CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Paraplubestemmingsplan Evenementenplein Paleiskwartier (toelichting en regels) (2)

Gemeenteraad 14 mei 2024, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Paraplubestemmingsplan Evenementenplein Paleiskwartier16.552 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

evenementen mogelijk zijn. Dit komt doordat het plein is omringd door diverse woningen (bestaand of geprojecteerd, nog te bouwen) die – vanwege de korte afstand tot het plein - bepalend en beperkend zijn voor de toe te laten hoeveelheid muziek en geluid. Grote luidruchtige evenementen, zoals house en dance, zijn er niet mogelijk. Ook een evenement met groot podium met live muziek (als 'smerrig' en 'het levenslied') zijn niet mogelijk binnen de gestelde geluidsnormen. Om zulke evenementen tot een succes te maken, is eenvoudig weg veel meer geluid gewenst. Een organisator is zich bewust van deze beperking en restrictie. Voor mogelijke evenementen moet gedacht worden aan kleinschalige evenementen zoals een markt of braderie met achtergrond muziek of kleinschalige live muziek. Een kleinkunst festival met een minimaal podium behoort ook tot de mogelijkheden. Bovendien zal voor een evenement een evenementenvergunning moeten worden aangevraagd (en verleend). Alleen kleinschalige evenement met zeer weinig impact op de omgeving en verkeer (zogenaamde 0-evenementen), zijn niet evenementenvergunningplichtig. Bij het indienen van de aanvraag voor een evenementenvergunning moeten de akoestische gegevens over het evenement worden aangeleverd met daarop onder andere de plaats van het podium en de geluidsbronnen, met de afstand tot de meest dichtbij gelegen woningen/panden.

Bij een evenement dat geluid produceert dient een volledig akoestisch onderzoek op basis van de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai, 1999 (of diens opvolger) te worden aangeleverd. Aan de hand van deze gegevens wordt getoetst of aan de geluidsnormen (die gelden op de gevels van de omliggende woningen) met de aangevraagde opstelling en apparatuur kan worden voldaan. Dit volgt uit de gemeentelijke nota 'Uitvoeringsregels Evenementenbeleid 2020' d.d. 10 december 2019. Opgemerkt wordt dat de Nota 'Evenementen met een luidruchtig karakter' uit 1996 – hoewel deze door de Raad van State voor deze toets wordt gehanteerd - enigszins gedateerd is. Dit blijkt onder andere uit recente jurisprudentie waarbij voor stedelijke gebieden bij evenementen ook hogere geluidsbelastingen toelaatbaar worden geacht (zie onder andere Raad van State, d.d. 6 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3720). De Raad van State oordeelt dan ook dat in drukke stedelijke (gemengde) gebieden ook hogere geluidsbelastingen bij evenementen op gevels te accepteren zijn. Hoewel ook hier in het Paleiskwartier gesproken kan worden van een stedelijk (gemengd) rumoerig gebied, worden dergelijke hogere geluidsbelastingen (80 à 85 dB(A)) uitdrukkelijk niet toegelaten. Onversterkte muziek In de planregels zijn geluidnormen opgenomen die ook van toepassing zijn op onversterkte muziek.

Voor fanfares, drumbands en dergelijke geldt dat deze muziek minder bastonen bevat dan het gehanteerde standaard popmuziekspectrum. Het geluidniveau van deze onversterkte muziek zal ter hoogte van de woningen dan ook lager zijn dan van muziekgeluid met een standaard popmuziek spectrum van gelijke luidheid. Gelet hierop is het niet aannemelijk dat het geluid van onversterkte muziek op het evenementenplein zal leiden tot een hogere geluidbelasting op de gevels van de woningen dan het geluid van versterkte muziek. Derhalve is niet nodig om de invloed van onversterkte muziek nader te laten onderzoeken. Stemgeluid, geluid vanwege op/afbouwen, laad/lossen, technische installaties en parkeren Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat het onderzoek gericht is op versterkte muziek als belangrijkste geluidbron. Daarnaast is inzicht gegeven in onder meer het stemgeluid, doch niet het geluid van op- en afbouwwerkzaamheden, laad- en losactiviteiten en parkeren. Niet is uitgesloten dat geluid van op- en afbouwwerkzaamheden, laad- en losactiviteiten en parkeren ter plaatse van de dichtstbijzijnde woning waargenomen kan worden.

Maar omdat dergelijke geluiden, gelet op het geluidspectrum zoals gehanteerd in het akoestisch onderzoek, niet de maatgevende bronnen zijn, is het zeer onwaarschijnlijk dat de hiermee gepaard gaande geluidniveaus hoger zullen zijn dan de toegestane geluidniveaus in de planregels. Datzelfde geldt voor de geluidemissie vanwege het testen van de geluidinstallatie. Conclusie Gelet op het bovenstaande, de opgelegde geluidsnormen voor evenementen, in combinatie met de voorwaarden in aantallen per type evenement, frequentie en (eind)tijden, is de gemeente van mening dat optredende hinder als gevolg van het geluid van de toegelaten evenementen hier acceptabel is en passend is in deze gemengde stedelijke woon-werkomgeving die wordt gezien als de verlengde binnenstad.

29

6.4

Verlichting

6.4.1 Toetsingskader Kunstmatige verlichting kan hinder geven. Er zijn veel functies met kunstmatige verlichting, zoals (autosnel)wegen, woonkernen, industrie- en bedrijventerreinen, glastuinbouwbedrijven en sportterreinen. Hinder door licht hangt af van de aard, intensiteit, duur en plaats van de verlichting. Maar ook door de kans op blootstelling. 6.4.2 Onderzoek In onderhavig gebied, namelijk stedelijk woon- en werkgebied is verlichting reeds aanwezig om bij te dragen aan de sociale veiligheid en verkeersveiligheid. Ook draagt verlichting bij aan de kwaliteit van de omgeving, het Paleiskwartier. Onderhavige bestemmingplan laat activiteiten in de vorm van evenementen toe die naar verwachting ook extra verlichting met zich mee zal brengen. De functie van de verlichting op een festival of evenement is ten behoeve van sfeer en veiligheid. Het is niet aannemelijk dat zulke verlichting tijdens een evenement onacceptabele hinder zal veroorzaken in de woonomgeving. De evenementenvergunning is het regime waarbij dit aspect geregeld, ondervangen en gecontroleerd wordt. Binnen de kaders van onderhavig bestemmingsplan is dit aspect niet relevant te noemen. 6.4.3 Conclusie Het aspect verlichting zorgt niet voor belemmeringen.

6.5

Externe veiligheid

6.5.1 Toetsingskader en onderzoek Externe veiligheid beschrijft de risico's die kunnen ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit heeft betrekking op inrichtingen (bedrijven), transportroutes en buisleidingen. Omdat de gevolgen bij een calamiteit groot kunnen zijn, is in wetgeving bepaald wanneer risico's – met het voldoen aan normen – aanvaardbaar zijn en wanneer ze verantwoord moeten worden. Deze zogenoemde verantwoordingsplicht betekent dat in ruimtelijke procedure de keuzes moeten worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan in te stemmen met de risico's en de betreffende situatie aanvaardbaar te vinden. De aanvaardbare risico's zijn vast gelegd in diverse besluiten. De belangrijkste in de ruimtelijke ordening zijn: Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen.

Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico wordt gedefinieerd als "de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen bij een risicovolle activiteit". In Nederland heeft de overheid bepaald dat in principe nergens in Nederland iemand een groter plaatsgebonden risico mag lopen dan 1 op de 1 miljoen per jaar (10-6/jaar). Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten (zoals woningen, ziekenhuizen, scholen) geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten (zoals kleine kantoren, winkels en bedrijfsgebouwen) geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. 30

Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Beleidsvisie externe veiligheid gemeente 's-Hertogenbosch De gemeente 's-Hertogenbosch beschikt over een beleidsvisie externe veiligheid (Uitvoeringskader externe veiligheid gemeente 's-Hertogenbosch, deel A t/m C, 2010). Hierin zijn aanvullende kaders gegeven voor de integrale aanpak van externe veiligheid. Voor ontwikkelingen bevat deze beleidsvisie ook een kleurenkaart van het gemeentelijk gebied, waarin met een kleur (groen, oranje of rood) is aangegeven welke objecten (kwetsbaar, beperkt kwetsbaar of extra kwetsbaar) juist wel (groen), niet (rood) of onder voorwaarden (oranje) toelaatbaar zijn op een bepaalde locatie. Toetsing beleidsvisie De beoogde ontwikkeling voorziet in een evenementenplein van circa 3000 m2 geschikt voor circa 2250 bezoekers binnen het stadsdeel Paleiskwartier. De aanwezigen worden als normaal zelfredzaam beschouwd.

Bepalend voor de vraag of het voorgenomen evenementenplein kwetsbaar of als beperkt kwetsbaar moet worden beschouwd is afhankelijk van het aantal personen dat gedurende meerdere aaneengesloten dagen op het terrein kan verblijven. Volgens de definitie in het Bevi/Revi zijn terreinen een kwetsbaar object indien daar meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen verblijven. Dit laatste zou het geval kunnen zijn, waarbij het voorgenomen terrein als kwetsbaar is beschouwd. Hiervoor zijn in het Uitvoeringskader EV, deel C de eisen geformuleerd. Deze eisen zijn vertaald in kleurenkaarten. De beoogde ontwikkeling bevindt zich in een groen gebied. Kwetsbare objecten zijn hier – onder voorwaarden – toegestaan. Er dient gekeken te worden naar de hoogte van het Groepsrisico, alsook naar de beheersbaarheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid. Aangezien het plan zich bevindt binnen 325 meter van het doorgaande spoor als risicobron, is advies gevraagd aan de Veiligheidsregio. Dit advies is betrokken bij onderhavig plan.

Figuur: vestigingskaart Uitvoeringskader kwetsbare objecten met locatie (aug. 2023)

Figuur: uitsnede signaleringskaart

Beschouwing risicobronnen Uit raadpleging van de risicokaart (zie figuur boven) blijkt dat in de omgeving van het plangebied geen relevante risicobronnen gelegen zijn, met uitzondering van de spoorlijn 's-Hertogenbosch – Nijmegen/Utrecht. Inrichtingen Op circa 1 km afstand van het plangebied bevindt zich een gasdrukregel- en meetstation (aan de Paardskerhofweg). De veiligheidsafstand (PR-contour) voor deze inrichting bedraagt 25 meter. Overige risicovolle inrichtingen bevinden zich op nog grotere afstand van het plangebied en zijn in het kader van onderhavig plan niet relevant. 31

Buisleidingen Op een afstand van circa 800 meter van het plangebied ligt de ondergrondse hogedruk aardgasleiding Z-517-10. Voor deze leiding geldt een 100%-letaliteitsafstand van 70 meter en een 1%-letaliteitsafstand van 140 meter. Het plangebied valt hier ruimschoots buiten. Transportroutes (weg, spoor en water) Het plangebied is gelegen op een afstand van circa 230 meter van de spoorlijn die door 's-Hertogenbosch gaat. Over deze spoorlijn worden verscheidene gevaarlijke stoffen getransporteerd, waaronder toxische gassen en zeer toxische vloeistoffen. Door deze laatstgenoemde categorie geldt er een invloedsgebied van 4.000 meter voor de spoorlijn. Het plangebied ligt hierbinnen. Er zijn geen (water)wegen gelegen in de nabijheid van het plangebied waarvan de risicocontouren of invloedsgebieden tot het plangebied reiken. Groepsrisico Voor eerdere en toekomstige plannen binnen het Paleiskwartier zijn berekeningen uitgevoerd naar het Groepsrisico vanwege het transport gevaarlijke stoffen over het spoor. Rekening houden met alle voorgenomen ontwikkelingen betreft het berekende Groepsrisico 0,7 x de oriënterende waarde (bij gematigde economische groei) en 0,9 x de oriënterende waarde (bij hoge economische groei). Het zwaartepunt van de ontwikkelingen – en daarmee impact op het berekende GR – ligt ter hoogte van het te ontwikkelen gebied 'EKP-zuid'.

Dit gebied van circa 4 hectare gaat op termijn ontwikkeld worden met vele (gestapelde) woningen, kantoren en voorzieningen. Met dit gegeven kan gesteld worden dat de hoogte van het Groepsrisico binnen het Paleiskwartier niet zal veranderen ten opzichte van het Groepsrisico van de reeds bestaande en ook toekomstige situatie. Aangezien het Groepsrisico onveranderd blijft, is een verantwoording er van niet aan de orde. Plaatsgebonden Risico In het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen spoor is voor het thans relevante spoortraject nabij het plangebied een veiligheidsafstand (PR 10-6 per jaar) van 0 meter opgenomen. Plasbrandaandachtsgebied In het Basisnet spoor is een plasbrandaandachtgebied (PAG) gedefinieerd als het gebied tot 30 meter van de spoorweg waarin, bij de realisering van kwetsbare objecten, rekening dient te worden gehouden met de effecten van een plasbrand. Een dergelijke PAG is op dit spoortraject niet van toepassing, waardoor hiervoor geen extra maatregelen noodzakelijk zijn. Gemeente hanteert echter – conform het Uitvoeringskader, uit voorzorg en anticiperend op een eventueel toekomstig PAG - bij ontwikkelingen een even zo grote 'veiligheidsafstand' van 30 meter vanaf het spoor. Verder is het zo dat het plangebied op circa 230 meter van de spoorweg is gelegen en daardoor buiten het potentiële plasbrandaandachtgebied ligt.

Advies Veiligheidsregio Aangezien het plan zich bevindt binnen 325 meter van het spoor, is de Veiligheidsregio is gevraagd advies uit te brengen over dit plan. Het ontvangen advies (d.d. 21 september 2022) is als bijlage bijgevoegd. De veiligheidsregio adviseert om de volgende maatregelen te nemen: h. Ondanks dat er veel vluchtmogelijkheden zijn, is het van belang dat niet in de richting van het spoor (de risicobron) wordt gevlucht. In het kader van incidenten binnen het evenementenplein wordt een ontruimingstijd van 8 minuten gesteld. Deze tijd is ook voldoende voor incidenten met gevaarlijke stoffen op het spoor. i. De BHV organisatie en de organiserende partij dient actief geïnformeerd te worden over het aanwezige risico en het handelingsperspectief. In het noodplan dient een handelingsperspectief voor de scenario's opgenomen te zijn. Dit noodplan dient me de noodorganisatie besproken te worden. De stedenbouwkundige structuur hier garandeert dat voldoende vluchtwegen van het spoor af kunnen worden genomen. Naar alle omliggende wegen kan gevlucht worden en de bezoekers worden meer dan gemiddeld zelfredzaam geacht. De totale zelfredzaamheid wordt daarom als goed beoordeeld. 32

Via het locatieprofiel (met daarin gegevens en basis-eisen van deze evenementlocatie) zullen initiatiefnemers van evenementen worden geïnformeerd over het aanwezige (spoor)risico en het handelingsperspectief. Een noodplan, danwel handelingsplan, zal - conform de evenementenvergunning - opgesteld moeten worden. Met onderliggend wegennet wordt de bereikbaarheid van de hulpdiensten binnen het Paleiskwartier voldoende gegarandeerd. De evenementlocatie is van meerdere kanten goed toegankelijk voor hulpdiensten. In geval van een calamiteit zal de brandweer zich in eerste instantie inzetten bij de bron (het spoor). Het plan heeft geen invloed op de mogelijkheden tot bestrijding aan de bron. 6.5.2 Conclusie De externe veiligheid is met opvolging van geadviseerde maatregelen voldoende gewaarborgd. De externe veiligheid vormt geen belemmering voor onderhavig plan.

6.6

Lucht

6.6.1 Toetsingskader Het doel van de Wet luchtkwaliteit (opgenomen in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer) is het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging. De grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes (PM10; PM2,5 fijn stof), lood, koolmonoxide en benzeen geven het kwaliteitsniveau van de buitenlucht aan dat op een gegeven tijdstip moet zijn bereikt en daar waar het juiste kwaliteitsniveau al aanwezig is, zoveel mogelijk in stand moet worden gehouden. De grenswaarden voor luchtkwaliteit kunnen beperkend zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen en plannen. Uitgangspunt is dat een ruimtelijke plan (een project) niet leidt tot overschrijding van luchtkwaliteitsnormen. Als er wel sprake is van een overschrijding, dan mag een project de luchtkwaliteit niet in betekenende mate verslechteren. 6.6.2 Onderzoek Er worden met dit plan geen nieuwe luchtgevoelige bestemmingen, zoals bedoeld in het 'Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen)' mogelijk gemaakt. Wel kan het plan – vanwege optredende vervoersbewegingen – een effect hebben op de aanwezige luchtkwaliteit.

Er is door bureau Caubergh-Huygen een onderzoek uitgevoerd naar het effect van het planvoornemen (de evenementen) op de luchtkwaliteit (Cauberg-Huygen, Luchtkwaliteitsonderzoek Evenementenplein Palazzo, Paleiskwartier 's-Hertogenbosch, 29 augustus 2023, 05110-48262-26). 6.6.3 Conclusie Uit het luchtkwaliteitsonderzoek blijkt dat de hoogste berekende jaargemiddelde berekende concentraties, inclusief de bijdrage van evenementen, voor de stoffen NO2 (stikstofdioxide) en de fracties fijnstof (PM10 en PM2,5) ruim onder de daarvoor geldende grenswaarden liggen. Gelet hierop vormt de Wet luchtkwaliteit geen belemmering voor onderhavig plan.

6.7

Bodem

6.7.1 Toetsingskader Bij plannen en ontwikkelingen, het daarvoor opstellen van bestemmingsplannen of het wijzigen daarvan is altijd de hoofdvraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en hoe deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit als gevolg van aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bovendien mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet (bijvoorbeeld graafwerkzaamheden). Derhalve dient de bodemkwaliteit binnen het plangebied bekend te zijn. Hiermee kan worden beoordeeld of de aanwezige bodemkwaliteit wel of niet geschikt is voor de toekomstige bestemming.

33

6.7.2 Onderzoek Onderhavig gebied en ondergrond – daar waarop de evenementen plaatsvinden - is reeds bebouwd en met verharding of anders ingericht. De huidige situatie is reeds bestemd en vergund voor functies als wonen, verkeer of een mengvorm van wonen met lichte bedrijfsmatige activiteiten. Bodem verontreinigende activiteiten zullen – middels de toegelaten evenementen - niet plaatsvinden binnen het plangebied. Er vindt geen risico plaats voor de gebruikers (evenementbezoekers) als gevolg van de aanwezige bodemkwaliteit binnen het plangebied. Het aspect bodem is derhalve niet aan de orde. 6.7.3 Conclusie Conclusie is dat de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik (evenementen), net als dat deze deze geschikt is voor het huidige gebruik (als plein) in deze woonomgeving.

6.8

Water

6.8.1 Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder b van het Bro) dient inzicht te worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Dat wordt gedaan middels een watertoets. De resultaten uit de watertoets landen vervolgens in een waterparagraaf. 6.8.2 Onderzoek De waterparagraaf beschrijft op welke wijze in het plangebied met water en watergerelateerde aspecten wordt omgegaan. In een waterparagraaf wordt toegelicht hoe het waterbeleid – van zowel gemeente als waterschap en geldende normen zijn vertaald naar de waterhuishoudkundige inrichting in een bestemmingsplan. Echter, betreft het hier een reeds bestaande fysieke locatie waarbij het voorgenomen bestemmingsplan geen andere bouwwerken of fysieke ingrepen mogelijk maakt dan reeds is bestemd en vergund. Een wateropgave conform de 'Verordening bomen, water en groen 2021', danwel hydrologische neutraal ontwikkelen of waterschapsbelangen zijn met onderhavig plan niet aan de orde. Met de ontwikkeling van het Paleiskwartier in het geheel, het bestemmen van de diverse functies en bouwwerken is reeds rekening gehouden met het aspect water en zijn de nodige klimaatadaptieve maatregelen genomen, danwel gerealiseerd. Daarom is verder onderzoek naar het aspect water niet noodzakelijk.

Bij concrete initiatieven is het mogelijk wel van belang om een watertoets uit te voeren. Verder verdient het opmerking dat het Paleiskwartier, en daarmee ook het plangebied van onderhavig plan, ligt in een attentiegebied zoals vastgelegd in de Keur van het waterschap. Attentiegebieden vormen de buffers tussen de natte natuurparels en hun omgeving. Binnen deze zones dienen hydrologische verschillen tussen natte natuurparels en omgeving opgevangen te worden. Ingrepen met een negatief effect op de (grond) waterhuishouding van het beschermd gebied zijn niet toegestaan. Activiteiten in deze gebieden zijn daarom meestal vergunningplichtig. 6.8.3 Conclusie Het aspect water zorgt niet voor belemmeringen.

6.9

Duurzaamheid

6.9.1 Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder b van het Bro) dient inzicht te worden gegeven in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Dat wordt gedaan middels een watertoets. De resultaten uit de watertoets landen vervolgens in een waterparagraaf. 34

6.9.2 Onderzoek De waterparagraaf beschrijft op welke wijze in het plangebied met water en watergerelateerde aspecten wordt omgegaan. In een waterparagraaf wordt toegelicht hoe het waterbeleid – van zowel gemeente als waterschap en geldende normen zijn vertaald naar de waterhuishoudkundige inrichting in een bestemmingsplan. Echter, betreft het hier een reeds bestaande fysieke locatie waarbij het voorgenomen bestemmingsplan geen andere bouwwerken of fysieke ingrepen mogelijk maakt dan reeds is bestemd en vergund. Een wateropgave conform de 'Verordening bomen, water en groen 2021', danwel hydrologische neutraal ontwikkelen of waterschapsbelangen zijn met onderhavig plan niet aan de orde. Met de ontwikkeling van het Paleiskwartier in het geheel, het bestemmen van de diverse functies en bouwwerken is reeds rekening gehouden met het aspect water en zijn de nodige klimaatadaptieve maatregelen genomen, danwel gerealiseerd. Daarom is verder onderzoek naar het aspect water niet noodzakelijk. Bij concrete initiatieven is het mogelijk wel van belang om een watertoets uit te voeren. Verder verdient het opmerking dat het Paleiskwartier, en daarmee ook het plangebied van onderhavig plan, ligt in een attentiegebied zoals vastgelegd in de Keur van het waterschap. Attentiegebieden vormen de buffers tussen de natte natuurparels en hun omgeving.

Binnen deze zones dienen hydrologische verschillen tussen natte natuurparels en omgeving opgevangen te worden. Ingrepen met een negatief effect op de (grond) waterhuishouding van het beschermd gebied zijn niet toegestaan. Activiteiten in deze gebieden zijn daarom meestal vergunningplichtig. 6.9.3 Conclusie Het aspect water zorgt niet voor belemmeringen.

6.10

Milieueffectrapportage

Nagegaan is of voor dit bestemmingsplan een Milieueffectenrapport of een M.e.r. beoordeling opgesteld moet worden. Voor ruimtelijke plannen dient een m.e.r.(beoordeling) te worden opgesteld indien: a. er sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteit op grond van de bijlagen bij het Besluit m.e.r.; b. voor het plan een passende beoordeling op grond van de Natuurbeschermingswet (Nbw) is vereist. ad a. In de bijlage bij het Besluit mer is opgenomen welke activiteiten mer-plichtig zijn (de C-lijst) en welke activiteiten mer-beoordelingsplichtig zijn (de D-lijst). De activiteiten die dit bestemmingsplan mogelijk maakt zijn op grond van de bijlagen bij het Besluit niet m.e.r. (beoordelings) plichtig. De aanleg van evenemententerrienen (of recreatieve voorzieningen) zijn geen aangewezen activiteiten (meer) in het Besluit mer. In het verleden waren dergelijke activiteiten nog mer-plichting bij meer dan 500.000 bezoekers of bij terreinen groter dan 50 hectare (of 20 hectare bij een gevoelig gebied). Los van het gegeven dan beoogde activiteiten beduidend lager zijn dan genoemde (oude) drempels, zijn ze niet meer opgenomen in het Besluit mer. Op grond hiervan is derhalve geen m.e.r. toets nodig.

Verder blijkt uit de in het vervolg van dit hoofdstuk genoemde onderzoeken dat er geen (mogelijke) belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, eventueel na het treffen van maatregelen, aanwezig zijn. ad b. Het plangebied ligt in stedelijk gebied op circa 0,5 km van Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten &Bossche Broek. Onderzocht is of de beoogde activiteiten (evenementen) in het plangebied een significant negatief effect hebben op het genoemde Natura 2000-gebied (of andere gebieden). Uit het onderzoek (Caubergh-Huygen, Notitie 05110-48262-03v2, onderzoek stikstofdepositie bouw en gebruiksfase, evenementenplein Palazzo, 11 oktober 2023) blijken geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar op gevoelige Natura 2000 gebieden. Een significant negatief effect op Natura 2000 gebieden is er niet vanwege stikstof. Er is dus geen vergunning benodigd ingevolge de Wet natuurbescherming. Een rechtstreekse m.e.r.-(beoordelings-)plicht is derhalve niet aan de orde.

35

6.11

Ecologie

6.11.1 Toetsingskader De bescherming van de natuur is vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming (Wnb) geeft het wettelijke kader voor de bescherming van natuurgebieden en voor soortenbescherming. Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Wnb ten aanzien van de bescherming van dier- en plantensoorten en gebieden de uitvoering van het plan niet in de weg staan. De provincie is bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met mogelijke gevolgen voor beschermde dier- en plantensoorten (de soortenbeschermingsbepalingen) én voor Natura 2000-gebieden (de gebiedenbeschermingsbepalingen). Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Ook in dit kader zijn de provincies het bevoegd gezag. Gebiedsbescherming vanuit de Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming, betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden.

Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze bij de voorbereiding van een bestemmingsplan in kaart te worden gebracht en beoordeeld. Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Een ruimtelijk plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied kan alleen worden vastgesteld indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: c. alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden; d. het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en e. de noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig.

Een belangrijke toets in dat kader is die ten aanzien van stikstofbelasting op N2000 gebieden door deze ontwikkeling, hetgeen verder is uitgewerkt in paragraaf 5.13. Conclusie is dat er geen significant negatief effect is vanwege stikstof, en stikstof dan ook geen belemmering vormt voor onderhavig . Voor de toetsing van andere factoren zie bijlage 5. Door de locatie en de aard van de ingreep zijn er geen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van het Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek en verderop gelegen Natura 2000-gebieden te verwachten. Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Het Natuurnetwerk Nederland (voorheen: Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen gedeputeerde staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd 'Natuurnetwerk Nederland'. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren.

De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk Nederland loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Voor deze gebieden geldt een planologisch beschermingsregime. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. Het plangebied is niet gelegen in of grenzend aan het 36

Natuurnetwerk. Hierdoor is het afwegingskader voor de provinciale gebiedsbescherming niet van toepassing. Soortenbescherming De Wet natuurbescherming onderscheidt beschermingsregimes voor soorten op grond van internationale verdragen, aangevuld met soorten die vanuit een nationaal oogpunt beschermd worden. Hierdoor zijn er in de Wet natuurbescherming drie verschillende verbodsartikelen per categorie soorten; soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1); soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5); andere soorten (artikel 3.10). Per beschermingsregime is aangegeven welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Volgens artikel 3.31 zijn de verboden, bedoeld in de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 niet van toepassing op handelingen die zijn beschreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd overeenkomstig een door het Ministerie van Economische Zaken goedgekeurde gedragscode en die plaatsvinden in het kader van bestendig beheer, bestendig gebruik, of ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. 6.11.2 Onderzoek Voor het plangebied is een quickscan flora en fauna uitgevoerd, wat heeft geresulteerd in het rapport “Quickscan evenementenplein Paleiskwartier, 's-Hertogenbosch” d.d. 17 oktober 2023 en is bijgevoegd.

Daaruit is gebleken dat met onderhavig plan, dat onder voorwaarden evenementen mogelijk maakt, geen negatieve effecten zijn te verwachten op Natura 2000 gebieden en het Natuurnetwerk Brabant. Wel is gebleken dat de uitvoering van evenementen (eventueel) kan leiden tot verstoring van broedende volgens en vleermuizen. Om dit te voorkomen is het nodig om voor evenementen die een verstoring van vleermuizen en vogels kunnen veroorzaken, voorafgaand aan het evenement een aantal algemene en soortgerichte maatregelen, zoals omschreven in de eindconclusie van de quickscan, te nemen. Dit wordt geborgd door in de planregels van onderhavig plan te verplichten dat een ecologisch werkprotocol (wat als bijlage bij de planregels wordt gevoegd) nageleefd moet worden. In het ecologisch werkprotocol komt onder meer terug dat uiterlijk drie dagen voorafgaand aan de start van de opbouwwerkzaamheden van een evenement een schouw dient plaats te vinden door een ecologisch deskundige op het vóórkomen van broedende vogels, vleermuizen en mogelijk andere beschermde soorten. Eventuele aanvullende maatregelen ter voorkoming van verstoring dienen opgevolgd te worden. Een notitie met bevindingen dient uiterlijk 2 dagen voorafgaand aan de start van de opbouwwerkzaamheden aan de gemeentelijke ecoloog te worden gemaild (ecologie@s-hertogenbosch.nl o.v.m. de naam van het evenement).

Eventuele maatregelen die genomen moeten worden zijn afhankelijk van de eventueel aanwezige soort(en), maar in hoofdzaak zal het gaan om de volgende maatregelen: f. Afscherming van een locatie met behulp van bijvoorbeeld dichte schermen; g. maatregelen ten aanzien van verlichting; h. op details aanpassen van de inrichting van het evenementenplein. Deze maatregelen moeten in nauw overleg tussen de begeleidend ecoloog en de organisator van het evenement worden uitgevoerd. Het doel van de voorschouw en de maatregelen is het voorkómen van aantasting of verstoring van (leefgebied en nest- en verblijfplaatsen) van broedende vogels, vleermuizen en andere aanwezige mogelijk beschermde soorten. 6.11.3 Conclusie Het aspect ecologie zorgt niet voor belemmeringen.

37

38

Hoofdstuk 7 Juridisch-bestuurlijke aspecten 7.1

Algemeen

Dit bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en de verbeelding tezamen bieden het juridische (bindende) kader. Voor de regels en de verbeelding is aansluiting bij de SVBP2012 gezocht. Dit betekent onder meer dat de opbouw van de regels (zoveel mogelijk) standaard is.

7.2

Plansystematiek

Het voorliggende 'paraplubestemmingsplan' is een overkoepelend bestemmingsplan, dat dient als aanvulling op de twee geldendegeldend ruimtelijke plannen. Het plangebied van dit bestemmingsplan, en daarmee de grenzen van het evenementenplein, is deels gelegen binnen de volgende geldende ruimtelijke plannen:

a. het bestemmingsplan 'Paleiskwartier-Willemspoort-Station' (NL.IMRO.0796.0002506-1402), dat op 16 mei 2017 is vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente 's-Hertogenbosch en b. het uitwerkingsplan 'Palazzo, deelplan F Paleiskwartier' (NL.IMRO.0796.0002506-1401), dat op 13 september 2022 is vastgesteld door het college van Burgemeester en Wethouders van gemeente 's-Hertogenbosch. Onderhavig paraplubestemmingsplan geldt in aanvulling op de twee bovengenoemde geldende ruimtelijke plannen. Deze plannen met de bijbehorende bestemmingen, aanduidingen, bouw- en gebruiksregels, bouwvlakken etc. blijven onverkort van toepassing. Op één onderdeel worden de planregels echter aangevuld, zoals hierna in paragraaf 6.3 wordt toegelicht.

7.3

Toelichting op de planregels

De regels in het paraplubestemmingsplan zijn conform de SVBP2012 als volgt opgebouwd:

Hoofdstuk 1: inleidende regels Dit hoofdstuk omvat een aantal voor het plan van belang zijnde begripsbepalingen (zie artikel 1). Deze worden, conform de schakelbepaling in artikel 2.2 van toepassing verklaard op het onderliggende bestemmingsplan en uitwerkingsplan. Voor zover een bepaald begrip in een bestaand plan reeds voorkomt, wordt dit vervangen door de begripsbepaling in het paraplubestemmingsplan. 39

Daarnaast bevat dit hoofdstuk een algemene van toepassing verklaring (artikel 2.1). Deze bepaalt dat het paraplubestemmingsplan dient als aanvulling op de regels van de voor het plangebied geldende bestemmingsplan en uitwerkingsplan. Alle regels uit deze onderliggende plannen blijven dus voor het overige van kracht. Dit is in artikel 2.1 expliciet aangegeven. Hoofdstuk 2: bestemmingsregels In dit artikel is aangegeven welke bepalingen aan de onderliggende ruimtelijke plannen worden toegevoegd. In artikel 3 is een regeling over evenementen opgenomen. In de regeling is opgenomen onder welke voorwaarden evenementen in het plangebied rechtstreeks zijn toegestaan. Voor de inhoudelijke toelichting op deze regels wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en 4 van deze toelichting. Hoofdstuk 3: algemene regels In dit hoofdstuk is de voor ieder plan verplichte anti-dubbeltelregel opgenomen. Deze is voor alle ruimtelijke plannen verplicht. Hoofdstuk 4: overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat het voor alle bestemmingsplannen verplicht op te nemen overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik, alsmede de citeertitel van het plan.

40

Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, lid 1 sub f van het Besluit ruimtelijke ordening onderzoek plaats te vinden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. Onderhavig paraplubestemmingsplan voorziet niet in een nieuw bouwplan, zoals bedoeld in artikel 6.2.1 van het Bro. Daarom is de gemeenteraad niet verplicht om voor het wettelijk kostenverhaal een exploitatieplan vast te stellen in de zin van artikel 6.12Wro. Kostenverhaal is daarmee niet aan de orde. Het bestemmingsplan is economisch uitvoerbaar.

41

42

Hoofdstuk 9 Inspraak en vooroverleg 9.1

Omgevingsdialoog

De gemeente vraagt initiatiefnemers om voorafgaand aan de juridisch-planologische procedure van het plan een omgevingsdialoog te voeren. Ze heeft daartoe een handreiking opgesteld aan de hand waarvan initiatiefnemers deze dialoog kunnen voeren. In het voorliggende geval heeft de gemeente een uitgebreid omgevingsdialoog gevoerd met de omgeving. Vanuit privacyoverwegingen (Algemene verordening gegevensbescherming) is een geanonimiseerde versie hiervan als bijlage bij deze toelichting opgenomen. Gelet op de gevoerde omgevingsdialoog is besloten geen inspraak op basis van de gemeentelijke inspraakverordening te voeren en is het paraplubestemmingsplan direct als ontwerp ter inzage gelegd. Samenvatting omgevingsdialoog We hebben omwonenden, onderwijsinstellingen, (horeca)ondernemers, evenementenorganisatoren en andere belanghebbenden al in een vroeg stadium opgeroepen om actief mee te denken over het gebruik van het toekomstige plein. Hiervoor hebben we ene zorgvuldig en uitgebreid proces gelopen om zoveel mogelijk inzichten, wensen en behoeften op te halen. En daarnaast ook stil te staan bij de zorgen die er ook zijn. Het participatieproces heeft een aantal fasen doorlopen.

In deze fasen zijn verschillende contactmomenten geweest met diverse belanghebbenden door middel van verschillende vormen van communicatie, zoals klankbordgroepen, bijeenkomsten en een website gevuld met informatie. Klankbordgroep Allereerst is gedurende het proces veelvuldig contact geweest met een klankbordgroep die bestaat uit vertegenwoordigers van bewoners, scholen, studenten, ondernemers en andere relevante betrokkenen. Aanvankelijk was het idee dat deze klankbordgroep het initiatief zou nemen voor de invulling van het evenementenplein, echter dit bleek toch te lastig om dit als klankbordgroep te formuleren. In overleg met hen is daarom door ons als gemeente een eerste voorstel gedaan voor de invulling van het plein zodat zij hierover in gesprek konden gaan. De klankbordgroep is in deze eerste fase nog twee keer in een kleiner comité samengekomen met de gemeente om dieper in te gaan op enkele aspecten van het voorstel van de gemeente. Ontwikkelaar in het gebied Daarnaast zijn gesprekken gevoerd met de ontwikkelaar in het gebied die een appartementencomplex bouwt direct aan het plein. Belanghebbenden benaderd via digitale weg én fysieke bijeenkomst Vervolgens is een definitief conceptvoorstel voorgelegd aan een breder publiek. Hiervoor is een speciale projectpagina online gezet met daarop alle benodigde informatie. Tevens bood deze website de mogelijkheid te 43

reageren op het voorstel. Via een huis-aan-huis brief zijn belanghebbenden in de gelegenheid gesteld om hier kennis van te nemen en op te reageren. Ook is een inloopbijeenkomst georganiseerd waar belanghebbenden vragen konden stellen en hun eventuele wensen of zorgen konden delen. Alle reacties, zowel online als tijdens de bijeenkomst, bleken goed voor een respons van circa 5%. Er bleek verdeeldheid over de uitgangspunten voor de invullingen van het evenementenplein. Er waren positieve en negatieve geluiden. De geuite zorgen gingen met name over geluidsoverlast en een goed woon- en leefklimaat voor omwonenden. De reacties hebben we geïnventariseerd en o.a. een geluidsonderzoek laten uitvoeren. Aanpassing voorstel n.a.v. reacties omgevingsdialoog De reacties van de omgevingsdialoog en de uitkomst van het geluidsonderzoek hebben geleid tot aanpassing van het eerste voorstel voor de invulling van het plein. Het voorstel voor de invulling is met name aangepast t.a.v. het maximaal aantal evenementen én er zijn evenementencategorieën toegevoegd die gerelateerd zij aan een bepaald geluidsniveau. Over dit aangepaste voorstel hebben we allereerst de klankbordgroep en ontwikkelaar geïnformeerd. Daarna hebben we, vergelijkbaar als in fase 2, alle belanghebbenden geïnformeerd door middel van een huis-aan-huisbrief.

Ook deze keer hebben we een onlineprojectpagina ingericht met daarop alle relevante informatie. Online reageren was deze keer niet mogelijk. Wel hebben we op 5 juli 2023 nog een informatiebijeenkomst georganiseerd in de wijk waar we het aangepaste voorstel hebben gepresenteerd. Hier waren ruim 100 belanghebbenden aanwezig die reactie hebben gegeven en vragen konden stellen. Ook nu bleek een verdeeldheid te zijn ten aanzien van de invulling en waren er voor- en tegenstanders in de zaal. Hierna is door drie belanghebbenden partijen in het gebied nog een aanvullende reactie per brief gegeven, waarna nog een gesprek heeft plaatsgevonden. Gekaderde reuring is welkom! Rode draad uit alle reacties was dat men enerzijds het heel leuk vindt dat er reuring komt in het gebied en worden evenementen aangemoedigd. Anderzijds maakt men zich nog altijd zorgen over overlast, door bijvoorbeeld geluid, hekwerken, aantal bezoekers en aantal (evenementen)dagen. Op basis hiervan is besloten nog een keer het voorstel bij te stellen en 20% minder evenementen in de hoogste categorie te laten plaatsvinden en evenementen maximaal 1 weekend te laten duren in plaats van twee weekenden. Voor de overige voorwaarden is de voorgestelde invulling hetzelfde gebleven. Een afweging naar aanleiding van de omgevingsdialoog is in iedere fase zorgvuldig doorlopen.

Belanghebbenden verschillen qua inzicht, wensen en behoeften. Het gevoel van overlast kan voor iedereen anders worden ervaren. Desalniettemin zijn wij van mening dat met dit voorstel tegemoet wordt gekomen aan het verzoek van de raad en wordt een evenementenplein gerealiseerd waarbij nog altijd sprake is van een goed woon- en leefklimaat. In de bijlage

9.2

Vooroverleg

Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een (ontwerp)bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De instanties zijn in kennis gesteld van dit bestemmingsplan. De provincie heeft geen opmerkingen op het plan. Het waterschap heeft gevraagd in de waterparagraaf aan te geven dat het plangebied is gelegen in een attentiegebied, zoals vastgelegd in de Keur van het waterschap, en dat activiteiten in deze gebieden daarom meestal vergunningplichtig zijn. Dit is in het ontwerp parpalubestemmingsplan verwerkt.

44

9.3

Ontwerpfase

De wettelijke procedure van het paraplubestemmingsplan start met de ter inzagelegging van het ontwerp paraplubestemmingsplan. Het ontwerp paraplubestemmingsplan heeft met ingang van 28 maart 2022 gedurende zes weken analoog ter inzage gelegen in het informatiecentrum van de gemeente 's-Hertogenbosch. De stukken waren ook digitaal te raadplegen. Vanaf 11 december 2023 tot en met 22 januari 2024 (zes weken) heeft ingevolge artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening eenieder schriftelijk of mondeling een zienswijze omtrent het ontwerp kenbaar kunnen maken bij de gemeenteraad respectievelijk het college van burgemeester en wethouders van de gemeente 's-Hertogenbosch. De terinzagelegging is bekendgemaakt in het Gemeenteblad van 's-Hertogenbosch d.d. 8 december 2023 en via de gemeentelijke website vanaf 8 december 2023. Er zijn in totaal 17 zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn (geanonimiseerd) samengevat en van een reactie voorzien in de 'Nota zienswijzen paraplubestemmingsplan Evenementenplein Paleiskwartier'. De zienswijzen hebben aanleiding gegeven tot enkele aanpassingen in het paraplubestemmingsplan. Dit betreft het uitsluiten van een vechtsportevenement en het toevoegen van het voorschrift dat 'indien een evenement heeft plaatsgevonden, de eerstvolgende 8 dagen geen evenement mag plaatsvinden en ook geen op- en afbouwwerkzaamheden mogen plaatsvinden.'

9.4

Vastgesteld paraplubestemmingsplan

Het paraplubestemmingsplan is vervolgens met inachtneming van de genoemde wijziging op 14 mei 2024 vastgesteld door de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch. Na vaststelling wordt het paraplubestemmingsplan wederom gedurende zes weken ter inzage gelegd. In deze periode kan beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State worden ingediend.

45

46

Regels

47

48

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1

Begrippen

1.1 plan het bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Evenementenplein Paleiskwartier met identificatienummer NL.IMRO.0796.0002526-1401 van de gemeente 's Hertogenbosch; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 evenement Een evenement is gedefinieerd als elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. b. c. d.

betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; bioscoopvoorstellingen; algemene kermissen als bedoeld in de Kermisverordening 's-Hertogenbosch 2018; schouwburg- en/of theatervoorstellingen die plaatsvinden in een inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer; e. voetbalwedstrijden, als bedoeld in artikel 2:31, tweede lid; f. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet; g. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; h. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen. Onder evenement wordt mede verstaan: a. b. c. d.

een herdenkingsplechtigheid; een braderie; een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:2 van deze verordening, op de weg; een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan een openbare plaats.

1.4

evenementencategorieën categorie 1: evenementen zonder versterkt geluid en/of omroepinstallaties; categorie 2: evenementen met versterkt geluid waarbij het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr, LT) vanwege het evenement gemeten op de gevel van een geluidgevoelig object niet meer bedraagt dan maximaal 60 dB(A) en 75 dB(C) (etmaalwaarde); 49

categorie 3: evenementen met versterkt geluid waarbij het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr, LT) vanwege het evenement gemeten op de gevel van een geluidgevoelig object niet meer bedraagt dan maximaal 70 dB(A) en 85 dB(C) (etmaalwaarde). 1.5 geluidgevoelig object geluidsgevoelig gebouw, geluidsgevoelige ruimte en/of geluidsgevoelig terrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder. 1.6 versterkte muziek muziek ten gehore gebracht, hetzij live-geproduceerd, hetzij afgespeeld van een geluidsdrager, waarvan de geluidssterkte kan worden gevarieerd langs mechanische of elektronische weg;

50

Artikel 2

Van toepassing verklaring

2.1 Toepassingsbereik Met dit plan worden het bestemmingsplan 'Paleiskwartier-Willemspoort-Station' (NL.IMRO.0796.0002185-1402), zoals vastgesteld door de raad van de gemeente 's-Hertogenbosch op 16 mei 2017 en het uitwerkingsplan 'Palazzo, deelplan F Paleiskwartier' (NL.IMRO.0796.0002506-1401), zoals vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van gemeente 's-Hertogenbosch op 13 september 2022, voor zover gelegen binnen het plangebied van dit plan, herzien op de wijze zoals beschreven in artikel 2.2 en in Hoofdstuk 2. Voor het overige blijven de geldende plannen onverminderd en ongewijzigd van toepassing. 2.2 Van toepassing verklaring begrippen De in artikel 1.3 tot en met 1.5 opgenomen begrippen worden in de twee onderliggende plannen als bedoeld in artikel 2.1 van toepassing verklaard. Voor zover een begrip reeds in een van de twee onderliggende plannen voorkomt, wordt dit vervangen door het begrip in dit plan.

51

52

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3

Evenementen

3.1 Toepassingsbereik Onverminderd het bepaalde in artikel 2.1, gelden de navolgende opgenomen regels in aanvulling op de regels van de in artikel 2.1 bedoelde plannen en blijven de overige regels uit de onderliggende plannen onverminderd en ongewijzigd van toepassing. 3.2

Gebruiksregels

3.2.1 Evenementenplein Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - evenementenplein' zijn, naast hetgeen in de overige regels is bepaald, evenementen toegestaan, waarbij voldaan dient te worden aan de volgende voorwaarden: a. het totaal aantal evenementendagen mag niet meer bedragen dan 65 evenementendagen per kalenderjaar, inclusief op- en afbouwdagen; b. het totaal aantal evenementen mag niet meer bedragen dan 18 evenementen per kalenderjaar en 2 per maand; c. indien een evenement in categorie 1 of 2 heeft plaatsgevonden, mag de eerstvolgende 11 dagen geen evenement plaatsvinden. De op- en afbouwdagen worden bij het bepalen van dit aantal dagen niet meegeteld; d. indien een evenement in categorie 3 heeft plaatsgevonden, mag de eerstvolgende 11 dagen geen evenement in categorie 1 plaatsvinden en de eerstvolgende 26 dagen geen evenement in categorie 2 en 3 plaatsvinden. De op- en afbouwdagen worden bij het bepalen van dit aantal dagen niet meegeteld; e. indien een evenement heeft plaatsgevonden, mag de eerstvolgende 8 dagen geen evenement plaatsvinden en mogen geen op- en afbouwwerkzaamheden plaatsvinden. Deze termijn van 8 dagen wordt gerekend vanaf de eerstvolgende dag dat de afbouwwerkzaamheden van het evenement zijn afgelopen. f. per evenement mag het totaal aantal op- en afbouwdagen niet meer bedragen dan 7; g.

de op- en afbouw van een evenement vindt plaats tussen 08:00 en 22:00 uur; h. in afwijking van hetgeen onder f is bepaald, is afbouw van elektronische apparatuur toegestaan tot maximaal één uur na afloop van de eindtijd van het evenement; i. tijdens de op- en afbouwwerkzaamheden mag geen sprake zijn van onversterkte en/of versterkte muziek, met uitzondering van een soundcheck, mits deze soundcheck niet eerder plaatsvindt dan de dag voor de start van het evenement tussen 09:00 en 19:00 uur, niet langer duurt dan 1 uur en de maximale geluidsbelasting, die is toegestaan voor het betreffende evenement zoals vastgelegd in artikel 1.3, niet structureel wordt overschreden; j. de maximale eindtijd van evenementen is op vrijdag, zaterdag en een weekdag waarop een nationale 53

k. l.

feestdag volgt uiterlijk 24:00 uur. Voor alle overige dagen is de maximale eindtijd van evenementen 23:00 uur; het aantal op het evenement gelijktijdig aanwezige bezoekers mag niet meer dan 2.250 bedragen; de gronden dienen te worden gebruikt conform het Ecologisch werkprotocol, zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regels;

Per evenementencategorie gelden daarnaast de volgende voorwaarden: Voor evenementen in categorie 1: a. de duur per evenement mag niet meer bedragen dan 4 achtereenvolgende dagen, exclusief op- en afbouwdagen; Voor evenementen in categorie 2: a. het aantal evenementen mag niet meer bedragen dan 12 per kalenderjaar; b. de duur per evenement mag niet meer bedragen dan 4 achtereenvolgende dagen, exclusief op- en afbouwdagen. Voor evenementen in categorie 3: c. het aantal evenementen mag niet meer bedragen dan 4 per kalenderjaar en 1 per maand; d. de duur per evenement mag niet meer bedragen dan 3 achtereenvolgende dagen, exclusief op- en afbouwdagen.

54

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 4

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

55

56

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 5

Overgangsrecht

5.1 Overgangsrecht bouwwerken 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 5.2 Overgangsrecht gebruik 1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

57

Artikel 6

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Paraplubestemmingsplan Evenementenplein Paleiskwartier.

58

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13955970/2