CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Paraplubestemmingsplan Evenementenplein Paleiskwartier (toelichting en regels) (2)

Gemeenteraad 14 mei 2024, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Paraplubestemmingsplan Evenementenplein Paleiskwartier16.552 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Paraplubestemmingsplan Evenementenplein Paleiskwartier

2

Toelichting

3

4

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1

Aanleiding

De gebiedsontwikkeling van Paleiskwartier nadert zijn afronding. De afgelopen jaren is volop gebouwd in de omgeving van de Vijverlaan. Appartementengebouwen Upstairs en Belvédère zijn inmiddels opgeleverd, eind 2021 gevolgd door het Tribute hotel en de tweede kantoortoren naast het Ricoh-kantoor. Ook is gestart met de bouw van appartementengebouw Terrazzo even verderop aan de Hoflaan. Thans worden nog twee locaties ontwikkeld. De voormalige kunstacademie-locatie aan de Onderwijsboulevard 256 die door de grondeigenaar Avans Hogeschool en door BrabantWonen wordt ontwikkeld voor onderwijs, woningbouw en centrumfuncties. En Palazzo, gesitueerd tussen de Onderwijswijsboulevard, Jonkerstraat, Statenlaan en Residentieplein, die door BV Ontwikkelingsmaatschappij Paleiskwartier wordt ontwikkeld voor woningbouw en centrumfuncties. Zoals aangegeven zijn naast woningbouw ook tal van centrumfuncties gerealiseerd en reeds aanwezig in Paleiskwartier. Verscheidene (afhaal)restaurants, cafés (waaronder een stadsbrouwerij) en overige eet- en drinkgelegenheden zijn in het Paleiskwartier gevestigd, maar ook een bioscoop en verschillende vormen van dienstverlening. Dit heeft bijgedragen tot de gewenste levendigheid en reuring in het Paleiskwartier.

Evenementenplein In het plan Palazzo is rekening gehouden met de inpassing van een evenementenplein dat ook een functie krijgt als verblijfs- en ontmoetingsplek voor de buurt. De aanleg van het evenementenplein is onderdeel van het woonrijp maken van Palazzo. Het plan Palazzo maakt het 'gebruik als evenementenplein' echter niet mogelijk. Op grond van het geldend bestemmingsplan 'Paleiskwartier-Willemspoort-Station' is het houden van evenementen evenmin toegestaan. Om het houden van evenementen juridisch-planologisch mogelijk te maken moet het geldend uitwerkingsplan Palazzo en geldend bestemmingsplan Paleiskwartier-Willemspoort-Station gedeeltelijk worden herzien. Onderhavig paraplubestemmingsplan voorziet in deze herziening.

5

1.2

Plangebied

In het plan Palazzo is rekening gehouden met de inpassing van het beoogde evenementenplein door het verkleinen van het bouwvlak en het opschuiven van de zuidelijke bouwgrens. Hierdoor wordt het Residentieplein vergroot waardoor er voldoende ruimte is voor de inpassing van het evenementenplein Paleiskwartier. Het evenementenplein bestaat uit een verhoogd deel nabij de nieuwbouw van Palazzo en een wat lager gelegen deel dat zich uitstrekt tot aan de Hofvijver. Gekozen is om het evenementenplein te laten grenzen aan de rand van het bouwblok Palazzo. Daardoor maken we het ook mogelijk voor de beoogde horeca in de plinten van het bouwblok om zelf evenementen te organiseren of daarin te participeren. Wel blijft het uitgangspunt dat het bebouwde deel (binnen) van de horeca altijd – dus ook als de horeca niet zelf organiseert of participeert – vrij toegankelijk is voor burgers en hulpdiensten. Dit wordt geborgd via de evenementenvergunning op grond van de 'Algemene Plaatselijke Verordening 's-Hertogenbosch 2016'. Zo kan in het kader van een aanvraag voor een evenementenvergunning onder meer overleg worden gepleegd met de brandweer en worden voorwaarden aan de vergunning verbonden indien dit met het oog op de veiligheid nodig is.

Afbeelding 1.1: locatie evenementenplein Paleiskwartier

6

Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1

Beschrijving locatie en ligging in de stad

2.1.1 Ruimtelijke structuur Het plangebied ligt binnen het Paleiskwartier, wat aan de westkant van het spoor ligt. Na sloop van de vroegere bedrijfsgebouwen van Wolfsdonken is vanaf 1998 ruimte gemaakt voor ontwikkeling van het Paleiskwartier; een levendig en stedelijk woon-werkgebied met stedelijke bebouwing en aanhaking op het centrumgebied en de historische binnenstad. Ten zuiden van het Paleiskwartier is het stedelijke knooppunt Willemspoort midden in ontwikkeling. Het noordelijke deel van het gebied is inmiddels gerealiseerd. Aan de westzijde van het Paleiskwartier ligt de Onderwijsboulevard met diverse onderwijsinstellingen en het Westerpark met een stedelijke uitstraling. Het Paleiskwartier vormt een belangrijke verbinding tussen de historische binnenstad en het stedelijke knooppunt Willemspoort enerzijds. Anderzijds vormt het mede een verbinding tussen de historische binnenstad en het Westerpark. 2.1.2 Functionele structuur Het Paleiskwartier is (net als de rest van de Spoorzone) onderdeel van de Brede Binnenstad waar verdichting, levendigheid, reuring, menging van stedelijke functies en duurzame mobiliteit wordt nagestreefd. Als het Paleiskwartier klaar is, zijn in totaal circa 2.200 woningen gerealiseerd. Verder zijn in het Paleiskwartier tal van (centrum)voorzieningen aanwezig.

Zo zijn er verscheidene (afhaal)restaurants, cafés (waaronder een stadsbrouwerij) en overige eet- en drinkgelegenheden, maar ook een bioscoop en verscheidene vormen van dienstverlening gevestigd. Aan de westzijde van de Onderwijsboulevard zijn (grootschalige) onderwijsvoorzieningen gesitueerd, maar ook studentenhuisvesting en appartementen. Levendigheid en reuring horen dan ook bij dit gebied, waar het evenementenplein dat ook een functie krijgt als ontmoetings- en verblijfsruimte, goed in past.

7

Afbeelding 2.1: Aanvliegfoto Paleiskwartier en omgeving, met zicht op het bouwterrein van Onderwijsboulevard 256 (links), bouwterrein van Palazzo (rechts) en het evenementenplein (rechts, gelegen aan het bouwterrein van Palazzo)

2.2

Geldende plannen

De planlocatie van het evenementenplein is deels gelegen binnen de plangrenzen van het geldende bestemmingsplan 'Paleiskwartier-Willemspoort-Station' (met imro code NL.IMRO.0796.0002185-1402) en deels binnen de plangrenzen van het geldende uitwerkingsplan 'Palazzo, deelplan F Paleiskwartier' (met imro code NL.IMRO.0796.0002506-1). In het bestemmingsplan geldt voor de planlocatie de bestemming 'Verkeer' en in het uitwerkingsplan geldt voor de planlocatie de bestemming 'Gemengd', zoals hieronder afgebeeld. Deze plannen zijn onderliggend aan onderhavig paraplubestemmingsplan en blijven in beginsel onverkort van toepassing. Onderhavig paraplubestemmingsplan betreft een partiele herziening van deze plannen op één onderdeel. Hierbij worden de plannen aangevuld met een eenduidige specifieke regeling over evenementen. Alleen het onderdeel van deze plannen waarover expliciet iets wordt gezegd in de planregels van onderhavig paraplubestemmingsplan worden hierbij dus aangevuld.

8

Afbeelding 2.2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Paleiskwartier-Willemspoort-Station'

9

Afbeelding 2.2: Uitsnede verbeelding uitwerkingsplan 'Palazzo, deelplan F Paleiskwartier'

10

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving In het Ruimtelijk Plan 'Paleiskwartier-Zuid' is ingezet op de ontwikkeling van een levendig gemengd stedelijk gebied. De komst van de bioscoop, het hotel, de invulling van het sheddakengebouw en de plinten van de woongebouwen hebben bijgedragen tot de gewenste reuring in het gebied. Vanaf 2015 tot 2019 heeft de BV Ontwikkelingsmaatschappij Paleiskwartier het toekomstige bouwterrein van Palazzo beschikbaar gesteld als tijdelijk evenementenplein. Daarna is het in gebruik genomen als tijdelijke opslag voor de bouw van het nabijgelegen kantoor Belvédère en appartementengebouw Terrazzo.

Afbeelding 3.1 : Food Truck festival TREK

11

3.1

Besluitvorming

Het evenementenplein in Paleiskwartier is een gewenste toevoeging in de Bossche Spoorzone. Op 12 juni 2017 heeft de gemeenteraad de motie 'Evenementenplein Paleiskwartier' aangenomen. In de motie is gevraagd om 'De mogelijkheid van een permanent evenementenplein op - een deel van - de huidige (tijdelijke) evenementenlocatie Paleiskwartier te ondezoeken'. Uitgangspunt is het faciliteren van een mix van kleine en middelgrote binnenstedelijke evenementen in de omgeving van het Residentieplein die de dynamiek, reuring en aantrekkelijkheid van het Paleiskwartier en de Spoorzone versterken. In navolging op de motie heeft het college van Burgemeester en Wethouders op 7 juli 2020 besloten om op de planlocatie in het Paleiskwartier een langwerpig evenementenplein in te passen.

3.2

Gebruik

Met onderhavig paraplubestemmingsplan wordt het gebruik als evenementenplein dat ook dient als verblijfs- en ontmoetingsplek, mogelijk gemaakt. Het gaat om kleine- en middelgrote binnenstedelijke evenementen, zoals rommelmarkten, platenbeurzen, klein theater, buurt- en wijkfeesten en muziekevenementen. Dance evenementen en evenementen met harde bastonen zijn uitgesloten.

3.3

Inrichting evenementenplein

Zoals eerder aangegeven wordt met het plan Palazzo rekening gehouden met de inpassing van een evenementenplein dat ook een functie krijgt als verblijfs- en ontmoetingsplek voor de buurt. De aanleg en inrichting van het evenementenplein is onderdeel van het woonrijp maken van het plan Palazzo. Onderhavig paraplubestemmingsplan regelt niet de (reeds toegestane) aanleg en inrichting van het evenementenplein, maar gaat slechts over het (nog) planologisch toestaan van het 'gebruik als evenementenplein'. Volledigheidshalve wordt hieronder wel stilgestaan bij de inrichting van het evenementenplein. Evenementenplein en ontmoetings- en verblijfsruimte Ten noorden van de Hofvijver is het laatste bouwblok van Paleiskwartier-Zuid in ontwikkeling: Palazzo. Op de locatie van dit terrein, aan de voorzijde, zijn de afgelopen jaren evenementen georganiseerd. De nieuwbouw van Palazzo laat voldoende ruimte over voor evenementen tussen de bebouwing en de Hofvijver. Het evenementenplein is zo ontworpen dat het ook een aangename openbare ruimte (ontmoetings- en verblijfsruimte) is voor het Paleiskwartier buiten evenementendagen. In de plint van het gebouw Palazzo, aan de noordzijde van het terrein zijn horecaruimtes opgenomen. Op het plein is ruimte voor terrassen. Een deel van het evenementenplein ligt op het dak van de ondergrondse parkeergarage van Palazzo.

Dit deel van het plein ligt 25 cm hoger dan de aangrenzende openbare ruimte langs de Hofvijver. De twee treden die hiervoor nodig zijn sluiten aan bij de bestaande trappen langs de Hofvijver. Met een hellingbaan is het hogergelegen deel van het plein toegankelijk voor mindervaliden en lichte voertuigen. Evenementen kunnen georganiseerd worden op het hoger gelegen deel van het plein, maar ook de trappartij kan bij het evenement worden betrokken. In de bestaande trappartij worden twee rijen bomen geplant als afronding van het bomencarré rond de Hofvijver. Ook worden hier vaste planten aan toegevoegd. Rond het plein worden ruim 300 m² nieuw groen aangelegd en 23 nieuwe bomen geplant. De huidige speeltuin wordt gehandhaafd. Op het plein wordt een rij lichtzuilen geplaatst. Deze lichtzuilen zorgen voor voldoende openbare verlichting op het plein, kunnen ook gekleurd licht uitstralen en ingezet worden tijdens evenementen. Tussen de lichtzuilen staan banken.

12

13

14

Hoofdstuk 4 Vertaling in plan 4.1

Apv en evenementenbeleid

De 'Algemene Plaatselijke Verordening gemeente 's-Hertogenbosch 2016' (hierna: APV) kent een vergunningplicht voor evenementen. Alleen kleinschalige evenementen met zeer weinig impact op de omgeving en verkeer (zogenaamde 0-evenementen) zijn niet vergunningplichtig. Deze APV-regeling over evenementen heeft als doel het voorkomen van overlast in de openbare ruimte, voorkomen van verstoring van de openbare orde, voorkomen van (verkeers-)onveiligheid en het voorkomen van zaken die een gevaar zijn voor de zedelijkheid of de gezondheid. Maar ook de bescherming van het stedelijk milieu is een doel van deze APV-regeling. Het stedelijk milieu wordt beschermd doordat de regeling als doel heeft dat er een gevarieerde mix van evenementen in de stad wordt toegestaan, waardoor de aantrekkelijkheid van de stad gewaarborgd is. De APV-regeling is echter geen toetsingskader voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid van evenementen. Derhalve bestaat geen zekerheid dat evenementen die worden vergund op basis van de APV vanuit ruimtelijk oogpunt aanvaardbaar zijn. Ook aan de 'Uitvoeringsregels Evenementenbeleid 2020' van de gemeente 's-Hertogenbosch kan die zekerheid niet worden ontleend, aangezien de uitgangspunten van het evenementenbeleid niet in rechte afdwingbaar zijn.

Het gaat immers om een beleidsnota, die weliswaar het uitgangspunt vormt voor het gemeentelijk handelen, maar die (bijvoorbeeld bij aanpassing ervan) geen mogelijkheden biedt voor bezwaar en beroep.

4.2

Planologische aanvaardbaarheid

Alleen een evenementenvergunning is – met uitzondering van kortdurende en incidentele evenementen – onvoldoende. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat evenementen – met uitzondering van kortdurende en incidentele evenementen – ook planologisch toegestaan moeten zijn. Daaruit volgt dat het gebruik als evenementenplein moet worden getoetst aan het geldende bestemmingsplan. Uit deze toetsing moet volgen dat ofwel het geldende bestemmingsplan evenementen (rechtstreeks) toestaan, ofwel dat een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan dient te worden verleend. Met die omgevingsvergunning kan dan in afwijking van het bestemmingsplan alsnog worden afgewogen dat het houden van een evenement planologisch gezien toelaatbaar is en alsdan worden verleend.

15

4.3

Planologische regeling evenementen

Het voornemen is dat op de planlocatie (het evenementenplein) binnen het Paleiskwartier op regelmatige basis kleinschalige- en middelgrote binnenstedelijke evenementen worden gehouden. Daarom is gekozen om het toestaan van evenementen rechtstreeks te regelen in het bestemmingsplan. In dat geval hoeft immers, naast de evenementenvergunning op grond van de APV, niet voor ieder los evenement een omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingsplan te worden aangevraagd. In voorliggend paraplubestemmingsplan wordt daarom een regeling voor evenementen opgenomen, zonder daarbij de overige en reeds geldende bepalingen in de bestaande plannen te wijzigen. Hierdoor wordt het rechtstreeks (planologisch) mogelijk gemaakt dat ter plekke op het evenementenplein evenementen onder bepaalde voorwaarden gehouden kunnen worden. Daarnaast zorgt de evenementenregeling in het bestemmingsplan voor rechtszekerheid. Zowel organisatoren van evenementen en omwonenden maakt voor een ieder kenbaar ronder welke voorwaarden evenementen al dan niet zijn toegestaan. Daarmee weet men waar ze aan toe zijn. Het bestemmingsplan regelt bovendien wat maximaal planologisch mogelijk is: dit betekent dat evenementen die niet kunnen voldoen aan de voorwaarden in de regels van het bestemmingsplan ook niet mogelijk zijn.

Ruimtelijke aanvaardbaarheid van het houden van evenementen en zorgvuldige belangenafweging Uitgebreid onderzoek is gedaan naar de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het houden van de evenementen op het evenementenplein in het Paleiskwartier. De onderzoeken hebben zich voornamelijk gericht tot ruimtelijke aspecten, zoals geluid, lucht, ecologie en verkeer en parkeren (zie paragraaf 3.4 voor verkeer en parkeren en hoofdstuk 5 voor de milieuaspecten). Daarnaast is een uitgebreide omgevingsdialoog gevoerd, waarin de omgeving en stakeholders zijn meegenomen in de voorbereiding van onderhavig paraplubestemmingsplan (zie hoofdstuk 8). De reacties en uitkomsten van het omgevingsdialoog zijn afgewogen en meegenomen in de voorbereiding en het opstellen van onderhavig paraplubestemmingsplan. Daarnaast is een zorgvuldige belangenafweging gemaakt. Enerzijds bestaat het belang van ondernemers en het algemeen maatschappelijk belang van het houden van evenementen in een levendig en stedelijk woon-werkgebied als het Paleiskwartier. Anderzijds bestaat het belang van omwonenden dat evenementen niet leiden tot onaanvaardbare gevolgen voor het woon- en leefklimaat in de directe omgeving van het plangebied. Evenementen mogen geen onevenredige hinder veroorzaken.

Om die reden worden aan het organiseren en houden van evenementen, gelet op de verrichte onderzoeken naar de ruimtelijke aspecten, grenzen gesteld die onevenredige hinder voor de omgeving voorkomen. Deze grenzen zijn gesteld door het opnemen van voorschriften in de regels van het paraplubestemmingsplan en daarmee rechtstreeks geldend voor evenementen. Dit zorgt voor een duidelijke en goede juridische borging voor het houden van de evenementen. De voorschriften gaan over het aantal evenementen, de aard (type) en omvang van de evenementen, de eindtijden, het op- en afbouwend, het aantal bezoekers en de toegelaten geluidsniveaus, zoals hieronder nader toegelicht. Evenement Een evenement is gedefinieerd als elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. b. c. d.

betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; bioscoopvoorstellingen; algemene kermissen als bedoeld in de Kermisverordening 's-Hertogenbosch 2018; schouwburg- en/of theatervoorstellingen die plaatsvinden in een inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer; e. voetbalwedstrijden, als bedoeld in artikel 2:31, tweede lid; f. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet; g. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; h. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; Onder evenement wordt mede verstaan: a. b. c. d. 16

een herdenkingsplechtigheid; een braderie; een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:2 van deze verordening, op de weg; een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan een openbare plaats;

e. een vechtsportevenement. Evenementencategorieën evenementcategorie 1: evenementen zonder versterkt geluid en/of omroepinstallaties; evenementcategorie 2: evenementen met versterkt geluid waarbij het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr, LT) vanwege het evenement gemeten op de gevel van een geluidgevoelig object niet meer bedraagt dan maximaal 60 dB(A) en 75 dB(C) (etmaalwaarde); evenementcategorie 3: evenementen met versterkt geluid waarbij het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr, LT) vanwege het evenement gemeten op de gevel van een geluidgevoelig object niet meer bedraagt dan maximaal 70 dB(A) en 85 dB(C) (etmaalwaarde). Gelet op de toegestane evenementencategorieën wordt een mix van kleine- en middelgrote binnenstedelijke evenementen mogelijk gemaakt. Zo gaat het bij categorie 1 om evenementen zonder versterkt geluid en/of omroepinstallaties, zoals een boekenmarkt of jeu de boulestoernooi. Bij categorie 2 gaat het om evenementen met beperkt versterkt geluid ter ondersteuning van het evenement, zoals een lokaal foodtruck festival, startlocatie voor een hardloopwedstrijd, klein theater of rommelmarkt met wat achtergrondmuziek. Bij categorie 3 evenementen gaat het om evenementen met versterkt geluid, zoals een klein muziekevenement als onderdeel van een stadsbreed evenement of volksfeest (als koningsdag).

Dance-en/of house-evenementen en andere soortige evenementen met harde bastonen zijn bij voorbaat uitgesloten. Deze soort evenementen vinden wij niet passend binnen het stedelijk- woonwerkgebied waar het plangebied in is gelegen. Aantal en verdeling van evenementen Over het aantal en de verdeling van evenementen is gekozen om de volgende cumulatieve en limitatieve voorwaarden op te nemen in de regels van het bestemmingsplan: a. Het uitgangspunt is dat te allen tijde per kalenderjaar het totaal aantal evenementendagen 65 is, maximaal achttien evenementen mogen plaatsvinden en niet meer dan twee per maand; b. Het aantal evenementen in categorie 2 mag nooit meer dan twaalf per kalenderjaar bedragen en het aantal evenementen in categorie 3 mag nooit meer dan vier per kalenderjaar en één per maand bedragen; c. Indien een evenement in categorie 1 of 2 heeft plaatsgevonden, mag de eerstvolgende elf dagen geen evenement plaatsvinden. Indien een evenement in categorie 3 heeft plaatsgevonden, mag de eerstvolgende elf dagen geen evenement in categorie 1 plaatsvinden en de eerstvolgende zesentwintig dagen geen evenement in categorie 2 en 3 plaatsvinden; d. Indien een evenement heeft plaatsgevonden mag de eerstvolgende 8 dagen geen evenement plaatsvinden en mogen geen op- en afbouwwerkzaamheden plaatsvinden.

Door het hanteren van deze verdeling aan evenementen wordt voorkomen dat (continu) elk weekend een evenement plaatsvindt en dat evenementen met een hogere geluidsbelasting niet 'te kort' op elkaar kunnen plaatsvinden. Daarnaast word gewaarborgd dat het evenementenplein ook kan functioneren als een aangename verblijfs- en ontmoetingsplek buiten evenementendagen. Duur en eindtijd van evenementen Andere belangrijke aspecten die verband houden met hinder voor de omgeving zijn de duur en eindtijd van evenementen. Een evenement dat enkele dagen duurt en rond middernacht stopt, wordt anders ervaren dan een evenement dat een week lang plaatsvindt en tot diep in de nacht doorgaat. Derhalve is in voorliggend paraplubestemmingsplan ervoor gekozen dat evenementen in categorie 1 en 2 maximaal vier aaneengesloten dagen mogen plaatsvinden. De (zwaardere) evenementen in categorie 3 mogen maximaal drie aaneengesloten dagen duren. De maximale eindtijd van alle evenementen is 23:00 uur. Dat is alleen anders op een vrijdag, zaterdag en een weekdag waarop een nationale feestdag volgt: dan is de maximale eindtijd 24:00 uur. Op- en afbouwwerkzaamheden Op- en afbouwwerkzaamheden die worden verricht in het kader van evenementen kunnen eveneens hinder veroorzaken voor de omgeving. Derhalve zijn in voorliggend paraplubestemmingsplan ook regels opgenomen over de op- en afbouwwerkzaamheden.

Zo mag per evenement het totaal aantal op- en afbouwdagen nooit meer bedragen dan zeven. Het is aan de organisator van het evenement zelf om te bepalen hoeveel dagen hij 17

gebruikt voor het opbouwen en voor het afbouwen, als maar niet het totaal aantal dagen van zeven wordt overschreden. Voorts is geregeld dat de op- en afbouw van een evenement plaatsvindt tussen 08:00 en 22:00 uur. Alleen afbouw van elektronische apparatuur is toegestaan tot maximaal één uur na afloop van de eindtijd van het evenement. Daarnaast mag tijdens de op- en afbouwactiviteiten geen sprake zijn van onversterkte en/of versterkte muziek, met uitzondering van een soundcheck. Maximum aantal bezoekers Het terrein dat in het paraplubestemmingsplan is opgenomen met de aanduiding 'evenementenplein' heeft een oppervlakte van 3431 m². Gebruikelijk is om het maximaal toelaatbaar aantal personen voor evenementen te baseren op voor het publiek overblijvende netto terreinoppervlak na inrichting van het evenement en de plaatsing van objecten. Maximaal worden gemiddeld 2 personen per m² toelaatbaar geacht. Hierbij geeft het Event Safety Instituut – een gerenommeerd onafhankelijke expertisecentrum voor evenementenveiligheid – de volgende grenswaarden voor een veilige publieksdichtheid: •

Kijklocaties max 4,7 personen per m²;

•

Rond bars en shops max 3 personen per m² ;

•

Overige gebieden max 2 personen per m²;

•

Looproutes 0,5 tot 1,5 personen per m².

Uitgaande van een oppervlakte van 3400 m² zou het aantal bezoekers op het terrein, uitgaande van het gemiddelde van 2 personen per m2, 6800 zijn. Indien 50% van het terrein ingericht wordt met objecten zoals podia en eetgelegenheden zou het netto terrein dat voor het publiek overblijft 1700 m² bedragen. Uitgaande van het gemiddelde van 2 personen per m², zouden er dan 3400 bezoekers op het terrein aanwezig kunnen zijn. Voor het stellen van regels in het paraplubestemmingsplan over onder meer het aantal bezoekers is echter niet uitsluitend gekeken naar de gehanteerde gemiddelden voor het aantal bezoekers per m². De ervaringen met evenementen zijn hierin meegenomen. Tijdens evenementen zijn vaak podia, tenten, horeca en/of andere obstakels aanwezig, wat veel oppervlakte in beslag neemt. Gezien onder andere de infrastructuur van het terrein en de omgeving, het (fiets)parkeren op eigen terrein en de inrichting van het terrein zijn wij van mening dat het meer dan redelijk is dat het maximum aantal bezoekers tijdens een evenement niet meer dan 2250 kan zijn. Het maximum aantal bezoekers wordt ook opgenomen in de regels van het bestemmingsplan, zodat het maximum aantal bezoekers juridisch-planologisch is geborgd. Hierbij verdient het opmerking dat voorafgaand aan het houden van een evenement een inschatting wordt gemaakt of het maximumaantal bezoekers bereikt kan gaan worden.

Als de inschatting wordt gemaakt dat dat zo is, dan kan vooraf alsnog om aanvullende maatregelen worden gevraagd. Zo kan bij een evenementenvergunning bepaald worden dat het maximum aantal bezoekers minder dient te zijn, bijvoorbeeld indien de inrichting van het evenement hiertoe aanleiding voor geeft. In zeer uitzonderlijke gevallen kan het voorkomen dat een situatie ontstaat waar het evenementenplein niet begrenst is met hekwerken en toch richting het maximumaantal bezoekers gaat. Dan zal op dat moment ter plekke moeten worden gekeken naar eventuele maatregelen en voor een volgend evenement om beheersingsmaatregelen worden gevraagd. Gelet op onze ervaring met eerder gehouden evenementen zonder begrenzing met hekwerken schatten wij echter in dat deze situaties zich niet zal voordoen. APV Wellicht ten overvloede wordt hier nog opgemerkt dat voor evenementen, naast de toets aan de regeling die hiervoor in het paraplubestemmingsplan is opgenomen (t.b.v. de ruimtelijke aanvaardbaarheid), ook een evenementenvergunning op grond van de APV in het kader van de openbare orde en veiligheid nodig is.

18

Hoofdstuk 5 Beleidskader In de toelichting van het geldend bestemmingsplan “Paleiskwartier-Willemspoort-Station” en de toelichting van het “Uitwerkingsplan Palazzo, deelplan F Paleiskwartier” is relevant rijks- en provinciaal beleid alsmede ruimtelijk en sectoraal gemeentelijk beleid ten aanzien van Paleiskwartier-Zuid uiteengezet. Dit beleid geldt in beginsel onverkort voor onderhavig paraplubestemmingsplan “Evenementenplein Paleiskwartier”. In dit plan is wél rekening gehouden met het relevant beleid dat na de vaststelling van het geldendgeldende bestemmingsplan en uitwerkingsplan is geactualiseerd.

5.1

Rijksbeleid

5.1.1 Nationale Omgevingsvisie 2020 De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op Rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio's Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd.

Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. 19

Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit noemen we 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voor dit plan relevante nationale belangen zijn: Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; Realiseren van een goede omgevingskwaliteit; Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woningbehoeften. Doorwerking plan Dit paraplubestemmingsplan voorziet niet rechtstreeks in nieuwe woningen of andere hoofdfuncties. De planregels gaan alleen over het rechtstreeks toestaan van het gebruik als evenementenplein. Gezien de aard van het plan zijn er geen in de NOVI genoemde nationale belangen in het geding.

5.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is in 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Doorwerking plan Het gebruik als evenementenplein en verblijfs- en ontmoetingsplek is geen nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarom is geen toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking aan de orde. 5.1.3 Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening Gemeenten moeten bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigingsplannen of uitwerkingsplannen rekening houden met het Barro. Doel van het Barro is bepaalde onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte te verwezenlijken. In het Barro worden een aantal projecten opgesomd die een groot Rijksbelang hebben. Per project worden regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen.

De regels zijn een uitwerking van de onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. In het Barro zijn verschillende onderwerpen met bijzonder rijksbelang beschreven: Rijksvaarwegen; Project mainportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie; Hoofdvaarwegen en landelijke spoorwegen; Elektriciteitsvoorziening; Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; Ecologische hoofdstructuur; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden; 20

Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Doorwerking plan Het plan valt niet onder een van de projecten uit het Barro. Door het plan zal eveneens geen nationaal belang worden geschaad.

5.2

Provinciaal beleid

5.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de omgevingsvisie Noord Brabant vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt na het inwerking treden van de Omgevingswet de provinciale structuurvisie. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over de Brabantse leefomgeving in 2050. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wil daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma's. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: werken aan energietransitie; een klimaatproof Brabant; de slimme netwerkstad; concurrerende duurzame economie. Deze vier hoofdopgaven staan ten dienste van de basis opgaven: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses.

Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a. door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma's) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. Doorwerking plan Dit paraplubestemmingsplan voorziet niet rechtstreeks in nieuwe woningen of andere hoofdfuncties. Met het plan wordt alleen het gebruik als evenementenplein onder voorwaarden planologisch mogelijk gemaakt. Wel wordt met het inrichting van het evenementenplein, wat reeds planologisch mogelijk is, ingezet in op duurzaamheid door het plaatsen van nieuw groen en nieuwe bomen. Er is geen sprake van strijdigheid met de Omgevingsvisie Noord-Brabant. 5.2.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant hebben op 25 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (hierna: Iov N-B) vastgesteld. Deze verordening is per 5 november 2019 in werking getreden. Vooralsnog treedt op 1 januari 2023 de Omgevingswet in werking. Vanwege de Omgevingswet moet de provincie haar regelsysteem aanpassen. Straks heeft de provincie nog maar één verordening waarin alle regels zijn opgenomen over de fysieke leefomgeving. De Iov N-B is een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening.

Hierin worden de bestaande verordeningen over de fysieke leefomgeving samengevoegd tot één Interim omgevingsverordening, waaronder de huidige Verordening ruimte. De Iov N-B is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie. In beginsel zijn de huidige regels met het huidige beschermingsniveau gehandhaafd. In hoofdstuk 3 van Iov N-B zijn de instructieregels opgenomen die gemeenten moeten toepassen in hun bestemmingsplannen. Hierin staan de regels die nu nog zijn opgenomen in de Verordening ruimte. Vooruitlopend op de Omgevingswet richten de instructieregels zich op een evenwichtige toedeling van functies (in plaats van het bestemmen van ontwikkelingen). Dit betekent dat de regels ook vanuit functies (van gebieden) zijn opgebouwd. Daarnaast richten de regels zich op een goede omgevingskwaliteit, inclusief een 21

veilige en gezonde leefomgeving (in plaats van een goede ruimtelijke kwaliteit). Tevens zijn een aantal algemene basisprincipes opgenomen. In de Iov N-B zijn regels voor ontwikkelingen gekoppeld aan werkgebieden (structuren) en aanduidingen. Het plangebied ligt binnen het werkgebied 'Stedelijk gebied'. Het provinciale beleid is er al decennia lang op gericht om stedelijke ontwikkelingen in stedelijke concentratiegebieden te bundelen. Het doel daarvan is om voldoende draagvlak voor de steden als economische en culturele motor te creëren en om het dichtslibben van het landelijk gebied tegen te gaan. Op provinciale schaal betekent dit dat het merendeel van de woningbouw, de bedrijventerreinen, voorzieningen en bijbehorende infrastructuur moet plaatsvinden in of aansluitend op de stedelijke concentratiegebieden. Binnen het bestaand stedelijke gebied is de gemeente in het algemeen vrij om te voorzien in stedelijke ontwikkeling. Een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving Een bestemmingsplan geeft bij de evenwichtige toedeling van functies invulling aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving.

Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met onderstaande regels uit de Interim omgevingsverordening: artikel 3.5 zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit; artikel 3.6 zorgvuldig ruimtegebruik; artikel 3.7 toepassing van de lagenbenadering; artikel 3.8 meerwaardecreatie; Doorwerking plan Dit paraplubestemmingsplan voorziet niet rechtstreeks in nieuwe woningen of andere hoofdfuncties. Met het plan wordt alleen het gebruik als evenementenplein onder voorwaarden planologisch mogelijk gemaakt. Er is geen sprake van strijdigheid met de Interim omgevingsverordening.

5.3

Gemeentelijk beleid

5.3.1 Structuurvisie In juni 2003 heeft de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch de Ruimtelijke Structuurvisie (RSV) vastgesteld, met de ondertitel 'Stad tussen stromen'. De RSV geeft richting aan de ruimtelijke ambities van de stad. Op 28 januari 2014 heeft de gemeenteraad de actualisatie van de structuurvisie uit 2003 vastgesteld. In deze geactualiseerde structuurvisie heeft gemeente het provinciaal beleid geïntegreerd. De geactualiseerde structuurvisie bevat een integrale visievorming voor lange termijn, 10 jaar met een doorkijk naar 15 à 20 jaar. De structuurvisie bestaat uit het Ruimtelijk Casco, een visie geformuleerd op het plangebied. Een ruimtelijke analyse van de stad en het gemeentelijk beleid vormen de input voor deze visie. De visie formuleert de ontwikkelingskoers, beschrijft een wensbeeld van de stad voor de lange termijn en biedt het casco voor concrete projecten en plannen. Het is een toetsingskader, en tegelijkertijd ook een inspiratiekader voor ruimtelijke ontwikkeling. Zo wordt bepaald waar strakke contouren ter bescherming van kwetsbare waarden liggen en kansen voor ontwikkeling. En worden locaties aangeduid waar deze ontwikkeling tegen randvoorwaarden mogelijk zijn en afweegbare gebieden voor uitbreidingen en intensiveringen aangewezen.

Het 'ruimtelijk motto' van compacte, complete en contrastrijke stad als het uitgangspunt voor de ruimtelijke ontwikkeling voor de stad blijft gehanteerd, in de overtuiging dat dit de juiste basis biedt voor een duurzame ruimtelijk hoofdstructuur. Doorwerking plangebied Het plangebied ligt als onderdeel van de westelijke spoorzone in de stedelijke hoofdstructuur van RSV. Het plangebied waar evenementen planologisch mogelijk worden gemaakt draagt bij aan het, zoals omschreven in de RVS, centrumklimaat.

22

Hoofdstuk 6 Omgevingsaspecten In het onderliggend plan worden in de navolgende paragrafen de diverse omgevingsaspecten aangehaald. Het plan wordt aan deze elementen getoetst. Een en ander dient ter onderbouwing waarom sprake is van een goede ruimtelijke ordening bij realisatie van het plan. Door de planologische herziening is het niet vereist onderzoeken uit te voeren naar alle (milieu)aspecten, zoals bodem, trillingen, verlichting, archeologie en dergelijke. Deze aspecten wijzigen met de vaststelling van onderhavige herziening niet.

6.1

Verkeer en parkeren

6.1.1 Verkeers- en parkeeronderzoek Adviesbureau Kragten heeft een onderzoek verricht naar de verkeersafwikkeling en parkeerbehoefte van de ontwikkeling van het evenementenplein Paleiskwartier. Dit onderzoek (adviesmemo d.d. 30 oktober 2023 betreft 'Toelichting verkeer en parkeren ontwikkeling evenementenlocatie Paleiskwartier') is bijgevoegd. In het onderzoek zijn een aantal scenario's (ook worstcase) bepaalt, om zodoende zicht te krijgen op de verkeerseffecten. Ieder evenement verschilt namelijk. Zo bestaat per evenement een verschil in tijdsduur, waar de bezoekers vandaan komen (lokaal of regionaal), of ze heel het evenement blijven of dat ze maar een bepaalde tijd aanwezig zijn (doorstroom evenement). Verder is in het onderzoek uitgegaan van vijf vervoerswijzen. Auto, fiets, openbaar vervoer (evenementenplein is nabij het centraal station van de gemeente 's-Hertogenbosch gelegen en nabij verschillende bushaltes), lopend en afgezet (bezoekers die worden gebracht en gehaald door iemand anders). 6.1.2 Verkeer Op basis van de parkeerbehoefte (wat per evenement verschilt) kan de verkeersgeneratie bepaald worden. Voor ieder evenement geld dat het aantal parkeerplaatsen en fietsenstallingen maal twee (aankomst en vertrek) is omdat een bezoeker het gehele evenement aanwezig is.

Voor een doorstroomevenement is uitgegaan van een doorstroomfactor van drie wisselingen per evenement (een parkeerplaats wordt zodoende drie keer gebruikt tijdens een evenement). Om ook het aantal voetgangersbewingen in beeld te krijgen is dit ook gedaan voor voetgangers en OV. OV reizigers zullen het laatste gedeelte vaak lopend af leggen. Verkeersgeneratie Afhankelijk van het betreffende evenement met de daar specifiek bijhorende omstandigheden genereert een evenement telkens een andere verkeersgeneratie, zoals blijkt uit onderstaande tabel:

23

* Rekening gehouden met wisselend verkeer. Hiervoor is gerekend met een maximale bezettingsgraad van 90% (conform Nota Parkeernormering 's-Hertogenbosch 2021); ** De parkeerbehoefte wordt berekend door het aantal bezoekers te delen door 2,7 (aantal bezoekers per auto, ervaringscijfers vanuit bv Brabanthallen); *** Bij de parkeerbehoefte fietsers is 30% van bezoekers OV toegevoegd, vanwege last-mile verplaatsingen. Verkeersafwikkeling en ontsluiting De ontsluiting van het Paleiskwartier loopt voornamelijk via de randen. Hier lopen de gebiedsontsluitingswegen - de Magistratenlaan die tevens een belangrijke doorstroomas voor de stad is en de Vlijmenseweg - en de Onderwijsboulevard als erftoegangsweg. Deze wegen ontsluiten het gebied voor auto's en maken de verschillende parkeervoorzieningen bereikbaar. Het binnengebied rondom de vijver is alleen toegankelijk voor langzaam verkeer alsmede voor hulpdiensten, laad-/losverkeer, verhuiswagens et cetera. In het Paleiskwartier krijgen fietsers en voetgangers voldoende ruimte en voorzieningen, onder meer met de Paleisbrug die een hoogwaardige verbinding vormt voor langzaam verkeer tussen het stadsdeel West, Willemspoort, het Paleiskwartier en de binnenstad. Een vrijliggende fietsstructuur ligt langs de gebiedsontsluitende wegen. Langs de Magistratenlaan staat ook een snelfietsroute gepland.

Hulpdiensten kunnen het gebied via de hoofdverkeersstructuur goed bereiken.

24

6.1.3 Autoparkeren Uit het onderzoek blijkt dat in het uiterste geval (worst case) 324 parkeerplaatsen nodig zijn ten behoeve van het evenementenplein. Autoparkeren kan niet op het evenementenplein worden opgevangen. Extra parkeerdruk van een evenement in de openbare buitenruimte (de wijk) is niet wenselijk. Om dergelijk onwenselijk parkeergedrag te voorkomen is de evenementenorganisatie verplicht om in het kader van de evenementenvergunning op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente 's-Hertogenbosch een mobiliteitsplan aan te leveren. Hierin staat beschreven hoe de extra parkeerbelasting (van zowel voertuigen als fietsen) naar aanleiding van het evenement opgevangen moet worden. De evenementenorganisatie dient dit zelf te regelen. Uit het onderzoek is in elk geval gebleken dat de extra parkeerbelasting naar aanleiding van een evenement in theorie altijd (in het uiterste geval c.q. worst case scenario) kan worden opgevangen in betaalde parkeervoorzieningen (parkeergarage Paleiskwartier) en/of in samenspraak op omliggende privéterreinen bij bedrijven of instellingen. Daarnaast kan de evenementenorganisatie ook gebruik maken van het transferium aan de Deutersestraat, door bijvoorbeeld te werken met pendelbusjes.

Hierbij wel (nogmaals) opgemerkt dat voorafgaand aan het houden van een evenement, in het kader van de evenementenvergunning, een inschatting wordt gemaakt van het aantal benodigde autoparkeerplaatsen. Deze inschatting van het aantal benodigde autoparkeerplaatsen verschilt uiteraard per evenement, omdat elk evenement qua tijdsduur, aantal bezoekers, waar de bezoekers vandaag komen, enz., verschilt. Daardoor is dus niet altijd bij elk evenement sprake van het uiterste geval (worst case) met 324 benodigde autoparkeerplaatsen: per evenement zal het aantal benodigde parkeerplaatsen worden bepaald. Bij diverse evenementen worden ook bezoekers gebracht (door ouders, vrienden en dergelijke). Zij worden met de auto afgezet en na afloop weer opgehaald. Dit halen en brengen kan niet op het evenementenplein zelf en mag evenmin plaatsvinden op de Onderwijsboulevard, vanwege de doorstroming en de bereikbaarheid van hulpdiensten. De evenementenorganisatie zal zelf een haal en breng voorziening moeten voorzien om het halen en brengen van bezoekers op een veilige manier af te wikkelen, hetgeen hij moet aantonen in het kader van de evenementenvergunning.

Uit het onderzoek is gebleken dat er mogelijkheden zijn om het halen en brengen van bezoekers te faciliteren, zoals het inrichten van een Kiss and Ride aan de Jonkerstraat – Statenlaan, Spiegeltuin – Bordeslaan of centraal station 's-Hertogenbosch. Mocht de evenementenorganisatie geen geschikte locatie vinden, dan kan de evenementenorganisatie een pendelverbinding regelen. Vanaf de pendellocatie worden bezoekers naar het evenementenplein gebracht. 6.1.4 Fietsparkeren Uit het onderzoek blijkt dat in het uiterste geval (worst case) 1.400 fietsenstallingen nodig zijn ten behoeve van het evenementenplein. Parkeren kan niet altijd op het evenementenplein zelf worden opgevangen. In de directe omgeving van het evenementenplein is het niet wenselijk om 1.400 fietsenstallingen op te vangen, dit vanwege de doorgang van verkeersdeelnemers, zoals voetgangers en hulpdiensten. Om dergelijk onwenselijk parkeergedrag te voorkomen is de evenementenorganisatie, zoals ook opgemerkt bij het autoparkeren, verplicht om in het kader van de evenementenvergunning op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente 's-Hertogenbosch een mobiliteitsplan aan te leveren. Hierin staat beschreven hoe de extra parkeerbelasting (van zowel fietsen en voertuigen) naar aanleiding van het evenement opgevangen moet worden.

Voor wat betreft de fietsenstallingen dient in elk geval een verzamellocatie nabij het evenementenplein gevonden te worden. Deze locatie dient ingericht te worden naar de benodigde fietsparkeerplaatsen om wildgroei van geparkeerde fietsen in de directe omgeving van het evenementenplein tegen te gaan. De evenementenorganisatie dient dit zelf te regelen. Uit het onderzoek is in elk geval gebleken dat in de omgeving van het evenementenplein een aantal locaties aanwezig is, voor fietsers vanuit verschillende richtingen. Het is wel, zoals aangegeven, aan de organisator om in overleg met de grondbezitters van de verzamellocaties ook daadwerkelijk de fietsparkeervoorzieningen te plaatsen. Hierbij wel (nogmaals) opgemerkt dat voorafgaand aan het houden van een evenement, in het kader van de evenementenvergunning, een inschatting wordt gemaakt van het aantal benodigde fietsenstallingen. Deze inschatting van het aantal benodigde fietsenstallingen verschilt uiteraard per evenement, omdat elk evenement qua tijdsduur, aantal bezoekers, waar de bezoekers vandaag komen, enz., verschilt. Daardoor is dus niet altijd bij elk evenement sprake van het uiterste geval (worst case) met 1.400 benodigde fietsenstallingen: per evenement zal het aantal benodigde fietsenstallingen worden bepaald.

25

6.1.5 Conclusie Het onderzoek heeft aangetoond dat er voldoende borging is van de mogelijkheden om de verkeersvraag en de parkeer/stallingsbehoefte op een adequate manier te regelen. Per evenement zal nog steeds een mobiliteitsplan door de organisatie moeten worden opgesteld en ter goedkeuring worden aangeboden bij de gemeente om de detail invulling per evenement te uit te werken en de borgen.

6.2

Bedrijven en milieuzonering

6.2.1 Toetsingskader Milieuzonering zorgt voor voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te garanderen naast de zorg dat er voor bedrijven voldoende ruimte voorhanden is om de bedrijfsactiviteiten duurzaam en binnen aanvaardbare voorwaarden (normen) uit te kunnen voeren. Voor de beoordeling van bedrijvigheid nabij woningen wordt in de regel gebruik gemaakt de VNG-brochure “Bedrijven en Milieuzonering”. In de VNG-brochure staan minimale richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar die gebaseerd zijn op een “gemiddeld” modern bedrijf. 6.2.2 Onderzoek Met onderhavig plan worden geen bedrijfsmatige activiteiten – in de vorm van bedrijfsgebouwen of anders – mogelijk gemaakt. Het aspect bedrijven & milieuzonering is derhalve hier niet relevant te noemen. Bij onderhavig evenementenplein is geluid het maatgevende aspect. Dit aspect is nader onderzocht middels een geluidsonderzoek. 6.2.3 Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering zorgt niet voor belemmeringen.

6.3

Geluid

6.3.1 Toetsingskader Bij een ruimtelijk plan dient rekening te worden gehouden met geluidsbronnen en de eventuele hinder of overlast daarvan voor mensen. De beoordeling van het aspect geluid in ruimtelijke plannen vindt zijn grondslag in vooral de Wet geluidhinder en Wet milieubeheer. Daarnaast vindt de beoordeling zijn grondslag in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), op grond van een “goede ruimtelijke ordening”. Het aspect geluid kent voor geluidsgevoelige bestemmingen (zoals woningen) afhankelijk van typen geluidsbronnen een wettelijk kader die van belang is bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Zo zijn in de Wet geluidhinder voor geluidsgevoelige bestemmingen grenswaarden opgenomen voor industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. 6.3.2 Wegverkeerslawaai, spoorlawaai en industrielawaai Als een bestemmingsplan de bouw van nieuwe geluidsgevoelige objecten (zoals woningen) mogelijk maakt, biedt de Wet geluidhinder – via geluidsnormen - bescherming tegen lawaai van het verkeer over de weg en het spoor. Onderhavig plan maakt echter geen nieuwe geluidgevoelige bestemmingen mogelijk. Daarmee is een toets aan zulke objecten (binnen de wettelijke zones van wegen voor het autoverkeer of spoorverkeer) hier niet aan de orde. Ook maakt het onderhavige plan geen vestiging mogelijk van bedrijven die vallen onder de noemer “grote lawaaimakers”.

Zonering van industrielawaai in het kader van de Wet geluidhinder is hierbij eveneens niet aan de orde.

26

6.3.3 Geluid van evenementen Bij evenementen kan geluid een belangrijke rol spelen, want sommige evenementen gaan gepaard met versterkte muziek. Hierdoor kunnen evenementen geluidshinder veroorzaken. In tegenstelling tot geluidhinder die afkomstig is van bijvoorbeeld wegen, spoorwegen en bedrijfsactiviteiten, is voor evenementen geen sprake van een wettelijk kader waarin geldende normen zijn opgenomen die een bepaalde hoeveelheid geluid toelaten bij woningen om onacceptabele hinder tegen te gaan. Wel wordt voor het beoordelen en toetsen van geluid van evenementen de Nota 'Evenementen met een luidruchtig karakter' (uit 1996) gehanteerd. In vaste rechtspraak van de Raad van State is aanvaard dat deze Nota het uitgangspunt is voor de beoordeling of het geluid van een evenement aanvaardbaar is of niet. Deze Nota wordt later in deze paragraaf toegelicht. Voor het beoordelen van het woon- en leefklimaat in dit gebied (Paleiskwartier) spelen verschillende factoren een rol. Enerzijds zijn binnen het Paleiskwartier faciliteiten aanwezig/mogelijk gemaakt die een positieve invloed hebben op het woon- en leefklimaat: de komst van de bioscoop, het hotel, de invulling van het sheddakengebouw, de plinten van de woongebouwen (met lichte bedrijvigheid) en de kwaliteit van de openbare ruimte hebben bijgedragen aan de gewenste reuring in het gebied.

Anderzijds is sprake van factoren die een beperkende invloed kunnen hebben op het woon- en leefklimaat. Het Paleiskwartier is immers geen reguliere en rustige woonwijk, maar een stedelijk woon-werkgebied, vlakbij het centraal station van 's-Hertogenbosch en langs het doorgaande spoor met een aantal drukke wegen in het gebied. Diverse aanwezige lichte bedrijfsactiviteiten, onderwijsinstellingen, horeca, detailhandel, het nabije spoor en treinstation zijn, met de daarbij behorende geluidsuitstraling, inherent aan het wonen in dit (nieuwe) stadscentrum. Zoals gezegd kan geluid een bijzondere rol spelen bij evenementen, want sommige evenementen gaan gepaard met versterkte muziek. Hierdoor kunnen evenementen geluidshinder veroorzaken. In dit bestemmingsplan is daarom een regeling opgenomen die bepaald welke geluidswaarden op de gevel van een geluidsgevoelig object (bestaande en geprojecteerd - nog te bouwen - woningen) de gemeente nog aanvaardbaar vindt. Daarnaast zijn de evenementen onderverdeeld in 3 categorieën, met per evenementcategorie een maximaal aantal (alsook een eindtijd), zodat de maximale geluidswaarden incidenteel (alleen bij de evenementen) aanwezig zullen zijn. Om in te zien wat de mogelijkheden zijn voor evenementen op het plein en wat de akoestische gevolgen zijn van bepaalde evenementen op het plein, is een geluidsonderzoek uitgevoerd.

Dit onderzoek (“Evenementenplein Paleiskwartier nabij Palazzo te 's-Hertogenbosch”, Cauberg-Huygen, 26 mei 2023, nummer 05110-48262-23) is bijgevoegd. In het onderzoek zijn een aantal type evenementen onderzocht, met daarbij ook verschillende varianten voor de opstelling van geluidboxen, namelijk tezamen op één positie (op/bij het podium) of verdeeld in posities over het plein. Er is uitgegaan van maximaal 2250 bezoekers, waarbij ook het stemgeluid is meegenomen in de geluidsberekeningen. Op basis hiervan zijn verschillende type evenementen onderzocht en geluidsbelastingen van de gevels van omliggende woningen (bestaand en/of geprojecteerd, nog te bouwen) inzichtelijk gemaakt. Geluidsnormen Zoals gezegd is er geen wetgeving die voorziet in harde geluidgrenswaarden waaraan evenementen moeten voldoen ter bescherming van het woon- en leefklimaat. Uit uitspraken van de Raad van State blijkt dat de gemeenteraad bij evenementen zelf moet aangegeven welke geluidwaarden nog toelaatbaar worden geacht bij de nabije woningen om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te waarborgen. Daarbij is volgens de Raad van State een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van evenementen niet alleen afhankelijk van een aanvaardbaar geluidniveau, maar ook van hoe vaak deze geluidniveaus zich voordoen, alsmede de begin- en eindtijden van de evenementen.

Uit jurisprudentie blijkt dat de Raad van State de geluidgrenswaarden in de Nota 'Evenementen met een luidruchtig karakter' uit 1996 een goed aanknopingspunt vindt voor het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat. De gemeente heeft aansluiting gezocht bij deze Nota waarbij gestreefd is naar evenwicht tussen een realistische geluidgrenswaarde voor het organiseren van evenementen en een aanvaardbare geluidbelasting voor omwonenden. Het uitgangspunt van de Nota is een binnen niveau in de nabije woningen tijdens evenementen van 50 dB(A) in de dag en avondperiode. Bij deze niveaus kan nog een prima gesprek worden gevoerd in woningen en is de spraakverstaandbaarheid nog voldoende te noemen. Met een gangbare gevelisolatie van circa 20 à 25 dB(A) van huidige nieuwe woningen, maakt dit – conform de Nota - een gevelbelasting van 70 tot 75 dB(A) in de regel toelaatbaar/acceptabel bij evenementen. 27

Uiteindelijk zijn er 3 categorieën opgenomen met aanvaardbare geluidsniveaus: e. Categorie 1: evenementen zonder versterkt geluid en/of omroepinstallaties; f. Categorie 2: evenementen waarbij het geluid maximaal 60dB(A)/75 dB(C) op de gevel van geluidgevoelige bestemmingen bedraagt; g. Categorie 3: evenementen waarbij het geluid maximaal 70 dB(A)/85 dB(C) op de gevel van geluidgevoelige bestemmingen bedraagt. Als we het hebben over dB staan de letters (A) en (C) voor het toegepaste filter in de geluidsmeting. Het menselijk oor is gevoelig voor tonen tot een bepaald niveau (circa 55-60 dB). Bij muziekgeluid bij evenementen gaat het echter om hogere geluidsniveaus waarbij ook de lage frequenties en de bassen een grote rol spelen in de hinderbeleving. Als hindermaat is hiervoor het C-filter geschikter. Daarvoor is hiervoor een aparte norm opgenomen. Bij omrekening van de waarden in dB(A) en dB(C), ligt de waarde in dB(C) doorgaans 15 dB boven de overeenkomstige waarde in dB(A) bij hetzelfde muziekstuk. De gevelbelasting van maximaal 70 dB(A) die is toegestaan voor evenementen in categorie 3, die maximaal 4 maal per kalenderjaar mogen plaatsvinden, sluit aan op de maximale gevelbelasting die volgens de Nota toelaatbaar en acceptabel is.

Voor de evenementen in categorie 2 geldt een aanzienlijk lagere maximale geluidsbelasting op de gevels van de dichtstbijzijnde geluidgevoelige woningen of andere geluidgevoelige objecten van 60 dB(A) en 75 dB(C). De evenementen in categorie 1 betreffen evenementen zonder versterkt geluid en/of omroepinstallaties. Zoals beschreven gelden de toegelaten geluidsnormen op de gevel van geluidsgevoelige bestemmingen. In dit geval zijn dat de gevels van omliggende appartementwoningen. Een balkon en/of een achtertuin is - volgens de Wet geluidhinder - geen formeel te beschermen object. Toetsing van de normen als gevolg van evenementen vindt daarom niet plaats ter plaatse van deze buitenruimtes. Dit is ook in lijn met de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai, 1999 (of diens opvolger). Bovendien gaan evenementen hier incidenteel - met een beperkt aantal per jaar alsook met een bepaalde eindtijd - plaatsvinden. Naast het gegeven dat een balkon formeel geen gevoelige ruimte betreft, acht de gemeente de optredende incidentele belastingen vanuit evenementen op balkons toelaatbaar, waarbij het belang van evenementen met de toegelaten beperkte frequentie én eindtijd prevaleert boven bescherming van het geluid ter plaatse van de buitenbalkons.

Gemeente waarborgt voor evenementen een acceptabel woon- en leefklimaat in de woningen met de toegelaten geluidniveaus op de gevels tijdens de evenementen. Concluderend zal in de woningen – bij evenementen geen sprake zijn van onacceptabele hinder. Overigens worden de balkons – in het kader van een goede ruimtelijke ordening - wél beschermd tegen te veel lawaai als gevolg van het optredende verkeer over de wegen en het spoor. Aangezien deze geluiden constant aanwezig zijn, dient (conform ons vast gesteld gemeentelijke geluidbeleid) te worden voldaan aan een bepaald ambitieniveau dat past bij onderhavige stedelijke omgeving. Voor de (recent vergunde) woonpanden heeft dit geresulteerd in aanvullende voorzieningen om juist op de balkons een adequaat geluidsniveau te behalen. De geluiden van de weg en het spoor vinden immers constant en dagelijks plaats. Dit in tegenstelling tot evenementen waar verhoogde geluiden incidenteel optreden. Zoals gezegd is de mate van hinder niet alleen afhankelijk van de toegestane geluidbelasting, maar spelen meerdere factoren een rol. Zo zijn de evenementen gelimiteerd in aantal en duur. Daarbij zijn ook voorwaarden van voldoende spreiding in datum opgenomen. Hiermee wordt voorkomen dat dat (continu) elk weekend een evenement plaatsvindt en dat evenementen met een hogere geluidsbelasting niet 'te kort' op elkaar kunnen plaatsvinden.

Het aantal evenementen is beperkt tot maximaal 18 per jaar, waarbij maximaal 4 (van de 18) evenementen met de hoogste geluidsbelasting tot 70 dB(A) op de gevel van woningen wordt toegelaten. Evenementen op onderhavig plein mogen daarbij niet langer duren dan 23:00 uur. Behalve op vrijdag, zaterdag en een weekdag waarop een nationale feestdag volgt, dan is de maximale eindtijd 1 uur langer, namelijk 24:00 uur. Dit sluit ook aan bij de Nota, op basis waarvan het onder omstandigheden aanvaardbaar is om het tijdstip waarop de normstelling voor de nachtperiode ingaat te verschuiven tot 24:00 of (zelfs) 1:00 uur. Met betrekking tot de beoordelingsperiode (tot 24:00 uur) vindt de gemeente de normstelling van 70 dB(A) in het extra uur in de nacht acceptabel. Daarbij geldt het enkel voor de dagen waarop een vrije dag of weekenddag volgt. Verder zijn de omliggende woningen van een recente bouw. Het maatgevende woonpand Palazzo betreft nieuwbouw en wordt conform de laatste eisen (qua warmte-isolatie) gebouwd. Hierdoor is het zeer aannemelijk dat de geluidsgevelisolatie hoger is dan het minimale 20 dB, met een acceptabel woon- en leefklimaat (geluidsniveau) in de woningen in het ene nachtelijke uur. Uit het uitgevoerde geluidsonderzoek blijkt dat met een maximale geluids-gevelnorm van 70 dB(A) niet alle type 28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13955970/2