CConstaterende dat's-Hertogenbosch
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 evaluatierapport integraal

Gemeenteraad 2 februari 2021, gemeente 's-HertogenboschBij agendapunt: Raadsinformatiebrief Transformatieopgaven Jeugdhulp en Gecertificeerde instellingen14.471 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Welke instrumenten zijn hiervoor ingezet? Het Netwerk Behandeling Thuis (NBT) is ingezet. Het NBT is een intersectoraal team dat meerder expertises bundelt en hiermee netwerkarrangementen (vanuit meerdere aanbieders) rondom jeugdigen samenstelt, om op die manier een dreigende uithuisplaatsing te voorkomen. Het is zeer waardevol voor jeugdigen om thuis te blijven wonen en daar behandeld te worden. Het NBT is alleen ingezet bij complexe casussen (multi-problematiek) waar uithuisplaatsing dreigde.

Wat waren de werkzame bestanddelen van de ingezette instrumenten? Er zijn een aantal werkzame bestanddelen van het NBT te onderscheiden: • Snelheid en flexibiliteit Binnen het NBT kon er snel worden geschakeld tussen De Toegang en de zorgaanbieders. Op deze manier werd het hulpaanbod voor jeugdige en het gezin op een flexibele manier samengesteld vanuit verschillende aanbieders. Het NBT is geen vast team, de samenstelling en het opgestelde arrangement wisselde per cliënt. • Korte lijnen tussen de Toegang en betrokken zorgaanbieders De korte lijnen ontstonden doordat zij aan een gezamenlijk “tafel” zaten. Het heeft ervoor gezorgd dat het aanbod niet alleen sneller werd gerealiseerd, maar ook dat er betere afstemming plaatsvond tussen aanbieders. Dit zorgde bij de jeugdige en diens ouders voor helderheid (het is cruciaal dat de ouders instemmen met het opgestelde arrangement, en daarom van belang dat ouders tevreden zijn). Bovendien heeft ieders betrokkenheid ervoor gezorgd dat er snel kon worden geschakeld tussen casusregisseur en regiebehandelaar. • Structureel intersectoraal samenwerken Doordat expertise en kennis van breder aanbod aan behandelmogelijkheden (één aanbieder heeft nooit alles in huis) aanwezig was kon voor veel jeugdigen een passend netwerkarrangement gerealiseerd worden. Structureel samenwerken is effectiever dan incidenteel samenwerken en bespaart veel tijd.

Bovendien wordt de verantwoordelijkheid voor een cliënt gedeeld, waardoor men niet meer denkt in eigen kaders, maar over de grenzen van de eigen organisatie heen kijkt. Op die manier kunnen zorgverleners vraaggericht werken, en het aanbod veel beter afstemmen op de vraag van de cliënt.

5.1.4 Welke belemmeringen waren er en welke oplossingsrichtingen zijn ingebracht? Tijdens het inzetten van het NBT zijn er belemmeringen aan het licht gekomen. • Onvoldoende capaciteit Hierdoor is het niet altijd mogelijk gebleken om bepaalde arrangementen te realiseren. Dit wordt veroorzaakt doordat er binnen verschillende organisaties sprake is van moeilijk in te vullen vacatures en bestaande wachtlijsten. Tijdens het project duurde het daardoor even voordat de zorg daadwerkelijk © Key Groep

Evaluatierapport Transformatieopgaven | Regio Brabant Noordoost

25

was opgestart of er werd een andere aanbieder ingeschakeld. Bovendien is het niet in alle gevallen gelukt om uithuisplaatsing te voorkomen. In deze gevallen bleek er een tekort aan 24-uurs plekken te zijn. Het gevolg hiervan was in sommige gevallen dat aanbieders terughoudender werden in het verlenen van hulp om niet de 24 uur zorg op zich te hoeven nemen. • Onvoldoende respijtzorg/opvoedondersteuning Het is lastig gebleken om normaal begaafde jeugdigen (al dan niet met autisme) een plek te geven in het bestaande zorglandschap. Een breder (uitgebreider) aanbod aan dagopvang of respijtzorg voor normaalbegaafde jeugdigen met autisme zou moeten worden toegevoegd aan het zorglandschap. Jeugdigen met ontwikkelingsproblemen (autisme of verstandelijke beperking) stellen hoge eisen aan de opvoedvaardigheden van ouders en zorgen op die manier voor veel spanning binnen het gezin. Voor deze ouders en jeugdigen is het van belang om bij kortdurend verblijf of dagopvang+ (respijtzorgvormen) terecht te kunnen. Deze respijtzorg is van groot belang om gezinnen te ontlasten en op die manier voldoende rust te creëren binnen het gezin voor behandeling.

Wat zijn extra aandachtspunten? Tijdens het inzetten van het NBT zijn een aantal aandachtspunten naar voren gekomen.

•

Geen ingewikkelde administratie Het is belangrijk dat er geen administratief ingewikkelde trajecten en routes worden gecreëerd rondom het NBT. Dit zorgt voor verwarring en vertraging, en doet het werkzame bestanddeel ‘snelheid’ teniet.

•

Medewerker van de Toegang is onderdeel van het NBT Hierdoor blijven korte lijnen in de communicatie bestaan. De rol van de toegangsmedewerker (casusregie; coördineren, afstemmen en volgen van de benodigde hulpverlening) en de regiebehandelaar (regie op behandeling uitgevoerd door verschillende professionals) dienen goed uitgewerkt en afgestemd te worden.

•

Een verwijzer dient aan te sluiten bij overleg NBT Er is soms onduidelijkheid of er sprake is van een dreigende uithuisplaatsing en de definitie van het ‘stadium’ van de dreigende uithuisplaatsing. Een verwijzer kan hier meer duidelijkheid over geven.

•

Duidelijkheid tussen verschillen van de diverse hulpvormen De hulpvorm ‘multisysteemtherapie (MST)’ is ook gericht op het voorkomen van uithuisplaatsing, maar is niet hetzelfde als het NBT. Dergelijke verschillen moeten voortdurend goed naar de Toegang worden gecommuniceerd.

Wat betekent het voor het zorglandschap als de werkzame bestanddelen worden uitgebreid? Het NBT wordt gezien als een belangrijk aanvulling in het zorglandschap. De samenwerking tussen de zorgaanbieders heeft een grote impuls gekregen. Hierdoor is het mogelijk om op maat gemaakte intersectorale zorgarrangementen te bieden. Bovendien heeft het de samenwerking tussen De Toegang en de zorgaanbieders verbeterd. Dit alles heeft meerdere uithuisplaatsingen van jeugdigen voorkomen. Bovendien verwacht men dat de doelgroep nog groter zal zijn als ook vanuit andere verwijzers cliënten worden aangemeld voor het NBT. Op die manier zouden nog meer jeugdigen geholpen kunnen worden. Echter is in sommige gevallen wel respijtzorg nodig om de behandelingen gearrangeerd door het NBT mogelijk te maken. Een uitbreiding van het aanbod aan respijtzorg is daarom belangrijk.

© Key Groep

Evaluatierapport Transformatieopgaven | Regio Brabant Noordoost

26

Evaluatie projecten thema 2: Van klinische behandeling naar behandeling in de leefomgeving Van klinische behandeling (verblijf) naar behandeling in de leefomgeving (thuis/school) in nauwe samenwerking met en in de toegang.

Hebben de projecten een succesvolle bijdrage geleverd aan dit thema? Binnen thema 2 worden er drie verschillende instrumenten besproken. Het verschilt per instrument wat de bijdrage is geweest aan het thema. Bij de MST-ASS is het nog te vroeg om echte conclusies te trekken want de tussentijdse evaluatie is nog in de afrondende fase. In totaal zijn het 6 trajecten, welke nog lopen. De ouders zijn positief over de MST-ASS en geven terug dat dit een passend aanbod is. De eerste resultaten lijken positief te zijn. Het IMAT is bij 5 trajecten ingezet waarbij klinische plaatsing is voorkomen. Bovendien is het IMAT vaak geconsulteerd wat voor cliënten regelmatig heeft geleid tot een alternatieve oplossing. Er zijn echter nog te weinig casussen ingezet om een duidelijke conclusie over het IMAT te kunnen trekken. De vliegende brigade is in 2 casussen succesvol gebleken in het voorkomen van verergering van de problematiek.

Welke instrumenten zijn hiervoor ingezet? In deze projecten zijn drie verschillende instrumenten gebruikt. • MST-ASS: dit is een uitbreiding van de MST (multisysteem therapie) methodiek voor gezinnen waarin sprake is van jeugdigen met ASS. •

Intersectoraal Multidisciplinair Ambulant Team (IMAT) : Binnen dit team worden trajecten vormgegeven door de werkzame bestanddelen van verschillende ambulante methodes op een sector overstijgende manier in te zetten.

•

Vliegende brigade: Dit is een team van GGZ/LVB experts dat consultatie en advies kan bieden aan jeugdigen of diens behandelaren vanuit de verblijfsplek. In de transformatieopgave is consultatie en advies van de vliegende brigade vrij toegankelijk en zonder beschikking.

Wat waren de werkzame bestanddelen van de ingezette instrumenten? •

MST-ASS: ASS-expertise is toegevoegd aan een reeds succesvolle MST interventie methode.

•

IMAT: Vanuit het IMAT zijn verschillende werkzame bestanddelen naar voren gekomen: ➢ Samenwerken Doordat de casus van een jeugdige is toegewezen aan een duo van behandelaren uit het IMAT en de behandeling, in nauwe samenspraak met (regie)behandelaar en gezin te volgen wordt maximaal gewerkt aan 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur. Door het intersectorale samenwerken was het makkelijker om voorliggende problematiek te kunnen onderscheiden van andere problematiek, en op die manier werd snel hulp met de juiste persoon afgestemd en ingezet. Bovendien werd er door het intersectoraal en multidisciplinair samenwerken vaker ‘out of the box’ gedacht om tot creatieve oplossingen te komen. ➢

Snelheid Trajecten van verschillende aanbieders kunnen snel en parallel opgestart worden, in plaats van stapsgewijs. Dit biedt snelle verlichting in gezinssituaties waar problematiek dreigt te escaleren. Een ander werkzaam bestanddeel van het IMAT is dichtbij (on the job). Het team is op locatie aanwezig waar het jeugdige is en de ketenpartners zijn. Op deze manier is contact in de vorm van observatie, ondersteuning, begeleiding en afstemming (matched care) in de eigen omgeving tot stand gekomen.

© Key Groep

Evaluatierapport Transformatieopgaven | Regio Brabant Noordoost

27

•

Vliegende brigade: Door de inzet van de Vliegende Brigade is GGZ expertise snel, zonder beschikking en ‘on the job’ beschikbaar.

5.2.4 Welke belemmeringen waren er en welke oplossingsrichtingen zijn ingebracht? •

MST-ASS: Er zijn geen belemmeringen beschreven of gemeld tijdens de evaluatie van de MST-ASS.

•

IMAT: Bij de evaluatie van het IMAT zijn meerdere belemmeringen besproken: ➢ Moeilijke opstart De bekendheid van het IMAT verschilde per regio (en dus per Toegang), waardoor het niet overal goed gevonden is. Dit zou kunnen liggen aan het grote aanbod aan intersectorale teams. Dit zou kunnen worden opgelost door korte communicatielijnen op te stellen tussen het IMAT en De Toegang, of door contactpersonen van De Toegang duidelijk te informeren. ➢

•

Regiebehandelaarschap Niemand neemt de verantwoordelijk voor behandelingen waar zij zelf geen zicht op hebben. Dit belemmert de snelheid waarmee het IMAT ingezet kan worden. Een oplossing hiervoor zou zijn om de regiebehandelaar te koppelen aan het IMAT. Hiervoor moeten dan wel nieuwe kwaliteitsstandaarden (supervisie, intervisie) worden afgesproken.

Vliegende brigade: Er zijn geen belemmeringen beschreven of gemeld tijdens de evaluatie van de vliegende brigade.

5.2.4 Wat zijn extra aandachtspunten? •

MST-ASS: Het aandachtspunt dat genoemd is bij het MST-ASS gaat over de kosten. MST-ASS is een duur product, en er dient dus kritisch beoordeeld te worden voor wie het product waardevol is middels een grondig voortraject.

•

IMAT: Bij het evalueren van het IMAT zijn twee aandachtspunten benoemd. ➢ De verbinding met de Toegang Deze verdient meer aandacht. Door de lastige start, en de vele wisselingen binnen de Toegang was er in de Toegang te weinig kennis over het IMAT. ➢

•

De inkoop Het moet in de toekomst mogelijk worden gemaakt om meerdere partijen aan één casus te laten werken, om zo te komen tot intersectorale arrangementen over de domeinen heen. De transformatieopgave bood de ruimte om dit snel op te pakken doordat er stapelbeschikkingen mogelijk zijn gemaakt.

Vliegende brigade: Er zijn geen aandachtpunten beschreven of gemeld tijdens de evaluatie van de vliegende brigade.

5.2.5 Wat betekent het voor het zorglandschap als de werkzame bestanddelen worden uitgebreid? • • •

MST-ASS: De doelgroep voor dit instrument is groot in de regio. Als de evaluaties positief blijken kan dit instrument een groter bereik krijgen. IMAT: De werkzame bestanddelen van het IMAT op een bredere manier inzetten zou waardevol zijn om residentieel verblijf te voorkomen. Vliegende brigade: Over het uitbreiden van de werkzame bestanddelen van de vliegende brigade is niet geschreven of gesproken.

© Key Groep

Evaluatierapport Transformatieopgaven | Regio Brabant Noordoost

28

Evaluatie projecten thema 3: Flexibele inzet van hulp voor pleeggezinnen voorkomt breakdown Pleegzorg: wanneer thuis blijven wonen (tijdelijk) niet mogelijk is, jeugdigen zoveel mogelijk het perspectief bieden om in een pleeggezin op te groeien. Voor een deel van de jeugdigen is aanvullende zorg (Wrap Around Care pleegzorg) nodig om dit mogelijk te maken of een breakdown te voorkomen.

Hebben de projecten een succesvolle bijdrage geleverd aan dit thema? Binnen thema 3 worden er in dit hoofdstuk drie verschillende instrumenten besproken. Het verschilt per instrument wat de bijdrage is geweest aan het thema. Tot op heden is Wrap Around Care voor 27 pleegjeugdigen ingezet. Hiermee is voor 19 jeugdigen een breakdown voorkomen, voor 2 jeugdigen plaatsing binnen pleegzorg gerealiseerd als alternatief voor residentieel verblijf en zijn 2 jeugdigen weer thuis gaan wonen. Bovendien is op deze manier de draaglast voor pleegouders verlicht. De scholing conflicthantering is voor 22 medewerkers mogelijk gemaakt, en is positief beoordeeld door de deelnemers (er is behoefte aan de start van een volgende groep).

Welke instrumenten zijn hiervoor ingezet? • •

Wrap Around Care (WAC): Dit is ondersteuning op maat, passend bij de individuele situatie van het jeugdige, de (pleeg)ouders en hun netwerk dat snel en zonder beschikking kan worden ingezet. Scholing conflicthantering: door kennis te vergroten bij medewerkers van de pleegzorg leren zij beter om te gaan met conflicten (veroorzaakt door meerzijdige belangen en partijdigheid) waardoor succesvolle plaatsing van de jeugdige wordt bevordert.

Wat waren de werkzame bestanddelen van de ingezette instrumenten? Wrap Around Care (WAC): Het instrument WAC bevat verschillende werkzame onderdelen. • Snelheid en flexibiliteit. Doordat de interventies snel en flexibel en zonder beschikking ingezet worden, is de draaglast voor pleegouders verlicht. • Het kunnen inzetten van niet gecontracteerde specialistische jeugdhulp. Voorbeelden hiervan zijn(gespecialiseerde) buitenschoolse opvang, of gespecialiseerde oppasvormen. Deze verlichten de draaglast van de (pleeg)ouders waardoor breakdowns zijn voorkomen.

Welke belemmeringen waren er en welke oplossingsrichtingen zijn ingebracht? Wrap Around Care (WAC): Bij de inzet van WAC zijn een aantal belemmeringen geconstateerd. • Grenzen aan de pleegzorg. De complexiteit van jeugdigen die worden aangemeld voor pleegzorg neemt steeds verder toe. Het is hierbij van belang de grenzen goed te blijven bewaken, immers niet alle jeugdigen zijn geschikt om in een pleeggezin op te groeien. • Het gebrek aan pleegzorgplekken Het verloop van pleegouders is hoog, jaarlijks stopt 10 tot 15 procent. Het is belangrijk om pleegouders na uitstroom te blijven motiveren om jeugdigen in huis te nemen. Bovendien kan het wervingsproces (samen met de gemeenten) geïntensiveerd worden. • Tekort aan weekend / deeltijd pleeggezinnen Deze zijn vooral belangrijk voor het (tijdelijk) verlichten van de draaglast voor pleegouders.

© Key Groep

Evaluatierapport Transformatieopgaven | Regio Brabant Noordoost

29

Wat zijn extra aandachtspunten? •

Wrap Around Care (WAC): Er zijn meerdere aandachtspunten die voor de inzet van WAC van groot belang zijn. ➢ Lange wachttijden voor de behandeling van trauma en onveilige hechting voor pleegjeugdigen. Tijdige behandeling van deze problematiek (komt voor bij 20-25% van de pleegjeugdigen) is van groot belang voor het zo gezond mogelijk opgroeien van het jeugdige, en het voorkomen van breakdowns. Het is dan ook cruciaal dat de behandelcapaciteit structureel wordt uitgebreid, of dat pleegjeugdigen voorrang krijgen bij behandeling. ➢

•

Het aanbod van respijtzorgvormen. Door deze vormen van zorg flexibel in te zetten kunnen pleeggezinnen behouden blijven. Dit betreft ook vormen van respijtzorg die nu niet binnen de gespecialiseerde jeugdzorg vallen (buitenschoolse opvang en gespecialiseerde oppasvormen. Er zou eventueel ook extra ingezet kunnen worden op informele respijtzorg door het netwerk (zoals familie en vrijwilligers) beter in te zetten.

Scholing conflict hantering: Het aandachtspunt bij de inzet van scholing omtrent conflicthantering is aansluiting bij de behoefte van de medewerkers. Het opleggen van scholing aan medewerkers is niet succesvol gebleken.

Wat betekent het voor het zorglandschap als de werkzame bestanddelen worden uitgebreid? Wrap Around Care (WAC): Door het inzetten van WAC (onder andere ook respijtzorgvormen die niet binnen de gespecialiseerde jeugdhulp horen) wordt overplaatsing voorkomen wat voor jeugdigen het gezond en duurzaam opgroeien binnen een pleeggezin bevordert. Wel dient rekening gehouden te worden gehouden met het feit dat er grenzen zijn aan de mogelijkheden van pleegzorg (niet alle jeugdigen zijn geschikt om in een pleeggezin op te groeien).

© Key Groep

Evaluatierapport Transformatieopgaven | Regio Brabant Noordoost

30

Evaluatie projecten thema 4: Uitbreiding en differentiëren van gezinshuisplaatsen Meer jeugdigen die niet thuis of in een pleeggezin kunnen wonen laten opgroeien in een gezinshuis door uitbreiding aantal gezinshuis (GH) plaatsen en differentiatie (aanleun- en gezinshuis+ plaatsen) van gezinshuisplaatsen.

Hebben de projecten een succesvolle bijdrage geleverd aan dit thema? Binnen thema 4 worden er twee verschillende instrumenten ingezet. Beide instrumenten hebben een succesvolle bijdrage geleverd aan dit thema. Het Regionaal Matchingsteam Gezinshuizen (RMT) dat expertise bundelt met kennis van beschikbaarheid van gezinshuisplaatsen. In totaal zijn er 61 aanmeldingen besproken, en staan er 27 jeugdigen op de wachtlijst. De plaatsingen die door het RMT zijn gedaan zijn allemaal duurzaam gebleken. Bovendien zijn er nieuwe (5 GH plekken) en gedifferentieerde gezinshuisplaatsen (5 GH+, 2 aanleungezinshuizen, 6 Familiemodel) gecreëerd. Dit heeft ervoor gezorgd dat twee jeugdigen op een aanleunplaats een stap kunnen zetten op weg naar zelfstandigheid, vier jeugdigen vanuit een residentiële setting zijn ingestroomd naar een gezinshuisplek en één jeugdige met ondersteuning van het Familiemodel weer thuis is gaan wonen. Kortom, er is door uitbreiding minder residentiële plaatsing.

Welke instrumenten zijn hiervoor ingezet? •

Regionaal Matchingsteam Gezinshuizen: Het Regionaal matchingsteam (RMT) adviseert verwijzers ook als de jeugdige niet in aanmerking komt voor gezinshuizen. Met de verwijzers worden binnen het RMT zorgvuldige, zorginhoudelijke afwegingen gemaakt en er wordt bekeken welk perspectief voor de jeugdige het beste is, ze denken mee en attenderen op alternatieven voor jeugdigen. Op deze wijze kan de jeugdige op de meest geschikte plaats terecht komen en is niet de beschikbare plek op dat moment van één aanbieder leidend.

•

Uitbreiding en differentiatie van gezinshuisplaatsen: Er heeft een uitbreiding plaatsgevonden van het aantal gezinshuisplaatsen. Bovendien heeft er een differentiatie van de plekken plaatsgevonden. Gezinshuis+ plaatsen: Binnen een gezinshuis wordt aanvullende zorg en behandeling geboden door gezinsouders, pedagogisch medewerkers en (externe) behandelaars. Zo kunnen jeugdigen die residentieel verblijven en voorheen niet in aanmerking komen voor een gezinshuis nu wel worden geplaatst in een gezinshuis. Aanleungezinshuisplaatsen: Dit zijn woonplekken in de nabijheid van een gezinshuis. Hier is de continue aandacht van de gezinsouder niet meer aanwezig, maar de verbinding nog wel. Familiemodel: in deze vorm van gezinshuizen blijven de jeugdige, gezin en het netwerk intensief betrokken bij – en onderdeel van de gewenste hulpverlening. Op deze manier kunnen gezinshuisouders worden ‘ontlast’. Bovendien wordt er een netwerk opgezet dat als vangnet fungeert waar de jeugdige op terug kan vallen zodra de jeugdige volwassen is.

Wat waren de werkzame bestanddelen van de ingezette instrumenten? •

Regionaal Matchingsteam Gezinshuizen: Het werkzame bestanddeel van het RMT is de samenwerking tussen professionals van zorgaanbieders en De Toegang (bundeling van de krachten). Hierdoor ontstaan korte lijnen en is er goed overzicht van de beschikbare plekken. Ook ontstaat er op deze manier een goed overzicht van de vraag naar gezinshuisplaatsen. Doordat er één duidelijk aanmeldpunt is wordt de verwijzers veel kostbare tijd bespaard.

•

Uitbreiding en differentiatie van gezinshuisplaatsen: Het werkzame bestanddeel is ‘meer plaatsen’. Bovendien is het werkzame bestanddeel van de Gezinshuisplusplaatsen de aanwezigheid van extra ondersteuning (bijvoorbeeld pedagogisch medewerker).

© Key Groep

Evaluatierapport Transformatieopgaven | Regio Brabant Noordoost

31

Welke belemmeringen waren er en welke oplossingsrichtingen zijn ingebracht? •

Regionaal Matchingsteam Gezinshuizen: De belemmering waar het RMT mee te maken kreeg was het tekort aan gezinshuisplaatsen. Door dit tekort is het RMT soms lang opzoek geweest naar een geschikte plek.

•

Uitbreiding en differentiatie van gezinshuisplaatsen: De belemmering waar ze bij het uitbreiden van de gezinshuisplaatsen vooral tegenaan zijn gelopen is tijd. Het kost een aanzienlijke voorbereidingstijd (ongeveer 9 maanden: werving en selectie GZH ouders; voorwaarden creëren; zoeken huisvesting etc.) om nieuwe gezinshuisplekken te creëren. Ook het matchen en plaatsen van de jeugdigen in een (nieuw) gezinshuis neemt tijd in beslag.

Wat zijn extra aandachtspunten? •

Regionaal Matchingsteam Gezinshuizen: De inzet van het RMT bracht het volgende aandachtspunt aan het licht: wachtlijsten binnen de gezinshuizen. Dit zorgt voor teleurstelling binnen het RMT (maar ook de ouders en verwijzers). Bovendien is het risico dat de vraag naar een gezinshuis niet meer bij het RMT wordt neergelegd vanwege deze lange wachtlijst, wat leidt tot een vertekend beeld van de daadwerkelijke vraag naar gezinshuisplekken.

•

Uitbreiding en differentiatie van gezinshuisplaatsen: De uitbreiding en differentiatie van het aantal gezinshuisplaatsen heeft een aantal aandachtspunten aan het licht gebracht. ➢

Tekort aan gezinshuisplekken (wachtlijsten) Door deze wachttijden worden jeugdigen buiten de regio geplaatst. Door de capaciteitsproblemen staan er nu nog 30 jeugdigen op de wachtlijst, en worden residentiële plaatsen (te) lang bezet gehouden. Als oplossing op dit aandachtspunt is er gestart met het werven van nieuwe gezinshuisouders (voorwaarde voor het creëren van nieuwe plekken). Het is echter lastig om dit op hele korte termijn te realiseren, het vraagt ervaring en expertise van gezinshuisouders om jeugdigen met complexe problematiek te kunnen begeleiden.

➢

Het inbouwen van reservecapaciteit Deze reservecapaciteit kan worden ingezet in een crisissituatie. Bovendien is er vraag naar deeltijdplaatsing. Dit gaat om weekendpleeggezinnen, maar ook deeltijd of tijdelijke plaatsing. Verder kwam het aandachtspunt het aan het licht dat er regelmatig sprake is van meerdere jeugdigen uit één gezin. Deze zijn momenteel erg moeilijk samen in een gezinshuis te plaatsen omdat er zelden plek is voor twee jeugdigen tegelijk.

➢

De procedure rondom jeugdigen die 18 jaar en ouder zijn Deze jeugdigen stromen nu niet direct uit omdat zij daar nog niet aan toe zijn. Echter bezetten zij dan wel een plek voor potentiële instromers. Het is goed om te kijken naar plekken speciaal voor 18+, al is de keerzijde daar wel van dat een jeugdige dan toch wordt verplaatst.

Wat betekent het voor het zorglandschap als de werkzame bestanddelen worden uitgebreid? •

•

Regionaal Matchingsteam Gezinshuizen: Bij zorgvuldige matching van een jeugdige aan een gezinshuis wordt residentiele opname voorkomen en is minder sprake van breakdowns. Dit is zeer gunstig voor de jeugdige, en de andere bewoners van de gezinshuizen. Uitbreiding en differentiatie van gezinshuisplaatsen: Door het creëren van nieuwe gedifferentieerde plekken voor jeugdigen wordt beter passende zorg geboden en wordt residentieel verblijf voorkomen. Door nog meer plekken – al dan niet gedifferentieerd – te creëren zouden nog minder jeugdigen residentieel geplaatst worden. Echter, werving kost veel tijd, dus het effect op het zorglandschap is niet snel meetbaar in dit thema.

© Key Groep

Evaluatierapport Transformatieopgaven | Regio Brabant Noordoost

32

Evaluatie projecten thema 5: Toewerken naar zelfstandig wonen Toewerken naar zelfstandig wonen, in nauwe samenwerking met de Toegang.

Hebben de projecten een succesvolle bijdrage geleverd aan dit thema? Binnen thema 5 zijn vier verschillende instrumenten ingezet. Zij hebben in meerdere of mindere mate bijgedragen aan dit thema. Het eerste instrument is het expertiseteam 16-23 dat 40 casussen heeft behandeld (zij bieden versnelling in het vinden van de juiste plek voor de jeugdige) waardoor de jeugdige perspectief is geboden op zelfstandig wonen en een passende toekomst. Het tweede instrument is het creëren van plekken in een trainingshuis. Er zijn drie trajecten ingevuld waarbij jeugdigen vanuit het intensieve begeleiding/verblijf plaats doorgestroomd zijn naar een trainingsplek gericht op het toewerken naar zelfstandig wonen. Deze jeugdigen zullen uiteindelijk geen of veel minder zorg en ondersteuning nodig gaan hebben. Bovendien komt er voor jeugdigen die uitstromen uit residentieel verblijf een plaats vrij voor andere jeugdigen. Het derde instrument dat is ingezet is E-health dat voor cliënten als aanvulling op de reeds bestaande begeleiding kan worden ingezet. Hiervan zijn nog geen resultaten meetbaar. Het vierde instrument dat is ingezet is ervaringsdeskundigheid. Er wordt momenteel een poule samengesteld waarin ervaringsdeskundigen worden opgenomen. Deze zijn echter nog niet ingezet.

Welke instrumenten zijn hiervoor ingezet? •

• • •

Expertiseteam 16 – 23: Een integraal en flexibel team van medewerkers waarin kennis en expertise van verschillende domeinen wordt gebundeld. Dit team is vanuit de inhoud inzetbaar voor jeugdigen die vanuit residentiële voorzieningen doorstromen naar trainingshuizen of woonbegeleiding. Gezamenlijk wordt gezocht naar de juiste plek voor de jeugdige (maatwerk). Uitbreiden capaciteit trainingshuizen: Meer capaciteit creëren bij de trainingshuizen. E-health: Online vormen van hulp die ter ondersteuning reguliere behandeling kunnen worden ingezet. Ervaringsdeskundigheid: Omdat jeugdigen vaak te maken krijgen met zelfoverschatting en een persoon missen die bekend is met het traject en de bijbehorende valkuilen wordt gewerkt aan een poule van ervaringsdeskundigen. De ervaringsdeskundige zou dan naast (dus niet in plaats van) de persoonlijk begeleider worden ingezet.

Wat waren de werkzame bestanddelen van de ingezette instrumenten? •

•

Expertiseteam 16 – 23: Er zijn meerdere werkzame bestanddelen van het expertiseteam 16-23. ➢ Bundeling (samenwerking) van verschillende expertises van domeinen en inhoudelijk kennis. Hierdoor zijn alle perspectieven (ook wettelijke) in één overleg samengebracht. Doordat er volgens het shared caseload model naar de casuïstiek wordt gekeken, waren er geen begrenzingen van het eigen domein, maar werd juist verschillende expertise gecombineerd. ➢

Mandaat aan tafel. Hierdoor zijn er afspraken over het regiebehandelaarschap en kon een casus ook daadwerkelijk worden doorgezet. De samenwerking heeft ook tot gevolg dat er sprake was van korte lijnen en snelheid van handelen. Hierdoor was er weinig sprake van tijdsverlies, en bovendien minder bureaucratie.

➢

Leren van en met elkaar. Er wordt veel informatie uitgewisseld over elkaars expertise (over de grenzen van het eigen domein).

Uitbreiden capaciteit trainingshuizen: Het werkzame bestanddeel is uitbreiding van fysieke plekken. Hiermee is plaats voor jeugdigen die nu nog in een residentiele setting verblijven en toe zijn aan werken aan zelfstandigheid.

© Key Groep

Evaluatierapport Transformatieopgaven | Regio Brabant Noordoost

33

•

•

E-health: Het werkzame bestanddeel van het ontwikkelen van de e-health applicaties in deze opgave is dat de instanties met elkaar zijn gaan samenwerken (delen van kennis) waardoor niet telkens het wiel opnieuw hoeft te worden uitgevonden. Ervaringsdeskundigheid: De werkzame bestanddelen van het inzetten van ervaringsdeskundigheid zijn nog niet echt te bepalen omdat deze nog niet zijn ingezet. Wel wordt verwacht dat hiermee jeugdigen betere hulp krijgen en sneller doorstromen naar zelfstandigheid.

Welke belemmeringen waren er en welke oplossingsrichtingen zijn ingebracht? •

Expertiseteam 16 – 23: Het expertiseteam 16-23 is in het begin belemmerd door: ➢ Inhoudelijk bureaucratie die vooraf ging aan de samenwerking Het kostte veel tijd om een goede manier te vinden om dingen intern aan elkaar te verrekenen. ➢

•

• •

De stap richting werkelijke zelfstandigheid Het komt regelmatig voor dat de jeugdige zelf al klaar is voor de stap maar er niet voldoende woonruimte beschikbaar is om deze stap ook daadwerkelijk te maken. Een oplossing voor deze belemmering is het creëren van extra vervolgplekken voor potentiële uittreders.

Uitbreiden capaciteit trainingshuizen: Hierbij liep men tegen een probleem aan in relatie tot de belemmering in de overgang van 18- / 18+. Hier is te weinig aanbod voor de overgang tussen het jeugddomein en het WMO domein (ook administratief is dit lastig). Als oplossing hiervoor zou gezamenlijk aanbod moeten worden gecreëerd zodat een ‘zachte overgang’ wordt gerealiseerd. Een aanjaagteam 18- / 18+ gaat hiermee aan de slag. E-health: Er zijn geen belemmeringen van het inzetten van e-health beschreven of besproken. Ervaringsdeskundigheid: Er zijn geen belemmeringen van het inzetten van ervaringsdeskundigheid beschreven of besproken.

Wat zijn extra aandachtspunten? •

• •

•

Expertiseteam 16 – 23: Het aandachtspunt dat bij de inzet van het expertiseteam 16-23 naar voren is gekomen is de timing van inzet. Soms werd het expertiseteam pas te laat betrokken, waardoor er eigenlijk alleen nog maar aan de noodrem getrokken kan worden. Door het eerder inschakelen van het team kunnen er passendere oplossingen worden gevonden. Uitbreiden capaciteit trainingshuizen: Er zijn geen aandachtspunten voor het uitbreiden van de capaciteit beschreven of besproken. E-health: Het aandachtspunt met betrekking tot e-health is de afstemming op basis van behoefte van de doelgroep. Deze afstemming heeft niet voldoende plaats gevonden waardoor de jeugdigen terughoudend zijn in het gebruik van de beschikbare applicaties. Ervaringsdeskundigheid: het aandachtspunt dat de inzet van ervaringsdeskundigheid naar voren heeft gebracht is het belang van continuering. Het is een veelbelovend instrument, maar door zeer beperkte inzet nog te vroeg om te beoordelen. Daarom wordt er specifiek aandacht gevraagd voor doorzetting.

Wat betekent het voor het zorglandschap als de werkzame bestanddelen worden uitgebreid? •

•

Expertiseteam 16 – 23: Als het expertiseteam niet was ingezet hadden jeugdigen langer op een intensievere verblijfsplek gezeten. Door het expertiseteam 16-23 breder in te zetten wordt voor meer jeugdigen snel beschikbare en gecombineerde (over de grenzen van instellingsdomeinen heen) expertise beschikbaar waardoor zij minder langdurig zorg nodig hebben. Uitbreiden capaciteit trainingshuizen: met het project is vooralsnog voldoende plaats in trainingshuizen gecreëerd voor jeugdigen die hiervoor in aanmerking komen.

© Key Groep

Evaluatierapport Transformatieopgaven | Regio Brabant Noordoost

34

• •

E-health: Over het uitbreiden van de werkzame bestanddelen van e-health is niet geschreven of gesproken. Ervaringsdeskundigheid: Over het uitbreiden van de werkzame bestanddelen van ervaringsdeskundigheid is niet geschreven of gesproken. Wel wordt aangegeven dat de ontwikkeling van een poule van ervaringsdeskundigen gecontinueerd moet worden.

© Key Groep

Evaluatierapport Transformatieopgaven | Regio Brabant Noordoost

35

Evaluatie projecten thema 6: Verkorten van de verblijfsduur van residentiële en klinische trajecten Verkorten van de verblijfsduur van residentiële trajecten, in nauwe samenwerking met en in de Toegang.

Hebben de projecten een succesvolle bijdrage geleverd aan dit thema? Achteraf blijkt de doelstelling om verblijfsduur van residentiële trajecten te verkorten geen haalbare doelstelling. De afgelopen jaren is door een aantal specialistische jeugdhulp aanbieders al fors ingezet op verkorten van verblijf. Hierdoor zijn de verblijfstrajecten al optimaal efficiënt gemaakt en kunnen deze niet worden verkort. Desondanks zullen we hieronder de instrumenten stuk voor stuk beschrijven, omdat er wellicht wel werkzame bestanddelen voor andere doelen in zitten (zie hierbij ook thema 2, waar dezelfde instrumenten zijn ingezet).

Welke instrumenten zijn hiervoor ingezet? •

•

•

Intersectoraal multidisciplinair ambulant team (IMAT): Een outreachend team samengesteld uit medewerkers van verschillende zorgaanbieders. Er wordt gewerkt volgens het shared caseload principe. Het team werkt nauw samen met andere organisaties die betrokken zijn bij het jeugdige (onderwijs, sociale wijkteams etc.). Ook wordt het netwerk van de cliënt betrokken. Combinatie van behandeling op de groep en ambulante behandeling thuis: Dit wordt ingezet als volledig thuis of in een pleeggezin/gezinshuis wonen (tijdelijk) niet meer mogelijk is. Gedurende de behandeling zal het jeugdige steeds meer dagen thuis gaan wonen. De vliegende brigade: jeugdigen waar sprake is van psychiatrische problematiek kunnen zelf of hun behandelaren vanuit de verblijfsplek consultatie en advies ontvangen vanuit de GGZ aanbieder. Hiermee wordt specialistische kennis op casusniveau ingevlogen.

Wat waren de werkzame bestanddelen van de ingezette instrumenten? •

•

•

Intersectoraal multidisciplinair ambulant team (IMAT): Van het IMAT zijn verschillende werkzame bestanddelen te onderscheiden. ➢

Intersectorale samenwerking (over de domeinen heen) Door deze samenwerking hebben medewerkers elkaar leren kennen en is het vertrouwen tussen aanbieders onderling gestegen. Doordat er expertise werd ingezet vanuit verschillende domeinen was er de mogelijkheid om snel en ‘on the spot’ hulp in te zetten die nodig was. Bovendien leren professionals veel van en met elkaar tijdens het bespreken van de casuïstiek.

➢

De snelle beschikking Hierdoor kon expertise ‘on the job’ snel worden ingezet. Zo voeg je kennis toe waar het nodig is en kan dreigende uithuisplaatsing worden voorkomen. Het laatste werkzame bestanddeel is het bieden van snelle (specialistische) matched care in plaats van alle onderdelen los na elkaar aan te bieden.

Combinatie van behandeling op de groep en ambulante behandeling thuis: dit instrument is uiteindelijk niet ingezet binnen dit thema, er zijn dan ook geen werkzame bestanddelen te beschrijven. De vliegende brigade: Het is effectief gebleken dat de hulp in de vorm van consult en advies snel en zonder beschikking kon worden ingezet. Bovendien gaat de vliegende brigade verder dan kort advies, de brigade wordt ingezet door daadwerkelijk mee te gaan naar de cliënt. Hierdoor hoeft de cliënt niet te reizen, maar wordt kennis en expertise toegevoegd aan de behandeling in zijn/haar eigen omgeving en netwerk (ongeveer 4 consulten). Op deze manier kan overplaatsing worden voorkomen.

© Key Groep

Evaluatierapport Transformatieopgaven | Regio Brabant Noordoost

36

Welke belemmeringen waren er en welke oplossingsrichtingen zijn ingebracht? •

• •

Intersectoraal multidisciplinair ambulant team (IMAT): De belemmering waar het IMAT tegenaan is gelopen is administratie. Per gemeente moesten de beschikkingsnummers ingevuld worden op het registratieformulier, hetgeen veel tijd heeft gekost. Bovendien heeft het regiebehandelaarschap voor veel vragen en verwarring gezorgd. Combinatie van behandeling op de groep en ambulante behandeling thuis: dit instrument is niet ingezet binnen dit thema, er zijn dan ook geen belemmeringen te beschrijven. De vliegende brigade: De vliegende brigade heeft de wachtlijsten als er na de consultatie en advies toch daadwerkelijk een behandeltraject nodig is als belemmering ervaren.

Wat zijn extra aandachtspunten? •

Intersectoraal multidisciplinair ambulant team (IMAT): Vanuit de inzet van het IMAT zijn een aantal aandachtspunten naar voren gekomen. ➢ Meer aandacht voor de verbinding met de toegang Binnen de toegang zijn er veel wisselingen geweest waardoor er te weinig kennis en focus voor het IMAT was binnen de Toegang. Er moet geïnvesteerd worden in informatie over de transformatieopdrachten en de werkwijze om een beschikking aan te vragen. ➢

• •

Belangrijk om vanuit inkoop de mogelijkheid te krijgen om hulp te stapelen Alleen op deze manier kunnen intersectorale arrangementen over domeinen (jeugdhulp, LVB en GGZ) heen worden samengesteld.

Combinatie van behandeling op de groep en ambulante behandeling thuis: dit instrument is uiteindelijk niet ingezet binnen dit thema, er zijn dan ook geen aandachtspunten te beschrijven. De vliegende brigade: Een aandachtspunt bij de vliegende brigade is het voorkomen dat de brigade wordt ingezet als een sluiproute voor een behandeltraject. Zolang de doelgroep goed wordt gedefinieerd (psychiatrisch probleem veroorzaakt risico op eventuele uithuisplaatsing).

Wat betekent het voor het zorglandschap als de werkzame bestanddelen worden uitgebreid? • •

•

Intersectoraal multidisciplinair ambulant team (IMAT): Het IMAT is verder niet ingezet op dit thema maar bleek veel effectiever in het voorkomen van residentiele plaatsing. Combinatie van behandeling op de groep en ambulante behandeling thuis: dit instrument is uiteindelijk niet ingezet binnen dit thema, er zijn dan ook geen gevolgen voor het zorglandschap te beschrijven. De vliegende brigade: de suggestie wordt gegeven om ook voor andere domeinen een vliegende brigade op te starten (zoals verslavingszorg)

© Key Groep

Evaluatierapport Transformatieopgaven | Regio Brabant Noordoost

37

Evaluatie projecten thema ‘de werkplaats’ Samenwerking van de toegang met zorgaanbieders waardoor meer expertise ‘naar voren’ komt en cliënten sneller de juiste hulp krijgen.

Hebben de projecten een succesvolle bijdrage geleverd aan dit thema? Het is lastig om aan te geven of de werkplaats een succesvolle bijdrage heeft geleverd. Conclusies trekken over resultaat of succes is niet mogelijk vanwege COVID-19. Hierdoor hebben bijvoorbeeld geen huisbezoeken plaats kunnen vinden.

Wat waren de werkzame bestanddelen van de ingezette instrumenten? De werkzame bestanddelen van de werkplaats zijn: • De problemen binnen de toegang daadwekelijk worden gezien. • Korte lijntjes binnen het zorglandschap die middels de werkplaats gerealiseerd konden worden (kan ook op een alternatieve wijze) belangrijk.

Welke belemmeringen waren er en welke oplossingsrichtingen zijn ingebracht? De werkplaats heeft een aantal belemmeringen ervaren. • Uiteenlopende verwachtingen. De verwachtingen vanuit de toegang waren verschillend, er is wel een poging gedaan om aan te sluiten op alle verschillende wensen, maar dat is onmogelijk gebleken. Hierdoor is de verbeterde samenwerking tussen toegangsteam en specialistische jeugdzorg niet altijd voldoende gerealiseerd. •

Lastig te bepalen welke werknemers moesten plaatsnemen in de werkplaats. Ook dit had te maken met de verschillende inrichtingen van de toegang bij de gemeentes.

•

Hoge werkdruk bij toegangsmedewerkers.

Wat zijn extra aandachtspunten? Er zijn een aantal aandachtspunten voor de Werkplaats. • Timing. Vaak werd expertise pas te laat ingeschakeld, als er al sprake was van een escalatie. De toegang moet de werkplaats eerder in de keten van de cliënt betrekken, dit is noodzakelijk ter voorkoming van escalatie. • Contactpersoon uit de Toegang binnen de werkplaats. Deze persoon moet bekend zijn bij alle aanbieders in de werkplaats. Bovendien moet deze contactpersoon denken vanuit ‘matched care’ principe en het aanbieden van niet specialistische zorg blijven betrekken.

Wat betekent het voor het zorglandschap als de werkzame bestanddelen worden uitgebreid? De verwachting van de toegang was anders. Eigenlijk is er meer behoefte aan een soort ‘makelaar’ die samen met de aanbieders oplossingen zoekt binnen de gespecialiseerde jeugdzorg (Wat is er nodig, wie hebben we daarbij nodig, en hoe bouwen we een arrangement op.). Specifiek per gemeente moet er worden gekeken welke vorm van de werkplaats passend is. Het is namelijk niet mogelijk om voor alle gemeentes één werkplaatsvorm in te richten.

© Key Groep

Evaluatierapport Transformatieopgaven | Regio Brabant Noordoost

38

Evaluatie van het project Jeugdhulp en Onderwijs Samenwerken van jeugdhulp in onderwijs om hiermee schooluitval en verzuim te voorkomen of om te zorgen dat leerlingen die al zijn uitgevallen zo snel als mogelijk weer naar het regulier onderwijs kunnen terugkeren.

Hebben de projecten een succesvolle bijdrage geleverd? Subregio Meierij: Voor zowel Praktijk Onderwijs (PO) als Voortgezet Onderwijs (VO) worden leerlingen (met een hulpvraag), hun ouders en leerkrachten geholpen met korte interventies. Hiermee wordt schooluitval/verzuim en problematiek in de klas voorkomen of doorbroken. De hulp heeft een preventief karakter en draagt bij aan de visie dat alle jeugdigen recht hebben op een ononderbroken schoolloopbaan.

Werkzame bestanddelen • • • • •

Directe beschikbaarheid van de zorgcapaciteit Hulp kan worden ingezet zonder beschikking Vanwege combinatie met school is de toegang voor ouders heel laagdrempelig Betere communicatie tussen scholen en professionals over leerlingen Adviserende rol voor zorgadviesteams en leerkrachten

Aandachtspunten / belemmeringen • • • •

Verbinding met Toegang is in het VO lastig te maken vanwege de diverse woonplaatsen van leerlingen De toegang lijkt nauwelijks een rol te hebben voor de inzet van deze hulp Taakdiscussies, waar hoort deze vooral preventief gerichte hulp thuis? Nog niet volledig duidelijk of de inzet van hulp ook daadwerkelijk de inzet voor gespecialiseerde hulp heeft voorkomen

Subregio Maasland: Leerlingen uit het VO met een complexe hulpvraag en waar schooluitval een feit is, krijgen gespecialiseerde hulp waarmee zij zo snel als mogelijk weer kunnen deelnemen aan regulier onderwijs. De focus ligt op leerlingen die als gevolg van complexe gedragsproblematiek uitvallen binnen het reguliere onderwijs.

Werkzame bestanddelen • • • • • •

Gebundelde expertise van internaliserende en externaliserende problematiek Directe beschikbaarheid van capaciteit Er is geen beschikking nodig Goede communicatie met de eigen (school) van de leerling Het hele systeem rondom de leerling wordt betrokken Betere probleemverkenning als gevolg van gebundelde expertise

Aandachtspunten / belemmeringen •

Deze expertise kan meer preventief worden ingezet nog voordat problemen escaleren

© Key Groep

Evaluatierapport Transformatieopgaven | Regio Brabant Noordoost

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9674963/1