CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2: vast te stellen bestemmingsplan ‘Noord, Klokkenlaan 2’ NL.IMRO.0796.0002433-1401

Gemeenteraad 6 april 2021, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bestemmingsplan Noord, Klokkenlaan 223.391 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

De voorwaarden zijn dat de nieuwe parkeerplaatsen goed in het groen moeten worden ingepast en dat de inpassing van deze nieuwe parkeerplaatsen goed met de direct aanwonenden in een omgevingsdialoog is besproken. Maatschappelijk Op de plek waar de zorginstelling met 32 wooneenheden voor begeleid wonen is gepland is het bestemmingsplan de bestemming 'Maatschappelijk' neergelegd. Het betreft hier wonen met 24 uurszorg. Het bouwvlak is strak om de beoogde hoofdbebouwing gelegd. Het bouwvlak mag volledig worden bebouwd. De maximale bouwhoogte en het maximaal aantal wooneenheden zijn op de verbeelding aangegeven. Verkeer Deze gronden zijn primair bestemd voor voorzieningen van verkeer en verblijf. Het gaat grotendeels om openbare ruimte die niet voor doorgaand verkeer is aangewezen. Deze straten bestaan uit rijbanen voor het lokale gebiedsgebonden verkeer, ten behoeve van de ontsluiting van de direct aangelegen bestemmingen. Binnen deze bestemming zijn alleen ongebouwde parkeervoorzieningen toegestaan. Wonen Een bestemmingsplan kan in de bestemming 'Wonen' onderscheid maken tussen verschillende woningtypologieën. Hiermee kan sturing worden gegeven aan de ruimtelijke impact van verschillende woningtypologieën op de omgeving. Deze ruimtelijke impact komt tot uiting in de bouwmassa (hoogte en situering), maar ook in het aantal woningen.

De woningdichtheid is van invloed op de parkeerbehoefte en daarmee op de parkeerdruk en de leefbaarheid in de omgeving. Het maximaal aantal toegestane woningen binnen een bouwvlak staat op de verbeelding aangegeven. Om te voorkomen dat de woningdichtheid in een wijk te groot wordt, maakt het bestemmingsplan onderscheid tussen grondgebonden en gestapelde woningen. In dit bestemmingsplan worden alleen gestapelde woningen toegestaan. Gestapelde woningen zijn geheel of gedeeltelijk boven/onder een andere woning gelegen.

52

Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid 7.1

Economische uitvoerbaarheid

In dit hoofdstuk wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven. Indien het bestemmingsplan voorziet in de uitvoering van werken door de gemeente moet de financieel-economische uitvoerbaarheid hiervan worden aangetoond. Bij het opstellen van een ruimtelijk plan dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1 sub f van het Besluit ruimtelijke ordening onderzoek plaats te vinden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. Wanneer voor gronden een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan (zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening) is voorgenomen, dient conform artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening (Wro) een exploitatieplan te worden opgesteld. Deze eis geldt niet indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd. De voorgenomen ontwikkelingen vinden plaats op gronden die in eigendom zijn van de gemeente. De betreffende gronden zullen aan Zayaz worden verkocht. In de koopovereenkomst is de toerekening van alle kosten die verbonden zijn aan de voorgenomen ontwikkelingen binnen het plangebied geregeld. De financieel-economische haalbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond. Het kostenverhaal zal anderszins verzekerd zijn. Gelet hierop en op het bepaalde in artikel 6.12 lid 2 van de Wet ruimtelijke ordening kan worden afgezien van het vaststellen van een exploitatieplan.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Wooncorporatie Zayaz heeft, in samenwerking met de gemeente, voor het initiatief een omgevingsdialoog gevoerd. Deze laatste avond ging vooral over de inrichting van het gebied dat aansluit op de achterpercelen van de aanwonenden aan de Eerste Hambaken. Tijdens deze bijeenkomst zijn daarom alleen de aanwonenden aan de Eerste Hambaken uitgenodigd. Tijdens de eerste informatieavond werd een verkenning uitgevoerd. De omgeving kreeg een tweetal nieuwe invullingen van het perceel gepresenteerd. Op basis van de uitkomst van deze eerste avond heeft Zayaz in samenwerking met de gemeente het bouwplan verder uitgewerkt. Het resultaat was dat de oorspronkelijke bouwplan met (van noord naar zuid) 5-5-5-4 bouwlagen werd vervangen in een plan met 4-4-4-6 bouwlagen in een open structuur. Het hoogte accent werd verplaatst naar de hoek Klokkenlaan / Hambakendreef.

53

Dit bouwplan en een eerste inrichtingsschets werden op respectievelijk de tweede en derde avond aan de omgeving gepresenteerd. De omgeving gaf aan de bebouwing nog veel te fors en te hoog te vinden op deze locatie. Zij stelden voor het woongebouw Klokkenhoek op het perceel te spiegelen. Afgezien van het feit dat het wooncomplex de Klokkenhoek ook een fors gebouw is met drie bouwlagen en bouwaccenten tot 15 meter hoog, veroorzaakt een dergelijke bebouwing een verdere verstening in de wijk. Minder bouwlagen betekent dat Zayaz op deze locatie niet meer kan voldoen aan de prestatieafspraken. Ook zou het project niet meer financieel haalbaar zijn. Gelet op de omgeving is de voorgestelde hoogte stedenbouwkundig voorstelbaar. De gebouwen grenzen niet direct aan de bestaande woonpercelen en komen op een aanvaardbare afstand. Op grond van de inbreng van de omgeving heeft Zayaz wel de situering van de balkons gewijzigd zodat deze niet meer aanwezig zijn richting de woonpercelen aan de Eerst Hambaken. Verder werd ingebracht dat er al te veel sociale woningbouw in de Hambaken aanwezig zijn en nieuwe sociale woningen de wijk nog meer zou verzwakken. De voorgenomen woningen kunnen echter niet in de dure - en middeldure huur worden aangeboden. Zayaz wil nu met deze sociale huurwoninen doorstroming te creëren.

Ouderen die met sociale huur in de wijk de Hambaken in te groot huis wonen krijgen een appartement aangeboden. De grotere woningen die vrij komen, zullen dan in de middel dure verhuur worden aangeboden. Zo komt er meer differentiatie aan woningen in de wijk. De vrees werd uitgesproken dat de ontsluitingsweg over het perceel van de Klokkenlaan / Hambakendreef als doorgaande weg zou worden gebruikt. Ook zouden de parkeerplaatsen aan achter de woonpercelen overlast kunnen veroorzaken. De weg wordt zo ingericht dat het niet uitnodigt om deze als doorgaande weg te gebruiken. Ook zullen er verkeersafremmende maatregelen als drempels en wegversmallingen in de weg worden aangelegd. Onnodige parkeerplaatsen direct langs woonpercelen zijn geschrapt ten behoeve van meer groen op het perceel. Daarnaast kwam tijdens deze avond naar voren dat er goed gekeken moest worden naar de aansluiting van het plangebied op de achterpercelen van de woningen aan de Eerste Hambaken. Met de aanwonenden is nu een afscheiding met een laag hek en een lage brede haag afgesproken, waardoor de achterliggende brandgang niet van die zijde te betreden is, maar er wel uitzicht blijft op het gebied achter de gebouwen. Het Eindverslag van de omgevingsdialoog is bijgevoegd in Bijlage 16.

Op grond van het resultaat van de omgevingsdialoog is besloten de gemeentelijke inspraakprocedure over te slaan en direct het ontwerp bestemmingsplan ter inzage te leggen.

7.3

Vooroverleg

Gelet op de omgeving van het plangebied hebben alleen de Provincie en het Waterschap Aa en Maas mogelijke belangen bij de voorgenomen ontwikkelingen. De ontwikkelingen raken geen belangen van overige instanties. Daarom heeft er alleen vooroverleg plaatsgevonden met de Provincie en het Waterschap. De provincie heeft aangegeven dat de in het voorontwerp betrokken ruimtelijke aspecten haar geen aanleiding geven tot het maken van opmerkingen. Daarmee is het wettelijk vooroverleg volgens haar afgerond. Het plan is op 27 oktober 2020 in het kader van het vooroverleg ook voor advies voorgelegd aan het waterschap Aa en Maas. Het Waterschap heeft geen opmerkingen op het plan ingediend.

7.4

Ontwerp fase

Het ontwerp bestemmingsplan wordt vanaf 7 december 2020 zes weken terinzage gelegd. Tijdens deze termijn kon iedereen zienswijze op het ontwerp bestemmingsplan aan de gemeenteraad kenbaar maken. Tijdens de termijn is op het ontwerp bestemmingsplan één zienswijze ingediend, ondertekend door 63 reclamanten. In de, bij het vaststellingsbesluit behorende, 'Nota van Zienswijzen' is deze zienswijze beantwoord. De zienswijze is ongegrond.

54

Hoofdstuk 8 Conclusie In dit bestemmingsplan is nadrukkelijk aandacht besteed aan de ruimtelijke, stedenbouwkundige en milieukundige effecten van het initiatief. Er is gemotiveerd aangetoond dat het initiatief zich verhoudt tot de aanwezige functies en waarden in het plangebied en de directe omgeving ervan. Naast het ruimtelijk planologische beleid en de stedenbouwkundige toets zijn alle ruimtelijke en milieukundige deelaspecten onderzocht. Gebleken is dat de voorgenomen ontwikkeling geen belemmering oplevert voor een goede ruimtelijke ordening. Mede door middel van deze bestemmingsplantoelichting is nu een planologische en juridische basis gelegd om het initiatief te kunnen realiseren.

55

56

Regels

91

92

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1

Begrippen

1.1 plan het bestemmingsplan Noord, Klokkenlaan 2 met identificatienummer NL.IMRO.0796.0002433-1401 van de gemeente 's Hertogenbosch; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten in hoofdzaak niet publieksaantrekkend zijn en die op kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijk uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie; 1.4 aanbouw een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.5 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.6 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.7 aaneengebouwde woning een woning die deel uitmaakt van een bouwmassa bestaande uit drie of meer woningen, niet zijnde gestapelde woningen;

93

1.8 achtererfgebied erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 meter achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen; 1.9 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.10 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.11 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.12 bijgebouw een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

Een bijgebouw kan zijn een aangebouwd bijgebouw in de vorm van een aanbouw of een uitbouw, dan wel een vrijstaand bijgebouw; 1.13 bouwen plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten 1.14 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.15 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is begrensd en waarvan de lagen een nagenoeg gelijk omvang hebben, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, dakopbouw en/of zolder; 1.16 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.17 bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel; 1.18 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.19 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.20 dak iedere bovenbeëindiging van een gebouw;

94

1.21 dakopbouw een gedeelte van een gebouw, gesitueerd op de bovenste bouwlaag van een gebouw, met een oppervlakte van maximaal 60% van de oppervlakte van de bovenste bouwlaag en een afstand van minimaal 1 meter tot de voorgevel; 1.22 dove gevel een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A), alsmede een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte; 1.23 erf al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden; 1.24 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.25 geluidgevoelige ruimte geluidsgevoelige ruimte: ruimte binnen een woning voor zover die kennelijk als slaap-, woon-, of eetkamer wordt gebruikt of voor een zodanig gebruik is bestemd, alsmede een keuken van ten minste 11 m2; 1.26 geschakelde woning een woning die met een andere woning

verbonden is door middel van aan- of bijgebouwen, niet zijnde gestapelde woningen; 1.27 gestapelde woning een woning die geheel of gedeeltelijk boven/onder een andere woning is gelegen; 1.28 hoekperceel een perceel, gelegen aan een hoek van twee wegen c.q. het openbaar gebied; 1.29 hoofdgebouw gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.30 huisvesting in verband met mantelzorg huisvesting in of bij een woning van één huishouden van maximaal twee personen, van wie ten minste één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning; 1.31 kap de volledige of nagenoeg volledige afdekking van een gebouw in een gebogen vorm danwel met een dakhelling van ten minste 15° en ten hoogste 75°;

95

1.32 lessenaarsdak een eenzijdige kapconstructie waarbij het hoogste punt over de gehele, of nagenoeg de gehele lengte in één gevel is gelegen; 1.33 maatschappelijke voorzieningen voorzieningen op het gebied van gezondheidszorg, kinderopvang, onderwijs, openbare dienstverlening, religie, verenigingsleven, welzijninstelling en/of zorginstelling. 1.34 mantelzorg intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond; 1.35 nok het snijpunt van twee hellende vlakken.

daknok: hoogste punt van een schuin dak; dakvoet: laagste punt van een schuin dak; 1.36 openbaar toegankelijk gebied weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer; 1.37 opgetilde kap een kap waarbij tussen het hoogste punt van de bovenste bouwlaag en de punten waar de kap op het gebouw rust, nog bebouwing in verticale zin aanwezig is; er is slechts sprake van een opgetilde kap als het aantal bouwlagen zoals aangeduid reeds aanwezig is; 1.38 voorgevellijn denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen; 1.39 voorgevelrooilijn a. langs een wegzijde met een regelmatige ligging of nagenoeg regelmatige ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing: de evenwijdig aan de as van de weg gelegen lijn, welke, zoveel mogelijk aansluitend aan de ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing, een zoveel mogelijk gelijkmatig beloop van de rooilijn overeenkomstig de richting van de weg geeft; b. langs een wegzijde waarlangs geen bebouwing als onder a.

bedoeld aanwezig is en waarlangs mag worden gebouwd: bij een wegbreedte van ten minste 10 meter, de lijn gelegen op 15 meter uit de as van de weg; bij een wegbreedte geringer dan 10 meter, de lijn op 10 meter uit de as van de weg; 1.40 woning een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden; 1.41 woonwagen voor bewoning bestemd gebouw dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst en op een daartoe bestemd perceel is geplaatst;

96

1.42 zijgevellijn denkbeeldige lijn die strak loopt langs de zijgevel van een gebouw tot aan de perceelgrenzen; 1.43 opslag (binnen) opslag van goederen die geen regelmatige verplaatsing behoeven, niet bestemd zijn voor handel en niet worden opgeslagen voor een elders gevestigd niet-agrarisch bedrijf, zoals (seizoens)stalling van (antieke) auto's, boten, caravans, campers en dergelijke; 1.44 prostitutie het zich tegen vergoeding beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander; 1.45 recreatieve voorzieningen voorziening bedoeld voor recreatief gebruik zoals musea, sportterreinen, speeltuinen, hondenoefenterreinen, dierenparken, openluchttheaters en groepsaccommodaties; 1.46 seksinrichting een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub, een privé-huis of een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;

97

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.2 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.3 de goothoogte van een bouwwerk: a. vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; b. de goothoogte van een lessenaarsdak wordt bepaald vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel van de laagste zijde van de kap. 2.4 de hoogte van een dakopbouw: vanaf de afdekking van de bovenste bouwlaag tot aan het hoogste punt van de dakopbouw. 2.5 de hoogte van een kap: vanaf de bovenkant goot, boeibord of daarmee gelijk te stellen constructiedeel tot aan het hoogste punt van de kap. 2.6 de hoogte van een windturbine: vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine. 2.7 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.8 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk of ingeval dat geen gevelvlakken of scheidingsmuren aanwezig zijn, de oppervlakte vanaf de buitenzijde van het dak neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.9 het bebouwd oppervlak van een bouwperceel: de oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen bouwwerken tezamen. 2.10 peil: a. voor een hoofdgebouw met aangebouwde bijgebouwen: de hoogte van de kruin van de aan het bouw perceel grenzende weg; b. voor andere gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw.

98

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 3

Groen

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.

groen en groenvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; fiets- en voetpaden en langzaam verkeer; speelvoorzieningen; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - balkon', balkons ten dienste van de aangrenzende bestemmingen 'Maatschappelijk' en 'Wonen' f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overbouwing' een overbouwing ten dienste van de aanliggende bestemmingen 'Maatschappelijk' en 'Wonen' g. aan de hoofdfunctie ondergeschikte voorzieningen zoals sportvoorzieningen, openbare verblijfsvoorzieningen, kunstobjecten, nutsvoorzieningen, verhardingen, terrassen en standplaatsen. 3.2

Bouwregels

3.2.1 Algemeen Voor het bouwen geldt algemeen dat in of op deze gronden uitsluitend voor deze bestemming mag worden gebouwd. 3.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. de maximale oppervlakte van een gebouw is 15 m2; b. de maximale bouwhoogte is 3 meter; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - balkon', mogen balkons behorende bij het aangrenzend hoofdgebouw worden gebouwd met een maximale diepte van 2 meter. 3.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de maximale bouwhoogte van kunstobjecten en bouwwerken voor verlichting, geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer is 10 meter; b. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is 5 meter; 99

3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e.

een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de milieusituatie; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

3.4 Afwijking gebruiksregels Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder 3.1 voor het gebruik van oppervlakte voor parkeren binnen de bestemming 'Groen', mits de parkeerplaatsen goed in het groen worden ingepast en daarover een goede omgevingsdialoog met de direct aanwonenden is gevoerd.

100

Artikel 4

Maatschappelijk

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke voorzieningen; b. aan de hoofdfunctie ondergeschikte voorzieningen zoals sport- en speelvoorzieningen, verkeer- en parkeervoorzieningen, groen en groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, tuinen, erven en terreinen. 4.2

Bouwregels

4.2.1 Algemeen Voor het bouwen geldt algemeen dat in of op deze gronden uitsluitend voor deze bestemming mag worden gebouwd. 4.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: 1. 2. 3. 4.

de gebouwen moeten binnen een bouwvlak worden gebouwd; het bouwvlak mag volledig worden bebouwd; de maximale bouwhoogte is op de verbeelding aangegeven; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - balkon', mogen balkons behorende bij het hoofdgebouw worden gebouwd met een maximale diepte van 2 meter. 5. het maximaal aantal wooneenheden voor begeleid wonen op het gebied van gezondheidszorg in een bouwvlak is op de verbeelding aangegeven; 6. in afwijking van het bepaalde onder a mogen gebouwen van ondergeschikte aard, zoals een fietsenberging, buiten het bouwvlak worden gebouwd tot een gezamenlijke oppervlakte van 50 m2 per bouwperceel; de maximale bouwhoogte van deze gebouwen is 3 meter; 4.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: 1. de maximale bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen voor de voorgevelrooilijn is vanaf de voet gemeten 1 meter; 2. de maximale bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen achter de voorgevelrooilijn is vanaf de voet gemeten 2 meter; 3. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is 3 meter; 4.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e. f.

een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de milieusituatie; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de handhaving van de oorspronkelijke parcellering (i.g.v. beschermde stadsgezichten).

4.4 Specifieke gebruiksregels Voor het gebruik van gronden en gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor deze bestemming geldt de volgende voorwaardelijke verplichting: a. het gebruik als bedoeld in 4.1 is uitsluitend toegestaan na realisatie en met instandhouding van de geluidreducerende maatregelen die zijn genoemd in het akoestisch onderzoek 'Akoestisch onderzoek bouwplan Klokkenlaan 's-Hertogenbosch gevelmaatregelen Bouwbesluit, rapportnr M19 492.402' d.d. 11 mei 2020 (Bijlage 1 van de regels).

101

4.5 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.4 onder a als in plaats van de geluidreducerende maatregelen die zijn genoemd in het akoestisch onderzoek ''Akoestisch onderzoek bouwplan Klokkenlaan 's-Hertogenbosch gevelmaatregelen Bouwbesluit, rapportnr M19 492.402' d.d. 11 mei 2020 (Bijlage 1 van de regels) andere geluidreducerende maatregelen worden gerealiseerd en instandgehouden die vergelijkbare of betere geluidreducerende eigenschappen bezitten.

102

Artikel 5

Verkeer

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.

wegen en wegverkeer; fiets- en voetpaden en langzaam verkeer; verblijfsgebied en verblijf; verkeersvoorzieningen; parkeervoorzieningen; ter plaatse van de aanduiding 'water' tevens voor water en waterhuishoudkundige voorzieningen (i.g.v. een brug); g. aan de hoofdfunctie ondergeschikte voorzieningen zoals speelvoorzieningen, openbare verblijfsvoorzieningen, nutsvoorzieningen, groen en groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, standplaatsen en terrassen. 5.2

Bouwregels

5.2.1 Algemeen Voor het bouwen geldt algemeen dat in of op deze gronden uitsluitend voor deze bestemming mag worden gebouwd. 5.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: 1. de maximale oppervlakte van een gebouw is 30 m2; 2. de maximale bouwhoogte is 3 meter

5.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: 1. de maximale bouwhoogte van kunstobjecten en bouwwerken voor verlichting, geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer is 10 meter; 2. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is 5 meter; 5.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e.

een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de milieusituatie; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

103

Artikel 6

Wonen

6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.

6.2

wonen in de vorm van woningen, niet zijnde woonwagens; aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 6.4.2; huisvesting in verband met mantelzorg; tuinen, erven en terreinen; aan de hoofdfunctie ondergeschikte voorzieningen, zoals water en waterhuishoudkundige voorzieningen, groen en groenvoorzieningen, parkeer- en verkeersvoorzieningen. Bouwregels

6.2.1 Algemeen Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. in of op deze gronden mag uitsluitend voor deze bestemming worden gebouwd. b. op bouwpercelen ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' mogen gebouwen en overkappingen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. 6.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: 1. 2. 3. 4.

de hoofdgebouwen moeten binnen een bouwvlak worden gebouwd; een bouwvlak mag volledig worden bebouwd; ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' mogen uitsluitend gestapelde woningen worden gebouwd; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - balkon', mogen balkons behorende bij het hoofdgebouw worden gebouwd met een maximale diepte van 2 meter. 5. het maximaal aantal woningen in een bouwvlak is op de verbeelding aangegeven; 6. de maximale bouwhoogte is op de verbeelding aangegeven; 6.2.3 Bijgebouwen en overkappingen Voor het bouwen van bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. bijgebouwen en overkappingen mogen binnen het bouwvlak worden gebouwd; 6.2.4 Bouwwerken geen gebouwen of overkappingen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: 1. bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, mogen, met uitzondering van erfafscheidingen, uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; 2. de maximale bouwhoogte van erfafscheidingen op en voor de voorgevelrooilijn is vanaf de voet gemeten 1 meter; 3. de maximale bouwhoogte van erfafscheidingen achter de voorgevelrooilijn is vanaf de voet gemeten 2 meter; 6.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van: a. b. c. d. e. f.

104

een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de milieusituatie; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de handhaving van de oorspronkelijke parcellering.

6.4

Specifieke gebruiksregels

6.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval begrepen: a. aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten die publieksaantrekkend zijn; b. kamerbewoning. 6.4.2 Aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit Een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit als bedoeld in 6.1 onder b moet voldoen aan de volgende voorwaarden: a. de beroeps- of bedrijfsactiviteit moet ondergeschikt zijn aan de woonfunctie: maximaal 35% van de vloeroppervlakte van de woning en de bijgebouwen samen mag voor de beroeps- of bedrijfsactiviteit worden gebruikt, tot in totaal 50 m2; b. de beroeps- of bedrijfsactiviteit moet naar aard, omvang en uitstraling passen in de woonomgeving; c. de beroeps- of bedrijfsactiviteit mag niet vergunningplichtig zijn volgens artikel 2.1 lid 1 sub e van de Wabo en niet meldingplichtig volgens het Activiteitenbesluit milieubeheer; d. degene die de beroeps- of bedrijfsactiviteit uitoefent, moet bewoner van de woning zijn; e. horeca en detailhandel zijn niet toegestaan, met uitzondering van beperkte detailhandel als ondergeschikte functie van de beroep- of bedrijfsactiviteit en onder de voorwaarde dat te koop aangeboden goederen en/of producten een relatie hebben met de beroeps- of bedrijfsactiviteit.

6.4.3 Voorwaardelijke verplichting Voor het gebruik van gronden en gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor deze bestemming geldt de volgende voorwaardelijke verplichting: a. het gebruik als bedoeld in 6.1 is uitsluitend toegestaan na realisatie en met instandhouding van de geluidreducerende maatregelen die zijn genoemd in het akoestisch onderzoek ''Akoestisch onderzoek bouwplan Klokkenlaan 's-Hertogenbosch gevelmaatregelen Bouwbesluit, rapportnr M19 492.402 ' d.d. 11 mei 2020 (Bijlage 1 van de regels). 6.5 Afwijken van de gebruiksregels a. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.4.1 voor het gebruik van ruimten binnen de woning en bijgebouwen voor een publieksaantrekkende beroeps- en bedrijfsactiviteit aan huis, onder de voorwaarden als bepaald in 6.4.2 en onder de voorwaarde dat het gebruik niet mag leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeers- en parkeersituatie. b.

Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.4.2 onder c voor het gebruik van ruimten binnen de woning en bijgebouwen voor een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit die meldingplichtig is volgens het Activiteitenbesluit milieubeheer, onder de voorwaarde dat de beroeps- of bedrijfsactiviteit naar aard, omvang en uitstraling past in de woonomgeving: bij het verlenen van de omgevingsvergunning voor de afwijking moet vaststaan dat een goed woon- en leefklimaat op omliggende woonpercelen gegarandeerd is. c. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.4.3 onder a als in plaats van de geluidreducerende maatregelen die zijn genoemd in het akoestisch onderzoek ''Akoestisch onderzoek bouwplan Klokkenlaan 's-Hertogenbosch gevelmaatregelen Bouwbesluit, rapportnr M19 492.402', d.d. 11 mei 2020 (Bijlage 1 van de regels) andere geluidreducerende maatregelen worden gerealiseerd en instandgehouden die vergelijkbare of betere geluidreducerende eigenschappen bezitten.

105

106

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 7

Anti-dubbeltelregel

a. Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

107

Artikel 8

Algemene bouwregels

a. Bij de toepassing van de bouwregels in dit plan worden ondergeschikte bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, uitbouwen, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw- c.q. bestemmingsgrenzen niet meer bedraagt dan 1 meter. b. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen staat vast dat voldoende parkeergelegenheid voor auto's wordt gerealiseerd, overeenkomstig de normen in de beleidsregels die zijn neergelegd in de Nota Parkeernormering 2016; c. Als de beleidsregels als bedoeld onder b wijzigen, wordt met die wijziging rekening gehouden

108

Artikel 9

Algemene gebruiksregels

a. Het is verboden de in deze bestemming begrepen gronden en de daarop voorkomende bouwwerken te gebruiken of in gebruik te geven of te laten gebruiken voor een doel of op een wijze strijdig met de bestemmingen van dit plan. b. Het gebruik van gronden en gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor de bestemmingen in dit plan is uitsluitend toegestaan als voldoende parkeergelegenheid voor auto's wordt gerealiseerd en gehandhaafd, overeenkomstig de normen in de beleidsregels die zijn neergelegd in de Nota Parkeernormering 2016. c. Als de beleidsregels als bedoeld onder b wijzigen, wordt met die wijziging rekening gehouden.

109

Artikel 10

Algemene afwijkingsregels

a. Het bevoegd gezag kan, mits het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast, met een omgevingsvergunning afwijken van de regels en de verbeelding: 1. voor een vermeerdering of vermindering van maten en normen tot 10% van die maten en normen; 2. voor een geringe afwijking van plaats en richting van bestemmingsgrenzen en bouwgrenzen als dit noodzakelijk is in verband met afwijkingen of onnauwkeurigheden van de verbeelding ten opzichte van de feitelijke situatie of in die gevallen waarin een rationele verkaveling van de gronden een geringe afwijking vergt; 3. voor een grotere bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en bouwwerken ten behoeve van verlichting, geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer tot een bouwhoogte van 10 meter; 4. voor een grotere bouwhoogte van gebouwen vanwege plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen, onder de volgende voorwaarden: Ÿ de maximale oppervlakte van de plaatselijke verhoging is 10% van het dakoppervlak; Ÿ de maximale hoogte van de plaatselijke verhoging is 4 meter. b.

Het bevoegd gezag wijkt met een omgevingsvergunning af van het bepaalde in artikel 9, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

110

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 11

Overgangsrecht

11.1 Overgangsrecht bouwwerken 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.2 Overgangsrecht gebruik 1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

111

Artikel 12

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Noord, Klokkenlaan 2.

112

Bijlagen bij regels

113

114

Bijlage 1 Akoestisch onderzoek bouwplan Klokkenlaan geluidwering gevel

115

116

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9848779/1