CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Bestemmingsplan Graafseweg 294 (toelichting + regels)

Gemeenteraad 12 december 2023, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bestemmingsplan Graafseweg 29421.037 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Graafseweg 294

2

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3

Inleiding Aanleiding Begrenzing plangebied Leeswijzer

Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4

Huidige situatie Beschrijving locatie en ligging in de stad Ruimtelijke structuur Functionele structuur Geldend bestemmingsplan

11 11 12 12 14

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3

Planbeschrijving Bebouwing Gebruik Verkeer en parkeren 3.3.1 Ontsluiting 3.3.2 Verkeer 3.3.3 Parkeren Inrichting buitenruimte Groenstructuur

17 17 21 21 21 21 22 26 30

Beleidskader Rijksbeleid 4.1.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) 4.1.2 Besluit ruimtelijke ordening: Ladder voor duurzame verstedelijking Provinciaal beleid 4.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant 4.2.2 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant Gemeentelijk beleid 4.3.1 Structuurvisie 4.3.2 Woonvisie 's-Hertogenbosch 4.3.3 Welstand 4.3.4 Bomen

35 35 35 36 37 37 38 39 39 40 41 42

Milieu, duurzaamheid en waarden Inleiding Bedrijven en milieuzonering Geluid 5.3.1 Wegverkeerslawaai 5.3.2 Railverkeerslawaai 5.3.3 Industrielawaai Trillingen Verlichting Externe veiligheid Lucht Bodem Geur Hoogspanningslijnen Water Duurzaamheid Milieueffectrapportage Ecologie Archeologie en cultuurhistorie

43 43 43 45 45 48 49 50 50 51 54 55 56 56 57 61 63 64 66

3.4 3.5 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3

Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3

5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13 5.14 5.15

7 7 8 9

3

Hoofdstuk 6 6.1 6.2 Hoofdstuk 7 7.1 7.2 Hoofdstuk 8 8.1 8.2 8.3 8.4

Juridisch-bestuurlijke aspecten Algemeen Planregels Economische uitvoerbaarheid Kostenverhaal Gemeentelijke grondexploitatie Inspraak en vooroverleg Omgevingsdialoog Overleg ex artikel 3.1.1 Bro Terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan Vaststelling

67 67 67 69 69 69 71 71 71 71 71

Bijlagen toelichting

73

Regels

93

Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12 Bijlage 13 Bijlage 14 Bijlage 15 Bijlage 16 Bijlage 17 Bijlage 18 Bijlage 19

Verkeer- en parkeeronderzoek Terreininrichting Graafseweg Boomeffectanalyse Kwantitatieve groenscore Tekening kwantitatieve groenscore Kwalitatieve biodiversiteitsscore Woonvisie 's-Hertogenbosch Onderzoek weg- en railverkeerslawaai Onderzoek geluidwering gevels Onderzoek industrielawaai Verkennend bodemonderzoek Vormvrije m.e.r.-beoordeling Quickscan Wet natuurbescherming Watertoets Aanvullend vleermuizen onderzoek Onderzoek stikstofdepositie Archeologisch bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek Selectiebesluit archeologie Verslag omgevingsdialoog

74 75 76 77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten

95 95 100

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Groen Artikel 4 Wonen

101 101 103

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Artikel 6 Algemene bouwregels Artikel 7 Algemene gebruiksregels Artikel 8 Algemene afwijkingsregels

105 105 105 105 106

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 9 Overgangsrecht Artikel 10 Slotregel

107 107 107

Bijlagen regels

109

Bijlage 1

4

Beschikking Hogere waarde

110

Toelichting

5

6

Hoofdstuk 1 Inleiding Voorliggend rapport betreft het bestemmingsplan "Graafseweg 294" van de gemeente 's-Hertogenbosch.

1.1

Aanleiding

Op de locatie aan de Graafseweg 294 – perceel M807 – is thans het huidige kantoor van BrabantWonen gevestigd binnen de bestemming 'Kantoor'. BrabantWonen is voornemens de huidige bebouwing te slopen en ter plaatse 45 sociale huurappartementen te realiseren. Het initiatief kan niet worden gerealiseerd op basis van het vigerende bestemmingsplan 'Graafsewijk - Aawijk 2017', omdat binnen de vigerende bestemming 'Kantoor' geen reguliere woningbouw is toegestaan. De gemeente 's-Hertogenbosch heeft echter aangegeven medewerking te willen verlenen aan het initiatief door middel van een herziening van het bestemmingsplan. Voorliggend bestemmingsplan bevat de toelichting en de regels voor het toestaan van 45 appartementen als inbreidingslocatie binnen de gemeente 's-Hertogenbosch.

7

1.2

Begrenzing plangebied

Het plangebied van voorliggend bestemmingsplan ligt in het oostelijke deel van het stedelijk gebied van 's-Hertogenbosch. Het centrum van 's-Hertogenbosch ligt op korte afstand. De ligging van het plangebied is zichtbaar op onderstaande afbeelding.

LIGGING PLANGEBIED BINNEN 'S-HERTOGENBOSCH

8

Onderstaande afbeelding geeft de kadastrale situatie weer. Tevens is de plangrens van voorliggend bestemmingsplan ingetekend.

UITSNEDE KADASTRALE KAART

De gronden zijn kadastraal bekend gemeente 's-Hertogenbosch, sectie M, nummer 807. De oppervlakte van het plangebied bedraagt 3.310 m². De gronden zijn in eigendom van BrabantWonen.

1.3

Leeswijzer

Na deze inleiding volgt een hoofdstuk waarin een omschrijving van de huidige situatie van het plangebied is opgenomen. In het hoofdstuk daarna wordt het plan / initiatief omschreven. In hoofdstuk 4 wordt het initiatief getoetst aan relevant nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de milieuhygiënische en planologische aspecten met betrekking tot de ontwikkeling. Hoofdstuk 6 bevat een uiteenzetting van de inhoud van de bestemmingsregeling. Tenslotte worden in hoofdstuk 7 de economische haalbaarheid besproken en in hoofdstuk 8 wordt ingegaan op de inspraak en het vooroverleg.

9

10

Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1

Beschrijving locatie en ligging in de stad

De locatie aan de Graafseweg 294 is gelegen aan de rand van de wijk Graafsewijk, aan de oostzijde van de stad 's-Hertogenbosch. Het plangebied bevindt zich aan het einde van de Graafseweg op een zichtlocatie vanaf de aangrenzende rotonde. In de huidige situatie is er ter plaatse van het plangebied een kantoorpand aanwezig.

ZICHT VANUIT DE AANGRENZENDE ROTONDE

11

2.2

Ruimtelijke structuur

Ten noorden wordt het plangebied begrenst door de Aartshertogenlaan. Deze weg, bedoeld voor bestemmingsverkeer, is een rustige weg. Aan de weg zijn voornamelijk twee-onder-één-kapwoningen gelegen. Aan de andere zijde van de Aartshertogenlaan ligt een breed fietspad en park. Ten oosten ligt de rotonde welke de Graafseweg verbindt met de Victorialaan en de Hintham. Ten zuiden wordt het plangebied begrenst door de Graafseweg en de parallel gelegen ventweg. De Graafseweg verbindt de woonwijk Hintham met het centrum van 's-Hertogenbosch en betreft hiermee een drukke verbindingsweg. Direct ten zuidwesten van het plangebied zijn hier voornamelijk twee-onder-één-kapwoningen gelegen. Tevens is hier het tuincentrum 'GroenRijk Den Bosch' gevestigd. Verder westelijk ten opzichte van het plangebied ligt de woonwijk Graafsewijk. Aan de overzijde van de Graafseweg zijn ook voornamelijk twee-onder-één-kapwoningen gelegen. Onderstaande afbeelding geeft de directe omgeving van het plangebied weer. Het plangebied is hierin weergegeven.

HUIDIGE BEGRENZING EN INRICHTING PLANGEBIED

Binnen het plangebied zijn slechts enkele bomen aanwezig, maar In de directe omgeving van het plangebied is veel groen aanwezig in de vorm van bomenrijen langs de hoofdwegen. Daarnaast is aan de noordzijde het thans benoemde park gelegen met een robuuste groenstructuur. Ten noorden hiervan is oppervlaktewater in de vorm van een waterpartij gelegen. In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig.

2.3

Functionele structuur

In de huidige situatie is er sprake van een lichte functiemenging in de directe omgeving van het plangebied. Het plangebied zelf betreft een kantoorgebouw, daarnaast is op steenworp afstand van het plangebied een tuincentrum gesitueerd. Ten noorden van de Aartshertogenlaan zijn de sportvoorzieningen van het 'Sportiom' en het stadion van FC Den Bosch gelegen. Ten zuiden en westen van het plangebied bestaat de omgeving uit woningen.

12

BEBOUWING PLANGEBIED, KANTOOR BRABANTWONEN

Zoals thans vermeld gaat het bij de Graafseweg en de Aartshertogenlaan in de directe omgeving voornamelijk om twee-onder-één-kapwoningen. Daarnaast zijn in aanvulling hierop tevens enkele rijwoningen en vrijstaande woningen aanwezig aan de Graafseweg. De bebouwing in de directe omgeving komt uit de jaren '30, '40, '50 en '60 van de vorige eeuw. Onderstaande afbeeldingen geven een impressie van de bebouwing in de directe omgeving.

BEBOUWING GRAAFSEWEG

13

BEBOUWING AARTSHERTOGENLAAN

2.4

Geldend bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied geldt bestemmingsplan 'Graafsewijk - Aawijk 2017'. Dit bestemmingsplan is op 12 december 2017 vastgesteld en is geheel onherroepelijk in werking. Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de vigerende verbeelding.

UITSNEDE BESTEMMINGSPLAN GRAAFSEWIJK - AAWIJK 2017

14

Binnen het plangebied geldt de bestemming 'Kantoor'. Deze gronden zijn bestemd voor kantoren en ondergeschikte verkeers- en groenvoorzieningen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, tuinen, erven en terreinen. Binnen het plangebied is een bouwvlak opgenomen, waarbinnen verschillende maatvoeringseisen, met betrekking tot de maximale bouwhoogte, gelden. Tevens bevat het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 6'. Deze dubbelbestemming verplicht archeologisch onderzoek bij bodemingrepen dieper dan 50 cm en met een oppervlakte van meer dan 100 m2. Dit staat nader beschreven in paragraaf 5.15. Conclusie Het planvoornemen betreft de realisatie van 45 huurappartementen. Binnen de bestemming 'Kantoor' is de realisatie van woningen niet toegestaan. De gemeente 's-Hertogenbosch heeft echter aangegeven medewerking te willen verlenen aan het voorliggend initiatief. Om het initiatief juridisch-planologisch mogelijk te maken dient het vigerende bestemmingsplan te worden herzien.

15

16

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving In dit hoofdstuk is het plan beschreven. Aan de orde komen de bebouwing en het gebruik, verkeer en parkeren, de openbare ruimte en groenstructuur.

3.1

Bebouwing

Ter plaatse van het plangebied wordt een appartementencomplex gerealiseerd met in totaal 45 sociale huurappartementen. Er worden in totaal 17 tweekamer-appartementen gebouwd en 28 driekamer-appartementen. Alle appartementen worden voorzien van een privé balkon. Tevens worden er 45 privé bergingen gerealiseerd binnen het plangebied. In het kader van de stedenbouwkundige opzet is er rekening gehouden met de omringende bebouwing en bouwhoogte. Aangezien voorliggend plangebied op een zichtlocatie ligt is het van belang dat het ontwerp goed wordt ingepast in de directe omgeving. De welstandscommissie heeft in december 2021 positief geadviseerd over het plan, waarbij verdere uitwerking van het plan inclusief groen en terreininrichting werd gevraagd. In het voorjaar van 2022 heeft deze uitwerking samen met de gemeente plaatsgevonden en geleid tot voorliggend plan. Het nieuwe pand bestaat uit 4 bouwlagen (begane grond t/m 3e verdieping). De begane grond en de eerste verdieping beslaan het hele bouwvlak. De tweede en derde verdieping zijn iets teruggezet aan de westzijde van het perceel. Door de bebouwing op deze manier trapsgewijs op te laten lopen sluit het beter aan bij de naastgelegen bebouwing.

17

SITUATIETEKENING BOUWPLAN

IMPRESSIE ZICHT VANAF GRAAFSEWEG RICHTING HOOFDENTREE

18

IMPRESSIE ZICHT VANAF AARTSHERTOGENLAAN

IMPRESSIE ZICHT VANAF AARTSHERTOGENLAAN OP PARKEERHOF

19

IMPRESSIE ZCHT VANAF GRAAFSEWEG RICHTING ROTONDE

BEGANE GROND

1E VERDIEPING

TWEEDE VERDIEPING

3E VERDIEPING

20

DAKPLAN MET SEDUM EN PV PANELEN

3.2

Gebruik

Binnen het plangebied zijn 45 wooneenheden voorzien, 45 privé bergingen, 38 parkeerplaatsen en een binnentuin. Het gebied zal als woonerf in gebruik worden genomen.

3.3

Verkeer en parkeren

3.3.1 Ontsluiting Het plangebied zal worden ontsloten via zowel de Aartshertogenlaan als via de parallel gelegen ventweg langs de Graafseweg. Verkeerskundig levert deze ontsluiting geen problemen op. 3.3.2 Verkeer De realisatie van 45 appartementen heeft invloed op de verkeersgeneratie. De digitale publicatie "ASVV 2012'' (CROW) bevat kencijfers voor de verkeersgeneratie van diverse functies. De gemeente 's-Hertogenbosch wordt aangeduid als sterk stedelijk gebied, waarin de locatie van het plangebied binnen de gemeente tot de rest van de bebouwde kom behoort. In het als bijlage 1 opgenomen Verkeer en parkeeronderzoek (Goudappel, 009730.20210705.N1.05 oktober 2023) is de verkeersgeneratie van de bestaande en nieuwe situatie bepaald. Hierna zijn de resultaten opgenomen. Oorspronkelijke situatie Binnen het plangebied bestaat in de oorspronkelijke planologische situatie het aantal verkeersbewegingen uit het voormalige kantoor van BrabantWonen (kantoor met baliefunctie). De verkeersbewegingen voor dit kantoor zullen door de voorgenomen ontwikkeling ophouden te bestaan. In de onderstaande tabel is de berekening van de verkeersaantrekkende werking (conform de bovengenoemde CROW-publicatie) uiteengezet voor de ligging in de schil van het centrum in matig stedelijk gebied. Onderdeel Kantoor (met baliefunctie) Totaal

Verkeersgeneratie 10,6 per 100 m² bvo

Grootte 2.775 m² bvo

Totaal 294,2 294,2

Op basis van bovenstaande berekening kan worden gesteld dat de oorspronkelijke situatie gemiddeld zorgde voor 294 verkeersbewegingen per etmaal. Per werkdag is het gemiddelde 294 x 1,33 = 391 verkeersbewegingen. 21

Nieuwe situatie Binnen het plangebied bestaat in de nieuwe situatie het aantal verkeersbewegingen uit één onderdeel: de sociale huurappartementen (huur, appartementen, midden/goedkoop). In de onderstaande tabel is de berekening van de verkeersaantrekkende werking uiteengezet. Onderdeel Huur, appartementen, midden/goedkoop Totaal

Verkeersgeneratie 3,6 per woning

Aantal 45 woningen

Totaal 162,0 162,0

Op basis van bovenstaande berekening kan worden gesteld dat de nieuwe situatie gemiddeld zorgt voor 162 verkeersbewegingen per etmaal. Per werkdag is het gemiddelde 162 x 1,11 = 180 verkeersbewegingen. Het planeffect bedraagt hiermee een afname van 391 - 180 = 211 motorvoertuigbewegingen gedurende een werkdagetmaal. Ook in de beide spitsperioden neemt de verkeersgeneratie af. Wel vindt door de functiewijziging een verschuiving plaats tussen aankomende en vertrekkende verkeersbewegingen in de spitsperioden. Conclusie Onderhavig planvoornemen genereert gemiddeld 211 verkeersbewegingen minder per werkdagetmaal dan de voormalige functie. Het aantal verkeersbewegingen door de realisatie van het planvoornemen zal daarom niet leiden tot problemen op de omliggende wegen, omdat deze wegen de huidige hogere verkeersintensiteiten ook kunnen verwerken. 3.3.3 Parkeren Bij het toelaten van initiatieven moet inzichtelijk zijn dat in de parkeerbehoefte van auto's en fietsen voorzien kan worden. Dat moet in principe op eigen terrein. Wanneer dat niet mogelijk is en er binnen loopafstand geen parkeerruimte is kan dat leiden tot ruimtebeslag voor (meer) parkeren in de openbare ruimte. Dit ruimtebeslag mag de verkeersveiligheid en een goed woon- en leefklimaat niet aantasten. Op 12 oktober 2021 is de nota 'Parkeernormering 2021 auto en fiets' in de raad vastgesteld.

Conform gemeentelijk beleid is de ontwikkellocatie gesitueerd in zone 3 (bebouwde kom binnen de ring).

UITSNEDE PARKEERZONES

22

Om het aspect 'parkeren' inzichtelijk te maken heeft Goudappel Coffeng een onderzoek naar parkeren en verkeer uitgevoerd, rapport: ''Parkeren en verkeer Graafseweg 294; parkeerkundige onderbouwing'' (oktober 2023 009730.20210705.N1.05). Dit rapport is als bijlage 1 bijgevoegd. Hierna zijn de resultaten samengevat. Autoparkeren De gemeente 's-Hertogenbosch beschikt over specifieke parkeernormen voor sociale huurappartementen in zone 3:  0,7 parkeerplaatsen per woning voor het bewonersdeel;  0,2 parkeerplaatsen per woning voor het bezoekersdeel. De parkeerplaatsen op eigen terrein zijn te gebruiken voor zowel de bewoners als de bezoekers van de te realiseren woningen. Hierdoor kan dubbelgebruik van de parkeerplaatsen worden toegepast. Aan de hand van het functieprogramma en de gemeentelijke parkeernormen is de parkeerbalans berekend. De ongewogen parkeervraag van de ontwikkeling (zonder dubbelgebruik) bedraagt afgerond 41 parkeerplaatsen. Bij toepassing van dubbelgebruik is het parkeerkundig maatgevend moment de werkdagavond. Met een parkeervraag van afgerond 36 parkeerplaatsen op de werkdagavond en een parkeercapaciteit van 30 parkeerplaatsen is binnen de ontwikkeling sprake van een tekort van 6 parkeerplaatsen om in de toekomstige situatie te voldoen aan de volledige eigen parkeerbehoefte.

IMPRESSIE ZICHT VANAF GRAAFSEWEG OP PARKEERHOF

Op eigen terrein is geen ruimte om de parkeercapaciteit uit te breiden. Het gemeentelijk beleid maakt het mogelijk om het tekort van zes parkeerplaatsen op te vangen in de openbare ruimte. Om aan te tonen in hoeverre dit een passende parkeeroplossing biedt, is een parkeerdrukmeting uitgevoerd in de omgeving. Op de gemeten momenten ligt de parkeerdruk in het onderzoeksgebied ruim onder de gemeentelijke maximale parkeerdruk van 85%. Tijdens de werkdagavond (19.00 uur) is de hoogste parkeerdruk gemeten met een bezetting van 53%. Gedurende dit moment is in de directe omgeving van het plangebied een restcapaciteit van 29 parkeerplaatsen beschikbaar. Voldoende om een tekort van 6 parkeerplaatsen op te kunnen vangen. Uit de resultaten blijkt in de secties binnen een loopafstand van 100 meter namelijk voldoende restcapaciteit beschikbaar om het parkeertekort op te vangen. De hoogst gemeten parkeerbezetting in deze secties is namelijk 35% op de zaterdagmiddag. Het parkeren kan hiermee worden voorzien in de parkeersecties direct langs de ontwikkellocatie.

23

Fietsparkeren Het gemeentelijk parkeerbeleid van 's-Hertogenbosch heeft eveneens fietsparkeernormen voor aan te leggen stallingsplaatsen voor de fiets. Binnen de ontwikkeling wordt conform opgave opdrachtgever voorzien in niet-gemeenschappelijke afsluitbare bergruimtes conform bouwbesluit voor het faciliteren van de fietsparkeerbehoefte van de toekomstige bewoners. Het bepalen van de benodigde stallingscapaciteit van deze voorziening wordt bepaald aan de hand van het gemeentelijk beleid. Stallingsbehoefte bewoners Binnen de ontwikkeling worden de volgende woningtypen gerealiseerd met bijbehorende fietsparkeernorm:  

5 appartementen >80 m2: 4 fietsparkeerplaatsen per appartement; 40 appartementen 40 - 80 m2: 3 fietsparkeerplaatsen per appartement;

Binnen de ontwikkeling wordt voorzien in de realisatie van afzonderlijke bergingen waarbij ieder appartement de beschikking krijgt over een eigen berging conform bouwbesluit. Het gemeentelijk beleid hanteert als uitgangspunt dat iedere berging hierbij een rekenkundige capaciteit heeft van twee stallingsplekken. De resterende stallingsbehoefte van de bewoners wordt opgevangen in de openbare ruimte rond het gebouw.

Uit bovenstaande tabel blijkt dat de totale resterende stallingsbehoefte van de bewoners in totaal 50 stallingsplaatsen omvat. Naast de individuele bergingen is op eigen terrein capaciteit en ruimte voor 52 fiets-stallingsplaatsen voorzien (zie onderstaande afbeelding). Deze bergingen zijn voldoende groot voor de stalling van speciale fietsen (bakfietsen) en scootmobielen. Daarnaast zullen In de bergingen de vereiste elektrapunten voor scootmobiel, elektrische fietsen worden aangelegd. Stallingsbehoefte bezoekers Voor de stallingsbehoefte van bezoekers wordt conform gemeentelijk beleid aangesloten bij de richtlijn van het CROW, dat voorschrijft om in de openbare ruimte te voorzien in minimaal 0,5 fietsparkeerplaatsen per woning. Binnen de ontwikkeling worden 45 woningen gerealiseerd. De totale bezoekersvraag hiermee bedraagt afgerond 45 x 0,5 = 23 stallingsplaatsen voor bezoek. Binnen de ontwikkeling is hiervoor capaciteit en ruimte voorzien op de kop van het kavel (zie onderstaande afbeelding).

24

In onderstaande tekeningen en bijlage 2 is de ligging van de fietsparkeerplaatsen zichtbaar.

INRICHTING OPENBAAR GEBIED MET IN ROOD FIETSPARKEERPLAATSEN AANGEDUID

Conclusie Onderhavig planvoornemen leidt tot een parkeervraag van 36 autoparkeerplaatsen en 73 fietsparkeerplaatsen in de openbare ruimte. Deze parkeervraag kan binnen het plangebied en directe omgeving worden opgelost.

25

3.4

Inrichting buitenruimte

Voor de beoogde bebouwing aan de Graafseweg 294 is een inrichtingsplan gemaakt (zie bijlage 2) op basis van onderstaand concept, waarin het ontmoeten bij de entrees en in de gezamenlijke binnentuin belangrijke uitgangspunten zijn.

De groene inrichting bestaat uit een aaneengesloten groene rand rondom het gebouw en een gezamenlijke binnentuin. Dit groen zorgt voor een goede overgang en inpassing van gebouw naar de omgeving. Daarnaast kan hiermee een natuurinclusieve inrichting van zowel terrein als gebouw worden gerealiseerd.

INRICHTING OPENBAAR GEBIED

26

Parkeerhof Aan de westzijde liggen de parkeerplaatsen. De parkeerplaats is opgedeeld in twee delen. In het midden komt een 'groen eiland' en tussen de parkeerplaatsen komen nieuwe bomen (2 bestaande bomen blijven gehandhaafd). De parkeerplaatsen krijgen grasbetonstenen, zo kan het regenwater de grond intrekken en ontstaan er een groen beeld met minder verharding.

Buitenzijden De overige zijden van het gebouw krijgen tussen trottoir en gebouw een groenstrook, deze strook werkt als een soort 'voortuin van het gebouw'. De invulling van deze groenstrook bestaat uit een mix van bloeiende vaste planten en struiken en solitaire meerstammige struiken. Daarnaast komt er op verschillende plekken gevelgroen. Hierdoor krijgt het gebouw een extra groene uitstraling, goed voor de biodiversiteit, klimaatadaptatie en levert een fraai beeld op.

27

Binnentuin De binnentuin krijgt diverse zitplekken om het ontmoeten te bevorderen. De vaste zitbanken maken onderdeel uit van de plantvakken waarmee centraal in de ruimte de zitplekken op vlonders ontstaan en richting de voordeuren van de appartementen een groene afschermende zone ontstaat. Naast enkele grotere bomen, die ook groen naar de hogere verdiepingen brengen, wordt de binnentuin ingericht met heesters en siergrassen

28

Dakplan Naast de groene inrichting van de buitenruimte wordt ook het lage deel van het plat dak (zie onderstaande tekening) voorzien van sedum en krijgt daarmee een groene uitstraling. Het hoge dakdeel wordt benut voor zonne-energie door middel van plaatsing PV-panelen.

DAKPLAN MET SEDUM EN PV PANELEN

29

3.5

Groenstructuur

De groenstructuur binnen en rondom het plangebied bestaat voornamelijk uit bestaande bomen. Om te beoordelen of de bestaande bomen gehandhaafd konden blijven is er een boomeffectanalyse uitgevoerd. Na dit onderzoek zijn de uitkomsten gebruikt voor het ontwerp van de bebouwing en het ontwerp van de buitenruimte. Boomeffectanalyse Door Econsultancy uit Boxmeer is een boomeffectanalyse uitgevoerd ter plaatse van het plangebied, rapport: ''Boomeffectanalyse Graafseweg 294 te 's-Hertogenbosch'' (14 mei 2021, 15572.007). De rapportage is opgenomen in bijlage 3. Op onderstaande afbeelding zijn de verschillende bomen in en rondom het plangebied weergegeven.

POSITIE BOMEN

Econsultancy concludeert het volgende: 

Boom 3 tot en met 16 zijn in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden te behouden. Deze bomen staan buiten de onderzoekslocatie en er worden daarom als gevolg van de werkzaamheden geen negatieve effecten verwacht. Tijdens de uitvoering van de sloop- en bouwwerkzaamheden kan echter wel directe- en indirecte schade ontstaan. Daarom wordt geadviseerd de bomen en groeiplaatsen voorafgaand aan de werkzaamheden te beschermen. Boom 1 en 2 zijn in relatie tot de voorgenomen werkzaamheden zonder maatregelen niet duurzaam te behouden. Boom 1 staat op circa 3,0 meter van de bestaande bebouwing. Bij de sloop van het bestaande gebouw zal naar verwachting ernstige schade ontstaan aan de boom en groeiplaats. Daarnaast is boom 1 gesitueerd binnen de contouren van de parkeerplaats. Deze boom is op de huidige standplaats op voorhand niet te behouden. Boom 2 is gesitueerd op circa 2,5 meter ten noorden van de parkeerplaats. Bij de aanleg van de parkeerplaats zal naar verwachting 20 tot 30% van het totale wortelvolume verloren gaan. Daarnaast worden minimaal 2 forse wortels (Ø 5 en 8 centimeter) verwijderd. Als gevolg van het wortelverlies zal de conditie en de toekomstverwachting van de boom afnemen. De bomen verkeren beide in goede conditie en zijn vrij van gebreken. De bomen zijn mogelijk middels het instellen van een verboden zone op de huidige standplaats te behouden.

Daarnaast is het naar verwachting mogelijk de bomen middels verplanting op een andere standplaats te behouden.

Conclusie De bestaande bomen en groenstructuren binnen het plangebied worden zoveel mogelijk behouden. 30

Ontwerpbuitenruimte In voorgaande paragraaf is de inrichting van de buitenruimte beschreven. Daarin zijn meerdere groenstructuren opgenomen. Omdat vanuit het beleid gewenst is een minimale hoeveelheid en kwaliteit gewenst van deze groenstructuren zijn in onderstaande paragrafen de kwantitatieve groenscore en kwalitatieve biodiversiteitscore beschreven. Kwantitatieve groenscore Het project/plan is tevens getoetst aan de groennorm uit de Visie Groen en Klimaatbestendig 's-Hertogenbosch en de Verordening Bomen, Water en Groen 's-Hertogenbosch 2021. Ten gevolge van het projectplan komt er minder verharding. De groennorm is van toepassing bij een toename aan verharding van meer dan 500 m2. De groennorm is dan ook geen voorwaarde voor het realiseren van dit plan. Het voldoen aan deze normen is wel in lijn met de ambities voor een groen en klimaatbestendig 's-Hertogenbosch en wordt daarom wel getoetst. De groennorm kent twee onderdelen: de kwantitatieve groenscore en de kwalitatieve (biodiversiteit) score. In onderstaande afbeeldingen is deze kwantitatieve groenscore berekend (zie ook bijlage 4 en 5). Uit deze berekening kan geconcludeerd worden dat de groenscore (inclusief groen dak, groene gevel en kroonprojectie van de bomen) op 111% uitkomt. Hiermee is voldoende groen in het plan opgenomen.

KWANTITATIEVE GROENSCORE

Kwalitatieve biodiversiteitscore De Kwalitatieve biodiversiteitscore is in onderstaande afbeelding (en bijlage 6) zichtbaar.

31

KWALITATIEVE BIODIVERSITEITSCORE

Ad. A

Ad. B1 Ad. B2

32

De groenscore is totaal 111%. Deze is tot stand gekomen aan de hand van het scoresysteem kwantitatieve groenscore. Hiervoor is het volgende meegenomen in de berekening: Beplanting op maaiveldniveau 50% van de oppervlakte van de grasbetonstenen (parkeerplaats) 75% van de oppervlakte van het groene dak Een vermenigvuldiging van 4x van de oppervlakte van de groene gevels Een vermenigvuldiging van 4x van de oppervlakte van de kroonprojectie bomen Zie ook bijlage 5 Er blijven twee bestaande bomen gehandhaafd op de parkeerplaats. Het terrein bestond eerst met name uit verharding en groepen sierheesters als plantsoen waardoor er weinig diversiteit was. In het nieuwe plan wordt bij het maken van het beplantingsplan rekening gehouden met diverse beplantingslagen. Op het terrein wordt gebruik gemaakt van inheems bloemrijk grasland, inheemse heesters als solitair en clusters (schuil- en voedselbosje), inheemse bomen, gemende hagen, sier- en vlinderlokkende vaste planten, siergrassen en bodembedekkers. Daarnaast is gekozen voor biologische vaste planten en planetproof heesters. Zie ook bijlage 2

Ad. C1

Ad. C2 Ad. D

Bij de soortkeuze van de bomen, heesters en hagen wordt rekening gehouden met inheems plantenmateriaal welke van origine in de omgeving voorkomen. Voor de onderbeplantingen van vaste planten wordt zoveel mogelijk gekozen de combinatie van inheemse beplanting, soorten welke toekomstbestendig zijn en soorten welke dienen als drachtplanten voor bijen en vlinder. Alle beplantingen bestaande uit bomen, heesters en vaste planten worden gekozen op nectar- en pollenwaarden. In het plan worden nestkasten en insectenhotels toegepast.

De Kwalitatieve biodiversiteitscore komt uit op 9 punten, waarmee voldaan wordt aan de minimale eisen ten aanzien van biodiversiteit. Zoals te zien in bovenstaande afbeeldingen en bijlagen voldoet het plan aan de Visie Groen en Klimaatbestendig 's-Hertogenbosch en de Verordening Bomen, Water en Groen 's-Hertogenbosch 2021.

33

34

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is één integrale visie, waarin het duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland tot 2050 staat omschreven. Het uitgangspunt van deze visie is dat ruimtelijke ingrepen niet afzonderlijk van elkaar kunnen plaatsvinden, maar dat ze van elkaar afhankelijk zijn. Naar verwachting zal de NOVI op 1 januari 2022 in werking treden. Op 20 juni 2019 is het Ontwerp van de NOVI verschenen. In de NOVI benoemt het Rijk benoemt 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de maatschappelijke opgaven en de rol van het Rijk in het uitvoeren van deze opgaven. De maatschappelijke opgaven zijn in vier prioriteiten samengevat: 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Bovendien is de druk op de fysieke leefomgeving in Nederland groot, waardoor verschillende belangen betreft ruimtelijke ontwikkelingen nu en dan botsen. Hoewel wordt gestreefd het implementeren van de diverse belangen, is dit niet altijd mogelijk. Soms dienen scherpe keuzes gemaakt worden en moeten belangen afgewogen worden. Om dit te bewerkstelligen omvat de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan vóór enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Conclusie Voorliggend plan voorziet in een nieuwe ruimtelijke kwaliteit op een terrein waarop in de huidige situatie een kantoorpand staat van BrabantWonen. Het initiatief draagt bij aan een goede woon- en leefomgeving in de gemeente 's-Hertogenbosch. De in de NOVI genoemde nationale belangen worden door de voorgenomen ontwikkeling niet geschaad.

35

4.1.2 Besluit ruimtelijke ordening: Ladder voor duurzame verstedelijking Met het doel de ruimte zorgvuldig en duurzaam te gebruiken, is de Ladder voor Duurzame Verstedelijking opgesteld. Deze is verankerd in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (versie 1 juli 2017). Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen moet worden aangetoond dat deze voorzien in een behoefte, en moet - in geval van de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvindt - een motivering worden opgenomen waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Projecten die meer dan twaalf woningen bevatten worden op basis van jurisprudentie als stedelijke ontwikkeling gezien. Het initiatief omvat de realisatie van 45 woningen. De Ladder van duurzame verstedelijking is op het initiatief van toepassing. De ontwikkeling dient nader te worden gemotiveerd. Kwalitatieve verantwoording Met het planvoornemen worden binnen bestaand stedelijk gebied 45 woningen gerealiseerd. De bouw van deze 45 (sociale huurwoningen sluit in kwalitatieve zin aan bij het van toepassing zijnde beleid en de woningbehoefte in de gemeente. Op basis van de Woonvisie 's-Hertogenbosch en het Bestuursakkoord 2022-2026, zie ook paragraaf 4.3.2, is bouwen binnen bestaand stedelijk gebied (inbreiding, herstructurering en transformatie) één van de uitgangspunten.

Dit onder de voorwaarden dat het stedenbouwkundig en planologisch passend en milieutechnisch mogelijk is. Dit is in hoofdstuk 2 en 5 van deze toelichting aangetoond. Daarnaast dient het planvoornemen aan te sluiten bij de doelstellingen van de Woonvisie. Met het realiseren van 45 sociale huurwoningen die geschikt zijn voor 1- en 2-persoonshuishoudens wordt bijgedragen aan de doelstelling van (minimaal) 30% sociale huur binnen het stedelijk bouwprogramma en aan de prestatieafspraak om in de periode 2022 t/m 2030 (tenminste) 3150 sociale huurwoningen te realiseren. Ook levert de nieuwbouw een bijdrage aan de doorstroming op de woningmarkt. . Kwantitatieve verantwoording De gemeente 's-Hertogenbosch beschikt over een gemeentelijk uitvoeringsprogramma dat aansluit bij de kaders van de gemeentelijke Woonvisie en past binnen de Regionale woonafspraken (zie ook Interim Omgevingsverordening provincie Noord-Brabant). Uitgangspunt voor de Regionale woonafspraken is de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose, deze is per gemeente richtinggevend. De meest recente bevolkings- en woningbehoefteprognose van de provincie Noord Brabant (september 2020) onderstreept de noodzaak voor een stevig woningbouwprogramma. Volgens deze prognose moet de woningvoorraad van 's-Hertogenbosch groeien met 8.175 van 72.990 woningen in 2020 naar 81.165 woningen in 2030.

Ook daarna wordt nog een stevige groei in de woningbehoefte voorzien, die pas na 2035 iets gaat afvlakken. De woningbouwplannen in vastgestelde en vigerende bestemmingsplannen (harde plancapaciteit) en de voorgenomen woningbouwontwikkelingen (zachte plancapaciteit) worden jaarlijks via een door de gemeente in te vullen matrix gemonitord door de provincie Noord-Brabant. De potentiële woningbouwcapaciteit voor de periode 2022 tot en met 2026 bedraagt 6.500 woningen, waarvan 5.200 woningen zijn opgenomen in harde plannen. Om in de woningbehoefte te kunnen voorzien moet de harde plancapaciteit op orde blijven en dus moeten er jaarlijks gemiddeld voor zo'n 1000 woningen (bestemmings)plannen worden vastgesteld. Het plan maakt overigens al jaren onderdeel uit van de potentiële (zachte) plancapaciteit en kan, na het doorlopen van de benodigde RO-procedures, bijdragen aan het realiseren van de gemeentelijke woningbouwopgave. Conclusie Het planvoornemen past zowel in kwantitatieve als kwalitatieve zin binnen de woningbehoefte in 's-Hertogenbosch en daarmee passend binnen de Ladder voor duurzame verstedelijking.

36

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de omgevingsvisie Noord Brabant vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt na het inwerking treden van de Omgevingswet de provinciale structuurvisie. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit wil zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wilt daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma's Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: 1. werken aan de Brabantse energietransitie; 2. werken aan een klimaatproof Brabant; 3. werken aan een slimme netwerkstad; 4. werken aan een concurrerende, duurzame economie. Deze vier hoofdopgaven staan ten dienste van de basis opgaven: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking.

Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses. Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a. door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma's) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. Analyse Onderhavig plan betreft de bouw van 45 sociale/middeldure huurwoningen. Deze ontwikkeling draagt op de volgende wijze bij aan de 'grote' hoofdopgaven. ad 1.

ad 2.

ad 3.

ad 4.

De energietransitie houdt enerzijds in het verminderen van het energieverbruik en anderzijds de verduurzaming van de energie. De nieuwe woningen binnen het plangebied zullen minstens aan de in het Bouwbesluit en het gemeentelijke duurzaamheidsbeleid opgenomen energieprestatie-eisen moeten voldoen. Nadere uitwerking hiervan zal plaatsvinden in het kader van het bouwplan voor het appartementengebouw. Daar komt dan ook de verduurzaming van de energie aan bod, bijvoorbeeld door het aanleggen van een eigen energievoorziening. Eén van de onderdelen van een klimaatproof Brabant is het zorgen voor een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting. Onderhavig plan wordt gerealiseerd op een plek die hoog en droog genoeg is. Door infiltratie van het hemelwater ter plaatse wordt voorkomen dat er een versnelde afvoer plaatsvindt. Het ontwerp van de woningen en de definitieve inrichting van de percelen kunnen voorts een bijdrage leveren aan de klimaatadaptatie. Dit wordt in het bouwplan nader uitgewerkt. Een duurzame verstedelijking draagt bij aan het komen tot een slimme netwerkstad. Uitbreiding van het bestaand stedelijk gebied is alleen wenselijk vanuit kwalitatieve overwegingen en bij een concrete marktvraag. De 45 woningen worden gerealiseerd binnen het bestaand stedelijke gebied van 's-Hertogenbosch.

Onderdeel van een concurrerende en duurzame economie is het voorzien in een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Door een zorgvuldige inpassing van de woningen wordt een bijdrage geleverd aan de leefomgeving en daarmee aan het vestigingsklimaat.

37

Conclusie Het plan geeft invulling aan bij de opgaven van de Omgevingsvisie Noord-Brabant. 4.2.2 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant De Interim Omgevingsverordening bevat de provinciale regels en randvoorwaarden met een bindende werking over de fysieke leefomgeving. Deze vloeien voort uit de in de Omgevingsvisie genoemde doelen. De Interim Omgevingsverordening is opgesteld naar de gedachtegang van de nieuwe Omgevingswet die naar verwachting op 1 januari 2021 in werking zal treden. De Interim omgevingsverordening (IOV) heeft een opbouw naar de verschillende doelgroepen. Voor onderhavig plan zijn in beginsel uitsluitend de in hoofdstuk 3 opgenomen "Instructieregels aan gemeenten" aan de orde. De afdelingen in dat hoofdstuk zijn als volgt te onderscheiden (waarbij de volgorde is omgekeerd ten behoeve van vergroting van de toepasbaarheid):   

afdelingen 3.5 tot en met 3.7: de toedeling van functies; afdelingen 3.2 tot en met 3.4: de bescherming van gebiedskenmerken; afdeling 3.1: de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies.

Het plangebied is onderdeel van het stedelijke gebied. In beginsel zijn daar conform artikel 3.42 IOV woningen toegestaan, mits voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden. Hieronder is dit artikel overgenomen en wordt aan de voorwaarden getoetst. 4.2.2.1 De toedeling van functies ''Artikel 3.42 - duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1 Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; Onderhavig planvoornemen past binnen de regionale afspraken als bedoeld in afdeling 5.4. Onderhavig planvoornemen is opgenomen in het gemeentelijke woningbouwprogramma. b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Onderhavig planvoornemen zorgt voor een herontwikkeling van een oude kantoorslocatie en de realisatie van een hoogwaardige woonlocatie waarmee invulling gegeven wordt aan de doelstellingen in de woonvisie. Deze ontwikkeling zal minstens aan de in het Bouwbesluit en het gemeentelijke duurzaamheidsbeleid opgenomen energieprestatie-eisen moeten voldoen. Daarnaast wordt deze woonlocatie gerealiseerd als stedelijke inbreiding, waardoor binnen het concentratiegebied van de gemeente 's-Hertogenbosch de stedelijke opgaven worden verwezenlijkt.

Lid 2 Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; Onderhavig planvoornemen voldoet aan alle uitvoeringsaspecten. Deze worden nader toegelicht in hoofdstuk 5. b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; Onderhavig planvoornemen zal zorgen voor de sloop van een kantoorpand en zal de realisatie van een hoogwaardige woonlocatie binnen de stad 's-Hertogenbosch verzorgen. Hiermee draagt dit planvoornemen bij aan de transformatie van verouderde stedelijke gebieden. c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; Onderhavig planvoornemen voorziet met de sloop van een kantoorpand en de realisatie van een hoogwaardige woonlocatie in mogelijkheden voor duurzaam gebruik van de bebouwing. Dit wordt verder uitgewerkt in het bouwplan behorende bij dit planvoornemen. d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; 38

Onderhavig planvoornemen voldoet aan de in hoofdstuk 5.11 benoemde eisen voor de opvang en afvoer van hemelwater. Hiermee wordt voldaan aan dit sublid. e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; Onderhavig planvoornemen zorgt niet voor een verandering/aanpassing met betrekking tot duurzame mobiliteit. Dit sublid is niet van toepassing. f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Onderhavig planvoornemen draagt met de realisatie van 45 woningen bij aan de continuïteit van 's-Hertogenbosch als woon-/verblijfslocatie. Daarnaast wordt de gemeentelijke economie gestimuleerd doordat de bewoners van deze locatie normaliter uitgaven binnen de gemeentegrens doen. 4.2.2.2 De bescherming van gebiedskenmerken Ter plaatse van het plangebied geldt het gebiedskenmerk 'stalderingsgebied'. Het artikel 2.72 IOV stelt regels aangaande de ontwikkeling van veehouderijen. Onderhavig plan omvat geen veehouderijen. Er hoeft derhalve geen nadere toetsing plaats te vinden.

4.2.2.3 De basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Om te komen tot een goede omgevingskwaliteit moet rekening gehouden worden met zorgvuldig ruimtegebruik, de waarden in het gebied (toepassing lagenbenadering) en meerwaardecreatie. Er is sprake van een zorgvuldig ruimtegebruik, omdat de nieuwe woningen worden gerealiseerd binnen het bestaand stedelijke gebied van 's-Hertogenbosch op een voormalige kantoorlocatie, waarbij verloedering van het plangebied wordt tegengegaan. Het planvoornemen leidt tot de toevoeging van 45 extra woningen binnen de stad 's-Hertogenbosch, waarbij de woningen aansluiten bij de doelstellingen geformuleerd in de woonvisie (paragraaf 4.3.2). Er is daarmee tevens een waardecreatie in het algemeen belang.

4.2.2.4 Conclusie Het plan past binnen het beleid van de Interim Omgevingsverordening.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1 Structuurvisie In juni 2003 heeft de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch de Ruimtelijke StructuurVisie vastgesteld, met de ondertitel 'Stad tussen stromen'. De Ruimtelijke StructuurVisie geeft richting aan de ruimtelijke ambities van de stad. Op 28 januari 2014 heeft de gemeenteraad de actualisatie van de structuurvisie uit 2003 vastgesteld. In deze geactualiseerde structuurvisie integreert gemeente het provinciaal beleid. De geactualiseerde structuurvisie bevat een integrale visievorming voor lange termijn, 10 jaar met een doorkijk naar 15 à 20 jaar. De structuurvisie bestaat uit het Ruimtelijk Casco, een visie geformuleerd op het plangebied. Een ruimtelijke analyse van de stad en het gemeentelijk beleid vormen de input voor deze visie. De visie formuleert de ontwikkelingskoers, beschrijft een wensbeeld van de stad voor de lange termijn en biedt het casco voor concrete projecten en plannen. Het is een toetsingskader, en tegelijkertijd ook een inspiratiekader voor ruimtelijke ontwikkeling. Zo wordt bepaald waar strakke contouren ter bescherming van kwetsbare waarden liggen en kansen voor ontwikkeling. En worden locaties aangeduid waar deze ontwikkeling tegen randvoorwaarden mogelijk zijn en afweegbare gebieden voor uitbreidingen en intensiveringen aangewezen.

Het 'ruimtelijk motto' van compacte, complete en contrastrijke stad als het uitgangspunt voor de ruimtelijke ontwikkeling voor de stad blijft gehanteerd, in de overtuiging dat dit de juiste basis biedt voor een duurzame ruimtelijk hoofdstructuur.

39

Analyse Een van de doelstellingen van het woonbeleid in ’s-Hertogenbosch is de woningdifferentiatie in de woonwijken vergroten. In samenwerking met woningcorporaties en marktpartijen wordt gewerkt aan enerzijds het doorbreken van de eenzijdigheid van het woningaanbod in buurten. Anderzijds het bieden van voldoende keuzemogelijkheden aan de inwoners van de stad, in de vorm van een gedifferentieerd en gevarieerd woningaanbod met een eigen identiteit en karakter. Deze ontwikkeling zorgt binnen de woonwijk met voornamelijk grondgebonden (koop)woningen voor een ander woningaanbod met huurappartementen. Een andere doelstelling van het woonbeleid in 's-Hertogenbosch is de "compacte en complete stad". Voorliggend initiatief voorziet in de realisatie van woningen ter plaatse van een inbreidingslocatie in de wijk Graafsewijk. Conclusie Voorliggend initiatief betreft de realisatie van 45 sociale huurappartementen en is daarmee passend binnen het vigerende beleid.

4.3.2 Woonvisie 's-Hertogenbosch Het woonbeleid van de gemeente 's-Hertogenbosch is vastgelegd in de Woonvisie 's-Hertogenbosch. Deze is door de gemeenteraad op 9 juni 2020 vastgesteld. Ontspannen en soms ook spannend wonen, in een sterke stad met leefbare buurten en dorpen. Waar inwoners trots zijn op hun woonplaats en iedereen zoveel als mogelijk kan wonen in een woning die aansluit bij hun woonwensen en mogelijkheden. Dat is het doel. Om dit te bereiken zijn er vier opgaven geformuleerd:    

Passend en betaalbaar wonen voor iedereen; leefbare en inclusieve buurten; Toekomstbestendige en duurzame woonvoorraad; strategisch en innovatief woonprogramma.

Passend en betaalbaar wonen Binnen deze opgave gaat extra aandacht uit naar starters en (lage) middeninkomens. We zetten in op het realiseren van divers en passend woningaanbod, met nadruk op de toenemende groep 1 en 2 persoonshuishoudens. Om de voorraad passend te blijven houden, wordt er een flexibele schil gerealiseerd, voor o.a. spoedzoekers. Daarnaast is er aandacht voor het huisvesten van specifieke doelgroepen, waaronder ouderen, mensen met een handicap of psychische kwetsbaarheid, maar ook jongeren, starters en studenten. Leefbare en inclusieve buurten De Woonvisie streeft naar eenheid in verscheidenheid. Interventies in nieuwbouw en de bestaande woningvoorraad versterken de buurt en, zorgen voor een divers aanbod. Daarbij is bijzondere aandacht voor de huisvesting van kwetsbare doelgroepen en het stimuleren van nieuwe woonconcepten en bewonersinitiatieven die bijdragen aan ontmoeting, leefbaarheid en veiligheid. Toekomstbestendige en duurzame woningvoorraad De woonvisie heeft een gezonde, duurzame én flexibel inzetbare woningvoorraad als doel. Een woningvoorraad die ook de toekomstige uitdagingen en veranderende woonwensen aan kan. De opgave ligt hierbij zowel in de nieuwbouw als in de bestaande woningvoorraad.

40

Strategisch innovatief woonprogramma De gemeenteraad heeft als ambitie uitgesproken om 10.500 woningen te realiseren in de periode 2020 – 2030. Daarbij is de ambitie een stedelijke differentiatie over de volgende categorieën:  minimaal 30% sociale huur  minimaal 20% middenhuur en goedkope koop  maximaal 50% dure huur en (middel)dure koop. In het bestuursakkoord 2022-2026 is aanvullend daarop uitgesproken dat voor zachte plannen wordt ingezet op 70% betaalbaar (30% sociale huur, 30% middenhuur en 10% betaalbare koop). Op projectniveau wordt gestreefd wordt naar differentiatie binnen de categorieën. Daarbij is maatwerk in de percentages mogelijk, indien dat bijdraagt aan een leefbare en inclusieve buurt. Analyse In de woonvisie komt sterk naar voren dat er veel vraag is naar betaalbare woningen en dat wordt ingezet op differentiatie in de buurten. Voorliggend initiatief betreft de realisatie van 45 sociale huurappartementen aan de rand van het centrum van 's-Hertogenbosch en past daarmee goed binnen de woonvisie. Conclusie Voorliggend initiatief betreft de realisatie van 45 sociale huurappartementen en is daarmee passend binnen de woonvisie.

4.3.3 Welstand Op 17 mei 2011 heeft de gemeenteraad de 'Actualisering Welstandsnota 2011' vastgesteld. In de Welstandsnota zijn per bebouwingstype architectonische en bouwtechnische welstandscriteria opgenomen. Daarnaast gelden de algemene welstandscriteria als beoordelingskader. Voorliggend plangebied ligt in de wijk Graafsewijk. De Graafsewijk ontstond in de jaren '30. Het betreft een uitbreiding rondom de uitvalswegen vanuit de binnenstad, namelijk de Graafseweg en de Aartshertogenlaan. De Graafsewijk was een typisch voorbeeld van een arbeiderswijk en eenvoudige middenstandswijk. Voor Brabantse begrippen is De Graafsewijk zeer compact en steenachtig. De stedenbouwkundige structuur van de wijk is voornamelijk traditioneel van opbouw met gesloten bouwblokken en een ruimtelijk hiërarchisch vormgegeven stratenpatroon Het grootste deel van De Graafsewijk werd pas na de Tweede Wereldoorlog ontwikkeld. Ook De Graafsewijk had een omvang van enkele duizenden woningen en was sterk georiënteerd op de binnenstad. De bebouwing die na de oorlog ontstond, is zeer sober vormgegeven. De Graafsewijk kreeg een groen karakter door toepassing van halfopen bouwblokken, groenzones, lanen en ruime wijk- en buurtparken. Het stratenpatroon werd ruimtelijk hiërarchisch opgebouwd.

De bebouwing bestond voornamelijk uit eenvoudige rijtjeswoningen met voortuinen en rijtjes haaks op elkaar aan rechthoekige woonhoven. De grootschalige bebouwing werd geprojecteerd op strategische punten. Analyse Voorliggend plangebied betreft een zichtlocatie aan de kop van de Graafseweg, een strategisch punt. Herontwikkeling van het kantoorgebouw als herkenbaar appartementen complex met een alzijdige oriëntatie past hiermee binnen de grootschaliger thematische bebouwing op strategische punten. In hoofdstuk 3 is ingegaan op het inrichtingsplan van het kavel en de aansluiting op de omringende bebouwing. Conclusie Het voorliggende initiatief past als alzijdig gebouw op dit kruispunt van wegen, sluit aan bij de omringende bebouwing en past daarmee binnen de criteria uit de Welstandsnota van de gemeente. Het plan is daarnaast akkoord bevonden door de Welstandscommissie. 41

4.3.4 Bomen Het Bomenbeleidsplan 's-Hertogenbosch is door de gemeenteraad vastgesteld op 29 september 2017. Bij de ruimtelijke procedure vindt een afweging plaats ten aanzien van verschillende functies waaronder groen. De gemeente stelt daarbij voorwaarden ten aanzien van groen. Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij beleidsuitgangspunten uit het Bomenbeleidsplan, zoals het zoveel mogelijk behouden van bomen, het verplanten van bomen en herplant en compensatie van groen. Afspraken over velling, herplant en compensatie wordt bij het plan vastgelegd zodat hierbij aangesloten kan worden bij de uiteindelijke vergunningprocedure. Het kan zowel om behoud als om ontwikkeling van nieuw groen gaan. Bij de ontwikkeling moeten bomen direct in beeld zijn. Hiervoor wordt een bomeninventarisatie uitgevoerd. Hierbij worden alle bomen in beeld gebracht en op waarde beoordeeld. De inventarisatie wordt gebruikt bij het ontwerpproces. De gemeente toetst hierbij de wijze waarop rekening wordt gehouden met de bomen. De inventarisatie bestaat minimaal uit:     

digitaal ingemeten tekening; boomsoorten; stamomvang op 1,30 meter boven maaiveld; kroonomvang; vitaliteit en levensverwachting van de boom.

Hieruit blijkt welke bomen waardevol en te behouden zijn. Deze bomeninventarisatie komt terug in het ontwerp waardoor te zien is welk effect het plan op het bestaande groen heeft. De bomendeskundige gebruikt de bomeninventarisatie vervolgens als basis om eisen te stellen aan inpassing en bescherming. Op deze manier kan worden geborgd dat er voldoende bomen behouden blijven. Analyse In het kader van voorliggend plan is een boomeffectenanalyse uitgevoerd (zie paragraaf 3.5 en bijlage 3). Conclusie Met het uitvoeren van de boomeffectanalyse is het bomenbeleid van de gemeente 's-Hertogenbosch ten uitvoer gebracht.

42

Hoofdstuk 5 Milieu, waarden 5.1

duurzaamheid

en

Inleiding

Dit hoofdstuk geeft weer hoe milieuaspecten een rol hebben gespeeld bij het opstellen van het voorliggende bestemmingsplan. Tussen milieuaspecten en ruimtelijke ordening bestaat een duidelijke relatie. De milieukwaliteit vormt namelijk een belangrijke afweging bij de ontwikkelingsmogelijkheden van ruimtelijke functies. Bij de besluitvorming over het al dan niet toelaten van een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling, dient onderzocht te worden welke milieuaspecten daarbij een rol kunnen spelen. Het is daarnaast van belang om milieubelastende functies (zoals bedrijfsactiviteiten) ruimtelijk te scheiden van milieugevoelige functies (zoals woningen). Andersom moet in de ruimtelijke ordening nadrukkelijk rekening gehouden worden met de gevolgen van ruimtelijke ingrepen voor het milieu. Milieubelastende of hinderlijke situaties moeten voorkomen worden.

5.2

Bedrijven en milieuzonering

Milieuzonering zorgt voor voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te garanderen naast de zorg dat er voor bedrijven voldoende ruimte voorhanden is om de bedrijfsactiviteiten duurzaam en binnen aanvaardbare voorwaarden (normen) uit te kunnen voeren. Richtlijn Bij het beoordelen van de bedrijven (binnen het plangebied of elders gelegen) welke invloed hebben op het plangebied, is gebruik gemaakt de VNG-brochure “Bedrijven en Milieuzonering”. De VNG brochure is een richtlijn, vormt geen wettelijk kader maar heeft als gevolg van jurisprudentie de status van pseudo-wetgeving gekregen. Deze richtlijn biedt kaders om milieuzonering goed in ruimtelijke plannen af te wegen. In de VNG-uitgave staan minimale richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar die gebaseerd zijn op een “gemiddeld” modern bedrijf. Deze richtafstanden gelden vanaf de perceelgrens van het bedrijf waar de bedrijfsactiviteiten plaats kunnen vinden (of de opslagvoorziening of installatie) tot aan de gevel van woningen in een 'rustige woonwijk'.

43

Indien het bedrijf afwijkt door grootte, technische voorzieningen, afschermingen et cetera is het mogelijk om gemotiveerd af te wijken van de (indicatieve) afstanden. De grootste van de vier VNG-richtafstanden (voor geur, stof, geluid of gevaar) is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieu-categorie. De milieucategorie van een bedrijf kan variëren van 1 (een licht bedrijf, met een hinderafstand van 10 meter) tot 6 (een zeer zwaar bedrijf, met een hinderafstand van 1500 meter). Analyse Omgevingstype Het omgevingstype van voorliggend plangebied is een rustige woonwijk. In de omgeving is sprake van matige functiemenging wegens de aanwezigheid van het tuincentrum. Invloed plan op de omgeving Het plan betreft woningbouw. Er is daarom geen sprake van milieutechnische uitstraling op de omgeving. Invloed omliggende inrichtingen op plan

Westelijk van het plangebied is een bestemming ‘Bedrijf’ met functieaanduiding ‘tuincentrum’ gelegen (1). Ten noorden van de Aartshertogenlaan is de bestemming ‘Sport’ aanwezig, met plaatselijk de aanduidingen ‘sportcentrum’ (2) en ‘stadion’ (3). Het sportcentrum omvat onder andere sporthallen en een buitenbad. Ten noorden is tevens een stadion gelegen (3). Hieronder staat een overzicht van de bedrijven in de directe omgeving, de SBI-code, de milieucategorie en de bijbehorende richtafstand, alsmede de werkelijke afstand tussen de perceelsgrens het bedrijf / voorziening tot de rand van het plangebied. bedrijf Graafseweg 244: Tuincentrum Victorialaan 21: Stadion de Vliert Victorialaan 10: Zwem- en sportcentrum Sportiom 44

SBI-code

categorie

4752 931 931

2 4.2 3.1

richtafstand werkelijke afstand vanaf rand plangebied 10 m 14 m 200 m 160 m 30 m 70 m

Hieruit volgt dat plan alleen is gelegen binnen de richtafstand tot het stadion, op basis waarvan nader onderzoek noodzakelijk is. Recente jurisprudentie stelt echter dat het voldoen aan de richtafstand niet garandeert dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarom zijn alledrie de inrichtingen in het onderzoek industrielawaai betrokken (zie bijlage 10 voor de rapportage). In paragraaf 5.3.3 wordt nader ingegaan op het aspect industrielawaai. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling indien wordt voldaan aan de voorwaarden die voortkomen uit het onderzoek industrielawaai (zie paragraaf 5.3.3).

5.3

Geluid

Bij een ruimtelijk plan dient rekening te worden gehouden met geluidsbronnen en de mogelijke hinder of overlast daarvan voor mensen. De beoordeling van het aspect geluid in ruimtelijke plannen vindt zijn grondslag in vooral de Wet geluidhinder en Wet milieubeheer. Daarnaast vindt de beoordeling zijn grondslag in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), op grond van een “goed woon- en leefklimaat”. Het aspect geluid kent voor geluidsgevoelige bestemmingen (zoals woningen) afhankelijk van typen geluidsbronnen een wettelijk kader die van belang zijn bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Zo zijn in de Wet geluidhinder voor geluidsgevoelige bestemmingen (als woningen) grenswaarden opgenomen voor industrielawaai, wegverkeerlawaai en spoorweglawaai. Het stelsel is gericht op het voorkomen van nieuwe geluidgehinderden. 5.3.1 Wegverkeerslawaai Wettelijk kader Langs alle wegen bevinden zich conform de Wet geluidhinder (Wgh) geluidszones, met uitzondering van wegen op woonerven en 30 km/uur-wegen. Binnen de geluidszone van een weg dient de geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige bestemmingen (zoals woningen) aan wettelijke normen te voldoen. De breedte van een geluids-onderzoeks-zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging van de weg (binnen- of buitenstedelijk). De beoogde ontwikkeling ligt binnen de zone van 20 meter van de Graafseweg.

Voor de geluidsbelasting op de gevels van nieuwe geluidsgevoelige functies binnen de wettelijke geluidszone van deze weg geldt een ten hoogst toelaatbare geluidbelasting van 48 dB. Onder voorwaarden is een hogere waarde mogelijk tot 53 dB. Indien uit akoestisch onderzoek blijkt dat de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting van 48 dB wordt overschreden, zijn maatregelen noodzakelijk gericht op het verminderen van de geluidsbelasting aan de gevel. Voor zulke maatregelen wordt onderstaande volgorde aangehouden:   

Bronmaatregelen (bijvoorbeeld aanpassing intensiteiten of soort wegdekverharding) Overdrachtsmaatregelen (bijvoorbeeld geluidsafscherming) Maatregelen bij de ontvanger (bijvoorbeeld aanbrengen extra geluidsisolatie aan de gevel of woningindeling)

Zijn deze maatregelen niet mogelijk, niet gewenst of niet doeltreffend, dan kan de gemeente onder bepaalde voorwaarden voor nieuwe geluidsgevoelige objecten een hogere (geluid)waarde verlenen. Voorwaarden die worden gesteld aan een te verlenen hogere waarde zijn ten gunste van de geluidsituatie en dus het woonen leefklimaat bij de gevoelige objecten. Hiervoor heeft gemeente 's-Hertogenbosch een 'hogere waarde beleid' vastgesteld. De voorwaarden waaronder een eventuele hogere waarde wordt verleend zijn afhankelijk van de hoogte van de geluidsbelasting en het type gebied waarin het plan zich bevindt. Per gebiedstype geldt een ambitie voor wat betreft de geluidsbelastingen. Zo wordt bijvoorbeeld in een (normaliter rustig) buitengebied een lager geluidsniveau nagestreefd dan in een rumoerig gebied langs een drukke snelweg met verhoogde geluidsbelastingen. Een hogere waarde mag – zoals gezegd - de maximale geluidsbelasting van 53 dB niet overschrijden. Voorwaarden voor een vast te stellen hogere waarde zijn bijvoorbeeld de aanwezigheid van een geluidsluwe (rustige) zijde en een geluidsniveau in de buitenruimte (zoals achtertuin/balkon) dat voldoet aan de ambitie voor het betreffende gebied. Voor geluidsbelastingen op gevels meer dan 53 dB kan formeel geen ontheffing worden verleend. 45

Naast het toetsingskader en wettelijke eisen van de Wgh dienen er altijd zodanige gevelmaatregelen te worden genomen dat wordt voldaan aan de maximale geluidsbinnenwaarde op grond van het Bouwbesluit. Deze maximale geluidsbinnenwaarde is ten gunste van het woon-, leef- en verblijfsklimaat in betreffend object. Met de aanvraag om omgevingsvergunning zal moeten worden aangetoond dat deze binnenwaarde wordt voldaan. Plan Weg- en railverkeerslawaai onderzoek Onderzoeksbureau Econsultancy heeft een weg- en railverkeerslawaai onderzoek uitgevoerd (15572.009 D3, 14 juli 2022) (zie bijlage 8). Binnen het plangebied worden geluidgevoelige bestemmingen mogelijk gemaakt binnen de zones van wegen, zoals bedoeld in hoofdstuk VI van de wet ("zones langs wegen"). Het voorliggend initiatief betreft 45 woningen. Voor deze geluidgevoelige bestemmingen is een akoestisch onderzoek uitgevoerd en heeft een toetsing plaatsgevonden aan de normen uit de Wet geluidhinder. Analyse Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat als gevolg van de Graafseweg wordt de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van 48 dB overschreden. Conform de Wet geluidhinder en het gemeentelijk geluidbeleid dient een maatregelenonderzoek plaats te vinden. Hierbij dienen achtereenvolgens bron-, overdrachts- en gevelmaatregelen te worden overwogen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13429131/1