CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2: vast te stellen bestemmingsplan ‘Noord, Klokkenlaan 2’ NL.IMRO.0796.0002433-1401

Gemeenteraad 6 april 2021, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Bestemmingsplan Noord, Klokkenlaan 223.391 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan ‘Noord, Klokkenlaan 2’ Toelichting en regels

's-Hertogenbosch

Bestemmingsplan Noord, Klokkenlaan 2 vastgesteld

april 2021

2

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3

Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3

5.4

5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11

5.12

Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 Hoofdstuk 7 7.1 7.2

5 Inleiding Aanleiding Begrenzing plangebied Leeswijzer Huidige situatie Beschrijving locatie en ligging in de stad Ruimtelijke structuur Functionele structuur Geldend bestemmingsplan Planbeschrijving Bebouwing Gebruik Verkeer en parkeren Openbare ruimte Bomen Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid 4.3.1 Structuurvisie 4.3.2 Woonagenda 2020 4.3.3 Welstand 4.3.4 Bomen Milieu, duurzaamheid en waarden Inleiding Bedrijven en milieuzonering Geluid 5.3.1 Wegverkeerslawaai 5.3.2 Railverkeerslawaai 5.3.3 Industrielawaai Externe veiligheid 5.4.1 Beleid 5.4.2 Beschouwing risicobronnen 5.4.3 Conclusie Lucht Bodem Hoogspanningslijnen Water Duurzaamheid Milieueffectrapportage Ecologie 5.11.1 Toetsingskader 5.11.2 Quickscan flora en fauna en vleermuisonderzoek Archeologie en cultuurhistorie 5.12.1 Archeologie 5.12.2 Cultuurhistorie Juridisch-bestuurlijke aspecten Algemeen Toelichting op verbeelding Toelichting op de planregels Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid 3

7 7 8 8 9 9 9 10 10 13 13 14 14 15 16 21 21 22 26 26 27 28 28 29 29 29 30 30 33 33 33 33 34 36 36 37 38 39 42 43 44 44 45 48 48 49 51 51 51 51 53 53 53

7.3 7.4 Hoofdstuk 8

Vooroverleg Ontwerp fase Conclusie

54 54 55

Bijlagen bij toelichting

57

Bijlage 1 Bezonningsstudie Klokkenlaan 2 Bijlage 2 Inpassingsonderzoek BEA Bijlage 3 Akoestisch onderzoek bouwplan Klokkenlaan gevelbelasting Bijlage 4 Akoestisch onderzoek bouwplan Klokkenlaan geluidwering gevel Bijlage 5 Verkennend bodemonderzoek Bijlage 6 Inrichting waterberging Bijlage 7 Duurzaamheidsvisie Bijlage 8 Quickscan flora en fauna en vleermuisonderzoek Bijlage 9 Notitie stikstofdepositie Klokkenlaan Den Bosch Bijlage 10 AERIUS berekening realisatiefase bouwjaar 1, bijlage 2 Notitie stikstofdepositie Klokkenlaan Den Bosch Bijlage 11 AERIUS berekening realisatiefase bouwjaar 2, bijlage 3 Notitie stikstofdepositie Klokkenlaan Den Bosch Bijlage 12 AERIUS berekening gebruiksfase 2022, bijlage 4 Notitie stikstofdepositie Klokkenlaan Den Bosch Bijlage 13 Mitigatieplan vleermuizen Bijlage 14 Archeologisch onderzoek Bijlage 15 Selectiebesluit archeologie Bijlage 16 Eindverslag omgevingsdialoog nieuwbouw Klokkenlaan

59 61 63 65 67 69 71 73 75

Regels

91

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Groen Artikel 4 Maatschappelijk Artikel 5 Verkeer Artikel 6 Wonen Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Artikel 8 Algemene bouwregels Artikel 9 Algemene gebruiksregels Artikel 10 Algemene afwijkingsregels Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 11 Overgangsrecht Artikel 12 Slotregel

93 93 98 99 99 101 103 104 107 107 108 109 110 111 111 112

Bijlagen bij regels

113

Bijlage 1

115

4

Akoestisch onderzoek bouwplan Klokkenlaan geluidwering gevel

77 79 81 83 85 87 89

Toelichting

5

6

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1

Aanleiding

Ter plaatse van Klokkenlaan 2 in de wijk Hambaken te 's-Hertogenbosch is een voormalig onderwijscomplex bestaande uit een basisschool en kinderopvang gelegen. De kinderopvang en het schoolgebouw zijn niet meer als zodanig in gebruik en staan al langere tijd leeg. Inmiddels bestaat het voornemen de locatie te herontwikkelen. Gemeente 's-Hertogenbosch is in dit kader bereid de locatie te verkopen aan woningcorporatie Zayaz. Zayaz is eigenaar van veel (sociale huur)woningen in de wijk Hambaken. De wijk Hambaken is vrij eenzijdig samengesteld: er wonen veel mensen met een laag inkomen en de sociale problematiek is relatief groot. Zayaz is voornemens bij te dragen aan differentiätie van de wijk en tevens invulling te geven aan de volkshuisvestelijke opgave voor de stad. Dit wil zij doen door o.a. te differentiëren binnen die sociale huurwoningen en meer doorstroming in de wijk te creëeren. In dit kader heeft Zayaz de ambitie om ter plaatse van het leegstaande onderwijscomplex aan de Klokkenlaan nieuwe woningen te ontwikkelen. Het voornemen bestaat de huidige bebouwing te slopen en vier appartementengebouwen op te richten. Drie van de vier appartementengebouwen zullen in totaal in 63 sociale huurwoningen voorzien. Het vierde appartementengebouw voorziet in 32 wooneenheden voor begeleid wonen ten behoeve van de zorgorganisatie Philadelphia.

Op basis van het geldende bestemmingsplan is de gewenste ontwikkeling van vier appartementengebouwen op onderhavige locatie niet toegestaan. Het doorlopen van een bestemmingsplanprocedure is daarom noodzakelijk om de gewenste ontwikkeling planologisch-juridisch mogelijk te maken. Hiertoe is onderhavig bestemmingsplan opgesteld. Onderhavig document voorziet in de toelichting op dit bestemmingsplan dat de ontwikkeling van vier appartementengebouwen aan de Klokkenlaan 2 te 's-Hertogenbosch planologisch-juridisch mogelijk maakt.

7

1.2

Begrenzing plangebied

Het plangebied betreft het volledige perceel aan de Klokkenlaan 2 te 's-Hertogenbosch met kadastrale aanduiding gemeente 's-Hertogenbosch, sectie O en nummer 3269. Het plangebied grenst aan de noordzijde aan het appartementengebouw “de Klokhoek”, aan de oostzijde aan de Klokkenlaan, aan de zuidzijde aan de Hambakendreef en aan de westzijde aan de achtertuinen van de eengezinswoningen aan de Eerste Hambaken.

Luchtfoto met aanduiding plangebied

1.3

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 eerst een beschrijving van de huidige situatie gegeven en in hoofdstuk 3 het beoogde planvoornemen beschreven. Daarna wordt in hoofdstuk 4 ingegaan op de huidige de beleidskaders van het Rijk, de provincie, en de gemeente 's-Hertogenbosch. Vervolgens wordt in hoofdstuk 5 aandacht besteed aan de verschillende omgevingsaspecten die van invloed (kunnen) zijn op de opzet en inhoud van het nieuwe bestemmingsplan, zoals milieuaspecten, water, flora en fauna, archeologie en cultuurhistorie, etc. In hoofdstuk 6 wordt de juridische opzet van het bestemmingsplan met betrekking tot de regels en de verbeelding beschreven. Hoofdstuk 7 beschrijft de uitvoerbaarheid van het plan en tot slot worden in hoofdstuk 8 de doorlopen procedure en de resultaten van inspraak en vooroverleg beschreven.

8

Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1

Beschrijving locatie en ligging in de stad

Het plangebied betreft een voormalig onderwijscomplex gelegen in de wijk 'Hambaken' te 's-Hertogenbosch. De wijk 'Hambaken' is gelegen in stadsdeel Noord, ten zuiden van de A59. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 10.020 m². Binnen het plangebied is nog bebouwing aanwezig van de toenmalige basisschool en kinderopvang. Ca 3.300 m² binnen het plangebied is dan ook nog bebouwd. Het onbebouwde terrein is gedeeltelijk verhard met klinkers en tegels en gedeeltelijk voorzien van grasvelden en –stroken. Inmiddels zijn de kinderopvang en basisschool verhuisd naar een andere locatie in de wijk. De bebouwing binnen het plangebied staat dan ook al enige tijd leeg en vormt een solitair object in de wijk. Het plangebied wordt hoofdzakelijk omgeven door woningen. Ten zuiden van het plangebied vindt meer een clustering van maatschappelijke voorzieningen en enkele kantoren plaats. Ten noordoosten van het plangebied situeert zich het stadpark "Rompert Park" en ten zuidoosten het winkelcentrum 'De Rompert".

2.2

Ruimtelijke structuur

Het plangebied is gelegen in de oksel van de Hambakendreef en de Klokkenlaan. De Klokkenlaan betreft een 50 km/h-weg en vormt een belangrijke ontsluitingsweg voor de wijk. De weg loopt in noordzuidelijke richting, waarbij de weg in zuidelijke richting aansluit op de verbindingsweg Sint Teunislaan en in noordelijke richting op De Bokkelaren. De Hambakendreef betreft een westelijke zijtak van de Klokkenlaan. De weg betreft een 30 km/h-weg en verbindt de wegen Klokkenlaan en Het Wielsem. Het vormt daarmee een ontsluitingsweg voor de woningen die tussen deze wegen in zijn gelegen. Parallel aan de wegen zijn bomenrijen gelegen. De groenstuctuur van de wijk volgt dan ook hoofdzakelijk de wegenstructuur, welke bijdragen aan de groenstructuur van de wijk. Daarnaast zijn in de openbare ruimten tussen woningblokken een aantal groenstroken gelegen. De groenstroken worden doorkruist door fiets- en wandelpaden, waardoor groene, auto-luwe ruimten ontstaan. Het meest opvallend aan de groenstructuur binnen de wijk is het stadspark "Rompert Park", gelegen ten noordoosten van het plangebied. Tot slot geldt dat binnen de wijk een aantal kleine watergangen aanwezig zijn ten behoeve van de waterberging en esthetiek binnen het gebied. Ook de watergangen volgen hoofdzakelijk de wegenstructuur in de wijk. Ten zuidoosten van het plangebied is een watergang gelegen parallel aan de Klokkenlaan.

9

2.3

Functionele structuur

De omgeving van het plangebied wordt hoofdzakelijk gekenmerkt door een woonfunctie. Kijkend naar de omgeving van het plangebied is er een mix te zien van eengezinswoningen van 2 lagen met een kap, eengezinswoningen met een volwaardige derde laag (Hambakendreef en Eerste Hambaken) en hogere accenten zoals de Klokhoek (3, 4 en 5 lagen hoog) en de Hoge Clock (12 lagen hoog). Uitzondering op de woonfunctie in de omgeving zijn de ten zuiden van de Hambakendreef gelegen basisschool De Springplank en het zuidoostelijk gelegen winkelcentrum 'De Rompert'. In de omgeving verder ten zuiden van het plangebied, ten zuiden van de Sint Teunislaan, is een clustering van maatschappelijke voorzieningen en kantoren zichtbaar.

2.4

Geldend bestemmingsplan

Het geldende bestemmingsplan voor het plangebied is bestemmingsplan 'Noord', dat op 19 februari 2013 is vastgesteld en inmiddels onherroepelijk is. Tevens is het bestemmingsplan 'Noord, 1e herziening (bestemming Maatschappelijk)', vastgesteld op 7 oktober 2014, geldend voor het plangebied. Het bestemmingsplan 'Noord, 1e herziening (bestemming Maatschappelijk)' herstelt een omissie in het bestemmingsplan 'Noord' en voegt aan de bestemming Maatschappelijk in dat bestemmingsplan de functie 'onderwijs en onderwijsvoorzieningen' toe.

Uitsnede geldend bestemmingsplan met plangebied bij rode contour Op basis van de geldende bestemmingsplannen is het plangebied bestemd als 'Maatschappelijk' in combinatie met een bouwvlak met maatvoeringseis 'maximum bebouwingspercentage terrein: 70%' en 'maximum bouwhoogte: 10 meter'. De bestemming 'Maatschappelijk' is bedoeld voor onder andere naschoolseopvang, onderwijs, religie, en uitvaartcentra. Ter plaatse van de aanduiding 'wonen' zijn tevens gestapelde of aaneengebouwde woningen toegestaan. Binnen het plangebied is deze aanduiding echter niet opgenomen. Het voorgenomen gebruik van het plangebied als wonen is daarmee in strijd met de geldende bestemming. Verder geldt dat gebouwen enkel gebouwd mogen worden binnen het bouwvlak dat op de verbeelding is aangegeven. In onderhavig geval geldt voor het bouwlak een maximum bebouwingspercentage van 70% en een maximale bouwhoogte van 10 meter. Het bouwplan ten behoeve van de vier appartementengebouwen 10

overschrijdt deze maatvoeringseisen. Tot slot geldt voor het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 3'. Binnen deze dubbelbestemming zijn geen bouwwerkzaamheden toegestaan van meer dan 50 cm beneden maaiveld met een grondoppervlakte groter dan 100 m². De voorgenomen ontwikkeling is qua gebruik en bouwmogelijkheden in strijd met het geldende bestemmingsplan. Het doorlopen van een bestemmingsplanprocedure is daarom noodzakelijk om de gewenste ontwikkeling planologisch-juridisch mogelijk te maken.

11

12

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1

Bebouwing

Onderhavig planvoornemen ziet toe op de realisatie van 4 appartementengebouwen c.q. blokken. Dit betreffen 3 blokken van 4 lagen hoog en 1 blok van 6 lagen hoog. Het noordelijkste blok wordt in gebruik genomen door zorginstelling Philadelphia. Het zuidelijkste blok op de hoek Hambakendreef-Klokkenlaan krijgt een accent (6 lagen hoog), als tegenhanger van het noordelijke accent van de Klokhoek en als accent op het kruispunt Klokkenlaan-Hambakendreef.

Toekomstige gevelwand Klokkenlaan Er is gekozen voor een zo helder en transparant mogelijke opzet: 4 losse alzijdige blokken in een groene setting, met zo veel mogelijk doorzicht over het terrein. Openheid is het uitgangspunt, om zo de sociale controle te optimaliseren. Geen afgesloten wooncomplexen, maar een open goed dooraderde wijkstructuur. Een dooraderde wijkstructuur wordt zo veel als kan hersteld, door (langzaam verkeer) verbindingen te maken met de Eerste Hambaken en de groenstrook ten noorden van het plan. De blokken worden zoveel mogelijk richting de Klokkenlaan geplaatst, om de openbare ruimte die resteert zo veel als mogelijk te clusteren (en daarmee kwaliteit te kunnen maken) en de afstand tot de eengezinswoningen aan de Eerste Hambaken zo groot mogelijk te maken. Bij het bepalen van de ligging van de balkons is bovendien rekening gehouden met de privacy van omwonenden. De door-adering van het groen in de Hambaken kan zo goed als mogelijk hersteld worden door het groen zo veel als mogelijk te clusteren. De achtertuinen van de Eerste Hambaken krijgen – voor zover nog niet aanwezig – een achterpad en worden van het plangebied gescheiden door breed opgezette lage blokhagen. Hierdoor ontstaat een groene afscheiding, met zicht en daarmee sociale controle tussen de achterpaden en het plangebied.

Door deze planopzet ontstaat er een ensemble van vier woongebouwen in het groen. Hiermee wordt zowel 13

de wijk verbeterd wat betreft verbindingen, groen, sociale controle en beeldkwaliteit. Ook wordt er tegemoet gekomen aan de grote woningbehoefte in de stad. Het voorliggend bestemmingsplan laat met de 4 volumes tezamen een bouwvolume toe van 33.883 m³ (een verlaging in totaal volume ten opzichte van de bebouwingsmogelijkheden in het huidige bestemmingsplan).

Ontwerp appartementengebouwen Klokkenlaan 2 (bron: MTD Landschapsarchitectuur) Voor de nieuwe bebouwing is een bezonningsstudie uitgevoerd. De resultaten van deze studie zijn terug te vinden in Bijlage 1 van de toelichting. Daaruit blijkt dat door de voorgenomen bebouwing geen onaanvraadbare schaduwwerking op omliggende percelen zal ontstaan.

3.2

Gebruik

Het toekomstig gebruik van de locatie is wonen. Deze woonfunctie zal worden vormgegeven middels 4 appartementengebouwen waarvan er één in gebruik zal worden genomen door zorginstelling Philadelphia. Het betreffende appartementengebouw biedt 32 wooneenheden voor begeleid wonen. De overige drie appartementengebouwen bieden in totaal 63 sociale huurwoningen. Het overige voor het plangebied relevante gebruik, tuinen, parkeren op eigen terrein, bomen/groen, is binnen de woonbestemming eveneens mogelijk. De blokken worden ontsloten door middel van een nieuwe weg tussen de appartementenblokken en de woningen aan de Eerste Hambaken in. Aan deze weg wordt gestoken geparkeerd. De overige openbare ruimte wordt ingevuld met groen en langzaam verkeerspaden. Het hele terrein kan door bewoners en andere buurtbewoners gebruikt worden om doorheen te wandelen. Op de westelijke hoek van het blok van Philadelphia ontstaat een “pleintje”, een (sociale) plek waar cliënten, verzorgers, bezoekers en omwonenden elkaar kunnen ontmoeten en kunnen verblijven.

3.3

Verkeer en parkeren

Verkeer Ten gevolge van onderhavig planvoornemen neemt het aantal verkeersbewegingen binnen en rondom het plangebied toe. Op basis van kentallen van het CROW wordt de verkeersgeneratie als gevolg van 95 appartementen gelegen in sterk stedelijk gebied ingeschat op 424 motorvoertuigbewegingen per etmaal

14

De blokken worden ontsloten door middel van een nieuwe weg die binnen het plangebied wordt aangelegd. De weg vormt een verbinding tussen de Klokkenlaan en de Hambakendreef. Ter plaatse van de aansluiting op de Hambakendreef wordt de weg gerealiseerd tussen de appartementenblokken en de woningen aan de Eerste Hambaken in. Ter plaatse van de aansluiting op de Klokkenlaan wordt de weg gerealiseerd tussen de appartementenblokken en het appartementengebouw 'De Klokhoek'. De Hambakendreef en de Klokkenlaan hebben voldoende capaciteit om de toegenomen verkeersintensiteiten op te vangen. Tevens worden ter hoogte van de aansluitingen van het plangebied op de Hambakendreef en Klokkenlaan snelheidsremmende maatregelen getroffen in de vorm van een verkeersdrempel. Hierdoor zal ook zal de verkeersveiligheid niet nadelig worden beïnvloed. Parkeren Voor ontwikkelingen op het gebied van de ruimtelijke ordening heeft de gemeente 's-Hertogenbosch een eigen parkeernormenbeleid vastgesteld. Dit beleid is vastgelegd in de Nota Parkeernormering 2016 Auto en Fiets dat is vastgesteld op 21 september 2016. De nota geeft normen en richtlijnen voor functies, gebaseerd op kentallen van het CROW, voor de zes verschillende zones binnen de gemeente. De nota geeft alleen voor de meest voorkomende functies, te weten wonen, werken en winkels, parkeernormen.

Voor de ontwikkeling van andere functies gelden richtlijnen hoe met parkeren omgegaan moet worden. Bij het toelaten van initiatieven moet inzichtelijk zijn dat in de parkeerbehoefte van auto's en fietsen voorzien kan worden. Dat moet in principe op eigen terrein. Wanneer dat niet mogelijk is en er binnen loopafstand geen parkeerruimte is kan dat leiden tot ruimtebeslag voor (meer) parkeren in de openbare ruimte. Dit ruimtebeslag mag de verkeersveiligheid en een goed woon- en leefklimaat niet aantasten. Het perceel ligt volgens de gebiedsindeling parkeernormering 's-Hertogenbosch binnen de aanduiding Zone 3: Overige bebouwde kom 's-Hertogenbosch. De voorgenomen gebouwen tellen 63 sociale huurwoningen, met een bruto vloeroppervlak van 40-80, en 32 wooneenheden voor begeleid wonen (verzorgingstehuis). Volgens de nota Parkeernormering 2016 genereert het voornemen hierdoor een behoefte van 79 parkeerplaatsen. Aan de Hambakendreef komen 6 parkeerplaatsen te vervallen. In totaal zijn voor het project 85 parkeerplaatsen nodig. Er is op het terrein voldoende ruimte aanwezig om aan deze parkeerbehoefte te voldoen. Op de inrichtingsschets zijn 85 parkeerplaatsen ingetekend. Daarmee voldoet het voornemen aan de gemeentelijke nota parkeernormering 2016. In de ontsluiting van de parkeerplaatsen worden snelheidsbeperkende maatregelen aangelegd zoals versmallingen en verkeersdrempels.

Daarmee wordt het hard rijden zo veel mogelijk tegengegaan. Bovendien wordt inrichting zo uitgevoerd dat het niet uitnodigt om het te gebruiken als doorgaande weg.

3.4

Openbare ruimte

Met het planvoornemen zal binnen het plangebied een nieuwe weg worden aangelegd. Deze weg sluit aan op de Klokkenlaan en de Hambrakendreef. De stoep ter plaatse van de aansluitingen op de Klokkenlaan en de Hambakendreef zal verhoogd middels een verkeerdrempel intact blijven. Voor fietsers en voetgangers zullen er verschillende aansluitingen komen op de omgeving. De bestaande loop en fietsroutes zullen worden uitgebreid waardoor de woonblokken geïntegreerd worden in het netwerk van langzaamverkeerspaden. Het parkeren vindt eveneens plaats in het openbare gebied. Aan de binnenzijde van de woonblokken grenzend aan de westelijke perceelsgrens zijn parkeerhoven geprojecteerd waar het benodigde aantal parkeerplaatsen gerealiseerd wordt. De invulling van de openbare ruimte is van grote invloed op de uiteindelijke sfeer in de wijk. Een robuuste openbare ruimte kan de drager zijn van een stedenbouwkundig plan. Er wordt gestreefd naar een openbare ruimte waarin de beplantingen een natuurlijk karakter hebben en verhardingen geminimaliseerd zijn. Waar mogelijk worden halfverhardingen of open verhardingen toegepast zodat regenwater ongehinderd de grond in kan spoelen. De opvang en afvoer van het regenwater vindt plaats tussen de woonblokken in en wordt zoveel als mogelijk zichtbaar gemaakt, door toepassing van wadi's.

Het beeld van het landschap waarin de appartementen worden ingepast wordt zoveel mogelijk natuurlijk vormgegeven. Een heftig glooiend landschap met goed zichtbare hoogteverschillen willen we voorkomen. De laagtes die nodig zijn op de waterbuffering op te vangen dienen zo subtiel mogelijk uitgevoerd te worden. 15

Het planvoornemen leidt verder niet tot aantasting van de openbare ruimte en zal geen nadelige implicaties hebben voor de openbare ruimte rondom het plangebied.

3.5

Bomen

Inventarisatie Binnen het plangebied komen (beeldbepalende) bomen voor. In de zuidwestzijde van het plangebied staat een cluster van bomen en struikvormers. Het betreft beplanting die gebruikt wordt door o.a. vogels. Daarnaast vormt de beplanting een buffer tussen woningen en de huidige bebouwing.

Beplanting zuidwestzijde Aan de zuidzijde van het plangebied zijn esdoorns gelegen. Esdoorns behoren tot de boomstructuur van de Hambakendreef. In het verleden stonden deze bomen in de openbare ruimte. Esdoorns zijn slecht in te passen in een ontwerp. Wanneer de groeiplaats wordt verstoord, kleiner gemaakt wordt en er wortels moeten worden verwijderd overleven esdoorns dit niet. Binnen 5 jaar sterven de meeste af. Bij een nieuw ontwerp moet er dan ook duidelijke afstemming komen over herstel van de bomenstructuur. Verder zijn er nog een aantal solitaire bomen aan de zuidzijde van het plangebied gelegen. Het betreffen acacia. De acacia heeft een hoge waarde qua biodiversiteit en is duurzaam. De populier heeft ook een hoge waarde in biodiversiteit, maar is minder gewenst nabij gebouwen. De acacia in onderhavig plangebied betreffen relatief jonge bomen.

16

Beplanting zuidzijde (esdoorns)

Beplanting zuidzijde (acacia) De beplanting aan de westzijde is oud doorgeschoten bosplantsoen. De beplanting heeft weinig waarde als buffer. De bomen die zijn ontstaan door het minimale onderhoud hebben weinig waarde als bomen. De kronen van deze bomen zijn klein en de bomen staan tevens bijna op de erfgrens. De bomen moeten daarom klein gehouden worden. De acacia is van grote waarde vanwege zijn grootte, biodiversiteit en de huidige staat. De cypres staat dicht tegen de acacia. Voor vogels is dit een ideale boom. De boom is een goede staat, maar de boom staat in de verdrukking tussen acacia en het gebouw. Tot slot staan er aan de noordzijde van het plangebied twee platanen. Platanen behoren bij groep bomen die noordelijk doorlopen richting het hoogspanningtracé. Platanen kunnen relatief makkelijk worden ingepast.

17

Noordzijde solitaire bomen en beplanting westzijde

Noordzijde (platanen) Conclusie Er staan in het gebied enkele bomen die als waardevol worden beschouwd. In het ontwerp moet daar rekening mee worden gehouden. In onderstaande kaart zijn de waardevolle bomen aangeduid. Voor de te verwijderen bomen dient een compensatie te komen. Voor het gehele plangebied dient een flora en faunaonderzoek uitgevoerd te worden.

18

Aanduiding waardevolle bomen

19

20

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1

Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte in werking getreden. Met de Structuurvisie brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij burgers en bedrijven, laat het meer over aan gemeenten en provincies en komen de burgers en bedrijven centraal te staan. Het Rijk kiest voor een selectieve inzet van rijksbeleid op 13 nationale belangen. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid: 1. een excellent en internationaal bereikbaar vestigingsklimaat in de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren; 2. ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie; 3. ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen; 4. efficiënt gebruik van de ondergrond; 5. een robuust hoofdnetwerk van weg, spoor en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio's inclusief de achterlandverbindingen; 6. betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem van weg, spoor en vaarwegen; 7. het instandhouden van de hoofdnetwerken van weg, spoor en vaarwegen om het functioneren van de netwerken te waarborgen; 8. verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's; 9.

ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling; 10. ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten; 11. ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten; 12. ruimte voor militaire terreinen en activiteiten; 13. zorgvuldige afwegingen en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke plannen. Eén van de dertien nationale belangen heeft betrekking op 'zorgvuldige afwegingen en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke plannen'. Het rijk behartigt dit belang met de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Deze 'ladder voor duurzame verstedelijking' is als proces vereiste vastgelegd in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro): 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende voorwaarden: 21

1.

Er wordt beschreven dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte; 2. Indien uit de beschrijving, bedoeld in onderdeel a, blijkt dat sprake is van een actuele regionale behoefte, wordt beschreven in hoeverre in die behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan worden voorzien door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins, en; 3. Indien uit de beschrijving, bedoeld in onderdeel b, blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan plaatsvinden, wordt beschreven in hoeverre wordt voorzien in die behoefte op locaties die, gebruikmakend van verschillende middelen van vervoer, passend ontsloten zijn of als zodanig worden ontwikkeld.' Omdat het plan betrekking heeft op een woning(bouw)locatie waar meer dan 11 woningen worden gerealiseerd, wordt het onderhavige plan gezien als een stedelijke ontwikkeling (artikel 1.1.1 Bro) . Er is sprake van een stedelijke ontwikkeling dat de bouw van 95 nieuwe woningen mogelijk maakt. Deze stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte. De regionale woningbouw afspraken zijn vastgelegd in de Regionale Agenda's Wonen, onderdeel van het Regionaal Ruimtelijk Overleg (RRO).

De gemeente 's-Hertogenbosch moet voorzien in de groeiende woningbehoefte en veranderende woonwensen. Met de Woonvisie 's-Hertogenbosch heeft de raad een ambitieus woningbouwprogramma vastgesteld: doel is om 10.500 woningen te realiseren in de periode 2020 - 2030 (zie paragraaf 4.3.2). Om deze ambitie te realiseren is voldoende woningbouwcapaciteit nodig en daarbinnen met name harde plannen. Dit zijn plannen waarvoor de benodigde ruimtelijke ordeningsprocedures doorlopen zijn. In lijn met de Woonvisie 's-Hertogenbosch gaat het daarbij om plannen in diverse woonmilieus om aan de verscheidenheid van woonwensen tegemoet te kunnen komen. Dit in lijn met de principes van de compacte, complete en contrastrijke stad, zoals vastgelegd in de Ruimtelijke Structuurvisie. Dit bestemmingsplan draagt bij aan het behalen van deze ambitie. De potentiële woningbouwcapaciteit voor de periode 2020 tot en met 2024 bedraagt 6.800 woningen, waarvan 3.000 woningen zijn opgenomen in harde plannen en 3.800 woningen in zachte plannen. Om de woningproductie de komende jaren op het hoge niveau van 1000 woningen per jaar te kunnen continueren, moet de harde plancapaciteit vergroot worden. Voorliggend plan met ruimte voor 63 appartementen en 32 appartementen met begeleid wonen draagt daaraan bij.

Het plan maakt overigens al jaren onderdeel uit van de potentiële plancapaciteit en kan, na het doorlopen van de benodigde RO-procedures, bijdragen aan het realiseren van de gemeentelijke woningbouwopgave en meerwaarde voor de buurt. Het voorgenomen initiatief voorziet, gelet op de harde plancapaciteit in verhouding tot de woningbouw opgave tot 2024 en daarna, in een actuele lokale en regionale behoefte, als bedoeld in artikel 3.1.6 lid 2 onder a. Bro. De woningen worden gerealiseerd binnen het bestaand stedelijk gebied (b.). Het bepaalde onder c. is vervolgens dan ook niet relevant. Het project voldoet aan de vereisten van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Verder geldt dat het plangebied niet in een gebied is gelegen waarhet Rijk een specifiek nationaal belang heeft aangewezen. De SVIR, het Barro en het Rarro vormen geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.

4.2

Provinciaal beleid

Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Op 1 januari 2011 is de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening in werking getreden. Hierin geeft de provincie Noord-Brabant de hoofdlijnen aan van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening haar biedt. De visie ondersteunt daarnaast het beleid op andere provinciale beleidsterreinen, zoals het economisch, mobiliteits-, sociaal, cultureel, milieu- en natuurbeleid. Met deze structuurvisie geeft de provincie ook (mede) gestalte aan nationale ruimtelijke belangen en doelen. 22

Deel A bevat de hoofdlijnen van het beleid. Op basis van trends en ontwikkelingen heeft de provincie haar ruimtelijke belangen gedefinieerd en ruimtelijke keuzes gemaakt. De ruimtelijke visie is uitgewerkt in dertien provinciale ruimtelijke belangen, zoals de concentratie van verstedelijking. De wijze waarop de provincie deze ruimtelijke belangen behartigt is uitgewerkt in vier manieren van sturen: regionaal samenwerken; ontwikkelen, zowel gebiedsgericht als thematisch zoals de Ecologische Hoofdstructuur en de herstructurering van bedrijventerreinen; beschermen van provinciale belangen zoals zorgvuldig ruimtegebruik en ruimtelijke kwaliteit, door middel van de Verordening ruimte; stimuleren, door middel van subsidies en door het beschikbaar stellen van kennis en informatie. In deel B staan de ambities, het beleid en de uitvoering voor de vier ruimtelijke structuren: de groenblauwe structuur, het landelijk gebied, de stedelijke structuur en de infrastructuur.

Uitsnede Structurenkaart met aanduiding plangebied bij rode contour Op de Structurenkaart is het plangebied aangeduid als Stedelijk concentratiegebied. Het stedelijk concentratiegebied heeft een bovenlokale opvangtaak voor verstedelijking. De gemeenten maken in regionaal verband en met de provincie afspraken over de verdeling van het verstedelijkingsprogramma in de regionale ruimtelijke overleggen (RRO's). Zorgvuldig ruimtegebruik en toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking (Bro) zijn voorwaarden bij het maken van regionale afspraken. Het beleid is verder geconcretiseerd in de omgevingsverordening. Omgevingsvisie De Kwaliteit van Brabant Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de omgevingsvisie Noord Brabant vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt na het inwerking treden van de Omgevingswet de provinciale structuurvisie. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit wil zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wilt daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma's.

Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: werken aan energietransitie, een klimaat proof Brabant, de slimme netwerkstad en een concurrerende duurzame economie. Deze vier hoofdopgave staan ten dienste van de basis opgaven: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses. Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a. door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma's) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. 23

Het planvoornemen voorziet in de bouw van vier appartementengebouwen ter plaatse van de voormalige locatie van een onderwijscompplex. Het plangebied is gelegen binnen stedelijk gebied. Door het planvoornemen wordt het ruimtegebruik binnen het stedelijk gebied geoptimaliseerd en wordt er binnen stedelijk gebied voorzien in de kwalitatieve en kwantitatieve woonbehoefte. Het planvoornemen is daarmee in lijn met de omgevingsvisie. Interim omgevingsverordening Provinciale Staten hebben op 29 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening vastgesteld. De Interim omgevingsverordening betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid zoals de Omgevingsvisie. De beleidsneutrale omzetting betekent overigens niet dat er in het geheel geen wijzigingen ten opzichte van de huidige verordeningen zijn verwerkt.

Belangrijke uitgangspunten vanuit de Omgevingsvisie zijn verwerkt. De nieuwe manier van werken met diep, rond en breed kijken is opgenomen en er wordt vaker een koppeling gelegd met omgevingskwaliteit door bijvoorbeeld sanering van leegstaand vastgoed elders. De nadruk op omgevingskwaliteit komt ook tot uitdrukking bij de kwalitatieve benadering voor hergebruik van leegstaand vastgoed in het landelijk gebied en duurzame verstedelijking.

Uitsnede kaart Stedelijke ontwikkeling met plangebied aangeduid bij rode contour Het plangebied is gelegen binnen het concentratiegebied verstedelijking, stedelijk gebied. Ten aanzien van het toevoegen van woningen in het Stedelijk gebied, is in de Interim omgevingsverordening het volgende opgenomen (artikel 34.1): een bestemmingsplan van toepassing op Stedelijk gebied dat voorziet in het realiseren van woningen bevat een onderbouwing: a. dat de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in artikel 62; b. hoe invulling wordt gegeven aan de doelen op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie en een veilige, gezonde leefomgeving

24

Gezien het feit dat onderhavige ontwikkeling voorziet in de toevoeging van 95 woningen cq. wooneenheden, is de verantwoordingsplicht uit de Interim omgevingsverordening van toepassing. De regionale woningbouw afspraken zijn vastgelegd in de Regionale Agenda Wonen, onderdeel van het Regionaal Ruimtelijk Overleg (RRO). In paragraaf 4.1 is reeds besproken dat onderhavig planvoornemen binnen de woningbouwafspraken conform het Regionaal Ruimtelijk Overleg past. Daarnaast geldt dat het streven erop is gericht dat de appartementengebouwen kunnen worden aangemerkt als 'nul-op-de-meter' bouwwerk. Niet per definitie bij oplevering, maar zeker wel in de toekomst. Dit is een bewuste keuze waarbij is afgewogen wat er naar inzichten en technieken van dit moment en financieel maximaal haalbaar is. Hiermee wordt invulling gegeven aan het aspect energietransitie. Ten aanzien van het aspect klimaatadaptatie is rekening gehouden met de benodigde waterbergingseis op eigen terrein (zie paragraaf 6). In de paragrafen 5.3.2 tot en met 5.5 is toegelicht dat sprake is van een veilige, gezonde leefomgeving en dat deze omgeving door de toevoeging van de woningen niet wordt geschaad. Het woonen leefklimaat van de te realiseren woningen en de directe omgeving wordt gewaarborgd. De ontwikkeling draagt hiermee bij aan de doelen als gesteld in de Omgevingsvisie en de Interim omgevingsverordening.

Tot slot is het zo dat ten alle tijden de zorgplicht voor zorgvuldig ruimtegebruik van kracht is. Het belang hiervan wordt in de Interim omgevingsverordening aangemerkt als een provinciaal belang. Stedelijke ontwikkelingen dienen te worden gemotiveerd met in achtneming van de 'ladder voor duurzame verstedelijking' zoals opgenomen in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 4.1. In deze paragraaf is ingegaan op de ladder voor duurzame verstedelijking. Daarnaast wordt door de herontwikkeling van een leegstaand onderwijscomplex in het bestaande straatbeeld aan de Klokkenlaan ter plaatse de ruimtelijke structuur versterkt en er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. Tot slot is het zo dat ten alle tijden de zorgplicht voor zorgvuldig ruimtegebruik van kracht is. Het belang hiervan wordt in de Interim omgevingsverordening aangemerkt als een provinciaal belang. Stedelijke ontwikkelingen dienen te worden gemotiveerd met in achtneming van de 'ladder voor duurzame verstedelijking' zoals opgenomen in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De gemeente 's-Hertogenbosch maakt deel uit van het RRO Noordoost-Brabant. In de Regionale Agenda Wonen voor Noordoost-Brabant d.d. 17 december 2014 is de woningbouw opgave in de gemeente 's-Hertogenbosch begroot op 6.805 woningen in de periode 2014-2024.

In de hele regio Noordoost-Brabant gaat het in deze periode om een opgave van 18.900 woningen. Voor de lange termijn - tot 2030 - bedraagt de opgave een kleine 30.000 woningen. Hiertegenover staat een potentiële (netto) woningbouw capaciteit in de gemeente 's-Hertogenbosch van in totaal circa 8.400 woningen. Hiervan zijn circa 4.000 woningen harde plancapaciteit. Het voorgenomen initiatief voorziet, gelet op de harde plancapaciteit in verhouding tot de woningbouw opgave tot 2024 en daarna, in een actuele lokale en regionale behoefte, als bedoeld in artikel 3.1.6 lid 2 Bro (a). Verder voldoet het project aan de vereisten van de 'ladder voor duurzame verstedelijking' (paragraaf 4.1). Daarnaast wordt door de herontwikkeling van een leegstaand onderwijscomplex in het bestaande straatbeeld aan de Klokkenlaan ter plaatse de ruimtelijke structuur versterkt en er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik.

25

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1 Structuurvisie In juni 2003 heeft de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch de Ruimtelijke StructuurVisie vastgesteld, met de ondertitel 'Stad tussen stromen'. De Ruimtelijke StructuurVisie geeft richting aan de ruimtelijke ambities van de stad. Op 28 januari 2014 heeft de gemeenteraad de actualisatie van de structuurvisie uit 2003 vastgesteld. In deze geactualiseerde structuurvisie integreert gemeente het provinciaal beleid. De geactualiseerde structuurvisie bevat een integrale visievorming voor lange termijn, 10 jaar met een doorkijk naar 15 à 20 jaar. De structuurvisie bestaat uit het Ruimtelijk Casco, een visie geformuleerd op het plangebied. Een ruimtelijke analyse van de stad en het gemeentelijk beleid vormen de input voor deze visie. De visie formuleert de ontwikkelingskoers, beschrijft een wensbeeld van de stad voor de lange termijn en biedt het casco voor concrete projecten en plannen. Het is een toetsingskader, en tegelijkertijd ook een inspiratiekader voor ruimtelijke ontwikkeling. Zo wordt bepaald waar strakke contouren ter bescherming van kwetsbare waarden liggen en kansen voor ontwikkeling. En worden locaties aangeduid waar deze ontwikkeling tegen randvoorwaarden mogelijk zijn en afweegbare gebieden voor uitbreidingen en intensiveringen aangewezen.

Het 'ruimtelijk motto' van compacte, complete en contrastrijke stad als het uitgangspunt voor de ruimtelijke ontwikkeling voor de stad blijft gehanteerd, in de overtuiging dat dit de juiste basis biedt voor een duurzame ruimtelijk hoofdstructuur. De RSV vermeldt over het plangebied dat dit is gelegen binnen het bestaand bebouwd gebied. Aandacht voor de bestaande woningvoorraad wordt de komende jaren als de belangrijkste opgave gezien. Aanvulling van de bestaande voorraad blijft echter noodzakelijk als gevolg van bevolkingsgroei, gezinsverdunning en veranderende behoeften. Het tekort aan woningbouwlocatie(s) voor de lange termijn kan deels opgevangen worden door inbreidingslocaties in de stad. De mogelijkheden voor herinvulling van deze vrijkomende binnenstedelijke ruimte hangt mede samen met de kwalitatieve woningbehoefte. In de meeste gevallen betekent herstructurering momenteel het intensiveren van het woningbouwprogramma. Vanuit ruimtelijke kwaliteitsaspecten en woningbehoefte kan het juist ook wenselijk zijn soms te verdunnen in het bestaand stedelijk gebied. Daarom is er nu en in de toekomst altijd een zekere mate van uitwisseling tussen de herstructurering van bestaand stedelijk gebied en het realiseren van uitbreidingslocaties nodig; beide zijn kwalitatief én ook financieel met elkaar verweven.

Voor de stad is de ontwikkeling van appartementen op bepaalde locaties van essentieel belang. In stedelijke gebieden worden appartementen veelal gepland ter wille van de versterking van de schaarse centrumstedelijke woonmilieus (nabij het stadscentrum, wijkcentra en de stedelijke verbindingsassen), waar door intensief en meervoudig ruimtegebruik gestapelde bouw wordt nagestreefd. Maar het blijft een segment binnen de woningmarkt waarvan de aantrekkelijkheid bepaald wordt door zaken als locatie, uitstraling en kwaliteit. Voorkomen moet worden dat het aantal waarmee (te groot), het tempo waarin (te hoog) en de termijn waarop (te kort), de bouw van appartementen in de woningbouwplanning niet goed aansluit bij de vraagontwikkeling van de woonconsument en het opnamevermogen van de woningmarkt. Het is dus van belang om de bouw van deze appartementen te prioriteren en faseren en in overeenstemming te brengen met de ontwikkeling van de vraag. Dit is temeer van belang omdat de prognoses veel schommelingen vertonen en de planvoorbereiding de nodige bandbreedte behoeft. Onderhavig planvoornemen heeft betrekking op de realisatie van vier appartementengebouwen ter plaatse van de voormalige locatie van een onderwijscomplex. Het onderwijscomplex staat al geruimere tijd leeg en betreft als het ware een los object in een woonwijk.

Door het schoolgebouw en de kinderdagopvang te slopen en hier vier appartementengebouwen op te richten, wordt invulling gegeven aan het principe van duurzaam ruimtegebruik. Verder geldt dat de binnen de appartementengebouwen te ontwikkelen 62 sociale huurwoningen en 32 woonzorgeenheden aansluiten op de kwalitatieve en kwantitatieve woonbehoefte binnen de gemeente 's-Hertogenbosch. Tot slot wordt met het stedenbouwkundig ontwerp van de appartementengebouwen een kwalitatief hoge uitstraling nagestreefd dat aansluit op de kwaliteiten van de omgeving. Het planvoornemen wordt daarmee passend binnen de RSV geacht.

26

4.3.2 Woonagenda 2020 Het woonbeleid van de gemeente 's-Hertogenbosch is vastgelegd in de Woonvisie 's-Hertogenbosch. Deze is door de gemeenteraad op 9 juni 2020 vastgesteld. Ontspannen en soms ook spannend wonen, in een sterke stad met leefbare buurten en dorpen. Waar inwoners trots zijn op hun woonplaats en iedereen zoveel als mogelijk kan wonen in een woning die aansluit bij hun woonwensen en mogelijkheden. Dat is het doel. Om dit te bereiken zijn er vier opgaven geformuleerd: Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ

Passend en betaalbaar wonen voor iedereen; Leefbare en inclusieve buurten; Toekomstbestendige en duurzame woningvoorraad; Strategisch innovatief woonprogramma.

Passend en betaalbaar wonen Binnen deze opgave gaat extra aandacht uit naar starters en (lage) middeninkomens. We zetten in op het realiseren van divers en passend woningaanbod, met nadruk op de toenemende groep 1 en 2 persoonshuishoudens. Om de voorraad passend te blijven houden, wordt er een flexibele schil gerealiseerd, voor o.a. spoedzoekers. Daarnaast is er aandacht voor het huisvesten van specifieke doelgroepen, waaronder ouderen, mensen met een handicap of psychische kwetsbaarheid, maar ook jongeren, starters en studenten. Leefbare en inclusieve buurten De Woonvisie streeft naar eenheid in verscheidenheid. Interventies in nieuwbouw en de bestaande woningvoorraad versterken de buurt en, zorgen voor een divers aanbod. Daarbij is bijzondere aandacht voor de huisvesting van kwetsbare doelgroepen en het stimuleren van nieuwe woonconcepten en bewonersinitiatieven die bijdragen aan ontmoeting, leefbaarheid en veiligheid. Toekomstbestendige en duurzame woningvoorraad De woonvisie heeft een gezonde, duurzame én flexibel inzetbare woningvoorraad als doel. Een woningvoorraad die ook de toekomstige uitdagingen en veranderende woonwensen aan kan. De opgave ligt hierbij zowel in de nieuwbouw als in de bestaande woningvoorraad. Strategisch innovatief woonprogramma De gemeenteraad heeft als ambitie uitgesproken om 10.500 woningen te realiseren in de periode 2020 2030.

Daarbij is de ambitie een stedelijke differentiatie over de volgende categorieën: Ÿ Ÿ Ÿ

minimaal 30% sociale huur; minimaal 20% middenhuur en goedkope koop; maximaal 50% dure huur en (middel)dure koop.

Op projectniveau wordt gestreefd wordt naar differentiatie binnen de categorieën. Daarbij is maatwerk in de percentages mogelijk, indien dat bijdraagt aan een leefbare en inclusieve buurt. Onderhavige ontwikkeling ziet toe op de realisatie van vier appartementengebouwen, bestaande uit 63 sociale huurwoningen en 32 zorgwooneenheden, ter plaatse van een voormalig schoolgebouw en kinderdagopvang. Met onderhavige ontwikkeling wordt invulling gegeven aan de kwantitatieve en kwalitatieve woonbehoefte ter plaatse van een inbreidingslocatie. Ook wordt met onderhavige ontwikkeling ingezet op differentiatie van het woonmilieu. Ten eerste worden de 63 sociale huurwoningen niet alleen toegewezen aan de laagste inkomens (primaire doelgroep, inkomen tot €31.550), maar ook aan huishoudens met een inkomen tot €39.055. Ten tweede worden door de inzet van de 10% regeling sociale huurwoningen toegewezen aan middeninkomens. Ten derde wordt de positie van de secundaire doelgroep (inkomen tot €39.055) en (lage) middeninkomens duurzaam geborgd door het optrekken van de huurprijs bij mutatie. Tot slot geldt dat voorrang wordt gegeven aan mensen van 65 jaar uit de wijk om door te stromen naar een meer passende woning. De huurwoningen die hierdoor vrijkomen kunnen worden toegewezen aan de doelgroep middeninkomens.

Het streven is erop gericht dat de appartementengebouwen kunnen worden aangemerkt als 'nul-op-de-meter' bouwwerk. Niet per definitie bij oplevering, maar zeker wel in de toekomst. Dit is een 27

bewuste keuze waarbij is afgewogen wat er naar inzichten en technieken van dit moment en financieel maximaal haalbaar is. Tot slot geldt dat het planvoornemen voorziet in de realisatie van 32 woonzorgeenheden ten behoeve van zorginstantie Philadelphia. Hiermee wordt bijgedragen aan de ontwikkeling van een passend woonzorgaanbod binnen de gemeente en een inclusieve samenleving 4.3.3 Welstand Op 17 mei 2011 heeft de gemeenteraad de 'Actualisering Welstandsnota 2011' vastgesteld. In de Welstandsnota zijn per bebouwingstype architectonische en bouwtechnische welstandscriteria opgenomen. Daarnaast gelden de algemene welstandscriteria als beoordelingskader. Het plangebied ligt in het welstandsgebied 'Noord'. Het perceel is aangemerkt als "T4 - op zich zelf staande bebouwing". Omdat de functie op een deel van het perceel wijzigt van maatschappelijk naar wonen zal op dit gedeelte het welstandsregime worden gewijzigd. Deze wijziging van het weldstandsregime van 'op zich zelf staande bebouwing' naar 'gestapelde woonbebouwing' vormt onderdeel van de ontwerp procedure. Het bouwplan voor de nieuwbouw aan de Klokkenlaan 2 is voorgelegd aan de welstandcommissie. De welstandcommissie heeft op 11 november 2020 positief over het bouwplan geadviseerd. 4.3.4 Bomen Beleid Het Bomenbeleidsplan 's-Hertogenbosch is door de gemeenteraad vastgesteld op 29 september 2017.

Bij de ruimtelijke procedure vindt een afweging plaats ten aanzien van verschillende functies waaronder groen. De gemeente stelt daarbij voorwaarden ten aanzien van groen. Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij beleidsuitgangspunten uit het Bomenbeleidsplan, zoals het zoveel mogelijk behouden van bomen, het verplanten van bomen en herplant en compensatie van groen. Afspraken over velling, herplant en compensatie wordt bij het plan vastgelegd zodat hierbij aangesloten kan worden bij de uiteindelijke vergunningprocedure. Het kan zowel om behoud als om ontwikkeling van nieuw groen gaan. Bij de ontwikkeling moeten bomen direct in beeld zijn. Hiervoor wordt een bomeninventarisatie uitgevoerd. Hierbij worden alle bomen in beeld gebracht en op waarde beoordeeld. De inventarisatie wordt gebruikt bij het ontwerpproces. De gemeente toetst hierbij de wijze waarop rekening wordt gehouden met de bomen. Inventarisatie Voor het plangebied is een boominventarisatie door de gemeente uitgevoerd (d.d. 19 december 2018, zie ook 3.5) en een Boomeffectanalyse (BEA) d.d. 2 juni 2020 door Pius Floris, welke is bijgevoegd als Bijlage 2. In deze toelichting worden de belangrijkste conclusies vermeld, voor de gehele onderzoeken wordt verwezen naar de bijlagen. Uit de inventarisatie is gebleken dat er 8 waardevolle bomen zijn waarbij met de inrichting rekening is gehouden.

Deze zijn later in de BEA verder onderzocht. He betreffen 2 platanen, 1 acacia, 4 esdoorns. Eén acacia is door de positie van de nieuwbouw niet in te passen Voor bomen nr. 1,4,7,8,9,10,22,23,24 geldt dat de conditie is verminderd tot goed en de toekomstverwachting meer dan 10 jaar bedraagt. Vier andere kapvergunningplichtige bomen kunnen niet worden ingepast. Verplanten is geen optie voor de waardevolle acacia gezien de soort en wortelgestel. De bomen zullen daarom worden vervangen. Conclusie Voor 5 bomen (waarvan 1 waardevolle) dient een kapvergunning te worden aangevraagd. Voor 2 bomen een herplant met maatvoering 35-40, voor 3 bomen 20-25. Compensatie in het huidige ontwerp is verspreid goed mogelijk. Er worden ten aanzien van het aspect bomen geen belemmeringen verwacht.

28

Hoofdstuk 5 Milieu, duurzaamheid en waarden 5.1

Inleiding

Dit hoofdstuk geeft weer hoe milieuaspecten een rol hebben gespeeld bij het opstellen van het voorliggende bestemmingsplan. Tussen milieuaspecten en ruimtelijke ordening bestaat een duidelijke relatie. De milieukwaliteit vormt namelijk een belangrijke afweging bij de ontwikkelingsmogelijkheden van ruimtelijke functies. Bij de besluitvorming over het al dan niet toelaten van een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling, dient onderzocht te worden welke milieuaspecten daarbij een rol kunnen spelen. Het is daarnaast van belang om milieubelastende functies (zoals bedrijfsactiviteiten) ruimtelijk te scheiden van milieugevoelige functies (zoals woningen). Andersom moet in de ruimtelijke ordening nadrukkelijk rekening gehouden worden met de gevolgen van ruimtelijke ingrepen voor het milieu. Milieubelastende of hinderlijke situaties moeten voorkomen worden.

5.2

Bedrijven en milieuzonering

Milieuzonering zorgt voor voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te garanderen naast de zorg dat er voor bedrijven voldoende ruimte voorhanden is om de bedrijfsactiviteiten duurzaam en binnen aanvaardbare voorwaarden (normen) uit te kunnen voeren. Richtlijn Bij het beoordelen van (binnen het plangebied of elders gelegen) de bedrijven welke invloed hebben op het plangebied, is gebruik gemaakt de VNG-brochure “Bedrijven en Milieuzonering”. De VNG brochure is een richtlijn, vormt geen wettelijk kader maar heeft als gevolg van jurisprudentie de status van pseudo-wetgeving gekregen. Deze richtlijn biedt kaders om milieuzonering goed in ruimtelijke plannen af te wegen. In de VNG-uitgave staan minimale richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar die gebaseerd zijn op een “gemiddeld” modern bedrijf. Deze richtafstanden gelden vanaf de perceelgrens van het bedrijf waar de bedrijfsactiviteiten plaats kunnen vinden (of de opslagvoorziening of installatie) tot aan de gevel van woningen in een 'rustige woonwijk'.

Indien het bedrijf afwijkt door grootte, technische voorzieningen, afschermingen et cetera is het mogelijk om gemotiveerd af te wijken van de (indicatieve) afstanden. De grootste van de vier VNG-richtafstanden (voor geur, stof, geluid of gevaar) is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieu-categorie. De milieucategorie van een bedrijf kan variëren van 1 (een licht bedrijf, met een hinderafstand van 10 meter) tot 6 (een zeer zwaar bedrijf, met een hinderafstand van 1500 meter).

29

Direct ten noorden van het plangebied bevindt zich een perceel met de bestemming 'maatschappelijk'. Op deze bestemming is lichte bedrijvigheid als sociale voorzieningen en dienstverlening toegestaan. Deze bedrijvigheid past bij het gebied functiemenging, zolang, zoals rondom het plangebied, woningen en andere gevoelige functies zijn afgescheiden van deze bedrijvigheid. Hinder als gevolg van deze bestemde bedrijvigheid wordt niet verwacht. Op de eerste plaats omdat dit soort lichte bedrijfsactiviteiten prima nabij woningen kunnen worden uitgevoerd. Daarnaast vallen bedrijven onder de algemene milieuregels uit het “Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer” (Activiteitenbesluit). Bedrijven zijn in beginsel verplicht zich te houden aan de hindernormen uit dit Activiteitenbesluit om eventuele hinder in de nabije omgeving te voorkomen. Deze normen gelden reeds op dichterbij aanwezige woningen, zodat de reeds bestaande woningen al bepalend en beperkend zijn voor de eventuele hinderuitstraling van deze gemengde activiteiten. Van een hinderlijke situatie hier is geen sprake. Nabij gelegen bedrijfspercelen vormen geen knelpunt voor realisatie van de nieuwe woningen op de beoogde locatie. Verder zullen de geplande woningen de belangen van de reeds bestemde bedrijvigheid niet schaden. De geplande functie die (woonzorg-)appartementen toelaat past in onderhavig gebied.

5.3

Geluid

Bij een ruimtelijk plan dient rekening te worden gehouden met geluidsbronnen en de mogelijke hinder of overlast daarvan voor mensen. De beoordeling van het aspect geluid in ruimtelijke plannen vindt zijn grondslag in vooral de Wet geluidhinder en Wet milieubeheer. Daarnaast vindt de beoordeling zijn grondslag in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), op grond van een “goed woon- en leefklimaat”. Het aspect geluid kent voor geluidsgevoelige bestemmingen (zoals woningen) afhankelijk van typen geluidsbronnen een wettelijk kader die van belang zijn bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Zo zijn in de Wet geluidhinder voor geluidsgevoelige bestemmingen (als woningen) grenswaarden opgenomen voor industrielawaai, wegverkeerlawaai en spoorweglawaai. Het stelsel is gericht op het voorkomen van nieuwe geluidgehinderden. 5.3.1 Wegverkeerslawaai Wettelijk kader Langs alle wegen bevinden zich conform de Wet geluidhinder (Wgh) geluidszones, met uitzondering van wegen op woonerven en 30 km/uur-wegen. Binnen de geluidszone van een weg dient de geluidsbelasting op de gevel van geluidsgevoelige bestemmingen (zoals woningen) aan wettelijke normen te voldoen. De breedte van een geluidonderzoeks-zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging van de weg (binnen- of buitenstedelijk). De beoogde ontwikkeling ligt binnen de zone van de Klokkenlaan.

Voor de geluidsbelasting op de gevels van nieuwe geluidsgevoelige functies binnen de wettelijke geluidszone van deze weg geldt een ten hoogst toelaatbare geluidbelasting van 48 dB. Onder voorwaarden is een hogere waarde mogelijk tot 63 dB. Indien uit akoestisch onderzoek blijkt dat de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting van 48 dB wordt overschreden, moet worden onderzocht of maatregelen kunnen worden getroffen, gericht op het verminderen van de geluidsbelasting aan de gevel. Voor zulke maatregelen wordt onderstaande volgorde aangehouden: Ÿ Ÿ Ÿ

Bronmaatregelen (bijvoorbeeld aanpassing intensiteiten of soort wegdekverharding) Overdrachtsmaatregelen (bijvoorbeeld geluidsafscherming) Maatregelen bij de ontvanger (bijvoorbeeld aanbrengen extra geluidsisolatie aan de gevel of woningindeling) Zijn deze maatregelen niet mogelijk, niet gewenst of niet doeltreffend, dan kan de gemeente onder voorwaarden voor nieuwe geluidsgevoelige objecten een hogere (geluid)waarde verlenen. Eventuele voorwaarden die worden gesteld aan een te verlenen hogere waarde zijn ten gunste van de geluidsituatie en dus het woon- en leefklimaat bij de gevoelige objecten. Hiervoor heeft gemeente 's-Hertogenbosch een 'hogere waarde beleid' vastgesteld. De voorwaarden waaronder een eventuele hogere waarde wordt verleend zijn afhankelijk van de hoogte van de geluidsbelasting en het type gebied waarin het plan zich bevindt. Per gebiedstype geldt een ambitie voor wat betreft de geluidsbelastingen. Zo wordt bijvoorbeeld in een (normaliter rustig) buitengebied een lager geluidsniveau nagestreefd dan in een rumoerig gebied langs een drukke snelweg met verhoogde geluidsbelastingen. Een hogere waarde mag – zoals gezegd - de maximale geluidsbelasting van 63 dB niet overschrijden.

Voorwaarden voor een vast te stellen hogere waarde zijn bijvoorbeeld de aanwezigheid van een geluidsluwe (rustige) zijde en een geluidsniveau in de buitenruimte (zoals achtertuin/balkon) dat voldoet aan de ambitie voor het betreffende gebied. Voor 30

geluidsbelastingen op gevels meer dan 63 dB kan geen ontheffing worden verleend. Naast het toetsingskader en wettelijke eisen van de Wgh dienen er altijd zodanige gevelmaatregelen te worden genomen dat wordt voldaan aan de maximale geluidsbinnenwaarde op grond van het Bouwbesluit. Deze maximale geluidsbinnenwaarde is ten gunste van het woon-, leef- en verblijfsklimaat in betreffend object. Met de aanvraag om omgevingsvergunning zal moeten worden aangetoond dat deze binnenwaarde wordt voldaan. Plan Binnen het plangebied worden geluidgevoelige bestemmingen mogelijk gemaakt binnen de zones van wegen, zoals bedoeld in hoofdstuk VI van de wet ("zones langs wegen"). Het betreft 94 woningen c.q. wooneenheden langs de Klokkenlaan. Voor deze geluidgevoelige bestemmingen is door K+ Adviesgroep b.v. een akoestisch onderzoek uitgevoerd (rapportnr. QR/QR/M19 492.401.3, d.d. 11 mei 2020, zie Bijlage 3) en heeft een toetsing plaatsgevonden aan de normen uit de Wet geluidhinder. Uit het akoestisch onderzoek blijkt ten aanzien van wegverkeerslawaai door wegverkeer op de Klokkenlaan het volgende: Ÿ Ÿ

Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ Ÿ

Ÿ

Ter plaatse van waarneempunt 1-3, 11-14, 20-23, 29-32, 38, 39, 43 en ter plaatse van de balkons bij waarneempunt 46, 49 en 52 zijn op één of meerdere bouwlagen de optredende gevelbelastingen hoger dan de voorkeurs-grenswaarde van 48 dB. Bij blok A (Philadelphia) wordt de voorkeursgrenswaarde overschreden bij het zorgappartement op de begane grond ter hoogte van waarneempunt 1, 2 en 11. Bij de appartementen gelegen op de eerste, tweede en derde verdieping wordt de voorkeursgrenswaarde overschreden in waarneempunt 1 t/m 3, 11, 12 en 43. Het gaat om 4 zorgappartementen op de begane grond en 6 appartementen op de verdieping. Bij blok B (Urban Villa) wordt de voorkeursgrenswaarde overschreden bij het hoekappartement op de begane grond ter hoogte van waarneempunt 13 en 14 en per bouwlaag bij het hoekappartement ter hoogte van waarneempunt 13-14 en 20-21. Het gaat om 7 van de 17 appartementen. Bij blok C (Urban Villa) wordt de voorkeursgrenswaarde overschreden bij het hoekappartement op de begane grond ter hoogte van waarneempunt 22-23 en per bouwlaag bij het hoekappartement ter hoogte van waarneempunt 22-23 en 29-30. Het gaat om 7 van de 17 appartementen. Bij blok D (Kopgebouw) wordt de voorkeursgrenswaarde overschreden bij het hoekappartement op de begane grond ter hoogte van waarneempunt 31-32 en per bouwlaag bij het hoekappartement ter hoogte van waarneempunt 31-32 en 38-39.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9848779/1