Bijlage 2 evaluatierapport integraal
Tekst van het document
REGIO BRABANT NOORDOOST EVALUATIE TRANSFORMATIEOPGAVEN 02/11/2020
www.keygroep.com
info@keygroep.com
076 599 1259
Inhoudsopgave Inhoudsopgave .................................................................................................................................. 2 1.
Introductie ................................................................................................................................. 3
2.
De thema’s ................................................................................................................................. 3
3.
Aanpak ...................................................................................................................................... 4
4.
Samenvatting van de evaluatie .................................................................................................. 5
5.
De werkzame bestanddelen van de ingezette instrumenten ....................................................... 7 5.1 Intersectorale samenwerkingsteams ................................................................................................. 8 5.2 Regionaal matchingsteam .................................................................................................................. 9 5.3 Flexibel inzetbare expertise ............................................................................................................... 10 5.4 Nieuwe vormen van aanbod .............................................................................................................. 12 5.5 Uitbreiding van bestaand aanbod ..................................................................................................... 13 5.6 De werkplaats .................................................................................................................................... 14 5.7 Jeugdhulp in het onderwijs ............................................................................................................... 15
6.
De betaalbaarheid van het stelsel............................................................................................. 17
7.
Aanbevelingen voor de toekomst ............................................................................................. 19 7.1 Intersectoraal team ........................................................................................................................... 19 7.2 Regionaal Matching Team ................................................................................................................ 20 7.3 Flexibel inzetbare expertise ............................................................................................................... 20 7.4 Nieuw of uitgebreid aanbod .............................................................................................................. 21 7.5 De werkplaats .................................................................................................................................... 22 7.6 Zorg in onderwijs ............................................................................................................................... 23 7.7 Inzetten op het verhogen van de zorgwaarde .................................................................................. 24 7.8 Implementatie: ................................................................................................................................... 24
8.
Bijlagen: Evaluatie van de thema’s ........................................................................................... 25 Evaluatie projecten thema 1: Thuis blijven wonen met ambulante hulp .............................................. 25 Evaluatie projecten thema 2: Van klinische behandeling naar behandeling in de leefomgeving ....... 27 Evaluatie projecten thema 3: Flexibele inzet van hulp voor pleeggezinnen voorkomt breakdown ..... 29 Evaluatie projecten thema 4: Uitbreiding en differentiëren van gezinshuisplaatsen ........................... 31 Evaluatie projecten thema 5: Toewerken naar zelfstandig wonen ....................................................... 33 Evaluatie projecten thema 6: Verkorten van de verblijfsduur van residentiële en klinische trajecten 36 Evaluatie projecten thema ‘de werkplaats’ ............................................................................................. 38 Evaluatie van het project Jeugdhulp en Onderwijs ................................................................................ 39
© Key Groep
Evaluatierapport Transformatieopgaven | Regio Brabant Noordoost
2
1. Introductie Met het project ‘Urgente transformatieopgaven opbouw, ombouw, afbouw’ willen de 16 gemeenten uit de regio Noordoost Brabant samen met 17 aanbieders een drietal doelen realiseren: 1) Passendere jeugdhulp bieden aan alle jeugdigen in de regio Brabant Noordoost; 2) Een evenwichtiger zorglandschap realiseren waarin er meer (intensieve) jeugdhulp zonder verblijf en gezinsgerichte pleegzorg beschikbaar is (opbouw en ombouw) en minder van jeugdhulp met verblijf (afbouw); 3) Via een tijdelijke investering een structurele omslag maken om binnen het beschikbare budget de juiste jeugdhulp te kunnen bieden. Om deze doelen te realiseren zijn er 7 thema’s ontwikkeld door diverse samenwerkingsverbanden van zorgaanbieders. Binnen ieder thema zijn verschillende instrumenten ontwikkeld die bijdragen aan het behalen van het doel beschreven in het thema. Elk thema is uitgevoerd in drie regio’s (Maasland, Meierij en Land van Cuijk). Om vanaf 2021 de behaalde resultaten te borgen is inzicht vereist in de werkzaamheid van de instrumenten die zijn ingezet. Hiervoor is het noodzakelijk om de resultaten te evalueren. Met deze evaluatie als input kan bepaald worden wat de regio aan veranderingen wil behouden en wat ervoor nodig is om de werkzame bestanddelen na afloop van het project te borgen.
Dit evaluatierapport beschrijft de resultaten van het project en geeft aanbevelingen voor de toekomst.
2. De thema’s Om de doelen te bereiken zijn er een aantal thema’s vastgesteld. Ieder thema draagt bij aan deze doelen. 1) Thuis blijven wonen met (intensief) ambulante behandeling/begeleiding en/of respijtzorg, zodat residentiële plaatsing wordt voorkomen. Zoveel mogelijk aansluitend op de leefwereld van de jeugdige (thuis en op school) in nauwe samenwerking met de Toegang. 2) Voorkomen van klinische behandeling zodat jeugdigen zoveel als mogelijk in hun eigen leefomgeving worden behandeld. 3) Wanneer thuis blijven wonen (tijdelijk) niet mogelijk is, jeugdigen zoveel mogelijk het perspectief bieden om in een pleeggezin op te groeien. Voor een deel van de jeugdigen is aanvullende jeugdhulp (Wrap Around Care pleegzorg) nodig om dit mogelijk te maken of een breakdown te voorkomen. 4) Meer jeugdigen die niet thuis of in een pleeggezin kunnen wonen laten opgroeien in een gezinshuis door uitbreiding aantal gezinshuis (GH) plaatsen en differentiatie van gezinshuisplaatsen. 5) Toewerken naar zelfstandig wonen, in nauwe samenwerking met de Toegang. 6) Verkorten van de verblijfsduur van residentiële trajecten, in nauwe samenwerking met en in de Toegang. 7) Samenwerking van de Toegang met zorgaanbieders waardoor meer expertise ‘naar voren’ komt en jeugdigen sneller de juiste jeugdhulp krijgen.
© Key Groep
Evaluatierapport Transformatieopgaven | Regio Brabant Noordoost
3
3. Aanpak Vanuit alle thema’s is er aan de hand van een vooraf opgesteld sjabloon een evaluatierapport ingediend. Bij deze rapporten werd ook een voorbeeld casus beschreven en een apart formulier ingeleverd waarin aangeven werd aan welke doelen dit project heeft bijgedragen. Hierop zijn per thema afspraken ingepland waarbij deelnemers van betrokken zorgaanbieders, beleidsmedewerkers van gemeenten, medewerkers van de Toegang en Gecertificeerde Instellingen waren uitgenodigd. Het doel van deze afspraken was om met elkaar de belangrijkste elementen uit de evaluatie door te nemen en te onderzoeken of alle aanwezigen hierbij ook dezelfde beelden hadden. Deze elementen waren: • Heeft het project succesvol bijgedragen aan het bijbehorende thema? • Welke instrumenten zijn hiervoor ingezet? • Wat waren de belangrijkste bestanddelen van de instrumenten die het project succesvol maakten? • Welke belemmeringen zijn er en welke mogelijke oplossingsrichtingen worden gezien? • Wat zijn nog aandachtspunten? • Wat betekent het voor het zorglandschap als de werkzame bestanddelen worden uitgebreid? Een uitwerking van deze elementen per thema treft u aan in bijlage 1: Samenvatting evaluatie per thema.
Na deze gesprekken per thema, zijn de ingezette instrumenten opgedeeld in verschillende categorieën: intersectorale samenwerkingsteams, regionaal matchingsteam, flexibel inzetbare expertise, nieuwe vormen – of uitbreiding van aanbod, de werkplaats en jeugdhulp in het onderwijs. Vervolgens is een bijeenkomst gepland waarin we per instrumentcategorie op hoofdlijnen alle werkzame bestanddelen hebben besproken. Ook hier zijn deelnemers van betrokken zorgaanbieders, beleidsmedewerkers van gemeenten, medewerkers van de Toegang en Gecertificeerde Instellingen uitgenodigd. Het doel van deze gesprekken was om met elkaar te bespreken welke beelden men had bij de inzet van deze instrumenten in de toekomst. Daarnaast hebben er ook aparte bijeenkomsten plaatsgevonden met data-analisten en financiële experts om te onderzoeken wat verschuivingen waren in de kosten per cliënttraject binnen de transformatieopdrachten. De sfeer waarin alle gesprekken plaatsvonden was erg positief. Natuurlijk mede als gevolg van positieve resultaten van projecten maar duidelijk ook door het geloof van alle betrokkenen dat met alle inzet en moeilijke momenten veel is bereikt voor cliënten en dit een structureel karakter kan krijgen in de toekomst.
© Key Groep
Evaluatierapport Transformatieopgaven | Regio Brabant Noordoost
4
4. Samenvatting van de evaluatie 4.1 Evaluatie per doel Met het transformatieproject is aantoonbaar bijgedragen aan de doelen zoals die zijn gesteld: Passendere jeugdhulp bieden aan alle jeugdigen in de regio Noordoost Brabant: Als gevolg van de inzet van de verschillende instrumenten zijn jeugdigen met een complexe hulpvraag beter geholpen. Door intersectoraal te werken en meerdere expertises te bundelen kon sneller het juiste arrangement worden geboden en werd uithuisplaatsing voorkomen. Met een flexibel aanbod van jeugdhulp zoals bijvoorbeeld Wrap Around Care en de inzet van expertiseteams voor speciale doelgroepen zijn breakdowns voorkomen in pleegzorg en zijn jeugdigen in een verblijfssetting sneller begeleid naar zelfstandigheid. Met nieuw en extra aanbod van hulpvormen zoals MST-ASS, gezinshuizen en trainingshuizen wordt voorzien in een behoefte aan nieuw en meer aanbod van hulp en wordt residentiele of klinische opname voorkomen. Verandering van het zorglandschap in de richting van ‘wonen doe je thuis’: Met de verschillende projecten worden jeugdigen en hun ouders met een complexe hulpvraag vaker en beter in de thuissituatie of in een pleeggezin/gezinshuis geholpen. Zonder deze nieuwe of aangepaste hulpvormen zouden deze jeugdigen vaak in een residentiële of klinische setting geholpen worden.
Via een tijdelijke investering een structurele omslag maken om binnen het beschikbare budget de juiste jeugdhulp te kunnen bieden: Door te focussen op beter passende en sneller beschikbare zorg voor jeugdigen met een complexe hulpvraag zijn de trajectkosten per jeugdige significant gedaald. Wanneer de werkbare instrumenten in de toekomst breed worden ingezet zal als gevolg van lagere trajectkosten per cliënt een structurele omslag worden gemaakt die bijdraagt aan de betaalbaarheid van het stelsel. Met ingezette instrumenten zijn veel jeugdigen bereikt en is bij zeker 67 jeugdigen residentiële of klinische plaatsing voorkomen. In onderstaande overzicht is weergegeven of de ingezette instrumenten hebben bijgedragen aan het behalen van de doelen per thema:
1) Thuis wonen met ambulante hulp 2) Van klinische behandeling naar behandeling in de leefomgeving 3) Flexibele inzet van hulp voor pleeggezinnen voorkomt breakdown 4) Uitbreiding en differentiëren van gezinshuisplaatsen 5) Toewerken naar zelfstandig wonen 6) Verkorten van de verblijfsduur van residentiële en klinische trajecten 7) Samenwerken met en in de Toegang
© Key Groep
Evaluatierapport Transformatieopgaven | Regio Brabant Noordoost
5
4.2. Onze aanbevelingen voor de toekomst Uit de evaluatie blijkt dat met de inzet van meerdere instrumenten de kwaliteit van de hulp voor de cliënt aanzienlijk is verhoogd en dat de trajectkosten voor diezelfde zorg beduidend lager zijn geworden. Hiermee is de zorgwaarde per cliënt (beste resultaten van hulp afgezet tegen de kosten per traject) sterk verhoogd. Voortzetten van deze waardevolle instrumenten en ze waar mogelijk uitbreiden en/of verbreden is dan ook het belangrijkste advies. Voorwaarde is wel dat de werkzame bestanddelen van deze instrumenten ook in de toekomst geborgd zijn. Door in te zetten en te focussen op het verhogen van de zorgwaarde per cliënt(groep) zal het zorglandschap vanzelf mee (moeten) veranderen. Dit is zoals wij het zien ook de juiste volgorde en is conform de transformatieopgave: eerst opbouwen dan afbouwen. Tevens bevelen we aan te voorzien in voldoende capaciteit van zorg voor jeugdigen met een complexe zorgvraag zodat er geen wachtlijsten ontstaan en jeugdigen niet onnodig naar een residentiële setting moeten verhuizen of te lang in een onveilige leefomgeving moeten wonen. Inherent hieraan is dat er niet dient te worden afgebouwd als er nog geen of onvoldoende alternatief is (zoals gezinshuizen).
© Key Groep
Evaluatierapport Transformatieopgaven | Regio Brabant Noordoost
6
5. De werkzame bestanddelen van de ingezette instrumenten Verschillende instrumenten zijn ingezet waarmee wordt bijgedragen aan de verschillende doelen. Voor een uitgebreide evaluatie per thema: zie bijlage 1. Deze instrumenten zijn onder te verdelen in de volgende categorieën: intersectorale samenwerkingsteams, regionaal matchingsteam, flexibel inzetbare expertise, nieuwe vormen – of uitbreiding van aanbod, de werkplaats en jeugdhulp in het onderwijs. In dit hoofdstuk beschrijven wij per instrumentcategorie de overkoepelende werkzame bestanddelen en eventuele aandachtspunten en belemmeringen. Figuur 1 geeft een schematische weergave van de instrumenten die zijn ingezet per instrumentcategorie. De Figuren 2 tot en met 9 geven schematisch weer in welke woonvormen de instrumenten zijn ingezet, en wat hun beoogde effect is op deze en de andere woonvormen.
© Key Groep
Evaluatierapport Transformatieopgaven | Regio Brabant Noordoost
7
5.1 Intersectorale samenwerkingsteams Een intersectoraal samenwerkingsteam bestaat uit medewerkers van verschillende instanties die zich gezamenlijk buigen over de benodigde jeugdhulp voor één jeugdige. Binnen de transformatieopgave zijn drie varianten van intersectorale samenwerkingsteams gerealiseerd (IMAT / NSJ / NBT) welke apart zijn geëvalueerd (zie bijlage). De intersectorale teams zijn ingezet met het doel om minder jeugdigen residentieel te laten verblijven, en meer jeugdigen met multidisciplinaire ambulante hulp thuis te laten wonen (Figuur 2).
Wat zijn de werkzame bestanddelen? De werkzame bestanddelen zijn: • Intersectorale en multidisciplinaire samenwerking tussen medewerkers van verschillende instanties en vanuit verschillende expertises leidde ertoe dat de jeugdhulp vanuit meerdere expertises op maat werd gearrangeerd. • Snel kunnen arrangeren en inzetten van de jeugdhulp was mogelijk doordat de medewerkers doorzettingsmacht hadden. Hierdoor kwam de jeugdhulp daadwerkelijk snel op gang. • Door het delen van de verantwoordelijkheid voor een jeugdige werd de jeugdhulp daadwerkelijk in gang gezet. • Het beperkt administratief werk maakt dat het intersectorale arrangement snel tot stand kon komen. • Doordat werknemers vanuit verschillende expertises samenwerken aan één casus leren ze veel van (en met) elkaar. • Door de directe verbinding en sub-regionale schaal, weten de hulpverleners elkaar makkelijk te vinden en kunnen dingen snel in gang gezet worden. • Doordat er nauw samengewerkt wordt met de Toegang is het team rond een jeugdige compleet en kan de best passende jeugdhulp direct worden ingezet.
Wat zijn de aandachtspunten en/ of belemmeringen? De aandachtspunten en belemmeringen van intersectorale samenwerkingsteams zijn als volgt: • De directe lijnen met de Toegang dienen te worden verbeterd. De voornaamste reden dat de Toegang nu niet altijd goed bereikbaar was is de werkdruk bij de Toegang. Voor een optimale werking van een intersectoraal team is goede samenwerking met de Toegang cruciaal. • Positionering van de regiebehandelaar is een aandachtspunt. Doordat er meerdere professionals werken aan één casus is de regiebehandelaar soms ook verantwoordelijk voor het werk van professionals buiten zijn / haar eigen organisatie. Dit wordt als risicovol ervaren en leidt er soms toe dat behandelaren terughoudend zijn in het aannemen van een casus. • Verbreden van de samenwerking binnen het intersectoraal team met bijvoorbeeld onderwijs, WMO en / of voorliggend veld. Als dit wordt bewerkstelligd zijn ook andere instanties die betrokken zijn rondom het welzijn van de jeugdige betrokken. Op deze manier zou wellicht ook een deel van de taken kunnen worden opgepakt door niet-specialistische jeugdhulp.
© Key Groep
Evaluatierapport Transformatieopgaven | Regio Brabant Noordoost
8
5.2 Regionaal matchingsteam In het Regionaal Matchingsteam (RMT) zitten specialisten vanuit verschillende aanbieders, die samen beoordelen of jeugdigen in aanmerking komen voor een plaats in een gezinshuis, en waar de jeugdige het beste terecht kan, zodat juiste plaatsing gerealiseerd wordt. Het RMT voorkomt hiermee vaak dat jeugdigen residentieel moeten wonen (Figuur 3).
Wat zijn de werkzame bestanddelen? De werkzame bestanddelen van het RMT zijn als volgt: • Compleet overzicht van vormen en beschikbaarheid van gezinshuizen. • Doordat expertise van meerdere experts wordt gebundeld, en zij samen meewerken aan de beoordeling van iedere casus wordt de matching van een jeugdige aan een gezinshuis (of afwijzing van jeugdige voor gezinshuis) heel zorgvuldig verricht, waardoor toekomstige breakdowns worden voorkomen. • Het team heeft doorzettingsmacht waardoor de jeugdigen die in aanmerking komen voor een plek in een gezinshuis ook daadwerkelijk snel geplaatst.
Wat zijn de aandachtspunten en/ of belemmeringen? De aandachtspunten en belemmeringen van het RMT zijn als volgt: • Er is onderzoek nodig naar de behoefte aan deeltijd- en tijdelijke gezinshuisplaatsen. Nu is het moeilijk om een jeugdige die maar voor een deel van de week, of maar voor een korte periode een gezinshuisplaats nodig heeft ook daadwerkelijk een plaats te geven. • Als aandachtspunt wordt genoemd dat de werkzame bestanddelen van het RMT wellicht ook kunnen worden ingezet voor verblijfszorg waarmee professionals van de toegangsteams kunnen worden geholpen bij de zoektocht naar de juiste plaats voor jeugdigen.
© Key Groep
Evaluatierapport Transformatieopgaven | Regio Brabant Noordoost
9
5.3 Flexibel inzetbare expertise De vliegende brigade Aan de Vliegende Brigade nemen professionals deel met GGZ expertise die snel en ‘on-the-job’ specialistisch consult en advies kunnen geven in casuïstiek waar sprake is van complexe problematiek en opname klinisch of residentieel dreigt. De vliegende brigade kan op alle woonvormen (inclusief thuis) worden ingezet om residentiële of klinische opname te voorkomen (Figuur 4).
Wat zijn de werkzame bestanddelen? De werkzame bestanddelen van de vliegende brigade zijn als volgt: • De expertise is direct beschikbaar waardoor - direct als de vraag zich aandient - consult en advies kan worden gegeven. • De expertise kan on-the-job (binnen de omgeving van de jeugdige) worden geleverd, waardoor de jeugdige zijn / haar omgeving niet hoeft te verlaten. • De expertise is beschikkingsvrij waardoor het heel snel beschikbaar is.
Wat zijn de aandachtspunten en/ of belemmeringen? Het aandachtspunt van de vliegende brigade is als volgt: • Onderzoeken of de werkzame bestanddelen mogelijk gebruikt kunnen worden voor een vliegende brigade met als expertise verslavingszorg.
Expertiseteam 16-23 In het expertiseteam 16-23 is expertise van meerdere leefdomeinen gebundeld voor de begeleiding van jeugdigen naar zelfstandigheid. Met de inzet van deze expertise lukt het om jeugdigen eerder en succesvol uit residentieel verblijf richting zelfstandigheid te begeleiden (Figuur 5).
Wat zijn de werkzame bestanddelen? Het werkzame bestanddeel van het expertiseteam 16-23 is als volgt: • Door het bundelen van expertise op meerdere leefdomeinen in de leeftijdscategorie 16-23 is alle kennis over de stappen die er nodig zijn voor een jeugdige om richting zelfstandigheid te gaan aanwezig. Op deze manier wordt er aan de jeugdige een totaalpakket geboden en zelfstandigheid in het voorzicht gesteld.
© Key Groep
Evaluatierapport Transformatieopgaven | Regio Brabant Noordoost
10
Wat zijn de aandachtspunten en/ of belemmeringen? Het aandachtspunt van het expertiseteam 16-23 is als volgt: • Momenteel is er een tekort aan geschikte woonruimte na uitstroom van trainingshuizen of residentieel verblijf. Om een jeugdige ook daadwerkelijk zelfstandig te laten wonen (en stagnatie bij uitstroom te voorkomen) is meer geschikte woonruimte nodig.
Wrap Around Care Wrap Around Care (WAC) is een variabel pakket (op maat en passend) aan interventies dat kan worden ingezet ter voorkoming van een breakdown en residentiële opname (Figuur 6). Dit gaat om ondersteuning voor jeugdigen, de pleegouders en het netwerk.
Wat zijn de werkzame bestanddelen? De werkzame bestanddelen van WAC zijn als volgt: • Heel snel (zonder beschikking) meerdere hulpvormen (tegelijk) kunnen inzetten is cruciaal ter voorkoming van een breakdown. • Bij het voorkomen van een breakdown is het niet alleen belangrijk om de jeugdige de juiste hulp en ondersteuning te bieden, maar ook aan de rest van het (pleeg)gezin. WAC bevat namelijk ook instrumenten die kunnen worden ingezet om ouders of andere familieleden hulp en ondersteuning te bieden. • Ter vermindering van de draaglast in sommige gezinnen zijn andere vormen dan gecontracteerde specialistische jeugdhulp (bijvoorbeeld logeerzorg) ingezet.
Wat zijn de aandachtspunten en/ of belemmeringen? De aandachtspunten en belemmeringen van WAC zijn als volgt: • Door het tekort aan pleegzorg dat momenteel bestaat is het soms lastig om voor een jeugdige een andere woonvorm te realiseren dan thuis, zonder dat het een residentiële plaatsing wordt. Het werven van nieuwe pleegouders, en het aanhouden van bestaande pleegouders is van groot belang. •
De wachtlijsten voor traumabehandeling en ernstige hechtingsproblematiek bij GGZ aanbieders zijn groot. Dit terwijl bij veel jeugdigen in pleegzorg (25%) sprake is van trauma en hechtingsproblematiek. Dit verhoogt de kans op een breakdown. Ter voorkoming van een breakdown is het van groot belang dat er een behandeling gericht op deze problematiek wordt gestart bij een GGZ aanbieder.
•
Soms is de problematiek van jeugdigen zo groot dat plaatsing in een pleeggezin niet mogelijk is.
© Key Groep
Evaluatierapport Transformatieopgaven | Regio Brabant Noordoost
11
5.4 Nieuwe vormen van aanbod MST-ASS De multisysteem therapie – autismespectrumstoornis (MST-ASS) is een uitbreiding van de MST methodiek voor gezinnen waarin sprake is van jeugdigen met ASS. MST-ASS is gericht op gezinnen met complexe problematiek op meerdere leefdomeinen en jeugdige(n) met autisme en gericht op het voorkomen van klinische en/of residentiële opname (Figuur 7).
Wat zijn de werkzame bestanddelen? De werkzame bestanddelen van de MST-ASS zijn als volgt: • Er is expertise van ASS toegevoegd aan de reeds bekende en succesvolle MST interventies waardoor MST voor een bredere (voorheen moeilijk te bedienen) doelgroep inzetbaar is. • De MST-ASS is nieuw aanbod ter voorkoming van residentiële / klinische opname. De eerste resultaten van de inzet van de MST-ASS lijken positief.
Wat zijn de aandachtspunten en/ of belemmeringen? De belemmering van de MST-ASS is als volgt: • De richtlijnen van de MST zijn strak geprotocolleerd waardoor het veel tijd heeft gekost om de ASS-expertise op de juiste manier toe te voegen en geaccrediteerd te krijgen. Ervaringsdeskundigheid Ten behoeve van de begeleiding van jeugdigen in verblijf naar zelfstandigheid wordt een pool van ervaringsdeskundigen samengesteld die – naast de reguliere begeleiding – als rolmodel wordt ingezet om de kans op een succesvolle overgang naar zelfstandigheid te bereiken. Hierbij wordt verwacht dat de ervaringsdeskundige, naast de persoonlijk begeleider, kan helpen met de begeleiding richting zelfstandigheid. Ervaringsdeskundigheid voor de doelgroep 16 – 23 is nog in ontwikkeling, en er wordt momenteel gewerkt aan het creëren van een pool van geschikte ervaringsdeskundigen. Zodra deze volledig is kan worden gestart met daadwerkelijke inzet van ervaringsdeskundigen. E-health applicaties Een aantal E-health applicaties zijn ingezet die als aanvulling op de behandeling kunnen worden gebruikt door jeugdigen. COVID-19 heeft aan deze ontwikkeling een boost gegeven. Door de transformatieopgave zijn aanbieders kennis en ervaring gaan uitwisselen rondom E-health. Hierdoor voorkomen aanbieders dat ze individueel het wiel uitvinden.
Echter hebben jeugdigen binnen de transformatieopgave weinig gebruik gemaakt van de E-health applicaties. Daarom is het in het vervolg belangrijk om de wensen van de eindgebruiker af te stemmen alvorens te starten aan de ontwikkeling van een applicatie.
© Key Groep
Evaluatierapport Transformatieopgaven | Regio Brabant Noordoost
12
5.5 Uitbreiding van bestaand aanbod Gezinshuizen Het aantal reguliere gezinshuisplekken is uitgebreid, en er zijn nieuwe vormen van gezinshuisplekken gedifferentieerd: Gezinshuis +, Aanleungezinshuisplaatsen en familiemodel gezinshuizen (Figuur 8).
Wat zijn de werkzame bestanddelen? De werkzame bestanddelen zijn als volgt: • Er zijn meer plaatsen gecreëerd waardoor voor een deel van de jeugdigen op de wachtlijst voor een gezinshuisplek een woonplek is gerealiseerd. • Het aanbod is gedifferentieerd waarmee beter passende plaatsen worden aangeboden. Zo kunnen jeugdigen die meer begeleiding nodig hebben terecht in een gezinshuis+, en jeugdigen die minder begeleiding nodig hebben terecht bij een aanleunplaats of familiemodelplaats.
Wat zijn de aandachtspunten en/ of belemmeringen? De aandachtspunten en belemmeringen zijn als volgt: • Het is belangrijk dat gezinshuisplaatsen worden ingezet voor duurzame plaatsing met toekomstperspectief. Dit omdat het verplaatsen van een jeugdige schadelijk is voor de persoon zelf, en ook voor de medebewoners van het gezinshuis. • De wachtlijst is in werkelijkheid langer dan dat hij nu is doordat sommige zorgverleners jeugdigen niet aanmelden voor een gezinshuisplek vanwege deze lange wachtlijst. In werkelijkheid zijn er dus nog meer jeugdigen die op de wachtlijst horen te staan.
Trainingshuizen Er zijn trainingshuis plaatsen gerealiseerd om jeugdigen vanuit residentiële instellingen te begeleiden richting zelfstandigheid (Figuur 9).
© Key Groep
Evaluatierapport Transformatieopgaven | Regio Brabant Noordoost
13
Wat zijn de werkzame bestanddelen? Het werkzame bestanddeel is als volgt: • Uitbreiden verhoogt de doorstroom vanuit residentiële instelling en jeugdigen krijgen de kans om te werken aan een zelfstandige toekomst.
Wat zijn de aandachtspunten en/ of belemmeringen? Het aandachtspunt of de belemmering is als volgt: • Voor goede uitstroom na het trainingshuis is voldoende beschikbare woonruimte nodig zodat als een jeugdige voldoende vaardigheden heeft aangeleerd om zelfstandig te gaan wonen – deze daadwerkelijk naar een geschikte woning kan doorstromen. Momenteel is er een tekort aan dergelijke woningen waardoor uitstroom stagneert.
5.6 De werkplaats Binnen de projecten is de werkplaats opgericht om expertise van de zorgaanbieder dichter bij de Toegang te brengen. In de werkplaats zitten medewerkers van verschillende zorgaanbieders, samen met medewerkers van de Toegang om te werken aan één gezin één plan.
Wat zijn de werkzame bestanddelen? Het werkzame bestanddeel is als volgt: • Persoonlijk contact (door deelname aan de werkplaats) tussen zorgaanbieders en Toegangsteams draagt bij aan het doel om de expertise van aanbieders dichter bij de Toegang te krijgen. Dit lijkt een alleen werkzaam bestanddeel te zijn in een kleinere regio.
Wat zijn de aandachtspunten en/ of belemmeringen? De aandachtspunten en belemmeringen zijn als volgt: • Elke gemeente (16 in de transformatieopgave) heeft zijn eigen Toegang en organisatie rondom de Toegang waardoor een generiek model in al deze constructies onrealistisch is. • Samenwerking met de Toegang is lastig vanwege de hoge werkdruk in de Toegang. Hierdoor lukt het de Toegangsmedewerkers niet altijd om snel te reageren op alle vragen van werknemers in de werkplaats. • Verwachtingen van de Toegang over de werkplaats waren te hoog gespannen en niet universeel doordat de Toegang van elke deelnemende gemeente andere wensen en daarmee verwachtingen had van de werkplaats. • De Toegang lijkt vooral doorzettingsmacht te zoeken bij betrokken professionals van jeugdhulpaanbieders om plaatsen te zoeken voor ‘hun’ jeugdigen en hiermee hen te ontlasten bij het ‘shoppen’ naar plekken.
© Key Groep
Evaluatierapport Transformatieopgaven | Regio Brabant Noordoost
14
5.7 Jeugdhulp in het onderwijs Preventief Voor zowel Primair Onderwijs (PO) en Voortgezet Onderwijs (VO) worden leerlingen (met een hulpvraag), hun ouders en leerkrachten geholpen met korte interventies. Hiermee wordt schooluitval/verzuim en problematiek in de klas voorkomen of doorbroken. De hulp heeft een preventief karakter en draagt bij aan de visie dat alle jeugdigen recht hebben op een ononderbroken schoolloopbaan.
Wat zijn de werkzame bestanddelen? De werkzame bestanddelen van preventieve jeugdhulp op school zijn als volgt: • Doordat er een jeugdhulpmedewerker rondloopt op school is de zorgcapaciteit direct beschikbaarheid en kan de juiste interventie direct geboden worden. • Hulp kan worden ingezet zonder beschikking waardoor de hulp snel is in te zetten. • Vanwege combinatie met school is de toegang tot jeugdhulp voor ouders heel laagdrempelig. Hierdoor krijgt de jeugdige op tijd de juiste hulp. • Doordat de jeugdhulpmedewerker op school aanwezig is, is de communicatie tussen scholen en jeugdhulp over leerlingen verbeterd. • De jeugdhulpmedewerkers hebben bovendien een adviserende rol voor zorg-advies-teams, leerkrachten en ouders.
Wat zijn de aandachtspunten en/ of belemmeringen? De aandachtspunten en belemmeringen zijn als volgt: • Verbinding met Toegang is in het VO lastig te maken omdat leerlingen op een school niet altijd dezelfde woonplaats hebben. Hierdoor verschilt het ook per leerling waar en hoe de Toegang georganiseerd is. • De Toegang lijkt nauwelijks een rol te hebben voor de inzet van deze hulp omdat de Toegang niet op de hoogte is van de hulp die op school aangeboden wordt. • Er zijn taakdiscussies ontstaan over waar deze – vooral preventieve – jeugdhulp thuis hoort. Het is namelijk specialistische jeugdhulp, maar wordt preventief ingezet. Daardoor is het onduidelijk waar deze taken in het zorglandschap moeten worden belegd. • Het is momenteel nog onduidelijk of de inzet van preventieve jeugdhulp op school ook daadwerkelijk de inzet voor gespecialiseerde jeugdhulp heeft voorkomen. Terugkeer naar regulier onderwijs begeleiden Leerlingen uit het VO met een complexe hulpvraag en waar schooluitval een feit was, krijgen gespecialiseerde hulp waarmee zij zo snel als mogelijk weer kunnen deelnemen aan regulier onderwijs. De focus ligt op leerlingen die als gevolg van complexe gedragsproblematiek uitvallen binnen het reguliere onderwijs.
Wat zijn de werkzame bestanddelen? De werkzame bestanddelen zijn als volgt: • De bundeling van expertise en jeugdhulp voor veel voorkomende internaliserende en externaliserende problematiek zorgt voor een zo goed mogelijke terugkeer naar het regulier onderwijs. • Doordat de specialistische jeugdhulp direct beschikbaar is kan snel worden gestart met de juiste jeugdhulp. • Er is geen beschikking nodig waardoor de specialistisch jeugdhulp snel op gang komt. • Goede communicatie met de eigen school van de leerling waardoor terugkeer van de leerling naar school eenvoudiger en succesvol verloopt
© Key Groep
Evaluatierapport Transformatieopgaven | Regio Brabant Noordoost
15
• •
Het hele systeem (ouders en eventuele andere hulpverleners) rondom de leerling wordt betrokken waardoor de kans op een succesvolle terugkeer naar het regulier onderwijs groter is. Door de gebundelde expertise wordt een betere probleemverkenning gedaan waarop sneller de juiste hulp wordt ingezet.
Wat zijn de aandachtspunten en/ of belemmeringen? Het aandachtspunt of belemmering is als volgt: • Deze expertise kan meer preventief (voor dat problemen escaleren) worden ingezet waardoor schooluitval wellicht kan worden voorkomen.
© Key Groep
Evaluatierapport Transformatieopgaven | Regio Brabant Noordoost
16
6. De betaalbaarheid van het stelsel Een belangrijk doel van de transformatieopgave is dat met het realiseren van beter passende hulp voor jeugdigen ook wordt bijgedragen aan de betaalbaarheid van het stelsel. Met de inzet van betere hulp met betere resultaten zullen de kosten van jeugdhulp per traject uiteindelijk dalen zo blijkt ook uit documentatie (bron: VBHC). Zorgwaarde is de best mogelijke zorg per cliënt afgezet tegen de kosten per cliënt. Zoals hierboven uitgebreid valt te lezen hebben de projecten bijgedragen aan beter passende hulp voor jeugdigen. Bovendien, is ook gebleken dat – als gevolg hiervan – de kosten per traject (aanzienlijk) zijn gedaald. Kortom, met beter passende jeugdhulp en betere resultaten van jeugdhulp tegen lagere kosten per traject is de zorgwaarde voor jeugdigen behoorlijk toegenomen. In onderstaande tabel is per thema aangegeven wat percentueel de afname van kosten per traject is wanneer de nieuwe opbouw van hulp is ingezet en residentiële of klinische opname is voorkomen. Vervolgens werken we deze analyse per thema verder uit.
Thuis blijven wonen met (intensief) ambulante hulp zodat residentiële plaatsing wordt voorkomen Met de instrumenten die zijn ingezet voor dit thema is de hulp voor de jeugdige sterk verbeterd en residentiële plaatsing voorkomen. De potentie hiervan is zeer groot. Naast dat er binnen het project en de beschikbare transformatiemiddelen al veel jeugdigen geholpen zijn, heeft het intersectorale team ook nog vele andere jeugdigen geholpen die hiermee de juiste reguliere ambulante jeugdhulp kregen. Hiermee is residentiële opname voorkomen. Voor een goede indicatie van de kostendaling vergelijken we de kosten van de inzet van een intersectoraal team met de kosten van een residentiële opname. Wij constateerden een kostendaling van ongeveer 60% per traject.
Van klinische behandeling verblijf, of ter voorkoming hiervan, behandeling thuis/school Met een klinische behandeling thuis wordt duidelijk veel waarde toegevoegd voor de jeugdige. Deze hoeft immers niet voor behandeling tijdens verblijf naar een GGZ-instelling. Ook hier hebben we de ambulante behandelkosten afgezet tegen de gemiddelde kosten van behandeling tijdens verblijf. Anders dan bij residentiële setting is bij klinisch verblijf de opnameduur gemiddeld veel korter. Wij constateerden een kostendaling van 30% per traject.
Pleegzorg - voorkomen van breakdown en residentiële plaatsing Met de inzet van Wrap Around Care (WAC) zijn jeugdigen en (pleeg)ouders veel sneller geholpen. Met deze flexibele en snel inzetbare hulp is een pleegzorgplaatsing sneller mogelijk en wordt bij bestaande pleegzorgplaatsingen de kans op breakdown sterk verminderd. Dit is relevant omdat de kans op een breakdown aanzienlijk is in deze doelgroep. De impact van WAC is dus erg groot voor jeugdigen en (pleeg)ouders. De kosten van de inzet van WAC liggen behoorlijk lager dan de kosten van een
© Key Groep
Evaluatierapport Transformatieopgaven | Regio Brabant Noordoost
17
residentiële plaatsing. De indicatie van de kostendaling per traject waar residentiële plaatsing is voorkomen is 70% per traject.
Gezinshuizen – meer jeugdigen wonen in een gezinshuis als alternatief voor residentieel Met de inkoop van extra gezinshuis plaatsen en door deze te differentiëren naar doelgroepen is duidelijk voorzien in een grote behoefte (er zijn lange wachtlijsten). Bovendien zorgt het regionaal matchingteam voor de juiste expertise en kennis van beschikbare -gedifferentieerde- plaatsen waardoor een betere matching plaatsvindt, wat in de toekomst breakdowns voorkomt. Wanneer een jeugdige niet terecht kan in een gezinshuis is residentiële plaatsing het alternatief. De impact van de extra gezinshuisplaatsen is dus erg groot. Bovendien zijn in werkelijkheid de wachtlijsten nog groter, veel jeugdigen komen bij gebrek aan plaatsen buiten de regio terecht. De kosten voor een gezinshuisplaats hebben we afgezet tegen de kosten van een residentiële plaatsing. Wij constateerden een kostendaling per jeugdige van ongeveer 40%
Toewerken naar zelfstandig wonen Door extra plaatsen in trainingshuizen in te kopen is voorzien in een behoefte om jeugdigen (16-23) die residentieel verblijven - wanneer ze hieraan toe zijn - in een trainingshuis te begeleiden naar zelfstandigheid. Hiermee verlaat de jeugdige het residentieel verblijf eerder (1-2 jaar) om in een trainingshuis de vervolgstappen te nemen naar zelfstandigheid. Bovendien wordt met deze inzet ook voorkomen dat jeugdigen op 18 jarige leeftijd het verblijf verlaten en nog onvoldoende zelfstandig zijn, waardoor ze later weer veel hulp nodig hebben. We vergelijken hier een traject trainingshuis met een traject residentieel. Wij constateerden een kostenverlaging per jeugdige van ongeveer 40%.
Verkorten van verblijfsduur residentieel Omdat al voor de start van deze transformatieopdrachten aanbieders veel hebben ingezet op een zo kort mogelijk residentieel of klinisch verblijf bleek de potentie van deze doelstelling gering. Het succes dat de intersectorale teams hebben gehad lag grotendeels op het voorkomen van residentieel verblijf en niet op het verkorten van residentieel verblijf. Ondanks dat het voor de jeugdige heel waardevol is om korter te verblijven, is er voor de transformatieopgave nauwelijks sprake van een financiële impact.
Overige inzet Naast inzet die direct is gerelateerd aan de in de thema’s geformuleerde doelen zijn er nog andere instrumenten ingezet die een waardevolle bijdrage leveren voor jeugdigen. Het betreft de inzet van de Vliegende Brigade, het expertiseteam 16-23, de inzet van ervaringsdeskundigen en E-health oplossingen. Uit de evaluaties blijkt de grote meerwaarde van de Vliegende Brigade en het expertiseteam 16-23. Ook is de verwachting dat de inzet van ervaringsdeskundigen waardevol is voor jeugdigen op weg naar zelfstandigheid. De inzet van E-health is een continue ontwikkeling die door aanbieders zelf wordt vormgegeven en voortgezet.
Conclusie Met de thema’s van de transformatieopgaven en de instrumenten die hiervoor zijn ingezet wordt een significante kostendaling per traject bereikt. Alleen al in de projectfase is bij zeker 67 jeugdigen residentiële plaatsing voorkomen of eerder beëindigd. Wanneer de meer algemene kosten van de Vliegende Brigade, Expertiseteam 16-23 en de doorontwikkeling van de inzet van Ervaringsdeskundigen bij alle kosten worden opgeteld is nog altijd de kostendaling per traject groot. Een indicatie van de kostendaling die tot nu toe is bereikt als gevolg van de projecten ligt naar schatting tussen de € 1.200.000, - en € 1.800.000, -.
© Key Groep
Evaluatierapport Transformatieopgaven | Regio Brabant Noordoost
18
7. Aanbevelingen voor de toekomst Uit de evaluatie blijkt dat met de inzet van meerdere instrumenten de kwaliteit van de hulp voor de cliënt aanzienlijk is verhoogd en dat de trajectkosten voor diezelfde zorg beduidend lager zijn geworden. Hiermee is de zorgwaarde per cliënt (beste resultaten van hulp afgezet tegen de kosten per traject) sterk verhoogd. Voortzetten van deze waardevolle instrumenten en ze waar mogelijk uitbreiden en/of verbreden is dan ook het belangrijkste advies. Voorwaarde is wel dat de werkzame bestanddelen van deze instrumenten ook in de toekomst geborgd zijn. Door in te zetten en te focussen op het verhogen van de zorgwaarde per cliënt(groep) zal het zorglandschap vanzelf mee (moeten) veranderen. Dit is zoals wij het zien ook de juiste volgorde en is conform de transformatieopgave: eerst opbouwen dan afbouwen. Tevens bevelen we aan te voorzien in voldoende capaciteit van zorg voor jeugdigen met een complexe zorgvraag zodat er geen wachtlijsten ontstaan en jeugdigen niet onnodig naar een residentiële setting moeten verhuizen of te lang in een onveilige leefomgeving moeten wonen. Inherent hieraan is dat er niet dient te worden afgebouwd als er nog geen of onvoldoende alternatief is (zoals gezinshuizen).
7.1 Intersectoraal team De inzet van dit instrument blijkt voor jeugdigen en gezinnen met complexe problematiek van grote waarde te zijn. Gebundelde expertise met capaciteit om on-the-job toegangsprofessionals maar ook professionals van jeugdhulpaanbieders te helpen de juiste analyse te maken en de benodigde hulp te arrangeren. Professionals met de juiste ervaring en competenties die niet alleen kunnen arrangeren maar ook de competenties hebben de juiste hulp voor een jeugdige ook echt te regelen. En die met elkaar leren en van elkaar leren zodat ook de ingezette hulp steeds beter wordt. We hebben een aantal werkzame bestanddelen gezien die voor de toekomst geborgd moeten worden. Onze aanbevelingen voor de toekomst zijn: 1) Gebundelde expertise te regelen in een intersectoraal team per subregio. 2) Hen de verantwoordelijkheid te geven de best mogelijk passende zorg te arrangeren voor de doelgroep jeugdigen waar uithuisplaatsing dreigt. 3) De teams te bemensen met professionals die naast de juiste expertise ook beschikken over het vermogen te arrangeren en de hulp op de juiste plekken uit te zetten en ingezet te krijgen. 4) Hiervoor capaciteit beschikbaar te maken. Dit houdt in: het vergoeden van de extra kosten die benodigd zijn om als team te functioneren en de tijd te hebben met – en van elkaar te leren en te innoveren.
5) De bij de casus betrokken professional van de Toegang altijd te betrekken en hiervoor bindende procesafspraken te maken met de Toegang van iedere gemeente. 6) De betrokken medewerker uit de Toegang moet het mandaat hebben om op basis van het arrangement de juiste beschikkingen snel geregeld te krijgen. Hiervoor is het belangrijk dat de administratieve processen die nodig zijn om de juiste hulp te arrangeren en in te zetten licht blijven (net als nu). Deze is cruciaal voor het effect maar verdient een zorgvuldige uitwerking 7) Alle toegangsteam uit de regio zorgvuldig te informeren over hoe en wanneer dit intersectorale team ingezet kan worden. 8) Afspraken te maken over regie-behandelaarschap en een procesafspraak maken dat bij iedere casus tijdens het arrangeren hier steeds sluitende afspraken over worden gemaakt. Tevens bevelen wij aan dit onderwerp vast op de agenda te zetten van de leercyclus binnen het team, omdat wij voorzien dat er voor dit ingewikkelde vraagstuk niet een eenduidige oplossing is. Dit is dus een kwestie van veel leren en aanpassen. 9) Te onderzoeken op welke wijze andere domeinen zoals Wmo of Onderwijs kunnen worden betrokken bij de analyse die wordt gedaan welke hulp het best passend is.
© Key Groep
Evaluatierapport Transformatieopgaven | Regio Brabant Noordoost
19
7.2 Regionaal Matching Team De inzet van het Regionaal Matchingteam leidt duidelijk tot een verbetering van het plaatsingsproces van jeugdigen. Het leidt tot kwalitatief betere plaatsing (de beste match) en voorkomt residentiële opname. Onze aanbevelingen voor de toekomst zijn: 1) Expertise en capaciteit vrij maken voor deelname aan het RMT en hiervoor de juiste middelen structureel beschikbaar te stellen. 2) De route naar het RMT te communiceren met alle toegangsteams. 3) Te onderzoeken of er vraag is naar deeltijd en tijdelijke gezinshuisplaatsen. 4) Te onderzoeken of een dergelijk team als het RMT waardevol kan zijn om matching en beschikbaarheid met verblijfszorg te verbeteren en toegangsmedewerkers te ontlasten bij hun zoektocht naar geschikte plaatsen.
7.3 Flexibel inzetbare expertise De Vliegende Brigade De inzet van de specialisten uit de Vliegende Brigade blijkt te voorzien in een grote behoefte en is daarom heel succesvol gebleken. De expertise op het gebied van GGZ is waardevol voor professionals uit de Toegang, jeugdbescherming maar ook voor professionals van jeugdhulpaanbieders. De expertise in de vorm van consult en advies ‘on-the-job’ is waardevol voor cliënten, draagt bij aan beter passende jeugdhulp en voorkomt daarmee wellicht dat jeugdigen met complexe problematiek (tijdelijk) niet meer thuis kunnen wonen. We hebben een aantal werkzame bestanddelen gezien die voor de toekomst geborgd moeten worden. Onze aanbevelingen voor de toekomst zijn: 1) Expertise en capaciteit vrij maken voor deelname aan de Vliegende Brigade en hiervoor de juiste middelen beschikbaar te stellen. 2) Voorlopig de huidige omvang van capaciteit te continueren. 3) Afspraken te maken om de succesvolle ‘on-the-job’ werkwijze te continueren. 4) De expertise voorliggend en beschikkingsvrij te organiseren. 5) Te zorgen dat het team bekend is bij de Toegang en Gecertificeerde Instelling. 6) Te zorgen dat het team bekend is bij jeugdhulpaanbieders. 7) Helder te communiceren wanneer en hoe dit team kan worden betrokken.
8) Te onderzoeken of het waardevol is om een dergelijk team ook voor de verslavingszorg te organiseren en hiervoor een pilot te starten en middelen beschikbaar te stellen.
Expertiseteam 16-23 Om jeugdigen in de leeftijdscategorie 16-23 die als gevolg van complexe problematiek residentieel verblijven beter te helpen in hun ontwikkeling naar zelfstandigheid is dit expertiseteam opgestart. Meerdere expertises zijn hier gebundeld zoals op de gebieden jeugdhulp, Wmo, financiën en wonen. Met deze expertise lukt het om beter passende hulp in te zetten waarmee de ontwikkeling naar zelfstandigheid beter en sneller verloopt. Bovendien stromen hiermee jeugdigen eerder uit hun residentieel verblijf. We hebben een aantal werkzame bestanddelen gezien die voor de toekomst geborgd moeten worden. Onze aanbevelingen voor de toekomst zijn: 1) Expertise en capaciteit in te zetten voor dit expertiseteam. 2) De juiste middelen in te zetten die nodig zijn om als team te functioneren. 3) Te zorgen dat dit team en hun bijzondere expertise bekend is bij alle zorgaanbieders die residentieel of klinisch verblijf bieden. 4) Bindende afspraken te maken met deze zorgaanbieders dat zij jeugdigen vanaf de leeftijd van 16 jaar aanmelden bij het expertiseteam 16-23. 5) Het team te vragen de uitkomsten van hun inzet te monitoren en hier een leercyclus op in te regelen. 6) Bij deze leercyclus waar nodig ook andere domeinen betrekken zoals Wmo, hulp bij financiën, woningbouw. En in deze leercyclus ook het vraagstuk over beschikbare woonruimte te agenderen.
© Key Groep
Evaluatierapport Transformatieopgaven | Regio Brabant Noordoost
20
De inzet van wrap Around Care (WAC) Wrap Around Care is een variabel pakket (op maat en passend) aan interventies dat wordt ingezet ter voorkoming van een breakdown en residentiële opname. Dit gaat om ondersteuning van jeugdige, de ouders en het netwerk. Door snel de juiste hulp te kunnen inzetten voor (pleeg)ouders en jeugdigen kan een pleegzorg plaats een stabiele factor worden. Hiermee is het beter mogelijk een match te maken tussen een pleeggezin en een jeugdige en wordt bij bestaande plaatsingen de kans op een breakdown flink lager. We hebben een aantal werkzame bestanddelen gezien die voor de toekomst geborgd moeten worden. Onze aanbevelingen voor de toekomst zijn: 1) Wrap Around Care voort te zetten. 2) Voor de in te zetten lichte hulp zoals bijvoorbeeld logeerzorg en psycho-educatie middelen beschikbaar maken die kunnen worden ingezet om – zonder beschikking – direct hulp in te zetten. 3) De omvang van middelen voorlopig gelijk te houden aan de in het project verstrekte middelen. 4) Voor de in te zetten zwaardere zorgvormen (zoals hulp bij ernstige hechtingsproblematiek en traumabehandeling) te regelen dat er mandaat is bij de toegang om op aangeven van pleegzorg snel een beschikking af te geven. 5) Een onderzoek te starten naar de beschikbaarheid en wachtlijsten voor traumabehandeling en behandeling voor jeugdigen met zware hechtingsproblematiek.
En vervolgens acties uitzetten met als resultaat dat deze behandelingen snel en direct kunnen worden ingezet ter voorkoming van uithuisplaatsing of breakdowns in pleegzorg. 6) Een proces vast te stellen waarbij met de inzet van WAC altijd de contactpersoon vanuit de Toegang (en Gecertificeerde Instelling) is geïnformeerd of betrokken. 7) Aandacht te hebben voor de werving van pleegouders, zowel regionaal als lokaal, en hiervoor concreet plannen te maken en extra middelen ter beschikking te stellen. Een tekort aan pleegouders maakt dat jeugdigen in residentieel verblijf terecht komen of te lang in een onveilige situatie verkeren.
7.4 Nieuw of uitgebreid aanbod MST-ASS Door expertise op het gebied van autisme spectrum stoornissen toe te voegen aan bestaande expertise en inzet MST wordt intensieve hulp geboden aan gezinnen met complexe problematiek op meerder leefdomeinen en met jeugdigen/jeugdigen met ASS. Met deze extra expertise kan uithuisplaatsing worden voorkomen. Wij bevelen aan de ontwikkeling van MST-ASS verder te ondersteunen en te voorzien in de benodigde middelen voor verdere doorontwikkeling. Ook bevelen wij aan om een leercyclus op te starten waarbij de resultaten van de inzet van MST-ASS worden bijgehouden, en waar nodig wordt geleerd en aangepast naar aanleiding van de resultaten.
Ervaringsdeskundigheid 16-23 Ten behoeve van de begeleiding van jeugdigen in verblijf naar zelfstandigheid wordt een pool van ervaringsdeskundigen samengesteld die – naast de reguliere begeleiding – als rolmodel worden ingezet om de kans op een succesvolle overgang naar zelfstandigheid te bereiken. Zolang de pool niet is gevuld zijn er nog geen resultaten te melden, wel is de inzet van de ervaringsdeskundige potentieel kansrijk. Wij bevelen aan het komend jaar dit project verder te ondersteunen en financieel te faciliteren zodat er daadwerkelijk een pool van ervaringsdeskundigen wordt ingezet. Een zorgvuldige evaluatie moet dan uitwijzen of de inzet van ervaringsdeskundigen waardevol blijkt te zijn voor jeugdigen.
E-Health De afgelopen jaren is er al veel aandacht geweest voor E-health toepassingen als aanvulling op bestaande behandelingen/begeleiding. Zeker tijdens Corona kreeg e-health een boost. Echter blijkt uit
© Key Groep
Evaluatierapport Transformatieopgaven | Regio Brabant Noordoost
21
de evaluatie dat bestaande applicaties onvoldoende aansluiting hebben bij de doelgroep. Jeugdhulpaanbieders geven aan zelf de benodigde doorontwikkeling te zullen voortzetten. Wij bevelen de zorgaanbieders aan hierbij goed de aansluiting te zoeken bij de doelgroep. Vanuit het perspectief van de transformatieopgaven bevelen wij aan de huidig beschikbaar gemaakte middelen niet meer structureel aan te bieden.
Gezinshuisplekken Het aantal reguliere gezinshuisplekken is uitgebreid en er zijn nieuwe vormen van gezinshuisplekken gedifferentieerd: Gezinshuis +, Aanleungezinshuisplaatsen en familiemodel gezinshuizen. Met deze extra plaatsen is er daadwerkelijk een ‘thuis’ ontstaan voor jeugdigen die anders in een residentiële setting zouden wonen. De plaatsen dragen dus maximaal waarde bij voor de jeugdige. Bovendien blijkt de wachtlijst nog langer te zijn dan bekend omdat nu jeugdigen door gebrek aan plaatsen ook in andere regio’s terecht komen, en zorgprofessionals terughoudend zijn met het aanmelden van een cliënt vanwege de lange wachtlijst. Wij bevelen aan met de betreffende zorgaanbieders en Regionaal Matching Team in kaart te brengen hoe groot de werkelijke behoefte is en vervolgens op basis hiervan meer en gedifferentieerde gezinshuizen te werven zodat uiteindelijke het aanbod passend is bij de vraag.
Trainingshuizen Er zijn domein overstijgende trainingshuis plaatsen gerealiseerd om jeugdigen vanuit residentiële instellingen te begeleiden richting zelfstandigheid. Het is evident dat alleen bij voldoende fysieke plaatsen, jeugdigen in de leeftijd 16-23 die de volgende stap kunnen maken, ook daadwerkelijk kunnen worden geholpen. Hoewel vanuit het project bezien voldoende plaatsen beschikbaar zijn gemaakt denken wij dat het potentieel veel groter is en er veel meer jeugdigen die residentieel verblijven baat hebben bij een training richting zelfstandigheid. Wij bevelen aan te borgen dat deze plaatsen beschikbaar blijven en jeugdigen die hiervoor in aanmerking komen (na advies van het expertiseteam 16-23) te begeleiden naar deze plaatsen. Ook adviseren wij u een proces te ontwerpen waarbij alle jeugdigen die residentieel verblijven op hun 16 e worden aangemeld bij het expertiseteam 16-23, en hen de opdracht te geven samen met de jeugdhulpaanbieder te onderzoeken hoe het uitstroomperspectief van de jeugdige is en wat er nodig is om de weg naar zelfstandigheid voor te bereiden. Wanneer dan op basis hiervan de vraag naar trainingshuisplaatsen groter wordt kunnen meer plaatsen worden ingekocht.
7.5 De werkplaats Binnen de projecten is de werkplaats opgericht om expertise van de zorgaanbieder dichter bij de Toegang te brengen. In de werkplaats zitten medewerkers van verschillende zorgaanbieders, samen met medewerkers van de Toegang om te werken aan één gezin één plan. Iedereen deelt het beeld dat het doel om meer expertise naar de toegang te brengen waardevol is. Ondanks dat iedereen hetzelfde beeld heeft bij het feit dat het doel waardevol is blijkt de verwachting van de Toegang anders te zijn geweest. Het goede doel blijkt (nu nog) niet te passen in de urgente behoefte van de Toegang aan extra loopvermogen om beschikbare hulp of plaats te regelen voor jeugdigen. Bovendien is de Toegang in iedere gemeente iets anders ingericht en is de werkdruk er erg hoog. Het doel om meer expertise bij de toegang te brengen wordt overigens deels beantwoord door de inzet van de Vliegende brigade en de intersectorale teams. Verder wordt momenteel toegewerkt aan ‘werken in de driehoek van cliënt - toegangsprofessional en zorgaanbieder’ waarmee ook wordt bijgedragen aan het doel de expertise van de zorgaanbieder ‘naar voren’ te organiseren.
© Key Groep
Evaluatierapport Transformatieopgaven | Regio Brabant Noordoost
22
Ons advies is niet extra in te zetten op het structureel voortzetten van de werkplaats als instrument om expertise bij de toegang te versterken. Daar waar de werkplaats nuttige en waardevolle contacten en samenwerkingen heeft opgeleverd kunnen die blijven bestaan.
7.6 Zorg in onderwijs De Meierij Voor zowel PO als VO worden leerlingen (met een hulpvraag), hun ouders en leerkrachten geholpen met korte interventies. Hiermee wordt schooluitval/verzuim en problematiek in de klas voorkomen of doorbroken. De hulp heeft een preventief karakter en draagt bij aan de visie dat alle jeugdigen recht hebben op een ononderbroken schoolloopbaan. De hulp die hier wordt geboden is duidelijk een antwoord op een behoefte bij scholen, ouders en leerkrachten. Het feit dat de hulp laagdrempelig, snel en zonder beschikking kan worden ingezet zijn de belangrijkste bestanddelen. Tegelijk is de vraag of deze hulp nu bovenop bestaande eerstelijnshulp en bestaande specialistische hulp wordt ingezet of dat het deze (beide) deels vervangt. Hier is duidelijk nog een taakdiscussie te voeren, wie is verantwoordelijk voor deze hulp. Wij zien in ieder geval de positieve eerste ervaringen als een belangrijke start om met elkaar door te praten en na te denken over hoe en waar deze hulp wordt belegd wanneer alle scholen van de hele regio worden betrokken, en hoe dit kan worden georganiseerd zonder dat de hulp bovenop alle reeds ingekochte bestaande hulp komt. Wij bevelen aan dit project nog voor dit schooljaar voort te zetten.
Ook bevelen we aan om de complexe taakdiscussie met elkaar te voeren en te onderzoeken op welke wijze onderwijs-jeugdhulp arrangementen een plaats kunnen krijgen in het gehele zorglandschap. Maasland Leerlingen uit het VO met een complexe hulpvraag en waar schooluitval een feit is, krijgen gespecialiseerde hulp waarmee zij zo snel als mogelijk weer kunnen deelnemen aan regulier onderwijs. De focus ligt op leerlingen die als gevolg van complexe gedragsproblematiek zijn uitgevallen binnen het reguliere onderwijs. De subregio Maasland heeft voor dit project voor een volledig andere doelgroep gekozen dan in de subregio Meijerij. De hulp die hier wordt geboden betreft specialistische hulp met specifieke expertises op het gebied van internaliserende en externaliserende gedragsproblematiek en waarbij het gehele gezinssysteem wordt betrokken. Ook hier geldt dat de expertise, de snelheid waarmee deze kan worden ingezet en het zonder beschikking inzetten van hulp de belangrijkste bestanddelen zijn. Omdat hier de hulp altijd specialistische jeugdhulp betreft geldt hier niet de taakdiscussie zoals die bij subregio Meierij speelt. Wel adviseren wij het succes van hulp voor deze specifieke doelgroep te verbreden naar de andere subregio’s nadat de taakdiscussie jeugdhulp-onderwijs heeft plaatsgevonden.
© Key Groep
Evaluatierapport Transformatieopgaven | Regio Brabant Noordoost
23
7.7 Inzetten op het verhogen van de zorgwaarde Tot slot bevelen aan om blijvend in te zetten op het verhogen van de zorgwaarde voor jeugdigen met als randvoorwaarde dat er steeds een intensieve leercyclus wordt georganiseerd waarbij de effecten op de zorgwaarde (resultaten van de jeugdhulp afgezet tegen de kosten per traject) periodiek zorgvuldig worden gemonitord en gedeeld. Wij adviseren u alle betrokken jeugdhulpaanbieders de opdracht te geven de resultaten van de jeugdhulp te monitoren en te evalueren tijdens, direct na en een langere tijd nadat de hulp is gestopt. Met het monitoren en delen van deze informatie ontstaat een continue leercyclus en zullen de resultaten van de jeugdhulp steeds verbeteren.
Door in te zetten en te focussen op het verhogen van de zorgwaarde voor jeugdigen met een gelijke zorgvraag zal het zorglandschap vanzelf mee (moeten) veranderen. Dit is zoals wij het zien ook de juiste volgorde en is conform de transformatieopgave: eerst opbouwen dan afbouwen.
7.8 Implementatie: De structurele inbedding in het zorglandschap van de instrumenten die in het project zijn ontwikkeld is geen eenvoudige opgave. De werkzame elementen van de instrumenten die tot op heden projectmatig zijn ingezet dienen een structureel karakter te krijgen. Naast financierings- en inkoopvraagstukken dienen er ook verschillende nieuwe procesafspraken gemaakt te worden met jeugdhulpaanbieders en toegangsteams. Wij adviseren u voldoende capaciteit en middelen beschikbaar te maken om deze succesvolle instrumenten structureel in het zorglandschap te implementeren.
© Key Groep
Evaluatierapport Transformatieopgaven | Regio Brabant Noordoost
24
8. Bijlagen: Evaluatie van de thema’s Evaluatie projecten thema 1: Thuis blijven wonen met ambulante hulp Thuis blijven wonen met (intensief) ambulante behandeling/begeleiding en/of respijtzorg, zodat residentiële plaatsing wordt voorkomen. Zoveel mogelijk aansluitend op de leefwereld van de jeugdige (thuis en op school) in nauwe samenwerking met de toegang.
Hebben de projecten een succesvolle bijdrage geleverd aan dit thema? Binnen thema 1 wordt er één ingezet instrument besproken (de andere instrumenten (werkplaats en jeugdhulp op school) worden elders in dit rapport geëvalueerd). In totaal zijn er 36 casussen behandeld in dit thema. Dit heeft voor 15 jeugdigen een uithuisplaatsingen voorkomen. Bij drie jeugdigen is een uithuisplaatsing niet voorkomen.