CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Rapport Verwey-Jonker

Commissie SOCIAAL 29 juni 2023, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Toekomst van de jeugdzorg in ‘s-Hertogenbosch32.833 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Een driedelig onderzoek naar jeugdhulp met verblijf en jeugdbescherming in de gemeente ‘s-Hertogenbosch

Hoe verder met verblijf en jeugdbescherming?

Maarten Kwakernaak, Mathilde Compagner, Leyla Reches, Marlinda van der Hoff en Frouke Sondeijker

Hoe verder met verblijf en jeugdbescherming? Een driedelig onderzoek naar jeugdhulp met verblijf en jeugdbescherming in de gemeente ‘s-Hertogenbosch Auteurs

Co-onderzoekers Team Toegang & Regie

Maarten Kwakernaak

Eline de Beer

Mathilde Compagner

Maartje Verhaegh

Leyla Reches

Elke Vervoort

Marlinda van der Hoff

Britt Williams

Frouke Sondeijker Met medewerking van Onno de Zwart Arwen Hoogenbosch Milou Lunnemann

Utrecht, februari 2023

Inhoud 1 Inleiding 4 Leeswijzer4 2

Vraagstelling

3 Methoden van onderzoek 3.1. Fase 1: Cijfermatig overzicht per deelonderzoek 3.2. Fase 2: Dossieronderzoek per deelonderzoek 3.3. Fase 3: Interviews met inwoners en professionals (deelonderzoek 1 en 3) 3.4. Fase 4: Validatiesessie per deelonderzoek

5 6 6 7 7 8

4 Bossche jeugdhulp in perspectief 9 4.1. Achtergrondkenmerken populatie jeugdigen 9 4.2. Cijfers jeugdzorg ‘s-Hertogenbosch vergeleken met referentiegemeenten10 4.3. Jeugdigen met meerdere vormen van jeugdzorg  19 4.4. Conclusie 23 5 Deel 1: Instroom jeugdhulp met verblijf 5.1. Omvang jeugdhulp met verblijf 5.2. Cijfers nieuwe instroom verblijf 2021 – 2022 5.3. Dossieranalyse  5.4. Afwegingen en redenen 5.5. Inzet voorafgaand aan verblijf 5.6. Conclusie

25 25 27 29 29 31 35

6 Deel 2: Uitstroom jeugdhulp met verblijf 16+ 6.1. Kenmerken van jeugdigen in verblijf van 16 jaar en ouder 6.2. Cijfers uitstroom uit jeugdhulp met verblijf 6.3. Aanleiding voor jeugdhulp met verblijf (16+) 6.4. Toekomstplannen  6.5. Belemmeringen uitstroom 16+ 6.6. Woontoekomst 6.7. Conclusie 

36 36 37 37 38 39 44 45

7 Deel 3: Instroom Jeugdbescherming 47 7.1. Omvang inzet jeugdbeschermingsmaatregelen  47 7.2. Cijfers nieuwe instroom jeugdbescherming 2021-2022 49 7.3. Uitstroom jeugdbescherming  50 7.4. Afwegingen en redenen 51 7.5. Hulp die wordt overwogen in plaats van een jeugdbeschermingsmaatregel53 7.6. Knelpunten in voorkomen (noodzaak van) jeugdbeschermingsmaatregel55 7.7. Conclusie 59 8 Conclusies Conclusies per deelonderzoek Overkoepelende conclusies

61 61 61

9

Reflectie en aanbevelingen

64

Bijlage 1 Hercodering productcodes

71

Bijlage 2 Format codering

74

3

1

Inleiding

Sinds de decentralisatie van de jeugdhulp hebben gemeenten te maken met nieuwe, belangrijke opgaven. Inhoudelijke keuzes om de jeugdhulp te versterken en schaarste in financiën en personeel zorgen ervoor dat de jeugdhulp nog altijd in een proces van transformatie zit. Ook in de gemeente ‘s-Hertogenbosch is de ondersteuning van jeugdigen aan verandering onderhevig. In de gemeente en de regio Noordoost-Brabant is er nadruk komen te liggen op het verlagen van ‘zware’ jeugdhulp. Met ambulante, gezinsgerichte hulp in de thuissituatie zou problematiek klein gehouden kunnen worden. Thuis wonen zou daarnaast langer mogelijk zijn, door problematiek aan te pakken binnen het gezin, in plaats van binnen de muren van een instelling. De gedachte is dat jeugdigen beter af zijn in de thuissituatie. Bovendien is residentiële jeugdhulp meestal kostbaarder dan ambulante hulp. Via een regionaal programma en de lokale transformatieagenda is daarom ingezet op gezinsgerichte verblijfvormen en afbouw van zwaardere vormen van jeugdhulp met verblijf. Verder geeft de gemeente aan toe te willen werken naar een daling in het aantal jeugdbeschermingstrajecten. De gemeente stelt dat deze gewenste verschuiving naar minder of lichtere vormen van jeugdhulp vooralsnog onvoldoende plaatsvindt.

Hoewel het aantal jeugdigen in zware vormen van verblijf afneemt, is het aandeel en de instroom van jeugdigen in verblijf in totaal relatief hoog, geeft de gemeente aan. De uitstroom van jongeren stagneert bovendien in de groep 16+, waardoor relatief veel jeugdigen van 18 jaar of ouder in de residentiële jeugdzorg wonen. Dit zou mede liggen aan het gebrek aan geschikte woonruimte na uitstroom en knelpunten rond inkomen. Verder is er een lichte stijging te zien in het aantal jeugdigen met jeugdbescherming.

De gemeente ziet deze trends als ongewenst, maar benadrukt tegelijkertijd dat residentiële hulp en jeugdbeschermingstrajecten ingezet moeten worden waar dit ten goede komt aan de jeugdige. Om meer inzicht te krijgen in de oorzaken van deze ontwikkelingen en te komen tot een werkzame, onderbouwde aanpak rond jeugdhulp met verblijf en jeugdbescherming heeft de gemeente drie onderzoeken laten uitvoeren. Voorliggende rapportage is het resultaat van deze onderzoeken. z z z

Deelonderzoek 1: Instroom in jeugdhulp met verblijf. Deelonderzoek 2: Jeugdigen 16+ in verblijf (uitstroom). Deelonderzoek 3: Jeugdbescherming.

Leeswijzer We lichten allereerst de vraagstelling van het onderzoek toe (hoofdstuk 2) en de methoden van onderzoek (hoofdstuk 3). Vervolgens geven we in hoofdstuk 4 een overzicht van de CBS cijfers met betrekking tot jeugdhulp met verblijf en jeugdbeschermingsmaatregelen. Daarna presenteren we in de hoofdstukken 5 tot en met 7 per deelonderzoek de resultaten uit de cijfers, dossiers en interviews: instroom jeugdhulp met verblijf (deelonderzoek 1, hoofdstuk 5), uitstroom jeugdhulp met verblijf 16+ (deelonderzoek 2, hoofdstuk 6), en instroom jeugdbescherming (deelonderzoek 3, hoofdstuk 7). We sluiten af met een eindconclusie en aanbevelingen aan de gemeente om instroom in jeugdhulp met verblijf en jeugdbescherming te voorkomen of verkorten en uitstroom naar zelfstandigheid waar mogelijk te versnellen (hoofdstuk 8 en 9).

4

2

Vraagstelling

Met de drie onderzoeken bieden we inzicht in de oorzaken van ontwikkelingen in jeugdhulp met verblijf en jeugdbescherming, om zo de randvoorwaarden te kunnen creëren voor een verschuiving van residentiële naar ambulante hulp en het voorkomen van (oorzaken van) jeugdbeschermings-trajecten. Voor elk van de drie onderzoeken zijn een centrale vraag en aantal deelvragen geformuleerd. Per deelonderzoek zijn er kleine verschillen in de aanpak. In Tabel 1 geven we een overzicht van de vragen en ingezette methoden per deelonderzoek, die we in het volgende hoofdstuk nader toelichten. Tabel 1. Overzicht van onderzoeksvragen en methode Onderzoeksvraag

Deelvragen

Methode

Deelonderzoek 1: instroom in jeugdhulp met verblijf (hoofdstuk 5) Hoe komt het dat de instroom in jeugdhulp met verblijf in ‘s-Hertogenbosch is gestegen, en welke aangrijpingspunten zijn er om de instroom in jeugdhulp met verblijf terug te brengen?

Op welke manier verschilt ‘s-Hertogenbosch met andere gemeenten, waar het gaat om inzet van jeugdhulp met verblijf?

Vergelijkende kwantitatieve analyse openbare data

Hoe is de groep jeugdigen met Analyse lokale data verblijf samengesteld? Hoe verloopt het proces van verwijzing en besluitvorming?

Analyse lokale data Verdieping casussen (interviews)

Welke keuzes dragen bij aan de instroom in jeugdhulp met verblijf?

Dossieranalyse Verdieping casussen (interviews) Validatiesessie

Wat kan bijdragen aan het verlagen van de instroom van jeugdigen in jeugdhulp met verblijf?

Validatiesessie

Deelonderzoek 2: jeugdigen 16+ in verblijf (hoofdstuk 6) Hoe komt het dat de uitstroom uit jeugdhulp met verblijf in ‘s-Hertogenbosch stagneert, en wat is nodig voor een duurzame uitstroom van jeugdigen van 16 jaar en ouder?

Hoe is de groep jeugdigen 1627 samengesteld?

Dossieranalyse (kwantitatief)

Wat belemmert hun duurzame uitstroom (‘big five’)?

Dossieranalyse (kwalitatief)

Wat kan bijdragen aan het bevorderen van uitstroom?

Dossieranalyse (kwalitatief) Verificatiesessie

Deelonderzoek 3: Jeugdbescherming (hoofdstuk 7) Hoe komt het dat er in ‘s-Hertogenbosch relatief veel jeugdbeschermingstrajecten zijn, en welke aangrijpingspunten zijn er om dit terug te brengen?

Op welke manier verschilt de ‘s-Hertogenbosch met andere gemeenten, waar het gaat om inzet van jeugdbescherming?

Vergelijkende kwantitatieve analyse openbare data

Hoe is de groep jeugdigen met Analyse lokale data jeugdbescherming samengesteld? Hoe verloopt het proces richting een jeugdbeschermingstraject?

Analyse lokale data Dossieranalyse Verdieping casussen

Welke alternatieven worden overwogen, voordat er een jeugdbeschermingstraject start?

Dossieranalyse Verdieping casussen

Waarom is het aantal jeugdbeschermingstrajecten relatief hoog en hoe kan er gestuurd worden op een lager aantal trajecten?

Dossieranalyse en verdieping casussen Verificatiesessie

5

3

Methoden van onderzoek

De drie deelonderzoeken zijn onderverdeeld in vier fasen: 1) cijfermatig overzicht creëren op basis van CBS data en/of lokale data; 2) dossieronderzoek; 3) interviews met inwoners en professionals en tot slot, 4) validatiesessies met professionals. Hieronder lichten we de gebruikte methoden toe.

3.1.

Fase 1: Cijfermatig overzicht per deelonderzoek1

Voor het kwantitatieve onderzoek is gebruik gemaakt van cijfers van het CBS over jeugdhulp met verblijf en jeugdbeschermingsmaatregelen en van lokale cijfers aangeleverd door de gemeente. Allereerst is op basis van cijfers van het CBS2 een overzicht gemaakt van de achtergrondkenmerken en het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van jeugdhulp met verblijf en jeugdbeschermingsmaatregelen3. Om de cijfers voor ‘s-Hertogenbosch in perspectief te kunnen plaatsen, is een vergelijking gemaakt met zeven vergelijkbare gemeenten qua achtergrondkenmerken (‘referentiegemeenten’), namelijk: Oss (Noord Oost Brabant), Meierijstad (Noord Oost

1

De cijfers in deze rapportage kunnen verschillen van andere cijferrapportages, vanwege een verschil in definitie of leeftijdsrange.

2 Jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen leveren informatie over het gebruik van (vormen van) jeugdzorg aan bij het CBS; dit is geregeld via een regeling voor beleidsinformatie (vastgelegd in de Jeugdwet). Het zogeheten informatieprotocol beleidsinformatie jeugd bevat hierbij ook de te hanteren definities, onder meer van de verschillende vormen van jeugdhulp en jeugdzorg. 3 Het CBS rondt bij absolute aantallen van jeugdigen met (een vorm van) jeugdzorg altijd af op 5-tallen. Daardoor kan de som van verschillende onderdelen, bijvoorbeeld aantallen bij verschillende leeftijdscategorieën, afwijken van het totaalcijfer van het CBS.

Brabant), Apeldoorn (Noord Oost Gelderland), Arnhem (Gelderland Midden), Breda (West-Brabant), Nijmegen (Gelderland Zuid), Zaanstad (ZaanstreekWaterland). Deze referentiegemeenten zijn geselecteerd op basis van totaal aantal inwoners, aandeel jeugdigen in de gemeente, mate van stedelijkheid, ligging, socio-economische status, armoede en éénoudergezinnen. In de analyses kijken we naar de cijfers over de jaren 2018 tot en met 2021, per half jaar. De voorlopige CBS cijfers van de eerste helft van 2022 zijn niet meegenomen in de analyse omdat deze cijfers ten tijde van de analyse nog niet bekend waren. Vervolgens is een verdiepende analyse uitgevoerd aan de hand van de lokale data vanuit de gemeente, waarbij gekeken is naar achtergrondkenmerken van de jeugdigen in verblijf of jeugdbescherming, het aantal beschikkingen per jeugdige, aantallen in- en uitstroom en het type jeugdhulp met verblijf. In overleg met de gemeente hebben we ervoor gekozen de analyse te richten op de periode vanaf 1 januari 2020 tot en met 1 juli 2022. Dit omdat eerdere data onvoldoende betrouwbaar bleek: de gemeente is vanaf 2019 overgestapt van het registratiesysteem Civision naar het registratiesysteem ZorgNed en beschikkingen die afliepen, zijn niet overgezet naar ZorgNed. In de periode 2020 tot en met 2022 zijn meermalen wijzigingen geweest in productcodes en productnamen.

Daarom hebben we de productcodes geclusterd tot hoofdcategorieën en op basis van deze hoofdcategorieën de analyse uitgevoerd. De hoofdcategorieën die we onderscheidden zijn pleegzorg, verblijf licht, verblijf zwaar, LVB 4 en 5, klinische jeugdverslaving, landelijk transitiearrangement (LTA) en maatwerk (zie Bijlage 1). De dataset die aangeleverd is door de gemeente ‘s-Hertogenbosch omvatte in eerste instantie 1.701 indicaties voor jeugdzorg met verblijf, hiervan zijn 5 indicaties verwijderd op basis van een geboortedatum voor 1970 en een bouwbedrijf als zorgaanbieder. Hiermee bestond de dataset uit 1.696 indicaties. Start- en 6

einddatum zorg zijn als uitgangspunt genomen voor daadwerkelijke start en beëindiging van de beschikking. Indien deze cellen niet waren ingevuld, zijn we uitgaan van datum ingang en datum einde voorziening. De oorspronkelijke bedoeling was om ook te kijken naar woonplaats. Echter, het adres wordt verschillend geregistreerd in de dossiers; het was onduidelijk of dit het geregistreerde adres het adres van de jeugdige betrof, van de verblijfsinstelling of dat dit het huidige of eerdere adres van de ouders van de jeugdige betrof.

3.2.

Fase 2: Dossieronderzoek per deelonderzoek

Voor het dossieronderzoek is in alle deelonderzoeken waar mogelijk gebruik gemaakt van de gemeentelijke dossiers. Indien er geen gemeentelijk dossier aanwezig was, is het dossier opgevraagd bij de betreffende aanbieder of bij de jeugdbescherming. Om toegang te krijgen tot de dossiers ondertekenden de onderzoekers een integriteitsverklaring. Alle cliënten zijn door de gemeente schriftelijk geïnformeerd over het onderzoek en konden aangeven als ze bezwaar hadden tegen inzage van hun dossier. Voor zowel deelonderzoek 1 (instroom jeugdhulp met verblijf) en deelonderzoek 3 (instroom jeugdbescherming) zijn 18 dossiers geanalyseerd. We keken hierbij naar recente instroom, dat wil zeggen instroom in 2020, 2021 of 2022. De dossiers zijn geselecteerd via een gestratificeerde steekproef. In de selectie van de dossiers is er op gelet dat er voldoende spreiding was gewaarborgd als het gaat om geslacht, leeftijd, type verblijf/jeugdbeschermingsmaatregel, verwijzer en eventuele aanbieder. Als we een dossier niet konden meenemen, door het ontbreken van toestemming van cliënt of tijdgebrek van zorgaanbieders of jeugdbeschermingsorganisaties inzage in dossier te verlenen, is waar mogelijk een vervangend dossier gekozen.

De oorspronkelijke bedoeling was zowel voor deelonderzoek 1 en als deelonderzoek 3 20 dossiers te analyseren, echter in overleg met de gemeente is besloten het bij 18 dossiers te laten. Dit omdat ondanks meerdere herselectiepogingen het lastig bleek dossierinzage te verkrijgen en dit een tijdsintensief proces was.

Voor deelonderzoek 2 (uitstroom 16+) zijn in totaal 63 dossiers bekeken. De oorspronkelijke bedoeling was om alle dossiers van jeugdigen van 16 jaar en ouder in verblijf te bekijken (n=71)4, echter een deel van de dossiers konden we niet meenemen vanwege tijdgebrek van zorgaanbieders om inzage in dossiers te leveren (n=7 dossiers) of het ontbreken van toestemming van cliënt of zorgaanbieder (n=1). Voor dit deelonderzoek werkten we samen met een uitvoerend kernteam van de gemeente, waarin toegang- en regiemedewerkers van de gemeente deelnamen en ook dossiers codeerden. Voor alle dossiers zijn geanonimiseerde, thematische samenvattingen gemaakt. Deze samenvattingen zijn vervolgens gecodeerd op verschillende onderwerpen, zoals reden instroom, afwegingen bij het instroomproces, alternatieven overwogen/ingezet bij instroom of uitstroomperspectief. Binnen elk deelonderzoek zijn de eerste twee dossiers door meerdere onderzoekers samengevat en gecodeerd en vervolgens binnen het onderzoeksteam besproken. Naar aanleiding van deze besprekingen zijn onderdelen toegevoegd aan het codeerformat en is het codeerformat verder aangescherpt. Zie Bijlage 2 voor het definitieve codeerformat.

3.3.

Fase 3: Interviews met inwoners en professionals (deelonderzoek 1 en 3)

Voor deelonderzoek 1 (instroom met verblijf) en deelonderzoek 3 (instroom jeugdbescherming) is de cijferanalyse en het dossieronderzoek aangevuld met interviews met inwoners en professionals (Tabel 3.1). Bij de interviews is gestreefd om diverse casussen te kiezen. Via het uitvoerend kernteam van de gemeente zijn deze inwoners en professionals benaderd met de vraag of het Verwey-Jonker Instituut hen mocht benaderen om deel te nemen aan een interview.

4 Volgens het gemeentesysteem waren er in totaal 73 dossiers, echter bij twee dossiers bleek dat de jeugdigen niet in verblijf zaten.

7

Het streven was om voor zowel deelonderzoek 1 als deelonderzoek 3 in vier casussen de betrokken jeugdige, ouders en professionals te spreken. Bij deelonderzoek 1 (instroom met verblijf) is dit gelukt: we spraken drie jeugdigen en drie ouders uit vier verschillende gezinnen; bij deelonderzoek 3 is dit niet gelukt en spraken we twee ouders. Het bleek bij deelonderzoek 3 (jeugdbescherming) voor team Toegang & Regie lastig om voldoende inwoners te bereiken. Van sommige inwoners bleek de gemeente geen (geldige) contactgegevens te hebben, bij andere inwoners werd niet gereageerd op telefonisch of mailcontact en in enkele gevallen stond de inwoner niet open voor deelname. De interviews met inwoners vonden telefonisch, via Teams of bij hen thuis plaats. De interviews duurden ongeveer drie kwartier en na afloop ontving de inwoner een vergoeding van 15 euro. We spraken in deelonderzoek 1 (instroom met verblijf) met drie professionals van team Toegang & Regie van de gemeente en 1 professional werkzaam bij een zorgaanbieder met verblijf. Voor deelonderzoek 3 spraken we met vier professionals van team Toegang & Regie van de gemeente en drie jeugdbeschermers. De interviews duurden ongeveer een uur en vonden plaats via Microsoft Teams.

3.4.

Tabel 3.1 Deelnemers interviews inwoners, professionals en validatiesessies Deelonderzoek 1

Deelonderzoek 2

Deelonderzoek 3

Interviews inwoners

3 ouders 3 jeugdigen

n.v.t.

2 ouders

Interviews professionals

3 professionals van team Toegang & Regie 1 professional van team Toegang & Regie

n.v.t.

4 professionals van team Toegang & Regie 3 professionals vanuit de jeugdbescherming

Validatiesessie

Sessie verblijf: 2 professionals vanuit jeugdhulp met verblijf. 1 professional vanuit ambulante jeugdhulp. 1 professional vanuit team Toegang & Regie. 1 medewerker van de gemeente.

Sessie jeugdbescherming: 3 professionals van team Toegang & Regie. 1 professional vanuit jeugdhulp met verblijf. 1 professional van de Raad voor de Kinderbescherming . 1 medewerker van de gemeente.

Fase 4: Validatiesessie per deelonderzoek

Op basis van het dossieronderzoek en de interviews is een eerste analyse uitgevoerd van de patronen in instroom in jeugdhulp met verblijf, uitstroom 16+ en instroom in de jeugdbescherming. Vervolgens zijn twee validatiesessies georganiseerd met gemeente en aanbieders.Veilig Thuis en Jeugdbescherming zouden ook aansluiten bij de validatiesessies, echter wegens omstandigheden lukte dit uiteindelijk niet.

8

4

Bossche jeugdhulp in perspectief

In dit hoofdstuk plaatsen we de CBS cijfers van ‘s-Hertogenbosch in perspectief, door een vergelijking te maken met zeven referentiegemeenten5 en het landelijke gemiddelde van Nederland. Eerst geven we een algemeen beeld over de achtergrondkenmerken van de populatie jeugdigen. Daarna gaan we nader in op de cijfers met betrekking tot jeugdhulp, jeugdbeschermingsmaatregel en jeugdreclassering. Tot slot bespreken we in hoeverre jeugdigen meerdere vormen van jeugdzorg hebben.

4.1.

Achtergrondkenmerken populatie jeugdigen

In deze paragraaf geven we de achtergrondkenmerken weer van jeugdigen in ‘s-Hertogenbosch, de zeven referentiegemeenten en het gemiddelde voor Nederland. Tabel 4.1 geeft een overzicht van de leeftijdsopbouw van jeugdigen tussen de 0 en 23 jaar en Tabel 4.2 geeft een overzicht van het percentage jeugdigen tussen de 0 en 18 jaar dat opgroeit in een gezin in armoede of in een eenoudergezin. We zien dat de achtergrondkenmerken van jeugdigen in ‘s-Hertogenbosch op hoofdlijnen vergelijkbaar is met het Nederlands gemiddelde. De referentiegemeenten zijn over het algemeen ook vergelijkbaar met ‘s-Hertogenbosch, al zijn er enkele kleine verschillen. In Nijmegen is het aandeel jongvolwassenen (18-23 jaar) relatief hoger dan in de andere gemeenten en het

aandeel 4 tot 18-jarigen juist wat lager. Verder hebben Nijmegen en Arnhem in vergelijking met de meeste andere gemeenten een relatief hoog percentage armoede en een relatief hoog percentage kinderen in eenoudergezinnen. In Meierijstad zien we dat het percentage gezinnen met armoede of eenoudergezinnen aanzienlijk lager ligt ten opzichte van de andere gemeenten. Tabel 4.1 Leeftijdsopbouw jeugdigen 0-23 jaar per gemeente, 2021 Totaal jeugdigen 0-23 jaar

0-4 jaar

4-12 jaar

12-18 jaar

18-23 jaar

‘s-Hertogenbosch

36.451

14,4%

34,4%

26,6%

24,6%

Oss

22.141

14,0%

33,1%

26,8%

26,1%

Meierijstad

19.858

13,9%

33,4%

27,4%

25,3%

Apeldoorn

40.028

13,6%

33,7%

27,8%

24,8%

Arnhem

39.872

13,8%

33,1%

25,9%

27,2%

Breda

45.933

13,2%

32,2%

26,6%

28,0%

Nijmegen

43.075

13,8%

29,8%

22,1%

34,3%

Zaanstad

39.317

14,9%

34,9%

26,8%

23,4%

13,9%

33,5%

26,9%

25,7%

Nederland

5 Oss (Noord Oost Brabant), Meierijstad (Noord Oost Brabant), Apeldoorn (Noord Oost Gelderland), Arnhem (Gelderland Midden), Breda (West-Brabant), Nijmegen (Gelderland Zuid), Zaanstad (ZaanstreekWaterland).

9

Tabel 4.2 Achtergrondkenmerken (armoede en eenoudergezinnen) kinderen 0-18 jaar per gemeente Totaal jeugdigen 0-18 jaar

Kinderen in huishouden tot lage-inkomensgrens (100%) 4 jaar of langer (2020)

% eenoudergezinnen (van alle huishouden met kinderen) (2020)

‘s-Hertogenbosch

27.479

3,1%

23,4%

Oss

16.356

2,6%

20,4%

Meierijstad

14.829

1,8%

17,9%

Apeldoorn

30.085

2,7%

22,0%

Arnhem

29.034

5,1%

29,3%

Breda

33.092

3,3%

23,8%

Nijmegen

28.281

3,9%

28,4%

Zaanstad

30.103

3,4%

26,8%

3,1%

22,6%

Nederland

4.2.

Cijfers jeugdzorg ‘s-Hertogenbosch vergeleken met referentiegemeenten

We hebben bij het CBS gekeken naar jeugdigen met jeugdzorg. Daaronder vallen jeugdigen die gebruik maken van jeugdhulp, jeugdbescherming of jeugdreclassering. In tabel 4.3 staan de cijfers voor ‘s-Hertogenbosch weergegeven voor deze verschillende vormen van jeugdzorg, en soms ook uitgesplitst naar meerdere vormen van jeugdhulp en jeugdbescherming. De leeftijden zijn verschillend voor deze vormen van hulp. Zo gaat het bij jeugdhulp in principe over jeugdigen tot 18 jaar, maar kan in uitzonderlijke gevallen de hulp of zorg worden voortgezet tot de leeftijd van 23 jaar. Bij jeugdbescherming gaat het alleen om jeugdigen van 0 tot 18 jaar. En wat betreft jeugdreclassering gaat het om jeugdigen van 12 tot 23 jaar.

10

Tabel 4.3 Jongeren met verschillende typen jeugdzorg in ‘s-Hertogenbosch (gespecificeerd naar leeftijd) Peildatum 1 januari 2018

Peildatum 1 januari 2019

Peildatum 1 januari 2020

Totaal aantal jeugdigen (0 tot 18 jaar)

29395

28962

28658

Totaal aantal jeugdigen (0 tot 23 jaar)

38245

38054

37697

1e halfjaar 2018

2e halfjaar 2018

1e halfjaar 2019

2e halfjaar 2019

1e halfjaar 2020

2e halfjaar 2020

Aantal

%

Aantal

%

Aantal

%

Aantal

%

Aantal

%

Aantal

%

Totaal aantal jeugdigen met jeugdzorg (0 tot 23 jaar)

2905

7,6

2985

7,8

3105

8,2

3175

8,3

3070

8,1

3105

8,2

Totaal aantal jeugdigen met jeugdhulp (0 tot 23 jaar)

2765

7,2

2845

7,4

2995

7,9

3065

8,1

2945

7,8

2980

7,9

Totaal aantal jeugdigen met jeugdhulp in natura (0 tot 23 jaar)

2685

7

2765

7,2

2890

7,6

2965

7,8

2835

7,5

2885

7,7

Totaal aantal jeugdigen met jeugdhulp met verblijf (0 tot 23 jaar)

290

0,8

290

0,8

300

0,8

300

0,8

315

0,8

330

0,9

Totaal aantal jeugdigen met pleegzorg (0 tot 23 jaar)

135

0,4

135

0,4

140

0,4

140

0,4

145

0,4

155

0,4

Totaal aantal jeugdigen met ander verblijf (0 tot 23 jaar)

105

0,3

105

0,3

110

0,3

120

0,3

125

0,3

130

0,3

Totaal aantal jeugdigen met gezinsgericht (0 tot 23 jaar)

45

0,1

50

0,1

55

0,1

55

0,1

45

0,1

55

0,1

Totaal aantal jeugdigen met jeugdhulp zonder verblijf (0 tot 23 jaar)

2530

6,6

2615

6,8

2745

7,2

2820

7,4

2670

7,1

2720

7,2

Totaal aantal jeugdigen met jeugdbescherming (0 tot 18 jaar)

335

1,1

360

1,2

355

1,2

365

1,3

365

1,3

375

1,3

Totaal aantal jeugdigen met ondertoezichtstelling (0 tot 18 jaar)

250

0,9

270

0,9

270

0,9

275

0,9

275

1

280

1

Totaal aantal jeugdigen met voogdij (0 tot 18 jaar)

95

0,3

95

0,3

95

0,3

95

0,3

100

0,3

100

0,3

Totaal aantal jeugdigen met jeugdreclassering (12 tot 23 jaar)

70

0,4

75

0,4

75

0,4

70

0,4

70

0,4

65

0,3

11

In de volgende paragrafen plaatsen we deze cijfers van ‘s-Hertogenbosch in perspectief, door ze te vergelijken met zeven referentiegemeenten. Paragraaf 4.2.1 geeft een weergave van de cijfers voor (verschillende vormen van) jeugdhulp, waarbij we telkens onderscheid maken tussen de groep jeugdigen van 0 tot 18 jaar, en de groep jeugdigen van 18 tot 23 jaar. In paragraaf 4.4.2 beschrijven we de cijfers wat betreft jeugdbescherming, waarbij het alleen gaat om jeugdigen van 0 tot 18 jaar. Tot slot beschrijven we de cijfers wat betreft jeugdreclassering van jeugdigen van 12 tot 23 jaar in paragraaf 4.4.3.

Figuur 4.1 Percentage jeugdigen dat gebruik maakt van jeugdhulp in natura 12% 10%

's-Hertogenbosch Oss

8%

Meierijstad Apeldoorn

6%

Arnhem Breda

4%

4.2.1. Jeugdhulp In deze paragraaf kijken we allereerst naar de bredere context van jeugdhulp in natura: hoeveel procent van de jeugdigen van 0 tot 23 jaar maakt hiervan gebruik, en hoe kunnen zij worden ingedeeld qua persoonskenmerken? Vervolgens zoomen we in op jeugdhulp met verblijf. We onderzoeken hoeveel procent van de jeugdigen hiervan gebruik maakt, en hoe zij kunnen worden ingedeeld qua persoonskenmerken. Daarna kijken we nog naar jeugdhulp zonder verblijf. Jeugdhulp in natura Het percentage jeugdigen tussen 0 en 23 jaar dat gebruik maakt van jeugdhulp in natura (figuur 4.1), is in gemeente ‘s-Hertogenbosch in de afgelopen jaren stabiel gebleven tussen de 7 en 8 procent. Vergeleken met de referentiegemeenten liggen de cijfers van ‘s-Hertogenbosch ongeveer in het midden. Als we kijken naar de referentiegemeenten, variëren de percentages jeugdigen die gebruik maken van jeugdhulp in natura van 5,6% tot 10,7%. Op hoofdlijnen lijkt sprake van een (zeer licht) stijgende trend, zowel in ‘s-Hertogenbosch als in de andere gemeenten. In ‘s-Hertogenbosch neemt het percentage eerst toe van 7,0% (begin 2018) tot 8,0% (begin 2021); daarna neemt het af tot 7,5% in de tweede helft van 2021.

Nijmegen Zaanstad

2%

Nederland

0% 2018-1

2018-2

2019-1

2019-2

2020-1

2020-2 2021-1

2021-2

Persoonskenmerken Als we de persoonskenmerken (geslacht, leeftijd, migratieachtergrond, gezinssamenstelling) van de jeugdigen die gebruik maken van jeugdhulp in natura voor ‘s-Hertogenbosch bekijken zijn er geen grote verschillen te zien over de jaren heen. In tabel 4.4 staan de meest recente cijfers (2e halfjaar 2021). Te zien is dat de verhouding jongens en meisjes ongeveer gelijk is (56% jongen ), ruim de helft is tussen de 4 en 12 jaar oud. Bijna 40 procent is tussen de 12 en 18 jaar oud, ongeveer 5 procent is tussen 0 en 4 jaar oud en bijna 2 procent is 18 jaar en ouder. Verder heeft ongeveer een vijfde deel een migratieachtergrond en komt ongeveer een kwart uit een eenoudergezin. Zetten we de cijfers van ‘s-Hertogenbosch af tegen de zeven referentiegemeenten, is met name te zien dat het percentage jeugdhulpgebruik onder jeugdigen met een migratieachtergrond en onder jeugdigen uit een eenoudergezin varieert tussen de gemeenten. In vergelijking met de andere gemeenten zijn deze percentages in ‘s-Hertogenbosch relatief laag. Ook wat betreft leeftijd zien we kleine verschillen; het percentage 4-12 jarigen met jeugdhulp is in 12

‘s-Hertogenbosch iets hoger, en het percentage 0-4 jarigen en 12-18 jarigen met jeugdhulp iets lager dan in de andere gemeenten. Soortgelijke verschillen zagen we ook bij de algemene populatie jeugdigen (paragraaf 4.1, tabel 2). Kijken we naar het Nederlands gemiddelde, scoort ‘s-Hertogenbosch wat betreft migratieachtergrond en eenoudergezin van jeugdigen met jeugdhulp in natura vergelijkbaar. Tabel 4.4 Persoonskenmerken van jeugdigen met jeugdhulp in natura, weergegeven als percentage t.o.v. het totaal jeugdigen met jeugdhulp in natura, 2e halfjaar 2021

Jeugdhulp met verblijf Kijken we naar het percentage trajecten jeugdhulp met verblijf binnen de trajecten van jeugdhulp natura, dan varieert dit begin 2018 tussen de gemeenten met een range van 6% tot 12,5% (figuur 4.2). De gemeente ‘s-Hertogenbosch ligt hierbij ongeveer in het midden. Hoe het percentage zich in de periode erna ontwikkelt, is per gemeente verschillend, met voor sommige gemeenten pieken en dalen. Voor de gemeente ‘s-Hertogenbosch – en ook voor Oss, Meierijstad, Arnhem en Nijmegen – geldt dat het percentage algemeen genomen stabiel blijft, zonder noemenswaardige stijgingen of dalingen.

Geslacht: jongen

Leeftijd: 0-4 jaar

Leeftijd: 4-12 jaar

Leeftijd: 12-18 jaar

Leeftijd: 18-23 jaar

Migratieachtergrond

Eenoudergezin

‘s-Hertogenbosch

56,1%

5,0%

56,3%

37,1%

1,6%

21,0%

27,3%

14%

Oss

56,0%

11,8%

49,5%

37,2%

1,5%

18,2%

40,5%

12%

Meierijstad

54,9%

6,6%

53,3%

38,5%

1,6%

16,7%

30,0%

Apeldoorn

54,1%

6,1%

49,7%

42,0%

2,1%

17,5%

25,8%

Arnhem

54,2%

7,4%

50,2%

39,7%

2,8%

29,2%

33,3%

Breda

53,2%

5,0%

52,6%

41,4%

1,2%

25,3%

27,7%

Nijmegen

55,2%

10,0%

52,0%

34,6%

3,1%

28,1%

33,2%

Zaanstad

55,0%

6,4%

49,2%

42,2%

1,9%

32,2%

32,8%

Nederland

54,8%

7,0%

50,2%

39,9%

3,0%

24,9%

27,4%

Figuur 4.2 Trajecten jeugdhulp in natura: aandeel jeugdhulp met verblijf

's-Hertogenbosch Oss

10%

* Het percentage meisje is de inverse van het percentage jongen.

Meierijstad 8%

Apeldoorn Arnhem

6%

Breda Nijmegen

4%

Zaanstad 2%

Nederland

0% 2018-1

2018-2

2019-1

2019-2

2020-1

2020-2 2021-1

2021-2

* T.a.v. huishoudensituatie worden 3 categorieën gehanteerd: kind bij paar, kind in eenouderhuishouden en overig lid. De aantallen/percentages voor de laatste categorie (overig lid) zijn zeer laag. Het percentage kind bij paar is vrijwel gelijk aan de inverse van het percentage kind in eenouderhuishouden.

Kijken we naar alle jeugdigen tot 18 jaar in ‘s-Hertogenbosch, dan is het percentage jeugdigen dat gebruik maakt van jeugdhulp met verblijf in de afgelopen jaren stabiel gebleven rond 1 procent en van de jeugdigen tussen 18 en 23 jaar is het percentage stabiel rond ongeveer 0,3 procent. Net als in ‘s-Hertogenbosch blijven ook in de referentiegemeenten de percentages redelijk stabiel. Vergeleken met de referentiegemeenten liggen de cijfers van ‘s-Hertogenbosch ongeveer in het midden. Voor jeugdigen tot 18 jaar variëren de percentages van 0,3% tot 1,5% (figuur 4.3); voor jeugdigen 18 tot 23 jaar variëren de percentages van 0,1% tot 0,6% (figuur 4.4). 13

Figuur 4.3 Percentage jeugdigen dat gebruik maakt van jeugdhulp met verblijf: tot 18 jaar 2,0% 's-Hertogenbosch 1,5%

Oss Meierijstad Apeldoorn

1,0%

Arnhem Breda Nijmegen

0,5%

Zaanstad Nederland

0,0% 2018-1

2018-2 2019-1

2019-2 2020-1 2020-2 2021-1

Persoonskenmerken Wat betreft de persoonskenmerken van jeugdigen in verblijf hebben we allereest gekeken naar ontwikkelingen tussen 2018 en 2021 (figuur 4.5). Over de jaren heen zijn, behalve voor het aandeel 18-23 jaar, geen grote verschillen te zien. Kijken we naar de ontwikkeling wat betreft het aandeel jeugdigen in de leeftijd 18-23 jaar is een schommeling te zien, zowel in ‘s-Hertogenbosch als in de andere gemeenten. Dit zou verklaard kunnen worden doordat de aantallen jeugdigen (met jeugdhulp met verblijf) absoluut gezien niet heel hoog zijn.6 Voor ‘s-Hertogenbosch is het aandeel 18-23 jaar over het algemeen afgenomen, namelijk van 10,3% naar 5,1%. Vergeleken met de referentiegemeenten was het aandeel 18-23 jaar begin 2018 relatief hoog in ‘s-Hertogenbosch, maar eind 2021 is dit aandeel in ‘s-Hertogenbosch juist relatief laag.

2021-2

Figuur 4.4 Percentage jeugdigen dat gebruik maakt van jeugdhulp met verblijf: 18 tot 23 jaar

Figuur 4.5 Jeugdigen met jeugdhulp met verblijf: aandeel 18-23 jaar 20%

1,00%

18% 's-Hertogenbosch

16%

's-Hertogenbosch

0,80%

Oss Meierijstad

0,60%

Apeldoorn

0,20%

Meierijstad

12%

Apeldoorn

10%

Arnhem

8%

Breda

Breda

6%

Nijmegen

Nijmegen

4%

Zaanstad

Zaanstad

2%

Nederland

Nederland

0%

Arnhem 0,40%

Oss

14%

2018-1

0,00%

2018-2

2019-1

2019-2

2020-1 2020-2 2021-1

2021-2

2018-1 2018-2 2019-1 2019-2 2020-1 2020-2 2021-1 2021-2

* De percentages zijn berekend op basis van de gemiddelde bevolking per gemeente per jaar (gemiddelde op basis van 1 januari en 31 december), uitgesplitst naar leeftijd.

6 Zo hebben in ‘s-Hertogenbosch in de 2e helft van 2021 (afgerond) 295 jeugdigen gebruik gemaakt van jeugdhulp met verblijf, waarvan (afgerond) 15 jeugdigen 18 jaar of ouder zijn. Dergelijke absolute aantallen schommelen over de tijd heen.

14

Voor de (overige) persoonskenmerken van de jeugdigen die gebruik maken van jeugdhulp met verblijf is gekeken naar de meest recente cijfers (2e halfjaar 2021, tabel 4.5). Dit beeld komt voor jeugdhulp met verblijf in grote lijnen overeen met het beeld voor jeugdhulp in natura (dus met en zonder verblijf totaal); de verhouding tussen jongens en meisjes is nagenoeg gelijk (56% jongen), de helft is tussen 12 en 18 jaar oud, bijna 40 procent is tussen 4 en 12 jaar oud, en de leeftijd 0 tot 4 jaar, net als 18 tot 23 jaar zit op ongeveer 5 procent. Ongeveer een kwart heeft een migratieachtergrond. Zetten we de cijfers van ‘s-Hertogenbosch af tegen de cijfers van de referentiegemeenten, is met name te zien dat het jeugdhulpgebruik onder jeugdigen met een migratieachtergrond relatief laag is. Dit kan mogelijk worden verklaard doordat er in ‘s-Hertogenbosch (relatief) minder jeugdigen zijn met een migratieachtergrond; dat hebben we niet onderzocht. Verder is in ‘s-Hertogenbosch – in vergelijking met de andere gemeenten – het aandeel/percentage 18-23 jaar iets lager. Tabel 4.5 Persoonskenmerken van jeugdigen die in een jeugdhulpinstelling verblijven, weergegeven als percentage t.o.v. het totaal jeugdigen die in een jeugdhulpinstelling verblijven, 2e halfjaar 2021 Geslacht: jongen

‘s-Hertogenbosch

55,9%

Oss Meierijstad Apeldoorn Arnhem Breda

Leeftijd: 0-4 jaar

Leeftijd: 4-12 jaar

5,1%

37,3%

55,0%

5,0%

56,5%

0,0%

50,0% 54,3% 52,8%

Nijmegen Zaanstad Nederland

53,0%

Leeftijd: 1218 jaar

Leeftijd: 1823 jaar

Met migratieachtergrond

50,9%

5,1%

23,7%

35,0%

47,5%

10,0%

25,0%

39,1%

56,5%

0,0%

26,1%

7,1%

34,5%

54,8%

4,8%

22,6%

11,1%

32,1%

46,9%

9,9%

33,3%

7,6%

34,0%

49,1%

7,6%

34,0%

57,1%

11,7%

35,1%

41,6%

11,7%

29,9%

54,2%

6,3%

31,3%

50,0%

10,4%

37,5%

7,6%

34,8%

49,2%

8,3%

30,1%

* Het percentage meisje is de inverse van het percentage jongen.

* T.a.v. huishoudensituatie registreert CBS dat, overall, meer dan de helft van de jeugdigen die in een jeugdhulpinstelling verblijven, binnen de categorie ‘overig lid’ valt. Mogelijk heeft dit te maken met de verblijfssituatie van deze jeugdigen. We kunnen dan ook geen uitspraken doen over de huishoudensituaties m.b.t. de gezinnen waar de jeugdigen vandaan komen.

Uitsplitsing naar verschillende vormen van jeugdhulp met verblijf Ook hebben we gekeken naar de ontwikkeling qua cijfers wat betreft specifieke vormen van jeugdhulp met verblijf. Zowel het percentage jeugdigen met pleegzorg7 als ander verblijf bij een jeugdhulpaanbieder (oftewel overig)8 is in gemeente ‘s-Hertogenbosch in de afgelopen jaren stabiel gebleven, en ligt voor beide rond de 0,4%. In de overige gemeenten zijn deze percentages ook stabiel gebleven, en variëren voor beide vormen tussen de 0,2% en 0,6%. De cijfers van ‘s-Hertogenbosch liggen ongeveer in het midden, vergeleken met de referentiegemeenten9. Het percentage jeugdigen met een gezinsgerichte

7 Definitie pleegzorg uit informatieprotocol beleidsinformatie jeugd: De jeugdige verblijft in een pleeggezin. Er is van pleegzorg sprake als er een pleegcontract is tussen de pleegouder(s) en een pleegzorgaanbieder. Hiervan is ook sprake in geval van vakantie-/weekendopvang indien dat onderdeel uitmaakt van het hulpaanbod. 8 Definitie ander verblijf bij jeugdhulpaanbieder uit informatieprotocol beleidsinformatie jeugd: De jeugdige verblijft op de accommodatie van de jeugdhulpaanbieder, veelal in een groep met andere jeugdigen. In feite betreft het alle vormen van verblijf die niet onder een van de andere categorieën vallen. Hieronder vallen ook begeleid wonen en kamertraining. Deze hulpvormen vinden doorgaans plaats in een verblijf van de hulpaanbieder. 9 Onderzoeksbureau Rebel constateert dat de categorie ‘overig verblijf’ voor diverse zaken wordt gebruikt. Het omvat alle reguliere residentiële jeugdhulpvormen met als belangrijkste discriminerende kenmerken: wonen versus behandelen, langdurig en kortdurend verblijf; waaronder deeltijd en crisis.

De ontwikkeling van het gebruik van hulpvormen die worden geschaard onder overig verblijf is regionaal verschillend en hangt sterk samen met de verwijs/toegangspatronen, beschikbaar regionaal aanbod en de wijze waarop gemeenten en jeugdhulpinstellingen omgaan met substitutie van verblijf/ specialistische jeugdhulp naar bijvoorbeeld ambulante zorgvormen of pleegzorg/gezinsgericht verblijf. Bron: Rebel (2018). Onderzoek ‘Jeugdhulp met verblijf, anders dan’. Kwalitatieve verdieping naar onderliggende oorzaken van de waargenomen stijging ‘ander verblijf’ in de CBS beleidsinformatie.

15

vorm van jeugdhulp met verblijf10 is in gemeente ‘s-Hertogenbosch in de afgelopen jaren stabiel gebleven rond 0,1%. Ook in de overige gemeenten zijn de percentages stabiel gebleven variërend tussen 0,1% en 0,2%. Het aantal en percentage jeugdigen bij wie sprake is van gesloten plaatsing11 is dusdanig laag – in de meeste gevallen afgerond 0 per gemeente – dat we hierover geen verdere analyses doen.

Figuur 4.6 Percentage jeugdigen dat gebruik maakt van jeugdhulp zonder verblijf: tot 18 jaar 14% 12%

's-Hertogenbosch Oss

10%

Meierijstad

Jeugdhulp zonder verblijf Hierboven hebben we gekeken naar jeugdigen met jeugdhulp met verblijf. Hieronder zullen we een overzicht geven van de cijfers van jeugdigen met jeugdhulp zonder verblijf, waarbij we zowel kijken naar de groep jeugdigen tot 18 jaar, als de groep jeugdigen 18 tot 23 jaar.

8%

Apeldoorn Arnhem

6%

Breda Nijmegen

4%

Zaanstad 2%

Nederland

0%

Van de jeugdigen tot 18 jaar is het percentage dat gebruik maakt van jeugdhulp zonder verblijf in ‘s-Hertogenbosch in de afgelopen jaren stabiel gebleven tussen ongeveer 9 en 10 procent (figuur 4.6). Vergeleken met de referentiegemeenten liggen de cijfers van ‘s-Hertogenbosch relatief laag. Op hoofdlijnen lijkt er sprake van een (zeer licht) stijgende trend, zowel in ‘s-Hertogenbosch als in de andere gemeenten.

2018-1 2018-2 2019-1 2019-2 2020-1 2020-2 2021-1 2021-2

* De percentages zijn berekend op basis van de gemiddelde bevolking per gemeente per jaar (gemiddelde op basis van 1 januari en 31 december), uitgesplitst naar leeftijd.

Van de jeugdigen van 18 tot 23 jaar is het percentage jeugdigen dat gebruik maakt van jeugdhulp zonder verblijf stabiel tussen ongeveer 0,3 en 0,6 procent (figuur 4.7). Vergeleken met de referentiegemeenten liggen de cijfers van ‘s-Hertogenbosch ongeveer in het midden; bij de referentiegemeenten variëren de percentages van ongeveer 0,2 procent tot 0,8 procent. In de referentiegemeenten blijven de percentages ook redelijk stabiel.

10 Definitie gezinsgericht uit informatieprotocol beleidsinformatie jeugd: Alle vormen van verblijf die een gezinssituatie benaderen, maar geen pleegzorg zijn. Te denken valt aan gezinshuizen, logeerhuizen en zorgboerderijen waar overnacht wordt. 11 Definitie gesloten plaatsing uit informatieprotocol beleidsinformatie jeugd: De jeugdige verblijft bij een jeugdhulpaanbieder op basis van een machtiging gesloten jeugdzorg of op basis van een zorgmachtiging of crisismaatregel vanwege de Wet verplichte ggz (Wvggz).

16

Figuur 4.7 Percentage jeugdigen dat gebruik maakt van jeugdhulp zonder verblijf: 18 tot 23 jaar 3% 3%

's-Hertogenbosch Oss

2%

(2018-1) tot 1,3% (2021-2; figuur 4.8). In de overige gemeenten zijn de percentages stabiel gebleven, met uitzondering van Oss; hier is het percentage jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel (zeer) licht afgenomen van 1,5% (2018-1) tot 1,2% (2021-2). Begin 2018 lagen de cijfers van ‘s-Hertogenbosch, vergeleken met de referentiegemeenten, ongeveer in het midden. Eind 2021 lagen de percentages voor gemeente ‘s-Hertogenbosch iets hoger.

Meierijstad Apeldoorn

2%

Arnhem Breda

1%

Figuur 4.8 Percentage jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel 2,0%

Nijmegen Zaanstad

1%

Nederland

's-Hertogenbosch 1,5%

Oss Meierijstad

0% 2018-1 2018-2 2019-1 2019-2 2020-1 2020-2 2021-1 2021-2

Apeldoorn

1,0%

Arnhem Breda

* De percentages zijn berekend op basis van de gemiddelde bevolking per gemeente per jaar (gemiddelde op basis van 1 januari en 31 december), uitgesplitst naar leeftijd.

Nijmegen

0,5%

Zaanstad Nederland

4.2.2. Cijfers Jeugdbescherming ‘s-Hertogenbosch vergeleken met referentiegemeenten In deze paragraaf kijken we eerst naar jeugdbescherming in zijn geheel: hoeveel procent van de jeugdigen heeft een jeugdbeschermingsmaatregel, en hoe kunnen zij worden ingedeeld qua persoonskenmerken? Vervolgens gaan we kort in op de twee jeugdbeschermingsmaatregelen: ondertoezichtstelling en voogdij. Totaal aantal jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel Als we kijken naar het percentage jeugdigen tussen de 0 en 18 jaar met een jeugdbeschermingsmaatregel zien we dat het percentage in de gemeente ‘s-Hertogenbosch in de afgelopen jaren (zeer) licht toegenomen is van 1,1%

0,0% 2018-1

2018-2 2019-1

2019-2 2020-1 2020-2 2021-1

2021-2

Persoonskenmerken Hieronder gaan we in op de persoonskenmerken van de jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel. Over de jaren heen zijn er bijna geen (noemenswaardige) ontwikkelingen te zien t.a.v. persoonskenmerken voor de gemeente ‘s-Hertogenbosch. Daarnaast hebben we gekeken naar de meest recente cijfers (2e halfjaar 2021, tabel 4.6). De persoonskenmerken van jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel komt in grote lijnen overeen met het beeld wat we zagen bij jeugdhulp in natura. Van de jeugdigen in ‘s-Hertogenbosch met een jeugdbeschermingsmaatregel 17

is de verhouding tussen jongens en meisjes nagenoeg gelijk (56% jongen), is bijna de helft tussen de 4 en 12 jaar oud en ongeveer 40 procent is tussen de 12 en 18 jaar oud, en ongeveer 10 procent is tussen 0 en 4 jaar oud. Daarnaast heeft ongeveer 30 procent een migratieachtergrond. Zetten we de cijfers van ‘s-Hertogenbosch af tegen de cijfers van de referentiegemeenten, dan zien we dat de cijfers van ‘s-Hertogenbosch voor alle persoonskenmerken – behalve leeftijd 0 tot 4 jaar – redelijk gemiddeld liggen. ’’Het percentage 0-4 jaar ligt iets lager vergeleken met de referentiegemeenten. Tabel 4.6 Persoonskenmerken van jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel, weergegeven als percentage t.o.v. het totaal jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel, 2e halfjaar 2021 Geslacht: jongen

Leeftijd: 0-4 jaar

Leeftijd: 4-12 jaar

Leeftijd: 1218 jaar

Ondertoezichtstelling (OTS) Als we dan alleen kijken naar het percentage jeugdigen die als jeugdbeschermingsmaatregel een ondertoezichtstelling hebben (figuur 4.9), blijkt dat in de gemeente ‘s-Hertogenbosch deze cijfers de afgelopen jaren stabiel zijn gebleven rond de 1 procent. Ook in de overige gemeenten zijn de percentages ongeveer stabiel gebleven, variërend tussen 0,4% en 1,2%. Figuur 4.9 Percentage jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel in de vorm van een ondertoezichtstelling 1,4% 1,2%

Met migratieachtergrond

1,0%

Meierijstad

55,6%

11,1%

48,6%

40,3%

30,6%

0,6%

Oss

57,5%

12,5%

42,5%

45,0%

27,5%

0,4%

Meierijstad

62,5%

20,8%

45,8%

37,5%

29,2%

Apeldoorn

52,7%

14,0%

50,5%

35,5%

29,0%

Arnhem

52,8%

15,3%

48,6%

37,5%

38,9%

Breda

57,7%

13,5%

50,0%

36,5%

34,6%

Nijmegen

55,7%

14,8%

50,8%

34,4%

36,1%

Zaanstad

50,8%

14,8%

45,9%

37,7%

37,7%

Nederland

52,6%

12,9%

47,1%

40,0%

33,7%

* T.a.v. huishoudensituatie registreert het CBS dat meer dan de helft van de jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel binnen de categorie ‘overig lid’ valt. Mogelijk heeft dit te maken met de verblijfssituatie van deze jeugdigen. We kunnen dan ook geen uitspraken doen over de

Oss

0,8%

‘s-Hertogenbosch

* Het percentage meisje is de inverse van het percentage jongen.

's-Hertogenbosch

Apeldoorn Arnhem Breda Nijmegen Zaanstad

0,2%

Nederland

0,0% 2018-1

2018-2 2019-1

2019-2 2020-1 2020-2 2021-1

2021-2

Voogdij Vervolgens hebben we gekeken naar het percentage jeugdigen met een voogdijmaatregel als jeugdbeschermingsmaatregel. We zien dat in de gemeente ‘s-Hertogenbosch deze cijfers de afgelopen jaren stabiel zijn gebleven rond de 0,3 procent. Ook in de overige gemeenten zijn de percentages ongeveer stabiel gebleven, variërend tussen 0,2 en 0,5 procent.

huishoudensituaties m.b.t. de gezinnen waar de jeugdigen vandaan komen.

18

4.2.3. Jeugdreclassering Tot slot hebben we gekeken naar het percentage jeugdigen tussen de 12 en 23 jaar met jeugdreclassering. In de gemeente ‘s-Hertogenbosch is het aantal jeugdigen met jeugdreclassering de afgelopen jaren stabiel gebleven rond de 0,4 procent. Vergeleken met de referentiegemeenten liggen de cijfers van ‘s-Hertogenbosch ongeveer in het midden; de percentages van de referentiegemeenten variëren van 0,1% tot 0,7%. Ook in de referentiegemeenten blijven de percentages redelijk stabiel.

4.3.

Jeugdigen met meerdere vormen van jeugdzorg

Figuur 4.10 Jeugdigen die in een jeugdhulpinstelling verblijven: percentage dat óók een beschikking heeft voor jeugdhulp zonder verblijf 60% 50%

's-Hertogenbosch Oss

40%

Meierijstad Apeldoorn

30%

Arnhem Breda

20%

Nijmegen Zaanstad

10%

In deze paragraaf bekijken we eerst hoeveel jeugdigen die jeugdhulp met verblijf hebben ook een andere vorm van jeugdzorg hebben 12 . Daarna bekijken we hoeveel jeugdigen die een beschermingsmaatregel hebben, ook een andere vorm van jeugdhulp13. We vergelijken hierbij de cijfers van ‘s-Hertogenbosch telkens met de zeven referentiegemeenten en het landelijke cijfers van Nederland14. 4.3.1.

Overlap jeugdhulp met verblijf en andere vormen van jeugdzorg

Het percentage dat, naast jeugdhulp met verblijf, óók een beschikking heeft voor jeugdhulp zonder verblijf, is in gemeente ‘s-Hertogenbosch in de afgelopen jaren afgenomen van 32,8% (2018-1) naar 25,4% (2021-2; figuur 4.10). De percentages en de ontwikkelingen over de tijd zijn bij de referentiegemeenten variërend; gemeente ‘s-Hertogenbosch springt er niet specifiek tussenuit.

Nederland

0% 2018-1 2018-2 2019-1 2019-2 2020-1 2020-2 2021-1 2021-2

Het percentage jeugdigen dat, naast jeugdhulp met verblijf, óók een jeugdbeschermingsmaatregel heeft in de vorm van een ondertoezichtstelling, is in gemeente ‘s-Hertogenbosch in de afgelopen jaren stabiel gebleven tussen 15,3% en 18,3% (figuur 4.11). De percentages en de ontwikkelingen over de tijd zijn bij de referentiegemeenten variërend; de cijfers van ‘s-Hertogenbosch liggen ongeveer in het midden vergeleken met de referentiegemeenten.

12 Het aantal jeugdigen die in een jeugdhulpinstelling verblijven en óók een jeugdreclasseringsmaatregel, is dusdanig laag – in de meeste gevallen afgerond 0 per gemeente – dat we hierover geen verdere analyses doen. 13 Het aantal jeugdigen met zowel een jeugdbeschermingsmaatregel als een jeugdreclasseringsmaatregel is dusdanig laag – in de meeste gevallen afgerond 0 per gemeente – dat we hierover geen verdere analyses doen. 14 Alleen voor de periode 2018-2020 zijn de cijfers bekend van het landelijke gemiddelde van Nederland.

19

Figuur 4.11 Jeugdigen die in een jeugdhulpinstelling verblijven: percentage dat óók een jeugdbeschermingsmaatregel heeft in de vorm van een ondertoezichtstelling (OTS)

Figuur 4.12. Jeugdigen die in een jeugdhulpinstelling verblijven: percentage dat óók een jeugdbeschermingsmaatregel heeft in de vorm van voogdij

30%

30%

25%

's-Hertogenbosch

25%

's-Hertogenbosch

Oss 20%

Meierijstad

Oss 20%

Meierijstad

Apeldoorn

15%

Arnhem

Apeldoorn

15%

Arnhem

Breda

10%

Nijmegen

Breda

10%

Nijmegen

Zaanstad

5%

Nederland

0% 2018-1

2018-2 2019-1

2019-2 2020-1 2020-2 2021-1

2021-2

Het percentage jeugdigen dat óók een jeugdbeschermingsmaatregel heeft in de vorm van voogdij, is in gemeente ‘s-Hertogenbosch in de afgelopen jaren stabiel gebleven tussen 20,6% en 25,9% procent (figuur 4.12). De percentages en de ontwikkelingen over de tijd zijn bij de referentiegemeenten variërend. De cijfers voor ‘s-Hertogenbosch liggen in vergelijking met de referentiegemeenten wel relatief hoog.

Zaanstad

5%

Nederland

0% 2018-1

2018-2 2019-1

2019-2 2020-1 2020-2 2021-1

2021-2

4.3.2. Overlap jeugdbescherming en andere vormen van jeugdhulp Het percentage jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel dat óók een beschikking heeft voor jeugdhulp in natura, schommelt in gemeente ‘s-Hertogenbosch tussen 70,1% en 79,4% en zit daarmee aan de bovenkant (figuur 4.13). In enkele referentiegemeenten (Oss, Meierijstad en Apeldoorn) zijn ook hoge percentages te zien (tussen ongeveer 70 en 80 procent). In de andere referentiegemeenten (Arnhem, Breda, Nijmegen en Zaanstad) zijn (grotere) schommelingen over de tijd te zien, met uitschieters naar beneden (richting 50 procent).

20

Figuur 4.13 Jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel: percentage dat óók een beschikking heeft voor jeugdhulp in natura

Figuur 4.14 Jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel: percentage dat óók een beschikking heeft voor jeugdhulp met verblijf

100%

60%

90%

's-Hertogenbosch

50%

's-Hertogenbosch Oss

Oss

80%

Meierijstad 70%

Apeldoorn Arnhem

60%

Breda Nijmegen

50%

Zaanstad 40%

Nederland

40%

Meierijstad Apeldoorn

30%

Arnhem Breda

20%

Nijmegen Zaanstad

10%

Nederland

0%

30% 2018-1 2018-2 2019-1 2019-2 2020-1 2020-2 2021-1 2021-2

Het percentage jeugdigen dat naast een jeugdbeschermingsmaatregel óók een beschikking heeft voor jeugdhulp met verblijf, schommelt in gemeente ‘s-Hertogenbosch tussen 34,3% en 42,0% (figuur 4.14). De percentages en de ontwikkelingen over de tijd zijn bij de referentiegemeenten variërend, met in sommige gemeenten overall een (lichte) toename en in andere gemeenten een (lichte) afname. De cijfers voor ‘s-Hertogenbosch liggen in vergelijking met de referentiegemeenten ongeveer in het midden.

2018-1

2018-2 2019-1

2019-2 2020-1 2020-2 2021-1

2021-2

Wanneer we kijken naar het percentage jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel en jeugdhulp zonder verblijf, zien we een soortgelijk patroon (figuur 4.15). Dit percentage schommelt in de gemeente ‘s-Hertogenbosch tussen 46,3% en 60,3%. De percentages en de ontwikkelingen over de tijd zijn bij de referentiegemeenten variërend, met in sommige gemeenten een (lichte) toename en in andere gemeenten een (lichte) afname. In gemeente ‘s-Hertogenbosch zijn de percentages wel aan de hoge kant, vergeleken met de overige gemeenten.

21

Figuur 4.15 Jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel: percentage dat óók een beschikking heeft voor jeugdhulp zonder verblijf 65% 60% 's-Hertogenbosch

55%

Oss

50%

Meierijstad

45%

Apeldoorn

40%

Arnhem Breda

35%

Nijmegen

30%

Zaanstad

25%

Nederland

deze verhouding ’relatief stabiel blijft tussen 2018 en 2021, met waarden variërend tussen 0,125 en 0,130 (figuur 4.16). Dit betekent dat het aantal jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel dus ongeveer 0,125 tot 0,130 keer zo groot is als het aantal jeugdigen met jeugdhulp in natura. De percentages en de ontwikkelingen over de tijd zijn bij de referentiegemeenten variërend. In de gemeente ‘s-Hertogenbosch is de factor, vergeleken met de overige gemeenten, aan de hoge kant. Het deel jeugdbescherming is in verhouding tot het deel jeugdhulp in natura in ‘s-Hertogenbosch dus relatief groot. Figuur 4.16 Aantal jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel in verhouding tot het aantal jeugdigen met jeugdhulp in natura (factor) 0,20

20% 2018-1

2018-2 2019-1

2019-2 2020-1 2020-2 2021-1

2021-2

's-Hertogenbosch 0,15

Oss Meierijstad

4.3.3. Verhouding jeugdhulp versus jeugdbescherming

Apeldoorn

0,10

Hierboven hebben we gezien dat een aanzienlijk deel van de jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel ook een beschikking heeft voor jeugdhulp in natura. Hieronder gaan we dieper in hoe het aantal jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel zich verhoudt tot het aantal jeugdigen met jeugdhulp in natura (en vervolgens uitgesplitst naar jeugdhulp met en zonder verblijf). Op basis van de CBS data berekenen we hiervoor steeds een zogeheten factor door het aantal jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel te delen door het aantal jeugdigen met jeugdhulp in natura (met/zonder verblijf). Hoe hoger de factor, hoe groter het aantal jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel in verhouding tot het aantal jeugdigen met jeugdhulp in natura. Verhouding jeugdbeschermingsmaatregel en jeugdhulp in natura Als we het aantal jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel delen door het aantal jeugdigen met jeugdhulp in natura zien we in ‘s-Hertogenbosch dat

Arnhem Breda Nijmegen

0,05

Zaanstad Nederland

0,00 2018-1

2018-2 2019-1

2019-2 2020-1 2020-2 2021-1

2021-2

Verhouding jeugdbeschermingsmaatregel t.o.v. jeugdhulp met en jeugdhulp zonder verblijf Wanneer we specifiek kijken naar jeugdhulp met verblijf (figuur 4.17) en jeugdhulp zonder verblijf (figuur 18), zien we een soortgelijk patroon als bij het totale aantal jeugdhulp (met natura). Voor zowel jeugdhulp met als zonder verblijf blijft de factor in de gemeente ‘s-Hertogenbosch relatief stabiel. Jeugdhulp met verblijf varieert in waarden tussen 1,13 en 1,24, wat betekent dat er dus 22

meer jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel zijn dan jeugdigen met jeugdhulp met verblijf. Voor jeugdhulp zonder verblijf variëren de waarden rond de 0,135, dus het aantal jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel is lager dan het aantal jeugdigen met jeugdhulp zonder verblijf.

Figuur 4.18 Aantal jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel in verhouding tot het aantal jeugdigen met jeugdhulp met verblijf (factor)

Als we ‘s-Hertogenbosch vergelijken met de referentiegemeenten blijkt dat voor zowel jeugdhulp met als jeugdhulp zonder verblijf de factor in ‘s-Hertogenbosch aan de bovenkant zit. Dit betekent dat in verhouding jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel tot het deel jeugdhulp met en het deel jeugdhulp zonder verblijf in ‘s-Hertogenbosch dus relatief groot is. Kijken we naar de ontwikkelingen over tijd bij de referentiegemeenten, blijkt dat de factor daar ook stabiel is voor zowel jeugdhulp met en zonder verblijf, met uitzondering van Breda en Zaanstad. In gemeente ‘s-Hertogenbosch is de factor aan de hoge kant, vergeleken met de overige gemeenten. Het deel jeugdbescherming in verhouding tot het deel jeugdhulp met verblijf is in ‘s-Hertogenbosch dus relatief groot

2,0

Figuur 4.17 Aantal jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel in verhouding tot het aantal jeugdigen met jeugdhulp zonder verblijf (factor) 0,20 's-Hertogenbosch 0,15

Oss Meierijstad Apeldoorn

0,10

Arnhem Breda Nijmegen

0,05

Zaanstad Nederland

0,00 2018-1 2018-2 2019-1 2019-2 2020-1 2020-2 2021-1 2021-2

2,5 's-Hertogenbosch Oss Meierijstad

1,5

Apeldoorn Arnhem

1,0

Breda Nijmegen Zaanstad

0,5

Nederland 0,0 2018-1

2018-2 2019-1

2019-2 2020-1 2020-2 2021-1

2021-2

4.4. Conclusie In dit hoofdstuk hebben we een weergave gegeven van de ontwikkeling qua cijfers wat betreft de verschillende vormen van jeugdhulp in natura en jeugdbeschermingsmaatregelen. Wat betreft jeugdhulp in natura, zijn de cijfers in de periode 2018 tot en met 2021 stabiel gebleven over de tijd en scoort ‘s-Hertogenbosch gemiddeld in vergelijking met de referentiegemeenten. Dit geldt zowel voor alle vormen van jeugdhulp in natura bij elkaar, als specifiek voor de verschillende vormen van jeugdhulp (met verblijf, zonder verblijf, pleegzorg, gezinsgerichte vorm, ander verblijf bij een jeugdhulpaanbieder of jeugdreclassering). Als we een uitsplitsing maken naar jeugdigen tot 18 jaar en jeugdigen van 18 tot 23 jaar, wijkt het patroon iets af. Zo schommelt het percentage jeugdigen van 18 tot 23 jaar die jeugdhulp met verblijf hebben gehad, maar deze schommelingen zijn ook te zien in de referentiegemeenten en komen mogelijk door het lage (absolute) aantal jeugdigen. Daarnaast is het percentage jeugdigen tot 18 jaar dat jeugdhulp zonder verblijf heeft in ‘s-Hertogenbosch relatief laag ten opzichte van de referentiegemeenten. 23

Wat betreft jeugdbescherming, is het percentage jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel in ‘s-Hertogenbosch relatief stabiel gebleven. Deze cijfers zijn relatief hoog in vergelijking met de referentiegemeenten. Kijken we specifiek naar de ondertoezichtstellingen en voogdijmaatregelen, dan zien we dat de cijfers stabiel zijn gebleven en ‘s-Hertogenbosch gemiddeld scoort in vergelijking met de referentiegemeenten.

Tot slot is berekend wat de verhouding jeugdigen met jeugdhulp in natura is ten opzichte van jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel. Deze cijfers blijven stabiel over de periode 2018 tot 2021, maar ‘s-Hertogenbosch heeft relatief een groot deel jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel in verhouding met het aantal jeugdigen met jeugdhulp in natura. Dit patroon zien we ook als we specifiek kijken naar de verhouding jeugdhulp met / zonder verblijf en jeugdbescherming.

Ook hebben we gekeken naar de overlap en verhouding tussen de verschillende vormen van jeugdhulp en beschermingsmaatregelen in de periode 2018 tot en met 2021. ‘s-Hertogenbosch scoort de ene keer gemiddeld, maar andere cijfers liggen relatief hoog ten opzichte van de referentiegemeenten. Eerst zijn de jeugdigen die jeugdhulp met verblijf hebben als uitgangspunt genomen. Het aantal jeugdigen dat – naast jeugdhulp met verblijf – ook jeugdhulp zonder verblijf heeft, neemt zowel in ‘s-Hertogenbosch als in de andere referentiegemeenten af. In combinatie met een jeugdbeschermingsmaatregel blijven de cijfers stabiel, ook de combinatie jeugdhulp met verblijf en specifiek een ondertoezichtstelling of voogdijmaatregel. ‘s-Hertogenbosch scoort gemiddeld wat betreft de combinatie met jeugdbeschermingsmaatregel totaal en specifiek ondertoezichtstelling, maar relatief hoog wat betreft jeugdigen die jeugdhulp met verblijf hebben in combinatie met een voogdijmaatregel. Daarna zijn de jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel als uitgangspunt genomen. Het aantal jeugdigen dat – naast een jeugdbeschermingsmaatregel - jeugdhulp in natura heeft, blijft stabiel blijft over de tijd. ‘s-Hertogenbosch scoort relatief hoog in vergelijking met de referentiegemeenten. In combinatie met jeugdhulp met verblijf schommelen de cijfers over de tijd, zowel in ‘s-Hertogenbosch als referentiegemeenten.

Ook de combinatie met jeugdhulp zonder verblijf schommelt, waarbij ‘s-Hertogenbosch een relatief hoog aandeel jeugdigen heeft dat naast een jeugdbeschermingsmaatregel ook jeugdhulp zonder verblijf heeft.

24

5

Deel 1: Instroom jeugdhulp met verblijf

In dit hoofdstuk bespreken we de resultaten uit het eerste deelonderzoek waarin we kijken naar de instroom van jeugdigen in jeugdhulp met verblijf15. We gaan eerst in op de cijfers (vanuit ZorgNed) met betrekking tot omvang jeugdhulp met verblijf (paragraaf 5.1) en nieuwe instroom (paragraaf 5.2) in de periode januari 2020 tot en met juni 2022. Daarna gaan we in op de resultaten uit het dossieronderzoek en de verdiepende interviews (paragraaf 5.3 t/m 5.6). We sluiten af met een conclusie (paragraaf 5.7).

Tabel 5.1 Indicaties jeugdhulp met verblijf Indicaties jeugdhulp met verblijf in periode 1 januari 2020 – 30 juni 2022.

1.696

Aantal jeugdigen die een of meerdere indicaties jeugdhulp met verblijf hebben binnen de onderzoeksperiode

590

Aantal personen die in deze periode één indicatie jeugdhulp met verblijf hebben

196

Aantal personen die in deze periode meerdere indicaties jeugdhulp met verblijf hebben

394

Figuur 5.1 Aantal jeugdigen in verblijf per half jaar

345 340 335

5.1.

Omvang jeugdhulp met verblijf

Zoals in onderstaande tabel te zien is, waren er binnen de onderzoeksperiode in totaal 1696 indicaties voor jeugdhulp met verblijf, waarbij het gaat om 590 jeugdigen. Per halfjaar zien we een vrij stabiel verloop van het aantal jeugdigen in verblijf. Dit betreffen jeugdigen die binnen de periode een lopende indicatie voor verblijf hebben lopen (figuur 5.1).

349

350

330

330

330

325 320 313

315 308

310 305 300

2020-1

2020-2

2021-1

2021-2

2022-1

Voorzieningen

15 Onder jeugdhulp met verblijf verstaan wij de ‘producten’ residentieel verblijf (zwaar/licht), jeugdzorgplus, klinische jeugdverslaving, LTA, LVB 4 en 5, maatwerk, gezinsvervangend, gezinsgericht en pleegzorg. Zie ook hoofdstuk 3

Van het totaal aantal afgegeven/lopende indicaties in de onderzoeksperiode is te zien dat bijna de helft van de indicaties pleegzorg betreffen (43%). Meer dan een kwart betreft jeugdhulp met verblijf zwaar (28%) en 15% jeugdhulp met verblijf licht. Voor jeugdzorgplus, maartwerk, LVB 4 en 5, LTA en klinische jeugdverslaving worden in verhouding relatief weinig indicaties afgegeven (zie figuur 5.2). 25

Figuur 5.2 Voorzieningen waarnaar verwezen wordt voor het totaal aantal afgegeven indicaties (N=1.696)

50%

43%

45%

45%

40%

40% 35%

35% 28%

30%

30% 25%

25%

20%

20%

15%

15%

10%

15%

5%

10%

Op basis van de startdatum van de indicatie is er gekeken of er bepaalde trends te zien zijn in de voorzieningen waarnaar verwezen wordt. Te zien is dat er een kleine piek is in de eerste helft van 2021 waarbij in verhouding 47% van de afgegeven indicaties in die periode een pleegzorg indicatie betroffen. Verder valt op dat in verhouding een steeds groter aandeel van de nieuwe indicaties verblijf zwaar betreffen, dit zwakt weer af in de eerste helft van 2022 (zie figuur 5.3).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12826733/1