CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Nationale Ombudsman - Hindernisbaan zonder finish Een onderzoek naar knelpunten in de toegang tot de Wet schuldsanering natuurlijke personen

Gemeenteraad 8 maart 2022, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Raadsvoorstel Algemeen belangbesluit Bewind in eigen beheer48.558 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

Velen zullen het niet eens proberen omdat in veel gevallen onzeker en onvoorspelbaar is of de rechter bereid is de hard­ heidsclausule in die specifieke situatie toe te passen. Een derde toelatingsvoorwaarde is dat de gemeentelijke schuldhulpverlening in de regel eerst een poging moet hebben gedaan om een minnelijke regeling te realiseren. Deze eis vloeit voort uit de bedoeling van de wetgever dat zoveel mogelijk schuldregelingen moeten worden getroffen in de minnelijke fase. De Wsnp moet fungeren als laatste redmiddel dat alleen mag worden ingezet als het minnelijk traject echt niet mogelijk is. Dit lijkt een logisch stelsel maar kan in sommige gevallen onredelijk en nadelig voor de burger uitpakken. Burgers klaagden erover dat de gemeentelijke schuldhulpverlening er vaak niet in slaagt om binnen redelijke termijn na toelating een schuldregeling tot stand te brengen. De NVVK-gedragscode schrijft schuldhulpverleners voor dat de schuldregeling tot stand moet zijn gebracht binnen 120 dagen na toelating (tot de schuldregeling). In de praktijk wordt die termijn vaak niet gehaald en daardoor moeten burgers soms erg lang wachten zonder dat zij iets kunnen doen. Conclusie Het is zeer wenselijk dat de tienjaarstermijn voor recidive wordt verkort. Tien jaar is onredelijk lang omdat het burgers onmenselijk lang uitsluit.

Daarnaast zou de Wsnp-rechter altijd de ruimte moeten krijgen om – op verzoek of uit eigen beweging – maatwerk te leveren en rekening te houden met de omstandigheden en de belangen van de verzoeker. Daarnaast is het wenselijk dat burgers onder voorwaarden toegang kunnen krijgen tot de Wsnp in de gevallen dat de gemeente er niet in slaagt om binnen een termijn van bijvoorbeeld zes maanden (na toelating tot de schuldregeling) een minnelijke schuldregeling tot stand te brengen.

6.7

Conclusie ten aanzien van het schuldenbewind

Sinds de invoering in 2014 van schuldenbewind hebben veel burgers met problematische schulden bescherming gezocht bij een bewindvoerder. Opvallend is dat de groei van het aantal schuldenbewinden in de periode 2014–2019 gelijktijdig plaatsvindt met de daling van de instroom in de Wsnp. Het is aannemelijk dat de groei van het aantal schuldenbewinden samenhangt met de matige toegankelijkheid van de gemeentelijke schuldhulpverlening43 én van de Wsnp. En ook met de goede toegankelijkheid van het schuldenbewind. De procedure naar een minnelijk of wettelijk schuldentraject is voor veel burgers immers een lange weg met veel belemmeringen en een hoog uitvalrisico: het vereist grote zelfredzaamheid en administratieve vaardigheden, de doorlooptijd is vaak lang, schuldeisers helpen niet altijd mee

43 Nationale ombudsman, Een open deur? Een onderzoek naar de toegang tot de gemeentelijke schuldhulpverlening, 19 januari 2018; Nationale ombudsman, Een open deur, het vervolg. Onderzoek naar de toegang tot de gemeentelijke schuldhulpverlening onder 251 Nederlandse gemeenten, 13 september 2018.

Hindernisbaan zonder finish

42

en er moet aan veel voorwaarden worden voldaan. Voor iemand met problematische schulden zal de weg naar het schuldenbewind in veel gevallen korter en eenvoudiger zijn en dus ook de voorkeur krijgen: één verzoek aan de kantonrechter kan genoeg zijn. Weliswaar levert het schuldenbewind op zichzelf nog geen schuldenvrije toekomst op, maar het biedt op de korte termijn wel bescherming tegen schuldeisers, waardoor de schuldenstress flink wordt verminderd. Dat scheelt alvast. Burgers die onder schuldenbewind staan, hebben theoretisch gezien meer kans om toegelaten te worden tot het minnelijk of wettelijk traject. Zij hebben immers de hulp van hun bewind­ voerder die hun financiële situatie stabiliseert, de administratie op orde brengt en houdt en – als de cliënt en ook zijn situatie stabiel zijn – een aanvraag voor een schuldregeling kan indienen en begeleiden. Met een bewindvoerder naast zich heeft een burger in principe betere kansen. Toch vertelden sommige burgers dat ze al jaren onder bewind stonden en dat de bewindvoerder nog niets aan hun schulden had gedaan. En dat daardoor hun leven ‘stilstond’. In die gevallen verzaken bewindvoerders een belangrijke taak. De toeleiding naar de schuldhulpverlening is geen vrijblijvende optie. Het is een wettelijke taak voor de bewindvoerder om dit te doen zodra het kan.

Overigens hoeft dit nog niet te betekenen dat het schuldenbewind na de toeleiding ook meteen moet worden beëindigd. Goede begeleiding tijdens het minnelijk traject is immers vaak nodig en moet geborgd zijn, door de bewindvoerder ofwel door de schuldhulpverlener. Kijkend naar het steeds groter wordende ‘stuwmeer’ van schuldenbewinden vraagt de ombudsman zich af of alle bewindvoerders hun cliënten wel voldoende actief doorgeleiden naar de schuld­ hulp­verlening voor een schuldregeling (of eventueel daarna naar de Wsnp). Hij maakt zich hier zorgen over. Want als bewindvoerders te weinig doen aan toeleiding betekent dat voor burgers dat zij niet of pas later van hun schulden afkomen. Conclusie Bewindvoerders hebben als taak om de financiële situatie van hun cliënt te stabiliseren en – zodra de cliënt en zijn situatie saneringsklaar is – hem door te geleiden naar het minnelijk of wettelijk traject voor een schuldsanering. Voorkomen moet worden dat de activiteiten van bewindvoerders te lang blijven ‘hangen’ in de stabilisatiefase. Daarom is het wenselijk dat bewindvoerders samenwerkingsafspraken maken met de gemeentelijke schuldhulpverlening om hun cliënten door te geleiden naar het minnelijk traject zodra dat kan. Het is wenselijk dat hiervoor een streefnorm (van bijvoorbeeld twaalf maanden) wordt gehanteerd zoals sommige beroepsorganisaties van bewindvoerders al doen.

De kantonrechter aan wie de bewindvoerder periodiek verantwoording moet afleggen zou er ook actief op moeten toezien dat de bewindvoerder voldoende inspanning levert om zijn cliënten een schuldenvrije toekomst te bezorgen.

Hindernisbaan zonder finish

43

6.8

Dit mogen burgers in redelijkheid verwachten van de overheid (samenvatting)

Als het gaat om de toegang tot de Wsnp mag een burger in redelijkheid verwachten dat: • de gemeentelijke schuldhulpverlening – hem – na het mislukken van het minnelijk traject – actief informeert en adviseert over de mogelijkheden van de Wsnp en hem begeleidt bij het indienen en toelichten van het Wsnp-verzoek; – hem professionele ondersteuning biedt tijdens en na afloop van het Wsnp-traject. • de wetgever van de sociale zekerheidswetgeving – de tienjaarstermijn binnen de sociale zekerheidswetgeving verkort en gelijk stelt aan de termijn van de goede trouw binnen de Wsnp-regeling (nu vijf jaar); – deze termijn (en het verbod om mee te werken aan het minnelijk traject) alleen laat gelden voor terugvorderingen met een boete van 75% of hoger; – instanties de mogelijkheid biedt om mee te werken aan het minnelijk traject voor terugvorderingen met een boete tot maximaal 50%. • de wetgever van de Wsnp-regeling – de tienjaarstermijn voor recidive verkort; – rechters altijd de ruimte geeft om – op verzoek of uit eigen beweging – maatwerk te leveren en rekening te houden met de omstandigheden en de belangen van de verzoeker; – de toegang tot de Wsnp mogelijk maakt in de gevallen dat de gemeente er niet in slaagt om binnen een bepaalde termijn (van bijvoorbeeld zes maanden) een minnelijke schuldregeling tot stand te brengen.

• bewindvoerders – hem – zodra hij en zijn financiële situatie gestabiliseerd en saneringsklaar zijn – door­ geleiden naar het minnelijk of wettelijk traject; – hierover samenwerkingsafspraken maken met de gemeentelijke schuldhulpverlening; – binnen hun beroepsvereniging voor doorgeleiding een streefnorm (van bijvoorbeeld twaalf maanden) gaan hanteren.

6.9

Tot slot

De resultaten van dit onderzoek richt de ombudsman op de eerste plaats aan de stelsel­ verantwoordelijke bewindslieden: • de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mevrouw T. van Ark. Zij is verantwoordelijk voor de schuldhulpverlening en coördinerend bewindsvrouw voor het samenwerkingsverband van de Brede schuldenaanpak;44 • de minister voor Rechtsbescherming, de heer S. Dekker. Hij is verantwoordelijk voor de Wsnp–regeling, voor het schuldenbewind en voor het rechterlijk toezicht daarop. Deze bewindslieden heeft de Nationale ombudsman in januari 2020 geïnformeerd over de start van dit onderzoek. Hij nodigt hen beiden uit om in het najaar van 2020 met hem in gesprek te gaan over bovenstaande conclusies.

44 Een samenwerking van een aantal ministeries en maatschappelijke organisaties met als doel de schuldenproblematiek terug te dringen (zie link).

Hindernisbaan zonder finish

44

Daarnaast richt de ombudsman zich met dit rapport tot gemeenten, als uitvoerders van de gemeentelijke schuldhulpverlening. Hij verzoekt hun om de conclusies die op hen van toepassing zijn over te nemen in hun beleid en uitvoeringspraktijk. De ombudsman nodigt de Vereniging van Nederlandse Gemeenten uit om over de uitkomsten van dit onderzoek in het najaar van 2020 met hem in gesprek te gaan. Ten slotte roept de ombudsman (beroepsorganisaties van) bewindvoerders op om ervoor te zorgen dat burgers in schuldenbewind actief worden toegeleid naar het minnelijk of wettelijk traject. Ook roept hij kantonrechters op om daarop strikter toe te zien. De toegang tot de schuldhulpverlening en de Wsnp zal de komende jaren hoog op de agenda van de Nationale ombudsman blijven staan. Er zullen door de corona–crisis veel ‘nieuwe’ burgers in de schulden komen. Zonder ingrijpende verbeteringen in het huidige schuldhulpstelsel zal het moeilijk zijn om de nieuwe golf schuldhulpverzoeken voortvarend en effectief te behandelen. De ombudsman roept daarom alle partijen en de politiek uit om hoge prioriteit te geven aan een krachtige aanpak van de schuldenproblematiek.

Hindernisbaan zonder finish

45

Bijlage 1: Verslag rondetafelgesprek Verslag rondetafelgesprek over dalende instroom Wsnp Datum en tijd: Locatie: Aanwezig: Nationale ombudsman:

Genodigden:

29 januari 2020, van 14.00-16.00 uur Kantoor Nationale ombudsman, Den Haag

R. van Zutphen (voorzitter) W. van den Berg (projectleider), mw. F. el Aziz mw. D. Grot-Pieters mw. K. van der Leij mw. M. Mulder Vertegenwoordigers van de volgende hulpverleningsinstellingen: • Valente • NBPB • Voedselbanken Nederland • House of hope, Rotterdam • Passion for People • Tussenvoorziening/Valente • Leger des Heils

Opening en voorstelronde De heer Van Zutphen opent de bijeenkomst en heet de aanwezigen hartelijk welkom. Van deze bijeenkomst wordt een geanonimiseerd verslag gemaakt dat in conceptvorm ter correctie voorgelegd zal worden aan de deelnemers. Het verslag wordt waarschijnlijk als bijlage bij het rapport gevoegd. Armoede en schulden werden vroeger door de Nationale ombudsman (hierna: de ombudsman) als bij elkaar horende zaken beschouwd. Inmiddels vindt de ombudsman dit te smal. Hij heeft het thema verbreed naar ‘armoede’, iets wat niet alleen met schulden te maken heeft. De ombudsman heeft in eerdere onderzoeken de toegang tot schuldhulpverlening onder de loep genomen. Hij heeft geconstateerd dat het voor burgers met schulden heel moeilijk is om tot de schuldhulpverlening toegelaten te worden en dat de gemeenten zich daarin heel verschillend opstellen. De ombudsman is zeer bezorgd over het feit dat steeds minder mensen gebruik maken van de Wsnp. Hij vermoedt dat veel mensen in een uitzichtloze situatie terecht komen als ze niet tot de Wsnp worden toegelaten. De ombudsman wil graag de ervaringen van burgers die in deze situatie verkeren, optekenen. Ook worden in verband met dit onderzoek twee ronde­ tafelgesprekken gehouden met hulpverleners en bestuurders. De aanwezigen stellen zich aan elkaar voor.

De heer Van den Berg geeft een toelichting op de procedure voor toelating tot het minnelijk traject bij de gemeente en de toelating tot de Wsnp aan de hand van een vertoond schema.

Rondetafelgesprek Is het beeld dat de heer Van den Berg schetste herkenbaar? Grofweg de helft van de aanvragers raakt verzeild in ‘het grote vraagteken’ (geen traject naar een schone lei). In welke situatie komen die mensen terecht en krijgen zij hulp of begeleiding?

Hindernisbaan zonder finish

46

In Amersfoort, wordt opgemerkt, daalt het aantal aanvragen voor toelating tot schulden­ regelingen dramatisch. Daar doet de schuldhulpverlening veel aan preventie, waardoor er steeds minder mensen zijn met grote schulden. Er is in Amersfoort een herstructureringsfonds voor schulden ingesteld. Men wil zo min mogelijk Wsnp-trajecten, maar liever schulden afkopen via een saneringskrediet. Toch zijn ook de mensen met een bijstandsuitkering die minder dan € 2.000 schuld hebben heel problematisch. Die mensen zijn nergens in beeld. Bij de voedselbank komen er steeds meer. Door preventie krijgt die groep mensen weliswaar in steeds mindere mate echt grote schulden, maar verder bekommert niemand zich om hen. Omdat de schulden als ‘niet-problematisch’ worden beschouwd, daalt het aantal aanvragen voor schuldregelingen. Deze mensen zitten niet in dat ‘grote vraagteken’, waarover de ombudsman spreekt. Ongeveer 550.000 mensen leven in problematische schuldensituaties Wat is een problematische schuld, vraagt een deelnemer zich af. Als iemand met een bijstands­ uitkering een eindafrekening voor energie van € 500 heeft, is dat toch een problematische schuld? Een dergelijk bedrag kan je niet aflossen met een bijstandsuitkering en drie kinderen. En toch kom je niet in een schuldhulpverleningstraject, want de drempel ligt op € 2.000, met € 50 per maand aflossen.

Misschien kan je dan je huur niet meer betalen. De voedselbank probeert ervoor te zorgen dat ze in elk geval eten en drinken hebben zodat ze hun huur kunnen blijven betalen. Als je niet vanuit bedragen rekent, maar vanuit de situatie van mensen, zijn er eigenlijk veel meer dan honderdduizenden mensen in de problemen. Opgemerkt wordt dat volgens het Nibud een gezin met een bijstandsuitkering en een paar pubers een structureel tekort heeft. Ook zonder een cent schuld. Dat is armoede. Met hulpverlening, fondsen en regelingen kun je voorkomen dat het echt problematisch wordt, maar echt helpen doet men ook niet. Voor die mensen is er dus weinig uitzicht. Misschien als ze werk vinden. Een andere deelnemer tekent daarbij aan dat ook werkenden in armoede kunnen leven. De zogenoemde ‘werkende armen’. Het eigen risico van de ziektekosten­ verzekering kan dan al een bottleneck zijn. Er zijn mensen met een baan die financieel slechter af zijn dan iemand met bijstand. Deze groep mensen kan een volgend onderwerp worden waarmee de ombudsman aan de slag gaat. Vandaag wil de ombudsman het hebben over de groep mensen die geholpen zou moeten worden, die zijn geïdentificeerd en in een (minnelijk of wettelijk) schuldtraject terecht zouden moeten komen, maar waarmee het dan toch fout gaat.

Het treurige is dat het aantal mensen dat tot een minnelijke schuldregeling toegelaten wordt (ongeveer 22.000) niet hoger is dan vijf jaar geleden. Dat is vreemd, want je zou na alle vernieuwingen verwachten dat de effectiviteit van de schuldhulpverlening groter is geworden. De instroom Wsnp gaat ondertussen steil omlaag. Dat betekent dat het totaal aantal mensen met uitzicht op een schone lei afneemt. De vertegenwoordiger van Passion for People vindt het opvallend dat mensen met schulden het minnelijk traject eerst moeten doorlopen om in het wettelijk traject terecht te kunnen. Daar gaat het vaak al mis. Het is dramatisch gesteld met de kennis bij gemeenten en schuldhulpverleners. Daardoor gaan veel van de aanvragen in het minnelijke traject mis. De schuldhulpverleners hebben geen idee van wat zij precies aan het doen zijn. Zo worden aanvragen al op voorhand op onjuiste gronden afgewezen. Of de schuldhulpverlener verwijst en geleidt niet door naar de Wsnp omdat hij denkt dat iemand daar toch niet voor in aanmerking komt. Mensen worden eindeloos van het kastje naar de muur gestuurd.

Hindernisbaan zonder finish

47

Dus de problemen beginnen bij het gebrek aan deskundigheid van de hulpverleners? Je hebt een voorkeur voor iemand die het dossier van je cliënt behandelt, iemand die het snapt en de inhoud kent. Als er dan iemand van een andere afdeling op wordt gezet, gaat het helemaal mis. Die heeft dan geen idee. Er kwamen vijf aanvragen vanuit de gemeente Utrecht. Het kostte Passion for People drie jaar om ze in de schuldregeling te krijgen. De kennis op de afdeling was nul. Je moet het rapport hebben en kunnen aantonen dat de schuldhulpverlening een poging tot schuldregeling heeft gedaan, om naar de Wsnp te kunnen. Wat gebeurt er met de mensen die uitvallen? Ze worden naar huis gestuurd. ‘Los dit maar op’, of ‘Zoek het maar eerst uit en kom maar terug als je zover bent.’ Een vertegenwoordiger van de NBPB wijst op de nadruk die sinds een aantal jaren op zelfredzaamheid ligt. Dat is volkomen doorgeslagen. Als je iets zelf kunt, is het goed dat je het ook zelf doet. Maar de voorwaarden, de regels en het verwachtingspatroon zijn enorm toegenomen en liggen nu te hoog. Dat is deels de oorzaak van de problemen. In veel gemeenten zijn de laagdrempelige wijkteams opgericht. Daar gaat men eerst kijken wat je zelf kunt, of met je buren. Er zijn heel wat mensen die erg lang wachten voor ze hulp vragen. En als ze dan komen, krijgen ze te horen: ‘Kijk eerst eens wat je zelf kunt’.

Een deelnemer wijst op het onderscheid tussen ‘niet kunnen’ en ‘niet willen’. Een ander benadrukt de stress die mensen ondervinden door schulden. Daardoor daalt het IQ van iemand misschien wel met 10%. Vaak gaat het bij de doelgroep van Schuldhulpmaatje al om mensen met een wat lager verstandelijk vermogen. En dan krijgen ze ook nog die stress. Vervolgens moeten ze helder nadenken over de stappen die ze moeten doen. Ze krijgen allerlei ingewikkelde opdrachten en lijstjes mee. De betrokkene kan dan ook nog te maken krijgen met een hulp­erlener die zelf niet precies weet wat hij moet doen. Die legt dan de verantwoordelijkheid bij de hulpvrager. Dan gaat het al in de eerste fase mis. Het is niet alleen het gebrek aan kennis, merkt een vertegenwoordiger van De Tussenvoorziening op. Valente geeft workshops in het kader van Schouders Eronder aan verschillende gemeenten en schuldhulpverleners. Die blijken ongelooflijk strak vast te houden aan de regels, althans zoals zij dénken dat die in de Wgs staan. Er is wel veel aandacht voor maatwerk en meedenken, maar dat zie je nog onvoldoende terug in de schuldhulpverlening. Over welke regels heb je het dan? Je moet bewijsstukken aanleveren van al je schulden, die niet ouder mogen zijn dan drie maanden.

Een schuldhulpverlener was er echt van overtuigd dat die regel in de wet stond! Maar het is niet meer dan een beleidsregel of werkinstructie. Als je achttien schulden hebt, onderverdeeld bij verschillende incassobureaus en deurwaarders, probeer dan maar eens een complete schulden­ lijst op te stellen. Dat is heel lastig. Een andere deelnemer voegt daaraan toe dat de beleids­ regels ook nog verschillen per gemeente. Er kunnen ook collegewisselingen optreden, met weer andere beleidsregels. Ook voor de medewerkers zal het dan heel onduidelijk worden. Aan die regels wordt enorm strak de hand gehouden, met name in de Wsnp. Komt er dan ook nog een strenge Wsnp-bewindvoerder bij, dan wordt het eisenpakket nog strakker. Je krijgt een sollicitatie­ verplichting. Je mag niet te laat zijn. Er mogen geen nieuwe schulden gemaakt worden. De Voedselbank NL krijgt te horen van schuldhulpverleners dat ze worden afgerekend op het aantal succesvolle trajecten. Daarop wordt dus gescreend: gaat het lukken of niet? In Rotterdam, vertelt de vertegenwoordiger van de House of Hope, zit er een kleine beweging in. Daar is men in september gestart met het ETF-team, het Expertise Team Financiën. Dat zijn mede­werkers van de Kredietbank Rotterdam. Daar bestond het probleem al jaren, dat mensen niet aankwamen die in de voorselectie wel op de lijst stonden.

De aanmeldprocedure was zo ingewikkeld en administratief belastend, dat het zelfs voor een maatschappelijk werker heel lastig was om het hele dossier bij elkaar te krijgen. Dat was ook vanwege die termijn van drie maanden.

Hindernisbaan zonder finish

48

Door de lange wachttijd verouderden de gegevens in het dossier waarna je opnieuw moest beginnen met het opvragen van actuele gegevens. Eerst werd er gewerkt met een groeps­ aanpak, vanuit de aanbesteding van het maatschappelijk werk. Mensen moesten dan in een groep met een hulpverlener zelf een heel schulddossier in elkaar zetten voordat de aanmelding überhaupt plaats kon vinden. Daar schrokken veel mensen voor terug. Schaamte speelt immers een grote rol bij schulden en armoede; dan werkt een groepsbijeenkomst drempelverhogend. Gaat het dan om mensen die al toegelaten zijn? Nee, het zijn mensen in de aanmeldfase. Ook de hoogte van het schuldbedrag speelde een rol. In het begin liet men bij de Kredietbank Rotterdam iedereen toe. Daardoor zaten er ook dossiers bij die op een andere manier hadden kunnen worden opgelost, bijv. met een betalingsregeling. De achterstanden en werkdruk werd daardoor te groot. Nu heeft men dus het ETF ingezet. Dat zijn medewerkers die in de vraagwijzers zitten, de eerste loketten waar mensen hun vraag kunnen stellen. House of Hope dient daarbij overigens als voorportaal, waar mensen komen die nog niet eens bij de Vraagwijzer binnen durven te komen. House of Hope mag iets wat de ETF-medewerkers niet mogen: op huisbezoek gaan. Ook Schuldhulpmaatje werkt op die manier en helpt mensen met de aanvraag.

Men bekijkt bij de Vraagwijzer of het mogelijk en wenselijk is om mensen laagdrempelig, met vijf tot acht gesprekken, te helpen bij het invullen van het aanmeldformulier en met het verzamelen van alle bewijsstukken. Daarbij wordt men niet gedwongen om meteen de gang naar de KBR te maken, want dat heeft vaak een negatief imago. Er wordt tegen cliënten gezegd dat nog bekeken zal worden welke soort schuldhulp wordt ingezet. Soms gaat men aan de slag met het treffen van betalingsregelingen. Daar zit dus wel een verbetering. De vertegenwoordiger van de NBPB vat samen dat men in Rotterdam de mensen nu meer bij de hand neemt. Dat is een grote verbetering. Het gaat erom hoe je het aantal van 22.000 huishoudens per jaar voor wie een minnelijke schuldregeling wordt getroffen omhoog krijgt. Een alternatief na afwijzing is de Wsnp. Is daarvoor ook zo veel zelfredzaamheid bij nodig? Hoe is daarbij de begeleiding? De cliënten van House of Hope gaan in een Wsnp-traject standaard in beschermingsbewind. Er zijn te veel voorbeelden waarbij het (zonder deze intensieve financiële begeleiding) misgegaan is. Veel gemeenten, merkt een ander op, geven alleen een verklaring af waarmee je een verzoek kunt indienen bij de rechtbank om toegelaten te worden. Je krijgt dan een brief waarin staat: ‘Hiermee stopt onze dienstverlening.’ Dat betekent eigenlijk: zoek het maar uit.

Daar gaat het eerste stukje dus vaak mis, want: wie durft die stap zelfstandig te zetten? En gaan die mensen wel zelf naar die rechtbank en kunnen zij voldoen aan allerlei eisen? Passion for people gaat standaard met cliënten mee naar de rechtbank om het Wsnp-verzoek toe te lichten. Moet men de Wsnp-aanvraag zelf indienen. Hoe gaat dat? De gemeente of de kredietbank verzorgt de hele Wsnp-aanvraag en verstuurt die naar de recht­bank. De betrokkene krijgt dan een uitnodiging voor de zitting. Vervelend is wel dat niemand van de gemeente of de kredietbank meegaat naar de zitting. Met het indienen van de aanvraag is het voor de gemeente klaar. En de hulpvrager heeft geen idee wat er in zijn aanvraag staat. Bij sommige aanvragen kan de hele procedure wel twee jaar duren. Mensen hebben dan soms geen idee meer van de hoogte van de schuld, wat er is gebeurd, of wie de schuldeisers zijn. Als er geen minnelijke schuldregeling tot stand komt dienen 10.000 mensen een Wsnpverzoek in, en 7.000 niet. Hoe komt het dat 7.000 mensen niet naar de rechtbank toegaan? Het kan allerlei oorzaken hebben. Het kan zijn dat de gemeente de aanvraag niet heeft gedaan, of je voldoet toch niet aan de voorwaarden. Dat is wat mysterieus, merkt de vertegenwoordiger van De Tussenvoorziening op.

Je zou zeggen dat je per definitie voldoet aan de Wsnp-voor­ waarden als je in de fase daarvóór was toegelaten tot het minnelijk traject. Voor de Wsnp gelden overigens wel drie pagina’s voorwaarden. Meestal mislukt het minnelijk traject omdat een van de schuldeisers niet akkoord gaat. Je zou zeggen dat men in 99% van de gevallen door kan naar een dwangakkoord of Wsnp. Waarom dan die 7.000 die niet doorstromen naar de Wsnp?

Hindernisbaan zonder finish

49

Door Voedselbanken NL wordt opgemerkt dat zij veel mensen zien die zichzelf terugtrekken. Die hebben het helemaal gehad met de schuldhulpverlening. Een moeder van drie kinderen moet toch solliciteren om meer uren aan het werk te komen. Zij denkt in het begin: ik wil van mijn schulden af! Maar de schuldhulpverlener blijft maar druk uitoefenen, want ze werkt immers nog geen 38 uur. Die moeder wordt gek. Hoe moet dat met de oppas voor de drie kinderen? Eerst hebben de mensen goede moed, maar eenmaal in het traject wordt de druk steeds groter. Als die druk maar groot genoeg is, kan je op een gegeven moment niet meer voldoen aan de voorwaarden. Het is niet een keuze om af te haken. Mensen moeten van hun verslaving af zijn om toegelaten te worden, en dan gaan ze toch weer door de hoeven heen. Een van de leden van de NBPB vertelde over een cliënt, verslaafd maar wel stabiel. Bij de behan­deling van zijn Wsnp-verzoek zei de rechtbank dat hij eerst maar eens een jaar clean moest zijn. De rechter heeft natuurlijk ook zijn eigen interpretatie en opvatting wanneer iemand geschikt is om in de Wsnp te komen. Dat verschilt per rechter. Bij Passion for People, merkt een deelnemer op, heeft men nog nooit meegemaakt dat iemand die samen met zijn beschermingsbewindvoerder komt, wordt afgewezen.

Een ander merkt op dat er in een Wsnp-traject eigenlijk altijd een begeleider moet zijn (een beschermingsbewind­ voerder of budgetbeheerder). Maar dat kost de gemeente veel geld. De Wsnp-bewindvoerder Het maakt veel verschil welke Wsnp-bewindvoerder je hebt. Er zijn er die ervan uitgaan dat het met een WAO-uitkering wel elke maand hetzelfde zal zijn. Maar anderen willen elke maand een verantwoording met actuele inkomsten en uitgaven. Bij de Voedselbank NL komen regelmatig mensen met een foute vaststelling van hun VTLB, waardoor ze niets te eten hebben. Daarvoor moet je dan weer een procedure bij de rechtbank beginnen. Hoe lang hou je dat vol? Hulp is nodig bij de aanvraag Wsnp In juli 2019 is er vanuit Schouders Eronder een soort ‘routebeschrijving’ voor schuldhulpverleners gepubliceerd. Daarin staat dat de gemeentelijke schuldhulpverlening tot taak heeft om mensen richting de Wsnp te begeleiden. Daarin staat bijv. dat de schuldhulpverlener mee moet naar de rechtszaal, omdat je zo de kansen op toelating tot de Wsnp aanzienlijk vergroot. Een Wsnprechter zei dat 70% van de schuldhulpverleners weliswaar meegaat naar de zitting maar dat velen van hen geen kennis hebben van het dossier. Die laten dan kansen liggen. In ieder geval vinden alle aanwezigen dat niemand naar de rechter moet zonder begeleiding. Een geïnterviewde vertelde dat de gemeente haar verder niet wilde helpen.

Ze moest bij een particulier Wsnp-bureau eerst € 2.400 op tafel leggen en die kwamen toen inderdaad in het Wsnp-traject. Je moet een advocaat of een bewindvoerder hebben, want je kunt het niet alleen. Dat kost geld. Als je al in de schulden zit, hoe betaal je dat dan. Een vertegenwoordiger van De Tussenvoorziening merkt op dat de schuldhulpverlener die het minnelijk traject heeft geprobeerd op te starten gewoon altijd mee moet naar de zitting. Hij/zij kent het dossier, weet precies wat er aan de hand is en kan het verzoek aan de rechter toelichten. Bij de Rechtbank Noord-Holland kreeg de aanvrager een formuliertje met vijftien voorwaarden die hij in de wachtkamer mocht doorlezen. Bij de zitting vroeg men dan: ‘Heeft u alle voor­ waarden gelezen en begrepen?’ Een probleem daarbij kan de laaggeletterdheid zijn. Als iemand zich niet aan de voorwaarden houdt, wordt hij weer uit de Wsnp gezet. Opgemerkt wordt dat veel mensen terugschrikken voor bewind. Ze willen niet alles uit handen geven. Het is dan de vraag wat de reden voor de schulden is. Is het echt niet in staat zijn? Of speelde een life event? Je moet kijken of de betrokkene het eerst wel zelf kon, en wat er toen is gebeurd. Misschien is begeleiding alleen tijdelijk nodig.

Hindernisbaan zonder finish

50

Sollicitatieplicht binnen de Wsnp Er gaat ook heel wat mis tijdens het traject, wordt opgemerkt. Je krijgt met nogal wat eisen te maken. Iemand in een lopend Wsnp-traject moet solliciteren, maar dat kan je als hulpverlener niet voor ze doen. Dat moeten ze zelf doen. De Wsnp-bewindvoerder moet een verslag uitbrengen. Die zegt dat je niet genoeg je best hebt gedaan, terwijl je misschien alweer een nieuwe baan hebt en in de twee weken tussen de banen 24 uur in plaats van 40 uur gewerkt hebt, zonder een sollicitatiebrief te sturen. Dan had je officieel moeten solliciteren voor de ontbrekende uren. Natuurlijk moeten mensen hun best doen, maar sommige Wsnp-bewind­ voerders hebben geen idee van wat er speelt. Sommigen houden zich heel erg strikt aan die regels en stellen onredelijke eisen. Een cliënt van NBPB werkte elke nacht in de nachtdienst. Die werkte twintig uur, maar daarmee verdiende ze meer dan als ze fulltime bij de supermarkt zou werken. In zo’n geval voldoe je toch aan de norm? Toch moest ze volgens de Wsnp-bewindvoerder solliciteren om aan het vereiste aantal uren te komen. Er kwam een zitting, waarbij het besproken werd met de rechtercommissaris. En die ging wel akkoord. De bedoeling van de wet zou voorop moeten staan. Iemand moet werken om geld te verdienen. Voor dit soort situaties heeft iemand steun en advies nodig, anders geeft hij het gewoon op.

Het is heel knap als iemand dit helemaal zelf kan. De vertegenwoordiger van House of Hope komt met het voorbeeld van iemand die in de zorg werkte. Ze had drie verschillende deeltijdbanen, maar daarmee kwam ze vier uur tekort voor de norm van 38 uur. De vrouw had diabetes. De huisarts moest een verklaring schrijven waarin stond dat ze echt niet meer uren kon werken. Dat accepteerde de rechter. Er zijn rechters die zeggen dat de betrokkene ook ‘s middags zou kunnen werken, naast het nachtwerk. Dan heb je iemand naast je nodig die uitlegt dat dat redelijkerwijs onmogelijk is. De Tussenvoorziening kreeg vorig jaar een afwijzing bij de Wsnp, omdat de rechter na controle van alle privé-bankafschriften van de cliënt constateerde dat de betrokkene op familiebezoek was geweest in Marokko. Dat had hij betaald van zijn leefgeld (Vtlb) dat hij had gespaard! Op basis daarvan vond de rechter dat hij onvoldoende gemotiveerd was. Zijn Wsnp-traject werd afgewezen. In de looptijd van het Wsnp-traject valt maar 13% uit, terwijl bij de Wsnp-toelating circa 40% sneuvelt. De vertegenwoordiger van de Voedselbank NL merkt op dat mensen afgeschrikt worden door de sollicitatieplicht. Zij melden wel zich aan want ze willen wel degelijk een oplossing. Maar dan krijgen ze van schuldhulpverlening te horen wat hun allemaal te wachten staat. Dan trekken ze zich terug.

Dat komt de laatste tien jaar steeds vaker voor. Vroeger kwamen er heel wat mensen zonder schone lei uit de Wsnp. Dat zie je nog maar nauwelijks in Amersfoort of Utrecht. Mensen krijgen moeilijker toegang meer tot het traject. Het is op zichzelf logisch, voegt een ander toe, dat men enorm focust op stabiliteit. Maar de eisen zijn wel erg streng. Men gaat uit van de eigen norm van wat stabiel is. Alles moet goed zijn, maar bij niemand is alles goed. Mensen hebben hun ups en downs. Er zijn gelukkig ook Wsnpbewindvoerders die er oog voor hebben dat het soms niet goed gaat met de cliënt, bijvoorbeeld omdat iemand nieuwe schulden maakt. Die zien dan dat diegene beschermingsbewind nodig heeft. Maar dat zijn gevallen waarin iemand al in het Wsnp-traject zit. Het stapje ervoor, om erin te komen, is heel lastig. Opgemerkt wordt dat ook de schuldeisers zelf behoorlijk kunnen dwarsliggen in het minnelijk traject. Ze zeggen in de minnelijke fase dat ze toch niet akkoord gaan. Soms ook dwarsbomen ze de procedures. Het gebeurde bij Passion for People dat er een vordering lag van Zilveren Kruis bij deurwaarder Jongerius. Officieel moet de originele schuldeiser akkoord gaan, niet de deurwaarder. Zilveren Kruis bevestigde zwart-op-wit dat men akkoord ging.

Hindernisbaan zonder finish

51

Een dwangakkoord is afgezegd omdat iedereen akkoord ging. Maar de deurwaarder ging niet akkoord en traineerde daarmee het hele traject, en dat zonder echt partij te zijn. Zo zei een medewerker van ING per definitie niet akkoord te gaan bij een minnelijke regeling. Dat was gewoon beleid. ‘Daag me maar voor de rechter, dan zie ik wel weer verder.’ De eisers hebben dan al loonbeslag gelegd, merkt een deelnemer op. Zolang ze niet akkoord gaan, blijft het minnelijk traject doorgaan en zij krijgen hun geld. Als het akkoord is, moet het geld verdeeld worden over iedereen. Een keer ging Nuon niet akkoord. Ze hadden toch loonbeslag gelegd, dus waarom zouden ze akkoord gaan? De vertegenwoordiger van De Tussenvoorziening herkent het traineren van schuldeisers, maar heeft nooit meegemaakt dat daardoor een traject mislukte. Vergeleken met vijftien jaar geleden hebben cliënten nu veel meer schuldeisers, merkt NBPB. Het zijn misschien kleintjes, maar in totaal meer. Dat maakt het lastiger om alle schuldeisers mee te krijgen en de regeling rond te krijgen. Het is eigenlijk merkwaardig, merkt een aanwezige op, dat mensen die toegelaten zijn tot de Wsnp het meestal redden tot het eind (87%). Verhoudingsgewijs redden veel minder mensen in de MSNP het tot het eind. Dat lijkt onlogisch; je zou verwachten dat de veel striktere Wsnp meer uitval zou kennen.

In het kader van een interview zei iemand dat de Belastingdienst als enige niet mee wilde werken aan een schuldregeling, en ook niet aan Wsnp, want er zou sprake zijn van fraude­ schulden. Dat ontkende de betrokkene. De Wsnp-rechter vroeg om alle stukken van de laatste tien jaar. De gemeente zegt nu dat de aanvraag inmiddels is afgewezen. De vertegenwoordiger van de NBPB reageert dat de Belastingdienst niet op de stoel van de rechter mag gaan zitten. De schuldhulpverlener, reageert een ander, hoort te weten van de 120-dagen­ termijn. Als niet gereageerd wordt, neem je de laatste saldo-opgave. Voor deze situatie zijn regels bedacht. De vertegenwoordiger van Voedselbank NL merkt op dat er in de Msnp bij een bijstandsuitkering een boedelafdracht van € 52 pm is (5% van de bijstandsnorm voor een alleenstaande). Ga je naar de Wsnp-rechter, dan is de boedelafdracht nul. Daardoor is het besteedbaar bedrag van een huishouden ruimer bij een Wsnp dan bij een Msnp. In de schuldregeling is het koekje waarvan ze moeten leven dus heel krap. Er schijnt een convenant te bestaan tussen de NVVK en gemeenten. Waarom € 52? Als je kijkt naar het besteedbaar bedrag is het te weinig. Ook al heeft men volgens de berekening geen draagkracht, zegt de NVVK, moet men toch 5% van de bijstandsnorm (€ 52 pm) betalen. Anders zou je mensen met weinig inkomen belonen of voortrekken.

Die zouden dan niets hoeven af te betalen. Datzelfde uitgangspunt geldt straks ook bij de vereenvoudigde beslagvrije voet (per 1 januari 2021) dat de beslagvrije voet bij een minimum-inkomen wordt gesteld op 95% van de bijstandsnorm. Dat is niet zo bij de Wsnp, wordt gereageerd. Je kunt wat dat betreft beter in de Wsnp zitten. Communicatie tussen schuldhulpverlener en schuldenaar Door de vertegenwoordiger van House of Hope wordt opgemerkt dat bij het minnelijk traject de communicatievaardigheden van de medewerker schuldhulpverlening bij de gemeente ten opzichte van de cliënten een oorzaak van de uitval kan zijn. Er zijn schuldhulpverleners bij die totaal niet in staat zijn om goed te communiceren met de betrokkenen, waardoor het misgaat. Mensen worden bang of komen te laat in actie. Er gebeurt iets, ze verliezen hun werk, moeten een uitkering aanvragen. Dat doen ze dan maar niet, want ze willen zo snel mogelijk ander werk proberen te vinden. En dat lukt niet, zodat een inkomensgat ontstaat. Daardoor mislukt het minnelijk traject. In Rotterdam heeft men nu dus het Expertiseteam Financiën (ETF). Het is de bedoeling dat de KBR-medewerker dan de ETF-medewerker inschakelt. Afgewacht moet worden of dat gaat veranderen. Als mensen nu uitvallen, dan ontvangt House of Hope een waarschuwingsbrief.

Hindernisbaan zonder finish

52

Medewerkers gaan dan mee naar het volgende KBR-gesprek om het weer goed te krijgen. Je wilt dan zorgen dat iemand een postmaatje krijgt die maandelijks de post bekijkt om die op tijd door te sturen en de communicatiestroom goed te houden. Het zou helpen als de KBR-medewerker zou bellen als er geen inkomen binnenkomt, in plaats van een brief te sturen. De vertegenwoordiger van De Tussenvoorziening merkt op dat het bijna nooit verstandig is om een schuldregeling af te breken. Er wordt dan weer beslag gelegd, mensen komen niet rond, er komt nog meer chaos, nog meer schulden. De schuldeisers krijgen dan hun geld niet. Het is voor niemand voordelig. De Tussenvoorziening probeert altijd het traject te redden, tenzij iemand het zelf heel erg verprutst natuurlijk. Te strenge regels voor de toelating tot de Msnp en de Wsnp Als je niet hoort tot de groep waarmee het goed gaat, heb je een probleem in Nederland. Het gaat om heel grote aantallen die niet worden toegelaten of uitvallen. Wat was de bedoeling van de Wsnp en de bijbehorende voorwaarden? Er zit een aantal verkeerde prikkels in dat alleen de mensen worden toegelaten die het traject waarschijnlijk met succes zullen afmaken. Dat is goed voor de cijfers. Dat geldt op dezelfde manier voor de minnelijke regeling. Iemand vergelijkt het met een Cito-toets.

Als je alleen kinderen selecteert met een score van 550 is de kans groot dat ze hun vwo met succes afronden. Toen de Wgs inging had je dat ook bij de gemeenten. Als het wat lastige klanten waren, of niet simpel op te lossen, dan werden ze in de wacht gezet, of kwamen ze in de bewindvoering terecht. De klanten waarmee het goed liep werden toegelaten. Zzp-ers vallen buiten de boot De zzp’ers zijn helemaal problematisch. Het laatste getal is 1,3 miljoen zzp’ers. Het worden er ook steeds meer. Vaak hebben ze bepaald geen florissante inkomens, want ze zijn uit nood geboren zzp’er geworden. Bij veel gemeenten moet een zzp’er die voor schuldhulpverlening komt eerst zijn bedrijf stop­ zetten. In Rotterdam, wordt door een ander opgemerkt, bestaat daarvoor een apart bureau, het Bureau Zelfstandigen Rotterdam. Sommige gemeenten vergoeden de kosten voor een boekhouder om de administratie van de zzp’er af te wikkelen. Dat gebeurt dan uit de Bijzondere Bijstand. Een zelfstandige die niet meer kan betalen, moet zich verantwoorden en zijn leven veranderen. Dat is heel verschillend met iemand die een groter bedrijf heeft dat failliet gaat. Maar ook voor de failliete particulier is er een weg naar Wsnp. Vanuit het faillissement kan je toch een Wsnp-aanvraag indienen? Een aanwezige merkt op dat je vaak de vraag krijgt of en in hoeverre de schulden verwijtbaar zijn.

Dan strand je eigenlijk al heel snel en valt in een gat. Als je er verwijtbaar een puinhoop van hebt gemaakt, is het de vraag of de maatschappij dat dan in drie jaar moet terugbetalen. Maar hoe bepaal je of het verwijtbaar is? Bij de aanvraag voor Wsnp geldt als voorwaarde dat de schulden te goeder trouw zijn ontstaan. Worden veel mensen op dat punt afgewezen? Geantwoord wordt dat deze regel ook geldt voor het minnelijke traject. Als je een UWV-schuld hebt, of een belastingschuld met toeslagen, kun je een minnelijk traject proberen te realiseren. Sommige gemeenten beginnen er sowieso niet aan bij een UWV-schuld, maar het kan wel. Daarover zijn uitspraken gedaan. De schuldeiser kan zeggen dat hij akkoord gaat. Doet hij dat niet, dan kun je altijd nog naar de Wsnp, omdat er misschien een verschoonbare reden was waarom de vordering is ontstaan. Bij House of Hope, vertelt een aanwezige, had men een cliënt die digitaal niet om kon gaan met zijn uitkering. Hij wilde altijd werken. Dan had hij weer een poosje WW, en dat moest hij dan weer digitaal aangeven. Dat ging dan mis. Inmiddels heeft diegene drie fraudeschulden bij UWV. Dan wordt je dus niet tot de Wsnp toegelaten. Je moet dan vijf jaar wachten.

Hindernisbaan zonder finish

53

Je krijgt inderdaad mensen, merkt de vertegenwoordiger van Passion for People op, die gecon­ fronteerd worden met een fraudevordering, maar sommigen hebben echt niet expres te veel toeslagen ontvangen. Het is fijn als er voor die mensen ruimte is voor toelating. Aan de andere kant heb je cliënten die een wietplantage begonnen zijn. Die komen nooit in aanmerking, maar dat is dan wel hun eigen schuld. House of Hope, vertelt een deelnemer, had te maken met een vrouw die daadwerkelijk een kinderopvangtoeslagschuld had. Dat was fraude. Zij heeft na ontdekking open kaart gespeeld en zich beroepen op een noodsituatie. Dat heeft tot een taakstraf geleid. Die heeft de vrouw gedaan, en nu komt ze hopelijk toch in aanmerking voor de Wsnp. Sinds een aantal jaren worden de boetes bij UWV, SVB en gemeenten genuanceerd. Die is 100% bij ‘sterk verwijtbaar’, maar bij ‘weinig verwijtbaar’, dus een foutje of vergissing, krijg je 25% boete. Daar zou ook door de rechter bij de toelating schuldregeling naar gekeken moeten worden. Hoe verwijtbaar is de schuld in kwestie? ‘Fraude’ kan van alles zijn, dus waar staat dat voor? Het gaat om het stempel ‘fraudeur’ dat mensen opgeplakt krijgen, terwijl er iets heel anders aan de hand kan zijn. Als je bij een toeslag een klein deel niet kunt verantwoorden, ben je al een ‘fraudeur’.

Dat wil niet zeggen dat je gefraudeerd hebt, maar je kunt iets niet helemaal verant­ woorden. Dat is iets heel anders. Dit is een onrechtvaardige manier van mensen behandelen. De boetes zijn ook bizar hoog. Verder zijn veel van de schulden van mensen veroorzaakt door overheden, of aan overheid gelieerde organisaties. Daarover had de ombudsman het ook bij het rapport ‘Behoorlijk invorderen’. Gereageerd wordt dat een fraudeur voor de rechter een fraudeur is. Maar met een toelichting over de mate van verwijtbaarheid erbij wordt het misschien heel anders beoordeeld. Als je bij de rechter met een heel goed verhaal komt, wil het nog lukken. Maar het kan wel, reageert de vertegenwoordiger van de NBPB. Een bepaalde cliënt kon niet met computers omgaan. Ze had een brief gestuurd naar het UWV nadat ze ontslagen was bij het kinderdagverblijf. Daarin legde ze uit wat ze gedaan had, enz. Die brief was op een verkeerde afdeling gekomen. Gelukkig had ze wel een kopie van die brief die ze op de zitting aan de rechter kon laten zien. Het was duidelijk dat ze haar best had gedaan, ook al was de brief beland op de verkeerde afdeling. Toen werd ze toch toegelaten tot de Wsnp. De vertegenwoordiger van De Tussenvoorziening merkt op dat een minnelijk traject moeilijk wordt als er een fraudeschuld is met een bijstandsuitkering.

Een schuldhulpverlener moet dan tegen de gemeente waarvoor hij werkt, een dwangakkoord aanvragen. Dat gebeurt nog te weinig, want veel gemeenten gaan standaard niet akkoord met een schuldregeling als de zg ‘fraude’-schulden jonger zijn dan vijf jaar. Je treft ook wel medewerkers van gemeenten die zeggen dat ze akkoord waren gegaan als ze de keuze hadden gehad. Maar ze hebben die keuze niet. Ze hebben namelijk te maken met de dwingende bepalingen van de Participatiewet, waarin staat dat de gemeente niet akkoord mag gaan met schuldenregeling tegen finale kwijting. Daarbij werkt de Participatiewet dus belemmerend. Formeel zou je nog een dwangakkoord kunnen aanvragen, want de rechter kan er wel een streep doorheen zetten. Schuldhulpverleners doen dat echter niet gauw als het gaat om een ‘collega-afdeling’. Slechts 57% wordt toegelaten tot de Wsnp. Daar is men dus heel strikt. Maar na toelating haalt 87% de eindstreep. Opgemerkt wordt dat het binnen het minnelijk traject wel verschilt of je een saneringskrediet hebt of een driejarige minnelijk traject met een jaarlijkse hercontrole. Met een saneringskrediet heb je grote duidelijkheid over wat je drie jaar lang moet aflossen. Als je gaat werken, of er verandert iets anders, dan komt dat extra geld je ook ten goede. Dat is anders bij het driejarig minnelijk traject met jaarlijkse hercontrole. Dan blijft het drie jaar spannend.

Hindernisbaan zonder finish

54

Het is een interessante vraag of de eisen voor toelating in de Wsnp zodanig streng zijn dat je een soort natuurlijke selectie krijgt. Alleen mensen die ondersteuning krijgen, redden het voor een Wsnp-traject. Beschermingsbewind is wel een ticket voor een geslaagd traject. En dan hoor je de gemeenten weer mopperen over de kosten daarvan. Sinds schulden een grondslag voor bewind geworden zijn, merkt de vertegenwoordiger van de NBPB op, hebben gemeenten dat als een soort afschuifsysteem gebruikt. Als zijzelf geen ruimte of plek hadden, hebben veel mensen de weg naar de bewindvoerder gevonden. Maar voor de schuldenregeling heb je nog steeds de gemeente nodig. De kosten stijgen, dus mopperen de gemeenten. Maar het is ook een teken hoeveel mensen in de maatschappij het lastig hebben. Als het een beetje meezit duurt het hele traject vijf of zes jaar. Daarna heeft de investering zijn effect gehad (in een schone lei) houden die kosten ook weer op. De vertegenwoordiger van Voedselbanken NL ziet veel mensen die niet in een Msnp-traject zitten, maar wel onder bewind komen. Daarvan denkt zij dat het evengoed met een schuldhulp­ maatje kan. Iemand die geen al te zware begeleiding nodig heeft, kan prima uit de voeten met een schuldhulpmaatje. Op die manier kan de gemeente bezuinigen. Zit iemand echt in een Msnp-traject, dan kun je beter wel inzetten op een bewindvoerder.

Een ander reageert dat een maatje zelfs goed kan werken bij een Msnp-traject. Je hebt niet altijd een bewindvoerder nodig. Gewezen wordt op het belang dat voor de Msnp overal dezelfde toelatingsvoorwaarden gelden. Die verschillen nu overal sterk. Bij Passion for People kreeg men te maken met de eis dat stukken niet ouder mochten zijn dan zes weken. Dat is onhaalbaar. Vijf aanvragen voor Utrecht hebben daarom jaren geduurd. Dit schept onduidelijkheid, voor de medewerkers en de ambtenaren. Er moet een vaste norm bestaan, waarbij natuurlijk ruimte blijft voor persoonlijk maatwerk. Over de Wsnp-toelatingseisen is op zichzelf wel duidelijkheid, maar die worden dus wel door de verschillende rechtbanken verschillend toegepast. Er moet meer kennis komen over de mogelijkheden, dus over wat allemaal wél kan wat betreft de toelating voor het minnelijk traject en daarna de doorstroom naar de Wsnp. Die laatste heeft een slechte naam, maar het is eigenlijk niet erg om daarin te komen. Misschien wel beter dan het minnelijk traject, voegt een aanwezige toe. Dan heb je tenminste een stabiele begroting. In de Wsnp is er natuurlijk een veel concreter zicht op een schone lei. In de Wsnp móeten de schuldeisers meewerken. Je bent niet afhankelijk van de goede wil van schuldeisers. Een ander groot voordeel voor cliënten is dat alles erin zit wat voor die tijd gebeurd is.

Bij een minnelijk traject kan je opnieuw beginnen als er plotseling een schuld boven water komt van zeven jaar geleden. De vertegenwoordiger van Passion for People ziet ook voordelen van het minnelijk traject. Een gemeente-ambtenaar met begrip voor de situatie kan zeggen dat de betrokkene niet hoeft te solliciteren. Bij de Wsnp is dat anders. Een bepaalde cliënt had twee weken tevoren een herseninfarct gehad. De Wsnp-bewindvoerder vond dat die cliënt tóch moest solliciteren, zo lang niet bewezen was dat hij niet kon werken. Er moest daarom een medische keuring aangevraagd worden. Tot die tijd kreeg de cliënt geen ontheffing, dus moest hij wel solliciteren. De Tussenvoorziening begeleidt mensen uit de Wsnp en Msnp die om de een of andere reden niet bij de kredietbank terecht kunnen. Soms is de achtergrond een verslaving of psychosociale problematiek. De Tussenvoorziening rondt ongeveer 83% van de regelingen succesvol af met een schone lei. Daarvan is 90% minnelijk (met dwangakkoord) en maar voor een heel klein gedeelte Wsnp. Er kan dus heel veel. Wel gaat het hierbij om mensen die extra begeleiding krijgen. Wsnp-bewindvoerders zitten ongelofelijk strak op de regels, met name op de sollicitatieverplichting.

Hindernisbaan zonder finish

55

De vertegenwoordiger van Passion for People heeft duidelijke voorkeur voor bepaalde bewind­ voerders. Die voorkeur spreekt zij dan uit bij de behandeling van het verzoek in de rechtbank. Opvallend bij De Tussenvoorziening vindt een vertegenwoordiger van Valente dat men mensen helpt die dakloos geweest zijn, of psychiatrisch patiënt zijn, een verstandelijke beperking hebben of een justitieel verleden enz. Het succes is relatief groot als je kijkt naar de zwaarte van cliënten. Intensieve begeleiding geeft hier de doorslag. De vertegenwoordiger van Passion for People merkt op dat zij 100% succes heeft. Zij heeft nog nooit iemand gehad die ergens is afgewezen. Hooguit in een minnelijke regeling, omdat de schuldeisers niet akkoord gingen. Of omdat een dwangakkoord niet kon omdat het er meer dan één was, of omdat het groter was dan een bepaald percentage. Het lukt bij Wsnp dan wel, omdat je dat kunt begeleiden. Met ‘nee’ neemt ze geen genoegen. Het belang is te groot voor haar en voor haar cliënten Een andere gespreksdeelnemer bevestigt dat. Het taalgebruik is ingewikkeld. Schulden ontstaan vaak na een onverwacht of ongewenst life event. Opgemerkt wordt dat de wet niet voor burgers is bedoeld, maar voor professionals. Ook hooggeschoolde mensen kunnen het vaak niet aan, met de Belastingdienst, de toeslagen enz.

Onvoorspelbaarheid van rechters Lastig bij de aanvraag, merkt de vertegenwoordiger van de Tussenvoorziening op, is de onvoor­ spelbaarheid van rechters. Ook na twaalf jaar dat zij dit werk doet, kan ze niet voorspellen wat de uitspraak gaat worden. Dat is heel frustrerend, want je moet als ervaren schuldhulpverlener kunnen inschatten of het een Wsnp of een dwangakkoord gaat worden. Je denkt het zeker te weten, maar dan komt er weer iets geks als de hier eerder ter sprake gekomen vakantie naar Marokko. Het is ook lastig om cliënten voor te bereiden vanwege de onvoorspelbaarheid van de vragen die gesteld gaan worden. De ene rechter focust op heel andere zaken dan de andere. Soms ligt de focus op het justitieel verleden, of alles afgerond is, terwijl een andere rechter zich alleen concentreert op de bankafschriften. Bij de ene rechter sta je na tien minuten buiten met een akkoord; de andere blijft maar doorgaan op kleine details. Dit verschilt op die manier binnen dezelfde rechtbank. Rechters hebben heel veel ruimte om een eigen beoordeling te maken. De ruimte wordt goed gebruikt als het om toelating gaat. Maar als die wordt gebruikt om ‘nee’ te zeggen, is dat verkeerd. Het was de bedoeling om die ruimte aan de rechter te geven om mensen de kans te geven van hun schulden af te komen. Sommige mensen komen er niet voor in aanmerking, maar die groep met zo klein mogelijk zijn.

Het is belangrijk dat een cliënt zijn eigen verhaal vertelt aan de rechter. Maar of je in staat bent om te werken, daar kijken de rechters allemaal weer anders naar. De rechter gaan daarbij vaak af op het oordeel van de Wsnp-bewindvoerder. Maar die kunnen er op hun beurt ook weer heel verschillend over denken. Is het nodig – gezien de dalende instroom – dat de wettelijke eisen voor de toelating tot de Wsnp worden aangepast? Waarop worden mensen vaak afgewezen? Bij de Voedselbank NL merkt men dat cliënten vaak worden afgewezen door de sollicitatieplicht. Hoe moet je solliciteren als je kleine kinderen hebt? Een gezonde man kan werken, maar wat als er beperkingen in het spel zijn? Je kunt dan niet verwachten dat iemand veertig uur gaat werken. De vertegenwoordiger van Passion for People voegt daaraan toe dat zoiets ook niets oplevert. Van een jong gezin werkt de man fulltime en de vrouw parttime. De vrouw moet solliciteren voor fulltime. Maar de kinderopvang kost meer dan €2.000 per maand! Het beste zou zijn om de vrouw niet te verplichten om te werken. Dat gezin kan niet eens afdragen aan de boedel. De vertegenwoordiger van de Voedselbank NL is het hier niet helemaal mee eens. Moet je zeggen dat die vrouw drie jaar niet betrokken hoeft te zijn in het maatschappelijk leven?

Hindernisbaan zonder finish

56

Moet Wsnp voor haar betekenen dat ze helemaal niet hoeft te werken? Je zou een mix moeten vinden. Werken is prima, merkt de vertegenwoordiger van De Tussenvoorziening op, als daardoor de afloscapaciteit omhooggaat. Maar bij een slecht geschoolde persoon met een bijstandsuitkering gaat dat vaak niet op. Door het verdienen gaan de toeslagen dan omlaag, zodat de afloscapaciteit hetzelfde blijft. Gaat iemand nog meer verdienen, dan verdwijnt de huurtoeslag en de afloscapaciteit blijft onveranderd. Het gaat niet om werken of solliciteren, maar om het verhogen van de afloscapaciteit. Als daar geen reële kans op is, moet je de sollicitatieplicht schrappen. Zou je de optie Msnp niet over kunnen slaan, als bij de intake al duidelijk is dat het niet een minnelijk traject zal worden? De vertegenwoordiger van De Tussenvoorziening antwoordt dat je dat bij de intake nooit weet. Je weet nooit of een principiële schuldeiser moeilijk gaat doen. Meestal wordt het probleem niet veroorzaakt door grote, ervaren schuldeisers, maar is het bijvoorbeeld de lokale kinderopvang waarop het misgaat. Maar als je schrijft dat je een dwangakkoord gaat aanvragen, gaan ze meestal toch wel akkoord.

Het is belangrijk altijd een dwangakkoord aan te vragen, ongeacht het aantal (weigerachtige) schuldeisers In het rapport van dit onderzoek wil de ombudsman laten zien hoe desastreus het ontbreken van een perspectief op een schuldenvrije toekomst kan uitwerken in het leven van mensen. De ombudsman wil in verband daarmee vijf uitgebreide interviews opnemen in het rapport met mensen die zwaar de klos zijn geweest. Als een van de deelnemers aan dit gesprek daarvoor kandidaten weet, houdt de ombudsman zich aanbevolen. Dat mogen ook succesverhalen (good practises) zijn. Opgemerkt wordt dat mensen zonder uitzicht in een isolement raken. Ze worden moedeloos. De effecten daarvan mogen niet onderschat worden. Inmiddels is meer bekend wat het met kinderen doet om in armoede op te groeien. Armoede is bijna erfelijk en slecht voor het gevoel van eigenwaarde. Iemand valt bij: je bent altijd het kind met de afdankertjes. Weliswaar zijn er allerlei voorzieningen voor mensen in armoede. Buiten dat zijn er heel veel stichtingen en fondsen waar de betrokkenen geen idee van hebben dat ze bestaan. Ze weten vaak niet dat ze er terecht kunnen. Passion for People komt ook veel schaamte tegen. Je krijgt mensen die van € 30 in de week moeten leven, maar weigeren naar de voedselbank te gaan omdat ze bang zijn daar door bekenden gezien te worden.

Die schaamte, merkt een aanwezige op, is een reden dat mensen lang in schulden en dakloos blijven. Ze blijven op die manier onder de radar, en rondzwerven. Het versterkt zichzelf. Komt het voor dat mensen die dakloos zijn uit de schulden komen? Dat kan, merkt een deelnemer op, via het Leger des Heils of De Tussenvoorziening. Maar ze moeten dan wel zelf die eerste stap nemen, vanuit de anonimiteit en het niet meer ingeschreven staan bij de gemeente. Dan krijgt de schuldhulpverlener daarna te maken met een dossier van tien jaar deurwaarders en schulden. Een reden voor mensen om onder de radar te blijven is de angst voor die vervolging door schuldeisers. Verschillende gemeenten, wordt opgemerkt, verlenen geen schuldhulp aan daklozen. Ook al staan ze wel ergens ingeschreven en is de situatie verder stabiel, met een uitkering. De weigeringsgrond is dan dat er geen stabiele woonsituatie is. NVVK-leden zouden dit naar verluidt als vast beleid hanteren, maar het is de vraag of dat klopt. De ombudsman zou graag een lijstje ontvangen van die gemeenten. De ombudsman heeft met Rutte en Blokhuis gesproken over dakloosheid, namens alle ombudsmannen van Nederland. Men vroeg waar verbetering mogelijk was. Het genoemde punt, dus de weigering van gemeenten om schuldhulpverlening te starten voor daklozen, is iets waar staatssecretaris Blokhuis iets aan zou kunnen doen.

Hindernisbaan zonder finish

57

Opgemerkt wordt dat dakloze mensen ook als een ‘slecht risico’ beschouwd worden, zoals ook verzekeraars redeneren. Mensen in de opvang vormen ook zo’n slecht risico voor gemeenten, omdat ze mogelijk binnen drie jaar in een andere gemeenten zitten. Dat beschouwen ze dan ook als een niet-stabiele situatie. Voorbeeld: woon je in Amersfoort en moet je verhuizen naar Apeldoorn, dan kan je traject niet in Amersfoort blijven lopen. Als op voorhand al vermoedens bestaan dat een dergelijke verhuizing op handen is, dan begint Amersfoort er niet aan. Dat is gemeentelijk beleid. De ombudsman is van mening dat in zo’n geval de begeleiding van de lopende schuldregeling overgedragen zou moeten worden naar een andere gemeente. Dit kwam de ombudsman o.a. tegen bij ‘Vrouwen in de knel’ (vrouwenopvang). Ook speelt dit bij mensen die uit detentie ontslagen worden. Ze willen niet terug naar hun oude woonplaats, maar naar een andere plek om opnieuw te beginnen. Overigens wordt opgemerkt dat je in detentie geen schuldhulptraject kan opstarten. Er zijn immers geen periodieke inkomsten. Zijn er nog onderwerpen onbesproken gebleven? Gevraagd wordt of er dossieronderzoek gedaan is naar mensen die met een schone lei eindigen uit de Wsnp.

Wat zijn de gemeenschappelijke succesfactoren van die mensen, afgezien dan dat ze heel hoog scoren bij de eerste screening? Een vertegenwoordiger van de Voedselbank NL vertelt dat ze onderzoek heeft laten doen door een hbo-student toegepaste psychologie. De vraag: wat maakt dat iemand uit de voedselbank komt, en wie komt weer terug? Het bleek te maken te hebben met de mate waarin men in staat is om zelf de regie te nemen. Overkomt het iemand, of gaat hij zelf met zijn leven aan de gang? De recidive bij problematische schulden (o.a. de terugval na de schone lei) zal de ombudsman waarschijnlijk ook nog een keer gaan onderzoeken. Ook al is een traject succesvol verlopen, dan nog zijn de risico’s niet voorbij. Na afronding van een traject kan iemand gemakkelijk weer door het ijs zakken. Nazorg en begeleiding op maat zijn hier waarschijnlijk heel belangrijk. Een ander wijst op de verregaande digitalisering van de maatschappij. Steeds meer zaken kunnen alleen nog digitaal geregeld worden en dan kan het gauw mis gaan. Voor veel mensen betekent dat permanent een grote drempel en een risico. Gewoon opbellen wordt steeds ongebruikelijker. Er was een mevrouw die niet erg digitaal was, maar wel een e-mailadres moest opgeven. Gelukkig kon haar zoon dat; die maakte voor haar een Gmail-account aan.

Daarop kwamen natuurlijk allemaal uitnodigingen om langs te komen enz., waar de vrouw vervolgens geen kennis van nam. Daarmee voldeed ze niet aan de reglementen en werd ze niet tot de schuldregeling toegelaten. Dat zijn de drama’s van de digitalisering. Iedereen vindt het vanzelfsprekend dat je zelf je voorzieningen regelt en je financiën beheert, reageert een deelnemer: je koopt je brood bij de bakker, laat je band plakken bij de fietsenmaker, maar je financiën moet je zelf kunnen regelen. Eigenlijk is dat gek. Het gesprek gaat verder over armoede. Voor iemand met een minimuminkomen is het nauwelijks mogelijk een buffer van € 100 op te bouwen. Er hoeft maar iets te gebeuren en mensen komen weer in de problemen. Opmerkelijk genoeg ziet de vertegenwoordiger van de Voedselbank NL dat alleenstaande moeders wel buffers opbouwen. Het kindgebonden budget voor alleenstaande ouders is heel hoog, wel € 600 per maand. Die moeders zijn daardoor financieel beter af dan de echtparen. Een andere deelnemer wijst erop dat die moeders ook de zwakste groep in de maatschappij zijn. Er zitten momenteel 260 alleenstaande moeders met kinderen in hotels in Amsterdam.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11245426/1