Bijlage 2 - Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie 's-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER)
Tekst van het document
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie 'sHertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) (Bijlage bij Raadsvoorstel / - besluit van de gemeente ’s-Hertogenbosch tot vaststelling van Omgevingsvisie Zin in ’s-Hertogenbosch)
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 1 van 80
Inhoud 1. 2. 3. 4.
De procedure .........................................................................................................................4 De ingediende zienswijzen/ontvankelijkheid ............................................................................4 Samenvatting ingediende zienswijzen.....................................................................................4 Inhoud, antwoord op en eventuele wijzigingen naar aanleiding van de zienswijzen .................4 1. Cumela, brancheorganisatie voor groen, grond en infra ..........................................................4 2. Mureau Advies namens inwoner Rosmalen ............................................................................6 3. Inwoner van ’s-Hertogenbosch ............................................................................................. 11 4. ProRail ................................................................................................................................. 11 5. Inwoner van Nuland, ’s-Hertogenbosch ................................................................................ 16 6. Inwoner van ’s-Hertogenbosch ............................................................................................. 17 7. Inwoner van ’s-Hertogenbosch ............................................................................................. 19 8.
Gemeente Heusden ............................................................................................................. 19 9. Inwoner van ’s-Hertogenbosch namens 51 huishoudens langs de Maastrichtseweg (gedeelte Lambooijbrug tot Oosterplas)......................................................................................................... 19 10. Friesland Campina ............................................................................................................... 22 11. Dorpsraad Vinkel .................................................................................................................. 22 12. Waterschap Aa en Maas en Waterschap De Dommel ........................................................... 23 13. Gemeente Vught .................................................................................................................. 24 14. Diverse besloten vennootschappen (perceeleigenaren) in Noordoosthoek van de Groote Wielen ........................................................................................................................................... 27 15. Woningstichting BPD (bouwfonds gebiedsontwikkeling) en woonstichting Joost.................... 33 16. Inwoner van ’s-Hertogenbosch ............................................................................................. 34 17.
Onbeperkt 073 en WAC-Den Bosch ..................................................................................... 34 18. Inwoner van ’s-Hertogenbosch ............................................................................................. 35 19. Wijkvereniging De Herven .................................................................................................... 36 20. Inwoner van ’s-Hertogenbosch, lid van Woon Advies Commissie i.o. .................................... 38 21. Gemeente Oss ..................................................................................................................... 40 22. Vastgoedontwikkelaar, belegger en vastgoedbeheerder MWPO ........................................... 43 23. Vereniging Zuidelijke Land- en Tuinbouw Organisatie (ZLTO) Oss-Den Bosch ..................... 44 24. Fietsersbond, afdeling ’s-Hertogenbosch .............................................................................. 47 25. Platform gebiedsvisie Nuland (dorpsraad en grootste verenigingen Nuland) ......................... 51 26. Het Groene Hart Brabant Mede namens het bestuur Boom & Bos ........................................ 52 27. Inwoner van ’s-Hertogenbosch ............................................................................................. 57 28.
Kinderopvangbedrijf.............................................................................................................. 58 29. GGD..................................................................................................................................... 59 30. Megment b.v. ....................................................................................................................... 63 31. Provincie Noord-Brabant ...................................................................................................... 65 32. Isabel van Lent, cultuurhistorisch onderzoek en advies ......................................................... 68
5.
Moties en ambtshalve wijzigingen ......................................................................................... 70 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Motie 8 Grondbeginselen van ontmoeting ............................................................................. 70 Motie 9 Gezond voedselaanbod; liever gezond dan te rond .................................................. 70 Motie 11 Station Maaspoort .................................................................................................. 71 Motie 12 Een visie op hoogbouw .......................................................................................... 71 Motie 14 Meer ruimte voor Groen en Natuur, voorkom stilstand ............................................ 72 Motie 15 Behoud en versterken van karakter in dorpen en wijken ......................................... 72 Motie 16 Groene ontmoetingen – parken en verbindende routes voor iedereen .................... 73 Motie 17 (Omgevings)Visie op veiligheid en betere bereikbaarheid ....................................... 73 Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 2 van 80
6. 7.
Overige ambtshalve wijzigingen ............................................................................................ 74 Overige inbreng .................................................................................................................... 76 1. 2.
8.
Stichting Dungens Broek i.o.................................................................................................. 76 Bestuursraad Bokhoven Engelen .......................................................................................... 76 Totaaloverzicht wijzigingen Omgevingsvisie en OER ............................................................ 79
1. 2. 3.
Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen ......................................................................... 79 Ambtshalve wijzigingen naar aanleiding van moties .............................................................. 79 Overige ambtshalve wijzigingen ............................................................................................ 79
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 3 van 80
1.
De procedure De ontwerp omgevingsvisie 's-Hertogenbosch heeft met ingang van 13 januari 2025 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze termijn heeft iedereen schriftelijk, digitaal of mondeling bij de gemeenteraad van de gemeente ’s-Hertogenbosch een zienswijze over het ontwerp kunnen indienen. De bekendmaking stond op 10 januari 2025 in het Gemeenteblad en op de gemeentelijke website. De stukken lagen vanaf 13 januari 2025 gedurende 6 weken in de publieksruimte van het Stadskantoor ter inzage. Ook waren de stukken inzichtelijk via overheid.nl, www.ruimtelijkeplannen.nl en www.omgevingswet.overheid.nl.
2.
De ingediende zienswijzen/ontvankelijkheid De termijn verliep op 24 februari 2025. In totaal zijn 34 zienswijzen op de ontwerp omgevingsvisie ingediend. Eén zienswijze is ingetrokken, en twee zienswijzen zijn ruim buiten de termijn ingediend. Die twee zienswijzen zijn wel meegenomen en beschouwd als overige inbreng.
3.
Samenvatting ingediende zienswijzen In deze nota zijn de ingebrachte zienswijzen samengevat en van een reactie voorzien. Ook is hierbij aangegeven of de ingediende zienswijze en beantwoording daarvan leidt tot een voorstel voor aanpassing ten opzichte van de ontwerp omgevingsvisie. Voor de volledigheid wordt hierbij vermeld, dat de complete ingediende zienswijze betrokken is bij de opstelling van het antwoord. De originele ontvangen zienswijzen kunnen, in het kader van de (verdere) besluitvorming, ingezien worden door de gemeenteraad.
4. 1.
Inhoud, antwoord op en eventuele wijzigingen naar aanleiding van de zienswijzen Cumela, brancheorganisatie voor groen, grond en infra 1a.
Samenvatting
Indiener verzoekt als belangrijke sector in het buitengebied samen te kijken naar reële mogelijkheden om het buitengebied/grondgebied van de gemeente 's-Hertogenbosch veiliger, mooier en beter te maken. Antwoord De omgevingsvisie toont onze hoofdkeuzes en de wenselijke ontwikkelrichting voor de integrale opgaven, en dus ook voor het buitengebied. Om deze ambities waar te maken nodigen we inwoners, ondernemers en onze partners -waaronder Cumela- van harte uit om hiermee samen aan de slag te gaan. De omgevingsvisie vormt voor iedereen een inspiratie om initiatieven te ontplooien die bijdragen aan de gezamenlijke stip op de horizon. We kijken uit naar de bijdrage van Cumela bij verdere uitwerking van plannen en projecten om het buitengebied en grondgebied van de gemeente 's-Hertogenbosch mooier, veiliger en beter te maken. 1b.
Samenvatting
Indiener vraagt de gemeente om mogelijkheden te creëren om bestaande bedrijfslocaties (in het buitengebied waaronder agrarisch) te kunnen ontwikkelen alsook te kunnen uitbreiden, alsmede nieuwvestiging in het buitengebied mogelijk te maken om uitvoering te kunnen geven aan de in de omgevingsvisie vermelde ambities. Ook wordt verzocht haar leden niet naar een industrieterrein te verplaatsen om hinderlijke situaties voorkomen. Indiener verzoekt het Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 4 van 80
college om het bestaansrecht van haar leden in het buitengebied te erkennen en dit expliciet te benoemen in de omgevingsvisie. Antwoord De omgevingsvisie biedt in het Bossche buitengebied ruimte voor reguliere agrarische bedrijven. De kleipolders blijven primair grootschalig agrarisch gebied en bieden daarnaast ruimte voor extensivering of doorontwikkeling naar een innovatieve duurzame en hoogproductieve landbouw. Op de zandgronden zien we dat de transitie van de landbouw op grote schaal speelt. We verwachten dat de landbouw hier niet verdwijnt, maar veelal een andere gedaante gaat aannemen in de komende decennia. We bieden reguliere agrarische bedrijven ruimte voor nieuwe, andere teelten en we zoeken naar mogelijkheden voor de berging van water in natte en droge periodes. Reguliere agrarische bedrijven op de zandgronden kunnen blijven voortbestaan, maar de ontwikkelruimte is in beginsel beperkt tot de kaders van het omgevingsplan. We herkennen daarnaast de zoektocht naar passende locaties voor de Cumela branche en onderkennen de maatschappelijke en economische functie, maar constateren dat hiervoor geen eenduidige beleidslijn kan worden geformuleerd en dus maatwerk vraagt.
Voor de bedrijven binnen de brancheorganisatie voor Cumelabedrijven, die actief zijn in de cultuurtechnische werken en grondverzet, meststoffendistributie en agrarisch loonwerk, is de tekst onvoldoende duidelijk. We zullen in paragraaf 2.4.3 als volgt verduidelijken: verzoeken tot uitbreiding en/of hergebruik van voormalige agrarische bedrijfslocaties voor deze bedrijven zijn altijd maatwerk. Onderdeel van de afweging zijn tenminste aspecten als de aansluiting op de maat en schaal van de omgeving, de wisselwerking stad-land, de doorwaadbaarheid van het landschap, de mate waarin het bestaande (beter) wordt benut, de ruimtelijke inpassing, de versterking van het landschap en de verhouding tussen hoofd- en nevenactiviteit. We hebben geen intentie om bestaande niet-agrarische bedrijven proactief te verplaatsen naar bedrijventerreinen. Tot slot valt het specifiek benoemen van het bestaansrecht van bedrijven buiten de scope van de omgevingsvisie. 1c.
Samenvatting
Indiener geeft aan dat bedrijven die lid zijn van Cumela in de gemeente 's-Hertogenbosch ook deels zijn gevestigd in de bebouwde kom op daartoe gevestigde bedrijfslocaties. Indiener verzoekt om bij de aanleg, verandering of onderhoud van alle ontsluitingswegen rekening te houden met het materieel van deze bedrijven. Antwoord In de omgevingsvisie worden geen maatvoerings- en/of kwaliteitseisen opgenomen ten aanzien van profielen bij aanleg, verandering of onderhoud van ontsluitingswegen. In ontwerptrajecten voor infrastructurele maatregelen worden moderne en actuele normen en eisen toegepast passend bij het (toekomstig) gebruik van de ontsluitingswegen. 1d.
Samenvatting
Indiener is van mening dat haar leden verantwoordelijkheid nemen aangaande landbouwverkeer, milieueffecten, natuur, biodiversiteit, energie en duurzaamheid alsmede circulariteit (circulaire economie). Voor het uitvoering geven aan een circulaire economie is volgens indiener voldoende (buiten)opslag noodzakelijk. Indiener verzoekt bij de bedrijfslocaties van haar leden voldoende (buiten)opslagmogelijkheden toe te staan en dit expliciet te benoemen in de omgevingsvisie.
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 5 van 80
Antwoord In de omgevingsvisie beschrijven we op hoofdlijnen welke ruimte we bieden voor diverse ontwikkelingen. Het is bekend dat voor de circulaire economie extra ruimte voor opslag, al dan niet buiten, noodzakelijk is, maar de Omgevingsvisie vormt hiervoor niet het juiste kader. Het creëren van voldoende (buiten)opslagmogelijkheden valt niet binnen de scope van de omgevingsvisie. Hiervoor verwijzen we naar (de actualisatie van) het omgevingsplan. 1e.
Samenvatting
Indiener stelt dat haar leden zich steeds vaker oriënteren en investeren in de productie en opslag van duurzame energie. Er zijn leden die de komende jaren de zelf opgewekte elektrische energie willen opslaan in een energiehub. Indiener verzoekt om bij de bedrijfslocaties van haar leden voldoende mogelijkheden te creëren om energie op te wekken en op te slaan en dit expliciet te benoemen in de omgevingsvisie. Antwoord In de omgevingsvisie beschrijven we op hoofdlijnen welke ruimte we bieden voor diverse ontwikkelingen, waaronder opwek van duurzame energie. Voor een verdere uitwerking rondom het grootschalig opwekken van duurzame energie verwijzen we naar de Visie Energielandschap, welke een actueel en toereikend kader biedt voor de ruimtelijke positionering en inpassing. Het opslaan van duurzame energie kan in beginsel ter plaatse van de opwek, vanuit het ordenend principe van nabijheid en meer praktisch om energieverlies te voorkomen door transport. In de omgevingsvisie wordt hier op hoofdlijnen op ingegaan in paragraaf 2.4.3 en 2.5.3. Dit betekent niet dat alles op voorhand mogelijk is, dit moet altijd worden bezien in relatie tot de omgeving. Het creëren van voldoende mogelijkheden om bij bedrijfslocaties energie op te wekken en op te slaan valt buiten de scope van de omgevingsvisie. We verwijzen hiervoor naar (de actualisatie van) het omgevingsplan.
Bevindingen en doorwerking De zienswijze van indiener wordt deels overgenomen en leidt tot een verduidelijking op één onderdeel van de tekst van de omgevingsvisie. In paragraaf 2.4.3 zijn in de tekst over het ‘landelijke productielandschap’ de (on)mogelijkheden voor de nieuwvestiging of doorontwikkeling van niet-agrarische bedrijven op voormalige agrarische bouwkavels verduidelijkt.
2.
Mureau Advies namens inwoner Rosmalen 2a.
Samenvatting
Indiener stelt dat in de Omgevingseffectrapportage (OER) in het scenario Bossche Innovatiestad wordt uitgegaan van 50% afname van traditionele landbouw. Het is volgens indiener onduidelijk waar deze veronderstelling op gebaseerd is en wat dit inhoudt. Antwoord In het OER zijn de effecten van de omgevingsvisie beschouwd vanuit vier verschillende invalshoeken. Dit zijn echter geen concrete alternatieven. De vier invalshoeken, waaronder het scenario Bossche Innovatiestad, geven inzicht in effecten bij verschillende invulling van de ambities en opgaven voor de toekomstige ontwikkeling van gemeente ’s-Hertogenbosch. Zoals in het OER gesteld, zijn de invalshoeken geen concrete alternatieven waarvan er één gekozen wordt, maar is het werken met invalshoeken een manier om de bandbreedte en verschillen in effecten in beeld te krijgen. Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 6 van 80
Daarbij is uitgegaan van uitersten om alle ‘hoeken van het speelveld’ te kunnen onderzoeken. Voor landbouw wordt verwacht dat de traditionele landbouw afneemt. Onder afname wordt daarbij verstaan het verdwijnen van traditionele landbouwbedrijven en/of het veranderen van traditionele landbouwbedrijven in andere vormen van landbouw. In de vier invalshoeken zijn verschillende percentages voor afname gehanteerd: variërend van 0% afname (Bossche Wereldstad), 10% (Bossche Buurtstad) tot 50% (Bossche innovatiestad) en 80% (Bossche Moerasdraak). Het zijn geen exacte en onderbouwde cijfers, maar aannames om de verschillen te laten zien tussen de invalshoeken. Bij Bossche Buurtstad (mensgericht) en Bossche Wereldstad (doorgaan zoals nu) is de aanname dat traditionele landbouw het minst of in het geheel niet verandert. Bij beiden is de aanname dat er op vergelijkbare wijze schaalvergroting plaatsvindt. Bij Bossche Innovatiestad is de aanname dat de traditionele landbouw al meer verandert door technische innovaties en andere manieren van landbouw. Bij Bossche Moerasdraak is de aanname dat de impact van klimaatneutraal handelen op de traditionele landbouw het grootst is van de vier invalshoeken. 2b.
Samenvatting zienswijze
Indiener stelt dat in de OER in het scenario Bossche Wereldstad als uitgangspunt wordt genomen dat het huidige landbouwsysteem wordt voortgezet. Indiener stelt de volgende vragen. Hoe kan het dat het voortzetten van het huidige landbouwsysteem negatief scoort ten opzichte van de referentiesituatie? Wordt in de referentiesituatie niet ook het huidige landbouwsysteem voortgezet? Indiener veronderstelt dat een vergissing is gemaakt bij het formuleren van de uitgangspunten. Indiener verzoekt om dit te herstellen en de uitgangspunten opnieuw te formuleren. Antwoord Het is juist dat bij de invalshoek Bossche Wereldstad het huidige landbouwsysteem identiek wordt voortgezet. De beoordeling van Bossche Wereldstad op landbouw had dus inderdaad ‘neutraal’ moeten zijn. Het OER is hierop aangepast. 2c.
Samenvatting
Indiener stelt dat in de OER in het scenario Bossche Moerasdraak de traditionele landbouw met 80% wordt verminderd. Indiener stelt dat dit geen realistisch scenario is en ook niet wenselijk. Indiener geeft aan dat de gemeente ’s-Hertogenbosch onderdeel uitmaakt van de Agrifood Capital. Dit is volgens indiener een unieke regio, die van oudsher een stevige positie in de wereld van agrifood heeft. Zonder primaire agrarische sector, gaat deze positie verloren. In plaats van sturen op krimp, is stimulerend beleid door gemeente ’s-Hertogenbosch gewenst, om te voorkomen dat de landbouw nog kleiner wordt. Antwoord Zie eerdere reactie onder 2a. De invalshoeken zijn geen concrete alternatieven. Er is bewust ingezet op uiterste ontwikkelingen om de effecten van ‘de hoeken van het speelveld’ in beeld te brengen. Voor Bossche Moerasdraak is daarom gekozen voor een forse afname van de traditionele landbouw. Dit betekent niet dat in Bossche Moerasdraak uitgegaan is van het verdwijnen van een groot deel van de landbouw, maar dat de traditionele landbouw verandert. 2d.
Samenvatting
Indiener stelt naar aanleiding van het OER dat het verminderen van de traditionele landbouw met 80% een onrealistische forse krimp is en dat deze wordt ingezet om andere doelstellingen te realiseren. Indiener is van mening dat dit een vorm van wensdenken en onjuist is. Indiener verwijst naar de uitspraak van de Raad van State 18 december 2024 met als gevolg dat
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 7 van 80
interne saldering voor het verkrijgen van een vergunning (voor een flora en fauna activiteit) niet langer mogelijk is. Verzoek om hier de OER op aan te passen. Antwoord Verwezen wordt naar bovenstaande antwoorden op deze zienswijze met betrekking tot de ‘hoeken van het speelveld’ voor de onderzochte invalshoeken. Daarnaast merken wij op dat de krimp in invalshoek Bossche Moerasdraak niet ingegeven vanuit interne saldering, maar vanuit een verandering van de traditionele landbouw en een ander gebruik van het buitengebied. 2e.
Samenvatting
Het toekomstperspectief voor de agrarische sector ontbreekt volgens indiener in de OER volledig. Verzoek van indiener is om de OER zodanig aan te passen, dat voor de agrarische sector een goed toekomstperspectief mogelijk is. Antwoord Onduidelijk is wat met zienswijze wordt bedoeld. Het OER is bedoeld om effecten van mogelijke keuzes in de omgevingsvisie te onderzoeken, zodat in de omgevingsvisie een zorgvuldige keuze kan worden gemaakt. In het OER is aandacht besteed aan het effect op landbouw in de verschillende invalshoeken. Dit wel op het abstractieniveau van de omgevingsvisie. 2f.
Samenvatting
Indiener is van mening dat in de omgevingsvisie geen ruimte wordt geboden voor reguliere agrarische bedrijfsontwikkeling. En noemt daarbij de voorbeelden: het oprichten van nieuwe bebouwing, omschakelen naar toekomstbestendige vormen van dierhouderij, wijzigen van bedrijfsvoering om in te spelen op wet- en regelgeving en consumentgedrag. Indiener verzoekt de omgevingsvisie aan te passen, zodat agrarische bedrijven ruimte geboden wordt voor reguliere bedrijfsontwikkeling. Antwoord We verwijzen naar het antwoord onder 1b. 2g.
Samenvatting
Indiener stelt dat in de omgevingsvisie staat dat de landbouw te maken krijgt met de transitieopgave om te produceren in evenwicht met de natuurlijke omgeving (bodem en watersturend, natuur, innovatie, circulariteit, klimaatadaptatie en duurzame energie). Dit kan volgens de omgevingsvisie een nieuw economisch perspectief bieden, aldus indiener. Het is voor indiener echter onduidelijk op welke wijze een nieuw economisch perspectief kan ontstaan als krimp het enige concrete uitgangspunt is. Indiener verzoekt om concreet te maken hoe een nieuw economisch perspectief kan ontstaan. Antwoord In de omgevingsvisie is 'krimp' van de agrarische sector geen beleid, wel zetten we in op het delen van de ruimte en de ruimte anders of op een andere wijze te gebruiken. Dat kan en zal ook voor agrarische gebieden zijn. De ontwikkellijnen zijn vanuit het totaal beschreven en niet voor iedere individuele ondernemer van toepassing. Hiermee schetsen we op hoofdlijnen de kaders en deze worden nader uitgewerkt in (de actualisatie van) het omgevingsplan. Het is aan de individuele ondernemer om binnen de kaders hier zelf vorm aan te geven. Een nieuw economisch perspectief kan op velerlei manieren worden vormgegeven, onder andere door functies te combineren of op een andere wijze te produceren.
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 8 van 80
2h.
Samenvatting
Indiener stelt dat voor het zandlandschap (in dorpen en Bossche Buitens) in de omgevingsvisie staat dat het aantal agrarische bedrijven zal halveren en dat veel agrarische bedrijfs- en woonbebouwing en percelen vrijkomen. De trend dat bedrijfslocaties vrijkomen is bekend, de vraag is of de trend voortzet, aldus indiener. Indiener is van mening dat de veronderstelling dat deze gronden beschikbaar komen, onjuist is. In verband met reguliere bedrijfsontwikkeling en schaalvergroting zullen bedrijven volgens hem behoefte hebben aan deze geschikte zandgronden. De vraag naar de gronden zal het aanbod volgens indiener ruimschoots overtreffen. In de Peel is volgens indiener reeds zichtbaar wat gevolg is van beleid gericht op krimp of saneren van veehouderijen. Vrijkomende gronden worden volgens hem in gebruik genomen door akkerbouwers, tuinders en bouwland, wat leidt tot een forse toename van grondwateronttrekkingen en gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen. Om deze ontwikkelingen in het zandlandschap van 's-Hertogenbosch te voorkomen verdient de veehouderij en bijbehorende graslanden stimulerend beleid, aldus indiener. Indiener verzoekt om de omgevingsvisie hierop aan te passen.
Antwoord Het streven voor het zandlandschap is om de balans in het natuurlijk systeem te herstellen, rekening houdend met de toenemende droogte als gevolg van klimaatverandering en trager herstel van de bodem door minder bemesting. De 'vrijkomende gronden' komen natuurlijk niet braak te liggen, maar kunnen door de agrariërs die voor hun bedrijfsvoering méér grond nodig hebben, worden ingezet en/of worden gebruikt door andere functies. Het is een gedeelde zorg dat 'vrijkomende gronden' worden gebruikt voor teelten die de natuurlijke balans verder verstoren in plaats van de beoogde verbetering. Op gemeentelijk en provinciaal niveau wordt onderzocht welke mogelijkheden de Omgevingswet en/of andere wet- en regelgeving bieden om hier beter op te kunnen sturen. 2i.
Samenvatting
Het beeld dat de omgevingsvisie schetst, met ruimte voor een nieuw recreatief en extensief cultuurlandschap, met daarbij duurzame, arbeidsintensieve, kleinschalige landbouw en bijpassende voorzieningen, is volgens indiener niet realistisch. Het neigt naar een tijd waarin honger en armoede heersten in de stad en op het platteland. Dat kan volgens indiener niet het toekomstperspectief zijn dat de omgevingsvisie schetst voor de agrarische sector, de dorpen en Bossche buitens. Antwoord In de praktijk blijkt op diverse plekken in het land dat een cultuurlandschap met diverse gebruikers en functies wel degelijk toekomstbestendig is. We nemen het perspectief van de indiener op het beoogde cultuurlandschap van de zandgronden voor kennisgeving aan. 2j.
Samenvatting
De omgevingsvisie biedt volgens indiener op de zandgronden ruimte voor verbreding en andere functies, zoals zorg, wonen, toerisme en recreatie. Door deze richting verdwijnt volgens indiener de ruimte voor reguliere landbouw en voor veehouderij in het bijzonder. Indiener maakt bezwaar tegen het op deze manier ‘op slot’ zetten van zijn agrarische bedrijven en verzoekt de omgevingsvisie op dit punt aan te passen. In de concept Omgevingsvisie wordt beschreven dat de gemeente sterker wil sturen op het juiste bedrijf op de juiste plek. Voor het buitengebied gaat de gemeente volgens indiener daarbij volledig voorbij aan de historie van boerenbedrijven. Deze bedrijven bewegen volgens hem mee met de steeds veranderende omstandigheden, en moeten in de omgevingsvisie de ruimte krijgen om mee te blijven bewegen. Volgens indiener stelt de omgevingsvisie enerzijds dat een strikte Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 9 van 80
scheiding van functies niet langer wenselijk is. Anderzijds wordt aangegeven dat het zandgebied niet meer gebruikt moet worden als productielandschap, maar als zorg- en beweeglandschap en recreatief cultuurlandschap. Naar de mening van indiener is juist ook in het zandgebied een combinatie van functies goed mogelijk. De omgevingsvisie moet volgens indiener zowel ruimte bieden voor landbouwproductie, als voor andere functies. De vraag wie het landschap onderhoudt als er geen agrarische bedrijven met toekomstperspectief meer zijn, wordt in de omgevingsvisie niet beantwoord, aldus indiener. Door ook productielandbouw te handhaven, kan de agrarische sector net als in de huidige situatie een positieve rol vervullen in het vorm geven en onderhouden van het landschap. Indiener verzoekt om de omgevingsvisie op dit punt aan te passen. Antwoord We herkennen ons niet in het beeld zoals geschetst door de indiener over het ruimtelijk beleid ten aanzien van de zandgronden. Zoals eerder beschreven blijven de zandgronden onderdeel van het productielandschap, maar zien we tegelijkertijd dat de transitie van de landbouw hier op grote schaal speelt. We verwachten dat de landbouw hier niet verdwijnt, maar steeds meer een andere gedaante gaat aannemen. 2k.
Samenvatting
De gemeente heeft volgens indiener in het verleden gepoogd de doorwaardbaarheid van het buitengebied te vergroten. Het budget voor het onderhoud van de paden is volgens indiener echter ontoereikend, met verloedering tot gevolg. In plaats van inzetten op meer paden, dient volgens indiener het onderhoud van bestaande paden te worden opgepakt. Indiener verzoekt om de omgevingsvisie op dit punt aan te passen. Antwoord Het verbeteren van de doorwaadbaarheid van het landschap is een belangrijk uitgangspunt, niet alleen vanuit recreatief oogpunt, maar ook om de relatie stad en land te verbeteren. Het is daarnaast inderdaad ook belangrijk om bestaande paden te onderhouden en hebben de omgevingsvisie hierop aangevuld in paragraaf 2.5.3. 2l.
Samenvatting
De landbouw in zijn algemeenheid wordt in de omgevingsvisie volgens indiener ten onrechte sterk negatief benaderd. Een citaat uit par. 2.4.3: ‘De agrarische sector kenmerkt zich door veel ruimtegebruik, heeft beperkte toegevoegde economische waarde en biedt weinig werkgelegenheid.’ Op basis van deze benadering wordt volgens indiener gestreefd naar krimp van de agrarische sector, of beter nog het inwisselen van de landbouw voor zorg, wonen, toerisme en recreatie. De balans is in de omgevingsvisie volgens indiener volledig zoek. Indiener verwacht dat deze balans in de omgevingsvisie wel wordt gevonden en op de juiste manier wordt verwoord. Antwoord De geciteerde beschrijving betreft enkel een opsomming van feiten en is niet bedoeld als waardeoordeel. Niettemin kan deze wel zo gelezen worden, we hebben dit daarom verduidelijkt in de Omgevingsvisie (in par. 2.4.3). Voor de overige onderdelen delen we de zienswijze van de indiener niet. Nergens staat dat we streven naar krimp, wel naar meervoudig ruimtegebruik, ruimte delen en ruimte anders gebruiken. Dat kan en zal ook voor agrarisch gebieden zijn. De ontwikkellijnen zijn vanuit het totaal en niet voor iedere individuele ondernemer van toepassing.
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 10 van 80
Bevindingen en doorwerking De zienswijze van indiener wordt deels overgenomen en leidt tot een aanvulling op en verduidelijking van de Omgevingsvisie. Paragraaf 2.5.3 is onder kopje 3 ‘we creëren een doorwaadbare en gezonde leefomgeving’ zodanig aangevuld dat uit de tekst blijkt dat het niet alleen gaat om nieuwe paden in het ommeland, maar ook het onderhoud van bestaande paden. Daarnaast is in paragraaf 2.4.3 de tekst onder de kop ‘landelijk productielandschap’ verder verduidelijkt met betrekking tot positionering van de landbouw als economische sector. Tot slot is de OER aangepast in paragraaf 4.3.4. De score van het scenario Bossche Wereldstad is aangepast van negatief naar neutraal.
3.
Inwoner van ’s-Hertogenbosch 3a.
Samenvatting
Indiener stelt dat in de omgevingsvisie niets is opgenomen over de snelwegen in de gemeente. Indiener wenst dat het in de visie en fysieke aanpassing gaat over onder meer hinder, geluid, gezondheid en welzijn van de directe en indirecte bewoners aan de binnenstedelijke rijkswegen. Antwoord In de omgevingsvisie zijn de ambities en opgaven met betrekking rijkswegennet onderdeel van een breder perspectief op mobiliteit. In de komende periode moeten we grote stappen zetten op het gebied van (snel)fietsen en (hoogwaardig) openbaar vervoer. Dit klinkt dan ook sterk(er) door in de ambities en opgaven. Het voorgaande neemt niet weg dat ook op gebied van automobiliteit nog de nodige opgaven liggen. Maar op het gebied van het bovenliggende wegennet zijn we sterk afhankelijk van beleid en planvorming bij het rijk (en provincie) en kunnen we niet eigenstandig ambities en opgaven formuleren. Desalniettemin hebben we dit verduidelijkt in de teksten van paragraaf 2.5 van de omgevingsvisie, ook in lijn met de uitwerking van ‘Motie 17: (Omgevings)Visie op veiligheid en betere bereikbaarheid’ van de raad van 28 januari 2025. In de Omgevingseffectrapportage zijn de effecten van de snelwegen voor de (leef)omgeving overigens wel meegenomen.
Bevindingen en doorwerking De zienswijze wordt overgenomen en leidt tot het verduidelijken van de teksten met betrekking tot het bovenliggend hoofdwegennet in paragraaf 2.5 ‘ontwikkellijn vorstelijk verbinden’. 4.
ProRail 4a.
Samenvatting
ProRail heeft, als landelijk spoorbeheerder, een visie op de omgeving van het spoor. ProRail deelt deze graag met de gemeente, zodat de gemeente dit mee kan nemen in de omgevingsvisie 's-Hertogenbosch. ProRail wijst op het bestaan van het Bureau Spoorbouwmeester als een onafhankelijk adviserend orgaan voor ontwerp- en vormgevingsopgaven binnen de spoorsector. Sinds het ontstaan van het bureau wordt aan en met het Spoorbeeld gewerkt. ProRail verwijst in dit kader naar diverse documenten op www.spoorbeeld.nl.
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 11 van 80
Antwoord Wij danken indiener voor de verwijzing naar de verschillende documenten. We zullen deze betrekken bij ontwikkelingen op en rond het spoor. 4b.
Samenvatting
Indiener wil meedenken bij nieuwbouw van woningen in de nabijheid van stations, verdichting rond stations en het spoor. Indiener ziet bereikbaarheid per spoor als belangrijke voorwaarde voor ruimtelijke ontwikkelingen met een mobiliteitsbehoefte. Indiener noemt een aantal aandachtspunten die in de uitwerking een rol moeten spelen. Uitgangspunt is dat de bedrijfsvoering en eventueel toekomstige uitbreidingen van ProRail niet worden belemmerd. Antwoord Onze gemeente onderschrijft het belang van een goed functionerend spoornetwerk. De bereikbaarheid per spoor is ook voor de gemeente 's-Hertogenbosch een belangrijk onderdeel van het mobiliteitssysteem. Net als andere belanghebbenden wordt ProRail in de omgevingsdialoog bij de voorbereiding van ruimtelijke besluiten betrokken die raken aan het belang van het spoornetwerk. De verantwoordelijkheid daarvoor berust bij de initiatiefnemer, vaak zijn we dat zelf en dan betrekken we ProRail altijd vroegtijdig in de planvorming. Om te voorkomen dat belangen van ProRail desondanks over het hoofd worden gezien, wordt Prorail geadviseerd om de officiële publicaties van ruimtelijke besluiten te monitoren. 4c.
Samenvatting
ProRail verzoekt de gemeente om haar actief te betrekken bij het verder ontwikkelen van bouwplannen in de directe nabijheid van de spoorbaan. Antwoord Op ambtelijk niveau is de werkafspraak met ProRail gemaakt om elkaar periodiek op de hoogte houden en waar nodig op projectniveau met elkaar om tafel zitten. 4d.
Samenvatting
ProRail verzoekt de gemeente voor het aspect externe veiligheid in relatie tot railverkeer gebruik te maken van de meest recente gegevens (Basisnet). Antwoord Onze gemeente neemt bij ruimtelijke besluiten het aspect externe veiligheid in relatie tot het railverkeer in acht. Wij maken daarbij gebruik van de dan geldende wet- en regelgeving en de daarbij behorende handreikingen, richtlijnen en gegevens, zoals vastgelegd in het Basisnet. 4e.
Samenvatting
ProRail wijst de gemeente erop dat voor het aspect geluid in relatie tot railverkeer in een akoestisch onderzoek de wettelijk verplichte brongegevens uit het geluidregister spoor gebruikt dienen te worden. Het gebruik van deze brongegevens borgt dat de toekomstige bewoners geen hogere geluidbelasting gaan ondervinden dan op basis van de wettelijke geluidproductieplafonds verwacht mag worden. Antwoord Onze gemeente maakt gebruik van de dan geldende wet- en regelgeving, waaronder het geluidsregister spoor bij het voorbereiden van ruimtelijke besluiten. 4f.
Samenvatting
ProRail vraagt aandacht voor trillinghinder bij ruimtelijke plannen dichtbij het spoor. In het kader van de goede ruimtelijke ordening en de zorgvuldige voorbereiding van besluiten raadt Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 12 van 80
ProRail de gemeente aan om het aspect trillinghinder af te wegen, zoals door Informatiepunt Leefomgeving wordt aanbevolen. ProRail raadt de gemeente dan ook aan om het aspect trillingen te betrekken bij de omgevingsvisie 's-Hertogenbosch en alle in de toekomst daarop gebaseerde ruimtelijke plannen. In dit kader verwijst ProRail naar de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen. Antwoord Het aspect trillingen wordt door onze gemeente betrokken bij het voorbereiden van ruimtelijke besluiten. Wij hanteren daarbij de dan geldende wet- en regelgeving en kunnen daarbij onder andere gebruik maken van de door indiener genoemde Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen. 4g.
Samenvatting
Overwegveiligheid wordt door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat als een gedeelde verantwoordelijkheid gezien voor spoor- en wegbeheerders. In samenwerking met de gemeente als wegbeheerder wil ProRail verder werken aan de beheersing van risico's op overwegen. Rijksbeleid voor overwegveiligheid stelt dat bij wijziging van het gebruik van het spoor danwel van de weg een risicoanalyse opgesteld moet worden met daarin aangegeven hoe een eventuele risicotoename wordt beheerst en gecompenseerd. Een wijziging mag niet leiden tot een afname van de overwegveiligheid, daarnaast geldt vanuit het Strategisch Plan Verkeersveiligheid een verbeteropdracht. Antwoord Wij danken indiener voor de verwijzing naar de verschillende documenten. We zullen hier rekening mee houden bij reconstructie van wegen waarin overwegen liggen. 4h.
Samenvatting
De stabiliteit van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen mag volgens ProRail niet worden beïnvloed. De gemeente dient volgens ProRail te borgen dat plannen en/of werkzaamheden geen invloed hebben op de stabiliteit van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen, alsmede op het ongehinderd gebruik van de spoorbaan met bijbehorende voorzieningen. Denk daarbij aan de inrichting en/of exploitatie van een Warmte Koude Opslagsysteem of een WADI, maar ook aanpassingen van watergangen. De initiatiefnemer dient volgens ProRail schriftelijk aan te tonen dat in het geval van het infiltreren van hemelwater in de nabijheid van de spoorlijn er geen nadelige effecten optreden op de stabiliteit van de hoofdspoorweginfrastructuur met bijbehorende voorzieningen. Antwoord Onze gemeente neemt bij ruimtelijke besluiten het aspect water mee, mede in relatie tot de effecten op de directe omgeving als gevolg van graafwerkzaamheden en/of wijzigingen in het (grond)waterpeil, voor zover de gemeente het bevoegd gezag is. Wij maken daarbij gebruik van de dan geldende wet- en regelgeving en de daarbij behorende handreikingen, richtlijnen en beschikbare gegevens. Vóór aanleg en exploitatie van een WKO moet een vergunning in het kader van de waterwet aangevraagd worden voor het onttrekken/infiltreren van water en warmte.
Provincie is bevoegd gezag en heeft dit voor heel Brabant belegd bij de Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB). Bij zo’n vergunningaanvraag is de aanvrager verplicht ook geohydrologische berekeningen te maken die het effect van de WKO op de grondwaterstand laat zien. Omgevingsdienst beoordeelt dan of dit toelaatbaar is, met inachtneming van de functies in het gebied of in de ondergrond. Zover bekend zijn spoorlijnen hierbij een bekend Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 13 van 80
onderwerp waarop wordt getoetst. Dit geldt ook voor andere vormen van grondwateronttrekking, zoals bemaling of bodemsanering. 4i.
Samenvatting
In de Omgevingswet zijn volgens ProRail beperkingengebieden voor hoofdspoorwegen vastgelegd. De beperkingengebieden staan vermeld in artikel 3.5 van het Omgevingsbesluit. Binnen deze beperkingengebieden is voor te verrichten activiteiten op grond van artikel 5.1 lid 2 van de Omgevingswet een vergunning van- of melding aan ProRail vereist. De regels hieromtrent staan in hoofdstuk 9 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Bij meervoudige aanvragen is de gemeente het bevoegd gezag, waarbij de vergunning alleen verleend kan worden nadat ProRail haar gemandateerde advies met instemming heeft gegeven. Bij enkelvoudige aanvragen blijft de minister bevoegd gezag en zal ProRail namens de minister vergunning verlenen. Antwoord Gemeenten zijn verplicht landelijke regelgeving in acht te nemen. Zo ook de door indiener genoemde wet- en regelgeving. 4j.
Samenvatting
ProRail vraagt ervoor zorg te dragen dat gronden welke momenteel voorzien zijn van de activiteit Spoorwegdoeleinden of Railverkeer, deze activiteit ook in de toekomst zullen behouden. Ook verzoekt ProRail de gemeente om geen dubbelactiviteiten mogelijk te maken. Indien desondanks een dubbelactiviteit archeologie wordt opgenomen over de activiteit Spoorwegdoeleinden of Railverkeer, dan zou ProRail graag zien dat deze dubbelactiviteit aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten betreft. Antwoord Het is logisch dat gronden die in bedrijf zijn voor het railverkeer deze activiteit in het omgevingsplan behouden. Wanneer gronden voor het railverkeer in onbruik raken en noodzakelijk of geschikt zijn voor andere activiteiten, dan treden wij daarover met indiener c.q. de grondeigenaar of gebruiker in overleg. ’s-Hertogenbosch heeft een rijke historie. Om die reden gelden er voor veel plekken regels met betrekking tot de archeologische verwachting, wanneer sprake is van (bouw)activiteiten. Aan die verwachting ligt altijd een onderbouwing ten grondslag, zoals de wet dat verlangt. Het is onmogelijk, c.q. niet juist om te verlangen dat onze gemeente alle daadwerkelijk aanwezige archeologische waarden in kaart heeft, vooraf aan het stellen van regels voor locaties. Immers, het verdrag van Malta schrijft voor dat behoud ‘in situ’ het uitgangspunt is voor de archeologie.
Dat brengt met zich mee dat archeologische waarden pas in kaart komen op het moment van (bouw)activiteiten. 4k.
Samenvatting
Percelen in eigendom van Railinfratrust B.V./ProRail B.V. mogen zonder nadrukkelijke toestemming van ProRail niet worden gebruikt. De percelen dienen volgens ProRail ten alle tijde onbelemmerd toegankelijk te zijn en blijven met materieel voor het uitvoeren van werkzaamheden/ in geval van calamiteiten. Dit geldt ook voor over-/onderbouwingen en/of overkragingen van deze gronden. ProRail verzoekt de gemeente tevens alle percelen van ProRail te voorzien van de activiteit Spoorwegdoeleinden of Railverkeer. Bestaande rechten op percelen van derden ten behoeve van bereikbaarheid van ProRail assets dienen behouden te blijven. De binnen het plangebied aanwezige railgebonden gebouwen en ondergrondse infra, deel uitmakende van de hoofdspoorweginfrastructuur, al dan niet gelegen op percelen van ProRail, dienen te allen tijde bereikbaar te zijn en te blijven ten behoeve van het Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 14 van 80
spoorwegbeheer en/of voor hulpdiensten. Het functioneren van deze voorzieningen mag niet worden beïnvloed door ontwikkelingen in de omgeving. Antwoord Het is evident dat het gebruik van gronden door derden plaatsvindt met toestemming van de betreffende grondeigenaar. Onze gemeente gaat ervan uit dat alle gronden van Railinfratrust B.V./ProRail B.V. in de bestaande situatie toegankelijk zijn voor het uitvoeren van werkzaamheden/ in geval van calamiteiten. Wij nemen aan wanneer dit niet het geval is, indiener hierover met ons in overleg treedt. Wanneer deze toegankelijkheid bij de voorbereiding van ruimtelijke besluiten (mogelijk) in het geding is, zult u bij deze voorbereiding worden betrokken. Het toekennen van nieuwe activiteiten is geen onderdeel van de omgevingsvisie, maar van een omgevingsplan. 4l.
Samenvatting
De binnen het plangebied aanwezige onderstations mogen volgens ProRail niet komen te vervallen. Deze onderstations zijn cruciaal voor de elektriciteitsvoorziening van de hoofdspoorweginfrastructuur en daarmee voor de bereikbaarheid van het spoor. Tevens verzoekt ProRail de gemeente ervoor zorg te dragen dat de onderstations - net als in de huidige situatie - te allen tijde bereikbaar zullen zijn voor onderhouds- en hulpdiensten. Met het oog op potentiële risico's voor het bouwen nabij of boven een onderstation dient volgen ProRail rekening te worden gehouden met een afstand van 10 meter gemeten vanaf de gevels van het onderstation. Antwoord We nemen deze zienswijze op dit punt voor kennisgeving aan. De zienswijze bevat geen informatie over de aanwezige onderstations in onze gemeente. 4m.
Samenvatting
ProRail stelt dat de binnen het plangebied aanwezige railgebonden gebouwen en ondergrondse infra, deel uitmakende van de hoofdspoorweginfrastructuur, al dan niet gelegen op percelen van ProRail, te allen tijde bereikbaar dienen te zijn en te blijven ten behoeve van het spoorwegbeheer en/of voor hulpdiensten. Het functioneren van deze voorzieningen mag volgens ProRail niet worden beïnvloed door ontwikkelingen in de omgeving. Antwoord We nemen deze zienswijze op dit punt voor kennisgeving aan. De zienswijze bevat geen informatie over de aanwezige railgebonden gebouwen en ondergrondse infra in onze gemeente. 4n.
Samenvatting
ProRail wil graag dat binnen de planontwikkelingen de zichtlijnen rondom stations geborgd blijven, in het bijzonder het zicht op de hoofdingang ten gunste van de vindbaarheid. Antwoord Wij delen het belang van een goede vindbaarheid en zichtbaarheid van de hoofdingang van stations en houden hier bij planvorming vanzelfsprekend rekening mee. 4o.
Samenvatting
Volgens ProRail heeft hoogbouw rond het station invloed op de windbeleving van de reiziger. Het is van belang dat in de omgeving rekening wordt gehouden met de windbeleving op het perron. Hoogbouw rond het station heeft ook invloed op de windcirculatie/windstromen en kan Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 15 van 80
risico's opleveren voor omliggende bebouwing (zoals schade aan daken/kappen) door veranderende windbelastingen. Hiermee dient volgens ProRail rekening te worden gehouden. Antwoord In de Nota Hoogbouw van de gemeente is windhinder één van de toetsingscriteria bij de ontwikkeling van hoogbouw. Indien er nabij het station sprake is van hoogbouw zal hieraan getoetst worden en hiermee dus rekening worden gehouden. 4p.
Samenvatting
ProRail stelt zich als doel om in 2030 CO2 neutraal te opereren. Dat betekent dat vele daken en perronoverkappingen voorzien zijn of worden van zonnepanelen. ProRail verzoekt de gemeente derhalve bij het maken van plannen rekening te houden met mogelijke schaduwwerking op de ProRail zonnepanelen en indien nodig met ProRail in contact te treden, zodat voornoemde doelstelling van ProRail voor 2030 haalbaar blijft. Antwoord De gemeente zal bij planvorming waar mogelijk rekening houden met overmatige schaduwwerking. 4q.
Samenvatting
Uit een risicoanalyse moet blijken dat zonnepanelen c.a. op bijvoorbeeld parkeerplaatsen en/ of geluidschermen en/of langs spoorwegen geen negatief effect hebben op de hoofdspoorweginfrastructuur. Dat moet onder meer uit de vereiste EMC (elektromagnetische compatibiliteit) berekening blijken. En dan met name de weerstandsbeïnvloeding (geen aardingen/aansluitpunten in buurt van het spoor conform bijgevoegde RLN00398) en diverse aspecten met betrekking tot aansluiting op het hoogspanningsnet. Ook voor de weerkaatsing van licht van zonnepanelen dient aangetoond te worden dat aanwezige seinen niet "overstraald" kunnen worden door lichtweerkaatsing door de zonnepanelen. ProRail adviseert om deze risico's te laten berekenen, voordat gestart wordt met de realisatie van het zonnepark, en ProRail te voorzien van de uitkomsten. Antwoord Wanneer voor het plaatsen van zonnepanelen een nieuw bouwwerk opgericht wordt, moet voor het verkrijgen van een vergunning een aanvaardbare motivering Evenwichtige Toedeling van Functies aan Locaties (ETFAL) worden opgesteld. Voor zover het plaatsen van zonnepanelen mogelijk effecten op het gebruik van het spoor met zich meebrengt, dienen deze mogelijke effecten worden onderzocht en bij de motivering worden betrokken.
Wat betreft het plaatsen van zonnepanelen op bestaande gebouwen is het voor ons als gemeente lastiger om effecten te voorkomen, omdat dergelijke plaatsing vergunningsvrij is. Bevindingen en doorwerking De zienswijze wordt niet overgenomen en leidt niet tot een aanpassing van de omgevingsvisie. De indiener heeft veel kennis en aandachtpunten aangereikt voor de plannen en projecten op basis van de omgevingsvisie, voor dit proces nemen we deze met dank ter kennisgeving aan. 5.
Inwoner van Nuland, ’s-Hertogenbosch 5a.
Samenvatting
Indiener wenst ontwikkelruimte voor een levensloopbestendige woning op het eigen kavel. Deze ruimte zou volgens de indiener kunnen worden geboden wanneer de bebouwde kom wordt opgeschoven tot aan de Elzenstraat-Heuvelstraat en het gebied wordt aangeduid als Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 16 van 80
uitbreidingslocaties in en rond Nuland, onder de noemer van levensloopbestendig ‘superlandschappelijk wonen’. Antwoord In de zienswijze worden de termen en doelen van ‘landschappelijk wonen’ en 'superlandschappelijk wonen’ door elkaar gehaald. Het kavel van de indiener is gelegen binnen de aanduiding ‘landschappelijk wonen’, dit zijn kleine uitbreidingslocaties om Vinkel, Nuland en Rosmalen. Deze locaties zijn niet bedoeld om te bouwen in een stedelijke dichtheid en verschijningsvorm, maar voor een betere overgang tussen stad en land met een programma passend bij de behoefte van de dorpse gemeenschap. Het verzoek voor een levensloopbestendige woning op eigen perceel past binnen het globale kader van de omgevingsvisie, hiervoor hoeft de voorgestelde wijziging niet te worden doorgevoerd. Uit een nader in te dienen initiatief zal moeten blijken of het ook binnen de overige wet- en regelgeving past. De indiener kan een verzoek voor de bouw van een levensloopbestendige woning indienen. 5b.
Samenvatting
Indiener heeft de wens om zijn agrarisch perceel dat volgens hem eind jaren ’90 als natuurgebied is ingericht te behouden voor de toekomst. Het perceel kent volgens indiener een grote biodiversiteit en is aangeplant met houtwallen, bosschages, struiken en bomen en voorzien van een poel. Afgelopen jaren heeft dit gebied volgens indiener ook een natuureducatieve waarde gekregen waarbij IVN werkgroepen en scholen hebben kunnen genieten en leren van de biodiversiteit. Indiener wil als gediplomeerd natuurgids daar meer aandacht aan besteden. Ook is er volgens indiener blijvend onderhoud nodig om de biodiversiteit te blijven garanderen en door leeftijdsbestendig te bouwen zouden we hier nog lang voor kunnen zorgdragen. Indiener is van mening dat deze inspanningen binnen de omgevingsvisie passen, zoals genoemd op pagina 37 (Bijlage 3) met betrekking tot het thema natuurlijke leefomgeving. Antwoord Een dergelijk reeds gerealiseerd initiatief past in de lijn bij de ambities van de omgevingsvisie en we nemen dit voor kennisgeving aan. Bevindingen en doorwerking De zienswijze wordt niet overgenomen en leidt niet tot een aanpassing van de omgevingsvisie. Het verzoek voor een levensloopbestendige woning op eigen perceel past binnen het globale kader van de omgevingsvisie, hiervoor hoeft de voorgestelde wijziging niet te worden doorgevoerd.
Uit een nader in te dienen initiatief zal moeten blijken of het ook binnen de overige wet- en regelgeving past. 6.
Inwoner van ’s-Hertogenbosch 6a.
Samenvatting
Indiener wenst het volgens indiener cultuurhistorisch waardevolle dijkdorp Orthen volgens bijgevoegd voorstel in de omgevingsvisie te markeren en te verbinden met de ontwikkellijnen, Groots vergroenen, Bouwen aan generaties, Welvarend welzijn en Vorstelijk verbinden. Hiertoe het gedeelte van het dijkdorp Orthen, aansluitend op het reeds beschermde dorpsgezicht Engelsedijk-Gemaalweg, te kwalificeren als ‘historisch dijkdorp’ of, bij voorkeur, eveneens als ‘beschermd dorpsgezicht’.
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 17 van 80
Antwoord Het belang van kenmerkende structuren als het kleinschalige dorpslint Orthen onderschrijven we in de omgevingsvisie. In paragraaf 1.1 van de omgevingsvisie, op de kaart van het Podium ’s-Hertogenbosch, staat het dijklint Orthen aangegeven als beschermd dorpsgezicht. Fort Orthen is een rijksmonument en ook Linie 1629 staat op deze kaart. Het vormt daarmee een uitgangspunt in het kader van de waardenstelling van de bestaande omgeving, waarbij bodem, water en cultuurhistorie sturende elementen zijn. Dit wordt uitgewerkt voor projecten in de tabula scripta, een gedegen analyse van de bestaande waarden. Dit dient als basis voor verdere bescherming, uitwerking en inspiratie in eventuele projecten. Daarmee zijn deze onderdelen voldoende opgenomen en geborgd in de omgevingsvisie, maar naar aanleiding van deze zienswijze hebben we de beschrijving over tabula scripta op diverse plekken verduidelijkt en is het dorpslint nadrukkelijker benoemd in paragraaf 1.1 en 2.3. Het benoemde stukje valt niet formeel onder het beschermd dorpsgezicht, een eventuele toewijzing is een eigenstandige procedure buiten de omgevingsvisie om. Bevindingen en doorwerking De zienswijze wordt deels overgenomen en leidt tot een tekstuele verduidelijking van de omgevingsvisie op het punt van tabula scripta (par 1.1, 1.2) en doorwerking ervan in paragraaf 3.2.
Ook is het dorpslint specifieker benoemd in paragraaf 1.1 en 2.3. Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 18 van 80
7.
Inwoner van Nuland, ’s-Hertogenbosch 7a.
Samenvatting
Indiener wenst ontwikkelruimte voor een levensloopbestendige woning. Deze ruimte zou volgens indiener kunnen worden geboden wanneer de bebouwde kom wordt opgeschoven tot aan de Elzenstraat-Heuvelstraat. Ook veronderstelt de indiener dat dit onder de nieuwe omgevingsvisie beter mogelijk is, doordat de bestemming ‘agrarisch met waarden’ voor het gebied zou zijn komen te vervallen. Antwoord Het kavel van de indiener is in het buitengebied gelegen, maar niet binnen de aanduiding ‘landschappelijk wonen’. We zien geen reden om het gehele gebied tussen de Elzenstraat en Heuvelstraat – waaronder het perceel van de indiener - toe te voegen aan ‘landschappelijk wonen’. Dit past niet binnen de uitgangspunten van zorgvuldige verweving van de dorpse structuur met het omliggende landschap. De verwijzing naar de bestemming ‘agrarisch met waarden’ heeft betrekking op het omgevingsplan en niet de omgevingsvisie. De bedoelde bestemming is voor het betreffende perceel niet komen te vervallen op basis van de omgevingsvisie. Bevindingen en doorwerking De zienswijze wordt niet overgenomen en leidt niet tot een aanpassing van de omgevingsvisie.
8.
Gemeente Heusden 8a.
Samenvatting
Pro-forma zienswijze. Antwoord De pro-forma zienswijze is na indiening schriftelijk ingetrokken. 9. Inwoner van ’s-Hertogenbosch namens 51 huishoudens langs de Maastrichtseweg (gedeelte Lambooijbrug tot Oosterplas) 9a.
Samenvatting
Indieners missen concrete vertaling van eerdere beloften zoals het Schone luchtakkoord, het autoluw maken van de binnenstad, de visie op Zuid-Willemspark, de Lambooybrug en uitbreiding park, zoals opgenomen in de ruimtelijke structuurvisie. Indieners zien niet dat het stadsbestuur echte keuzes maakt en ziet geen concrete opvolging op vele van de eerder vastgestelde visies en plannen. Antwoord De omgevingsvisie vervangt de gemeentelijke ruimtelijke structuurvisie. De omgevingsvisie bevat geen uitwerkingen van projecten of programma's. Dit gebeurt in programma's en projecten die door de gemeente of door private initiatiefnemers als vervolg op de omgevingsvisie worden gestart. Daarin worden besluiten genomen die onder andere in het kader van het omgevingsplan (voorheen: bestemmingsplan) of in buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA's) worden afgewogen en vastgelegd.
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 19 van 80
Uit de zienswijze leiden wij af dat indiener op dit punt een andere verwachting van de omgevingsvisie heeft gehad. 9b.
Samenvatting
Het enige wat indieners onlangs hebben zien veranderen is het terugbrengen van het aantal rijstroken van 2x2 naar 2x1 (van de Maastrichtseweg), met daarbij de toevoeging van groen. Indieners geven aan hier nooit bij betrokken te zijn geweest en daar zijn indieners niet blij mee. Een voorbeeld die indieners hierbij geven: in de lente en zomer is het fleurig en rijdt het merendeel rustig over de weg. In de winter is het kaal, grauw, zitten wij binnen en hebben flink last van geluid en trillingen. Waarom niet alle seizoenen effectief? Antwoord De gerealiseerde herprofilering van de Maastrichtseweg heeft plaatsgevonden in het kader van regulier onderhoud. In het kader van regulier onderhoud vindt geen participatie plaats. Wel is een brief verstuurd aan de bewoners in de directe omgeving. In plaats van het behoud van de oorspronkelijke wegindeling en deze opnieuw te asfalteren, heeft de gemeente ervoor gekozen een nieuwe indeling van de weg te realiseren met minder rijstroken en meer groen. De benodigde wegcapaciteit liet dit toe. De functie van de weg als zogenaamde ‘doorstroomas’, zoals beschreven Bereikbaarheidsstrategie actualisatie 2018, is niet veranderd. 9c.
Samenvatting
Indieners vragen waarom het profiel van de Neerstraat niet beter wordt benut als wijkontsluiting? Antwoord In de omgevingsvisie zijn geen uitspraken opgenomen over wegprofielen van afzonderlijke wegen. Op dit moment is er geen aanleiding om iets aan het wegprofiel van de Neerstraat te veranderen. 9d.
Samenvatting
Indieners vragen wat de relatie is van het nieuwe huidige wegprofiel (van de Maastrichtseweg) met de vergezichten van de Ruimtelijke Structuurvisie en de plannen van het ZuidWillemspark? Of voor de plannen rondom het afwaarderen van de Zuid-Willemsvaart? Antwoord Zoals in het antwoord onder 9b beschreven heeft de recent gerealiseerde herprofilering van de Maastrichtseweg plaatsgevonden in het kader van periodiek onderhoud. In het maken van het nieuwe wegontwerp is geen expliciete relatie gelegd met het Zuid-Willemspark en/of deze omgevingsvisie. Het kan zijn dat mogelijke ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van de Maastrichtseweg op de lange termijn, zoals op de locatie Meerendonk, aanleiding geven tot een gewijzigde indeling of verkeersstructuur. In het mobiliteitsbeleid is op dit moment geen andere indeling van de Maastrichtseweg voorzien. 9e.
Samenvatting
Indieners uit hun zorgen over luchtkwaliteit, trillingen en geluidsoverlast. Indieners vragen om verlost te worden van de geur- en geluidsoverlast en trillingen. Antwoord De Maastrichtseweg is een belangrijke doorgaande weg voor het autoverkeer. Natuurlijk is het zo dat bewoners van woningen die naast doorgaande wegen zijn gelegen, van die wegen effecten ervaren. In bestaand stedelijk gebied zijn dat meestal historisch gegroeide situaties. Binnen onze gemeente zijn er ongeveer 10.000 woningen met een vergelijkbare of hogere Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvisie ’s-Hertogenbosch en Omgevingseffectrapportage (OER) Pagina 20 van 80