CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Bijlagen bij de toelichting DPO-leiding Bokhoven (3 van 3)

Gemeenteraad 18 mei 2021, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bestemmingsplan DPO-leiding Bokhoven22.980 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

DPO leidingtracé – Bokhoven en Vlijmen Verkennend onderzoek asbest

Status Kenmerk Datum

: definitief : 1904M503/PMU/rap4.1 : 2 januari 2020

Opdrachtgever : Lievense Postbus 3199 4800 DD Breda

Goedkeuring

Functie

Datum

Opsteller, auteur

02-01-2020

2e lezerschap en vrijgave

02-01-2020

Handtekening

BRL SIKB 2000 protocol 2018

INHOUDSOPGAVE

1.

INLEIDING ................................................................................................................... 3

2. 2.1 2.2 2.3

VOORONDERZOEK EN ONDERZOEKSOPZET ....................................................... 4 AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE .................................................................... 4 VOORONDERZOEK .................................................................................................... 4 ONDERZOEKSOPZET ................................................................................................ 4

3. 3.1 3.2 3.3 3.4

VELD- EN LABORATORIUMONDERZOEK .............................................................. 5 ONDERZOEKSSTRATEGIE ....................................................................................... 5 VISUELE INSPECTIE MAAIVELD............................................................................... 5 VISUELE INSPECTIE GROND ................................................................................... 6 LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................. 8

4.

BESPREKING ONDERZOEKSRESULTATEN .......................................................... 9

5. 5.1 5.2

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ..................................................................... 10 CONCLUSIES ............................................................................................................ 10 AANBEVELINGEN ..................................................................................................... 10

6.

BETROUWBAARHEID ............................................................................................. 11

BIJLAGEN 1 Kaarten en tekeningen 1.1 Overzichtskaart 1.2 Situatietekening 2. Veldonderzoek 2.1 Veldwerkformulieren 2.2 Boorstaten en legenda 3. Laboratoriumonderzoek 3.1 Certificaat asbestbepalingen 4.

Fotoreportage

1904M503/PMU/rap4.1 Pagina 2 van 11

1.

INLEIDING

In opdracht van Lievense is een verkennend asbest onderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie staat bekend het DPO tracé en is gelegen tussen Bokhoven en Vlijmen. ASB0

ASB5

Afbeelding 1: Onderzoekslocatie, gelegen tussen Bokhoven en Vlijmen met zwart als bestaand tracé en rood betreft het voorgenomen nieuwe tracé (bron: PDOK).

Aanleiding en doelstelling De aanleiding tot het uitvoeren van het verkennend asbest onderzoek betreft het aantreffen van puin bijmengingen ter plaatse van BT0 (ASB0) en VT5 (ASB5) in het verkennend bodemonderzoek, d.d. 02-01-2020 (rapport kenmerk 1904M503/PMU/rap2.1) die als asbestverdacht worden aangemerkt. De doelstelling van het onderzoek betreft een uitspraak te doen over de aanwezigheid van asbest en over het asbestgehalte in de bodem. Verklaring onafhankelijkheid Uit oogpunt van onafhankelijkheid verklaart IDDS geen eigenaar te zijn, of in de nabije toekomst te worden, van het terrein waarop het bodemonderzoek en de advisering betrekking heeft. Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de afbakening van de onderzoekslocatie en de onderzoeksopzet opgenomen. In hoofdstuk 3 wordt het veld- en laboratoriumonderzoek stapsgewijs besproken. De resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek worden besproken in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 zijn de conclusies en aanbevelingen opgenomen. Tenslotte wordt in hoofdstuk 6 de betrouwbaarheid van het uitgevoerde onderzoek toegelicht.

1904M503/PMU/rap4.1 Pagina 3 van 11

2.

VOORONDERZOEK EN ONDERZOEKSOPZET

2.1

AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE

TABEL 2.1.1: afbakening onderzoeksgebied Onderzoeksvraag Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? Uitwerking

Bronnen

Situering

Globale ligging: zie overzichtskaart 1 in bijlage 1. Begrenzing onderzoekslocatie situatietekening 1.2 in bijlage 1.

Adres

Sint Corneliusweg en de Moerputterweg

Plaats

Bokhoven en Vlijmen

Gemeente

’s-Hertogenbosch en Heusden

Provincie

Noord-Brabant

RD-coördinaten

Omschrijving

globaal middelpunt onderzoekslocatie

Locatie

BT0 (ASB-0-serie)

VT5 (ASB-5-serie)

X

144.4217,16

144.436,09

Y

416.685,69

411.537,32

Hoogte maaiveld

Z

+ 2,5 m NAP

+ 4,0 m NAP

Kadastraal

Gemeente

‘s-Hertogenbosch

Vlijmen

Gemeentecode

HTG00

VMN00

Sectie

R

P

Nummers

59, 1641 (ged.), 1635 (ged.)

7 (ged.)

2.2

#1

VOORONDERZOEK

Door IDDS zijn in 2019 meerdere milieukundige onderzoeken uitgevoerd, te weten: − Milieuhygiënisch vooronderzoek, 1904M503/PMU/rap1.1, d.d. 02-01-2020 − Verkennend bodemonderzoek, 1904M503/PMU/rap2.1, d.d. 02-01-2020 − Waterbodemonderzoek, 1904M503/PMU/rap3.1, d.d. 02-01-2020 In het verkennend bodemonderzoek zijn in de grond diverse bijmengingen met bodemvreemde materialen aangetroffen. Er is sprake van licht tot matige (metsel)puin bijmengingen. Deze worden als asbestverdacht aangemerkt.

2.3

ONDERZOEKSOPZET

Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie ten aanzien van asbest is de norm NEN 5707+C2;2017 gehanteerd. De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de hypothese zoals deze is vastgesteld op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek, zie hoofdstuk 2. Voor het onderhavige onderzoek is de onderzoeksstrategie voor een verkennend onderzoek asbest op diffuus belaste locaties met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging op schaal van de monsterneming gehanteerd. Het onderzoek richt zich op de verdachte bodemlaag. Voor de onderzoekslocatie is de bodemlaag vanaf het maaiveld tot een diepte van 0,5 m-mv als verdachte bodemlaag aangemerkt.

1904M503/PMU/rap4.1 Pagina 4 van 11

3.

VELD- EN LABORATORIUMONDERZOEK

3.1

ONDERZOEKSSTRATEGIE

Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie ten aanzien van asbest is de norm NEN 5707+C2;2017 gehanteerd. De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de hypothese zoals deze is vastgesteld op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek, zie hoofdstuk 2. Voor het onderhavige onderzoek is de onderzoeksstrategie voor een verkennend onderzoek asbest op diffuus belaste locaties met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging op schaal van de monsterneming gehanteerd. Het onderzoek richt zich op de verdachte bodemlaag. Voor de onderzoekslocatie is, op basis van het vooronderzoek, de bodemlaag vanaf het maaiveld tot een diepte van 0,5 m-mv als verdachte bodemlaag aangemerkt.

3.2

VISUELE INSPECTIE MAAIVELD

Controle voorwaarden maaiveldinspectie Bij de uitvoering van de visuele inspectie van het maaiveld geldt een aantal voorwaarden. Deze voorwaarden zijn in onderstaande tabel opgenomen. Per voorwaarde is aangegeven of aan deze voorwaarde is voldaan. Als er niet aan voldaan is, is de oorzaak aangegeven. Wanneer van een verdachte locatie geen visuele inspectie van het maaiveld kan worden uitgevoerd kan geen verdere opdeling worden gemaakt in verdachte en onverdachte deellocaties en moet de hele locatie als verdacht worden beschouwd. TABEL 3.2.1: voorwaarden maaiveldinspectie Voorwaarde Omschrijving

Voldaan

Het maaiveld moet vrij inspecteerbaar zijn

Er moet een zo groot mogelijk deel van het te inspecteren maaiveld vrij zijn van objecten (afdeklagen, verhardingen, opgeslagen goederen, afval enz.). Daarnaast is het noodzakelijk dat de aanwezigheid van vegetatie (gras, struiken, bladeren enz.) geen belemmering vormen voor de maaiveldinspectie. Ook behoort de te inspecteren oppervlakte voldoende representatief te zijn voor de gehele (deel)locatie. Er mag geen groot aaneengesloten deel van de (deel)locatie niet inspecteerbaar zijn. Onvoldoende inspecteerbare delen vallen buiten het inspectiegebied en blijven als asbestverdacht aangemerkt.

Ja

De toplaag moet droog en onbesneeuwd zijn

Grond zal nooit helemaal droog zijn; in dit geval wordt met ‘droog’ bedoeld dat het vochtgehalte dusdanig laag is dat er geen belemmeringen ontstaan voor de visuele inspectie. Het betreft dus veldvochtige grond zonder dat hierop plassen enz. voorkomen. Bij veel neerslag zal het bodemoppervlak na verloop van tijd te nat worden om een goede inspectie uit te voeren.

Ja

Er moet voldoende licht en zicht zijn

De hoeveelheid licht en zicht mag geen beperkende factor zijn voor een optimale visuele inspectie. Dit betekent dat de weersomstandigheden dusdanig behoren te zijn dat er geen belemmeringen optreden voor de visuele inspectie. In algemene zin betekent dit: geen neerslag (regen, hagel, sneeuw), voldoende daglicht en geen hevige mist. Bij onvoldoende daglicht is het gebruik van kunstlicht een goed alternatief.

Ja

Conclusie

Aan de voorwaarden wordt voldaan.

1904M503/PMU/rap4.1 Pagina 5 van 11

Schatting inspectie-efficiëntie Er zijn vier belangrijke factoren die van invloed zijn op de inspectie-efficiëntie. Deze factoren zijn in onderstaande tabel opgenomen. Per factor is aangegeven of deze de inspectie-efficiëntie heeft beïnvloed. TABEL 3.2.2: voorwaarden maaiveld-inspectie Factor Omschrijving

Efficiëntie

Ervaring en conditie van de desbetreffende inspecteur

De inspectie-efficiëntie wordt voor het grootste deel bepaald door de ervaring en het waarnemingsvermogen van de desbetreffende inspecteur. De inspecteur behoort te beschikken over aantoonbare en relevante ervaring op het gebied van asbestherkenning in en op de bodem.

100 %

Type grond

In gele tot lichtbruine zandgrond is de zichtbaarheid en/of herkenbaarheid van stukjes asbestverdacht materiaal groot en zal de inspectie-efficiëntie groter zijn dan 75 %. In donkere grijze/zwarte kleigrond is de zichtbaarheid en/of herkenbaarheid veel minder en zal de inspectie-efficiëntie veel lager liggen: tussen de 50 % – 90 %.

100%

Conditie van de toplaag:

Droge grond is beter te inspecteren dan vochtige grond. Dit is vooral bij kleiachtige grond van belang; vochtige kleigrond is donkerder van kleur en kan de inspectie-efficiëntie met 10 % – 25 % verminderen. Voor losse en vastgereden grond geldt hetzelfde; vastgereden grond is minder goed te inspecteren dan losse grond. Vooral kleiachtige grond is vaak vastgereden waardoor de inspectie-efficiëntie met 10 % – 25 % vermindert.

100%

Conditie van het maaiveld:

Ook vegetatie (voornamelijk gras) en de aanwezigheid van plassen zijn van invloed op de inspectie-efficiëntie. Bij veel vegetatie en plassen (> 50 %) kan het maaiveld niet systematisch worden geïnspecteerd. Bij matige vegetatie is dit in principe wel mogelijk, echter de inspectie-efficiëntie zal hierdoor met 10 % – 25 % verminderen

100 %

Conclusie

Inspectie-efficiëntie

100%

Resultaten visuele inspectie maaiveld Tijdens de visuele inspectie van het maaiveld zijn op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal > 20 mm aangetroffen.

3.3

VISUELE INSPECTIE GROND

Een samenvatting van de tijdens het veldonderzoek uitgevoerde werkzaamheden is opgenomen in de navolgende tabel. De posities van de genoemde meetpunten zijn weergegeven op situatietekening 1.2 die in bijlage 1 is opgenomen. Een fotoreportage is in bijlage 4 opgenomen.

1904M503/PMU/rap4.1 Pagina 6 van 11

TABEL 3.3.1: samenvatting veldonderzoek Uitvoeringsperiode 4 oktober 2019 Uitvoerende partij

VeldXpert

Beoordelingsrichtlijn Protocol

BRL SIKB 2000 protocol 2018

Locatie

Meetpunten

ASB0

ASB5

Type

Aantal

Codering

Inspectiegat

5

Inspectiegat met boring

1

ASB-001, ASB-003, ASB-004, ASB-005 ASB-006 ASB-002

Inspectiegat

5

Inspectiegat met boring 1 #1: afmeting inspectiegat: 30 cm x 30 cm x 50 cm –mv

ASB-501, ASB-503, ASB-504, ASB-505 ASB-506 ASB-502

De veldwerkzaamheden zijn verricht door Bodemexpert. Het grondonderzoek is uitgevoerd onder certificaat van de BRL SIKB 2000, protocol 2018. Het procescertificaat en de hierbij behorende keurmerken zijn van toepassing op de activiteiten met betrekking tot het veldonderzoek en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie aan een erkend laboratorium of aan de opdrachtgever. Tijdens het veldonderzoek is niet afgeweken van de beoordelingsrichtlijn. Het veldverslag met daarin de gegevens van het veldwerkbureau en de namen van de veldwerkers is opgenomen in bijlage 2. Bodemopbouw Per meetpunt is de texturele, minerale en organische samenstelling van de bodem nauwkeurig beschreven. Op basis van deze beschrijving is per meetpunt een boorstaat vervaardigd. De boorstaten zijn opgenomen in bijlage 2. De globale opbouw van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie, gebaseerd op boorstaten, wordt als volgt omschreven: -

De boven- en ondergrond is opgebouwd uit klei. Plaatselijk komt onder de kleilaag zand voor.

Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden (exclusief asbestverdacht materiaal) Het opgeboorde en vrijgegraven bodemmateriaal is visueel geïnspecteerd op afwijkingen en op het voorkomen van bodemvreemde bijmengingen die kunnen duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Het materiaal is met name beoordeeld op de aard, grootte en gradatie van voorkomen. Indien er sprake is van afwijkingen en/of bijmengingen zijn deze, per meetpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 2. Op basis van de boorstaten blijkt in hoofdlijnen het navolgende: -

In de kleilaag ter plaatse van ASB0 en ASB5 zijn diverse bijmengingen met bodemvreemde waargenomen waaronder puin en baksteen.

Inspectie grove fractie Bij de inspectie van de grove fractie is de vrijgegraven grond uit de inspectiegaten geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal (grove fractie). Hierbij is de vrijgegraven grond gezeefd of uitgeharkt. Indien aanwezig is het asbestverdachte materiaal bemonsterd. Op basis van de inspectie van de grove fractie blijkt het navolgende: -

In het vrijgegraven en geïnspecteerde materiaal uit alle inspectiegaten is visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen.

1904M503/PMU/rap4.1 Pagina 7 van 11

Monstername fijne fractie Op basis van de resultaten van het veldonderzoek zijn meerdere mengmonsters samengesteld. Bij het samenstellen van de mengmonsters is rekening gehouden met de verschillende grondsoorten, de bijmengingen (gradaties en samenstelling) en het voorkomen van asbestverdacht materiaal. De navolgende mengmonsters zijn samengesteld: TABEL 3.3.3: overzicht samengestelde grondmengmonsters Locatie Monstercode (deel)monsters Traject [m –mv]

Opmerking

ASB0

ASBM001

ASB-002, ASB-003 ASB-004

Klei; 0,0 – 0,50 m-mv

-

ASB5

ASBM501

ASB-501 t/m ASB506

Klei; 0,0 – 0,50 m-mv

-

3.4

LABORATORIUMONDERZOEK

Voor de verrichting van het chemisch onderzoek zijn de monsters overgebracht naar een (RvA) geaccrediteerd en AS3000 erkend laboratorium. De naam en contactgegevens van het betreffende laboratorium, alsmede de data waarop de monstervoorbehandeling en het analytisch onderzoek is uitgevoerd, zijn aangegeven op de analysecertificaten die in bijlage 3 zijn opgenomen. In het laboratorium zijn, op de voornoemde monsters, de volgende bepalingen uitgevoerd: -

Grondmonsters: Asbest grond NEN5898 <17.5kg

De resultaten van het laboratoriumonderzoek zijn weergegeven op de analysecertificaten. In navolgend overzicht zijn de resultaten beknopt weergegeven. TABEL 3.4.1: overzicht resultaten laboratoriumonderzoek Locatie Monster Serpentijn Amfibool Totaal code asbest asbest Hechtgebonden [mg] [mg] [mg]

Totaal niethechtgebonden [mg]

Totaal gewogen asbest [mg/kg.ds]

ASB0

ASBM001: MM02 (0-50)

-

-

-

-

< 0,4

ASB5

ASBM501: MM01 (0-50)

-

-

-

-

< 0,6

1904M503/PMU/rap4.1 Pagina 8 van 11

4.

BESPREKING ONDERZOEKSRESULTATEN

De interventiewaarde voor asbest in grond is vastgesteld op 100 mg/kg gewogen (de serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolconcentraties). Indien de interventiewaarde wordt overschreden is ongeacht het bodemvolume sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Het resultaat van het verkennend onderzoek is een uitspraak over de mogelijke verontreiniging van de bodem op basis van verzamelde stukken asbesthoudend materiaal en (meng)monsters grond. Aan de hand van het verkregen indicatieve gehalte aan asbest wordt nagegaan of nader onderzoek al dan niet noodzakelijk is. Door de lagere onderzoeksintensiteit van het verkennend onderzoek kan in deze fase niet direct worden getoetst aan de interventiewaarde. In het verkennend onderzoek wordt het gehalte getoetst aan de interventiewaarde gecorrigeerd met een factor 2. Deze correctiefactor is een maat voor de betrouwbaarheid van het verkennend onderzoek in relatie tot het nader onderzoek. Indien het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de interventiewaarde is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de interventiewaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht.

De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. De conclusie dat op een locatie geen asbest is aangetoond, kan pas worden getrokken wanneer visueel geen asbesthoudend materiaal wordt waargenomen én bij de analyse van grondmonsters geen analytisch aantoonbaar gehalte aan asbest wordt gevonden. Visuele inspectie maaiveld Op het maaiveld van de onderzoekslocatie is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Visuele inspectie gaten In de gaten van beide locaties is geen asbestverdacht plaatmateriaal >20 mm aangetroffen. Grond In de mengmonsters van beide locaties ASB0 en ASB5 (ASBM001 en ASBM501) is geen asbest <20 mm aangetoond. Totale asbest concentratie (visuele inspectie sleuven en grond) Bij de visuele inspectie (>20 mm), alsmede bij analyses van de grond (<20 mm) is geen asbest aangetoond. Er is derhalve geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Aangezien visueel geen asbesthoudend materiaal is waargenomen én bij de analyse van het grondmonster geen analytisch aantoonbaar gehalte aan asbest is gevonden kan worden geconcludeerd dat op de locatie geen asbest is aangetoond.

1904M503/PMU/rap4.1 Pagina 9 van 11

5.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

In opdracht van Lievense is een verkennend asbest onderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie staat bekend het DPO tracé en is gelegen tussen Bokhoven en Vlijmen. Aanleiding en doelstelling De aanleiding tot het uitvoeren van het verkennend asbest onderzoek betreft het aantreffen van puin bijmengingen ter plaatse van BT0 (ASB0) en VT5 (ASB5) in het verkennend bodemonderzoek, d.d. 04-10-2019 (rapport kenmerk 1904M503/PMU/rap2) die als asbestverdacht worden aangemerkt. De doelstelling van het verkennend asbest onderzoek is het bepalen van de asbestverdachtheid ten gevolge van bodemvreemde materialen.

5.1

CONCLUSIES

Geconcludeerd wordt dat de doelstelling van het verkennend onderzoek asbest, zijnde na te gaan of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is en om een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem, is behaald. Middels het uitgevoerde bodemonderzoek is de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten aanzien van asbest in afdoende mate vastgelegd. Op basis van de resultaten van het onderhavige onderzoek wordt geconcludeerd dat, aangezien visueel geen asbesthoudend materiaal is waargenomen én bij de analyse van het grondmonster geen asbest is gevonden, op de locatie geen asbest is aangetoond. De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest in de grond en vormen ons inziens geen belemmering voor het huidige gebruik.

5.2

AANBEVELINGEN

Op basis van de onderzoeksresultaten is ter plaatse van de onderzoekslocatie geen asbest aangetoond. Het asbestonderzoek is steekproefsgewijs uitgevoerd. Bodemvreemde bijmengingen komen veelal heterogeen van samenstelling voor in de bodem. Hierdoor is het niet uit te sluiten dat incidenteel een stukje asbesthoudend materiaal in de bodemlaag met bodemvreemde bijmengingen aanwezig kan zijn. Indien op de locatie graafwerkzaamheden worden uitgevoerd wordt derhalve aanbevolen om alert te blijven op plaatselijke afwijkingen in de bodem die kunnen wijzen op een eventuele bodemverontreiniging.

IDDS Milieu Noordwijk (ZH)

1904M503/PMU/rap4.1 Pagina 10 van 11

6.

BETROUWBAARHEID

Het onderhavige onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Een onderzoek is echter gebaseerd op het nemen van een beperkt aantal monsters. Wij streven naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek. Toch blijft het mogelijk dat er lokale afwijkingen in het bodemmateriaal voorkomen. IDDS BV acht zich niet aansprakelijk voor de schade die hieruit voortvloeit. Hierbij dient er tevens op gewezen te worden dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname is. Beïnvloeding van de grondkwaliteit zal ook plaats kunnen vinden na uitvoering van dit onderzoek, bijvoorbeeld door het bouwrijp maken van de locatie, aanvoer van grond van elders zonder kwaliteitsgegevens of verspreiding van asbest van verder gelegen terreinen. Naarmate de periode tussen de uitvoering van het onderzoek en het gebruik van de resultaten langer wordt, zal meer voorzichtigheid betracht moeten worden bij het gebruik van dit rapport. Bij het gebruik van de resultaten van dit onderzoek dient het doel van het onderzoek goed in ogenschouw te worden genomen.

1904M503/PMU/rap4.1 Pagina 11 van 11

BIJLAGE 1.1 OVERZICHTSKAART

Overzichtskaart asbestonderzoek

ASB0

ASB5

Schaal 1:30.000

Legenda Onderzoekslocatie asbestonderzoek (ASB-nummers)

BIJLAGE 1.2 SITUATIETEKENING

144200

144300

416800

416800

144100

Legenda

416700

416700

416600

416600

Plangebied asbestonderzoek Bestaand tracé Boringen asbestonderzoek Asbestgat Asbestgat met boring

Opdrachtgever Lievense Projectnummer 1904M503 Akkoord Getekend: Vrijgegeven: Formaat: Schaal: Schaal situatie:

144100

144200

144300

Datum:

PMU EBA A3

30-12-2019

Locatie DPO Bokhoven - Vlijmen Omschrijving Verkennend asbestonderzoek Tekening nr.

Versie nr.

Bijlage nr.

M503-ASB-01

1.1

3

144500

411600

411600

411500

411500

411700

144400

411700

144300

Legenda Plangebied asbestonderzoek Bestaand tracé Voorgenomen tracé Boringen asbestonderzoek Asbestgat Asbestgat met boring

Opdrachtgever Lievense Projectnummer 1904M503 Akkoord Getekend: Vrijgegeven: Formaat: Schaal: Schaal situatie:

144300

144400

144500

Datum:

PMU EBA A3

30-12-2019

Locatie DPO Bokhoven - Vlijmen Omschrijving Verkennend asbestonderzoek Tekening nr.

Versie nr.

Bijlage nr.

M503-ASB-01

1.1

3

BIJLAGE 2.1 VELDWERKFORMULIEREN

BIJLAGE 2.2 BOORSTATEN EN LEGENDA

Boring:

ASB-001

Boring:

ASB-002

Datum:

4-10-2019

Datum:

4-10-2019

0

0

berm Klei, zwak zandig, zwak humeus, sporen roest, sporen wortels, brokken klei, donker zwartbruin, Schep

1 50

50

0

0

berm Klei, matig zandig, zwak humeus, sporen roest, brokken klei, sporen puin, brokken baksteen, donker zwartbruin, Schep

1 50

50

Klei, zwak zandig, laagjes wortels, uiterst kleihoudend, licht cremebruin, Edelmanboor

2 100 3 150

150

Klei, zwak zandig, Edelmanboor 4 200 5 250

250

Boring:

ASB-003

Boring:

ASB-004

Datum:

4-10-2019

Datum:

4-10-2019

0

0

50

50

0

0

Klei, zwak zandig, zwak humeus, sporen roest, brokken baksteen, sporen puin, donker zwartbruin, Schep

1

berm Klei, zwak zandig, zwak humeus, sporen roest, brokken klei, brokken baksteen, sporen puin, donker zwartbruin, Schep

1 50

50

Boring:

ASB-005

Boring:

ASB-006

Datum:

4-10-2019

Datum:

4-10-2019

0

0

berm

50

Projectcode: 1904M503A

0

0

Klei, zwak zandig, zwak humeus, sporen roest, sporen wortels, brokken klei, donker zwartbruin, Schep

1 50

berm

Klei, zwak zandig, zwak humeus, sporen roest, sporen wortels, brokken klei, donker zwartbruin, Schep

1 50

Projectnaam: Bokhoven

gras

50

Pagina 1 / 2

Boring:

ASB-501

Boring:

ASB-502

Datum:

4-10-2019

Datum:

4-10-2019

0

0

berm Klei, sterk zandig, zwak humeus, sporen puin, brokken klei, donker zwartbruin, Schep

1 50

50

0

0

berm Klei, sterk zandig, zwak humeus, sporen puin, brokken klei, sterk wortelhoudend, donker zwartbruin, Schep

1 50

50

Zand, matig grof, kleiïg, brokken klei, sporen wortels, neutraal zwartbruin, Edelmanboor

2 100 3 120

4 150

150

Zand, matig fijn, kleiïg, brokken klei, sporen roest, donker cremebruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen klei, neutraal cremebruin, Edelmanboor

5 200 6 220

7 250

250

Boring:

ASB-503

Boring:

ASB-504

Datum:

4-10-2019

Datum:

4-10-2019

0

0

berm

50

50

0

0

Klei, sterk zandig, zwak humeus, sporen puin, brokken klei, donker zwartbruin, Schep

1

berm Klei, sterk zandig, zwak humeus, sporen baksteen, sporen puin, brokken klei, laagjes roest, donker zwartbruin, Schep

1 50

50

Boring:

ASB-505

Boring:

ASB-506

Datum:

4-10-2019

Datum:

4-10-2019

0

0

berm

50

Projectcode: 1904M503A

0

0

Klei, sterk zandig, zwak humeus, sporen baksteen, sporen puin, sporen grind, sterk wortelhoudend, donker zwartbruin, Schep

1 50

Zand, matig grof, matig siltig, zwak grindig, sporen grind, neutraal cremebruin, Zuigerboor handmatig

Klei, sterk zandig, zwak humeus, sporen baksteen, sporen puin, sporen grind, brokken klei, donker zwartbruin, Schep

1 50

Projectnaam: Bokhoven

berm

50

Pagina 2 / 2

Legenda (conform NEN 5104) grind

klei

geur

Grind, siltig

Klei, zwak siltig

Grind, zwak zandig

Klei, matig siltig

geen geur zwakke geur matige geur sterke geur

Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig

uiterste geur

olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig

Klei, sterk zandig

zand

uiterste olie-water reactie

p.i.d.-waarde >0

Zand, kleiïg

>1 >10 Zand, zwak siltig

>100

leem

>1000

Zand, matig siltig

Leem, zwak zandig

>10000

Zand, sterk siltig

Leem, sterk zandig

monsters geroerd monster

Zand, uiterst siltig

overige toevoegingen zwak humeus

veen Veen, mineraalarm

matig humeus

ongeroerd monster volumering

overig bijzonder bestanddeel

Veen, zwak kleiïg

sterk humeus

Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand

Veen, sterk kleiïg

zwak grindig

Veen, zwak zandig

matig grindig

Veen, sterk zandig

sterk grindig

Gemiddeld laagste grondwaterstand slib

water

BIJLAGE 3.1 CERTIFICAAT ASBESTBEPALING

IDDS Milieu B.V. T.a.v. mevrouw P. Mulder Postbus 126 2200 AC NOORDWIJK ZH

Uw kenmerk : 1904M503A-Bokhoven Ons kenmerk : Project 950016 Validatieref. : 950016_certificaat_v1 Opdrachtverificatiecode : LUVP-IYST-QBVV-IKFR Bijlage(n) : 3 tabel(len) + 2 bijlage(n)

Amsterdam, 10 oktober 2019 Hierbij zend ik u de resultaten van het laboratoriumonderzoek dat op uw verzoek is uitgevoerd in de door u aangeboden monsters. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters, zoals die door u voor analyse ter beschikking werden gesteld. Het onderzoek is, met uitzondering van eventueel uitbesteed onderzoek, uitgevoerd door Eurofins Omegam volgens de methoden zoals ze zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat L086 en/of in de bundel "Analysevoorschriften Eurofins Omegam". De in dit onderzoek uitgevoerde onderzoeksmethoden van de geaccrediteerde analyses zijn in een aparte bijlage als onderdeel van dit analyse-certificaat opgenomen. De methoden zijn, voor zover mogelijk, ontleend aan de accreditatieprogramma's/schema's en NEN- EN- en/of ISO-voorschriften. Ik wijs u erop dat het analyse-certificaat alleen in zijn geheel mag worden gereproduceerd. Ik vertrouw erop uw opdracht volledig en naar tevredenheid te hebben uitgevoerd. Heeft u naar aanleiding van deze rapportage nog vragen, dan verzoek ik u contact op te nemen met onze klantenservice. Hoogachtend, namens Eurofins Omegam,

Ing. J. Tukker Manager productie

Op dit certificaat zijn onze algemene voorwaarden van toepassing. Dit analyse-certificaat mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd.

Eurofins Omegam B.V. H.J.E. Wenckbachweg 120 NL-1114 AD Amsterdam-Duivendrecht Nederland

T +31-(0)20-597 66 80 CSOmegam@eurofins.com www.eurofins.nl

IBAN NL 16 BNPA 0227667980 BIC BNPANL2A BTW nr. NL8139.67.132.B01 KvK nr. 34215654

Tabel 1 van 3 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever

: 950016 : 1904M503A-Bokhoven : IDDS Milieu B.V.

Monstercode Uw referentie Opgegeven bemonsteringsdatum

: 6108024 : MM02 (0-50) : 04/10/2019

Asbestonderzoek Initialen analist Datum geanalyseerd

: M.A. : 09-10-2019

Analyse is uitgevoerd conform NEN 5898 (S). Massa aangeleverde monster : Droge massa aangeleverde monster : Percentage droogrest : Type zeving :

zeeffractie (mm) <0,5 mm 0,5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm >20 mm Totaal

zeeffractie (mm)

12770 10050 78,7 nat

g g m/m %

massa percentage massa percentage aantal massa asbestzeeffractie zeeffractie onderzocht onderzocht asbest houdend materiaal (gram) (m/m %) (gram) (m/m %) (deeltjes) (mg) 9853,6 99,3 12,9 0,13 n.v.t. n.v.t. 10,1 0,1 2,0 19,80 0 0,0 6,4 0,1 2,9 45,31 0 0,0 6,8 0,1 6,8 100,00 0 0,0 15,2 0,2 15,2 100,00 0 0,0 28,5 0,3 28,5 100,00 0 0,0 3,5 0,0 3,5 100,00 0 0,0 9924,1 100,0 71,8 0 0,0 asbest totaal ondergrens bovengrens

gehalte asbest (mg/kg ds)

<0,5 mm 0,5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm >20 mm Totaal

(mg/kg ds)

(mg/kg ds)

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

0,2 0,2 0,0 0,0 0,0 0,0 0,4

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 <0,4

Aangetroffen type asbest Bijzonderheden waargenomen

gehalte asbest (mg/kg ds)

serpentijn asbest ondergrens bovengrens

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 <0,4

(mg/kg ds)

(mg/kg ds)

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

0,2 0,2 0,0 0,0 0,0 0,0 0,4

gehalte asbest (mg/kg ds)

amfibool asbest ondergrens bovengrens (mg/kg ds)

(mg/kg ds)

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

: Geen : Geen

Serpentijn asbest is chrysotiel. Amfibool asbest is amosiet, crocidoliet, actinoliet, anthophylliet en tremoliet. De bepalingsgrens is bepaald voor de zeeffracties kleiner dan 4 mm. De totale bepalingsgrens is verkregen door de bepalingsgrenzen van de afzonderlijke zeeffracties te sommeren. Het materiaal is middels polarisatiemicroscopie onderzocht, de analyse is uitgevoerd conform NEN 5896. gebondenheid hecht niet hecht totaal afgerond

serpentijn asbest 0,0 0,0 0,0

amfibool asbest 0,0 0,0 0,0

totaal afgerond 0,0 0,0

Gewogen concentratie (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie) is: <0,4 mg/kg ds De gewogen asbestconcentratie wordt berekend uit de niet-afgeronde gehalten aan serpentijn en amfibool asbest. De weergegeven resultaten zijn afgerond. Verklaring kwalitatief onderzoek zeeffractie <0,5 mm: - : geen asbest waargenomen Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). - De met een 'S' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (L086) en op basis van het schema AS 3000 erkend. Opdrachtverificatiecode: LUVP-IYST-QBVV-IKFR

Ref.: 950016_certificaat_v1

Tabel 2 van 3 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever

: 950016 : 1904M503A-Bokhoven : IDDS Milieu B.V.

Monstercode Uw referentie Opgegeven bemonsteringsdatum

: 6108025 : MM01 (0-50) : 04/10/2019

Asbestonderzoek Initialen analist Datum geanalyseerd

: K.A. : 09-10-2019

Analyse is uitgevoerd conform NEN 5898 (S). Massa aangeleverde monster : Droge massa aangeleverde monster : Percentage droogrest : Type zeving :

zeeffractie (mm) <0,5 mm 0,5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm >20 mm Totaal

zeeffractie (mm)

12990 11067 85,2 nat

g g m/m %

massa percentage massa percentage aantal massa asbestzeeffractie zeeffractie onderzocht onderzocht asbest houdend materiaal (gram) (m/m %) (gram) (m/m %) (deeltjes) (mg) 10278,3 94,1 10,0 0,10 n.v.t. n.v.t. 57,8 0,5 11,5 19,90 0 0,0 137,7 1,3 41,8 30,36 0 0,0 85,6 0,8 85,6 100,00 0 0,0 157,8 1,4 157,8 100,00 0 0,0 203,2 1,9 203,2 100,00 0 0,0 2,2 0,0 2,2 100,00 0 0,0 10922,6 100,0 512,1 0 0,0 asbest totaal ondergrens bovengrens

gehalte asbest (mg/kg ds)

<0,5 mm 0,5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm >20 mm Totaal

(mg/kg ds)

(mg/kg ds)

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

0,1 0,4 0,0 0,0 0,0 0,0 0,5

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 <0,6

Aangetroffen type asbest Bijzonderheden waargenomen

gehalte asbest (mg/kg ds)

serpentijn asbest ondergrens bovengrens

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 <0,6

(mg/kg ds)

(mg/kg ds)

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

0,1 0,4 0,0 0,0 0,0 0,0 0,5

gehalte asbest (mg/kg ds)

amfibool asbest ondergrens bovengrens (mg/kg ds)

(mg/kg ds)

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

: Geen : Geen

Serpentijn asbest is chrysotiel. Amfibool asbest is amosiet, crocidoliet, actinoliet, anthophylliet en tremoliet. De bepalingsgrens is bepaald voor de zeeffracties kleiner dan 4 mm. De totale bepalingsgrens is verkregen door de bepalingsgrenzen van de afzonderlijke zeeffracties te sommeren. Het materiaal is middels polarisatiemicroscopie onderzocht, de analyse is uitgevoerd conform NEN 5896. gebondenheid hecht niet hecht totaal afgerond

serpentijn asbest 0,0 0,0 0,0

amfibool asbest 0,0 0,0 0,0

totaal afgerond 0,0 0,0

Gewogen concentratie (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie) is: <0,6 mg/kg ds De gewogen asbestconcentratie wordt berekend uit de niet-afgeronde gehalten aan serpentijn en amfibool asbest. De weergegeven resultaten zijn afgerond. Verklaring kwalitatief onderzoek zeeffractie <0,5 mm: - : geen asbest waargenomen Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). - De met een 'S' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (L086) en op basis van het schema AS 3000 erkend. Opdrachtverificatiecode: LUVP-IYST-QBVV-IKFR

Ref.: 950016_certificaat_v1

Tabel 3 van 3 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever

: 950016 : 1904M503A-Bokhoven : IDDS Milieu B.V.

Opmerkingen m.b.t. analyses Opmerking(en) algemeen Asbest Individuele monsters van dit project zijn als asbest verdacht gekwalificeerd. De analysedeelmonsters zijn met beschermende maatregelen in het laboratorium in behandeling genomen. Opmerking bij project:

- Eurofins Omegam heeft het asbestonderzoek in dit/deze monster(s) uitgevoerd volgens de NEN 5898, en zoals beschreven in een aparte bijlage als onderdeel van dit analysecertificaat. Voor de analyseresultaten van het asbestonderzoek geldt dat Eurofins Omegam de analyse heeft uitgevoerd in de monsters die de opdrachtgever, zoals deze staan vermeld in de koptekst van dit analysecertificaat, zelf heeft genomen of laten nemen en aan Eurofins Omegam heeft aangeboden. Eurofins Omegam draagt geen verantwoordelijkheid inzake de herkomst en representativiteit alsmede de veiligheid tijdens de monsterneming.

Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: LUVP-IYST-QBVV-IKFR

Ref.: 950016_certificaat_v1

Bijlage 1 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever

: 950016 : 1904M503A-Bokhoven : IDDS Milieu B.V.

Barcodeschema's Monstercode Uw referentie

monster

diepte

barcode

6108024

MM02 (0-50)

MM02

0-0.5

1553326MG

6108025

MM01 (0-50)

MM01

0-0.5

1553329MG

Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: LUVP-IYST-QBVV-IKFR

Ref.: 950016_certificaat_v1

Bijlage 2 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever

: 950016 : 1904M503A-Bokhoven : IDDS Milieu B.V.

Analysemethoden in Grond (AS3000) AS3000 In dit analysecertificaat zijn de met 'S' gemerkte analyses uitgevoerd volgens de analysemethoden beschreven in het "Accreditatieschema Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek (AS SIKB 3000)". Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd volgens de onderstaande analysemethoden. Deze analyses zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat met bijbehorende verrichtingenlijst L086 van Eurofins Omegam BV. Asbestonderzoek

: Conform AS3070 prestatieblad 1 en NEN 5898

Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: LUVP-IYST-QBVV-IKFR

Ref.: 950016_certificaat_v1

BIJLAGE 4 FOTOREPORTAGE

Fotonummer 1

Fotonummer 3

Fotonummer 2

Historisch Vooronderzoek Conventionele Explosieven

DPO-leiding Bokhoven-Heusden IDDS Explosieven B.V.

Datum Kenmerk Auteur Status Versie

: 23 april 2020

: 3.0

ACCORDERING Historisch Vooronderzoek DPO-leiding Bokhoven-He usden Kenmerk: 19040893 Onderhavig Historisch Vooronderzoek Conventionele Explosieven is conform de vigerende norm WSCS-OCE opgesteld. Gezien en goedgekeurd door Functie

IDDS Explosieven B.V.

Datum

Handtekening

Senior OCEdeskundige

© IDDS Explosieven B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de uitgever.

19040893

DPO-leiding Bokhoven-Heusden

2

Inhoudsopgave 1

INLEIDING ................................................................................................................. 4

1.1 1.2 1.2.1 1.2.2 1.3 1.4

AAN LEIDING ...........................................................................................................................4 DOEL VOORONDERZOEK..........................................................................................................4 UIT GANGSPUNT ......................................................................................................................4 W ERKWIJZE VOOROND ERZ OEK ................................................................................................5 S COPE ONDERZOEKSGEBIED ...................................................................................................5 LEESWIJZER ..........................................................................................................................6

2

GERAADPLEEGDE BRONNEN...................................................................................... 8

2.1 2.2 2.3 2.4 2.4.1 2.4.2 2.4.3 2.4.4 2.4.5 2.4.6 2.4.7 2.5 2.5.1 2.5.2 2.5.3 2.6

V ERANTWOORDIN G BRONN ENMATERIAAL ..................................................................................8 REEDS UIT GEVOER DE ONDERZ OEKEN .......................................................................................8 LIT ERAT UUR ........................................................................................................................10 ARC HIEFONDERZOEK IN N EDERLAND ......................................................................................11 G EMEENTEARCHIEF ..............................................................................................................12 P ROVINCIAAL ARCH IEF ..........................................................................................................15 NAT IONAAL A RCHIEF (NA ) DEN H AAG ...................................................................................17 NEDERLANDS INSTIT UUT VOOR O ORLOGSDOCUMENTATIE (N IOD ) AMSTERDAM.........................18 NEDERLANDS INSTIT UUT VOOR M ILITAIRE H ISTORIE (N IM H) D EN HAAG ....................................19 S EMI- STAT ISCH A RCHIEF (SSA) ............................................................................................20 S TUDIEGROEP L UCHTOORLOG 1939-1945 (SGL O) ................................................................21 ARC HIEFONDERZOEK IN HET BUITENLAND

...............................................................................21 THE N ATIONAL ARCHIVES U K TE L ONDEN (TN A U K)..............................................................21 NAT IONAL A RCHIVES AND R ECORDS ADMINIST RATION (NA RA ) W ASHINGT ON ..........................21 BUN DESARCHIV -M ILIT ÄRARCHIV ( BAM A) FREIBURG ...............................................................22 LU CHTFOT O- ONDERZOEK ......................................................................................................22

3

RESULTATEN INVENTARISATIE ................................................................................. 24

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9

INL EIDING ............................................................................................................................24 M OBILISATIEPERIODE ............................................................................................................24 M EIDAGEN 1940 ..................................................................................................................24 DUIT SE BEZETTINGSJAREN ....................................................................................................25 BEVRIJDINGSJAAR 1944-1945 ..............................................................................................26 NAOORL OGSE PERIOD E HEDEN ...........................................................................................33 LUC HTFOT O- ANAL YSE ...........................................................................................................36 INVENTARISATIEKAART..........................................................................................................47 LEEMTEN IN KENNIS ..............................................................................................................48

4

ANALYSE GEGEVENS ............................................................................................... 50

4.1 4.2 4.3 4.4 4.4.1 4.5 4.6 4.7

IND ICA TIES EN VERDACHTE GEBIEDEN.....................................................................................50 AAN TE TREFFEN C E .............................................................................................................50 HORIZONTALE AFBAKENING ...................................................................................................51 V ERTICALE AFBAKENING .......................................................................................................59 DIEPTELIGGING CE ...............................................................................................................59 NAOORL OGSE ONT WIKKELINGEN ............................................................................................60 IND ICA TIES EN ONVERDA CHTE GEBIEDEN.................................................................................65 LEEMTEN IN KENNIS ..............................................................................................................65

5

CONCLUSIE EN ADVIES ........................................................................................... 66

5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.1.4 5.1.5 5.2

AAN T E T REF FEN CE ............................................................................................................66 HORIZONTALE AFBAKENING VERDACHTE GEBIEDEN .................................................................66 V ERTICALE AFBAKENING VERDACHTE GEBIEDEN ......................................................................67 NAOORL OGSE ONT WIKKELINGEN ............................................................................................67 LEEMTEN IN KENNIS ..............................................................................................................67 ADVIES ................................................................................................................................67

6

BIJLAGEN ............................................................................................................... 70

BIJLAGE 1 O VERZICHT BEOORDELEN/ EVALUEREN INVENTARISATIE (W SCS-OC E) .....................................71 BIJLAGE 2 V ASTSTELLEN VERDACHT GEB IED EN AFBAKENING IN VOORONDERZ OEK ....................................73 BIJLAGE 3 DEKKING GERAADPLEEGDE LUCH TFOTO S ..............................................................................75 BIJLAGE 4 A1 C E INVENTARISATIEKAART ..............................................................................................86 BIJLAGE 5 A1 C E-BODEMBELASTINGKAART ..........................................................................................87

19040893

DPO-leiding Bokhoven-Heusden

3

1 1.1

AANLEIDING Naar aanleiding van de bodemroerend werkzaamheden met betrekking tot de DPO-leiding Bokhoven-Heusden is dit vooronderzoek uitgevoerd. Het is niet bekend of er rekening gehouden dient te worden met het aantreffen van conventionele explosieven (CE) uit de Tweede Wereldoorlog in de (water)bodem. Indien er CE aanwezig zijn in de bodem van het te onderzoeken gebied, dan bestaat de mogelijkheid op een ongecontroleerde detonatie van een of meerdere CE. Op basis van de Arbowetgeving en de Openbare Orde en Veiligheid dienen alle risico s voorafgaand aan de voorgenomen werkzaamheden in kaart te worden gebracht waarbij moeten worden ingeperkt. Aan de hand van dit vooronderzoek CE is bepaald of er sprak e is van een risico op het aantreffen van CE als mede waar er een risico is op het aantreffen hiervan. In opdracht van Lievense CSO heeft IDDS een vooronderz oek CE uitgevoerd v oor het onderzoeksgebied DPO-leiding Bokhoven-Heusden in de gemeenten Den Bosch, Heusden en Maasdriel (provincies Gelderland en Noord-Brabant) naar de aanwezigheid van CE uit de Tweede Wereldoorlog.

1.2

DOEL VOORONDERZOEK Het doel van dit vooronderzoek CE is het vaststellen of er in de geraadpleegde bronnen indicaties zijn waaruit blijkt dat (delen van) het onderzoeksgebied tijdens de Tweede Wereldoorlog betrokken is (zijn) geweest bij oorlogshandelingen waardoor er (mogelijk) CE op/in de (water)bodem zijn achtergebleven. Indien er indicaties zijn dat (delen van) de onderzoeksgebieden betrokk en (zijn) is geweest bij oorlogshandelingen dan wordt het (de) verdachte gebied(en) horizontaal afgebakend en worden de volgende zaken vastgesteld: Hoofdsoort(en) aan te treffen CE; Subsoort(en) aan te treffen CE; Kaliber aan te treffen CE; Nationaliteit aan te treffen CE; Ontstekingsrichtingen; Hoeveelheid aan te treffen CE; Verschijningsvorm aan te treffen CE; Max imale en minimale diepteligging CE. 1.2.1 UITGANGSPUNT Het vooronderz oek is uitgevoerd conform het Werkveldspecifiek Certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven, hierna te noemen WSCSOCE. In deze richtlijnen voor het uitvoeren van het vooronderzoek staan de verplichte bronnen die geraadpleegd dienen te worden alsmede de aanvullende bronnen. Naast de verplichte bronnen zijn ook aanvullende bronnen geraadpleegd. Op basis van uitgevoerde vooronderzoeken in het verleden is gebleken dat vaak relevante informatie aanwezig was in de aanvullende bronnen.

Deze informatie had in een aantal gevallen invloed op de omvang van het verdachte gebied.

19040893

DPO-leiding Bokhoven-Heusden

4

Bron

Raadplegen WSCS-OCE Verplicht Aanvullend

Literatuur Gemeentelijk & Provinciaal archief Nederlands Instituut Militaire Historie (NIMH) Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) Luchtfotocollectie Wageningen Universiteit Luchtfotocollectie Kadaster Luchtfotocollectie The Aerial Reconnaissance Archives The National Archives UK Bundesarchiv-Militärarchiv The National Archives and Records Administration USA Getuigen

Geraadpleegd

Niet beschikbaar

Tevens zijn de volgende bronnen geraadpleegd die niet vermeld zijn in het WSCS-OCE, maar die wel relevante informatie kunnen bevatten over het onderzoeksgebied: Nationaal Archief (NA) te Den Haag; Semi-statisch Arc hief (SSA) Defensie te Rijswijk ; Websites. 1.2.2 WERKWIJZE VOORONDERZOEK Het vooronderzoek is conform de huidige richtlijnen (WSCS-OCE) uitgevoerd en bestaat uit twee delen, namelijk de inventaris atie en de beoordeling & evaluatie. In het eerste deel van het vooronderzoek, de inventarisatie, is alle relevante informatie verzameld uit de geraadpleegde bronnen. Op basis van de verzamelde informatie is vastgesteld of er oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden waarbij (mogelijk) CE zijn achtergebleven binnen de grenzen van de onderzoeksgebieden. In de geraadpleegde bronnen zijn indicaties gevonden waaruit blijkt dat (delen van) de onderzoeksgebieden getroffen is (zijn) door oorlogshandelingen. In het tweede deel van het vooronderzoek, de beoordeling & evaluatie 1 , is de verzamelde informatie beoordeeld en geëvalueerd.

Op basis van de beoordeling en de evaluatie z ijn de volgende zaken vastgesteld: De hoofdsoort(en) van de aan te treffen CE; De subsoort(en) van de aan te treffen CE; Het kaliber van de aan te treffen CE; De nationaliteit van de aan te treffen CE; De ontstekingsinrichtingen; De hoeveelheid van de aan te treffen CE; De verschijningsvorm van de aan te treffen CE; De horizontale begrenzing van verdacht(e) gebied(en); De minimale en maximale diepteligging van de aan te treffen CE. De resultaten van de inventarisatie en de beoordelingen en evaluatie zijn in dit rapport opgenomen met een bijbehorende CE-bodembelastingkaart. 1.3

1

SCOPE ONDERZOEKSGEBIED Dit vooronderzoek richt zich op het onderzoeksgebied DPO-leiding Bokhoven-Heusden, vanaf . In afbeelding 1 is een kaart met daarop in blauwe lijnen het onderzoeksgebied weergegeven.

In bijlage 1 zijn de richtlijnen van de WSCS-OCE voor de beoordeling en evaluatie weergegeven.

19040893

DPO-leiding Bokhoven-Heusden

5

Afbeelding 1: onderzoeksgebied (binnen de blauwe lijnen).

1.4

LEESWIJZER In hoofdstuk 2 wordt nader ingegaan op de geraadpleegde bronnen. In het derde hoofdstuk komen de resultaten van het bronnenonderz oek aan bod. Vervolgens worden de resultaten

19040893

DPO-leiding Bokhoven-Heusden

6

beoordeeld en geëvalueerd in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 zijn de conclusie en het advies beschreven. In de bijlagen van dit rapport zijn diverse stukken opgenomen, waaronder de .

19040893

DPO-leiding Bokhoven-Heusden

7

2 2.1

VERANTWOORDING BRONNENMATERIAAL Om een zo goed en een zo compleet mogelijk vooronderzoek uit te voeren zijn er diverse bronnen geraadpleegd. Als in een bron een indicatie staat waaruit blijkt dat het onderzoeksgebied getroffen is door een oorlogshandeling, dan dient deze indicatie in een mogelijke tweede en/of meerdere bronnen te worden bevestigd. Wanneer dit niet het geval is dan moet op basis van deze enkele bron een afweging worden gemaakt welke consequentie(s) dit heeft voor het onderzoeksgebied. In dit hoofdstuk komen de geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek aan bod. Per bron is aangegeven welke literatuur en/of archiefstukken/documenten zijn geraadpleegd, zodat v oor de lezer de herleidbaarheid van indicaties (en contra-indicaties) van oorlogshandelingen duidelijk is.

2.2

REEDS UITGEVOERDE ONDERZOEKEN Er is nagegaan of er historische vooronderzoeken CE bekend zijn die betrekking hebben op het onderzoeksgebied of de directe omgeving ervan. Vooronderzoek Opsporing Conventionele Explosiev en Vlijmen Oost door de firma REASeuro d.d. 20 april 2012 met het kenmerk RO-110135 versie 2.0; Aanvullend onderzoek Conventionele Explosieven Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat Oost Gemeente Heusden door de firma Bombs Away B.V. d.d. 21 november 2014 met het kenmerk 14P067; Vooronderzoek naar conventionele explosiev en uit de Tweede Wereldoorlog in de Maas en Maaskanalen. Maas t.h.v. Engelen tussen km 221,2 en 222,3 door de firma Leemans Speciaalwerken d.d. 28 juni 2016 met het kenmerk S2015.238; Vooronderzoek -Hertogenbosch door de firma AVG Explosieven Opsporing Nederland d.d. 30 november 2016 met het kenmerk 1262006-VO-02; Aanvullend vooronderzoek conventionele Explosieven Gebiedsontwikkeling Oostelijk e Langstraat (GOL) provincie Noord-Brabant door Bombs Away B.V. d.d. 22 november 2017 met het kenmerk 17P159 definitief rapport; Historisch Vooronderzoek Conventionele Explosieven DPO tracé onder de Maas Ammerzoden door IDDS Explosieven B.V. d.d. 14 juni 2018 met het kenmerk 17120685; In 2012 heeft de firma REASeuro een vooronderzoek bij Vlijmen uitgevoerd.

Het tracé DPOleiding Bokhoven-Heusden ligt voor een deel binnen de grenzen van het onderzoeksgebied Vlijmen Oost. REASeuro heeft het gehele onderzoeks gebied Vlijmen Oost verdacht verklaard op CE, omdat er tussen 22 oktober en 5 november 19442 intensief gevochten is in en nabij het onderzoeksgebied. Het gebied is tot 2 meter diepte verdacht verklaard op kleinkalibermunitie, geschutmunitie (tot 10,5 c m) en handgranaten. In 2014 heeft de firma Bombs Away een vooronderzoek uitgev oerd dat deels het zuidelijke deel van het onderzoeksgebied DPO-leiding Bokhoven-Heusden beslaat. Relevante gebeurtenissen zijn overgenomen uit dit onderzoek. De conclusies uit dit onderzoek zijn in 2017 opnieuw beoordeeld. Middels het aanvullend vooronderzoek 17P159, waarin een groter gebied is onderzocht en aanvullende bronnen z ijn geraadpleegd, is het verdachte gebied uit 2014 verkleind. Relevante informatie uit 17P159 is overgenomen in het onderzoek DPO-leiding Bokhoven-Heusden. De afbakening van de verdachte gebieden in DPO-leiding BokhovenHeusden is in lijn met 17P159. De firma Leemans Speciaalwerken heeft een vooronderzoek naar conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog uitgevoerd v oor de Maas ter hoogte van Engelen. Dit gebied ligt gedeeltelijk in het huidige onderzoeksgebied.

Het rapport is om deze reden geanalyseerd op conclusies wat betreft het v erdacht verklaren van het onderzoeksgebied. Op basis van

2

In de tekst van REASeuro staat 1945; vermoedelijke typefout.

19040893

DPO-leiding Bokhoven-Heusden

8

bronnenonderzoek en luchtfoto-analyse is het gebied door Leemans Speciaalwerken geheel verdacht verklaard op geschutmunitie en een klein gedeelte op raketten (buiten het huidige onderzoeksgebied). De firma AVG Explos ieven Opsporing Nederland heeft in 2012-2013 een CE Bodembelastingkaart opgesteld voor de gemeente Den Bosch (kenmerk 1262006-VO-01). Versie 2 is daar de update van uit 2016. Delen van het tracé DPO-leiding Bokhoven-Heusden liggen in de huidige gemeente Den Bosch. In en nabij het huidige onderzoeksgebied zijn stellingen, sprake van oorlogsschade en heeft de EODD ruimingen uitgevoerd. Uit het rapport blijkt niet duidelijk hoe de horizontale afbakening tot stand is gekomen. In 2018 heeft IDDS een vooronderzoek uitgevoerd voor het DPO tracé bij Ammerzoden. Het onderzoeksgebied Ammerzoden ligt grotendeels in het onderzoeksgebied voor de DPO-leiding Bokhoven-Heusden. Relevante gebeurtenissen zijn uit het reeds uitgev oerde vooronderzoek Ammerzoden overgenomen. De afbakening van dit vooronderzoek Bokhoven-Heusden is in lijn met het vooronderzoek Ammerzoden.

19040893

DPO-leiding Bokhoven-Heusden

9

Afbeelding 2: Reeds uitgevoerde onderzoeken in het onderzoeksgebied.

2.3

LITERATUUR In het kader v an dit vooronderzoek is een literatuurstudie uitgevoerd. Naast de standaard boekwerken over de gevec htshandelingen in de Tweede Wereldoorlog op het land en in de lucht,

19040893

DPO-leiding Bokhoven-Heusden

10

zijn ook regionale en streekgebonden publicaties bestudeerd. In onderstaand overzicht zijn de geraadpleegde publicaties weergegeven. Relevante informatie uit de bestudeerde publicaties is verwerkt in dit rapport (zie hoofdstuk 3). Amersfoort, H., Kamphuis. P.H., Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied (Zeist 2012); Bie, B. de, Tuss en Dieze en de Meer. Vertellingen over Engelen van vroeger en nu (2000); Biemans, J. van, Engelen: grensdorp aan de Dieze (Engelen 2011); Bollen H, & Vroemen, P., Canadezen in Actie; Nederl (Warnsveld 1993); Didden, J. & Swarts, M., Autumn Gale/Herbst Sturm. Kampfgruppe Chill, schwere Heeres Panzer-jäger-Abteilung 559 and the German rec overy in the autumn of 1944 (Boxtel 2013); Didden, J. & Swarts, M., Brabant bevrijd (Hulst 1993); Didden, J. & Swarts, M., Kampfgruppe Walther and Panzerbrigade 107 (Drunen 2016); Didden, J. & Swarts, M, Strijd tussen Maas en Duinen. Een fotoverslag van de gebeurtenissen in de Langstraat van september 1944 tot mei 1945 (Waalwijk 1979); Hoogbergen, T., Schrover, W., Sturm, M., Verhees, E., Vos, A., 'Wegens bijzondere -Hertogenbosch in bezettingstijd 1940 1944 (Alphen aan de Maas 2008); Huizinga, M.H., Maple Leave Up de Canadese opmars in Noord-Nederland (Groningen 1980); Klep, Ch. & Schoenmaker, B.

(reds.), Oorlog op de Flank; De Bevrijding van Nederland 1944-1945 -Gravenhage 1995); Korthals Altes, A., Luchtgevaar; Luchtaanvallen op Nederland 1940-1945 (Amsterdam 1984); Molenaar, F., Luchtverdediging in de meidagen van 1940 (2dln. Den Haag 1970); Nierstrasz, V.E., De Strijd op Nederlands grondgebied tijdens de Wereldoorlog II. Hoofdeel III/Deel 1. Inleiding en algemeen ov erzicht van de gevechtsdagen van 10-19 mei 1940 (Den Haag 1957); Gruben, R. & Sturm-Vos, M. (reds.) Engelen grensdorp aan de Dieze (Engelen 2011); Sikkers, L., Van onderdrukking tot bevrijding. De Tweede Wereldoorlog tussen Afwateringskanaal en de Maas. Persoonlijke ervaringen van mensen uit Bokhoven, Drunen, Elshout, Engelen, Haarsteeg, Hedikhuizen, Herpt, Heusden, Nieuwkuijk en Vlijmen (Drunen 2001); Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945, Verliesregister 1939-1945. Alle militaire vliegtuigverliezen in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog (Den Haag 2008); Zwanenburg, G.J., (2 dln; Den Haag 1991-1993). 2.4

ARCHIEFONDERZOEK IN N EDERLAND Naast literatuurstudie is er archiefonderz oek in Nederland uitgevoerd. Het onderzoeksgebied lag ten tijde van de Tweede Wereldoorlog in de gemeenten Hedel, Engelen, Vlijmen en (een heel klein stukje) in Den Bosch. Van de gemeente Hedel zijn stukken uit het gemeentearchief in het Regionaal Archief Rivierenland (RAR) in Tiel ingezien; van de gemeenten Engelen en Den Bosch in het Stadsarchief Den Bos ch (SADB) in s-Hertogenbosch; van de gemeente Vlijmen in het Streekarc hief Langstraat, Heusden en Altena (ASLHA) in Heusden. Omdat het onderzoeksgebied in de provincies Gelderland en Noord-Brabant ligt, zijn de provinciale archieven van Gelderland in het Gelders Archief (GA) in Arnhem geraadpleegd en de provinciale archieven van Noord-Brabant in het Brabants Historisch In Hertogenbosch. Daarnaast zijn stukken uit het Nationaal Archief (NA) in Den Haag geraadpleegd, uit het archief van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) in Amsterdam en van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) in Den Haag bestudeerd. Tevens is het archief van de Explosieven Opruimingsdienst van Defensie (EODD) en het Semi-statisch Archief (SSA) van Defensie bestudeerd. In de volgende sub-paragrafen worden deze archieven

19040893

DPO-leiding Bokhoven-Heusden

11

nader beschreven. Relevante informatie uit de geraadpleegde stukken zijn verwerkt in dit rapport (zie hoofdstuk 3). 2.4.1 GEMEENTEARCHIEF Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog lag het onderzoeksgebied in de gemeente Hedel, Engelen, Vlijmen en (een heel klein stukje) in Den Bosch. Van de gemeente Hedel zijn stukken uit het gemeentearc hief in het Regionaal Archief Rivierenland (RAR) in Tiel ingezien; van de gemeenten Engelen en Den Bosch in het Stadsarchief Den Bosch (SADB) -Hertogenbosch; van de gemeente Vlijmen in het Streekarchief Langstraat, Heusden en Altena (SALHA) in Heusden. Er is in het gemeentearc hief gezocht naar stukken betreffende de luchtbes chermings dienst (LBD), rapporten van schade die ontstaan is door oorlogshandelingen en de (naoorlogse) ruiming van explosieven. De LBD hield het luchtruim boven de gemeente in de gaten en rapporteerde bijzondere voorvallen, zoals het neerstorten van vliegtuigen of bominslag. Schademeldingen kunnen een indicatie v ormen van oorlogshandelingen in een gebied. Indien de oorzaak van de schade wordt vermeld in de bron kunnen deze meldingen een goed beeld geven van de oorlogs handelingen in een gebied. Stukken betreffende het ruimen van explos ieven vormen enerzijds een indicatie van oorlogshandelingen, anderzijds een contra-indicatie van de aanwezigheid v an CE in het onderzoeks gebied.

In de onderstaande tabel staan de geraadpleegde stukken weergegeven. Regionaal Archief Rivierenland (RAR) in Tiel Toeg. nr. 3114

3159

Titel

Inv. nr.

Jaar

Archief van het gemeentebestuur van Hedel, 18101945

558

19391943

564

1945

135

19481957

755

1585

19531956 19511956 1947

25982599

19441945

26002601 2602

19491952 ca. 1946

2603

19461953 19471953

Archief van het gemeentebestuur van Hedel, 19451979

845

2604

2785

19451947

2787

19461956 19451948

28932896

19040893

Omschrijving Stukken betreffende de brandweer

Stukken betreffende het aanvragen van verlof tot het begraven van R.E. van de Beek, lid van de Prinses Irenebrigade, gesneuveld tijdens gevechten in Hedel. Stukken betreffende het herstel van de oorlogsschade aan het gemeentehuis en de bouw van een archiefbewaarplaats Stukken betreffende de vaststelling van de huisnummering Stukken betreffende de wederopbouw van in de oorlog verwoeste kadaverhuisjes Hedel, Hondsneststraat 2; Verbouw en hers tel oorlogsschade boerderij, 07-05-1947 Pandenkaarten oorlogsschade, alfabetisch op straatnaam 2598: A-L 2599: M-W Rapporten oorlogs sc hade, alfabetis ch geordend op eigenaars Tekeningen van de oorlogsschade aan diverse boerderijen, opgemaakt door het architectenbureau Nieuwland en V/d Vegte voor het Bureau Wederopbouw Boerderijen Stukken betreffende de financieringsregeling herbouw panden Stukken betreffende het aan herbouwplichtigen verlenen van ontheffing van de bestedings plic ht en v an toestemming tot het elders vervullen van de bestedingsplicht Stukken betreffende het inleveren v an wapens en het opruimen van explosieven uit de tweede wereldoorlog Herstel brandspuithuisje en schaderapporten materiaal Stukken betreffende het verstrekken van steun aan oorlogs slachtoffers, vooral geëvacueerden, door het Districtsbureau Verzorging Oorlogsslachtoffers, alfabetisch geordend op naam

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9973256/1