Bijlage 3 - Rapport Verwey-Jonker
Tekst van het document
Het helpt om dergelijke opties, door methodisch te werken, altijd langs te lopen om te bedenken of ze al dan niet passend zijn bij een gezin en kunnen helpen om het verergeren van problematiek te voorkomen, of indien sprake is van jeugdhulp met verblijf of jeugdbescherming, uitstroom te bevorderen.
7. Zet interventies rondom scheiding breder in In de dossiers zien we terug dat conflicten tussen ouders vaak de bron van problematiek zijn in het gezin en zowel door professionals als door gezinsleden worden aangemerkt als belangrijke aanleiding voor het ontstaan van onveiligheid en/of gebrek aan ontwikkelmogelijkheden, met plaatsing in verblijf als gevolg. Niet altijd lijkt er gebruik te worden gemaakt van interventies gericht op het voorkomen van of omgaan met conflictueuze relaties. Soms wordt dit gewijd aan het feit dat ouders hiertoe niet gemotiveerd zijn, maar we zien ook gezinnen waar dergelijke aanpakken niet overwogen lijken te zijn. Ook kunnen methoden, interventies en voorzieningen zoals SCHIP, Ouderschap Blijft, Scheiden zonder Schade, Villa Pinedo of het Omgangshuis eraan bijdragen dat scheidingen minder schade veroorzaken bij de jeugdige en de relatie tussen gezinsleden verbetert. Erkend als goed onderbouwd zijn Ouderschap Blijft (vorm van omgangsbemiddeling en begeleiding) en Ouderschap Na Scheiding (vorm van omgangsbemiddeling voor gescheiden ouders van minderjarigen). Daarnaast zijn ook enkele interventies ontwikkeld gericht op zowel ouders als kinderen in een gezin waar sprake is van een complexe scheiding: erkend als goed onderbouwd is de gezinsgerichte groepstherapie Kinderen uit de Knel met parallelsessies voor ouders en kinderen tussen de 4 en 18 jaar.
6. Zet ervaringsdeskundigheid in bij ouders Met name bij complexe scheidingen blijkt het moeilijk om ouders inzicht te geven in welke problematiek er speelt in het gezin, wat hun aandeel hierin is en hulp te accepteren. In de casussen zien we nog geen voorbeelden van de inzet van (professionele) ervaringsdeskundigheid van andere ouders. Bijvoorbeeld van ouders die zelf verslaafd zijn geweest of met huiselijk geweld te maken hebben gehad. Het inzetten van ervaringsdeskundige ouders kan helpen bij het motiveren van ouders om bepaalde hulp te accepteren en in het erkennen van wat er aan de hand is. Met name binnen MDA++ regio West-Brabant is hier al veel ervaring in op gedaan.
Groepsinterventies die ingezet kunnen worden voor kinderen zijn: “Stoere Schildpadden” voor kinderen van 4 tot 6 jaar (goed onderbouwd), Dappere Dino’s voor kinderen van 6 tot 8 jaar (effectief volgens goede aanwijzingen), KIES Kinderen In Een Scheiding voor kinderen tussen 7 tot 12 jaar (effectief volgens goede aanwijzingen) en JES jij en scheiden voor kinderen van 8 tot 12 jaar (goed onderbouwd). Bij elk van deze groepsinterventies worden ook ouders betrokken door onder andere oudersessies (Van der Valk et al., 2020)23.
23 van der Valk, I., van den Berg, G., van der Veldt, M.C., Anthonijsz, I., & Spruijt, E. (2020). Richtlijn Scheiding en problemen van jeugdigen voor jeugdhulp en jeugdbescherming. Utrecht: BPSW, NIP, NVO. https://richtlijnenjeugdhulp.nl/wp-content/uploads/2020/03/Richtlijn-Scheiding-en-problemenjeugdigen.pdf
66
8. Zet preventieve interventies in bij spanningen in de relatie Niet alleen bij (complexe) scheidingen, maar ook bij ouders die nog bij elkaar zijn maar wel spanningen in hun relatie of rondom de opvoeding ervaren, liggen mogelijkheden aandacht voor relaties in het gezin. Zo zouden bijvoorbeeld vormen van relatietherapie en systeemtherapie kunnen worden ingezet in gezinnen waar spanningen tussen ouders bestaan. Ook programma’s rond de voorbereiding op ouderschap (Voorzorg, Veilige Start) zijn mogelijkheden die ingezet kunnen worden, aangezien ouderschap vele stressoren met zich mee kan brengen. 9. Verbeter de overdracht, met name na jeugdbeschermingstraject Wanneer een jeugdbeschermingstraject wordt afgerond, is er niet altijd een uitgebreide overdracht naar vrijwillige hulp. Zowel jeugdbeschermers als medewerkers van de toegang geven aan dat de overstap terug naar het vrijwillig kader daardoor soms niet goed verloopt. Met name wanneer een aangevraagde verlenging van de maatregel onverwacht wordt afgewezen. Momenteel wordt gekeken naar een ‘tandemfunctie’ waar jeugdbeschermers en jeugdhulpverleners uit het vrijwillig kader enige tijd samen optrekken, om zo de overgang te verbeteren en jeugdbeschermingstrajecten te verkorten. 10.
Haak als gemeente aan bij belangrijke ontwikkelingen in de jeugdhulp Wij raden aan dat de gemeente de ontwikkeling van het Afwegingskader jeugdhulp goed volgt. Het Nederlands Jeugdinstituut werkt hier momenteel aan. Een dergelijk kader zou ondersteunend moeten gaan werken bij het maken van een keuze wat wel en niet binnen de jeugdhulp op te lossen is en de samenwerking te zoeken met relevante andere partijen om tot een samenhangend aanbod te komen. Ook is de Richtlijn toekomstgericht werken in ontwikkeling. Het ontwikkeltraject bestaat uit verschillende fasen waarin ook input wordt opgehaald en kennis wordt gedeeld. Mogelijk kan ‘s-Hertogenbosch of kunnen professionals en cliënten uit ‘s-Hertogenbosch hierin een rol bij spelen. Hiervoor kan het
Verwey-Jonker Instituut of het Nederlands Jeugdinstituut benaderd worden. Tot slot zal ook de ontwikkeling van het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming van belang zijn voor de gemeente, aangezien dit veel gaat betekenen voor in de jeugdhulp en veel van gemeenten zal vragen. Specifiek rond de samenwerking tussen jeugdhulp en volwassenen-ggz zijn er een aantal pilots in het land en gaat er een actieonderzoek lopen in een aantal regio’s. Voor het actieonderzoek kunnen regio’s zich binnenkort aanmelden bij ZonMw. Wellicht is dat voor ‘s-Hertogenbosch en de andere regiogemeenten in Noordoost-Brabant een interessante optie. Niet alleen landelijk volgen, ook lokaal handelen Landelijke ontwikkelingen hebben vaak een lange aanloop en dit kan soms tot een afwachtende houding bij gemeenten leiden. Onze aanbeveling is om landelijke ontwikkelingen goed te volgen, waar mogelijk aan te sluiten, maar niet af te wachten en ook lokaal en regionaal te blijven ontwikkelen. Wat duidelijk is, is dat samenwerking tussen verschillende domeinen belangrijk is en ook zal blijven. Dus die samenwerking versterken is sowieso iets om mee aan de slag te gaan. Rotterdam is een mooi voorbeeld als het gaat om samenwerking rond huiselijk geweld en kindermishandeling. Filomena kan een interessante partij zijn voor ‘s-Hertogenbosch om eens mee uit te wisselen. 11.
Verbeter de dossiervoering Vanuit het onderzoek hebben we een aantal punten waarop dossiervoering verbeterd kan worden. 11a. Leg het proces van overweging beter vast Het is van belang om de overwegingen die hebben geleid tot een besluit te documenteren. Dat gebeurt nu nog heel beperkt. Anderen weten op die manier waarom ergens wel of niet voor is gekozen en of iets al eerder is geprobeerd of niet en wat er wel en niet werkte in het verleden voor het gezin. 67
11b. Leg de doelen van gezin en jeugdige vast Een ander punt in de dossiers dat beter kan is het documenteren van de doelen waaraan gewerkt wordt en wanneer een volgende stap of einde verblijf of maatregel in beeld komt. Monitoren op doelbereik is motiverend voor jongeren en professionals, en geeft de instelling en gemeente inzicht in hoe de vlag erbij hangt. Bij elke zestienplusser zou er een perspectiefplan of toekomstplan moeten zijn waarin de doelen en voortgang op de verschillende leefdomeinen terugkomt; dit is ook regionaal afgesproken. Hierbij is van groot belang dat niet star vastgehouden wordt aan doelen uit het verleden, maar dat deze doorlopend bijgesteld worden, meebewegend met de situatie van de jeugdige en het gezin. 11c. Geef jeugdige een stem in het dossier In de onderzochte dossiers is met name de stem van de betrokken professionals terug te vinden. Wat een jeugdige zelf ervaart is veel minder zichtbaar. Waar het wel zichtbaar is, is het vertaald door professionals. Dit zorgt voor een eendimensionaal beeld van hoe een jeugdige zich ontwikkelt. Het bieden van ruimte aan de jeugdige in de dossiervorming kan bijdragen aan een meer compleet, meervoudig beeld van de situatie en ontwikkeling. 11d.
Leg samenwerking met andere partijen structureel vast Daarnaast zou het goed zijn als samenwerking met andere partijen, en specifiek met onderwijs, een prominentere plek krijgt in de dossiers. De rol van scholen is niet helder in de dossiers, terwijl een nauwere samenwerking tussen school, schoolmaatschappelijk werk en de jeugdhulp zou kunnen bijdragen aan het beter afstemmen van ondersteuning, sneller signaleren en vergroten van kansen om met preventieve hulp escalatie te voorkomen (Jonkman et al., 2021)24. Ook bij nazorg is de samenwerking met onderwijs of werk en inkomen/arbeid belangrijk. Nazorg hoort dus ook een plek in krijgen in de dossiers.
24 Jonkman, H., Brock, A., Britt, A. & De Winter-Koçak, S. (2021). Kennis versterken over de verbinding tussen onderwijs en jeugdhulp. Naar een nieuwe onderzoeksprogrammering. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut, NRO, ZonMW.
11e. Maak netwerkanalyses een vast onderdeel van dossier Vervolgens is het raadzaam om netwerkanalyses standaard onderdeel te laten zijn van de dossiervorming, zodat het duidelijk is dat dit is uitgevoerd en dit niet steeds opnieuw gedaan hoeft te worden. Bovendien kan het netwerk wellicht ook een rol vervullen in een stukje nazorg, dan geef je daar direct ook handen en voeten aan. 12. Herintroduceer centraal punt actuele informatie aanbod en wachttijden Voor professionals blijkt het niet eenvoudig om zicht te krijgen op alle mogelijke inzetbare hulp en de huidige wachttijden voor verschillende vormen van hulp. Professionals zien niet zozeer hiaten in het aanbod van hulp aan gezinnen, maar merken op dat het huidige aanbod niet voldoende benut kan worden. Een groot deel van het werk van jeugdprofessionals gaat daardoor zitten in het rondbellen naar organisaties over hun aanbod en wanneer dit inzetbaar is. Ook ouders merken op dat het niet eenvoudig is om erachter te komen waar zij passende zorg voor hun gezin kunnen vinden. Een optie die uit het onderzoek naar voren komt is het maken van een routebeschrijving voor ouders met een kind met een beperking, zodat het zoekproces verkort wordt en deze gezinnen sneller bij passende zorg terecht komen.
Er is eerder gewerkt met een centraal punt waar professionals naar kunnen bellen met hun verzoek en daar krijgen ze dan ook gelijk informatie over mogelijkheden en wachttijden. Dit heeft eerder goed gefunctioneerd, maar zou een nieuw leven ingeblazen kunnen worden. Het helpt natuurlijk als de monitoring op orde is en de mensen werkzaam bij dat centrale punt ook actuele informatie kunnen verstrekken. Het effect van een centraal punt hangt daarmee samen. 13. Ontwikkel waar nodig nieuw aanbod Hoewel er vooral behoefte lijkt te zijn aan het meer inzichtelijk maken en beter kunnen benutten van huidig aanbod (zie vorige punt), zijn er toch een aantal vormen van (jeugd)hulp die lijken te ontbreken in het aanbod van de gemeente.
68
Versterken/verbreden jeugdhulp met verblijf in de gezinscontext Pleegzorg en gezinshuizen geven jeugdigen een zo genormaliseerd mogelijke vorm van verblijf als ze niet thuis kunnen wonen. In de dossiers is te zien dat jeugdigen in deze context inderdaad meestal een veilige thuissituatie ervaren. Het valt echter op dat er slechts een klein gedeelte van de jeugdigen in een gezinshuis terechtkomt en dat pleegzorg in het netwerk bij de groep 16+ zeer beperkt is. De reden dat weinig jeugdigen in gezinshuizen worden geplaatst is niet op te maken uit de dossiers, maar een gebrek aan plaatsen ligt voor de hand. Pleeggezinnen bieden voor ongeveer de helft van de jeugdigen een plaats, maar het aantal jeugdigen in pleeggezinnen neemt af. Betrokkenen benoemen dat de ondersteuning van pleeggezinnen beperkt is en deze gezinnen vaak de kennis en professionaliteit missen om zelfstandig voor jeugdigen te zorgen met zwaardere problematiek. Uit onderzoek naar geweld in jeugdhulp met verblijf blijkt dat pleegzorg door pleegouders als te licht en te weinig ondersteunend wordt ervaren (Lünnemann et al, 2021)25. Zowel voor het behouden van bestaande pleeggezinnen als het stimuleren van nieuwe gezinnen zou er baat zijn bij versterken van intensiteit van pleegzorg of pleegzorgondersteuning.
Gezinshuizen bieden een gezinscontext met professionele expertise, hetgeen voor een groep jeugdigen die nu in een verblijfsinstelling woont een betere en meer genormaliseerde oplossing zou kunnen bieden. Ontwikkeling van woonvormen tussen verblijf en zelfstandig wonen Lichte vormen van jeugdhulp met verblijf zoals kamertraining bieden een tussenvorm tussen verblijfsinstelling en zelfstandig wonen. Dergelijke voorzieningen zijn echter alsnog kostbaar en voor sommige jeugdigen lijkt zelfstandig wonen met ambulante begeleiding voldoende om te werken aan zelfstandigheid. Het bieden van voorrang voor zelfstandige woonruimte aan jeugdigen die uit een verblijfscontext komen kan bijdragen aan eerdere uitstroom uit verblijf.
Ontwikkeling intensieve ambulante gezinsbegeleiding Bij gezinnen waar zorgen zijn over de veiligheid wordt vaak ambulante hulp zoals opvoedondersteuning of het Crisis en Interventie Team (CIT) van Farent ingezet. In dit onderzoek zijn casussen geselecteerd waar dit niet voldoende bleek te zijn om de veiligheid te versterken en de problematiek te verlichten en werd een jeugdbeschermingsmaatregel ingezet. In het aanbod lijkt een hiaat te bestaan tussen relatief ‘lichte’ gezinsondersteuning en jeugdbeschermingsmaatregelen. Begeleiding Zonder Maatregel is onderdeel van het aanbod van jeugdbeschermingsorganisaties in ‘s-Hertogenbosch, maar wordt momenteel niet uitgevoerd, in verband met personeelstekorten. In andere gemeenten zien wij aanpakken zoals Switch, Veilig Verder of Voorkomen Uithuisplaatsing (VUPH), die vanuit het vrijwillig kader intensieve hulp bieden aan gezinnen, gericht op veiligheid. Een opgelegde jeugdbeschermingsmaatregel ontneemt ook bepaalde verantwoordelijkheden van ouders en we zien dat dit ook vaak verwelkomd wordt door ouders. In bepaalde gevallen kan een andere aanpak juist zorgen voor het versterken van verantwoordelijkheden. Er wordt daardoor ook gewerkt aan duurzame veiligheid. Ontwikkelen traumasensitief werken In alle drie de deelonderzoeken is vaak sprake van traumagerelateerde klachten bij jeugdigen en ouders.
Deze kunnen ontstaan door het geweld dat plaatsvindt in het gezin of door andere ingrijpende gebeurtenissen in het leven. Trauma is niet altijd gediagnosticeerd, maar in meerdere casussen zijn er vermoedens van het bestaan van trauma’s bij ouders of bij jeugdigen. Met name bij gezinnen met een migratieachtergrond zijn vermoedens van trauma’s, opgelopen tijdens de vlucht en in land van herkomst en onzekerheid rondom verblijf in Nederland. Meer aandacht voor het signaleren van traumagerelateerde problematiek en het doorbreken van handelingsverlegenheid rondom trauma’s bij kinderen en ouders zou kunnen helpen bij het doorgronden van aanleidingen van problematiek die leidt tot een jeugdbeschermingsmaatregel of verblijf.
25 Lünnemann, K., Kwakernaak, M., Compagner, M., & Voorwinden, T. (2021). Geweldsmeldingen en calamiteiten in de jeugdzorg. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.
69
14. Kijk kritisch naar de voorkant Graag sluiten we dit hoofdstuk af met een altijd lastige maar toch ook nog steeds niet overbodige aanbeveling; kritisch zijn aan de voorkant. We noemen een tweetal voorbeelden: 14a. Woonsituatie De belangrijkste aanleiding voor jeugdhulp met verblijf of jeugdbescherming is een gebrek aan veiligheid of ontwikkelmogelijkheden in de thuissituatie. De woonsituatie is hier onderdeel van en in enkele casussen zien we dat de woonsituatie van ouders meeweegt in de beslissing om een beschikking voor verblijf te geven, met name bij lichtere vormen van jeugdhulp met verblijf. Voorbeelden zijn een moeder met meerdere kinderen, die in een tweekamerwoning woont en een vader die in een kleine studiowoning woont en ouderschap niet zou kunnen combineren met werk. Hoewel er meer speelde dan alleen de woonsituatie, woog het wel mee en zou maatwerk rondom woonsituatie kunnen helpen in het creëren van een thuissituatie die passend en veilig genoeg was om bij de ouder(s) te blijven wonen. Hier liggen kansen voor ontwikkelingen rondom maatwerk in de gemeente en de implementatie van de Doorbraakmethode.
Naast maatwerk in woonvormen is het mogelijk om ouders meer te wijzen op hun verantwoordelijkheden, rechten én plichten in de zorg voor hun kind en niet (snel) mee te gaan in een behoefte aan een andere woonplek voor de jeugdige, die opgelost wordt met jeugdhulp met verblijf.
dan het systeem veranderen. Denk hierbij ook aan urgentie geven aan bepaalde groepen. Ook het toekennen van een woning met urgentie of het verschaffen van een eenmalig bedrag om schulden af te lossen om in aanmerking te komen voor een bepaalde baan zijn zaken waar dan aan gedacht kan worden. Dit kritisch kijken vraagt uiteraard ook iets van professionals. Het vraagt om stilstaan en samen nadenken om die nieuwe paden te vinden. En te reflecteren op hoe het bewandelen van die paden is verlopen en wat er in het vervolg anders moet. De cirkel is daarmee rond, want we zijn terug bij onze eerste aanbeveling: zet in op doorlopende monitoring, evaluatie en dialoog en brengt dit onder in een verbetercyclus.
14b. Wmo of jeugdhulp? Hetzelfde geldt ook voor het maken van de afweging jeugdhulp of Wmo. Soms wordt voor jeugdhulp met verblijf of jeugdbescherming gekozen, omdat wel de mogelijkheid bestaat van verlengde jeugdhulp maar niet van vervroegde Wmo. Dit is heel begrijpelijk en continuïteit van zorg is zeker een werkzaam element, maar wil je instroom beperken en uitstroom bevorderen dan is kritisch kijken naar dit soort zaken en zoeken naar soms ook out-of-the-box oplossingen vaak behulpzaam en bovendien sneller 70
Bijlage 1 Hercodering productcodes Om een analyse naar type verblijf te maken, is gebruik gemaakt van de productcodes en namen zoals gehanteerd door de gemeente ‘s-Hertogenbosch. Deze zijn echter in de loop der tijd veranderd. De codes die in de periode 2018-2020 zijn gebruikt komen niet overeen met de codes die vanaf 2021 zijn gebruikt. Er zijn met name codes toegevoegd door de gemeente om een extra specificatie aan te brengen. Deze specificatie is daarmee dus alleen mogelijk voor indicaties die zijn afgegeven voor 2021. Om toch een trend te kunnen analyseren is er gekozen om de productcodes te clusteren onder de verschillende hoofdcategorieën. In Tabel B.1 is weergeven welke oude (periode 2018-2020) en nieuwe (2021-heden) productcodes er vallen onder de verschillende categorieën.
71
Tabel B.1 Conversie productcodes ‘s-Hertogenbosch en indeling hoofdcategorieën t.b.v. analyse. Hoofdcategorie
Codes 2018 -2020
Beschrijving 2018-2020
Code 2021 Beschrijving 2021
Pleegzorg
43A03
Pleegzorg
43A62
Pleegzorg Deeltijd (weekendpleegzorg)
43A09
Pleegzorg Voltijd
46A05
Crisis Pleegzorg
43A10
Gezinsvervangend gezinsgericht - Middel
43C10
Gezinsvervangend gezinsgericht - Zwaar
44A30
Verblijf Basis - Fasehuis / Deeltijdverblijf
44A27
Verblijf Basis - Kamertraining / woonbegeleiding
44A28
Verblijf Basis - Leefgroep Licht
43B38
Verblijf specialistisch - behandelgroep (zwaar)
54Z01
Verblijf specialistisch - GGZ verblijfprestatie A
54Z02
Verblijf specialistisch - GGZ verblijfprestatie B
54Z03
Verblijf specialistisch - GGZ verblijfprestatie C
54Z04
Verblijf specialistisch - GGZ verblijfprestatie D
54Z05
Verblijf specialistisch - GGZ verblijfprestatie E
43A36
Verblijf specialistisch - leefgroep (middel)
43A38
Verblijf specialistisch - leefgroep (zwaar)
54013
Verblijf specialistisch - ZZP 3 LVG
54Z06
Verblijf intensief - GGZ verblijfprestatie F
54Z07
Verblijf intensief - GGZ verblijfprestatie G
54Z08
Verblijf intensief - GGZ verblijfprestatie HIC
54014
Verblijf intensief - 4/5 LVG / Driemilieuvoorzieningen
46A03
Crisis verblijf
44A08
Gezinsopname - In eigen woning voor 2 personen (1 ouder, 1 kind)
44A09
Gezinsopname - Op locatie aanbieder, 2 personen (1 ouder, 1 kind)
44B09
Gezinsopname - Op locatie aanbieder, opslag extra persoon
43B37
Verblijf intensief - oud provinciale jeugdzorg/ Driemilieuvoorzieningen
43B51
Klinische jeugdverslavingszorg (gesloten groep)
43B50
Klinische jeugdverslavingszorg (open groep)
43A12
Jeugdzorgplus
Verblijf Licht
Verblijf Zwaar
LVB 4 en 5
Klinische Jeugdverslaving Jeugdzorgplus
43A15
43A18
Overig
Verblijf Zwaar
43B19
Driemilieu-voorziening
43A56
LVB 4
43A57
LVB 5
Klinische Jeugdverslaving
43A92
72
LTA
Maatwerk
55015
Behandeling en verblijf JeugdzorgPlus
55006
Deelprestatie verblijf GGZ A (Lichte verzorgingsgraad)
55007
Deelprestatie verblijf GGZ B (Beperkte verzorgingsgraad)
55008
Deelprestatie verblijf GGZ C (Matige verzorgingsgraad)
55009
Deelprestatie verblijf GGZ D (Gemiddelde verzorgingsgraad)
55010
Deelprestatie verblijf GGZ E (Intensieve verzorgingsgraad)
55011
Deelprestatie verblijf GGZ F (Extra intensieve verzorgingsgraad)
55012
Deelprestatie verblijf GGZ G (Zeer intensieve verzorgingsgraad)
55014
Deelprestatie verblijf GGZ H (High Intensive Care)
55018
DOEB IC (afschaling van VIC)
55019
DOEB VIC
55016
JSGLVG
50A99
Maatwerktrajecten - met verblijf
50W99
Maatwerk woonplaatsbeginsel met verblijf
De productgroepen Jeugdzorgplus, LTA en Maatwerk zijn wel meegenomen in de kwantitatieve analyse in dit onderzoek rond jeugdhulp met verblijf, maar niet in de dossieranalyse, op verzoek van de gemeente. Voor de dataset zijn de volgende productcodes meegenomen onder de definitie jeugdbescherming (zie tabel B.2). Tabel B.2 Productcodes jeugdbescherming Productcode
Productnaam
48A01
Ondertoezichtstelling jaar 1: outputgericht
48A02
Ondertoezichtstelling jaar 2 en verder: outputgericht
48A03
Voogdij: outputgericht
48A07
Voorlopige voogdij: outputgericht
48C01
Landelijk Expertise Team: Ondertoezichtstelling jaar 1: outputgericht
48C02
Landelijk Expertise Team: Ondertoezichtstelling jaar 2 en verder: outputgericht
48C03
Landelijk Expertise Team: Voogdij: outputgericht
48C07
Landelijk Expertise Team: Voorlopige voogdij: outputgericht
73
Bijlage 2 Format codering
Achtergrond verblijf
Productcode - productomschrijving Productcode - productomschrijving Omvang
In elk deelonderzoek is een dossieronderzoek uitgevoerd. Elk dossier is geanalyseerd op een aantal thema’s. Onderzoekers maakten een korte geanonimiseerde samenvatting op de volgende thema’s: achtergrondkenmerken jeugdigen, achtergrondgegevens verblijf, reden verblijf, andere/eerdere vormen van hulp, visie op toekomst bij 16+. Afhankelijk van het deelonderzoek werden aanvullende onderdelen gecodeerd, bijvoorbeeld bij deelonderzoek 1 (instroom jeugdhulp met verblijf) is gekeken naar afwegingen gemaakt tijdens het instroomproces en bij deelonderzoek 2 (uitstroom 16+) is gekeken naar knelpunten bij uitstroom. Daarnaast gaf de onderzoeker in een aparte kolom opvallendheden met betrekking tot de casus en leerpunten vanuit de casus met betrekking tot het betreffende deelonderzoek aan.
Datum laatste keer instroom in huidige voorziening
Neem over uit Excel
Start huidige indicatie
A.d.h.v. documentatie (systeem klopt door conversie niet altijd)
Start zorg Einddatum huidige indicatie Verwijzer naar huidige verblijfsvoorziening Huidige aanbieder verblijfsvoorziening Locatie verblijfsinstelling (huidige woonplaats jongere)
Plaats instelling
Hoofdthema
Subthema
Toelichting
Achtergrondkenmerken jeugdige
Geslacht
m/v
Geboortemaand/jaar
Vul geboortedatum in
Behaald opleidingsniveau
Vul hier voltooide opleiding in
Duur van huidige verblijf in maanden (peildatum 1 juni 2022)
Huidige opleiding
Vul hier opleiding in waar JG mee bezig is - ook als deze tijdelijk stop staat
Huidige rol afdeling Jeugd
Beschrijf huidige rol afdeling Jeugd (bijv. toegang, regie, monitoring/evaluatie en/of waakvlam)
Dagbesteding
Selecteer: school, werk, dagbesteding, anders, nl.
Herkomstgemeente (woonplaats ouders/ vz)
Noteer woonplaats ouder(s)/verzorger(s)
Huidige rol afdeling Volwassenen
Beschrijf huidige rol afdeling Volw. (bijv. toegang en/of regie)
Redenen residentieel verblijf
Som redenen op (beter teveel info dan te weinig info hier)
74
Andere/eerdere vormen van hulp
Visie op toekomst bij 16+
Overige lopende andere beschikkingen in gezin
Vermeld: Organisatie - Productcode - productomschrijving - Tijdsperiode
Overige lopende niet gemeentelijke ondersteuning
Beschrijf d.m.v. opsomming
Eerder vormen van jeugdhulp voorafgaand aan huidige verblijf
Vanaf oudst naar meest recent (hier zijn productcodes niet relevant)
Eerder medisch en/ of psychologisch onderzoek
Vermeld: o Jaartal - Organisatie - Diagnose o Jaartal - Organisatie - Diagnose
Toekomstplan jeugdige (indien 16: dan plan voor 18+)
> Ja, beschrijf op hoofdlijnen Nee, is bekend waarom niet?
Indien genoemd, welke woonvoorziening nodig om uit te stromen?
Via keuzelijst
Toelichting
Indien JA, vermeld reden focus op deze woonvoorziening Indien NEE, licht toe wat er wel bekend is over toekomstperspectief wonen
Aanvullende codeerinformatie
Hoofdthema
Subthema
Toelichting
Andere/eerdere vormen van hulp
Overige afgegeven beschikkingen in gezin na meest recente instroom
Vermeld: Organisatie - Productcode productomschrijving - Tijdsperiode
Overige niet gemeentelijke ondersteuning na meest recente instroom
Beschrijf d.m.v. opsomming
Eerder vormen van jeugdhulp voorafgaand aan huidige verblijf
Vanaf oudst naar meest recent (hier zijn productcodes niet relevant)
Redenen waarom eerdere hulp niet is geslaagd
Bijv. gebrek aanbod, wachtlijst, veiligheid, weigeren vrijwillige hulp
Eerder medisch en/of psychologisch onderzoek
Vermeld: o Jaartal - Organisatie - Diagnose o Jaartal - Organisatie - Diagnose
Afwegingen
Verlengde pleegzorg/ verlengde jeugdwet ingezet Perspectief betrokkenen
Aanvullend voor deelonderzoek 1: instroom jeugdhulp met verblijf
Tijdlijn Redenen residentieel verblijf
Som redenen op (beter teveel info dan te weinig info hier)
Welke alternatieven zijn onderzocht voor JG in verblijfinstelling komt + waarom deze niet zijn ingezet
Som alternatieven op
Perspectief betrokkenen Andere alternatieven vanuit codeur
Denk ook aan preventief/voorliggend/ sociaal netwerk
Wat is bekend over perspectief jeugdige of ouders m.b.t. instroom met verblijf/jeugdbescherming of uitstroom 16+ Persoonlijke reflectie of overige zaken
o Welke lessen/inzichten levert deze casus op m.b.t. uitstroom? o Welke andere relevante zaken zien we verder terug in de notitie?
75
Aanvullend voor deelonderzoek 2: uitstroom jeugdhulp met verblijf
Aanvullend voor deelonderzoek 3: instroom jeugdbescherming
Hoofdthema
Subthema
Hoofdthema
Subthema
Knelpunten voor duurzame uitstroom ? = Niet bekend 0 = Geen knelpunten 1 = Aandachtspunt voor uitstroom 2 = Knelpunten die uitstroom sterk belemmeren 3 = Knelpunten die uitstroom (vrijwel) onmogelijk maken
Financiële zelfstandigheid
Achtergrond jeugdbescherming
Jeugdbeschermingsorganisatie
Oplossingsrichtingen knelpunten
Oplossingsrichtingen voor uitstroom vanuit dossier
Toelichting
Werk Onderwijs Sociaal netwerk Hulp/ondersteuning/zorg Overige knelpunten voor uitstroom
Bijv. mentale gezondheidsproblemen (bijv. suïcideneigingen), etc.
Andere vormen van lopende hulp
Eerdere hulp
Oplossingsrichtingen voor uitstroom vanuit codeur Afwegingen
Toelichting
Soort verwijzer Naam verwijzer Partij die verzoek tot onderzoek heeft gedaan
Uit Excel (keuzelijst)
Overige lopende andere beschikkingen in gezin
Vermeld: Organisatie - Productcode productomschrijving - Tijdsperiode
Overige lopende niet gemeentelijke ondersteuning
Beschrijf d.m.v. opsomming
Eerder vormen van jeugdhulp voorafgaand aan jeugdbescherming
Vanaf oudst naar meest recent (hier zijn productcodes niet relevant)
Eerder medisch en/of psychologisch onderzoek
Vermeld: o Jaartal - Organisatie - Diagnose o Jaartal - Organisatie - Diagnose
Aanleiding Jeugdbeschermingsmaatregel
Som redenen op (beter teveel info dan te weinig info hier)
Beschrijf de route die de jeugdige doorlopen heeft richting de jeugdbeschermingsmaatregel (keten)
Melding, JBT. onderzoek, uitspraak, maatregel, etc. Beschrijf ook als er bijzonderheden zijn qua wachttijd, termijnen, tegenstrijdige adviezen, etc.
Conclusie RvdK op basis waarvan overgegaan wordt tot kinderbeschermingsmaatregel? Welke alternatieven zijn onderzocht voor JG in jeugdbeschermingsmaatregel kreeg?
Som alternatieven op (benoem bijv. ook overleggen waar de casus is ingebracht)
Redenen waarom alternatieve hulp niet is ingezet of niet is geslaagd
Bijv: o Netwerk: [Toelichting] {geef ook aan als er niets over netwerk is} o Gebrek aanbod: [Toelichting] o Wachtlijst, veiligheid, weigeren vrijwillige hulp, etc.
Andere alternatieven vanuit codeur
76
COLOFON Opdrachtgever Auteurs
Met medewerking van
Co-onderzoekers Team Toegang & Regie
Foto omslag Uitgave
Gemeente ‘s-Hertogenbosch M. Kwakernaak, MSc M. Compagner, MSc L. Reches, MSc M. van der Hoff, MSc Dr. F.E.P.L. Sondeijker Dr. O. de Zwart A.L.I.I. Hoogenbosch, MSc M.K.M. Lunnemann, MSc E. de Beer M. Verhaegh E. Vervoort B. Williams ANP - De Beeldstudio Verwey-Jonker Instituut Kromme Nieuwegracht 6 3512 HG Utrecht T (030) 230 07 99 E secr@verwey-jonker.nl I www.verwey-jonker.nl
De publicatie kan gedownload worden via onze website: http://www.verwey-jonker.nl ISBN 978-94-6409-210-3 © Verwey-Jonker Instituut, Utrecht, februari 2023. Het auteursrecht van deze publicatie berust bij het Verwey-Jonker Instituut. Gedeeltelijke overname van teksten is toegestaan, mits daarbij de bron wordt vermeld. The copyright of this publication rests with the Verwey-Jonker Institute. Partial reproduction of the text is allowed, on condition that the source is mentioned.