertogenbosch en heeft circa 2.600 inwoners. Afbeelding 2.1 geeft de luchtfoto weer met het plangebied en de directe omgeving. Het agrarisch bedrijf binnen het plangebied bestaat uit een monumentale langgevelboerderij, verhard agrarisch erf, bedrijfsgebouwen (circa 1.700 m2) en omliggende landbouwgrond. Er is een milieuvergunning aanwezig voor het houden van 89 stuks rundvee.
Afbeelding 2.1 Luchtfoto plangebied en directe omgeving
2.2 Ruimtelijke structuur Het dorp Vinkel is oorspronkelijk een lintdorp. Dit ontstond in de 19e eeuw als agrarische nederzetting op een oost-west georiënteerde hoogte (zandrug) in het landschap. Vinkel wordt nog steeds gekenmerkt door het belangrijke (historische) bebouwingslint van de Brugstraat en de Lindenlaan. De Van Rijckevorselweg en de Weerscheut staan hier haaks op en vormen twee belangrijke uitvalswegen naar respectievelijk Nuland en Geffen. Het plangebied is gelegen in het westelijk deel van de kern Vinkel, in de oksel van de Brugstraat en Van Rijckevorselweg.
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
4
Mureau Advies
Het bebouwingslint ligt op ongeveer zes meter boven N.A.P. Dit hoogteverschil is zichtbaar in het landschap en heeft ook grotendeels het landgebruik bepaald. De kern eindigt in het zuiden abrupt voor de brug over de Groote Wetering. In het oosten loopt het gebied diffuser richting het buitengebied. Ten zuiden van de kern ligt een laagte waar de Groote Wetering doorheen stroomt. In het zuiden ligt tot aan de A59 een oorspronkelijk nat laagland (kwelgebied), genaamd ‘Het Broek’. De ontginning van de omliggende woeste gronden begon vanaf de hoge zandrug. In langgerekte kavels van hoog naar laag, begrensd door slootjes voor de afwatering, werd het woeste land ontgonnen. Afbeelding 2.2 laat de historische ontwikkeling van Vinkel zien.
Afbeelding 2.2 Historische ontwikkeling Vinkel (bron: Topotijdreis)
2.3 Functionele structuur Vinkel is een dorp gelegen in landelijk gebied. Achter de hoofdlinten liggen enkele woonwijken van de kern. In de directe omgeving van het plangebied is sprake van een mix
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
5
Mureau Advies
aan functies, zoals wonen, maatschappelijke voorzieningen, bedrijven en aan huis gebonden beroepen of bedrijven en horeca. Het plangebied zelf is in gebruik ten behoeve van agrarische bedrijvigheid. Deze mix aan functies is typerend voor de kern Vinkel en de bebouwingslinten. De foto’s in afbeelding 2.3 geven een beeld van de bestaande situatie.
Afbeelding 2.3 Foto’s huidige situatie Brugstraat en Van Rijckevorselweg
2.4 Geldend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Kom Vinkel’. Dit bestemmingsplan is door de gemeenteraad vastgesteld op 24 oktober 2017. Het plangebied heeft ter plaatse van het agrarisch erf de bestemming ‘Agrarisch – Bedrijf’ met de aanduiding ‘bouwvlak’ en de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – veehouderij’ en ter plaatse van de bestaande boerderijwoning de functieaanduiding ‘bedrijfswoning’. De overige gronden binnen het plangebied hebben de bestemming ‘Agrarisch met waarden’. Aan het plangebied zijn de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 1’ en ‘Waarde – Archeologie 2’ toegekend en deels de gebiedsaanduiding ‘milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied’. Afbeelding 2.4 geeft de verbeelding weer van het vigerende bestemmingsplan. De voor ‘Agrarisch – Bedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarische bedrijven, met ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’ maximaal één bedrijfswoning en aan de hoofdfunctie ondergeschikte voorzieningen, zoals paden, wegen, parkeervoorzieningen, tuinen en erven, terrein, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Binnen het bouwvlak mag bebouwing ten dienste van de bestemming worden opgericht. De voor ‘Agrarisch met waarden’ aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarische doeleinden, in de vorm van agrarische bodemexploitatie met bijbehorende voorzieningen.
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
6
Mureau Advies
Afbeelding 2.4 Verbeelding vigerende bestemmingsplan
Het vigerende bestemmingsplan laat een kleinschalige woningbouwontwikkeling aan het lint niet toe. Om het initiatief mogelijk te maken, is een partiële herziening van het vigerende bestemmingsplan noodzakelijk.
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
7
Mureau Advies
3.
Planbeschrijving
Het initiatief voorziet in een kleinschalige woningbouwontwikkeling aan het lint, in combinatie met het beëindigen van de agrarische bedrijfsvoering. In de nieuwe situatie is sprake van in totaal zeven woningen: twee wooneenheden in de bestaande monumentale langgevelboerderij aan de Brugstraat (A en B), twee nieuwe twee-aaneen woningen aan de Brugstraat (C en D), twee nieuwe twee-aaneen woningen aan de Van Rijckevorselweg (E en F) en één nieuwe vrijstaande woning (G). Afbeelding 3.1 geeft de nieuwe situatie weer.
G
F
F E E
A B
C D
Afbeelding 3.1 Inrichtingsschets nieuwe situatie
3.1 Bebouwing De momenteel binnen het plangebied aanwezige bedrijfsbebouwing en overige voorzieningen ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering, worden volledig verwijderd. De bestaande monumentale langgevelboerderij, die in gebruik is als bedrijfswoning met mantelzorg, wordt in de nieuwe situatie gesplitst in twee zelfstandige wooneenheden. Afbeelding 3.2 geeft de te behouden en te splitsen monumentale langgevelboerderij weer. Indien nieuwe erfbebouwing wordt opgericht bij de boerderij, dan is het wenselijk een vorm te kiezen die passend is binnen de context van de boerderij. De momenteel aanwezige kapschuur kan daarvoor als uitgangspunt dienen.
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
8
Mureau Advies
Het slopen van vier bedrijfsgebouwen en verwijderen van erfverhardingen en andere voorzieningen draagt bij aan ontstening en leidt tot kwaliteitswinst. De bebouwde gelaagdheid achter het bebouwingslint wordt verwijderd en in de nieuwe situatie is sprake van één enkele bebouwingslijn. Door het opnemen van een groenbestemming tussen de woningen, wordt de openheid van het lint gewaarborgd.
Afbeelding 3.2 Langgevelboerderij Brugstraat 36
De planregels en verbeelding waarborgen dat de nieuwe bebouwing aansluit op de schaal, maat en karakteristiek van de omliggende bebouwing van het lint. De bestaande bebouwing aan het lint bestaat uit afwisselend vrijstaande woningen en tweekappers, veelal van één laag met een kap. Aan het lint is sprake van grote variatie in bouwstijl en bouwjaar. De bebouwingsdichtheid neemt richting de kern Vinkel toe. De schaal van het tegenover het plangebied gelegen appartementencomplex dat recent is gebouwd, is aanzienlijk groter dan dat van de overige aanwezige bebouwing. Het gemeentelijk beleid voor de dorpslinten van Vinkel gaat uit van transformatie van locaties middels maatwerk. Dit beleid is grotendeels geënt op de nog geldende uitgangspunten van de Stedenbouwkundige Visie Vinkel uit 2008. Dit wordt nader uitgewerkt in paragraaf 4.3.2. De positie van de nieuwe woningen is vastgelegd op de verbeelding en de planregels bepalen de maximale bouw- en goothoogte. Voor de nieuwe woningen worden de volgende stedenbouwkundige uitgangspunten gehanteerd: - bebouwing passend in het bestaande lint; - woningen worden voorzien van een kap; - goothoogte van maximaal 4.50 meter; - bouwhoogte van maximaal 8.00 meter; Het ontwerp van de nieuwe woningen wordt nader uitgewerkt in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen en voorgelegd ter toetsing van Welstand.
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
9
Mureau Advies
3.2 Beplanting De bestaande hoogstam fruitboomgaard in de oksel van de Van Rijckevorselweg en de Brugstraat vormt een inspiratiebron bij het vormgeven van de landschappelijke inpassing. Langs de Brugstraat komt de verschijningsvorm van de hoogstam fruitboomgaard twee keer terug in de vorm van groene kamers. De randen van het plangebied worden natuurlijk ingericht met kruidenrijke randen en boomgroepjes van els, hazelaar, tamme kastanje, hondsroos en vlier. Bij de nieuwe vrijstaande woning aan de Van Rijckevorselweg worden leibomen geplant. De doorzichten naar het achtergelegen agrarisch gebied blijven behouden. Afbeelding 3.3 geeft de landschappelijke inpassing weer. In bijlage 1 is in de Notitie landschappelijke inpassing een uitgebreide omschrijving van de beplanting opgenomen.
7
Nr. Omschrijving 1 Vier boomgroepjes (els, hazelaar, tamme kastanje, hondsroos, vlier) 2 Kruidenrijke rand 3 Kruidenrijke rand 4 Kruidenrijke rand 5 Hoogstam fruitbomen 6 Drie beuken (bestaand) 7 Hoogstam fruitboomgaard (bestaand) 8 Leibomen Afbeelding 3.3 Landschappelijke inpassing
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
Afmetingen 8x8 200 x 8 100 x 5 40 x 8 12 x 40 40 x 5 500 m2 15 x 1
Bestemming Groen Groen Groen Groen Groen Groen Groen Wonen
10
Mureau Advies
De zorgvuldige landschappelijke inpassing van het initiatief levert een belangrijke bijdrage aan de kwaliteitswinst voor het plangebied, naast ontstening en milieuwinst door beëindiging van het agrarisch bedrijf. De aanleg en duurzame instandhouding van de landschappelijke inpassing is gewaarborgd in de planregels. De landschappelijke inpassing waarborgt tevens de zichtlijnen vanaf de Brugstraat naar het achtergelegen agrarisch gebied. De hoogstam fruitbomen worden hoog opgesnoeid, zodat er vanaf de openbare weg onderdoor gekeken kan worden
3.3 Gebruik In de nieuwe situatie heeft het plangebied ter plaatse van de woningen, tuinen en erven een woonfunctie. De groenfunctie op de randen van het plangebied zorgt voor een zorgvuldige landschappelijke inpassing van het initiatief. De bestaande hoogstam fruitboomgaard en de nieuw aan te leggen groene kamers hebben eveneens een groenfunctie. Het resterende deel van het plangebied behoudt de agrarische functie en wordt gebruik voor reguliere agrarische bodemexploitatie, zoals het telen van ruwvoer of het weiden van rundvee. Door de situering van de woningen en de landschappelijke inpassing, zal reguliere agrarische exploitatie geen hinder opleveren voor de woonfunctie. De beperkte oppervlakte van het resterende perceel (circa 1 ha), in combinatie met de landschappelijke inpassing op de perceelranden, versterkt de kleinschaligheid van het landschap aansluitend aan het bebouwingslint van Vinkel. Het beëindigen van het veehouderijbedrijf en het intrekken van de milieuvergunning leiden tot een verbetering van het woon- en leefklimaat voor het plangebied en de directe omgeving.
3.4 Verkeer en parkeren Verkeer De Brugstraat en Van Rijckevorselweg zijn doorgaande wegen met een belangrijke functie voor de ontsluiting van de kern Vinkel. Het realiseren van nieuwe woningen heeft effect op het aantal verkeersbewegingen. Een woning heeft een maximale verkeersgeneratie van 7,8 motorvoertuigen per etmaal. De bestaande infrastructuur kan het beperkt aantal aanvullende verkeersbewegingen (6 * 7,8 = 48,8 extra verkeersbewegingen per etmaal) dat samenhangt met zes nieuwe woningen ruimschoots verwerken. De toename is marginaal ten opzichte van de huidige verkeersintensiteit. Bovendien komt door het beëindigen van het agrarisch bedrijf een einde aan de verkeersbewegingen die samenhangen met de agrarische bedrijfsvoering, waaronder zwaar verkeer en landbouwvoertuigen. Voor een agrarische bedrijfsvoering zijn geen normen voorhanden. Op basis van expert judgement is de vermindering van het aantal verkeersbewegingen per etmaal gesteld op gemiddeld 6 verkeersbewegingen met personenauto, 6 verkeersbewegingen met tractor, 2 verkeersbewegingen met shovel en 2 verkeersbewegingen met vrachtwagen. Tijdens bijvoorbeeld oogstwerkzaamheden, ligt dit aantal verkeersbewegingen incidenteel aanzienlijk hoger. Ter plaatse van het plangebied geldt op de Van Rijckevorselweg en de Brugstraat een maximumsnelheid van 30 km/uur.
De nieuwe woningen kunnen veilig ontsloten worden op de openbare weg. Bij de situering van de inrit van de nieuwe vrijstaande woning aan de Van Rijckevorselweg wordt rekening gehouden met de passeerplaats ter hoogte van het
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
11
Mureau Advies
plangebied. De passeerplaats aan de Van Rijckevorselweg blijft behouden. In de huidige situatie is al met verkeersborden aangegeven dat het een passeerplaats betreft, die derhalve niet geschikt is voor parkeren. Indien gemeente ’s-Hertogenbosch dat noodzakelijk acht, kunnen ter plaatse verbodsborden worden aangebracht voor parkeren. Op die manier kan worden voorkomen dat de passeerplaats als bezoekersparkeerplaats gebruikt wordt. De bestaande toegangsweg tussen het plangebied en het transportbedrijf aan de Brugstraat 46 blijft conform de huidige situatie in gezamenlijk gebruik. De oprit vormt de ontsluiting voor het transportbedrijf en het agrarisch perceel aan de noordwestzijde van het plangebied. De bestaande toegangsweg is breed genoeg om te functioneren als gezamenlijke ontsluiting. Parkeren Ruimtelijke initiatieven moeten voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor auto’s en fietsen. Gemeente ’s-Hertogenbosch heeft een eigen parkeernormenbeleid vastgesteld in de Nota Parkeernormering 2021. De nota geeft normen en richtlijnen voor functies, gebaseerd op kengetallen van het CROW, voor de zes verschillende zones binnen de gemeente. De nota geeft parkeernormen voor de meest voorkomende functies, zoals wonen, bedrijvigheid en detailhandel. Voor de ontwikkeling van andere functies gelden richtlijnen hoe met parkeren moet worden omgegaan.
Het plangebied is gelegen in de kern Vinkel (zone 4b). De nieuw toe te voegen functie betreft zes woningen. Bij een woninggrootte van meer dan 80 m2 moet voor bewoners worden voorzien in 1,4 parkeerplaatsen per woning. Voor bezoekers dient 0,3 parkeerplaats per woning te worden gerealiseerd. Uitgaande van een omvang van de nieuwe woningen van meer dan 80 m2, moet bij elke woning 1,7 parkeerplaats worden aangelegd. Alle woningen zijn gesitueerd op een ruime kavel en voorzien van een diepe voortuin met eigen inrit, die voldoende ruimte biedt voor het parkeren van minimaal twee auto’s. Conform de Nota Parkeernormering 2021 wordt een correctiefactor toegepast. Indien de oprit bij de woning minimaal 3,0 meter breed is, wordt voldaan aan de berekende parkeerbehoefte van 1,7 parkeerplaatsen per woning.
3.5 Openbare ruimte In het plangebied wordt geen nieuwe openbare ruimte ontwikkeld. Het initiatief heeft volledig betrekking op privaat terrein, dat in eigendom is bij de initiatiefnemer en na uitvoering van het initiatief in privaat eigendom van derden zal zijn. Aan het huidige openbare gebied worden geen wijzigingen aangebracht, met uitzondering van de in- en uitritten van de nieuwe woningen naar de Brugstraat en Van Rijckevorselweg.
3.6 Bomen Bij de uitwerking van het initiatief is rekening gehouden met aanwezige bomen: - De inrit van de nieuwe vrijstaande woning wordt zodanig gesitueerd dat de karakteristieke eiken langs de Van Rijckevorselweg hiervan geen hinder ondervinden; - De bestaande hoogstam fruitboomgaard in de oksel van de Brugstraat en Van Rijckevorselweg wordt gerevitaliseerd en blijft behouden; - De volwassen beuken aan de rand van het erf van Brugstraat 36 blijven behouden; - Bij de sloop van de agrarische bedrijfsgebouwen is het niet noodzakelijk bomen te kappen. De landschappelijke inpassing voorziet bovendien in de aanplant van nieuwe fruitbomen nabij de erven en boomgroepjes op de perceelranden en de aanleg van andere groene elementen.
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
12
Mureau Advies
4.
Beleidskader
4.1 Rijksbeleid 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de lange termijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op het moment dat die wet in werking treedt. Tot die tijd geldt de NOVI als structuurvisie onder de Wro. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI maakt bij het maken van keuzes gebruik van drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; en 3. Afwentelen wordt voorkomen. In de NOVI zijn op hoofdlijnen de volgende keuzes gemaakt: 1. Een klimaatbestendige inrichting van Nederland, door functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) in te passen; 2. De verandering van de energievoorziening. De inpassing van duurzame energie vindt plaats met oog voor de omgevingskwaliteit; 3. De overgang naar een circulaire economie, met behoud van concurrentiekracht en een aantrekkelijk vestigingsklimaat; 4. De ontwikkeling van een goed bereikbaar netwerk van steden: het Stedelijk Netwerk Nederland; 5.
Het concentreren van logistieke functies, zodat de openheid en de kwaliteit van het landschap behouden blijft; 6. Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied, in goed evenwicht met natuur en landschap. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe het Rijk samen met medeoverheden en de samenleving uitvoering geeft aan de NOVI. De NOVI wordt uitgewerkt in algemene rijksregels, bestuurlijke afspraken, beleidsprogramma’s, inzet van financiële middelen en kennisontwikkeling, die gebiedsgericht worden ingezet. Met het plan voor kleinschalige woningbouw aan het lint, is sprake van een lokale ontwikkeling, waar geen nationale belangen mee gemoeid zijn, zoals verwoord in de NOVI. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Indien nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening dat vergen, kan de minister regels stellen aan de inhoud van bestemmingsplannen. Dit heeft de minister, in de vorm van een algemene maatregel van bestuur, gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 december 2011 is dit besluit in werking getreden. De regels in het Barro zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van lokale besluitvorming.
De directe doorwerking komt enkel bij het Natuurnetwerk Nederland en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden voor. Het Barro voorziet verder in een hoofdstuk overige bepalingen en gaat gepaard met meerdere bijlagen. In deze bijlagen worden onder andere de
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
13
Mureau Advies
belangen van de grote rivieren en defensie geografisch begrensd. Bij het opstellen van bestemmingsplannen en andere ruimtelijke besluiten dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Barro. 4.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd. Artikel 3.16 regelt de ladder voor duurzame verstedelijking. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. Doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van ruimte in stedelijke gebieden. Op 1 juli 2017 is een wijziging van de Ladder voor duurzame verstedelijking doorgevoerd. Voorheen bestond de ladder uit drie treden. Dat is nu niet meer het geval. Wel moet de behoefte voor de ontwikkeling worden beschreven, indien sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Als de ontwikkeling is voorzien buiten het bestaand stedelijk gebied, moet ook gemotiveerd worden waarom de ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. De kleinschalige woningbouwontwikkeling aan het lint door het toevoegen van zes nieuwe woningen aan de Brugstraat en Van Rijckevorselweg, is geen stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6 Bro.
Om die reden is het niet noodzakelijk het initiatief te toetsen aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Dat wordt bevestigd door jurisprudentie en de Handreiking Ladder duurzame verstedelijking.
4.2 Provinciaal beleid 4.2.1 Brabantse Omgevingsvisie Het bestaande stelsel van milieu- en ruimtelijke regels wordt door de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2023 volledig herzien. Provincie Noord-Brabant wil alvast gaan werken volgens de uitgangspunten van de nieuwe Omgevingswet. Daarom is in december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant: visie op de Brabantse leefomgeving’ vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de periode tot 2030 en 2050. Dat gaat om ambities op gebied van energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren provincie Noord-Brabant wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De provincie Noord-Brabant streeft naar een grotere meerwaarde voor een gebied, door verschillende doelen met elkaar te verweven en slimme combinaties te maken. Het is van belang vanuit meerdere richtingen naar een ontwikkeling te kijken. Een ‘diepe’ manier van kijken beschouwt niet alleen de bovenlaag, maar ook de onderlagen en factor tijd. Een ‘ronde’ manier van kijken kijkt niet sectoraal maar gebiedsgericht. Een ‘brede’ manier van kijken gebeurt niet vanuit één, maar vanuit diverse standpunten.
De provincie onderschrijft de opvatting van de Omgevingswet: de gemeente is de eerst verantwoordelijke voor het ontwikkelen en beschermen van de fysieke leefomgeving. De rol van provincie Noord-Brabant ligt in het richting geven, beweging stimuleren en ontwikkelingen mogelijk maken. De kernwaarden voor de provincie zijn: meerwaarde creatie,
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
14
Mureau Advies
technische en sociale innovatie, kwaliteit boven kwantiteit, steeds beter en proactief en preventief boven gevolgbeperking en herstel. De Omgevingswet heeft als doel een balans te vinden tussen beschermen (veilig, gezond met waarborg voor omgevingskwaliteit inclusief natuur) en benutten (optimaal gebruik en ontwikkelen van de leefomgeving om maatschappelijke behoeften te vervullen). De basisopgave van Brabantse Omgevingsvisie is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. De vier hoofdopgaven van de Omgevingsvisie zijn: energietransitie, klimaatproof Brabant, slimme netwerkstad en concurrerende duurzame economie. 4.2.2 Brabantse Omgevingsverordening Naast de Omgevingsvisie moet de provincie Noord-Brabant vanuit de Omgevingswet ook één omgevingsverordening vaststellen voor haar grondgebied. De regels die nodig zijn om de ambities uit de Omgevingsvisie te realiseren, worden opgenomen in de Brabantse Omgevingsverordening. In de Omgevingsverordening staan regels voor burgers en bedrijven en bestuursorganen van de overheid. Ter voorbereiding op de Omgevingswet is een Interim omgevingsverordening opgesteld, die op 25 oktober 2019 door Provinciale Staten is vastgesteld en in oktober 2022 is geconsolideerd. De Interim omgevingsverordening (IOV) voegt de bestaande regels over de fysieke leefomgeving zo veel mogelijk samen in één verordening en is beleidsneutraal.
De Brabantse Omgevingsverordening vervangt onder andere de provinciale Verordening ruimte. Paragraaf 3.1.2 van de Instructieregels aan gemeenten, bevat de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies en de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit (art. 3.5). Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: 1. Zorgvuldig ruimtegebruik; 2. De waarden in een gebied, met toepassing van de lagenbenadering; 3. Meerwaardecreatie. Zorgvuldig ruimtegebruik (art. 3.6) houdt in dat de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan het werkingsgebied Stedelijk Gebied of een bestaand bouwperceel. Het initiatief voldoet aan deze voorwaarde. De nieuwe woningen worden gebouwd binnen ‘stedelijk gebied’. Het plangebied is momenteel in gebruik als agrarisch bedrijf, met bijbehorende bebouwing binnen het agrarisch bouwvlak. De toepassing van de lagenbenadering (art. 3.7) omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. De lagenbenadering omvat de effecten op: 1. De ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; 2.
De netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer; 3. De bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde,
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
15
Mureau Advies
vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. In hoofdstuk vijf van deze toelichting wordt omschreven welke effecten het initiatief heeft op de planologisch relevante aspecten. De uitgevoerde analyse leidt niet tot belemmeringen voor het initiatief. Meerwaardecreatie (art. 3.8) omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologisch en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken. De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. Het initiatief voldoet aan deze voorwaarde. Het beëindigen van het agrarisch bedrijf in de kern Vinkel is een gewenste ontwikkeling, en levert een bijdrage aan een goed woon- en leefklimaat. De kleinschalige woningbouwontwikkeling levert een bijdrage aan de leefbaarheid van Vinkel. De zorgvuldige landschappelijke inpassing van het initiatief levert een belangrijke bijdrage aan de kwaliteitswinst voor het plangebied, naast ontstening en milieuwinst door beëindiging van het agrarisch bedrijf. De regels voor kwaliteitsverbetering landschap (art. 3.9) zijn van toepassing bij stedelijke ontwikkelingen in ‘landelijk gebied’.
Aangezien het voorliggende initiatief niet leidt tot stedelijke ontwikkeling in ‘landelijk gebied’, zijn de regels voor kwaliteitsverbetering landschap niet van toepassing. De plankaart die behoort bij de IOV is weergegeven op afbeelding 4.1. Hieruit blijkt dat het plangebied is gelegen binnen de aanduidingen: - ‘Landelijke kern’ en ‘stedelijk gebied’; - ‘Grondwaterbeschermingsgebied’ (gedeeltelijk). Het plangebied heeft ter plaatse van de nieuw te bouwen woningen vrijwel volledig de aanduidingen ‘landelijke kern’ en ‘stedelijk gebied’, met uitzondering van een gedeelte van het bestemmingsvlak voor de nieuwe vrijstaande woning aan de Van Rijckevorselweg. Artikel 3.42 geeft de regels voor duurzame stedelijke ontwikkeling. Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen, ligt binnen ‘Stedelijk gebied’ en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Gemeente ’s-Hertogenbosch heeft aangegeven in principe medewerking te willen verlenen aan het initiatief. De relatief kleinschalige ontwikkeling is niet in strijd met de afspraken over regionaal samenwerken. Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b.
bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit;
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
16
Mureau Advies
f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Het bestemmingsvlak ‘Wonen’ ten behoeve van de nieuwe vrijstaande woning aan de Van Rijckevorselweg bevindt zich voor een klein gedeelte binnen de aanduiding ‘landelijk gebied’. Gemeente ’s-Hertogenbosch heeft hierover contact gehad met provincie NoordBrabant. Omdat de woning slechts voor een klein gedeelte in ‘landelijk gebied’ ligt, is herbegrenzing van het ‘stedelijk gebied’ niet noodzakelijk. Provincie Noord-Brabant heeft dat in het wettelijk vooroverleg bevestigd. De resultaten van het wettelijk vooroverleg worden in paragraaf 8.2 nader omschreven.
Afbeelding 4.1 Kaart Interim Omgevingsverordening
Het gedeelte van het plangebied dat de aanduiding ‘landelijk gebied’ heeft, behoudt het agrarisch gebruik, voor het winnen van ruwvoer en het weiden van rundvee. De randen van het plangebied worden ingezet ten behoeve van de zorgvuldige landschappelijke inpassing van het initiatief. Deze functies zijn niet in strijd met de regels die in de IOV voor ‘landelijk gebied’ zijn opgenomen. Een gedeelte van het plangebied heeft de aanduiding ‘grondwaterbeschermingsgebied’. Een bestemmingsplan van toepassing op Grondwaterbeschermingsgebied strekt mede tot
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
17
Mureau Advies
bescherming van de kwaliteit van het grondwater en de bodem. Dit is in het voorliggende plan verwerkt door de gebiedsaanduiding ‘Milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied’ aan een gedeelte van het plangebied toe te kennen. Er zijn regels gesteld die: a. functies en activiteiten beperken die risico’s geven voor de kwaliteit van het grondwater, zoals stedelijke ontwikkeling, het houden van evenementen en milieubelastende activiteiten die (potentieel) schadelijke stoffen gebruiken; b. het risico op schade aan de bodem en het zich daarin bevindende grondwater voorkomen; c. het gebruik van schadelijk uitloogbaar bouwmateriaal verbieden.
4.3 Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid dat voor het initiatief van belang is bestaat uit de Woonvisie 2020, Stedenbouwkundige visie uitbreiding Vinkel, Nota Parkeernormering 2021, Welstandsnota en Verordening bomen, water en groen en Visie Duurzaam ’s-Hertogenbosch. 4.3.1 Woonvisie 2020 Het woonbeleid van de gemeente is vastgelegd in de Woonvisie ’s-Hertogenbosch. Deze is door de gemeenteraad vastgesteld op 9 juni 2020. Het doel is ontspannen en soms ook spannend wonen, in een sterke stad met leefbare buurten en dorpen. Waar inwoners trots zijn op hun woonplaats en iedereen zo veel als mogelijk kan wonen in een woning die aansluit bij hun woonwensen en mogelijkheden. Om dat te bereiken zijn vier opgaven geformuleerd: - passend en betaalbaar wonen voor iedereen: binnen deze opgave gaat extra aandacht uit naar starters en (lage) middeninkomens. De gemeente zet in op het realiseren van een divers en passend woningaanbod, met nadruk op de toenemende groep 1 en 2 persoonshuishoudens. Om de voorraad passend te blijven houden, wordt een flexibele schil gerealiseerd, voor o.a. spoedzoekers. Daarnaast is er aandacht voor het huisvesten van specifieke doelgroepen, waaronder ouderen, mensen met een handicap of psychische kwetsbaarheid, maar ook jongeren, starters en studenten. - leefbare en inclusieve buurten: de Woonvisie streeft naar eenheid in verscheidenheid.
Interventies in nieuwbouw en de bestaande woningvoorraad versterken de buurt en zorgen voor een divers aanbod. Daarbij is bijzondere aandacht voor het huisvesten van kwetsbare doelgroepen en het stimuleren van nieuwe woonconcepten en bewonersinitiatieven die bijdragen aan ontmoeting, leefbaarheid en veiligheid. - toekomstbestendige en duurzame woningvoorraad: de Woonvisie heeft een gezonde, duurzame en flexibel inzetbare woningvoorraad als doel. Een woningvoorraad die ook de toekomstige uitdagingen en veranderende woonwensen aan kan. De opgave ligt hierbij zowel in de nieuwbouw als in de bestaande woningvoorraad. - strategisch en innovatief woonprogramma: in dorpse woonmilieus worden ook op kleine schaal woningen toegevoegd. De gemeenteraad heeft als ambitie uitgesproken om 10.500 woningen te realiseren in de periode 2020-2030. Het realiseren van zes nieuwe woningen binnen het plangebied levert daar een bescheiden bijdrage aan. Voor de leefbaarheid van een dorp van bescheiden omvang zoals Vinkel, is het van groot belang dat voldoende woningen worden gebouwd. Er is bewust voor gekozen niet alleen grote woningen op grote kavels te realiseren. Door twee-aaneen gebouwde woningen in de planvorming op te nemen, zijn de nieuwe woningen voor een grotere doelgroep bereikbaar.
Tijdens gesprekken met buurtbewoners is gebleken dat veel belangstelling bestaat voor de nieuwe woningen, die derhalve in de bestaande woonbehoefte kunnen voorzien.
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
18
Mureau Advies
4.3.2 Stedenbouwkundige Visie Vinkel Het gemeentelijk beleid voor de dorpslinten van Vinkel gaat uit van transformatie van locaties middels maatwerk. Dit beleid is grotendeels geënt op de nog geldende uitgangspunten van de Stedenbouwkundige Visie Vinkel uit 2008. De belangrijkste uitgangspunten zijn: - behoud en versterking van het bebouwingslint bestaande uit één enkele bebouwingslijn zonder bebouwde gelaagdheid daarachter; - behoud en versterking van de openheid van het lint, behoud van bestaande dichtheid c.q. openheid; - transformeren van de bestaande functie naar wonen (verkeer en groen) of voorzieningen; - volledig opheffen van de bedrijfsbestemming en slopen van opstallen; - verder verdichten van het gebouwd programma is niet gewenst; - toevoegen van een zo breed mogelijk open zicht vanaf de Brugstraat op het achterliggende landschap; - creëren van een groene overgang met bomen richting het landschap; - realiseren van afwisselende woningbouw (rooilijnen, kappen, lengte). De belangrijkste stedenbouwkundige uitgangspunten voor het dorplint, zijn vanwege de ligging aan het lint relevant voor het voorliggende initiatief. De planopzet is in lijn gebracht met de uitgangspunten van de Stedenbouwkundige Visie Vinkel. Het slopen van vier bedrijfsgebouwen en verwijderen van erfverhardingen en andere voorzieningen draagt bij aan ontstening en leidt tot kwaliteitswinst.
De bebouwde gelaagdheid achter het bebouwingslint wordt verwijderd en in de nieuwe situatie is sprake van één enkele bebouwingslijn. Door het opnemen van een groenbestemming tussen de woningen, wordt de openheid van het lint gewaarborgd. De positie van de nieuwe woningen is vastgelegd op de verbeelding en de planregels bepalen de maximale bouw- en goothoogte. Voor de nieuwe woningen worden de volgende stedenbouwkundige uitgangspunten gehanteerd: - bebouwing passend in het bestaande lint; - woningen worden voorzien van een kap; - goothoogte van maximaal 4.50 meter; - bouwhoogte van maximaal 8.00 meter; De planregels en verbeelding waarborgen dat de uitwerking van het ontwerp van de nieuwe bebouwing aansluit op de schaal, maat en karakteristiek van de omliggende bebouwing van het dorpslint van Vinkel. 4.3.3 Nota Parkeernormering 2021 Voor ontwikkelingen op het gebied van de ruimtelijke ordening heeft gemeente ’s-Hertogenbosch een eigen parkeernormenbeleid vastgesteld. Dit beleid is vastgelegd in de Nota Parkeernormering 2021. De nota geeft voor verschillende zones aan hoeveel parkeerplaatsen per functie gerealiseerd dienen te worden bij nieuwbouw. In paragraaf 3.4 van deze toelichting is het initiatief getoetst aan het gemeentelijk parkeerbeleid.
4.3.4 Welstand Het beleid omtrent welstand is opgenomen in de Welstandsnota (2004) die door de voormalige gemeente Maasdonk is vastgesteld. De welstandsnota bevat criteria voor de beoordeling van de vormgeving van bouwplannen bij de welstandstoets.
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
19
Mureau Advies
Voor het initiatief is welstandsniveau 1 aan de orde. Dit is het hoogste welstandsniveau dat is toegekend aan de gebieden die van cruciale betekenis zijn voor het totaalbeeld van kernen en landschap, waaronder de doorgaande routes en historische linten. Het ontwerp van de nieuwe woningen wordt nader uitgewerkt. De Welstandsnota zal daarbij gebruikt worden als inspiratiebron. Het ontwerp wordt vervolgens ter beoordeling voorgelegd aan de welstandscommissie. Daarmee is voor het aspect welstand een passende invulling van de nieuwe situatie gewaarborgd. 4.3.5 Verordening bomen, water en groen De gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch heeft op 9 maart 2021 de Verordening bomen, water en groen ’s-Hertogenbosch 2021 vastgesteld. Het doel van deze Verordening is het stellen van regels over houtopstanden, het lozen van grondwater en hemelwater en het verplicht realiseren van groen, om de gevolgen van klimaatverandering te beperken en bepaalde houtopstanden te beschermen. De Verordening geeft in het plangebied of directe omgeving geen monumentale of waardevolle houtopstanden aan. De binnen het plangebied aanwezige hoogstam fruitboomgaard en volgroeide bomen blijven behouden en de zorgvuldige landschappelijke inpassing verbetert de kwaliteit van landschap en natuur binnen het plangebied.
Vanwege de sloop van bedrijfsgebouwen en het verwijderen van erfverharding en overige voorzieningen ten behoeve van het agrarisch bedrijf, is sprake van een afname van de verharde oppervlakte, ook na de bouw van de nieuwe woningen met bijbehorende verhardingen. Het verplicht realiseren van groen op basis van de gemeentelijke Verordening is bij een toename van de verharde oppervlakte met minder dan 500 m2 niet aan de orde. De Notitie landschappelijke inpassing die is opgenomen als bijlage 1, beschrijft op welke wijze bij de inrichting van het perceel wordt omgegaan met bomen en groen. Bij de planvorming wordt rekening gehouden met de opvang van hemelwater binnen het plangebied. In de gemeentelijke Verordening ‘Bomen, water en groen’ is de verplichting opgenomen voor elke m2 verhard oppervlak (gebouw, bestrating, overkapping, etc.) die wordt gebouwd, vervangen of vernieuwd, minimaal 60 mm berging en/of infiltratie van hemelwater per m2 verharding aan te leggen. Het hemelwater dat valt op daken en verhardingen wordt niet geloosd op het gemeentelijk rioolstelsel, maar onder afschot afgevoerd naar greppels die onderdeel uitmaken van de landschappelijke inpassing. Deze greppels bergen het hemelwater, zodat het kan infiltreren in de bodem. In paragraaf 5.12 worden de gevolgen van het initiatief voor het aspect water uitgebreid beschreven.
4.3.6 Visie Duurzaam ’s-Hertogenbosch In mei 2019 heeft de gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch de Nota Duurzaamheid vastgesteld. De overkoepelende doelstelling van een duurzaam ’s-Hertogenbosch in 2050 is vertaald in vier ambities: 1. Gezonde, groene en klimaatbestendige omgeving; 2. CO2-neutrale gemeente; 3. Waardebehoud van grondstoffen; 4. Duurzame mobiliteit. Per ambitie is in de Nota Duurzaamheid beschreven wat de gemeente wil bereiken en hoe dit wordt gemonitord. Daarnaast is ter inspiratie een aantal goede voorbeelden opgenomen. In paragraaf 5.13 is het aspect duurzaamheid verder uitgewerkt voor het voorliggende initiatief.
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
20
Mureau Advies
5.
Milieu en duurzaamheid
5.1 Inleiding Bij de planvorming moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de in dit kader van belang zijnde milieu- en omgevingsaspecten. Op basis van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt een beschrijving gegeven van de wijze waarop de milieuaspecten en duurzaamheid bij het plan zijn betrokken.
5.2 Bedrijven en milieuzonering Milieuzonering beoogt een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven en anderzijds milieugevoelige functies aan te brengen. De kwaliteit van het woonen leefklimaat wordt daardoor gehandhaafd en bevorderd. In het algemeen wordt door het aanbrengen van een zonering tussen bedrijvigheid en woonbebouwing de overlast ten gevolge van de bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden. De initiatiefnemer heeft het gespecialiseerde bureau De Roever Omgevingsadvies opdracht gegeven het aspect Bedrijven en milieuzonering te toetsen. De conclusie van het onderzoek is onderstaand integraal weergegeven. “In dit onderzoek zijn de richtafstanden van de milieubelastende functies rondom het plangebied aan de Brugstraat 36 in Vinkel onderzocht. In hoofdstuk 3 is toegelicht dat de geplande woningen binnen de richtafstand voor het aspect geluid gelegen zullen zijn van het transportbedrijf aan de Brugstraat 46, de timmerwerkplaats aan de Van Rijckevorselweg 30 en het transformatorhuisje naast de Van Rijckevorselweg 28.
Naar aanleiding hiervan zullen er bij de ruimtelijke onderbouwing drie geluidonderzoeken aangeleverd worden waarin onderzocht is in welke mate het aspect geluid van deze drie bedrijven het woon- en leefklimaat onacceptabel negatief beïnvloedt en/of de bestaande bedrijven door deze ontwikkeling onevenredig in hun belangen schaadt. Daarnaast is er gesteld dat de middelste woning aan de Van Rijckevorselweg ook binnen de richtafstand voor het aspect stof is gelegen van de timmerwerkplaats. Gezien de grootte en de werkzaamheden van dit bedrijf, zal de verwacht overlast van stof ter plaatse van deze woning echter minimaal zijn. Hierdoor kan worden gesteld dat er bij de woning sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat en dat deze geen extra belemmering zal vormen ten aanzien van deze timmerwerkplaats. De beoogde woningen zijn niet gelegen binnen een andere richtafstand behorende bij een milieubelastende functie in de omgeving. Gesteld kan wordt dat met uitzondering van het aspect geluid ten aanzien van deze drie milieubelastende functies in de omgeving er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied en dat door het plan de belangen van die functies niet worden geschaad.” De volledige rapportage met de resultaten van het onderzoek is opgenomen als bijlage 2 bij deze toelichting. Het aspect geluid is nader uitgewerkt in paragraaf 5.3
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
21
Mureau Advies
5.3 Geluid 5.3.1 Verkeerslawaai Door middel van de Wet geluidhinder (Wgh) worden de zogenoemde geluidgevoelige objecten beschermd tegen lawaai. De Wgh kent een stelsel van normen ter voorkoming van geluidhinder. Ter bescherming van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen zijn grenswaarden opgenomen. De initiatiefnemer heeft het gespecialiseerde bureau De Roever Omgevingsadvies opdracht gegeven het aspect Verkeerslawaai te toetsen. De conclusie van het onderzoek is onderstaand integraal weergegeven. “In dit onderzoek is de geluidbelasting vanwege het wegverkeerslawaai berekend ter plaatse van de beoogde woningen binnen het plangebied aan de Brugstraat 36 in Vinkel. Naast het aspect wegverkeerslawaai zijn de geluidbelastingen vanwege industrielawaai meegenomen voor het beoordelen van het woon- en leefklimaat en de benodigde gevelwering. Hogere waarden De geluidbelasting vanwege de gezoneerde weg (deel 60 km/uur van de Van Rijckevorselweg) bedraagt op zijn hoogst 32 dB (woning G). De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt ter plaatse van alle woningen (ruimschoots) gerespecteerd. Het aanvragen van een hogere waarde is niet aan de orde. Gemeentelijk geluidbeleid De hoogste berekende geluidbelasting vanwege de Van Rijckevorselweg overschrijdt de ambitiewaarde maar overschrijdt niet de bovenwaarde.
De hoogste berekende geluidbelasting vanwege de Brugstraat overschrijdt zowel de ambitiewaarde als de bovenwaarde. In paragraaf 3.7.1 en 3.7.2 is nader ingegaan op mogelijke maatregelen en aanvullende criteria volgend uit het gemeentelijk beleid. Uit deze paragrafen blijkt dat maatregelen aan de bron en in de overdracht niet doelmatig zijn. Daarnaast behoeven er formeel geen hogere waarden te worden verleend en wordt (of kan worden) voldaan aan alle gestelde criteria uit het gemeentelijk beleid. Gelet op het bovenstaande, vormt het gemeentelijk geluidbeleid geen knelpunt voor de gewenst ontwikkeling. Woon- en leefklimaat en gevelwering Op basis van de berekende cumulatieve geluidbelastingen (tot afgerond 60 dB) en het feit dat voor alle woningen sprake is van een geluidluwe gevel/buitenruimte kan gesteld worden dat het woon- en leefklimaat ter plaatse van de beoogde woningen als aanvaardbaar kan worden beschouwd. Op basis van de berekende waarden voor de gecumuleerde geluidbelasting en de maximale geluidniveaus volgt dat de vereiste karakteristieke geluidwering Ga;k maximaal 31 dB bedraagt (woning D). Voor de overige beoordelingspunten kan de benodigde geluidwering worden afgelezen uit tabel 7.
Het bevoegd gezag zal bepalen of nader onderzoek naar de geluidwering van de gevels noodzakelijk wordt geacht.” De volledige rapportage met de resultaten van het onderzoek is opgenomen als bijlage 3 bij deze toelichting. Indien een nader onderzoek naar de geluidwering van de gevels noodzakelijk wordt geacht, kan dit worden uitgevoerd bij de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van de nieuwe woningen.
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
22
Mureau Advies
5.3.2 Industrielawaai en ruimtelijke ordening De initiatiefnemer heeft het gespecialiseerde bureau De Roever Omgevingsadvies opdracht gegeven het aspect Industrielawaai en ruimtelijke ordening te toetsen. De conclusie van het onderzoek is onderstaand integraal weergegeven. “In dit onderzoek zijn de geluidniveaus door de inrichtingen aan de Van Rijckevorselweg naast 28, Brugstraat 46 en Van Rijckevorselweg 30 ter plaatse van het plangebied berekend. Getoetst is of ter plaatse van de gewenste woningen, inclusief (achter)tuinen, sprake is van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat. Van Rijckevorselweg naast 28 Op 15 december 2021 is een geluidmeting uitgevoerd aan het transformatorhuisje. Ter plaatse is geen geluid afkomstig van het object waargenomen. De geluidemissie vanuit het transformatorhuisje naar de omgeving is derhalve verwaarloosbaar. Brugstraat 46 In hoofdstuk 4 is toegelicht dat in het kader van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, de maximale geluidniveaus en de indirecte hinder voldaan wordt aan de gestelde richt- en grenswaarden. Hierbij is rekening gehouden met de maatregelen die al benodigd zijn in het kader van het milieuspoor.
Uit een aanvullende berekening met betrekking tot maximale geluidniveaus blijkt dat ter hoogte van de woningen A t/m D waarden worden berekend die hoger zijn dan de standaard richtwaarden uit stap 2 van de Handreiking Bedrijven en milieuzonering. Om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te kunnen garanderen ter plaatse van de beoogde woningen, zijn de volgende maatregelen nodig: - tussen de bestaande inrit en de beoogde woning D moet rekening gehouden worden met een groene strook van 8 meter breed ten behoeve van de landschappelijke inpassing (absorberende bodem, factor 1); - tussen de bestaande inrit en de beoogde woning D moet rekening gehouden worden met een afschermende voorziening van 10 meter lang en minimaal 2 meter hoog. De massa van de afschermende voorziening moet ten minste 10 kg/m2 bedragen en de afschermende voorziening moet bestaan uit een geheel gesloten structuur. - de woningen C en D (inclusief bijgebouwen) moeten worden geroteerd, zodat deze parallel aan de Brugstraat komen te liggen; - het bijgebouw behorende bij woning D moet worden vergroot en verhoogd om zo te dienen als afschermende voorziening. De benodigde goothoogte bedraagt 3 meter en de benodigde nokhoogte bedraagt 5 meter.
Het totale oppervlakte van het benodigde bijgebouw bedraagt uiteindelijk 148 m2; Daarnaast dienen de volgende gevelweringen (minimaal) te worden behaald: - de gevelwering van de voorgevel van woning A (verdieping, Tp01_B) dient op zijn minst 60,5 – 45 = 15,5 dB te bedragen; - de gevelwering van de zijgevel van woning B (verdieping, Tp06_B) dient op zijn minst 64,4 – 45 = 19.4 dB te bedragen; - de gevelwering van de voorgevel van woning B (verdieping, Tp07_B) dient op zijn minst 62,2 – 45 = 17,2 dB te bedragen; - de gevelwering van de voorgevel van woning C (verdieping Tp10b_B) dient op zijn minst 69,7 – 45 = 24,7 dB te bedragen; - de gevelwering van de zijgevel van woning D (verdieping, Tp012b_B) dient op zijn minst 75,9 – 45 = 30,9 dB te bedragen;
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
23
Mureau Advies
-
de gevelwering van de voorgevel van woning D (verdieping, Tp11b_B) dient op zijn minst 72,1 – 45 – 27,1 dB te bedragen; - de gevelwering van de achtergevel van woning D (verdieping, Tp13b_B) dient op zijn minst 60,5 – 45 = 15,5 dB te bedragen; - de gevelwering van de voorgevel van woning D (begane grond, Tp11a_A) dient op zijn minst 72,1 – 55 = 17,1 dB te bedragen; - de gevelwering van de zijgevel van woning D (begane grond, Tp12a_A) dient op zijn minst 70,6 – 55 = 15,6 dB te bedragen. Voor nieuwbouw geldt een minimale gevelwering van 20 dB (Bouwbesluit 2012). Wanneer de benodigde gevelwering hoger is dan deze 20 dB, dan zal dit moeten worden vastgelegd in de bestemmingsplanregels. Het bevoegd gezag zal besluiten of in een later stadium een nader onderzoek naar de geluidwering van de desbetreffende gevels noodzakelijk is. Van Rijckevorselweg 30 In hoofdstuk 4 is toegelicht dat in het kader van de indirecte hinder voldaan wordt aan de gestelde richt- en grenswaarden. In het kader van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (tuin woning F) en maximaal geluidniveau (woningen E en F) worden overschrijdingen berekend in de dagperiode. In paragraaf 4.2.3 zijn mogelijke maatregelen beschouwd/berekend. Na het treffen van de maatregelen beschreven in deze paragraaf resteren nog een aantal overschrijdingen.
Om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te kunnen garanderen zijn de volgende maatregelen nodig: - realiseren van een tweetal afschermende voorzieningen van minimaal 1,8 meter hoog over ten minste de lengte zoals aangegeven op afbeelding 9 en bijlage VIII van deze rapportage (lengte van respectievelijk 10 en 5 meter gemeten vanuit het geprojecteerde bijgebouw); - de gevelwering van de voorgevel op de begane grond van woning E (Tp16a_A) dient op zijn minst 72,1 – 55 = 17,1 dB te bedragen; - de gevelwering van de voorgevel op de begane grond van woning F (Tp17a_A) dient op zijn minst 76,5 – 55 = 21,5 dB te bedragen; - de gevelwering van de zijgevel op de begane grond van woning F (Tp18a_A) dient op zijn minst 75,8 – 55 = 20,8 dB te bedragen. Conclusie Industrielawaai en ruimtelijke ordening vormt hiermee, na het treffen van de beschreven maatregelen, geen belemmering voor het gewenste plan.” De volledige rapportage met de resultaten van het onderzoek is opgenomen als bijlage 4 bij deze toelichting. 5.3.3 Industrielawaai en activiteitenbesluit De initiatiefnemer heeft het gespecialiseerde bureau De Roever Omgevingsadvies opdracht gegeven het aspect Industrielawaai en activiteitenbesluit te toetsen. De conclusie van het onderzoek is onderstaand integraal weergegeven.
“In dit onderzoek zijn de geluidniveaus door de inrichtingen aan de Brugstraat 46, Van Rijckevorselweg 30 en Van Rijckevorselweg naast 28 ter plaatse van het plangebied berekend. Getoetst is of de gewenste woningen geen belemmering vormen voor de bedrijven in de omgeving (toetsing aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit.
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
24
Mureau Advies
Van Rijckevorselweg naast 28 Op 15 december 2021 is een geluidmeting uitgevoerd aan het transformatorhuisje. Ter plaatse is geen geluid afkomstig van het object waargenomen. De geluidemissie vanuit het transformatorhuisje naar de omgeving is derhalve verwaarloosbaar. Brugstraat 46 In paragraaf 4.1 en 4.2 is toegelicht dat in het kader van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau wordt voldaan aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. In het kader van het maximaal geluidniveau worden overschrijdingen berekend in de avond- en nachtperiode. In paragraaf 4.1.3 zijn mogelijke maatregelen beschouwd/berekend. Na het treffen van de maatregelen zoals beschreven in voornoemde paragraaf, wordt ter plaatse van alle beoordelingspunten voldaan aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Om naastgelegen inrichting (Brugstraat 46) niet in de belangen te schaden zijn de volgende maatregelen nodig: - tussen de bestaande inrit en de beoogde woning D moet rekening gehouden worden met een groene strook van 8 meter breed ten behoeve van de landschappelijke inpassing (absorberende bodem, factor 1); - tussen de bestaande inrit en de beoogde woning D moet rekening gehouden worden met een afschermende voorziening van 10 meter lang en minimaal 2 meter hoog.
De massa van de afschermende voorziening moet ten minste 10 kg/m2 bedragen en de afschermende voorziening moet bestaan uit een geheel gesloten structuur; - de woningen C en D (inclusief bijgebouwen) moeten worden geroteerd zodat deze parallel aan de Brugstraat komen te liggen; - het bijgebouw behorende bij woning D moet worden vergroot en verhoogd om zo te dienen als afschermende voorziening. De benodigde goothoogte bedraagt 3 meter en de benodigde nokhoogte bedraagt 5 meter. Het totale oppervlakte van het benodigde bijgebouw bedraagt uiteindelijk 148 m2; Bovenstaande maatregelen zijn visueel weergegeven op afbeelding 9 uit deze rapportage (paragraaf 4.1.3) en bijlage VII. Geconcludeerd kan worden dat naastgelegen inrichting aan de Brugstraat 46, na het treffen van de maatregelen zoals beschreven in paragraaf 4.1.3, niet in zijn/haar belangen wordt geschaad. Van Rijckevorselweg 30 In paragraaf 4.3 is toegelicht dat in het kader van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en de maximale geluidniveaus wordt voldaan aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Geconcludeerd kan worden dat naastgelegen inrichting aan de Van Rijckevorselweg 30 niet in zijn/haar belangen wordt geschaad.
Conclusie Industrielawaai vormt hiermee, na het treffen van de beschreven maatregelen, geen belemmering voor het gewenste plan.” De volledige rapportage met de resultaten van het onderzoek is opgenomen als bijlage 5 bij deze toelichting. De in de omgeving gelegen bedrijven kunnen na de komst van de nieuwe woningen (nieuwe geluidgevoelige objecten) blijven voldoen aan de geldende geluidnormen uit het Activiteitenbesluit. De in het onderzoek benoemde maatregelen zijn in het plan doorgevoerd.
Toelichting bestemmingsplan Brugstraat 36 Vinkel
25
Mureau Advies
Deze maatregelen, in de vorm van onder andere situering, afscherming en afstand, worden getroffen aan en nabij de nieuwe woningen en niet bij de bedrijven in de omgeving. De bedrijfsbelangen worden derhalve niet geschaad door het initiatief.
5.4 Trillingen Trillingen worden meegenomen in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Bij trillingen in het ruimtelijk spoor gaat het vrijwel altijd om bescherming tegen trillingshinder bij personen. Het aspect trillingen is in de regel relevant nabij (binnen 100 meter van) spoorwegen, drukke (snel)wegen en zware industrie. De nieuwe woningen zijn geprojecteerd op ruime afstand (meer dan 1 km) vanaf spoorwegen, drukke (snel)wegen en zware industrie. Vanwege de grote afstand tot deze bronnen is het niet noodzakelijk een nadere analyse uit te voeren naar het risico op spoortrillingen.
5.5 Verlichting Kunstmatige verlichting kan hinder geven. Er zijn veel functies met kunstmatige verlichting, zoals wegen, woonkernen, industrie- en bedrijventerreinen, glastuinbouwbedrijven en sportterreinen. Hinder door licht hangt af van de aard, intensiteit, duur en plaats van de verlichting. Het plangebied is gelegen aan de westelijke rand van de kern Vinkel en veroorzaakt ten opzichte van de bestaande situatie geen substantiële toename van lichthinder. Ter plaatse van de nieuw te bouwen woningen is geen sprake van onaanvaardbare lichthinder. De dichtstbijzijnde functie die lichthinder kan veroorzaken (sportpark) is gelegen op circa 1 km van het plangebied. Op deze afstand is lichthinder ten gevolge van een sportpark verwaarloosbaar.
5.6 Externe veiligheid Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, en tevens op het transport van gevaarlijke stoffen. Het wettelijk kader voor externe veiligheid bestaat onder meer uit: Besluit externe veiligheid inrichtingen, Besluit externe veiligheid buisleidingen en Besluit externe veiligheid transportroutes. Bij ruimtelijke plannen moeten de risico’s in het plangebied ten gevolge van de handelingen met gevaarlijke stoffen in beeld worden gebracht. Enerzijds gaat het over de risicobronnen (bedrijven of transportroutes) en anderzijds over de risico ontvangers (omstanders). Het aspect externe veiligheid moet getoetst worden als bij een ontwikkeling (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan. (Beperkt) kwetsbare objecten zijn onder andere woningen, scholen, ziekenhuizen, hotels en restaurants. Het initiatief leidt door het bouwen van een nieuwe woning tot het toevoegen van een (beperkt) kwetsbaar object. In deze paragraaf wordt nagegaan of zich in de nabijheid van het plangebied risicovolle activiteiten bevinden (zoals Bevi-bedrijven, BRZO-bedrijven en transportroutes), of dat de ontwikkeling leidt tot risicovolle activiteiten.