CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Nationale Ombudsman - Hindernisbaan zonder finish Een onderzoek naar knelpunten in de toegang tot de Wet schuldsanering natuurlijke personen

Gemeenteraad 8 maart 2022, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Raadsvoorstel Algemeen belangbesluit Bewind in eigen beheer48.558 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

Hindernisbaan zonder finish

58

Zou het geen verbetering zijn als de Wsnp-rechter direct bekijkt of toelating tot de Wsnp mogelijk is als de schuldhulpverlener, die volgens de normen werkt, zegt dat het onmogelijk lijkt om tot een schuldregeling te komen? In Den Haag heeft men bij het Schuldenlab070 heel veel schuldeisers benaderd met de suggestie om voortaan het voorstel van Schuldenlab070 gewoon over te nemen. Dat men op voorhand akkoord gaat als Den Haag een schuldregeling voorstelt. Ongeveer vijftig, waaronder grote, partijen zijn daarmee akkoord gegaan. Die partijen hebben dus hun vertrouwen geschonken aan de professionals van de schuldhulpverlening. De vertegenwoordiger van De Tussenvoorziening oppert om het minnelijk traject meer rechten te geven. De Tweede Kamer heeft onlangs een motie aangenomen dat als 75% van de schuldeisers/ vorderingen akkoord is, ook de rest akkoord moet gaan. Met de uitvoering van die motie zou het minnelijk traject veel meer af kunnen dwingen. Dat lijkt een goed alternatief voor de weg naar de Wsnp, die soms echt lastig is voor mensen. Het zou ook goed zijn om voor het rondetafelgesprek een rechter uit Utrecht te vragen, want daar loopt ook een pilot.

Die houdt in dat je alvast aan de rechtbank kan laten weten dat er een zitting gaat komen voor een dwangakkoord/Wsnp-verzoek als een schuldeiser niet akkoord gaat, maar zonder dat de schuldhulpverlener al een compleet verzoek hoeft aan te leveren. De schuld­eiser weet dat er een zitting komt, weet dat het serieus is en kan alsnog akkoord gaan. Dat kan een hoop werk schelen. De vertegenwoordiger van de Voedselbank NL vraagt of de ombudsman nog iets kan met de discussie over de voordelen van de Wsnp boven het minnelijk traject. Als de boedelafdracht bij de minnelijke trajecten hoger is, blijven de betrokkenen langer in de voedselbanken. Een deelnemer komt met het eerder aangehaalde voorbeeld van het gezin. Dat heeft nu te weinig te besteden. Dat zou via Bijzondere Bijstand misschien opgelost kunnen worden. Het bedrag dat minimaal nodig is wordt aangetast. Je zou moeten kunnen leven van de 95%. De ombudsman neemt nota van dit verschil tussen Wsnp en het minnelijk traject. Hij ziet dat mensen op die manier onder het bestaansminimum terecht komen. Maar hij constateert ook dat de vereenvoudigde beslagvrije voet (per 2021) straks op 95% van het minimum zal liggen. De ombudsman heeft daartegen bezwaren aangevoerd maar dit is door de wetgever terzijde geschoven.

Het is nadrukkelijk de bedoeling van de wetgever dat ook mensen met een minimuminkomen 5% van hun inkomen moeten gebruiken voor de aflossing van hun schulden.

Sluiting De heer Van den Berg merkt op dat 7 april bestuurders en experts verwacht worden voor een rondetafelgesprek. Die zullen hun visie geven op wat tot nu toe op papier staat. Eind mei komt het rapport uit. De heer Van Zutphen dankt iedereen en sluit de bijeenkomst.

Hindernisbaan zonder finish

59

Bijlage 2: Reacties op Consultatieronde Op 1 april 2020 heeft de Nationale ombudsman de drie belangrijkste knelpunten beschreven die uit zijn onderzoek tot dan toe naar voren waren gekomen. Deze knelpunten heeft hij voorgelegd aan vijftien professionals uit het werkveld van schulden, schuldhulpverlening en schuldsanering en vier vragen hierover gesteld. In deze bijlage zijn alle vijftien reacties opgenomen.

De drie grootste knelpunten a. Schuldenaren krijgen te weinig advies en begeleiding bij de indiening van een Wsnpaanvraag Schuldenaren zijn in veel gevallen niet in staat om zelfstandig een Wsnp-verzoek in te dienen. De procedure is ingewikkeld, er kan veel misgaan bij het opstellen, het compleet maken en indienen van het verzoek. Ook hebben zij begeleiding nodig tijdens de zitting bij het toelichten van hun Wsnp-verzoek. De ombudsman heeft de indruk dat een aanzienlijk deel van de schuldhulpverleners het niet als hun taak ziet om schuldenaren actief te adviseren en te begeleiden bij het indienen van een Wsnp-verzoek. In de gedragscode van de NVVK is ‘toeleiding naar de Wsnp’ geen integraal onderdeel van schuldhulpverlening. De ‘Basisnorm’ gaat hier weliswaar in voorzien maar die zal pas in de loop van 2021 worden ingevoerd. b. Veel schuldenaren kunnen niet voldoen aan de toelatingseisen van de Wsnp De strikte 10-jaarstermijn ten aanzien van recidive zorgt voor langdurige uitsluiting van de Wsnp. Wsnp-rechters hebben geen enkele wettelijke ruimte om hierin een individuele belangenafweging te maken. De eis dat de schuldhulpverlening altijd een poging moet hebben gedaan tot een minnelijke regeling bemoeilijkt de toegang tot de Wsnp (en de Msnp).

Van de 5-jaarstermijn ten aanzien van de goede trouw mag de Wsnp-rechter alleen afwijken als de verzoeker een beroep heeft gedaan op de hardheidsclausule. Ambtshalve toepassing is niet toegestaan. Niet alle verzoekers weten dit. Dit bemoeilijkt de toegang. c. Mensen onder schuldenbewind stromen te weinig door naar het minnelijk respectievelijk wettelijk traject Steeds meer mensen met problematische schulden worden onder schuldenbewind geplaatst. De uitstroom is laag waardoor het vangnet van het schuldenbewind steeds voller wordt. Toeleiding naar schuldhulpverlening is een wettelijke taak van de bewindvoerder maar de vraag is – gezien de lage uitstroom – of alle bewindvoerders deze taak wel serieus uitvoeren. Experimenten wijzen uit dat bewindvoerders door samenwerking met gemeenten veel actiever en eerder hun cliënten kunnen doorgeleiden naar het minnelijk of wettelijk traject en naar een lichtere vorm van begeleiding dan schuldenbewind. Mogelijk speelt hierin een perverse prikkel (cliënten genereren inkomsten) een rol. In hoeverre willen en kunnen kantonrechters strikter toezicht houden op de uitvoering van de toeleidingstaak door bewindvoerders?

De vragen van de ombudsman 1. In hoeverre herkent u de geschetste knelpunten? 2. Ervaart of ziet u (ook) andere knelpunten? Zo ja, welke? 3. Welke oplossingen ziet u op korte en lange termijn en wat is hiervoor nodig ? 4. Ziet u bij het oplossen van de knelpunten (nog) een rol voor de ombudsman weggelegd? Zo ja, welke?

Hindernisbaan zonder finish

60

Inhoud Gemeente Arnhem

62

Gemeente De Ronde Venen

64

Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG)

64

Divosa

66

Branchevereniging voor Schuldhulpverlening, Sociaal Bankieren en Bewindvoering (NVVK)

67

Bureau Wsnp

69

Beroepsvereniging Bewindvoerders Wsnp (BBW)

71

Nederlandse Beroepsvereniging Professionele Bewindvoerders (NBPB)

74

Senior rechter bij de Rechtbank Midden-Nederland, Team Toezicht

76

Rechter Insolventie bij de Rechtbank Overijssel

79

Senior-rechter Insolventie bij de Rechtbank Rotterdam

81

Nibud

81

Coördinerend kantonrechter Bewind bij de Rechtbank Rotterdam

84

Kantonrechter bij de Rechtbank Rotterdam

85

Emeritus hoogleraar Rechtssociologie aan de Erasmus Universiteit en de Universiteit Leiden

87

Hindernisbaan zonder finish

61

Gemeente Arnhem — Martien Louwers, wethouder

1. In hoeverre herkent u de geschetste knelpunten? a. Schuldenaren krijgen te weinig advies en begeleiding bij de indiening van een Wsnpaanvraag Vanuit de gemeente Arnhem wordt zeker het belang onderkend om inwoners goed te adviseren en te begeleiden bij de indiening van een Wsnp-aanvraag. We weten dat er tijdens zittingen regel­matig nog aanvullende vragen aan de inwoners worden gesteld, of dat deze nog iets moet aantonen. Wanneer een inwoner niet goed begrijpt wat de vraag inhoudt liggen hier gemiste kansen. Wij herkennen vanuit de praktijk in Arnhem niet dat hier een knelpunt ligt. Onze uitvoerder Schulddienstverlening (PLANgroep) heeft meerdere gesprekken met een inwoner over de mogelijkheden en consequenties van de Wsnp. PLANgroep verzorgt ook de gehele aanvraag naar de Wsnp en levert alle stukken aan. Zij begeleiden de inwoner naar de zitting en denken met hem/haar mee over aanvullende vragen. b. Veel schuldenaren kunnen niet voldoen aan de toelatingseisen van de Wsnp Voorwaarde om toegelaten te worden tot de Wsnp is dat een minnelijke schikking (MSNP) eerst geprobeerd moet zijn. Dit vinden wij vanuit Arnhem zeker geen nadeel. De Wsnp is destijds ingesteld om als doel als stok achter de deur te dienen voor schuldeisers. Als dit instrument te snel/gemakkelijk wordt ingezet, zullen schuldeisers (nog) minder willen meewerken aan een minnelijke schuldregeling.

Een minnelijke schikking heeft voor de inwoner minder consequenties en is minder zwaar. Daarnaast moeten de kosten van de Wsnp uit de boedel betaald worden, waardoor minder geld beschikbaar blijft voor schuldeisers. Als gemeente zijn wij vanuit de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) verantwoordelijk voor een adequate uitvoering van het minnelijke schuldregelingstraject. Wij doen er alles aan om deze regeling zo efficiënt mogelijk te maken. Daarbij zetten we als gemeente ook in op het voorkomen en vroegsignaleren van schulden. Wij herkennen echter wel het knelpunt dat bij recidive een termijn van 10 jaar wordt gehanteerd om weer toegelaten te kunnen worden tot de Wsnp. Zoals ook uit de voorbeeld blijkt, zou het goed zijn als er wat soepeler gekeken kan worden naar gewijzigde omstandigheden of aantoon­ bare gedragsverandering. Naar onze mening zou dan in bepaalde gevallen ook een periode van 5 jaar gehanteerd kunnen worden. c. Mensen onder schuldenbewind stromen te weinig door naar het minnelijk respectievelijk wettelijk traject Dit probleem wordt al langer gesignaleerd en betreft vooral de eigenstandige positie van bescher­ mingsbewind in relatie tot het aanpakken en oplossen van schulden.

Dat laatste wordt ook niet gezien als de primaire taak van de bewindvoerder, terwijl wel veel mensen onder beschermings­ bewind worden geplaatst voor het hebben van problematische schulden dan wel verkwisting. Dit leidt daarmee tot een probleem voor de instroom naar vooral het minnelijk en ook het wettelijk traject. Wij kunnen ons zeker voorstellen dat een aantal bewindvoerders het lastig vindt om de schuldenproblematiek aan te pakken of zelfs dat ze weinig prikkels ervaren om voor hun cliënten de gang naar een schuldregeling te zetten. De kosten die zij voor ‘schuldenbewind’ mogen declareren zijn immers hoger dan voor ‘toestandenbewind’. Gemeente Arnhem is, samen met VNG, andere gemeenten, rechtbanken, betrokken ministeries en de brancheorganisaties van beschermingsbewindvoerders van mening dat hierin iets moet gebeuren. Daarnaast vinden wij het adviesrecht voor gemeenten (wetsvoorstel is vorige week aan de Tweede Kamer gestuurd) belangrijk en dringen wij bij de ministeries aan op een wijziging van de financieringssystematiek (beschermingsbewind wordt toegekend door de rechtbank, bij onvoldoende inkomen, vergoeden gemeenten de kosten vanuit bijzondere bijstand).

Hindernisbaan zonder finish

62

In overleg met de Rechtbank hebben we gezamenlijk geconcludeerd dat zij vanuit hun controlerende rol, en wij vanuit onze financierende rol, meer grip willen krijgen op de kwaliteit van de dienstverlening en in- , door- en uitstroom. Daarom hebben wij met een aantal bewind­ voerderskantoren een convenant opgesteld, dat binnenkort wordt afgesloten (vooralsnog met negen kantoren), waarin hierover samenwerkingsafspraken zijn gemaakt.

2. Ervaart of ziet u (ook) andere knelpunten? Zo ja, welke? Nee

3. Welke oplossingen ziet u op korte en lange termijn en wat is hiervoor nodig ? Volgens ons zou het eventueel een optie zijn om curatoren van personen in faillissementen te verplichten om Wsnp als optie te bieden. Faillissement kan omgezet worden in Wsnp, echter doen de meeste curatoren dit niet. Ze heffen op bij gebrek aan baten en de inwoner kan dan naar Schulddienstverlening voor een heel traject. Vaak lukken deze niet (grote schuldenlasten ondernemers) en moeten ze alsnog naar Wsnp. Dit kan dus sneller en efficiënter naar onze mening.

4. Ziet u bij het oplossen van de knelpunten (nog) een rol voor de ombudsman weggelegd? Zo ja, welke? Goed dat de ombudsman zich hiermee bezighoudt en vanuit zijn signalerende rol aandacht vraagt voor wat de burger nodig heeft. Wellicht goed om hierbij ook de positieve voorbeelden te benoemen. Het is volgens ons aan de onderlinge partijen om vervolgens met inhoudelijk oplossingen voor deze knelpunten te komen. Vragen/opmerkingen over het onderzoek In aanvulling op bovenstaande hebben we nog vragen over de opzet van het onderzoek. Zijn er daadwerkelijk minder mensen schuldenvrij? In de aanleiding staat dat de instroom van de Wsnp daalt en het aantal minnelijke trajecten niet toeneemt. We vragen ons af of hieruit volgt dat er minder mensen uiteindelijk schuldenvrij zijn. Volgens ons kan de daling van de instroom van de Wsnp deels ook worden verklaard door het feit dat het aantal geslaagde minnelijke trajecten wel is toegenomen (mogelijk ook door inzet dwangakkoord). Deze mensen hoeven dus geen beroep meer te doen op de Wsnp. Verschillen bij rechtbanken meegenomen? Onze uitvoerder schulddienstverlening PLANgroep heeft ervaring in veel verschillende gemeenten verspreid over Nederland. Zij hebben dus ook met meerdere rechtbanken te maken en merken grote verschillen.

Zo geven zij aan dat de Wsnp-rechters verschillend omgaan met de eis dat een beroep gedaan moet worden op de hardheidsclausule. De verschillen bij recht­ banken blijken uit aantal mensen dat wel of niet wordt toegelaten, als ook de toelatingseisen. Wij vragen ons af of deze verschillen in handelswijze bij Rechtbanken worden meegenomen in dit onderzoek? Voorbeelden De genoemde voorbeelden zijn schrijnend. Hiervoor zijn 50 mensen benaderd. Gaat het hierbij om mensen binnen één regio of verspreid over Nederland? En is hierbij ook om een reactie gevraagd vanuit de betreffende schulddienstverlener? Bredere context Daarnaast willen we een opmerking plaatsen. Het onderzoek richt zich op de instroom in de Wsnp. De genoemde knelpunten lijken niet sec over de Wsnp te gaan, maar in een bredere context te spelen, zoals bijvoorbeeld de problematiek rondom beschermingsbewind. Fijn om in deze bredere context de constateringen van de ombudsman mee te nemen.

Hindernisbaan zonder finish

63

Gemeente De Ronde Venen — Alberta Schuurs, wethouder

1. In hoeverre herkent u de geschetste knelpunten? a. Schuldenaren krijgen te weinig advies en begeleiding bij de indiening van een Wsnp-aanvraag Niet in DRV. Maar elders wel. De toelatingskans wordt enorm vergroot als de schuldhulpverlener meegaat naar de zitting! b. Veel schuldenaren kunnen niet voldoen aan de toelatingseisen van de Wsnp Ja, herkenbaar. Schuldhulpverleners worden daardoor (te) terughoudend om Wsnp te adviseren. Want als ze niet worden toegelaten, moeten schuldenaars 10 jaar wachten op nieuwe kans. c. Mensen onder schuldenbewind stromen te weinig door naar het minnelijk respectievelijk wettelijk traject

2. Ervaart of ziet u (ook) andere knelpunten? Zo ja, welke? Schuldhulpverleners gaan soms teveel op de stoel van de rechter zitten (zie 1b). Ze schatten in dat de rechter zal afwijzen en geven daarom negatief advies aan cliënt.

3. Welke oplossingen ziet u op korte en lange termijn en wat is hiervoor nodig ? • Wanneer op voorhand overduidelijk is dat een minnelijke regeling niet gaat lukken, moet een snelle doorgeleiding naar de Wsnp plaatsvinden. Dat kan al, maar gemeenten weten niet hoe en/of denken dat ze de hele minnelijke procedure (120-dagenmodel NVVK) eerst moeten doorlopen. Oplossing: deel voorbeelden van hoe je snel kan doorgeleiden. • Eis van schuldhulpverleners dat zij meegaan naar de zitting (zoals we in DRV doen). • Op lange termijn moet er misschien 1 wet komen voor schuldenproblematiek (nu heb je Wgs, Wsnp en bewindvoering). En daaraan gekoppeld: 1 financiering. Dan voorkom je over­drachten, doorlooptijden en tegenstrijdige belangen.

4. Ziet u bij het oplossen van de knelpunten (nog) een rol voor de ombudsman weggelegd? Zo ja, welke? Zie opmerkingen VNG.

Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) — Alberta Schuurs, voorzitter Commissie Participatie, Schuldhulpverlening en Integratie

1. In hoeverre herkent u de geschetste knelpunten? a. Schuldenaren krijgen te weinig advies en begeleiding bij de indiening van een Wsnpaanvraag Het verschilt per burger met financiële problemen hoeveel begeleiding en advies er nodig is in het gehele traject van de schuldhulpverlening. Afhankelijk van de financiële zelfredzaamheid wordt er afgewogen hoeveel begeleiding er nodig is. Recente andere onderzoeken laten zien dat begeleiding en een warme overdracht naar de Wsnp in het traject van grote meerwaarde is. Enerzijds herkennen we ons in dit knelpunt. Wanneer gemeenten een Wsnp-verklaring opstellen adviseren zij hun inwoners zich te melden bij de Rechtbank. Of de inwoner dit daadwerkelijk

Hindernisbaan zonder finish

64

doet, daar is niet altijd zicht op. Aan dit knelpunt wordt door verschillende gemeenten gewerkt om te voorkomen dat de burger afhaakt. O.a. Schouders Eronder heeft dit thema geagendeerd. Schouders Eronder heeft i.s.m. de Raad voor Rechtsbijstand en het bureau Wsnp een routekaart ‘Verzoekschrift Wsnp voor schuldhulpverleners’ ontwikkeld. Deze routekaart legt uit welke 7 stappen een schuldhulpverlener moet doorlopen om een verzoekschrift Wsnp in te dienen. Anderzijds zien wij diverse gemeenten die juist inzetten op meer advies en begeleiding bij het indienen van een Wsnp-aanvraag om dit knelpunt op te lossen. Er zijn voldoende voorbeelden van gemeenten die de inwoner begeleiden tot en met de zitting. Dit doen bijvoorbeeld de gemeente Den Haag en de gemeente Rotterdam. Deze voorbeelden zouden een mooie plek kunnen krijgen in jullie onderzoek. Goed voorbeeld doet immers volgen. b. Veel schuldenaren kunnen niet voldoen aan de toelatingseisen van de Wsnp Gemeenten herkennen het punt dat de strikte 10-jaarstermijn t.a.v. recidive zorgt voor langdurige uitsluiting van de Wsnp. Echter, de eis dat de schuldhulpverlening altijd een poging moet hebben gedaan tot een minnelijke regeling de toegang tot de Wsnp bemoeilijkt, herkennen gemeenten niet zozeer. Deze eis zorgt ervoor dat minder mensen in de Wsnp komen doordat Msnp trajecten van de grond komen.

De meerwaarde van een minnelijk traject is dat de benadering om schulden te regelen anders is dan bij een Wsnp-traject. Het minnelijk traject is een minder belastend traject voor inwoners. Wel is het van belang dat de schuldhulpverlener tijdens het minnelijk traject snel inzicht heeft de schulden/situatie van de inwoner. Het is belangrijk dat inwoners met schulden op een efficiënte en effectieve wijze geholpen worden. Een inwoner is het beste geholpen wanneer het aanbod passend is bij zijn of haar situatie. Dit kan een minnelijk traject zijn, saneringskrediet of bijvoorbeeld een Wsnp. c. Mensen onder schuldenbewind stromen te weinig door naar het minnelijk respectievelijk wettelijk traject Dat mensen onder schuldenbewind te weinig doorstromen naar het minnelijk respectievelijk wettelijk traject hangt samen met een probleem dat zich niet beperkt tot de Wsnp. Dit knelpunt hangt samen met het belang van een goede ketensamenwerking tussen rechtbanken, gemeenten en bewindvoerders. Dit zien de rechtbanken, gemeenten, betrokken ministeries en brancheorganisaties van beschermingsbewindvoerders ook in. Er wordt onder meer gekoerst op de nodige ketensamenwerking in de driehoek (rechtbank-gemeenten-bewindvoerders), beroepseisen/competenties van bewindvoerder en de toetsing daarvan en het adviesrecht van gemeenten bij schuldenbewinden.

Een aantal gemeenten zijn bezig met bijvoorbeeld een samenwerkingsconvenant met bewindvoerders waarbij de nadruk ligt op kwaliteit en best passende dienstverlening aan inwoners met als doe het perspectief op een schuldenvrije toekomst voor de inwoner.

2. Ervaart of ziet u (ook) andere knelpunten? Zo ja, welke? Nee.

3. Welke oplossingen ziet u op korte en lange termijn en wat is hiervoor nodig? Het verbeteren van de toegang tot Wsnp kan op korte termijn door in te zetten op advies en begeleiding bij gemeenten die dat onvoldoende (kunnen) doen. Het helpt om voorbeeld­ gemeenten naar voren te halen die inzetten op het advies en de begeleiding bij het indienen van een Wsnp-aanvraag. Daarnaast is het goed om de routekaart ‘Verzoekschrift Wsnp voor schuldhulpverleners’ van Schouders Eronder i.s.m. de Raad voor Rechtsbijstand en het bureau Wsnp breed te delen. Het verbeteren van de toegang tot Wsnp kan op lange termijn door in te zetten op het verbeteren van de samenwerking tussen rechters, gemeenten en bewindvoerders. Deze samenwerking maakt het mogelijk de meest passende hulp te vinden voor mensen met schulden. Dit hangt samen met het wetsvoorstel adviesrecht gemeenten. Dit wetsvoorstel stimuleert de samenwerking tussen deze partijen.

Hindernisbaan zonder finish

65

4. Ziet u bij het oplossen van de knelpunten (nog) een rol voor de ombudsman weggelegd? Zo ja, welke? We vinden het goed dat de ombudsman aandacht vraagt voor dit onderwerp en laat blijken wat de burger nodig heeft. De ombudsman heeft een belangrijke signalerende functie. Het is goed om vanuit die functie dit onderwerp in de gaten te blijven houden. Het zou ook helpen om de positieve voorbeelden van gemeenten naar voren te halen, zodat goede voorbeelden breder gecommuniceerd worden. Goed voorbeeld doet goed volgen.

Divosa — Marleen Smit, Procesmanager Divosa

Reactie op 3 knelpunten, zoals geïdentificeerd door de Nationale ombudsman a. Schuldenaren krijgen te weinig advies en begeleiding bij de indiening van een Wsnpaanvraag. Schuldenaren Een aantal gemeenten zorgt voor begeleiding van de schuldenaar tijdens de zitting over het Wsnp-verzoek, maar dit is niet overal het geval. Deze begeleiding is wenselijk en kan een samenspel zijn tussen de gemeente en maatschappelijke partners, zoals sociaal werk of raadslieden. Divosa zet zich in, samen met de VNG, om goede voorbeelden van gemeenten te delen. b. Veel schuldenaren kunnen niet voldoen aan de toelatingseisen van de Wsnp De termijnen die worden gehanteerd ten aanzien van recidive en goede trouw bemoeilijken de toegang tot de Wsnp zeer en stammen uit de tijd dat het aangaan van schulden ‘je eigen schuld’ was. Inmiddels weten we dat mensen door zeer uiteenlopende redenen in de schulden raken. Life-events, zoals je baan verliezen, ziekte of een scheiding, brengen mensen financieel in de problemen. Maar ook landelijke stelsels en organisaties kunnen mensen in grote problemen brengen, zoals we zien in de toeslagen-affaire. Het ontbreken van discretionaire bevoegdheid voor de rechter om persoonlijke omstandigheden en de aanleiding van de schulden mee te wegen bij de (herhaalde) toegang tot de Wsnp, past niet meer bij de kennis die we hebben over (het ontstaan van) schulden.

Dat het minnelijke traject voorliggend is aan de Wsnp is waardevol en heeft een belangrijke reden. Wanneer mensen zich altijd eerst bij de gemeente moeten melden voor ondersteuning, kan de gemeente breder bekijken wat de inwoner nodig heeft. Naast schulden zijn er immers vaak andere problemen, die het welzijn van de inwoner beïnvloeden. De gemeente staat dicht bij de inwoner en kan de benodigde ondersteuning bieden. Directe toegang tot de Wsnp biedt deze brede uitvraag en ondersteuning niet. Het doel van de minnelijke regeling en de wettelijke regeling is hetzelfde, namelijk het bereiken van een schone lei. Wat nodig is om het minnelijk traject sneller te laten slagen, is snelheid in het traject. Het is nodig veel sneller een overzicht van alle schulden te krijgen. Het opvragen van de schulden bij alle afzonderlijke schuldeisers kost in de huidige situatie teveel tijd. Daarnaast moet snel duidelijk zijn of het lukt om tot een akkoord te komen met de schuldeisers. Een maximale reactietermijn voor schuldeisers op een voorstel zou hierbij kunnen helpen. Als er snelheid in de MSNP zit, kan er ook snel doorverwezen worden naar de Wsnp. Gelukkig zijn er goede initiatieven om snelheid in de MSNP te creëren, waaronder Schuldenwijzer, Collectief Schuldregelen en het Schuldenknooppunt.

Hindernisbaan zonder finish

66

c. Mensen onder schuldenbewind stromen te weinig door naar het minnelijk respectievelijk wettelijk traject Het dilemma met bewindvoering wordt hierboven al goed geschetst. Wellicht zou de rechter de bewindvoerder bij schuldenbewind bijvoorbeeld 6 maanden de tijd kunnen geven de situatie in kaart te brengen en de schuldenaar toe te leiden naar schuldhulpverlening. Daarnaast is er winst te behalen in een verbeterde samenwerking tussen gemeenten en bewindvoerders. Hier wordt door verschillende (branche)partijen hard aan gewerkt.

Reactie op aanvullende vragen 1. In hoeverre herkent u de geschetste knelpunten? Zie de reactie per knelpunt hierboven.

2. Ervaart of ziet u (ook) andere knelpunten? Zo ja, welke? Het streven is dat alle schuldenaren op een bepaald moment een schone lei moeten kunnen behalen. Voor sommige mensen is dat een lange tijd niet haalbaar, vanwege andere (psychische) problematiek en/of de eisen die een driejarig traject aan mensen stelt. Dit begrip is er vanuit de maatschappij of politiek niet altijd en dat maakt het soms lastig uit te leggen dat stabilisatie van de situatie voor mensen (tijdelijk) het hoogst haalbare is.

3. Welke oplossingen ziet u op korte en lange termijn en wat is hiervoor nodig ? Om snelheid in het minnelijke traject te krijgen, zodat snel duidelijk wordt of dit kans van slagen heeft, doen wij hierboven een aantal voorstellen en bestaan ook goede initiatieven. Een begrijpe­ lijke, relatief snelle procedure om toegang tot de Wsnp aan te vragen en de mogelijkheid voor de rechter om de persoonlijke situatie mee te laten wegen, ook bij recidive, zullen helpen. Daarnaast is het belangrijk goed te meten en te monitoren wat er gebeurt in de minnelijke schuld­ regeling en welke resultaten worden behaald. Hier werken onder andere Divosa en de NVVK aan.

4. Ziet u bij het oplossen van de knelpunten (nog) een rol voor de ombudsman weggelegd? Zo ja, welke? Signaleren, agenderen, verbeteringen voorstellen en monitoren.

Branchevereniging voor schuldhulpverlening, sociaal bankieren en bewindvoering (NVVK) — Marco Florijn, voorzitter Hierbij reageert de NVVK op de beschreven knelpunten en het discussiestuk dat je ons toestuurde; De dalende instroom Wsnp zegt wat ons betreft niet veel over goede of slechte schuldhulp­ verlening in Nederland. In de 20 jaar dat de Wsnp bestaat is het minnelijk traject steeds belangrijker geworden. De focus ligt ook daar, als er mensen vastlopen is daar wat op te lossen. Een grotere instroom Wsnp maakt niet dat er ook goede schuldhulp wordt verleend. De Wsnp is gericht op maximale inspanning voor schuldeisers een ‘once in a lifetime’ kans om uit de schulden te geraken. Het minnelijk traject is (wordt) meer gericht op de klant, gedragsverandering en snelle en doelmatige sanering. Burgers zijn zo snel als mogelijk weer volledig zelf in control.

Hindernisbaan zonder finish

67

1. In hoeverre herkent u de geschetste knelpunten? a. Schuldenaren krijgen te weinig advies en begeleiding bij de indiening van een Wsnp-aanvraag. Ook deze voorbeelden kennen wij. Er zou wat de NVVK betreft een goede begeleiding naar de Wsnp moeten zijn. Daar ligt een verantwoording voor de schuldhulpverlener en de Wsnp bewindvoerder. Er moet nl. wat ons betreft ook een teruggeleiden zijn richting de gemeente zodra het einde van het traject in zicht is. Beide trajecten staan nu nog te veel los van elkaar. Wij zien -zie bijgaande schets- een belangrijke gezamenlijke opgave en plaatsen de Wsnp ook duidelijk IN ons nieuwe processchema. b. Veel schuldenaren kunnen niet voldoen aan de toelatingseisen van de Wsnp Volgens mij kunnen we dit alleen maar onderschrijven. c. Mensen onder schuldenbewind stromen te weinig door naar het minnelijk respectievelijk wettelijk traject Deze is een vreemde eend in de bijt. De bewindvoerder legt een verbinding met de gemeente voor schuldhulp of doet het zelf. Dat is de praktijk. Daar waar geen doorstroming is gaan bewindvoerders en gemeenten in gesprek. Er is vollop gesprek over in- en uitstroom uit bewind, het regelen van schulden is daarbij onderwerp van gesprek. Dit past niet bij de vraag waarom er minder mensen instromen bij de Wsnp; de bewindvoerder kan op grond van art.

48 Wck zelf een minnelijk traject uitvoeren en een 285-mandaat vragen aan de gemeente. .

2. Ervaart of ziet u (ook) andere knelpunten? Zo ja, welke? • Er is een enorme angst voor de Wsnp, rechtbank en de formele wereld waarin men terecht­ komt. Er is een wsnp-schrikbeeld. • Een ander knelpunt is dat het minnelijke traject in uitvoer steeds meer is aangesloten bij het regime van de Wsnp, dat komt ook door de houding van de rechtspraak bij dwangakkoorden. Dat maakt dat er in uitvoer nauwelijks verschil is tussen beide trajecten. Wij streven nu naar een gedragsverandering bij professionals op dit gebied. Minnelijk is er met convenanten meer mogelijk waardoor de Wnsp juist nodig blijft voor specifieke doelgroepen of als stok achter de deur. De Wsnp is niet de ultieme oplossing voor een schuldenvrije toekomst. • De focus op vergelijking minnelijk wettelijk; wettelijk is 90% succesvol en de msnp publiceert al een tijd geen cijfers meer. Als je kijkt naar de ruim 90% terugbetalingspercentages bij saneringskredieten dan is ook de Msnp net zo’n succes.

3. Welke oplossingen ziet u op korte en lange termijn en wat is hiervoor nodig ? De oplossingen die wij zien zijn; • versnelling aan de voorkant door samenwerking met schuldeisers met meer convenaten en meer saneringskredieten waardoor de klant centraal komt en niet de juridische afwikkeling. • Inzet op kwaliteitsverbetering en bredere maatschappelijke samenwerking van onze leden mét wsnp bewindvoerders Inzet op verdere professionalisering van de professionals in het veld om het goede te doen voor de klant en regels te overstijgen.

4. Ziet u bij het oplossen van de knelpunten (nog) een rol voor de ombudsman weggelegd? Zo ja, welke? De ombudsman heeft wat de NVVK betreft een belangrijke signaalfunctie. Het klantperspectief staat steevast centraal in zijn onderzoeken en dat is waardevol. Dit kan op dossierniveau zijn waarin ook contact met de NVVK wordt gezocht. Daarnaast kan dat ook systemisch zijn zoals de onderzoeken naar toegang tot schuldhulpverlening. Die signaalfunctie is waardevol en houd de uitvoering bij tijd en wijlen een belangrijke spiegel voor.

Hindernisbaan zonder finish

68

Onderzoek zoals de instroom Wsnp is meer een systemische vraag en deze kan bijna niet vanuit burgerperspectief worden beantwoord. Het is één van de instrumenten die een schuldhulp­ verlener zou kunnen inzetten naar een schuldenvrije toekomst.

Bureau Wsnp — Rob de Nas, hoofd a.i. Bureau Wsnp, Raad voor Rechtsbijstand

1. In hoeverre herkent u de geschetste knelpunten? Wij herkennen alle geschetste knelpunten. Per knelpunt hebben wij een aanvullende reactie toegevoegd.

2. Ervaart of ziet u (ook) andere knelpunten? Zo ja, welke? Als ander knelpunt zien wij dat rechtbanken soms erg strikt/star zijn bij de beoordeling van verzoekschrift Wsnp. Sommige schuldenaren/schuldhulpverleners hebben bepaalde informatie niet en kunnen hier ook niet aan komen. Het gaat dan bijvoorbeeld over de ontstaansdatum van een schuld, of de oorspronkelijke schuldeiser (terwijl deze al drie keer is doorverkocht door incassobureaus of iemand is ontruimd waardoor papieren verloren zijn gegaan). Maar ook wanneer het niet mogelijk blijkt een Msnp volledig uit te voeren. Dit terwijl in art 285 van de faillissementswet slechts staat: “een met redenen omklede verklaring dat er geen reële mogelijkheden zijn om tot een buiten­ gerechtelijke schuldregeling te komen, alsmede over welke aflossingsmogelijkheden de verzoeker beschikt, afgegeven door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente van de woon- of verblijfplaats van de schuldenaar of een persoon als bedoeld in artikel 48, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op het consumentenkrediet.” Rechtbanken zouden hier naar onze mening soepeler mee om kunnen gaan (de wet geeft die mogelijkheid) en ook meer uitgaan van het totaalbeeld dat door de schuldhulpverlener geschetst wordt in de aanvraag.

Ook een knelpunt is de ondernemer, die in bijna alle gevallen bij toelating zijn onderneming moet stopzetten en daardoor niet snel zal overgaan tot een aanvraag (als hij al geholpen wordt door de gemeente). Slechts in uitzonderlijke gevallen kan een Zzp’er doorgaan met zijn onderneming.

3. Welke oplossingen ziet u op korte en lange termijn en wat is hiervoor nodig? • Er moet naar onze mening een oplossing komen voor schuldenaren die in een schuldenbewind (vast)zitten. Er moet beter op toegezien worden dat de beschermingsbewindvoerder iets met de schulden doet. Dit kan betekenen dat de beschermingsbewindvoerder dit zelf regelt of doorverwijst naar een schuldregeling bij de gemeente. En er moeten consequenties aan verbonden worden wanneer dit niet (binnen een bepaalde termijn) gebeurt. • Ook moeten schuldenaren die door gemeenten niet toegelaten worden in de Msnp omdat ze bijv. nog een koopwoning hebben (alhoewel dit eigenlijk geen weigeringsgrond is), een schuldregeling kunnen krijgen, dat kan door de gemeente te stimuleren altijd ( behoudens de 2 wettelijke uitzonderingen) een Msnp op te starten ofwel doordat in die situaties geen Msnp noodzakelijk meer is en een 285 FW verklaring wel wordt afgegeven. • Er moet naar onze mening ook een oplossing komen voor die schuldenaren die nu niet geholpen worden in het minnelijke traject omdat een Msnp niet mogelijk is waardoor geen verklaring kan worden afgegeven. Het zou voor deze schuldenaren mogelijk moeten zijn om ook zonder een volledig uitgevoerd minnelijk traject een Wsnp verzoek in te dienen.

Denk aan slecht verkoopbare eigen woning, sterk negatieve afloscapaciteit, onoplosbare regresrechten, sterk wisselende inkomsten, eerdere Msnp maar situatie is gewijzigd etc.

Hindernisbaan zonder finish

69

• Het is nodig om nog meer voorlichting te verstrekken naar zowel burgers als professionele partijen zoals de gemeenten, juridisch loket en beschermingsbewindvoerders over de aanvraag Wsnp.

4. Ziet u bij het oplossen van de knelpunten (nog) een rol voor de ombudsman weggelegd? Zo ja, welke? Wij kunnen ons voorstellen dat voorlichting over de rechten van en mogelijkheden voor de burger bij hulp met schulden een rol kan spelen.

De drie grootste knelpunten a. Schuldenaren krijgen te weinig advies en begeleiding bij de indiening van een Wsnp-aanvraag Dit knelpunt herkennen wij. Door middel van de ontwikkeling van de rechtwijzer/schulden proberen we de informatievoorziening voor burgers te vergroten, maar de kennis en het advies moet voornamelijk vanuit de schuldhulpverleners komen. Er gaan naar onze mening drie dingen niet goed: 1. De zelfredzaamheid van schuldenaren wordt te hoog ingeschat. SHV verwacht dat schuldenaar zelf met het verzoek komt om het verzoekschrift in te vullen, men wordt niet actief op de mogelijkheid van een Wsnp gewezen, of wordt er onterecht bang voor gemaakt. Zelf het verzoek indienen is complex, en bovendien weet niet iedere schuldenaar dat er een minnelijk traject moet zijn doorlopen. 2. De kennis van SHV over de Wsnp is (vaak) niet toereikend. Ze raden het traject af, omdat het een te zwaar traject zou zijn (en vermelden daarbij niet dat de kans op een schone lei 91% is) Ook zien wij dat ze op de stoel van de rechter gaan zitten waardoor men de aanvraag afraadt. Terwijl bijvoorbeeld de hardheidsclausule wellicht toch een kans geeft. Vanuit Bureau Wsnp gaan we voorlichting ontwikkelen om die nog beter onder de aandacht te brengen bij schuldhulpverleners Ook horen wij vaak terug van rechtbanken dat de kwaliteit van de aanvragen niet voldoende is.

Wij hebben een checklist en routekaart ontwikkeld die hulp aan schuldhulpverleners biedt bij de aanvraag van de Wsnp. De aanvraag is niet zozeer erg ingewikkeld, maar wel tijdrovend. 3. Het financiële aspect: ook al zien shv-ers de Wsnp aanvraag wel als hun taak: gewenste begeleiding naar de Wsnp kost veel tijd (8-10 uur) en dus geld. Dat geven sommige gemeentes liever niet uit als het niet hoeft. Bovendien is het zo dat veel schuldhulpverlening op basis van aanbesteding plaats vindt en dit onderdeel niet wordt ingekocht. b. Veel schuldenaren kunnen niet voldoen aan de toelatingseisen van de Wsnp De hier als eerste genoemde 10-jaarstermijn lijkt binnen dit punt- kunnen voldoen aan de gestelde eisen- niet een heel belangrijk punt. Er is een onderzoek naar recidive gedaan in een eerdere monitor. Daaruit bleek dat recidive laag is. Andere eisen zijn veel moelijker: mislukt en compleet minnelijk traject, goede trouw, ontstaans­ datum schulden, aantonen beheersing oorzaken etc. Cijfers over hoe vaak de strikte 10 jaarstermijn de toelating in de weg staat, ontbreken. Het wordt niet apart geregistreerd door de Rechtspraak, en in 99% van de gevallen zal er, omdat dit een imperatieve afwijzingsgrond is, geen aanvraag worden gedaan. In het visiedocument van de rechtspraak wordt het voorstel gedaan om deze termijn facultatief te maken.

Daar kunnen wij ons in vinden, alhoewel een verkorting van de termijn ons zinvoller en duidelijker naar de burger lijkt. • Een poging tot een minnelijk regeling is helaas niet voldoende. Steeds vaker is de strenge eis dat een volledig minnelijk traject gedaan moet zijn inclusief alles, dus een aanbod aan alle schuldeisers, ook al is bij voorbaat al duidelijk dat dit kansloos is. De wet (art 285 art 1f, zie boven) zegt “onderzoeken of” maar in de praktijk is dit geheel anders vertaald. • Toepassing van de hardheidsclausule zonder dat hierom verzocht wordt gebeurd door sommige rechtbanken wel, maar wordt niet door iedere rechter toegepast (rechtbank Midden Nederland kijkt er bijvoorbeeld wel naar als het voor de hand ligt tijdens een zitting).

Hindernisbaan zonder finish

70

In het verzoekschrift is de hardheidsclausule sinds enige tijd wel ingebouwd, zodat SHV dit moet beoordelen bij de aanvraag indien van toepassing. De kennis hierover ontbreekt waardoor dit nog lang niet altijd goed gaat. We gaan met Bureau Wsnp op korte termijn een routekaart/infographic over de hardheidsclausule ontwikkelen die meer duidelijkheid moet geven. c. Mensen onder schuldenbewind stromen te weinig door naar het minnelijk respectievelijk wettelijk traject Een taak van een (schulden) beschermingsbewindvoerder is het voldoende stabiliseren van de schuldenaar. Dat wordt door deze bewindvoerders vaak veel te ruim opgepakt. Veel mensen die beschermingsbewind hebben zullen nooit volledig zelfredzaam zijn maar kunnen vervolgens prima onder begeleiding van de beschermingsbewindvoerder de Wsnp in. Uitstroom is ook niet meteen nodig, tijdens de Wsnp kan beschermingsbewind (tegen dezelfde vergoeding) gewoon doorlopen. Een oplossing kan zijn om de beloningsstructuur te wijzigen. Bijvoorbeeld slechts 1 jaar het hogere tarief en verlenging alleen als minnelijk of wettelijk traject loopt. Daarvoor is toezicht nodig vanuit de rechtspraak of de gemeente. Er is naar onze mening bij de beschermingsbewindvoerder te weinig kennis van de Wsnp en Msnp. Onze indruk is niet dat zij hun taak niet serieus uitvoeren.

(uitzonderingen daargelaten) In de pilots van de schuldenrechter wordt bekeken of het toezicht op de dossiers, en dan vooral een snellere doorstroom anders en beter kan. Indien binnen een jaar geen minnelijk traject is gestart moet er volgens het visiedocument van de rechtspraak (en wij delen die mening) een rechtstreekse aanvraag Wsnp mogelijk zijn, de zgn 285 light verklaring. Dit zal het wettelijk traject toegankelijker maken. Zeker als de Wsnp bewindvoerders een toevoeging kunnen krijgen om de aanvraag vervolgens te doen. Een ander probleem is dat schuldenaren het verschil tussen de twee trajecten niet voldoende weten. Veel mensen die onze helpdesk bellen denken met schuldenbewind in de Wsnp te zitten (immers, beiden een bewindvoerder, en gericht op schulden).

Beroepsvereniging bewindvoerders Wsnp (BBW) — Dhr. M.A.T. Noordzij (bestuurslid) Inleidend De Wsnp is een mooi en stevig instrument die burgers duurzaam toegang geeft tot een leven zonder schulden. Oorspronkelijk was de Wsnp bedoeld als sluitstuk van het minnelijk traject. In een later stadium heeft de wetgever ervoor gekozen om het minnelijk traject meer te accentueren door de schuldeisers te verleiden om eerder akkoord te gaan. Als we terugkijken in de oude monitoren welke uitgevoerd worden door Bureau Wsnp zien we dat alle betrokken partijen tevreden zijn over de regeling en dat voornamelijk schuldeisers voorkeur hadden voor de Wsnp boven het minnelijke. Om deze positie te keren heeft de wetgever een aantal aanpassingen gedaan. Een belangrijke was de aanpassing van de kostenstructuur: schuldeisers gingen betalen voor de kosten van de Wsnp. Deze aanpassingen hadden niet gelijk het beoogde effect, want de instroom in de Wsnp bleef onverminderd stabiel. Dit was niet de bedoeling van de wetgever. Vanaf 2015 en verder zien we steeds meer arrangementen en raamafspraken tussen schuldhulp­ organisaties en schuldeisers om sneller en makkelijker akkoord te gaan in het minnelijk traject.

Dit heeft er uiteindelijk toe geleid dat de doorstroom van het minnelijke naar het wettelijke vanaf 2015 langzaam opdroogde en dat de Wsnp-instroom nu op een gevaarlijk dieptepunt zit van 4.632 (2019) en 3.500 (2020).

Hindernisbaan zonder finish

71

Is de Wsnp nu een slechte regeling voor de partijen? Het is goed om eerst even in te zoomen op de schuldenaar: 91,44% rond de regeling positief af (schone lei, akkoord of 100% betalen). Gemiddelde duur van de regeling 3,1 jaar (16,3% korter dan drie jaar) en de recidive na afloop is laag (12%). De schuldenaar geeft de partijen die betrokken zijn bij de regeling een 7+. Kortom, vanuit de ogen van de schuldenaar een mooi instrument. Vanuit de ogen van schuldeisers dan? Zij moeten de regeling betalen, minder opbrengst(?) De Wsnp heeft strakke regels voor alle partijen: rond de instroom, aantal verslagen, verificatie­ vergadering, toezichthoudende Rechtbank en Rechter-Commissaris, openbare verslagen die uniform zijn, gecontroleerde rekening en verantwoording na einde regeling. Kortom, heel veel checks en balance voor alle partijen en weet je als schuldeisers ook precies wat je kan verwachten. Die rust en regelmaat is goed voor alle partijen. Maar de kosten dan, als schuldeisers toch niet minder krijgen? Dat hangt ervan af. Soms is duidelijkheid meer waard dan de opbrengst (waar toch al op is afgeschreven). Minder? Mogen wij u erop wijzen dat in 64,2% van de dossiers die de looptijd volbrengen met een schone lei, er binnen de Wsnp een uitdeling plaatsvindt. Daarbij meewegend dat de boedelopbrengst eerst verlaagd wordt door de kosten van de Wsnp-regeling tw.

Salaris bewindvoerder Wsnp ± € 3.500 bewindvoerder en griffierechten € 641) voordat we überhaupt tot een uitdeling gaan komen. Bij de beroepsvereniging hebben wij een verkennend vooronderzoek gedaan naar de gemiddelde uitdeling binnen de Wsnp in verhouding tot het aanbod in het minnelijk traject voordat de cliënt naar de Wsnp doorstroomt. Daaruit blijkt vooralsnog dat er binnen de Wsnp vaker wordt uitgedeeld dan het minnelijke traject had voorgerekend en als er dan uitgedeeld wordt, de uitdeling significant hoger is dan in het minnelijke traject. De eerste conclusies zijn veelbelovend. In de dossiers die onderdeel hebben uitgemaakt van de steekproef, heeft het minnelijk traject gemiddeld een aanbod gedaan van 8,72% aan de concurrente schuldeisers. In dezelfde dossiers heeft de Wsnp bewindvoerder een uitdeling gedaan (na aftrek van kosten) van 10,98% aan de concurrente schuldeisers. Wij gaan dit verder uitwerken in een representatief onderzoek, maar de eerste tekenen zijn positief en bevestigen wat wij al jaren vermoeden. Is de stok achter de deur dan een stok om mee te slaan? Nee, een gouden lepel die lonkt voor de schuldeisers!

a. Schuldenaren krijgen te weinig advies en begeleiding bij de indiening van een Wsnp-aanvraag. Dat herkennen wij ten volle. Bij huisbezoek na toelating Wsnp is een vaak gestelde vraag: krijg ik van u mijn leefgeld? Klaarblijkelijk is het voor schuldenaren lastig om alle soorten bewindvoerders uit elkaar te halen. Nog belangrijker is onzes inziens de zin volgend op vraagstelling. Het moet niet zo zijn dat de NO suggereert dat een schuldenaar bevoegd is om zelfstandig zijn Wsnpverzoek in te dienen bij de Rechtbank. Hiermee zal bedoeld worden dat verzoeker zelf zijn verzoekschrift moet toelichten bij de mondelinge behandeling. Dat begrijpen wij, maar het brengt ons wel bij de vraag waarom kan een burger niet zelf zijn eigen Wsnp aanvragen (ex 285FW)? Binnen het faillissement mag eenieder zijn eigen aanvraag indienen en tot 2008 had de wet de mogelijkheid de voorlopige toepassing (lijkt op surseance van betaling (titel 2 van de FW)). Deze voorlopige toepassing geeft de Wsnp bescherming aan de schuldenaar en in de zes weken na toelating toetste de Wsnp bewindvoerder of het terecht was of de schuldenaar toegelaten was tot de Wsnp. Was dit niet het geval, dan werd de regeling beëindigd zonder dat de 10-jaarstermijn zou gelden.

Hiermee geef je de burger zelfbeschikking over zijn (financiële)leven en is hij niet afhankelijk van een SHV-traject welke door een 48 WcK instelling is uitgevoerd. Daarnaast is de gedragscode NVVK een voorwaarde vanuit ‘een branchevereniging’ waarbij instellingen wel of niet aangesloten zijn. Buiten deze gedragscodes kunnen uitvoerders zelf

Hindernisbaan zonder finish

72

besluiten of opgelegd worden (kaderwet WGS). Als dit zo belangrijk is, waarom zouden wij dat dan onnodig uitstellen en wachten op het invoeren van deze richtlijnen door de NVVK? Om het in perspectief te plaatsen: onze beroepsvereniging vertegenwoordigt weliswaar de meerderheid van alle Wsnp-bewindvoerders maar onze interne gedragsregels hebben in geen geval een wetgevende werking en kan hooguit een aanvulling zijn op het wettelijke kader en niet meer dan dat. Zo moeten de regels van de NVVK ook benaderd worden. Het is soms goed dat de meerderheid van een groep niet bepalend is voor de uitvoer of toepassing van regels. De voorbeelden die gesteld zijn bij knelpunt 1 kunnen voortkomen uit meerdere onderliggende problemen: SHV-personeel die niet beschikken over voldoende kennis, onderbezetting op SHVafdelingen waardoor de druk groot is om dossiers snel te ‘sluiten’ maar het kunnen ook uitsluitingsgronden zijn (eigen woning, ondernemer, lopende scheiding of fraude schulden).

b. Veel schuldenaren kunnen niet voldoen aan de toelatingseisen van de Wsnp Het getuigt van realiteitszin en mededogen met de schuldenaar om de 10 jaarstermijn niet toe te passen als de nieuwe schuldensituatie is ontstaan uit een groot levensevent die schuldenaar is overkomen: werk verliezen, overlijden partner, scheiding, arbeidsongeschiktheid, etc. Hiervoor zou een wetswijziging moeten plaatsvinden. Wat betreft de goede trouwtoets en de ambtshalve toepassing. De nieuwe standaard Wsnp verzoekschriften die uitgegeven worden door Bureau Wsnp zijn gestandaardiseerd met de vraag of verzoeker wil opteren voor de toepassing van de hardheidsclausule. Dit voorkomt dat deze mogelijkheid wordt vergeten, maar het is aan de kennis van de schuldhulpverlener om dit goed aan te kleden en om de toelatingsrechter voldoende aanleiding te geven om te beslissen dat het gerechtvaardigd is om deze clausule dan ook daadwerkelijk toe te passen. Dit is geen automatisme.

c. Mensen onder schuldenbewind stromen te weinig door naar het minnelijk respectievelijk wettelijk traject Wij moeten constateren dat er een zekere relatie is tussen een ‘smalle’ toegang tot gemeentelijke SHV waarbij burgers maar geen oplossing konden vinden voor hun problematische schulden en de toevlucht tot de betrekkelijke veiligheid van schuldenbewinden. Voor burgers, die door de vele jaren van financiële stress een verminderde cognitieve vaardigheid hebben ontwikkeld, de neiging hebben om op korte termijn beslissingen te nemen is schulden­bewind een makkelijke oplossing: Minder stres, geen brieven en weekgeld. Doordat gemeentelijke SHV, in het verleden de toegangsdeur smaller heeft gemaakt is er wellicht controle geweest over het budget SHV maar deze controle op het budget uit het verleden, geeft nu druk op het budget van het heden en met name de budgetten voor beschermingsbewind. Hierbij moeten wij constateren dat keuzes in het verleden budgettaire consequenties hebben voor het heden. Waarom komt de doorstroom nog niet op gang? Ook hier is geen eenduidige oplossing te geven. Veel beschermingsbewindvoerders zijn ten onrechte afhankelijk van gemeentelijke schuldhulp­ verlening. Vaak hebben cliënten in het verleden gedragingen gehad die niet te goeder trouw zijn in het laten ontstaan van hun schulden.

Als de gemeente hierbij een uitsluitingsgrond hanteert, zal een dossier onnodig lang (5 jaar + 3 jaar) in beschermingsbewind zitten daar de schuldenaar niet de mogelijkheid heeft om door te stromen naar de Wsnp. Daarnaast is het noodzakelijk om objectieve meetinstrumenten te ontwikkelen om op- en afschalen van beschermende maatregelen te faciliteren. Te snel afschalen kan een regeling negatief beïn­­vloeden en te snel opschalen kan onnodig beperkend zijn in het leven van een burger. Deze beslissingen zijn echter breder dan alleen een financiële paragraaf en moet ook de andere leefgebieden beslaan. Het beslissen hiertoe moet onzes inziens fundamenteler en toetsbaarder worden uitgevoerd. Het is gevaarlijk om deze ingrijpende beslissingen te laten nemen door organisaties en gemeentelijke instellingen die vanuit een beperkt budget voor financiële hulp­

Hindernisbaan zonder finish

73

verlening een grote invloed hebben op de toekomst van een burger. Hierdoor moeten wij ons de vraag stellen of de financiering van deze dienstverlening wel op zijn plaats is bij een plaatselijke gemeente. SHV en Beschermingsbewind is een overstijgende dienstverlening waarbij plaatselijke financiering wellicht onlogisch is en onnodig remmend. Herzien van het financieringsmodel voor schuldenbewinden kan mogelijk een positieve bijdrage geven aan het effectiever oplossen van de schuldenproblematiek. Wellicht kan u dan denken aan het opsplitsen van de vergoeding tussen een vaste basisvergoeding en een extra vergoeding bij het schuldenvrij opleveren van een dossier binnen vijf jaar. Hierdoor zal de huidige prikkel omgezet worden in een toekomstige beloning. Daarnaast is het ook niet ondenkbaar dat een beschermingsbewindvoerder alleen beschermings­­ bewindvoerder in schuldenbewinden mag zijn als deze, naast zijn reguliere opleiding ook een aanvullende opleiding SHV moet volgen om deze dossiers beter te kunnen ‘managen’. Wat willen wij de Nationale ombudsman meegeven als oplossing op korte termijn: Zorg voor een brede en zelfstandige toegang tot de Wsnp voor burgers die hiertoe zelf in staat zijn en daarbij aansluiting zoeken bij de huidige faillissementspraktijk en de Wsnp-praktijk voor 2008 (voorlopige toepassing).

Hierdoor zorg je ervoor dat het huidige stuwmeer van burgers met problematische schulden niet zal toenemen in de huidige economische onzekerheid en wellicht verder zal afnemen. Op lange termijn is het zinvol om de financiering van het stelsel (SHV en BBW) weg te halen uit het lokale domein en dit onder te brengen op nationaal niveau zodat financiering en baten van het stelsel beter in evenwicht is. De problematiek is groot en zal nog groter worden, wellicht is een deltaplan, recht op een schuldenvrije toekomst, noodzakelijker zijn dan ooit en helaas de enige oplossing? De rol van de Nationale ombudsman is hierin belangrijker dan ooit omdat de integrale oplossingen voor de burger centraal moet komen te staan. Hiervoor is een toezichthouder nodig die belang overstijgend kan rapporteren zodat de rechtsongelijkheid voor de burger geslecht kan worden.

Nederlandse beroepsvereniging professionele bewindvoerders (NBPB) — Annette Druijf, voorzitter

a. Schuldenaren krijgen te weinig advies en begeleiding bij de indiening van een Wsnpaanvraag Wij herkennen dit knelpunt. Toelating tot de Wsnp kent veel voorwaarden en stappen die doorlopen moeten worden. De focus van schuldhulpverlening ligt op het minnelijk traject en de soms eindeloze pogingen om tot overeenstemming te komen met de schuldeisers. Om toegelaten te worden in het minnelijk traject gelden echter (per gemeente) verschillende voorwaarden. Er is ook vaak sprake van onvoldoende kennis. Een voorbeeld hiervan is het gebruiken van fraudewet als afwijzingsgrond in plaats van een “kan” bepaling, terwijl in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening het afwijzen op basis van fraude aan andere voorwaarden moet voldoen. Ter illustratie verwijzen wij u naar een praktijkvoorbeeld dat u kunt vinden in de bijlage. In de praktijk ziet onze achterban (beschermingsbewindvoerders) dat , na het mislukken van de Msnp, de toeleiding naar de Wsnp en het compleet maken van het verzoek tot toetreding in de Wsnp door de schuldhulpverlening bij de bewindvoerder worden neergelegd. Schuldenaren die geen ondersteuning van een beschermingsbewindvoerder hebben raken vaak tussen de wal en het schip. Dit kan worden opgelost door de kennis van schuldhulpverleners te vergroten

Hindernisbaan zonder finish

74

en de begeleiding vanuit de schuldhulpverlening te verbeteren. Wij adviseren te kijken of een versneld minnelijk traject of een rechtstreekse toegang tot de Wsnp tot de mogelijkheden behoort.

b. Veel schuldenaren kunnen niet voldoen aan de toelatingseisen van de Wsnp De 10-jaars termijn is een harde voorwaarde. In de praktijk is er geen ruimte om te kijken naar de oorzaken van het eerder mislukken van de Wsnp, wat hierop invloed heeft gehad en in welke mate de schuldenaar inmiddels zijn leven nu wel op de rit heeft. Er is niet voldoende kennis over de hardheidsclausule waardoor er te weinig van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt. Een oplossing kan liggen in het verruimen van de wettelijke mogelijkheden voor het gebruik maken van de Wsnp. Maatwerk en een persoonsgerichte aanpak dienen in de wet te worden geïmplementeerd. Een voorbeeld hiervan is bij de sollicitatieplicht rekening houden met de omstandigheden en de intentie van de wet in plaats van enkel naar de urencriteria te kijken. Daarnaast is het belangrijk dat binnen de 10-jaarstermijn de omstandigheden kunnen worden meegewogen. De voorwaarde van een verplicht minnelijk traject voorafgaand aan het verzoek tot toetreding in de Wsnp zou onder de loep genomen kunnen worden. Wij denken dat er veel te winnen is voor burger én maatschappij wanneer directe toegang tot de Wsnp mogelijk gemaakt wordt. Zeker in het geval wanneer beschermingsbewind is toegekend en de bewind­ voerder aannemelijk kan maken dat cliënt zich in een stabiele positie bevindt.

Juist door de ondersteuning van beschermingsbewind is de kans dat een Wsnp-traject succesvol wordt afgerond groot.

c. Mensen onder schuldenbewind stromen te weinig door naar het minnelijk respectievelijk wettelijk traject Het is belangrijk op de hoogte te zijn van de onderliggende problematiek van schuldenaren en te weten welke schuldenaren onder beschermingsbewind zijn gesteld. Wat door onze achterban benoemd wordt is dat zij via de gemeentelijke wijkteams juist die cliënten aangemeld krijgen die niet (snel) stabiel te krijgen zijn. De complexiteit die op de achtergrond mee speelt zorgt ervoor dat deze doelgroep niet door de reguliere (vrijwillige) budgethulp geholpen kan worden. Hieruit vloeit voort dat het dossier vanuit de bewindvoering niet snel doorgevoerd kan worden omdat niet aan de voorwaarden wordt voldaan. Bewindvoerders lopen tegen de drempels van de schuldhulpverlening op waarbij gemeente­ beleid en voorwaarden tot toetreding soms zeer rigide worden gehandhaafd. Zoals bekend kan doorstroom naar de Wsnp niet plaatsvinden zolang het minnelijk traject niet is doorlopen. Wij herkennen ons niet in het beeld dat er geen serieuze aandacht zou zijn voor de dossiers of dat er bewust getraineerd wordt. Hier is ook geen cijfermatige onderbouwing van. Deze aanname is niet gestoeld op praktijkervaringen vanuit de branche. Het vak beschermingsbewind is volop in beweging. Qua professionalisering en het verbeteren van de kwaliteit zijn diverse grote stappen gemaakt.

Zo zijn er onder meer kwaliteitseisen opgesteld en dienen er plannen van aanpak en evaluatieverslagen te worden opgesteld. Daarnaast is de digitalisering van Toezicht binnen de Rechtspraak steeds verder doorgevoerd waardoor snelle en specifieke controle door de Rechtspraak steeds gemakkelijker wordt. Natuurlijk is altijd ruimte voor verdere ontwikkeling en de branche heeft daar ook aandacht voor. Meerwaarde lidmaatschap branchevereniging Wij benadrukken de meerwaarde van bewindvoerders die zich hebben aangesloten bij een branchevereniging. Dit lidmaatschap geeft blijk van een professionele blik op het vak en de bereidheid tot verdere ontwikkeling. Onze vereniging organiseert meerdere malen per jaar scholingsdagen en regionale bijeenkomsten. Wij zien op deze dagen betrokken, enthousiaste leden die hun vak serieus nemen en op meerdere vlakken opkomen voor de belangen van hun cliënten.

Hindernisbaan zonder finish

75

Samenwerking is de sleutel Naar onze mening ligt het probleem -zowel op het gebied van schuldhulpverlening als op andere gebieden- in de koppeling en samenwerking tussen de verschillende partijen. Wij hebben positieve ervaringen met de diverse convenanten en samenwerkingsverbanden die de afgelopen periode zijn ontstaan tussen gemeenten en de (regionale) bewindvoerders. Men kent elkaar en weet wie welke verantwoordelijkheden heeft waardoor de client efficiënter en beter kan worden geholpen. Hierin ligt ons inziens ook de oplossing. Rol ombudsman De rol van de ombudsman zien wij weggelegd in een adviesfunctie om maatregelen te treffen ter verbetering van de positie van de burger gebaseerd op partij-overstijgend objectief onderzoek. Bijlagen: Afwijzing toelating SHV door Gemeente NW-Fryslan ivm fraudeschuld

Senior rechter bij de rechtbank Midden-Nederland, team toezicht — Mw. P.A.M. Penders De gevolgen voor burgers van de dalende instroom in de Wsnp

a. Schuldenaren krijgen te weinig advies en begeleiding bij de indiening van een Wsnpaanvraag Het is niet zo dat schuldenaren in veel gevallen niet in staat zijn zelfstandig een Wsnp verzoek in te dienen. Zij zijn nooit in staat om dat zelfstandig te doen. Er moet immers altijd een zogeheten 285 verklaring worden bijgevoegd, die door of namens B&W wordt opgesteld. Ook een advocaat of een beschermingsbewindvoerder kunnen deze verklaring opstellen (over deze laatste hierna meer onder 3). Het eerste probleem is om überhaupt bij de gemeente binnen te komen. Veel gemeenten hebben (nog steeds) van de opdracht om beleid te maken met betrekking tot de schuldhulpverlening van hun burgers, gebruik gemaakt om de deur niet open maar juist dicht te zetten (wij helpen niet want u hebt een eigen woning; want u hebt een bedrijf gehad; want u bent aan het scheiden, maar de echtscheiding is nog niet uitgesproken; want u moet uitkering terugbetalen en dus hebt u gefraudeerd, etc) Het tweede probleem is dat je niet door de gemeente geholpen wordt als je niet alle gegevens netjes aanlevert, ook al ben je daar zelf niet toe in staat (hetgeen niet alleen vaak een oorzaak is van de problemen maar ook een gevolg) en het derde probleem is dat niet iedere gemeente of door de gemeente ingeschakeld instantie even goed is.

Mijn ervaring is dat er grote verschillen zijn tussen de gemeenten en tussen medewerkers binnen een gemeente. Hetzelfde geldt voor de instanties die door meerdere gemeenten worden ingeschakeld. Voor een mogelijke oplossing verwijs ik naar punt twee bij ‘minnelijke regeling’.

b. Veel schuldenaren kunnen niet voldoen aan de toelatingseisen van de Wsnp Minnelijke regeling Je kunt je afvragen of een minnelijke regeling wel zoveel beter is voor rechthebbende en de schuldeisers dan een Wsnp traject.45 In de Wsnp is strenger toezicht op de schuldeiser, hetgeen

45 Zie WSNP periodiek jaargang 11 nr 1 De opbrengst van de wettelijke schuldsaneringsregeling in een juister perspectief door Mick Heckers.

Hindernisbaan zonder finish

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11245426/1