Bijlage 3 Ontwerp Zienswijzennota ontwerp Programma en planMER Duurzame Polder
Tekst van het document
Indieners wijzen erop dat sommige artsen pleiten voor een betere wetenschappelijke onderbouwing voor de afstand tussen huizen en windturbines en een bevolkingsonderzoek naar de impact. Indieners zijn van mening dat in het planMER en in het ontwerp Programma de gezondheidsrisico’s van bewoners onvoldoende zijn betrokken. Reactie In het planMER is zowel de 45 dB Lden als de 47 dB Lden - contour inzichtelijk gemaakt om de milieueffecten voor diverse geluidsnormeringen inzichtelijk te maken en onderling te kunnen
vergelijken. Dit sluit aan op de conceptnormen van het rijk, waarin beide waarden zijn opgenomen. Zie ook de beantwoording onder het kopje Geluidhinder. Voor het onderwerp slagschaduw zie het antwoord onder het bovenstaande kopje Mitigerende maatregelen en onder het kopje Mitigerende maatregelen in paragraaf 3.2.12 van deze zienswijzennota. Voor het onderwerp gezondheid zie paragraaf 3.1.6 van deze zienswijzennota. Daarnaast is het aspect gezondheid in het Programma in diverse paragrafen opgenomen. 34. VKA Indieners stellen dat de woningbouw(opgave) geen rol heeft gespeeld bij het 'trechteren' van de verschillende varianten naar het VKA. Zij menen dat het waarschijnlijk mogelijk is om een VKA te ontwikkelen, met mogelijkheden om de hoognodige woningbouw te realiseren. Reactie Zie eerder antwoord onder het bovenstaande kopje Varianten — woningbouw geen leidend ontwerpprincipe. 35. VKA - energiedoelstelling De energiedoelstelling heeft wel meegespeeld in het proces om te komen tot het VKA, zo stellen indieners, en zelfs leidend is geweest. Indieners menen dat onvoldoende is onderzocht in hoeverre aan de energiedoelstelling kan worden voldaan met i ) minder windturbines en ii ) een combinatie van wind - en zonne-energie.
Ook is voor indieners onduidelijk waarom meer moet worden opgewekt in de RES 1.0 is opgenomen, waar deze keuze op gebaseerd is, en hoeveel 'het meerdere' zou moeten zijn. Door deze te ambitieuze doelstelling worden de indieners onevenredig in hun belangen geschaad. Reactie Zie paragrafen 3.1.2 en 3.1.5 van deze zienswijzennota. 36. VKA — effecten onvoldoende beoordeeld Indieners concluderen dat slechts voor enkele aspecten aanvullende onderzoeken en analyses zijn uitgevoerd om de haalbaarheid van het gekozen VKA-gebied te onderzoeken.
Reactie Zoals in paragraaf 14.3 van het planMER is beschreven, zijn de maatgevende aspecten van het VKA beschouwd en onderzocht. De haalbaarheid is daarmee voldoende inzichtelijk gemaakt. 37. MER onvolledig Indieners concluderen dat het planMER onvolledig c.q. onjuist en onzorgvuldig tot stand is gekomen. Vanwege deze reden is het planMER ten onrechte ten grondslag gelegd aan het ontwerp Programma. Indieners verzoeken gelet op het voorgaande om het huidige plan te herzien, waarbij aandacht wordt besteed aan de woningbouwopgave, rekening wordt gehouden met de gezondheid van (toekomstige) bewoners van de Groote Wielen en meer in het bijzonder in ieder geval de afstanden in acht te nemen die nodig zijn om woningbouw te kunnen realiseren op de Percelen Reactie Er wordt verwezen naar de eerdere antwoorden op deze zienswijze. Conclusie Deze zienswijze is, gelet op bovenstaande, ongegrond. Wel is naar aanleiding van de zienswijze, een kleine aanpassing doorgevoerd in het Programma, namelijk in paragraaf 2.1 (gemeente ’sHertogenbosch) in paragraaf 2.1.3 (visie op gebiedsontwikkeling) onder het kopje “wonen en recreatieve beleving) over de woningbouwopgave. Zie paragraaf 2.2 van deze nota. 3.2.11 Zienswijze 21 Vereniging Groen inZicht 1. Leesbaarheid Indiener acht de figuren in de diverse documenten niet goed leesbaar door te hoge digitale compressie.
Indiener vindt dat de documenten opnieuw gemaakt moeten worden, voorgelegd aan de belanghebbende, met een nieuwe ronde zienswijzen. Reactie Voor een inhoudelijke reactie op dit onderdeel wordt verwezen naar de thematische reactie in paragraaf 3.1.15 van deze zienswijzennota.
Gezondheid en leefomgeving 1. Geluidsoverlast Indiener stelt dat het planMER bevestigt dat de geluidsnormen in bepaalde varianten niet voldoen aan de streefwaarde van 45 dB Lden. Bewoners in de nabijgelegen woonkernen lopen hierdoor een aanzienlijk risico op gezondheidsproblemen zoals stress, slaapstoornissen en andere geluidgerelateerde aandoeningen. Daarnaast leidt het structureel blootstellen van omwonenden aan geluidsoverlast tot langdurige negatieve effecten op het welzijn van gezinnen en individuen. Reactie Voor een inhoudelijke reactie op dit onderdeel wordt verwezen naar de thematische reactie in paragraaf 3.1.6 van deze zienswijzennota. Zie ook het antwoord onder paragraaf 3.2.10, kopje Gezonde leefomgeving. 2. Laagfrequent- en infrasoon geluid Indiener stelt dat hoewel in de door de gemeenten gepubliceerde documenten wel over de potentiële hoorbaarheid van LFG is gesproken, de waarneembaarheid (in de vorm van trillingen) niet voldoende is meegenomen. Indiener verwijst hierbij naar een zienswijze van Windwiki waarin de impact van LFG uitvoerig besproken wordt. Indiener stelt dat de impact van infrasoon en laagfrequent geluid op het hartvaatstelsel nader uitgewerkt dient te worden. Reactie Voor een inhoudelijke reactie op dit onderdeel wordt verwezen naar de thematische reactie in paragraaf 3.1.6 van deze zienswijzennota. 3.
Rechtsongelijkheid De gehanteerde afstandsnormen van 1 km (’s-Hertogenbosch) en 2 km (Oss) zorgen volgens indiener voor een ongelijke behandeling van bewoners. Indiener acht dit niet rechtvaardig, gezien de grote impact van windturbines op de leefomgeving. Reactie Voor een inhoudelijke reactie op dit onderdeel wordt verwezen naar de thematische reactie in paragraaf 3.1.1 van deze zienswijzennota.
4. Slagschaduw Indiener merkt op dat de slagschaduw van de windturbines een negatieve invloed heeft op het woongenot. Het planMER erkent dat significante hinder kan optreden, wat een direct effect heeft op het welzijn van bewoners. Bovendien is gebleken dat langdurige blootstelling aan slagschaduw ook psychologische stress kan veroorzaken, wat de algehele kwaliteit van leven vermindert. Reactie Voor een inhoudelijke reactie op dit onderdeel wordt verwezen naar de thematische reactie in paragraaf 3.1.6 van deze zienswijzennota. 5. Afbladdering/Disfenol A (BPA) Indiener stelt dat in de door de gemeenten gepubliceerde documenten alleen wordt ingegaan op de invloed van afbladdering op luchtkwaliteit, maar niet op bodem- en waterkwaliteit. Indiener geeft daarbij aan dat drie provincies vergunningverlening voor de bouw van windparken hebben gepauzeerd in afwachten van onderzoeksresultaten naar Disfenol A (BPA) in water. Indiener stelt dat deze effecten niet genoeg zijn meegewogen en dat vergunningverlening voor windturbines niet kan beginnen voordat deze effecten duidelijk zijn. Reactie In de zienswijze wordt Disfenol A genoemd, maar kennelijk doelt men op emissie van Bisfenol A (BPA). Voor een inhoudelijke reactie op dit onderdeel wordt verwezen naar de thematische reactie in paragraaf 3.1.6 van deze zienswijzennota. 6.
Zwerfstroom Indiener stelt dat de invloed van zwerfstroom behoorlijke effecten op de gezondheid van vee kan hebben. Indiener stelt dat deze invloed dient te worden beschouwd in het planMER. Reactie Het planMER is uitgevoerd conform de eerder vastgestelde Notitie Reikwijdte en Detailniveau waarin de effecten van zwerfstroom niet als te onderzoeken milieuaspect is opgenomen. Bij de beoordeling van een vergunningaanvraag zal worden uitgegaan van de op dat moment beschikbare algemeen aanvaarde wetenschappelijke inzichten.
Conclusie gezondheid en leefomgeving Op basis van de voorgaande punten constateert indiener dat alle varianten in strijd zijn met de Visie Energielandschap van de gemeente 's-Hertogenbosch. Indiener heeft al eerder haar zorgen geuit over het feit dat De Duurzame Polder separaat gehouden werd van de Visie Energielandschap. Indiener maakt zich zorgen dat de gemeente dit met voorbedachten rade heeft gedaan, waardoor men ondanks de negatieve beoordelingen in het planMER nu gewoon door kan gaan met De Duurzame Polder. Reactie Bovenstaande punten geven geen aanleiding om te constateren dat er strijd is met Visie energielandschap. De Duurzame Polder is een separaat traject maar past binnen de uitgangspunten van de Visie energielandschap. Natuur en ecologie 1. Bescherming van weidevogels en wintergasten Het aanvullende ecologische onderzoek toont aan dat de Duurzame Polder een cruciaal gebied is voor verscheidene beschermde vogels. Windturbines verstoren hun rust- en foerageergebieden, wat volgens indiener in strijd is met de Wet natuurbescherming. Deze vogels spelen bovendien een belangrijke rol in de biodiversiteit van het gebied en zijn essentieel voor de ecologische balans. Dit geldt vooral in rust- en foerageergebieden. Derhalve mogen volgens indiener geen molens in en in de buurt van dit gebied geplaatst worden.
Reactie Voor een inhoudelijke reactie op dit onderdeel wordt verwezen naar de thematische reactie in paragraaf 3.1.9 van deze zienswijzennota. 2. Impact op Natura-2000 gebieden De polder ligt dicht bij Natura 2000-gebieden. Volgens het “Nee, tenzij”-principe mogen ontwikkelingen alleen doorgaan als negatieve effecten volledig kunnen worden uitgesloten, wat indiener niet overtuigend vindt aangetoond. De effecten op omliggende natuurgebieden zijn volgens indiener onvoldoende onderzocht, wat betekent dat er risico’s zijn voor de continuïteit van belangrijke ecosystemen.
Reactie Voor een inhoudelijke reactie op dit onderdeel wordt verwezen naar de thematische reactie in paragraaf 3.1.9 van deze zienswijzennota. 3. Beperkte compensatieopties De voorgestelde compensatiemaatregelen in het MER schieten volgens indiener tekort. Het verlies van habitats voor vogels en andere fauna kan volgens indiener niet eenvoudig en met garanties worden gecompenseerd in een gebied dat reeds onder druk staat. Reactie Voor een inhoudelijke reactie op dit onderdeel wordt verwezen naar de thematische reactie in paragraaf 3.1.8 en 3.1.9 van deze zienswijzennota. 4. Impact op Natuurnetwerk Brabant (NNB) Bijna alle varianten overlappen met NNB-gebieden en ecologische verbindingszones, wat negatieve effecten heeft op biodiversiteit en verbindingen tussen natuurgebieden. Verstoringsafstanden, compensatie van de verstorende effecten, dienen volgens indiener meer dan 300 meter om NNB gebieden te zijn. Reactie Voor een inhoudelijke reactie op dit onderdeel wordt verwezen naar de thematische reactie in paragraaf 3.1.9 van deze zienswijzennota. 5. Toetsing effecten NNB Indiener stelt dat het onoverkomelijk is om het omgevingsplan aan te passen, wat uiterlijk 2032 gereed is. Reactie Indien in de fase van vergunningaanvraag blijkt dat een wijziging van het Omgevingsplan nodig is, zal dit tijdig gebeuren in samenhang met de vergunningverlening/BOPA.
6. Nee-tenzij-toets-duurzame-polder Indiener vindt dat er, naar aanleiding van het door uitgevoerde onderzoek, te weinig is ingegaan op natuurcompensatie. Hierbij wordt aangegeven dat dit ook in de inspraakrondes niet duidelijk is geworden. Indiener wil dat de wijze waarop, hoe lang er gecompenseerd wordt etc. verder uitgewerkt wordt en toegevoegd wordt aan het planMER. Reactie Voor een inhoudelijke reactie op dit onderdeel wordt verwezen naar de thematische reactie in paragraaf 3.1.8 en 3.1.9 van deze zienswijzennota. 7. Terminologie Indiener stelt dat in bijlage 2.19 verschillende terminologie wordt gebruikt wanneer het gaat over de windturbine effecten. Bijvoorbeeld “de windturbines kunnen verstoring […]” tegenover “Windturbines verstoren”. Volgens indiener wekt dit de indruk dat de gevolgen wel bekend zijn, maar niet uitgesproken worden. Reactie Dat is een onjuiste indruk. De daadwerkelijke effecten kunnen pas worden beoordeeld in het projectMER tijdens de vergunningenfase. 8. Rust- en foerageergebied Het overgrote deel van het zoekgebied is aangemerkt als rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten. Deze grens loopt volgens indiener exact langs de gemeentegrens. De oplossingsrichtingen zijn vergelijkbaar met die van compensatie van schade aan wezenlijke kenmerken en waarden in het NNB.
Dit houdt volgens indiener in dat het gehele gebied als "verstoord” is aan te merken en niet geschikt is voor windturbines. Reactie In tegenstelling tot wat de indiener stelt, grenst het rust- en foerageergebied niet aan de gemeentegrens, maar overlapt deze. Als in dit gebied turbines geplaatst worden en uit het projectMER verstoring blijkt, dan zal in overleg met initiatiefnemers, agrariërs, natuurorganisaties en het bevoegd gezag moeten worden beoordeeld of het rust- en foerageergebied kan worden verplaatst.
9. Waterberging Het project overlapt met gebieden gereserveerd voor waterberging, wat kan leiden tot een verminderd vermogen om hoogwater te beheersen. Reactie Voor een inhoudelijke reactie op dit onderdeel wordt verwezen naar de thematische reactie in paragraaf 3.1.10 van deze zienswijzennota. 10. Veiligheid Sommige varianten liggen volgens indiener te dicht bij waterkeringen, wat de stabiliteit van deze keringen in gevaar kan brengen. Ook risico's met betrekking tot defensie-luchtverkeer en externe veiligheid (zoals nabijheid van gasleidingen) zijn volgens indiener onvoldoende uitgewerkt. Reactie Het planMER beoordeelt en vergelijkt varianten op milieueffecten om te komen tot een zorgvuldige afweging van het voorkeursalternatief. Bij de omgevingsvergunningaanvraag / projectfase worden alle aspecten en risico's op detailniveau onderzocht en getoetst aan de geldende wet- en regelgeving. 11. Mitigerende maatregelen Indiener stelt dat in de documenten wordt gesproken over Mitigatie en/of compensatie voor natuurwaarden, met mogelijkheden voor verplaatsing van weidevogelgebieden en foerageergebieden. Indiener stelt dat mitigerende maatregelen door de initiatiefnemers van de windparken (en niet met overheids-/ belastinggeld) bekostigd moeten worden. Dit dient contractueel met de initiatiefnemers vastgelegd te worden.
Reactie Indien dit aan de orde is, zullen met toekomstige initiatiefnemers afspraken worden gemaakt over de kosten voor eventuele compensatie of mitigatie. Landschap en visuele impact 1. Aantasting open landschap Het rapport erkent dat windturbines een negatieve impact hebben op het open landschap van de polder en kenmerkende cultuurhistorische structuren aantasten, zoals de Hertogswetering en
eendenkooien. Dit vindt indiener niet acceptabel en indiener eist dat mitigaties in het MER aangedragen worden. Het open karakter van de polder, een belangrijk cultureel en landschappelijk kenmerk, wordt volgens indiener door de hoogte van de turbines onherstelbaar beschadigd. De volgens indiener beperkte en suggestieve visualisaties bevestigen dat dit een ingrijpende verandering is voor het gebied. Bezoekers en bewoners ervaren hierdoor een verlies aan landschappelijke waarde en regionale identiteit. Reactie Windturbines passen goed bij een grootschalig landschap, maar hebben effecten op de openheid. Overigens geldt dit voor een periode van maximaal 25 jaar. Daarna dienen de turbines te worden verwijderd (conform provinciale regels). Voor een verdere reactie op dit onderdeel wordt verwezen naar de thematische reactie in paragraaf 3.1.19 van deze zienswijzennota. 2. Cultuurhistorische waarden Elementen zoals de Hertogswetering en historische verkavelingen worden visueel en fysiek bedreigd door de plaatsing van turbines. Dit effect wordt volgens indiener onvoldoende meegewogen in het planMER. Reactie Voor een inhoudelijke reactie op dit onderdeel wordt verwezen naar de thematische reactie in paragraaf 3.1.17 van deze zienswijzennota. 3.
Recreatie Indiener stelt dat de impact van windturbines op het visuele landschap ook economische gevolgen kan hebben, zoals een afname van toerisme. Het gebied verliest zijn aantrekkelijkheid voor wandelaars en natuurliefhebbers, wat directe gevolgen heeft voor lokale bedrijven die hier afhankelijk van zijn. Reactie De plaatsing van windturbines heeft impact op de recreatieve beleving van het gebied. In het ontwerp Programma is de voorwaarde opgenomen dat de ontwikkeling gepaard dient te gaan met een kwaliteitsverbetering van het landschap. Hiervoor zijn (voor ’s-Hertogenbosch) Ontwikkelperspectieven voor de deelgebieden beschreven, waarin de gemeenten met name in de deelgebieden “Stadsrand ’s-Hertogenbosch” en “Overgang zand-klei” beschrijven hoe de gemeenten
het landschappelijke onderscheid tussen de gebieden willen versterken en welke kansen er zijn voor het toevoegen van recreatief programma en het vergroten van het recreatief uitloopgebied. Voor het Osse gedeelte van het gebied zal worden gezocht naar koppelkansen voor recreatie. 4. Aantasting archeologie Archeologische waarden kunnen worden aangetast door de plaatsing van windturbines. Reactie Uit het planMER blijkt dat de diverse varianten mogelijk negatieve effecten kunnen hebben. In het projectMER/vergunningenfase zal met een archeologisch onderzoek worden onderzocht of sprake is van effecten op archeologische waarden; en zo ja, welke maatregelen daartoe getroffen moeten worden. Dit geldt ook voor eventuele mitigerende maatregelen zoals het afgraven van gronden voor het creëren van vernatting/natuur. Veiligheid en Waterhuishouding 1. Waterveiligheid De overlap met waterbergingsgebieden vormt een risico voor de bescherming tegen overstromingen. Dit probleem is volgens indiener onvoldoende onderzocht in het MER en kan leiden tot negatieve gevolgen voor omliggende gebieden bij extreem weer. Het falen om deze risico’s adequaat aan te pakken kan langdurige schade veroorzaken aan de infrastructuur en veiligheid. Reactie Voor een inhoudelijke reactie op dit onderdeel wordt verwezen naar de thematische reactie in paragraaf 3.1.10 van deze zienswijzennota. 2.
Luchtvaartveiligheid Het gebied ligt binnen laagvliegroutes en radarzones, wat extra beperkingen oplegt en een gedegen evaluatie vereist. De risico’s voor defensieluchtvaart en civiele luchtvaart zijn volgens indiener onvoldoende onderzocht. Reactie Voor een inhoudelijke reactie op dit onderdeel wordt verwezen naar de thematische reactie in paragraaf 3.1.12 van deze zienswijzennota. In het MER zijn in paragraaf 7.4.2, 8.3.3, 14.3.4 en 14.4
effecten op het laagvliegverkeer en de defensieradar beschouwd, wat voldoende is voor het detailniveau van de planMER. 3. Risico op incidenten De nabijheid van hoogspanningsleidingen en andere infrastructuur brengt extra veiligheidsrisico’s met zich mee, zoals de kans op ongelukken door turbine falen of blikseminslag. Dit is volgens indiener onvoldoende meegenomen. Reactie In het planMER is in paragraaf 7.4.1 en 14.3.4 het aspect van externe veiligheid beschouwd en in paragraaf 8.3.2 het effect op ondergrondse leidingen. In de projectfase /omgevingsvergunningaanvraag worden de risico's getoetst aan de geldende wet- en regelgeving. Alternatieven en participatie 1. Geen serieuze verkenning van alternatieven Het exclusieve gebruik van windenergie negeert volgens indiener effectievere en minder belastende opties, zoals zonne-energie en kleine windsystemen. Een hybride aanpak met een mix van wind- en zonne-energie kan de impact op de omgeving aanzienlijk verminderen. Reactie Voor een inhoudelijke reactie op dit onderdeel wordt verwezen naar de thematische reactie in paragraaf 3.1 en 3.1.5 van deze zienswijzennota. 2. Onvoldoende participatie Indiener geeft aan dat ondanks de inspraakrondes bewoners zich onvoldoende gehoord voelen. Hierbij is volgens indiener niet duidelijk wat de invloed is geweest van eerdere inbreng op de varianten/onderzoekscriteria.
Reactie Voor een inhoudelijke reactie op dit onderdeel wordt verwezen naar de thematische reactie in paragraaf 3.1.14 van deze zienswijzennota.
3. Gebrek aan transparantie Het besluitvormingsproces rondom het plan is volgens indiener niet transparant. Veel bewoners hebben moeite gehad om toegang te krijgen tot relevante informatie, wat hun mogelijkheden om effectieve bezwaren in te dienen heeft beperkt. Reactie De gemeenten delen de mening van indiener niet. Per stap in het proces hebben de gemeenten hun afwegingen toegelicht in de bestuurlijke stukken en communicatie. Een onderdeel hiervan was ook het informeren van belanghebbenden / stakeholders via de ateliers en klankbordgroep. Gedurende het gehele proces hebben de gemeenten zo goed mogelijk informatie verschaft, altijd via nieuwsbrieven en andere digitale manieren, en op sommige momenten ook met huis-aan-huisbrieven. 4. Transparantie in besluitvorming ‘Het document’ biedt volgens indiener een overzicht van de zienswijzen en de gevolgen voor het MER. Volgens indiener is het niet duidelijk op welke gebieden zienswijzen invloed kunnen hebben. Reactie De gemeenten nemen aan dat indiener doelt op de zienswijzennota op de notitie reikwijdte en detailniveau van het MER. Juist doordat de gemeenten bij elke zienswijze hebben aangeven of er wel of geen gevolg is voor het MER, hebben de gemeenten duidelijkheid verschaft over de gevolgen van een zienswijze. 5. Gebrek aan draagvlak In het participatieproces hebben omwonenden veel zorgen geuit over de plannen.
Het Programma benadrukt de noodzaak van een eerlijke verdeling van lasten en lusten, maar dit is volgens indiener onvoldoende uitgewerkt. Reactie De gemeenten vinden de eerlijke verdeling van lusten en lasten van groot belang. Mede aan de hand van een online consultatie, zijn in 2024 voor de gemeente ’s-Hertogenbosch de leidende principes voor financiële participatie vastgesteld. In Oss zijn dergelijke principes eerder door de gemeenteraad vastgelegd. Het is juist dat dit verder nog niet is uitgewerkt, omdat de daadwerkelijke / concrete plannen van toekomstige initiatiefnemers af moet komen.
6. Maatregelenbeloftes Er worden diverse maatregelenbeloftes benoemd, bijvoorbeeld sound mode om geluid te reduceren, stilstandvoorziening bij slagschaduw, participatie door de omgeving, natuurontwikkeling en het verplaatsen van natuurwaarden. Indiener stelt dat deze maatregelen beloftes contractueel met de initiatiefnemers vastgelegd dienen te worden, zodat deze ook daadwerkelijk worden waargemaakt. Reactie In de vergunningsfase/projectMER fase zal worden beoordeeld welke maatregelen nodig zijn en op welke wijze uitvoering van deze maatregelen zal worden voorgeschreven. 7. Beperking Woningbouw Door de Duurzame Polder wordt de mogelijkheid om de Groote Wielen aan de Oostzijde verder te ontwikkelen beperkt. Gezien de grote woningnood en verder verwachte groei van Nederland, dient de afweging tussen woningbouw en energieopwekking volgens indiener beter onderbouwd te worden. Reactie Voor een inhoudelijke reactie op dit onderdeel wordt verwezen naar de thematische reactie in paragraaf 3.1.12 en naar paragraaf 3.2.10, kopje Geen ruimte voor woningbouw, van deze zienswijzennota. 8. De quickscan De quickscan vermeldt dat omgevingssessies hebben plaatsgevonden, en dat input uit deze sessies heeft geleid tot 8 extra varianten naast de oorspronkelijke 16.
Echter, het document maakt niet expliciet duidelijk hoe de inbreng van omwonenden concreet in het proces of in de keuzes is geïntegreerd. Indiener stelt dat het onduidelijk is welke input vanuit deze bijeenkomsten is meegenomen in de uiteindelijke besluitvorming. Reactie De concrete invloed van de omgevingssessies is terug te vinden op p. 17-18 van de raadsinformatiebrief van 20 september 2023.2 Als bijlage bij deze raadsinformatiebrief zaten meerdere relevante verslagen waarin deze input is uitgewerkt. Zo ook het verslag
2
Raadsvoorstel
bewonersbijeenkomsten ontwikkelmogelijkheden.3 Tevens zijn er meerdere ateliers geweest met stakeholders/belanghebbenden, waarin samen met deze stakeholders/belanghebbenden is gewerkt aan de varianten. Er zijn online consultaties geweest waarbij inwoners hun inbreng hebben kunnen leveren. Als laatste is in het rapport ‘Duurzame Polder; ontwikkeling varianten planMER en uitwerking deelgebieden’ van HNS de feedback van bewoners in blauwe kaders zichtbaar gemaakt (zie als voorbeeld pagina 22).4 10. Alternatieven en variantenstudie De quickscan onderzoekt 24 varianten (16 initiële en 8 extra).. De criteria voor het terugbrengen naar 5 alternatieven zijn volgens indiener niet duidelijk. Reactie Voor het planMER was het nodig een behapbaar aantal varianten te onderzoeken. Van de mogelijke 24 zijn de belangrijkste aspecten verwerkt in 5 varianten, waarbij de keuze is geweest om “de randen van het speelveld” op te zoeken, door sterk onderscheidende varianten (gericht op de belangen van natuur, geluid, landschap, et cetera) te onderzoeken. De 24 suggesties die uit de ontwerpateliers en aanvullende sessies met belanghebbenden naar voren zijn gekomen, hebben mede geleid tot het formuleren van deze varianten en in de volgende fase tot de keuze van het Voorkeursalternatief. 11. Juridische onderbouwing en haalbaarheid Het document benoemt geluidsnormen (bijv.
geluid: 42-47 dB Lden) en geeft aan dat zoekgebieden zijn beperkt door belemmeringen en aandachtspunten. Echter, beleid zoals gemeentelijke afstandsnormen lijkt als "niet bindend" te worden gezien. Reactie Het planMER heeft alle varianten aan de hand van geldende wet -en regelgeving onderzocht. Tevens zijn in de varianten meerdere normstellingen van geluidsbelasting inzichtelijk gemaakt. De gemeentelijke afstandsnormen tot de bebouwde kom zijn in het voorkeursalternatief aangehouden, ondanks het feit dat zij geen wettelijke normen zijn.
3 4
3_f_1_d_+Verslag-bewonersbijeenkomsten-januari-en-februari-2023+(bijlage+2) 20230830+HNS+rapportage+varianten+en+deelgebieden
12. Transparantie in besluitvorming Het rapport benadrukt dat de quickscan slechts een eerste stap is en dat het MER de uiteindelijke besluiten moet onderbouwen. Indiener vraagt zich af hoe de bewonersinput wordt meegenomen in het planMER? Reactie De bewonersinput is op diverse manieren meegenomen in het planMER: •
Zienswijzen en zienswijzennota NRD van het MER (eind 2022 – begin 2023)
•
Via het proces van het ontwerpend onderzoek en participatie
•
o
Online consultatie MER-varianten zomer 2023
o
Zorgen en vragen uit participatie 2022 - 2023
o
Ateliers ontwerpend onderzoek 2023
De huidige fase van zienswijzen op het planMER
Juridische en Beleidsmatige Kaders 1. Nee, tenzij-principe Provincie Noord-Brabant staat windturbines in NNB-gebieden alleen toe als er geen alternatieven zijn en de schade kan worden gecompenseerd. Dit is volgens indiener onvoldoende onderzocht. Reactie Voor een inhoudelijke reactie op dit onderdeel wordt verwezen naar de thematische reactie in paragraaf 3.1.9 van deze zienswijzennota. 2. Gebrek aan lokale normen Na de Delfzijl-uitspraak is er geen uniforme landelijke norm meer voor windparken, wat onzekerheid schept over de toepasbare regels en normen. Het planMER moet de aankomende nieuwe landelijke normen meenemen. Reactie In Hoofdstuk 9 van het planMER zijn deze nieuwe landelijke normen, zoals in concept neergelegd in het Ontwerpbesluit Windturbines Leefomgeving, meegenomen. Voor geluidhinder, schaduwhinder, veiligheidsrisico's en lichtschittering zullen de gemeenten lokale normen hanteren zolang er geen nieuwe landelijke normen zijn.
3. Omgevingsvisie en afweging Het Programma erkent dat het project een complexe afweging vergt. Het plan houdt volgens indiener onvoldoende rekening met lokale visies en uitgangspunten. Reactie In hoofdstuk 2 van het ontwerp Programma zijn de betreffende gemeentelijke visies beschreven, zowel voor gemeente ’s-Hertogenbosch als voor gemeente Oss. Specifiek voor ’s-Hertogenbosch wordt in bijlage 3 van het ontwerp Programma uitgebreider ingegaan op de ontwikkelperspectieven voor 3 deelgebieden: “De Weide”, “Stadsrand Den Bosch” en “Overgang zand-klei”. Deze ontwikkelperspectieven gaan in op de thema’s landbouw, natuur, wonen en (recreatieve) beleving, landschap en cultuurhistorie en water en bodem. Hierbij worden zowel uitgangspunten, kansen, wensen als ambities beschreven. 4. Locatieonderbouwing Er is volgens indiener geen navolgbare onderbouwing voor een windturbinepark in de Duurzame polder. Reactie Voor een inhoudelijke reactie op dit onderdeel wordt verwezen naar de thematische reactie in paragraaf 3.1.11 van deze zienswijzennota. 5. Ontwerp Programma Indiener vraagt zich af of dit Programma en het planMER van de Duurzame Polder door de staf van beide gemeentesecretarissen (Oss en Den Bosch) zijn voorbeschouwd en vrijgegeven voor publicatie.
Reactie De stukken zijn, inclusief collegevoorstel en raadsinformatiebrief, op 3 december 2024 akkoord bevonden in het colleges van B&W en lagen vanaf 6 december ter inzage. De gemeentesecretaris en medewerkers waren daarbij, zoals gebruikelijk, onderdeel van het proces. Onderdeel ervan was het besluit om de stukken ter inzage te leggen. 6. Bevoegd gezag Gezien de omvang van de Duurzame Polder, is het Rijk van rechtswege bevoegd. Het Ministerie van EZ draagt bevoegdheid in de bestuursovereenkomst over naar het de Provincie, die het vervolgens
bij de gemeenten neerlegt. Als reden hiervoor voert men aan dat het twee projecten zijn die zelfstandig de drempelwaarde niet overschrijden. Volgens indiener is dit onjuist en is er sprake van één project met als gevolg dat het Rijk het bevoegde gezag zou moeten zijn. Reactie Het Rijk is bevoegd de coördinatie van de besluitvorming en de bevoegdheid om de noodzakelijke besluiten te nemen over te dragen (zie in dit verband onder meer de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 13 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:803, en de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 20 december 2022, ECLI:NL:RBDHA:14307). 7. Onderbouwing aantal windturbines in den Bosch Vanuit de Visie energie landschap en het onderzoek Duurzame Polder (2021) is de polder aangewezen als gebied waar zowel wind als zon toegepast kan worden. Ook zijn er volop mogelijkheden om “zon op land” maar ook “zon op dak >15kW” te realiseren om hiermee invulling te geven aan de RES-opgave. Het is volgens indiener onduidelijk wat de redenen zijn om in het bestuursakkoord 2022 exclusief in te zetten op de inzet van maximaal 16 windturbines. Reactie Er wordt verwezen naar het antwoord in paragraaf 3.3.4, kopje Aantal windturbines. Verder zijn de plannen voor zon op dak en zon op land niet vervallen. Wel is er een maximum van 50 ha. Aan zonnevelden gelegd.
Dit had onder andere te maken met de haalbaarheid van de oorspronkelijk beoogde 100 ha. 8. Meer opwekken dan de RES Indiener vraagt zich af waarom in het planMER het argument “meer dan de RES opgave” gebruikt wordt om varianten af te wijzen terwijl er niet eenduidig vast ligt dat deze extra opgave in de Duurzame Polder moet worden opgewekt. Reactie Er wordt verwezen naar paragraaf 3.1.2 van deze zienswijzennota. 9. RES restopgave Den Bosch Indiener vindt dat er nog veel onduidelijkheid is over de restopgave van de RES die in de Duurzame Polder gerealiseerd moet worden. In hoofdstuk 3.6 van het ontwerp Programma is een complete en
duidelijke uitleg over de opwek doelstelling van de gemeente Oss weergegeven. Indiener had het fijn gevonden als de gemeente Den Bosch hier ook specifieker zou zijn geweest. Indiener heeft haar eigen berekeningen toegevoegd waaruit volgt dat om aan de RES opgave te voldoen, de restopgave ten behoeve van de Duurzame Polder uitkomt op 0,162 TWh, wat minder is dan de in het planMER gehanteerde 0,24 Twh. Indiener geeft aan dat de redenering daarom niet klopt en er als gevolg hiervan met 16 type 1 turbines of 7 type 2 turbines wordt voldaan aan de doelstellingen. Reactie Er wordt verwezen naar paragraaf 3.1.2 van deze zienswijzennota. 10. Het RES bod van de gemeentes Het RES bod van de gemeentes (boven het 35 TWh aandeel) heeft volgens indiener geen wettelijk kader en kan dan ook niet als verplichting worden gesteld. Het RES bod van de gemeente Den Bosch kan niet als argument gebruikt worden om een bepaalde hoeveelheid windenergie in de Duurzame Polder te realiseren. Dit geldt enkel voor het 35 TWh aandeel in het RES bod. Voor de gemeente Den Bosch is het 35 TWh aandeel 0,281 TWh terwijl het bod 0,35 TWh is. Reactie Er wordt verwezen naar paragraaf 3.3.4, kopje ‘Meer doen dan de RES-opgave wet en realisme’. Onderzoeksvarianten 1. Trechteringsproces Het trechteringsproces om het zoekgebied te komen is volgens indiener onzorgvuldig verlopen.
Indiener geeft hierbij aan dat er niet genoeg aan de balans tussen zon- en windenergie is gedacht en dat clustering van de opwek niet per definitie gunstig is. Reactie Het zoekgebied voor windenergie is eerder al bepaald via de besluiten van de gemeenteraden. Dit was het kader voor het uitwerken van het Programma. Voor de stelling over de juiste mix van zon -en windenergie, wordt verwezen naar de thematische reactie in paragraaf 3.1.5 van deze zienswijzennota. Aan de keuze om energie-opwek zoveel mogelijk te clusteren, liggen verschillende afwegingen ten grondslag. Hierbij wordt naar zowel de Visie energielandschap, als de Ontwerptoelichting VKA verwezen.
2. Aanvullende Gemeentelijke beleidskeuzes Aanvullende Gemeentelijke beleidskeuzes om vooraf de 100 ha aan zonnepanelen te reduceren, het aantal windturbines vast te stellen op 16 stuks en de Duurzame Polder aan te wijzen als het zoekgebied, hebben volgens indiener geleid tot tunnelvisie en een situatie zonder alternatieven. Indiener stelt dat door de megalomane omvang van de Duurzame Polder, een planMER is ontstaan met varianten en een Voorkeursalternatief dat op alle maatgevende punten negatief tot zeer negatief scoort. Reactie De door indiener genoemde beleidskeuzes ten aanzien van de reductie van 100 ha. Zonnevelden en 16 windturbines in de Duurzame Polder zijn democratisch tot stand gekomen via het Bestuursakkoord ’s-Hertogenbosch uit 2022. Eventuele alternatieven in de vorm van zonne-energie zijn daarbij juist expliciet afgewogen. Er wordt verder verwezen naar de inhoudelijke reactie in paragraaf 3.1.11 van deze zienswijzennota. Dat het planMER negatieve gevolgen laat zien van het plaatsen van windturbines doet aan die locatiekeuze niets af. De alternatieven zijn voldoende onderzocht. 3. Vergelijkbaarheid Indiener stelt dat het voor de vergelijkbaarheid noodzakelijk is om de effecten van de aanvullende gemeentelijke beleidskeuzes inzichtelijk te maken.
Daartoe dient er volgens indiener aanvullend op de 5 uitgewerkte varianten in het planMER een variant opgesteld te worden waarbij de oorspronkelijke 100 ha. Aan zonnepanelen i.c.m. met het minimaal aantal bijbehorende windemolens uitgewerkt wordt. Indiener stelt dat nut en noodzaak zijn onvoldoende onderbouwd, met inachtneming dat om het doel energieneutraal in 2045 te bereiken zowel zon- als windenergie nodig is. Reactie De gemeente ’s-Hertogenbosch heeft met het Bestuursakkoord van 2022 ervoor gekozen om geen mogelijkheden voor zonne-energie in de Duurzame Polder toe te staan. Derhalve is in het MER geen variant met zonnepanelen opgenomen. Deze variant zal evenmin in deze fase toegevoegd worden. Los van dat dit buiten de bestuurlijk kaders valt, is daar ook geen nut en noodzaak voor, zoals indiener benoemt. Immers, door de toepassing van 16 windturbines in de Duurzame Polder (zonder zonnevelden) wordt voldaan aan de bestuurlijke kaders, waaronder de door indiener genoemde doelstelling om als gemeente klimaatneutraal te zijn in 2045.
Binnen het bestuursakkoord is afgesproken de eerder beoogde 100 ha. Zonnevelden terug te brengen naar maximaal 50 ha. Zonnevelden, waardoor de oorspronkelijke doelstelling van 100 ha. Zonnevelden niet meer bestaat. De beoogde 50 ha. Zonnevelden wordt al ingevuld buiten de polder, en dus buiten dit Programma. Niet opgevolgde aspecten vanuit de NRD-zienswijze Indiener d.d. 19 oktober 2022 1. Onderzoeksvariant 9 windturbines In de NRD-zienswijze van GiZ is opgemerkt om het verschil in milieueffecten in kaart te brengen wanneer 9 (berekening van Indiener om aan RES te voldoen) of 16 windturbines (bestuursbesluit Gemeente) geplaatst worden. Aan dit aspect is in het planMER geen invulling gegeven. Indiener stelt dat aanvullend op de 5 varianten een variant uitgewerkt dient te worden met 9 windturbines. Reactie De realisatie van 16 windturbines is de bestuurlijke doelstelling voor het project, in combinatie met het voldoen aan ‘meer dan de RES-opgave’. Deze doelstellingen zijn daarmee als uitgangspunten genomen voor de varianten; echter, nadrukkelijk als uitgangspunten en niet als harde voorwaarden. Zo zijn bijvoorbeeld bij de variant Landschap slechts 7 windturbines mogelijk (Type 2) op grondgebied ’s-Hertogenbosch. Daarmee is het onderzoek in het MER breder ingestoken, in lijn met de door indiener gewenste energie-opwek. 2.
Onderzoeksvariant afstandsnorm 10x tiphoogte In de NRD-zienswijze van GiZ is opgemerkt om een variant in kaart te brengen waar de afstandsnormering 10 keer de tiphoogte van een windturbine tot woonkernen wordt gehanteerd. Aan dit aspect is in het planMER geen invulling gegeven. Indiener stelt dat aanvullend op de 5 varianten een variant uitgewerkt dient te worden waarbij de internationale afstandsnorm van 10x de tiphoogte tot woonkernen gehanteerd wordt. Reactie Het MER-onderzoek heeft een breed speelveld onderzocht, zie ook het antwoord hiervoor. Een alternatief dat uitgaat van 10 x de tiphoogte is – zoals ook in de reactie op de zienswijzen op de NRD gesteld – geen realistisch alternatief dat in een MER onderzocht moet worden, omdat dan de energiedoelstelling niet kan worden behaald. Tevens is een afstandsnorm van 10 x de tiphoogte niet wetenschappelijk onderbouwd.
3. Leverbetrouwbaarheid Indiener stelt dat de gemeente ‘s-Hertogenbosch de ambitie heeft om alle energie die in de gemeente nodig is, ook in 2050 in de gemeente op te wekken. In de huidige randvoorwaarde van 16 windturbines gaat de gemeente voorbij aan leverbetrouwbaarheid. Op windstille en zonnige dagen zal er energie van buiten de gemeente geïmporteerd moeten worden. In het planMER is hier geen aandacht aan gegeven. Indiener stelt dat de leverbetrouwbaarheid alsnog uitgewerkt dient te worden. Reactie In het planMER wordt leverbetrouwbaarheid niet expliciet als afzonderlijk thema behandeld. Het planMER gaat immers over de milieueffecten van de ontwikkeling van windenergie in de Duurzame Polder en niet over het ontwikkelen van andere bronnen. Wel wordt, voor de bredere context, in het planMER aangegeven dat de energievoorziening wordt gebalanceerd op regionaal, nationaal en internationaal niveau (paragraaf 2.4). Dit betekent dat, hoewel de gemeente streeft naar lokale energieopwekking, de betrouwbaarheid mede wordt gewaarborgd door samenwerking met bredere energie-uitwisselingssystemen. Daarnaast draagt de inzet op zonne-energie en de ontwikkeling van zonnevelden buiten de Duurzame Polder bij aan een gebalanceerde mix van energiebronnen, wat de leverbetrouwbaarheid ten goede komt. 4.
Milieueffecten uitbreiding stroom netwerk Bij het thema netwerk dient volgens indiener ook expliciet gemaakt te worden welke milieueffecten de uitbreiding van het stroomnet met zich meebrengt. Reactie In het planMER is in paragraaf 8.5 een toelichting over de netinpassing opgenomen. Hierbij is ook genoemd dat de netcongestie mogelijk een belemmerende factor is bij de ontwikkeling van windturbines in de Duurzame Polder. De oplossing van de netcongestie is echter redelijkerwijs geen onderdeel van de scope van dit project, maar geldt voor het project wel als een randvoorwaarde. Kort gezegd: de netuitbreiding is ongeacht het doorgaan van het project Duurzame Polder voorzien. Voor de variantenbeoordeling is het niet onderscheidend, omdat voor iedere variant geldt dat de netinpassing een aandachtspunt is. 5. Uitkomsten gezondheidsonderzoek Windturbines Rietvelden Den Bosch Indiener heeft geadviseerd de uitkomsten van dit onderzoek mee te nemen in de afwegingen voor de Duurzame Polder. In het planMER is hierover niets te vinden.
Reactie Wat betreft het door indiener genoemde onderzoek wordt verwezen naar de beantwoording van art. 71 RvO vragen van het College van burgemeester en wethouders van 25 april 2022. Bij de zienswijzennota op de NRD is aangegeven, dat indien nodig, de uitkomsten van het uitgevoerde onderzoek over windpark de Rietvelden betrokken worden bij dit project. Uit geluidsmetingen ter plaatse en vervolgens geluidsberekeningen (rapportage juli 2022) blijkt dat het windpark de Rietvelden aan de geluidsnormen voldoet. Er is hierdoor geen aanleiding om nader onderzoek te verrichten. Ontwikkelaar Pure Energie heeft aangeboden met een aantal burgers in gesprek te willen om duidelijk te krijgen wanneer ze overlast van geluid ervaren. Maar de melders die benaderd zijn hiervoor, hebben aangegeven niet in gesprek te willen. Gelet op bovenstaande, is er geen aanleiding geweest om de uitkomsten van het uitgevoerde onderzoek over windpark de Rietvelden te betrekken bij dit Programma. Zienswijze NRD Windwiki en Prof. Dr. Diederik Gommers 1. Windwiki De zienswijze van Windwiki op NRD voor het planMER Windturbinebepalingen Leefomgeving gaat uitgebreid in op gezondheidsrisico’s van windturbines. Aangezien de landelijke beleidsbepalingen voor windturbines nog niet definitief zijn, stelt Indiener dat inhoud van de zienswijze van Windwiki ook aan het bevoegd gezag van de Duurzame Polder gericht is.
Dit moet meegewogen worden in het planMER. Reactie Dat is onjuist. Er is geen zienswijze ingediend door Windwiki op het ontwerp Programma Duurzame Polder. Zienswijzen op andere documenten of bij andere overheden kunnen en hoeven niet betrokken te worden. Het is bekend dat de nieuwe nationale normen nog niet definitief zijn. 2. Prof. Dr. Diederik Gommers In een ingezonden stuk door Professor dr. Diederik Gommers aan de gemeente Amsterdam valt onder andere te lezen dat bij de plaatsing van windturbines op het land de focus moet liggen op een veilige afstand van windturbines tot omwonenden van >2 km. Indiener stelt dat het ingezonden document van dhr. Gommers aan alle bevoegde gezagen voor windturbineparken gericht zou moeten zijn. Indiener richt de gehele inhoud van het ingezonden document van de heer Gommers dan ook aan het
bevoegd gezag van de Duurzame Polder en stelt onder meer dat windturbines op minimaal 2 kilometer van woonkernen geplaatst dienen te worden voor alle Nederlandse burgers. Reactie De inhoud van de door indiener meegezonden brief is bekend en stelt normeringen c.q. voorzorgsbeginselen voor ten aanzien van windturbines op land. De gemeenten nemen dit voor kennisgeving aan en sluiten aan bij de regelgeving van de rijksoverheid. Business case 1.Transparantie Indiener eist dat de business case openlijk gedeeld wordt en dat inzichtelijk wordt gemaakt: •
hoe zijn milieueffecten en kosten in de VKA-business case afgewogen?
•
welke uitwerking hebben maatregelen (o.a. sound mode / stilstandvoorziening slagschaduw, participatie voor de omgeving, natuurontwikkeling, verplaatsen natuurwaarden, enzovoorts) op de business case?
Reactie Er ligt geen ‘VKA-business case’. De eventuele impact van mitigerende maatregelen op de business case is ter beoordeling van toekomstige initiatiefnemers in de volgende fase. Het projectteam heeft informeel overleg met potentiële initiatiefnemers. Er zijn geen signalen dat het Voorkeursalternatief niet uitvoerbaar zou zijn. 2. Doelredenatie Indiener stelt dat het erop lijkt dat doelredenatie in de richting van de initiatiefnemers plaatsvindt. Indiener eist dat alle communicatie tussen de overheid (o.a. projectgroep Duurzame Polder, Gemeente Den Bosch, gemeente Oss, bevoegde gezagen) en de initiatiefnemers volledig openbaar toegankelijk moet worden gemaakt. Daarnaast dient het planMER primair invulling te geven aan de RES-opgave en niet aan de randvoorwaarden van de initiatiefnemers Reactie Er is geen sprake van doelredenatie richting toekomstige initiatiefnemers. Uiteraard houden de gemeenten wel oog op het aspect van uitvoerbaarheid van het Programma. Indiener heeft in 2024 een Woo-verzoek bij de gemeenten gedaan, die onder andere vraagt om inzicht in de communicatie
tussen initiatiefnemers en de gemeenten, inzake de locatie en het aantal windturbines. Door de grote omvang van documenten waarop het verzoek is gericht, zal de beantwoording ervan in gedeelten plaatsvinden. Het planMER is niet op basis van de randvoorwaarden van potentiële initiatiefnemers opgesteld. 3. Fictieve ruimte voor vormgeving en windturbinetypes Indiener stelt dat omdat er in de door Witteveen en Bos uitgevoerde VKA-berekening van de energieopbrengst enkel gebruik wordt gemaakt van de grootste turbinetype, eigenlijk reeds vaststaat dat de grootste soort windturbines toegepast gaan worden. Indiener vindt dat deze berekening ook voor het kleinere turbinetype uitgevoerd dient te worden. Ook wijst indiener erop dat op zee eenzelfde turbine 40% meer rendement oplevert. Reactie De door indiener aangehaalde Energieopbrengstberekening betreft alleen de gemeente Oss. Zoals indiener ook opmerkt, is in het MER gerekend met beide type turbines. Het is verder bekend dat het rendement van wind op zee groter is dan wind op land. Dat betekent niet dat wind op land niet effectief is en niet nodig is. In de kamerbrief van 27 januari 2025 stelt de minister van Klimaat en Groene Groei dat “verdere groei van opwek van zonne- en windenergie op land nodig [is] en moeten we gezamenlijk blijven inzetten op het realiseren van het totaal bod van 55TWh.” Visualisaties 1.
Window dressing De opgenomen visualisaties in het planMER tonen volgens indiener een te éénzijdig beeld. In 2024 is zowel door GiZ als het projectteam Duurzame Polder een visualisatie vanuit het centrum van de Groote Wielen gemaakt, welke een heel ander beeld geeft. Ondanks verzoeken aan de Duurzame Polder, zijn deze beelden niet opgenomen in het planMER. Indiener stelt dat de visualisatie vanuit de Groote Wielen in het planMER opgenomen dient te worden en dat vanuit de bebouwde omgeving aanvullende visualisaties worden opgesteld. Reactie Er wordt primair verwezen naar onze beantwoording van de vragen van indiener hierover, genaamd “Reactie op brief gebruik van visualisaties in participatieproces en communicatie”, d.d. 14 maart 2024. Het opnemen van extra visualisaties in het planMER is niet nodig, omdat de visualisaties in het planMER op de juiste wijze zijn opgemaakt. De visualisaties in het planMER zijn adequaat voor het
doel waarvoor zij zijn gemaakt, namelijk beoordeling van het landschappelijk effect. Zie verder paragraaf 3.1.4 van deze zienswijzennota. 2. Foto’s met akkers Foto’s met akkers vol met mais geven een mooi groen geheel. Wetende dat de mais op die hoogte maar 1,5 – 2 maanden er staat, geeft dit volgens indiener geen reëel beeld. De periode dat de bomen geen blad hebben (okt – apr) is daarin doeltreffender. 3. Diffuus licht De foto’s zijn gemaakt in een situatie met diffuus licht. Donkere achtergronden (wolken) met de turbines in de zon geven een heel ander beeld dan nu getoond. 4. Nachtzicht Indiener geeft aan dat er onvoldoende aandacht is besteed aan het beeld met nachtverlichting en dat dit alsnog moet worden meegenomen in het planMER en diens visualisaties. 5. Industriële objecten Indiener geeft aan dat er in de visualisaties onvoldoende aandacht is besteed aan industriële objecten (zoals opstallen en hekwerken) die geplaatst worden bij de plaatsing van de windturbines. Reactie De visualisaties hebben het doel om het effect van de windturbines op het landschap te tonen. Daarvoor voldoen zij. 6. Circulariteit – einde levensduur In uw documenten valt te lezen dat juridisch en financieel geborgd is dat de windturbines na verstrijken van de termijn worden verwijderd.
Indiener stelt dat het verwijderen niet alleen de windturbines, maar ook de aangebrachte materialen op en onder maaiveld betreft. Indiener stelt dat contractueel met de initiatiefnemers vastgelegd dient te worden dat verwijdering van alle aangebrachte elementen op rekening van de initiatiefnemers zal plaatsvinden en dat hiertegenover een bankgarantie wordt gesteld.
Reactie Voor een inhoudelijke reactie op dit onderdeel wordt verwezen naar de thematische reactie in paragraaf 3.1.16 van deze zienswijzennota. Radar 1. Ontwikkelingen op het gebied van radar Er is volgens indiener een groot risico op verstoring van de (defensie)radar door windturbines in de Duurzame Polder te plaatsen. In de notitie met datum 24 mei 2024 staat beschreven dat de normen van de nieuwe gevechtsleidingradar van Herwijnen worden overschreden. De keuze voor Herwijnen is nog niet definitief. Echter, op het moment van de publicatie heeft Defensie op 4 april een bericht van kennisgeving in de Staatscourant geplaatst waarop het ontwerpbesluit ter inzage ligt. Eind december 2024 heeft de staatssecretaris van defensie een brief verstuurd aan de kamer, waarin uitgelegd wordt dat de plaatsing van de radar in Herwijnen vertraagd is, maar dat in het eerste kwartaal van 2025 een vergunning wordt afgegeven. De SMART-L radar in Herwijnen is een essentiële component van de Nederlandse lucht- en raketverdediging. Reactie De gemeenten nemen dit onderdeel van de zienswijze ter kennisgeving aan. In de vergunningsfase / projectMER fase is op dit aspect nader onderzoek nodig. Zie verder paragraaf 3.1.12 van deze zienswijzennota. 2. Radarverstoring Windturbines verstoren het signaal van de radar door elektromagnetische interferentie (EMI).
De draaiende rotorbladen veroorzaken valse echo’s en maskeren echte doelen. Verstoringen aan de (defensie)radar brengen de nationale veiligheid direct in gevaar, zorgen voor beperking van militaire trainingsactiviteiten en zorgen voor een verhoogd risico op incidenten (ook voor de burgerluchtvaart). Uit het TNO Radarhinderonderzoek (24 mei 2024) blijkt dat de geplande windturbines van De Duurzame Polder binnen de verstoringsstraal van de SMART-L radar vallen. Ook de EASA Richtlijnen 2021 schrijven voor dat windturbines buiten de gevarenzone van radars moeten worden geplaatst. De turbines van De Duurzame Polder liggen binnen deze zones. Tenslotte toont het radarverstoringsonderzoek van Defensie aan dat vergelijkbare projecten, zoals Windpark Deil, al significante problemen hebben veroorzaakt.
Reactie Het is juist en bekend dat windturbines het signaal van radars kunnen verstoren. Er wordt verwezen naar het radarhinderonderzoek in bijlage XIX van het planMER. De gemeenten nemen dit onderdeel van de zienswijze verder ter kennisgeving aan. In de vergunningsfase / projectMER fase is op dit aspect nader onderzoek nodig. 3. Tekortkomingen Het plan MER schiet volgens indiener tekort door: •
het ontbreken van een transparante en volledige beoordeling van de impact van windturbines op alle betrokken radarsystemen;
•
het nalaten van een gedetailleerd alternatievenonderzoek om locaties en turbine-aantallen met minder verstoringspotentieel te overwegen;
•
het feit dat pas in de vergunningsfase conclusies getrokken gaan worden over de positie
•
van windturbines in relatie tot de radarsystemen.
Indiener stelt dan ook dat de gekozen locatie voor De Duurzame Polder ongeschikt is vanwege de significante verstoringen op civiele en militaire radarsystemen. Er dient een onafhankelijke, uitgebreide radarimpactstudie uitgevoerd dient te worden voor alle betrokken radarsystemen. Daarnaast dient het planMER herzien te worden en aangevuld te worden met een gedetailleerde analyse van radarverstoring, alternatieve locaties en maatregelen ter mitigatie van verstoringen. De uitvoering / vergunning van het project dient opgeschort te worden totdat alle relevante risico’s met betrekking tot de radarsystemen volledig zijn onderzocht en geadresseerd. Reactie Met de verkennende radarhinderonderzoeken is inzichtelijk gemaakt welke risico’s kunnen optreden bij de plaatsing van de windturbines in dit gebied. Deze onderzoeken zijn als bijlage XIX bij het planMER gevoegd. Uit die onderzoeken blijkt een mogelijk risico voor het kunnen toestaan van windturbines, maar daarbij worden ook mogelijke mitigerende maatregelen benoemd. Het is bijvoorbeeld mogelijk posities van turbines te verplaatsen, of in het uiterste geval 1 of 2 turbines uit het plan te verwijderen. Het planMER is daarmee voldoende uitgevoerd. Dit aspect dient in de vergunningsfase en projectMER fase nader onderzocht te worden.
Stikstof 1. Algemeen Het planMER houdt volgens indiener onvoldoende rekening met de volledige stikstofemissies van het project en recente jurisprudentie is niet meegenomen, waardoor het besluitvormingsproces onzorgvuldig is en het project niet kan worden uitgevoerd zonder onaanvaardbare schade aan het milieu. Alle varianten zijn sterk negatief beoordeeld vanwege mogelijke stikstofeffecten op Natura 2000-gebieden. Dit betekent dat er risico’s zijn op schadelijke effecten op gevoelige natuurgebieden door stikstofuitstoot tijdens de aanleg. De impact van de recente uitspraak van de Raad van State dat intern salderen niet langer is toegestaan moet volgens indiener bekeken worden. Reactie Er wordt verwezen naar paragraaf 3.1.7 en 3.1.9 van deze zienswijzennota. 2. Onvolledigheid van de stikstofemissieberekeningen Het planMER houdt volgens indiener geen rekening met alle stikstofemissies die samenhangen met het project. Naast de stikstofuitstoot in de bouw- en gebruiksfase van de windturbines, ontbreken de emissies die voortkomen uit de productie van bouwmaterialen: •
Cement: De productie van cement voor de funderingen van de windturbines veroorzaakt aanzienlijke stikstofuitstoot. Voor funderingen van honderden tonnen beton is dit een enorme belasting;
•
Staal: De productie van staal, essentieel voor de torens en wieken, veroorzaakt eveneens significante stikstofemissies. Het gebruik van duizenden tonnen staal leidt tot een substantiële milieubelasting;
•
Transport van materialen en onderdelen: Internationaal transport: Veel onderdelen van windturbines worden geproduceerd in het buitenland en moeten over lange afstanden worden vervoerd. Het transport over zee en over land veroorzaakt aanzienlijke emissies van stikstofoxiden (Nox) en fijnstof. Lokaal transport: Het vervoer van materialen naar de bouwlocatie in de Duurzame Polder vereist intensief gebruik van zwaar materieel, wat extra stikstofuitstoot oplevert in de regio;
•
Bouwactiviteiten: Het gebruik van bouwmachines zoals graafmachines, hijskranen en betonmixers leidt tot directe uitstoot van stikstofoxiden en fijnstof;
•
Het bouwverkeer op lokale wegen veroorzaakt extra emissies en kan leiden tot een toename van stikstofdepositie in nabijgelegen Natura 2000-gebieden;
•
Afbraak en recycling: aan het einde van de levensduur van de windturbines (gemiddeld 20-25 jaar) zullen de turbines moeten worden afgebroken en gerecycled. Dit proces brengt opnieuw emissies met zich mee, die niet worden meegenomen in de beoordeling.
Reactie De eerdergenoemde Passende Beoordeling heeft deze emissies meegenomen. 3. Impact van recente jurisprudentie Op 18 december 2024 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geoordeeld dat intern salderen niet langer mag worden betrokken bij de voortoets om te bepalen of een natuurvergunning nodig is. Intern salderen kan wel worden meegenomen in de passende beoordeling bij de aanvraag van een natuurvergunning. Deze uitspraak heeft volgens indiener directe gevolgen voor het MER van de Duurzame Polder. Indien het MER gebruik maakt van intern salderen om aan te tonen dat er geen significante effecten zijn op Natura 2000-gebieden, is deze benadering nu ontoereikend. Het project zal een natuurvergunning moeten aanvragen en daarbij een passende beoordeling moeten uitvoeren waarin intern salderen als mitigerende maatregel wordt beoordeeld. Bovendien introduceert de uitspraak het ‘additionaliteitsvereiste’ voor intern salderen, wat betekent dat aangetoond moet worden dat de stikstofruimte van een bestaande activiteit, die wordt gebruikt voor intern salderen, niet nodig is voor natuurherstel. Dit maakt het verkrijgen van een natuurvergunning voor projecten die stikstofdepositie veroorzaken in Natura 2000-gebieden complexer. Reactie Er wordt verwezen naar paragraaf 3.1.7 van de zienswijzennota. 4.
Juridische onderbouwing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in eerdere uitspraken benadrukt dat bij de beoordeling van projecten alle relevante emissies in ogenschouw moeten worden genomen. In de uitspraak van 1 september 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:71) werd gesteld dat waar de hoge stikstofbelasting leidt tot verslechtering van natuurwaarden, passende maatregelen nodig zijn. Het niet meenemen van alle emissiebronnen in het MER kan daarom leiden tot een onvolledige beoordeling van de milieueffecten en is in strijd met de zorgvuldigheid die van een bestuursorgaan mag worden verwacht.
Reactie Zie het antwoord bij het bovenstaande kopje Stikstof en paragraaf 3.1.7 van deze zienswijzennota. 5. Conclusie en verzoek Naast de reeds bovengenoemde vragen, verzoeken wij u met klem om: •
Het huidige plan te herzien met meer aandacht voor alternatieven die minder impact hebben op gezondheid, natuur en landschap;
•
In ogenschouw te nemen dat het planMER juridisch en inhoudelijk onvolledig is, waardoor besluitvorming op basis van het huidige rapport niet rechtsgeldig is;
•
De varianten opnieuw te evalueren en aanvullende onderzoeken uit te voeren naar de gevolgen voor ecologie, geluidsoverlast, gezondheid en veiligheid;
•
De participatie van bewoners te versterken en hun bezwaren serieus mee te nemen in de besluitvorming
•
De benodigde opwekcapaciteit te verklaren;
•
De transparantie rondom het besluitvormingsproces te vergroten, belanghebbenden toegang hebben tot volledige en duidelijke informatie.
zodat
alle
Reactie Er wordt verwezen naar onze eerdere beantwoording op deze punten. Conclusie Deze zienswijze is, gelet op bovenstaande, ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van het Programma en/of planMER. 1.2.12
Zienswijze 4 IVN Den Bosch
1. Algemeen De inzet van indiener (natuurorganisatie) is erop gericht om er voor de korte termijn het beste van te maken. En voor de langere termijn een gebied te realiseren dat als een aantrekkelijke buffer tussen twee groeiende steden ligt en waarvan de biodiversiteit op een hoger niveau ligt dan bij de start van het project. Dat zou de toekomstwaarde van alle inspanningen moeten zijn. Volgens indiener moeten de functies van boerengrond, natuur en natuurrecreatie en voor opwekking van duurzame energie met windturbines goed met elkaar combineren. In de nabije toekomst zullen
zich kansen voordoen om die functies te koppelen en te optimaliseren. Een goede samenwerking tussen boeren, natuurorganisaties en exploitanten van windturbines is volgens indiener cruciaal om die kansen ook daadwerkelijk te benutten. Reactie De gemeenten zijn het eens met deze stellingnames. 2. Programma is teleurstellend Het voorliggende Ontwerp Programma is voor indiener teleurstellend. Gelet op de ingebakken spanning tussen windturbines en de biodiversiteit in dit gebied lijkt dat logisch. Reactie De gemeenten vinden het jammer dat indiener het ontwerp Programma teleurstellend vindt, maar de gemeenten respecteren uiteraard deze mening. 3. Inrichten compensatiegebieden Indiener geeft aan dat weidevogels altijd aan boerenqrond qebonden zullen blijven. Het is daarom volgens indiener van groot belang om nu te starten met het voor voqels optimaal inrichten van bestaande gebieden en van toekomstige qebieden ter compensatie. Alleen dan benutten we optimaal de periode die nodiq is om alle stappen te zetten voor de feitelijke plaatsing van de turbines. Reactie De gemeenten zijn het met de strekking van deze opmerking eens. In paragraaf 4.4 van het Programma onderkennen de gemeenten de noodzaak van deze samenwerking en schetsen de gemeenten een proces voor het tot stand brengen van nieuwe afspraken voor weidevogelbeheer, gegeven de wens om windturbines te plaatsen. 4.
Uitgangspunten voor integrale afweging en advies voor geluidsnorm De uitgangspunten van beide gemeenten ten aanzien van afstandsgrenzen en de betrokkenheid van de agrarische sector verschillen van elkaar, aldus indiener. Dat belemmert in sterke mate het te behalen optimale resultaat voor de natuur, ondanks de realisatie van windturbines. Ook is het daardoor onmogelijk de integrale afweging te kunnen maken, aldus indiener.